CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

2025 m 03 d 25 vsl raad

Gemeenteraad 15 april 2025, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Vaststellen van de notulen vergadering d.d. 25 maart 202518.438 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 25 maart 2025, 19.30 uur. Voorzitter

: F.I. Noordermeer-van Slageren, burgemeester / de heer E.N.H. Roeling

Griffier

: A. de Vos

Aanwezig : de heer B.J. Ammerlaan (Mijn Partij), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma, (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP MiddenDelfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA) de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer H. Rodenburg (CDA), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig

:-

Tevens aanwezig: de heer A.F. de Leede, mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, de heer F.A. Voskamp, wethouders

1.

Opening van de vergadering

De voorzitter: Goedenavond. Van harte welkom op deze raadsvergadering die ik, voordat we van start gaan, graag eventjes in een andere vorm wil starten want ik wil iemand in ons midden feliciteren. Dan kijk ik niet deze ring rond, maar dan kijk ik naar de ring daarachter, bij de pers. Daar zit namelijk een nieuwe hoofdredacteur van de WOS, Stefan van der Meer, van harte gefeliciteerd. Het is vorige week in de pers ook al kenbaar gemaakt, maar nu ook hier in de raad namens ons, de gemeente, van harte gefeliciteerd. Je bent een trouwe verslaggever hier bij ons en gelukkig blijven we jou hier zien, zo heb ik begrepen. Maar ik wil je namens ons allen van harte feliciteren. Dus ik kom je graag even een bos bloemen brengen en die gaat uiteraard gepaard met een applaus. (Onder applaus overhandigt de burgemeester een boeket aan de heer Van der Meer.) Dan open ik daarmee onze vergadering. Ik ben blij dat u allen hier vanavond aanwezig bent. We zijn voltallig.

2.

Regeling der werkzaamheden

De voorzitter: Allereerst gaan we naar agendapunt 2. De regeling der werkzaamheden. We behandelen de ingekomen stukken vanaf de afgelopen maand. Ik wil allereerst starten met lijst A Brieven van het college. Wie wenst hierover het woord? Mevrouw Langeveld. Mevrouw Langeveld: Ik wil graag brief A25-020 namens het CDA, maar ook namens mijn collega van de VVD, de heer Gebben, agenderen voor de eerstvolgende commissievergadering. Ik zal daar een heel korte toelichting bij geven en ik probeer in ieder geval voor donderdagavond, wanneer de fractievergaderingen zijn, een oplegger voor iedereen te maken. Deze brief gaat over de projectorganisatie van de regionale opdracht binnen de H9 over de gespecialiseerde jeugdhulp. Wij willen het uiteraard hebben over de inhoud van deze brief. Wij zullen ook een aantal technische vragen vooraf stellen. Maar er is een bijkomend punt dat hier zijdelings mee te maken heeft. Naar aanleiding van de laatste Raadswerkgroep Sociaal Domein waar het ging over een nieuwe wijze van financiering, de taakgerichte financiering die men binnen de H9 wil voorstellen, willen wij daar graag over in gesprek met onze collega-commissieleden en mogelijk ook de wethouder wat punten meegeven om mee te nemen bij de gesprekken in de regio. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Langeveld en dat staat genoteerd. Dan ga ik over naar lijst… Nog over lijst A.

De heer Knaap. De heer Knaap: Misschien even in het licht van de orde en de vergadercyclus. De commissievergadering is volgende week dinsdag. Daar bent u zich van bewust? Voor donderdag is natuurlijk heel kort dag, dus misschien is het handig als u de stukken of vragen dan uiterlijk

1

morgenavond bij de fracties laat landen want dan kunnen we het ook lezen voordat we in de fractievergadering zitten. De voorzitter: Mevrouw Langeveld, kort antwoord daarop? Mevrouw Langeveld: Een kort antwoord. Ik gaf net ook al aan dat ik mijn best ga doen om te zorgen dat de oplegger er zo snel mogelijk is, uiterlijk voor donderdag, voordat de fractievergaderingen zijn. Dus dan heeft u inderdaad de oplegger. De voorzitter: De heer Knaap. De heer Knaap: Dat is een politiek antwoord, voor donderdag is inderdaad voor de fractievergadering. Maar het is fijn als we het kunnen lezen. Dat is wat ik zeg, zodat we het gewoon morgenavond kunnen lezen of donderdagochtend kunnen lezen. Dat helpt. De voorzitter: Dank u wel. De oproep om de stukken te kunnen lezen is goed gehoord. We gaan naar lijst B Brieven van derden. Wie wenst hierover het woord? Zo niet, dan gaan we door naar lijst C. De brieven behandelen twee onderwerpen waarvan ik portefeuillehouder ben. Daarom start ik allereerst even met inventariseren wie er mogelijk nog vragen heeft. Als die er zijn, ga ik even als portefeuillehouder het voorzitterschap overdragen aan de heer Roeling. Dus allereerst: zijn er nog vragen? Ik zie de heer Vieira dus dan stel ik voor dat we allereerst even de wisseling van de wacht doen. Moment.

(De heer Roeling neemt de rol van voorzitter van de raad over tijdens de behandeling van de vragen met betrekking tot de portefeuille van de burgemeester.) De voorzitter: De heer Vieira. De heer Vieira: Ik had artikel 42-vragen gesteld over de kermis in Den Hoorn en de impact daarvan. De reden dat ik dat heb gedaan was dat er mensen rond de beoogde locatie aangaven 'we zijn niet betrokken. Het heeft heel veel impact op onze bedrijfsvoering, bij de sportvereniging, bij de fysio'. Ik kon daarin meegaan, maar de keuze die ik wilde maken was wederhoor laten plaatsvinden. Daarom heb ik het college de vragen gesteld. Dank voor de beantwoording daarvan. Dan nu de vervolgvraag, want dat is de vraag. Ik heb begrepen dat de kermis heeft gevraagd om helemaal niet meer op die locatie plaats te vinden en dat het college gewoon aangeeft 'ja, eigenlijk was het misschien ook geen geschikte locatie'. Ik wil daar toch iets meer duiding bij en horen waarom er niet gesproken is met de belanghebbenden om te kijken hoe het wel ingepast zou kunnen worden en er in plaats daarvan eigenlijk op aangestuurd is om geen kermis te houden. De voorzitter: Dank u wel. Anderen over dit onderwerp? Mevrouw Langeveld? Mevrouw Langeveld: Als aanvulling op de heer Vieira. Wij hebben ook het een en ander gehoord over de kermis. Wij willen een uitstapje maken naar Schipluiden.

De alternatieve locatie zou Schipluiden zijn. We hebben inmiddels ook begrepen dat ook de kinderkermis in Schipluiden niet doorgaat omdat dat tegelijkertijd valt met de zomerfeesten, zo hebben wij begrepen. Dus wij willen ook graag van de portefeuillehouder weten hoe dat proces dan precies is verlopen en hoe we op weg gaan naar volgend jaar, als er weer een verzoek binnenkomt. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Ik vind het een vreemde gang van zaken, voorzitter, want er is een evenemententerrein in deze gemeente, in Den Hoorn. Het college geeft een vergunning af en dan komen er vragen hier in de gemeenteraad en dan wordt die vergunning ineens ingetrokken of worden er alternatieven gezocht. Waarom scheppen wij een dergelijk precedent voorzitter? De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen op dit onderwerp? Nee, dan gaan we naar de portefeuillehouder, mevrouw de burgemeester.

2

Portefeuillehouder Noordermeer: Allereerst heeft de familiekermis in Midden-Delfland zeven jaar geleden voor het laatst plaatsgevonden. Vorig jaar is, zoals u in de beantwoording heeft kunnen lezen, het verzoek binnengekomen om een kinderkermis, een familiekermis in Midden-Delfland te houden, van een kermisexploitant. De evenementenlocaties binnen Midden-Delfland hebben gemaakt dat de kermisexploitant in de eerste instantie zelf koos voor de locatie Den Hoorn. Daar is hij later op teruggekomen en toen is hij, in overleg met ons, uitgekomen op de locatie de Tiendweg omdat dat historisch gezien eigenlijk de plek was waar in verleden de kermis gehouden werd en vanuit het feit dat er bezwaar in Den Hoorn was, waarna het gesprek op gang is gekomen. Dat gesprek kwam inderdaad pas op gang, en dat is echt wel een verbeterpunt, nadat de kermisexploitant de vergunning had verkregen. In dat opzicht zijn we met elkaar in gesprek gegaan en kwam de locatie Tiendweg eigenlijk ook wat hem betreft als beste locatie naar voren. Dus is de vergunning ingetrokken in Den Hoorn. Het was niet handig. We hadden eerlijk gezegd ook best een voorlopige vergunning kunnen afgeven, als ik daarop terugkijk. We zijn een beetje te voortvarend geweest in die toezegging.

De kermisexploitant vond zelf eigenlijk ook dat de Tiendweg een betere locatie was, maar er zijn op dat moment ook de zomerfeesten… En die toetsing van beide activiteiten heeft niet vooraf plaatsgevonden. Het bleek dat die tegelijk plaatsvonden en dat dat eigenlijk niet wenselijk geacht werd door de commissie en het bestuur van de zomerfeesten. We zijn met hen in gesprek gegaan, ook samen met de kermisexploitant. Daaruit bleek dat we met zijn allen willen dat, als er een kermis in Midden-Delfland plaatsvindt, dat een kermis is waar we blij mee zijn, waar de kermisexploitant blij mee is en die gewoon past. Vanuit het overleg dat daarop heeft plaatsgevonden, is in goed overleg met de kermisexploitant besloten dat die zich heeft teruggetrokken en heel graag volgend jaar opnieuw in beeld komt, maar dat we er dan wel met de evenementenplanning voor zorgen, ook vooraf, dat er geen dubbeling is met een ander evenement. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan bestaat er voor de heer Vieira nog de mogelijkheid om een aanvullende vraag te stellen. Dat geldt niet voor anderen. Nee, mijnheer Van der Eijk. De heer Vieira. De heer Vieira: Ik probeer de gedachte van de heer Van der Eijk te lezen en die vraag te vertolken.

De vraag is: waarom is er in deze situatie niet gesproken met de evenementhouder en met de betrokkenen in Den Hoorn voor de organisatie? De portefeuillehouder schetst het beeld dat een dergelijk evenement in Den Hoorn niet zou kunnen, maar volgens mij, voorzitter, zou dit wel kunnen als je dit in goed overleg met elkaar doet. Waarom is het niet vooraf met betrokkenen het gesprek aangegaan? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw de burgemeester. Portefeuillehouder Noordermeer: De keuze is nu zo gemaakt. Ik sluit niet uit en zal die optie ook zeker meenemen voor volgend jaar, als de kermisexploitant weer op de lijn komt, dat dat overleg en die afstemming ook in Den Hoorn plaatsvindt. Want waarom geen kermis in Den Hoorn? Inderdaad, ik denk dat die afweging dan opnieuw zorgvuldig zal plaatsvinden, maar wel vooraf en in afstemming. Dat is wel het leerpunt dat eruit gekomen is. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we door naar het volgende agendapunt, 2.C.2. Dat zijn vragen gesteld door de heer Van Rijs. U wilt spreken, dus is er waarschijnlijk aanleiding voor vervolgvragen, de heer Van Rijs. De heer Van Rijs: Voorzitter, dank aan het college voor het beantwoorden van de vragen. Maar de belangrijkste vraag is helaas niet beantwoord. Het college meldt dat momenteel gesprekken plaatsvinden met het rijk over de verrekening van die kosten.

Dat zei Esther Lieben ook al in de vergadering van de Financiële Commissie in januari jl. Ik heb mevrouw Lieben drie weken geleden gevraagd naar een update, maar tot op heden geen antwoord ontvangen. Daarom zal ik bij agendapunt 4 verzoeken om aan de agenda een motie vreemd aan de orde van de dag toe te voegen. Wat mij betreft kan het debat en kunnen eventuele verdere vragen daar plaatsvinden. Dank u wel. De voorzitter: U heeft geen specifieke vraag op dit moment. 3

De heer Van Rijs: Ik heb de vraag die ik straks zal stellen. De voorzitter: Bij een motie vreemd. De heer Van Rijs: Dat klopt, voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Prima. Dank u wel. Geen vragen. Heeft u nog behoefte aan een reactie? Portefeuillehouder Noordermeer: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik ga helemaal mee met het voorstel zoals de heer Van Rijs dat voorstelt. De voorzitter: Prima, dank u wel. Dan ga ik weer verkassen. Van Lijst A wordt A25-020 doorgeleid naar behandeling in de commissie. Lijsten B en C worden ongewijzigd vastgesteld. (De burgemeester neemt de rol van voorzitter van de raad weer op zich.)

3.

Spreekrecht voor belangstellenden

De voorzitter: Dan stel ik voor dat we doorgaan naar agendapunt 3. Spreekrecht voor belangstellenden. Ik kan u melden dat er geen belangstellenden zijn vanavond. Dan gaan we bij dezen door naar agendapunt 4.

4.

Vaststellen van de agenda

De voorzitter: Agendapunt 4, het vaststellen van de agenda. Daarbij is zojuist de motie vreemd aan de orde van de dag aangekondigd en mijn voorstel is dat we die na punt 8 behandelen. En als we dat zo doen, dan schuift natuurlijk de rest, rondvraag en sluiting, ook op van punt 10 naar 11. Kunt u instemmen met de agenda zoals die dan gewijzigd voorligt? Dank u wel. De agenda wordt met toevoeging van een motie vreemd aan de orde van de dag vastgesteld.

5.

Hamerstukken

5a. 5b.

Vaststellen notulen vorige vergadering18 februari 2025 Voorstel instemmen met uitstel evaluatie regeling GGD - Veilig Thuis Haaglanden

De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 5, de hamerstukken 5.a en 5.b. Die zijn hiermee vastgesteld.

6.

Voorstel intrekken toegezegde subsidie en lening aan DIOS

De voorzitter: Dan gaan we door naar punt 6. Voorstel intrekken toegezegde subsidie en lening aan DIOS. Het voorstel is een financiële vertaling van het afblazen van het initiatief tot realisering van een sportaccommodatie. Hierdoor zijn de toegezegde subsidie en lening aan DIOS niet meer noodzakelijk. Uit de commissiebehandeling is gebleken dat de fracties Mijn Partij en VVD in ieder geval nader intern beraad wensten. De raad is dan ook nieuwsgierig naar het resultaat hiervan. Ik neem aan dat vanuit die fracties in ieder geval het woord gevoerd zal worden. Wie wil er naast die twee fracties, Mijn Partij en VVD, nog meer het woord voeren? Ik wil even inventariseren. Het CDA, de heer Zwaard, de heer Knaap, OGP Midden-Delfland en de heer Ringeling van de ChristenUnie. Dan starten we met de eerste termijn en als eerste zou ik het woord willen geven aan de heer Roeling van Mijn Partij. De heer Roeling: Inderdaad is hier in de commissie al uitvoerig over gesproken. Er is, wat ons betreft, ook in de tussentijd, tussen de commissievergadering en de raadsvergadering vanavond, wat meer duidelijk geworden want enkele dagen later ontving ik een mail van het bestuur van DIOS met als bijlage het kostenoverzicht van de kosten die zij reeds hebben gemaakt en die nog te verwachten zijn. Ook stonden daarin antwoorden op vragen die nog lang in het midden bleven tijdens de commissievergadering.

Die hebben, wat ons betreft, met name te maken met 'wat was de volgorde 4

waarop gehandeld is?' Waarom vinden wij die vraag belangrijk? Omdat wij in december jl. een brief ontvingen van het college waarin te kennen werd gegeven 'DIOS stopt ermee'. Dat vonden we jammer, maar ook wel begrijpelijk omdat het natuurlijk al een vrij moeizaam proces was. In een interview lazen we dat dat toch anders lag. Inderdaad gaf het bestuur aan ons ook duidelijk aan dat er niet specifiek een vraag om meer geld is gesteld, maar duidelijk werd aangegeven door de wethouder 'ik ga niet nog een keer naar de gemeenteraad'. Daarmee trek je feitelijk de stekker eruit. Dat is, wat ons betreft, moeilijk te verteren. Zeker als we kijken naar de geschiedenis van dit project. Het was het college dat het idee had opgevat 'als we nou De Hoornbloem kunnen verplaatsen met alle activiteiten, komt daar een locatie vrij in het centrum voor zorgwoningen', appartementen wat ons betreft. Daar heeft DIOS op geanticipeerd door te zeggen 'wij hebben er wel oren naar om dat voor onze verantwoording te nemen. Wij willen graag een sporthal, op het huidige veld 1', uit mijn hoofd. Daar was in ieder geval animo voor. Dat hebben wij altijd van harte ondersteund omdat wij vinden dat een sporthal hoort op een sportpark. En zo'n mooie locatie van De Hoornbloem is ideaal voor appartementen voor senioren. Het is een jaar stil gebleven aan de kant van het college na de handreiking door DIOS.

Uiteindelijk is het allemaal wel in gang gezet maar het bleef toch wel moeizaam. Nu, achteraf, weten we ook wel waarom. Waarom ging het moeizaam? Er was natuurlijk ook een relatie met de Mariaschool. De kinderen van de Mariaschool hoefden dan niet naar de nieuwe sporthal te lopen – dat is op zich ook een vorm van lichaamsbeweging – maar die konden dan rekenen op een sportzaal voor de jeugd. Niet veel later gaf het college al aan 'DIOS, dat is leuk en aardig, maar we gaan toch focussen op de Mariaschool'. Toen moesten we het college weer bij de les halen 'nee, dit is gewoon een goed plan. Ga daarmee door'. Vervolgens is er ook een paar keer gesproken over 'wat kunnen we met de locatie van De Hoornbloem die dan vrijkomt?' Dat was ook zeer moeizaam. Er was geen bereidheid om te kijken naar 'wat is er nou mogelijk?' Het was allemaal 'nee, dat kan niet, dat kan niet'. Twintig à dertig zorgwoningen, dat is het. Dat verbaasde ons steeds. Nu de wethouder de stekker heeft getrokken uit dit schitterende initiatief zijn wij van mening dat het college de laatste jaren nooit van plan was om met DIOS in zee te gaan. Dat maakt het des te kwalijker, wat ons betreft. Wij vinden dat het college of in ieder geval de wethouder op zijn minst naar de gemeenteraad had moeten komen met 'er ligt een extra financieringsvraag.

Zijn we hier bereid daarnaar te kijken en die eventueel op te lossen?' Die vraag is ons nooit gesteld. We zien nu dat de mogelijkheden voor subsidies en externe financiering op dit moment allemaal voorbij zijn. Dat is een heel grote gemiste kans waar wij – dat is op zich ook wel interessant – de rest van de gemeenteraad ook geen verwijt over kunnen maken. We hebben allemaal in die wedstrijd gezeten. We hebben lange tijd met zijn drieën opgetrokken; DIOS, het college en de gemeenteraad. Het is goed dat de griffier nog even de moties die door de jaren heen zijn aangenomen door de gemeenteraad om dit toch van de grond te krijgen heeft toegevoegd. Als we dan nu zien dat eenzijdig de stekker eruit is getrokken, vinden wij dat niet chique, laat ik me voorzichtig uitdrukken. Ik reken op een… De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Zwaard. De heer Zwaard: Voorzitter, ik hoor mijnheer Roeling zeggen dat de stekker er eenzijdig uitgetrokken is. Dat ben ik wel met hem eens. Maar kunt u zeggen wie de stekker eruit heeft getrokken? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Zwaard. De heer Roeling. De heer Roeling: Ja, dat is gebeurd op het moment dat de wethouder heeft aangegeven richting het bestuur van DIOS 'ik ga niet nog een keer naar de gemeenteraad'. Waarom lag die vraag op tafel? Omdat het plan duurder was geworden. Voor dat duurder worden treft DIOS geen blaam.

Dat is door de omstandigheden, de Welstandscommissie, door van alles wat. Op dit moment is zelfs nog steeds – dat wil ik er nog even aan toevoegen – het opstalrecht niet geregeld. Daar hebben we in het verleden ook al een paar keer over gesproken. Het is nog steeds niet geregeld aan de kant van het college. Dus om op de specifieke vraag 'wie heeft de stekker eruit getrokken?' in te gaan: het college, en dan met name de wethouder. Voorzitter, de vraag die feitelijk voorligt is het terugdraaien van… De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Zwaard, CDA. Aan u het woord. 5

De heer Zwaard: Ja, voorzitter, dat antwoord bevreemdt me toch enigszins want als ik de brieven lees van zowel DIOS als van het college, is DIOS degene die de stekker eruit getrokken heeft. Ziet u dat ook zo, of is dat totaal verkeerd? De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Roeling. De heer Roeling: Dat is een inkoppertje. U ziet het totaal verkeerd. Op het moment dat die vereniging, DIOS in dit geval, jaren bezig is en ziel en zaligheid gelegd heeft in de realisatie van die sporthal en uiteindelijk feitelijk weer met een bedelbriefje naar het college moet gaan 'het is allemaal weer duurder geworden, het is dit en het is dat, we moeten nu ook een dagelijks beheerder aanstellen en dat maakt het nog duurder dan het al was' en de wethouder zegt vervolgens 'ja, maar ik ga niet nog een keer naar de raad' heeft DIOS in reactie daarop weer gezegd 'dan zijn wij klaar'. Dus als u vraagt, nogmaals, 'wie heeft de stekker eruit getrokken?', dan is dat de wethouder geweest die weigerde om naar de gemeenteraad te komen. Daar had ze ook 'nee' als antwoord kunnen krijgen. Maar dan hadden kunnen kijken naar 'hoe kunnen we het financieren?' We hadden kunnen kijken naar 'kunnen we er een gezamenlijk exploitatie van maken?', zoals wij al eerder hadden voorgesteld. Maar kom naar de gemeenteraad.

Dan had de gemeenteraad een besluit kunnen nemen, positief of negatief, maar dan was het op fatsoenlijke wijze afgehandeld. Nu is het dat niet. Nu blijft het toch weer boven de markt hangen. Wij zouden graag met DIOS in gesprek gaan om te kijken 'zijn jullie, ondanks wat er nu is voorgevallen, bereid om het nog een keer op te pakken?' Dat is een ongemakkelijke positie als raadslid zijnde, om, wetende dat wij het college natuurlijk een duidelijke richtlijn hebben meegegeven. Voorzitter, laat ik dan ook de vraag aan de wethouder stellen. Heeft zij voortschrijdend inzicht opgedaan in de afgelopen twee weken, dus tussen de commissievergadering en vanavond, waarmee ze duidelijk kan maken hoe ze hiermee verder wil? Formeel ligt natuurlijk alleen het intrekken van het subsidiebedrag voor, maar dat is een concrete vraag. Als ik kijk naar de brief van januari jl., sluit het college af met de zin 'We streven ernaar dat we in het najaar 2025 een mogelijke oplossing met uw raad kunnen delen'. Daar zitten wel erg veel voorbehouden in; 'we streven ernaar', 'mogelijke oplossingen'. Onze concrete vraag is: is er nog een andere locatie voor de sporthal op het sportpark, waar die idealiter zou moeten worden gerealiseerd, waar het college aan denkt? Wij zien die niet zo snel. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel de heer Roeling van Mijn Partij.

Dan wil ik nu graag het woord geven aan de heer Gebben van de VVD. De heer Gebben: Dank u wel voorzitter. Het daadwerkelijke voorstel dat hier voorligt, is wat ons betreft een formaliteit. De raad wordt immers voor een voldongen feit gesteld. Het ambitieuze plan van DIOS om te komen tot een dubbele sporthal, is van tafel en zal daar, denk ik, helaas niet op terugkomen. Een flinke periode heeft de raad met DIOS meegedacht om dit plan van de grond te krijgen. Desondanks is het uiteindelijk niet gelukt en dat is, denk ik, heel erg zonde. Dit wordt waarschijnlijk een plan waar we later op terugkijken en dan van denken 'hadden we toen maar even een beetje doorgepakt, dan hadden we er nu veel beter voorgestaan'. Maar goed, het zij zo. In de commissie is al duidelijk geworden dat het overgrote deel van de raad zeer ongelukkig is met hoe het is gelopen. Dat is de VVD zeker ook. Daar zou het vanavond ook zeker over moeten gaan, denken wij. De VVD begrijpt niet dat de wethouder de raad niet op tijd heeft meegenomen in de ontstane financiële problemen. Het is onbegrijpelijk dat wij als raad niet in de positie zijn gebracht om hier eigenstandig naar te kunnen kijken en er een besluit over te kunnen nemen.

Hoe heeft de wethouder dit zo kunnen aanpakken? De ontwikkeling van deze sporthal speelde een faciliterende rol in een flink aantal andere plannen die wij graag in Den Hoorn willen ontplooien. Nu is daar eigenlijk een streep doorheen gezet. Het is nog maar de vraag wat voor consequenties dit heeft voor bijvoorbeeld de herontwikkeling van De Hoornbloem en voor de daarin actieve verenigingen. Dat horen we helaas nu niet en dat is jammer. Dat zal ook nog wel even duren. Dus de VVD heeft niet zo heel veel goede hoop dat dit echt goed van de grond zal komen, maar we gaan het zien. Gezien deze potentiële impact was het, nogmaals, zeer wenselijk geweest als de raad van de plannen en van het vastlopen van de plannen van DIOS op de hoogte was gesteld. Wij staan als

6

raad immers straks ook aan de lat als het gaat over de andere plannen. Nu hebben we wel een beetje het nakijken. Niet alleen wij hebben het nakijken, maar zeker ook DIOS en zeker ook Den Hoorn. DIOS blijft achter met een flinke financiële tegenvaller en dat voelt niet heel goed. Den Hoorn zit straks zonder sporthal. Na al het zuur dat Den Hoorn al te verwerken heeft gekregen, wordt ook dit zoet in de kiem gesmoord. Het is niet zo gek dat Den Hoorn zich vaak het buitenbeentje van deze gemeente voelt. Voor de VVD staat als een paal boven water dat ook Den Hoorn een sporthal van enige omvang moet krijgen of behouden. Een gymzaal bij de Mariaschool lijkt daarvoor niet meteen de oplossing. Het verenigingsleven moet niet door ondoorzichtige ambities van het college in de problemen worden gebracht. Dus als dit betekent dat de herontwikkelingsplannen van Den Hoorn hierdoor op losse schroeven zijn komen te staan, dan zij dat zo. Het behoud van het verenigingsleven krijgt, wat de VVD betreft, zeker voorrang. Voorzitter, zoals reeds gezegd, is het voor de VVD onbegrijpelijk dat het de wethouder, en daarmee het college, volledig heeft ontbroken aan fijngevoeligheid om te anticiperen op de problemen. Het is onbegrijpelijk dat het college op eigen houtje heeft besloten geen extra financiële middelen ter beschikking te stellen en daarmee het plan van DIOS te liquideren.

Het is de raad die dit budgetrecht heeft. Waarom de raad niet tijdig in positie gebracht om zich een mening te vormen en een weloverwogen besluit te nemen? Het is en blijft een raadsel. De raad is het hoogste orgaan van deze gemeente. De raad is het orgaan waar dit soort beslissingen genomen dienen te worden, niet in collegevergaderingen. Het zijn ook de raadsleden die er volgend voorjaar op afgerekend worden, niet het college. De VVD is dan ook van mening dat wij als raad dit niet lichtvaardig moeten opvatten. Als de raad zijn rol serieus neemt, moet hij hier en nu zeggen dat dit niet de juiste gang van zaken is. Over dit soort ingrijpende zaken moet de raad te allen tijde het laatste woord hebben. Wij kunnen dan ook niets anders dan onze afkeuring hierover uitspreken en het college opdragen dit niet meer te doen. Wij verwachten dat de rest van de raad het hiermee eens is. Om dit kracht bij te zetten, hebben de VVD en Mijn Partij een motie van afkeuring opgesteld. Wij hopen dat ook de overige raadsleden hun verantwoordelijkheid als raadslid zullen nemen en met ons mee zullen stemmen in deze principekwestie. Dus raadsleden, ik reken op u. Ik zal nu deze motie voorlezen. Motie van afkeuring.

De gemeenteraad van Midden-Delfland in vergadering bijeen – ik ga hem helemaal voorlezen, dat is echt even belangrijk – gehoord de beraadslaging over het raadsvoorstel Intrekken toegezegde subsidies en lening aan DIOS, constaterende dat de wethouder de raad niet vroegtijdig heeft geïnformeerd over de nieuwe financiële obstakels die er zijn ontstaan in het plan van DIOS met betrekking tot een nieuwe, te realiseren sporthal, dat de wethouder op eigen initiatief heeft besloten geen verdere financiële tegemoetkomingen meer te willen doen in dit plan, dat de wethouder heeft besloten de raad niet in positie te brengen om eigenstandig een besluit te nemen over hoe verder te gaan met het plan van DIOS, gezien de in elkaar grijpende plannen die er liggen in Den Hoorn, De Hoornbloem en de gymzaal van de Mariaschool de te realiseren sporthal een belangrijke schakel had kunnen vormen, dat nagenoeg alle fracties hun ongenoegen hebben uitgesproken over het niet betrokken raken van de raad bij het ultieme besluit, dat de raad nu voor een voldongen feit wordt gesteld, overwegende dat het de raad moet zijn die over dergelijke maatschappelijk belangrijke onderwerpen het laatste woord heeft, dat het voor een goed besluitvormingsproces belangrijk is de raad op tijd in stelling te brengen, zodat hij eigenstandig besluiten kan nemen over voor onze inwoners belangrijke zaken, dat het budgetrecht bij

de raad ligt, besluit de raad zijn afkeuring uit te spreken over het handelen van de wethouder en daarmee van het college, het college op te dragen de raad te allen tijde naar voren te schuiven in besluitvormingsprocessen die van eminent belang zijn en gaat over tot de orde van de dag. Ondertekend door de heer Gebben en de heer Roeling. Ik ben aan het einde van mijn eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Gebben. U krijgt de gelegenheid om de motie in te dienen. Dan wil ik de eerste termijn vervolgen en het woord geven aan de heer Knaap van OGP MiddenDelfland. De heer Knaap: Voorzitter, ik begin er even mee dat ik iets recht te zetten heb ten opzichte van de commissievergadering want toen had ik het over een subsidiebedrag van € 50.000,00 dat niet was doorgezet, maar dat was € 0,5 miljoen. Als het € 50.000,00 was geweest, hadden we hier misschien helemaal niet gezeten. Nu staat het ook netjes in het verslag van de raadsvergadering. 7

Maar goed, dat is een beetje luchtig. In de commissievergadering hebben we ook gezegd 'het is gewoon echt jammer'. Het feit dat dit initiatief niet doorgaat, is gewoon echt jammer. Ik heb al enige tijd geleden het bestuur van DIOS gesproken en ik herken veel van wat de heer Roeling zegt. Er zijn kosten gemaakt, er is heel veel inspanning gepleegd en het is natuurlijk heel jammer dat dat niet tot een resultaat heeft geleid. Of dit initiatief met een nieuwe vraag wel was doorgegaan, ook gezien vanuit DIOS en van de kant van de externe financiers, zullen we nooit weten. Het bestuur van DIOS zegt ook 'dat weten wij niet, de koek werd ook wel erg groot'. Dat het één heeft geleid tot het ander, mag duidelijk zijn. Op een gegeven moment moest DIOS wel actie ondernemen en als de sodemieter de vergunning intrekken, anders hadden ze nog meer legeskosten moeten betalen. Dus dat is inderdaad wel jammer. Het is natuurlijk nog jammerder dat DIOS geen keuze heeft. Ze moeten iets op hun locatie. Die ballonhal hangt nu echt van plakband aan elkaar. Ik heb het gezien want ik heb hem mee opgezet aan het begin van het winterseizoen. Er was heel wat tape nodig om ervoor te zorgen dat die hal luchtdicht was, dus DIOS moet nu gaan investeren en dat moet ook vrij snel want voor het volgend seizoen kan deze hal niet nog een keer worden opgezet. Dat is wel duidelijk.

Dan hebben ze niets, dan moeten ze uitwijken naar een andere locatie. Dat gaat nog meer geld kosten. Daar zijn de mensen van DIOS ook niet bij gebaat. Tegelijkertijd, mijnheer Roeling zei dat al, is ook duidelijk dat ze behoorlijk wat kosten hebben gemaakt, die ook hun financieringsruimte om te investeren in een nieuwe ballonhal, een installatie en wat andere zaken, behoorlijk beperkt. Dus in die zin snap ik heel goed en snappen wij als OGP Midden-Delfland heel goed dat DIOS in een hoek zit waar ze nooit in hadden willen zitten, met alle inspanningen die ze gepleegd hebben. Dat alles maakt ook dat wij vanuit OGP Midden-Delfland, gelukkig ook gesteund door Mijn Partij, CDA en VVD, gedacht hebben 'wij willen vereniging DIOS wel helpen' en een motie hebben opgesteld om het college dringend aan te moedigen om met DIOS in gesprek te gaan over hoe een toekomstig initiatief wel kan worden gesteund om er daarmee voor te kunnen zorgen dat er het komende winterseizoen nieuwe voorzieningen voor DIOS zijn, zodat ze gewoon hun sport kunnen blijven beoefenen. Ik lees ook even het dictum voor.

Wij dragen het college graag, en ook met enige dringendheid, maar dat heb ik er niet bij gezet, op om in goed overleg met het bestuur van DIOS te komen tot een voorstel hoe de noodzakelijke investeringen voor een ballonhal, installaties en sporthal voor DIOS haalbaar te maken zijn, hierbij vanuit het college te zoeken naar een balans in subsidie en eventueel een lening die DIOS helpt om de binnensportmogelijkheid ook te kunnen realiseren met een gezonde financiële basis voor de komende jaren, daarbij ruimer te kijken dan alleen naar het vastgestelde beleid aangaande de ondersteuning van maatschappelijke organisaties en verenigingen, dat beleid dat we vorig jaar hebben vastgesteld, omdat wij vinden dat DIOS echt een initiatief heeft genomen waar maatschappelijk breder dan alleen bij de vereniging draagvlak voor was. Het is jammer dat ze nu alleen het zuur hebben in dat opzicht. En tot slot, en dat is niet onbelangrijk, dragen we op om de resultaten van dat overleg en een voorstel uiterlijk in het tweede kwartaal van 2025 in een voorstel ter besluitvorming aan de raad voor te leggen. De laatste opdracht is tweeledig. Eén: wij zien het in dit geval wel graag terugkomen want dan kunnen we er ook over meebeslissen. En ten tweede klinkt 'het tweede kwartaal' als heel kort dag, maar dat is ook nodig want DIOS moet voor de zomer weten of ze een nieuwe ballonhal kunnen aanschaffen.

Anders moeten ze volgend jaar andere accommodaties huren. Er is al heel veel informatie bij DIOS. Ze weten wat ze moeten doen. Er is nog een klein stukje onderzoek omdat ze moeten kijken wat er met de vloer moet gebeuren. Maar dat kan gebeuren zodra de ballonhal die er nu staat weer is weggehaald. Daarmee willen we het college echt manen om een beetje vaart te maken met een voorstel en dat ons uiterlijk juni a.s. te doen toekomen. Die motie dien ik dus in namens onszelf, Mijn Partij, CDA en VVD. De beroemde handtekening van mijzelf staat er nu ook bij. Dat is het einde van mijn eerste termijn, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Knaap. De motie wordt in ontvangst genomen, waarvoor dank. Dan gaan we door met de eerste termijn en wil ik graag het woord geven aan de heer Ringeling namens de ChristenUnie. De heer Ringeling: Voorzitter, in de commissie is er al heel veel gezegd en nu is er ook al best aardig wat gezegd door de vorige sprekers, mijn voorgangers. De rode draad in de commissie, maar ook nu bij de voorgaande sprekers, is toch wel de teleurstelling. Die teleurstelling delen niet alleen de partijen hier in de raad, maar ook het college, denk ik, en DIOS. Zij delen die teleurstelling dat het zo is gelopen met het initiatief. Jammer, maar ik denk dat de wethouder in de 8

commissievergadering heeft toegezegd nu aan de gang te gaan en ons uiterlijk medio dit jaar, volgens mij in het tweede of derde kwartaal, terug te melden wat er uit de verkenning komt die de wethouder opnieuw start, om te kijken waar de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn om toch een initiatief binnen Den Hoorn te realiseren waarbij een gymzaal of een zaal komt waarin onder andere DIOS kan sporten. Toen ik de commotie in die commissievergadering zag, dacht ik eerst 'ik ga een vergelijking maken met die beruchte of beroemde voetbalwedstrijd van niet afgelopen zondag, maar de zondag daarvoor, met de scheidsrechter…', maar ik denk dat ik de helft van het publiek kwijtraak als ik die vergelijking ga maken. Dus laat ons dat maar niet doen. Daar dacht de scheidsrechter ook heel kordaat te handelen en trok een gele kaart, die rood was. Maar goed, dat terzijde. Verder gaat elke vergelijking met die wedstrijd mank want die scheidsrechter was slecht en dat kun je niet zeggen van deze wethouder. Laat me dat direct erbij zeggen, dus elke vergelijking gaat nu mank. Ik kan ook meteen reageren op de twee moties die zijn ingediend. De eerste is de motie van afkeuring. Ik snap alle teleurstelling want we zijn allemaal teleurgesteld, maar om het dan aan één partij te wijten, of één persoon, gaat mij net iets te ver en daar ben ik het niet mee eens. Daarom ga ik die motie niet steunen.

In de tweede motie zien wij wel wat dus daar gaan wij wel voor stemmen. Tot zover mijn eerste termijn. De voorzitter: Daaraan gekoppeld heeft de heer Gebben een interruptie. De heer Gebben: Ik vroeg mij af of de ChristenUnie de motie goed gelezen heeft. Er werd gezegd dat het wordt afgewimpeld op één persoon, maar het hele college wordt daarbij genoemd, zeker in het dictum. Dus ik denk dat het een verantwoordelijkheid van het hele college is. Ik denk dat ook de portefeuillehouder van Financiën hier wat over gezegd zou moeten hebben. Maar goed, daar ben ik niet bij geweest. Maar het gaat wel over het hele college en het gaat over de positie van de raad. Ik vind dat wij buitenspel gezet zijn, maar kennelijk vindt de heer Ringeling dat niet. Ik hoop dat hij dat niet vindt. Maar goed, ik ga het horen. De voorzitter: Dank u wel de heer Gebben. Het woord is aan de heer Ringeling. De heer Ringeling: Ik maakte nu ook de fout door te snel te willen. Ik bedoel de wethouder, maar de wethouder handelt uiteraard namens het college, dus het gaat om het college. Maar ik denk dat we er met zijn allen bij geweest zijn en ik vind het een beetje te ver gaan om het college alleen de schuld te geven, of tenminste om het allemaal op het conto van het college te schrijven. Je kunt zeggen dat er een vermeende inschattingsfout gemaakt is.

Ik zeg 'vermeend', omdat ik mij afvraag of, als het college daarmee terug was gekomen naar de raad, de raad een ander besluit had genomen. Dat vraag ik mij eerlijk gezegd af. Hadden we gezegd 'joh, kom op, we gaan ervoor, hoeveel heb je nodig?' Dat vraag ik mij eerlijk gezegd wel af. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gebben. De heer Gebben: Ik hoor de ChristenUnie zeggen 'we zijn er allemaal bij geweest'. Het kan toch niet waar zijn dat de heer Ringeling dat zegt? We zijn er juist niet bij geweest en daar gaat het nu juist om. Als wij op tijd betrokken waren geweest bij de problemen, hadden we er misschien wel wat over te zeggen gehad. Of daar een andere uitkomst uit was gekomen, weten we natuurlijk nooit zeker. Maar volgens mij was het CDA tot nu toe de enige partij die heeft gezegd er geen geld meer bij te willen doen. Dus er was best een kans geweest. Bent u dat met mij eens, mijnheer Ringeling? De voorzitter: Het woord is aan de heer Ringeling. De heer Ringeling: Ik weet niet of het CDA de enige partij zou zijn die zou hebben gezegd dat er geen geld bij zou komen, hoor. De rest heeft zich daar volgens mij niet zo heel erg voor uitgesproken. We kunnen ook niet nu zeggen 'luister, was het anders gelopen, dan zou de uitkomst anders zijn'.

Er is een mogelijke inschattingsfout gemaakt, maar om daar nu een motie van afkeuring voor op te stellen en te steunen, vind ik net iets te ver gaan, eerlijk gezegd.

9

De voorzitter: Dank u wel mijnheer Ringeling. Dan wil ik in de eerste termijn tot slot het woord geven aan de heer Zwaard van het CDA. De heer Zwaard: Eerst het voorstel zelf, het intrekken van die toegezegde subsidies en leningen aan DIOS. Met het voorstel an sich stemmen wij in. Het CDA is geen voorstander van bestemmingsreserves, dus dat dit teruggaat naar de algemene reserve vinden wij een duidelijk verhaal. Dan de discussie die hier verdergaat en die we in de commissie ook uitvoerig gevoerd hebben over het mislopen van de dubbele sporthal voor DIOS. Er is al voldoende over gezegd. Het is een teleurstellend gebeuren. Met name voor DIOS en de vrijwilligers die zich daarvoor ingezet hebben, maar ook voor de gemeente en voor de raad die zich ook ingezet hebben voor dit gebeuren. Het CDA vindt dat we naar de wethouder toe heel duidelijke kaders meegegeven hebben. Daar heeft de wethouder zich ook aan gehouden. Het is uiteindelijk DIOS geweest die de stekker eruit getrokken heeft vanwege grote financiële risico's en nog een aantal argumenten. Wij hebben in de commissie aangegeven dat we moeten kijken hoe we aan een volgend voorstel, of een sporthal, maar dat is in dit geval een opblaashal, financiële steun kunnen geven. Dus de motie ingediend door OGP Midden-Delfland en CDA en nog wat partijen ligt volledig in lijn met wat we in de commissie ingebracht hebben.

Nogmaals, een heel vervelende afloop, met name voor DIOS die de initiatiefnemer was en die uiteindelijk de stekker er zelf uitgetrokken heeft. Dat wil ik nogmaals gezegd hebben. Dat verwijt aan het college vind ik niet op zijn plaats. Ik denk dat het college zich volledig heeft ingezet om dit voorstel tot een goed einde te brengen. Dat dat helaas niet gelukt is, is teleurstellend, nogmaals. Daar wil ik het voor de eerste termijn bij laten. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Zwaard. Daarmee sluit ik de eerste termijn. Ik heb een aantal vragen uit uw input geformuleerd horen worden, waarbij de boventoon bij iedereen denk ik teleurstelling is. Ik wil hierbij het woord geven aan wethouder Oderwald. Wethouder Oderwald: Voorzitter, ook het college is teleurgesteld. Dat heb ik in de commissie ook genoemd. Ik heb een aantal vragen gehoord in deze vergadering en er ligt een aantal moties voor om op te reageren. Maar laat ik, voordat we al die deelvragen en die twee moties in ogenschouw nemen, toch nog even goed neerzetten waar het hier nu om draait. Ondanks onze gezamenlijke inspanningen bleef het plan voor de dubbele sporthal financieel en inhoudelijk onvoldoende uitgewerkt binnen ons gemeentelijk beleid. De tijdsdruk nam toe en daar kom ik dadelijk uitgebreid op terug.

De tijdsdruk nam toe, terwijl het overzicht met tekorten en het externe advies van de NOC*NSF-adviseur bevestigden dat het plan nog steeds niet realistisch was. Bovendien ging het om flinke bedragen en structurele lasten. Als gemeente zijn we steeds helder geweest over onze gemeentelijke rol richting DIOS. DIOS is de initiatiefnemer en als het om onze gemeentelijke rol draait… De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Roeling. De heer Roeling: Voorzitter, de wethouder zegt 'het was niet meer realistisch', maar wie bepaalt dan wat realistisch is? Kan de wethouder daar een voorbeeld van geven? 'Om die en die reden was het niet realistisch meer'? Was de locatie verdwenen? Wat maakt nu dat de wethouder zegt 'het was niet meer realistisch'? Wat bedoelt ze daar precies mee? Daar zit toch een kwalificatie aan. Wij zijn eigenlijk wel benieuwd wat daarmee bedoeld wordt. De voorzitter: Dank u wel, ik geef het woord aan mevrouw Oderwald. Wethouder Oderwald: Dat is een heel heldere vraag, het advies van de NOC*NSF van de Rabo ClubSupport. We zijn gezamenlijk opgetrokken om te kijken 'hoe gaan we dit plan van de grond trekken?' We zijn met DIOS aan de slag gegaan en uiteindelijk hebben we daar een externe financieel adviseur bij gehad en ik wil best dat advies voor u samenvatten, zodat het helder wordt.

In dat advies, en ik geef u de belangrijkste punten,… De voorzitter: Ik stel voor dat de wethouder allereerst haar beantwoording afmaakt en dat daarna weer vragen gesteld kunnen worden. Mevrouw Oderwald. 10

Wethouder Oderwald: Het lijkt me ook dat de raad graag het antwoord hoort, voorzitter. In het advies staat dat het twijfelachtig is of de aannemingssom realistisch is. De sporthal wordt gekwalificeerd als een incourant pand, als hij er eenmaal staat, wat faillissementsrisico's voor het bestuur en de vereniging verhoogt. De leningen van zeven tot acht jaar van de externe financiers geven een te hoge druk op de cashflow in de eerste paar jaren. De exploitatie is te afhankelijk van scholen. Er is geen garantie op langetermijncontracten. Er liggen onrealistische verwachtingen van vrijwilligers voor een project van deze omvang. Er zijn geen fallbackscenario's om de risico's te mitigeren. De financiële ruimte is minimaal. DIOS zou fungeren als een beleggingsmaatschappij met operationele en financiële risico's van dermate omvang dat die niet passen bij de vereniging. De percentages onvoorzien in de begroting zijn te laag, die waren maar 3%. De voorzitter: Dan wil ik nu de gelegenheid geven aan de heer Roeling. De heer Roeling: Dank u wel voorzitter. Ik hoor nu dat er een rapport is van NOC*NSF. Ik ken dat niet. Dus mijn concrete vraag is: waar in het iBabs-systeem kunnen we dat rapport vinden waar de wethouder nu uitgebreid over uitweidt? We kennen dat helemaal niet.

Hoe kan het nou zo zijn – ik heb al gekeken, het zit er niet tussen – dat dit soort informatie tijdens de raadsvergadering op tafel komt en niet bijvoorbeeld bij de stukken zat, bij de brief van twee maanden geleden uit januari? Waarom zat dat er niet bij? Hier wordt ons ook nog eens een keer informatie achterhouden. Waarom, vraag ik aan de wethouder. De voorzitter: Uw vraag is duidelijk. Het antwoord is voor de wethouder, mevrouw Oderwald. Wethouder Oderwald: Voorzitter, de vorige keer in de commissie heb ik u als raad ook al een aantal onderwerpen van die risico's medegedeeld. Die lagen gewoon op tafel. Het was een advies aan DIOS. Dat is een helder advies en daar heb ik niets van achtergehouden. Ik ga er nu alleen iets uitvoeriger op in. Ik ga mijn betoog vervolgen. De voorzitter: Nog even een interruptie van de heer Roeling. De heer Roeling: We kunnen hier toch niet zomaar…? Het college kan uitspraken doen op basis van rapporten waar wij niet over beschikken als raad? Kom dan eerst met die rapporten. Nu is het 'geloof me maar op mijn blauwe ogen, dat staat er'. Wat is dit voor gang van zaken, voorzitter? Waar zijn die rapporten waar de wethouder het over heeft? Ik wil daar graag over beschikken. Dan kunnen we daar een inhoudelijke discussie over voeren. Nu zijn het allemaal vaagheden, rapport hier, rapport daar. Kom eerst maar op met die rapporten. Dat is mijn verzoek.

De voorzitter: Mevrouw Oderwald. Wethouder Oderwald: Voorzitter, we hebben informatie gedeeld en daar komen we dadelijk ook op terug. We hebben een gezamenlijke brief opgesteld na de gesprekken die we met DIOS gevoerd hebben. We hebben gezamenlijk de conclusie getrokken dat het project niet haalbaar is, op basis van dit rapport. We hebben samen opgetrokken om gezamenlijk die boodschap met u te delen en daarom is het een advies aan het college en niet een stuk aan uw raad. Op die manier. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gebben van de VVD. De heer Gebben: Ik ben ook echt een beetje ontdaan dat wij informatie niet krijgen. Hoe moeten wij erachter komen dat de wethouder citeert uit een rapport terwijl het rapport niet op tafel ligt? Zo kunnen wij toch onze taak hier niet uitvoeren? Is mevrouw Oderwald dat met mij eens? Is het het college dat bepaalt welke informatie wij krijgen of niet? Of hebben wij daar zelf nog enige invloed op? Ik vind dit echt wel schrijnend als ik heel eerlijk ben. De voorzitter: De vraag is duidelijk, het woord is aan mevrouw Oderwald.

11

Wethouder Oderwald: Het is helder dat er de risico's zijn en die hebben we proberen te verwoorden in het rapport en als je samen optrekt en samen communicatie naar buiten brengt dat de risico's te hoog zijn en dat DIOS besluit het niet meer verder te willen brengen, lijkt mij dat afdoende. Want voorzitter… De voorzitter: Daarop wil ik nogmaals het woord geven aan de heer Gebben. De heer Gebben: Ja, ik snap er helemaal niets meer van. Er worden conclusies getrokken op basis van een rapport, maar het rapport wordt niet met ons gedeeld. Dat zij dan zo, maar ik hoor geen antwoord op de vraag waarom dat dan niet gewoon gedeeld wordt. Waarom komt het niet gewoon open op tafel zodat we allemaal kunnen beoordelen op basis waarvan conclusies worden getrokken? Misschien waren we het er dan wel mee eens geweest. Dat weet ik niet, maar ik kan het niet beoordelen. Waarom hebben wij dat niet gekregen? De voorzitter: Uw vraag is duidelijk en het woord is aan mevrouw Oderwald. Wethouder Oderwald: Ja voorzitter, het is een mooi stuk, maar ik geef u de informatie. Wij zijn er als college voor om u alle informatie te geven om te besluiten over het punt. Het punt dat nu voorligt, is het intrekken van de subsidie nadat de initiatiefnemer gestopt is. Dus u heeft alle informatie om het besluit vanavond te nemen.

We kunnen altijd alle correspondentie geven, maar wij zitten hier als college om de dagelijkse uitvoering van het beleid en de voorstellen te doen. De voorzitter: Het woord is aan de heer Gebben. De heer Gebben: Ik ga niet nog een keer dezelfde vraag stellen, maar ik wil u toch als voorzitter even aanspreken. Het is volgens mij niet zo dat het college bepaalt welke informatie er wel of niet naar de raad komt. De informatieplicht staat gewoon en u moet erop toezien dat wij als raad alle informatie krijgen. Dat wil ik graag even gezegd hebben, want dit gaat niet goed. De voorzitter: In antwoord op uw opmerking is het zo dat de informatieplicht echt geldt voor het college. Dat is een gezamenlijke collegeverantwoordelijkheid. Dat betekent dat de weging van informatie daar te goeder trouw uiteraard aan de orde is. Mevrouw Oderwald, ik wil u verzoeken uw betoog te vervolgen. Wethouder Oderwald: Nou voorzitter, ik ga zo mijn rode lijnen terugpakken, maar ik denk dat het ook goed is om te vermelden dat we graag met u als raad terugblikken op wat de positie is van de informatieplicht en allerlei andere onderwerpen die daarmee te maken hebben. Ik kom dadelijk terug op welke informatie we u gegeven hebben. Wij nemen alle zorgen over bestuurlijk samenspel tussen college en raad natuurlijk serieus.

Het is van groot belang dat we reflecteren op onze besluitvormingsprocessen en we zijn altijd bereid om de dialoog daarover aan te gaan en te kijken hoe de afstemming met de raad in dit soort complexe dossiers zo optimaal mogelijk vormgegeven kan worden. Maar ik ga nu even terug naar de kern van waar ik het over wilde hebben. Als gemeente zijn we helder over wat wij doen aan financiële ondersteuning van maatschappelijke organisaties, sportverenigingen, welzijnsorganisaties. Subsidies en leningen zijn mogelijk, maar ons recent vastgestelde sportbeleid biedt geen ruimte voor gemeentelijke financiering van exploitatiekosten. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Roeling. De heer Roeling: Ik wil nog even ingaan op de informatieplicht. Het college heeft een actieve informatieplicht. Dat betekent dat wij niet hoeven te vragen 'wat zijn voor ons relevante rapporten in dit geval?' Nee, de actieve informatieplicht van het college houdt in dat dat soort dingen onderdeel uitmaken van de beraadslagingen. Dus ik hoef hier helemaal geen les te krijgen over wat het college verwacht van of verstaat onder informatieplicht. Nee, het college is gehouden aan een actieve informatieplicht. Misschien kan de wethouder daar dadelijk ook nog even op ingaan. Want dit lijkt nergens op voorzitter, het lijkt werkelijk nergens op. 12

De voorzitter: Dank u wel de heer Roeling. Het woord is aan mevrouw Oderwald. Wethouder Oderwald: Actieve informatieplicht is er zeker. We hebben u geïnformeerd via de raadsinformatiebrieven die we u gestuurd hebben. Iedere maand is er een update geweest over wat er bij DIOS speelde en hoe het zat met de BOSA-subsidie, met de ontwikkelingen daarin en uiteindelijk hebben we u ook gewoon in december geïnformeerd over wat er speelde bij DIOS. Uiteindelijk hebben we u in de maandinformatie van december verteld dat de uiteindelijke… Ik ben even op de verkeerde pagina, want ik ging iets citeren en dat heb ik nu niet, moment. Nou ja, laat ik het kort samenvatten. In de decemberinformatie staat gewoon netjes dat de DIOS-financiers en DIOS zelf de exploitatiebegroting niet rond krijgen. Dat hebben we aan u gerapporteerd in deze zin. Ik had u dat exact willen voorlezen, maar kan het zo snel niet vinden. Maar het gaat er ook om, en dat is een mooie brug met waar ik eigenlijk ook was, dat u afgelopen oktober heeft vastgesteld in deze raadzaal dat exploitatiekosten niet bij de gemeente thuishoren. Het zou ook wel een beetje apart zijn als dat zo was; ik bouw een huis en u moet het personeel betalen? Zo zit ons beleid niet in elkaar. Dus exploitatiekosten dekken wij als gemeente niet. Dat is ons sportbeleid.

In dat gesprek concludeerde DIOS zelf na overleg met de gemeente dat de haalbaarheid van het plan ontbrak. Hoe graag wij als college en gemeente, u als raad en de vereniging dat ook echt wilden. Dat brengt mij bij de motie Help DIOS doorzetten. Als college begrijpen en omarmen we natuurlijk de intentie van deze motie. We zien de inzet van DIOS en het belang van goede binnensportvoorzieningen in Den Hoorn. Tegelijkertijd moeten we ook zorgvuldig omgaan met ons beleid en hebben we ons subsidie- en financieringsbeleid natuurlijk niet voor niets. Het waarborgt gelijke behandeling, heldere taakverdeling tussen raad en college en voorkomt precedentwerking. Afwijken zonder duidelijke beleidswijziging roept daarom voor ons als college toch ook wel wat vragen op, waar trekken we dan als college de grens? Wat betekent, zoals een van de punten in het dictum formuleert, 'ruimer kijken' dan precies? En hoe zorgen we gewoon dat die consistentie behouden blijft? Ruimer kijken is best vaag. Meestal liggen er hier oproepen om het beleid wat meer SMART te maken. Het is in ieder geval wel helder… Ik denk dat ik tegemoet ga komen aan wat er komt, maar goed. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Knaap van de OGP Midden-Delfland.

De heer Knaap: De vraag aan de wethouder die daar volgens mij bij hoort, is dat ze spreekt over een precedentwerking, maar we hier volgens mij een dossier hebben dat de uitzondering is die de regel bevestigt. Ik ken geen andere vereniging die zoveel geld heeft geïnvesteerd in een initiatief niet alleen voor henzelf, maar voor meerdere verenigingen in Den Hoorn. Dus dat je daarmee iets verder kijkt dan alleen de regel in de subsidieregeling, is wat ons betreft evident. Ik zou graag van de wethouder horen dat ze het daarmee eens is. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Knaap. Ik wil het woord weer geven aan mevrouw Oderwald. Wethouder Oderwald: Ik begon er natuurlijk mee dat ik het begrijp en omarm. Dat staat buiten kijf. Natuurlijk doen we dat. Dat heb ik in de commissie ook al lang toegezegd. We zijn al lang in gesprek. Vandaag is er al lang een ambtelijk bezoek geweest. We gaan voor elkaar zien te krijgen. Daar gaat het helemaal niet om. Maar het is wel lastig want wanneer doen we het in uw beleving goed? 'Doe het ruimer'? Maar het draait erom dat wel helder is dat de financieringsbeslissingen uiteindelijk gewoon altijd bij u als raad terugkomen. U krijgt een voorstel en u kunt erover besluiten en daarmee houdt u de regie en kunt u aangeven hoe u dat verder wilt vormgeven. Tot slot een praktische kanttekening bij deze motie.

Als we het zorgvuldig willen doen, moeten we realistisch zijn over de planning en het besluit in de raad in juni vraagt een voorstel in mei in het college en dat betekent dat het in april volledig moet zijn uitgewerkt terwijl we nog maar aan de start ervan staan. Natuurlijk gaan we zo snel mogelijk aan de slag. Maar snelheid mag niet ten koste gaan van een degelijke beoordeling en een goed onderbouwd raadsvoorstel. Ik ga ermee aan de slag. We gaan het proberen te halen, maar niet ten koste van alles. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Knaap. 13

De heer Knaap: We hebben het hier natuurlijk met meerdere fracties over gehad bij het opstellen van die motie. De vraag die ik aan de wethouder heb, is: welke informatie mist u nog, afgezien van het feit dat DIOS moet kijken wat er aan de vloer moet gebeuren? Er ligt een offerte van de ballonhalleverancier. De kosten die gemaakt zijn, zijn klip-en-klaar en als bijlage bij die motie toegevoegd. DIOS weet, denk ik, heel goed hoe hun financiële situatie ervoor staat. Ik kan me niet voorstellen dat de wethouder nog iets anders mist dan het onderzoek aan de vloer om snel met DIOS tot een voorstel te komen. Bent u dat met mij mee? De voorzitter: Dank u wel mijnheer Knaap. Het woord is aan mevrouw Oderwald. Wethouder Oderwald: Goed om te horen dat DIOS de informatiepositie helemaal aan het voorbereiden is. Wij zijn klaar om het te ontvangen en dan kunnen we van start, maar vooralsnog moet die start echt nog wel beginnen. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gebben. De heer Gebben: Ik ga OGP Midden-Delfland toch even bijvallen want u moet vanavond toch eens een keer antwoorden gaan geven. Zou u dat alstublieft willen doen? U draait er nu weer omheen. Er wordt gewoon gevraagd welke informatie er ontbreekt. Geef gewoon antwoord, het blijft maar vaag en u blijft er maar omheen draaien.

Mijn tweede vraag is: hoe kijkt u tegen dit traject aan? Was het een gezamenlijk optrekken of niet? U presenteert het nu een beetje als 'DIOS heeft het leuk geprobeerd. Jammer dan. Schadelijk voor hen, maar wij staan er helemaal los van'. Dat stoort mij echt mateloos. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Gebben. Het woord is aan mevrouw Oderwald. Wethouder Oderwald: Voorzitter, om de vraag van de heer Knaap concreet te beantwoorden, waar de heer Gebben aan refereert: ik heb op dit moment nog helemaal niets ontvangen. Natuurlijk weten we dat het speelt, maar een subsidieaanvraag ligt er niet. Voorzitter, in de hectiek van de vele vragen zou ik de heer Gebben willen verzoeken zijn tweede vraag nog een keertje in te brengen. De voorzitter: De heer Gebben. Een verzoek van de wethouder of u uw vraag kunt toelichten. De heer Gebben: Ja, ik vraag mij werkelijk af hoe de wethouder en het college tegen het traject aankijken. Zien ze het als een soort samen optrekken en samen proberen iets te bereiken, of is het gewoon 'het was het project van DIOS, jammer dan, de schade is voor hen'? De voorzitter: Dank u wel de heer Gebben. Mevrouw Oderwald, aan u het woord. Wethouder Oderwald: DIOS en de gemeente hebben heel lang samen hieraan gewerkt.

We hebben veel activiteiten gedaan en zijn samen opgetrokken, hebben advies gegeven en gekeken hoe we konden ondersteunen, hoe we activiteiten nog beter konden organiseren, welke welstandseisen we konden laten vallen, hoe we de leges konden verlagen. Daar hebben we heel hard aan gewerkt om dat samen voor elkaar te krijgen. Dat doen we voor dit voorstel ook nog een keer, voor de nieuwe aanvraag voor de ballonhal gaan we dat ook weer doen. Dat is echt samenwerken, samen optrekken. Ik denk dat dat bijzonder veel is geweest voor dit initiatief. Desalniettemin is het teleurstellend dat dat er nu ligt. Het gaat mij aan het hart dat er zulke hoge kosten gemaakt zijn, die uiteindelijk niet tot een resultaat leiden. Dat is voor het college heel zwaar om te onderkennen en daar kom ik dadelijk ook nog op terug, want dat speelt ook een sleutelrol in waarom het besluit zo gevallen is en wie nou precies wat heeft besloten wanneer. Het is natuurlijk heel vervelend dat partijen zitten met restkosten. Maar dan ben ik toch ook echt degene die vanuit het college de woordvoering doet, om te zeggen 'we creëren voor iedereen een gelijk speelveld'. In het verleden hebben we als gemeente leningen verstrekt aan partijen die initiatieven ontwikkelden om hun terrein uit te breiden dat wellicht ook nog andere functies had. Die hebben hun eigen kosten ook gedragen.

Natuurlijk voel ik heel erg met u allen mee. Dat doen we als college breed, met elkaar. We hebben het hier vaak over gehad. We hebben elkaar goed erop aangesproken; 14

waar doen we goed aan? Hoe nemen we u hierin mee? Maar dat betekent niet dat dat precies zegt waar uw 'ruimere blik' op uitkomt en wat dat is. Dat is geen beleidswijziging. Dat is niet SMART. Daar komt het op neer. Natuurlijk voelen wij dat ook, maar dat voelen is niet precies. Wanneer is het dan goed? Even kijken. Ik heb intussen al heel wat dingen geraakt die vragen betreffen die al eerder gesteld waren. Dus ik ga even naar mijn aantekeningenboek. Ik begon mijn betoog met tijdsdruk en het cruciale moment. DIOS had een nieuwe begroting voor de investeringen en de exploitatie naar ons als college gestuurd en deze begroting toonde aanzienlijke financiële hiaten met onzekerheid over de dekking en de tijdsdruk was echt hoog. Niet alleen om de naderende deadline voor de bouw van het project te gaan doen, in de handbalseizoensplanning moest dat natuurlijk goed passen, maar er was ook tijd nodig om een eventueel ander alternatief voor de verouderde ballonhal te kunnen realiseren. De tijd tikt weg. Wanneer we dan kijken hoeveel tijd er is om het ene plan of het andere plan uit te werken, is het een cruciaal moment wanneer je in de twaalf maanden na het verlenen van de vergunning nog 50% van de vergunningskosten kunt terugkrijgen. Dat is eigenlijk ook waarom die vergadering die wij 16 december jl. hebben gehad een cruciaal moment was.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=19f75eb7-55ef-4d8b-9e46-c5fa56ca2f06