2025 m 04 d 15 Vsl Raad
Tekst van het document
We hebben goede initiatieven, er wordt geld gevraagd aan ons en we zijn ondertussen ook bezig met een inventarisatie en uitwerking van bezuinigingen die we u bij de kadernota zullen voorleggen. Juist die eerlijkheid spreekt, wat mij betreft, uit dit raadsvoorstel. Daar staat gewoon bij dat we wel die € 100.000,00 aan subsidie voor ogen hebben, maar dat dat is onder voorbehoud van hoe eventuele gesprekken rond de bezuinigingen gaan. Het goede aan dit verhaal is dat het beleidskader neergelegd is. Wat willen wij als gemeente? Daar heeft PUUUR op gereageerd met een meerjarenplan. Zij willen heel graag meerjarig afspraken maken.
We hebben geprobeerd om daar zoveel mogelijk aan tegemoet te komen door dat plan voor meer jaren te accepteren en het beleidskader ook voor meer jaren te accepteren en door regelmatig met elkaar in gesprek te gaan: waar staan we? Wat is er nodig? Wat moet bijgestuurd worden? Wat mij betreft hoort daar, niet in het eerste jaar, maar zeker in de jaren daarna, ook de vraag bij: wat als we u, net als andere subsidieontvangers, uitdagen door te vragen 'wat zou u kunnen besparen?' Wat zou u dan minder gaan doen? Waar zien we het effect terug als we een korting doorvoeren die we al dan niet gezamenlijk afspreken en als we bijvoorbeeld zeggen 'u zult het volgend jaar met 10% minder moeten doen?' Dan is het terecht dat PUUUR zegt 'als dat zo is, kunnen we dit niet meer doen of kunnen we dat niet meer doen'. Daar moeten we dan met elkaar het gesprek over hebben. Wat mij betreft, voorzitter, nemen we, als dit beleidskader zo vastgesteld wordt, in de kadernota op dat we volgend jaar € 100.000,00 subsidie verlenen op basis van de plannen die voorliggen en de begroting die voorligt. En dan gaan we zo snel als mogelijk met PUUUR verder in gesprek, zoals 15
we ook aangegeven hebben, over hoe we dat de verdere jaren gaan doen. Wat ons betreft, proberen we daar een zo goed en zo transparant mogelijke toezegging over te doen aan hen, zodat ze kunnen rekenen op het geld waar we het over hebben. Dat zal altijd omstreden zijn omdat we pas bij de begroting uiteindelijk het geld beschikbaar stellen. Dat betekent dat u daar ieder jaar, als raad over mag gaan. Ik zou ook zeggen, zelfs de opvolgers die in een volgende periode in deze raad zitten, gaan er dan over. Dat is ook eerlijkheid en dat is ook gedegen bestuur. Voorzitter, tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Voskamp voor de heldere uitleg en toelichting hierop. Dat maakt dat ik ga inventariseren wie er gebruik wil maken van de tweede termijn. De heer Gebben, de heer Ringeling, de heer Jongsma en de heer Scholtes. Als eerste wil ik het woord geven aan de heer Gebben. De heer Gebben: In de commissie hebben wij al aangegeven blij te zijn met de ontwikkeling die PUUUR het laatste jaar heeft doorgemaakt. Er heeft duidelijk een professionaliseringsslag plaatsgevonden en er ligt nu een concreet plan met duidelijke afspraken en controlemomenten. De VVD vindt het, gezien deze ontwikkelingen, nu niet verstandig om de reeds gedane investeringen – want zo is het ook – teniet te doen door er nu mee te stoppen.
We zijn blij met de toezegging dat in ieder geval voor het eerste jaar 100.000,00 gegarandeerd is. Ik denk dat ook de langeretermijnzekerheid voor PUUUR heel fijn is. Dan kunnen ze ook echt werken aan eigen inkomsten. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Scholtes, D66. De heer Scholtes: Voorzitter, hoor ik de VVD zeggen dat, ongeacht wat er gebeurt, ongeacht wat de bezuinigingsopgave is, de tonnen voor PUUUR tot 2030 gewoon gegarandeerd moeten zijn? De voorzitter: Het woord is aan de heer Gebben. De heer Gebben: Nee, dat hoort u mij niet zeggen. Ik heb het alleen over het eerste jaar. Dat zei de wethouder ook. Dat er daarna gekeken wordt of we daarmee doorgaan, vind ik op zich een prima voorstel. Mijnheer Scholtes, mag ik erop wijzen dat het uw coalitie is, dus ik mag aannemen dat u iets beter op de hoogte bent van de komende bezuinigingsplannen, dan wij op dit moment als oppositie. Dus deze opmerking is verbazingwekkend. De voorzitter: Ik zie een interruptie, mijnheer Scholtes, D66. De heer Scholtes: Voorzitter, het is misschien een wedstrijdje open deuren intrappen. Maar is de VVD zich ervan bewust dat we in een dualistisch stelsel leven? De heer Gebben: Daar ben ik me heel erg van bewust en ik ben me er ook van bewust dat wij een vrij competent college hebben dat, denk ik, wel erg goed weet of die € 100.000,00 wel of niet beschikbaar is voor dit jaar.
Ik neem aan dat het anders niet met het voorstel was gekomen. Maar goed, wij zien goede controlemomenten. Wij zien ook echt de meerwaarde van gebiedsmarketing voor onze gemeente, maar ook voor onze ondernemers. Dus wij zullen instemmen met dit plan, zoals het nu voorligt. De voorzitter: Helder, dank u wel. Dan wil ik vervolgens het woord geven aan de heer Ringeling van de ChristenUnie. De heer Ringeling: Het is inderdaad wel een lastige discussie want ik weet het ook niet. Ik lees het raadsvoorstel en lees dan bij 'advies commissie': 'de commissie stemt in met het voorstel. Meerdere fracties geven aan dat de financiële aspecten aan bod komen bij de bespreking van de Kadernota 2025'. Dat moet waarschijnlijk 2026 zijn. Maar mijn idee is dus dat het een heel goed voorstel is. Dat beleidskader is prima. Even tussendoor. Los van al het werk dat PUUUR heeft gedaan, alle waardering voor wat er op tafel ligt van de kant van PUUUR nu, maar dat ontslaat ons er niet van dit ook mee te nemen in die brede afweging van waar we op moeten bezuinigen en waar niet. Ik beschouw het als een intentie van het college om PUUUR de komende jaren dus € 100.000,00 subsidie te verlenen. Dus er is een 16
intentie, maar de definitieve toezegging kan pas worden gedaan nadat de raad een besluit heeft genomen. Zo lees ik het. Als dat niet zo is, hoor ik het graag van het college. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Ringeling. Die vraag ligt direct voor aan de wethouder, maar we gaan allereerst door met de heer Jongsma van OGP Midden-Delfland. De heer Jongsma: In de recente evaluatie van 2024 is duidelijk geworden dat gebiedsmarketing in Midden-Delfland een nieuwe richting vereist. Stichting PUUUR heeft zich als centrale speler bewezen bij het versterken van de regionale identiteit en naamsbekendheid. Om deze positieve koers voort te zetten en te versterken, is het essentieel dat PUUUR de komende jaren in principe – wij zeggen nadrukkelijk 'in principe' – een subsidie van € 100.000,00 ontvangt. Er is al een aantal argumenten genoemd waarom we die subsidie moeten verlenen. Het eerste is een strategisch meerjarenplan van PUUUR. Het tweede is het beleidskader gebiedsmarketing dat er nu ligt. Dat maakt het allemaal een stuk duidelijker. Er zijn goede prestatieafspraken gemaakt voor de evaluatie en er is een alternatieve en financiële stabiliteit.
Dus onze conclusie is dan ook: het toekennen van een jaarlijkse subsidie van € 100.000,00 aan gebiedsmarketing, aan PUUUR, is gerechtvaardigd, gezien de strategische visie, bewezen effectiviteit en de noodzaak tot verdere professionalisering van gebiedsmarketing in Midden-Delfland. Dit biedt niet alleen continuïteit en stabiliteit, maar ook een solide basis voor groei en ontwikkeling binnen het regionale landschap. Dat is wat ik erover wil zeggen, of wat wij als OGP Midden-Delfland willen zeggen. Wij vinden dus dat we in kunnen stemmen met dit voorstel tot een jaarlijkse subsidie van, in principe, € 100.000,00. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Jongsma. Dan wil ik tot slot het woord geven aan de heer Scholtes, D66. De heer Scholtes: We zijn erg blij met de beantwoording van de wethouder en blij dat hij ons nogmaals goed erop gewezen heeft dat wij zeker ook in de toekomst gaan over de gemeentefinanciën en naar welke zaken wel of geen subsidies of andere financiële middelen gaan. Met die toevoeging geeft dat ons voldoende waarborg om met het voorstel in te stemmen. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Scholtes, dan kijk ik even naar wethouder Voskamp voor de beantwoording van de vraag rond die meerjarige financiering, om nog even goed te duiden hoe we die moeten zien in het voorstel zoals dat hier voorligt. Aan u het woord.
Wethouder Voskamp: Voorzitter, heel formeel stelt u als raad het beleidskader Gebiedsmarketing 2026-2030 vast. Dat is het voorstel. Daar staat inderdaad die € 100.000,00 in genoemd, maar er zit geen begrotingswijziging bij. Dat betekent dat we pas bij het moment dat we de begroting vaststellen voor volgend jaar zekerheid hebben over dat bedrag. In de kadernota zullen wij u een voorstel doen voor hoe we tot die begroting komen. Wat mij betreft, staat daar een subsidiebedrag voor € 100.000,00 in voor volgend jaar. Dat betekent daarnaast dat we in de kadernota ook een doorkijkje geven naar het meerjarenperspectief. Ik ga er even van uit, maar dan neem ik ook een voorschot, dat we aangeven dat we dit meerjarig gaan verwerken in de kadernota in het perspectief en dat we, mogelijkerwijs, in gesprek gaan om te kijken in het kader van alle bezuinigingen die op ons afkomen, of we, net zoals met andere subsidierelaties, in gesprek gaan over 'wat zou u als subsidierelatie kunnen betekenen in het kader van het tekort dat we aan zien komen? Welke middelen heeft u nodig om een minimum te doen? Wat zou u schrappen op het moment dat we u vragen om met minder genoegen te nemen?' Zodat we daarover een voorstel voor uw raad kunnen neerleggen om daar een besluit over te nemen. Dan neemt u gewoon voor een volgende periode, volgend jaar, netjes op de juiste momenten een besluit.
Dat zou kunnen betekenen dat we daarmee afwijken van dit beleidskader. Misschien zou zelfs formeel een addendum van dit beleidskader nodig kunnen zijn als we andere afspraken maken met PUUUR over hoe we hier verder mee omgaan, zoals we dat misschien met andere subsidierelaties ook nodig hebben. Het is een omslachtig antwoord, wat mij betreft, om aan te geven dat, wat mij betreft, die € 100.000,00 voor volgend jaar gewoon staat. Daar kan PUUUR op rekenen. Dat gaan we dan regelen, netjes in de kadernota. Maar we gaan ook met elkaar het gesprek in zodra we met elkaar
17
weer verder gaan, over 'hoe gaat het? Wat loopt er goed? Waar kunnen we bijstellen?' Dan hebben we ook heel moeilijke gesprekken, zoals we dat ook met andere relaties hebben. Voorzitter, tot zover. De voorzitter: Dank u wel wethouder Voskamp voor deze heldere toelichting op hoe het voorstel nu voorligt en geïnterpreteerd en bedoeld is. Heel duidelijk: de eerste € 100.000,00 is gegarandeerd. Zonder meer staat het meerjarenbeleidskader waar heel hard aan gewerkt is, waarbij de gebiedsmarketing van Midden-Delfland voor de komende jaren op de kaart staat en de bijstellingen conform de kadernota. Dan wil ik overgaan tot het in stemming brengen van dit voorstel. Ik wil u uitnodigen om uw stem uit te brengen. Er zijn 13 stemmen voor en 4 stemmen tegen. Daarmee is het voorstel aangenomen. Het voorstel wordt aangenomen met tegenstemmen van de fractie van Mijn Partij.
9.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen
De voorzitter: Dan gaan we over naar agendapunt 9, de mogelijkheid tot het stellen van vragen. Daarbij zijn er geen interrupties of moties aan de orde, u wel bekend. Maar er is wel door een viertal raadsleden gebruikgemaakt van deze mogelijkheid met een viertal vragen. Als eerste vraag ik de heer Gebben van de fractie van de VVD of hij op de beantwoording van de vragen over de broedende kieviten op het toekomstige azc-terrein na de beantwoording nog aanvullende vragen heeft. De heer Gebben: Allereerst wil ik beginnen met een compliment maken aan het college over de voortvarendheid waarmee het dit heeft aangepakt. Er staat nu keurig een hek om het terrein en dat is, denk ik, erg fijn. Als gemeente is het belangrijk dat we het goede voorbeeld geven en onze eigen regels goed naleven. Ik zou zeggen, houd dit vast, ook op andere dossiers die op dit stuk grond nog lopen. Er rest mij nog één aanvullende vraag: hoe gaat het nu verder? Hoelang blijven die hekken er staan en wie bepaalt wanneer die hekken weg mogen? De voorzitter: Dank u wel de heer Gebben. Dan kijk ik naar wethouder Voskamp voor de beantwoording van deze vraag. Wethouder Voskamp: Voorzitter, het is voor het begin van de bouw. De bouwhekken staan er en schermen het gebied af.
Dat heeft in dit geval twee voordelen wat mij betreft: dat betekent ten eerste dat niemand die op dat gebied hoeft te zijn, er nog kan komen en we beschermen daarmee ook het nest dat daar zit. We mogen daar werkzaamheden uitvoeren zolang het het nest maar niet verstoort. Daar is in een bredere cirkel wat meer mogelijk en in een smalle cirkel rondom het nest wat minder mogelijk. Dat betekent dat straks het COA gaat kijken wat er kan en in welke volgorde. Daar hebben we onze eigen ecoloog voor die daarin meekijkt. We hebben daarvoor ook de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, die daar een expert voor heeft en ook experts inhuurt die daarnaar kijken en het COA heeft ook, samen met de aannemer, een verplichting om te zorgen dat het ecologisch allemaal klopt. Dus ook zij zullen zelfstandig rapporteren en maatregelen nemen in overleg met. Dus wij zullen dat controleren en monitoren. De maatregelen die toegestaan worden, zullen mogelijk plaatsvinden en alles wat nog niet kan, zal moeten wachten op het uitgebroede nest en de jonge kieviten. De voorzitter: Dank u wel de heer Voskamp. Ik zie een duim van de heer Gebben waarmee ik constateer, als ik het goed heb, dat u geen verdere vragen heeft. Dank u wel. Dan ga ik door naar de tweede vragensteller, de heer Roeling van Mijn Partij. Hij heeft een vraag gesteld over de uitbetaling van de vergoeding van het weidevogelbeheer.
Ook hier heeft het college op gereageerd en heeft u aanvullende vragen gesteld. Heeft u daar nog verder aanvullende vragen op in eerste termijn, de heer Roeling? De heer Roeling: Ja. Ik had begrepen dat de cursisten die de afgelopen vijf maandagen een kijkje hebben genomen in de politiek dit als goed voorbeeld kunnen gebruiken van hoe de praktijk is van het raadslid zijn en waar je tegen aanloopt. 18
Ja, we zijn teleurgesteld in de beantwoording. Wij constateren iets waarvan wij denken dat het ons allen aangaat, namelijk dat boeren anderhalf jaar moeten wachten voordat ze uitbetaald krijgen. Dat kan, wat ons betreft, efficiënter en sneller. We hebben inderdaad twee setjes vragen gesteld en er wordt niet eens een poging gedaan om zich in te leven in de positie van die boeren die bezig zijn en graag een bijdrage leveren, maar vervolgens anderhalf jaar moeten wachten op uitbetaling. Het is zeer teleurstellend als we weten hoe het college bij elke foto stevige woorden bezigt over 'ons gebied, de boer is onze beste beheerder, de grutto', dat het college niet eens in staat is een raadslid te beantwoorden 'joh, inderdaad, dat moet beter. Daar gaan we mee aan de slag'. Ze komen niet verder dan 'nee, wij betalen niet uit'. Terwijl we zien hoe Midden-Delfland zich op de kaart probeert te zetten, waarvoor we net allerlei promotieactiviteiten hebben gezien, is dit de werkelijkheid, dat het college niet eens bereid is om de nek uit te steken voor onze boeren. Wat ons betreft, is het een schijnvertoning wat hier gebeurt. Maar we hebben verder geen vragen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Roeling. Dan wil ik door naar de derde vragensteller. Dat is de heer Van der Spek. U heeft vragen gesteld over de natuurspeeltuin De Keen en meldingen van burgers daarover.
Ook u heeft een reactie van het college gekregen. Heeft u daar ook nog aanvullende vragen bij, mijnheer Van der Spek? De heer Van der Spek: Ik heb geen vragen, maar wil wel het college bedanken voor de beantwoording. Ik denk dat iedereen zich wel bewust is geweest van het feit dat de natuurspeelplaats niet is wat het moet zijn. Op de aanvullende vragen heb ik inderdaad antwoorden gekregen. Ik ben blij te lezen dat de veiligheid gewaarborgd is en dat er binnenkort een inspectie plaatsvindt. Ik wil het college en de ambtenaren het advies meegeven om, wanneer ze een brief of mail schrijven met beantwoording, zorgvuldig met de inwoners om te gaan. Het heeft een jaar geduurd. Dat kan eigenlijk niet, dat mag niet en dat moeten we gewoon niet willen. Die boodschap wil ik meegeven aan het college. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van der Spek voor uw inbreng. We hebben u gehoord. Wij gaan door naar de vierde vragensteller, het raadslid de heer Gebben met vragen over de afsluiting van de N468. Ook hier heeft het college op gereageerd en mijnheer Gebben, bent u tevreden over de beantwoording of heeft u nog een aanvullende vraag? Aan u het woord. De heer Gebben: Dank voor het beantwoorden van de vragen. Het is goed om te horen dat de N468 niet de hele periode tot en met augustus 2026 gesloten is.
Het antwoord op waarom die datum, vond ik toch wel een beetje vaag en ik vraag toch enige verduidelijking. Klopt het dat de datum die nu op het bord is gezet, een soort gemakzucht is van de aannemer? Zo van 'dan staat de datum er maar op en kan ik het al naar gelieve omdraaien zodat ik daar in ieder geval geen gedoe over krijg en als mensen echt willen weten hoe het zit, moeten ze maar op de app kijken'? Ik vind het een beetje jammer want er stond net dat het tot half mei open was, ik begreep tot 16 mei a.s. Dat geeft mensen enige zekerheid. Maar nu is dat kennelijk de hele periode en kan dat bord te pas en te onpas worden omgedraaid. Begrijp ik dat goed? De voorzitter: Dank u wel mijnheer Gebben. Dan kijk ik naar de wethouder, mevrouw Oderwald, voor de beantwoording van deze vraag. Aan u het woord. Wethouder Oderwald: Afgelopen vrijdag heeft de raad een goed werkbezoek gehad aan de locatie en het projectteam voor de N468. Ik denk dat een aantal mensen een beter beeld gekregen heeft van de complexiteiten van dit initiatief. Daar gaat het ook om: hoe zorg je dat die informatie bij de inwoners juist is en wat staat er op borden en wat staat op de websites? Dat is een heel terechte vraag. Je ziet vooral dat er echt goede deeltrajecten zijn waar we steeds wijzigingen in informatie hebben.
Op een bord kun je minder informatie kwijt dan op een website en dat is eigenlijk de reden waarom het nu misschien wat platgeslagen lijkt op een bord, maar dat is wel de werkelijkheid waar het om gaat. Er zijn steeds wisselingen in afsluitingen en als je alle deeltrajecten bekijkt, is het al met al een veelheid van afsluitingen waar we de komende periode nog last van zullen hebben. Voor
19
detailinformatie over bereikbaarheid en of het al dan niet enkelzijdig of dubbelzijdig is afgesloten, is de BouwApp het beste, of de website van het projectteam van de N468. De voorzitter: Dank u wel wethouder Oderwald. Ik kijk even naar de heer Gebben. Dat betekent dat ik ook nog graag het woord wil geven aan de heer Zwaard van het CDA. Aan u het woord. De heer Zwaard: Voorzitter, aanvullend op deze mededelingen. We zijn inderdaad afgelopen vrijdag op pad geweest en daar is ter sprake gebracht de informatie eventueel ook in de plaatselijke 'De Schakel' van Midden-Delfland, zo noem ik het maar even, op te nemen. Daar zijn toezeggingen gedaan door het projectteam en de betreffende ambtenaren dat ernaar gekeken wordt, dus dat die informatievoorziening ook via De Schakel verloopt. Wellicht via de anderhalve pagina die de gemeente wekelijks invult. Dat ter aanvulling. De voorzitter: Dank u wel voor de aanvulling. Dat betekent dat hiermee de vragen behandeld zijn en afgehandeld zijn.
10.
Sluiting
De voorzitter: Daarmee kom ik tot slot bij de sluiting van deze vergadering. Ik wil iedereen weer heel hartelijk bedanken voor zijn/haar inbreng. Ik wil u uiteraard ook komend weekend fijne paasdagen toewensen. We gaan elkaar weer zien. In ieder geval fijne paasdagen en dank u wel.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland op 27 mei 2025 de griffier, A. de Vos
de voorzitter, F.I. Noordermeer-van Slageren
20