2024 m 06 d 18 Vsl Commissie
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de commissie van de gemeente MiddenDelfland, gehouden op dinsdag 18 juni 2024, 19.30 uur. Voorzitter
: de heer N.C. Knaap
Griffier
: de heer A. de Vos
Aanwezig : de heer B.J. Ammerlaan (Mijn Partij), de heer M. de Bakker (ChristenUnie), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer Jongsma (OGP), de heer I. van der Kolk (OGP), mevrouw S.A. Koppert (OGP), mevrouw D. Langeveld (CDA), mevrouw L.C. van der Lans (D66), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer M.W. Renzen (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
:-
Tevens aanwezig: mevrouw F.I. Noordermeer-van Slageren, burgemeester, mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek en de heer F.A. Voskamp, wethouders
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter opent de commissievergadering van 18 juni 2024 om 19.30 uur en heet de commissie- en collegeleden, bezoekers en kijkers thuis welkom. Vanwege het grote aantal agendapunten worden de commissieleden verzocht om hun inbreng kort en bondig te houden.
2.
Spreekrecht algemeen
Niemand heeft zich aangemeld om gebruik te maken van het spreekrecht.
3.
Vaststellen van de agenda
De heer Gebben vraagt om agendapunt 20, voorstel (her)bevestiging spelregels raadsinformatiebijeenkomsten, van de agenda te halen. Het is de VVD niet duidelijk waarom dit onderwerp geagendeerd is en ziet niet in waarom de raad zou moeten besluiten over spelregels die reeds zijn vastgesteld, die prima voldoen en ongewijzigd blijven. De voorzitter stelt dat het onderwerp is geagendeerd naar aanleiding van een bespreking in het Presidium en vraagt een van de leden van het Presidium om een toelichting. De heer Van der Spek merkt op dat er veel onduidelijkheid was over de spelregels voor raadsinformatiebijeenkomsten. Het leek het Presidium verstandig om deze te actualiseren en opnieuw onder de aandacht te brengen. De voorzitter vraagt de commissie of ze het onderwerp wil bespreken. De heer Zwaard wil het onderwerp op de agenda te houden omdat het een actualisatie van de spelregels betreft. Mevrouw Koppert sluit zich daarbij aan. De heer Vieira vindt dat het onderwerp voldoende aspecten kent om in het openbaar te bespreken. D66 wil het onderwerp op de agenda houden. De heer Ringeling is het eens met de VVD en vindt het niet nodig om het onderwerp te bespreken. De voorzitter concludeert dat vier fracties het onderwerp willen bespreken en twee fracties niet. Besloten wordt dat het onderwerp wordt besproken. De voorzitter stelt voor om het wel kort en 1
bondig te houden. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
4.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen door commissieleden
4a.
Vragen lid mevrouw S.A. Koppert (OGP) over communicatie inspraak conceptafvalbeleid De voorzitter geeft de OGP de gelegenheid om aanvullende vragen te stellen. Mevrouw Koppert dankt het college voor de beantwoording van de vragen. OGP was wel wat teleurgesteld. De fractie had verwacht dat er een oplegger zou komen, waarin duidelijk wordt uitgelegd wat er gaat veranderen. OGP betreurt de wijze waarop nu gecommuniceerd is met de inwoners en vraagt de wethouder om op de website en via sociale media aan te geven wat er gewijzigd wordt en wat de gevolgen van het nieuwe afvalbeleid zijn voor de inwoners. Wethouder Voskamp antwoordt dat hier al aan gewerkt wordt. Eind juni wordt een reminder gepubliceerd met een infographic waarin de wijzigingen duidelijk worden. Mevrouw Koppert dankt de wethouder voor deze herkansing. De heer De Bakker had gevraagd of de gemeente in het kader van de nieuwe Omgevingswet meer beleid kan voeren op agrarische gronden die duurzaam beheerd worden. Als een boerenbedrijf stopt en de boerderij wordt verkocht kan de nieuwe eigenaar geheel zijn eigen gang gaan. Nu de Natuur- en Herstelwet is aangenomen komt er rijksbudget om dergelijke gronden aan te kopen of anders te beheren. Om slagvaardig te zijn als het rijksbeleid er komt, moet de gemeente in beeld hebben welke boeren hun grond duurzaam beheren.
De heer De Bakker vraagt of de inventarisatie van deze gronden alvast kan worden opgestart. De voorzitter stelt voor om in de commissievergadering van 2 juli a.s. de vraag schriftelijk in te dienen zodat de commissieleden zijn geïnformeerd en het college zich kan voorbereiden op de beantwoording.
5.
Overzicht vaste onderwerpen en openstaande moties
Er zijn geen opmerkingen over het overzicht vaste onderwerpen en openstaande moties.
6.
Raadsinformatiebrief 'beoogd bouwprogramma potentiële woningbouwlocatie Tanthofkade 1b'
De voorzitter licht toe dat de raadsinformatiebrief door de VVD-fractie is geagendeerd met twee vragen. Daarom geeft hij als eerste het woord aan de VVD. De heer Renzen zegt dat de VVD blij is met het plan om 18 tot 24 middeldure appartementen te bouwen aan Tanthofkade 1b in Den Hoorn. De fractie is het ermee eens dat de ontwikkeling bijdraagt aan de volkshuisvestingsdoelstellingen en in lijn is met de woonvisie. Het verheugt de VVD dat wordt geconstateerd dat de bouw van middeldure huurwoningen achterblijft in de programmering en dat de woningen aan eigen inwoners worden toegewezen. De VVD zal een motie indienen om de mogelijkheid om 100% middeldure woningen toe te voegen aan het woningprogramma en op te nemen in de woonvisie. De VVD wil namelijk de woningen bouwen waar de meeste vraag naar is en die toegewezen worden aan de eigen inwoners. De VVD rekent erop dat alle partijen, die het college niet bij motie hebben afgeraden om een anterieure overeenkomst te sluiten, het kader willen aanpassen. De heer Renzen benadrukt dat het voorstel procedureel niet klopt. De raad bepaalt immers de kaders en het college moet elke afwijking daarvan aan de raad voorleggen. Informeren via een raadsinformatiebrief is onvoldoende en onjuist. De VVD ziet graag dat het college dit voortaan anders doet. Mevrouw Langeveld vindt dat het college niet afwijkt van de bestaande kaders.
In het coalitieakkoord staat dat het uítgangspunt 30/30/40 is. Dat betekent dus niet dat het per definitie altijd zo moet worden uitgevoerd. Ze vraagt of de VVD het daarmee eens is. 2
De heer Renzen merkt op dat hij niet verwees naar het coalitieakkoord maar naar het kader dat de raad heeft vastgesteld. Als het college daarvan wil afwijken hoort dit via de besluitvorming van de raad te verlopen. De heer Scholtes vraagt welke vraag nu aan de fracties wordt gesteld. De heer Renzen antwoordt dat de VVD de brief heeft geagendeerd en een document heeft bijgevoegd waarin vragen staan. Hierop kunnen de fracties reageren maar dat hoeft niet. Hij is vooral benieuwd of andere partijen het met de VVD eens zijn dat er een toegevoegd kader moet komen dat 100% middeldure woningen mogelijk maakt. De heer Roeling was het opgevallen dat in de raadsinformatiebrief geen vragen waren opgenomen aan de gemeenteraad. Er wordt ook niet toegelicht waarom er een uitzondering wordt gemaakt op het bouwprogramma. Bij eerdere plannen heeft de raad meermaals gevraagd om minder dure woningen te bouwen maar dan werd altijd geantwoord dat dit financieel niet haalbaar was. Mijn Partij is het met de VVD eens dat het college wat consequenter mag optreden. De fractie wil dat wordt vastgelegd in welke gevallen het college kan afwijken van het bouwprogramma. Mijn Partij vindt het voorgestelde plan overigens een welkome aanvulling op de bestaande woningvoorraad. De heer Scholtes stelt dat het woningbouwprogramma is opgesteld om maatschappelijke doelen te bereiken.
De gemeente wil een goed gevarieerd woningbouwprogramma hebben waarmee ze ontwikkelaars kan verleiden om te gaan bouwen. De verhouding 30/30/40 is hiervoor bedoeld want daarmee worden ontwikkelaars verplicht om ook voordelige woningen voor starters en jongeren te bouwen. D66 begrijpt in dit kader dat het college graag een plan met 100% middelhuur wil laten uitvoeren. Als er wordt afgeweken van de kaders is het echter wel aan de raad om hierover te besluiten. De heer Renzen vraagt of de commissie beseft dat het huidige woningbouwprogramma tot 2030 in beton gegoten is en dat alleen nog nieuwe locaties, zoals Tanthofkade, worden besproken. De heer Scholtes is zich ervan bewust dat er afspraken vastliggen. Daardoor zit de gemeente nog steeds in de sores van het gevoerde VVD-beleid en kan ze niet de woningen bouwen waar de maatschappij om vraagt. D66 vindt dat het college de raad had moeten raadplegen over het afwijken van de kaders. Daarbij is het belangrijk dat het maatschappelijke draagvlak voor woningbouw wordt meegenomen in het raadsdebat. De heer Renzen veronderstelt dat D66 in dezelfde coalitie zat toen de sores werd gecreëerd in Den Haag. De heer Scholtes had niet willen refereren aan de sores in Den Haag. De meeste woningbouwprogramma's hebben een doorlooptijd van zeven, acht jaar. Toen zat in Midden-Delfland de VVD in het college.
De heer Roeling vraagt of de raad eerder bevraagd moet worden over een bouwplan. Nu werkt het college al aan een anterieure overeenkomst. Het zou toch beter zijn om eerst te overleggen met de raad? De heer Scholtes is het daar volledig mee eens. De gemeenteraad moet eerder meegenomen worden in de planvorming zodat het maatschappelijke draagvlak goed getoetst wordt. D66 vindt ook dat de aanpassing aan het programma toegevoegde waarde heeft voor MiddenDelfland. De fractie vindt het echter niet verstandig dat initiatiefnemers zelf mogen bepalen wat zij gaan bouwen. Het woningbouwprogramma heeft een maatschappelijk doel en dat moet wel gerealiseerd worden. Ook als wordt afgeweken van het woningbouwprogramma moet de bouw maatschappelijke toegevoegde waarde hebben. De heer Renzen stelt dat een overheid iedereen gelijk moet behandelen. Hij vraagt wat D66 ervan 3
vindt dat voor dit plan afgeweken mag worden van het kader. De heer Scholtes benadrukt het uiteindelijke doel: een passend woningbouwprogramma realiseren voor Midden-Delfland. Als de gemeenteraad het programma passend vindt, moet het kunnen worden uitgevoerd. De heer Ringeling stelt dat de ChristenUnie met het voorliggende plan zou instemmen maar dat het aan de raad is om te bepalen of er van het woningbouwprogramma mag worden afgeweken. De motie die de VVD gaat indienen zou de ChristenUnie in iets breder perspectief willen bekijken. De raad heeft het kader opgesteld met het maatschappelijke doel om te bouwen voor alle bewonersgroepen. De vraag is of daar nog aan voldaan wordt als de motie van de VVD wordt aangenomen. De heer Jongsma vindt dat het motto 'gelijke monniken, gelijke kappen' moet worden gehanteerd. De kaders moeten voor iedereen duidelijk zijn en als ervan wordt afgeweken moet dit goed onderbouwd worden. Dat is volgens OGP onvoldoende gebeurd. De VVD stelt voor om bouwplannen mogelijk te maken met 100% betaalbare woningen terwijl de ChristenUnie dit vooralsnog alleen op deze locatie verstandig vindt. OGP kan nog niet beoordelen waarom het op deze locatie mogelijk is maar elders niet.
OGP is geen voorstander van het toevoegen van 100% betaalbare woningen aan het woningbouwprogramma omdat de fractie nog steeds van mening is dat elk project minimaal 30% sociale woningbouw moet bevatten en in totaal 60% betaalbaar. 100% betaalbare woningbouw klinkt sympathiek maar het gaat ten koste van het percentage sociale woningbouw, waardoor de groep die geen woning kan betalen, groter wordt. De heer Renzen vraagt of de heer Jongsma bekend is met het ABF-rapport Naar meer evenwicht in Haaglanden. In dat rapport staat dat Midden-Delfland alleen behoefte heeft aan middeldure woningen en dat het vooral Haaglanden is die een evenwichtsscenario nastreeft zodat de kansarme wijken in de regio worden ontlast. De heer Jongsma erkent dat volgens het rapport een bouwproject met middeldure woningen de beste optie zou zijn voor Midden-Delfland. De gemeente wil echter voor iedereen bouwen en daar horen ook sociale woningen bij. Mevrouw Langeveld sluit aan bij de opmerking van OGP dat Midden-Delfland er voor iedereen wil zijn. Iedereen die in de gemeente wil komen wonen is welkom. Het CDA zal niet instemmen met het voorstel van de VVD. In het coalitieakkoord staat duidelijk dat het uítgangspunt een verhouding van 30/30/40 is. Dat biedt voldoende ruimte voor het college en de raad om af te wijken. De heer Renzen vraagt hoe het CDA dat voor zich ziet.
In het coalitieakkoord staat dat er 'minimaal 30% sociaal gebouwd moet worden'. Dat biedt volgens hem geen enkele ruimte om af te wijken. Mevrouw Langeveld benadrukt dat het een uitgangspunt betreft. 30% sociale bouw is een streven van de gemeente. Als er een reden is om ervan af te wijken kan dat. In dat geval moet de raad op de hoogte gesteld worden middels een collegebrief of een raadsbesluit. De heer Renzen vraagt of het CDA niet bang is dat de afwijking wordt gezien als willekeur. Wat zijn de argumenten van het CDA om met het voorliggende voorstel in te stemmen? Mevrouw Langeveld heeft nog niet gezegd dat het CDA zal instemmen met de afwijking. Die vraag ligt namelijk niet voor. Aan de wethouder vraagt ze wat de initiatiefnemer vindt van het plan dat het college heeft voorgesteld. De voorzitter concludeert dat er slechts één vraag aan het college is gesteld en geeft wethouder Voskamp de gelegenheid om in de eerste termijn te reageren.
4
Wethouder Voskamp stelt dat de brief juist bedoeld is om de raad tijdig mee te nemen in het proces. Het college is in gesprek met een initiatiefnemer en denkt dat 100% middeldure huur op deze locatie prima past. In de brief wordt uitgelegd hoe zich dit verhoudt tot de uitgangspunten in de woonvisie en hoe het past binnen de afspraak om 30% sociale huur te bouwen. Er is veel vraag naar middeldure huur. In Den Hoorn heeft men een overschot aan sociale huur zoals uit de woonvisie is gebleken. Het college probeert de raad in het proces mee te nemen om te voorkomen dat het voelt als 'tekenen bij het kruisje'. De gemeente is echter nog volop in gesprek met de initiatiefnemer. Het uitgangspunt is overigens nog steeds 30/30/40 maar het college ziet voor dit plan een goede reden om af te wijken omdat op deze locatie middeldure woningen beter passen. Het college had ook eerst een raadsbesluit kunnen vragen en vervolgens de initiatiefnemer meedelen wat voor bouwplan het mag worden op die locatie. In dat geval zou de initiatiefnemer wel eens kunnen gaan twijfelen of het allemaal passend is. Daarom voert het college nu de gesprekken en informeert het de raad hierover. Als het plan definitief is, wordt het als raadsvoorstel aangeboden zodat de raad kan besluiten om al dan niet af te wijken van het woningbouwprogramma.
De heer Jongsma merkt per interruptie op dat niet duidelijk is of de raad of het college het initiatief heeft genomen om 100% middeldure woningen te bouwen. Wethouder Voskamp antwoordt dat het college in gesprek is met de initiatiefnemer over het woningbouwprogramma. In die gesprekken is verkend wat de mogelijkheden zijn en daar is uitgekomen dat het een locatie is die geschikt is voor middeldure woningen. In Den Hoorn heeft men immers een overschot aan sociale huurwoningen en veel behoefte aan het middeldure segment. Het college wil graag vasthouden aan de verhouding 30/30/40 en de uitzonderingen hierop bespreken met de raad. Als in het woningbouwprogramma 100% middeldure woningen als optie wordt opgenomen gaan initiatiefnemers kiezen wat ze willen bouwen en heeft de gemeente hier geen grip meer op. De voorzitter geeft de commissie gelegenheid voor een tweede termijn. Mevrouw Langeveld dankt de wethouder voor de uitleg. Die uitleg is voor het CDA voldoende. De fractie kan zich vinden in de argumentatie van het college. De heer Scholtes is verheugd dat het college uitzonderingen op het woningbouwprogramma voorlegt aan de raad. D66 hoopt wel dat dit gebeurt voordat er een anterieure overeenkomst wordt gesloten. De heer Jongsma zegt dat voor OGP het uitgangspunt 30/30/40 blijft zodat de gemeente regie houdt op wat er gebouwd wordt.
De heer Roeling vindt het argument dat het bouwplan past op de locatie onvoldoende en ziet graag dat afwijkingen beter gemotiveerd worden. Mijn Partij adviseert ook om extra aandacht te geven aan de parkeerbalans. Voor 24 appartementen zijn circa 36 parkeerplaatsen nodig en dat zal lastig zijn in de wijk. De heer Renzen vraagt of het college niet bang is dat het toetsen van individuele projecten leidt tot willekeur. Bij projecten tot tien woningen hoeft de ontwikkelaar geen sociale woningen te wonen maar kan worden volstaan met een bijdrage aan het sociale woningenfonds. De VVD vraagt of dat ook voor dit project geldt en zo niet of dat eerlijk is tegenover initiatiefnemers van kleine projecten. Uitgelegd werd dat het college de raad informeert maar nog niet om besluitvorming vraagt omdat dit de gesprekken met de initiatiefnemer belemmert. In wezen komt dat erop neer dat de raad bij het kruisje mag tekenen. Anderzijds stelt het college dat het aan de raad is om over afwijkingen te besluiten. De VVD hoort graag hoe het college dit ziet. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren in tweede termijn.
5
Wethouder Voskamp antwoordt dat het plan moet voldoen aan de parkeerbalans. De gemeente zal het project daarop toetsen. Als het niet passend is, kan het college eventueel aan de raad voorstellen om ervan af te wijken. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat er een plan komt dat voldoet aan alle kaders, inclusief die voor het parkeren. Het gelijkheidsbeginsel is belangrijk. Daarom besteedt het college veel aandacht aan de onderbouwing van het besluit. De heer Renzen vindt de argumenten in de raadsinformatiebrief nog niet erg concreet. Dat het past in de woonvisie en passend is op de locatie kan over elk project gezegd worden. Gaat het college nog concreet duiden waarom voor deze ontwikkeling wordt afgeweken van het kader? Wethouder Voskamp antwoordt dat die opdracht er ligt. Het college geeft een aantal redenen waarom het denkt dat deze ontwikkeling mogelijk is. Misschien komt er uit de gesprekken nog wel een ander plan. Als het college het uiteindelijke plan aan de raad voorlegt, zal onderbouwd worden waarom dit het beste plan op deze locatie is. Het college wil de raad vroeg in het proces meenemen. Daardoor is nog niet alles duidelijk. Als er nu een besluit zou worden gevraagd zou de raad zeggen dat er onvoldoende informatie is om het besluit op te baseren.
Gezien de behoefte aan middeldure woningen in Den Hoorn en gezien de specifieke locatie verwacht het college dat er voldoende grond is om later het besluit voor te leggen om af te wijken van het woningbouwprogramma. De heer Scholtes vraagt of het college bereid is om bij volgende bouwplannen een bredere context te presenteren over de plek van de specifieke ontwikkeling binnen het gehele woningbouwprogramma en daarbij aan te geven wat de toegevoegde waarde is. Wethouder Voskamp vindt dat lastig. In de brief geeft het college aan waarom het denkt te kunnen afwijken van het woningbouwprogramma. Bij de besluitvorming over het project zal wat meer in detail worden getreden voor de onderbouwing. De vraag over de mogelijkheid om het sociale deel af te kopen zal hij later beantwoorden. Het afkopen is echter meer bedoeld als een ontwikkelaar zelf een plan wil uitvoeren waar de gemeente eigenlijk geen behoefte aan heeft. De heer Renzen vraagt of de raad voor of na het ondertekenen van de anterieure overeenkomst om besluitvorming wordt gevraagd. Wethouder Voskamp antwoordt dat dit niet relevant is. In de anterieure overeenkomst staat dat alle afspraken goedkeuring van de gemeenteraad vereisen. De voorzitter concludeert dat de raadsinformatiebrief wordt geagendeerd voor de raadsvergadering alwaar de fracties kunnen bepalen welke instrumenten ze willen inzetten.
7.
Jaarverslag 2023 Buurtpreventie Schipluiden
De voorzitter licht toe dat Mijn Partij en CDA vragen hebben gesteld over het Jaarverslag 2023 van Buurtpreventie Schipluiden. Hij vraagt Mijn Partij om aan te geven welke vraag hij aan de commissie en/of het college wil voorleggen. Het CDA heeft in de vergaderstukken al duidelijk aangegeven waarover men wil spreken. De heer Van der Spek stelt dat er al jarenlang discussie is tussen college en Buurtpreventie over het proces. De beantwoording van de vragen door het college waren duidelijk. Mijn Partij dankt Buurtpreventie voor de inzet. Buurtpreventie bestaat uit bewoners die zich vrijwillig inzetten om de veiligheid in de kernen van Midden-Delfland te borgen. Aan het college had hij twee vragen gesteld. In april is er een gesprek geweest met Buurtpreventie over de voortgang. In juni zou er nog een gesprek plaatsvinden, namelijk over de invulling van het convenant. Hij vraagt een terugkoppeling van deze gesprekken. Mevrouw Langeveld geeft een compliment aan Buurtpreventie voor de dagelijkse inzet in de verschillende kernen. Enkele jaren geleden is toegezegd dat er in Schipluiden een jongerenopvangpunt, JOP, zou komen. Volgens het jaarverslag is dat nog steeds niet gerealiseerd. 6
Volgens het college is de vergunning aangevraagd en komt het JOP er binnenkort. Ze vraagt of de vergunning inmiddels is afgegeven en wanneer het JOP er komt. Ook hoort ze graag hoe de gemeente gaat monitoren of het JOP succesvol is aangezien het een pilot is voor twee jaar. Tot slot geeft Buurtpreventie aan dat men het jeugd- en jongerenwerk in Midden-Delfland wil herintroduceren. Ze vraagt wat de commissie en het college daarvan vinden. De heer Jongsma zou eerst van het college de stand van zaken willen horen. De heer Moerman vindt het goed dat het jaarverslag is geagendeerd. De VVD is erg blij met Buurtpreventie en vindt dat men goed werk verricht voor de gemeenschap. Het is dan ook jammer om te lezen dat het contact tussen Buurtpreventie Schipluiden en de gemeente moeizaam verloopt. De financiële bijdrage van de gemeente is onvoldoende en al jaren niet geïndexeerd. De VVD zou het kwalijk vinden als de slechte communicatie en de financiële situatie ertoe leiden dat vrijwilligers ermee stoppen. Mevrouw Koppert vraagt de heer Moerman waarop hij baseert dat de communicatie met Buurtpreventie slecht is want van de andere buurtpreventieteams hoort de gemeente nooit klachten. De heer Moerman antwoordt dat in het jaarverslag stond dat de communicatie met de gemeente moeizaam verloopt. Hoe het in Maasland en Den Hoorn is, weet hij niet.
De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Burgemeester Noordermeer begint met een korte stand van zaken over de samenwerking met de buurtpreventieteams. In maart 2024 is de gemeente begonnen om samen met Buurtpreventie een aantal langlopende problemen op te lossen. De burgemeester heeft sindsdien diverse gesprekken gevoerd met de vrijwilligers. Vanaf maart is er tweemaal met drie besturen overlegd. Het verouderde convenant zal geactualiseerd worden en de drie buurtpreventieteams gaan hiermee werken. De financiële component hoort daar ook bij. Om de kwaliteit te verbeteren wordt een basistraining en een jaarlijkse specifieke training aangeboden. De locatie van het Buurtpreventieteam Schipluiden moet snel verbeterd worden. Met het bestuur van de Dorpshoeve wordt verkend of Buurtpreventie daar gehuisvest kan worden. Buurtpreventie heeft daarnaast gesprekken gevoerd met de scouting. Volgende week hopen college en Buurtpreventie vast te stellen welke nieuwe locatie het gaat worden. Op 27 mei 2024 is de vergunning voor het JOP verleend. Begin juli wordt de volgende stap gezet. Politie, sportverenigingen en het buurtpreventieteam zijn bij dit proces aangesloten. Het JOP wordt een pilot van twee jaar. Daarna wordt er geëvalueerd. Hierbij zullen de jongeren zelf betrokken worden maar ook de politie en het buurtpreventieteam.
Gevraagd werd naar het jeugd- en jongerenwerk. Het college hoort graag wat de commissie ervan vindt dat Midden-Delfland geen jongerenwerker heeft maar wel binnenkort een boa die goed contact heeft met de jongeren. De burgemeester sluit zich aan bij de complimenten die zijn gemaakt voor de drie buurtpreventieteams. Het contact met Buurtpreventie Schipluiden wordt nu ook niet meer als lastig ervaren. Tot slot merkt de burgemeester op dat het klopt dat de bijdragen jarenlang niet geïndexeerd zijn. De gemeente is nu met Buurtpreventie in gesprek om dit op een financieel gezonde manier aan te passen. Er is ook gesproken over werkkleding en het werven van nieuwe vrijwilligers. De gemeente is bereid om deze zaken te faciliteren. Per dorp verschilt de wijze waarop het buurtpreventieteam functioneert. De teams zijn zo veel mogelijk zelfredzaam maar waar ondersteuning nodig is, springt de gemeente bij. De voorzitter geeft de commissie gelegenheid voor een tweede termijn. De heer Ringeling merkt op dat de gemeente tot enkele jaren geleden jongerenwerkers had maar dat de toenmalige coalitie deze heeft wegbezuinigd. Bij de behandeling van de kadernota zou hij dit punt graag meenemen.
7
Mevrouw Van der Lans stelt dat de raad in 2019 heeft ingestemd met het afschaffen van de jongerenwerker. D66 heeft toen tegengestemd. De fractie vraagt zich af wat er volgens het CDA veranderd is sinds 2019 waardoor de jongerenwerker moet terugkomen. Ook hoort D66 graag hoe de gemeente een jongerenwerker gaat financieren terwijl er een bezuinigingsopgave ligt. Mevrouw Langeveld merkt per interruptie op dat zij niet heeft gezegd dat het CDA een nieuwe jongerenwerker wil introduceren. Ze heeft alleen gezegd dat Buurtpreventie hierom vraagt in haar jaarverslag. Mevrouw Van der Lans hoort desondanks graag of het CDA voor of tegen de inzet van een jongerenwerker is. De heer Moerman dankt de burgemeester voor het feit dat zij in gesprek is getreden met de buurtpreventieteams. De VVD is benieuwd naar de uitkomsten van de gesprekken. De vraag over het inzetten van een jongerenwerker vindt de VVD lastig. De fractie zou eerst willen bepalen waarom dat nodig is, hoe dat ingevuld kan worden en wat de kosten zijn. Het klopt dat in 2019 is besloten om te stoppen met het jongerenwerk. Toen kon niet duidelijk gemaakt worden wat er precies gedaan werd met het budget. Voordat eventueel opnieuw geïnvesteerd wordt in jongerenwerk zou de VVD eerst een goed voorstel willen zien. De heer Jongsma heeft er vertrouwen in dat de burgemeester tot overeenstemming komt met de buurtpreventieteams.
Voordat er wordt besloten over het inzetten van een jongerenwerker zou OGP eerst het jeugdbeleidsplan willen zien. Als dat plan is uitgewerkt en vastgesteld kan bepaald worden of er een jongerenwerker nodig is. Mevrouw Langeveld dankt de burgemeester voor haar inzet en alle gesprekken die gevoerd zijn met de buurtpreventieteams. Buurtpreventie adviseert in haar jaarverslag om een jeugd- en jongerenwerker te herintroduceren. Het CDA is net als OGP van mening dat de commissie nog geen antwoord kan geven op de vraag of dit verstandig is. In 2019 is het jeugd- en jongerenwerk wegbezuinigd om het tekort in de jeugdhulp te mitigeren. Mevrouw Van der Lans vindt het vreemd dat het CDA een vraag heeft gesteld aan de commissie maar er zelf geen antwoord op kan geven. Mevrouw Langeveld benadrukt dat zij heeft gevraagd wat de commissie vindt van de aanbeveling. Het antwoord van het CDA is dat het lastig is om de vraag van Buurtpreventie te beantwoorden. Nu diverse fracties aangeven dat zij herintroductie van het jeugd- en jongerenwerk overwegen, stelt het CDA voor om hierover verder te spreken met de raadswerkgroep Sociaal Domein, eventueel samen met een vertegenwoordiger van Buurtpreventie. Mevrouw Van der Lans vraagt of het klopt dat het CDA ook neigt naar het herintroduceren van een jongerenwerker. Mevrouw Langeveld antwoordt dat ze het nog graag in het midden laat.
De heer Van der Spek is verheugd over de wijze waarop de zaken nu opgepakt zijn en adviseert om zo door te gaan en Buurtpreventie serieus te blijven nemen. Voordat de inzet van een jongerenwerker wordt overwogen zou hij willen afwachten hoeveel en welke jongeren straks op het JOP afkomen. Wellicht kan een jongerenwerker in samenwerking met Buurtpreventie worden ingezet maar het hangt ook af van het beleidsplan jeugd dat in het najaar wordt gepresenteerd. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om de laatste vraag te beantwoorden. Wethouder Oderwald vindt het terecht dat de gemeente goed nadenkt over het eventueel terugbrengen van iets wat eerder is afgeschaft. De argumenten voor herintroductie van het jongerenwerk moeten immers beter zijn dan die om het af te schaffen. Het college houdt een vinger aan de pols en heeft onlangs een werkbezoek afgelegd in een andere gemeente. De inzet van een jongerenwerker zou goed moeten aansluiten bij het lokale jeugdbeleid. De gemeente doet 8
namelijk veel op het gebied van jeugdbeleid maar dan vanuit een positieve insteek. Het gaat dus niet zozeer om het voorkomen van overlast maar om het activeren van jongeren en het bieden van een gezonde leefstijl. Voorgesteld werd om het onderwerp in de raadswerkgroep te bespreken maar de wethouder denkt dat het verstandiger is om een ambtelijk gesprek te voeren met jeugdbeleid en Buurtpreventie als input voor het lokale jeugdbeleid. Mevrouw Langeveld merkt op dat de wethouder het jeugd- en jongerenwerk wel sterk linkt aan ontspoorde jongeren en vraagt of de wethouder het ermee eens is dat dit onterecht is. Wethouder Oderwald antwoordt dat de gemeente diverse activiteiten aanbiedt om jongeren bij de samenleving te betrekken. Dat is ook jongerenwerk maar valt tevens onder cultuur en sport. Het college zet zich vooral in op 'de basis op orde'. De voorzitter sluit de bespreking naar aanleiding van het Jaarverslag 2023 van Buurtpreventie Schipluiden af.
8.
Voorstel Integraal Veiligheidsplan Midden-Delfland
De voorzitter stelt dat de raad wordt gevraagd om het Integraal Veiligheidsplan Midden-Delfland vast te stellen. De heer Van der Eijk wijst de portefeuillehouder op artikel 38a uit de Politiewet waarin staat dat er minimaal één wijkagent per 5000 inwoners werkzaam moet zijn. De VVD vindt het Integraal Veiligheidsplan Midden-Delfland een slordig document, met name qua lay-out. Met het plan kan de gemeente inzetten op trends. Er worden vier strategische prioriteiten genoemd maar dat zijn regionale prioriteiten waar de gemeenteraad weinig inbreng in heeft. De suggestie wordt gewekt dat de gemeente op sommige aspecten wat minder moet doen om andere aspecten meer aandacht te geven. In het plan zelf wordt echter niet vermeld op welke aspecten Midden-Delfland minder inzet. Verkeersveiligheid wordt erg belangrijk gevonden maar dit aspect wordt nauwelijks uitgewerkt. Er komt een uitvoeringsprogramma maar het is niet duidelijk of dit dan een collegebevoegdheid wordt waardoor de raad nog steeds geen grip heeft op de werkzaamheden van de boa. Wat worden zijn bevoegdheden op de genoemde speerpunten? Is hij alleen de oren en ogen van de wijk? De VVD ziet liever dat de boa specifieke bevoegdheden krijgt voor taken waar de politie niet aan toekomt. In de begeleidende brief wordt een link gelegd tussen het azc en weerbaar bestuur maar wat die link is, wordt niet duidelijk benoemd.
Er is veertig dagen tegen het azc gedemonstreerd op de Woudselaan waarvoor een meldingsplicht was. De vorige burgemeester liet het op zijn beloop. Hij vraagt de huidige burgemeester om strikter op te treden bij dit soort zaken. De heer Scholtes sluit zich aan bij de opmerkingen over de lay-out. Ook is D66 het met de VVD eens dat verkeersveiligheid belangrijk is, zeker rondom scholen. In het veiligheidsplan wordt gesproken over het gevaar van verschillende verkeersstromen en dat is bij scholen juist het probleem. Er lijkt echter of er niet echt iets mee gedaan wordt. D66 zou graag een concrete toezegging van het college krijgen dat wordt ingezet op het vergroten van de verkeersveiligheid rondom scholen. Wellicht kan daarbij de boa worden ingezet. Midden-Delfland kent een aantal straten waar regelmatig overlast of onveiligheid wordt ervaren. D66 vraagt hier aandacht voor en wil dat er iets aan gedaan wordt zodat bewoners die last ondervinden, merken dat ze worden bijgestaan door de politie en de overheid. Over de tekst in het Integraal Veiligheidsplan over cyberveiligheid en ondermijning is D66 tevreden. Ondermijning is een belangrijk onderwerp voor Midden-Delfland. Het is ook goed dat er aandacht is voor het feit dat de politie-inzet ondermaats is in de gemeente. Al met al kan D66 zich vinden in het Integraal Veiligheidsplan.
Wel zou de fractie graag een aanscherping willen op de hierboven genoemde punten. De heer Ammerlaan sluit zich aan bij de opmerkingen van de VVD over de kwaliteit van het document. De heer Van der Kolk dankt het college voor het conceptveiligheidsplan en het beantwoorden van de technische vragen. Het is goed dat de grafiek aangepast wordt met de meldingen van overlast 9
door verwarde personen. Het Integraal Veiligheidsplan vindt OGP een opsomming van ambities en punten waarop niemand tegen kan zijn maar het is weinig SMART geformuleerd. Het proactieve maaibeleid stond vroeger benoemd bij kleine ergernissen. De afrit van de A20 is echter zeer gevaarlijk als gevolg van slecht groenbeheer. Het is logisch dat de gemeente de regie pakt bij het opstellen van processen. Het zou goed zijn dat er ook iemand aanspreekbaar is als problemen opgelost moeten worden. OGP begrijpt dat een balans tussen het Integraal Veiligheidsplan en het uitvoeringsplan lastig is. Iets meer duidelijkheid over wat er in het uitvoeringsplan terechtkomt, is wel gewenst. OGP vraagt de portefeuillehouder om aan te geven hoe ambities wat meer meetbaar gemaakt kunnen worden zodat ze meer richting geven aan het uitvoeringsplan. Waar wil de gemeente staan in 2027? De heer Zwaard heeft geconstateerd dat er goede overlap is tussen verschillende beleidsterreinen. Het is het CDA opgevallen dat er verschillen in de grafieken zitten tussen de landelijke cijfers en die van Midden-Delfland over verwarde personen. Het CDA is het eens met vorige sprekers dat het allemaal veel concreter mag.
De fractie is benieuwd naar de uitvoeringsplannen en hoopt dat daarin concrete acties zijn opgenomen, bijvoorbeeld voor het beperken van sluipverkeer door de kernen en het verbeteren van de verkeersveiligheid rondom scholen. Dat er slecht gemaaid werd langs de A20 was hem ook opgevallen maar hiervoor is een andere overheid verantwoordelijk. De heer De Bakker kan zich vinden in het betoog van het CDA: het plan is helder, duidelijk en compleet. Het staat of valt echter met het uitvoeringsplan. Volgens een artikel in het AD behoren Nootdorp en Den Hoorn tot de meest leefbare kleine woonplaatsen in Zuid-Holland. Misschien verklaart dat de afname van het aantal verwarde personen. De ChristenUnie vraagt in het kader van verkeersveiligheid aandacht voor het verschil in snelheid tussen gewone en elektrische fietsen. Op digitaal gebied gaan de ontwikkelingen snel. Het aantal aangiften van digitale criminaliteit stijgt enorm. De gemeente zal stevig moeten inzetten op digitale veiligheid. Over ondermijning vraagt de ChristenUnie welke concrete maatregelen de gemeente gaat uitvoeren om de aanpak structureler in te bedden in de organisatie. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Burgemeester Noordermeer dankt de commissie voor de uitgebreide reactie op het Integraal Veiligheidsplan Midden-Delfland.
De opmerkingen over de lay-out zal zij meenemen zodat de organisatie er alerter op kan zijn. De norm van één wijkagent op 5000 inwoners is haar bekend. Verschillende fracties vroegen aandacht voor de verkeersveiligheid bij scholen. Ze vindt het belangrijk om dit toe te voegen aan de kaderstelling. Het Integraal Veiligheidsplan moet immers gezien worden als een kadernota. Het uitvoeringsplan dat in het najaar komt, wordt zonder meer SMART en concreet. De ChristenUnie vroeg hoe de gemeente ondermijning structureler gaat aanpakken. Een voorbeeld is het Klantcontactcentrum, waar de medewerkers worden getraind om signalen op te pikken als klanten bellen met vragen. Ook in het Sociaal Domein leert men vormen van ondermijning te herkennen. De voorzitter geeft het woord aan de VVD voor de tweede termijn. De heer Van der Eijk vraagt of de gemeenteraad wordt gevraagd om het uitvoeringsplan vast te stellen of dat het alleen ter kennisgeving wordt aangeboden. Ook zou hij als kader nog graag het verkeersgedrag van recreanten, met name fietsers, willen meegeven. Burgemeester Noordermeer antwoordt dat het uitvoeringsplan ter informatie aan de gemeenteraad zal worden aangeboden. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk wordt aangeboden aan de raad.
9.
Voorstel project Huisvest de Huisarts 10
De voorzitter licht toe dat de gemeenteraad wordt gevraagd af te wijken van het koetshuisprincipe uit het beeldkwaliteitsplan Keenenburg V. De andere uitgangspunten blijven van kracht. Gevraagd wordt om het schetsplan en de ruimtelijke kaders vast te stellen. Ook wordt gevraagd om de besluiten als toetsingskader aan de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) aan te bieden. De heer Jongsma vindt het fijn dat er een passende locatie is gevonden voor de huisartsen in Schipluiden, gecombineerd met zes of acht starterswoningen. OGP wil gaan voor het maximale en wil dus dat er acht woningen worden gebouwd. De ARK heeft een aantal suggesties en eisen meegegeven voor het ontwerp en geeft eigenlijk aan dat er gekozen moet worden tussen woningen en een huisartsenpraktijk. Het projectteam is van mening dat het schetsontwerp op elk aspect concessies doet maar wel voldoende tegemoetkomt aan de belangen van de ARK. De raad wordt nu gevraagd om twee besluiten te nemen, waarna de ARK de plannen gaat toetsen. OGP hoort graag hoe dit proces gaat verlopen. Tot 13 juni jl. konden ontwikkelaars aanspraak maken op de locatie. OGP hoort graag of daar partijen op gereageerd hebben. De heer Van der Spek is blij met de locatie voor het huisvesten van de huisartsenpraktijk en met het feit dat met alle betrokken partijen gecommuniceerd is.
Er lijkt goed overleg te zijn gevoerd tussen de huisartsen, omwonenden en het projectteam. De omliggende woningen hebben last van waterproblemen, dus dat is wel een aandachtspunt. Het onderwerp wordt meegenomen in verder onderzoek maar het is belangrijk om met de betreffende bewoners goed te blijven communiceren. Mijn Partij kan zich vinden in de overige aanpassingen. Over het proces met de ARK is Mijn Partij van mening dat de raad de plannen vaststelt en niet elke keer in discussie wil treden met de ARK. De heer Scholtes sluit zich aan bij de voorgaande sprekers. Belangrijk is dat de huisartsen goed gehuisvest worden en voldoende ruimte hebben om hun praktijk op te zetten. De redenatie om af te wijken van het beeldkwaliteitsplan kan D66 volgen. De fractie heeft gemerkt dat er goed overlegd is met de betrokkenen. D66 staat ook achter het plan om zes tot acht sociale huurwoningen te bouwen, waarmee de fractie het plan volledig steunt. De heer Zwaard sluit zich grotendeels aan bij voorgaande sprekers. Het CDA is blij dat er invulling wordt gegeven aan de motie die het CDA over dit onderwerp heeft ingediend. Het CDA ziet bij voorkeur dat er acht sociale woningen worden gebouwd. Voor het parkeren vraagt de fractie aandacht. Het CDA kan zich volledig vinden in het voorstel.
De heer De Bakker merkt op dat de motivatie achter de motie was dat huisartsen meer zijn dan gewone ondernemers. De ChristenUnie is blij dat er een geschikte locatie gevonden is maar vraagt wel aandacht voor de bezonning van de tegenoverliggende woningen, wat gevolgen heeft voor de hoogte van het gebouw en daarmee het aantal te realiseren woningen. Ook het parkeren behoeft aandacht. In de beeldvormingsplannen zijn acht parkeerplaatsen ingetekend maar dat lijkt wat weinig als er ook door de medewerkers van de praktijk geparkeerd moet kunnen worden. De heer Van der Eijk stelt dat de taken van de huisarts flink zijn uitgebreid waardoor de ruimtevraag is gegroeid. Het voorgestelde plan geeft invulling aan de behoeften. De geplande woningen zijn zeer klein maar zullen wel een parkeerplek nodig hebben, zeker omdat Schipluiden geen goed openbaar vervoer heeft. Omdat het plan meer dan 30% sociale woningbouw bevat, kan misschien een bijdrage worden ontvangen uit het sociale woningbouwfonds. De VVD vindt het prima als de gemeenteraad voor dit plan afwijkt van het beeldkwaliteitskader. Maar de ARK moet het plan vervolgens toetsen aan dit kader en kan dus niets anders dan het plan afwijzen. Liever zou de VVD een nieuw kader meegeven aan de ARK zodat er een positief advies kan worden gegeven. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn.
Wethouder Voskamp antwoordt dat zich geen andere partijen hebben gemeld om de locatie te 11
ontwikkelen zodat de gemeente vrij is om verder te gaan met de huidige partners. Het college vindt het een mooie ontwikkeling voor zowel de huisartsen als voor de inwoners die een woning zoeken. Er worden in totaal elf parkeerplaatsen gepland die dubbel gebruikt kunnen worden. Daarmee wordt voldaan aan de parkeernorm, op een halve parkeerplaats na, waarvoor een afwijking wordt toegepast. Daarnaast wordt de parkeerdruk in de omliggende wijk onderzocht. Indien nodig wordt er gekeken of er extra parkeerplaatsen kunnen worden gemaakt. De raad wordt nu gevraagd om het toetsingskader voor de ARK vast te stellen zodat de ARK het plan daaraan kan toetsen. Het college denkt dat acht woningen passend is op de locatie en zal dit als uitgangspunt nemen. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk wordt aangeboden aan de raad. 10. Voorstel inzake 7e wijziging GR Bedrijvenschap Harnaschpolder De voorzitter stelt dat de gemeenteraad wordt gevraagd om in te stemmen met de zevende wijziging van de GR Bedrijvenschap Harnaschpolder. De heer Van Rijs merkt op dat de gemeenteraad in april al heeft besloten om geen zienswijze in te dienen. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk wordt aangeboden aan de raad.
11.
Voorstel aanvraag Vangnet BUIG
De voorzitter stelt dat de gemeenteraad wordt gevraagd om in te stemmen met de verklaring van het college over de genomen maatregelen tot kostenreductie op het aanvraagformulier voor de vangnetuitkering BUIG. De heer De Bakker stelt dat er stevig wordt ingezet op het activeren van uitkeringsgerechtigden. Dat juicht de ChristenUnie toe. De fractie zou graag horen wat voor maatregelen de gemeente heeft getroffen om de kosten te reduceren. Daarnaast wordt gevraagd in hoeverre het impact heeft gehad op de kosten dat er meerdere aanbieders zijn die de re-integratietrajecten uitvoeren. Tot slot merkt hij op dat de kentallen verouderd zijn, waardoor het vaststellen van het voorstel slechts een formaliteit betreft. De voorzitter vindt dat de ChristenUnie te veel technische vragen stelt en besluit om deze niet door te spelen aan het college. Volgende keer dient de fractie dergelijke vragen voorafgaand aan de vergadering te stellen. De heer Gebben betreurt het dat de positieve trend in het aantal bijstandsgerechtigden is doorbroken en dat het aantal weer toeneemt. De uitstroom lijkt te stokken, terwijl Midden-Delfland daar altijd zo goed in was. De VVD kijkt uit naar de herziening van het re-integratiebeleid dat na het zomerreces wordt geagendeerd. Met de aanvraag stemt de fractie in.
Mevrouw Langeveld vraagt wat wordt bedoeld met de toenemende problematiek die als verklaring wordt gegeven voor het feit dat minder uitkeringsgerechtigden uitstromen. Een van de maatregelen die zijn bedoeld om tot lagere bijstandsuitgaven te komen is de herziening van het reintegratiebeleid. De gemeente verwacht dit te bereiken door met meerdere re-integratiepartners te gaan samenwerken. Het CDA zou graag horen hoe deze samenwerking kan leiden tot lagere bijstandsuitgaven. Ook hoort de fractie graag wat de behoefte van inwoners is om aan te sluiten bij meerdere re-integratiepartners. De verwachte reductie per maatregel wordt niet in het voorstel aangegeven. Het CDA hoort graag wat de reden hiervan is. ' De heer Van der Spek refereert aan de maatregel om een 'meedoencoach' aan te stellen. Vorig jaar werden ook maatregelen aangekondigd. Er zijn een klantmanager en een kwaliteitsmanager aangesteld om meer grip te krijgen op het uitkeringenbestand. Ook is de handhaving uitgebreid. Nu worden weer nieuwe werkwijzen en nieuwe maatregelen aangekondigd, zoals ... De heer Gebben vraagt of er nu een debat wordt gevoerd over het nieuwe re-integratiebeleid of 12
dat de discussie wordt beperkt tot de BUIG-aanvraag. De voorzitter vindt dat de VVD een punt heeft en vraagt de heer Van der Spek om zijn bijdrage af te ronden. De heer Van der Spek merkt op dat Mijn Partij akkoord gaat met de aanvraag voor BUIG-gelden maar benieuwd was naar de verschillen tussen vorig jaar en dit jaar en of er weer extra kosten aan verbonden zijn. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder Oderwald stelt dat parallel aan het BUIG-traject een traject loopt voor het verbeteren van de participatieaanpak en het re-integratiebeleid. De technische vragen hadden in dat traject gesteld kunnen worden. Een aantal maatregelen die zijn ingezet moeten hun uitwerking nog krijgen. Deze maatregelen worden geïntensiveerd. Het betreft een groep die moeilijk geactiveerd kan worden en die veel problemen kent, zoals schulden en armoede. Als in het najaar het beleidsplan wordt besproken, kunnen deze aspecten uitgebreid besproken worden. Mevrouw Langeveld stelt dat de gemeente nog steeds € 250.000,00 tekortkomt waardoor het geld ten laste van de gemeenschap komt. Ze vindt het legitiem dat de commissie daar inhoudelijke vragen over stelt en betreurt het dat de vragen worden afgedaan met de opmerking dat deze tijdens een raadsinformatiebijeenkomst gesteld hadden kunnen worden.
Als ze niet beantwoord worden, zal zij ze schriftelijk stellen. De voorzitter benadrukt dat dit laatste altijd een mogelijkheid is. Wethouder Oderwald adviseert de raad om de vragen vooral te betrekken bij het debat over het re-integratiebeleid dat in het najaar wordt gevoerd. De voorzitter geeft de commissie gelegenheid voor een tweede termijn. De heer Gebben kan zich vinden in de woorden van de wethouder. De VVD zal het debat over het re-integratiebeleid afwachten. De voorzitter vraagt de commissie of het voorstel als hamerstuk kan worden geagendeerd. Mevrouw Langeveld wil het laten agenderen als bespreekstuk omdat ze de beantwoording van haar vragen wil afwachten. De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk wordt aangeboden aan de raad.
12.
Voorstel financiële stukken GR Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden
De voorzitter stelt dat de gemeenteraad wordt gevraagd om de zienswijze op de conceptbegroting van GR Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden (SJH) vast te stellen en in te dienen en kennis te nemen van de onderliggende documenten. Mevrouw Langeveld vraagt naar aanleiding van de zienswijze die Midden-Delfland stuurt een toelichting op de oplopende kosten en tekorten in de jeugdhulp, want in de financiële stukken van het SJH ziet ze hier niets van terug. De heer Vieira stelt dat een groot deel van de gemeentelijke begroting wordt uitgegeven aan jeugdzorg en dat het daarom belangrijk is om goed te kijken wat het SJH met het budget doet. Het Servicebureau heeft de gemeente steeds beter betrokken bij zijn werk. In de financiële stukken wordt dat ook weer goed uiteengezet. De zienswijze heeft D66 vergeleken met zienswijzen van andere gemeenten in de gemeenschappelijke regeling en heeft besloten om ermee in te stemmen. De heer Van der Spek zegt dat Mijn Partij ook akkoord gaat met de zienswijze. Wel viel op dat het 13
SJH minder diensten gaat afnemen, wat eventueel financiële gevolgen heeft voor de gemeente. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder Oderwald antwoordt dat de kostenstijging in de jeugdzorg binnen de gemeenschappelijke regeling moet worden aangepakt. Midden-Delfland heeft de afgelopen twee jaar een kleinere kostenstijging gekend dan elders in de regio. Daarvoor heeft de gemeente aandacht gevraagd in de zienswijze. Mochten er overschrijdingen zijn, dan worden die altijd gemeld aan de gemeenteraad. Mevrouw Langeveld zal volgende week bij de bespreking van de kadernota terugkomen op haar vraag over de oplopende kosten en tekorten. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk wordt aangeboden aan de raad.
13.
Voorstel financiële stukken GR Omgevingsdienst Haaglanden
De voorzitter stelt dat de gemeenteraad wordt gevraagd om de financiële stukken van de GR Omgevingsdienst Haaglanden vast te stellen. De heer Scholtes, vertegenwoordiger in de GR, krijgt als eerste het woord voor een toelichting. De heer Scholtes licht toe dat de Omgevingsdienst Haaglanden veel werkzaamheden uitvoert op het gebied van geur- en geluidsoverlast en natuurbehoud. De jaarstukken zijn goed leesbaar. In de brief bij de begroting wordt een aantal punten benoemd waar de Omgevingsdienst Haaglanden hard aan gewerkt heeft. Het personeelsbestand is verjongd, wat als gevolg heeft dat de opleidingskosten wat hoger zijn. De Omgevingsdienst heeft een adviesrol en zorgt voor handhaving. Met name het opleiden van een handhaver kost veel tijd en inspanning. De Omgevingsdienst Haaglanden is goed op weg. De conceptreactie van het college sluit daar enigszins op aan maar heeft ook genoeg oog voor de zorgen die de gemeente heeft. De heer Van Rijs merkt op dat het college reeds een definitieve zienswijze heeft verzonden, zonder goedkeuring van de raad. Dat is gedaan omdat 20 juni de deadline is voor het indienen van zienswijzen, terwijl de brief dateert van 28 maart 2024. Het CDA hoopt dat het een uitzondering is dat een brief zo lang blijft liggen, dat er geen tijd meer is om het proces netjes te laten verlopen.
In de algemene kaderbrief wordt verzocht om geen inflatiecorrectie uit te voeren over 2022, 2023 en 2024. Waarom moet de gemeenteraad dan wel accepteren dat deze voor 2022 en 2023 is toegepast? De heer Ammerlaan zegt dat Mijn Partij instemt met het voorliggende voorstel. De heer Van der Kolk sluit zich aan bij de opmerking van het CDA over het proces. OGP uit zijn waardering voor het werk van de Omgevingsdienst. De begroting is heel duidelijk en kan als voorbeeld worden beschouwd. De heer Gebben sluit zich ook aan bij de opmerking van het CDA over het proces. De VVD betreurt het dat de raad niet in positie werd gebracht voor de zienswijze. Ook wordt niet uitgelegd waarom het proces zo verlopen is. De VVD kan zich wel vinden in de zienswijze, met name in de oproep om te anticiperen op de komende gemeentelijke tekorten en besparingsvoorstellen te doen. Deze opmerking mag in elke zienswijze worden opgenomen. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder Oderwald erkent dat het proces geen schoonheidsprijs verdient. Het verzoek om een zienswijze heeft in de poststroom vertraging opgelopen. Het college heeft aan de Omgevingsdienst duidelijk aangegeven dat het een conceptzienswijze betrof, die door de gemeenteraad nog gewijzigd kan worden.
De algemene bestuursvergadering, waarin de zienswijzen van alle deelnemende gemeenten wordt besproken, vindt echter zo snel plaats dat het college de brief alvast verstuurd heeft. In de kaderstellende brief die aan alle gemeenschappelijke regelingen is gestuurd door de 14
wethouders van Financiën is een aantal redenen aangegeven waarom de inflatiecorrectie voor 2022 en 2023 moet worden doorgerekend. Het exacte, technische, antwoord kan zij niet geven maar het voldoet aan de uitzonderingsgronden die in de kaderstellende brief werden geschetst. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk wordt aangeboden aan de raad.
14.
Voorstel financiële stukken MRDH
De voorzitter stelt dat de gemeenteraad wordt verzocht in te stemmen met de ontwerpbegroting 2025 en de meerjarenbegroting van de MRDH, in te stemmen met een verhoging van de inwonersbijdrage tot € 3,07, de zienswijze vast te stellen en toe te zenden aan de MRDH en de voorlopige stukken van de MRDH voor kennisgeving aan te nemen. De heer Vieira is een van de gemeentelijke vertegenwoordigers in de MRDH en krijgt als eerste het woord. De heer Vieira licht toe dat de gemeente Midden-Delfland samen met de andere kleine gemeenten in de MRDH haar stem laat horen, bijvoorbeeld als het gaat op bereikbaarheid van de dunbevolkte gebieden. De MRDH heeft een begroting van € 780 miljoen, waarvan € 600 miljoen naar vervoer gaat. De twee openbaarvervoerbedrijven, die ook in Midden-Delfland actief zijn, hebben het moeilijk gehad sinds corona. De MRDH heeft meer geld moeten steken in de bedrijven om ze overeind te houden, wat ten koste is gegaan van onderhoud aan de infrastructuur. In de zienswijze komt de gemeente goed op voor haar rechten. Er wordt voor drie punten aandacht gevraagd: betere participatie door inwoners, de gevolgen van de dubbele spoorlijn tussen Delft en Schiedam en een goed vestigingsklimaat. De verhoging van de inwonersbijdrage lijkt de gemeente schappelijk, gezien de inflatie van de afgelopen periode. Mevrouw Koppert vindt de inwonersbijdrage uiterst schappelijk.
Daarnaast stelt ze dat OGP blij is dat de MRDH zich niet strikt focust op het vestigingsklimaat en groei maar op een toekomstbestendige economie waarin blauw en groen ook aandacht krijgen. Dat is goed verwerkt in de zienswijze waarvoor zij de opsteller, de heer Van Dalen, complimenteert. OGP is ook heel blij dat het OV-systeem hersteld wordt. Dat is een heel moeilijke opdracht geweest maar het is de MRDH gelukt om de vervoersbedrijven overeind te houden. De komende jaren worden grote uitdagingen verwacht waaronder de mobiliteitsvisie. Het is goed dat dit expliciet wordt genoemd in de zienswijze. Mevrouw Langeveld sluit zich aan bij de voorgaande sprekers. Het CDA zal instemmen met de zienswijze en complimenteert de heer Van Dalen voor het opstellen van de stukken. De heer Van Lier zegt dat Mijn Partij ook zal instemmen met de zienswijze. In de toekomst zal hij in de discussie meenemen dat alle gemeenten moeten bezuinigen en dat de inwonersbijdrage niet kan blijven stijgen. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Burgemeester Noordermeer zal de complimenten voor de zienswijze doorspelen naar de opsteller ervan, de heer Van Dalen. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk wordt aangeboden aan de raad.
15.
Voorstel financiële stukken GR Reinigingsbedrijf Avalex
De voorzitter stelt dat de gemeenteraad wordt verzocht om de zienswijze op de Ontwerpbegroting 2025 en de meerjarenbegroting van GR Reinigingsbedrijf Avalex kenbaar te maken en kennis te nemen van de voorlopige Jaarstukken 2023 en het financiële resultaat. De heer Van Rijs gaat akkoord met de Jaarstukken 2023 en het financiële resultaat. Voor 2025 wil het CDA graag nog bespreken op welke onderdelen bespaard kan worden. Er staat dat voorstellen worden meegenomen die 'leiden tot het dempen van verwachte kostenstijgingen'. Het CDA zou dat wat scherper willen stellen: welke scenario's kan Avalex ontwikkelen om 10% kosten te besparen en wat is de impact van die scenario's? 15
Mevrouw Koppert gaat ook akkoord met de Jaarstukken 2023. Met de begroting gaat OGP ook akkoord, omdat er een herziening van het afvalbeleid op de planning staat, wat moet gaan leiden tot een kostendaling. OGP vindt dat de gemeente ook de inwoners moet activeren om een kostenbesparing te realiseren. De heer Ammerlaan sluit zich aan bij het betoog van OGP. De heer Van der Eijk zegt dat ook de VVD zich aansluit bij de zienswijze. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder Voskamp antwoordt dat Avalex zichzelf een taakstelling heeft opgelegd die verwerkt is in de begroting. Hoe die besparing wordt ingevuld is nog niet bekend. Uiteindelijk gaat het om de dienstverleningsovereenkomst die de gemeente met Avalex sluit. Daarin zit een aantal onzekerheden, zoals de hoeveelheid afval en de verwerkingskosten. De gemeente kan deels zelf bepalen hoe ver ze wil gaan in de dienstverlening en de bijbehorende kosten. Daar moet de gemeente dus wel scherp op blijven letten. De heer Van Rijs zegt dat het met deze uitleg voor het CDA een hamerstuk is geworden. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk wordt aangeboden aan de raad.
16.
Voorstel financiële stukken GR VRH
De voorzitter stelt dat de gemeenteraad wordt gevraagd om kennis te nemen van de voorlopige jaarstukken en van de Ontwerpbegroting 2025 en de bijgevoegde zienswijze vast te stellen. Hij dankt de heer Van Rijs voor de rapportage en informeert of de commissie nog vragen heeft. De heer Van der Kolk zegt dat OGP akkoord gaat met de zienswijze mits eraan toegevoegd wordt dat uiterlijk 30 september 2024 besparingsscenario's worden ontvangen. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de voorwaarde die OGP stelt aan de accordering. Burgemeester Noordermeer antwoordt dat de zienswijzen op 26 augustus a.s. worden besproken door het AB. Daarin zal zij bewaken dat de deadline van 30 september a.s. wordt behaald. De heer Van der Eijk steunt de suggestie van de heer Van Rijs maar vraagt zich soms af tot waar de brandweertaken zich strekken. Als de brandweer bijvoorbeeld vee uit de sloot redt, zou de eigenaar van de dieren daar best een bijdrage voor mogen betalen; in de jeugdzorg wordt dat normaliseren genoemd. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk wordt aangeboden aan de raad.
17.
Voorstel financiële stukken GR GGD en Veilig Thuis
De voorzitter stelt dat de gemeenteraad wordt gevraagd om kennis te nemen van de voorlopige jaarstukken, van de Ontwerpbegrotingswijziging 2024, van de Ontwerpbegroting 2025 en de bijgevoegde zienswijze vast te stellen. Mevrouw Van der Lans vindt de zienswijze zeer helder geformuleerd. Het onderwerp van onderlinge samenwerking en ketenafspraken wordt er goed in belicht. Mevrouw Langeveld heeft het overleg van de rekenkamer GGD en Veilig Thuis bijgewoond. De accountant gaf aan geen bijzonderheden te hebben geconstateerd. De wachtlijsten bij Veilig Thuis zijn flink teruggelopen. Het CDA kan zich vinden in de zienswijze. Mevrouw Koppert zegt dat OGP het eens is met de zienswijze en blij is dat er niet automatisch indexatie plaatsvindt maar dat men probeert om binnen de eigen begroting bezuinigingen te 16
vinden. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk wordt aangeboden aan de raad.
18.
Voorstel ontheffing ingezetenschap wethouder M. Oderwald-Ruijsbroek
De voorzitter stelt dat de gemeenteraad wordt gevraagd om te besluiten wethouder Oderwald ontheffing te verlenen van het ingezetenschap voor de duur van één jaar, ingaande op 6 juli 2024. De heer Zwaard zegt dat het CDA zeer tevreden is met het optreden en functioneren van mevrouw Oderwald. De fractie ziet dan ook geen belemmeringen om akkoord te gaan met het voorstel. De heer Renzen stelt dat voorkomen moet worden dat een wethouder illegaal zijn of haar functie uitvoert. De ontheffingsmogelijkheid is bedoeld om tegemoet te komen aan nieuwe wethouders van buiten de gemeente, zodat zij meteen in de gemeente aan het werk kunnen zonder er meteen te gaan wonen. In dit geval heeft de wethouder geprobeerd om ingezetene te worden maar is het niet gelukt om een geschikte woning te vinden. De VVD heeft de brief als fijn en warm ervaren, waaruit binding met de lokale gemeenschap blijkt. De VVD vindt daarom dat het voorstel een hamerstuk moet zijn. De heer Van Lier stelt dat de raad moet afwegen of er sprake is van een bijzonder geval om ontheffing te verlenen aan de woonplaatsvereiste van de wethouder. Mevrouw Oderwald heeft aangegeven dat zij actief op zoek is geweest naar een geschikte woning in Midden-Delfland. In het voorliggende verzoek is dit echter niet opgenomen. Mijn Partij hoort daarom graag of de wethouder nog steeds zoekt naar een passende woning.