2024 m 07 d 03 Vsl raad
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 3 juli 2024, 19.30 uur. Voorzitter
: F.I. Noordermeer-van Slageren, burgemeester
Griffier
: A. de Vos
Aanwezig : de heer B.J. Ammerlaan (Mijn Partij) (vanaf 20.15 uur), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma, (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA) de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer H. Rodenburg (CDA), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66)(tot 20.50 uur), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
:-
Tevens aanwezig: de heer A.F. de Leede, mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, de heer F.A. Voskamp, wethouders
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter: Dames en heren, inwoners thuis, voor zover die meekijken, en uiteraard raad, van harte welkom, allen, ook college en griffier. Jullie zagen net dat er even een rondje met gebak rondgebracht werd. Daar wil ik even mee starten. Er werd net gezegd 'u gaat toch niet aankondigen dat u weggaat?' Nou nee, zeker niet. Zeker niet. Ik vond dit wel een mooi moment om even bij stil te staan, voor het zomerreces. Er is gewoon hard gewerkt door jullie allemaal. Ik kijk hier naar de gehele raad, ik kijk naar het college, ik kijk naar iedereen die hier in de gemeente ook bijdragen heeft geleverd aan de opdrachten waar we in de raad over tot besluitvorming zijn gekomen of waarbij we op weg zijn naar besluitvorming. Dat vraagt ook veel vrije tijd. Daar wilde ik eigenlijk toch even bij stilstaan. Dan was er ook nog het goede nieuws gisteravond dat Nederland met 3-0 gewonnen heeft. Bovendien is het kabinet gestart en we gaan zien wat het wordt. En last but not least, was ik gisteravond ook echt positief verrast over het mooie debat dat werd gevoerd. Dat vond ik echt een compliment waard. Dat alles bij elkaar maakte dat ik vanmiddag dacht 'ik neem taart mee'. We gaan het zomerreces straks in en voor degene die er vrijdag niet bij is omdat diegene al op vakantie is of echt verhinderd is, bij het inluiden van het zomerreces, wens ik u bij dezen dan ook al een mooie zomer toe.
Maar daarvoor hebben wij vanavond zeker nog een heel belangrijke agenda. Nogmaals welkom. De avond staat grotendeels in het teken van de gemeentelijke financiën. We blikken terug op de Jaarrekening 2023. We kijken naar het heden, 2024 en we hebben de Kaderbrief 2025 waarbij we vooruitkijken. De vergadering is bij dezen geopend. 1.a Benoeming de heer P.T.C. van Oyen als burgercommissielid De voorzitter: Ik ga naar de benoeming. En er wordt ondertussen gebak gegeten. Ik hoop dat dat matcht. De benoeming van de heer Van Oyen als burgercommissielid. Nu het tijdelijk lidmaatschap van de raad is beëindigd, is de heer Van Oyen geen lid meer van de raadscommissie. En om opnieuw als burgercommissielid te kunnen fungeren, zal de raad een besluit tot benoeming als burgercommissielid moeten nemen. En dit voorstel is op verzoek van de heer Van Oyen naar vandaag verplaatst. Wil iemand hierover het woord voeren? Nee. Dan kunnen we overgaan tot stemming. Ik wil u verzoeken om uw stem uit te brengen. Ik zie dat er een 100% positieve uitkomst is en daarmee wil ik uiteraard de heer Van Oyen feliciteren. 1.b Afleggen eed door de heer P.T.C. van Oyen De voorzitter: Daarbij gaan we nu ook over tot het afleggen van de eed. Mag ik de heer Van Oyen naar voren vragen om de verklaring en de belofte af te leggen? En ik wil iedereen verzoeken te gaan staan. Ik lees de tekst van de verklaring voor.
'Ik verklaar dat ik, om tot lid van de commissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. 1
Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als commissielid naar eer en geweten zal vervullen.' De heer Van Oyen: Dat verklaar en beloof ik! De voorzitter: Van harte gefeliciteerd.
2.a
Spreekrecht voor belangstellenden
De voorzitter: Dat betekent dat wij doorgaan naar agendapunt 2.a Spreekrecht voor belangstellenden. En daar zijn geen aanmeldingen binnengekomen.
2.b
Vaststellen van de agenda
De voorzitter: Dat betekent dat wij overgaan naar 2.b, het vaststellen van de agenda. Aan de orde is het vaststellen van de agenda waarbij punten 3 en 5 bespreekpunten zijn en punt 4 is een hamerstuk. Dat is de goede volgorde, vandaar zijn de punten zo opgelijnd. Kunt u instemmen met de agenda als ons deze voorligt? Zo ja, dan is deze bij deze vastgesteld. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
3.
Voorstel tot vaststellen Controleprotocol 2023 en Jaarrekening 2023
De voorzitter: Dan gaan we over tot bespreekpunt Voorstel tot het vaststellen van het Controleprotocol 2023 en de Jaarrekening 2023. Met de jaarstukken 2023 legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad over het gevoerde beleid. Het college laat zien wat in 2023 is bereikt en wat daarvoor is gedaan en wat het heeft gekost. De Jaarstukken 2023 bestaan uit het jaarverslag en de jaarrekening en de bijlagen. Het college stelt aan de gemeenteraad voor om te besluiten tot 1. het vaststellen van het Controleprotocol 2023. Punt 2. het vaststellen van de Jaarstukken 2023. Punt 3. in te stemmen met het voorstel van de doorschuifbudgetten van het jaar 2023 en als 4. in te stemmen met de bijlagen bij het voorstel. Wie wil hierover het woord voeren? De heer Van der Eijk, de heer Roeling, mevrouw Langeveld. En dan wil ik als eerste het woord geven aan de heer Van der Eijk van de VVD. De heer Van der Eijk: De cijfers hebben de goedkeuring van de accountant gekregen, voorzitter. De samenwerking met de accountant gaat ieder jaar steeds beter, hebben wij gehoord van de Auditcommissie. Er is wat extra werk geweest voor de accountant omdat wij diverse geoormerkte budgetten van het rijk krijgen die allemaal extra moeten worden gecontroleerd door de accountant. Hij had daar wat extra werk door. Is het college in control? Dat is de vraag, voorzitter.
Het verlies is kleiner dan verwacht door meer middelen van het rijk. Het tekort waar we mee startten aan het begin van 2023, kwam eigenlijk geheel door de raad zelf. Voorzitter, op de voorgestelde opties die de gemeenteraad kreeg, werd eigenlijk bij meerderheid 'ja' gezegd, op alles. Daarom hadden wij dus aan het begin van 2023 een negatieve exploitatie. Maar doordat het rijk meer middelen heeft vrijgemaakt, komen we beter uit. Dat hebben we wel gekregen. Echter, in de jaarrekening zien wij diverse beloftes van het college, die het doet voor de eerste helft van 2024. Deze is inmiddels verstreken, voorzitter. Het college belooft ons het Beheerplan Wegen, een Beheerplan Beschoeiingen, damwanden en kaden en een Beheerplan Baggerplan een Beheerplan Bruggen, een Beheerplan Bebording en wegmeubilair. De gemeenteraad heeft hier nog niets van gezien, voorzitter, terwijl deze beloftes zijn opgeschreven in de jaarrekening van 2023 en die is waarschijnlijk in mei of iets dergelijks gemaakt. Men is daar waarschijnlijk nog eerder aan begonnen, maar het college had toch wel kunnen voorzien dat we dit alles niet hebben. Dus het college had meer in control kunnen zijn. De bouw van die zoutloods, stond voor 2020 in de begroting voor € 100.000,00. Daar kwam nog eens € 35.000,00 bij voor een zwaardere fundering.
Uiteindelijk is er vorig jaar aan begonnen, te zien aan de middelen die zijn uitgegeven. Hij is nog niet klaar, maar ja, daar is uiteindelijk wel € 197.000,00 tegenaan gegaan, terwijl het in 2020 voor € 135.000,00 kon. Het is natuurlijk wel essentieel dat met alle doorschuifbudgetten het budget ieder jaar wordt opgerekt. Dat is natuurlijk niet de bedoeling.
2
De Westgaag, daar hebben we het ook diverse malen over gehad hier in het verleden. Die stond ook al voor renovatie in 2020 in de boeken. Er is wel eens op technische vraag gereageerd dat het een meekoppeling zou zijn voor de N468. Ik weet niet welke aannemer het raamcontract met de gemeente Midden-Delfland heeft. De N468 wordt door de BAM gedaan, ik zie die meekoppelkans niet helemaal, maar dat zal wel aan mij liggen. De doseerinstallatie. De verantwoordelijk wethouder was niet zeker over het onderzoek, terwijl het wel in de boeken stond, voorzitter. Hoe lang is dan de inwerkperiode van de bestuursleden hier? Waarschijnlijk weet hij we nu wel meer van, immers, een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen. De heer Scholtes noemde dit in de commissievergadering een leermoment. De vraag die we kunnen stellen, is: is het college wel in control? De beheerplannen worden niet geleverd volgens toezegging en onderzoeken zijn in eerste instantie niet bekend. Er zijn veel leermomenten, voorzitter. Hier past een tegelwijsheid bij: veel beloven en weinig geven, doet gekken en dwazen in vreugde leven. Voorzitter, de VVD leeft hier niet in vreugde. Het is uitermate zorgwekkend. De VVD zal het college helpen de punten die verbetering kunnen gebruiken te identificeren. De voorzitter: Dan wil ik nu graag het woord geven aan de heer Roeling van Mijn Partij.
De heer Roeling: Wat betreft het protocol, daar kunnen we wel mee instemmen. Achteraf weliswaar, maar we hebben van de accountant begrepen dat dat niet al te veel impact heeft. Maar het sluit een beetje aan op de vorige spreker; zijn we in control? Ik zal niet alle projecten langslopen die collega Van der Eijk heeft opgenoemd, maar wij zitten wel een beetje op die lijn, zoals we ook in de commissievergadering duidelijk hebben gemaakt. Wat ons betreft, is er onvoldoende discipline als het gaat over de begroting en de grondexploitaties. De grondexploitaties zijn natuurlijk ook verwerkt in de jaarrekening. En we zien dat er, wat ons betreft, te makkelijk wordt gegrepen naar de algemene reserve. Jaarlijks, ik denk dat het nu inmiddels € 60 miljoen per jaar is, krijgt het college budget mee. Wij mogen verwachten dat daarbinnen wordt gewerkt. Ja, er zijn uitzonderingen. Uitzonderingen zouden er kunnen zijn als er op initiatief van de gemeenteraad iets gebeurt en dat ook bekostigd moet worden en de wethouder dan voorstelt 'nou ja, jongens, leuk en aardig, maar dat willen we toch maar even uit de algemene reserve halen'. Maar het komt zelden of nooit voor eigenlijk, dat op initiatief van de raad zoiets gebeurt. Wat we wel vaak zien, te vaak, wat ons betreft, is een begrotingswijziging waarin een eventueel tekort uit de algemene reserve wordt gehaald.
Een begroting is op zich natuurlijk wel een dynamisch iets en een portefeuillehouder kan gewoon binnen zijn programma schuiven met gelden om een tegenvallertje hier weg te werken zonder naar de raad te komen voor een begrotingswijziging. De ene keer zal het een meevaller zijn waar je dan tegenvallers mee kunt wegstrepen. Maar er is, wat ons betreft, ook nog zoiets dat een portefeuillehouder binnen zijn eigen portefeuille kijkt 'nou ja, voordat ik naar de raad ga, wil ik toch wel even kijken of er hier of daar niet wat vrijvalt binnen mijn eigen programma's en desnoods stel ik de raad voor om een bepaalde investering dan maar niet te doen om dat tekort, of dat dreigende tekort weg te werken'. Dan kom je bijna automatisch bij de doorschuifbudgetten. Daar ergeren we ons ook al... Laat ik het anders formuleren. Wij maken ons al jaren zorgen over de doorschuifbudgetten. Misschien is het ook een idee om daar eens mee aan de slag te gaan, dat je als college zegt 'we hebben die investeringen toen voorgesteld. Nut en noodzaak blijken wat minder te zijn dan we ons hadden voorgesteld'. Daarmee kun je ook tekorten of dreigende tegenvallers wegstrepen. Dat gebeurt zelden tot nooit, voorzitter.
Wij zien nooit dat er een voorstel onze kant op komt waarin gezegd wordt 'dat zou weliswaar een tegenvaller kunnen zijn, maar door die en die maatregelen te treffen, hoeven we geen greep uit de algemene reserve te doen'. Waar leidt het toe als we kijken naar de jaarrekening? De jaarrekening. Dan kijken we toch maar weer even naar het eigen vermogen. Dat is afgenomen met € 2,7 miljoen. € 2,7 miljoen minder eigen vermogen. Daar zal voor sommige dingen best een goede reden geweest zijn. Maar wat ons betreft, is dat te makkelijk en onzorgvuldig. Dus dat vinden wij niet langer kunnen. Als we op deze weg doorgaan, zitten we binnen vijftien jaar op nul. Wij vinden nog steeds dat wij uit het verleden een fors eigen vermogen hebben en daar ook weer de voordelen van hebben, rente, et cetera. En op het moment dat je dus een begroting aangaat en je moet onderaan de streep toch een greep uit het eigen vermogen doen van € 2,7 miljoen, leef je op te grote voet, voorzitter. Dat vinden wij zeer ongewenst. Er is ook geen enkel perspectief waardoor dit mogelijk stabiel zal zijn de komende jaren, of nog beter, zal groeien. 3
Hetzelfde geldt voor de grondexploitatie. Daar zien we een verslechtering van € 1,8 miljoen. Een verslechtering van € 1,8 miljoen ten opzichte van wat we met het college hebben afgesproken als raad. 'Over 2023 gaan we dat doen, die kosten gaan we maken, die opbrengsten gaan we genereren. En dat is het'. 'Nou', zegt het college, 'we hebben gekeken, maar dat is toch niet gelukt'. En ook wat de grondexploitaties betreft, daar hebben wij al eerder wat over gezegd, vinden wij dat de wijze waarop dat nu gebeurt, de positie van de gemeenteraad ondermijnt. Dat gebeurt al met het format, de grondexploitatie zoals we die nu krijgen voorgeschoteld. Daar zaten genoeg knoppen aan waar ook de gemeenteraad iets over kon zeggen. Ik zal het ongetwijfeld ook tijdens de commissievergadering gezegd hebben, maar uitgeefbare vierkante meters ten opzichte van het plangebied, dat is een knop waar je aan kunt draaien op het moment dat dat minder wordt. Je kunt kijken naar het woningbouwprogramma. Je kunt kijken naar het bouwprogramma. Je kunt kijken naar het openbaar gebied. Je kunt kijken naar de kosten die je maakt in het openbaar gebied; gaan we een mooie brug aanleggen of doen we het af met een duiker? Al die knoppen, daar wordt nooit gebruikt van gemaakt. En wat krijg je dan? Dan krijg je inderdaad dat wordt voorgesteld om maar mee te werken aan een verslechtering van € 1,8 miljoen.
Dat doen we niet, voorzitter. Kijken we naar de bezetting, dus de medewerkers die aanwezig zijn, dan is dat aantal in 2023 met 15,2 fte gegroeid. Kijken we naar de externen – dat is in het verleden altijd een dingetje geweest en nu dreigt dat ook weer een dingetje te worden – dan is het percentage externe inhuur met 50% toegenomen ten opzichte van 2022. Dat zijn allemaal kwesties waar wij de komende tijd toch serieus naar gaan kijken, voorzitter. Wij denken dat er verbeteringen mogelijk moeten zijn. We willen dit soort situaties voorkomen. Ik heb het nu over 2023. Wij zullen dus niet instemmen met 2023 en we zullen ons de komende tijd beraden op welke verbeterslagen wij zien. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Jongsma, OGP Midden-Delfland. De heer Jongsma: Voorzitter, ik dacht, ik laat eerst de heer Roeling zijn verhaal even netjes afmaken. Hij zat er lekker in. Maar het viel mij op dat mijnheer Roeling stelde dat wij als gemeente op te grote voet leven. Dan is mijn vraag natuurlijk: op welke fronten of vlakken leven we op de grote voet en hoe zouden wij wellicht op een wat kleinere voet kunnen gaan leven? Zou u daar iets over kunnen zeggen? De heer Roeling: Ik heb natuurlijk nu puur gekeken naar het eigen vermogen en al gezegd 'er zullen zaken zijn die terecht daaruit besteed zijn, of betaald zijn vanuit het eigen vermogen'.
Ik zou voor u niet zo een-twee-drie kunnen opsommen wat nu de doorslaggevende punten waren waarom het eigen vermogen is afgenomen met € 2,7 miljoen. Maar dat is wel iets waar we de komende tijd naar willen kijken om ook met een serieus voorstel te komen en niet maar te zeggen 'we hebben het budgetrecht en we beperken het budget en je zoekt het maar uit'. Zo doen we dat ook niet. Maar we vinden wel dat het op sommige fronten beter kan, waardoor de uitname uit eigen vermogen fors kleiner zal zijn zodat we dit soort getallen niet meer tegenkomen. Dus kort gezegd, ik zou niet weten waar precies de pijn zit. Maar dat er pijn zit, is voor ons wel duidelijk. De voorzitter: Dank u wel, de heer Roeling. O sorry. U mag uw weg vervolgen. De heer Roeling: Dank u voorzitter. Afrondend. Wij zullen niet instemmen met de jaarrekening. Dat hebben we ook niet gedaan met de grondexploitaties en u kunt van ons verwachten dat we wel met wat meer detail, waar de heer Jongsma ook om vraagt, zullen komen om aan te geven waar het aan scheelt. We kunnen het aan de wethouder vragen, maar die zal zeggen 'we hebben gedaan wat de raad wilde'. Om dat nu te voorkomen, stellen we dan ook geen vragen aan het college. Dus u kunt dit beschouwen als een mededeling en een stemverklaring, voorzitter. De voorzitter: Dan wil ik nu graag het woord geven aan mevrouw Langeveld van het CDA.
Mevrouw Langeveld: In de commissievergadering heeft mijn collega de heer Van Rijs al een akkoord gegeven over de te nemen beslispunten, dus daar zal ik verder niets meer over zeggen. Vanuit het CDA hebben we nog wel een technische vraag gesteld. Ik zal even kort herhalen wat die technische vraag is, ook voor de mensen thuis. In de jaarrekening van 2023 zien we dat bij het programma 5, dat gaat over het Sociaal Domein en welzijn, een bedrag is begroot van ongeveer € 4,8 miljoen. En daar hadden wij een aantal vragen over, hoe dat bedrag is opgebouwd en wat de 4
totale kosten daarvan zijn per onderdeel. Graag wilden we ook een vergelijking met de kosten van 2022 en 2023. Ik wil het college bedanken voor de zeer uitgebreide beantwoording. Hier hebben we ook wat aan. Hier kunnen we ook echt verder mee, dus dank daarvoor. We zien onderaan in de beantwoording wel dat wij op de specialistische jeugdhulp bijna € 600.000,00 meer uit hebben gegeven in het jaar 2023 ten opzichte van 2022. Dat baart ons natuurlijk zorgen aan de ene kant. En aan de andere kant is het ook wel de landelijke tendens. We zien ook in andere gemeenten dat er forse overschrijdingen zijn. Daar zijn allerlei redenen voor te vinden, maar wij willen vanuit het CDA wel een oproep doen aan het college om waakzaam te zijn. Het is goed te lezen dat er een analyse plaatsvindt, zowel lokaal, binnen het Maatschappelijk Team, als regionaal bij het project Kostenbeheersing. De vraag die ik nog heb aan het college is: kan het college ook aangeven wanneer wij als raad op de hoogte gesteld worden van de analyse? En als er ook kostenbesparingsmaatregelen zijn of worden voorgesteld, worden die ook met ons gedeeld? De voorzitter: Dan kijk ik nu naar wethouder Voskamp voor de beantwoording van de vragen die zijn gesteld. Wethouder Voskamp: Voorzitter, volgens mij zijn er niet heel veel vragen gesteld aan mij. Ik zal straks de vraag over de jeugdhulp aan mijn collega doorgeven.
Ik haal uit de beschouwingen maar één vraag: is het college in control? Het is misschien een algemene vraag. Ik hecht er toch wel waarde aan om daar even kort op in te gaan. De heer Van der Eijk schetste het al. We hebben natuurlijk een begroting aangenomen in 2022 en nog voordat het jaar begon, is daar een begrotingswijziging op geweest die het perspectief flink negatief bijstelde. Voorzitter, we proberen zo reëel mogelijk te begroten. Dat de wereld er anders uitziet na 2022, tot op dit moment, is volgens mij ook wel evident. Als we toen hadden gezegd dat die inflatie zo gigantisch op zou lopen, als we toen hadden gezegd dat wereldzaken als oorlog en dergelijke zo van belang zouden zijn op bijvoorbeeld de instroom van vluchtelingen en dergelijke – dat hadden we dat met elkaar toen nog niet kunnen voorzien. In die zin denk ik dat we in control zijn in een veranderende wereld, in een veranderende gemeente. We hebben met elkaar – en dan wil ik toch richting de heer Roeling zeggen, expliciet met elkaar, u als raad en wij als college, de mensen buiten en de ambtenaren – hard gewerkt om hier in Midden-Delfland zo goed als mogelijk ervoor te zorgen dat het goed wonen, leven en werken is. En volgens mij, is het antwoord als we vragen 'zijn we in control?', 'ja, daar zijn we in geslaagd'. Dat het op sommige vlakken beter kan, neem ik zeker ook mee.
Maar ik wil wel aangeven dat de gemeente er goed bij ligt, financieel er gezond voor staat en dat we met elkaar genoeg werk te doen hebben voor de komende jaren. Voorzitter, op deze wijze mijn beschouwingen op de opmerkingen die ik gehoord heb. De voorzitter: Dan kijk ik nu naar mevrouw Oderwald. Die ook wil reageren op de vraag over het Sociaal Domein. Wethouder Oderwald: Ik heb een vraag gekregen van mevrouw Langeveld aangaande de ontwikkelingen in de jeugdhulp en de stijgingen die we gezien hebben en hoe we dat aan het aanpakken zijn. Zoals u weet, zullen we in dit najaar onze lokale jeugdaanpak presenteren. Daar hebben we met u al een aantal sessies over gehad. Maar jeugdbeleid gaat verder dan alleen onze lokale aanpak met ons Maatschappelijk Team en onze lokale beleidsmedewerkers. Daar werken we ook heel intensief op samen in de regio, vanuit de regiovisie die we met elkaar hebben opgesteld. We zien daar ook dat er een duidelijke aanpak is voor het beheersen van kosten. Daarvoor hebben we een aantal speerpunten vastgesteld met elkaar in de regio die we met u zullen delen in het najaar, op 25 september a.s. Daarover is een brief aan u onderweg. Ik denk dat die brief en die uitnodiging nog bij de laatste stukken van het college zullen zitten. Daar zit ook al een stuk bij dat exact daarop ingaat. En daar leest u alles wat we aan het doen zijn. Wij proberen vaart te maken.
We werken vanuit die regiovisie en dat zorgt er ook voor dat we u daarbij betrekken en u meenemen, maar dat zorgt er ook voor, omdat de besluitvorming echt zodanige urgentie vraagt en we binnen de kaders blijven, dat we daar niet daadwerkelijke debatten over voeren. Want we werken vanuit die regiovisie. Dat is mijn antwoord. De voorzitter: Dan wil ik ook graag de collega-wethouder het woord geven, mijnheer De Leede.
5
Wethouder De Leede: Ja, voorzitter. Ik wil even ingaan op een paar vragen van de heer Van der Eijk, die terecht wees op het feit dat de beheerplannen niet in het eerste halfjaar zijn afgerond. Dat klopt. Dat was, tot op het laatste moment, wel de bedoeling, vandaar dat de tekst ook is opgenomen, zoals die is opgenomen, maar het is uiteindelijk niet gelukt. Dus het klopt, dat dat niet voor elkaar gekomen is, zoals de bedoeling was. Daar komen we natuurlijk direct na het reces op terug omdat er ook samenhang is met de begroting want de beheerplannen werken natuurlijk ook weer door naar de komende jaren. Zijn tweede opmerking ging erover dat budgetten doorschuiven ook vaak tot kostenverhoging leidt. Dat is natuurlijk ook een concreet, juist punt omdat doorschuiven in een tijd van prijsstijgingen leidt tot kostenverhogingen. En dat moeten we inderdaad, waar mogelijk, zien te voorkomen. Het derde punt, waar hij mij ook in de commissie op wees, was het onderzoek naar de doseerinstallaties. Daar ben ik natuurlijk meteen ingedoken, dat heeft hij goed begrepen. Dat onderzoek is er inderdaad, dus dat kan ik ook ter hand stellen aan de leden van de raad. Alleen zijn er nog geen conclusies aan verbonden.
Daarom was het ook nog niet op de bestuurlijke tafel verschenen, want aan de hand van dit onderzoek moeten we dus een afweging maken 'wat zijn kansrijke oplossingen die uit dat onderzoek voortkomen en wat zijn minder kansrijke oplossingen?' Dus het onderzoek kan ik u ter beschikking stellen, maar er is nog geen bestuurlijke conclusie aan verbonden. Dat even naar aanleiding van zijn vragen. De voorzitter: Daarmee sluit ik deze eerste termijn af en vraag ik wie er voor de tweede termijn ook nog ruimte vraagt. De heer Van der Eijk, de heer Jongsma. Dan hierbij geef ik het woord aan de heer Jongsma van de OGP Midden-Delfland. De heer Jongsma: Voorzitter, ik dacht, ik sla de eerste termijn even over om te horen wat er allemaal gezegd wordt, ook qua reactie vanuit het college. Ik hoor inderdaad een paar partijen, de VVD en Mijn Partij, zeggen 'zijn we wel in control?' Ik denk over het algemeen, als we het stuk lezen, dat we wel in control zijn als gemeente en als college. Alleen ben ik het er wel mee eens dat wij heel kritisch moeten zijn. Want van dit document, de jaarrekening over 2023, hebben we in de begrotingsbehandeling 2022 ook al gezegd 'pas op met al die doorschuifprojecten, want we moeten het allemaal wel aankunnen'. Nu lijkt het ook wel alsof we alles in de tweede helft van 2024 gaan doen.
Ik denk dat de zomer een mooi moment is om even heel kritisch te kijken; wat moet er allemaal nog gebeuren? Wat hebben we tot dusver allemaal beloofd? En kom alsjeblieft met een realistische planning en gebruik die dan ook meteen voor het opstellen van een begroting en leer daarvan voor 2025. Want ja, het is wel heel erg ambitieus en de heer Roeling gaf al aan 'daarvoor hebben we waarschijnlijk al vijftien mensen extra moeten inzetten'. Ik denk dat dat ook zomaar kan, want er moet ook veel werk verzet worden. Dan is straks de vraag, maar daar hebben we het bij de kadernota over, 'willen we dat? Willen we wat extra handjes hebben om alles ook daadwerkelijk uit te voeren?' Verder hoor ik dat inhuur met 50% is toegenomen. Ik denk dan 'zo gek is dat niet', als er zo weinig goede mensen aan te trekken zijn, heb je automatisch misschien meer mensen nodig voor inhuur om dat voor elkaar te krijgen. De vraag is: willen we zoveel inhuren? Dat is misschien ook wel een leuke vraag om bij de kadernota mee te nemen. Zo hoor ik toch veel dingen waarvan ik denk 'echt handig om dat straks mee te nemen, want we zitten nu nog bij het verleden en het heden slaan we even over, maar straks bij het volgende agendapunt gaan we naar de toekomst'. Ik denk dat we nog wel een aantal lessen kunnen leren uit de jaarrekening die nu voorligt.
Maar voor ons is het in ieder geval een document waar we heel veel uit kunnen leren. Het is een financieel document dat klopt. Dat heeft de accountant ook onderbouwd, dus voor ons is het in ieder geval een stuk om positief op te besluiten. De voorzitter: Dan wil ik nu graag het woord geven aan de heer Van der Eijk van de VVD. Aan u het woord. De heer Van der Eijk: Dank, ik heb volgens mij een paar concrete toezeggingen gekregen van het college, waarvoor dank. Die beheerplannen verwacht ik dan in september en dan zijn waarschijnlijk wel de inzichten en vooruitzichten voor volgend jaar daarin verwerkt. Of er komen eens wat keuzeopties waarmee de raad dan kan instemmen met een lager beheerniveau om binnen om de begrotingsdoelstellingen die we volgend jaar krijgen te passen. Daar moet bezuinigd worden of er moeten middelen worden omgebogen. Daar komen we natuurlijk zo meteen bij de kadernota ook 6
op terug, maar dat hangt natuurlijk wel aan elkaar. Als we deze beheerplannen een halfjaar geleden hadden vastgesteld, met een rooskleurig vooruitzicht, dan hadden we misschien andere normen gesteld. Dat neemt niet weg dat natuurlijk uiteindelijk onze inwoners en de gebruikers van die buitenruimte er de dupe zijn van zijn dat het onderhoud daar minder wordt, of een lager niveau zal hebben, als de raad daarmee akkoord gaat. Je kunt wel voor opties kiezen als 'net zo goed onderhoud voor minder', maar je hebt goed, snel en goedkoop en dan gaan er altijd maar twee opties samen. Laat ik dat dan aan het college meegeven in dezen. Een onderzoek zonder de bestuurlijke conclusie, dat is wel iets waar ik graag mijn vingers op zou willen leggen, voorzitter. Dus ik zou graag van dat aanbod van de wethouder gebruikmaken. Want misschien kan de VVD dan haar eigen conclusies daaruit trekken en die dan naast de conclusies leggen waar het college mee komt. Dat zou wel leuk zijn voor een debat. Dus daar kijk ik naar uit. Wat de beslispunten die hier worden gevraagd betreft. Ja, cijfermatig kunnen wij akkoord gaan daarmee, net als de accountant. Beleidsmatig vinden wij het toch te mager voorzitter. Dus u kunt dat zien als een stemverklaring. Wij stemmen cijfermatig in, maar beleidsmatig is het een vijfje voor de VVD en dan kunnen wij helaas op dat punt niet instemmen.
Dus dat kunt u noteren als stemverklaring. De voorzitter: Ik kijk even rond. Dit betekent dat de heer Voskamp hierop het laatste woord heeft en hierbij het woord krijgt. Wethouder Voskamp: Voorzitter, ik wil nog even reageren op de doorschuifbudgetten zoals de heer Jongsma die aankaartte en waarover natuurlijk wel vaker hier in de raad sprake is geweest. Volgens mij zetten we in, met elkaar, ook weer, op die doorschuifbudgetten. Sommige doorschuifbudgetten zijn nu eenmaal gewoon over meerdere jaren verdeeld en moeten doorgeschoven worden, omdat het project niet in een keer klaar kan zijn. We hebben ook afgesproken in de Auditcommissie dat we ons wat strikter aan de verordening zullen houden. Dat wij een aantal keer doorschuiven en dat we weer terug laten vallen, dus daar zullen we ook scherp op zijn. Even uit mijn hoofd gezegd, is dat twee keer. Dat hebben we ook gedaan. We hebben al gekeken naar de doorschuifbudgetten en op die manier schuiven we al niet meer 100% door, maar juist al beperkt. Maar ik wil ook benadrukken, en dat blijf ik toch ook maar doen, dat we met die doorschuifbudgetten, met die budgetten die we daarvoor hebben, goede dingen voor de gemeente willen doen. We willen daarmee gewoon de dingen doen die nodig zijn. Als we een brug moeten vervangen, dan kunnen we kiezen hoe we dat doen. Maar uiteindelijk moet die wel vervangen worden.
En als dat dit jaar niet gebeurt, dan misschien wel volgend jaar. Maar we ontkomen er niet aan dat we dat binnen een aantal jaar ook daadwerkelijk doen. Dus ik wil ook aangeven dat die doorschuifbudgetten niet alleen maar een negatieve klank hebben maar juist ook een manier zijn waarop we kritisch kijken naar onze investeringen. Als we het dit jaar nog niet hoeven te doen… De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Scholtes van D66. De heer Scholtes: Ik hoorde de wethouder heel verstandige dingen zeggen, voorzitter, maar op één ding sloeg ik even aan, namelijk dat 'als we een brug moeten vervangen en we hebben het in de begroting staan, dan moeten we dat doen'. Dat klopt. Maar als we nu al weten dat we het dit jaar niet gaan halen en dat we het volgend jaar niet halen, is het dan niet veel verstandiger om een budget te reserveren voor over twee jaar of over drie jaar? De voorzitter: Dank u wel en hierbij geef ik het woord weer aan de heer Voskamp ter beantwoording. Wethouder Voskamp: Voorzitter, de heer Jongsma riep ook op om kritisch te kijken naar de budgetten die er zijn.
Ik denk dat u een terecht punt heeft als u zegt 'als we zeker weten dat we het niet doen, zouden we het dan niet op een andere manier moeten aanpakken en misschien de budgetten terug moeten laten vallen?' De vraag is natuurlijk altijd: hoe zeker weten we het? De voorzitter: Ik zie opnieuw een interruptie. En u mag opnieuw het woord. De heer Scholtes: Voorzitter, misschien loop ik al een klein beetje vooruit op twee agendapunten verder. Dus het eerstvolgende bespreekstuk. Maar zou het niet verstandig zijn – want we hebben 7
in het verleden geleerd dat we vaak denken dat we het gaan doen volgend jaar, maar het er vaak niet van komt – dat we het misschien toch anders inplannen en kijken 'is het echt reëel dat we het gaan doen? Of niet?' We lopen al heel wat jaren tegen die doorschuifbudgetten aan. Is het niet verstandiger om te zeggen 'we verwachten niet dat we het gaan doen, dus we zetten hem op een jaar later, of nog een jaar later'? De voorzitter: Ik geef wederom het woord aan de heer Voskamp. Wethouder Voskamp: Ja, voorzitter. Met het risico dat ik een vraag probeer te beantwoorden die niet gesteld is, of dat ik een kant op ga die niet de bedoeling is, maar ja, daar gaan we kritisch naar kijken. Maar volgens mij zit het probleem erin dat als we weten dat we het volgend jaar niet doen, het maar onzeker is of we het het jaar daarna doen. Misschien moeten we er juist voor kiezen om zo'n budget dan terug te laten vallen en vrij te laten vallen en zeggen 'we halen het helemaal uit de productraming'. Alleen, dat wil niet zeggen dat we het niet gaan doen. Dat betekent dat we er dus later op terug moeten komen, op het moment dat we het wel gaan doen. Daarmee lijkt het een heel mooie besparing te zijn, maar het is misschien maar een besparing op één of twee jaar, want daarna komt het gewoon netjes terug en gaan we het uitvoeren.
Dan wordt die brug vervangen en dan hebben we de kapitaallasten in het jaar erop gewoon te verwerken in de begroting. Dus voorzitter, ik wil zeker zeggen dat we daar kritisch naar gaan kijken, misschien inderdaad vooruitlopend op het volgende agendapunt dat we gaan bespreken. Het is het waard om er kritisch naar te kijken, maar ik wil ook daarmee aangeven dat we die budgetten niet voor niets hebben geraamd en dat we ons best doen om dat gewoon uit te geven omdat dat goed is voor de gemeente. Laten we elkaar daarin scherp houden, om te kijken wat we kunnen afwaarderen, als het mogelijk is, en misschien door extra inzet juist te zorgen dat we het ook uitgegeven krijgen. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Voskamp en daarmee is ook de tweede termijn afgerond en gaan wij na deze beraadslagingen over tot besluitvorming. Waarbij ik een stemverklaring van Mijn Partij en een stemverklaring van de VVD heb gehoord, waarbij cijfermatig akkoord is gegaan en beleidsmatig een stemverklaring is afgegeven. Daarbij geef ik nu de gelegenheid om uw stem uit te brengen. En ik zie 13 stemmen positief en 4 negatief en daarmee is het voorstel aangenomen. Het voorstel wordt aangenomen met stemmen tegen van de fractie van Mijn Partij.
4.
Voorstel tot vaststellen van Tweede periodieke begrotingswijziging 2024
De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 4 Voorstel tot vaststellen van Tweede periodieke begrotingswijziging 2024. Het Voorstel tot vaststellen van Tweede periodieke begrotingswijziging is als hamerstuk door de commissie doorgeleid. En bij dezen heeft de raad hiermee ingestemd.
5.
Voorstel tot vaststellen van Kaderbrief 2025-2028
De voorzitter: Dan gaan we over tot agendapunt 5, Voorstel tot vaststellen van Kaderbrief 20252028. Aan de orde is de Kadernota 2025-2028. En dit document bevat het meerjarenbeeld en stelt kaders en uitgangspunten voor die bij uitwerking leiden tot de Begroting 2025. Hiermee is het dus voor de raad een belangrijk sturend voorstel. En de volgende besluiten liggen voor: a. Het vaststellen van de Kadernota 2025-2028 en b. Het college de opdracht te geven om in lijn met en conform de kaders van de Kadernota 2025-2028, de Begroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2028 op te werken voor besluitvorming richting de Begrotingsraad in november. Wie wil hierover het woord voeren? Ik wil als eerste het woord geven aan de heer Vieira van D66. De heer Vieira: Voorzitter en mederaadsleden, het is fijn dat we hier bij elkaar zitten om dit onderwerp te bespreken zo vroeg in het jaar, zodat we in ieder geval weten waar we naar vooruitblikken naar de toekomst, iets wat we in het verleden niet deden. Dus goed dat we dit gepland hebben vanavond. Dank ook aan de ambtenaren en iedereen die gewerkt heeft aan de kadernota, kortom, het ordenen van allerlei zaken vanuit de meicirculaire en nog heel veel andere financiële zaken, zodat we een goed beeld hebben van wat we kunnen verwachten. Die verwachtingen zijn als we naar het meerjarenperspectief kijken, helaas niet al te positief.
Sterker nog, we zien in 2026 een flinke dip. Dat zien alle gemeenten, maar dat betekent wel dat we daarop moeten anticiperen. Ik kom straks even terug op hoe wij dat voor ons zien.
8
Wat ons betreft, en ik denk misschien ook wat vele anderen betreft, en eigenlijk is het ook de wet en moeten we ons natuurlijk houden aan de wettelijke taken, doen we ook geen concessies op het gebied van digitale veiligheid. Gegevens van onze inwoners moet gewoon veilig zijn. En wat ons betreft staan we klaar voor onze inwoners die het moeilijk hebben. Er kwam naar voren dat de dienstverlening in de gemeente op een kritisch niveau zat. We moeten gewoon door blijven werken om dat op peil te houden. De bereikbaarheid van onze kernen staat onder druk en wat ons betreft, moeten onze inwoners die in armoede leven of het moeilijk hebben altijd mee kunnen doen. Dus wat ons betreft, zetten we gewoon in op die lijn, op die doelen. Als je inzet op die doelen, dan vloeit er van alles uit voort. In het vorige agendapunt werd er gesproken over inhuur of personeel. Dat is dan niet een doel, maar een middel. Op het moment dat je dan naar een overschrijding neigt, is het natuurlijk wel goed dat het college ons inzicht geeft 'beste raad, u heeft ons dit doel of deze doelen meegegeven, maar wij kunnen dit alleen maar bereiken door bijvoorbeeld extra inhuur, of niet, of minder'. Wij verwachten wel van het college dat het inzichtelijk maakt, als er overschrijding is, waarom dat is, om dat doel te bereiken. Dan kunnen wij als raad altijd nog aangeven 'dan maar een concessie doen aan het doel'.
Maar wat ons betreft, zijn de doelen leidend en is trouwens ook het coalitieakkoord en het addendum dat daarna eraan toegevoegd is, leidend bij het uitvoeren van de totale koers. Het ging in het vorige punt ook over het ramen van budgetten. Ik denk dat ik niet zal herhalen wat allemaal eerder al gezegd is door collega's. In het besluit is trouwens gezegd 'kunt u instemmen met het besluit en met wat hier voorligt?', maar daar zou ik graag wat aan willen toevoegen. Er werd en wordt hier van alles gezegd, bij het vorige agendapunt, maar ook nu, over het ramen van budgetten. Dus ik zou graag willen dat die punten ook meegenomen worden, zonder dat we daar per definitie een addendum of een amendement of een motie aan hoeven toe te voegen. Dat is de oproep aan het college en iedereen die hieraan werkt. Dat even wat betreft de punten die wij zouden willen meegeven wat betreft de eerste termijn. Maar in de basis staan wij gewoon heel positief tegenover hetgeen wij voorgeschoteld krijgen. We willen instemmen met de punten zoals die hier in de kadernota staan. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik nu vervolgens het woord geven aan de heer Van Lier. Aan u het woord. De heer Van Lier: Ik wil ook positief beginnen, want we zijn blij dat we dit document nu al hebben liggen, dan kunnen we ook sturen en dan weten we waar we staan. Dus positief dat we een stuk hebben.
Hoe we ervoor staan in november, daar hebben we echt een aardige kluif aan. Dat geldt in ieder geval voor de ambtenaren, maar ook voor ons hier, om te bekijken wat de opties zijn en voor het college, bij het bekijken wat de mogelijkheden zijn. Dus dat zal nog een flinke opgave worden. Dus daarmee kunnen we met de kadernota instemmen over hoe het erbij staat, alleen hebben we ook wat punten erbij die ons opvielen. Er wordt niets over nieuw beleid gezegd en nieuw beleid kost ook geld of je moet ombuigen. We hebben dan ook een vraag aan het college: klopt het dat in deze kadernota geen nieuw beleid meegenomen is? Iets dat ons opviel, wat nog niet in de kaderbrief verwerkt is – de brief zat er wel bij – de VNGbrief. Ik heb dat ook in de commissie al benoemd. De VNG geeft advies, 'je moet dat niet doen, maar denk hieraan'. Het advies van de VNG was 'kijk waar je geld van de rijksoverheid voor krijgt'. Bijvoorbeeld het Sociaal Domein. Dat is van de overheid naar de gemeente gegaan en daar krijgen we een budget voor, dat is ook hartstikke nodig zoals ook al door D66 gezegd, bij bepaalde dingen moet je mensen ook helpen. Maar als je daarnaar kijkt – en dat was ook de vraag van het CDA over de € 10,6 miljoen – zijn dat gigantische bedragen voor een klein stukje van onze inwoners. Je kunt niet zonder, maar laten we nou toch eens serieus naar die bedragen kijken.
Zeker als de rijksoverheid zegt 'gemeenten, doe dat, ik geef alleen het geld ervoor'. Dat is even de conclusie. Het is een opgave. Ik heb zelf te weinig verstand van hoe en waar, maar als ik de VNG-brief lees, is dat een beetje wat de VNG adviseert. In de commissie is al aangegeven, wij gaan voor de optie voor een sluitende begroting voor 2025. Dat is dus niet smeren, maar gewoon volgend jaar proberen op nul uit te komen. In het vervolg van de commissie, we hadden het daar over de toeristenbelasting en daar werd een koppeling met PUUUR gelegd, maar toeristenbelasting is voor de toerist. Dat kan een bankje zijn, maar ook een fietspad. Als we moeten bezuinigen, bijvoorbeeld op onderhoud van fietspaden, kun je ook zeggen 9
'van die € 100.000,00 van toeristenbelasting gaan wij een paar mooie fietspaden aanleggen en een paar mooie paddenstoelen neerzetten met 'eettentje hier, restaurantje daar'.' Dat zou ook nog best kunnen, dus neem die suggestie mee qua ombuigen van budget. We hebben toen er toeristenbelasting ingevoerd werd, zelfs nog een motie ingediend, die heeft het helaas niet gered, om het wat meer te verhogen. Want als je ziet wat het opbrengt valt het nog mee ten opzichte van de kosten. Dus kijk serieus of de toeristenbelasting nog wat omhoog kan. Dan kun je het ook gewoon goed uitgeven. Want eigenlijk, als je het goed bekijkt, kost PUUUR nu meer dan de toeristenbelasting oplevert. En het laatste punt. Kijk even naar nut en noodzaak van de bijdrage aan PUUUR want als er € 100.000,00 staat in de begroting voor volgend jaar, dan gaan we aardig stijgen. We roepen al jaren 'we moeten naar PUUUR kijken' en om nu zomaar weer € 100.000,00 te geven, dat gaat er bij ons denk ik niet zo in. Er moet een goede onderbouwing komen, wat willen we? Wat gaan we doen? Zeker als ik naar de kadernota kijk, dan is het een hoop geld dat we uitgeven aan een soort social media en het branden van een merk. Tot zover eigenlijk mijn eerste reactie op de kadernota. De voorzitter: Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Gebben van de VVD.
De heer Gebben: Graag willen wij ook beginnen met een woord van dank aan onze ambtenaren en aan het college voor deze uitgebreide kadernota. Na een stroef begin wat betreft het werken met een kadernota, is het nu eindelijk op een niveau waar wij als raad op hebben aangestuurd en daarvoor dank. De VVD constateert dat het college in deze kadernota een realistisch beeld schetst. Het overallbeeld dat opdoemt, is helder: we stevenen af op een fors structureel financieel tekort, waar bezuinigingen onvermijdelijk zijn. We zien verder dat in de kaderbrief gelukkig goede uitgangspunten staan, zoals bijvoorbeeld dat het coalitieakkoord wordt gebruikt als uitgangspunt, dat het college geen gebruik zal maken van de algemene reserve voor de structurele lasten en dat het college een beperkte ontwikkeling van de lastendruk voor onze inwoners, verenigingen en bedrijven voorstaat. De VVD is verheugd dat te zien en blij dat het college ingezet heeft op een lijn die overeenkomt met een lijn waar wij ook voor staan, die van financiële degelijkheid. Zoals reeds gezegd, voorzitter, de gemeente Midden-Delfland moet bezuinigen, te beginnen in 2025 met € 1,2 miljoen. De jarenlang gekoesterde hoop dat het rijk wel zou bijspringen wat betreft de verwachte tekorten, is grotendeels als een zeepbel uit elkaar geklapt en zelfs op zodanige wijze dat de verwachte tekorten er al in 2025 zijn.
Veel partijen hebben in de commissie reeds aangegeven het liefst te zien dat we gaan werken met een begroting voor 2025 die sluitend is en daar sluit de VVD zich graag bij aan. Ook het college geeft aan dit te gaan proberen. Een harde toezegging hierover staat echter niet in de kadernota en dat laat ruimte. Wat uit de kadernota tussen de regels door wel naar boven borrelt, is dat het college die ruimte ook lijkt te gaan pakken. Als je namelijk goed leest, stelt het college eigenlijk dat de kans groot is dat een sluitende begroting in 2025 niet zal lukken en dat wij als gemeente daarom moeten gaan voor de next best thing en dat is een sluitende meerjarenbegroting. Ergens begrijpt de VVD wel dat het college deze winstwaarschuwing in de kadernota heeft opgenomen, maar hierin schuilt wel een gevaar. Door dit voorbehoud te maken, kunnen lastige beslissingen nog wel even op de lange baan geschoven worden, misschien in de hoop dat het financiële tij nog zal keren of omdat het makkelijker toerekenen is als je wat meer tijd hebt. De VVD is daar geen voorstander van en vindt dat zoveel als mogelijk nu een start moet worden gemaakt met bezuinigingen. Bezuinigingen zijn nooit leuk, maar bieden ook een kans. Het biedt een kans om veel uitgaven eens kritisch tegen het licht te houden en orde op zaken te stellen. Onder druk wordt immers alles vloeibaar.
In het vorige agendapunt is daar al een aantal goede suggesties voor gedaan en gelukkig gaat ook Mijn Partij u helpen, dus dat is heel fijn. De kadernota werkt met zogenaamde A- en B-mutaties. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Vieira, D66. De heer Vieira: Ik zou graag verduidelijking willen hebben op het punt van 'er moet schoon schip gemaakt worden', ik weet niet meer exact hoe het gezegd werd, maar het ging over op een aantal punten goed met de bezem erdoorheen. Welke suggesties heeft de VVD hiervoor zodat de raad dit weet? 10
De voorzitter: Ik geef het woord aan de heer Gebben. De heer Gebben: Mag ik die even parkeren? Want daar kom ik straks op terug. Ik ben nog een beetje in mijn inleiding. En als u dan nog vragen heeft, bent u hartelijk welkom om die te stellen. De voorzitter: Ik stel hierbij dan ook voor dat u allereerst uw betoog afmaakt en dat daarna dan een interruptie mogelijk is. De heer Gebben: Zoals ik al zei, wordt er gewerkt met A- en B-mutaties. En dat maakt het best lastig, want de A-mutaties zijn al bekende uitgaven en de B-mutaties zijn ook uitgaven, maar daar zit alleen nog geen bedrag aan gekoppeld. Door deze B-mutaties is ons vermoeden dat het tekort misschien nog wel groter is dan nu wordt geschetst. Even kijken hoor. O ja. Door het college is nu al geschetst dat deze B-lijst geen keuzelijst betreft, maar dat het eigenlijk gewoon vaste uitgaven zijn waarvan de hoogte alleen niet is vastgesteld. Voor de VVD zou het wenselijk zijn als al deze uitgaven wel in de komende begroting worden opgenomen. Zodat wij als raad een reëel beeld krijgen van de daadwerkelijke financiële stand van zaken. Nu is het eigenlijk onmogelijk in te schatten hoe groot het financiële gat daadwerkelijk is. Ook is nog niet helder uiteengezet waar het college bezuinigingen denkt te gaan vinden en wat deze voor mogelijke consequenties zullen hebben.
Graag zien wij dit in de begroting van november beter uitgewerkt. We hadden graag wat keuzemogelijkheden gekregen, maar de wethouder heeft in de commissie al aangegeven dat dit er niet in zit en dat is jammer. Graag zien wij echter wel dat bij de begroting wordt aangegeven welke keuzes zijn gemaakt door het college en waarom. Ook zien wij graag de afwegingen en de afgewogen alternatieven vermeld, inclusief de voor- en nadelen. Voor zowel korte als lange termijn. Wij zijn in ieder geval blij dat het college in zijn zoektocht naar geld de lijn gaat volgen volgens het credo dat de VVD al jaren bezigt, niet penny wise, pound foolish, en goed gaat afwegen of keuzes niet leiden tot onherstelbare problemen of op de lange termijn geen zeer negatief effect hebben. Ik hoor iedereen al denken, was mijn volgende zin, maar dat heeft de heer Vieira al aangegeven, 'waar denkt de VVD zelf die bezuinigingen eigenlijk te vinden?' Wij delen eigenlijk wel de mening van Mijn Partij en de mening van de VNG, dat je die moet halen waar de kans het grootst is om met een procentueel geringe korting het meeste resultaat te behalen. Dat is bij onze grootste kostenpost en dat is het Sociaal Domein. De grip op de kosten is al jaren beperkt. Nu is misschien wel het juiste moment om daar wat aan te doen.
Niet alleen wij, maar alle gemeenten krijgen te maken met bezuinigingen en ook zij zullen zeker gaan kijken naar het Sociaal Domein. Dus college, smeed het ijzer als het heet is. Hoe vervelend dit ook is bij een delicaat terrein als het Sociaal Domein. De wal keert misschien nu het schip. Als we nu proberen zaken in ons voordeel te veranderen, is op lange termijn harder ingrijpen misschien te voorkomen. Wij verwachten van het college dan ook voorstellen voor hoe bezuinigingen hier gerealiseerd zouden kunnen worden. In het najaar spreken wij over het nieuwe jeugdbeleid. Om het college te helpen, zouden we dan ook echt een keer een debat willen voeren over wat de daadwerkelijke invulling is die wij als gemeente geven. Doen we wat we moeten doen? Of doen we meer? Wat is eigenlijk wettelijk verplicht en wat niet? En willen we wat wij niet per se moeten doen, eigenlijk wel aanbieden, of kan dat wel wat minder? Zonder goed zicht daarop is het voor ons niet duidelijk welke keuzes er zijn. De VVD vraagt hier al jaren om. Nu speelt deze vraag meer dan ooit. Laten we nu op dat terrein eens doorpakken. Wij vragen dan ook aan het college ons dit overzicht nu eindelijk eens aan te leveren en ons een mogelijkheid tot het maken van keuzes te geven. Ik wil hierbij ook herinneren aan de constatering van de Commissie der Wijzen uit 2021.
Die stelt dat jeugdhulp niet is bedoeld voor alledaagse problemen die nu eenmaal horen bij opvoeden en opgroeien, iets waar wij kortgeleden ook OGP Midden-Delfland vragen over hoorden stellen. Verder roepen wij het college op om te stoppen met het steeds verder laten uitdijen van het Maatschappelijk Team. Al jaren dijt dit namelijk langzaam uit, zonder dat dit tot aanwijsbare reductie van de kosten leidt. In 2019 zijn er ten behoeve van het Reddingsplan Sociaal Domein tijdelijk twee fte toegevoegd aan het Maatschappelijk Team. Tijdelijk is vast geworden en ook in deze kadernota wordt nog eens om 0,75 fte voor het Maatschappelijk Team gevraagd. Naast het kijken naar het Sociaal Domein, lijkt het de VVD ook verstandig om met dezelfde bril eens naar andere grote, gemeenschappelijke regelingen te kijken, zoals de H5 en de ODH. Het is 11
belangrijk te inventariseren wat zij kunnen doen om te bezuinigen. Wij zien ook graag, en dat is nu extra belangrijk, dat er een gedegen financieel overzicht komt ten aanzien van de stand van zaken met betrekking tot de ontwikkelingen van het asielzoekerscentrum. Gelukkig komt het college na het reces met een aparte begroting/financieel overzicht voor het asielzoekerscentrum. Dat is oké. Graag krijgt de VVD dan een overzicht van de reeds gemaakte kosten, de nog te verwachten kosten en de te verwachten opbrengsten. Tevens zien we daarbij graag vermeld welk deel, als niet alles, wij terugkrijgen van het rijk. Nu hebben we een deel voorgefinancierd. Het zou goed zijn dat wij als raad inzicht krijgen in welke kosten er nog komen en wat het uiteindelijke saldo zal zijn. Als we gaan bezuinigen, vinden wij het van groot belang dat wij blijven vasthouden aan onze identiteit. Midden-Delfland is bijzonder en dat moet ook zo blijven. Onze gemeente is opgericht met als extra bestuurlijke opdracht te waken over het cultuurlandschap binnen de sterk verstedelijkte Randstad. Van deze taak kwijten wij ons goed, maar deze taak drukt ook op onze financiën. Wij zijn het eens met de constatering dat wij ook van meerwaarde zijn voor de ons omringende, verstedelijkte gemeenten. Groen-blauw is daarmee van economische waarde.
Het lijkt ons dan ook logisch de economische en maatschappelijke opbrengsten van het landschap meer te verwaarden. Initiatieven van het college op dit terrein juichen wij dan ook toe. Naast ons landschap is ook het prettige, sociale leefklimaat in onze dorpen en buurtschappen van groot belang. Bezuinigingen mogen niet leiden tot aantasting hiervan. Wij ondersteunen dan ook de opmerkingen die in de kadernota hierover worden gemaakt. Het college geeft aan – en dit is tot slot – naar een beperkte ontwikkeling van de lastendruk voor onze inwoners, verenigingen en bedrijven te streven. Daar zijn we natuurlijk blij mee. Wij vragen ons echter wel af hoe standvastig het college hierin zal zijn, mocht de financiële situatie verslechteren. Wij hopen dat het ook dan zal vasthouden aan een geringe stijging van de ozb van 3%. Grote vrees voor de VVD is dat het college bij verdere tegenvallers toch naar de ozb gaat grijpen om het gat te vullen. De ozb gebruiken als pinautomaat van de gemeente lijkt ons geen goed idee. Hier wil ik het voor nu bij laten, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Dat betekent dat ik nu het woord graag wil geven aan mevrouw Koppert van de OGP Midden-Delfland. Mevrouw Koppert: Dank aan – daar begin ik mee – het college en alle ambtenaren voor het opstellen van deze Kadernota 2025-2028.
Een mooi overzicht met daarin de ontwikkelingen en opgaven waar wij de komende tijd en jaren als gemeente voor komen te staan. En ik moet zeggen dat de VVD mij hier en daar al wat gras voor de voeten heeft weggemaaid, dus we zitten een beetje in dezelfde lijn, maar ik ga het toch benoemen. Vandaag nemen wij als raad de kaders door die we aan het college mee willen geven voor de begroting die we later dit jaar gepresenteerd krijgen en waar we dan vervolgens over debatteren. Voor de OGP Midden-Delfland is het allerbelangrijkste dat we het coalitieakkoord samen met het addendum realiseren. Dat is dus ook leidend voor onze uitgangspunten. Dat betekent dat de afspraken die we met elkaar hebben gemaakt, terug te zien moeten zijn in de Begroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2028. Echter, als we kijken naar de kadernota zoals deze is opgesteld door het college, dan zien we geen goede cijfers voor de gemeente Midden-Delfland. Al in 2025 zal er een tekort zijn voor ruim € 1 miljoen en dan houden we nog niet eens rekening met de ontwikkelingen die op ons pad zullen komen, maar waar wij als raad nog geen besluit over hebben genomen, die zogenaamde B-lijst. Houden we daar wel rekening mee, dan kunnen we te maken krijgen met een tekort dat in 2025 oploopt naar € 3,6 miljoen. Een heel groot bedrag dat we niet een-twee-drie kunnen oplossen.
Het is wrang dat een deel van deze afspraken, de afspraken genoemd in het addendum op het coalitieakkoord, nog niet verwerkt is in de A-lijst, maar dat deze grotendeels in de B-lijst zitten, wat dus eigenlijk inhoudt dat we geen geld hebben voor het realiseren voor een deel van de afspraken die we hebben staan in het coalitieakkoord. Wat de OGP Midden-Delfland betreft een onwenselijke situatie. En dan zijn er natuurlijk twee opties. De heer Gebben gaf ze al aan: een sluitende Begroting 2025 of uiterlijk in 2028 een structureel sluitende begroting hebben. Voor de OGP Midden-Delfland geldt dat wij gaan voor een sluitende begroting in 2025. Sluitend omdat de ontwikkelingen in de wereld op dit moment niet voorspelbaar lijken te zijn. Ik zie dat ik een interruptie krijg.
12
De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gebben, VVD. De heer Gebben: Misschien ben ik wat vroeg, maar ik hoor de OGP Midden-Delfland zeggen 'wij willen graag de dingen die in het addendum van het coalitieakkoord staan, uitgevoerd hebben en daar is nog geen geld voor gereserveerd'. Kan ik daaruit concluderen dat als ze toch een sluitende begroting willen, wat de OGP Midden-Delfland zojuist aangeeft, dat ze dat gaan doen en dan ergens anders op bezuinigen? Waar gaan ze die bezuinigingen dan vinden? Of ben ik te vroeg? Of begrijp ik mevrouw Koppert niet helemaal goed? De voorzitter: Dank u wel mijnheer Gebben en daarop geef ik uiteraard het woord aan mevrouw Koppert. Mevrouw Koppert: Voorzitter, als antwoord op de vraag van de heer Gebben: wij vinden het coalitieakkoord leidend, met het addendum dat erbij zit. En dat betekent dus wellicht bezuinigen op andere punten en posten. En waar er dan op bezuinigd moet worden? Dat is iets waarover we hopen de komende maanden met elkaar in discussie te kunnen gaan in de begrotingsbesprekingen die we in november krijgen. Ik hoop dat ik hiermee voldoende antwoord heb gegeven. Zoals ik al net zei, wil de OGP Midden-Delfland graag een sluitende begroting in 2025. Sluitend omdat de ontwikkelingen in de wereld op dit moment niet voorspelbaar lijken te zijn. Maar een begroting sluitend maken, betekent ook keuzes maken.
Keuzes die pijn gaan doen. Daar zeg ik al iets erover. Die pijn mag echter niet te voelen zijn voor de kwetsbaarste inwoners van MiddenDelfland. De armoedecijfers mogen niet stijgen wat de OGP Midden-Delfland betreft. Ook moet er, daar waar nodig, ondersteuning zijn voor inwoners, jong en oud, maar dat betekent niet dat wij alles maar doen waar om gevraagd wordt. Wij zijn dan ook blij dat er in het najaar een nieuw jeugdbeleid komt, evenals een nieuw participatie- en re-integratiebeleid. Ook zijn we het er niet mee eens dat de ozb meer kan stijgen dan 3%. 3% is wat de OGP MiddenDelfland betreft, een harde grens en een harde lijn. De afvalstoffenheffing moet ook, net zoals de rioolkosten, kostendekkend zijn, niet winstgevend. Dat betekent alsnog voor onze inwoners waarschijnlijk een kostenstijging van 8%. We zijn dan ook heel blij dat we een beleid krijgen op het gebied van afval waarmee de grootste vervuiler ook het meest gaat betalen. Maar ja, hoe vind je dan wel geld voor een sluitende begroting? Zoals we in de commissievergadering al hebben gezegd, willen we dat er fundamentele keuzes gemaakt worden. Niet een besluit op conto van een A- of een B-lijst, of, zoals we begin vorig jaar gedaan hebben, een keuzelijst waarin we vervolgens geen keuzes gemaakt hebben waardoor we vervolgens leken af te stevenen op een groot tekort.
Wij zien dan ook graag dat we de kaasschaafmethode niet hanteren. Dus niet overal een beetje minder, maar maak echt fundamentele keuzes. Dat kan zijn 'out of the box'-denken, met minder personeel hetzelfde willen doen en gebruik maken van AI, minder inhuur van externen, maar ook 'hoe kunnen we als gemeente meer inkomsten genereren?' Daarnaast geldt dat bij het maken van de keuzes helder moet zijn waar wij het gemeenschapsgeld aan besteden. Wat levert iets op? Wat zien inwoners en ondernemers van het resultaat? Als we besluiten, en dat is in lijn met wat de heer Gebben zei, ergens geen geld meer aan uit te geven, wat betekent dit dan? Hoe zijn dan de gevolgen op korte en lange termijn? En wie merken dan wat van deze bezuinigingen, of keuzes die we maken? Ook wij zijn ons ervan bewust dat het Sociaal Domein onze grootste kostenpost is. Echter, in het Sociaal Domein zitten heel veel wettelijke verplichtingen en op wettelijke verplichtingen kun je eigenlijk niet bezuinigen. Toch is onze vraag aan het college: welke mogelijkheden ziet de wethouder of ziet het college binnen het Sociaal Domein? Wat kan wel, als we ons blijven houden aan de wettelijke verplichtingen. We kunnen ons voorstellen dat dat vandaag niet aan de orde kan komen of dat daar nu geen ideeën voor zijn, maar dat willen we dan wel graag zien in de begroting.
Wat is wettelijk? Wat is niet wettelijk? Tijdens de commissievergadering heeft het college aangegeven dat er in het derde kwartaal voor het azc een aparte begrotingswijziging komt, zodat duidelijk is wat de extra kosten en wat extra inkomsten zijn. Als OGP Midden-Delfland zijn we hier blij mee. Op deze manier zijn wij transparant naar onze inwoners en we kijken dan ook uit naar deze begroting. Ten slotte dank aan het CDA voor wat betreft de vragen aangaande een uitsplitsing van de kosten voor de jeugd. Zojuist gaf de wethouder in haar beantwoording aan dat de analyse van de jeugdkosten gereed zal zijn na de begrotingsbesprekingen in november. U voelt hem al aankomen. Onze vraag is of de analyse voor de begrotingsbesprekingen gereed kan zijn. En onze vraag aan de 13
wethouder luidt dan ook, naast 'voor de begroting', wat heeft u ervoor nodig om te zorgen dat u voor de begrotingsbesprekingen de analyse kunt opleveren? Dat is voor nu de eerste termijn van de OGP Midden-Delfland. De voorzitter: Dan wil ik nu graag het woord geven aan de heer Van Rijs van het CDA. De heer Van Rijs: De fractie van het CDA complimenteert de betrokken ambtenaren en het college voor het tijdig opstellen van deze kadernota. Het voorziene tekort bedraagt in 2025 € 1,2 miljoen, zonder de B-lijst, oplopend naar € 3,2 miljoen en in 2028, € 2,3 miljoen. We lezen dat het doel is om 2025 sluitend te maken. Dat is ook waartoe de VNG oproept. En aangezien het tekort na 2025 nog verder oploopt, steunt het CDA dit streven van het college om allereerst de begroting voor 2025 sluitend te maken. We zullen vervolgens nog veel stappen moeten zetten voor een sluitende begroting voor de jaren daarna. Op pagina 8 en 9 worden de financiële kaders genoemd waarbinnen de begroting kan worden opgesteld. Het is goed dat we als raad nu de mogelijkheid hebben om op deze kaders te reageren. Het CDA legt de accenten op het volgende. Ten eerste de zorg voor elkaar. Mede dankzij het werk van Stichting Welzijn Midden-Delfland, het Maatschappelijk Team, huisartsen en scholen is de afgelopen jaren ingezet op preventie en het tijdig onderkennen van behoeften aan zorg en hulp.