2024 m 07 d 03 Vsl raad
Tekst van het document
Het belangrijkste is dat het individu hiermee veel beter is geholpen. Ook bespaart dit kosten op de inzet van dure, specialistische hulp. Het CDA geeft het college mee dat we geen ondoordachte bezuinigingen moeten doorvoeren, waardoor dit werk in korte tijd weer wordt afgebroken. We zien wel bij de begroting graag tegemoet welke maatregelen het college neemt om de kosten in het Sociaal Domein, met name, beheersbaar te houden. Voor het CDA geldt dat iedereen in onze gemeente mee kan doen. Het rijk heeft geld beschikbaar gesteld voor het realiseren van informatiepunten en dat noemen we… De voorzitter: Ik zie een interruptie van mevrouw Koppert van de OGP Midden-Delfland. Mevrouw Koppert: Voorzitter, het ging over een opmerking die een minuut of wat geleden al gezegd is, maar ik ga mijn best doen. De heer Van Rijs geeft aan dat preventie heeft geholpen door het inzetten van, onder andere, Stichting Welzijn Midden-Delfland en dergelijke. Kan de heer Van Rijs ook aangeven wat al die meerwaarde is en wat er dan geholpen is? Dus kan hij concreet maken wat de bijdrage daarvan geweest is? De voorzitter: Excuus, mevrouw Koppert, maar nu kunt u dan uiteraard beantwoorden en uw betoog voortzetten. De heer Van Rijs.
De heer Van Rijs: Mijn antwoord aan mevrouw Koppert, voorzitter, is dat het inzetten op preventie ertoe leidt dat we de mensen daar eerder mee kunnen helpen, dat we eerder zien waar de zorg nodig is en dat dat er dus toe leidt dat de mensen eerder geholpen worden, in een eerder stadium van dat hele proces en dat daarmee ook kan worden voorkomen dat specialistische hulp ingezet moet worden, waardoor er over het totaal een bezuiniging plaatsvindt. Wat ik verder wil zeggen in mijn betoog is dat voor het CDA geldt dat iedereen in onze gemeente mee kan doen. Het rijk heeft geld beschikbaar gesteld voor het realiseren van informatiepunten, dat noemt het dan ontwikkelpleinen, in de drie kernen waar onze inwoners terechtkunnen voor vragen en advies over uiteenlopende onderwerpen. Het CDA zal erop toezien dat het door het rijk beschikbaar gestelde geld hier daadwerkelijk voor wordt gebruikt om deze ontwikkelpleinen snel te realiseren. Verder heeft het CDA ingestemd met het plan om vluchtelingen in onze gemeente op te vangen. Wij vinden het een morele verplichting om deze mensen een veilige haven te bieden. De financiële consequenties liggen bij het COA en we roepen het college op om ervoor te zorgen dat er zich geen nadelig meerjarig financieel perspectief ontwikkelt op dit terrein. Het tweede aspect is wonen.
Na jaren is er eindelijk overeenstemming over de ontwikkeling van… De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gebben. De heer Gebben: Ik hoor het CDA zeggen dat zij geen nadelig financieel perspectief zouden zien op de begroting van het azc. Kan het CDA aangeven wat ze daar concreet mee bedoelt? Bedoelt ze 14
dat het saldo nul moet zijn of dat het € 100.000,00 mag zijn? Graag getallen, want dat spreekt later ook wat makkelijker. De voorzitter: Het woord is aan u, mijnheer Van Rijs, voor antwoord en vervolg. De heer Van Rijs: Voorzitter, mijn antwoord aan de heer Gebben is dat we nu praten over het meegeven van kaders en geen specifieke zaken daarin benoemen. Ik kan wel helder maken aan de heer Gebben dat we hier aan het college vragen dat we, waar we weliswaar nu misschien geld voorschieten, erop toezien dat we structureel op termijn daar geen geld aan uitgeven en dat de kosten daarvan bij het COA liggen. Ik vervolg mijn betoog. Dat ging over wonen. Na jaren is er eindelijk overeenstemming over de ontwikkeling van Centrumplan Den Hoorn. Het CDA zet zich ervoor in om de bouw van woningen nu snel uit te voeren en hetzelfde geldt voor de andere woningbouwprogramma's die op stapel staan, ook die in de andere kernen. Deze geplande projecten moeten voortvarend worden uitgevoerd. En het derde punt is de dienstverlening. Uit onderzoek is gebleken dat de dienstverlening van de gemeente verbetering behoeft. Het verbeteren is niet per se altijd een kwestie van geld. Laten we met elkaar werken aan een betere, klantgerichte mindset. Er dienen geen bezuinigingen te worden doorgevoerd die een negatieve impact hebben op de dienstverlening. Tot slot.
Het CDA roept het college op om realistisch te begroten. Dus geen posten die ieder jaar te ruim worden begroot, waarbij er aan het eind geld overblijft. Het CDA wil ook vasthouden aan een maximale opbrengststijging van de ozb, wat al genoemd is, van 3% per jaar en wil de leges voor riool- en afvalstoffenheffing kostendekkend houden. Dus niet hoger dan nodig voor deze activiteiten. En het CDA is van mening dat we toch eerst zelf ons uiterste best moeten doen om de kosten te besparen, voordat we inwoners vragen om een extra bijdrage te leveren om de begroting sluitend te maken. Tot zover de eerste termijn. De voorzitter: Dan ga ik nu tot slot voor de eerste termijn naar de heer Ringeling van de ChristenUnie. De heer Ringeling: Voorzitter, als je als laatste spreekt, is alles al gezegd eigenlijk, maar goed. En vorige week is er ook al heel veel gezegd. Ik wil mij beperken tot drie opmerkingen voor wat betreft dit deel, maar voordat ik naar de opmerkingen toe ga, dank aan het college en de ambtenaren voor de kadernota. Die ziet er fantastisch uit, prachtig. Mijn opmerkingen. Voorzitter, de ChristenUnie is geen voorstander van bezuinigingen die ten koste gaan van kwetsbare groepen. Van bezuinigingen die ten koste gaan van de kwaliteit van zorg, jeugdzorg of zorg in de brede zin des woords, voor bepaalde groepen die dat nodig hebben, zijn wij geen voorstander.
Voorzitter, de VVD kwam met een goed punt om het gesprek aan te gaan over 'wat hoort wel bij de jeugdzorg en wat hoort niet bij de jeugdzorg en hoe gaan we dat doen?' Ik meen mij te herinneren dat dit voorstel al halverwege de vorige raadsperiode twee of drie jaar achter elkaar bij de begrotingsbehandelingen is gedaan. En elke keer waren er medestanders om dat te doen. De vraag die ik hier nu voorleg, maar ik weet niet aan wie ik die vraag moet stellen, is: waarom hebben we dat gesprek eigenlijk nog nooit gevoerd? Want dat is al vier of vijf jaar geleden voor het eerst aan bod gekomen. Ik weet nog dat Ellen Snethlage daarna zei 'ja, dat moeten we doen'. En ik zei ook 'moeten we doen' en volgens mij waren er meer medestanders, maar we hebben nog nooit het gesprek gevoerd. De VVD kwam er daarna, met die begrotingsbehandeling van het jaar daarna – ze zijn heel consequent en vasthoudend, dat mag je ze meegeven – weer mee, maar ik zou er voorstander van zijn om dat te doen. Dus ik weet niet wie ik moet aankijken om dat gesprek te organiseren, maar ik ben er voorstander van om te praten over 'wat hoort er wel en wat hoort er niet bij de jeugdzorg?' Ik merk dat ik een interruptie heb. De voorzitter: Ik zie een interruptie inderdaad, van mevrouw Langeveld, CDA. Mevrouw Langeveld: Voorzitter, ik heb wel een vraag aan de heer Ringeling. Het klopt wat u aangeeft.
We hebben het er regelmatig in de raad over gehad dat we graag het debat willen voeren. Als ik even naar onze eigen fractie kijk, en dan vooral ook naar mijzelf als persoon, heb ik ook regelmatig vragen gesteld over de kwaliteit van de jeugdhulp, over de kosten van de 15
jeugdhulp en over waar en hoe we eventueel bepaalde dingen beheersbaar kunnen maken. Ik heb ook wel gemerkt dat het dan ook lastig is. Dan stel ik de vraag wel, maar dan merk ik ook dat er door de collega-raadsleden eigenlijk niet op geanticipeerd wordt. Dus ik ben heel erg blij met uw vraag nu, maar kunt u mij misschien ook een antwoord geven op de vraag hoe het dan kan dat u niet eerder bent aangeslagen op vragen, die vooral vanuit het CDA zijn gesteld, om juist met elkaar het debat te voeren over waar we grip op kunnen hebben? De voorzitter: De heer Ringeling. De heer Ringeling: Ik zal een poging wagen. Ik denk dat waarom ik daar niet op ben aangeslagen – ik kan alleen voor mezelf spreken – is dat ik geen behoefte heb aan een discussie waarbij we zeggen 'we moeten € 22,15 minder besteden' of zoiets. Het gaat niet om de cijfers achter de komma. Het gaat om de fundamentele vraag: wat willen we met de jeugdzorg? Wat moeten we? Wat rekenen we tot jeugdzorg en wat niet? Wat vinden we de taak voor de ouders als opvoeders en wat hoort bij de jeugdzorg? Zodat iemand een kind dat een tijdje van slag is niet direct naar de jeugdzorg stuurt. Die discussie willen we voeren en niet over een detailvraag 'moet het nou € 22,50 zijn of € 25,00 zijn?' We willen die fundamentele vraag 'wat hoort bij de jeugdzorg en wat niet?' behandelen. Tenminste, dat is mijn insteek.
Ik weet niet wat de insteek van de VVD is. Dus daar moeten we misschien een keer over praten: waar willen we over praten? Ik weet niet of dat een antwoord is op uw vraag? Ja. Voorzitter, er is al eerder gezegd, door verschillende mensen, '€ 1,2 miljoen tekort op de begroting voor komend jaar'. Daarom is nu alleen gekeken naar een A-lijst. Bij het debat van vorige week was ik zelf niet aanwezig vanwege bepaalde omstandigheden, maar op de B-lijst staat bijvoorbeeld ook participatie. Het verhaal van mevrouw Koppert daarbij intrigeerde mij dan ook want dat is een thema dat ik ook belangrijk vind. Dus ik zou het jammer vinden dat we helemaal niets van de Blijst zouden kunnen doen. Want als er nu één punt is, laten we het voorzichtig zeggen, waar de gemeente nog enige stappen ter verbetering zou kunnen zetten, is het wel het stukje participatie. Daar kregen we een rode kaart voor, volgens mij, vorig jaar tijdens het azc-debat. Dus ik zou het heel jammer vinden als we helemaal niets uit die B-lijst zouden kunnen doen, maar ik realiseer me dat als je zelfs de A- lijst niet helemaal kunt doen zonder kleerscheuren, het moeilijk wordt om naar de B-lijst te kijken. Maar het zou toch wel... Ik wil bij de begroting wel met wat voorstellen komen die nog op de A-lijst moeten staan, eerlijk gezegd.
En het laatste punt – hoewel ik hier uit de discussie en van wat ik vorige week heb gezien, proef dat ik hier alleen in sta, ook al merkte ik bij de vorige spreker dat hij daar aan het eind wel weer enige ruimte in bood – is het punt van de ozb-stijging. Ik vind ook niet dat de ozb het pinpasje van de gemeente moet zijn, maar ik ben het eens met het college dat dat een uitgangspunt is, maar dat, voor als het echt hard nodig is, die optie open moet worden gelaten, dat het voor ons wel bespreekbaar moet kunnen zijn. Dus niet op voorhand, daar ben ik ook geen voorstander van, maar het moet niet helemaal in beton gegoten zijn als 'helemaal niet'. Ik proefde bij de laatste spreker ook die opening, volgens mij. Daar wil ik het voor nu bij laten. De voorzitter: Dank u wel en dat betekent dat ik voor de eerste termijn van het college graag als eerste het woord geef aan wethouder Voskamp. Wethouder Voskamp: Voorzitter, veel is gezegd over de kadernota en de druk die erop zit op het moment dat we de gegevens ophalen voor de begroting van volgend jaar, de meicirculaire waarin het een en ander duidelijk wordt en het u mee willen nemen in de huidige stand van zaken, het beeld zoals we dat nu hebben, terwijl wij aan het werk gaan naar de begroting van 2025, in dit geval. Dat is een stand van zaken en die hebben wij zo transparant mogelijk aan u willen aanbieden.
Er werd een keer gezegd 'we hebben de hoop gehad op de meicirculaire van het rijk, dat daarmee alles in één keer opgelost zou zijn'. Voorzitter, je hebt hoop totdat je een reëel beeld krijgt, maar het was niet de hoop dat we daarmee alles zouden kunnen doen. Alleen hoopten we natuurlijk wel dat het rijk over de brug zou komen met geld voor de taken die het aan ons heeft toebedeeld en waar we uitvoering aan mogen geven. Maar, voorzitter, we hebben ook de realiteit dat we eigen ambities hebben en dat dat het, bij wijze van spreken, alleen nog maar moeilijker maakt. Toen de meicirculaire er dan opeens was en het resultaat was dat we inderdaad al in 2025 aan de bak mogen in het kader van een sluitende begroting maken, hebben wij gedaan wat we konden doen 16
door u te laten zien waarvan wij zeggen 'dit is in de A-lijst onontkoombaar en dit moeten we administratief verwerken omdat we gewoon echt geen keuze hebben om dat niet te doen', en we hebben een B-lijst – en richting de VVD wil ik toch aangeven dat er echt bedragen genoemd staan op de B-lijst – waar wij laten zien wat wij denken dat er op ons af komt, maar waarover nog geen besluit genomen is en waar mogelijk nog keuzes in zitten, maar waar misschien ook wel dingen in zitten die net zo onontkoombaar zijn als wat in de A-lijst zit, waar alleen nog geen besluit over genomen is. Dat hebben we u willen laten zien. Ik denk dat mevrouw Koppert op een gegeven moment ook een goed punt had daarover, we zien al dat het moeilijk is en met die B-lijst wordt de uitdaging alleen nog maar groter. Voorzitter, ik heb ook een paar keer wat dingen gehoord waarvan ik dacht 'volgens mij staat dat echt niet in de kadernota'. Zo hoorde ik een opmerking alsof het college alleen zou proberen om 2025 dekkend te maken en daarna heel snel over zou gaan naar de laatste jaarschijf. Voorzitter, dat is niet het geval. Wij gaan ook voor het dekkend maken van 2025. Dat staat ook gewoon in de kaders.
Het is wel zo dat die opgave niet makkelijk is en we aan de bak moeten en sommige bezuinigingen, als we het daarover hebben, misschien niet in het eerste jaar, misschien niet in het tweede jaar, maar pas in het derde jaar kunnen vallen. Richting de provincie, onze toezichthouder, hebben we gewoon de verplichting om of het eerste jaar sluitend te maken of te laten zien dat we toewerken naar een sluitend meerjarenperspectief in de laatste jaarschijf met alle plannen die we daarvoor hebben. Wij gaan voor een kostendekkende begroting voor 2025, maar zoals verder ook aangegeven is, de kaders die u daarbij meegeeft, zijn wel de spelregels waar wij mee aan de slag gaan. En dat geldt niet alleen voor het dekkend en sluitend maken van de begroting, maar dat geldt ook in het licht van de ozb. Dat geldt ook voor een aantal andere stappen die daarin genoemd zijn. Voorzitter, dank voor alle input die we gehad hebben. D66 gaf op een gegeven moment aan 'kunt u ook meenemen wat er in het vorige debat gezegd is zonder dat we een amendement indienen?' Het is natuurlijk best lastig om dat vanuit zes fracties mee te nemen en daar een eensluidend oordeel uit te halen, maar ik heb gehoord wat er gezegd is. We gaan ons best doen om zo goed als mogelijk dat mee te nemen en te wegen waar wij zien dat er een meerderheid voor zou kunnen zijn als we dat voorstellen.
Voorzitter, dan is natuurlijk de hamvraag: waar gaan we dat dan de komende tijd zoeken? Ik denk dat er een vijftal punten is waar wij als college naar kijken en waar ambtelijk heel hard aan gewerkt zal worden in de zomerperiode. We zien in de jaarrekening dat er op verschillende plekken toch nog steeds wat lucht zit in de begroting. We denken dat we door lucht eruit te halen, keuzes kunnen maken over 'waar kunnen we wat minder doen?' Wat voor effect heeft dat? Als er schade zou zijn van zo'n besluit, hoe lang duurt het dan voordat we dat weer kunnen herstellen als er bij wijze van spreken weer wat meer geld te besteden is? Of sluiten we misschien door een keer een bedrag te verlagen een investering die we in het verleden gedaan hebben, in een keer helemaal af en komt het niet meer terug? Het tweede punt is het planoptimisme dat er nog altijd in zit. Ik denk dat het een positieve benadering is. We willen gewoon graag de goede dingen doen. Alleen als we ernaar kijken, zien we inderdaad nog steeds dat er een stukje planoptimisme in zit. Misschien kunnen we daar nog wat in vinden. Voorzitter, we hebben het over de A- en de B-lijst en er werd op een gegeven moment gezegd dat het geen keuzelijst is, alsof dan de hele lijst maar gedaan moet worden. Nee, voorzitter. Het is geen keuzelijst in die zin dat u kunt aangeven 'dat wel en dat niet'.
We moeten met elkaar zowel naar de A-lijst als naar de B-lijst en eigenlijk daarmee gewoon naar de hele begroting kijken 'waar kunnen we het vinden?' We hebben dat zelf genoemd 'geen heilige huisjes'. Wij willen gewoon alles bespreekbaar maken wat er kan. Waarom besteden we hier geld aan in de begroting en op welke wijze denken we dat we daar misschien een dekking kunnen vinden? Voorzitter, ook genoemd, en daar zien wij ook wel mogelijkheden, is de incidentele impuls. Kunnen we nu investeren zo dat we uiteindelijk op termijn besparingen kunnen realiseren? Dat kan zowel op het vlak van preventie zijn, maar dat kan misschien ook zijn in investeren in technieken of in nieuwe materialen die bijvoorbeeld in het kader van beheer een besparing opleveren. Kostendekkende leges vormen wat ons betreft het vierde punt waar wij denken dat we nog een slag te slaan hebben. Meerdere partijen hebben het gehad over de ozb. Die koppel ik daar ook nog maar eventjes aan. Ook in de commissie hebben we het daarover gehad. Het is echt ons streven om die 3% als maximum aan te houden. Ik heb echt gehoord wat u zegt over dat wij geen pinautomaat zijn. Ik wil ook wel aangeven dat dat beeld niet moet ontstaan, want volgens mij zijn 17
we daar echt niet op die manier mee bezig. Maar ik denk dat de heer Ringeling ook wel terecht aangeeft dat we soms wel keuzes moeten maken waarbij misschien, mogelijkerwijs, eventueel – ik kan het niet voorzichtiger zeggen – de uitleg zou kunnen zijn dat we graag willen investeren om daar in de toekomst beter uit te komen en dat we daar misschien wel een verhoging voor nodig hebben. Voorzitter, nogmaals, het uitgangspunt is echt om dat niet te doen dus ik wil daar verder niet al te veel woorden aan vuil maken. De kostendekkende leges. De oproep was om de afvalstoffenheffing en de rioolheffing niet meer dan kostendekkend te laten zijn en dat is ook niet anders dan het beleid. Winstgevendheid op dat vlak zie ik niet ontstaan. En als laatste denken wij dat er nog reële ruimte zit binnen de begrotingsspelregels die wij hebben als gemeente en waar we ons aan te houden hebben. Wij denken dat er nog mogelijkheden zijn om binnen die spelregels begrotingsmogelijkheden in te zetten die gewoon geaccepteerd zijn maar die moeten ook op lange termijn haalbaar zijn. Dat zou kunnen zijn dat we incidenteel wat reserves kunnen inzetten. Die mogelijkheid is bijvoorbeeld gebruikt, maar dat willen we niet structureel doen en dat moet op lange termijn houdbaar zijn.
Het kan niet zo zijn dat we – volgens mij kwam dat aan de orde in de vorige discussie – over vijftien jaar ons eigen vermogen hebben opgegeten. Daar staan we niet voor. We gaan wel zoeken zodat we binnen de reële ruimte die we hebben, binnen die spelregels kijken naar wat onze mogelijkheden zijn, zodat we de goede dingen kunnen blijven doen voor onze inwoners, voor onze gemeente. Voorzitter, dat is de algemene beschouwing die ik wilde geven. Volgens mij zijn er ook nog wat concrete zaken en vragen gesteld aan mijn collega's. De voorzitter: Dank u wel de heer Voskamp en dan wil ik nu graag het woord geven aan collegawethouder, mevrouw Oderwald. Wethouder Oderwald: Voorzitter, ik heb een aantal rode lijnen gehoord door alle betogen heen en die gingen vooral over het Sociaal Domein en specifiek over jeugdhulp. Daar hebben we bij het vorige agendapunt ook al bij stilgestaan. We zijn daar al heel hard aan aan het werken, maar ik wil toch wel een paar kanttekeningen plaatsen bij de opmerkingen die u gemaakt heeft. Zo wordt door de VVD gesteld dat we een flinke uitbreiding hebben gehad. Dan wil ik de VVD wijzen op een heel oude brief. In feite zitten we op dit moment op hetzelfde niveau in het Maatschappelijk Team aan fte. Er wordt soms wel eens wat afgehaald en bij gedaan, maar we zitten op hetzelfde niveau aan mensen.
Dat kunt u teruglezen in een oude brief, zelfs al uit 2021, van 27 mei, over de kosten in de jeugdhulp. Ik denk ook dat het belangrijk is om te kijken waar we die kosten nu precies maken. Want ons Maatschappelijk Team, ons team voor de jeugd, heeft een belangrijke functie. U stelt een vraag, de heer Ringeling vooral, maar dat was naar aanleiding van de vraag van de VVD, 'waarom doen we meer dan wettelijke taken?' Dat is het dilemma in jeugdzorg. Het is een openeinderegeling. Dus om daar aan de knoppen te draaien, is gewoon heel moeilijk. We hebben landelijk een reikwijdtediscussie. Die voeren we ook regionaal en we kijken wat we daar in ons lokale team ook aan kunnen toevoegen. Het is heel belangrijk dat we zelf aan de knoppen zitten en zelf de mensen paraat hebben om te zorgen dat we die geïndiceerde jeugdzorg zoveel mogelijk proberen tegen te houden, maar dat is niet makkelijk. Ik heb u al verteld dat we in dit najaar een debat zullen voeren naar aanleiding van ons voorstel over dat lokaal jeugdbeleid. Ik zal een tipje van de sluier oplichten over waar we het in de regio over hebben, want daar zijn we bezig met een aanpak voor beleid voor verblijf, om dat af te schalen om daar op de kosten te kunnen besparen. We zijn bezig met het terugdringen van lichte hulp, om dat te voorkomen. Daar zien we instrumenten voor om dat te kunnen doen.
We zijn bezig om collectieve zorg wat meer in het onderwijs te brengen in plaats van individuele zorg te laten zijn. En we zijn bezig met het verder uitbouwen op sturing in het zorglandschap. We hebben nog veel meer punten geïdentificeerd in de regio, maar daar gaan we u echt op 25 september a.s. uitvoerig in meenemen en, waar mogelijk, zullen we dat vertalen naar de lokale component. We trekken samen op. Want het gaat inderdaad om serieuze kosten en we moeten ons ervan verzekeren dat we dat – dat hoor ik u ook heel veel zeggen – zoveel mogelijk doen om de kwetsbare inwoners ook gewoon te kunnen blijven helpen en te blijven beschermen. Zeker kinderen moeten we een kansrijke start blijven bieden in deze gemeente. Dus dat is heel belangrijk. Ik hoor ook complimenten over preventie, maar ook daar hebben we in het verleden echt op bespaard. Daar zien we dat het goed gaat, maar het is niet altijd hard te maken wat het is. Ik zou 18
u een overzicht kunnen sturen van hoeveel we daarop sinds 2020 bespaard hebben. Dus ik wil heel hard werken om het inzichtelijk te maken, maar in feite besparen we harder en moeten we er gewoon soms echt ervoor waken dat we het kind niet met het badwater weggooien. Bepaalde elementen, zoals jeugdgezondheidszorg, kunnen later hogere kosten voorkomen en daar moeten we op blijven inzetten. Ik zal me er hard voor maken om u ook zoveel mogelijk erin mee te nemen hoe we dat doen, want dit is een flink bedrag op de begroting in totaal. Even kijken, heb ik dan alle punten gehad? Ja, ik had nog een vraag van de OGP Midden-Delfland. Die sluit in feite aan bij de technische vragen die we ook van het CDA hebben gehad over 'hoe lopen nu precies die kostenontwikkelingen?' Als u dan kijkt naar de getallen die wij u hebben voorgehouden over 2022 en 2023, dan zijn de fluctuaties best groot. Het voorspellen van deze getallen is niet eenvoudig. Natuurlijk nemen we die mee in de ramingen die we voor 2025 maken. Wat dat nu precies betekent? Wij hebben ook ambtelijk wel meer zicht op hoe die getallen zich ontwikkelen en wat de actualiteit daarin is, maar dat is niet eenvoudig. Dat zag u ook aan deze rapportage. Als je naar een andere dataset kijkt, krijg je precies een andere invalshoek.
Ik wil voorkomen dat ik continu aan het uitleggen ben waar de verschillen precies op zitten, dus daarom wil ik u toezeggen dat we gaan kijken hoe we u een inzicht kunnen geven in de actuele ontwikkelingen van de jeugdhulp van dit jaar en in hoe zich dat doorvertaalt naar een realistische begroting voor volgend jaar. Maar ik kan niet zeggen welke kant het op dit moment opgaat, want we sturen daar heel hard op. We zien in de regio dat het de gemeenten echt raakt en dan heb ik het eigenlijk relatief nog makkelijk. Ik presenteer hier niet hoe het elke gemeente harder of zachter raakt, want daar mag iedere wethouder zijn eigen woordvoering over doen. Ik denk dat dat het is voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Oderwald, dan kijk ik nog even naar de heer De Leede, of hij nog een reflectie wil geven op de eerste termijn. Aan u het woord. Wethouder De Leede: Voorzitter, in algemene zin constateer ik dat de raad ons desgevraagd wat suggesties heeft meegegeven over waar in het bijzonder naar te kijken en hoe de raad zelf zijn afweging zal maken in het kader van de voorstellen die we gaan doen om de begroting sluitend te maken. Ik denk dat we die gewoon meenemen bij het invullen van de voorstellen zoals de heer Voskamp dat noemde. Dus ik heb geen reflectie op specifieke punten. De voorzitter: Dank u wel mijnheer De Leede.
Dat betekent dat we nu overgaan naar de tweede termijn en ik kijk even rond wie daar gebruik van wil maken. Dat zijn alle fracties behalve de heer Ringeling. Ik zou u anders als eerste het woord hebben gegeven. Maar dat betekent dat ik nu wil beginnen met de heer Van Rijs van het CDA. De heer Van Rijs: Allereerst dank aan het college voor het geven van antwoorden op de reflecties die we hebben meegegeven. Ik wil ook graag een antwoord geven aan de heer Ringeling die zei 'er is misschien wat flexibiliteit bij het CDA'. Laten we duidelijk zijn, laten we eerst zelf kijken naar waar wij kosten kunnen besparen voordat we de inwoners vragen om ook daaraan bij te dragen dus we verwachten echt van het college dat we daar vrij strikt op zijn. Een tweede punt gaat over de beleidskeuzes jeugd. Heel hartelijk dank aan de wethouder voor de uitleg daarover en ook de uitnodiging die blijkbaar komt voor 25 september a.s. Het gaat dan wel over acties die regionaal zijn en het wordt dus een hele uitdaging om als die acties zijn afgesproken, die nog in de begroting mee te nemen. Toch willen we graag de oproep aan het college meegeven om, daar waar die mogelijkheden er zijn en waar die boven komen borrelen, die al wel in de begroting mee te nemen. En tot slot wil ik graag even reageren op wat Mijn Partij zei over PUUUR. We moeten geen onbetrouwbare overheid zijn.
Er zijn afspraken gemaakt met PUUUR over een financiële bijdrage om die boel op te starten en daar hoort een bedrag bij, ook nog voor 2025. Ik sta er wel volledig achter dat…. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Van Lier van Mijn Partij. De heer Van Lier: Ik heb een vraag aan de heer Van Rijs. Weet hij het nog, heeft hij dat nog in zijn geheugen? Twee jaar geleden hebben we het over exact dezelfde dingen gehad 'we moeten geen onbetrouwbare partij zijn, we moeten door, laten we het geld voor twee jaar geven'. We 19
hebben toen voor twee jaar € 100.000,00 gegeven en gezegd 'in de komende twee jaar gaan we kijken wat we ermee gaan doen'. Nu krijgen we eenzelfde situatie, 'we moeten geld geven want anders zijn we een onbetrouwbare overheid en we moeten kijken wat we ermee gaan doen'. Ik heb een soort déjà-vugevoel. Bent u dat met mij eens en is dat de bedoeling? De voorzitter: Het woord is aan de heer Van Rijs. De heer Van Rijs: Ik ben het niet met u eens en het is niet de bedoeling. Wat ik hier probeer te zeggen, is duidelijk te maken dat er veel geld gaat naar PUUUR. Dat ben ik volledig met u eens. En dat we er zeker naar moeten kijken en ook met PUUUR moeten afspreken dat we dat afbouwen, is ook een heel duidelijke zaak. Maar ik zeg ook dat we moeten vasthouden aan toezeggingen die al zijn gedaan. Dat is wat ik probeerde daarover te zeggen. En tot zover mijn tweede termijn. De voorzitter: Dan wil ik door naar de heer Gebben van de VVD. De heer Gebben: We hebben veel goede dingen gehoord en dat stemt ons wel positief. Alle partijen vragen eigenlijk om een sluitende begroting. Dat vinden wij ook positief. Dat zal wel leiden tot een stevige opgave voor onze gemeente en ook tot lastige keuzes, vrezen wij. Het is ook goed om te horen dat het college aangeeft dat er geen heilige huisjes zijn, en dat geldt wat ons betreft ook voor PUUUR.
Het is goed om daarnaar te kijken en er ook goed over na te denken of wij dat geld echt nog willen investeren voor dat doel. Maar goed, daar komen we dan te zijner tijd op terug. Wij hopen van harte dat het college de € 1,2 miljoen weet te vinden. Daar wensen we u veel wijsheid bij toe en wij kijken uit naar de uiteindelijke begroting in november en we zullen voor vanavond instemmen. De voorzitter: Dan wil ik graag nu het woord geven aan de heer Van Lier van Mijn Partij. De heer Van Lier: Mijn voorgangers zijn me deels voor geweest, dat heb je natuurlijk altijd, want ik had ook opgeschreven 'de jaarrekening als onderlegger gebruiken'. Alleen gaf het college al aan 'we zien de ruimte, we zien de mogelijkheden, we hebben ervan geleerd, we gaan dingen aanpassen'. Dus laten we kijken wat we kunnen leren van dat agendapunt dat we eerder hadden en daarvan mee kunnen nemen. We zijn het ook helemaal eens met het CDA. Eerst absoluut naar eigen kosten kijken. Dus eerst eens kijken 'wat kunnen we zelf doen?' en dan verder kijken. Absoluut mee eens. Ik zit nog een beetje met de jeugdzorg. We hebben een toezegging gehoord dat er een overleg komt en een verhaal komt. Ik hoorde de discussie net even tussen de ChristenUnie en het CDA.
Misschien kunnen we in het overleg met het Sociaal Domein nog een keertje een paar punten benoemen, in een informeel overleg, misschien met een paar ambtenaren erbij, want ik doe wel Sociaal Domein, maar ik weet er minder van dan u. Dan hebben we ambtelijke ondersteuning om dat verder uit te leggen en verder te begrijpen, denk ik. Dus misschien kunnen we die handreiking van het college vragen. Even een tip. We hebben een paar jaar geleden ook aan het college c.q. ambtenaren gevraagd 'maak eens een lijstje met wat verplicht en niet verplicht is?' Dat hebben ze ooit een keer afgegeven. Ik denk een jaar of zes geleden. Dat hebben we nog steeds in ons bezit. Het is ideaal want dan kun je zien 'wat moet de gemeente en wat mag de gemeente?' Daar zit wel een nuanceverschil in. Ik heb nog opgeschreven dat in de eerste termijn de gemeenschappelijke regelingen zijn genoemd. Daar hebben we minder grip op maar ik doe wel een beroep op het college en alle partijen die erin zitten om, als we in een gemeenschappelijke regeling zitten, te kijken wat we daarmee kunnen doen. Ik denk dat meer gemeenten daarmee bezig zijn. Het lastige is dat je maar één partij in een groter geheel bent, maar ik denk dat meer gemeenten tegen deze financiële problemen aanlopen. En dan de kadernota. Het is een richting, daar hebben we echt geen moeite mee.
We hebben misschien detailverschillen met elkaar, maar ook dat valt mee trouwens, als ik dat zo merk, dus we gaan ook meestemmen met de kadernota. De voorzitter: Dan wil ik graag nu het woord geven aan de heer Vieira.
20
De heer Vieira: Ik was eerste spreker in de eerste termijn en nu zo'n beetje als laatste. Dus tussendoor is er ontzettend veel gezegd en op een aantal zaken wil ik nog wel even reflecteren, op wat gezegd is door mijn collega's en het college. Ik ben het eens met de heer Gebben. Die heeft nog even wat aangehaald over de waarde van het landschap. Daar mag niet op beknibbeld worden en we kunnen ons daarin vinden, omdat zeker dat groen en blauw waarde heeft. Dan kom je meteen op het punt van de heer Van Lier, de toeristenbelasting. We hebben het volgens mij vorig jaar, of het jaar ervoor ook al gezegd. Als je gewoon puur naar het bedrag kijkt… Of als je gewoon naar het bedrag kijkt, zonder dat ik daar 'puur' bij noem, excuses daarvoor, dan is dat ongeveer een derde vergeleken met wat ze in Delft rekenen of in Westland rekenen. Dus de vraag is eigenlijk: waarom zouden wij met een gebied dat zoveel groter is om te beheren dan Delft en met zoveel minder accommodatie per definitie drie keer zo weinig toeristenbelasting vragen? Dus wat ons betreft is het geen heilig huisje om het te houden wat het is. We hoeven ons absoluut niet uit de markt te prijzen, maar de oproep aan het college is: kijk daarnaar. Een andere knop waaraan mogelijk gedraaid zou kunnen worden, zijn de leges.
Ik ben het met het college eens, als je een zaak hier op het gemeentehuis zou vragen, waarom zou je niet de kostprijs rekenen? Waarom zou de rest van de gemeenschap daaraan moeten bijdragen? Dus het is inderdaad goed om daarnaar te kijken. Ozb. We hebben inderdaad als maximum gesteld: 3%. Dat is wat ons betreft ook het uitgangspunt. Op een gegeven moment krijg je aan het einde misschien een discussie 'wat heb je liever, 3,5% ozb en een heel uitgebreid participatietraject? Of kies je daar helemaal niet voor en houd je het op 3%?' Dat zijn discussies die je misschien later gaat voeren. Dat zijn best… Nou ja, daar moeten we te zijner tijd naar kijken, maar we moeten inderdaad eerst kijken naar die andere zaken waar we kosten op kunnen besparen. Er is er één met name uitgelicht, eerder vanavond. Maar eigenlijk bestaat de begroting van de gemeente uit drie posten. Een daarvan is inderdaad het Sociaal Domein. Er zit een 'moet-lijst' bij, daar kun je niet aan komen, en er zit een 'mag-lijst'. Stel dat je iets doet dat niet verplicht is, dat € 100.000,00 kost, maar waarvan je weet dat als je het weghaalt, de kosten later, doordat er dure doorverwijzingen komen, € 200.000,00 worden. Is het dan zo slim om te besparen? Eigenlijk willen we als raad inzicht daarin. Ik denk dat dat zou helpen en dan kunnen we altijd alsnog zeggen 'we doen toch iets wel' of 'we doen iets niet'.
De andere post is personeel. Dan kom ik op wat mevrouw Koppert zei, AI. Ik zeg niet dat je al het personeel moet vervangen door computers, maar het kan ontzettend helpen in het opstellen van brieven of heel veel andere zaken om gebruik te maken van die technologie. Daarmee help je je personeel en kun je een stuk effectiever zijn. Dus het is inderdaad goed om op dat vlak te kijken. En de laatste post die heel groot is, zijn natuurlijk wegen en alle onderhoud en dat soort dingen. Daar hebben we het eerder ook al over gehad. Laten we maar kijken wat daar mogelijk aan winst zal zijn. Eentje die ook benoemd is, is het azc. Ik ben het er volstrekt mee eens, en dat zijn wij altijd geweest, dat je volstrekt duidelijk moet maken wat de kosten zijn. Wat ons betreft, breng je natuurlijk los van de kosten ook de opbrengsten in. Als je dertig flexwoningen krijgt van € 100.000,00, dan levert dat € 3 miljoen op ten opzichte van wanneer je ze zelf had moeten kopen. Dan had dat zoveel op je begroting gekost. Dus wat ons betreft toon je niet alleen je kosten aan, maar ook wat je ervoor krijgt of wat we hebben gekregen door de opvang van vluchtelingen. Dus we kijken uit naar dat totaaloverzicht daarvan, aan zowel opbrengsten- als kostenkant. Volgens mij heb ik dan zo'n beetje alles aangestipt wat ik zo snel even hoorde en dan wil ik het hierbij laten.
De voorzitter: Dan wil ik tot slot mevrouw Koppert het woord geven, van OGP Midden-Delfland. Mevrouw Koppert: Ook dank aan het college voor het beantwoorden van de vragen die wij gesteld hebben. We zijn ook blij dat de wethouder aangaf dat de begroting als geheel gezien moet worden en dat we het niet moeten hebben over een A- en B-lijst, in lijn met wat wij hebben aangegeven. Nog even terug naar de heer Gebben. Het is geen besparing van € 1,2 of € 1,6 miljoen, maar als je de B-lijst erbij optelt, zit je echt op ruim € 3 miljoen. Dat zijn echt forse bedragen. Dus dat wil ik toch eventjes zeggen, want dan zouden we bij voorbaat de B-lijst niet doen en daar zijn wij echt geen voorstander van. We hebben nog wel een andere kanttekening. Het Sociaal Domein is natuurlijk iets meer dan alleen de jeugd. Daar zit ook nog iets dat WMO heet, en dat is ook een aardig kostenpostje zullen we 21
maar zeggen. Dus ons verzoek is niet alleen te kijken naar wat er mogelijk is op de jeugd, maar ook naar wat er mogelijk is binnen het gehele Sociale Domein. We hebben nog een vraag aan de wethouder. We hebben best wat reserves als gemeente hier en daar. Zijn er nu nog verborgen reserves? Hebben wij nog ergens potjes staan die er al jaren staan, waar we niets mee doen en kan daar ook nog iets mee gedaan worden? Dus onze vraag is: zijn die er nog ergens? We waren blij dat de VVD heel duidelijk aangaf dat het Bijzonder Provinciaal Landschap of eigenlijk het groen-blauw wel de aandacht behoort hebben. Als je de open, groene, progressieve partij bent, is dat voor ons ook een uitgangspunt dus daar vinden we elkaar helemaal in. Wij vinden ook het CDA, het streven moet echt zijn: 3% ozb-stijging en niet bij voorbaat al beginnen met 'stel je voor dat en dan kiezen we misschien toch wel voor een verhoging'. Nee, dat moet een keuze zijn die wij in de begrotingsbesprekingen maken. Dus het uitgangspunt is 3% stijging en eerst echt bij onszelf zoeken voordat we nu al zeggen 'we hebben alvast de deur op een kiertje gezet zodat die misschien wel ietsje meer of iets anders mag zijn'. Verder zullen wij in gaan stemmen met de kadernota. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dat betekent dat ik nu naar links kijk, naar wethouder Voskamp, die ik als eerste het woord wil geven.
Wethouder Voskamp: Ik zit even te kijken welke opmerkingen er nog gemaakt zijn waar ik op kan of zou moeten reageren. Om aan te geven hoe ingewikkeld het soms is. Er wordt heel erg nadrukkelijk gekeken naar 'waar kunnen we kosten besparen aan onze eigen kant, voordat we dat op de inwoners afwentelen?' Het dilemma zit er natuurlijk wel in dat we die kosten maken ten gunste van de inwoners en op het moment dat we daarop gaan besparen, kan dat wel eens een effect hebben op de inwoners die we juist proberen te ontzien. Dus daar zit ook wel iets waar we heel scherp op moeten zijn, dat, als we ergens de leges verhogen om ze kostendekkend te maken, dat wel betekent dat voor de inwoner bijvoorbeeld de kosten voor een paspoort – nou ja, een paspoort niet, want dat zit al op het maximale niveau – of sommige andere leges zullen stijgen en daarmee dus toch ook stiekem een lastenverzwaring voor de inwoner zijn. Voorzitter, ik zie een interruptie. De voorzitter: Mevrouw Koppert, aan u het woord. Mevrouw Koppert: Eigenlijk een aanvullende opmerking op de heer Voskamp. Ik zal er netjes een vraag van maken. Nu brengt u me helemaal van mijn à propos. De heer Voskamp gaf net in zijn betoog aan 'sommige bezuinigingen kunnen ook meer kosten voor onze inwoners inhouden op langere termijn, of wat dan ook'. Voor ons is het belangrijk dat we juist dat inzicht krijgen.
Dat zouden we dus ook graag willen zien in de begroting. En mijn vraag is dan, heel flauw, is de heer Voskamp het dan met ons eens dat als je daar een goede afweging van maakt, je dus ook beide kanten moet kunnen zien? De voorzitter: Ik geef het woord aan de heer Voskamp. Wethouder Voskamp: Ja, voorzitter, we gaan de komende tijd hard aan het werk om een sluitende begroting te maken. Dat hebben we aangegeven. Dat doen we op basis van deze informatie uit de kadernota en we gaan u zo goed als mogelijk meenemen op het moment dat we die begroting hebben, of bij de richting die we hebben, in welke keuzes we daarin hebben gemaakt en uitleggen waarom. Dus in die zin zullen we u zo goed als mogelijk daarin meenemen. Mocht dat niet gelukt zijn, dan hoop ik dat u me daarop bevraagt bij de begrotingsbehandeling. Even kijken hoor. Voor wat betreft het azc nog in algemeenheid het volgende.
Juist het verhaal dat we een saldo willen maken van de uitgaven die we hebben, waarvan we van delen nu al weten dat we voor sommige dingen nog verplichtingen aangaan, en juist ook de afspraken die we hebben met het COA voor wat betreft de huur en de inkomsten die we daaruit krijgen vanuit het faciliteitenbesluit, maken dat we straks met een begrotingswijziging komen waarin we dat netjes op een rijtje zetten, zodat inzichtelijk is, transparant is en voor iedereen te zien is 'wat krijgen we, welke kosten maken we en wat voor saldo zal dat zijn?' En de heer Van Rijs, nog uit de eerste termijn, geven we mee dat het streven is, en daar werken we hard aan en daar zien we ook echt
22
mogelijkheden toe, dat dit uiteindelijk een positief plaatje voor de meerjarenexploitatie wordt voor de gemeente en geen negatief plaatje voor de gemeente. Voorzitter, richting mevrouw Koppert wil ik ook nog toezeggen dat we de WMO daarbij zeker ook zullen betrekken. Er zijn zeker wat reserves, die staan altijd netjes genoemd in de jaarrekening en bij de begroting en ook daar zullen we naar kijken of het nog zin heeft om daar wat mee te doen of dat we daar wat van kunnen gebruiken. Aan de andere kant bijt dat stiekem ook wel weer het inzetten van reserves voor structurele lasten, maar dat gaan we zeker doen. En volgens mij heb ik dan in zijn algemeenheid weer gereageerd op alle opmerkingen die zijn gemaakt. De voorzitter: Dat betekent dat we hiermee aan het eind van de beraadslagingen en beantwoording zijn gekomen tot de besluitvorming. Dat betekent dat ik u allen nu wil vragen om uw stem te geven. Dat gaat nu in. Alle stemmen zijn uitgebracht en daarmee is het voorstel 100% aangenomen. Het voorstel wordt unaniem aangenomen.
6.
Sluiting
De voorzitter: Alle agendapunten zijn behandeld. We hebben nu de zomervakantie voor de deur, dat betekent dat we het zomerreces ingaan. Ik hoop dat we u mogelijk aanstaande vrijdag nog kunnen ontmoeten. Dan hebben we het inluiden van het zomerreces met elkaar. Wie daar niet kan zijn, wil ik vast een heel mooie zomer toewensen, met een lekker stukje rust en een beetje ontspanning. Dat zou mooi zijn. Dan gaan we de accu weer opladen. We hebben flink wat uitdagingen. Daartoe nodig ik u uiteraard weer van harte uit om in september dan met elkaar vervolgstappen te gaan maken en voor nu nodig ik u ook straks nog even uit voor een hapje en een drankje hier. Nogmaals dank voor uw inzet. Tot na deze zomer, wel thuis en tot zo. Dank u wel. Hiermee sluit ik de vergadering.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland op 24 september 2024. de griffier, A. de Vos
de voorzitter, F.I. Noordermeer-van Slageren
23