2025 m 03 d 11 Vsl Commissie
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de commissie van de gemeente MiddenDelfland, gehouden op dinsdag 11 maart 2025, 19.30 uur. Voorzitter
: de heer A.J. Gebben
Griffier
: de heer A. de Vos
Aanwezig : de heer B.J. Ammerlaan (Mijn Partij), de heer M. de Bakker (ChristenUnie), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer B. de Groot (VVD), de heer N.C. Knaap, mevrouw S.A. Koppert (OGP), mevrouw D. Langeveld (CDA), mevrouw L.C. van der Lans-Mastenbroek (D66), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer M.W. Renzen (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66), de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
:-
Tevens aanwezig: mevrouw F.I. Noordermeer-van Slageren, burgemeester; de heer A.F. de Leede, mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, de heer F.A. Voskamp, wethouders; de heer D. Bruins, inspreker
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter opent de commissievergadering van 11 maart 2025 om 19.30 uur en heet de commissie- en collegeleden, bezoekers en kijkers thuis welkom.
2.
Spreekrecht algemeen
De heer Bruins is bewoner van de Kwakelweg en spreekt, mede namens bewoners en ondernemers in de omgeving, in over de afsluiting van de N468. Bewoners begrijpen dat groot onderhoud noodzakelijk is maar de manier waarop dit project wordt uitgevoerd heeft desastreuze gevolgen voor de omgeving. De verantwoordelijkheid voor deze situatie ligt bij de overheid, die niet alleen onvoldoende rekening houdt met de impact van de werkzaamheden, maar ook haar toezeggingen niet nakomt en niet adequaat communiceert met de directbetrokkenen. De drastische beperkingen in de bereikbaarheid hebben ondernemers zwaar getroffen. Doordat klanten wegblijven, lijden bedrijven directe financiële schade. De gemeente en de verantwoordelijke instanties hebben een plicht om ervoor te zorgen dat noodzakelijke werkzaamheden niet leiden tot economische schade en onnodige overlast. Die verantwoordelijkheid wordt niet genomen. Daarnaast laat de communicatie over de afsluiting en omleidingen te wensen over. Regelmatig worden klanten en leveranciers door navigatiesystemen naar de verkeerde kant van de afsluiting gestuurd, wat nog eens onderstreept hoe essentieel duidelijke bebording is. Toch heeft het weken geduurd voordat er een eenvoudig bord met bedrijfslogo's geplaatst kon worden. Dit is niet acceptabel. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om te zorgen voor heldere en tijdige informatievoorziening.
Ook voor bewoners heeft deze afsluiting ernstige gevolgen. De reistijden zijn absurd toegenomen. Een rit van enkele minuten duurt nu tot wel veertig minuten. De impact hiervan is aanzienlijk: gezinnen met strakke planningen en ouderen die afhankelijk zijn van zorg worden onevenredig hard geraakt. Bovendien hebben bewoners en ondernemers herhaaldelijk gevraagd om tijdelijke, lokale parkeerplaatsen om de situatie draaglijk te maken. Dit is zonder enige onderbouwing afgewezen. Dit toont opnieuw hoe weinig de gemeente oog heeft voor praktische oplossingen en hoe de verantwoordelijkheid wordt genegeerd of wordt afgewend op andere partijen. Er is veel gesproken over participatie, maar in werkelijkheid is hier geen sprake van geweest. De zogenaamde inspraakmomenten waren niet meer dan bijeenkomsten waarin besluiten werden gepresenteerd. Suggesties vanuit de gemeenschap, zoals een tijdelijke uitzondering voor lokaal verkeer op een deel van het fietspad, werden zonder onderbouwing afgewezen. Daarnaast is de gemeente gemaakte afspraken niet nagekomen. Toegezegd was dat bedrijven en erven bereikbaar zouden blijven. Toch konden bewoners hun erf niet af en konden klanten of leveranciers de 1
bedrijven niet bereiken. Dit is een directe schending van afspraken en getuigt van een zorgwekkend gebrek aan verantwoordelijkheid vanuit de overheid. De werkzaamheden aan de N468 duren maanden. De planning is ondoordacht en bureaucratisch, met als gevolg onnodige vertragingen en onbegrijpelijke beslissingen. Een vergunning ontbreekt op het moment dat er gewerkt moet worden omdat een Welstandcommissie nog discussies voert over een detail van een bruggenhoofd. De grond wordt van de ene kant van het gebied naar de andere vervoerd en weer terug, terwijl lokale boeren bereid zijn te helpen. Dit soort inefficiëntie en bureaucratisch falen zorgen voor onnodige frustratie. De gemeente heeft de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat projecten efficiënt en logisch worden uitgevoerd. Nu lijkt het alsof besluiten worden genomen vanachter een bureau, zonder inzicht in de werkelijke impact op het dagelijks leven van bewoners en ondernemers. Een oproep aan de gemeenteraad is om verantwoordelijkheid te nemen. Bewoners en ondernemers verwachten dat de gemeenteraad niet passief toekijkt, maar zijn verantwoordelijkheid neemt. Dit betekent: 1. een directe heroverweging van alternatieve oplossingen voor de bereikbaarheid, zoals tijdelijke uitzonderingen voor lokaal bestemmingsverkeer; 2.
betere en snellere communicatie naar bewoners en ondernemers, inclusief duidelijke bebording en up-to-date navigatiegegevens; 3. aanpak van de gevaarlijke verkeerssituatie die nu ontstaat door sluipverkeer op de Kwakelweg en vervolgens het fietspad met name in het weekend; 4. een coöperatieve houding van de gemeente, zodat uitblijvende vergunningen geen onnodige vertraging veroorzaakt en werkzaamheden snel en soepel verlopen. Midden-Delfland profileert zich door middel van het platteland, en terecht. Maar het zijn de lokale bewoners en ondernemers die hieraan bijdragen en dit in stand houden. Nu krijgen juist zij de hardste klappen, zonder voldoende steun. De gemeente is verantwoordelijk voor hun welzijn. Dit gaat niet alleen om een wegafsluiting, maar om vertrouwen in het bestuur. Inspreker roept de gemeenteraad op om te handelen: neem de signalen serieus en ga in gesprek met de mensen die hier dagelijks mee te maken hebben. De voorzitter dankt de heer Bruins voor zijn bijdrage. De heer Ringeling vraagt aan de voorzitter of hij eerst een vraag aan de wethouder mag stellen. De voorzitter antwoordt dat dit niet is toegestaan. Er kunnen alleen vragen aan de inspreker worden gesteld. De heer Roeling zegt dat Mijn Partij ook diverse vragen aan het college heeft. Hij stelt voor om een agendapunt te maken van het onderwerp.
De voorzitter zegt toe hierop terug te komen bij agendapunt 3, vaststellen van de agenda. De heer Ringeling vraagt hoe de inwonersbijeenkomsten verliepen, waar bewoners suggesties hebben gedaan, die niet overgenomen zijn. De heer Bruins antwoordt dat er verschillende bijeenkomsten zijn geweest voor bewoners en ondernemers. De eerste waren vorig jaar zomer. De informatie die toen gegeven werd vanuit de aannemer en de provincie was dat er over veel zaken nog niet besloten was. Dat heeft ertoe geleid dat er nog steeds veel ad-hocbeslissingen worden genomen. Bewoners begrijpen dat niet alles vooraf duidelijk kan zijn, maar er zijn zo veel partijen bij het project betrokken dat de onderlinge communicatie tekortschiet. De heer Renzen vraagt of er al concrete aanbevelingen zijn gedaan aan het college. De heer Bruins antwoordt dat er contact is geweest met de gemeente en de provincie. De contactpersonen bij deze overheden nemen echter niet de besluiten, waardoor zij weinig aan de situatie kunnen veranderen. De heer Renzen begrijpt dat het lastig is om niet aan tafel te zitten met de beslissers. De VVD2
fractie zou graag een apart agendapunt maken van dit onderwerp. Mevrouw Koppert vraagt of er met de ondernemers is gesproken over compensatie van gederfde inkomsten. De heer Bruins antwoordt dat compensatie is aangeboden, maar dat het traject ingewikkeld gemaakt is om het gebruik ervan te ontmoedigen. Ondernemers moeten heel veel doen om compensatie aan te vragen en krijgen slechts een kleine bijdrage. Bewoners maken bovendien ook extra kosten, bijvoorbeeld doordat ze moeten omrijden naar sportvoorzieningen. Mevrouw Koppert vat het samen als dat inspreker vertrouwen mist van de gemeente bij het aanvragen van compensatie voor inkomstenderving. De heer Bruins antwoordt dat bewoners en ondernemers sowieso betrokkenheid en vertrouwen van de overheid missen. Zo wordt verteld dat er nog geen vergunningen zijn afgegeven, waardoor men niet kan verder werken aan de brug. Dat had toch vooraf geregeld kunnen zijn? De heer Scholtes vraagt of het klopt dat er vooraf met bewoners en ondernemers gesproken is over de werkzaamheden. Wat is de ervaring van de heer Bruins met deze 'keukentafelgesprekken'? De heer Bruins antwoordt dat hij een keukentafelgesprek heeft gehad. Dat was een prettig gesprek, maar het was vooral informatief. Er werd met name 'voorlopige informatie' gedeeld.
De heer Zwaard stelt dat het een project van de provincie is en vraagt waar de gemeente iets extra's kan doen om bewoners en ondernemers tegemoet te komen. De heer Bruins noemt vier dingen. De gemeente kan overwegen om te onderzoeken of er toegang gegeven kan worden aan lokaal bestemmingsverkeer, zodat bewoners minder hoeven om te rijden. Bewoners zijn van mening dat dit niet onveilig is, zoals door de gemeente wordt gesteld. Betere en snellere communicatie. Meer integraliteit in het project, waardoor partijen niet op elkaar hoeven te wachten zoals nu het geval is. Hij refereert hierbij aan de buispalen voor de brug die nog niet geplaatst mogen worden omdat de vergunningen nog niet rond zijn. Efficiënter grondverzet in overleg met omwonenden. De voorzitter dankt de heer Bruins hartelijk voor zijn inspraakbijdrage.
3.
Vaststellen van de agenda
De voorzitter meldt dat Mijn Partij voorstelde om een agendapunt toe te voegen over de werkzaamheden bij de N468. Hij stelt voor om hier agendapunt 3a van te maken. Wethouder De Leede denkt dat de complexiteit van dit project hoor en wederhoor met de uitvoerders rechtvaardigt. Een aantal vragen van de inspreker moeten bovendien voorbereid worden door het college. Hij adviseert daarom om het onderwerp niet vanavond te agenderen, maar in een volgende vergadering. Daarnaast benadrukt hij dat de gemeente geen verantwoordelijkheid draagt voor het uitvoeren van het project. Een zinvolle discussie is volgens hem alleen mogelijk in aanwezigheid van de uitvoeringsverantwoordelijke. De voorzitter dankt de wethouder voor deze toevoeging en vraagt de commissie of ze het onderwerp desondanks wil agenderen. De heer Zwaard vraagt om even kort te schorsen. Schorsing De voorzitter heropent de vergadering en inventariseert hoe de commissie het onderwerp wil behandelen. 3
De heer Ringeling wil het onderwerp vandaag bespreken. De heer Vieira begrijpt het standpunt van de wethouder, maar wil wel nu bespreken welke problemen er leven. De heer Van der Eijk sluit zich hierbij aan. Mevrouw Koppert sluit zich hierbij aan. De heer Zwaard wil het ook vanavond bespreken, wetende dat het college niet alle vragen kan beantwoorden. De heer Roeling vindt het verstandig om het onderwerp vanavond te agenderen en wil de wethouder vragen om de vragen die blijven openstaan zo snel mogelijk te beantwoorden. De agenda wordt met deze aanvulling vastgesteld. 3a. Situatie N468 De voorzitter geeft de heer Roeling als eerste het woord, omdat hij het debat heeft geïnitieerd. De heer Roeling zegt dat Mijn Partij heeft gezien dat het verstrekken van de vergunning staat of valt met landschappelijke inpassing. De partij is het eens met de inspreker dat dit te lang duurt, waardoor vertraging in het project ontstaat. Hij vraagt hoe het zit met de vergunning en wanneer het college verwacht dat de vergunning wordt afgegeven. Een ander punt is de rol van de boa's. Hij vraagt of het college bereid is om de boa's in te zetten om ervoor te zorgen dat het fietspad voor bewoners kan worden opengesteld. De heer Zwaard is benieuwd naar de reactie op drie van de vier punten die de inspreker als verbeterpunten voor de gemeente noemde.
Zeker op het gebied van communicatie zou de gemeente zeker wat meer kunnen doen. Mevrouw Koppert vraagt of de wethouder kan aangeven over welke zaken de gemeente zelf beslist en waarvoor ze afhankelijk is van andere partijen. Ook hoort ze graag wat de gemeente kan doen om de inwoners te ondersteunen als zij te maken hebben met inkomstenderving. De heer Van der Eijk denkt dat de suggestie die de inspreker deed met een ontheffing voor bewoners, waarbij verkeersregelaars worden ingezet, wel haalbaar zou moeten zijn. Ook vindt de VVD dat vooraf alle spelregels duidelijk moesten zijn en dat de Welstandscommissie niet tussentijds met aanvullende eisen kan komen. Als het werk aan alle technische eisen voldoet zou de gemeente gewoon een vergunning moeten afgeven. De heer Scholtes vraagt welke rol het college kan pakken, hoe de communicatie verbeterd kan worden en of de gemeente overleg kan organiseren tussen de uitvoerders van het project en de ondernemers in het gebied. De heer Ringeling benadrukt dat het een provinciaal project is, hoewel de provinciale weg over gemeentelijk grondgebied loopt. Hij vraagt welke afspraken de gemeente heeft gemaakt met de provincie over de mate van hinder die acceptabel wordt geacht. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om de vragen te beantwoorden.
Wethouder De Leede benadrukt dat het een provinciale weg is, maar dat het project in opdracht van de provincie en het hoogheemraadschap wordt uitgevoerd. Het projectteam dat is opgericht is aanspreekbaar voor het gehele project. Gevraagd werd hoe het zit met de bruggen. Het betreft de oprijstroken naar de brug aan de kant van de weg. De vergunningen hiervoor zijn nog niet verstrekt, omdat er nog discussie is over de vormgeving van deze 'aanbruggen'. De Welstandscommissie had vragen aan de indiener van de vergunningaanvraag. De gemeente heeft 4
gesteld dat dit niet tot vertraging mag leiden, waardoor de afsluiting langer duurt. Daarom zouden de werkzaamheden in de tweede fase, bij de tweede afsluiting van de Oostgaag, moeten worden uitgevoerd. De heer Roeling vraagt per interruptie of het college weet dat het gemotiveerd kan afwijken van het advies van de Welstandscommissie zodat het werk gewoon in deze fase kan worden uitgevoerd. Wethouder De Leede antwoordt dat er volgens het college onvoldoende aanleiding is om dat te doen. Wel is er gesteld dat er geen onnodige hinder mag optreden. Dat is opgelost door de werken naar de tweede fase te verschuiven. Het voorstel om door permanent toezicht bestemmingsverkeer over het fietspad toe te staan kan volgens het college niet op een veilige manier, omdat er onvoldoende ruimte is. De situatie is niet vergelijkbaar met de Westgaag, zoals de inspreker aangaf. Als het op een veilige manier mogelijk was geweest had de gemeente deze optie al georganiseerd. Alle communicatie over het project verloopt vanuit de projectorganisatie. Er is overleg tussen het projectteam en de ondernemers waar de gemeente bij aansluit om te horen wat er speelt. Vorige week heeft een dergelijk overleg plaatsgevonden. Toen zijn er veel klachten en knelpunten door ondernemers geuit. De gemeente heeft geen zelfstandige rol in de communicatie. De gemeente gaat ook niet over compensatie bij inkomstenderving.
Gevraagd werd welke mate van hinder toelaatbaar is. In principe vindt het college vermijdbare hinder nooit toelaatbaar. In sommige gevallen is hinder echter onontkoombaar en is het fysiek niet mogelijk om de hinder ongedaan te maken. De gemeente ziet dat zaken niet goed zijn gelopen, zoals de plaatsing van het informatiebord. De gemeente is hier echter niet de primair verantwoordelijke partij. De gemeente bepaalt wel of er al dan niet autoverkeer over het fietspad geleid mag worden en is verantwoordelijk voor de vergunningsverstrekking. Ook is de gemeente aanspreekbaar voor ondernemers en bewoners indien zij geen gehoor vinden bij de projectorganisatie. Daarbij kan de gemeente echter niet veel meer doen dan signalen doorgeven. Het college heeft de indruk dat er inmiddels diverse inspanningen worden gedaan om tot oplossingen te komen. De heer Roeling had nog gevraagd of de gemeente boa's kan inzetten om het verkeer over het fietspad te regelen. Wethouder De Leede antwoordt dat hiervoor beter verkeersregelaars ingezet kunnen worden. De gemeente heeft echter geconstateerd dat er te weinig ruimte is om autoverkeer over het fietspad te laten rijden. De voorzitter vraagt de commissie of er behoefte is aan een tweede termijn. De heer Ringeling twijfelt erover of het maximale is gedaan om overlast te voorkomen.
Hij zou willen voorkomen dat er bespaard wordt op projectkosten, terwijl dat ten koste gaat van de bewoners en ondernemers. Verder wil de ChristenUnie voorkomen dat de gemeente de rol van boodschappenjongen speelt richting de projectorganisatie. De gemeente zou moeten opkomen voor de belangen van de inwoners en ondernemers. Tot slot vraagt hij of de gemeente niet had moeten participeren in het project, naast de provincie en het hoogheemraadschap. De heer Zwaard sluit zich over de communicatie aan bij de ChristenUnie. De gemeente zou een proactieve rol moeten aannemen in de belangenbehartiging van bewoners en ondernemers. De heer Scholtes stelt dat het nooit lukt om alle hinder te voorkomen bij een dergelijk groot project. Daarom hoort D66 graag of en zo ja welke afspraken zijn geweest over de maximaal toelaatbare hinder. Verder stelt D66 dat de gemeente samen met bewoners en ondernemers naar oplossingen kan zoeken om de situatie draaglijker te maken. Iedereen is welwillend om het project efficiënter in te richten, dus de vraag is welke rol de gemeente hierin kan pakken. Mevrouw Koppert vraagt wat de mogelijkheden zijn om de woningen en bedrijven bereikbaar te maken als dat niet lukt via het fietspad. Wat kan de gemeente doen om processen te versnellen en 5
hoe kan de gemeente de bewoners en ondernemers steunen? De heer Roeling denkt dat het wel degelijk mogelijk is om boa's in te zetten om de situatie te verbeteren. Ook Mijn Partij zou graag horen welke afweging de provincie en het hoogheemraadschap hebben gemaakt over de toelaatbare overlast. Wellicht is er op de kosten bespaard, wat nadelige gevolgen heeft voor de omwonenden. Ook is het nog de vraag of iedereen zich houdt aan de gemaakte afspraken. Tot slot vraagt Mijn Partij wanneer de commissie een inhoudelijke reactie op de inspraakbijdrage ontvangt en een antwoord op de vragen die de wethouder vanavond niet kon beantwoorden. De heer Van der Eijk begrijpt dat veel verantwoordelijkheid ligt bij het projectteam van de provincie en het hoogheemraadschap. Hij verwacht dat de wethouder het vanavond geuite ongenoegen doorspeelt aan de projectorganisatie. De VVD denkt dat er wel degelijk alternatieven zijn. Bij het opknappen van de Kwakelweg is er bijvoorbeeld een doorgang gemaakt voor bewoners en bedrijven. Dat alternatief zou de gemeente kunnen voorleggen aan het projectteam. Het fietspad zou te smal zijn voor gemengd verkeer. Aan de Gaagweg is meer plek, dus daar verwacht de VVD te zijner tijd een andere oplossing door de gemeente.
Tot slot adviseert hij bewoners en ondernemers om ook gebruik te maken van het inspraakrecht bij de provincie en het hoogheemraadschap omdat zij de opdrachtgevers zijn van het project. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de tweede termijn. Wethouder De Leede heeft geen aanleiding om te denken dat er niet maximaal is ingezet op beperking van de hinder. Hij hoort graag voorbeelden, waarin kostenoverwegingen zouden hebben geleid tot bepaalde besluiten. In dat geval zal hij het belang van de omwonenden behartigen. Diverse commissieleden roepen op om te kijken wat de gemeente kan doen om de situatie te verbeteren. De communicatie vanuit het projectteam is al een punt van aandacht. Sommige dingen zijn echt niet goed gegaan en daar moet op worden geacteerd. Met de suggestie dat het een heel bureaucratisch proces is dat veel langer duurt dan noodzakelijk, is hij het niet eens. Hij zegt toe om zich nog actiever op te stellen om de belangen van de inwoners te behartigen. De heer Scholtes vraagt per interruptie of de wethouder bereid is om het communicatieproces te faciliteren zodat de betrokken partijen nauwer contact kunnen hebben met het projectteam. Wethouder De Leede heeft de indruk dat er al goed contact is tussen het projectteam en de directbetrokkenen.
Hij is bereid om zich daar nog extra voor in te zetten, maar verwacht niet dat dit de gewenste verbetering oplevert. Binnen twee weken zal hij een update geven van de huidige situatie en antwoord geven op de vragen die gesteld zijn. Hij zal daarbij ook ingaan op de afspraken die eventueel zijn gemaakt over de maximaal toelaatbare hinder. De heer Scholtes vraagt per interruptie nog naar de derde suggestie van de inspreker over bureaucratie. Hij vraagt of de wethouder bereid is om een proces te faciliteren, zodat dit vlot getrokken kan worden. Wethouder De Leede is bereid om te kijken of de communicatie tussen het projectteam en omwonenden verbeterd kan worden. De suggestie dat er geen overleg is tussen het projectteam, ondernemers en omwonenden is echter niet juist. Hij twijfelt of de verbeteringen gaan leiden tot frequenter contact, maar hij is bereid om te bemiddelen om de communicatie te verbeteren. De gemeente moet echter niet de communicatie overnemen. De heer Roeling had nog gevraagd of de betrokken partijen zich aan de gemaakte afspraken houden. Wethouder De Leede zal dit ook nagaan. Hij weet niet of er een set aan afspraken ligt over het project. Hij zal nagaan welke afspraken er zijn gemaakt en of de partijen zich hieraan gehouden hebben.
6
De heer Ringeling is nog niet helemaal gerustgesteld na de discussie. Hij vraagt de wethouder om de frustratie in de commissie en bij de inspreker te adresseren aan de provincie. Wethouder De Leede benadrukt dat hij heeft toegezegd om de openstaande vragen binnen twee weken te beantwoorden. Hij is er bovendien zeker van dat leden van het projectteam hebben meegekeken met dit commissiedebat.
4.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen door commissieleden
4.1. Vragen lid de heer B. de Groot (VVD) over bijdrage boekjes WOII De voorzitter geeft de heer De Groot de gelegenheid tot het stellen van een vervolgvraag over de bijdrage aan boekjes over de Tweede Wereldoorlog. De heer De Groot meldt dat de vragen van de VVD voldoende zijn beantwoord. De heer Roeling vraagt of de schrijver van het boekje, de heer Frans Voskamp, familie is van wethouder Voskamp. Wethouder Oderwald antwoordt dat de aanvraag is behandeld zoals elke aanvraag die past binnen het thema '80 jaar vrijheid'. De schrijver van het boekje is de vader van wethouder Voskamp. 4.2. Vragen lid de heer M.W. Renzen (VVD) over behandeling Woo-verzoeken De voorzitter geeft de heer Renzen de gelegenheid tot het stellen van een vervolgvraag over de behandeling van Woo-verzoeken. De heer Renzen heeft meer tijd nodig om zich te verdiepen in de beantwoording, met name door de verwijzing naar een zeer uitgebreide landelijke selectielijst. Wel vraagt hij nog de bevestiging dat de AVG voorrang heeft op de Archiefwet. Ook hoort hij graag of het klopt dat het niet in strijd is met de Archiefwet om volledige e-mailboxen van vertrekkende wethouders te vernietigen. Hij zal nog op het onderwerp terugkomen. Burgemeester Noordermeer antwoordt dat het college deze aanvullende technische vragen nog schriftelijk zal beantwoorden.
5.
Maandinformatie van college aan de commissie
5.1. Vragen lid de heer B. de Groot (VVD) over gevolgen besluit Spreidingswet De voorzitter geeft de heer De Groot de gelegenheid tot het stellen van aanvullende vragen over de gevolgen van het besluit over de Spreidingswet. De heer De Groot merkt op dat in het maandoverzicht van het college werd bericht over het bezwaar dat werd ingediend tegen het verdeelbesluit Zuid-Holland 2024. De definitieve taakstelling is hoger uitgevallen dan eerder werd gesteld. De wethouder heeft de vragen van de VVD hierover goed beantwoord. Mogelijk komt er interbestuurlijk toezicht als de gemeente per 1 juli 2025 niet voldoet aan de opgelegde taakstelling. De VVD hoort graag wat de impact hiervan zou zijn. Wethouder Voskamp antwoordt dat een aanwijzing kan volgen, waardoor de gemeente onder toezicht komt te staan. Hij verwacht niet dat dit gebeurt omdat Midden-Delfland voldoet aan de opgave. Zodra het COA begint met bouwen kunnen mensen na drie maanden inhuizen en heeft de gemeente aan haar taakstelling gedaan. De heer De Groot wil desondanks weten wat de impact op de gemeente zou zijn als ze onder intergemeentelijk toezicht staat. Wethouder Voskamp stelt dat Midden-Delfland waarschijnlijk de eerste gemeente is die voldoet aan de opgave uit de Spreidingswet.
Als dat niet lukt, kan de gemeente onder toezicht komen en moet het college bij de provincie uitleggen waarom niet wordt voldaan aan de opgave.
7
6.
Voorstel intrekken toegezegde subsidie en lening aan DIOS
De voorzitter meldt dat DIOS de intentie had om een eigen dubbele sporthal te bouwen. Kortgeleden heeft DIOS echter moeten besluiten om het plan stop te zetten. De gemeenteraad is hierover geïnformeerd. Vanwege het beëindigen van het initiatief is de subsidie en lening van gemeente Midden-Delfland niet meer nodig. Voorgesteld wordt om de besluiten die op 24 oktober 2023 en op 28 mei 2024 zijn genomen voor een lening van € 1,1 miljoen en een subsidie van maximaal € 542.500,00 aan DIOS in te trekken. De heer Knaap vindt het logisch dat de gemeente de besluiten intrekt. DIOS geeft immers aan dat het hele project is stopgezet, waarmee de gemeente voor een voldongen feit wordt geplaatst. OGP wil wel graag bespreken hoe het traject is verlopen. De fractie heeft de indruk dat de wethouder niet meer naar de raad wilde om aanvullend budget te vragen. Dat is jammer, want eerder heeft de raad heel constructief meegedacht over de mogelijkheden voor deze sportvoorziening. Het gaat immers niet alleen om DIOS, maar om het hele sportverenigingsleven in Den Hoorn. Nu gaat DIOS op de eigen locatie een niet-energiezuinige ballonhal plaatsen, terwijl het oorspronkelijke plan had kunnen doorgezet met € 50.000,00 extra en de structurele kosten voor het beheer. Door deze ontwikkeling staan de sportverenigingen in Den Hoorn met lege handen als De Hoornbloem gaat sluiten.
OGP zou graag alsnog de discussie hierover starten. De heer Roeling vraagt per interruptie hoe OGP zelf denkt over de vraag waarom het college niet naar de raad is gekomen met het verzoek om extra budget. De heer Knaap had graag gezien dat het gesprek over de financiële situatie rond het project in een vroegtijdig stadium was besproken, zodat de commissie of de gemeenteraad had kunnen meedenken over het dossier. OGP vindt het de ballonhal die DIOS nu gaat bouwen geen aanlokkelijk alternatief. De heer Van der Eijk betreurt het ook dat het college de keuze voor het al dan niet verstrekken van extra budget niet aan de raad heeft voorgelegd. De VVD zag het als een gouden kans voor Den Hoorn met onder andere woningen voor ouderen en verbetering van de onderwijshuisvesting. De vraag is wat daar nu nog van terechtkomt. De VVD hoort graag waar ze nog invloed kan uitoefenen op dit dossier. Gemeenteraadsleden hebben immers tot taak om besluiten te nemen over ontwikkelingen in de gemeente en in dit geval gaat het om de sportverenigingen in Den Hoorn. De raad is echter de kans ontnomen om zich uit te spreken over de mogelijkheden voor Den Hoorn. Eerder werd gesteld dat de gemeente zoet en zuur kende en dat het zoet aan Den Hoorn zou toekomen. Het zuur, het azc, komt er wel, maar de vraag dringt zich op waar het zoet voor Den Hoorn blijft.
De heer Vieira stelt dat de gemeenteraad op dit moment niet anders kan dan instemmen met het voorstel om de subsidie en de lening in te trekken. Tegelijkertijd kan de raad terugkijken op het proces en nadenken over alternatieve mogelijkheden. Terugkijkend is het gevoel logisch dat de raad invloed wil hebben op de besluitvorming, maar D66 begrijpt ook dat het college een nog hogere uitgave per inwoner niet bespreekbaar vond. Vooruitkijkend constateert D66 dat er diverse grote sportverenigingen in Den Hoorn zitten die ook op de huidige locaties in staat zijn om hun sport aan te bieden en evenementen te organiseren. De wethouder zou met een nieuw voorstel komen. D66 hoort graag hoe dat eruit gaat zien en welke aspecten daarin meegenomen worden. De heer Roeling merkt per interruptie op dat Mijn Partij de suggestie heeft gedaan om één exploitatie te maken van de woningbouw en de sportvoorzieningen. De sporthal van DIOS kost namelijk veel geld, maar de ontwikkeling van de locatie Hoornbloem gaat ook geld opleveren, dus dat zou met elkaar verrekend kunnen worden. De heer Vieira antwoordt dat D66 altijd bereid is om naar het totaalpakket te kijken. De heer Roeling had verwacht dat er gewoon een begrotingswijziging zou komen, maar hij is blij dat de wijziging als apart voorstel is geagendeerd.
Mijn Partij heeft echter begrepen dat DIOS zelf heeft besloten dat een dubbele sporthal niet financieel haalbaar is. Het college heeft ook 8
aangegeven dat de beschikbaarheid van een adequate binnensportvoorziening in Den Hoorn van grote waarde is. Dat vindt Mijn Partij ook, maar voor het college is de financiële waarde toch niet zo groot. Het heeft immers geweigerd om tegemoet te komen aan een aanvullende financieringsvraag van DIOS en besloten om het niet aan de raad voor te leggen. Mijn Partij had op zijn minst verwacht dat de discussie hierover in de raad gevoerd zou worden. De fractie is hier zeer teleurgesteld over en vindt niet dat DIOS nu wordt achtergelaten met alle rekeningen voor het voorbereidende werk. De heer Zwaard vindt het op zich prima dat het geld van de lening en de subsidie wordt toegevoegd aan de algemene reserve. De discussie gaat echter over de vraag hoe de gemeente beter had kunnen omgaan met het traject. De gemeenteraad had misschien niet vooraf moeten aangeven dat de € 1,1 miljoen lening en de € 500.000,00 subsidie het maximum was. Het CDA vindt wel dat het geld beschikbaar moet blijven voor een nieuw plan voor de sportverenigingen van Den Hoorn. De heer Van der Eijk vraagt per interruptie of het CDA daarmee bedoelt dat er € 1,1 miljoen wordt gereserveerd voor een toekomstige ontwikkeling in Den Hoorn. De heer Zwaard antwoordt dat de raad opnieuw moet bepalen hoeveel geld er beschikbaar wordt gesteld als er een nieuw initiatief voor de sportverenigingen ligt.
Het bedrag dat nu aan de algemene reserve wordt toegevoegd, kan daarbij wel als basis dienen. De heer De Bakker merkt op dat iedereen destijds enthousiast was over de plannen van DIOS. De bouwprijzen zijn echter sterk gestegen, waardoor het niet gemakkelijk is om bouwplannen te realiseren. De raad zou zich moeten afvragen hoe men over die investerings- en exploitatiehobbel kan komen. Er is echter niet alleen een technisch voorstel nodig, maar iemand moet de leiding gaan nemen. De ChristenUnie vraagt het college of het ermee eens is dat er naast budget vooral leiderschap nodig is en welke partij die rol kan invullen. De voorzitter geeft het college de gelegenheid tot het reageren op de eerste termijn. Wethouder Oderwald start haar betoog met de opmerking dat goede binnensport in Den Hoorn geheel niet ter discussie staat. Het is alleen de vraag hoe dit financieel verantwoord kan worden gerealiseerd. De gemeente, DIOS, andere verenigingen en diverse betrokken partijen trekken al enkele jaren samen op. DIOS wordt hierbij als initiatiefnemer gezien en heeft de gemeente gevraagd om een deel te financieren. Het college heeft als taak om besluiten van de gemeenteraad uit te voeren en toe te zien op de haalbaarheid van de plannen. Na diverse tussentijdse verhogingen is de ondersteuning aan DIOS geïntensiveerd.
Desondanks bleven er zorgen bestaan over de financiële haalbaarheid, met name door het uitblijven van zekerheid van de financiers. Daarom heeft het college vanaf het najaar 2024 de gesprekken met DIOS en de beoogde financiers geïntensiveerd. DIOS heeft ook advies ingewonnen bij een financieel deskundige. Uit het financieel advies bleek dat er niet alleen flinke extra investeringen nodig waren, maar ook dat er een structurele bijdrage nodig was voor de exploitatie. Dat laatste was nieuw: in de opzet was daar nooit sprake van geweest. Op basis van dit advies hebben DIOS en het college geconstateerd dat het voorliggende plan niet levensvatbaar was en dat de exploitatie voor DIOS een te grote verantwoordelijkheid was. Op 18 december 2024 heeft DIOS daarom de gemeente verzocht om de omgevingsvergunning in te trekken. De heer Roeling merkt per interruptie op dat DIOS het project volgens hem heeft beëindigd nadat en omdat het college niet bereid was om aanvullende financiële middelen beschikbaar te stellen. Wethouder Oderwald antwoordt dat in het gesprek van 18 december de rolverdeling centraal stond. De conclusie was dat DIOS een handbalvereniging is en geen beleggingsmaatschappij, die de investering als een te grote last beschouwde.
Achteraf moet geconcludeerd worden dat een aantal inschattingen door DIOS te rooskleurig zijn geweest, doordat iedereen de plannen zo graag wilde realiseren. De brief die het college in januari naar de raad heeft gestuurd is volledig afgestemd met DIOS. 9
De heer Roeling vindt dat geen antwoord op zijn vraag en vraagt opnieuw of het weigeren van het college om extra financiering te verstrekken de druppel was die de DIOS-emmer deed overlopen. Wethouder Oderwald antwoordt dat de gemeente in november aan DIOS heeft gevraagd om een overzicht te verstrekken van de totale tekorten. De gemeente heeft daarmee inzicht gekregen in de financiële uitdagingen die het project met zich meebrachten. De heer Roeling vindt dat nog steeds geen antwoord op zijn vraag. Wethouder Oderwald antwoordt dat DIOS in de loop der tijd diverse financieringsverzoeken heeft gedaan. In november/december 2024 werd alleen het overzicht van tekorten gepresenteerd, maar geen financieringsverzoek. Verder werd gevraagd wat de gevolgen zijn voor de andere verenigingen en andere projecten. De gemeente is vooral druk om met alle betrokken sportpartijen te overleggen om samen te zoeken naar haalbare alternatieven. Er wordt niet uitgesloten dat daarbij over de gemeentegrenzen heen wordt gekeken, want dat doen de sporters zelf ook. De heer Knaap vraagt per interruptie om wat duidelijker uit te leggen wat het college gaat doen. Wethouder Oderwald antwoordt dat het college al bezig is met een behoeftenonderzoek. Dat is in 2021 ook gedaan als voorbereiding op de ontwikkeling van De Hoornbloem.
Er wordt gekeken hoe actueel dat onderzoek nog is en welke aanvullende informatie er nodig is. Toen was het idee niet dat er een sporthal in Den Hoorn nodig was. Door eerst goed de behoefte te meten zou het mogelijk moeten zijn om een goed exploiteerbaar en financierbaar initiatief te krijgen. De ChristenUnie vroeg wie er leiderschap moet gaan tonen. Dat wordt momenteel in kaart gebracht. De heer Roeling merkt per interruptie op dat DIOS pas gaandeweg het project werd opgedragen om over te gaan tot professionele exploitatie van de hallen. Inmiddels is bekend wat de jaarlijkse exploitatiebijdrage voor De Hoornbloem is. Mijn Partij vraagt wie besloten heeft dat er een dagelijkse beheerder voor de sporthal moet komen en wie die kosten zou moeten betalen. Wethouder Oderwald antwoordt dat het college heeft aangegeven dat externe financiers om verheldering van de begroting hadden gevraagd en dat door hen werd aangegeven dat professioneel beheer nodig was. De vraag wie dat moet gaan betalen, is niet gesteld omdat DIOS al was afgehaakt. De heer Roeling veronderstelt dat het budget voor het beheer van De Hoornbloem ingezet kan worden voor het beheer van de nieuwe sporthal en vraagt of het college het daarmee eens is. Wethouder Oderwald antwoordt dat het vooral belangrijk is om goed te kijken naar de rolverdeling.
De gemeente zou geen eigenaar worden van de sporthal en geen zeggenschap krijgen. Het voorstel om de sporthal door de gemeente te laten exploiteren, is in dit traject nooit besproken. Het college wil graag sportfaciliteiten bieden, maar elke organisatievorm vraagt om een andere vorm van investering en financiering. Daarom adviseert de wethouder om het vrijgekomen budget in de algemene reserve te steken en niet in een bestemmingsreserve. Als er een nieuw concept wordt aangeboden, is een nieuw financieringsmodel nodig en moet de gemeente het initiatief op zijn merites beoordelen. Door het intrekken van de vergunning krijgt DIOS een deel van de legeskosten terug. Over de overige kosten die DIOS heeft gemaakt zijn geen afspraken gemaakt. Het college heeft geen middelen beschikbaar om DIOS hierin tegemoet te komen. De heer Roeling vraagt per interruptie of de wethouder bereid is om DIOS te vragen welke kosten zij nog hebben en te kijken of de gemeente daar iets aan kan bijdragen. Wethouder Oderwald antwoordt dat DIOS de initiatiefnemer is geweest. Het college heeft geen budget om tegemoet te komen in de gemaakte kosten. 10
De voorzitter vraagt wie er gebruik wil maken van de tweede termijn en geeft als eerste het woord aan het CDA. De heer Zwaard concludeert dat het voor alle partijen een teleurstellende, maar nog niet hopeloze, situatie is. Het CDA vindt dat een vereniging het voortouw moet nemen, zodat er in Den Hoorn alsnog een volwaardige sportvoorziening komt. De heer Knaap merkt per interruptie op dat verenigingen niet snel het voortouw zullen nemen, nu ze weten dat DIOS met een grote kostenpost achterblijft. De heer Zwaard is van mening dat er een goede sportvoorziening in Den Hoorn moet komen. Dat het initiatief van DIOS mislukt is, wil niet zeggen dat er geen andere initiatieven kansrijk zijn. De gemeente kan dan opnieuw een ontwikkeling faciliteren. Het CDA wil wel weten op welke termijn het college verwacht dat er verdere voortgang te melden is. Overigens is het CDA van mening dat de gemeente in het DIOS-traject een goede ondersteunende rol heeft gespeeld. De heer Van der Eijk merkt op dat de VVD een vraag aan de commissie had gesteld over het zuur en het zoet dat de inwoners is voorgehouden. Verder zegt hij dat de fractie zich nog zal beraden over wat er allemaal besproken is en hoe de VVD daar in de toekomst mee wil omgaan. Van Mijn Partij verwacht de VVD een voorstel in de raadsvergadering over hoe met de kosten van DIOS om te gaan.
Het is daarmee voor de VVD een bespreekstuk voor de raad. De heer Roeling reageert dat de inwoners van Den Hoorn tot nu toe alleen maar zuur hebben gekregen. Mijn Partij is bereid om een voorstel te doen over hoe om te gaan met DIOS. Uitgangspunten daarbij zullen zijn: integraal naar de plannen kijken en op korte termijn agenderen hoe het budget bestemd kan worden voor een sporthal. Naar aanleiding van de eerste termijn merkt de heer Roeling op dat er volgens de wethouder geen investeringskrediet is gedaan, maar dat het kostenplaatje van DIOS wel besproken is. Hij had wel een actievere houding van het college verwacht bij het bespreken van de kosten. Het presenteren van de kosten beschouwt hij als een financieringsverzoek aan de gemeente. Het college stelt ook wel erg gemakkelijk dat DIOS de initiatiefnemer was. Het idee om iets met De Hoornbloem te gaan doen werd echter geopperd van het college en DIOS is daarop aangehaakt. De heer De Bakker merkt per interruptie op dat er vaker verenigingen om financiering hebben gevraagd. De gemeente kan niet alle verenigingen steunen die een investeringstekort hebben. Hij vraagt of de heer Roeling zich realiseert dat de verenigingsbesturen privé aansprakelijk zijn voor de investering. Hij kan zich voorstellen dat het college een professionaliseringsslag voorstaat, om te voorkomen dat besturen te grote risico's aangaan.
De heer Roeling vindt dat er veel aannames verwerkt zijn in de vraag en wil hier niet op reageren. Hij weet niet wat de (on)mogelijkheden van DIOS zijn op dit gebied. Wel weet hij dat het college DIOS aanwijst als initiatiefnemer, terwijl de gemeente zelf heeft bedacht dat er iets moest gebeuren met De Hoornbloem. Mijn Partij wil het voorstel als bespreekstuk agenderen en zal tussentijds contact opnemen met DIOS om hun kant van het verhaal te horen. De heer Knaap heeft al gesproken met DIOS en men geeft aan niet meer te kunnen en niet meer te willen. OGP vindt het wel een dossier van gemiste kansen. Het college is intensief in gesprek geweest met DIOS, maar er is nooit besproken of DIOS initiatiefnemer moest blijven of dat er andere sportverenigingen bij betrokken konden worden. Ook zijn de problemen van DIOS niet met de raad besproken, wat teleurstellend is. OGP verwacht niet dat er een nieuwe initiatiefnemer opstaat. Hij durft te wedden dat er geen initiatiefnemer opstaat voordat de werkzaamheden aan de N468 zijn afgerond. De wethouder zei dat er geen mogelijkheden zijn om DIOS te compenseren voor de gemaakte kosten. OGP daagt de wethouder uit om zorgvuldig te kijken naar de kosten die gemaakt moeten worden om een nieuwe ballonhal aan te schaffen. Het zou goed zijn om met DIOS in gesprek te gaan over mogelijke alternatieven en tijdig aan de raad terug te koppelen.
11
De voorzitter geeft het college de gelegenheid om de vragen uit de tweede termijn te beantwoorden. Wethouder Oderwald hoopt voor de zomer de laatste gesprekken te voeren met alle betrokken partijen, zodat het college kort na de zomer de raad kan informeren over de bevindingen en het vervolgtraject. Tussentijds zal de raad worden geïnformeerd over andere projecten in Den Hoorn die aan dit traject raken. Het college blijft in gesprek met DIOS. Het afgelopen jaar is een goed kader afgesproken hoe wordt omgegaan met financiering van maatschappelijke organisaties. Dat de gemeente daarbij ruimhartig is, spreekt voor zich. De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk aan de raad wordt aangeboden.
7.
Voorstel instellen bestemmingsreserve Sterker landschap 2050
De voorzitter meldt dat Midden-Delfland sinds de oprichting de bestuurlijke opdracht om te zorgen voor het in stand houden en versterken van het bijzondere provinciaal landschap. Ook heeft de raad een toekomstvisie Midden-Delfland 2050 vastgesteld. Een stevige regionale positie is voor deze opdrachten noodzakelijk. Voorgesteld wordt om een budget in te stellen om aan te haken bij regionale initiatieven of deze te initiëren. Dit budget kan bestaan uit de eenmalige uitkering van € 85.000,00 na liquidatie van de stichting Landschapsfonds Hof van Delfland. Mevrouw Van der Lans zegt dat D66 terughoudend is met het instellen van bestemmingsreserves, zeker als de bron ervan eenmalig is. Bovendien is het maar een klein bedrag, waardoor de reserve snel op zal zijn. Ze vraagt hoe noodzakelijk het is om een bestemmingsreserve in te stellen en of het de meest praktische oplossing is. Waarom wordt het geld niet gewoon in de algemene reserve gestort? De heer De Bakker begrijpt de terughoudendheid van D66. Het college wil echter wat armslag om snel te kunnen inspelen op kansen. Het doel van de stichting Landschapsfonds was het beschikbaar stellen van financiële middelen om, samen met publieke of private partijen, ontwikkelingen mogelijk te maken. De ChristenUnie geeft het college met deze kleine bestemmingsreserve graag de armslag om snel te kunnen handelen.
De heer Van Rijs stelt dat het CDA het oprichten van een nieuwe bestemmingsreserve onnodig vindt, omdat goedkeuring voor niet begrote uitgaven sowieso langs de gemeenteraad verlopen, of het nu uit een bestemmingsreserve of uit de algemene reserve komt. Het CDA wil daarom het geld van Landschapsfonds Hof van Delfland in de algemene reserve storten. De heer Knaap merkt op dat het altijd goed is om geld te behouden voor behoud van natuur en landschap. Met het oog op het aankomende ravijnjaar vindt OGP het verstandig om het geld van stichting Landschapsfonds te labelen door een bestemmingsreserve in te stellen. OGP zal daarom instemmen met het voorstel. De heer Moerman zegt dat de VVD geen voorstander is van het instellen van een nieuwe bestemmingsreserve en stelt voor om het bedrag terug te storten in de algemene reserve. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder De Leede antwoordt dat het financieel-technisch niet noodzakelijk is om een bestemmingsreserve in te stellen. Het geld kan ook aan de algemene reserve worden toegevoegd. Het college vindt het echter passend om het vrijgekomen geld te behouden voor landschapsbeheer. Het is maar een klein bedrag, maar geeft wat armslag om in te spelen op initiatieven van derden waaraan de gemeente een bijdrage wil leveren, of om zelf initiatieven te nemen.
Nu moet het college hiervoor altijd zoeken naar middelen op het moment dat een initiatief zich aandient. Een bestemmingsreserve is in dat geval een handiger methode. De voorzitter geeft gelegenheid voor een tweede termijn. De heer Ammerlaan meldt dat hij het voorstel terugneemt naar de fractie en het wil agenderen 12
als bespreekstuk. De heer Moerman vond het niet nodig dat het een bespreekstuk wordt, maar zal in de gemeenteraad zijn standpunt toelichten. De heer Knaap had het als hamerstuk willen agenderen, maar is benieuwd naar de bijdrage van Mijn Partij. De heer Van Rijs sluit zich hierbij aan. De heer De Bakker had het ook als hamerstuk willen agenderen. Hij vraagt de wethouder nog of het klopt dat er al ideeën zijn waaraan het budget besteed gaat worden. Wethouder De Leede antwoordt dat de suggestie is gedaan om volgend jaar een 'MiddenDelflandconferentie' te organiseren. De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk aan de raad wordt aangeboden.
8.
Voorstel instemmen met uitstel evaluatie regeling GGD – Veilig Thuis Haaglanden
De voorzitter stelt dat de commissie wordt gevraagd om in te stemmen met het uitstellen van de evaluatie van de regeling GGD – Veilig Thuis Haaglanden. In de GR is vastgelegd dat het algemeen bestuur vanaf 2024 elke vier jaar het functioneren van de regeling evalueert. Het algemeen bestuur concludeert dat de gemeenschappelijke regeling goed functioneert en dat een evaluatie weinig meerwaarde heeft. Voorgesteld wordt om de evaluatie uit te stellen tot 2027. Mevrouw Langeveld stelt dat er vanaf 2024 elke vier jaar geëvalueerd moet worden. De volgende evaluatie zou dus in 2028 plaatsvinden. In de brief van november 2024 wordt voorgesteld om de evaluatie uit te stellen tot 2027. Ze vraagt wat er gebeurt als de raad niet akkoord gaat met het uitstel. De heer De Groot vindt het voorstel om de evaluatie uit te stellen goed onderbouwd. Het draagt bij aan een doelmatige werkwijze. De VVD ziet het besluit als een voorbeeld voor toekomstige evaluatiecycli. Evalueren moet een middel zijn en geen doel op zich. Het dient daarom effectief te worden ingezet. De VVD vindt het niet nodig om een zienswijze in te dienen en wil het voorstel als hamerstuk agenderen. De heer Van der Spek zegt dat Mijn Partij instemt met het voorstel, mits de genoemde data correct zijn onderbouwd. Hij had begrepen dat er wel tweemaal per jaar bestuursrapportages worden opgemaakt.
Als de gemeente deze ontvangt, kan die zelf de regeling evalueren. De heer Vieira is het met de VVD erover eens dat het geld van de GR beter besteed kan worden aan het uitvoeren van de kerntaken dan aan onnodige evaluaties. D66 stemt in met het voorstel. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om de vragen te beantwoorden. Wethouder Oderwald antwoordt dat het raadsvoorstel hoort bij de brief die de GGD – Veilig Thuis Haaglanden heeft gestuurd. Daarin staan de juiste data. Het raadsvoorstel is wellicht wat verwarrend. Als de gemeenteraad niet instemt met het voorstel zal zij als algemeen bestuurslid niet instemmen met het voorstel. Zolang het een minderheidsstandpunt is, zal de evaluatie toch worden uitgesteld. Mevrouw Langeveld bedoelde te vragen dat de gemeente de brief van de GR op 28 november 2024 heeft ontvangen. Daarin deed men het verzoek om de evaluatie uit te stellen naar 2027. Inmiddels is het maart 2025 en is er nog geen besluit over genomen. Wethouder Oderwald antwoordt dat de gemeente moet reageren voor 2 april 2025.
13
De voorzitter concludeert dat niemand behoefte heeft aan een tweede termijn en dat het voorstel als hamerstuk aan de raad wordt aangeboden. 9. Voorstel zienswijze op het ontwerp actieplan evaluatie MRDH De voorzitter merkt op dat de commissie wordt gevraagd om een zienswijze in te dienen op het ontwerp actieplan van de evaluatie MRDH. De MRDH bestaat tien jaar. Het bestuur van de MRDH heeft daarom een actieplan voor een evaluatie opgesteld. Uiterlijk 7 april 2025 kunnen de gemeenten hierop een zienswijze indienen. De heer Vieira zit namens de gemeente in de Adviescommissie Vervoersautoriteit MRDH en is al bijgepraat over het rapport. De kernvraag is wat nut en noodzaak is van de MRDH. MiddenDelfland ziet de meerwaarde van de gemeenschappelijke regeling. De bereikbaarheid, de economische situatie en het landschappelijke aspect komen nadrukkelijk naar voren in de zienswijze. D66 gaat akkoord met de inhoud van de zienswijze. Mevrouw Koppert neemt ook deel aan een commissie van de MRDH. Binnen de MRDH-commissie is men blij dat er een goede evaluatie is uitgevoerd. De uitkomsten laten zien dat de MRDH een duidelijke meerwaarde heeft maar ook dat er nog een aantal zaken niet op orde zijn. Zo is er betere samenwerking op het gebied van openbaar vervoer gewenst.
Bij het economische vestigingsklimaat is zichtbaar dat de MRDH wat te operationeel is en wordt geadviseerd om een strategische agenda en visie op te stellen. OGP kan zich grotendeels vinden in de zienswijze, maar niet in de voorgestelde structuur van de adviescommissies. Zelf vindt ze het heel prettig dat de stukken vooraf worden besproken in een voorvergadering. Raadsleden krijgen daarin goede uitleg over allerlei onderwerpen, waarna ze erover kunnen nadenken en daarna pas erover vergaderen. Het ambtelijk apparaat wil dat misschien ook doen, maar liever zou ze dit aspect uit de zienswijze schrappen middels een amendement. Mevrouw Koppert hoort graag hoe het college hier tegenaan kijkt. De heer Van der Eijk miste een aantal zaken in de evaluatie. Met name op operationeel niveau vond hij de evaluatie niet erg kritisch. Het aanpassen van de Hoekse lijn zou bijvoorbeeld zeven maanden duren, maar heeft drie jaar geduurd en een wethouder gekost. Als gevolg hiervan kwam de leerplichtambtenaar bij kinderen thuis in Maasland omdat ze vaak te laat op school waren doordat ze met de bus naar Rotterdam moesten. Ook het feit dat er in Delft al tien jaar tramrails liggen terwijl er nog geen tram rijdt, ontbreekt in de evaluatie. De VVD is het eens met OGP dat er een strategische visie nodig is op economische bedrijvigheid.
Als er bijvoorbeeld wordt ingezet op productiewerk leidt dat tot veel arbeidsmigratie en dus tot uitdagingen op het gebied van huisvesting. De VVD vindt de zienswijze passen bij de rol die Midden-Delfland heeft in de MRDH en wacht graag af hoe het college reageert op de vragen van OGP. Mevrouw Langeveld is lid van de Vervoersautoriteit. Inhoudelijk is het CDA het eens met de zienswijze, maar deze is moeilijk leesbaar met veel tekst. De fractie vraagt of het wat compacter en duidelijker kan worden beschreven. Met name de tekst over het bijzonder provinciaal landschap zou meer naar voren gehaald mogen worden. Over de structuur van de adviescommissies is het CDA het wel eens met de zienswijze, vooral omdat het vroeger, toen er nog geen voorbespreking was, duidelijker en rustiger leek te zijn. Ze overweegt om met OGP te overleggen over een mogelijk amendement. Tot slot vraagt ze wie de zienswijze dient te ondertekenen. De gemeenteraad stuurt de zienswijze, maar deze is ondertekend door de burgemeester en de gemeentesecretaris. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Burgemeester Noordermeer dankt de commissie voor de inbreng op de zienswijze. Het is mogelijk om te kijken of de tekst scherper geformuleerd kan worden, zoals het CDA vroeg. Anderzijds heeft eenieder laten weten dat de zienswijze inhoudelijk nagenoeg akkoord bevonden wordt.
De ondertekening kan gebeuren door de gemeentesecretaris of door de griffier. Als de gemeenteraad dit wil, kan de zienswijze worden ondertekend door de burgemeester en de griffier. Voor de alinea over de vergaderstructuur wacht het college het amendement van OGP af. 14
De voorzitter geeft de gelegenheid voor een tweede termijn. Mevrouw Koppert wil het voorstel agenderen als bespreekstuk omdat ze een amendement wil indienen. De heer Van der Eijk vindt dat het taalgebruik in de zienswijze moet aansluiten bij de doelgroep en dat is het algemeen bestuur van de MRDH. De VVD acht het bestuur voldoende capabel om het taalgebruik te bezigen. De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk aan de raad wordt aangeboden.
10.
Brief college “Harmonisatie financiële bijdragen CBG”
De voorzitter merkt op dat het CDA de collegebrief “Harmonisatie financiële bijdragen CBG” heeft geagendeerd. De fractie wil debatteren over de instemming van het college met de nieuwe verdeelsleutel. De heer Van Rijs heeft een aantal vragen gesteld over de brief die het college goed beantwoord heeft. Het CDA heeft gevraagd waarom de erfpacht voor sportpark Den Hoorn niet wordt meegeteld als deelnemersbijdrage. Die vraag is niet duidelijk beantwoord. De vraag waar bezuinigingen mogelijk zijn, is niet concreet beantwoord omdat het benoemen van opties een politieke lading heeft. Tot slot heeft de wethouder uitgelegd dat het ondanks de verhoging van de bijdrage verstandig is voor Midden-Delfland om te blijven meedoen. De heer Scholtes is verbaasd over de gang van zaken. De brief is in de vorige raadsvergadering behandeld. Het lijkt hem beter om gewoon vervolgvragen te stellen in plaats van het onderwerp te agenderen. De voorzitter veronderstelt dat het CDA wil debatteren over de vraag of de commissie akkoord gaat met de nieuwe verdeelsleutel. De heer Van Rijs antwoordt dat dit klopt. Midden-Delfland schiet er behoorlijk bij in en gaat veel meer betalen. Om het debat hierover op gang te brengen heeft het CDA enkele vragen aan het college gesteld.
De antwoorden hebben veel duidelijk gemaakt: het is vervelend dat MiddenDelfland zo veel meer moet gaan betalen maar uiteindelijk is het nog steeds verstandig om mee te doen. Het CDA hoort graag wat de andere partijen hiervan vinden. De heer Scholtes vraagt of het college eerst de gelegenheid krijgt om de vragen te beantwoorden alvorens de eerste termijn begint. De voorzitter antwoordt dat dit niet gebruikelijk is en stelt dat dit de eerste termijn al is. De heer Scholtes heeft uit de brief begrepen dat de verdeelsleutel onvoordelig uitpakt voor Midden-Delfland. De vraag is hoe reëel het is om andere gemeenten te laten opdraaien voor kosten die binnen Midden-Delfland worden gemaakt. D66 acht de kans vrij groot dat de gemeente er minder goed vanaf komt als ze niet akkoord gaat met de verdeelsleutel. De heer Ringeling vindt de verhoging met ruim 400% erg groot. De ChristenUnie is het met het college eens dat de gemeente slechter af is door niet akkoord te gaan. De heer Van Lier legt uit dat het CBG begonnen is met een vreemde verdeelsleutel. Besloten is om eerst te saneren wat CBG niet ging beheren. Van wat er vervolgens overbleef, is een inschatting gemaakt van de kosten. Op basis daarvan is de verdeelsleutel gemaakt. Mijn Partij zal instemmen met het voorstel. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn.
Wethouder De Leede begrijpt dat het vervelend is dat Midden-Delfland veel meer moet gaan 15
betalen voor het groenbeheer. Tegelijkertijd wordt geconstateerd dat de gemeente jarenlang te weinig heeft betaald. Het is niet zo dat alle andere gemeenten minder gaan betalen; ook Delft gaat substantieel meer betalen. Op het geheel is de bijdrage vanuit Midden-Delfland nog steeds bescheiden. Over de erfpacht legt hij uit dat de erfpacht in het verleden werd toegerekend aan het CBG en dat dit niet meer wordt toegestaan. Voor de gemeentebegroting maakt dat volgens hem geen verschil. Mocht het anders zijn, dan zal hij hier schriftelijk op terugkomen. Het klopt dat de tekst over mogelijke opties om het geld aan uit te geven wat politiek geformuleerd is. In de gemeenteraad is immers een bepaald onderhoudsniveau afgesproken waaraan voldaan moet worden. De provincie doet een bescheiden hogere bijdrage, waardoor de gemeenten iets minder betalen. Wellicht biedt dit perspectief om de verantwoordelijkheid van de provincie voor groenbeheer in natuurgebieden wat verder te vergroten. Ook kan gekeken worden om andere groengebieden bij het onderhoud te betrekken om kostenvoordeel te behalen. Het college sluit geen enkele mogelijkheid om kosten te besparen uit, maar kiest nu wel voor het huidige kwaliteitsniveau. Westland heeft een uitzonderingspositie en betaalt een zeer bescheiden bijdrage.
Er zal opnieuw overlegd worden met deze gemeente of zij een stap wil zetten in een eerlijker bijdrage, zowel financieel als qua personele inzet. De voorzitter geeft de commissie de gelegenheid voor een tweede termijn. Mevrouw Koppert heeft niet in eerste termijn gesproken omdat zij de discussie al kent uit de ADV en vooral benieuwd was hoe andere partijen erin staan. Ze heeft de afgelopen periode een constructieve manier van overleg ervaren. Sommige gemeenten vonden dat ze veel te veel betaalden. Nu werd gesteld dat het nadelig uitvalt voor Midden-Delfland maar eigenlijk valt het minder voordelig uit. Afgelopen zes jaar heeft de gemeente met minimale financiële bijdragen gebruik kunnen maken van een groot deel van het landschap. De huidige kostenopbouw is een mooi compromis, waarmee alle partijen het eens waren. Ze is het oneens met het CDA, want het is niet mogelijk om nu akkoord te gaan met de tarieven om ze vervolgens bij de kadernota te halveren. Het bedrag dat nu wordt afgesproken zal in de gemeentebegroting worden opgenomen. De heer Van Rijs is blij dat het onderwerp als apart voorstel is geagendeerd, zodat het niet ondergesneeuwd raakt bij de behandeling van de kadernota. Er is veel verduidelijkt en goede input gegeven door alle partijen. De voorzitter concludeert dat het agendapunt hiermee is afgerond. 11.
Verkeerssituatie “Oude Veiling/Maassluiseweg” De voorzitter meldt dat Mijn Partij en de VVD de brief van firma Boekestijn hebben geagendeerd. De brief betreft de verkeerssituatie Oude Veiling/Maassluiseweg. Daarnaast hebben de fracties een oplegger geschreven. De voorzitter geeft deze fracties als eerste het woord, te beginnen met Mijn Partij. De heer Van Lier meldt dat in het commissiedebat van 5 november 2024 werd aangegeven dat de voorliggende stukken te algemeen van aard waren. Het college werd gevraagd om met een beter uitgewerkt voorstel te komen. Achteraf heeft het college daarin wat veel ruimte gekregen, waardoor het niet duidelijk is wat het voorstel gaat worden. Omdat de raad de kaders moet stellen, hebben Mijn Partij en de VVD het initiatief genomen om enkele voorstellen te doen. Deze willen zij met de commissie bespreken en vervolgens als richtinggevend aanbieden aan het college. Het college wordt gevraagd deze voorstellen te betrekken in het verdere onderzoek en aan te geven welke opties al dan niet haalbaar zijn, eventueel aangevuld met extra varianten. Mijn Partij hoopt dat de situatie op deze manier snel verbetert. Het is namelijk tijd voor actie in plaats van blijven zoeken naar oplossingen die onmogelijk blijken. Overleg met alle betrokken partijen is nodig en geen enkele oplossing zal perfect zijn.
Er moet echter gestreefd worden naar een betere situatie, waarbij de ontsluiting van Maasland minimaal gelijkwaardig blijft aan die van Maassluis. Tot slot vraagt Mijn Partij aandacht voor de brief van firma Boekestijn, die in de raadsvergadering van 8 januari 2025 als advies aan het college zou worden voorgelegd. Op 29 januari 2025 zou 16
overleg met Boekestijn plaatsvinden naar aanleiding van de antwoorden van D66. Mijn Partij is benieuwd naar de uitkomsten van dit overleg en wat het college ervan gaat meenemen in de verdere planvorming. De heer Moerman dankt de heer Van Lier voor het uitwerken van de voorstellen, die een oplossing op lange termijn kunnen bieden. Dat er actie moet komen is voor iedereen duidelijk, want het verkeer staat er elke dag vast. Verkeersregelaars worden tijdens spitstijden ingezet, maar daardoor wordt de situatie mogelijkerwijs nog gevaarlijker. Er worden al twintig jaar onderzoeken uitgevoerd, maar nu moet er besloten worden welke mogelijkheden serieus uitgewerkt gaan worden. Als de raad geen duidelijke richtlijn meegeeft, vreest de VVD dat er niet snel actie komt. Voorgesteld wordt om een 30km-zone te maken van het gehele gebied en het idee van een tweerichtingsfietspad aan één kant van de weg te schrappen. Gemeente Maassluis, provincie en Rijkswaterstaat moeten ook om medewerking worden gevraagd. Alle partijen hebben belang bij een goede oplossing. Als ze niet in overleg willen treden moet de gemeente drastische maatregelen treffen. De heer Zwaard vindt dat er op korte termijn iets veranderd moet worden aan de situatie, bij voorkeur door de fietsveiligheid te verbeteren. Wellicht heeft dat ook invloed op de ontsluiting en de doorstroming van verkeer op de kruising.