2025 m 10 d 28 Vsl Raad
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 28 oktober 2025, 20.00 uur. Voorzitter
: mevrouw F.I. Noordermeer-van Slageren (burgemeester)
Griffier
: de heer A. de Vos
Aanwezig : de heer B.J. Ammerlaan (Mijn Partij), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer H. Rodenburg (CDA), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
: de heer A.J. Gebben (VVD)
Tevens aanwezig: de heer M. Klijmij-van der Laan, mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, de heer F.A. Voskamp, wethouders
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter: Goedenavond allemaal. Geachte raad, inwoners thuis die nu meeluisteren, mensen op de tribune boven, het college, onze griffier en ook onze mensen vanuit de pers: hartelijk welkom. Deze vergadering op dinsdag 28 oktober heeft één afmelding ontvangen, van de heer Gebben. De heer Gebben wordt vanaf deze plaats namens ons allemaal van harte beterschap toegewenst. Ik open hierbij de vergadering. 1.a. Voorstel tot het benoemen van twee burgercommissieleden 1.a.a Geloofsbrieven mevrouw A.C. Spindler 1.a.b Geloofsbrieven de heer P.L.P. Bergen De voorzitter: Van de fractie van D66 is het verzoek ontvangen om twee inwoners vanavond als burgercommissielid te benoemen, te weten mevrouw Spindler en de heer Bergen. Voorafgaand aan deze vergadering heeft de commissie vanuit de raad de geloofsbrieven onderzocht. De commissie bestond uit mevrouw Koppert, de heer Van der Spek en de heer Moerman. Ik kijk even wie van de drie ik even het woord kan geven. Mevrouw Koppert, aan u het woord namens de commissie. Mevrouw Koppert: Dank u wel, voorzitter. We hebben natuurlijk een hele zware taak gehad aan het bekijken of die geloofsbrieven allemaal wel in orde waren. We hebben kunnen constateren dat er geen beletselen zijn om mevrouw Spindler en de heer Bergen te benoemen tot commissielid. De voorzitter: Dat is goed nieuws, fijn om te horen. Dank u wel.
Dan kijk ik even om me heen: zou iemand vanuit de raad nog het woord willen voeren in de eerste termijn? Ik kijk rond. Het is niet het geval. Dat betekent ook dat er geen beletselen zijn geconstateerd, zoals dat zo mooi heet, en dus kan de raad tot besluitvorming overgaan. Zoals de Gemeentewet bepaalt, zal de stemming over de benoeming schriftelijk plaatsvinden. Dat betekent dus met briefjes. De commissie Geloofsbrieven zal tevens fungeren als commissie Stemopneming. De stembriefjes zullen nu door de bode worden uitgereikt en vervolgens worden opgehaald. Ik schors hierbij de vergadering voor een kort moment. Voor de duidelijkheid: als de stembriefjes zijn opgehaald door de bode, zal ik de vergadering voor korte tijd schorsen. Alle briefjes zijn opgehaald. Hiermee schors ik voor een kort moment de vergadering. Schorsing De voorzitter: Geachte raad, ik heropen hierbij de vergadering. Wederom kijk ik even rond. Wie van de commissie - volgens mij kijk ik weer naar mevrouw Koppert - kan de raad op de hoogte stellen van de uitslag?
1
Mevrouw Koppert: Natuurlijk wil ik dat. Er zijn 16 stemmen uitgebracht en die bleken alle 16 geldig te zijn. 16 mensen hebben voor beide benoemingen gestemd. Ze zijn dus benoemd. U gaat ze nu formeel benoemen. De voorzitter: Dat klopt. Hartelijk dank, dat is mooi nieuws, heel fijn. Hierbij zijn mevrouw Spindler en de heer Bergen benoemd tot burgercommissielid. Ik dank mevrouw Koppert, de heer Moerman en de heer Van der Spek voor hun werkzaamheden vanuit de commissie. De commissie Onderzoek Geloofsbrieven en de commissie Stemopneming zijn hiermee tevens ontbonden. Dan nodig ik nu uiteraard mevrouw Spindler en de heer Bergen graag uit om hier naast het spreekgestoelte te komen staan om de verklaring en de belofte af te leggen. Dat is ook de voorwaarde om deel te kunnen nemen aan de commissievergaderingen. Ik verzoek ook alle aanwezigen voor zover mogelijk te gaan staan voor dit officiële moment. 1.b Afleggen van de eed dan wel verklaring en belofte De voorzitter: Ik lees voor en daarna vraag ik u te antwoorden. Mevrouw Spindler. 'Ik verklaar dat ik, om tot lid van een raadscommissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.
Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de commissie naar eer en geweten zal vervullen.' Wat is daarop uw antwoord? Mevrouw Spindler: Dat verklaar en beloof ik! De voorzitter: Mag ik u feliciteren? U mag even blijven staan, want ik lees ook even dezelfde verklaring voor aan de heer Bergen. Ik lees voor. 'Ik verklaar dat ik, om tot lid van een raadscommissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de commissie naar eer en geweten zal vervullen.' Wat is daarop uw antwoord? De heer Bergen: Dat verklaar en beloof ik! De voorzitter: Dan wil ik ook u van harte feliciteren. Wij willen u natuurlijk alle twee van harte feliciteren. Ik wens u ook heel veel plezier, succes en wijsheid toe. Het is heel fijn dat jullie hier als inwoner, in deze rol, de gemeente komen versterken. Van harte gefeliciteerd.
2.
Regeling der werkzaamheden
De voorzitter: Zij worden even begeleid naar de plek waarvandaan ze onze vergadering waarschijnlijk verder volgen. Wij gaan in ieder geval door met de behandeling van de ingekomen stukken die in de periode van 17 september tot 21 oktober bij de griffie zijn binnengekomen. Het gaat om de wijze van verdere behandelingen of afhandeling van de ingekomen stukken. Ik begin bij lijst A, de brieven van het college. Wil iemand daar het woord over voeren? Dat is niet het geval. Dan gaan we naar lijst B, de brieven van derden. Ook niet. Dan gaan we ten slotte naar lijst C, de beantwoording van de schriftelijke vragen onder Reglement van Orde, artikel 42. Omdat beide vragen betrekking hebben op mijn portefeuille kijk ik even rond of er vragen zijn. Het is niet echt een specifieke vraag. U geeft daar misschien suggestief mee aan dat ik kan blijven zitten. Dat is het geval. De heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Betreft 2c.1 heb ik wel een specifieke vraag aan het college. De voorzitter: Dat kan uiteraard. Dat betekent dat ik toch ga vragen of mijn nestor mijn plek zou willen innemen voor het tijdelijk voorzitterschap. Dan vertrek ik even naar de collegebank.
2
De plv. voorzitter: Dan beginnen we met de beantwoording van 2c.1. Ik zie dat mevrouw Langeveld daar het woord over wil voeren en vervolgens de heer Van Eijk, in die volgorde. Mevrouw Langeveld. Mevrouw Langeveld: Dank u wel, voorzitter. Samen met mevrouw Koppert hebben wij vragen gesteld over het onderwerp "wij eisen de nacht op", een zeer actueel onderwerp een aantal weken geleden en nu zeker ook nog steeds. Onze vragen zijn beantwoord, dus dank daarvoor. Na overleg met mevrouw Koppert willen wij dit punt graag agenderen voor de commissievergadering. Normaal gesproken zou dat de eerstvolgende commissievergadering zijn op 4 november a.s., maar aangezien mevrouw Koppert daarbij niet aanwezig kan zijn vanwege de Werkgeverscommissie, zou ik willen voorstellen om dit onderwerp te verplaatsen en op de agenda te zetten van de commissievergadering van 2 december a.s. Ik heb al een oplegnotitie gemaakt met een aantal vragen waarover ik in gesprek wil met de overige raadsleden. Die zal ik zo snel mogelijk aan iedereen doen toekomen via de griffier. De plv. voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Dank u wel, voorzitter. Dit punt staat eigenlijk op de agenda door de verkrachting van en moord op Lisa uit Amstelveen. De VVD wil graag weten wat volgens het college de oorzaak is van het probleem dat hier aan de hand is. Dank u wel. De plv.
voorzitter: Dank u wel. Als de burgemeester even haar knopje indrukt, kan ik haar ook het woord geven. De burgemeester. Portefeuillehouder Noordermeer: Dank u wel. Een eerste reactie op de eerste vraag. Dank voor uw vraagstelling en voor het feit dat u dit onderwerp in die commissievergadering van 2 december a.s. met meer vragen en afstemming wilt behandelen. Wat belangrijk is om even te vermelden, is dat de regiovisie de volgende keer ook op de agenda staat. Dat is dus een koppeling die we mogelijk kunnen maken. Maar uiteraard gaan we die als college oppakken. Het tweede punt is van de heer Van der Eijk. De vraagstelling is echt heel algemeen wat mij betreft. U vraagt hoe het kan komen dat Lisa in Amsterdam vermoord is. Elke acht dagen worden er vrouwen vermoord in Nederland. Dat is verschrikkelijk, eerlijk gezegd. Dit was weer één schrijnende situatie waar landelijk bekendheid aan is gegeven en aandacht aan is besteed. Dit is een buitengewoon belangrijk onderwerp waar we in onze samenleving bij stil staan. Het is dus helaas niet een incident op zichzelf, maar een probleem waar we in Nederland mee te maken hebben en dat zeer ernstig is. De plv. voorzitter: Dan gaan we naar vraag 2c.2, de beantwoording van de heer Van Rijs over weesauto's en APV. Heeft de heer Van Rijs nog behoefte aan aanvullende vragen? Dat is het geval. Aan u het woord mijnheer Van Rijs.
De heer Van Rijs: Dank u wel, voorzitter. Ik heb niet zozeer een vraag, maar wel een opmerking. Ik vind dat ook een hele belangrijke: ik wil toch de complimenten geven aan dit college. Er zijn artikel 42-vragen gesteld en die zijn ruim binnen de tijd beantwoord, maar meer nog is er, zoals we verderop in de agenda kunnen zien, een verandering van de APV voorgesteld. Dit punt is al in die wijziging van de APV meegenomen. Kijk, zo kunnen we met elkaar zakendoen. Daar ben ik het college hartelijk dankbaar voor. Dank u wel. De plv. voorzitter: Dank u wel. Er zat niet echt een vraag in, maar wat gaat u doen met de complimenten, mevrouw de burgemeester? Portefeuillehouder Noordermeer: Dat compliment nemen we van harte in ontvangst. Dank u wel. Het is ook, als het mogelijk is, belangrijk dat we die combinatie en die samenwerking ook op die manier daadkrachtig in, in dit geval, de APV doorvoeren. Dat is dus ook vanuit het college duidelijk de insteek. Dank.
3
De plv. voorzitter: Dank u wel. Zijn er vanuit andere raadsleden nog vragen? Dat is niet het geval. Dan sluiten we ook deze vraag en verzoek ik de burgemeester haar voorzittersrol weer over te nemen. Dank u wel. Lijst A, B en C worden ongewijzigd vastgesteld.
3.
Spreekrecht voor belangstellenden
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roeling. Dan ga ik vervolgens door met het spreekrecht van belangstellenden. Er zijn geen sprekers vanavond, dus daar wordt geen gebruik van gemaakt. Dat betekent dat wij doorgaan naar agendapunt 4, het vaststellen van de agenda.
4.
Vaststellen van de agenda
De voorzitter: Mijn vraag aan u is of u in kunt stemmen met de agenda zoals die nu voorligt. Dat is het geval. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
5.
Hamerstukken
5.a Vaststellen van de notulen vorige vergaderingen 5.a.a Openbare vergadering d.d. 23 september 2025 5.a.b Besloten vergadering d.d. 23 september 2025 De voorzitter: Dan gaan wij door met agendapunt 5, de hamerstukken. De behandeling in de commissie heeft verondersteld dat de gemeenteraad zonder nadere beraadslagingen een besluit kan nemen over het vaststellen van de verslagen van eerdere vergaderingen. 5.b Wijziging APV De voorzitter: De gemeenteraad kan zonder nadere beraadslagingen een besluit nemen over de wijziging van de APV. 5.c Wijziging Reglement van Orde voor de raad De voorzitter: De gemeenteraad kan zonder nadere beraadslagingen een besluit nemen over de wijziging van het Reglement van Orde. De hamer doet het goed vanavond. De hamerstukken worden vastgesteld.
6.
Avalex dienstverleningsovereenkomst 2026 en Verwerkingsovereenkomst 2026
De voorzitter: De gemeenteraad wordt gevraagd kennis te nemen van de dienstverleningsovereenkomst 2026 met Avalex en van de Verwerkingsovereenkomst 2026, rekening te houden met een tariefstijging van 8% vanaf 2026. Dit is nodig om het tarief ook in de toekomst kostendekkend te laten zijn. De fractie van Mijn Partij heeft in de commissievergadering aangegeven om dit voorstel te willen bespreken. Wie verlangt er nog meer het woord? Ik zal zo eerst het woord geven aan de heer Roeling, maar wie kan ik verder noteren? De heer Van der Eijk van de VVD voor de eerste termijn. Dan wil ik starten door de heer Roeling van Mijn Partij het woord te geven. Aan u het woord. De heer Roeling: Dank u wel, voorzitter. Wij hadden toch wel een aantal punten waarvan we zeiden: daar willen we de gemeenteraad over horen, en dan met name onze collega's. Het gaat om twee punten: de bijna € 300.000,00 aan hogere implementatiekosten en de verhoging van 8% vanaf 2026. Waarom? De hogere implementatiekosten kan gebeuren, maar wat wij niet de koninklijke weg vinden is om dat dan maar uit het eigen vermogen te halen. En die vraag ligt nu feitelijk voor. Wij hebben de wethouder gezegd: zoek het binnen uw eigen begroting, of binnen de gehele begroting. Maar in ieder geval is politiek keuzes maken en dat gebeurt hier niet.
Als we kijken naar hoeveel miljoenen er in de afgelopen jaren en in de komende jaren nog uit het eigen vermogen worden gehaald, vinden wij dat geen goed financieel beheer van onze gemeentelijke financiën, lees: belastinggeld. Een ander punt is dat er gemakshalve maar even van wordt uitgegaan dat het een tariefstijging van 8% vanaf 2026 betreft. Het is dus ook niet eenmalig. Het wordt eigenlijk voor de jaren daarop ook een verhoging. Ook dat vinden wij wel erg makkelijk 4
gaan. Uit niets blijkt dat de wethouder zijn best heeft gedaan om die kosten terug te dringen. 3% vinden wij redelijk, daar kunnen wij mee leven. Dat is dan ook gelijk een prikkel richting het college of de wethouder om daar wat zorgvuldiger mee om te gaan binnen Avalex en om zijn uiterste best te doen om ook daaraan te voldoen. 8% is gewoonweg een vrijbrief: een vrijbrief om nu, komend jaar en in de jaren daarop te zeggen: ja joh, dat hebben we gewoon nodig, anders wordt het vuil niet opgehaald, dus raad, stem er maar even mee in. Wij denken dat er, wanneer we instemmen met een verhoging van 3%, een juiste prikkel uitgaat richting de wethouder om ervoor te zorgen dat hij daar wat beter zijn best voor gaat doen dan nu. Want uit niets blijkt dat de wethouder zijn uiterste best heeft gedaan. Wij zijn dus met name benieuwd wat onze collegafracties vinden van met name deze twee punten. De voorzitter: Ik zie een interpretatie van mevrouw Koppert van de OGP Midden-Delfland, aan u het woord. Mevrouw Koppert: Dank u wel, voorzitter. Ruim twee weken geleden, tijdens de commissievergadering, heeft Mijn Partij precies dezelfde twee punten genoemd. Toen hebben wij als raad gezegd: kom dan met een tegenvoorstel. Nu voeren we eigenlijk dezelfde discussie.
Mijn vraag aan Mijn Partij is dus: welke voorstellen heeft u zelf, in plaats van het bij het college te leggen, om te komen tot 3%, dan wel om te komen tot een verlaging van de implementatiekosten? De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koppert. Mijnheer Roeling, aan u het woord. De heer Roeling: Volgens mij hebben we zelfs gesproken over een mogelijk amendement dat ingediend zou worden. Daar heb ik wel over nagedacht en het lijkt ons ook goed om een amendement in te dienen, maar dan gebeurt het wel hier in deze raadzaal. Het is gebruikelijk om vooraf een conceptamendement rond te sturen. Daar krijg je dan een reactie op van 'we doen wel mee' of 'we doen niet mee'. Het lijkt ons op dit moment beter om die discussie hier in de openbaarheid te hebben. Ik zal dus ook elke fractie vragen of zij bereid zijn om mee te werken aan een amendement, of twee amendementen als het moet, over die bijna € 300.000,00 en die 3% verhoging vanaf 2026. Zo gaan we dat insteken. De voorzitter: Ik zie een interpretatie van de heer Zwaard van het CDA, aan u het woord. De heer Zwaard: Voorzitter, dank u wel. Ik hoor net dat er waarschijnlijk ook een amendement komt van Mijn Partij. Ik hoor de heer Roeling zeggen dat die 8% uit de lucht gegrepen is. Volgens mij is die 3% net zo goed uit de lucht gegrepen, dus wat maakt dat u 3% wel acceptabel vindt en 8% niet? De onderbouwing van die 3% mis ik.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Zwaard. De heer Roeling. De heer Roeling: Nou, het is niet uit de lucht gegrepen. Ik heb gezegd dat die 8% een vrijbrief is. 3% is ook waar wij de ozb jaarlijks mee verhogen. 3% is misschien nog hoog als je kijkt naar de inflatie, maar 3% vinden wij, als je kijkt naar de andere heffingen en belastingen, een redelijk percentage. Wij hebben gezegd dat het een prikkel is. Het kan zijn dat het anders uitpakt, maar wanneer we het college met 3% het pad op sturen, geven we als raad in ieder geval een kader mee. En 8% is gewoon een vrijbrief. De voorzitter: De heer Zwaard. Ik zie een interruptie, aan u het woord. De heer Zwaard: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor een hoop woorden, maar ik heb eigenlijk gevraagd om een onderbouwing van die 3%. U vindt 8% veel te hoog en noemt 3%. Daar zult u een onderbouwing voor hebben, dus ik ben nog steeds benieuwd waarom 3% wel acceptabel is en 8% niet. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Zwaard. Mijnheer Roeling. De heer Roeling: Ja, dan moet ik het gaan herhalen. Dat doe ik maar niet. 3% vinden wij een gezonde prikkel, gezien andere ontwikkelingen van onder andere de ozb, die ik genoemd heb. 5
Daarbinnen willen we ook blijven met de afvalstoffenheffing. Dat is dus de onderbouwing. 8% is dan, uitgaande van die 3%, helemaal nergens op gebaseerd. De voorzitter: Ik zie een interruptie van mevrouw Koppert van OGP Midden-Delfland. Mevrouw Koppert: Dank u wel, voorzitter. Mijn Partij geeft aan dat 8% niet acceptabel is en 3% wel. We hebben het de vorige keer ook gehad over de dienstverleningsovereenkomst. Daarop is gebaseerd dat we dezelfde service willen behouden en daar komt die 8% vandaan. Als Mijn Partij graag naar de 3% wil, welk deel van de dienstverlening wil Mijn Partij dan laten vallen? De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koppert. De heer Roeling. De heer Roeling: Ja. Dan zal het college daarmee terugkomen en zeggen: als dat het kader is van de gemeenteraad, betekent het of daar of daar snoeien. Dan kan de raad daar een keuze in maken. Ik zit hier een beetje op hoofdlijnen; ik ga niet elke kliko na. Dat is dan een mooie taak van het college: om dan met het menu te komen waaruit wij als gemeenteraad een selectie kunnen maken. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roeling. U heeft uw microfoon nog aanstaan, maar volgens mij bent u klaar met uw betoog. De heer Roeling: Ja. Ik ga afwachten wat mijn collega's ervan vinden. De voorzitter: Voor de eerste termijn wil ik graag het woord geven aan de heer Van der Eijk van de VVD. De heer Van der Eijk: Dank u wel, voorzitter.
Ik ben ook wel een beetje teleurgesteld, want ik was bij de vorige commissievergadering niet aanwezig. Ik had de conceptnotulen gelezen en daar staat echt zwart-op-wit dat Mijn Partij met een amendement zou komen. De heer Roeling is nog steeds voornemens een amendement in te dienen, begrijp ik nu, maar dan moet de rest van de raad het werk daarvoor doen. Daarover ben ik wel een beetje teleurgesteld, voorzitter. Want ja, naar onze inwoners klinkt dit betoog als '8% is te hoog en 3% is acceptabel', u verkoopt een mooie droom, maar levert die dan straks niet. Ik heb iets dergelijks onlangs ook gehoord in een lijsttrekkersdebat. Toen ging het over de heer Wilders. Het is inderdaad niet fijn dat wij 8% meer moeten gaan betalen, of onze inwoners. Wat krijgen we er dan voor? In de coalitie was een meerderheid voor het invoeren van een diftar, maar daar was eigenlijk ook geen dekking voor. De egalisatiereserve hebben we al opgebruikt door eerder in het verleden ook niet de prijs te verhogen. Wij mogen voor afvalheffing kostendekkend leges vragen bij de inwoners, maar het college kiest ervoor om de hogere kosten van het invoeren van de diftar uit onze algemene reserve te halen en niet nog meer dan 8% te moeten verhogen. Het moet wel ergens vandaan komen. Dus ja, wij zijn daar niet blij mee, maar ik kan het stuk hier wel volgen.
Overigens moet ik wel zeggen dat de onderbouwing van 8% ook niet altijd loepzuiver is. Je kunt ook zeggen dat dat een partner is waar deze gemeente mee samenwerkt, zodat onze inwoners gewoon van hun rotzooi af kunnen. Die wordt gewoon iedere week netjes opgehaald, dus dat is ook een stukje service. Die medewerkers en machines waarmee wordt gereden, zijn ook niet gratis. Daarom zijn er natuurlijk ook gewoon kosten. Ik laat het hier even bij en wacht nog even het amendement van Mijn Partij af. Dank u wel. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Roeling. Aan u het woord. De heer Roeling: Ja. Ik heb een vraag aan de VVD. Vorige week kregen we een persbericht. Er was een lijsttrekker gekozen binnen de lokale VVD. Een van zijn speerpunten was een gezonde financiële situatie. Ik zou dat dus gelijk willen aangrijpen en aan de VVD willen vragen of zij ook mee wil werken aan een amendement op dat vlak. Is de VVD daartoe bereid? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roeling. De heer Van der Eijk met een reactie.
6
De heer Van der Eijk: Aan gezonde plannen zijn wij altijd bereid mee te werken, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Eijk. Dan ga ik voor de eerste termijn door door het woord te geven aan de heer Scholtes van D66. Mijnheer Scholtes. De heer Scholtes: Dank u wel, voorzitter. Via deze weg ook dank voor het beantwoorden van mijn vragen en het toesturen van twee eerdere DVO's. Dat heeft voor mij weer een hoop helderder gemaakt. Dan kom ik aan bij mijn eerste vraag, namelijk waarom wij niet jaarlijks deze DVO's krijgen. We hebben er in 2020 eentje gehad en dit jaar. Vanwaar die willekeur? Horen wij die normaal helemaal niet te krijgen, of wel? Bij andere gemeenten kan ik ze namelijk ook heel moeilijk vinden, dus dat is even een vraag aan de wethouder daarover. Ik heb ook nog een notitie staan dat ik hem moet bedanken voor de bijeenkomst die is georganiseerd vanuit Avalex. Die is ook met veel bewondering in onze fractie gevolgd. Dus dat ook. Wat daaruit naar voren kwam, is dat die verhoging voor een groot gedeelte echt wel vanuit die verwerkingskosten komt. Het belastingtarief voor het verbranden van afval wordt vanuit het rijk verhoogd, waardoor het uiteindelijk gewoon heel belangrijk is dat we diftar gaan invoeren om onze hoeveelheid restafval te verlagen. De gemeenten die diftar hebben, zijn ook gemeenten met een heel laag restafvalpercentage.
Hierin hebben wij dus eigenlijk gewoon een maatschappelijke taak die we willen uitvoeren en als gemeente hebben we geld om dat te doen. Vandaar dat wij het gewoon een gezonde ontwikkeling vinden als we deze eenmalige impuls vanuit de algemene reserve te halen, om die kosten niet nog verder bij onze inwoners neer te leggen, en te zeggen dat die 8% ook al een hele stap is. Dan heb ik nu, heel vervelend, wel nog een enigszins technische vraag over dat hele verhaal. Ik heb namelijk wel bekeken wat er dan in eerdere jaren vanuit de dienstverleningsovereenkomst is gekomen ten opzichte van nu. Als ik dan bijvoorbeeld kijk bij productcode 1.1.1.1 - ik heb het ook niet verzonnen - "inzamelen gft-minicontainer zijbelading", zie ik dat het aantal containers niet zo veel verschilt en de frequentie ook niet, maar dat er wel een 5%-opslag op zit. Bij "inzameling gft ondergrondse container" zit wel een verhoging van één container, maar ook een verhoging van 10%. Dat zijn volgens mij geen verbrandingskosten die daarin zitten. Dus vanwaar dan die verhoging? Het zijn toch wel forse verhogingen die worden doorgevoerd, die niet een-op-een te maken hebben met het verbranden van afval. Daar zou ik dus graag nog wel een klein beetje meer duidelijkheid over willen, voorzitter.
Dan kom ik bij het laatste: dat ik het heel vervelend vind om deze vraag in een raadsvergadering te stellen en niet in een commissievergadering, maar ja, we gaan hier dadelijk wel over besluiten. Ik hoop hier dus eigenlijk wel gewoon een valide, goed antwoord op te krijgen van de wethouder. Tot zover mijn eerste termijn, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Scholtes. U merkt het zelf al op: die technische vragen zijn inderdaad voor de commissie, dus ik weet niet of de wethouder u daar nu antwoord op kan geven. De heer Scholtes: Fijn dat u dat zegt, voorzitter, maar ik heb deze DVO's de vrijdag voor de vakantie opgevraagd. Ik heb ze afgelopen maandagochtend gekregen, dus dan is er voor mij geen tijd meer om hier technische vragen over te stellen. Ik kan dus niet anders dan nu in een raadsvergadering een technische vraag stellen. Ik doe het met tegenzin, ik ben er helemaal niet blij mee, maar door dat hele tijdsbestek is er voor mij geen andere keuze dan het nu te doen. De voorzitter: U heeft hem duidelijk toegelicht. Dank u wel. Ik wil vanuit de eerste termijn ook de heer Ringeling van de ChristenUnie vragen. Aan u het woord. De heer Ringeling: Voorzitter, ik leef in de veronderstelling dat er een vraag of twee vragen gesteld zijn door de fractie van Mijn Partij. Ik dacht dat we die vragen per fractie gingen beantwoorden, dus dat doe ik maar braaf.
Het waren twee vragen, één over de verhoging van € 300.000,00 van de implementatiekosten. Ik weet niet precies waar die € 300.000,00 op is gebaseerd, maar de kosten zijn er. Dat denk ik, daar ga ik van uit. Ik ben het met de heer Roeling eens dat het helemaal netjes zou zijn als je die € 300.000,00 ook uit de egalisatiereserve zou halen, maar ik kan er ook wel mee leven, eerlijk gezegd, om het uit de algemene reserve te halen. Maar de wethouder heeft ook beaamd dat het een soort vestzak-broekzak is, want anders wordt 7
die 8% misschien 10% en dan zijn we nog verder van huis. Wat mij betreft mag het dus uit het eigen vermogen. Die implementatiekosten horen bij de hobbel die we nu moeten nemen. Nu het zuur, daarna het zoet in de jaren die komen. Zo is het ons beloofd, zei ik er eerder bij. Dus nu de investering en later het profijt, zo zit het. Wat betreft die tariefstijging van 8% heb ik uit de commissie begrepen dat we voor 2026 nog wel een redelijke reserve hebben, maar dat het erom gaat spannen of we het eind van het jaar halen met deze reserve, dus is het verstandig om nu al die verhoging in te voeren? Zo heb ik het begrepen. Of het nou 8% is of 6%: er is een berekening gemaakt door het college of door Avalex - dat houd ik me ten goede - en daar kwam 8% uit. Linksom of rechtsom zullen we het moeten betalen uit die reserve. Dat betekent dat je die tariefsverhoging moet invoeren. Ik zie dat ik een interruptie heb, voorzitter. De voorzitter: Inderdaad. Het woord is aan de heer Roeling. De heer Roeling: Ja, dank u wel. Is de heer Ringeling dan wel bereid om dan te zeggen: nou, dan beginnen we in 2026 met die verhoging, maar daarna nog even niet? Dat we dat dan nog even aankijken? Want dat ligt nu niet voor; het is nu vanaf 2026.
Zou u ermee kunnen leven dat we die 8% wel voor 2026 doen, maar dat we het daarna even gaan bekijken? U zegt namelijk zelf al dat we nu het zuur nemen en dat het zoet eraan komt. Het zoet zou betekenen dat we er niet steeds 8% bovenop krijgen. Kan de heer Ringeling zich daarin vinden? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roeling. Het woord is aan de heer Ringeling. De heer Ringeling: Ja, ik kan u volgen. U heeft misschien naar het debat gekeken met Frans Timmermans, die ook zei: we beginnen met het defensiebudget voor de komende vier jaar en dan zien we daarna wel. Volgens mij staat nu trouwens dat besluit voor die 8% niet op de agenda ter besluitvorming. Dat besluit over die 8% komt in december en dan doen we het volgens mij voor een jaar. Maar ik laat mij graag corrigeren door de wethouder. Maar vandaag staat niet ter besluitvorming de 8% voor 2026. Dat ligt niet ter tafel. Dat gebeurt in december, maar of dat voor een jaar is of direct voor meerdere jaren is een vraag aan de wethouder vanuit mij. Tot zover mijn beantwoording van de vragen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Ringeling. Ik sluit hiermee de eerste termijn af. Er zijn nog flink wat vragen voor de wethouder naar voren gekomen, inclusief de technische vraag vanuit financieel beheer over de hoogte van het percentage en over het aantal jaren waar we voor staan. Ik wil de wethouder graag het woord geven.
Wethouder Voskamp: Ja, dank u wel, voorzitter. Voorzitter, om maar met de deur in huis te vallen: het college heeft een aantal keuzes gemaakt en die zijn gebaseerd op de wens dat we met elkaar juist een gezond beheer van de financiën, vandaag én in de toekomst, kunnen maken. Alle incidentele kosten zijn opgebouwd uit drie posten, namelijk het duurder zijn van het invoeren van het restafvaltarief, het tussenjaar dat we hebben en de dubbele invoer met juist de versmalling zoals gevraagd door de raad. Dat zijn de drie posten die uit die € 300.000,00 betaald gaan worden. Dat zijn implementatiekosten en wij vonden het billijk om die uit de algemene reserve te halen. Zoals de heer Ringeling zei: vestzak-broekzak. We hadden hem eerst kunnen storten in de egalisatiereserve en daarna uit de egalisatiereserve kunnen halen. Waarom is dat billijk? Omdat we die kosten in het komende jaar maken en daarna die kosten niet meer hebben. De stijging van het tarief dat wij vaststellen - u heeft ook gelijk dat dat niet vanavond voorligt, maar straks bij de begroting nogmaals benoemd wordt en uiteindelijk in december vastgesteld wordt - is voor volgend jaar 8%. Waarom? Omdat we zien dat het niet een eenmalige piek is, maar dat we verwachten dat die DVO, die verschil hebben en duurder is geworden met ongeveer 8%, de reden zijn waarom we die tariefstijging nodig hebben.
Die is volgend jaar niet nog een keer 8%, maar we gaan volgend jaar ook niet terug naar 3% als daar geen reden toe is. Wij zeggen dus: met de huidige dienstverleningsovereenkomst zoals we die nu hebben, verwachten we niet dat we in 2027 een daling hebben van de kosten. Wij hebben nu dus 8%, want dat is een gezond financieel beheer: namelijk weten dat je de kosten die je in de komende jaren gaat maken ook structureel dekt. We hadden nog een grotere greep uit de algemene reserve kunnen doen en dan hadden we inderdaad het percentage op 3% kunnen zetten. Dan hadden we het volgend jaar moeten doen, want dan moeten we iedere keer toevoegen en bijvoegen. De reden voor die tariefstijging van 8% is dat we 8
verwachten dat we daarmee voor volgend jaar goed zitten, maar ook de winstwaarschuwing dat we die kosten voor de komende jaren gewoon op deze manier gaan maken, tenzij inderdaad het restafvaltarief, zoals we hopen, een verbetering met zich meebrengt. Dan zou het zo kunnen zijn dat we, met die informatie, die we misschien volgend jaar al ophalen, kunnen zeggen: dat betekent dat we het tarief voor 2027 naar beneden kunnen bijstellen. Dat zijn we niet op voorhand van plan, omdat we gewoon goed, degelijk en gezond financieel beheer willen doen. Als we naar een stijging van 3% gaan, hebben we een gat van 5% en dat moet ergens uit gedekt worden. Wij hebben de keuze gemaakt om dat niet te doen. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Roeling van Mijn Partij. Aan u het woord. De heer Roeling: Ja, dank u wel, voorzitter. Zoals ik in de eerste termijn al zei, zitten wij niet bij die Avalex-vergaderingen. Maar kan de wethouder ons een beetje meenemen in hoe dat er nou aan toegaat? Avalex zelf maakt een berekening. Zegt de wethouder dan tijdens de vergadering: nou, oké, is goed, doen we. Of zegt hij: nou, ik heb ook afspraken en verplichtingen; we gaan het even anders doen. Hoe gaat dat in zijn werk? Is dat gewoon tekenen bij het kruisje of is er discussie tussen de verschillende deelnemende gemeenten? Hoe gaat dat nou precies? Daar ben ik wel benieuwd naar.
De voorzitter: Er is een vraag om uitleg, begrijp ik. Het woord is weer aan de wethouder. Wethouder Voskamp: Voorzitter, dat is prima uit te leggen. Avalex kent een dubbel bestuur: een bestuur voor de gemeenschappelijke regeling en een gebruikersbestuur. Toevallig ben ik lid van zowel het bestuur van de eigenaar als lid van de club die er als gebruiker zit. Ik zit daar dus met een dubbele pet. De twee vergaderen separaat. Als bestuurder ben ik verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van Avalex. Dat betekent dat we daar een financieel gezond bedrijf moeten hebben. En ja, dan stelt Avalex een begroting op met de daartoe behorende DVO, dus de prijzen die gelden voor het ophalen van minicontainers, voor ondergrondse containers en voor allerlei dienstverlening die is geprijsd. Die prijzen zijn nodig om een gezond financieel bedrijf te runnen. U heeft ook als raad aangegeven dat op gemeenschappelijke regelingen 6,2% bezuinigd moet worden. Daar heeft Avalex ook naar gekeken. Avalex heeft gezegd binnen dat bedrijf een zeker bedrag, een zeker percentage, te kunnen bezuinigen, maar dat het daarna echt ophoudt. Als we dat doen en verdergaan, zullen we zien dat dat in een negatief resultaat voor Avalex resulteert. Dat zal uiteindelijk betekenen dat de gemeenten moeten bijplussen om die dienstverlening van Avalex in de benen te houden.
We zitten daar dus als wethouders, bestuurlijk, als eigenaars aan tafel en uiteindelijk komt er een begroting waar u als raad een zienswijze op heeft gegeven. Die gaat dan terug en wordt vastgesteld. Daar komt een beprijzing van de dienstverleningsovereenkomst uit. Dan is het aan iedere gemeente, iedere gebruiker - in dit geval hoor ik daar ook bij - om te zeggen: we nemen zoveel routes groen-gft af, zoveel routes grijs en zoveel ondergrondse containers die gelost moeten worden. Dan heeft u in de dienstverleningsovereenkomst kunnen zien wat dat financieel betekent. Die keuze kunnen we maken. Dat is overigens een keuze die aan het college is. Dat is een collegebevoegdheid. Ik zie een interruptie. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Scholtes. De heer Scholtes. De heer Scholtes: Ik kan misschien toch twee dingen niet met elkaar rijmen, voorzitter. Waarom gaan we dan 5% meer betalen voor de dienstverlening, maar hebben ze aangegeven dat ze bij Avalex een bezuiniging gaan realiseren? Hoe zit dat dan in elkaar? De voorzitter: Wederom een uitlegvraag voor de wethouder. Aan u het woord.
Wethouder Voskamp: Voorzitter, Avalex heeft een aantal posten gevonden waar het op kan bezuinigen, maar we hebben ook een aantal posten waarbij duidelijk is dat het duurder is om een vrachtwagen te laten rijden, duurder is om de chauffeur te betalen en duurder is om het opgehaalde afval te verwerken. Er zijn dus een aantal plekken waar kostenbesparing gevonden is, bijvoorbeeld in het management, in de overhead en in het opleidingsverhaal, maar er is ook gewoon rekening te houden met de stijging van cao-lonen, met de stijging van de lasten van 9
nieuwe vrachtwagens die gekocht zijn en met de stijging van de kosten van het verwerken van afval. Daar is dus een combinatie van en bij de begroting is dat inderdaad ook met u gedeeld. Toen heeft u daar een zienswijze op gegeven. Op die manier is dat dus uiteindelijk uitgewerkt, voorgesteld en beprijsd. Uiteindelijk kunnen wij er dan als gemeente voor kiezen om bijvoorbeeld op maandag het huisvuil niet meer op te halen. Dat kan. Dat levert een besparing op, maar betekent wel dat we op die andere vier dagen op alle andere plekken moeten zijn, of dat we moeten zeggen: we komen één keer in de zoveel tijd, in de oneven maanden, in die kern niet, en in de even maanden in de andere kern niet. Dat zijn de keuzes die u heeft boven op de keuzes die wij hebben gemaakt als college. Wij willen de dienstverlening op peil houden door te doen wat we vorig jaar deden, maar wat we vorig jaar deden, is wel bijna 8% duurder geworden. Dat is de reden van de tariefstijging. Voorzitter, volgens mij heb ik daarmee ook gelijk aangegeven waarom de kosten voor die minicontainers zijn gestegen. Ik kan het niet een-op-een uitleggen, maar ik kan wel vertellen dat er een berekening ligt onder het feit dat de vrachtwagen op die route meer kost. Dat kan dus ook zijn omdat er op een andere route gereden moet worden of omdat er een combinatie gemaakt moet worden.
Er zijn allerlei redenen die daaraan ten grondslag liggen. Waarom krijgt u niet jaarlijks die DVO's? Ik ben niet anders dan in de veronderstelling dat wij die als college vaststellen en ter kennisname aan de raad sturen. Sinds ik hier ben, dus sinds februari 2023, hebben we er twee vastgesteld als college, met de intentie om die ook met de raad te delen, juist ter kennisname. Dat is ook hoe we het nu hebben gedaan, maar omdat we nu ook zien dat we in een periode zitten met de invoering van het restafvaltarief en met de implementatiekosten die we eenmalig willen dekken uit de algemene reserve, hebben we u dit nu in combinatie met elkaar gestuurd, zo van: let op; dit is de dienstverleningsovereenkomst, houd rekening met een stijging van 8%, dat komt later nog en wij stellen voor de eenmalige implementatiekosten voor het komende jaar op deze manier uit de algemene reserve te trekken. Volgens mij en volgens het college is dat een gezond financieel beleid. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ik kijk even of alle vragen zijn beantwoord. Dat is het geval. Dat betekent dat ik nu rondkijk of er behoefte is aan een tweede termijn. Ik inventariseer graag wie gebruik wil maken van de tweede termijn. Daarbij wil ik als eerste het woord geven aan de heer Scholtes van D66. Aan u het woord. De heer Scholtes: Dank u wel, voorzitter.
Wij zouden het wel echt op prijs stellen dat we dan vanaf heden gewoon een DVO kunnen ontvangen. Ik heb echt mijn best gedaan en gezocht in onze systemen. Ik heb echt alleen die van 2022 kunnen vinden, of van 2020 zelfs, volgens mij. Dat zou dus vanuit onze kant, van mij in ieder geval, een vraag zijn. Ben ik heel blij met de uitleg van de wethouder? Ik vrees van niet, maar ik kan hem wel volgen, dus wij zullen wat dat betreft ook kennisnemen van de DVO en rekening houden met een tariefstijging van 8% vanaf 2026. Ook wil ik misschien aan mijn naaste collega, de heer Ringeling, een winstwaarschuwing geven. Ik vrees dat het zoet later niet gaat komen met de invoering van een diftar. Die is puur om kosten beheersbaar te maken of te houden. Ik denk niet dat wij daar als gemeente echt heel erg gaan bezuinigen. Die verbrandingskosten zullen ook omhooggaan. We hebben met zijn allen gewoon de taakstelling om de hoeveelheid restafval omlaag te brengen. Ik denk dat dat gewoon belangrijk is en dat dat een goede stap is die we gaan zetten en dat het daarom ook heel belangrijk is om die eenmalige implementatiekosten uit de algemene reserve te halen. Dus tot zover de kleine winstwaarschuwing. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Scholtes. Ik zie een interruptie van de heer Ringeling. Inderdaad, zo had ik hem ook gezien. Aan u het woord.
De heer Ringeling: Dank voor de uitleg over het zuur en het zoet. Maar bent u het met me eens dat geen stijging of een minder hoge stijging van de kosten na 2026 ook zoet is? De heer Scholtes: Ik geloof dat ik het minder zuur zou noemen, voorzitter. Ik weet niet of dat ook zoet is. Het is in ieder geval om twee redenen belangrijk. Ten eerste willen we gewoon ons restafval verkleinen. We willen veel meer gebruik kunnen maken van grondstoffen. Recyclen is gewoon enorm belangrijk, zeker ook naar de toekomst toe. Laat dat dus even vooropstaan; ik denk 10
dat dat gewoon het hoofddoel moet zijn. Dat we daarmee de kosten beheersbaar maken, is natuurlijk ook gewoon heel belangrijk. Maar ik denk juist dat het hele stuk omtrent recyclen en de circulaire economie die we moeten omzetten prioriteit nummer één zou moeten zijn. Dat is in ieder geval wel zo voor onze fractie. Tot zover mijn tweede termijn, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Scholtes. We hebben zoet, zuur en zoetzuur. Daar heb je allemaal augurken in te verkrijgen, ja. Maar dit is de toelichting van uw kant, dank u wel. Ik wil graag in de tweede termijn verdergaan door mevrouw Koppert van de OGP Midden-Delfland het woord te geven. Mevrouw Koppert: Dank u wel, voorzitter. Dank aan de wethouder, want hij legt het klip-en-klaar uit. Willen wij een andere dienstverlening? Dan kan de prijs naar beneden, maar dan is het inderdaad of minder restafval ophalen of minder groen afval ophalen of wat dan ook. Dat heeft de wethouder wat ons betreft heel helder uitgelegd. Hij heeft ook heel helder uitgelegd waar de incidentele kosten uit ontstaan zijn: een duurder restafval, een tussenjaar dat we niet wilden, maar goed, we konden niet anders, en die dubbele invoer, iets waarmee we heel blij zijn omdat mensen met een klein zakje afval op termijn ook daadwerkelijk minder betalen. We zijn dus heel blij met die mogelijkheid om de 60-liters en de 30-liters van elkaar te scheiden.
Ook zijn wij blij dat diftar straks komt. We hebben vandaag juist in het nieuws gehoord dat de hoeveelheid restafval in Nederland voor het eerst sinds jaren gestegen is in plaats van gedaald, dus het is heel belangrijk dat we naar het systeem gaan van 'de vervuiler betaalt'. We zijn dus blij dat er vanaf 2027 in ieder geval een gevarieerd tarief gaat komen, waarbij mensen een bepaald vast bedrag betalen, maar, afhankelijk van de hoeveelheid afval, hun rekening kunnen verhogen of verlagen. Kortom, blij zijn we natuurlijk niet met die 8%, maar we begrijpen het wel en vinden het essentieel dat de dienstverlening overeind blijft en dat de vervuiler straks gaat betalen. Wij kunnen ons voorstellen dat we het eens zijn met de besluiten zoals ze hier gedefinieerd staan. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koppert van de OGP Midden-Delfland. Dan wil ik graag het woord geven aan de heer Van der Eijk van de VVD. Aan u het woord. De heer Van der Eijk: Dank u wel, voorzitter. Avalex, eigenlijk wel een mooie gemeenschappelijke regeling. We hebben tenminste mensen in de gemeente die daar fysiek echt werk doen. Ze schrijven geen stapels papier vol met beleidsplannen, maar zorgen er gewoon echt voor dat onze inwoners van hun afval af komen. Dat is een goede zaak.
Ik las op de WOS dat we in MiddenDelfland minder restafval hebben sinds dit jaar en ik denk dat dat dan komt doordat we het restafval niet meer gratis ophalen. Dus als je iets verbouwd hebt of een bed hebt gekocht, laat je dat niet meer gratis ophalen, maar moet je daar een kleine bijdrage voor betalen. Dat motiveert mensen om zelf hun spullen naar de milieustraat te brengen, waardoor er dus een hogere scheiding van het restafval is. De zure bom nu, voorzitter. De kosten van de diftar. Er was een raadsmeerderheid voor. Avalex redt het niet om het eerder in te voeren, waardoor deze gemeente dus meer kosten krijgt als pilotgemeente, als Avalex-deelnemer, die als eerste de diftar invoert. Wij hebben toentertijd gezegd dat onvoldoende gemotiveerd was waarom dat per se in Midden-Delfland moest en waarom deze gemeente die kosten moet maken. Nou, hier zien we het. Voor ons is dat wel een zure bom. Voor ons had dat geregeld kunnen worden. Van die dubbele klep was, toen we het hadden over het invoeren van diftar, al klip-en-klaar dat we die kosten zouden krijgen en die zijn nu dus ook financieel gemaakt. Daar kunnen we niet voor weglopen. Het college kiest ervoor om de kosten van de invoering daarvan dan uit de algemene reserve te halen. Het moet ergens vandaan komen en komend jaar stijgen de kosten van het ophalen van afval al met 8%. Ik vind het ook fors.
Ik kan de onderbouwing volgen en als ik een amendement aankondig, lever ik ook. Dank u wel. Wij steunen het voorstel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Eijk. Dat is helder. Dan wil ik vervolgens het woord geven aan de heer Zwaard van het CDA. De heer Zwaard: Ja, dank u wel, voorzitter. De conclusie die meneer Van der Eijk trekt, dat Midden-Delfland dit jaar iets minder restafval heeft, klopt. Dat heb ik ook gelezen bij de WOS. De beantwoording van de wethouder is voor ons klip-en-klaar. Wij hebben ook aangegeven dat de 11
dienstverlening wat ons betreft zeker niet minder mag worden. De consequentie daarvan is dat die kosten met 8% zullen stijgen volgend jaar. Ook wij zijn bij de bijeenkomst van Avalex geweest. Daar werd aangegeven dat Reusel een goed voorbeeld is van een gemeente waar diftar al is ingevoerd. In Reusel heeft men nog maar 14 kilo restafval. Dat zullen wij niet gaan halen, maar als we van de 146, waar we nu op zitten, naar 100 zouden gaan, is dat prima. Op dat moment brengt dat meer kosten met zich mee. Die € 300.000,00 is wat ons betreft duidelijk; het is niet anders. Bij Avalex werd wel aangegeven dat communicatie heel erg belangrijk is, wil je met diftar het beste resultaat behalen. Dus een berichtje naar het college toe: neem die communicatie serieus, want er werd expliciet aangegeven dat diftar gaat lukken als de communicatie goed uitgevoerd wordt. En gaat diftar lukken, dan gaan we in ieder geval minder met de kosten omhoog of wellicht zelfs een stukje omlaag. Bij Avalex werd ook aangegeven dat de kosten die wij nu voor onze rekening nemen, omdat we als eerste gemeente diftar toe gaan passen, wellicht een stukje in mindering worden gebracht als andere gemeenten er ook gebruik van gaan maken. Dat is geen harde toezegging, maar wellicht wel een stukje zoet. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Zwaard. Dan wil ik het woord geven aan de heer Roeling van Mijn Partij.
De heer Roeling: Dank u wel, voorzitter. Ik zat te denken: als wij het niet geagendeerd hadden, was er nu niet over gesproken en er was nu toch wel een beetje levendigheid. Daarnaast ben ik blij dat we geen amendement hebben opgesteld, want de VVD neigt er wel naar. Die zou wel mee willen doen, maar er is natuurlijk nooit een meerderheid te vinden voor een gezonde financiële huishouding in deze gemeente. Dit vonden we wel een soort lakmoesproef. Waar staan de partijen nou? Is het zo van: we nemen wel even een greep uit het eigen vermogen? Dus, voorzitter, als ik even kijk naar het raadsvoorstel, zijn er drie punten. Kennisnemen van DVO 2026. Ja, dat doen we. Het moet toch opgehaald worden. Rekening houden met een tariefstijging van 8%. Nou, daar houden we op dit moment geen rekening mee en straks in december ook niet, als het besloten wordt. En dan de derde, dat zijn de implementatiekosten. Wij hebben in 2024, dus vorig jaar, ingestemd met €115.000,00 voor deze implementatie. Daar houden wij het college aan. Dat lijkt ons meer dan voldoende. Met het bedrag dat nu voorgesteld wordt, dus die bijna € 300.000,00, zullen we niet instemmen. Dit was ook een soort stemverklaring van waar we het allemaal niet mee eens zijn, dus onderaan de streep zullen wij niet instemmen met de gevraagde € 300.000,00. Daarom zullen we tegen dit voorstel stemmen. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roeling. Daarmee hebben we de tweede termijn afgerond. Ik wil wel graag het woord ook geven aan de wethouder, want er is ook een vraag gesteld door D66 over of de DVO nagestuurd kan worden en er is een suggestie gedaan over communicatie. Wellicht wil de wethouder verder ook nog wel iets toevoegen. Wethouder, aan u het woord. Wethouder Voskamp: Voorzitter, dank u wel. Zoals ik in de eerste termijn ook aangaf, was ik in de veronderstelling dat u die DVO's al ter kennisneming kreeg. Ik heb er dus geen enkele moeite mee om te zeggen dat we dat de komende jaren ook gaan doen. Zodra wij de DVO als college vaststellen, delen we die met u. Mochten daar bijzonderheden in zitten, dan zullen we u daarvan op de hoogte brengen c.q. zullen we vragen of u daar akkoord mee bent. De discussie over zoet, zuur, zoetzuur, minder en meer… Het zijn allemaal zaken die kloppen. Het eerlijke verhaal is dat we, als we zo doorgaan, zeker weten dat we een flinke stijging voor onze kiezen gaan krijgen. Ook in de laatste Miljoenennota werd duidelijk dat de afvalstoffenverbrandingsheffing alleen maar omhoog zal gaan. Dus hoe meer wij kunnen verminderen, hoe beter.
Garanties kunnen we niet geven over hoeveel dat zal verminderen, zolang we niet weten hoeveel kilogram restafval we uiteindelijk overhouden in de gemeente, maar wat ik wel weet, is dat we in den lande zien dat het invullen van het restafvaltarief een van de manieren is om het restafval te verminderen. Dat hebben meerdere mensen ook aangegeven. We hebben het nieuwe inzamelen al ingevoerd. Dat is een andere zeer goede methodiek om het te verminderen. Verder zien we dat het niet effectief genoeg zal zijn als je puur op communicatie gaat zitten. Dit zijn de redenen waarom we inderdaad met u gekozen hebben voor het restafvaltarief. Dat zal met heel veel communicatie gepaard moeten gaan om het te laten slagen. Dat is ook een van de punten. Toen wij het voorstel neerlegden voor het restafvaltarief zijn er inschattingen gemaakt over hoeveel communicatie er nodig is. Dat was een van de posten die we daarvoor 12
hadden begroot, en daaruit is gebleken dat dat echt significant meer moet zijn om het goed te doen. Dat betekent ook dat we in het komende jaar extra avonden gaan houden, die we in eerste instantie misschien niet helemaal op die manier hadden voorzien, maar dat is juist om de inwoners mee te nemen en om de communicatie te doen. Volgens mij besteden we de euro's die we hiervoor beschikbaar stellen op een goede manier, omdat we de inwoner meenemen. Als de inwoner inderdaad naar een significante vermindering van het restafval gaat, gaan we dat met zijn allen positief merken. Een kleine nuance bij de heer Van der Eijk van de VVD: u zegt dat wij de kosten moeten maken voor een extra jaar omdat Avalex niet op tijd is. Avalex is op tijd klaar. Wij als gemeente konden niet garanderen dat ons belastingpakket op tijd klaar is. Uiteindelijk hebben we daar voor de zomer een keuze over moeten maken, juist ook omdat we richting de inwoners op tijd en goed wilden communiceren. Wij hebben gezegd dat we het niet konden garanderen. Avalex is doorgegaan en is straks klaar. Wij zijn waarschijnlijk ook voor 1 januari klaar. Dat betekent dat we voor 1 januari echt 100% kunnen gaan opereren alsof we de diftar hebben ingevoerd. Dat hebben we niet. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Roeling van Mijn Partij. De heer Roeling: Dank u wel.
De wethouder zei zojuist dat het de gemeente was die niet kon garanderen dat onze belastingmodus, of onze eigen software, niet op orde was om die implementatie dit jaar door te voeren. Daarom is er gekozen om dat vanaf volgend jaar te doen. Maar hoe kan het college dan naar de raad komen met het voorstel om nu zo snel mogelijk te gaan implementeren? Ik kijk even naar de heer Ringeling. De ChristenUnie en wij zeiden: rustig aan, doe dat nou niet. Dat kon allemaal niet, we moesten het nu door gaan voeren. Vervolgens, een paar maanden later, krijgen we een brief over dat we het toch maar een jaar gaan uitstellen. En wat blijkt nou de oorzaak? De gemeente zelf. Dus het college komt zelf met het voorstel om het zo snel mogelijk in te voeren en een paar maanden later komt het met een brief van: nou ja, we hebben nog niet contact gehad met iedereen in dit gemeentehuis, maar de Belastingdienst, of weet ik hoe dat hier heet, kan daar niet aan voldoen. Dat is toch op zijn minst een onvoldragen voorstel, voorzitter? Als je zo naar de raad komt in 2024? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roeling. Ik geef het woord aan wethouder Voskamp. Wethouder Voskamp: Voorzitter. Ik heb toen bij de behandeling van dat stuk ook aangegeven dat we op zijn vroegst op 1 januari 2026 konden starten. We hadden een heel strak tijdschema daarvoor. Nu is het het geval dat ons belastingpakket niet in orde was.
Die stabiliteit zat daar op dat moment niet in. Wij moesten op een moment, voor de zomervakantie, een go-no-go geven, omdat we ook wel drie of vier maanden proef wilden draaien. Ook dat stond in het voorstel en dat konden we niet garanderen. Dat is de reden waarom we gezegd hebben: dan gaan we dus niet halsoverkop implementeren, want dat gaat alleen maar problemen opleveren. Daarna hebben we aangegeven dat Avalex doorging en de containers al had besteld. Die hadden de software aan hun kant, op de vrachtwagens, inmiddels aangepast. Die zijn er klaar voor. We kunnen dus gaan registreren wat er aan bakken geleegd wordt en hoe vaak dat gebeurt. Dat betekent dat we daar klaar voor zijn. We kunnen dan met het belastingpakket, dat dan later eigenlijk de rekening naar de inwoners moet sturen, later in 2026 aan de slag. Het lijkt erop dat we op 1 januari wel klaar zijn, maar dan hadden we nooit die drie of vier maanden proeftijd gehad. Dat wilden we gewoon niet hebben en dat heeft puur te maken met de ambitie om het wel zo snel mogelijk te doen, maar ook met de waarschuwing die ik toen heb gegeven over dat het wel zorgvuldig moet. Ik was aan het aangeven dat de nuance zit in het feit dat Avalex wel klaar is en wij dat pakket dus nog niet hebben. Dat is de reden waarom we op die manier gehandeld hebben. Zoals aangegeven is communicatie van wezenlijk belang.
We gaan dus van een wat minder positief punt een positief punt maken. We gaan de komende tijd met de inwoners op informatieavonden aan de slag, maar we zullen ook proberen om volgend jaar een soort tussenstandsbrief te gaan sturen naar de inwoners waarin staat dat, hadden we diftar gehad, u zoveel keer een zak aangeboden had of zoveel keer uw bak aangeboden had en dat dat volgend jaar het volgende zou betekenen voor het tarief. Ik wil ook nog wel aangeven dat het tarief misschien niet voor 100% omlaaggaat met diftar, met het restafvaltarief, maar dat de mensen wel meer grip hebben op wat ze zelf betalen. Een buurman die twee bakken buiten zet, of die een bak twee keer buiten zet, of maar heen en weer
13
blijft lopen naar de ondergrondse container, gaat meer betalen dan de mensen die al heel goed bezig zijn. Dat is denk ik ook een positief punt. Voorzitter, tot zover. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Voskamp, voor de uitgebreide beantwoording van de vragen die gesteld zijn. Daarmee sluit ik nu de beraadslagingen en gaan we over tot besluitvorming. Alle stemmen zijn geteld. Er zijn er 12 voor en 4 tegen. Daarmee is het voorstel aangenomen. Het voorstel wordt aangenomen met tegenstemmen van de fractie van Mijn Partij.
7.
Zienswijze MRDH visie economisch vestigingsklimaat en mobiliteitsvisie
De voorzitter: Dat was een van de besluitvormende agendapunten van vanavond. We gaan door naar agendapunt 7, de zienswijze MRDH op de visie van het economisch vestigingsklimaat en de mobiliteitsvisie. De MRDH heeft de ambities voor 2050 genoemd in een visie, het economisch vestigingsklimaat en haar mobiliteitsvisie. De gemeenteraad wordt voorgesteld om de instemmende zienswijze af te geven. Bij de commissiebehandeling bleek dat diverse fracties wijzigingen willen in de zienswijze. Ik zou graag willen vragen wie daarover het woord zou willen voeren in de eerste termijn. Ik inventariseer. De heer Vieira en de heer Van Lier. Als eerst wil ik het woord geven aan de heer Vieira van D66. Aan u het woord. De heer Vieira: Ja, dank u wel, voorzitter. Het klopt inderdaad dat er visies zijn geschreven voor deze regio. Waar het plat gezegd op neerkomt, is dat we meer richting innovatie en kennis willen en ook niet willen dat onze wegen vastlopen. Dat is even heel kort door de bocht een paar uitgebreide documenten. Er is al een goede zienswijze vanuit onze gemeente geschreven, waarmee we in ieder geval instemmen met deze visies. Dan weten we waar we naartoe werken. Daarbij is ook aandacht gevraagd voor ons landschap en de fiets en fietsverbindingen. Dat vinden wij gewoon prima. Er zijn alleen twee punten waarvoor wij een amendement willen. Dat heb ik in de commissie ook al aangegeven.
De eerste gaat over logistiek verkeer. Wij zijn niet tegen logistiek verkeer in zijn algemeenheid - zaken moeten vervoerd en verpakt worden - maar de vraag is of MRDH daar ondersteuning aan moet bieden vanuit de fondsen die die krijgt. In de zienswijze staat al iets over dat dat niet zou horen, maar dat was niet helemaal voor iedereen duidelijk. Daarom willen wij er een zin aan toevoegen. Er staat namelijk in de zienswijze al: "Vanwege de belasting van het wegennet en het ruimtebeslag van deze arbeidsintensieve economie zijn wij van mening dat het maken van keuzes in de VEV geen ondersteunende maatregelen aan deze vorm van logistiek zou moeten worden geboden." Dan is die misschien nog iets cryptisch, dus met ons amendement willen wij, trouwens samen met de ChristenUnie, OGP Midden-Delfland, Mijn Partij en CDA, toevoegen: "Wij benadrukken dat dit standpunt primair is ingegeven vanuit onze mobiliteitsdoelstellingen: het verminderen van onnodige verkeersbewegingen en congestie op het regionale wegennet. Door de groei van de om- en verpakkingsactiviteiten niet actief te ondersteunen, wordt er tevens voorkomen dat er minder zwaar verkeer door en rond Midden-Delfland rijdt. Een slimmere logistieke organisatie en clustering van activiteiten kan het aantal transportbewegingen aanzienlijk beperken." Dat is amendement 1.
Ik kan hem zo bij u langsbrengen, dus misschien kan ik dat straks in één keer doen met het andere amendement. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Vieira: Op een gegeven moment wordt er in de zienswijze stilgestaan bij investering in zowel wegen, fietspaden als openbaar vervoer. Je kunt heel veel toevoegen aan de voorzieningen die je maakt, maar uiteindelijk gaat het ook om de keuzes die mensen maken. Dit is dus een amendement over gedragsverandering. Dus wat wij willen toevoegen onder het kopje over openbaar vervoer is: "Naast de investeringen in infrastructuur achten wij het essentieel dat de regio ook inzet op gedragsverandering. De gewenste verschuiving naar duurzame mobiliteit vraagt niet alleen om goede ov- en fietsvoorzieningen, maar ook om stimulerende maatregelen waardoor inwoners vaker kiezen voor deze alternatieven in plaats van de auto. Denk hierbij aan bewustwordingscampagnes, werkgeversbenaderingen en het delen van kennis over slimme mobiliteit. Zonder veranderingen in reisgedrag blijven investeringen in 'assets' beperkt actief." Die
14
zouden wij in ieder geval samen willen indienen met weer de ChristenUnie, OGP Midden-Delfland en het CDA in dit geval. Tot zover mijn eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Vieira. Daar komen de twee amendementen onze kant op. Dank u wel. Dan wil ik vervolgens het woord geven aan de heer Van Lier van Mijn Partij. De heer Van Lier: Bedankt, voorzitter. We hebben de visies natuurlijk besproken in de commissie. Daar hebben we ook de hiaten besproken en wat we willen verbeteren. Eén amendement van D66 wil ik steunen en het andere niet. Daar kom ik in de tweede termijn op. Wat we positief vinden dat wil ik nog even noemen - is dat er bij de vijf economische clusters ook aandacht is voor de groenblauwe zone, dat er geen openluchtmuseums zijn in Midden-Delfland en er is dus ook aandacht voor de bereikbaarheid. Dan kom ik gelijk op het punt waar ik wat extra aandacht aan wil besteden. We zijn een kleine gemeente met diverse dorpen. Er zijn meer gemeenten in MRDH, het geldt natuurlijk ook breder. Ik heb daar ook een halfuur vastgestaan om Maasland binnen te komen. Dat gebeurt tegenwoordig bijna dagelijks. Er moet dus gewoon aandacht komen, pak de Maassluiseweg.