2024 m 03 d 26 Vsl raad
Tekst van het document
En in reactie op hetgeen ik net gehoord heb over de onbetrouwbare overheid: als je als ontwikkelaar of als gemeente gewoon overlegt met een aannemer en zegt 'joh, na tien of vijftien jaar is de wereld veranderd, zou je eens mee willen denken hoe we aan die veranderende wereld invulling kunnen geven?' dan vind ik je geen onbetrouwbare overheid, maar dan vind ik je vooral een betrouwbare overheid die ook nadenkt over de toekomst van ons mooie gebied. Dus ik vind dat onbetrouwbare overheid niet helemaal kloppend als je dit plan al zo lang geleden gemaakt hebt. Wat ik verder ook gehoord heb van mijn kompanen, is goed nieuws, want ik hoor zowel Mijn Partij, D66, als de ChristenUnie aangeven dat het voor een volgend bouwtraject echt belangrijk is dat daar betaalbare woningen in komen. Dus ik ben heel blij met het feit dat we nu zover zijn dat er bij een volgend bouwtraject inderdaad betaalbare woningen in komen, want ik denk dat we daar met de vier partijen hard voor gaan knokken. 15
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koppert van OGP Midden-Delfland. Dan heb ik mijnheer Van Lier gezien, van Mijn Partij, aan u het woord. De heer Van Lier: Ik had nog één vraagje richting het college. Dat gaat ook over de fietsbrug. Hoe kijkt het college aan tegen mogelijke planschade van de aanleg van de fietsbrug? Want het azc ligt straks aan het fietspad over de brug, deze wijk in. Is daarover nagedacht? De voorzitter: Ik kijk even naar links, naar mijnheer Voskamp. Wethouder Voskamp: Voorzitter, ik zoek eventjes naar de exacte formulering van de vraag. U vraagt over de planschade van de fietsbrug? De voorzitter: Mijnheer Van Lier, u mag uw vraag toelichten. De heer Van Lier: Ik vraag dat maar want in principe komt er een fietsbrug en mensen kunnen natuurlijk schade claimen richting de gemeente. Er is een azc. Straks heb je 275 asielzoekers die over de fietsbrug gaan, niet dat ze daar allemaal gelijk fietsen, en door het wijkje gaan fietsen. Dat kan toch een bepaalde waarde aan de locaties geven, dus er kan een claim volgen. Dat is de vraag: is daarover nagedacht? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Lier. En ik zie dat mevrouw Koppert tevens een vraag heeft, aan u het woord. Mevrouw Koppert: Even een kleine correctie, het zijn 225 asielzoekers en u zei 275. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koppert. Nu zie ik mijnheer Knaap.
De heer Knaap: Ik heb toch even een vraag aan de heer Van Lier, want hij doet nu een heel aantal aannames. Namelijk de aanname dat het plaatsen van een azc tot planschade leidt als mensen die daar wonen over die brug gaan fietsen. Dus ik vraag me even af hoe mijnheer Van Lier zo snel dit soort bruggetjes maakt, met dit soort negatieve framing over personen. Daar mag u even antwoord op geven. De voorzitter: Ik kijk even naar mijnheer Van Lier, aan u het woord. De heer Van Lier: Dit is letterlijk een bruggetje, maar ik hoor het al, want daar is best kans op planschade. Ik zeg niet dat er een bedrag aan hangt, ik zeg 'er is kans op planschade'. Er is gewoon bepaalde negatieve beeldvorming. Ik geef aan 'het is net de wereld'; je hebt 225 asielzoekers – ik zeg het nu goed – en er zijn er 210 goed en er zitten vijftien rotte appels bij – laat ik dat maar hardop zo noemen – en die vijftien rotte appels verpesten het voor de rest. Maar daardoor heb je wel een bepaald stigma op zo'n centrum dat gevolgen kan hebben. En ik zeg niet dat het gebeurt, maar ik weet wel dat erover gesproken wordt. Er is best kans dat als het zo doorgaat, iemand een claim in zou kunnen dienen. De voorzitter: Mijnheer Knaap, aan u het woord. De heer Knaap: Wat ik de heer Van Lier hoor zeggen is 'ik zeg niet dat ik xenofoob ben, maar ik ben het dus feitelijk wel'. Ik vind het kwalijk.
Ik vind het ook kwalijk in uw rol als raadslid, dat wil ik even toevoegen. De voorzitter: Dan geef ik nu het woord vraag aan de heer Voskamp, als wethouder. Wethouder Voskamp: Ja voorzitter, we zijn bezig met de realisatie van een opvang. Ik wil niet vooruitlopen op eventuele planschade of andere claims die daar eventueel uit voort zouden kunnen komen.
16
De voorzitter: Dan kijk ik nog even rond of er nog vragen zijn in de tweede termijn. Zo niet dan gaan we over tot stemming. Daar wil ik u nu toe uitnodigen. Alle stemmen zijn uitgebracht en u ziet hier ook zelf op het scherm, en ook de mensen thuis, de stemresultaten: 14 stemmen voor en 3 stemmen tegen. En daarmee is het voorstel aangenomen. Het voorstel wordt aangenomen met 14 stemmen voor en 3 stemmen tegen van de fractie OGP Midden-Delfland.
7.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen
De voorzitter: We gaan over naar agendapunt 7, de mogelijkheid tot het stellen van vragen. Er zijn vragen binnengekomen van de heer Van Lier van Mijn Partij. En de vragen gaan over de situatie van het pand Slot de Houvelaan 19 te Maasland. Het college heeft hier al op gereageerd. En heeft u nog behoefte tot verdere of andere vragen? Ik zie het lampje branden. Mijnheer Van Lier, aan u het woord. De heer Van Lier: Ik heb wat aanvullende vragen. In ieder geval dank voor het antwoord. Dank ook voor het leerproces dat er nu gevraagd zal worden of er nog wat kan. Mijn eerste vraag is: krijgen we ook een terugkoppeling van die vraag 'wat gaat u doen?' Een andere vraag die ik had gaat over iets wat me een beetje verbaast, maar ik ben geen jurist. We hebben iets afgesproken. Het is verlopen, we laten het zitten en we kunnen geen afspraak maken, maar er is een pand gekocht voor een bedrag X, dat in een ander pand gestopt zou worden. Kan de wethouder mij uitleggen dat het juridisch is afgedicht dat het geoormerkt geld is voor het opknappen van dat pand? De voorzitter: Ik kijk naar de wethouder, mijnheer Voskamp. Wethouder Voskamp: Terugkoppeling kunnen we uiteraard geven en dan zal ik ook kijken in het kader van het geoormerkt geld of dat inderdaad zo vastligt.
Ik heb begrepen dat wij geen mogelijkheid hadden om zaken af te dwingen en dat het er ons vooral om te doen was het pand met de monumentale status weer goed opgeknapt te krijgen en dat er geen financiële nadelen zijn voor de gemeente doordat de overeenstemming niet meer verlengd is. De voorzitter: Ik zie dat deze vraag daarmee voldoende is beantwoord. En dan zie ik mijnheer Gebben, aan u het woord. De heer Gebben: Het is mij toch een beetje te vaag, als ik heel eerlijk ben, wat wethouder Voskamp zegt. Als er geld betaald is voor een pand met de afspraak 'gebruik het pand om een ander pand op te knappen', wat echt nodig is, want het is echt een zootje, vind ik het raar dat er wordt gezegd 'ja, er is een contract en het is gewoon zo gelopen en klaar'. Als je die afspraken hebt gemaakt, dan heb je toch grond om daarop terug komen en zeggen 'we hebben dat met u afgesproken, waarom komt u dat niet na?' Kunt u dat nog even een keertje nader toelichten? Want als ik het goed begrijp, kunt u alleen iets doen als er gevaar voor derden ontstaat? Of als er gevaar is voor de volksgezondheid. Wie controleert dat en is dat echt niet zo? Want als je dat pand ziet, is dat echt heel erg vervallen. De voorzitter: Ik wil allereerst nog het woord geven aan mijnheer Zwaard en daarna vervolgens aan mijnheer Voskamp het woord geven. De heer Zwaard: Voorzitter, twee dingen.
Allereerst ben ik blij om te horen dat de VVD zegt 'afspraak is afspraak en daar moet je je aan houden'. Ten tweede, dat pand van het oude politiebureau in Maasland. Ik word er regelmatig door mensen op aangesproken. Het zou ons ook wat waard zijn als vanuit het college die druk die mogelijk is uitgeoefend wordt op de huidige eigenaar van het pand want het is menig Maaslander en ook ons een doorn in het oog. De voorzitter: Dan wil ik mijnheer Voskamp vragen om de beide vragen te beantwoorden. Wethouder Voskamp: Ik zal de uitwerking van de juridische kant ook meenemen in de terugkoppeling die we geven over welke mogelijkheden we daar wel of niet hebben. Wij zijn er als 17
gemeente in het kader van Bouw- en Woningtoezicht voor verantwoordelijk dat, als ze er gevaarzetting dreigt, we dat signaleren en de eigenaar daarop aanspreken. Vaak is het zo dat, als dat binnen een perceel is en er geen openbare plekken toegankelijk zijn, dat heel ver kan gaan. Dus ik zal ook meenemen wanneer we daarin kunnen ingrijpen en op welke wijze. Wij zijn daarvoor verantwoordelijk dat dat in dat kader gesignaleerd wordt. Ik lees vanuit het CDA de vraag maar zo dat we de druk om met de eigenaar te spreken over wat er wel mogelijk is in combinatie met de toezegging dat we in gesprek gaan, mee zullen nemen. De voorzitter: Ik kijk even rond of er verder nog vragen ter toelichting nodig zijn? De heer Scholtes, D66. De heer Scholtes: Ik wil toch nog even terugkomen op de gegeven antwoorden, want aan de ene kant kan het pand dusdanig vervallen zijn dat het gevaarlijk kan zijn, maar ik hoorde ook iets, of ik las ook iets over volksgezondheid. Ongedierte is natuurlijk ook een negatief effect op de volksgezondheid. Misschien dat dat ook een invalshoek is waarnaar gekeken kan worden, want als ik erlangs loop kan ik me niet voorstellen dat het daar niet één groot ongedierteparadijs is. De voorzitter: Dat is dan een toevoeging die wij ook mee zullen nemen. Ik zie mijnheer Voskamp knikken daarbij. Dan kijk ik nog even rond of er nog andere vragen zijn.
Ik zie geen vragen meer en daarmee is dan ook agendapunt 7 afgerond.
8.
Sluiting
De voorzitter: Dan gaan wij naar de sluiting van de vergadering van vanavond. Daarmee is een einde gekomen aan een toch wel bijzondere avond waarop nieuwe leden welkom werden geheten. Er zijn heel veel bloemen uitgereikt. Ik weet dat mijnheer Ammerlaan straks zijn moeder gaat bezoeken. Die krijgt weer een bos bloemen. En ik nodig u bij dezen heel graag uit om in de foyer elkaar de hand te schudden, te ontmoeten, te spreken, te feliciteren, want het is een mooie gelegenheid om nieuwe raadsleden, het nieuwe commissielid en de wethouder welkom te heten en met elkaar nog even een drankje te drinken. Ik dank u wel en sluit hierbij de vergadering.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland op 23 april 2024. de griffier, A. de Vos
de voorzitter, F.I. Noordermeer-van Slageren
18