2024 m 07 d 02 Vsl raad
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 2 juli 2024, 19.30 uur. Voorzitter
: F.I. Noordermeer-van Slageren, burgemeester
Griffier
: A. de Vos
Aanwezig : de heer B.J. Ammerlaan (Mijn Partij), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma, (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP MiddenDelfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA) de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer H. Rodenburg (CDA), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer N.J. Ruiterman (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
: de heer R.E. Vieira (D66)
Tevens aanwezig: de heer A.F. de Leede, mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, de heer F.A. Voskamp, wethouders
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter: Goedenavond, dames en heren. Welkom bij deze raadsvergadering. Ook welkom aan het bij ons aanwezige publiek en de mensen thuis, maar de mensen thuis kijken misschien naar iets anders op dit moment, dat zou zomaar kunnen, maar wij niet en er zal straks vast iemand juichen als de wedstrijd afgelopen is. We gaan de goede kant op. In ieder geval is het zo dat we vanavond veel agendapunten op de agenda hebben staan en dat betekent dat er naast veel hamerstukken nog enkele bespreekpunten overblijven en dat is mooi. De commissievergadering heeft recentelijk wel aanleiding gegeven tot nazorg. Nazorg met betrekking tot de wijze van politiek bedrijven bij de verschillende onderwerpen en vooral ook, uiteraard voor vanavond van belang, dat u de wijze van mening geven over een onderwerp duidelijk als raadslid of burgercommissielid namens een politieke partij doet, maar ik hoop dat we dat vanavond ook volop vanuit onze verantwoordelijkheid als volksvertegenwoordiger dit met respect naar elkaar doen en ik spreek de verwachting uit dat wij vanavond wat dat betreft een constructieve vergadering mogen hebben en daarbij is de vergadering wat mij betreft geopend. Allereerst de mededeling dat de heer Vieira van D66 vanavond door privéomstandigheden helaas verhinderd is. Hij heeft aangegeven morgenavond wel aanwezig te zijn.
2.
Regeling der werkzaamheden
De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 2, regeling der werkzaamheden. Het gaat dan uiteraard over de vele poststukken die afgelopen week voor de raad zijn binnengekomen, waarbij ik allereerst lijst A zou willen behandelen, brieven van het college. Wie wil hierover het woord voeren? Mevrouw Koppert. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Koppert. Mevrouw Koppert: Dank u wel, voorzitter. Wij willen deze vergadering eens beginnen met het geven van een compliment. We zijn erg blij dat het budget van de subsidieregeling Kunst, Cultuur en Sociale Verbinding zowel van 2023 als van 2024 gebruikt is voor heel veel doeleinden. Dat de motie daarmee afgedaan is, daar zijn we natuurlijk ook blij mee, maar we zijn er vooral blij mee dat er dit jaar veel geld uitgegeven is aan cultuur, dus dat compliment wilden wij een keer maken. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koppert en het compliment is in goede orde ontvangen, waarvoor dank. Dan kom ik bij lijst B, de brieven van derden. Wie kan ik hierover het woord geven? Wie wil hierover het woord voeren? Zo niet, dan gaan we door naar de laatste lijst, C, beantwoording. Daar is een inhoudelijk stuk, waarbij de heer Knaap van OGP over de opbouw van de woningvoorraad de beantwoording ook heeft ontvangen, maar mijn vraag aan de heer Knaap is: heeft u nog aanvullende vragen? U heeft geen aanvullende vragen.
Dat betekent dat daar verder ook geen andere vragen zijn en daarmee ook lijst C afgehandeld. Lijsten A, B en C worden ongewijzigd vastgesteld. 1
3.
Spreekrecht voor belangstellenden
De voorzitter: Daarbij ga ik over naar agendapunt 3, Spreekrecht voor belangstellenden. Dat is vanavond niet aan de orde. We hebben geen aanmeldingen gekregen.
4.
Vaststellen van de agenda
De voorzitter: We kunnen meteen door naar agendapunt 4. Vaststellen van de agenda. Punt 6 is door u als raad vanuit de vorige vergadering doorgeschoven, dus die staat daar vandaag op. En punt 9. is een te nemen besluit dat vanwege de voorbereiding niet eerder in commissieverband is besproken. Dat is eigenlijk ook alleen een procesbesluit. In dat opzicht is dit zoals agenda voorligt. Kunt u daarmee instemmen? Zo ja, dan is hierbij de agenda vastgesteld. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
5. Hamerstukken De voorzitter: Wij gaan naar agendapunt 5. We gaan in aardig tempo. We kunnen nog bijna het eind van de wedstrijd zien als we zo doorgaan. Maar dat lijkt me niet. Maar agendapunt 5 zijn de hamerstukken en in totaal hebben we het over twaalf hamerstukken. Bij dezen heeft de raad ingestemd met de beslispunten. Ja, dat kan bijna een doelpunt zijn. 5a. 5.a.1 5.a.2 5.b 5.c 5.d 5.e 5.f 5.g 5.h 5.i 5.j 5.k 5.l
Vaststellen van de notulen vorige vergadering Verslag besloten vergadering 28 mei 2024 Verslag openbare vergadering 28 mei 2024 Voorstel Integraal Veiligheidsplan Midden-Delfland Voorstel project Huisvest de Huisarts Voorstel inzake 7e wijziging GR Bedrijvenschap Harnaschpolder Voorstel financiële stukken GR Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden Voorstel financiële stukken GR Omgevingsdienst Haaglanden Voorstel financiële stukken MRDH Voorstel financiële stukken GR Reinigingsbedrijf Avalex Voorstel financiële stukken GR VRH Voorstel financiële stukken GR GGD en Veilig Thuis Voorstel ontheffing ingezetenschap wethouder M. Oderwald-Ruijsbroek Verordening rechtspositie raads- en commissieleden
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raad de hamerstukken vast.
6.
Woonvisie Midden-Delfland 2024-2030
6.a Amendement "Geen dorpse uitbreiding in het groen" (OGP, VVD,CDA, D66, CU) 6.b Amendement aanpassing Woonvisie: 27% sociale huur (VVD) 6.c Amendement aanpassing: Middenhuur (VVD) 6.d Voorstel vaststellen Woonvisie 2024-2030 De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 6. Een belangrijk agendapunt, het vaststellen van de Woonvisie 2024-2030. De Woningwet 2022 verplicht alle gemeenten om een woonvisie op te stellen en die nieuwe woonvisie vormt inbreng voor de toekomstvisie, de Toekomstvisie 2050, de Omgevingsvisie 2.0 en hij wordt vertaald naar een uitvoeringsagenda, Actieplan Wonen 2430. Uit de commissiebehandeling half mei bleek dat diverse fracties op onderdelen opmerkingen hadden. En als raad heeft u op 28 mei jl. besloten om dit onderwerp vanavond te behandelen omdat we dan ook meer voorbereidingstijd zouden hebben gehad. Ik wil overgaan tot het inventariseren van wie van u het woord zouden willen voeren. Dat is mijnheer Knaap, OGP MiddenDelfland, de heer Gebben, VVD, de heer Scholtes en de heer Zwaard. Dan zou ik voor de eerste termijn als eerste het woord willen geven aan de heer Knaap van OGP Midden-Delfland. Aan u het woord. De heer Knaap: Ja. We hebben inderdaad een maandje extra de tijd genomen om wat aanpassingen te doen. Daar kom ik later op terug.
Maar allereerst begin ik met een woord van dank aan het college maar ook aan het ambtelijk apparaat, omdat wij ons terdege beseffen hoeveel werk er voor zo'n ogenschijnlijk eenvoudig document als een woonvisie is verzet. Het is een document met veel informatie, ook heel veel informatie waar we volgens mij de komende 2
jaren nog heel veel aan hebben, dat goed de uitdaging van vraag en aanbod bij elkaar brengt. Dus daar zijn we hartstikke blij mee. We hebben een betoog in drie delen. En zoals u van ons waarschijnlijk wel verwacht, begin ik met het eerste onderdeel en dat is groen. De belangrijkste opdracht die wij als gemeente eigenlijk al in 1977 hebben gekregen via de Reconstructiewet is gewoon het openhouden van het MiddenDelflandse gebied. Een opdracht die ook in 2004 bij de vorming van deze gemeente, destijds een zwaar bevochten scheiding tussen gras en glas, nogmaals is bevestigd. En met dezelfde reden, het openhouden van ons landschap. Toen deze woonvisie in de commissie ter sprake kwam, hebben we het volgens mij best eventjes gehad over wat daar meermaals in staat opgenomen, dat is namelijk na 2030 dorpse uitbreiding in het groen met in achtneming van het Bijzonder Provinciaal Landschap. Dat is ook de reden dat we best hebben gewerkt aan een aanpassing van dat besluit. Want wat OGP Midden-Delfland betreft, is zo'n uitspraak 'dorpse uitbreiding in het groen met in achtneming van het Bijzonder Provinciale Landschap', eigenlijk net zoiets als een puber die naar de kast loopt en zegt 'ik ga even kijken of er nog iets lekkers ligt', waarbij je als ouder roept 'neem wel even in acht dat die chocoladekoekjes voor het bezoek van morgen zijn'. U raadt al wat er gebeurt.
Die chocoladekoekjes zijn gewoon weg. Zo werkt het en dat is toch iets waar wij als fractie graag een wat steviger slot op willen houden. Eigenlijk met een bijzondere reden, namelijk omdat dat ook is wat eigenlijk de afgelopen jaren/decennia al stiekem aan de hand is. Elke keer een stukje groen weg, maakt dat je eigenlijk een heel mooi beeld krijgt. Ik heb dat toch eens een keertje opgezocht. Er bestaat zo'n mooie website, zoals de Topotijdreis. Ik zal het jullie eens laten zien. Dit is het groene gebied in 1960. Nu zit onze gemeente daar prachtig in het midden in. En het rode zijn de bebouwingscontouren van alles wat er om ons heen ligt. Als ik dat vergelijk met 2023, dan zie je dit. Dan zie je ook dat de grenzen van Midden-Delfland ongeveer de grenzen zijn van het groen. Dat is voor ons des te meer reden om bijzonder alert te blijven op alles wat wij in het groene gebied moeten doen. Want ik vind dit toch een vrij confronterend beeld. Dus dat maakte dat wij als OGP Midden-Delfland maar gelukkig niet alleen wij maar ook de fracties van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie gemeend hebben de woonvisie en de raadsoplegger voor wat betreft dat onderdeel aan te moeten vullen. Daarvoor dienen wij een amendement in. Dat zal ik even voorlezen. Tenminste, het besluit dat wij willen wijzigen.
Ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: het besluit te wijzigen naar 'De Woonvisie 2024-2030 en de raadsoplegger tekstueel te wijzigen, zoals aangegeven in de toelichting en bijlage van dit amendement.' Hij staat volgens mij ook gewoon netjes in iBabs en alle fracties hebben hem. Het gaat hierbij om de teksten die verwijzen naar mogelijke toekomstige dorpse uitbreiding in het groen. De aangepaste woonvisie vervolgens vast te stellen en met het vaststellen van de woonvisie te bevestigen dat bescherming van het open en groene landschap van het grootste belang is en daarmee na 2030 geen verkenning uit te voeren naar dorps uitbreiden in het groen maar ook voor na 2030 te verkennen hoe zestig tot tachtig woningen per jaar gerealiseerd kunnen worden en daarbij in de nog op te stellen omgevingsvisie concrete maatregelen te benoemen. Is ondertekend door bijna iedereen. Ik moet alleen de handtekening van mijnheer Ringeling nog even vragen maar dat ga ik dan eventjes doen en dan wil ik dit vast indienen. Dan kom ik daarna op mijn andere twee punten. De voorzitter: Uitstekend. Dank. We laten u weer even rustig plaatsnemen om uw betoog vervolgens te vervolgen. Aan u het woord, mijnheer Knaap. De heer Knaap: Ik heb getraind, dus ik ben niet eens buiten adem. Het tweede onderdeel is toch ook wel een beetje een verhaal van zorg en aandacht.
Als wij kijken naar het eindbeeld dat deze woonvisie oplevert en met name ook de lijst met de projecten die we hebben opgevraagd, waarvoor overigens ook dank, en wat daar aan woningen in staat, dan gaan we met dit beeld naar een eindbeeld van maximaal 21% sociale huurwoningen, 7% middenhuur woningen, 18% betaalbare koop en 54% andere koopwoningen, duurder dan € 390.000,00 in Midden-Delfland. Dat is een beeld met best veel uitersten daarin, aan de ene kant meer dan de helft woningen die voor veel mensen niet betaalbaar zijn. Aan de andere kant een heel langzame groei in het aantal sociale huurwoningen. Als je dan ook kijkt naar hoe de sommatie van die huurwoning is opgebouwd, dan staan daar dertig flexwoningen in, 24 zorgwoningen bij Equestrum en dertig zorgwoningen bij De Hoornbloem. Dus het werkelijke aandeel van sociale huurwoningen voor mensen zonder zorgbehoefte of met een definitief karakter, is in werkelijkheid lager. Als je dat eraf haalt, zouden we onder de 20% zakken aan het eind van deze ambitie. Dat maakt ook dat wij vanuit OGP Midden-Delfland de komende jaren echt zullen proberen om bij bouwprojecten 3
ervoor te zorgen dat er toch wat meer sociale huur beschikbaar komt. Gewoon ook voor de jongeren in Midden-Delfland die een plek verdienen. Ook voor een evenwichtige opbouw van onze bevolking is dat, wat ons betreft, hartstikke belangrijk. Er wacht ons dus best een heel lastige opgave om de komende jaren, ook na 2030, op moeilijke locaties die vaak al een andere bestemming hebben dit soort woningen te realiseren. We vragen het college dan ook om die analyse en die opdracht met voortvarendheid op te pakken en ook echt de boer op te gaan. Niet de boer op te gaan in de zin van het open groene landschap maar gewoon de boer op te gaan, naar eigenaren van locaties die potentieel geschikt lijken te zijn voor, te zijner tijd, een andere bestemming. We vragen het college ook om instrumenten die in de woonvisie staan, zoals bijvoorbeeld een zelfbewoningsplicht, nu echt te activeren. Gewoon om te zorgen dat woningen die in MiddenDelfland gekocht worden, echt gekocht worden door mensen die daar zelf gaan wonen, in plaats van dat ze dat geschikt maken voor huur aan andere mensen. We vinden het belangrijk dat er een binding is met de gemeente waar je woont. En tot slot, dat is het laatste stukje van ons betoog. Het verhaal van hoop in plaats van angst, zo heb ik het maar even genoemd. In de commissie zijn er meermaals wat quotes langsgekomen van een commissielid van de VVD.
Ik citeer volgens mij bijna letterlijk 'met het groeien van de sociale woningvoorraad, zullen achterstandswijken in Den Haag overlopen naar onze gemeente'. 'Geen sociale huurwoningen naar statushouders'. Dat doet ons eigenlijk best een beetje pijn. Ik verlang bijna naar de tijd dat de fractie VVD trots was op het feit dat wij statushouders netjes een woning ter beschikking stelden zodat ze konden bouwen aan hun bestaan. Een woning is een belangrijke basisvoorwaarde om aan het bestaan te werken en vandaaruit ook gewoon te integreren in de samenleving. Ook een beeld uit de fractie VVD in de commissie was dat we de regionale woningmarkt niet nodig hebben, dat we binnen Haaglanden geen afspraken moeten maken maar dat we het allemaal zelf kunnen regelen. Dat is gewoon feitelijk onjuist. Wij hebben ook als kleine gemeente er baat bij dat we samen met omliggende gemeenten de woningbouwopgave voor jongeren, voor starters in de sociale huur netjes delen zodat ze allemaal een plekje kunnen vinden, zij het zoals nu, na een lange wachttijd. Dat willen wij als slot toch even zeggen, want wij vinden dat in schril contrast met hoe wij daar als OGP Midden-Delfland in staan. Wij vinden het belangrijk dat mensen gewoon een huis kunnen vinden, ook in Midden-Delfland. Ook als je onder de sociale huurgrens zit en ook als je een vluchteling bent. Tot zover onze eerste termijn. Dank u voorzitter.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Knaap voor uw betoog. Dat betekent dat ik vervolgens het woord graag wil geven aan de heer Gebben van de VVD. De heer Gebben: Waar maken we deze woonvisie voor? Wat de VVD betreft, is het antwoord daarop vrij duidelijk: deze woonvisie maken wij voor Midden-Delfland, voor onze eigen inwoners en dus niet voor de ons omringende gemeenten of voor de provincie of voor het rijk. Wij willen datgene bouwen waaraan in onze gemeente onder onze eigen bewoners behoefte is. Niets meer maar ook zeker niets minder. Zoals in die commissie reeds geconstateerd, hebben de auteurs van de woonvisie het verkiezingsprogramma van de VVD goed doorgenomen en de oranje lijn is duidelijk zichtbaar. In het beginsel willen wij niet bouwen in het groen. We willen bouwen naar behoefte en bouwen voor starters, middeninkomens en emptynesters. En de 500 nog resterende woningen realiseren. Naast goede dingen, staan er echter in deze woonvisie ook zaken waarvan de VVD denkt dat ze er beter niet in terecht kunnen komen en ontbreekt een aantal zaken. Wij hebben het in een drietal cruciale punten opgedeeld. Ik ga het ook in drie stukjes doen. Het is eerste, is het streefniveau sociale huur naar 27%. Het tweede stukje gaat over de mogelijkheid van middenhuur, dan wel goedkope koop in onze gemeente en het derde betreft de plannen met betrekking tot de dorpsuitbreiding.
We beginnen met het eerste stukje. Het streefniveau sociale huur naar 27%. Het streefniveau voor 27% sociale huur is opeens geland in deze woonvisie. Maar voorzitter, waar komt dit percentage nou eigenlijk vandaan? Welnu, dat percentage volgt uit het zogenaamde Meer Evenwicht-scenario, dat is opgesteld door ABF. Het is een percentage uit de computersimulatie, uitgevoerd door een onderzoeksbureau van de provincie. Heel eerlijk, het is niet een getal waar wij als raad ooit om gevraagd hebben, noch een getal waar wij het ooit expliciet over hebben gehad. Laat staan dat wij
4
daar een raadsbesluit over genomen hebben. Het opnemen van een dergelijk getal kan echter wel flink wat consequenties hebben. Wij vinden dat dan ook onverstandig. Ten eerste om dat wij 27 niet zullen halen. Dat weet iedereen hier vanavond. Zeker niet in de periode tot 2030 maar ook in de periode tot 2040 wordt dat erg moeilijk. Ten tweede. Door het opnemen van dit geval getal wordt de focus veel te veel verschoven naar de sociale woningbouw, terwijl het beter zou zijn om te richten op de gehele woonmix en de balans binnen onze woningmarkt. De middenhuur ontbreekt nagenoeg geheel in onze gemeente. Hier nemen we ook geen percentage voor op, terwijl dat misschien ook wel verstandig zou zijn. En ten derde, voorzitter, en dat is eigenlijk wel ook de belangrijkste reden, die 27% is geen harde afspraak die we met elkaar gemaakt hebben. De afspraak die we met elkaar gemaakt hebben, is de 30-30-40regel. Nergens hebben we met elkaar afgesproken dat we per se 27% sociale huur moeten hebben. Deze 30-30-40-afspraak blijft wat ons betreft gewoon overeind en zou, wat ons betreft, ook leidend moeten zijn en blijven. Deze afspraak heeft in ieder geval ook tot gevolg dat we stijgen in ons aandeel sociale huur.
Dus waarom ons dan toch laten vastpinnen op een getal van 27% en de provincie en onze buurgemeente een haakje geven om zich met ons woningbouwprogramma te kunnen bemoeien? Wij willen niet aan die ketting van de provincie. De VVD is dan ook van mening dat het opnemen van een dergelijk getal in de woonvisie niet verstandig is. Wij moeten de vrijheid blijven houden de woningen te bouwen die de woningmarkt in onze eigen gemeente verder helpen. Wij moeten voorkomen dat wij gedwongen worden door partijen van buitenaf dat te bouwen waar zij behoefte aan hebben. Dit getal moet wat ons betreft dan ook uit de woonvisie worden verwijderd. Daarom hebben wij het volgende amendement geschreven en ik zal de hoofdpunten voorlezen. De woonvisie op de volgende punten te wijzigen: pagina 4, pijler 1 onder 'ambities en instrumenten', kopje 'beschikbare en betaalbare voorraad', de bullet 'groei sociale huur naar 27% van de woningvoorraad' te verwijderen. Op pagina 5 onder 'voldoende betaalbare woningen', tekst onder kopje 'minimale omvang sociale voorraad' verwijderen en vervangen door 'ongeveer een op de vijf woningen is een sociale huurwoning. Om voldoende sociale huurwoningen te bouwen, houden we 30% sociale huurwoningen in het nieuwbouwprogramma aan. Ook hebben we met de woningcorporatie afgesproken dat ze geen sociale huurwoningen verkopen'.
Pagina 5, onder 'ambities en instrumenten', onder kopje 'beschikbare en betaalbare woningvoorraad', bullet 1 verwijderen en toevoegen bullet '30% sociale huur in nieuwbouwprogramma'. Ik ga het aan u aanbieden. De voorzitter: Dank u wel voor uw betoog en... Nee. Het waren ook drie punten. Zo is het. Dan wil ik u graag vragen te vervolgen, inderdaad. Aan u het woord. De heer Gebben: Dan gaan we door naar het volgende punt, de mogelijkheden tot middenhuur dan wel goedkoper kopen. In Midden-Delfland ontbreekt het middensegment nagenoeg compleet. Ik hoorde net 7% van de heer Knaap en dat is bar weinig. Dat is geen ideale situatie. Eventuele sturing op woningbouw zal dan ook mede gericht moeten zijn op het vergroten van het aandeel middenhuur/goedkope koop. Veel mensen die in Midden-Delfland willen wonen, vallen tussen wal en schip. Ze verdienen te veel voor een sociale huurwoning maar te weinig voor een koopwoning dan wel een middenhuurwoning. Huren kunnen ze ook niet omdat dat segment er ook eenvoudigweg niet is. De hardwerkende politieagent, de enthousiaste onderwijzer, de jonge ambtenaar kunnen in Midden-Delfland helaas niet terecht. Waarom deze groep ook in deze woonvisie weer negeren? Wij hebben als raad de verantwoordelijkheid het grote geheel te bekijken en dus niet alleen te focussen op sociale huur.
Wij vinden dan ook dat in Midden-Delfland het kader moet worden aangepast zodat het ook mogelijk wordt om in kleine plannen alleen middeldure koop en middenhuur woningen op te nemen. Ook hiervoor hebben wij een amendement. Ik zal het hoofdpunt voorlezen. De woonvisie op de volgende punten te wijzigen: pijler 4, pagina 1, onder 'ambities en instrumenten', het kopje 'sturen op woningbouwprogramma', toe te voegen 'de mogelijkheid voor een alternatief woningbouwprogramma voor kleine woningbouwprojecten tot 25 woningen dat voorziet in 100% middeldure huur of koop'. Dan zijn we toe aan puntje 3. Daar begon mijnheer Knaap mee. De plannen met betrekking tot dorpsuitbreiding. Zoals in mijn inleiding reeds aangegeven, wil de VVD in beginsel niet bouwen in het open groene landschap. Deze mening hebben wij nog steeds. Nu zien we tot onze grote verbazing dat de optie 'bouwen in het groen' vrij stilletjes toch in ons beleid wordt binnen gefietst. En dat moet natuurlijk niet gebeuren. De plaatjes van de heer Knaap waren wat dat betreft 5
overduidelijk. Deze gemeente is opgericht als hoeder van het open, groene gebied van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Het is een van de pijlers van onze gemeente waar onze gemeente op steunt en voor we daaraan gaan tornen moeten we daar op zijn minst met zijn allen goed over gesproken hebben. Bouwen in het groen is voor de VVD een dusdanig fundamentele beslissing dat dit niet op deze wijze even stilzwijgend kan worden geïncorporeerd in ons beleid. Ook andere partijen in deze raad waren gelukkig deze mening toegedaan en daarom hebben we samen een amendement geschreven en ingediend. En daar zijn we hartstikke blij mee. Dit was mijn eerste termijn. De voorzitter: Helder. Dank u wel mijnheer Gebben voor uw betoog en eerste termijn. Dan wil ik meteen het woord geven aan de heer Scholtes van D66. Mijnheer Scholtes, aan u het woord. De heer Scholtes: Wij zijn vanuit D66 eigenlijk heel blij met de woonvisie zoals die er nu bij ligt, zeker met de aanvulling van het amendement. Want ook wij vinden het bouwen van betaalbare woningen uiteindelijk een heel belangrijke stap. Volgens mij heeft het bij iedereen in het verkiezingsprogramma gestaan 'we moeten bouwen voor de jeugd, we moeten bouwen voor de doorstroming'. Dat zijn uiteindelijk wel dingen die we in de woonvisie terugvinden en dat vinden wij heel fijn om te zien. Dat vinden we ook heel goed om te zien.
We zien ook dat we streven naar stabiele groei. Ook dat vinden we heel belangrijk. Niet in één keer grote projecten erbij maar inderdaad gewoon net de kleine woningbouwprojecten erbij per jaar. Een beperkt aantal woningen, zestig tot tachtig. Om de VVD niet meteen heel bang te maken, op het moment dat we dat aantal woningen doen, komen we dadelijk uit op achttien sociale huurwoningen per jaar. Ik denk dat dat wel op te overzien is voor een gemeente als de onze. Misschien is het zelfs iets te weinig om juist ook die brandweerman en die politieman uiteindelijk ook een huis te kunnen geven. Iets dat wij ook heel belangrijk vinden en dat we ook terug zien komen binnen de woonvisie is dat er heel veel aandacht is voor levensloopbestendig wonen, waarbij juist wordt gekeken naar 'hoe kunnen we die mantelzorger dichter bij de zorgbehoevende krijgen?' Wij denken ook dat het heel belangrijk is om dat in deze woonvisie te laten te landen, waarvoor we nu eigenlijk een combinatie maken van een stukje zorg en een stukje woonvisie. We vinden het ook heel goed dat er vanuit het ambtelijk apparaat ook zo integraal wordt gekeken naar een woonvisie om daar wat mee te doen. Uiteindelijk vinden wij het ook heel belangrijk dat juist dat Bijzonder Provinciaal Landschap wordt beschermd. Dat is ook de reden waarom wij het amendement zoals dat er ligt medeondertekend hebben.
Maar wij vinden het ook belangrijk dat we niet stilstaan in de zoektocht naar woningbouwlocaties. Op het moment dat wij zeggen 'voor de toekomst, na 2030 en verder, willen we woningen blijven bouwen', is het juist heel belangrijk dat we onderzoek blijven doen waar dat nu past. We kunnen ons er ook in vinden dat we het college uiteindelijk ook wat meer handvatten willen geven en wat meer de opdracht geven om, op het moment dat het nu kansen ziet binnen onze gemeente voor geschikte woningbouwlocaties, binnen die contouren, die kansen dan ook te pakken en ze niet te laten lopen. Dat is een boodschap die we graag aan het college willen meegeven. Uiteindelijk is ook een van de aspecten die heel belangrijk is binnen deze woonvisie om die woningen betaalbaar te houden. Want in het verleden hebben we vaak gezien dat we woningen bouwden, we namen sociale koop, of we deden een soort middenkoop, of betaalbare woningen maar dat uiteindelijk die woningen nadat ze gekocht waren en nog niet eens bewoond waren, al twee keer over de kop zijn gegaan. Ook dat vinden wij een zorg. Uiteindelijk is dat een van die dingen die hier terugkomt. Het is ook een van de dingen die we gehoord hebben bij de woonavond die Mijn Partij heeft georganiseerd anderhalf jaar geleden. Bouw het klein, houd het klein. Op die manier houd je woningen ook betaalbaar voor de toekomst.
We vinden het ook een heel sterk punt dat dat hier is geland. Dus dat zijn voor ons de punten waarvan we denken 'heel goed, deze woonvisie'. Daarom kunnen wij hem ook steunen. We maken ons wel heel veel zorgen over de perceptie van de bewoner. 'Wij willen graag een grondgebonden woning voor een heel lage prijs'. Dat zijn uiteindelijk dingen die in Midden-Delfland en ik denk in de hele regio niet lukken. Dus ik denk dat we nog veel meer moeten werken aan verwachtingsmanagement; op het moment dat we klein bouwen, kunnen we woningen betaalbaar houden, op moment dat we denken dat we een grondgebonden woning kunnen bouwen voor € 200.000,00 à € 250.000,00 met een tuintje en twee verdiepingen en een puntdak gaat hem dat 6
niet worden. Ik zou het wel heel fijn vinden als die boodschap ook wat helderder wordt uitgedragen. Want op het moment dat je de woonvisie leest, zou je dat wel eruit kunnen halen 'hier is behoefte aan en dit willen we graag' maar wat we dan willen, is onmogelijk. Daar wil ik eigenlijk mee afsluiten. De voorzitter: Dan wil ik graag het woord geven aan de heer Zwaard van het CDA. De heer Zwaard: In de commissievergadering van 18 juni jl. heeft de CDA-fractie al aangegeven dat wij ons kunnen vinden in de voorliggende Woonvisie 2024-2030. Het is wat het CDA betreft, een duidelijke en heldere visie waaruit voldoende ambitie klinkt. De inbreng van de verschillende partners is mee- en opgenomen bij het opstellen van deze woonvisie. Hij is ambitieus door uit te spreken dat het doel is vijftig tot zeventig woningen te bouwen in de jaren tot 2030. En vanaf 2030 zelfs zestig tot tachtig woningen per jaar. Dat vereist wel tijdig de mogelijkheden te onderzoeken voor plannen na 2030. Het CDA heeft wel aangegeven dat er een weeffoutje zit in de woonvisie. Vandaar dat er een amendement voorligt, mede gesteund en ondertekend door het CDA. Dit amendement zorgt dat die weeffout uit deze woonvisie verdwijnt. Dank gaat uit naar mijnheer Knaap die hier veel tijd en energie in heeft gestoken en ons gezamenlijke amendement heeft voorbereid.
Met de inbreng van dit amendement wordt deze woonvisie, wat ons betreft, een prima woonvisie. Het is belangrijk dat ons groene gebied beschermd wordt. Dat is immers de opgave voor onze mooie gemeente: houd dit gebied groen. Dat is het bestaansrecht van deze gemeente. Het CDA kon zich ook vinden in de woorden van de heer Knaap zoals hij in zijn derde item toelichtte. Ook wij zijn in de commissievergadering toch wel geschokt door de woorden die door de VVD daar zijn gebruikt. Er wordt een groep mensen weggezet. Zo kennen wij eerlijk gezegd de VVD niet. We hebben daar in eerdere coalities prima mee samen kunnen werken. Wat ons betreft, is Midden-Delfland een veilige woonplaats voor iedereen. Ongeacht afkomst, huidskleur of wat dan ook. Iedereen is wat ons betreft welkom in Midden-Delfland. Daar wil ik het voor de eerste termijn bij laten. De voorzitter: Daarmee zijn we aangekomen aan het einde van de eerste termijn en wil ik graag de wethouder, de heer Voskamp, gelegenheid geven tot het beantwoorden van de vragen. Wethouder Voskamp: Ik heb wat voorbeelden voorbij zien komen. Ik ga mijn beantwoording in drie fases opknippen, zijnde de amendementen die zijn ingediend. Voorzitter, ik snap het amendement van het grootste gedeelte van de raad door OGP MiddenDelfland ingediend en door een groot deel van de raad gesteund.
Alleen wil ik wel uitleggen dat er nergens staat 'dorpsuitbreiding in het groen'. We hebben het over dorpsuitbreiding en ja, we moeten zoeken waar dat zou kunnen maar het voorstel was altijd om die projecten te onderzoeken, op een lijst te zetten en samen met u te bespreken. Dus ik ben blij met de aanscherping omdat daarmee duidelijk is wat u niet wilt. Maar ik wil ook wel aangeven dat er ook nooit gestaan heeft 'dorpsuitbreiding in het groen'. Ik zat nog even na te denken of ik iets met die chocoladekoekjes kon doen, Maar de puber blijft honger houden en moet groeien. Dus we moeten ook met elkaar wel zoeken waar we dan wel ruimte kunnen vinden voor de projecten. En dat betekent dat, als we het dan ergens echt niet mogen, we onszelf ook een zwaardere opgave geven op de plekken waar het wel mag. Dat wilde ik nog eventjes meegegeven hebben. Wat ons betreft, kunnen we het amendement daarmee steunen als college. Voorzitter, dan het amendement van de VVD over het streefniveau van 27%. Dat is natuurlijk een beetje hoe je ernaar kijkt. Enerzijds is dit op een heel lange termijn de resultante van de dingen die we wel hebben afgesproken met elkaar, die 30-30-40, niet in deze korte termijn en ook waarschijnlijk niet in de termijn daarna. Maar het is wel een scenario dat zal ontstaan op het moment dat we groeien met die 30% sociaal.
Het is ook een signaal, juist naar de provincie, die op dit moment van iedereen in Zuid-Holland verwacht te streven naar een saldo van 30% in sociale huur en niet per bouwproject maar gewoon, in de totaliteit. Wij laten eerlijk zien naar de provincie toe: dit is waar wij nu voor werken. Dit is wat wij aankunnen in onze gemeente en daarom hebben we deze 27% enerzijds als resultante van onze afspraak 30-30-40 opgenomen, anderzijds ook juist om het eerlijke beeld te laten zien aan de provincie dat we wel streven daarnaar maar daar voorlopig nog niet zullen komen. Wat ons betreft, steunen we daarom het amendement van de VVD niet. 7
En dan over de middenhuur, waar de VVD om vraagt. Ik snap wat u zegt. Alleen zouden wij juist dat kader aan de raad willen houden. Het kader van 30-30-40 is het uitgangspunt en op het moment dat we daarvan afwijken, komen we naar u toe. Dan kunt u daar zelf een besluit over nemen of u dat vindt passen op de locatie die we dan voorstellen. Op het moment dat we hier zouden kiezen voor een tweede kader, een tweede mogelijkheid om 100% Middenhuur te realiseren en het aan de ontwikkelaar te laten welke keuze die maakt op welke plek, zou dat onze insteek niet zijn. Voorzitter, ik zie een interruptie. De voorzitter: De heer Gebben, aan u het woord, namens de VVD. De heer Gebben: Ja, voorzitter, ik wil niet de hele discussie van de vorige commissie overdoen maar het is natuurlijk ook mede het gevolg van het feit dat u voornemens bent bij de Tanthofkade een uitzondering te maken. En dan geeft u aan dat dat is omdat het project anders is. Dan ontstaat er toch ook willekeur? Dat is mede een reden om te zeggen 'we geven u een extra handvat om dat toch uit te voeren'. En wat is het verschil? Want ik begrijp het niet helemaal. Wethouder Voskamp: Juist om die willekeur te voorkomen, willen wij aangeven dat het uitgangspunt 30-30-40 is. En als we daarvan afwijken, komen we naar u toe, dan heeft u zelf de mogelijkheid om aan te geven of u dat wilt of niet.
Als onze argumenten om daar vanaf te wijken steek houden en ruimte bieden, denken wij dat er daarom geen willekeur zal zijn. Als iedere willekeurige ontwikkelaar een plan indient voor diezelfde locatie op diezelfde manier zal die van ons hetzelfde antwoord krijgen. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gebben, VVD. Aan u het woord. De heer Gebben: Als ik u dan goed begrijp, voegt u eigenlijk nu zelf een extra kader toe. Want u zegt 'ja, als iedereen met hetzelfde plan komt met dezelfde voorwaarden, dan mogen die dat ook'. Dus dan is er toch helemaal geen verschil. Dan kunnen we het toch beter als vast kader nu vaststellen? De voorzitter: Ik kijk naar wethouder Voskamp, aan u het woord. Wethouder Voskamp: Nee voorzitter, ik voeg juist geen kader toe. Het kader is 30-30-40. Daar gaat u over. Als ik daar vanaf wil wijken, als het college daarvan af wil wijken, komen we naar u toe. Dat geeft u de mogelijkheid om aan te geven of het op deze plek, waar we dan komen, in het kader van zorgvuldigheid goed onderbouwd is waarom we hiervan willen afwijken. Dan heeft u daar zelf de keuze of u daar wel of niet in meegaat. Op het moment dat we dat van tevoren vastleggen als kader, kan iedereen bepalen 'ik ga overal dit doen' of 'ik ga overal dat doen'. En daarvan denken wij dat het voor wat betreft het streefbeeld dat wij willen hebben, niet goed zou zijn.
Wij willen de controle daarover houden. En eigenlijk geef ik daarmee aan dat u de controle daarover houdt wat er uiteindelijk gaat gebeuren. Voorzitter, ik heb daarmee de drie amendementen besproken en volgens mij ook het sentiment dat leeft in de raad vanwege de woonvisie behandeld. Ik zal de complimenten die de vorige keer ook gegeven zijn uiteraard doorgeven aan de ambtelijke organisatie en de mensen die ermee bezig zijn geweest. Ik denk dat we een heel mooi proces hebben gehad, begeleid door een bureau, we hebben input van buiten opgehaald, input vanuit de raad en input van de organisaties. Daar is deze woonvisie mede door opgesteld. Ik ben blij dat het ernaar uitziet dat we daar een meerderheid voor gaan halen. De voorzitter: Dank u wel wethouder Voskamp voor de beantwoording in de eerste termijn en ik wil nu overgaan tot de tweede termijn en daartoe inventariseren wie daarvoor het woord wil voeren. De heer Knaap. De heer Scholtes. De heer Gebben. En mijnheer Zwaard. Te beginnen bij de heer Knaap, aan u het woord. De heer Knaap: Dank u wel voorzitter. Dat is niet vaak zo, dat ik twee keer als eerste aan de beurt ben. Maar goed, de heer Gebben heeft natuurlijk nog twee andere amendementen ingediend
8
namens de VVD en het is wel zo netjes om daar ook eventjes op te reageren in onze tweede termijn met een stukje toelichting. Het eerste amendement van de VVD is 'niet opnemen 27% sociaal op de langere termijn'. U zult ook gezien ons betoog in de eerste termijn snappen dat wij dat niet steunen. Wij kunnen ons ook echt vinden in wat de wethouder net uitlegde. Het is een soort as waar je op de langere termijn misschien dichterbij komt. Maar zolang we naast die 30% sociale huur nog steeds 30% betaalbaar en nog steeds ook 40% duurder tot heel erg duur bouwen, is dat ook wel echt een soort asymptoot, voor de mensen die dat begrijpen. Die groei naar 27% zul je gewoon de komende veertig jaar, denk ik, nog niet halen. Dus ja, het is een lat, maar het is ook wel een lat voor de hele, lange termijn. We steunen het amendement met die reden als OGP Midden-Delfland dan ook niet, want we hechten aan sociaal. Dat is ook meteen een bruggetje naar het tweede amendement van de VVD. Daar zit echt wel een goed idee achter. En de bedoeling 'die categorie ontbreekt nog in Midden-Delfland', daar is an sich wel wat voor te zeggen. Er zijn twee redenen waarom wij dat als OGP Midden-Delfland toch niet steunen. Hiermee sluit je uit dat er toch een plicht is om sociaal te bouwen en daarmee doe je dus ook weer iets aan het op termijn laten zakken van het percentage sociale woningbouw.
Dat willen wij als OGP Midden-Delfland graag hoog houden. En de tweede reden daarbij is dat de ervaring leert dat de betaalbare koop in deze gemeente binnen twee jaar gewoon over de grens gaat en niet meer zo betaalbaar is. De voorbeelden zijn legio: Balkengat in Den Hoorn en Oomskind in Den Hoorn. Je bouwt een woning, die is best heel goedkoop voor starters. En de woningen in het Balkengat die toen zelfs nog als sociale koop zijn gebouwd, staan nu te koop voor € 370.000,00 à € 375.000,00. Dat is al bijna op de grens van betaalbare koop en het is vijf jaar geleden dat we die woningen gebouwd hebben. Dus wij hechten er echt aan om die verdeling 30-30-40 in stand te houden. Ik krijg graag nog een antwoord van de wethouder op onze vraag of hij bereid is om zo snel mogelijk ook werk te maken van de zelfbewoningsplicht in Midden-Delfland als instrument omdat wij daar vanuit de fractie OGP Midden-Delfland al een aantal jaren naar vragen en het echt belangrijk vinden om dat in ieder geval als duidelijk instrument op te nemen om ervoor te zorgen dat de mensen die hier iets kopen, hier ook daadwerkelijk komen wonen. En ook nog even in reactie op de fractie van D66 'bouw het klein, houd het klein'. Ik heb hier ook bijgeschreven 'voorbeelden zijn Balkengat in Den Hoorn, Oomskind in Den Hoorn'. Dat is nog steeds een voorbeeld van 'bouw het klein, houd het klein'.
En toch blijven die prijzen stijgen. Dus ik deel ook het signaal van D66. Laten we voor onze inwoners, of potentiële inwoners vooral de verwachting goed laten managen dat als je hier een woning koopt, dat overwegend een woning zal zijn die heel duur is. De kans dat je hier een echt betaalbare woning kunt kopen die voor veel mensen beschikbaar is, is en blijft vrij klein. Alleen bij nieuwbouwprojecten. Daar heb je nog enigszins de kans. Daarna is het gewoon een cadeautje aan de eerste koper als die verkoopt, met de winst, aan een tweede eigenaar. Tot zover de tweede termijn. Wij zullen instemmen met dit voorstel maar natuurlijk wel eerst het amendement. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Knaap, ik zie een interruptie van de heer Gebben. De heer Gebben: Ja, ik wachtte even het verhaal af. Het is op zich een goed verhaal en ik kan het verhaal over goedkope koop op zich ook wel volgen. Maar we zouden er bijvoorbeeld ook voor kunnen kiezen om voor middenhuur te gaan. Als we dat doen, is mijnheer Knaap dan wel tevreden, via u, mevrouw de voorzitter? De voorzitter: Dank u wel de heer Gebben. Mijnheer Knaap, aan u het woord ter beantwoording. De heer Knaap: Ik snap de vraag vanuit de VVD. En het antwoord is nee, omdat wij nog steeds, ook bij dat soort projecten, hechten aan het bouwen van sociale huurwoningen. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording.
Dan geef ik in tweede termijn nu graag het woord aan de heer Zwaard, CDA.
9
De heer Zwaard: Allereerst even een woord van dank aan het college voor de beantwoording maar ook voor het opstellen van deze woonvisie. Dus een dankwoord richting college, ambtenaren maar ook zeker het bureau dat hiermee bezig geweest is. Wat betreft de twee amendementen die de VVD voorstelt... Het eerste amendement gaat over de 27%. Het voorstel om daarvan af te wijken zullen wij niet steunen. Wij vinden dat de 30-30-40 leidend is. We zijn het wel met de VVD eens dat middenhuur toch wel een ontbrekende schakel is in Midden-Delfland. Dus als er zich daar mogelijkheden voor voordoen, moet dat bespreekbaar zijn. Ik kom eigenlijk automatisch bij het volgende voorstel van de VVD om 100% middenhuur op te nemen als afwijking van 30-30-40. Daar zijn we het niet mee eens. Daarin volgen we juist het college dat zegt 'die keuze is aan de raad'. Dus mocht zich een situatie voordoen dat er wordt afgeweken van 30-30-40, zal daar, als ik het zo hoor, niet elke fractie heel blij mee zijn maar ik kan me voorstellen dat die situatie zich voordoet en dan is het juist goed dat wij als raad daar het laatste woord in hebben, zodat, als het college met een dergelijk voorstel komt, wij daar wat van kunnen vinden en het oordeel bij ons vandaan moet komen. Dus daar kunt u uit opmaken dat wij beide amendementen van de VVD niet zullen steunen.
Wij zullen wel instemmen met het voorstel maar dat was wel duidelijk uit de eerste termijn, denk ik. De voorzitter: Dan wil ik nu graag het woord geven aan de heer Scholtes van D66. De heer Scholtes: Ook ik voel mij verplicht om namens onze fractie even terug te komen op de twee amendementen van de VVD. Uiteindelijk een sympathiek amendement. Op het moment dat we kijken naar het idee om uiteindelijk het streefgetal sociale woningbouw niet op 27% te zetten, is dat uiteindelijk wel een doorkijk naar waar we ooit een keer willen uitkomen. Het moet het gevolg zijn van die 30-30-40 om daar ooit een keertje uit te komen. Daar kan ik bij voorgaande sprekers aansluiten, dat is het doel. Maar het duurt nog wel even voordat we bij de eindstreep gekomen zijn. Op het moment dat het gaat om middenhuur en middenkoop, waar de VVD op dit moment nog heel erg over spreekt in het amendement, en uiteindelijk in de hele bewoording stelt dat het gaat om koopwoningen voor deze groep, zien wij toch wel het risico dat, op het moment dat het puur gaat om koopwoningen, die maar eenmalig betaalbaar zijn en de tweede keer niet. Aan de andere kant, woningbouwprojecten duren over het algemeen – uitzonderingen daargelaten – zeven tot acht jaar vanaf planvorming tot uiteindelijk ontwikkeling van een woning.
We zijn natuurlijk nog maar net begonnen met die 30-30-40 want volgens mij is in het verleden daarover door de raad ook anders beslist. Dus dat is iets dat we nu net geïntroduceerd hebben. Ik denk dat we eerst eens moeten bekijken met elkaar hoe dat dadelijk zal landen in nieuwe woningbouwprogramma's en nieuwe woningbouwplannen voordat we nu weer aanpassingen gaan doen en dingen gaan toestaan. Zeker ook vanuit het oogpunt dat er dadelijk waarschijnlijk kleinere woningbouwprojecten bij komen. Dan zit je al heel snel onder de 25 woningen en heb je uiteindelijk het risico dat alles middenhuur en middenkoop zal worden. Op zich is het goed om middenhuur toe te voegen. Dat geldt voor middenkoop wat minder maar dan kom je nooit bij je streefgetal van 27% uit. Het is uiteindelijk wel iets waar ook onze inwoners behoefte aan hebben: een stukje sociale huurwoningen. Ik denk dat bij de fractie VVD nog wel eens vergeten wordt dat ook nu bewoners van Midden-Delfland sociale huurwoningen zoeken. Het zijn ook de mensen die gewoon netjes in de tuin willen werken en... De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gebben. De heer Gebben: Ja, ik geloof toch dat de heer Scholtes de stukken misschien niet goed leest, mevrouw de voorzitter.
Er is onderzoek gedaan door de provincie naar wat de behoefte hier was en daar kwam niet naar voren dat er behoefte was aan sociale huurwoningen maar veel meer aan eengezinswoningen. Dat vindt u sowieso niet zo'n goed idee maar ook aan middenhuur en goedkope koop. Waar heeft u de verkeerde afslag genomen, mijnheer Scholtes? De voorzitter: Dank u wel mijnheer Gebben, het woord is aan mijnheer Scholtes. De heer Scholtes: Wij zitten nog steeds op de snelweg als u het mij vraagt, dus wij hebben helemaal de verkeerde afslag niet genomen. 10
Tot zover mijn eerste termijn, wilde ik zeggen maar ik zie nog net op de valreep een interruptie. De voorzitter: En voor die interruptie geef ik mijnheer Gebben graag het woord. De heer Gebben: Ja, u heeft er een handje van om snel uw antwoord zo weg te moffelen maar ik zou graag willen dat u echt antwoord geeft op mijn vraag. In uw pleidooien, ook in de eerste termijn, pleit u heel erg voor middenhuur en voor de brandweerman en vervolgens laat u die nu in de kou staan. Graag zou ik toch antwoord willen horen op mijn vraag waarom het zo'n probleem is dat er wat meer middenhuur komt. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Gebben, het woord is aan mijnheer Scholtes. De heer Scholtes: Als de vraag is of het een probleem is dat er wat meer middenhuur komt – ja, juist met die 30-30-40 streven wij ook naar middenhuur woningen. De eerste dertig is sociaal, de tweede dertig is betaalbaar of middenhuur. Wij zijn er echt wel voorstander van om daar middenhuur van te maken. Het zijn woningen die we nodig hebben. Maar ik denk dat we hier even vergeten dat ook die sociale woningbouw juist ook voor een starter van belang is. Een beginnend docent kan gewoon in een sociale woningbouwwoning terecht. Een startende mbo'er kan gewoon in sociale woningbouw terecht en dat zijn wel de mensen die je wilt huisvesten, omdat die nu gebonden zijn aan het verenigingsleven, die zijn vrijwilliger.
Dat zijn wel de mensen die je verbonden wilt houden aan je kern. Dat is uiteindelijk ons punt, om die dorpen levendig te houden, hebben we het ook gewoon nodig. Tot zover mijn eerste termijn, Tweede termijn. De voorzitter: Ik wilde u corrigeren maar dat deed u zelf. Dank u wel voor uw tweede termijn en dan wil ik nu graag het woord geven aan de heer Van der Spek van Mijn Partij. De heer Van der Spek: Ik had de eerste termijn mijn beurt even afgeslagen omdat wij in de commissie al ons standpunt ten opzichte van de woonvisie hadden aangegeven. Ik hoor van andere fracties hele positieve benaderingen van de woonvisie. Ik denk dat we ook best kritisch mogen zijn. Kritisch in die zin dat ik in de commissie ook al heb aangegeven, als we kijken naar de vorige Woonvisie 2010-2025 en die vergelijken met de woonvisie van nu, 'er is niet veel veranderd'. Ik hoor de wethouder nog zeggen, toen ik dat zei, 'we moeten verder kijken en we zijn weer een stap verder in het proces ter vernieuwing'. Maar als we kijken naar de Woonvisie 2010-2025 en we kijken naar wat er gedaan is afgelopen jaren en kijken naar de processen die vanavond ook al zijn aangehaald, is er gekeken met diverse marktpartijen en gesproken met veel marktpartijen.
Toevallig zag ik van de week nog een filmpje dat opgenomen was door de WOS in februari met een aantal bewoners en werkgroepen waarbij de burgemeester aanwezig was, ook om over die toekomstige visie na te denken. Zo zijn we elke keer verder met praten. Ik denk dat we in contact moeten blijven komen, blijven praten maar we moeten ook een keer wat gaan doen. Als we kijken naar deze woonvisie, denk ik 'is het realistisch?' We zijn voor de starters. Er staan trouwens ook heel mooie dingen in de woonvisie. De vergrijzing gaat toenemen, we zoeken allemaal voor onze kinderen starterswoningen. Ik hoor ook de brandweerman en de politie noemen, allerlei bevolkingsgroepen hebben recht op een woning. Maar als we zeggen, zoals het college had voorgesteld, 'kijk na 2030 ook buiten je grenzen', zijn wij van mening, zoals we ook in ons verkiezingsprogramma voorstellen, 'ga kijken naar oplossingen en doe in ieder geval een onderzoek naar de mogelijkheden na 2030'. Want wij voorzien tot 2030 opvang in de huidige kernen, realistisch, wat hier gesteld wordt, vijftig tot zeventig woningen, gewoon niet gebeuren. Natuurlijk, je moet ambitie hebben als raad. Daar zijn we ook voor. Maar is het ook realistisch, terugkijkend naar de woonvisie van de afgelopen jaren? Er komt niets van de grond, dus er moeten wel keuzes gemaakt worden.
En als we het hebben over onze jongeren in de gemeente, dan moeten we verder kijken. En dan moeten we maar eens verder kijken buiten de kernen. Waar de mogelijkheden liggen. Er wordt ook gesproken over de drie pijlers, wonen voor iedereen, toekomstige wonen en dorps wonen in het groen. Ook dat stond in de vorige woonvisie. Als we dan terugkijken en teruglezen, is de vraag ook 'wat heeft dat opgeleverd?' We hebben veel gesproken maar geen uitvoering gezien. Veel ontwikkellocaties kennen een lange doorlooptijd. Gemiddeld duurt het tien tot twaalf jaar voordat je een woning kunt bouwen. We hebben al vaker aangegeven in de raad over de ontwikkellocaties aan het college 'geef de raad nu eens duidelijkheid; zijn er ontwikkellocaties waar 11
we over kunnen praten? Zijn die er? Welke mogelijkheden zijn er?' We stemmen in met een woonvisie met ontwikkellocaties maar weten niet waar, hoe of wat. Zeg het maar, waar moeten ze komen? Dat mis ik een beetje, of missen wij als fractie, aan deze woonvisie. Kom met concrete plannen; waar willen we bouwen? Dat is een beetje onze doorkijk op deze woonvisie. Natuurlijk, er zijn ook mooie punten te benoemen, zoals ik net al zei. Ik verval niet in herhalingen. Maar concreet levert het voor ons niet een realistisch beeld op voor de komende jaren. Tot zover deze termijn eventjes. De voorzitter: Dan wil ik tot slot in de tweede termijn het woord geven aan de heer Gebben van de VVD. De heer Gebben: Nogmaals, de woonagenda moet gericht zijn op onze eigen gemeente met de daarbij behorende behoefte. Het stuk is niet bedoeld voor de invulling van de wensen van onze omringende gemeenten en de provincie. Wij zijn geen grootstedelijk gebied met veel sociale huur, dat zijn we ook nooit geweest. Ons bebouwde gebied bestaat uit hoofdzakelijk dorpen met een rustig en sociaal karakter. Dat is wat de VVD, naast het groen, in tact wenst te houden. Wat onze buurgemeenten en provincie daarvan vinden, is van ondergeschikt belang. Het is jammer dat onze amendementen niet in goede aarde lijken te vallen. Die hadden volgens de VVD de woonvisie veel beter en duidelijker gemaakt.
Wij geven graag een reëel beeld en houden niet zo van mooie sier maken. Jammer ook dat andere partijen in deze raad, net als de provincie, de focus vooral op sociale huurwoningen leggen en de middengroepen in de kou laten staan. Een gemiste kans. We zijn wel blij met het weghalen van de opmerkingen met betrekking tot dorps uitbreiden. Dat moeten we gewoon niet willen. Het is wel jammer dat wij hier worden weggezet als VVD zijnde,… De voorzitter: Ik zie hierbij een interruptie van de heer Knaap van de OGP Midden-Delfland. De heer Knaap: Voorzitter, de heer Gebben stelde mij net de vraag of ik bereid was als OGP Midden-Delfland om sociale woningbouw niet toe te staan bij grote middenhuurprojecten. Ik zou de vraag andersom willen stellen: is de VVD bereid om middenhuur ten koste te laten gaan van projecten die meer dan € 1 miljoen per stuk kosten? De voorzitter: Dank u wel mijnheer Knaap, dan nu het woord aan mijnheer Gebben. De heer Gebben: Met projecten van meer dan € 1 miljoen per stuk bedoelt u waarschijnlijk huizen van meer dan € 1 miljoen. Ik denk dat, als je er goed naar kijkt en we graag middenhuur willen, dat zeker een optie is als we een deel vervangen door middenhuur en minder dure woningen doen. Daar zijn we het, denk ik, allemaal over eens.
Alleen is het probleem met dat soort dingen vaak dat de raad die 30-30-40 wil en een aantal partijen wil liefst meer dan die 30% sociale huur. Het moet wel rond te rekenen zijn. We moeten, denk ik, als gemeente ervoor oppassen dat we niet alles zo dicht timmeren naar onze wensen dat geen aannemer of geen ontwikkelaar het überhaupt kan bouwen omdat het niet rond te rekenen is. Daar zullen we met zijn allen ook rekening mee moeten houden. Dat is zeker ook een realiteit. De VVD wil best meedenken over wat meer middenhuur. En als het kan en het is rond te rekenen, dan kunnen we er zeker over praten. Dat is echt het punt niet. Ik wilde nog een laatste opmerking maken. Wij worden hier als VVD weggezet als partij die groepen uitsluit en wegzet. Ja, dat vind ik echt absurd. Wij vonden en wij vinden ook nog steeds dat wij al onze taakstellingen wat betreft statushouders moeten uitvoeren. En dat blijft ook zo. En ons zo framen, vind ik beneden alle peil. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Gebben. Dan nu het woord aan mijnheer Knaap van de OGP Midden-Delfland. De heer Knaap: Allereerst ben ik blij dat de VVD bereid is om ook eens te kijken naar de andere kant van het spectrum, om bij die heel dure huizen misschien iets van middenhuur te doen. Dus misschien kunnen we elkaar daar nog in vinden op een later moment. De interruptie gaat over dat tweede deel.
Ik snap dat mijnheer Gebben het vervelend vindt dat het beeld ontstaat dat hij groepen wegzet maar de letterlijke uitspraak van het commissielid van de VVD is gewoon dat statushouders niet in aanmerking mogen komen voor een sociale huurwoning. 12
Dat is gewoon letterlijk zo gezegd. Dus ik zou graag van de heer Gebben willen weten of die zich dat ook nog kan herinneren. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Knaap. Het woord is aan de heer Gebben. De heer Gebben: U zult begrijpen dat ik dat mij zo niet kan herinneren. Het ging over het principe van de gelijke behandeling. Statushouders zijn onderweg om Nederlander te worden. Daar horen rechten en plichten bij. En een van de rechten is ook een huis maar dat geldt ook voor onze jongeren die onderaan de woonladder moeten beginnen. Het gelijkheidsprincipe is wat ons betreft 'je bent hartelijk welkom. Als je mee gaat doen in de woonladder, heb je ook dezelfde rechten als alle andere Nederlanders, want je bent een Nederlander geworden en dan begin je onderaan de woonladder'. Daar ging het over en over dat we daar toch ook eens een keer naar moeten kijken. Want er zijn heel veel jongeren en starters die zich toch wel wat achtergesteld voelen. Ik vind niet dat we dat moeten negeren. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Gebben en dan tot slot mijnheer Knaap en dan wil ik graag naar de wethouder om de beantwoording van de tweede termijn te doen. Maar mijnheer Knaap nog even tot slot. De heer Knaap: Ik houd het ook gewoon kort, voorzitter. Ik snap wat de heer Gebben zegt.
Het feit dat hij zich dat niet zo kan herinneren, dat hoor ik wel vaker, ook bij een landelijk VVDplatform maar dat geeft niet. We zitten hier lokaal. Maar wat ons betreft, is er wel een verschil. Een statushouder heeft niets. Die heeft een containerwoning. Huisvesting voor onze jongeren is ook een zorg. Daar moeten we zeker aan werken. Maar die hebben vaak wel een bestaand netwerk en een bestaand vangnet. Dus nogmaals de vraag aan de heer Gebben: vindt u het niet van echt liberalisme getuigen als u mensen ook echt een start geeft in de maatschappij? De voorzitter: Mijnheer Knaap, dank u wel en dan tot slot het woord aan mijnheer Gebben. De heer Gebben: Het is natuurlijk heel liberaal dat iedereen een goede start krijgt maar wel ook een gelijke start. Liberalisme staat ook voor gelijkheid en dat is prima. Wij huisvesten onze statushouders keurig netjes. We gaan ook flexwoningen bouwen. Misschien kunnen we die daar ook voor gebruiken. Maar ja, liberaal is ook gelijkheid. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Gebben en daarmee sluit ik ook deze tweede termijn en wil ik graag het woord geven aan wethouder Voskamp. Wethouder Voskamp: Voorzitter, er stond nog een vraag open uit de eerste termijn en ik lees een aantal opmerkingen van de heer Van der Spek van Mijn Partij ook maar als een vraag. U heeft het over de zelfbewoningsplicht.
We hebben aangegeven dat wij met een Actieplan Wonen komen in het najaar waarin we een aantal zaken aan u zullen aanbieden in het kader van 'wat gaan we nou met deze woonvisie doen? Hoe gaan we dat doen? Welke instrumenten gaan we daarbij inzetten'? En we zullen ook al een klein doorkijkje geven in hoe we die projecten zodanig gaan opwerken dat we daar met u in een aantal ruimtelijke documenten, zoals de dorpsvisies en de Omgevingsvisie 2.0 een plekje kunnen geven. Dus het Actieplan Wonen zal aangeven hoe we bijvoorbeeld een aantal instrumenten, zoals de zelfbewoningsplicht of een aantal andere instrumenten die er zouden kunnen zijn, kunnen inzetten of hoe wij daar tegenaan kijken, zodat we die zouden kunnen inzetten. Ik denk dat daar ook, richting de heer Van der Spek, de concreetheid zal komen van 'wat gaan we hier nou mee doen?' De visie is een visie, zoals wij dat voor ons zien. Het is enerzijds, zoals de heer Knaap ook aangaf, een beschrijving van de huidige situatie. Het is een beschrijving van wat er nodig is en daarmee ook een beschrijving van hoe we daar naartoe gaan groeien, of waar we naartoe willen groeien, laat ik het zo zeggen.
Dat hoe gaan we in het Actieplan Wonen onder andere samen met u opwerken en neerleggen zodat het daarna in de ruimtelijke kaders, zoals een Omgevingsvisie 2.0 kan landen en we daar netjes, mooie afspraken over kunnen maken, zodat we door kunnen pakken en projecten ook kunnen afronden. Voorzitter, tot zover.
13
De voorzitter: Dank u wel wethouder Voskamp. Dat betekent dat de beraadslagingen zijn geweest en dat we overgaan tot besluitvorming waarbij we allereerst het drietal amendementen in stemming gaan brengen. Amendement A. U kunt dat ook, als het goed, ondertussen in iBabs terugvinden. Dat wil ik even meegeven. Ik geef u daartoe even de gelegenheid, voor een halve minuut. En u kunt inderdaad Amendement A Dorpse uitbreiding in het groen niet doen, in stemming brengen. Daarmee heeft iedereen zijn stem uitgebracht. Het amendement is aangenomen met 12 stemmen voor en 4 tegen. Dan gaan we naar amendement B Aanpassing woonvisie: 27% sociale huur. Dat is de titel. Dat komt nu ter stemming. U kunt nu uw stem uitbrengen. De stemmen zijn uitgebracht en het amendement is verworpen. 9 stemmen tegen en 7 stemmen voor. Dan gaan we nu naar het derde amendement. Aanpassing woonvisie middenhuur. Alle stemmen zijn uitgebracht. En daarmee is het amendement verworpen met 9 stemmen tegen en 7 stemmen voor. Dan gaan we nu over tot het in stemming brengen van het voorstel. De stemming is geopend. De stemmen zijn uitgebracht en het voorstel is aangenomen met 9 stemmen voor en 7 stemmen tegen. Dat betekent dat we dit belangrijke onderdeel hebben afgerond voor dit moment en overgaan tot agendapunt 7. Het voorstel wordt aangenomen met tegenstemmen van de fracties van Mijn Partij en VVD.
7.
Voorstel aanvraag Vangnet BUIG
De voorzitter: De fractie CDA heeft aangegeven dit voorstel nader te willen bespreken en die krijgt ook zo het woord. En zijn er nog andere fracties die het woord willen voeren? Ik kijk even rond. Nee. Dan wil ik hierbij het woord geven aan mevrouw Langeveld. Mevrouw Langeveld: Voor ons ligt de aanvraag voor de Vangnetuitkering voor de bijstandsuitgaven. Op die aanvraag kan natuurlijk niemand tegen zijn. Dat heb ik in de laatste commissievergadering ook al aangegeven. Maar het is voor ons meer dan alleen de aanvraag voor de vangnetuitkering. Ik wil even wat aan mijn linkerbuurman vragen. Ik vind het lastig om zo mijn hoofd erbij te houden. Dank u wel. Voorzitter, sorry. Het gaat voor ons om meer dan alleen de aanvraag voor de vangnetuitkering. We hebben een tekort in 2023 van ruim € 450.000,00. Dat is best veel geld. We kunnen daar een tegemoetkoming voor aanvragen bij het rijk. Hartstikke mooi maar dan blijft er nog een kleine € 250.000,00 over die we als gemeente zelf moeten betalen. Schrikken wij van dat bedrag als CDA? Nee, daar schrikken wij zeer zeker niet van, want het is natuurlijk wel heel veel geld maar er wordt ook goed uitgelegd hoe het komt dat wij die overschrijding hebben. Ik heb in de vorige commissievergadering een viertal vragen gesteld. Een daarvan was een technische vraag en die heb ik ook nog technisch gesteld en daar heb ik een antwoord op gekregen.