2024 m 07 d 02 Vsl raad
Tekst van het document
Dank daarvoor. Maar er blijft nog een drietal vragen over en dat zijn wat meer inhoudelijke vragen. Ik wil heel graag het stuk dat voor ons ligt ook begrijpen, want we hebben het natuurlijk over een tekort en daar horen maatregelen bij. En in dit stuk wordt ook over een aantal maatregelen gesproken. Ik heb daar een aantal vragen over. Allereerst over de samenwerking met een aantal re-integratiepartners. Het college geeft aan dat die nieuwe samenwerking kan leiden tot lagere bijstandsuitgaven. Ik heb die regel een aantal keer gelezen en ook dat stukje dat daarboven stond maar ik kon daar toch niet echt een voorbeeld bij bedenken. Dus mijn vraag aan het college is: kunt u daar een voorbeeld bij geven? Wat moet ik me erbij voorstellen dat de samenwerking met verschillende re-integratiepartners kan leiden tot lagere bijstandsuitgaven? En u geeft ook aan in datzelfde stuk dat die samenwerking ook aansluit bij de behoefte van onze inwoners. Dat vond ik ook heel erg lastig. Misschien kunt u daar ook iets over zeggen? Wat zijn dan de behoeften van onze inwoners, dat ze dus blijkbaar behoefte hebben aan meer en intensievere samenwerking? En tot slot, we willen natuurlijk allemaal dat volgend jaar of het jaar daarop het tekort is weggewerkt. Maar er staat dat in 2023 de uitstroom gelijk is gebleven – dat kan positief zijn, dat kan wat negatief zijn – vanwege de toenemende problematiek.
Maar er staat verder niet gemotiveerd wat dan die problematiek is en de oorzaken die leiden tot deze toename van de problematiek. Kunt u daar misschien ook iets over zeggen? Het hoeft niet helemaal tot in detail maar op hoofdlijnen? Dan zou ik daar al heel erg mee geholpen worden.
14
De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Knaap. Gaat uw gang. De heer Knaap: Ik hoor mevrouw Langeveld allerlei heel belangrijke dingen zeggen, die volgens mij prima aan de orde komen in een agendapunt later dit jaar, als we het over de jeugdhulp en over de begroting gaan hebben. Dus mijn vraag aan haar is of ze dit dan wil doen en nu gewoon ja of nee wil zeggen tegen het voorstel om die rekening in te dienen bij het rijk. Kunt u daar antwoord op geven? De voorzitter: Dank u wel mijnheer Knaap. Ik geef nu het woord aan mevrouw Langeveld. Mevrouw Langeveld: Ja, ik kan daar zeker een antwoord op geven voorzitter. Ik vind het een beetje een bijzondere vraag, want het gaat hier helemaal niet over de jeugdhulp, dus ik weet niet waar mijnheer Knaap het over heeft. Het gaat hier over de bijstandsuitgaven. Dat is toch heel iets anders. En het gaat hier wel over – dat heb ik ook al aangegeven – dat we akkoord zijn met die aanvraag voor die Vangnetuitkering maar dat we toch een paar inhoudelijke vragen hebben omdat we het stuk graag willen begrijpen. De voorzitter: Mevrouw Langeveld wil het drietal vragen graag beter snappen en daarmee kijk ik naar mevrouw Oderwald, de wethouder, voor de beantwoording van het drietal vragen. Aan u het woord. Wethouder Oderwald: Dank voorzitter, voor deze vragen, want ik snap de vragen van mevrouw Langeveld eigenlijk best goed.
Idealiter hadden we natuurlijk een volgorde gehad waarop we het participatie- en integratiebeleid nu besproken hadden, voordat we de aanvraag voor de Vangnetuitkering deden. Maar dat is helaas niet zo, want in feite staan alle antwoorden daar uitgebreid in toegelicht. Ik zal nu proberen een duiding daarop te geven maar we komen daar echt uitvoerig op terug. Daar zitten heel veel statistieken in en daar zit diepere uitleg in van wat we gaan doen en wat de oorzaken zijn, waar nu ook al naar gevraagd word. Maar deze aanvraag moet gewoon op 15 augustus a.s. binnen zijn bij het rijk, dus daar gaan we nu vandaag ons oordeel over vellen. Maar er zit een hartgrondig werk achter en er zit ook een zware problematiek achter. Die verscheidenheid van problematiek hebben we in kaart gebracht en die is gewoon zwaar. Daarom werken we met meerdere re-integratiepartners samen. We hebben dat afgelopen jaren met één partner gedaan en het blijkt dat dat af en toe moeilijk is. We gaan wat meer de regie naar onszelf toe trekken. En voor het echt naar het werk begeleiden, kunnen we gebruikmaken van meerdere spelers die we echt als partner zien waardoor we dus ook specifieker op de behoefte van de mensen die nu aanspraak maken op een uitkering, in kunnen spelen. U zult u in het re-integratie en participatiebeleid gaan lezen dat het niet alleen gaat om werk maar juist ook om participatie in den brede.
Want we zien dat de problematiek soms echt zwaar is. Er is een grote groep inwoners van die 166 die we u schetsen, die echt al langer dan vier, vijf jaar in de bijstand zit. De kans dat die eruit komt, is gewoon niet groot. We moeten echt de focus verleggen naar dat die mensen gewoon meedoen en meewerken in onze samenleving, dat ze niet aan de kant zitten, ook al werken ze niet. Dat is belangrijk want als je meedoet is waarschijnlijk je problematiek wat draagbaarder. En daarbij hebben we de hoop dat dat ook bespaart aan onze Wmo en onze schuldhulpverlening, jeugdzorg, maatschappelijk werk en alle brede multiproblematiek die daar dus bij van pas komt. Dus als ik het wat puntsgewijs beantwoord: we gaan met meerdere partners werken omdat we dan gewoon beter kunnen inspelen op de omstandigheden van het individu, kunnen aansluiten bij wat passend is voor die persoon, mee kunnen denken, beter kunnen inspelen op zijn of haar motivatie en omstandigheden waarom diegene nu een afstand heeft tot de arbeidsmarkt. Daarmee heb ik, denk ik, ook de tweede vraag beantwoord. Die behoefte van onze inwoners. En dat tekort wegwerken, ja, daar gaan we ons voor inzetten. Maar we zetten ons ook in om iedereen te betrekken bij het meedoen in de samenleving, want ook dat geeft een kostenbesparing op zich, is onze veronderstelling. Dus ja, u zult meer zien.
Er zijn gewoon veel mensen die een grote afstand hebben tot de arbeidsmarkt. De economie is goed, het is relatief makkelijk om aan een baan te komen. Dus als je nu niet aan een baan komt, is dat ook omdat de afstand zo enorm is dat daarmee uitstroom bewerkstelligen een zware opgave is. Dat is mijn antwoord, voorzitter.
15
De voorzitter: Dank u wel mevrouw Oderwald. Ik kijk even naar mevrouw Langeveld en ik zie het lampje branden, aan u het woord. Mevrouw Langeveld: Ik wil de wethouder bedanken voor de echt uitgebreide beantwoording. Hier kan ik iets mee, dus dank voor deze nadere uitleg en ik kijk uiteraard uit naar de vervolgbijeenkomst die wij krijgen over de participatie en de re-integratie. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Langeveld. Fijn te horen dat het snappen gesnapt is en dat we daarom nu over kunnen gaan tot besluitvorming. Daartoe wil ik u uitnodigen. De stemming is geopend. En hiermee zijn alle stemmen uitgebracht en is het voorstel aangenomen. Het voorstel wordt unaniem aangenomen.
8.
Voorstel procedure mogelijkheid uiten wensen/bedenkingen door de raad
De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 8. En dat betreft Voorstel procedure mogelijkheid uiten wensen/bedenkingen door de raad. Het presidium is van mening dat in voorkomende gevallen het college uitsluitend via een raadsvoorstel aan de raad kan vragen om eventuele wensen of bedenkingen. En het resultaat van die bespreking in het presidium is verwoord in dit voorstel. Het voorstel is hiermee een voorstel vanuit uw eigen midden, om het zo maar te zeggen, vanuit het presidium. Bij de commissiebehandeling hebben twee fracties het vooral gehad over een specifieke casus. Dat was mede de aanleiding waarom we het erover gehad hebben in het presidium. Dit heeft de meningsvorming over dit voorstel eigenlijk een beetje vertroebeld. Het voorstel is om die reden aangevuld met een addendum en een memo vanuit het college. Ik hecht er waarde aan om dit als uw voorzitter ook even te benadrukken. En ik wil ook nu even inventariseren wie hier het woord over zouden willen voeren. Ik zou als eerste het woord willen geven aan de heer Jongsma van de OGP Midden-Delfland. De heer Jongsma: Voor ons ligt een procedurevoorstel waarin we van B&W vragen uitsluitend door een raadsoplegger de raad in de gelegenheid te stellen om een standpunt te bepalen, c.q. besluit te nemen waaronder ook de mogelijkheid tot het uiten van wensen en bedenken.
Een dergelijke raadsoplegger wordt geagendeerd voor behandeling en besluitvorming in een commissie- en raadsvergadering. Dus als wij vandaag als raad instemmen met het voorstel procedure mogelijkheid uiten wensen/bedenkingen door de raad, dan betekent dit dat de briefvorm die tot dusver wordt gehanteerd, niet meer toereikend is maar dat het college de raad consulteert met een raadsvoorstel dat in commissie- en raadsverband wordt behandeld. Dat is wat voorligt vanavond. Niet meer, niet minder en daar zal OGP Midden-Delfland zich ook toe beperken. Het lijkt OGP Midden-Delfland een goed en democratisch proces omdat wij dan transparant en in de raad met elkaar van gedachten kunnen wisselen en mede op basis van deze informatie tot een weloverwogen standpunt kunnen komen. In een brief vindt er ons ziens minder tot geen interactie plaats. Iedere fractie vindt er dan wat van en wie niet op tijd reageert, heeft dan geen zienswijzen of bedenking ingediend. En wat is dan leidend? Zeker ook naar het college toe? En welke richting gaan we dan op? Het lijkt ons zowel voor het college als de raad beter om vooraf met elkaar af te stemmen en dan te komen tot een goed uitgangspunt of transparant besluit.
Ik denk dat een goed voorbeeld in dezen is wat het college onlangs heeft gedaan door de potentiële woningbouwlocatie Tanthofkade 1B in Den Hoorn zo aan te pakken, dus ons al in een vroeg stadium erbij te betrekken. Dan weet het college ook welke richting we opgaan. Tot zover onze eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel, dan wil ik graag het woord geven aan de heer Ringeling van de ChristenUnie. De heer Ringeling: Ik ben met de heer Jongsma eens dat wat er voorligt een puur procedureel verhaal is inderdaad. Wij gaan voor stemmen maar met in het achterhoofd dat we het dus anders gaan doen dan we nu gewend zijn. Conform ook het memo van het college. En de heer Jongsma haalde het voorbeeld aan van het laatste voorbeeld dat aanleiding was hiertoe. Als we dit voorstel eerder hadden aangenomen, dan had het college dus moeten wachten met de aanbesteding. Dus dat is wel de keerzijde van dit verhaal. Wij gaan voor stemmen maar met in het achterhoofd wel dat het een keerzijde heeft.
16
De voorzitter: Inderdaad, het kan mogelijk langer duren. Dat klopt. Dan wil ik graag het woord geven aan de heer Roeling van Mijn Partij. De heer Roeling: Prima voorstel. De voorgeschiedenis kennen we. We denken dat dit een goede invulling is van wat eigenlijk de definitie is van artikel 7 van de verordening. Goed. Maar lezen we het memo van het college, dan zijn we het er absoluut niet mee eens. Het memo spreekt juist uit, kijkend naar de definities en de conclusies, dat het college eigenlijk zegt 'we zijn hartstikke goed bezig en we hebben juist gehandeld in het geval van de Tanthofkade'. En het gaat nog verder dat het college zo goed bezig is – ik zoek even de termen op – ik citeer ' Naast deze discussie blijkt ook dat het college naar eer en geweten, in redelijkheid en billijkheid heeft gehandeld'. Ik zou als college dat soort kwalificaties overlaten aan de gemeenteraad moet ik eerlijk zeggen. Want dit zeg je feitelijk over je eigen handelen. Ik snap dat het college deze memo niet heeft geschreven maar ik vind dat wel wat ver gaan om over je eigen handelen zo te spreken. Daarnaast 'we hebben goed gehandeld omdat', het college heeft dan een eigen interpretatie van artikel 7 van de informatieplicht. Nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en in de gelegenheid gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.
Voorzitter, dit gebeurt met enige regelmaat. Ik zal niet zeggen elke maand maar met regelmaat komen hier in commissie en raadsbehandeling zienswijzen op de financiën van de gemeenschappelijke regeling, een zienswijze die we in willen dienen als het gaat over dat vliegveld hier in de buurt. Het komt regelmatig voor. Die voorbeelden lees ik dan weer niet in de memo. Maar wat ons betreft, is vanaf dag 1 duidelijk geweest: de raad kent maar één vorm, en toevallig zijn we nu vanavond met zijn zestienen maar normaal gesproken is de raad met zijn zeventienen bij elkaar in deze zaal en daar kunnen we dan ook als verschillende fracties met elkaar van mening verschillen of standpunten duidelijk maken. Dus dit is een prima voorstel waar we graag mee instemmen. De vraag aan het college, gelezen het memo, is nog wel: gaat u het ook uitvoeren? En collega Ringeling zei 'was dit toegepast op de Tanthofkade, dan had het moeten wachten'. Nee, want ik hoor het college al twee jaar spreken over een tender. En daarin was gewoon de rol van de gemeenteraad meegenomen, mag ik aannemen. Dus dat was geen enkele aanleiding om het om het anders te doen. Dus akkoord met het voorstel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Roeling van Mijn Partij. Dan wil ik nu graag het woord geven aan mijnheer Zwaard van het CDA.
De heer Zwaard: Zoals u al aangaf, het is een procedurevoorstel en daar willen wij ons ook toe beperken. In het verleden ging dat via een raadsinfobrief. Dat was niet voor het eerst, dat is al een aantal jaren aan de gang, dus dat is op zich geen nieuw fenomeen. Ik ben het met mijnheer Ringeling eens dat er twee kanten aan dit verhaal zitten. Vanuit het presidium en vanuit de raad is er kritiek geuit over de huidige werkwijze en dan ligt het voorstel voor om met een raadsvoorstel te komen in plaats van met een raadsbrief. Wij zijn in eerste instantie toch even benieuwd naar de reactie vanuit het college en hoe hiernaar gekeken wordt, met name omdat er twee kanten aan dit verhaal zitten. De voorzitter: Dank u wel en ik zie een interruptie van de heer Roeling van Mijn Partij. De heer Roeling: Ja, een vraag aan de heer Zwaard: wat is dan die andere zijde? De heer Ringeling geeft aan 'dan had het kunnen wachten'. Daar heb ik al op ingespeeld door te zeggen 'ja maar er wordt al twee jaar gesproken over een tender en dan is de rol van de raad daarin ook leidend'. Waar staat u, om precies te zijn? De voorzitter: Mijnheer Zwaard, aan u het woord. De heer Zwaard: Zoals u weet, staan wij redelijk in het midden en is die vraag aan het college gesteld en wacht ik eventjes die beantwoording af. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Zwaard.
Dan wil ik nu graag het woord geven aan de heer Gebben.
17
De heer Gebben: Ik heb vrij lang nagedacht over waar ik mijn betoog zou beginnen, want in de commissievergadering van juni is er best veel gezegd. De VVD heeft in die commissie haar twijfels geuit over de gang van zaken – volgens mij ging het over Keenenburg V – en over de vraag of dat allemaal wel deugdelijk was. Zoals u weet, zijn de meeste van ons geen jurist, dus het is voor ons erg lastig om te achterhalen wat juridisch de juiste route zou zijn geweest. Zowel van de griffier als van het college hebben wij hierover een addendum en een memo mogen ontvangen. Nazorg, zoals u dat noemde, mevrouw de voorzitter. In dat addendum en de memo staan ideeën weergegeven van hoe alles is gegaan en wat de ideeën erachter waren en of dit allemaal wel op deze manier had gekund. Daarvoor dank, dit geeft al inzicht. Helaas wordt slechts heel summier het juridische advies dat het college heeft ingewonnen besproken. Dat is telefonisch gedaan. Dat is moeilijk te controleren. De VVD-fractie is nog steeds niet helemaal overtuigd maar goed, het is wat het is, dat ben ik met u eens. Het gaat om een procedurevoorstel. Daarom nu de realiteit. Die tender is al uitgegeven. Daar doen we niets meer aan. En naar het proces kijken, is zeker goed. En naar wat ik allemaal hoor, is er raadsbreed consensus over dat dit niet de schoonheidsprijs verdient.
Het is in ieder geval goed dat wij als raad hebben aangegeven dat dit in de toekomst niet meer zo opgelost moet worden. Dat vindt de VVD ook en wij zullen daarom instemmen met dit voorstel. Wij hopen ook van harte dat het college zich gaat realiseren dat het belangrijk is de raad mee te nemen in hun besluitvorming. Het zou, naast dat we dit veranderen, misschien ook goed zijn om in raadsopleggers wat vaker de meegewogen alternatieven op te nemen en ook de overwegingen daarbij waarom niet tot iets is besloten of juist wel ertoe is besloten. De raad op een juiste wijze in positie brengen, is ook in het belang van het college. Debat komt volgens ons de kwaliteit van de besluitvorming alleen maar ten goede. En niet alles is af te doen in een informatiebrief. De voorzitter: Dank u wel de heer Gebben. U bent nog niet helemaal… Excuus, ik geef u opnieuw van harte het woord. De heer Gebben: Ik vergeet mijn nabrander. Die heeft te maken met wat de heer Ringeling zei en daarna de heer Zwaard van het CDA, namelijk dat er twee kanten aan dit verhaal zitten. Die er zitten wat de VVD betreft niet omdat dat gewoon een kwestie van tijdmanagement is en dat ligt bij het college. Als dingen op tijd worden uitgevoerd kunnen ze ook op tijd naar de commissie worden gebracht en dan hoeft er geen vertraging te ontstaan. De voorzitter: Dank voor uw aanvulling, mijnheer Gebben.
Dan wil ik nu vervolgens het woord geven aan de heer Scholtes, D66. De heer Scholtes: Ook wij hebben kennisgenomen van de afgelopen commissievergadering en inderdaad is er een memo van het college. Onze visie is: als je er vijf juristen naar laat kijken, krijg je vijf verschillende meningen en wie de jurist betaalt, die zijn mening wordt waarschijnlijk geformuleerd. Dus ja, dat is altijd wel heel lastig. Juristen weten altijd wel goed ergens een weg te vinden. Wij kunnen ons er uiteindelijk wel in vinden dat op het moment dat er een voorstel komt, dat niet per brief wordt afgedaan maar echt wel met een raadsoplegger aan de raad wordt voorgelegd. We hebben ook eerder al aangegeven dat het onze voorkeur geniet. Vertraging, daar geloven we eerlijk gezegd niet in. Want op het moment dat er een raadsbrief komt en het college heeft een aantal keer gemerkt dat dat stof doet opwaaien kan dat ook zorgen voor vertraging. Dus je kunt beter zorgen dat je eerder in het proces de raad meeneemt en de raad misschien ook eerder meeneemt in de keuzes die je maakt of wilt gaan maken en daar de kaders voor laat stellen.
Want dat maakt uiteindelijk de besluitvorming op moment dat het plan echt rijp is om er een besluit over te nemen, ook veel makkelijker, want dan heb je de raad al veel meer meegenomen in 'welke afwegingen hebben we gemaakt? Waar hebben jullie als raad voor gekozen en waar komen we dan uiteindelijk op uit?' Ik denk dat dat uiteindelijk een heel goede manier is van hoe je een raadsvoorstel kunt voorbereiden. Dus wij zullen in zekere zin instemmen met deze procedure. Dat was mijn eerste termijn, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, en ik wil het woord geven aan de heer Gebben, VVD. De heer Gebben: Ik hoor een echt vreemde opmerking 'in zekere zin akkoord gaan'. Wat is 'in zekere zin akkoord gaan', mevrouw de voorzitter? Je bent wel of niet voor, lijkt mij. 18
De voorzitter: Dank u wel de heer Gebben en ik kijk naar uw buurman, die ik graag antwoord wil geven, de heer Scholtes. De heer Scholtes: Ja voorzitter, ik hoorde het mezelf ook zeggen maar wij stemmen gewoon in met het voorstel. Dat was een beetje zwabberbeleid van mijn kant. Excuses daarvoor. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even naar het college. De heer Voskamp. Wethouder Voskamp: Ja voorzitter, even procedureel. Over het raadsvoorstel zal ik verder geen reactie geven. Wel is mij de vraag gesteld in het kader van de twee kanten die dat raadsvoorstel uiteindelijk zal hebben. Dat ben ik met de heer Ringeling eens. Het betekent dat wij eerder in het proces dit voor moeten leggen. Ik zie soms ook al de vragen komen maar dan is nog niet alle informatie duidelijk, dan is nog niet alles bekend. Terwijl het hier uiteindelijk gaat over het feit dat we voornemens zijn een verkoop te doen, die helemaal in lijn is met alle stappen die we in het verleden hebben gezet. Formeel moet u daar inderdaad in de gelegenheid gesteld worden – maar ten eerste de informatie krijgen dat we dat gaan doen – om daar wensen en bedenkingen over te geven. Dat hebben we gedaan.
Ik ben het niet eens met de heer Scholtes dat vijf juristen daar vijf verschillende uitkomsten over geven, want we hebben volgens mij in de verordening hier een heel duidelijke tekst staan, namelijk dat we u moeten informeren en in de gelegenheid stellen om wensen en bedenkingen te uiten. Die gelegenheid heeft u gekregen en die heeft u gehad. Dat het niet is zoals u dat zou willen, snap ik helemaal. En als dan uiteindelijk een conclusie eraan verbonden moet worden 'wat gaan wij daar als college mee doen?' Ja, als dit zo aangenomen wordt en waarschijnlijk uiteindelijk in een veroordeling terecht zal komen, zodat het voortaan met een raadsvoorstel moet komen, gaan we dat uiteraard doen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Voskamp. Ik kijk even rond of er behoefte is aan een tweede termijn. En zo niet, dan wil ik overgaan tot stemming. O sorry. Excuus, mijnheer Jongsma OGP Midden-Delfland. De heer Jongsma: Allereerst dan aan het college dat het inderdaad de toezegging doet om hier in het vervolg naar te gaan handelen. Dat is natuurlijk superfijn, als dit wordt aangenomen, overigens. En ten tweede ben ik het wel met de VVD eens dat als je dit goed managet, dat op zich niet tot tijdverlies of vertraging hoeft te leiden. Ik vond het wel interessant wat de heer Voskamp zei over dat straks niet alle informatie meteen bekend is.
Maar dat maakt het misschien soms des te beter voor een goede afweging. Want dan ga je misschien een beetje gissen en daardoor kun je misschien ook op ideeën gebracht worden die het uiteindelijke besluit beter maken. Dus ik zie alleen maar positieve punten van dit besluit. Dus ik zou zeggen: druk die knop van ja maar in! De voorzitter: Dank u wel mijnheer Jongsma en ik zie nog lampje branden bij de heer Ringeling van de ChristenUnie. Aan u het woord. De heer Ringeling: Voorzitter, ik zit te twijfelen of ik voor het voorstel moet stemmen, eerlijk gezegd. Want aan de ene kant ben ik het eens met de heer Voskamp, want soms heb je niet alle informatie en heb je alle informatie pas op het laatste moment. Dat zet je onder tijdsdruk en dat heeft niet altijd iets met timemanagement te maken. Dat dat kan gebeuren in voorkomende gevallen. Als de raad nu vandaag voorstemt, prima maar dan moet de raad ook bereid zijn om binnen zoveel dagen of binnen zoveel uur bij elkaar te komen om het proces niet te vertragen. Dan kun je dat doen om in te stemmen. Dus als de raad het daarmee eens is, prima, dan moeten we dat voorstel aannemen. Maar ik denk dat ik mij onthoud van stemmen, zo meteen. Kan dat trouwens? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Ringeling. Ik stel voor dat wij de pasjes weer ter hand nemen. O, ik zie nog een interruptie van het CDA. Mijnheer Zwaard.
De heer Zwaard: Ik kan me eigenlijk voor een heel stuk vinden in de woorden van mijnheer Ringeling. Dat gezegd en gehoord hebbend, zou ik graag even een schorsing hebben. 19
De voorzitter: Dat wordt tien minuten? Nee toch? Vijf minuten, om 21.15 uur stipt gaan we door. Ik schors hierbij de vergadering. Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering om 21.15 uur. En ik wil de heer Zwaard van het CDA het woord geven. De heer Zwaard: We hebben die vijf minuten nuttig besteed. Wat ons betreft, kunnen we overgaan tot het in stemming brengen van het voorstel. De voorzitter: Dank u wel. Dat betekent dat ik u nu wil vragen om inderdaad uw stem uit te brengen. En hiermee is het voorstel aangenomen met een volmondig ja. Het voorstel wordt unaniem aangenomen.
9.
Voorstel tot het nemen besluit afdoening verzoek op grond van de Wet open overheid
De voorzitter: Dan gaan we over naar agendapunt 9. Dat gaat weer over een puur procedureel besluit. Het voorstel tot het nemen van een besluit afdoening verzoek op grond van de Wet open overheid. Een inwoner van de gemeente Midden-Delfland heeft op grond van de Wet open overheid het verzoek gedaan om informatie te ontvangen over de correspondentie die raadsleden van vier fracties hebben gehad met zowel leden van het college van B&W van de gemeente Midden-Delfland als medewerkers. En de correspondentie heeft betrekking op de kwestie flexwonen en opvang van vluchtelingen in Midden-Delfland. Het is aan de raad, nadrukkelijk aan de raad als bestuursorgaan waartoe deze fracties behoren, om te besluiten om het gedane verzoek af te doen. En voor de overzichtelijkheid is per fractie een deelbesluit opgesteld. Wie kan ik over dit procesbesluit het woord geven? Ik wil graag het woord geven aan mijnheer Van der Eijk van de VVD. De heer Van der Eijk: Een voorstel zoals het hoort; een verzoek aan de raad moet door de raad behandeld worden. En dat doen we hier, daar hoeven we niet eerst procedures voor vast te stellen, dat doen we gewoon. Dat hoort ook zo, voorzitter. Dus de VVD stemt hiermee in. De voorzitter: Dan wil ik nu graag het woord geven aan mijnheer Knaap van de OGP MiddenDelfland.
De heer Knaap: Voorzitter, wij zijn een van die vier fracties die gevraagd worden om gegevens aan te leveren. Wat we ook netjes gedaan hebben. Dus eigenlijk de oproep aan onze raadscollega's: dit is gewoon een voorstel voor informatie. Dat verstrekken wij. Wat wel bijzonder is, in dit geval, is dat we blijkbaar als complete raad dit besluit moeten nemen. Dus nu gaat het over vier fracties die informatie hebben aangeleverd. Die zullen allemaal instemmen met het voorstel, denk ik. Maar de hypothetische situatie kan ook zijn dat één fractie om informatie wordt gevraagd. En dan moeten we nog steeds als raad het voorstel nemen. Dus ik wil u wel in overweging meegeven dat, als wij transparantie in dit soort informatieverstrekking belangrijk vinden, ook een volgende keer als misschien maar één fractie informatie moet opleveren, nog steeds de hele raad het daarmee eens moet zijn. Dus dan zou je nog kunnen zeggen als raad 'die ene fractie vinden we niet zo belangrijk, wij gaan ervoor liggen'. Dat lijkt me heel erg onwenselijk. Dus vanuit OGP Midden-Delfland doen we ook vast de oproep voor volgende situaties: er wordt gewoon informatie gevraagd op basis van de Woo. Die moeten we gewoon netjes opleveren. Dus ook dan verwacht ik van mijn collega's dat ze gewoon netjes daarmee in zullen stemmen.
De voorzitter: Dank u wel mijnheer Knaap en dan wil ik het woord geven aan mijnheer Zwaard, het CDA. De heer Zwaard: Ik heb twee mooie betogen gehoord. Eens met de VVD. En eens met mijnheer Knaap van OGP Midden-Delfland. Wat ons betreft, afdoen dit voorstel en daar houdt het wat ons betreft mee op. 20
De voorzitter: Dank u wel mijnheer Zwaard. Ik kijk even rond. Er zijn verder geen vragen. Dan wil ik ook over gaan tot besluitvorming. De stemming is geopend. Alle stemmen zijn uitgebracht en het voorstel is aangenomen. Het voorstel wordt unaniem aangenomen.
10.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen
De voorzitter: Dat betekent dat wij op agendapunt 10 zijn aangekomen. Mogelijkheid om het stellen van vragen. Ik wil even rondkijken en ik zie dat er geen vragen zijn.
11.
Sluiting
De voorzitter: Daarmee is deze agenda afgerond, waarbij uw werk er eigenlijk nog niet op zit, want morgenavond zien we elkaar weer. Morgenavond hebben we weer vergadering in deze vergaderzaal. Daar hebben we drie belangrijke financiële zaken te bespreken. Dus ik zie u graag morgenavond en misschien direct ook nog even bij de borrel. Ik wil u hartelijk danken. Dank u wel. Hiermee sluit ik de vergadering. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland op 24 september 2024. de griffier, A. de Vos
de voorzitter, F.I. Noordermeer-van Slageren
21