2025 m 04 d 15 Vsl Raad
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 15 april 2025, 19.30 uur. Voorzitter
: F.I. Noordermeer-van Slageren, burgemeester
Griffier
: A. de Vos
Aanwezig : de heer B.J. Ammerlaan (Mijn Partij), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma, (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP MiddenDelfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA) de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer H. Rodenburg (CDA), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
: de heer A.F. de Leede
Tevens aanwezig:, mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, de heer F.A. Voskamp, wethouders; de heer J. van Lede, de heer M. Oosten (insprekers)
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter: Goedenavond. Welkom op de raadsvergadering op dinsdag 15 april 2025 in Midden-Delfland. Allen van harte welkom, ook de mensen op de tribune en de mensen thuis, college, griffier en uiteraard onze geachte raad. Er staan vanavond drie bespreekpunten op de agenda waar wij met elkaar over in beraad gaan en tot besluitvorming zullen komen. Voordat ik verderga op de agenda, wil ik uiteraard allereerst melden dat de absentie hier in de raad nul procent is, maar dat onze wethouder De Leede, zoals u wel bekend, tijdelijk afwezig is om gezondheidsredenen. Ik wens hem van hier, namens ons allen, van harte beterschap toe. We hopen uiteraard dat hij weer snel in ons midden is. Hiermee open ik de vergadering.
2.
Regeling der werkzaamheden
De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 2 en daar behandelen we de ingekomen stukken van de afgelopen maand die bij de griffie zijn binnengekomen. Allereerst is lijst A, brieven van het college, aan de orde. Wie wenst hierover het woord? Dan gaan we door naar lijst B, de brieven van derden. Wie wenst hierover het woord? Dan gaan we naar lijst C, beantwoording van de schriftelijke vragen van de leden van de raad. Dat zijn de vragen van de heer Scholtes, D66, over het legen van ondergrondse containers. Mijn vraag aan de heer Scholtes is: heeft u daar nog aanvullende vragen over? Ik zie u 'ja' knikken. Dan wil ik meteen even vragen of er nog andere leden zijn die daar vragen over hebben. Nee? De heer Scholtes, aan u het woord. De heer Scholtes: Allereerst dank aan het college voor het beantwoorden van de vragen. Dat vinden wij heel prettig. Wij zijn heel erg benieuwd naar de terugkoppeling die van Avalex komt. Dus kan de wethouder misschien aangeven hoe wij als raad daarvan op de hoogte worden gesteld? Er is ons gaandeweg ter ore gekomen de afgelopen week dat het ook gaat om het legen van de minicontainers, dus de containers die langs de weg staan. Die worden ook met enige regelmaat op een vrijdag geleegd. Ook rondom de scholen. Ook tijdens de schoolspits.
Dus onze vraag aan het college in tweede instantie is: zou in die bespreking ook de situatie van de minicontainers rondom de scholen meegenomen kunnen worden? Tot zover mijn vragen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Scholtes, dan wil ik het woord geven aan wethouder Voskamp ter beantwoording. Aan u het woord.
1
Wethouder Voskamp: Ja, voorzitter. We hebben in de beantwoording wat aangegeven over de inzamelroutes. Wat ons betreft, is er geen verschil tussen de ondergrondse containers en de minicontainers. Avalex houdt zoveel mogelijk rekening met de lokale omstandigheden, zoals we dat ook hebben aangegeven. Ik heb de komende tijd wat vergaderingen bij Avalex. Ik zal het niet in die vergaderingen bespreken, maar ik zal even kijken of ik de directeur kort kan spreken om te kijken wat we daarover kunnen afspreken. Dan lijkt het mij goed dat we daar via de maandlijst bijvoorbeeld een terugkoppeling over geven. De voorzitter: Mijnheer Scholtes, zijn daarmee voor u de vragen voldoende beantwoord? Ik zie twee duimen. Geweldig, dank u wel. Dan betekent dat dat wij agendapunt 2 behandeld hebben. Lijst A, B en C worden ongewijzigd vastgesteld.
3.
Spreekrecht voor belangstellenden
De voorzitter: We gaan door naar agendapunt 3, het spreekrecht voor belangstellenden. Daar is vanavond gebruik van gemaakt. Er zijn twee insprekers die zich hebben aangemeld en beide gaan over punt 8, Schieweg 192. Ik wil de heer Van Lede vragen als eerste naar voren te komen. Ik geef daarbij aan dat u vijf minuten de tijd krijgt om de raad toe te spreken. Gaat uw gang. De heer Van Lede: Dank u wel. Geachte voorzitter, leden van de raad. Daar sta ik weer. Twee weken geleden deed ik een dringend beroep op u. U luisterde. En daar wil ik u oprecht voor bedanken. En ik wil mijn excuses aanbieden voor het feit dat wij door de vergadering heen roeptoeterden, maar als de wethouder stelt dat de communicatie goed was, terwijl je al maanden hoopt op een gesprek, dan breekt er iets. Er staat voor ons nogal veel op het spel. Maar laat ik positief beginnen. Er zijn de afgelopen twee weken gesprekken geweest met de buren, met de beleidsmedewerker over het parkeren, met een journalist, met een makelaar en met wethouder Voskamp. Dat is goed, maar dit zijn gesprekken die ook maanden geleden gevoerd hadden kunnen worden en dus is het vreemd dat het er vanavond om spant, terwijl er nog niets concreet is geregeld en wij nog steeds met onzekerheid en grote risico's zitten. Ik vraag u daarom opnieuw: geef op dit moment geen verklaring van geen bezwaar af.
Er zijn nog te veel open eindjes, zaken die uitgezocht moeten en kunnen worden. De parkeerplaats blijkt op het terrein van het hoogheemraadschap te liggen en tot onze verbazing is er een horecavergunning voor de buren afgegeven die ingaat tegen alles wat ons steeds is verteld. Daarnaast hebben we de waarde van ons bezit laten taxeren door een makelaar uit de gemeente en die schat de waardedaling bij verlening van de vergunning op minimaal € 150.000,00. Om te voorkomen dat dit enorme bedrag als een zwaard van Damocles boven dit project blijft hangen met desastreuze financiële risico's voor ons of voor de buren, hebben we voorgesteld om te kijken of we een en ander onderhands kunnen regelen. We hebben onder meer voorgesteld om een stuk land met de buren uit te ruilen. Daarmee ontstaat een fysieke buffer tussen ons gedeelte en de beoogde recreatieplekken en wordt de waardedaling deels gecompenseerd. Een praktische, werkbare oplossing zonder ingewikkelde nadeelcompensatieprocedures of langdurige rechtszaken. Maar dan moeten onze zorgen wel serieus worden genomen. Dat gebeurt nu, onder deze tijdsdruk niet. We krijgen te horen dat het allemaal wel meevalt. 'De waardedaling zit tussen je oren'. 'De potentiële kopers vinden het vast wel gezellig', of 'jullie gasten komen overdag en die van ons 's avonds'. Alsof het uitmaakt als die gasten onder ons slaapkamerraam staan.
Alsof tien kampeerplekken en vier units geen verschil maken met extra verkeer, blaffende honden, spelende kinderen, vakantiegangers op een paar meter van onze woonkamer. Laat ik heel helder formuleren. We willen nog steeds naar een constructieve oplossing toe, maar dan moet dat wel gebaseerd zijn op wederzijds respect. Dan kan het niet zo zijn dat hiernaast een vergunning wordt verleend, terwijl wij als officiële trouwlocatie van de gemeente worden geschrapt. Dan kan het niet zo zijn dat wij nog meer tijd, energie en geld moeten steken in juridische procedures om aan te tonen dat we recht hebben op rust, op privacy en bestaanszekerheid, alsof we niet al dertien jaar deel uitmaken van het erf. Dat het mis kan gaan als je dingen niet goed regelt, zagen we dit weekend. Een van de huisjes werd verhuurd aan een Turks gezin. Een dochter werd opgehaald als bruid. Een ongetwijfeld prachtig ritueel, maar het gevolg was dat er meer dan veertig auto's en busjes op de dijk uit heel Europa stonden. Dat kan gebeuren en dat nemen we de buren ook echt niet kwalijk. Het zou ons 2
ook kunnen overkomen, maar als wij op die dag zelf een bruiloft hadden gehad, was het verkeer volledig vastgelopen en hadden we een doodongelukkig bruidspaar gehad. Geef ons dus meer tijd om dit goed te regelen. We staan op een kruispunt; of we regelen het goed, onderling, met compensatie, respect en de wens om onze zorg weg te nemen. Of u zegt als raad 'dit leidt tot te veel spanning' en dan zet u een streep door deze plannen. U kunt niet akkoord gaan en de gevolgen vooruitschuiven. In dat geval zouden wij geen keus hebben. Dan moeten we procederen tot aan de hoogste rechter. Geloof me, we hebben echt heel veel leukere dingen te doen. Daarom mijn verzoek aan u: geef op dit moment geen verklaring van geen bezwaar af. Dwing het college om met ons en de buren tot heldere en misschien wel creatieve afspraken te komen over parkeren, overlast, waardedaling en verantwoordelijkheid en geef de buren een tijdelijke vergunning voor de camping, zodat zij ook verder kunnen. Dat hebben we ook eerder voorgesteld. Tot slot nog dit. Ik zou vanavond eigenlijk met mijn dementerende tante, voor wie ik mantelzorger ben, naar de Matthäus-Passion gaan, haar jaarlijks uitje. Ik heb dat moeten afzeggen om hier nu te kunnen staan.
Ik zou graag met u willen afspreken dat ik volgend jaar wel gewoon kan gaan, omdat we er dan goed, eerlijk en constructief zijn uitgekomen en er weer harmonie is op ons prachtige erf. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van Lede voor uw betoog. Ik kijk even rond hier in de raad of er nog verduidelijkende of toelichtende vragen zijn vanuit de raad. Ik zie de heer Jongsma van de OGP Midden-Delfland. Aan u het woord. De heer Jongsma: Dank u wel weer, voor het inspreken. Ik heb één vraag. Het triggerde mij nu wel, temeer omdat nu blijkt dat de grond niet van de gemeente is. Van wie hebben jullie, u en de buren, vorig jaar de brief gekregen dat er niet langer op de dijk geparkeerd mocht worden? De heer Van Lede: Van de gemeente. De heer Jongsma: Van de gemeente. Oké. Dat is een duidelijk antwoord. De heer Van Lede: De eerste meter is van de gemeente. Dat heet dan de berm of de dijk. Ik ben inmiddels een beetje door de termen heen, misschien dat onze buren dat beter weten. Het stukje richting de kade is van het hoogheemraadschap. Dus als je daar parkeert, sta je met één wiel op gemeentegrond en een ander wiel op de grond van het hoogheemraadschap. De heer Jongsma: Duidelijk, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Jongsma. Ik zie verder niet dat er verdere aanvullende vragen zijn. Dan wil ik mijnheer Van Lede hartelijk danken. U mag weer plaatsnemen.
Dan wil ik vervolgens de tweede inspreker vragen, de heer Oosten. Ook u heeft vijf minuten de tijd om te spreken, gaat uw gang. De heer Oosten: Mevrouw de voorzitter, ik zal geen vijf minuten nodig hebben. Ik zal het kort houden. Mevrouw de voorzitter, leden van het college en leden van de raad, overige aanwezigen. Op 1 april, twee weken geleden, de vorige spreker refereerde er al aan, stond Buitenplaats De Zweth op de agenda van uw commissievergadering. Het ging om de verklaring van geen bedenkingen voor de kleinschalige uitbreiding van Buitenplaats De Zweth. U riep de wethouder op een oplossing te vinden voor het parkeren. Gisteren is hier een constructief gesprek over geweest op het gemeentehuis. De oplossing, parkeren op de kade in plaats van op ons eigen terrein en op het terrein van de buren, heeft ook onze voorkeur. Wij kunnen ons vinden in het voorstel van de landschapsarchitect in opdracht van de gemeente. Daarnaast haalde de Vijverschie nog een zorg aan; de zorg om waardevermindering. Onze opvattingen daaromtrent lopen uiteen. We geven er de voorkeur aan dit onderling op te lossen en zullen zelf ook expertadvies inwinnen. Maar mocht dat onderling niet lukken, dan is daar een reguliere planschadeprocedure voor. Ten slotte de zorg over overlast. Gezien de strikte regels in de conceptvergunning en ons koopcontract zien we hier genoeg waarborgen.
Ook de keuze van de doelgroep – vogelaars en rustzoekers – en de kleinschaligheid van de uitbreiding dragen hieraan bij. Ik wil u eraan 3
herinneren dat het gaat om tien kleine kampeerplaatsen voor trekkerstentjes en dat moet je dan even afzetten tegen bruiloften voor 150 man die de buren organiseren. Dat in het kader van de overlast. Hoewel we al veel vertraging hebben, hechten we zeer aan een goede relatie met de buren. We kunnen daarom eventueel leven met een kortdurend uitstel, van hooguit enkele maanden. Onze voorkeur heeft het echter dat de raad nu een verklaring van geen bedenkingen afgeeft en het college verzoekt de definitieve vergunning te verlenen als er voldoende zicht is op een parkeeroplossing. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Oosten, voor uw betoog. Ik kijk even rond of er nog vragen zijn, dan mag u inderdaad even blijven staan. Maar ik kijk rond of er nog vragen zijn en ik zie eigenlijk geen lampjes branden. Dus dat betekent dat er geen vervolgvragen zijn. Dan is dat helder. Ook helder is dat u beiden heeft aangegeven er waarde aan te hechten dat we zorgvuldig omgaan met de relatie. Dat is goed om te horen. Hiermee is het betoog van beide insprekers ingebracht en sluit ik dit agendapunt. De inbreng van de insprekers zal de raad uiteraard betrekken bij de inhoudelijke bespreking van het betreffende agendapunt straks.
4.
Vaststellen van de agenda
De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 4, het vaststellen van de agenda. Kunt u instemmen met de agenda en de volgorde zoals die voorligt? De heer Zwaard. De heer Zwaard: Voorzitter, gezien het feit dat de twee insprekers nog steeds aanwezig zijn, stel ik voor om agendapunt 6 en 8 met elkaar te wisselen. Dus om agendapunt 8 naar voren te halen, zodat we dat als eerste behandelen. De voorzitter: De heer Jongsma. De heer Jongsma: Laat ik nou precies hetzelfde idee hebben. Dus dat zit helemaal goed. De voorzitter: Dan is uiteraard de vervolgvraag of de gehele raad dat ook een voorstel vindt waar men mee in kan stemmen. Ik zie de heer Van der Eijk. Aan u het woord. De heer Van der Eijk: Voorzitter, de heer Zwaard stelde het omwisselen van punten 6 en 8 voor. Gaat u dat doen of plaatst u punt 8 voor punt 6 en houden wij de agenda verder aan zoals die is opgesteld? De voorzitter: Wij gaan het eerst voor agendapunt 8 en dan gaan we door naar 6. Oké. Dank u wel. De agenda wordt vastgesteld met dien verstande dat agendapunt 8 voor agendapunt 6 wordt geplaatst.
5.
Hamerstukken
5a. 5b. 5.c 5.d 5.e 5.f
Verslag vergadering d.d. 25 maart 2025 Voorstel inzake bedrijfswoning Oostgaag 25a Maasland Voorstel 1e periodieke begrotingswijziging 2025 Voorstel 1e wijziging van de Legesverordening 2025 Nota lokale heffingen 2025-2028 en Nota reserves en voorzieningen Voorstel afdoen verzoek openbaarmaking document
De voorzitter: Voordat wij naar agendapunt 8 gaan, zal ik de hamerstukken, agendapunten 5.a tot en met 5.f afhameren. De hamerstukken worden vastgesteld.
8.
Voorstel definitieve verklaring van geen bezwaar Schieweg 192 Schipluiden
4
De voorzitter: Dan nu door naar agendapunt 8. Het voorstel waarover net de insprekers ook aan het woord zijn geweest. Eerder in de raad is een voorlopige verklaring van geen bezwaar afgegeven voor de ontwikkelingen op dit perceel. In de vergunningsprocedure zijn zienswijze ingediend, waardoor de raad nu moet besluiten over het wel of niet afgeven van de definitieve verklaring van geen bezwaar. Uit de commissiebehandeling kwam unaniem naar voren dat meer duidelijkheid moet komen over de parkeerproblematiek. Maandag 14 april jl., er werd net ook aan gerefereerd, heeft u van het college hierover nadere informatie ontvangen. Ook heeft u aan het begin van de vergadering de twee insprekers gehoord, wiens inbreng u kunt betrekken bij deze inhoudelijke behandeling. Ik inventariseer nu wie van de raad hierover het woord wil voeren. De heer Jongsma, de heer Van der Eijk, mijnheer Zwaard, mijnheer Roeling en de heer Ringeling. Ik geef het woord nu graag in de eerste termijn aan de heer Jongsma van OGP Midden-Delfland. Aan u het woord. De heer Jongsma: In de eerste termijn houd ik het kort. Ik heb eigenlijk gewoon nog een verduidelijkende vraag over de situatie die nu is ontstaan en dan met name op het gebied van parkeren op de kade. Er is dus inderdaad vorig jaar door de gemeente een brief gestuurd, naar beide belanghebbenden.
Nu blijkt dat die grond deels van het Hoogheemraadschap Delfland is en deels van de gemeente. Is er bij het versturen van de brief ook eerst afstemming geweest met het hoogheemraadschap om dit zo te doen? Of is dit puur ingegeven door het feit dat wij als gemeente graag willen dat parkeren in principe op eigen terrein plaatsvindt? Dat is eigenlijk wat ik in de eerste termijn wil vragen. De voorzitter: Dank u wel de heer Jongsma, dan wil ik vervolgens het woord geven aan de heer Van der Eijk van de VVD, aan u het woord. De heer Van der Eijk: Er ligt een plan van één ondernemer en er zijn twee ondernemers die bijdragen aan Midden-Delfland en het bezoek aan onze mooie gemeente. De VVD is daar erg blij mee. Eigenlijk is er dus een ondernemer die zijn onderneming wat wil uitbreiden. Die heeft daartoe naar de gemeente toe de juiste weg belopen. Misschien, als ik zo de insprekers hoor, ook in de commissievergadering, had de communicatie in de buurt beter gekund. Ik vind niet dat wij als gemeenteraad hier deel moeten worden van een soort burenruzie of iets dergelijks. Dat lijkt mij heel ongewenst. Ik hoorde zojuist beide insprekers zeggen dat zij echt openstaan om tot een onderling compromis te komen als er mogelijke waardedaling zou zijn. Dat kan ik niet beoordelen. Daar zijn andere mensen voor te vinden, als men dat vindt.
Dat vind ik wel een moeilijk verhaal, maar ik denk niet dat we ons daar als gemeente in zouden moeten mengen. Wat betreft het plan dat hier voorligt, voldoet de ondernemer aan de eisen die de gemeente stelt. Als ze bezoekers hebben, moet er geparkeerd worden op eigen terrein. Nu is er een gesprek geweest en kan het misschien op de dijk. Maar ja, wordt de gemeente dan niet de probleemeigenaar? Komt dat dan niet bij ons op de balans en krijgen wij daar dan geen afschrijvingen voor en dergelijke? Dat is dan één ding, maar scheppen we dan ook geen precedent naar andere ondernemers die bezoekers willen uitnodigen en daarvoor parkeerplaatsen moeten hebben omdat ze anders, zoals we ook van de insprekers hoorden, soms de weg blokkeren? Dat is misschien soms ook gewoon verkeersgedrag van gebruikers van die weg, die zich niet aan de regels houden. Maar ja, daar hebben wij in dit land ook mensen voor die dat kunnen handhaven, als die beschikbaar zijn. Dat klinkt natuurlijk heel mooi, maar het valt in de praktijk vies tegen om op dat moment agenten daarvoor aan te laten rukken. Dat maakt het soms wel wat ingewikkeld, maar het plan dat eigenlijk sec voorligt, voldoet aan de eisen. De ondernemer breidt uit en zorgt voor parkeerruimte.
Zijn buurman is wel bezorgd over de horeca die erbij komt, maar in deze gemeente mag je horeca exploiteren als je een exploitatievergunning hebt, dus daar heeft de gemeente altijd wel een vinger aan de pols. Voorzitter, daar wil ik het voor de eerste termijn bij laten. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van der Eijk. Dan geef ik nu het woord aan de heer Zwaard, namens het CDA.
5
De heer Zwaard: Allereerst beide insprekers, net als veertien dagen geleden, hartelijk bedankt voor de genomen moeite en het inspreken. Die inspraak maakt ook het een en ander duidelijker. Er is een gesprek geweest met de landschapsarchitect, Jos van de Lindeloof, met ambtenaren van de gemeente en gisteren was er een gesprek met de wethouder. Daar is uit naar voren gekomen dat het parkeren op dit moment niet opgelost is, maar dat daar best naar gekeken kan worden, in samenspraak met gemeente, hoogheemraadschap en die beide betrokkenen. Dus dat is een positieve ontwikkeling. De vraag die eigenlijk voorligt, zoals ook mijnheer Van der Eijk al aangeeft, is de verklaring van geen bedenkingen voor dit plan. Dit plan, dat hebben we in 2024 al aangegeven, vinden we op zich een prima plan dat past in de visie van Midden-Delfland. Dus dat is uitstekend. Wij zouden er dan ook naar neigen te zeggen 'stem in met die verklaring van geen bedenkingen en ruim wat tijd in voordat je de omgevingsvergunning afgeeft om te kijken hoe je met elkaar tot een eventuele oplossing komt'. Wat daar de rol van de gemeente precies in moet zijn? Die zal, denk ik, beperkt zijn, want het parkeren gebeurt hoofdzakelijk op grond van het hoogheemraadschap.
Neem daar dan even de tijd voor, maar stel op zich die verklaring van geen bedenkingen niet uit zodat de ondernemer die deze aanvraag ingediend heeft en die de juiste weg bewandeld heeft, aan de slag kan. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Zwaard. Dan wil ik vervolgens het woord geven aan de heer Roeling van Mijn Partij, aan u het woord. De heer Roeling: Na de commissiebehandeling zijn de partijen eindelijk gezamenlijk in gesprek gekomen. We hebben het graag gedaan. Dat had natuurlijk veel eerder gemoeten, maar goed. Als we kijken naar het voorstel en de insprekers, zijn er een paar dingen die wij willen opmerken. Dat is toch het parkeren en dat is bijvoorbeeld de onlangs afgegeven omgevingsvergunning. Die is gebaseerd op het huidige bestemmingsplan en niet op waar we nu over praten, dus dat zal zijn eigen beloop wel krijgen. Er werd ook een opmerking gemaakt over een specifieke bruiloft die is gehouden. Dat lijkt me het voorbeeld om daar onderling uit te komen. Dus dat laten we ook even voor wat het is. En planschade? Een van de insprekers zei het al. We gaan in onderling overleg en komen we er niet uit, dan is er altijd nog de wettelijke basis voor planschade. Dan heb ik de meeste punten al afgetikt, voorzitter. Dan blijft het voorstel dat nu voorligt nog over, waarin het college eigenlijk zegt 'de eigendomsverhoudingen liggen iets anders dan wij twee weken geleden dachten.
We zijn in overleg met het hoogheemraadschap en we denken dat we daar wel uitkomen, maar voor dit moment is dat nog niet het geval'. Dan wordt de suggestie gedaan 'je kunt als gemeenteraad nu een besluit nemen, of je stelt het uit'. Maar voorzitter, het heet niet voor niets 'een verklaring van geen bedenkingen'. We kunnen vanavond wel een besluit nemen. Maar vervolgens komt er dan alsnog een oplossing waar wij wellicht bedenkingen over hebben. Dus om het toch een beetje in de buurt van de gemeenteraad te houden, zou ik zeggen 'houd dit besluit nog even aan'. Ga naar het hoogheemraadschap en zeg 'hé, hoogheemraadschap, schiet even op, de gemeenteraad zit te wachten op een voorstel of een besluit van jullie'. Het lijkt me dat dat wat makkelijker werkt. Vervolgens komt het college dan naar de gemeenteraad. Dan kunnen we alsnog verklaren of we bedenkingen hebben ja of nee. Op het moment dat we nu een besluit nemen… Er zal sowieso een besluit komen van het college, maar of dat dan in lijn is met wat de raad wil? Dat is dan op dit moment niet duidelijk. Het college zegt ook dat we als raad dan maar voorwaarden moeten meegeven over de oplossingsrichting van het parkeren.
Maar ja, dat soort details van de inrichting lijken me meer op het pad van het college te liggen dan op dat van de gemeenteraad, want ik zie ons vanavond nog niet uitgebreid discussiëren over de vraag of het nu haaks parkeren of langsparkeren wordt. Daar gaan we niet uitkomen. Dus het voorstel is prima, maar we zouden er de voorkeur aan geven om het een maandje uit te stellen en die tijd goed te gebruiken om tot een in zijn geheel beter plan te komen. We hebben gezien dat er de afgelopen twee weken ook relatief veel gebeurd is op dit project, dus het is mogelijk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Roeling voor de toelichting en dan wil ik door naar de heer Ringeling van de ChristenUnie. Aan u het woord. De heer Ringeling: Allereerst dank aan de insprekers voor het inspreken, nogmaals. Dank ook aan het college en aan de wethouder speciaal dat hij heeft kunnen bijspringen nadat de 6
verantwoordelijk wethouder is weggevallen. Dus dank dat het gesprek nog heeft kunnen plaatsvinden voor deze raadsvergadering. De vorige sprekers gaven het ook al aan. Er zijn eigenlijk drie punten waar het een beetje op hangt. De overlast, daar moeten partijen zelf onderling uitkomen. Daar ben ik het helemaal mee eens. De waardevermindering evenzeer. Over het punt van het parkeren heeft het gesprek plaatsgevonden en is er nu een voorstel. Ik begrijp dat het antwoord van het hoogheemraadschap nog moet komen en dat dat ook nog eventueel met voorstellen kan komen die financiële consequenties en inpassingsconsequenties kunnen hebben. Het college doet twee voorstellen: nu een verklaring van geen bedenkingen afgeven zodat het college dan daarna, als het derde punt is opgelost, ook gewoon zegt 'oké, prima', even in mijn woorden. Of het besluit hierover aanhouden. In aanloop naar deze vergadering dacht ik 'eigenlijk maakt het niet zoveel uit, welk van beide we kiezen'. Maar de vorige spreker horende, denk ik 'er zit ook wel wat in om als raad te zeggen 'we geven geen bedenkingen af als we inderdaad over het totaal geen bedenkingen hebben'.' Als straks het hoogheemraadschap komt met een paar ideeën waarmee wij niet kunnen leven, hebben we ons kruit verschoten. Ik zit dan meer op de lijn 'laten we het besluit uitstellen'. Tot zover mijn eerste termijn.
De voorzitter: Dank u wel de heer Ringeling. Dan hebben we iedereen gehoord en kijk ik naar wethouder Voskamp. Ik vraag hem de vragen te beantwoorden, waarbij het duidelijk is dat het hoogheemraadschap in deze kwestie nog een rol speelt. Aan u het woord. Wethouder Voskamp: Voorzitter, gisteren hebben we een gesprek gehad met de twee betrokken stellen en hebben we deels teruggekeken naar de situatie zoals die in geschiedenis was, deels gekeken naar de situatie rondom de commissievergadering en deels vooruitgekeken naar de situatie zoals die zou gaan worden, met dit initiatief en met de wensen die er zijn op het gebied van parkeren. Een van de vragen die daar door mij gesteld is, ook gewoon als verduidelijkende vraag van mij, was: welke brief is dat geweest en waar is hij vandaan gekomen? We zaten op een moment in gesprek en toen dachten we 'nou, we kunnen met het hoogheemraadschap in gesprek en we kunnen kijken', maar bij ons was geen brief bekend. Dus ik weet ook niet wie die precies gestuurd heeft. De vraag ligt nog voor om even de brief boven water te krijgen van een van de betrokkenen, zodat we kunnen kijken wat er precies gezegd is. Als daarin bijvoorbeeld het hoogheemraadschap zegt 'wij willen dit niet', hebben we een ander gesprek met het hoogheemraadschap. Dat weet ik nog niet.
Dat is op dit moment ook niet direct van belang omdat, zoals we nu kijken naar de schets die gemaakt is, wij als gemeente zeggen 'met deze oplossing zouden wij, wat ons betreft, kunnen leven'. Dat betekent nog wel dat er het een en ander uitgezocht moet worden, ook met de eigenaar van de grond. Er zal mogelijk iets van een gebruiksovereenkomst vastgesteld moeten worden met de eigenaar. We zullen daar afspraken over maken hoe die inrichting dan precies zal moeten zijn. Maar wat ons betreft, zou dit een oplossing kunnen zijn. Wij willen graag als gemeente die contacten leggen met het hoogheemraadschap, bij die gesprekken aanwezig zijn en ook kijken wat er dan uiteindelijk uitkomt en hoe die uitwerking verder zal verlopen. Maar omdat we dat nog niet weten, lijkt het mij wat voorbarig om daar heel harde eisen aan te koppelen. We hebben als reactie inderdaad, zoals de heer Roeling ook aangaf, in het collegevoorstel aangegeven dat er, wat ons betreft, drie mogelijkheden zijn. Dat is gewoon zoals de raad de eigen mogelijkheden heeft. U kunt die verklaring van geen bedenkingen afgeven onder voorwaarden. Dan kunt u zeggen dat het parkeren geregeld moet worden. U kunt ook zeggen 'wij geven die verklaring van geen bedenkingen af', want zoals de heer Van der Eijk ook aangaf, het initiatief in de basis hebben we al eerder beoordeeld.
Dat heeft u ook al eerder beoordeeld en dat vinden wij een goed initiatief en dat voldoet verder aan alle eisen. Dan geeft u een verklaring van geen bedenkingen af en geeft u ons mee 'ga nog eventjes kijken of we wat kunnen doen aan het parkeren'. Dat is iets vrijblijvender. Dan gaan we in gesprek en gaan we kijken of we daar wat aan kunnen doen. Dan komen wij later als college pas met de definitieve vergunning. Of u kunt inderdaad, zoals u aangeeft, de verklaring van geen bedenkingen aanhouden. Maar dan rijst wat mij betreft de vraag 'tot wanneer?', want ik kan u zeggen dat we over een maand nog geen uitkomst op dit vlak hebben. Dat heeft te maken met feit dat we en met het hoogheemraadschap in gesprek moeten en met elkaar moeten uitwerken onder welke voorwaarden dit kan en met elkaar ook zullen moeten komen tot een afweging over hoe we die voorwaarden, die uitwerking 7
dan onderling verdelen in het kader van 'wie wordt er straks verantwoordelijk voor beheer? Wie gaat het aanleggen? Wie gaat de vergunning aanvragen?' Dat zijn allemaal zaken die nog uitgevraagd moeten worden om met het hoogheemraadschap tot een gesprek te komen. Ik kan op dit moment niet voorzien op welke termijn die gesprekken plaats kunnen vinden. Ik kan alleen wel zeggen dat dat niet binnen een maand zal zijn, of beter gezegd: mijn verwachting is dat dat niet binnen een maand zou zijn. Dat betekent dat wij als college al die tijd niet precies weten wanneer we dan terug moeten komen bij u als raad want wanneer is het dan voldoende? Wanneer kunnen we naar u terugkomen? Dus als college zeggen wij 'we snappen de vraag om eventjes te kijken of we nog wat mogelijkheden hebben'. Wat ons betreft, zou mijn advies zijn: stel de verklaring van geen bedenkingen vast en geef ons de opdracht mee, of het verzoek, om, voordat wij met de definitieve vergunning komen, nog eens even verder te kijken naar dat parkeren met het hoogheemraadschap en of we daaruit kunnen komen. Voorzitter, volgens mij… Ik zit even te kijken. VVD. Zoals u ook al aangaf, voldoet het plan voor het initiatief. Het zou mooi zijn als de beide partijen er gezamenlijk uit kunnen komen. Ik hoor ook openingen om daar verder over in gesprek te gaan. Als dat lukt, dan is dat mooi.
En als dat niet zou lukken, dat is ook door anderen gezegd, hebben we daar ook de afspraken over dat we dat via een planschaderegeling kunnen voorleggen. Wat mij betreft, schept het geen precedent, maar het is wel iets waar we naar moeten kijken. Het hoogheemraadschap zal daarover ook een uitspraak moeten doen: willen we dit op die plek? Het is nu informeel. We hebben ook aangegeven, ook richting de huidige ondernemers die daar zitten, dat het een situatie is die al langjarig op deze manier is. Het zou mooi zijn als we dat formeel kunnen regelen. Dat is wat ons betreft ook de insteek richting het hoogheemraadschap. Verder is het met handhaven van verkeersproblemen inderdaad zo dat we op het moment dat die er zijn, zullen moeten kijken wat daar kan. Zolang dat niet consequent zo en regelmatig zo is, zal er wat minder aandacht voor zijn en denk ik ook dat het probleem zich deels vanzelf wel weer oplost. Maar als blijkt dat er verkeersproblemen zijn, en dan denk ik niet dat het door dit initiatief komt, maar door de situatie die daar ter plaatse is, zullen we daar verder op moeten handelen. Volgens mij, voorzitter, heb ik daarmee in vogelvlucht en soms samengevat de vragen beantwoord. De voorzitter: Dank u wel wethouder Voskamp. Ik neem aan dat de vragen uit de eerste termijn beantwoord zijn. Ik leg de vraag voor wie er behoefte heeft aan een tweede termijn.
Ik zie de heer Vieira, de heer Van der Eijk, de heer Jongsma, de heer Zwaard en de heer Roeling. Als eerste geef ik het woord aan de heer Vieira. De heer Vieira: Nog dank aan de insprekers voor de extra toelichting die we hierop hebben gekregen. Zoals ik begrijp, liggen er inderdaad drie scenario's voor. Wij gaan even van een extreem voorbeeld uit: stel dat het hoogheemraadschap zegt 'er mag niet geparkeerd worden'. Wat betekent dat voor dit voorstel? We hebben als gemeente beleid waarmee wij zeggen 'ontplooi dit soort initiatieven en zorg dat je parkeert op eigen terrein' Als je dat op die manier beoordeelt en je gaat weer terug met het plan, voldoet de initiatiefnemer aan de beleidskaders die wij hebben. Dus ik ga mee in het voorstel van de wethouder waarin die zegt 'geef nu een verklaring van geen bedenkingen af, maar ga tegelijkertijd aan de slag met de parkeerproblematiek'. Die toezegging is gedaan. Er is gezeten met de landschapsarchitect. Dus met die toezegging die hier gedaan is, nemen wij genoegen. Wij zijn voornemens in te stemmen met het voorstel. De voorzitter: Dank u wel de heer Vieira. Dan wil ik het woord geven aan de heer Van der Eijk van de VVD. Aan u het woord. De heer Van der Eijk: Voorzitter, in eerste termijn heb ik tot mijn spijt de insprekers niet bedankt voor hun bijdragen, dus dat wil ik bij dezen echt wel doen, want het waren waardevolle bijdragen.
Dan kom ik toch weer bij dit plan dat hier voorligt. Ik heb het natuurlijk al aangegeven. Het voldoet aan de eisen die de gemeente stelt. Dat maakt dat de VVD dus geen bedenkingen heeft. Dat betekent natuurlijk niet dat er nooit hindernissen zijn, maar ik heb van het college gehoord dat het er positief instaat. En als er eens een keer een feestje is met wat meer gasten en er wordt eens een keer buiten zo'n vak geparkeerd in de berm, dan doet de VVD daar ook niet zo moeilijk over. Het moet gewoon een keer kunnen, als er eens een keer een auto in de berm staat omdat er wat gezellige dingen aan de hand zijn in deze gemeente. Dus voorzitter, daar doe ik dan niet zo 8
moeilijk over. Ik ben ook blij dat deze twee ondernemers wel de intentie hebben er samen uit te komen. Wij hebben geen bedenkingen, maar dat betekent niet dat de buurman rechteloos is. De intentie is om er goed uit te komen, maar zijn rechten zijn daarmee niet verloren gegaan. De voorzitter: Dank u wel, de heer Van der Eijk. Dan wil ik vervolgens het woord geven aan de heer Jongsma, OGP Midden-Delfland. De heer Jongsma: Uiteraard wil ik ook de insprekers bedanken, de ene inspreker had ik al wel bedankt, maar de andere niet. Bij dezen. Maar ik wil ook de wethouder bedanken voor de beantwoording van de vragen, maar ook voor het feit dat hij met de twee ondernemers heeft gesproken. Zoals ik al in de commissie heb aangegeven, draait het hier om drie dingen. Het gaat over communiceren, waarderen en parkeren. Over het waarderen, zijn we het eens dat als de ene partij, in dit geval is dat de Vijverschie, last heeft van waardedaling of inkomstenderving, dat allemaal keurig in de wet is geregeld. Dat heet planschade. Dat kan hij dan gewoon via de planschaderegeling aangeven en daar kan hij zich op beroepen. Dus dat wat betreft het waarderen. Het communiceren. Dat is de afgelopen twee weken met sprongen vooruitgegaan. Er wordt nu volop gecommuniceerd, dus daar is OGP Midden-Delfland ook heel blij mee. Over blijft het parkeren.
Het parkeren vertroebelt ook een beetje de hele casus die voorligt omdat in principe het plan waar we naar kijken, waar we een verklaring van geen bedenkingen voor afgeven, gaat over de vraag of deze ondernemer op eigen terrein kan parkeren. Dat kan, dus daarmee voldoet hij eigenlijk aan alles. Zoals de twee voorgaande sprekers ook al hebben gezegd; wat houdt ons dan nog tegen om op dit moment een verklaring van geen bedenkingen af te geven? Wij zijn als OGP Midden-Delfland dan ook van zins om dat te doen omdat dat parkeren best nog even kan duren en best ingewikkeld is. Wat als inderdaad het Hoogheemraadschap Delfland die brief heeft geschreven? Dus ik ben ook erg benieuwd naar die brief. Die zou ik ook graag willen ontvangen, waar die dan ook vandaan komt. Maar het blijft natuurlijk wel zo, zoals de heer Vieira ook al aangaf, dat als er niet geparkeerd kan worden op de dijk en het allemaal op eigen terrein moet, dat voor de ondernemer van Buitenplaats De Zweth geen probleem is, want hij kan daarin voorzien. Het probleem ligt dan bij de Vijverschie. Ik denk dat het goed en fijn is, en dat wil ik ook graag aan het college meegeven, om te kijken wat mogelijk is voor een goede parkeeroplossing. Maar op dit moment denk ik dat we gewoon moeten blijven bij waar we voor staan. Dat is gewoon een verklaring van geen bedenkingen afgeven.
En dan zien we op termijn wel wat het parkeren doet. Dat is dus ons standpunt in dezen. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Roeling. De heer Roeling: Mijn vraag aan OGP Midden-Delfland is eigenlijk of, als je toch een kader mee wilt geven aan de wethouder en als we kijken naar het rijtje documenten bij het onderwerp, het tweede en derde document voor OGP Midden-Delfland voldoende zijn om mee te geven aan de wethouder. Dat gaat over de schets genaamd 'bijlage parkeren langs de Schie'. En de derde bijlage gaat over parkeren, maar dat is meer een soort referentiekader. Is dat voldoende voor OGP Midden-Delfland om als kader mee te geven aan het college? De voorzitter: Dank u wel mijnheer Roeling. Voor het antwoord ga ik naar de heer Jongsma. De heer Jongsma: Ik weet niet helemaal precies wat de heer Roeling daarmee wil vragen. Als je puur kijkt naar de twee schetsen, dan zijn dat mooie schetsen, dat is mooi ingepast. Maar er ligt iets daarvoor. De grond waar we mooie schetsjes en tekeningen voor maken, lijkt niet van ons te zijn. Dus ik denk dat het wijs is om eerst te bepalen van wie de grond is om dan gezamenlijk te kijken hoe je dat kunt inpassen. Dat is volgens mij waar de heer Roeling naar vraagt. De voorzitter: Dank u wel. Geen aanvullende vraag? Dan ga ik door naar mijnheer Zwaard van het CDA.
De heer Zwaard: Voorzitter, allereerst dank aan de wethouder voor de beantwoording en ook zeker voor de genomen moeite. Het zal je maar overkomen. Je krijgt een dossier onder ogen waar
9
je niet mee bekend bent en in korte tijd maak je je dat toch een heel stuk eigen. Dus complimenten daarvoor. Wat de plannen op zich betreft, hebben we in de eerste termijn al aangegeven dat het initiatief op zich voldoet aan hoe wij dat willen zien in Midden-Delfland. Over de financiële component is ook wel genoeg gezegd. We hopen dat de partijen daar onderling uitkomen. Die gedachte spreken ze wel uit, dus laten we hopen dat ze in samenspraak tot een oplossing komen. Lukt dat niet, dan is daar de planschaderoute voor in het leven geroepen. Het parkeren. De initiatiefnemer kan parkeren op eigen terrein, dus ook wat dat betreft voldoet het. Dat wil niet zeggen dat we aan het parkeren voorbijgaan, want het is voor beide ondernemers, maar met name voor de Vijverschie van belang dat daar een oplossing voor geboden wordt. De wethouder heeft al aangegeven dat daar gisteren gesprekken over geweest zijn in goede sfeer, in goede harmonie. Niet alleen de gemeente is daarin partij, maar met name het Hoogheemraadschap Delfland. Dus de houding van het hoogheemraadschap zal daarin met name bepalend zijn. Laten we hopen dat het tot een goed einde komt. Wat ons betreft, geven we die verklaring van geen bedenkingen af en zouden we tegen het college zeggen 'wacht even met de omgevingsvergunning. Neem daar even de tijd voor en probeer in die tijd met elkaar tot een oplossing te komen'.
De voorzitter: Dank u wel mijnheer Zwaard. Tot slot de heer Roeling, Mijn Partij. Aan u het woord. De heer Roeling: Dank u wel voorzitter. We zijn weer bijna twee weken terug in de tijd want als ik nu naar mijn collega's luister, zeggen ze eigenlijk alsnog 'nou ja, dat parkeren komt wel'. Dat was eigenlijk twee weken geleden juist een belangrijk item waarvan we zeiden 'laten we dat nu oplossen en laten we dat niet vooruitschuiven'. Als ik verschillende collega's hoor, zeggen ze toch weer 'laten we toch maar instemmen met de verklaring van geen bedenkingen en dat parkeren, ja, daar gaan we hard aan werken'. Dus in die zin zijn we niet vooruitgegaan, voorzitter. Dan wil ik toch wel… De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Jongsma, aan u het woord. De heer Jongsma: We gaan niet zomaar eraan voorbij. We kijken wel naar dat parkeren. Er is goed over nagedacht. We hebben het overwogen. Maar ik wil de heer Roeling het volgende vragen. Wat nou als – want dat is ook aannemelijk – het Hoogheemraadschap Delfland die brief heeft gestuurd en dat niet langer die auto's op de kade wil? Dan wordt dat parkeerprobleem op de dijk niet opgelost. Maar hoe gaat het dan in het plan van Mijn Partij? Parkeren bij de Buitenplaats De Zweth is gewoon geregeld. Maar bij de Vijverschie is dat op dit moment niet geregeld. Maar ja, dat verandert dan ook niet.
Hoe ziet de heer Roeling dat dan? De voorzitter: Het woord is aan de heer Roeling. De heer Roeling: Ja, voorzitter. Daar hebben wij wel aan gedacht. Vandaar dat wij in onze eerste termijn hebben aangegeven 'onze voorkeur gaat uit naar het uitstel van dit besluit, voornamelijk om dat soort oneffenheden'. Op het moment dat je nu een besluit neemt en er blijkt inderdaad een brief boven tafel te komen en het hoogheemraadschap blijkt inderdaad niet mee te willen werken, gaat het plan waar we het vanavond over hebben gehad in deze huidige vorm niet door. Dus vandaar dat wij gezegd hebben 'neem dan even de tijd'. Dan komt er een brief boven tafel en kan het college in overleg met het hoogheemraadschap. Dan komt het hele zwikkie weer terug naar de gemeenteraad. Dan kunnen we daarover een besluit nemen. Wij hadden daar al aan gedacht, voorzitter. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Jongsma. De heer Jongsma: Voorzitter, de heer Roeling triggert mij, want die zegt 'dan gaat het hele plan niet door'. Het plan gaat wel door want de ondernemer van de Buitenplaats De Zweth kan het parkeren op eigen terrein organiseren. Daar hebben we het vanavond over. Daar hebben we het over en de ondernemer kan dat gewoon oplossen. Dus dan komt het helemaal niet terug. Ik snap niet dat u die twee dingen met elkaar verbindt. Dat staat op zich. Ze lijken met elkaar in 10
verbinding te staan, maar ze staan op zich los van elkaar. Waar baseert u dan op dat het hele plan dan niet doorgaat? De heer Roeling: Nee, voorzitter, het plan zoals we dat vanavond en twee weken geleden hebben besproken, van 'los het parkeren op'. Dat was de boodschap. Daar is het gesprek voornamelijk over gegaan gisteren, daar ga ik tenminste van uit. Dat is onderdeel van het plan zoals het ons is gepresenteerd. Vandaar dat ik ook zojuist aan OGP Midden-Delfland vroeg: is bijlage nummer 2 – of wat is het, 082? – een randvoorwaarde, of een voorwaarde die we mee kunnen geven aan het college? Als we daar als raad dan eenstemmig over kunnen zijn en zeggen 'als we dat kader meegeven, kunnen we instemmen met de verklaring van geen bedenkingen', doen wij graag mee. Dat is in het niet zo kort, mijn antwoord, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel de heer Roeling. De heer Jongsma, aan u het woord. De heer Jongsma: Voorzitter, ik hecht hier wel aan omdat de heer Roeling een vraag aan mij gesteld had en ik begreep die in eerste instantie niet. Nu begrijp ik hem veel beter. Hij vraagt of dit een randvoorwaarde is om al dan niet akkoord te gaan. Dat is geen randvoorwaarde want op zich is wat we nu hebben afgesproken voldoende om een verklaring van geen bedenkingen af te geven. Met wat de heer Roeling noemt, nog heel veel extra's, valt of staat deze beslissing niet.
Dus het is geen randvoorwaarde. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Jongsma. Daarmee sluit ik de tweede termijn. Na de inbreng van allen gaan we nu over tot besluitvorming en voor u ligt… Sorry. Onze wethouder die een uitstekende eerste reactie had, is al heel volledig geweest in zijn terugkoppeling, maar heeft nog een aanvulling. Aan u het woord, de heer Voskamp. Wethouder Voskamp: Voorzitter, volgens mij is er ook nog een aantal vragen gesteld aan mij, of zijn er in ieder geval opmerkingen gemaakt die ik dan maar als vraag opvat. Voorzitter, voordat het een eigen leven gaat leiden. Ik ken de brief niet. Ik weet niet waar de brief vandaan komt. Het is te vroeg om te zeggen dat die bij het hoogheemraadschap vandaan komt. We gaan hem opzoeken en zodra die beschikbaar is, zullen we hem met u delen. Dat lijkt me een goede uitgangspositie. Dan weten we wat erin staat. Dan kunnen we misschien ook een beetje beter achterhalen waarom die brief gestuurd is, wat de redenen daarvoor zijn en welke gronden daaraan ten grondslag liggen. Dat eventjes voordat dat een eigen leven gaat leiden want ik hoorde net al 'wat nou als het hoogheemraadschap die brief gestuurd heeft?' Dat weten we dus nog niet. Voorzitter, ik proef steun voor de verklaring van geen bedenkingen.
Ik denk, ook als ik kijk naar de inbreng van de heer Roeling, dat wat ons betreft, als u vanavond een verklaring van geen bedenkingen afgeeft met die twee bijlages die er zijn daarbij in ogenschouw nemend en u kunt zeggen 'dit is zoals wij er als gemeente, voor zover we het nu zien, mee akkoord zouden kunnen gaan als het op deze manier wordt opgelost', dat wij als college dat als een kader zullen interpreteren en er op die manier mee aan de slag gaan. Als het ons lukt om op die manier alle partijen bij elkaar te brengen en te houden en afspraken met hen te maken, is het wat mij betreft akkoord om het op deze manier op te lossen. Dat traject gaan we nog in. Mocht dat niet lukken, dan kom ik daar zeker op terug en dan is inderdaad het verhaal, zoals het door meerdere partijen wordt aangegeven, dat er een initiatiefnemer is die een plan ingediend heeft waarin parkeren op eigen terrein geregeld is. Daar hebben wij als college eerder al een oordeel over geveld. Daar heeft u als raad eerder een oordeel over geveld. Als u vanavond de verklaring van geen bedenkingen afgeeft, is dat ook waar we mee te dealen hebben. Dus wat mij betreft, zou dat de weg zijn. Dan wil ik dat wel met enige spoed en druk doen. Dus het zal, wat mij betreft, niet heel lang duren, maar ik denk dat er rond het zomerreces wel wat meer duidelijkheid over zou moeten zijn.
Dus dat is mijn insteek: met de verklaring van geen bedenkingen en dit kader gaan wij op pad en gaan we met de initiatiefnemers en de ondernemers die daar zitten, in gesprek en zorgen dat we bij het hoogheemraadschap aan tafel komen te zitten om daar verder over te praten. Voorzitter, tot zover. De voorzitter: Dank u wel voor uw heldere toelichting. Dat betekent dat we nu wel dit agendapunt en de besluitvorming voorleggen aan u. Het voorstel definitieve verklaring van geen bezwaar
11
Schieweg 192 Schipluiden is hetgeen waar we over besluiten. De stemming is geopend. Ik zie dat het voorstel met algemene stemmen is aangenomen. Het voorstel wordt unaniem aangenomen.
6.
Voorstel tot vervolg experiment nieuw stembiljet
De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 6. De gemeente Midden-Delfland is door het ministerie van Binnenlandse Zaken wederom gevraagd om bij de volgende verkiezing deel te nemen aan het tweede experiment van het nieuwe stembiljet. Het college schaart zich achter het verzoek en de argumentatie van de minister en stelt voor om in te stemmen met deelname aan het tweede experiment met een nieuw stembiljet bij de volgende verkiezingen. De commissiebehandeling heeft ertoe geleid dat vijf van de zes fracties instemmen met het voorstel en dus met het verzoek. De fractie van de VVD heeft aangegeven dat zij hier en nu haar standpunt nogmaals naar voren wil brengen. Daartoe geef ik de fractie van de VVD graag de gelegenheid. Bij eventuele vragen aan de portefeuillehouder, zal ik, omdat ik hier zit als voorzitter, de heer Roeling vragen het voorzitterschap even over te nemen. Maar allereerst het woord aan de heer Van der Eijk van de VVD. Aan u het woord, nadat u een kopje koffie heeft gekregen. de heer Van der Eijk: Ja voorzitter, de bode belemmerde even de livecast. Maar wij vinden en vonden dit zo belangrijk, voorzitter, omdat het stembiljet de kern van de democratie raakt. Daarom wilden wij hier geen stemverklaring bij geven. Dat ging ons echt te ver.
Wij hebben reeds aangegeven dat de VVD vindt dat het niet grondwettelijk is omdat Thorbecke stelt dat men stemt op personen en niet op partijen. In onze optiek is dat een naam en geen nummer, voorzitter. De VNG stelt dat gemeenten geen taken van het rijk over moeten nemen zolang lopend beleid niet goed wordt gefaciliteerd door middel van financiën of beleidsvrijheid. De voorzitter: Ik zie een interruptie van mevrouw Koppert. Aan u het woord. Excuus, het koffie schenken kwam er even tussen. Mevrouw Koppert: Ik hoor de heer Van der Eijk het nu al een paar vergaderingen hebben over de heer Thorbecke, die in 1848 de grondlegger zou zijn van de Grondwet. Ik dacht, ik duik er toch eens in, wie die Thorbecke nou was. Hij zegt 'het staat verankerd in de Grondwet'. Is de heer Van der Eijk ervan op de hoogte dat als we het zouden doen conform Thorbecke, wij hier niet eens zouden zitten en we niet eens algemeen kiesrecht zouden hebben? Dat is pas van 1917 tot 1919 in de Grondwet verankerd. Dus die Grondwet is al zeker een paar keer veranderd. Mijn vraag aan de heer Van der Eijk is waarom toch iedere keer Thorbecke genoemd wordt en wordt gezegd dat de Grondwet vast blijft staan. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koppert. Het woord is aan de heer Van der Eijk.
De heer Van der Eijk: De Grondwet is natuurlijk een levend document dat gewijzigd kan worden, maar wij zijn begonnen bij de basis en de basis is dat men stemt op personen. Daarom kom ik daarop terug. Wij vinden dus ook dat de gemeente hier niet handelt in lijn met het VNG-beleid zoals ik eerder geschetst heb. En de minister durft eigenlijk geen echte oplossing voor te stellen en komt daarom met een systeemoplossing. Dat vinden wij ook geen bijdrage aan de democratie, voorzitter. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Knaap. Aan u het woord. De heer Knaap: We kennen de heer Van der Eijk en dit betoog, want dat hield hij inderdaad al een paar keer. Het verwondert mij wel waarom de heer Van der Eijk, of eigenlijk de fractie VVD in Midden-Delfland denkt dat ze het beter weet dan heel het ministerie van Binnenlandse Zaken en alle wetgevingsjuristen die daar elke dag aan werken. Daar ben ik gewoon nieuwsgierig naar. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Knaap. Het woord is aan de heer Van der Eijk.
12
De heer Van der Eijk: Dat was mijn laatste punt, voorzitter. Een echt voorstel zou misschien kunnen zijn om met een kiesdrempel te werken. En dat is politieke lef die wij niet zien bij de minister. De voorzitter: Dank u wel. Wij nemen hier kennis van. Dan gaan we nu het voorstel in stemming brengen. Ik open de besluitvorming en u kunt uw stem uitbrengen. Met 14 stemmen voor en 3 tegen is dit besluit aangenomen. Het voorstel wordt aangenomen met tegenstemmen van de fractie van de VVD.
7.
Voorstel Beleidskader gebiedsmarketing Midden-Delfland 2026-2030
De voorzitter: Dan gaan we nu door naar agendapunt 7. Voorstel beleidskader gebiedsmarketing Midden Delfland, 2026-2030. Ter besluitvorming ligt het Beleidskader gebiedsmarketing 2026-2030 voor. De nadere bespreking vanavond is op initiatief van de fracties D66 en Mijn Partij. Wie van de raad wil hier graag het woord over voeren? Ik inventariseer. De heer Scholtes, de heer Rodenburg, de heer Van Lier. In de eerste termijn wil ik graag het woord geven aan de heer Scholtes. Aan u het woord. De heer Scholtes: Voorzitter, in de commissievergadering hebben wij ook al vrij veel gezegd over het Beleidskader gebiedsmarketing Midden-Delfland. Wij hebben ook even in overweging genomen te kijken of we nog een motie kunnen maken of moeten maken. We hebben ervoor gekozen dat niet te doen omdat naar ons inzicht, horende de commissievergadering, die geen meerderheid zou halen. Dat zou voor ons een beetje zonde van de energie zijn. In de essentie vinden wij het beleidskader dat opgesteld is en het beleidskader gebiedsmarketing echt een prima document. Wij zien ook dat de organisatie PUUUR echt aan het professionaliseren is en dat we daar goede slagen aan het maken zijn en dat juichen wij toe. Daar staan wij ook volledig achter. We hebben wel een kanttekening bij het beleidskader gebiedsmarketing die we graag bij dezen willen maken.
Dat is dat er toch in het beleidskader staat dat er op structurele basis € 100.000,00 beschikbaar zou zijn voor PUUUR of voor gebiedsmarketing in het algemeen. Dat vinden wij met de huidige stand van zaken en de discussie die we met de kadernota zullen krijgen, geen uitgangspunt dat wij nu zo kunnen vaststellen. Dus wij willen daar toch een winstwaarschuwing bij geven dat de kadernota natuurlijk best wat gevolgen hiervoor kan hebben. Dus wij staan niet achter het structurele bedrag van € 100.000,00 in essentie. Laten we dat goed bespreken in de kadernota. Maar wij staan wel achter het verdere beleid en het beleidskader. Dus in die zin zullen wij voor stemmen, maar met de kanttekening dat voor ons die € 100.000,00 voor de komende vijf jaar zeker geen zekerheid is. Tot zover onze eerste termijn. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gebben van de VVD. De heer Gebben: Voorzitter, ik hoor dat D66 al een voorschot neemt op onze bezuinigingen. Ik vraag me dan af waarom D66 het voorstel niet gewoon heeft geamendeerd. Kennelijk hebben zij de € 100.000,00 er niet voor over, maar ze willen wel het beleidskader meegeven. Daar hangt dit prijskaartje aan. Eigenlijk vragen ze om een Ferrari maar zeggen dan 'ik betaal voor een Daf'. Is dat wel helemaal de goede gang van zaken? De voorzitter: Dank u wel mijnheer Gebben. Het woord is aan de heer Scholtes.
De heer Scholtes: Wij staan er inderdaad wel voor om in die zin als bestuur betrouwbaar over te komen. Op het moment dat wij nu zeggen 'we gaan dadelijk € 100.000,00 klaarzetten voor de komende vijf jaar' – want we zeggen dat min of meer, maar niet helemaal, en er zit een aantal haken en ogen aan wat we zeggen, maar het staat hier toch wel – vind ik dat wij als bestuur toch meegeven 'dit moet er staan voor de komende vijf jaar'. Ik vind dat we dat op dit moment niet kunnen overzien, dus we kunnen wel zeggen 'we vragen om een Ferrari en we betalen voor een Daf', maar we kunnen niet vragen om een Ferrari en vervolgens niet kunnen betalen voor die Ferrari. Een van de dingen die wij heel essentieel vinden, is dat je, op het moment dat je dingen toezegt, je daar aan het einde van de rit ook aan houdt.
13
De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gebben, nogmaals aan u het woord. De heer Gebben: Waarom zegt D66 niet gewoon 'we hebben het geld er op dit moment niet voor over'. Kennelijk zijn zij al iets beter op de hoogte van de komende bezuinigingen dan wij. Waarom zeggen ze niet 'gebiedsmarketing is op dit moment geen prioriteit voor ons en we schrappen dit gewoon'? Dat is toch veel eerlijker? Als je nu zegt 'we zijn het wel eens met het beleidskader, maar we hebben het geld er niet voor over', vind ik dat met twee maten meten. De voorzitter: Dank u wel de heer Gebben. Het woord is aan de heer Scholtes. De heer Scholtes: Ik zit even heel goed te denken welke vraag ik hier gehoord heb. Volgens mij heb ik geen vraag gehoord, maar meer een stelling. Dus ik denk dat ik niet hoef te antwoorden, voorzitter. Dan ben ik heel erg benieuwd naar de tweede termijn van de VVD om te horen wat hun visie daarop is. De voorzitter: Dan wil ik vervolgens het woord geven aan de heer Gebben, nog even tot slot. De heer Gebben: D66 heeft mijn vraag niet helemaal goed begrepen. De vraag is eigenlijk: waarom stem je in met een voorstel waar je het geld niet voor over hebt? De voorzitter: Dan geef ik nogmaals het woord aan de heer Scholtes ter beantwoording. De heer Scholtes: Wij vinden de uitgangspunten van het beleidskader goed. U zegt 'waar je het geld niet voor over hebt'.
Wij denken dat er bij de komende kadernota misschien wel heel zware beslissingen moeten vallen. Wij vinden het dus niet van behoorlijk bestuur getuigen om nu aan te geven 'wij staan hiervoor voor de komende vijf jaar'. We willen alvast die winstwaarschuwing geven, dat vinden wij beter passen dan nu instemmen en zeggen, 'voor de komende vijf jaar staat het vast', om er vervolgens op terug te komen. Dat is onze inbreng, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Scholtes, dat lijkt me duidelijk. Dan wil ik door naar de volgende spreker, de heer Van Lier van Mijn Partij. Aan u het woord. De heer Van Lier: Ik wil niet te veel in herhaling vallen ten opzichte van het commissiedebat, maar ik zal even de discussie tussen de VVD en D66 wat verduidelijken. Als je leest waar we mee instemmen, stemmen we in met het beleidskader. Op de eerste bijlage van het beleidskader staat, ik citeer 'voor het nastreven van de genoemde doelstellingen begroot de gemeente jaarlijks en structureel een bedrag van € 100.000,00.' Dus als u instemt met het stuk, stemmen we in met € 400.000,00 voor de komende vier jaar. Dat is waarom wij er niet mee in zullen stemmen want ik vind dat we nu nog niet kunnen zeggen dat we € 400.000,00 gaan uitgeven aan PUUUR. Dan toch even een stukje herhaling van het commissiedebat.
Toen we ooit met PUUUR begonnen, was het verhaal 'we geven PUUUR € 100.000,00 en dan vragen we PUUUR om te kijken wat ze nodig hebben. Daar komt misschien € 50.000,00 uit, of € 150.000,00, en daar doen ze wat voor'. Of misschien komen ze met een boodschappenlijstje 'we kunnen A doen, goedkoop, met een Fiat, of, zoals de VVD zei, een Mercedes', en dan kiezen we als raad. Wat er nu ligt, is 'we hebben een plan en het kost € 100.000,00'. Het kost altijd € 100.000,00. Dat is volgens mij niet de basis waarop we begonnen zijn. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Jongsma. De heer Jongsma: Voorzitter, ik vraag me af of de heer Van Lier hetzelfde stuk heeft gelezen als ik. Ik heb gelezen dat PUUUR elk jaar komt met een goed plan van aanpak en dan kunnen ze maximaal € 100.000,00 subsidie krijgen. Dat is het uitgangspunt. Maar als zij zaken hebben, of dat net anders zien, wil dat niet per definitie zeggen dat ze die € 100.000,00 krijgen. Dat was tot dusverre wel zo, maar dit is juist anders eraan. Dan houd ik bijna mijn tweede termijn, maar het is voor nu niet zo dat zij gewoon, standaard, structureel die € 100.000,00 krijgen. Ze kunnen maximaal € 100.000,00 aan subsidie krijgen. Dat is wat er staat.
14
De heer Van Lier: Als je de begroting leest, staat er € 100.000,00. In de tekst van de bijlage staat 'een subsidieplafond van € 100.000,00'. In de brief van de gemeente staat € 100.000,00 per jaar'. Dus wat voor stuk houden we aan? Ik citeer uit de voorlegger, de brief van de gemeente. Dus misschien kunnen de stukken wat duidelijker. De voorzitter: Mijnheer Van Lier. De heer Van Lier: Ja, ik ga verder. Dat was het antwoord op de vraag van de OGP MiddenDelfland. Ik begon positief, de stukken zijn beter dan de vorige keer. Dat wil zeggen, het ziet er beter uit. Het enige dat we nog missen, is waar je op gaat toetsen. Als je kijkt naar de evaluatie, zouden we meer toetsmomenten krijgen. Ik heb in de stukken gelezen dat er 10-5% of iets meer moet gebeuren. Meer tikken, dus er zit wel wat in, maar hoe ga je toetsen? Zeker als het van naamsbekendheid naar beleving gaat, waar het stuk over gaat, vind ik beleving wel lastig te toetsen. Dat is ook niet echt genoemd. Ik wil het toch in de groep gooien om de discussie misschien even voor de tweede termijn scherp te krijgen. D66 kan ik misschien nog ompraten, want als je tegen € 100.000,00 bent, moet je misschien tegen stemmen. Dan de prikkel. Dat past een beetje in het rijtje van OGP Midden-Delfland. Als PUUUR wat minder doet, krijgen ze misschien wat minder subsidie.
Doen ze het heel goed en komt er heel veel geld bij, dan kunnen we wat meer geven. Dus wat vinden mijn collega-raadsleden van de prikkel? Dan kunnen we daar misschien een amendement voor opstellen en daar iets mee doen. Maar met het voorstel zoals het nu voorligt, gaan wij ieder geval niet positief stemmen. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van Lier. Dan wil ik tot slot in eerste termijn het woord geven aan mijnheer Rodenburg van het CDA. De heer Rodenburg: Wij kunnen het collegevoorstel wel steunen, alleen wel met de vermelding dat die jaarlijkse toezegging van € 100.000,00 bij eventuele bezuinigingen kan veranderen. Hoeven we niet te bezuinigen, dan zal het makkelijker zijn. Maar iedereen zal mee moeten doen met eventuele bezuinigingen, dus ook PUUUR, denk ik. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Helder. Eén ding is duidelijk, dat is dat het beleidskader echt omarmd wordt in de brede zin des woords, maar over de financiële component bestaan duidelijk verschillen. Ik kijk nu even voor de eerste termijn van het college naar wethouder Voskamp. Wethouder Voskamp: Voorzitter, de discussie die gaande is, laat een dilemma zien waar we als college de afgelopen tijd best vaak tegen aangelopen zijn.