2025 m 03 d 25 vsl raad
Tekst van het document
Hoe lang blijf je doorgaan zonder de benodigde zekerheid over de dekkingen, wetende dat het externe advies - daar heb ik net aan gerefereerd – sprak van een bijzonder risicovol project dat steunde op een beperkt aantal schouders? Een beperkt aantal schouders want we hebben u er ook over geïnformeerd dat het bestuur zijn voorzitter moest missen. In het licht van deze onzekerheden en risico's besloot DIOS in overleg met de gemeente dat het financieel en organisatorisch niet mogelijk was om het plan succesvol te realiseren. Toen is besloten om de vergunning in te trekken. Dat voorkomt verdere kosten, zodat we nu een betere positie hebben en nog € 25.000,00 bespaard hebben op de legeskosten die eventueel weer aan de nieuwe ballonhal gespendeerd kunnen worden. Dat is waarom er zo'n tijdsdruk op stond. Dat is waar we als college stonden: welk raadsvoorstel gaan we doen? Dan kom je opeens tot de conclusie 'het initiatief is weg'. We zijn daarmee dus ook niet in de gelegenheid om u een raadsvoorstel voor te leggen. De initiatiefnemer beslist. Ik heb wat opmerkingen gehoord over wat het recht van opstal betekende in de totstandkoming van het besluit. Ja, er liggen vraagstukken over het recht van opstal, maar die betreffen het huidige appartement. Moet u mij nou horen, het gaat natuurlijk om het complex.
Het is niet zo dat de externe financiers niet konden instappen omdat het recht van opstal nog niet geregeld was want dit staat los van het financieringsvraagstuk. Dat zou om het nieuwe gebouw gaan en niet om het huidige pand waar we nu nog wat over te doen hebben. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Roeling. De heer Roeling: Even over dat recht van opstal. Het is duidelijk dat ook de nieuwe sporthal onderdeel zou uitmaken van dat recht van opstal. De bestaande kantine was ook nog niet geregeld. Dat is slordig, maar goed, dat kan gebeuren. Maar er moest wel degelijk voor die te realiseren sporthal een opstalrecht gerealiseerd worden. Waarom was of is dat tot op de dag van vandaag niet geregeld? Dat is de vraag. De voorzitter: Dank u wel. De vraag is helder, mevrouw Oderwald? Wethouder Oderwald: Je gaat pas een contract of een recht van opstal maken als je weet dat het initiatief doorgaat, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder, mijn vraag aan u is: bent u klaar met uw beantwoording? Wethouder Oderwald: Nee, ik heb nog een enkele vraag. De voorzitter: Aan u het woord. Wethouder Oderwald: De vraag was 'is er voortschrijdend inzicht?' Ja, dat is er zeker. We hebben in oktober met uw raad het beleid duidelijk op papier gezet. In juli hebben we uitgebreid met DIOS gesproken en verteld 'exploitatiekosten zijn voor uzelf'.
Dat staat echt expliciet in ons beleid en wellicht hadden wij dat nieuwe beleid, dat u als raad heeft vastgesteld, nog explicieter onder de aandacht van DIOS kunnen brengen. Dan was het wellicht nog duidelijker geweest. 15
In de commissie hebben we het ook over het budgetrecht gehad. We hebben geen geld uitgegeven waar u geen dekking voor gegeven heeft, waar u het mandaat niet voor gegeven heeft. Dus dat is hier helemaal niet aan de orde. Dan denk ik dat ik alle vragen beantwoord heb. De voorzitter: Dank u wel wethouder. Ik stel voor dat we de vergadering tien minuten schorsen en dan starten met de tweede termijn. De heer Roeling heeft nog een vraag in de eerste termijn, aan de wethouder. Daarna gaan wij tien minuten schorsen. De heer Roeling: Ik had twee vragen. De ene was 'is er al sprake van voortschrijdend inzicht geweest?' Uit de beantwoording blijkt van niet. De andere vraag ging erover dat het de wethouder natuurlijk al vanaf half december bekend is dat er gezocht moest worden naar een nieuwe situatie. In de brief van 23 januari jl. geeft zij aan 'we streven ernaar in het najaar 2025 de oplossing met uw raad te kunnen delen'. We zijn nu ook weer een paar maanden verder. Dus mijn vraag was: heeft het college nu al duidelijk een andere locatie op het oog voor die sporthal? Dat blijft boven de markt hangen. Ik heb alle partijen gehoord, ze hebben allemaal behoefte aan die sporthal. Alleen de vraag is nu: wat is dan de nieuwe locatie? Zojuist heeft het college of de wethouder dit schip achter zich verbrand, namelijk een sporthal op het sportpark.
Is er al bekend wat de andere locatie is voor de sporthal? De voorzitter: Dank u wel, de heer Roeling. Het woord is aan de wethouder. Wethouder Oderwald: Voorzitter, in de commissie heb ik ook gerefereerd aan het behoefteonderzoek dat in 2021 gedaan is. Toen was de lijn 'er is geen behoefte aan een hal'. Daar was het gebruik in Den Hoorn niet hoog genoeg voor. Dat gaan we bezien, dus daarna komt pas de vraag 'moet je een locatie hebben?' Dus daar kan ik nu niet op ingaan. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gebben van de VVD. Aan u het woord. De heer Gebben: Ik had even een ordevraagje. Er wordt geschorst. Wie vraagt die schorsing aan en waarom? De voorzitter: Die vraagt deze voorzitter aan. Er is veel commotie. Ik wil dat we zorgvuldig in de vraagstelling de tweede termijn op een goede manier kunnen invullen. Dat is de insteek. Mijnheer Gebben? De heer Gebben: Dan komt misschien de flauwe vraag: wat gaat u dan daaraan doen? Volgens mij is er is er een informatieachterstand bij de raad en die gaat u niet goedmaken, denk ik. De voorzitter: Dat is ook niet mijn rol. Maar ik denk wel dat beraad en afstemming kan helpen. Dat is de insteek. Hierbij schors ik de vergadering en we starten weer om 21.00 uur stipt. Schorsing De voorzitter: Ik hervat de vergadering en wil graag inventariseren wie er in de tweede termijn het woord zou willen voeren.
Ik zie de heer Gebben, de heer Vieira, de heer Zwaard, de heer Roeling en de heer Knaap. Als eerste wil ik het woord geven aan de heer Vieira. De heer Vieira: Voorzitter, u had mij vanavond op dit thema in ieder geval nog niet gehoord. Er is al heel veel gezegd vanavond en ik wil eigenlijk terugkomen op de moties en amendementen die ingediend zijn en nog kort ingaan op wat er verder hier gebeurd is. Als eerste de motie over de ballonhal die oproept om daarnaar te kijken. Wat ons betreft, pakt de wethouder, en het college, dat gewoon per morgen op. Dus wij kunnen dat ruimhartig steunen. Dan ligt er ook nog een motie richting de wethouder. Ik dacht 'laat ik eerst gewoon in die eerste termijn even aanhoren wat hier allemaal gebeurt, wat er gezegd wordt'. Dan kunnen we daar even op reflecteren. Ik wil twee dingen zeggen over het dossier. In het najaar van 2023 hebben wij het besluit genomen en is voorgelegd '€ 200.000,00 subsidie, € 1 miljoen lening'. We zeiden 'is dit het?' het antwoord was 'ja, dit is het, dit gaan we zo doen'. In mei hebben we 16
commissievergadering gehad. Toen is er vanuit de commissie gevraagd 'het is wel wat dat u weer € 135.000,00 vraagt, kunt u ons beloven – zo is dat in de commissievergadering gevraagd, dat kunt u gewoon terugkijken – dat het hierbij blijft?' Daarop is gezegd 'ja, vanuit DIOS en het college gaan wij dat u als raad toezeggen'. U zegt als raad 'die € 135.000,00 erbij en die lening van € 1 miljoen'. Het is dan ook een beetje apart om dan… De wethouder gaf vervolgens in augustus/september weer in een brief aan 'het ligt wat moeilijk'. Maar het is natuurlijk wel een beetje apart, als er in mei gevraagd is door de commissie en de raad 'kunt u het hierbij laten?' en het college dan heeft gezegd 'oké, ja, als u dat wilt raad, dan doen wij dat', om vervolgens te zeggen 'ik had toch in stelling gebracht willen worden'. Dat had gekund. Daarna waren er nog twee opties. Die brief was er. Niemand heeft die brief geagendeerd toen de problemen in september 2024 kwamen. In oktober is er vervolgens gesproken over de sportregeling. Toen is dat ook niet aangegrepen om erover te spreken. Dus op de vraag 'moeten we dan de treurnis specifiek naar één wethouder uitspreken?', vind ik dat te kort door de bocht. Het college heeft zich gehouden aan de opdracht die de raad heeft meegegeven. Dus wat dat betreft, steunen we die motie niet. De voorzitter: Dank u wel de heer Vieira.
Dan geef ik het woord aan de heer Knaap van OGP Midden-Delfland. De heer Knaap: De eerste motie over Help DIOS doorzetten, dat moge duidelijk zijn, die steunen we want die hebben wij ingediend. De tweede motie – het was overigens een motie van afkeuring, heb ik begrepen – steunen we niet. Mijnheer Vieira heeft al een beetje het gras voor onze voeten weggemaaid. Maar het beklijft wel, en dat is ook een beetje uit de beantwoording van de eerste termijn, dat het hier eigenlijk alleen gaat om het terugtrekken van de subsidie, maar het ook gaat over DIOS helpen om zo snel mogelijk perspectief krijgen zodat ze komende winter weer gewoon kunnen binnensporten. Dan ga ik toch even naar het antwoord van de wethouder uit de eerste termijn. Dan hoor ik 'geen potjes', 'we hebben alleen de regeling', 'ik heb nog geen subsidieaanvraag gezien'. Dat is de ene kant. Dat is een heel formele reactie op de cursus samenwerken die ik de wethouder eigenlijk gun met de motie die we hebben ingediend. Die motie gaat namelijk over 'kijk samen wat DIOS financieel gezond houdt en kijk vanuit die basis naar, onder andere, de subsidieregeling die we hebben en houd nu een keer het belang van DIOS in het achterhoofd, omdat ze gewoon met hun rug tegen de muur staan en de komende winter een nieuwe ballonhal nodig hebben'. Dan hoor ik alleen maar 'ja, dat is kort dag'.
Dan denk ik 'ja, dat is kort dag, maar er belet de wethouder helemaal niets om in de tijd waarin zij wordt betaald als wethouder haar jas te pakken en haar tas te pakken, een aantal ambtelijke collega's mee te nemen en een afspraak met DIOS te maken'. DIOS heeft die informatie gewoon allemaal. Dus maak het niet zo formeel, ga gewoon met elkaar om tafel en ga ook echt samenwerken. De wethouder zegt dat ze dat heel fijn gedaan heeft de afgelopen periode. Wat is dan de moeilijkheid? Dat is dan mijn conclusie. Als ik dan in het antwoord van de eerste termijn van de wethouder hoor 'ik heb al veel geraakt', denk ik 'ja, veel geraakt, maar niet het doel'. Het begint een beetje op die penalty van mijnheer Ringeling te lijken van ons Nederlands elftal, dat helaas heeft verloren van Spanje. Ik vraag me serieus af, en ik zou het heel graag van de wethouder horen, of dat mogelijk is: ga gewoon morgen aan de slag, pak het op. Kijk nou eens niet zo formeel naar 'we moeten een aanvraag hebben', en dat soort dingen. Maak die aanvraag dan gewoon samen. DIOS is echt de beroerdste niet en ze willen ook heel graag. Sterker nog, ze moeten heel nodig. Dus ik ben heel benieuwd naar een antwoord van de wethouder dat antwoord geeft op de motie en mij als raadslid ook een beeld geeft dat er daadwerkelijk iets goeds gedaan wordt voor de vereniging, voor DIOS.
De voorzitter: Uw betoog is helder, dank u wel de heer Knaap. Dan ga ik verder met de heer Gebben. De heer Gebben: Voorzitter, in de eerste termijn had ik al gezegd dat we kunnen instemmen met het voorstel dat er ligt want dat is zoals het is. Wij zijn medeondertekenaar van de motie van OGP Midden-Delfland. We waren ook blij met het initiatief omdat de raad, denk ik, raadsbreed een wat ongemakkelijk gevoel heeft. Wij zijn samen opgetrokken met DIOS om te kijken of we dit van de grond konden trekken ook omdat wij daar met zijn allen een win-winsituatie in zagen. Nu blijft DIOS achter met een gepeperde rekening. Dat kan niet goed zijn. Daarom vonden wij het een goed idee om die motie te steunen. In overleg zijn 17
we ertoe gekomen om deze iets uit te breiden en de wethouder ook iets meer ruimte te geven om toch misschien iets te vinden om DIOS iets verder tegemoet te komen dan volgens de regeltjes zou moeten. Die ruimte hebben we gegeven en we wachten af wat er komt. Ik hoop echt dat ze dat serieus neemt want ik heb me de hele avond steeds verder zitten verbazen, mevrouw de voorzitter. Wat gebeurt hier allemaal? Wij zijn niet betrokken in de definitieve besluitvorming. Goed, daar vinden andere partijen iets anders van dan wij. Dat kan. Maar ik vind het echt heel vervelend, en daar stappen andere partijen heel makkelijk overheen, dat delen van de informatie niet naar ons toe komen en dat het college kennelijk zelf bepaalt welke informatie wij wel en niet krijgen. Dat doet het in de vorm van brieven. Ik denk, zoals mijnheer Roeling ook zei, betreft die actieve informatieplicht, dat dat soort rapporten het beste achter die brieven aan kunnen komen. Ik zie echt het probleem niet. Sterker nog, het is volgens mij een wettelijke verplichting. Dan is er nog de motie die we eigenlijk met een best groot deel van de raad samen hebben opgesteld. Daarover deel ik eigenlijk heel veel van wat mijn collega van OGP Midden-Delfland ook al zei. Die wordt afgedaan met 'nou, waarschijnlijk kan ik er niet aan voldoen, want ik zit vast aan de regels'.
Jammer, ik hoop echt dat de wethouder een andere route kiest in dit geval. Het komt terug naar de raad, begreep ik, dus dan kunnen we er altijd gelukkig met zijn allen nog wat van vinden. Alles bij elkaar opgeteld, denk ik dat een motie van afkeuring nog steeds op zijn plek is. Het is geen motie van treurnis, dat is echt totaal wat anders. Wij zeggen met die motie 'joh, dit is niet goed gegaan en dit willen wij als raad eigenlijk liever niet meer zien'. Het lijkt mij als je raadslid bent dat je in deze raad bent gaan zitten om juist bij dit soort beslissingen betrokken te raken en daar een mening over te vormen en een gewogen afweging te maken. Die kans hebben we nu niet gehad en dat is heel erg jammer. Ik denk dat als je je raadslidfunctie serieus neemt, je het toch met ons eens moet zijn dat wij vaker in positie moeten worden gebracht. Daar wil ik het bij laten, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Gebben. Dan wil ik vervolgens het woord geven aan de heer Roeling van Mijn Partij. De heer Roeling: Even dachten wij 'er wordt schorsing aangevraagd en het college gaat zich even kort beraden en zegt dan 'dit voorstel, dat nu feitelijk voorligt, kan wel een maand wachten en in die tussentijd gaan we de raad voorzien van de informatie waar de raad gewoon recht op heeft'. Ik heb daar niets over gehoord, dus dat zal waarschijnlijk niet gebeuren.
Met andere woorden, ze willen dit gewoon op deze wijze doorzetten. Dat is op zich al opvallend omdat er staande de vergadering blijkbaar allerlei rapporten boven komen waar wij geen kennis van hebben genomen, waarvan het college zegt 'nee, maar op basis daarvan hebben wij een besluit genomen'. Dat kan toch niet? Dat bestaat gewoon niet, voorzitter. Dat hoort ook gewoon bij de raad terecht te komen. Het was toch wel weer even op de lip bijten bij de beantwoording van de vragen en reacties van de raad. De reactie van de wethouder laat zien dat het blijkbaar toch moeilijk is om concrete vragen te beantwoorden en vooral om te beseffen wat je feitelijke rol als wethouder is. Goed. De motie van afkeuring dienen wij samen met de VVD in. Ik denk dat die nog meer van toepassing is na die eerste termijn dan daarvoor. Er zijn verschillende dingen waarop wij het absoluut niet eens zijn met de wethouder. Dat is bijvoorbeeld de exploitatiebijdrage voor de dagelijkse beheerder. Dat kwam zomaar opzetten. Als ik dan vraag, in technische vragen tijdens de commissievergadering, 'wat betalen we nu jaarlijks aan de exploitatiebijdrage aan Optisport?' Dan is het antwoord: € 60.000,00.
Dan mogen we toch verwachten, wij als raad, maar ook DIOS, dat dat soort kosten automatisch ook bij de gemeente blijven en niet DIOS in dit geval daarmee wordt opgezadeld? Daar gaan we het gewoon niet over eens worden. Ik heb constant het idee 'we missen elkaar steeds'. Nu is DIOS de dupe, met alles wat ze daarvoor gedaan hebben. Dat kan nooit de bedoeling zijn, voorzitter. Een ander punt van kritiek is dat het opstalrecht nog niet geregeld is. De wethouder komt met een soort kip-en-eitheorie. Dat klopt natuurlijk niet. Als financier wil je gewoon dat het opstalrecht geregeld is voordat je daar een hal gaat bouwen, anders heeft het het risico in zich op het moment dat het niet goed gaat, dat de sporthal niet vervalt aan de financiers, maar aan de eigenaar van de grond. Wie dat is, maakt verder niet uit, maar dan komt die sporthal in handen van de eigenaar van de grond. Het opstalrecht organiseert juist heel nauwkeurig dat, als jij daar een sporthal bouwt, er zekerheid is voor de financiers; 'joh, als het niet goed gaat, zijn jullie wel eigenaar van
18
een sporthal'. De wethouder komt met een of andere kip-en-eitheorie die totaal niet van toepassing is hier. Nogmaals, het is nog steeds niet geregeld. Dan komt er ook direct commentaar op de motie van 'ja, ja, we dragen het college op, maar ik weet het niet'. Het is nota bene meer dan drie maanden geleden dat de stekker eruit is gegaan. Dan had je daar toch al veel langer over na kunnen denken en had je op zijn minst bij DIOS te rade kunnen gaan 'joh, we zitten nu in deze situatie'. Collega's hebben dat ook aangegeven. Het is niet gebeurd. Wij hebben nu de indruk dat het college of de wethouder pas morgen begint met de inventarisatie, de gesprekken. Dat kan gewoon niet, voorzitter. Wat ons betreft, denken wij dat Midden-Delfland en met name de verenigingen en de inwoners veel beter verdienen dan wat we vanavond hebben gezien. Het is een gênante vertoning. Ik laat het hierbij. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel de heer Roeling. Tot slot geef ik in de tweede termijn het woord aan de heer Zwaard van het CDA. De heer Zwaard: Ik wil me beperken tot de twee moties. Motie 1 Help DIOS doorzetten. Daar zijn we mede-indiener van. Uiteraard steunen we die met de boodschap aan de wethouder 'ga zo snel mogelijk aan de slag'. Om in voetbaltermen te blijven, daar hadden we het net al over, doe dat à la Davy Klaassen en jaag hem de kruising in met links. De motie van afkeuring.
Wij vinden dat we het college voldoende kader hebben meegegeven in dit verhaal en dat bestond eruit dat er uiteindelijk een paar bedragen boven tafel zijn gekomen waarvan we hebben gezegd 'dit is het, u hoeft niet terug te komen om hier nog wat extra financiering bij te vragen want daar gaan we niet mee akkoord'. Dus wat het CDA betreft, hebben wij daar, denk ik, heel goede kaders voor meegegeven en heeft het college zich daar ook aan gehouden. Mijnheer Gebben vertelt dan 'als je je als raadslid serieus genomen wilt voelen, ga je deze motie steunen'. Dat gaan wij niet doen. Wij vinden dat we ons werk zeer zeker serieus doen. Nogmaals, we hebben die kaders serieus meegegeven en daar is naar gehandeld. Dus blijft er voor ons niets anders over dan om de motie Help DIOS doorzetten te steunen en de motie van afkeur niet te ondersteunen. Wij vinden de toezeggingen die het college gedaan heeft voldoende. De motie van afkeuring vinden we een veel te zwaar middel in deze situatie. De voorzitter: Dank u wel, de heer Zwaard. Ik kijk even naar de wethouder of die nog wil reageren of iets wil toevoegen. Ik geef u de gelegenheid, wethouder Oderwald. Wethouder Oderwald: Er was nog een vraag met betrekking tot de motie en hoe snel we dit dan gaan oppakken. In de schorsing heb ik even van gelegenheid gebruik gemaakt om nog wat extra informatie tot mij te krijgen.
Vandaag is er al een uitgebreid bezoek geweest, ambtelijk, bij DIOS en zijn daar al de eerste afspraken gemaakt over hoe de informatie precies aangeleverd moet worden, zodat we snel door kunnen gaan pakken. Hopelijk is alle informatie compleet, zodat we dan ook zo snel mogelijk bij u in de raad komen. Voorzitter, wij hebben als college al gezegd hier in deze vergadering dat we deze motie omarmen, dat we het heel graag willen. Uiteindelijk kunnen we met het voorstel dat dan bij u ligt, zien of het ruim genoeg was. Wij zullen dat als college ruimhartig doen, maar het is een vaag begrip. We gaan ervoor. Het is aan u om te oordelen. De voorzitter: Dank u wel. Dat betekent dat we na deze eerste en tweede termijn en deze beraadslagingen toegekomen zijn aan het moment dat wij het besluit in stemming gaan brengen. Ik wil u allen vragen om uw stem in te zetten. De stemming is geopend. Hierbij zie ik dat het besluit tot het intrekken toegezegde subsidie en lening aan DIOS met algehele stemmen is geaccordeerd. Dat betekent dat wij overgaan naar de stemming over de motie van afkeuring, ingebracht door VVD en Mijn Partij. De stemming is hierbij geopend. De motie van afkeuring is met 10 stemmen tegen en 7 stemmen voor niet aangenomen. Dan gaan we over tot de motie die ingebracht is door CDA, OGP Midden-Delfland, Mijn Partij en de VVD. De stemming is gestart.
De uitslag is dat de motie met algehele stemmen is aangenomen. Het voorstel wordt unaniem aangenomen. Motie 01 wordt verworpen met stemmen voor van de fracties van Mijn Partij en VVD. Motie 02 wordt unaniem aangenomen.
19
7.
Voorstel instellen bestemmingsreserve Sterker landschap 2050
De voorzitter: Dan gaan we over naar agendapunt 7. Voorstel Instellen bestemmingsreserve Sterker landschap 2050. Vanuit de regionale samenwerking en de opheffing van de Stichting Landschapsfonds Midden-Delfland komt er geld naar de gemeente. Het college stelt voor om de bijdrage in een bestemmingsreserve onder te brengen, zodat het beschikbaar blijft voor besteding aan het landschap. Uit de commissiebehandeling is gebleken dat de fracties ChristenUnie en OGP Midden-Delfland een positief standpunt innamen, terwijl de fracties CDA en VVD geen meerwaarde zagen in dit voorstel en dus negatief staan tegenover dit voorstel. De fracties Mijn Partij en D66 gaven aan behoefte te hebben om het voorstel in eigen kring nader te bespreken. Ik neem aan dat deze fracties in ieder geval het woord willen hebben. Ik inventariseer daarbij tevens wie daar nog meer het woord zouden willen voeren. Dan wil ik beginnen bij Mijn Partij, de heer Ammerlaan. De heer Ammerlaan: Ik zal het kort en bondig houden. Mijn Partij is van mening dat het vastleggen van vrijkomende middelen in de bestemmingsreserve geen verstandige keuze is. Het is goed om snel te kunnen schakelen als landschappelijke kansen zich voordoen. Echter, het lijkt ons geen toegevoegde waarde om hiervoor een extra bestemmingsreserve op te tuigen. Dit zou volgens ons ook prima mogelijk moeten zijn vanuit de algemene reserve. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel mijnheer Ammerlaan. Dan mijnheer Van Rijs van het CDA, aan u het woord. De heer Van Rijs: Het CDA ziet ook in de Toekomstvisie Midden-Delfland 2050 dat het een algemene leidraad is voor keuzes die de gemeente Midden-Delfland maakt. Ook wij staan daarom positief tegenover het beschikbaar stellen van geld voor het in stand houden en het versterken van ruimtelijke kwaliteit van het Bijzonder Provinciaal Landschap. Maar wij vinden het instellen van een specifiek bestemmingsfonds hiervoor niet nodig. Integendeel, het instellen van zo'n reserve kan zelfs een beperkende factor zijn. Daarnaast is het zo dat goedkeuring voor een niet-begrote uitgave sowieso langs de raad moet, of het nu een bestemmingsreserve is, of een algemene reserve. Daarom dienen we een amendement in waarin de vrijgekomen bedragen als gevolg van de liquidatie van het Landschapsfonds Hof van Delfland niet in een apart hiervoor op te richten bestemmingsreserve worden gestort, maar in de algemene reserve. Dit amendement wordt mede ingediend door Mijn Partij en de VVD. De voorzitter: Dank u wel de heer Van Rijs. Het amendement is inmiddels onderweg. Dan wil ik vervolgen in de eerste termijn door het woord te geven aan de heer Scholtes van D66. De heer Scholtes: Ook wij hebben in de fractie uitgebreid gesproken over nut en noodzaak van de bestemmingsreserve.
Laat vooropstaan dat nut en noodzaak van de ruimtelijke kwaliteit van het Bijzonder Provinciaal Landschap ons wel degelijk bekend is. Wij waren inderdaad ook genegen te zeggen 'maak geen bestemmingsreserve'. Wij vinden uiteindelijk ook dat amendement dat is ingediend door het CDA, de VVD en Mijn Partij wel van toegevoegde waarde. Dus wij zullen dat amendement steunen. Wij denken dat het gewoon een betere verwoording is van wat we nu hebben staan. Dus tot zover onze eerste termijn, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel en dan wil ik tot slot het woord geven aan de heer Knaap van OGP Midden-Delfland. De heer Knaap: Onze mening is ten opzichte van de commissie niet veranderd. Een voordeel van die bestemmingsreserve vinden wij wel degelijk dat je daarmee waarborgt dat dit geld daadwerkelijk voor groen beschikbaar is. Met de zorgen over de bezuinigingen die op ons afkomen de komende jaren is het toch handig om groen geen grijs te laten worden, dus wij zullen ook niet instemmen met het amendement dat zojuist door de andere fracties is geopperd. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Knaap. Daarmee hebben we de eerste termijn ronde gehad. Ik kijk even naar de wethouder. De heer De Leede, aan u het woord.
20
Wethouder De Leede: Ik zat net even het amendement te lezen. Ik begrijp dat het instellen van een specifieke reserve bij nogal wat fracties vragen oproept en dat eigenlijk wordt voorgesteld om het toch aan de algemene reserve toe te voegen. Ja, dat gebeurt vanzelf als we deze bijzondere reserve niet instellen. Dus of we het amendement nu aannemen of het voorstel afwijzen, dat komt de facto op hetzelfde neer. Maar ik denk toch dat het geen goed idee is om het in de algemene reserve te storten. We krijgen deze middelen, die komen vrij als gevolg van de opheffing van het Landschapsfonds. Wij denken dat die middelen geoormerkt zouden moeten blijven voor dat landschap. Dat is de reden waarom we dit voorstel hebben uitgewerkt. Natuurlijk, het is zeker niet de bedoeling om de raad buitenspel te zetten of om een leuk potje te hebben om lollige dingen te doen. Nee, de raad gaat uiteindelijk ook over deze bestemming, maar het is wel een bestemming die voor dat landschap bedoeld is. Ik begrijp dat het geen gewoonte moet worden om voor elke aanleiding een aparte reserve in te stellen. Dat dat zou ik ook niet willen voorstellen. Ik denk dat collega Voskamp er ook niet heel enthousiast over zou worden, om voor elke bijzonderheid een aparte reserve in te stellen. Maar de aanleiding hier is natuurlijk het vrijkomen van middelen, met een bestemming.
Dat is de reden geweest waarom wij denken dat het past om een bestemmingsreserve in te stellen. Ik concludeer, of ik verwacht, ik hoop dat u daar toch nog even over na wilt denken. Maar goed, uiteindelijk is het evident dat de raad gaat over wat er met dit geld gebeurt. Dus als er een breed gedragen amendement komt, dat een andere richting uitwijst, dan zullen we daarnaar handelen. Dat is duidelijk. De voorzitter: Dank u wel de heer De Leede. Dat was een heldere beantwoording. Dat maakt dat ik u vraag wie nog van de tweede termijn gebruik wil maken. Ik inventariseer graag wie daarin nog het woord wil voeren. De heer Moerman, de heer Van Rijs en de heer Ringeling. Dan wil ik als eerste het woord geven aan de heer Moerman van de VVD. Aan u het woord. De heer Moerman: Voorzitter, tijdens de commissievergadering hadden wij ook al duidelijk aangegeven dat wij geen voorstander zijn van de bestemmingsreserve en ook met de argumentatie van de wethouder zojuist zijn we daar nog steeds geen voorstander van en staan we achter het amendement. Dat was mijn tweede termijn. De voorzitter: Helder, dank u wel. Dan wil ik graag het woord geven aan de heer Van Rijs van het CDA. De heer Van Rijs: Dank u wel wethouder voor uw reactie. Graag wil ik daar toch nog een opmerking over maken. Dat is dat we bewust hebben gezegd in dit amendement dat het op de bestemmingsreserve komt.
Al was het alleen al om te voorkomen dat het ergens op een tussenrekening blijft staan. Dus vandaar dat we het graag in de algemene reserve willen hebben en niet in de bestemmingsreserve. De voorzitter: Ook dat is een helder standpunt. Dank u wel, dan wil ik tot slot het woord geven aan de heer Ringeling van de ChristenUnie. De heer Ringeling: Voorzitter, in de commissie hadden wij aangegeven dat wij voor een bestemmingsreserve waren, dus daar blijven we bij. Ik zal dus het amendement niet steunen. De voorzitter: Dank u wel, dan sluit ik hiermee de tweede termijn en gaan wij over tot besluitvorming. Ik wil u vragen of u uw stem wilt uitbrengen. Ik denk dat we weer een klein beetje geduld moeten hebben. Ik constateer dat met 13 stemmen voor en 4 stemmen tegen het amendement is aangenomen. Ja, het amendement is aangenomen. Dan gaan we nu over tot de besluitvorming van het gewijzigde besluit. Het gewijzigde voorstel ligt voor. Met 13 stemmen voor en 4 stemmen tegen wordt het voorstel aangenomen. Zowel het amendement als het voorstel worden aangenomen met stemmen tegen van OGP Midden-Delfland en ChristenUnie.
8.
Voorstel zienswijze op het ontwerpactieplan evaluatie MRDH
21
De voorzitter: Dan wil ik doorgaan met agendapunt 8 waarbij ik wederom de voorzittershamer overdraag aan de heer Roeling en even plaatsneem in de collegebank. (De heer Roeling neemt de rol van voorzitter van de vergadering over tijdens de behandeling van dit en het volgende agendapunt.) De voorzitter: De wisseling van de wacht heeft plaatsgevonden. Agendapunt 8.b. Wie mag ik daarover het woord geven? Mevrouw Koppert. Alleen mevrouw Koppert. Gaat uw gang. Mevrouw Koppert: Zoals wij in de commissievergadering al hebben aangegeven, zijn wij het met een stukje in de zienswijze niet eens. Dat is het stukje dat gaat over de structuur van de adviescommissies. Daar werd iets gezegd over onze rol als raadslid en wij vonden het toch belangrijk om dat eerst eens als raad te bespreken, of in ieder geval met de mensen die namens Midden-Delfland in de MRDH zitten. Dus dat stukje wilden wij uit de zienswijzen. Daarom hebben wij een amendement voorbereid. Dat vraagt om in de conceptreactie op het ontwerpactieplan evaluatie MRDH de tekstpassage te schrappen 'Wel vragen wij aandacht voor de structuur van de adviescommissies…' tot en met '…bij verdere uitwerking'. Dat is het op een-na-laatste stukje in de zienswijze. Daar dien ik nu een amendement voor in. Dat was al aangekondigd in de commissievergadering. De voorzitter: Prima. Spannend momentje. Het staat in uw iBabs. Dank u wel.
Ik ga het dictum niet voorlezen. Dit is vanavond het tweede amendement dus het krijgt letter B. Zijn er nog anderen die het woord willen voeren? Niemand. Dan gaan we even naar de portefeuillehouder, mevrouw de burgemeester. En dan gaan we het vervolgens in stemming brengen. Mevrouw de burgemeester. Portefeuillehouder Noordermeer: Ik kan uiteraard niet anders dan het alleen maar zorgvuldig en waardig in ontvangst nemen, want u gaat hierover. Het is uw zienswijze en deze voorgestelde tekstwijziging nemen wij van harte over en wij zullen het ook met de wijziging als zodanig indienen. De voorzitter: Dank u wel. Er is geen behoefte aan een tweede termijn, zie ik. Dan gaan we over tot de stemming. We beginnen met het amendement dat zojuist is ingediend. Mag ik daar weer naartoe? Ja, sommigen hadden toch even een leespauze nodig. Het amendement is aangenomen met 15 stemmen voor en 2 tegen. Dan wordt nu de zienswijze zelf in stemming gebracht. Dan ga ik weer even naar mijn plekje. De zienswijze is unaniem aangenomen, aldus besloten. Het amendement wordt aangenomen met stemmen tegen van de fractie van het CDA. Het voorstel wordt unaniem aangenomen.
9.
Motie vreemd aan de orde van de dag
De voorzitter: Dan gaan we ook meteen verder met agendapunt 9, motie vreemd aan de orde van de dag. Die zal worden ingediend door de heer Van Rijs. Ik geef hem de gelegenheid om even te spreken en de motie in te dienen. De heer Van Rijs: In vervolg op het bij agendapunt 2.C gestelde hebben wij een motie vreemd aan de orde van de dag voorbereid. Ik lees het dictum voor. De raad spreekt uit dat alle kosten van de Veiligheidsregio Haaglanden gemaakt voor de ondersteuning bij de NAVO-top in Den Haag door het rijk als initiatiefnemer moeten worden gedragen en verzoekt het college in het bestuur van de VRH dit standpunt van de raad kenbaar te maken, in het bestuur van de VRH te bepleiten dat het bestuur zich ervoor inzet dat alle kosten die door de VRH voor deze NAVO-top zijn gemaakt, moeten worden voldaan door het rijk en verzoekt het bestuur van de VRH om aan raden van alle deelnemende gemeenten per brief rekening en verantwoording af te leggen inzake de door de VRH gemaakte kosten voor deze NAVO-top en de verrekening met het rijk. Deze motie wordt mede ingediend door de ChristenUnie, de VVD, OGP Midden-Delfland en Mijn Partij.
22
De voorzitter: Dank u wel. Daarmee is die formeel ingediend. Dan gaan we even kijken of andere leden van de gemeenteraad hierover het woord willen voeren. Ik zie de heer Gebben. Alleen de heer Gebben? En de heer Jongsma. We beginnen met de heer Gebben. De heer Gebben: Wat ons betreft, we hebben ook meegetekend, een prima motie. Als de landelijke overheid een groot evenement wil organiseren, is dat natuurlijk hartstikke goed, maar het is ook fijn als zij daar zelf de kosten voor draagt. Het lijkt me ook heel verstandig om inzicht te krijgen in 'wat heeft het gekost en hoe is de vergoeding uiteindelijk verlopen?' Wij kunnen niet anders dan instemmen met deze motie. De voorzitter: Dank u wel. De heer Jongsma. De heer Jongsma: Wij hebben deze motie medeondertekend, maar we hebben daarbij wel een vraag want we doen het nu voor een NAVO-top. Maar gaan we dat in de toekomst dan ook voor andere grote evenementen in Nederland doen? Wat maakt de NAVO-top dan zo superspecifiek ten opzichte van andere grote dingen waar we, denk ik, ook wel eens aan meebetalen? Ik ben wel benieuwd naar een reactie van de raad over hoe we dan in de toekomst met andere dingen omgaan. Is het alleen voor de NAVO-top? Of gaan het ook doen voor andere grote evenementen? Dat is wel mijn vraag. De voorzitter: Dank u wel. We zullen even kijken of daar anderen op willen reageren.
De heer Van Rijs sowieso, de heer Gebben. Eerst de heer Van Rijs. De heer Van Rijs: Dank aan de heer Jongsma hiervoor. Wat mij betreft, kan ik een antwoord geven op uw vraag en hoe ik daarnaar kijk. Het is het rijk dat bepaald heeft dat die NAVO-top in Nederland wordt gehouden. Dat is op zich iets heel bijzonders. Vervolgens draait het rijk voor deze kosten op. In het algemeen hebben we besloten in Nederland na een aantal incidenten, zoals de brand in Volendam, dat we Veiligheidsregio's creëren en dat binnen die Veiligheidsregio's waar zaken plaatsvinden, de Veiligheidsregio ervoor zorgt dat die veiligheid gewaarborgd blijft. Wat mij betreft, is het zo dat als er evenementen zijn in onze regio, die we met elkaar organiseren, de Veiligheidsregio daar ook actie onderneemt om te zorgen dat die veiligheid gewaarborgd is. De ene keer is dat in Den Haag en de andere keer is dat op een kermis in Midden-Delfland, ik noem maar wat. Maar in dit geval is het specifiek. Het rijk heeft besloten dat die NAVO-top hier komt en dat is een bijzonder geval, wat mij betreft. Zo kijk ik ertegen aan. De voorzitter: Dank u wel. De heer Gebben. De heer Gebben: Daar kan ik me helemaal bij aansluiten. We kunnen allemaal constateren dat deze NAVO-top echt een fikse impact heeft, die echt buitengewoon groot is. Heel veel evenementen kunnen geen doorgang vinden, of moeten worden verplaatst.
Dus er wordt echt extreem veel gevraagd dat, denk ik, buiten de regio omgaat. Dus wat mij betreft, zal ik niet meteen zeggen 'we doen dit voor alles', maar ik denk dat het in dit geval heel wijs is. De voorzitter: Dank u wel, dan gaan we naar de portefeuillehouder, mevrouw de burgemeester. De appreciatie van de motie, ik kan niets anders verzinnen dan dat. Dus de vraag is wat het standpunt van het college is over deze motie want hij is feitelijk gericht aan het college. De burgemeester. Portefeuillehouder Noordermeer: Allereerst dank voor deze motie, in die zin dat ik kan onderschrijven dat ook vanuit het AB, maar ook vanuit het DB van de Veiligheidsregio al eerder aan de orde is geweest dat de NAVO-top die majeure impact heeft op de inzet van mensen en middelen, overigens niet alleen in onze regio, maar ook landelijk. We hebben het over 27.000 medewerkers die landelijk vanuit de Nationale Politie, Defensie en de Veiligheidsregio's ondersteuning bieden. Die NAVO-top is een nationaal en vanuit het rijk georganiseerd evenement. Daarbij is het ook de verantwoordelijkheid voor het rijk om daarvoor de kosten te dragen. Dat is primair ook de insteek van het AB en het DB en dat is waar ik zelf ook als DB-lid voor gepleit heb.
Deze insteek om ook schriftelijk aandacht daarvoor te vragen vanuit Midden-Delfland, ook in de verantwoording van de kosten die gemaakt gaan worden voor de NAVO-top, zal ik in het AB en het 23
DB inbrengen. Daarbij maak ik wel de kanttekening dat tussen het rijk en de GHOR, de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio, over kosten en inzicht daarop op dit moment nog onderhandelingen lopen. Het kan betekenen dat er op de GHOR bij die basistaken sowieso wel een extra appel gedaan zal worden. Die kostenontwikkelingen leveren uitdagingen op waar de extra middelen zeker niet voor rekening van de VRH moeten komen. Dat standpunt hebben we ook ingenomen. Maar ze hebben in dat opzicht landelijk op alle fronten extra ingezet op de GHOR en dat is op dit moment nog niet duidelijk. Daar moet ik eerlijk in zijn. De andere kosten werken op de manier zoals ik net gesteld heb, dus die worden in rekening gebracht bij het rijk. Over die exploitatiekosten en de verrekening daarvan moet ik ook nog wel de goede vragen stellen in het AB, over hoe ze dat dan zien. Daar kan ik nu niet op reageren hoe dat in die verantwoording met het rijk is afgesproken. Maar de insteek vanuit de motie zoals die ingediend is en het verzoek om dit in te brengen in het AB en in het DB – aanstaande vrijdag heb ik DB – is zeker ook de intentie en die onderschrijf ik volledig vanuit mijn portefeuille en vanuit het college. De voorzitter: Dank u wel. Raad, lovende woorden over de motie. Is er behoefte aan een tweede termijn? Niet? De heer Jongsma. De heer Jongsma: Nog één vraagje.
Ik kom heel vaak in brieven van derden moties van anderen tegen. Is het een idee om deze motie ook naar de andere gemeenten te sturen? De voorzitter: Dat is meer een vraag gericht aan uw collega's. U mag antwoord geven, maar dan maak ik even een inventarisatie van wie er wat van vindt. We schakelen snel, mijnheer Jongsma, dus ik denk dat het helemaal goed komt. Is er behoefte aan? De heer Van Rijs. De heer Van Rijs: Dank u wel voor de vraag en dank u wel allereerst voor het antwoord van de burgemeester. Het baart mij dan toch wel een beetje zorgen en het geeft alleen nog maar meer belang aan het indienen van deze motie. Ik hoop dat het u helpt om uw standpunt duidelijk te maken in het bestuur. Met betrekking tot de vraag van de heer Jongsma is het zeker de bedoeling dat ik dit zal delen met de andere leden van de Adviescommissie van de Veiligheidsregio Haaglanden en zal zeggen dat we dit in de raad hebben besproken en deze motie indienen. Ik zal hen ook het voorbeeld van de motie toesturen. Dit is dan ook als vervolg van het gesprek dat we in de januarivergadering van de Financiële commissie hebben gehad. De voorzitter: Dank u wel, even de vraag aan de heer Jongsma of dit nou de bedoeling was van zijn vraag. De heer Jongsma: Ik moet kort zijn, het antwoord is ja. De voorzitter: Dat is ook weer opgelost. Dan gaan we de motie in stemming brengen. Er wordt hard gewerkt hier.
We krijgen hem niet aan de praat, dus we gaan het bij handopsteken doen. Wie is er voor deze motie? Dat is unaniem. Dan hoef ik niet te vragen wie er tegen is. Dan is de motie unaniem aangenomen. Aldus besloten en dan ga ik weer naar mijn eigen plek. De motie wordt unaniem aangenomen. (De burgemeester neemt de rol van voorzitter van de raad weer op zich.)
10.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen
De voorzitter: Dank u wel mijnheer Roeling voor uw bijdrage. Dan wil ik nu over naar agendapunt 10, de mogelijkheid tot het stellen van vragen. Van de mogelijkheid om vragen te stellen is gebruik gemaakt door de heer Van der Eijk van de fractie VVD. Uw vragen gaan over het project de MUS. Het college heeft inmiddels gereageerd, maar heeft u daar nog aanvullende vragen over? Ik zie uw lampje branden, dus ik kan me zomaar voorstellen dat dat het geval is. Aan u het woord. De heer Van der Eijk: Ja, zeker. Wij hadden nog wat aanvullende vragen want wij hadden gehoord dat die regeling zou veranderen. Nu krijg ik een antwoord dat er waarschijnlijk een ander voertuig komt. Maar we hadden ook gehoord dat de gebruikers mogelijk € 2,00 bijdrage wordt 24
gevraagd per rit of per heen en weer gaan. Daar is geheel geen antwoord op. Dus onze vraag is: moeten de gebruikers ook € 2,00 gaan betalen? Wat is hier aan de hand? Volgens mij is de raad daar niet over geïnformeerd tot op heden dus ik ben benieuwd wat er waar is van wat ik hoor. De voorzitter: Uw vraagstelling wat rondom de MUS op dit moment aan de orde is, geef ik graag ter beantwoording aan wethouder Voskamp. Wethouder Voskamp: Zoals in de beantwoording van de vragen is aangegeven, loopt het leasecontract van de huidige MUS af. Dat betekent dat we aan het kijken zijn, samen met zowel de chauffeurs, als de gebruikers, op welke wijze we dit voort kunnen zetten. Ja, het zou kunnen zijn dat de verbeterde service, het verbreden van de actieradius en het comfort in reizen, zowel voor de reiziger als voor de chauffeur, rechtvaardigt dat we misschien kijken naar een mogelijke bijdrage, maar daar is nog niets over besloten en die bijdrage moet ook wel op een goede manier te innen zijn. Dus we zijn aan het kijken of de overstap naar bijvoorbeeld hybrideauto's een verbetering van het comfort geeft en ook een bijdrage van de gebruikers rechtvaardigt, maar dan moet die ook op een goede manier te innen zijn, dus administratief goed afgedekt. Daar zijn we naar aan het kijken.
Als dat zo is, komen we uiteindelijk met een voorstel om daar het nieuwe leasecontract aan te gaan en daar zullen we u van op de hoogte brengen. De voorzitter: Ik zie de heer Van der Eijk zijn lampje wederom branden. Ik neem aan dat u nog een vervolgvraag heeft. Aan u het woord. De heer Van der Eijk: Hoor ik het nu goed? Dat er dus mogelijk een nieuw contract komt, begrijp ik. Maar komt er als daar een bijdrage voor gevraagd zal worden, daarvoor een voorstel naar de raad? Heb ik dat goed begrepen? Voorzitter, dat wil ik graag even weten. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Voskamp. Wethouder Voskamp: Voorzitter, nee, daar komt geen voorstel voor naar de raad, maar we gaan wel de informatie met u delen. Op het moment dat we binnen onze huidige kaders, namelijk het budget dat we hebben voor de MUS, kunnen blijven, zullen we u erover informeren hoe we dat verder voort gaan zetten. De voorzitter: Dat was het antwoord van de heer Voskamp. Ik kijk even rond of er nog aanvullende vragen zijn. Ik zie daar de heer Jongsma, aan u het woord. De heer Jongsma: Ik snap dat niet alles naar de raad hoeft, maar in dit geval, als ik lees over auto's die straks gewoon over de weg rijden en niet meer over het fietspad, vraag ik me af in hoeverre het dan nog doet voldoet aan het doel dat we ooit voor ogen hadden met de MUS.
Dan zou ik het wel bijzonder vinden als dat, op het moment dat het heel erg af gaat wijken van waarom wij dit project ooit in het leven hebben geroepen, niet nog een keertje met de raad wordt afgestemd. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Jongsma, uw vraag is helder. Ik geef het woord graag ter beantwoording aan de heer Voskamp. Wethouder Voskamp: Voorzitter, volgens mij is de MUS een laagdrempelige manier om mensen mee te kunnen laten doen en van A naar B te kunnen brengen. Wat mij betreft, is het ook de bedoeling om dat te blijven doen. Hoe we dat precies gaan doen, zolang dat geen afbreuk doet aan het wat, lijkt het mij dat we dat kunnen uitvoeren. Nogmaals, ik snap dat op het moment dat straks de leasecontracten daadwerkelijk buiten eventuele budgetten gaan lopen, we daar uiteraard akkoord voor hebben, maar zolang wij het gevoel hebben dat wij als college binnen die budgetten de wat-vraag kunnen blijven bedienen, op een goede manier en comfortabel, misschien wel comfortabeler en met een beter bereik… Want als we met de hybrideauto's aan de gang gaan, zouden mensen vanuit Maasland ook in het ziekenhuis in Delft kunnen komen en mensen in Den Hoorn bijvoorbeeld ook naar het zwembad in Maassluis kunnen worden gebracht, om maar wat te noemen. Dat bereik vergroten we en daarmee vergroten we ook het comfort in de winter- en zomermaanden.
Wat ons betreft, rechtvaardigt dat het om eventueel die wijzigingen toe te passen 25
en dus af te stappen van het oude MUS-idee en naar auto's te gaan. Maar dat betekent wel inderdaad, zoals u zegt, dat de snelweg niet per direct nodig of altijd aan de orde zou zijn, maar dat het makkelijk verplaatsen over het fietspad zoals de MUS doet wel eens tot een einde zou kunnen komen. De voorzitter: Daar is uw vraag voldoende mee beantwoord, mijnheer Jongsma? Dank u wel. Dan zie ik geen lampjes meer branden en liggen er geen andere vragen meer voor. Dan sluit ik hiermee ook de vragenronde af en zijn we toegekomen aan het einde van deze vergadering.
11.
Sluiting
De voorzitter: Dank allen voor uw inbreng en bijdrage. We hebben een pittige discussie gehad en ik hoop dat wij daarmee naar de toekomst toe weer de goede dingen mogen doen. Ik wil u ook graag uitnodigen voor volgende week in de commissievergadering. Het is 1 april a.s., maar het is geen grap. We zien elkaar volgende week. Nogmaals, dank voor uw inzet en mogelijk tot bij de borrel. Wel thuis.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland op 15 april 2025. de griffier, A. de Vos
de voorzitter, F.I. Noordermeer-van Slageren
26