CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

2025 m 09 d 23 VSL Raad

Gemeenteraad 28 oktober 2025, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Openbare vergadering dd 23 september 202511.804 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 23 september 2025, 20.00 uur. Voorzitter

: mevrouw F.I. Noordermeer-van Slageren (burgemeester)

Griffier

: de heer A. de Vos

Aanwezig : de heer B.J. Ammerlaan (Mijn Partij), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP MiddenDelfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer H. Rodenburg (CDA), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig

: de heer P.W. Scholtes (D66)

Tevens aanwezig: de heer M. Klijmij-van der Laan, mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, de heer F.A. Voskamp, wethouders

1.

Opening van de vergadering

De voorzitter: Goedenavond geachte leden van de raad, college, maar zeker ook mensen op de tribune en de mensen thuis van harte welkom. Het is zo dat wij vanavond op 23 september om 20.00 uur onze eerste reguliere vergadering na de zomer hebben met elkaar. Vorige week was het Prinsjesdag en traditiegetrouw sprak de Koning de Troonrede uit. Ik onderschrijf de passage in de Troonrede dat het lijkt dat we in Nederland steeds vaker tegenover elkaar staan. Op straat, online, met uitgesproken opvattingen, voor of tegen, zwart of wit, alsof het gelijk van één automatisch het ongelijk inhoudt van de ander, terwijl de maatschappelijke werkelijkheid bijna altijd oneindig veel complexer is. Mij trof de volgende passage. "Het is goed als we ons bij alle onzekerheden die er zijn steeds realiseren dat het leven alleen achterwaarts kan worden begrepen, maar voorwaarts moet worden geleefd, zoals een bekende uitspraak luidt. Dat betekent dat politiek en samenleving in het hier en nu toekomstgericht moeten blijven denken en handelen." Nu, voor de raadsvergadering bijeen, wil ik u ook dit citaat niet onthouden. "Debat en verschil van inzicht horen bij een levende democratie." Ook bij ons, hier in Midden-Delfland.

"Maar wat er ook bij hoort, is de bereidheid elkaar over die verschillen heen op een volwassen manier de hand te reiken." Ik spreek de wens uit naar ons allen dat u als raad in debat met zichzelf of het college het voor ogen houdt, niet alleen in die periode tot aan de raadsverkiezingen, maar ook daarna. Hierbij open ik de vergadering.

2.

Regeling der werkzaamheden

De voorzitter: De gemeenteraad behandelt de ingekomen stukken die in de afgelopen maand bij de griffie zijn binnengekomen. Het gaat hierbij om de wijze van de behandeling van allereerst lijst A. We hebben flinke lijsten. Allereerst lijst A, brieven van het college. Wie wenst hierover het woord? Zo nee, dan gaan we door naar lijst B, de brieven van derden. Wie wenst hier over het woord? Ook niet, daarbij gaan we naar lijst C, de beantwoording van de schriftelijke vragen van de leden van de raad, van u. Het zijn er zeven. Ik stel voor om dat per brief te doen. Het is u bekend dat alleen aanvullende vragen kunnen worden gesteld, dus er is geen ruimte voor debat en interrupties. Ik stel eerst vraag 1, die hiervoor ligt. Die is vanuit lid Van der Spek over het onderhoud van openbaar gebied Schipluiden. De heer Van der Spek, heeft u hier nog aanvullende vragen over? De heer Van der Spek: Ja, ik wil het college even bedanken voor de beantwoording op de vragen. Ik zag dat de steiger inderdaad hersteld was, dus dank daarvoor. Voor de tjalk, voor de bestrating en dergelijk, zou nog een toets komen in september. De vraag is of het college weet of die toets al uitgevoerd is en of daar al een planjaar aan verbonden is. Dat is even een korte vraag.

1

De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van der Spek. Voordat ik naar de portefeuillehouder ga, kijk ik nog even rond of er nog meer zijn die nog een vraag hebben. Zo niet, dan kijk ik naar de portefeuillehouder, de heer Klijmij. Aan u het woord. Wethouder Klijmij-van der Laan: Voorzitter, volgens mij wordt er nu iets voor mij getypt, dus ik wacht even tot een spiekbriefje binnenkomt. Ik zou niet weten, zo uit mijn hoofd, of dat al is uitgevoerd. Dat bedenkt dus ook dat ik er in ieder geval nog niet iets over heb besproken. Ik kijk even. Niet bekend, nee. Daar kom ik dan nog schriftelijk op terug. De voorzitter: Dank u wel. Daar houden we het bij. Het is niet de bedoeling dat we met de tribune in gesprek gaan. Even voor de goede orde. De 'toets in september'-vraag blijft openstaan als wel wordt schriftelijk beantwoord. Dan gaan we nu naar de tweede schriftelijke vraag die gesteld is door de heer Roeling over het gebruik van gronden door een agrariër. De heer Roeling, aan u de vraag of er nog aanvullende vragen zijn. De heer Roeling: Deze brief en de beantwoording is al van 24 juni, drie maanden. Wij zijn wel benieuwd welke ontwikkelingen er zijn geweest in de afgelopen drie maanden tot op de dag van vandaag. Daar horen we graag over. De voorzitter: Ik kijk nog even rond of er andere aanvullende vragen zijn.

Zo niet, dan is het zo dat ik ook hierbij de portefeuillehouder, wethouder Klijmij, wil vragen of u hierop, die drie maanden tijd, kunt antwoorden. Aan u het woord. Wethouder Klijmij-van der Laan: Dank u wel, voorzitter. Bij mijn weten is hier de situatie nog hetzelfde als drie maanden geleden. Er zijn nog geen nieuwe ontwikkelingen of voortgangen in geboekt. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Klijmij. Dan geef ik het woord weer aan de heer Roeling van Mijn Partij. De heer Roeling: Ja, dat is toch wel een beetje een passief antwoord. Het college geeft zelf aan dat in het najaar, dit najaar, ontwikkelingen te melden zullen zijn. We zitten nu in het najaar. Hoe gaan we hier nu mee om? Moeten wij nu elke maand het college achter de vodden aan gaan zitten of komt het college zelf met een reactie bij eventuele nieuwe ontwikkelingen? Wij hebben er weinig zin in om dit elke maand aan de orde te stellen. Graag een werkwijze waar wij en het college zich in kunnen vinden, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Roeling. Uw vraag betreft eigenlijk of het college zelf met een reactie komt en zo ja ook wanneer, wat daarin de planning is. Het najaar stond ook in de planning. Ik geef graag het woord even aan de heer Klijmij. Wethouder Klijmij-van der Laan: Het najaar is drie dagen oud, dus we zitten inderdaad in het najaar. Er lopen inderdaad gesprekken over het houden van paarden.

Daar zijn gewoon regels voor, dus daar dient men zich aan te houden. Dat gesprek loopt. Ook voor de grond loopt dat gesprek. Dat moet ook van twee kanten komen. Wij proberen daar iets te faciliteren. Een agrariër heeft een bepaalde wens, dat is nog niet echt bij elkaar. Ik kan u wel beloven dat als daar wel iets van stappen in worden genomen, we daar de raad van op de hoogte stellen. Voor nu is het nog niet in zo een fase dat we daar iets over kunnen melden bij de raad. Die gesprekken lopen nog. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording, wethouder Klijmij. Dat betekent dat u de reactie van het college kunt afwachten. Het najaar is net begonnen. Dat betekent niet dat er geen actie is. Dat is duidelijk verwoord net. Dank u wel. Dan ga ik door naar de derde vraag. Dat is een schriftelijke vraag van de heer Van der Eijk over de reconstructie Trekkadebrug Maasland. De heer Van der Eijk, heeft u nog aanvullende vragen vanuit de beantwoording? De heer Van der Eijk: Jazeker, voorzitter. Ik hoef ook niet te wachten op een appje van mijn ondersteuning of iets dergelijks. Als raadswerk doe ik dat zelf. Niet zoals een college dat dan toch stiekem nog eventjes iemand in wil vliegen om hem te beantwoorden. Ik vraag me toch af waarom 2

het college kiest voor deze manier van werken. Er wordt een bedrag meegegeven aan de raad in de begroting. De portefeuillehouder Openbare werken komt daarmee, dat is nodig. Tot vier keer toe staat de wethouder van Financiën toe om met een periodieke begrotingswijziging meer budget toe te staan. Waarom kiest u voor deze manier van werken? Waarom is de wethouder van Financiën niet strenger dan de wethouder Openbare ruimte? Waarom wil de wethouder Openbare ruimte deze manier van werken? Waarom is hij niet vooraf transparant? Wat gaat het kosten en vraagt u dan één keer budget. Als u één keer terugkomt met een periodieke begrotingswijziging, daar kan ik nog begrip voor hebben, maar tot vier keer toe, bent u dan wel in control van uw project. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van der Eijk. Manier van werken en de wijze waarop, ik geef graag het woord aan wethouder Klijmij. Wethouder Klijmij-van der Laan: Ik denk dat iedereen hier weleens een keertje zijn huis heeft verbouwd of iets heeft geklust en dat je er dan toch achter komt dat er iets iets duurder is dan je hebt begroot. Dat geldt zeker als een brug in dit geval van historische aard is en daar dus wat meer onverwachte dingen langs kunnen komen. Volgens mij heeft collega Voskamp hier ook iets over gezegd bij de kadernotabehandeling, dat dit natuurlijk op een betere manier kan.

Volgens mij is het ook niet heel gebruikelijk dat er vier keer zoveel geld bij moet. Het is in die zin ook een uitzondering, niet de gebruikelijke manier van werken. Laten we ook niet doen alsof dat zo is. In dit geval waren er gewoon een aantal onverwachte omstandigheden waardoor die kosten opliepen. Het zijn wel noodzakelijke kosten om het te doen. Het is geen brug met gouden randjes. Hij ziet er wel mooi uit, maar het is niet een super-de-luxe iets. Het is gewoon wat er noodzakelijk was voor die brug en voor het gebied eromheen. Het enige wat wij wel op ons nemen, maar dat is volgens mij ook al eerder gezegd, is om te kijken of we de raad daar wat beter in mee kunnen nemen als een situatie zich weer voordoet. Beter vooraf informeren in plaats van grote bedragen via een begrotingswijziging doen. Die neem ik wel op me. Uiteraard wil ik kijken of het mogelijk is om aan de voorkant een betere inschatting te krijgen. Daar zit ook weer een kostenplaatje aan. Over het algemeen gaat dit wel gewoon goed. Die werkwijze moeten we vooral blijven voortzetten. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Klijmij voor de beantwoording en de toelichting. Inderdaad, ook bij de kadernota hebben we hierbij stilgestaan. De heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Voorzitter, ik constateer dat wij verschillen van mening, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van der Eijk.

Dat mag en daarmee is ook deze vraag behandeld. Dan gaan we door naar de vierde schriftelijke vraag van de heer Van Rijs over de wijziging route buslijn 133. Daar zijn de vragen op beantwoord, maar heeft u nog aanvullende vragen? De heer Van Rijs: Ik heb één aanvullende vraag. In de vorige raadsvergadering van 26 augustus, is op initiatief van het CDA en medeondertekend door de ChristenUnie, D66 en de OGP MiddenDelfland, een motie ingediend en aangenomen met het verzoek aan het college om met de concessieverlener MRDH en de vervoerder EBS in gesprek te gaan over de busverbinding Maasland-Delft tijdens de werkzaamheden van de N468. Kan de wethouder aangeven wat daar de stand van zaken is? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dat klopt als een bus dat die motie is ingediend. Ik kijk bij deze ook naar de heer Klijmij, in hoeverre hij daar op dit moment ook al terugkoppeling op kan geven. De heer Klijmij, aan u het woord. Wethouder Klijmij-van der Laan: Dan zal ik even inchecken met deze beantwoording. Direct nadat die motie is aangenomen, hebben wij richting MRDH en EBS verteld dat die motie is aangenomen, ook verwezen naar de opnames van deze raadsvergadering en verzocht om een snel gesprek. Dat ging helaas niet zo snel als wij wilden, want daar was echt wel de tijd en bereidheid om dat te doen.

Gisteren heb ik gesprek gehad met de heer Keus, wethouder en portefeuillehouder binnen de MRDH voor openbaar vervoer, om dit voor te leggen. Morgen is er een MRDHvergadering, dan spreken we elkaar ook. Dan gaan we daar weer nader zitten om te kijken of we 3

met de MRDH tot een oplossing kunnen komen. Verder, het heeft zeker onze aandacht, want we weten dat het belangrijk is. We hebben natuurlijk ook de berichten direct gekregen en ook via de krant gezien over wat er met name bij Lentiz speelt met leerlingen die moeite hebben om naar school te komen. Weet dat dit top of mind is bij ons. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Klijmij. Ik kijk even naar de heer Van Rijs. U knikt bevestigend, tevreden met het antwoord tot nu toe. Dank u wel. Dan gaan we door naar vijf, naar de heer Jongsma over het parkeren centrum Schipluiden. De heer Jongsma, heeft u nog aanvullende vragen. De heer Jongsma: Dank aan het college voor de beantwoording van de vragen. Ik heb nog één vraag. U had aangegeven in de brief dat de nieuwe rapportage van Mobycon, inclusief de tellingen, zal met het ter inzage leggen van de omgevingsvergunning beschikbaar komen. Kan de wethouder aangeven wanneer dat ongeveer is? De voorzitter: Dank u wel mijnheer Jongsma. Ook wederom, de heer Klijmij. Aan u het woord als wethouder en portefeuillehouder. Wethouder Klijmij-van der Laan: Ik heb er even geen datum scherp van wanneer die terinzagelegging plaatsvindt, dus ik zal daar schriftelijk op terugkomen als we daar een beeld van hebben. De voorzitter: Ik kijk naar de heer Jongsma. Dat is dan inderdaad de datum scherp en die wordt ook teruggekoppeld.

Dat is bij dezen wel afgesproken. Dan gaan we door naar de schriftelijke vraag van de heer Gebben, over de beslissing op bezwaar azc. Als u aanvullende vragen heeft, ga ik even de voorzittershamer overgeven aan onze nestor de heer Roeling, die dan even mijn plek waarneemt. Dan ga ik even op de andere plek zitten. Ik houd wel even de keten om. De plv. voorzitter: Hij doet het niet, maar prima. De heer Gebben. De heer Gebben: Dank voor de antwoorden in ieder geval. Het is al een tijdje geleden dat ik de vraag heb ingediend, maar toch dank. Wat een beetje blijft hangen is waarom er zoveel onregelmatigheden zaten in de omgevingsvergunning. De vraag die wij daarbij hebben is waar de discrepantie vandaan komt tussen de perceptie van het college en de uiteindelijke omgevingsvergunning. Er zijn best wel veel aanpassingen gedaan. Wordt er ook lering getrokken uit dit proces? Dat was mijn eerste vraag. De tweede vraag heeft betrekking op de aantallen en de samenstelling van de asielzoekers die hier komen wonen. Het is nu vastgelegd in de omgevingsvergunning. De enige manier om daar echt iets op af te dwingen, is via de rechter begreep ik uit de antwoorden. Is dit echt de enige manier? Is het dan misschien niet toch beter, omdat er ook over logies gesproken wordt, om toch een exploitatievergunning te doen? Dan heb je misschien meer mogelijkheden. Dank u wel, voorzitter. De plv.

voorzitter: Dank u wel, de burgemeester. Portefeuillehouder Noordermeer: Dank u wel, voorzitter. Het is zo dat ik mij over deze vragen ook wel echt vanuit de vergunningskant, graag ook qua expertise, even goed laat informeren. Ik zou echt te veel uit de heup schieten als ik dat nu zo zou beantwoorden. Ik kom daar graag schriftelijk op terug. De plv. voorzitter: Dank u wel. De heer Gebben geeft het op. Dan kunnen we dat verwachten op korte termijn vanuit het college. Dank u wel. Dan gaan we naar het volgende en dat is vraag nummer 7, ook van de heer Gebben, over andere datalekken. De heer Gebben. De heer Gebben: Er komt een intern en extern onderzoek, dus ik heb ook geen extra vragen. Dat doen we dan daar wel. Dank u wel. De plv. voorzitter: Dank u wel. Dan sluiten we ook vraag 7 af en dan ga ik weer naar mijn eigen plek en dan kan de burgemeester het weer overnemen. 4

De voorzitter: Dank u wel voor de waarneming, de heer Roeling. Dan is het zo dat hiermee alle ingekomen stukken behandeld zijn. Lijst A, B en C worden ongewijzigd vastgesteld.

3.

Spreekrecht voor belangstellenden

De voorzitter: Het spreekrecht van belangstellenden, daar is geen gebruik van gemaakt vanavond.

4.

Vaststellen van de agenda

De voorzitter: Dat betekent dat wij meteen doorgaan naar agendapunt 4, het vaststellen van de agenda. Mijn vraag aan u is of u kunt instemmen met de agenda zoals deze voorligt. Zo ja, dan gaan wij door naar agendapunt 5. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

5.

Hamerstukken

5a. 5b. 5c.

Vaststellen verslagen vorige vergaderingen Experiment nieuw stembiljet Gemeenteraadsverkiezingen 2026 Verordening Werkgeverscommissie/Bemensing Werkgeverscommissie/Instructie Griffier

De voorzitter: Behandeling in de commissie veronderstelt dat de gemeenteraad zonder nadere beraadslaging een besluit kan nemen over punt 5 en het vaststellen van verslagen van eerdere vergaderingen, het experiment nieuw stembiljet bij de gemeenteraadsverkiezingen 2026, waarbij ik opmerk dat de fractie VVD met een stemverklaring heeft aangegeven tegen het besluit te zijn. Als derde beslispunt de instelling van de Werkgeverscommissie griffie en de instructie griffier 2026. Bij dit beslispunt benoemt de raad ook de leden van de Werkgeverscommissie en een ad-hoc commissie tijdelijk voor de sollicitatieprocedure. Vanwege de eenstemmigheid ga ik ervan uit dat de raad geen behoefte heeft aan schriftelijke stemming. Mijn vraag aan u is wel of dat klopt. Zo ja, dan zijn de hamerstukken 5a tot en met 5c hiermee vastgesteld. De hamerstukken worden vastgesteld.

6.

Liquidatieplan en Beëindigingsovereenkomst Gemeenschappelijke Regeling Bedrijvenschap HarnaschPolder

De voorzitter: Dan gaan we naar de bespreekpunten, agendapunt 6, Liquidatieplan en Beëindigingsovereenkomst Gemeenschappelijke Regeling Bedrijvenschap HarnaschPolder. Het Bedrijvenschap wordt beëindigd nadat alle gronden zijn uitgegeven, alle inkomsten zijn gerealiseerd en de openbare ruimte is opgeleverd en geen kosten of opbrengsten meer worden verwacht. De verbonden partij heeft dan geen reden tot voortzetting. De voorliggende documenten geven gezamenlijk uitvoering aan de liquidatie en beëindiging van het Bedrijvenschap. Conform artikel 32 van de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijvenschap HarnaschPolder, de zevende wijziging, verzoeken wij u nu in te stemmen met het liquidatieplan, de bijlage die is meegestuurd, en te besluiten tot beëindiging van de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijvenschap HarnaschPolder. De fracties VVD en D66 hebben de wens om dit voorstel te bespreken vanavond. Dat is ook vanuit de commissie naar voren gekomen. Mijn inventarisatie voor de eerste termijn is wie nog meer het woord zou willen voor de eerste termijn. Ik kijk even rond. Zo niet? Dan is het zo dat ik voor de eerste termijn graag de heer Vieira het woord geef als eerste, aan u het woord. De heer Vieira: Voorzitter, volgens mij hebben wij tijdens de commissie aangegeven dat wij volledig snappen waarom we deze stappen nemen.

Waarom er dan in de notulen staat dat wij dit als bespreekpunt doorschuiven, is mij niet helemaal duidelijk. Wat ons betreft is het een volstrekt helder stuk en zijn wij voornemens hiermee in te stemmen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Vieira. Dan geef ik graag het woord aan de heer Gebben van de VVD. Aan u het woord. 5

De heer Gebben: In de commissie hebben wij al kenbaar gemaakt dat wij in principe de opheffing van de Gemeenschappelijke Regeling steunen en ook het daarvoor opgestelde plan. De VVD is echter, voor wij hier definitief mee instemmen, wel van mening dat de daarbij opgestelde conceptovereenkomst enige aanpassing behoeft. Nu staan er in bepalingen met afspraken die geen zelfstandige functie hebben en daarmee onnodig, zeker overbodig zijn en bovenal de zelfstandigheid van Midden-Delfland kunnen beknotten. Dat wil de VVD voorkomen. De VVD is daarom van mening dat artikel 5.3 en 5.4 uit de overeenkomst moeten worden gehaald. Artikel 5.3 van de overeenkomst heeft betrekking op het zogenaamde natrekkingsrecht voor de periode van tien jaar op de gronden, waardoor de gemeente Den Haag aanspraak krijgt op 85% van de meerwaarde van de openbare gronden die reeds zijn geleverd aan Midden-Delfland, mocht het bestemmingsplan worden gewijzigd. Artikel 5.4 is een uitbreiding van artikel 5.3 en heeft betrekking op een eventuele wijziging van de bestemming naar woningbouw. Voor een termijn van twintig jaar staat het de gemeente Midden-Delfland niet vrij om eigenstandig het bestemmingsplan te wijzigen, mochten wij dat willen. Wij hebben daar eerst toestemming voor nodig van Den Haag. Wat Den Haag hiermee doet, is terug-onderhandelen op een reeds voltooide transactie.

Immers, Midden-Delfland heeft de resterende gronden al gekocht en bij die transacties zijn geen extra rechten bedongen. Waarom dit alsnog doen? Waarom zou deze gemeenteraad in moeten stemmen met deze bepalingen die aan Den Haag rechten geeft die zij nu niet heeft en zij ook niet kan afdwingen? Er is in onze ogen geen enkel… De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Vieira. De heer Vieira, aan u het woord. De heer Vieira: Ik heb een vraag aan de VVD. In ieder geval, in de voorwaarden staat dat eigenlijk bedrijven die geïnvesteerd hebben hier in de HarnaschPolder veel geld aan uitgegeven hebben, feitelijk twintig jaar de zekerheid hebben dat ze hier kunnen zitten en dat een gemeenteraad zoals Midden-Delfland dat niet over vijf of tien jaar kan opheffen. In die zin is het in onze ogen tamelijk logisch om die bescherming te bieden aan ondernemers. Waarom wil de VVD die zekerheid niet bieden? Waarom wil de VVD de deur openhouden om die zekerheid niet te bieden aan de ondernemers die in de HarnaschPolder zitten? De voorzitter: Dank u wel mijnheer Vieira. De heer Gebben. De heer Gebben: Het heeft eigenlijk niks met de ondernemers te maken, want die gaan we zeker zekerheid geven. Het gaat erom dat wij onze eigen beslissingen willen kunnen nemen. Nu worden er rechten aan Den Haag gegeven die ze nu niet hebben. We hebben die gronden al, die zijn al van ons.

Daar zitten geen enkele van dit soort voorwaarden op en die gaan we nu wel aan Den Haag geven. Het heeft met de ondernemers wat mij betreft niets te maken, want die zitten op hun plek en die kunnen daar ook zeker van zijn wat mij betreft. Even kijken waar ik gebleven was. Er is in onze ogen geen enkel valide argument te vinden waarom Midden-Delfland dit scenario zou willen. Wij willen zelf de regie in handen houden over ons eigen grondbeleid. Wij willen de baas zijn in onze eigen gemeente. Wij willen dan ook dat hier wat aan wordt gedaan. De manier om dat te doen in onze ogen is door middel van een amendement, een amendement op de conceptovereenkomst. Ik zal het besluit voorlezen, het dictum: de conceptbeëindigingsovereenkomst, onderdeel uitmakende van bijlage 2 van het in dit amendement bedoelde ontwerp, raadsbesluit, te wijzigen in dier voege dat de artikelen 5.3 en 5.4 uit de conceptbeëindigingsovereenkomst worden gehaald en derhalve geen onderdeel meer uitmaken van de conceptbeëindigingsovereenkomst. De fractie hoopt dat de raadsleden ons hierin kunnen steunen en we wachten het af. Ik ga het aan u aanbieden. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Gebben. Deze hebben wij in ontvangst genomen. Het is zo dat ik ook zie… Ik zou willen verzoeken onderling met elkaar in gesprek gaan zoveel mogelijk te vermijden, want het stoort een klein beetje in de vergadering, eerlijk gezegd.

Dank u wel. De heer Van Lier van Mijn Partij, aan u het woord. De heer Van Lier: Ook Mijn Partij is voor een zo snel mogelijk opheffen. Dat hebben we ook in de commissie geroepen. Ik dacht ook, ik heb spreektijd in de eerste ronde, omdat we het ook helemaal met de VVD eens zijn, alvast te kunnen roepen dat we ook achter het amendement 6

staan. Dan weet u dat alvast. We hebben ook bedenktijd gehad tussen de commissie en de raad. Ik had een vraag gesteld in de commissie over die claim. Wij willen dus zo snel mogelijk van het bedrijvenschap af, maar we hebben de waakvlamfase, als ik die zo mag noemen, vanwege een lopende claim. Alleen, als ik informeer, is de kans dat die claim serieus wordt kansloos als ik het zo even mag omschrijven. Dat is een vraag aan het college. Hoe ziet het college de claim? Gaan we daar € 100.000,00 per jaar aan uitgeven om een waakvlamsituatie te houden? Of zeggen we dat het toch niks wordt en dat we gelijk naar het einde gaan? De voorzitter: Dank u wel. Dan betekent het dat we vanuit de eerste ronde deze vragen graag voorleggen, waarbij één ding duidelijk is dat de opheffing voor iedereen een wens is, maar de wijze waarop? De gaten in artikel 5.3 en 5.4 vanuit de overeenkomst, vanuit de VVD, een vraag met het amendement. D66 heeft de vraag ook richting de ondernemers of de zekerheid daarin in het geding komt, en vanuit de claim en de waakvlam vanuit Mijn Partij. De heer Voskamp, aan u het woord. Wethouder Voskamp: Ja, voorzitter, dank u wel. Voorzitter, ook in de commissievergadering heb ik aan de heer Van Lier aangegeven dat die claim iets is wat op dit moment speelt, onder de rechter is, en dat het niet verstandig is om daar in de openbaarheid uitspraken over te doen.

Woorden als kansloos en € 100.000,00 over de balk gooien op iets wat niet gaat komen, daar kan ik me absoluut niet in vinden. Dat over de opmerking van de heer Van Lier. Voorzitter, we hebben twintig jaar samengewerkt met Den Haag in verschillende samenstellingen. Daar gaan nog verder andere samenstellingen aan vooraf. In die twintig jaar hebben wij een bedrijventerrein ontwikkeld dat op dit moment de laatste hand krijgt door uitgifte van nog één laatste perceel. Dan ga je op een moment met elkaar in gesprek om te kijken of je een Gemeenschappelijke Regeling kan beëindigen. Dan komen er afspraken op tafel, noem het voorwaarden, noem het onderhandelen, maar op dat moment spreek je naar elkaar uit: we hebben iets met elkaar twintig jaar lang opgebouwd en we zouden het fijn vinden dat die investering ook de komende jaren blijft bestaan. Den Haag heeft daarbij aangegeven dat ze heel graag een garantie daarop wilden. Wij hebben toen gezegd als gemeente dat wij geen garantie kunnen geven zoals Den Haag dat op dat moment had gevraagd. Dat ging verder dan wat er nu in de overeenkomst staat. We hebben gezegd dat we ook onderschrijven dat wij willen dat daar voorlopig een bedrijventerrein blijft. Zoals de heer Vieira aangeeft, hebben bedrijven zich daar gevestigd en die hebben ook gewoon recht op duidelijkheid voor wat betreft hun manier van functioneren.

Wij hebben op dit moment absoluut geen bedoelingen om daar bedrijvenkavels op te kopen en daar woningen van te maken. Die zekerheid durf ik gewoon te geven aan een partij die daar mede geïnvesteerd heeft en waar we twintig jaar mee hebben samengewerkt. In die overeenkomst staat op verzoek van Den Haag dat als we dat toch willen, dat we met hen in gesprek moeten. Dat lijkt mij het minste wat je kan doen na een periode van samenwerking. De heer Gebben gaf aan dat we daarmee de zelfstandigheid van de gemeenteraad naast ons neerleggen. Dat is absoluut niet waar, want we zullen ook, als we zoiets doen, met de provincie overeenstemming moeten bereiken of dat wel of niet wenselijk is en kan. We hebben op dit moment gewoon niet de mogelijkheid om een stukje bedrijventerrein over te zetten naar woningen. Dat zijn we niet van plan. Het is daarom ook geen enkel bezwaar om dat op te nemen in een eventuele afspraak. Voor wat betreft het verkopen van openbare gronden, eigenlijk hetzelfde. We hebben stukken grond overgenomen voor een symbolisch bedrag van € 1,00. Als wij van plan zijn om die stukken grond te gaan verkopen en daar opeens wel het volle pond voor zouden vragen, dan staat er in deze overeenkomst dat we met Den Haag in gesprek moeten om te kijken of we die meeropbrengsten die we dan krijgen netjes nog volgens de oude manier gaan verdelen.

Dat lijkt mij ook geen enkel probleem om dat toe te zeggen, ook omdat wij niet van plan zijn om wegen, busbanen, perkjes en dergelijke te gaan verkopen op dit moment. Dat leek ons ook geen enkel probleem om dat op te nemen. Verder ga ik eventjes naar het amendement. Dit is een lijst met afspraken uit die conceptovereenkomst, die door het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur is vastgesteld. Inmiddels heeft de gemeenteraad van Den Haag hier al mee ingestemd. Dat betekent dat als u nu via dit amendement deze twee artikelen eruit zou schrappen, dat we geen volledige besluitvorming hebben, dat we terug moeten naar de onderhandeltafel met het bedrijvenschap en dat we op dit moment niet kunnen overgaan tot de besluitvorming rondom de opheffing. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gebben. 7

De heer Gebben: Dan is het mij gewoon niet duidelijk waarom het college het dan een conceptvoorstel noemt. Noem het dan gewoon een voorstel en zeg dan gewoon dat dit het is en er komt niet wat anders. Er wordt gesteld, ook in de oplegger, dat wij actief mee kunnen denken. Daar is dus helemaal geen kans toe. Waarom geeft u daar niet op voorhand meer duidelijkheid over? De voorzitter: Dank u wel de heer Gebben. De heer Voskamp. Wethouder Voskamp: Voorzitter, volgens mij staat er inderdaad in de besluitvorming dat u kennisneemt van deze opgestelde documenten en dat u hiermee instemt. Dat betekent dat wij langs die lijn uiteindelijk de opheffing met het bedrijvenschap zullen gaan opwerken en uitvoeren. De voorzitter: Een interruptie van de heer Gebben. De heer Gebben: Ik lees even wat er volgens mij in staat. Met dit instemmingsverzoek wordt de gemeenteraad in staat gesteld actief mee te beslissen over de door het Bedrijvenschap HarnaschPolder opgestelde documenten. Dit is niet meedenken, dit is gewoon tekenen bij het kruisje of zie ik dat verkeerd? De voorzitter: Dank u wel. De heer Voskamp. Wethouder Voskamp: Voorzitter, als u het hebt over een onderhandelingsresultaat, als je daarvan mag spreken, dan is het soms tekenen bij het kruisje.

Als u dat niet wilt, is dat prima, maar dan kiest u er dus voor om niet over te gaan tot opheffen, maar ons terug te sturen naar de onderhandelingstafel. Dat betekent dat we dan met Den Haag moeten gaan onderhandelen om deze artikelen eruit te halen. Onderhandelen betekent dat als je iets wilt weggeven, of eigenlijk als je iets wilt terugnemen, zou je ook iets moeten weggeven. Ik heb geen idee wat Den Haag op dit moment daarvoor terug zou willen. Het zou wel eens kunnen betekenen dat we met een vervelendere uitkomst te maken krijgen dan dat we nu hebben, waarin we een commitment aangaan dat we sowieso als gemeente van plan waren aan te gaan, namelijk een bedrijventerrein, dat daar een mooi bedrijventerrein is, waar bedrijven zich hebben gevestigd, waar opstallen staan die meer dan die twintig jaar mee zullen gaan, wij hebben geen enkel probleem om die toezegging te doen richting een partij die daar een bepaalde waarde aan hecht. Gezien de manier waarop we samengewerkt hebben, vonden wij dat geen enkel probleem om dat toe te zeggen. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Voskamp. Vanuit de eerste termijn kijk ik nu ook even rond of er behoefte is aan een tweede termijn. Zo ja, inventariseer ik graag wie daartoe. Een ordevoorstel, daarbij geef ik het woord aan de heer Roeling.

De heer Roeling: Mogen wij een korte schorsing om even het amendement door te nemen? Vijf à tien minuten? De voorzitter: Dat lijkt me redelijk. Ik stel voor dat wij om 20.45 uur, over zes minuten, weer starten. Ik schors de vergadering hierbij. Schorsing De voorzitter: Geachte raad, ik heropen hierbij de vergadering. Dat betekent tevens dat wij de tweede termijn ingaan. Ik inventariseer, nee, we hebben al geïnventariseerd, maar er is nog de heer Gebben van de VVD bijgekomen. Ik wil als eerst het woord geven aan de heer Zwaard van het CDA. De heer Zwaard. De heer Zwaard: Het voorstel om het bedrijvenschap te liquideren is eigenlijk een uitkomst van onderhandelingen die zijn gevoerd tussen Midden-Delfland en Den Haag. De voorstellen die er uitgekomen zijn, kunnen wij volgen. De punten 5.3 en 5.4, waarover dan gesproken wordt en waar een amendement voor ligt. Wij kunnen heel goed volgen dat de gemeente Den Haag zegt dat als we binnen die twintig jaar die grond alsnog gaan verkopen, dan willen wij daar toch ook een stukje 8

zeggenschap in hebben. Het was ten slotte de gemeente Den Haag die voor 85% geïnvesteerd heeft in het industriegebied in Midden-Delfland met de hoop dat daar bedrijven uit de Laak in zouden komen, wat voor hen helemaal niet gelukt is. Feitelijk moeten wij blij zijn met het industrieterrein waar we maar 15% hebben hoeven investeren, ten opzichte van 85% voor de gemeente Den Haag. Als die grond nog een keer verkocht gaat worden en ze daar een stukje zeggenschap in hebben en een stukje mee willen delen, dat kunnen wij volledig volgen. Of een amendement hier op zijn plaats is, is sowieso de vraag. Ons wordt gevraagd om in te stemmen met dit voorstel. We stemmen in of we stemmen niet in. Stemmen we niet in, dan wordt het teruggenomen en dan kan het college opnieuw gaan onderhandelen. Dat betekent dat de liquidatie opgeschort wordt. Daar zijn wij geen voorstander van, want ons betreft gaat dit zo snel mogelijk in gang gezet worden. Wij steunen dit voorstel, en we zullen het amendement dan ook niet steunen. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Zwaard van het CDA. Dan wil ik het woord graag geven aan de heer Knaap van de OGP Midden-Delfland. Mijnheer Knaap. De heer Knaap: In de commissie hebben wij al aangegeven dat we zouden instemmen met het voorstel, dus ik houd het kort. Het gaat dan inderdaad even over het amendement dat de fractie VVD heeft ingediend.

Wij haken aan op wat de wethouder ook al zegt, als je al die jaren samenwerkt en ook samen investeert, waarbij het grootste deel van die investering echt vanuit Den Haag komt en het ook niet een heel positief resultaat heeft opgeleverd, zo een bedrijvenschap, dan snappen wij ook heel goed dat als je als gemeente nog iets gaat doen dat een grondwaardeverhoging tot gevolg heeft, je dan wel eventjes nog met elkaar om tafel gaat zitten om te kijken hoe je dat met elkaar doet. In die zin snappen wij die artikelen best wel. Dat is dus ook de reden waarom we het amendement niet zullen steunen. Het enige waar wij nog wel even wat aandacht voor willen vragen, is de staat van de trottoirs bij transportbedrijf Trofi Pack. Over dat soort dingen hebben we het in de commissie ook al gehad. Die liggen er echt al jaren heel slecht bij. Er parkeren nog steeds vrachtwagens op de stoep. Er wordt, denk ik, niet heel erg goed op toegezien. De aanmoediging die wij het college willen meegeven, is ga alsjeblieft gewoon handhaven en knap ook die stoepen op enig moment op, want ze zakken nu echt wel tot slootniveau ongeveer. Tot zover, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Knaap. Dan wil ik het woord geven aan de heer Vieira van D66. Aan u het woord. De heer Vieira: Als je naar het voorstel kijkt, zijn er volgens mij twee opties.

Dit wordt voorgelegd aan de gemeenteraad in Den Haag en in Midden-Delfland. Volgens mij kan je als gemeenteraad of instemmen of niet. Als je niet instemt, zou je bij wijze van spreken een motie kunnen opstellen en dan mee kunnen geven aan een wethouder wat hij eventueel zou moeten doen. Een amendement zou vreemd zijn, want stel je voor dat Den Haag had geamendeerd dat het geen twintig jaar maar vijftig jaar is, moeten wij ons dan schikken naar Den Haag, omdat zij het in hun gemeenteraad hebben geamendeerd. Wat ons betreft is een amendement sowieso niet passend, als je al iets uitonderhandeld hebt. Dan naar het resultaat zelf. Wat ik eigenlijk in de eerste termijn in de vraagstellingen ook zei, wat geef je feitelijk weg als je zegt: bedrijven, jullie hebben vorig jaar of het jaar daarvoor misschien tonnen, miljoenen geïnvesteerd. Wij vinden dat je niks weggeeft als je zegt dat je twintig jaar zekerheid behoudt. In die zin snappen wij het resultaat van de onderhandelingen en zou er in onze ogen geen betere uitkomst kunnen zijn. Wat ons betreft stemmen wij in met dit voorstel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Vieira. Dan wil ik het woord geven aan de heer Gebben van de VVD. De heer Gebben: Wij vinden het toch wel een beetje teleurstellend om vast te stellen dat wij in dit proces eigenlijk niets meer kunnen wijzigen.

De raad heeft volgens ons altijd het recht om zijn zaken te mogen amenderen. Nu voelen we ons wel een beetje buitenspel gezet. Wat ons betreft is het ook niet zo dat Den Haag hier echt alleen maar het slachtoffer is. Zij hebben doordat ze een bedrijventerrein ook op ons grondgebied hebben kunnen realiseren, daar hebben ze inderdaad ook in geïnvesteerd, maar ze hebben ook grond vrijgehouden om op hun eigen grondgebied dingen te doen die ze zelf belangrijk vinden. Dat is ook een voordeel van hun kant, dus ze zijn er echt niet 9

alleen de dupe van geworden. Aan het eind van het liedje is dat wij er maar op moeten vertrouwen dat het college het onderste uit de kan gehaald heeft. Daar komen we niet achter, dus hier wilde ik het even bij laten. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Gebben. Ik kijk nog even naar rechts, naar Mijn Partij of de heer Roeling... Nee? Oké. Dat betekent dat wij de tweede termijn hierbij afsluiten en dat betekent ook dat wij dit voorstel nog niet in stemming brengen, maar wel het amendement in stemming brengen. Tenzij de wethouder... Ja, want op zich is het zo dat er duidelijkheid is gegeven over het amendement wel/niet steunen. Het voorstel is net in de ronde duidelijk naar voren gekomen. Alleen die vrachtwagens op de stoep, is dat nog iets waarbij nog een terugkoppeling gegeven kan worden wethouder Voskamp? Wethouder Voskamp: Voorzitter, sowieso is het bij ons in beheer, voor de duidelijkheid. We hebben daar al een keer gekeken. Het is geen gevaar. Het verdient niet de schoonheidsprijs, maar het is geen gevaar. Wat dat betreft is het voor nu eventjes zoals het is. We zullen kijken of er maatregelen mogelijk zijn. Er wordt wel degelijk, ook samen met de bedrijvenvereniging, gekeken naar handhaving en mogelijkheden tot het aanspreken van foutparkeerders. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Van der Eijk.

De heer Van der Eijk: Ik hoor de wethouder nu ineens zeggen dat daar geen gevaar is. De oproep ging ergens anders over, maar er stonden voorheen altijd busjes bij PostNL. Daar was misschien ook geen gevaar, maar daar ging de gemeente wel handhaven. Ik roep u toch met klem op één lijn te hanteren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van der Eijk. Het woord is aan wethouder Voskamp. Wethouder Voskamp: Voorzitter, volgens mij heeft de heer Van der Eijk het tweede deel van mijn antwoord niet gehoord. Er wordt wel degelijk op gehandhaafd. Samen met de bedrijvenvereniging zijn we daarmee bezig. De gevaarzetting heeft puur te maken met hoe de situatie nu is als er een gevaar is, dan moeten we wel degelijk direct dingen aanpakken. In die zin is het beoordeeld en is dat niet het geval. Wij zullen kijken welke maatregelen er mogelijk zijn om dit structureel op te lossen. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Voskamp. Dat betekent dat nu, na deze tweede termijn, ik het amendement in stemming wil brengen. Ik wil u vragen om uw stem uit te brengen. Het resultaat van de stemming is 9 stemmen tegen en 7 stemmen voor. Daarmee is het amendement verworpen. Dan gaan we vervolgens over tot besluitvorming. Ook daarbij wil ik u vragen... Ik zie een interruptie. De heer Gebben, aan u het woord.

De heer Gebben: Het is jammer dat ons amendement het niet gehaald heeft, maar we vinden het wel belangrijk dat de Gemeenschappelijke Regeling zo snel mogelijk wordt opgeheven. Daarom gaan we instemmen, maar u zult begrijpen dat we niet tevreden zijn met de voorwaarden waaronder. Dank u wel. De voorzitter: Duidelijk en genoteerd. Dat betekent dat we nu het voorstel in stemming brengen. Daarbij zie ik dat met algehele stemmen dit voorstel, met de opmerking van de VVD daarbij genoteerd, is aangenomen. Het amendement wordt verworpen met stemmen voor van Mijn Partij en VVD. Het voorstel wordt unaniem aangenomen.

7.

Extern onderzoek namens raad n.a.v. datalek eind juli 2025

De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 7, extern onderzoek namens raad naar aanleiding van de datalek eind juli 2025. Door de gemeenteraad is op 26 augustus 2025 de motie Win vertrouwen terug door extern onderzoek aangenomen. Met deze motie heeft de raad besloten om zelf een onderzoek te starten naar de oorzaak van het datalek van eind juli 2025. Tevens is bepaald dat de aard en de opzet van de onderzoeksvragen door de raad worden besproken en 10

besloten. Het plan van aanpak van het gevraagde bureau ligt ter besluitvorming aan u voor. Er is geen portefeuillehouder vanuit het college aanspreekbaar, dus de raad moet het debat zelf voeren, voor zover. Wie verlangt daarop het woord? Niemand. Dan is bij dezen de stemming geopend om dit voorstel, extern onderzoek namens raad naar aanleiding van datalek eind juli 2025 in stemming te brengen. Ik sluit de stemmingen. Ook hierbij is het voorstel met algehele stemmen aangenomen. Het voorstel wordt unaniem aangenomen.

8.

Derde periodieke begrotingswijziging 2025

De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 8, de derde periodieke begrotingswijziging 2025. De derde periodieke begrotingswijziging van dit jaar ligt ter besluitvorming voor. Het sluit met een negatief saldo van € 249.050,00. De fracties D66, Mijn Partij en VVD hebben de wens te kennen gegeven om hier vanavond over te spreken. Ik neem aan dat die drie fracties in ieder geval zullen spreken. Ik inventariseer hierbij ook wie nog meer het woord zou willen voeren. Ik zie de heer, ja dank u wel. Dan zou ik als eerste het woord willen geven aan de heer Van der Eijk van de VVD. De heer Van der Eijk: De derde periodieke begrotingswijziging. Wederom zien wij hier een plan in de openbare ruimte, zoals ik in de commissie aangaf, dat meer ging kosten dan waar geld voor was, waarvoor het college goede redenen zag om het aan te besteden. Het college belooft eigenlijk de raad een verbeterplan. Ondertussen geeft het zelf geld uit waar de raad nog geen akkoord voor heeft gegeven. De raad wordt ook niet geïnformeerd. De raad wordt wel geïnformeerd bij de periodieke begrotingswijziging, voorzitter. Als ik dan kijk waar de raad dan wel een briefje van krijgt, dan is het van 'beste gemeenteraad, we gaan de Maassluiseweg opnieuw asfalteren'. Daar neemt het college wel de moeite om de raad te informeren, terwijl daar geen budgetvraag ligt.

Waar er tekort aan budget is, vindt ons regenteske college het niet nodig de raad te informeren. Daar wringt toch wel de schoen. Ik vraag me dan af wel wat het verbeterplan van het college inhoudt, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van der Eijk. Dan wil ik het woord graag geven aan de heer Van der Spek van Mijn Partij. De heer Van der Spek: Ik wil allereerst het college bedanken voor de beantwoording van de vragen. Zoals u gemerkt hebt, naar aanleiding van de commissie had ik ook beloofd om een aantal vragen in te sturen, des te meer om in te zien hoe een begroting gelezen wordt. U heeft misschien de vragen gezien, best uitgebreid, waarvoor dank voor de beantwoording. Als je de beantwoording leest, heb ik snel even doorgenomen toen we die hadden ontvangen, eind van de middag, zie je een aantal dingen passeren. Het gaat meer over de aansluiting van begrotingswijziging 2 naar 3. Als je dat bekijkt, zie je gewoon bij heel veel posten van investeringskredieten heel veel verschillen. Daar had ik vragen over gesteld. Je ziet daar een rode draad uit welk potje en welke bedragen worden toegevoegd om de begroting kloppend te maken.

Een aantal aanpassingen daarvan zijn aanpassingen door begrotingswijzigingen, het doorschuiven van restantkredieten uit 2024, het doorschuiven van het investeringskrediet uit 2024 en ook een punt, sommige dingen wijken af vanwege bij de jaarrekening doorgeschoven budgetten. Het college heeft aangegeven dat er in de PBW 2, twee keer een foutje zat dat het gecorrigeerd heeft in begrotingswijziging 3 die we ontvangen hebben. Mijn vraag aan het college en de wethouder is dan ook, het moet voor ons allemaal leesbaar zijn om een begroting te kunnen lezen, als je kijkt naar de bijlagen van een begroting, wordt het de ene keer wel goed benoemd, dan ga je van begroting, werkelijk, restant, mutaties en begroting. Bij de investeringskredieten staat het weer in een andere volgorde. Dat maakt het voor ons allen best moeilijk om dat goed te lezen. Wat ik net aanhaalde, die potjes waar het vanuit komt, is mijn vraag aan de wethouder om het voor ons leesbaar te krijgen, om te zien hoe die budgetten met elkaar aansluiten, is mijn verzoek: kan het college mij ook aangeven om bij de volgende begrotingswijzigingen die posten te benoemen, dat heb ik al vaker gevraagd, in de toelichtingen van de mutaties? Ik zie een interruptie, voorzitter. De voorzitter: De heer Vieira, aan u het woord.

11

De heer Vieira: Ik heb een vraag aan Mijn Partij. Ze hebben 27 vragen gesteld over bepaalde posten, hoe ze wel of niet te verklaren zijn. Kan Mijn Partij zich vinden in de uitleg, of heeft u een voorstel om dat te amenderen, anders te doen? Wat is de kijk van Mijn Partij daarop? Ik neem aan dat die vragen ontstaan zijn omdat er twijfels zijn over de juiste boeking. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Vieira. Mijnheer Van der Spek. De heer Van der Spek: Daar kan ik wel reactie op geven. De uitleg is helder. Wat ik net al zei, er zijn een aantal potjes gecreëerd waar het vandaan komt. Dat heeft het college ook aangegeven in de beantwoording, de aanpassingen van het begrotingskrediet en dergelijke. Als dat benoemd wordt in het opmerkingenstukje/-veld, dan is het voor ons allemaal makkelijker leesbaar. Als je bijvoorbeeld een begroting hebt van € 5 miljoen, en hij sluit niet aan op de derde begrotingswijziging, er staat opeens € 6 miljoen, dan wil je weten waar die € 1 miljoen vandaan komt. Als het nou keurig in die mutatie/opmerking komt, het komt uit een aanpassing begrotingswijziging 2024, dan is het voor ons allemaal helder. Dat is mijn vraag aan het college. Is het college ertoe bereid om dat aan te passen? Tot zover even mijn eerste opmerking, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik de heer Van Rijs van het CDA graag het woord geven.

De heer Van Rijs: In het debat over dit onderwerp tijdens de afgelopen commissievergadering heeft het CDA het college verzocht om bij grote overschrijdingen de raad eerder te informeren dan op de eerstvolgende periodieke begrotingswijziging. Dit verzoek blijft staan. Verder is het CDA akkoord met deze derde periodieke begrotingswijziging. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Rijs. Dan wil ik de heer Vieira van D66 graag het woord geven voor de eerste termijn. De heer Vieira: U gaf aan dat het wat ons betreft een bespreekstuk was. Ik kan me niet exact heugen dat ik dat gezegd heb. Wat ik wel gezegd heb, en dan sluit ik aan bij wat de heer Van Rijs aangeeft, is wij hebben als gemeenteraad begrotingsregels en afspraken die we met elkaar maken. Als er overschrijdingen zijn of afspraken zijn als je het overschrijdt, dat je dat terugkoppelt aan de raad. In die zin kan ik de opmerkingen van collega's daarin volgen. Dat is niet gedaan, dus we hebben wel een oproep gedaan aan het college om de raad tijdig te informeren, want die regels hebben we niet voor niets. Aan de andere kant staat in de periodieke begrotingswijziging welke kosten gemaakt zijn en waarop ze geboekt zijn. Daar hebben wij op zichzelf nu geen amendement of andere wijzigingsvoorstellen voor. Wat ons betreft is het akkoord. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Vieira.

Dat betekent vanuit de eerste termijn dat er een aantal vragen voorliggen vanuit de VVD over het informeren van de raad, het niet goed en niet tijdig, als wel vanuit de heer Van der Spek, vooral de leesbaarheid en volgordelijkheid en ook het verzoek om daar een volgende keer mogelijk wat aan te kunnen doen. Dan gaat het met name om de mutatieopmerkingen, want de uitleg en de vragen zijn wel juist beantwoord. Dat was eerlijk gezegd ook een hele klus, maar dat is van beide kanten een inspanning geweest, want we willen dat met elkaar kwalitatief verbeteren. De uitleg is helder. Dat was ook duidelijk wat u teruggaf. Vanuit het CDA een akkoord, maar het blijft voor iedereen belangrijk om de raad tijdig te informeren. De heer Voskamp. Wethouder Voskamp: Voorzitter, in de commissie heb ik aangegeven wat het proces was om te komen tot een begrotingswijziging. Dan lijkt het soms alsof we eerder, meer en beter hadden kunnen informeren. Ik denk dat gewoon de conclusie is dat dat niet zo is. Als ik kijk wat er in het veld loopt, speelt, uitgegeven wordt, omdat we dingen aan het doen zijn, dan ontbreekt ons soms de tijd om u daar op voorhand, laat ik maar even in het meest uiterste benoemen, u op voorhand te verzoeken om daarmee akkoord te gaan.

Dat betekent dat we soms een besluit nemen als college, of dat de mensen in het veld het besluit nemen om dingen te doen in de veronderstelling, in de afwachting van een officiële uiteindelijke goedkeuring van die uitgaven. In die uitgaven, en daar is dan de periodieke begrotingswijziging denk ik het meest duidelijke voorbeeld van, halen we op wat er in een bepaalde periode is gebeurd, bekijken we waar de afwijkingen zijn en waar er inderdaad eventueel een aanpassing aan de begroting moet plaatsvinden en dan stellen we u dat 12

voor. Mochten wij eerder het gevoel hebben dat we vanwege de keuzes die gemaakt zijn of vanwege de hoogte van de overschrijding of vanwege de tijd die er is u daar eerder over kunnen informeren of misschien zelfs wel kunnen consulteren of dat een wenselijke actie is, dan zullen we dat zeker niet nalaten. Ik denk dat wij met deze periodieke begrotingswijziging een drietal posten hebben verduidelijkt, zodat het voor u geen zoekplaatje is, maar dat we daar hebben aangegeven dat dit wat grotere posten zijn en dat het vraagt om een extra uitleg. Dat hebben we volgens mij ook gedaan. Dan is het natuurlijk uiteindelijk de vraag of u akkoord kunt gaan met die uitleg en of u zich daarin kunt vinden. In die zin denk ik dat wij het proces volgen dat we zodra het nodig is u daar uiteraard over informeren. Op het moment dat het grote uitgaven zijn waar ook nog een keuze aan zit, dat we uiteraard natuurlijk bij u als raad komen om daar goedkeuring voor te vragen. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Jongsma van de OGP Midden-Delfland. De heer Jongsma. De heer Jongsma: Ik heb een vraag aan de wethouder. De wethouder geeft aan dat als de aanleiding daartoe is. Is dat ook enigszins voor iedereen wat concreter te maken? Een soort marge bijvoorbeeld dat als de budgetoverschrijding boven de 10% is, dat dan al wel geïnformeerd wordt.

Of is dat 30%? Om het iedereen wat makkelijker te maken. De een denkt, het valt wel mee, ik ga wel even door. Een ander denkt bij de kleinste overschrijding al dat ze daar wel even over moeten informeren. Ik vroeg me af of daar een soort van bandbreedte is of een soort van toetsingskader. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Jongsma. Het woord is aan de heer Voskamp. Wethouder Voskamp: Voorzitter, daar is geen bandbreedte te geven. Ik denk dat het eerder zit in of dit kosten zijn die we kunnen vermijden, of zijn dit kosten die we sowieso gaan maken? Dan heb je het over uitvoeringen die gaande zijn, snelheid in bijvoorbeeld het offertetraject, besluitvorming om het te gunnen en het dan ook te gaan doen, of meerwerk tijdens een project dat loopt waarvan de keuze eigenlijk niet is of we het wel of niet doen, maar dat we het gewoon moeten doen omdat nu het werk openligt en we doorgaan. Ik kan u wel zeggen dat we in het verleden ook een paar keer als college hebben gezegd dat er voor de periodieke begrotingswijziging een opgewerkte keuze staat, waar bijvoorbeeld nog geen besluit over gevallen is. Dan hebben we ook als college gezegd dat we dat niet via de periodieke begrotingswijziging gaan besluiten, dat zullen we eerst moeten doen. Dat hebben we bijvoorbeeld rondom de kadernota gedaan.

We hebben eerst gezegd dat we dat eerst in de kadernota doen en als we zekerheid hebben dat we dat in de volgende jaren ook gaan doen, dan kunnen we zeggen dat dat betekent dat er een begrotingswijziging nodig is om dit jaar ook te kunnen doen. Ik denk dat het vooral zit in het feit dat we niet de periodieke begrotingswijziging willen gebruiken om nieuw beleid of nieuwe uitgaven in te zetten en daarmee akkoord te vragen voor én de uitgaven én de ingezette weg, maar dat het vooral is voor de onderhavige projecten, waarbij of bij een openeinderegeling er meer mensen komen en langere trajecten zijn, of dat inderdaad op het moment dat we ergens bezig zijn, de afgraving wat groter is, meer grond afgevoerd moet worden en dat we daar niet op gaan wachten totdat we dat uiteindelijk in een vergadering kunnen concluderen. Voorzitter, dan richting de heer Van der Spek van Mijn Partij. Ik snap uw vraag en ik twijfel hoe we hier het beste mee om kunnen gaan. Uw vragen hebben, zoals de burgemeester ook aangaf, best veel stof doen opwaaien in de afgelopen dagen voor het ambtelijk apparaat. Er zijn dingen uitgezocht door een aantal mensen die daar echt 1 à 2 dagen mee bezig zijn geweest. Dat heeft niet te maken met het feit dat het nu zo ingewikkeld was, maar u stelt een vraag en u heeft recht op een goed, gedegen uitgewerkt antwoord.

Ik kan wel zeggen dat we voor iedere post gaan zeggen waarom het zo is geweest of waarom we het zo doen, maar de basis ligt in het feit, en dat zag u ook in een deel van uw antwoorden, u heeft op een moment iets besloten, bijvoorbeeld de tweede periodieke begrotingswijziging, daar is nog een losse begrotingswijziging overheen gekomen. Daar zijn nog beslissingen vanuit de jaarrekening overheen gekomen. Dat komt uiteindelijk in een nieuw saldo van de derde periodieke begrotingswijziging. Ja, dat kunnen we natuurlijk allemaal uitleggen en toelichten, maar dat gaat echt, voor mijn gevoel, een hoop werk met zich meebrengen die uiteindelijk de technische wijziging, want daar hebben we het in dit geval over, geen recht gaat doen en ook niet nodig zal zijn. U zag in de antwoorden dat een groot deel gewoon heel eenvoudig te verklaren is door naar de juiste stand van zaken te verwijzen. Dat is soms lastig uit te zoeken, 13

want het is voor ons bijvoorbeeld best lastig om nu te bepalen wat de exacte stand van de tweede periodieke begrotingswijziging op die datum was. Het gaat er uiteindelijk om wat er op dit moment in de boeken staat en hoe we daar verder mee gaan. Ik wil mijn best doen om te kijken of we u daar zo goed mogelijk over kunnen informeren, zoals ik dat de vorige keer ook heb gezegd, rondom de grote bedragen die we goed moeten toelichten. Om nu te zeggen dat we alle verschillen, helemaal tot op de puntjes en de komma's gaan toelichten, dan denk ik dat we dat niet moeten willen. Dan zal u ook een klein beetje het vertrouwen moeten hebben dat als wij deze begrotingswijziging opwerken, we daar de juiste stappen in zetten, de nieuwe stand van zaken meenemen en dat uiteindelijk we met elkaar die begrotingswijziging zo goed mogelijk proberen door te voeren. Voorzitter, tot zover. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Voskamp, voor de beantwoording en de toelichting daartoe. In ieder geval proef ik daar heel duidelijk ook 'zo goed mogelijk'. Het is vanuit hoor en wederhoor wel degelijk een bewustzijn, maar ook met de beperkingen die net toegelicht zijn. De heer Van der Spek. De heer Van der Spek: Dank u wel. De voorzitter: Sorry, anders had ik het na u gezegd, maar dit is de start van de tweede termijn. U krijgt nu de gelegenheid mijnheer Van der Spek.

Uiteraard heb ik daarbij de anderen die straks ook in de ronde aan de beurt komen. De heer Van der Spek, ik geef u als eerste het woord. De heer Van der Spek: Ook ik snap de wethouder. U geeft zelf aan dat het voor u lastig is geweest om dit in kaart te brengen. Hoe denkt u dan hoe wij ons voelen? Het is voor ons ook lastig om dit te lezen. Nogmaals, u geeft aan 'we gaan kijken of we het beter kunnen verwoorden in de bijlagen'. Daar ben ik alleen maar blij mee. Het moet voor ons gewoon leesbaar zijn hoe een begroting is opgesteld. U zegt zelf al, begrotingskrediet, restantkrediet, jaarrekening. Om dat voor ons ook allemaal weer terug te gaan zoeken, is ook lastig. Het is voor u als financiële afdeling, denk ik, gewoon heel simpel te zien waar die kosten vandaan komen en in het kolommetje aan te geven, dat is een begrotingswijziging uit 2024, een kredietrestant. Dat is voor iedereen helder. Dat wil ik eventjes toelichten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van der Spek. Dan wil ik nu het woord geven aan de heer Van der Eijk van de VVD. De heer Van der Eijk: Ik heb het vanavond eerder gezegd dat de VVD van mening verschilt met het college over hoe wij hiermee om moeten gaan. Ik heb net nog even teruggekeken.

Dan kom ik weer eens even bij de Trekkadebrug en wat er dan in de derde periodieke begrotingswijziging staat als totaal werkelijk budget, is een geheel ander bedrag dan eerder schriftelijk aan mij beantwoord is in deze vergadering vanavond. Laat ik het daar maar bij houden, voorzitter. Wij steunen deze manier van werken dus niet en wij zullen dit voorstel dus niet steunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van der Eijk. Dan wil ik vervolgens het woord geven aan de heer Vieira van D66. De heer Vieira: We hebben al gezegd dat we met het voorstel instemmen. Dat gaan we ook doen, maar ik heb toch een vraag over de begroting en hoe we daarmee omgaan. Aan het begin van het jaar vragen wij aan het college welke kosten er worden gemaakt. Dan wordt gezegd hiervoor € 200.000,00, € 300.000,00 of € 700.000,00, maar goed, dan hebben we een beeld en daar stemmen wij als raad mee in. Dan hebben we een verordening die aangeeft: best college, u heeft uw inschatting gemaakt, maar u hoeft niet voor € 1,00 terug te komen. U mag tot € 50.000,00 zelf overschrijding hebben en dan rapporteert u dat aan ons. Ik probeer de wethouder te begrijpen. Eigenlijk geeft de wethouder nu aan dat al heb ik die overschrijding van € 50.000,00, het niet werkbaar is om dan stop te zetten.

Dan is mijn vraag, vindt het college dat wij die grens moeten oprekken of dat we dit nog een keer in een Auditcommissie moeten bespreken? We hebben bepaalde verwachtingen, namelijk dat we iets vaststellen wat we met elkaar gaan doen. We hebben ook nog aangegeven dat er onvoorzien en € 50.000,00 mandaat is. Ik begrijp dat dat niet voldoende is. Begrijp ik dat goed, voorzitter? 14

De voorzitter: Deze vraag ligt voor aan het college en wethouder Voskamp, maar voordat ik de wethouder voor de tweede termijn het woord geef, zie ik dat wij eenieder de gelegenheid hebben gegeven en kijk ik weer naar onze wethouder Voskamp voor de beantwoording. Wethouder Voskamp: Voorzitter, dank u wel. Met de heer Van der Spek ga ik mijn best doen om te kijken wat we kunnen doen. Ik snap ook echt waar u naar op zoek bent, maar ik zou bijna zeggen, zo makkelijk als u het nu schetst, zal het niet zijn. Ik ga kijken wat we daarin kunnen doen en ik ga proberen om u daar zo goed mogelijk in mee te nemen. Het zou ook kunnen betekenen dat we niet op alle punten die u bijvoorbeeld nu in uw vragen heeft gesteld, op voorhand de volgende keer een uitwerking en antwoord hebben. Voor wat betreft de Trekkadebrug, u noemt een verschil, mijnheer Van der Eijk, maar ik weet ook niet precies waar u nu op doelt. Het is dus best lastig om dat hier live mee te nemen. Richting de heer Vieira wil ik zeggen dat we inderdaad een verordening hebben. Volgens ons houden we ons aan die verordeningen door het op deze manier te doen. U heeft uiteindelijk het recht om een begrotingswijziging goed te keuren. Tot die tijd kunnen wij wel dingen doen, maar zijn wij soms volgens de verordening niet netjes bezig, maar leggen we dat aan u voor.

Dat is ook de reden waarom we in zo een periodieke begrotingswijziging geen grote wijzigingen zullen doen in het kader van beleid en keuzes die u nog niet gezien heeft. We zullen wel moeten zorgen dat het doorgaat. Soms betekent dat € 50.000,00 misschien een lastige grens is om te doen. Soms is het ook niet € 50.000,00, maar door afschrijving praten we over een klein bedrag dat we uiteindelijk in de begroting verwerken, terwijl het gaat om een investering die we dan weer uitsmeren over meerdere jaren. Er zit wat nuance op dat verhaal bij. Ik denk dat het goed is om met elkaar te kijken, bijvoorbeeld in de Auditcommissie, of we daar wat meer duidelijkheid in kunnen geven. Misschien zou dat betekenen dat er iets meer vrijheid komt voor het college om bepaalde zaken te doen, misschien zegt u wel van nee, zelfs de vrijheid die u nu pakt, die is te veel, dat moeten we anders gaan inrichten. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Voskamp, voor de beantwoording ook van de vragen. Volgens mij zijn alle vragen hierbij beantwoord en is het ook zo dat ik daarom u ook wil vragen om de derde periodieke begrotingswijziging 2025 in stemming te brengen. Vanwege de technische mankementen gaan we de derde periodieke begrotingswijziging 2025 in stemming brengen met handopsteken. Wie is voor? 9 stemmen voor en wie zijn tegen? 7 stemmen tegen. Daarmee is het voorstel aangenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=bc826e6e-bbd2-4af7-927d-d4ead6ac7c98