2024 m 03 d 26 Vsl raad
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 26 maart 2024, 19.30 uur. Voorzitter
: F.I. Noordermeer-van Slageren, burgemeester
Griffier
: A. de Vos
Aanwezig : de heer B.J. Ammerlaan (Mijn Partij) (vanaf 19.40 uur), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma, (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.T.C. van Oyen (Mijn Partij) (vanaf 19.40 uur), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer H. Rodenburg (CDA) (vanaf 19.40 uur), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66), mevrouw V. van 't Westeinde (CDA) (tot 19.40 uur) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
:-
Tevens aanwezig: de heer A.F. de Leede (vanaf 20.10 uur), mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, de heer F.A. Voskamp, wethouders
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter: Dames en heren. Goedenavond raad, welkom bij deze vergadering. En naast u, leden van de raad, ook welkom aan de overige aanwezigen. Er zijn er heel wat aanwezigen vanavond. Allen van harte welkom hier in de raadzaal en ook de mensen thuis die online meekijken. Graag nodig ik u vanavond uit om het debat op respectvolle wijze te voeren en met interesse naar elkaars verhaal en argumenten te luisteren, want luisteren is de basis van een goed debat en daarmee de basis van goede besluitvorming. De leden mevrouw Van 't Westeinde en de heer Ruiterman hebben helaas moeten besluiten om hun raadslidmaatschap op te zeggen. De heer Ruiterman is op eigen initiatief vanavond al niet meer aanwezig. Vanaf deze plaats dank ik hem voor zijn inzet als raadslid voor deze gemeente. Het gaat hem goed. Ik kijk deze kant op, want hij zat hier altijd. Ik heb hem ook nog gesproken afgelopen week. Deze woorden zullen we dan ook morgen onderstrepen met een passend geschenk. Mevrouw Van 't Westeinde is nog één agendapunt als raadslid actief. Dat is een mooi bruggetje naar de voorliggende agenda die voor een groot gedeelte bestaat uit het opvullen van opengevallen plaatsen.
Dat is ook de reden dat de griffier en ik als voorzitter gisteren eventjes de agenda hebben bekeken voor een logische volgorde waarop wij deze opengevallen plaatsen, maar ook de installaties op een mooie route zouden kunnen laten plaatsvinden. Het is ook fijn om te constateren dat er altijd weer mensen bereid zijn om hun talenten in te zetten en hun steentje bij te dragen aan het welzijn van deze gemeente en haar inwoners. Maar laat ik niet op de zaken vooruitlopen, want u moet er eerst iets van vinden als raad. Ik open hiermee de vergadering. 1a. 1a.a 1a.b 1a.c
Toelaten nieuwe leden van de raad Toelating de heer H. Rodenburg in de vacature van mevrouw V. van 't Westeinde Toelating de heer B.J. Ammerlaan in de vacature de heer N.J. Ruiterman Toelating de heer P.T.C. van Oyen in de vacature de heer B.J. Ammerlaan (in de tijdelijke vacature lid de heer E.N.H. Roeling) tot 11 juni 2024 De voorzitter: Aan de orde is punt 1.a Toelaten nieuwe leden van de raad. Twee leden van de raad hebben om hun moverende redenen ontslag ingediend. Het is aan de raad om te beslissen over de toelating van de nieuwe leden. Er zijn drie voorstellen. A. Toelating de heer Rodenburg in de vacature mevrouw Van 't Westeinde, b. Toelating de heer Ammerlaan in de vacature van de heer Ruiterman en c. Toelating de heer Van Oyen in de vacature de heer Ammerlaan, in de tijdelijke vacature van de heer Roeling, die loopt tot 11 juni 2024. Voordat de raad hierover spreekt, is het goed om het oordeel van de Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven, bestaande uit de raadsleden Ringeling, Van Rijs en Van Lier te vernemen. Wie kan ik hierover het woord geven? Volgens mij had ik begrepen dat dat mijnheer Ringeling is. Aan u het woord. 1
De heer Ringeling: Voorzitter, de commissie heeft de geloofsbrieven van de drie heren, in dit geval, onderzocht. De commissie constateert dat de kandidaten voldoen aan de bepalingen in artikel 10 van de Gemeentewet en er daarmee geen beletselen zijn om ze toe te laten tot de gemeenteraad. De voorzitter: Dank u wel. Wil iemand het woord voeren over dit onderwerp? Nee. Dan kunnen we overgaan tot stemming. Ik stel voor om per voorstel te stemmen. Daarbij is dan als eerste aan de orde de toelating van de heer Rodenburg. U kunt nu stemmen. Wij zien dat alle stemmen zijn uitgebracht en ik sluit hiermee de stemming. U ziet het resultaat en daarmee is het voorstel aangenomen. Dan gaan we naar voorstel b. de toelating van de heer Ammerlaan. Ook nu kunt u uw stem uitbrengen. Het gaat al sneller. Ook daarin zijn alle stemmen uitgebracht en ik sluit de stemming. U ziet ook weer het resultaat. Het voorstel is daarmee aangenomen. Dan gaan we naar de toelating van de heer Van Oyen. Voorstel c. Ook nu kunt u stemmen. Alle stemmen zijn ook hier uitgebracht en hiermee sluit ik de stemming en zien we als resultaat dat het voorstel ook is aangenomen. Namens de raad feliciteer ik de heren van harte met het resultaat. Ik kijk even die kant op, ze zitten daar achterin.
Van harte gefeliciteerd! Dat betekent dat met deze besluitvorming een einde komt aan het raadslidmaatschap van mevrouw Van 't Westeinde. Ik richt mij daarom nu speciaal tot jou, Veronique. Beste Veronique, in december 2021 werd jij raadslid voor het CDA. Dat was omdat er toen onverwachts een plaats beschikbaar kwam omdat raadslid Cornelissen terugtrad. De ervaringen van jouw werk bij de Tweede Kamerfractie van het CDA, nam jij mee als bagage. Als raadslid bereidde je je zelf altijd goed en gedegen voor. Je had doelen voor ogen, waarvoor je ging. Je rustte dan ook niet voordat je de juiste toezegging qua inhoud of termijn van afdoening binnen had. Deze raadsperiode is voor jou helaas niet geworden wat jij voor ogen had, en dat is jammer. Het tekent dan ook jouw karakter dat je alles wikkend en wegend, hebt besloten om het raadslidmaatschap te beëindigen. Ik dank je hartelijk voor je inzet binnen de raad. De dank onderstreep ik graag met een bos bloemen en een traditioneel cadeau. Ik kom het je nu ook uitreiken. (De burgemeester overhandigt mevrouw Van 't Westeinde een boeket en cadeau.) Ik zou zeggen, met zijn allen nog even een warm applaus voor Veronique. (applaus) 1b.
Afleggen van de eed dan wel verklaring en belofte door de toegelaten leden De voorzitter: Ik nodig de toegelaten raadsleden, de heren Ammerlaan, Van Oyen en Rodenburg, uit om hier naar voren te komen om de eed van verklaring en belofte af te leggen. Mag ik u verzoeken om allen te gaan staan? We gaan dit in alfabetische volgorde doen. Eerst zullen de leden Ammerlaan en Van Oyen de verklaring en belofte afleggen. Ik lees de tekst van de verklaring voor. 'Ik verklaar dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen.' De heer Ammerlaan: Dat verklaar en beloof ik! De heer Van Oyen: Dat verklaar en beloof ik! De voorzitter: Dan is nu de heer Rodenburg aan de beurt, die de eed aflegt. Ik lees hem voor. 'Ik zweer dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
Ik zweer dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen.'
2
De heer Rodenburg: Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! De voorzitter: Ik wil jullie alle drie van harte feliciteren en ook heel veel succes, maar ook plezier in dit mooie raadswerk toewensen. Daar hoort een bloemetje bij. Ik nodig jullie – ik weet niet waar Veronique is – alle vier uit om even voor de tafel langs bij de wethouders en de raadsleden felicitaties in ontvangst te nemen en Veronique, daar hoor jij ook bij. Dat vind ik wel. Jullie mogen volgen, heren. 1c.
Benoeming raadsleden heren B.J. Ammerlaan, P.T.C. van Oyen en H. Rodenburg als lid van de commissie De voorzitter: Ik stel voor de vergadering te vervolgen, we zijn bij 1.c de benoeming van de raadsleden Ammerlaan, Van Oyen en Rodenburg als lid van de commissie. De voorbereiding van de beraadslagingen en besluitvorming door de gemeenteraad vindt onder andere plaats door het bespreken van voorstellen en andere onderwerpen in de raadscommissie. De gemeenteraad is het bevoegde orgaan om de leden van de raadscommissie te benoemen. Wie wil hierover het woord? De heer Scholtes van D66. De heer Scholtes: Voorzitter, graag wil ik een stemverklaring afleggen, niet over de personen, maar wel over te volgen procedure tot benoeming. Uw voorstel om bij acclamatie de raad te laten besluiten over dit voorstel tot het benoemen van de leden van de raadscommissie kan ik billijken. Immers, de raad heeft ook al besloten tot het toelaten van deze personen tot de raad. Echter, bij het voorstel tot benoeming van een burgercommissielid of wethouder, ligt daar niet eerst een ander toelatingsbesluit aan ten grondslag. In dit geval ga ik ervan uit dat de raad altijd via de wettelijk voorgeschreven schriftelijke wijze een stemming zal houden en een besluit zal nemen. Zo niet, dan zal ik daartoe altijd verzoeken. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Scholtes. Zijn hier vragen over? Nee.
Dan betekent dat dat hiermee de commissieleden Ammerlaan, Van Oyen en Rodenburg zijn benoemd. 1d. Aanbieden van het Addendum bij het coalitieakkoord De voorzitter: Dan gaan we naar 1.d, Aanbieden van het addendum coalitieakkoord. De fracties CDA, D66 en OGP Midden-Delfland hebben een addendum coalitieakkoord gesloten. Dat is uiteraard bekend. Ik nodig hen uit om het proces en de inhoud nader toe te lichten. vervolgens nodig ik de raad uit om, desgewenst, te reageren. Een besluit hoeft overigens niet te worden genomen op het Addendum. Wie mag ik het woord geven? ik zie de heer Zwaard, de heer Jongsma en de heer Vieira. Dan geef ik in de eerste termijn graag het woord aan de heer Zwaard van het CDA. De heer Zwaard: Het voorliggende addendum is een aanvulling op het coalitieakkoord 2022-2026. In het addendum staat samenwerking centraal. Met samenwerken bedoelen wij samenwerken met alle raads- en commissieleden. Na twee jaar is het een mooi moment om even stil te staan bij wat er gebeurd is en te kijken wat we kunnen aanscherpen, daar is dit addendum voor bedoeld. Wat het CDA betreft, springen er drie onderdelen uit. Die wil ik kort even noemen. Dat is de dienstverlening. We hebben in het addendum aangegeven dat we op de dienstverlening een slag willen maken. Die moet verbeteren. Toekomstige woningbouw. Het coalitieakkoord voorziet in woningbouw tot 2026-2030.
Wij gaan in de komende twee jaar nader bepalen wat de woningbouwplannen na 2030 moeten zijn. Dat vinden wij een goede en fijne ontwikkeling. Het derde punt dat ook nadrukkelijk in het addendum is opgenomen en dat de gemoederen de afgelopen maanden bezig heeft gehouden, is de opvang van vluchtelingen. Daarin staan wij voor dat wij door moeten pakken en dat we daar snelheid in willen en dat we met name alle bewoners en alle betrokkenen heel nauwkeurig willen betrekken en meenemen in dit hele proces. Tot zover. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Zwaard. Dan geef ik nu het woord aan mijnheer Jongsma van de OGP Midden-Delfland. De heer Jongsma: Het zal u niet verbazen dat we ons in grote lijnen wel kunnen vinden in wat het CDA al heeft gezegd. Ook het OGP Midden-Delfland is blij met dit addendum. Veel blijft hetzelfde, 3
want in het bestaande coalitieakkoord konden wij ons al vinden. Maar wat OGP Midden-Delfland betreft, kon een aantal zaken nog wel wat extra aandacht gebruiken en kon ook een aantal punten wat meer daadkracht gebruiken. Zo beginnen we nu al met aanvullende afspraken over de woningbouwlocaties, ook voor na 2026. Die locaties moeten, wat OGP Midden-Delfland betreft, allemaal in de kernen komen. Dus dat wordt op zich nog wel een lastige opgave, maar niet zo lastig dat we er niet mee kunnen beginnen. Ook het stiltegebied en de schone lucht krijgen in de nadere afspraken wat extra aandacht. We verwachten dan ook van het college dat het met een voorstel komt voor welke maatregelen nodig zijn om het Schone Lucht Akkoord te kunnen ondertekenen. Verder vinden wij het een goede zaak dat er echt werk wordt gemaakt van een gedegen participatie en betrokkenheid bij de inwoners. Met dit akkoord en met deze wethouders en straks hopelijk met de aanvulling, moet er veel meer aandacht komen voor bijvoorbeeld duidelijke brieven, een duidelijke uitleg van procedures, uitleg zodat mensen weten hoe ze bezwaar kunnen maken. Wat betreft de realisatie van het azc willen we graag dat er wordt doorgepakt, met CDA en D66. Zeker in de procedures, het vergunningentraject en het bouwen, maar ook in het betrekken en het meenemen van onze inwoners en andere belanghebbenden. Tot zover.
De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Vieira, D66. De heer Vieira: De vorige sprekers hebben wat betreft de inhoud het meeste al aangekaart, dus daar zal ik niets op aanvullen. Ik wil benadrukken dat het een addendum is. Dus we hadden al een coalitieakkoord. Daar is niets van in de prullenbak gegaan en dit is er dus bij gekomen. Net zoals in het coalitieakkoord is er niets dichtgetimmerd, dus we zitten hier gewoon met 17 raadsleden en we staan ook met elkaar in contact met verschillende partijen bij verschillende besluitvormingen. Dus die samenwerking zien wij heel graag met alle collega's. Er is wel één punt dat wel anders is dan de afgelopen vijf maanden. De afgelopen vijf maanden hadden we uiteraard een burgemeester en twee wethouders en dat kan als college, maar dat is natuurlijk best smal. Dus wij denken dat goed is aan dit akkoord dat er een wethouder bij komt zodat je als bestuur minder kwetsbaar bent in geval van… Je kunt elkaar beter overnemen. Je kunt de verschillende gebieden beter aandacht geven, dus dat vinden we de grootste meerwaarde tot nu toe, dat dat in het vat zit. Hier wil ik het bij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. En dan zie ik hier ook de heer Gebben van de VVD, aan u het woord. De heer Gebben: De coalitievorming hebben wij gadegeslagen vanaf de zijlijn. Wat we hebben gezien, was eigenlijk niet zo fraai.
De brede coalitie met vier wethouders die als oplossing moest dienen voor de controverse rond het azc, was eigenlijk binnen een mum van tijd van tafel. Kennelijk was het toch wel erg lastig om een partij aan boord te nemen die kritisch was op het azc. Uiteraard hebben wij het addendum op het coalitieakkoord gelezen en het is op zich een elegante oplossing. Dat moet zeker gezegd. Dit addendum bouwt voort op het mede met inbreng van de VVD gevormde coalitieakkoord. Het zou, nu er slechts wat accenten zijn gelegd, vreemd zijn als wij het hele akkoord hier bekritiseren. Dat doen wij dan ook niet. Wij willen wel graag een aantal zorgpunten aanstippen. Allereerst de aanleiding voor de vorming van de nieuwe coalitie, namelijk het azc. De uitwerking ervan is en blijft het hete hangijzer dat dit coalitieakkoord overschaduwt. De coalitie in spe heeft na ons vertrek aangegeven voortvarend met het dossier aan de slag te willen. Ook nu horen we het weer. Wethouder Renzen moest van hen zo snel mogelijk vertrekken om te voorkomen dat de boel een vertraging zou kunnen oplopen. Nu zijn we inmiddels zes maanden verder en wij zien erg weinig vooruitgang op dit dossier. Rapportages over de stand van zaken zijn tot nu toe uitgebleven. In de raadsvergadering van februari is ons nog beloofd dat wij op zeer korte termijn een voortgangsrapportage zouden ontvangen. Tot nu toe blijft het weer erg stil.
Inmiddels zijn we alweer vier weken verder. De onzekerheden rondom dit dossier zijn alleen maar groter geworden, zeker nu het college, lees de coalitie, voornemens is het gehele plan, zonder voorafgaand overleg met de rest van de raad op de schop te gooien, door met de flexwoningen te schuiven. De onvrede onder veel van onze inwoners is nog verder toegenomen. Natuurlijk kun je dit proberen te sussen met uitspraken over de stilzwijgende meerderheid, maar dat helpt natuurlijk niet. De coalitie is nog niet eens begonnen en nu vraag je je al af wat er op dit moment nog over is van de in het addendum uitgesproken wens om onze inwoners zo breed mogelijk mee te nemen in besluitvormingsprocessen en zeker op dit dossier. Erg weinig, denken wij. 4
Het tweede punt dat de VVD graag wil aanstippen, is het feit dat wij in het addendum veel extra plannen zien verschijnen. Dat is op zich natuurlijk niet erg. Maar de grote, niet beantwoorde vraag is, hoe en wie gaan deze plannen uitvoeren? Wat gaat de coalitie doen als onze ambtenaren een groot deel van de tijd moeten steken in de ontwikkelingen rond het azc? In het addendum staat geen prioritering van de werkzaamheden aangegeven en dat is waarschijnlijk niet zonder reden. Onze verwachting is dan ook dat veel plannen, en zeker met betrekking tot de woningbouw, voor een tijdje in de ijskast gaan. Je kunt je geld en je capaciteit immers maar één keer uitgeven. Dus wat er van alle mooie plannen terechtkomt? We zullen het gaan zien, mevrouw de voorzitter. Veel vertrouwen hebben wij er niet in. Tot slot heeft de VVD met grote verbazing gekeken naar de portefeuilleverdeling. Wij beseffen heel goed dat wij hier niet over gaan, maar wij constateren wel dat de balans in de verdeling wel erg scheef is. Twee wethouders doen relatief weinig en één heeft bijna alle zware, belangrijke dossiers onder zijn hoede gekregen. Wij vragen ons af of door deze disbalans de belangen van MiddenDelfland wel optimaal worden gediend. Wij hebben zo onze twijfels. Volgens ons geeft het wel duidelijk weer hoe de verhoudingen binnen de coalitie liggen.
Namelijk: één partij heeft duidelijk meer in de melk te brokkelen dan de overige twee. Misschien was vier wethouders uiteindelijk toch niet zo'n slecht idee geweest, maar dat is geschiedenis. Mevrouw de voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Dan geef ik nu het woord aan de heer Vieira, D66. De heer Vieira: Voorzitter, ik heb een vraag naar aanleiding van de bijdrage van de VVD. Of een aantal vragen, eigenlijk. Een van de bijdragen was 'waarom neemt de coalitie zoals die nu gevormd is, geen partij aan boord die wat kritisch is op het op het azc?' Wij hebben altijd de VVD aan boord willen houden, daar hebben we gigantisch veel pogingen toe gedaan. De VVD heeft aangegeven niet deel te willen nemen aan de coalitie of aan de gesprekken, maar waarom verwijt de VVD dan de andere partijen dat ze partijen buitensluiten die tegen het azc zijn? Dat is één. De tweede vraag die ik voor de VVD heb, is: hoe ziet de VVD dan graag de portefeuilleverdeling? De voorzitter: Ik zie dat mijnheer Gebben van de VVD wil reageren. Aan u het woord. De heer Gebben: Uiteraard, mevrouw de voorzitter. Over het buitensluiten van partijen. Dat heb ik zo niet gezegd.
Alleen wat hier gebeurde, nadat we een informatieronde hadden gehad, was dat raadsbreed werd aangegeven dat de partijen – behalve de VVD, want wij deden niet mee omdat we dat ook expliciet zelf hadden aangegeven – er vast van overtuigd waren dat ze dat gingen doen. En dat ze met vijf partijen een brede coalitie zouden gaan vormen die ook een weerspiegeling zou geven van de emoties die er in onze samenleving leven ten opzichte van azc. Dus niet alleen voorstanders, maar ook mensen die er wat kritischer in staan, om zo een betere balans te krijgen. Wij zagen als buitenstaanders dat dat een paar dagen duurde en toen was het afgelopen. En de partij die kritisch was op het azc, doet niet mee. Dat is de enige constatering die wij doen. En dan is de conclusie die ik kan trekken 'kennelijk is het toch niet zo handig om een partij aan boord te nemen die wat kritisch is op het azc'. Ik zou niet weten welke andere conclusie je zou kunnen trekken en moeten trekken. Dat is het antwoord op vraag 1. Vraag 2. De portefeuilleverdeling, daar gaan we niet over. Dat heb ik al gezegd. Alleen zien wij dat belangrijk portefeuilles bij één wethouder zijn terechtgekomen en de anderen hebben ook veel portefeuilles, maar niet de hoofdportefeuilles. Wij denken dat die balans beter kan. Hoe wij vinden dat het verdeeld moet worden, vind ik geen vraag die u ons moet stellen.
De voorzitter: Ik zie een interruptie van mijnheer Scholtes, D66. De heer Scholtes: Ja voorzitter, hoor ik de VVD hier zeggen dat ze jeugdzorg niet belangrijk vinden? De voorzitter: Sorry, ik heb het niet kunnen verstaan. Misschien ook anderen niet. Kunt u dat nog een keer herhalen? De heer Scholtes: Dat kan ik zeker nog een keer herhalen: vindt de VVD jeugdzorg dan niet belangrijk? 5
De voorzitter: Ik zie mijnheer Gebben, VVD. De heer Gebben: Dat is natuurlijk superflauw. Maar goed, mijnheer Scholtes weet precies wat wij bedoelen, maar hij gaat het uit de weg en dat snap ik ook wel. Daar wil ik het verder bij laten, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Ik zie mijnheer Zwaard, CDA, met een reactie. De heer Zwaard: Luisterend naar de woorden van de VVD, hoor ik ze zeggen dat een kritische partij niet welkom was in deze coalitie. Dat wil ik even weerspreken. Er zijn heel serieuze gesprekken over gevoerd met serieuze partijen. Er is een aantal partijen dat wel de verantwoording neemt. Ik snap dat u het belangrijk vindt dat er een kritische partij in de coalitie zit. Dat had u zelf kunnen zijn, maar u bent weggelopen voor de verantwoordelijkheid en u legde dat bij een ander neer. Die kritische noot is verstaan, maar begrijpen doe ik het niet. U bent zelf uit die coalitie gestapt en u bent weggelopen voor de verantwoordelijkheid. De voorzitter: Mijnheer Jongsma van OGP Midden-Delfland. De heer Jongsma: Graag wil ik toch nog even reflecteren op wat de VVD net heeft gezegd. Uiteraard, ook wij vinden dat het allemaal best wel weer lang duurt met hoe het gaat bij het azc. Ook wat betreft de informatie.
Ik snap ook wel dat er heel hard gewerkt wordt achter de schermen, maar het is denk ik ook voor ons allemaal als raad wijs om daar zo snel mogelijk wel weer communicatie over te hebben. Dus wij voelen daar en leven daar ook wel in mee. Verder wat betreft het meenemen van de inwoners daarin, dat willen ook wij heel graag. En er wordt op dit moment ook hard aan gewerkt. De VVD geeft verder aan dat ze zich zorgen maakt over de extra plannen die in het addendum staan, over het hoe en door wie. Daar gaan we het gewoon de komende tijd met elkaar over hebben om te zien hoe we dat verder handen en voeten kunnen geven en we daar ook financiën voor vinden. Maar het is wel belangrijk om niet niets te doen en ons alleen maar te richten op het azc. Er zijn ook andere plannen die doorgaan. Dat hoeft uiteraard niet ten koste te gaan van de woningbouwplannen. Ook daar kun je gewoon een mouw aan passen. Ook wij hadden misschien liever vier wethouders gehad. Ook wij hadden misschien liever een andere coalitie gehad, maar uiteindelijk zaten we met vijf partijen bij elkaar en bleek dat dat op dat moment niet mogelijk was. Daarbij zijn we niet over één nacht ijs gegaan. We hebben daar best goed over nagedacht met zijn allen. Toen waren er uiteindelijk één of twee partijen die zeiden 'wij doen dan toch niet mee'.
Dus ik wil het beeld wel even wegnemen dat het lijkt of de drie coalitiepartijen denken 'die anderen willen we er niet bij'. Dat is echt niet het geval geweest. We hadden het heel graag met z'n vijven gewild, of met zijn vieren. Het is gewoon niet gelukt. We gaan nu niet op de inhoud in, maar ik kan u wel vertellen dat we echt alles eraan hebben gedaan om eruit te komen. Dat is gewoon niet gelukt. Dat is het, zoals ik heel vaak hoor op tv, het eerlijke verhaal en niet meer en niet minder. Daarbij wil ik het laten. De voorzitter: Dan zie ik nu mijnheer Gebben van de VVD, aan u het woord. De heer Gebben: Het eerlijke verhaal is ook dat ik nooit gezegd heb dat er geen serieuze gesprekken gevoerd zijn. Het enige dat wij doen als VVD, is constateren wat er gebeurd is. En de partij die niet mee mocht doen, heeft nu besloten niets te zeggen en dat is hun goed recht. Maar goed, dat is gewoon zoals het is. Dat wij hier niet aan meedoen en wij niet onze verantwoordelijkheid zouden pakken, is ook een beetje raar verhaal, want wij hebben altijd aangegeven dat we een ander soort plan met het azc voor ogen hadden. Er is met een raadsmeerderheid besloten om dat niet te doen. Toen hebben wij gewoon gezegd 'dan is het ook een beetje raar als wij de verantwoordelijkheid nemen voor de uitvoering'. Dat zou mij heel raar lijken. Toen kwamen hier de informatieronde.
Toen hebben vijf partijen gezegd 'joh, we gaan raadsbreed, want dat is fijn voor onze bevolking, dat ze weten dat iedereen vertegenwoordigd is'. We zien het gewoon mislukken. Het was een enorm grote ambitie. Het is mislukt. Dan denk ik dat het ook vrij logisch is dat wij dit constateren. Het is niet meer en niet minder. En dat is ook het eerlijke verhaal. 6
De voorzitter: Daarmee wil ook… O, de heer Knaap, OGP Midden-Delfland. Ook aan u nog het woord. U bent dan wat mij betreft de laatste spreker. De heer Knaap: Dat is fijn, dank u wel voorzitter. Ik hoor de heer Gebben toch een aantal keer zeggen 'de partij die niet mee mag doen'. Wat de fractie van de VVD daarmee doet, is hier iets framen dat niet zo is. Niet mee mogen doen is niet ter sprake is geweest. Het is een keuze van partijen om wel of niet in te stappen. Het is ook een keuze van partijen om niet mee te willen doen en de uitkomst van het proces is dat we nu met drie partijen zijn. Dus ik wil even met klem benadrukken dat hier geen sprake is van niet mee mogen doen. Maar dat er sprake is van niet mee kunnen doen, of niet mee willen doen. En zoals bekend hebben we dat ook allemaal in de pers kunnen lezen, vanuit de beleving van de partij die niet mee wil doen. Dus dat wil ik toch even toevoegen, want ik heb geen zin om hier met een soort vals frame deze zaal uit te lopen. Het is een kwestie van niet mee willen doen, niet mee kunnen doen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Knaap van de OGP Midden-Delfland. Daarmee wil ik deze discussie afsluiten. Ik moet ook zeggen dat ik zie dat elkaars verhaal en argumenten ook echt beluisterd worden vanavond. Ik heb dat ook in de inleiding gezegd, daar ben ik blij mee. Maar daarmee is deze discussie gesloten.
En nu is het ook aan het college om aan de slag te gaan en op basis van het coalitieakkoord met addendum vervolgens in de praktijk, nogmaals, aan de slag te gaan. We gaan naar het volgende agendapunt. 1e. Voorstel tot het benoemen van de heer A.F. de Leede als wethouder De voorzitter: Dat is de benoeming van de heer De Leede als wethouder. Als uitvloeisel van het vorige agendapunt ligt nu het voorstel tot benoeming van een wethouder voor. Ik wil vragen of iemand vanuit de fractie OGP Midden-Delfland dit nader wil toelichten. Mijnheer Jongsma van de OGP Midden-Delfland, aan u het woord als fractievoorzitter. De heer Jongsma: OGP Midden-Delfland is blij dat wij Bart de Leede bereid hebben gevonden om wethouder te worden van onze mooie gemeente. Uiteraard, als de raad hiermee instemt. OGP Midden-Delfland ziet in Bart een ervaren bestuurder met een duidelijk hart voor groen en een warme band met Midden-Delfland. Als fanatiek fietser heeft hij alle fietspaden van Midden-Delfland inmiddels wel bereden. Dus wat mij betreft is hij wel bekend met het gebied. Ook denken wij dat hij met zijn kennis en ervaring een aanvulling zal zijn op het huidige bestuur van Midden-Delfland en kan bijdragen aan een goede samenwerking binnen de raad, het college en de ambtelijke organisatie. Wat mij betreft, van harte welkom.
De voorzitter: Dan heeft Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven hier ook haar werk verricht. Ik kijk even naar de voorzitter, de heer Ringeling. Welk advies heeft u aan de raad? De heer Ringeling: De Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven heeft de geloofsbrieven van de heer De Leede onderzocht. Op grond van artikel 10 van de Gemeentewet voldoet de heer De Leede op één punt niet. Dit punt betreft het woonplaatsbeginsel. De wet biedt echter de mogelijkheid tot ontheffing hiervan. In het voorliggende raadsvoorstel is hierin voorzien. Als de raad zo meteen dus instemt met het raadsvoorstel, wordt het beletsel daarmee weggenomen. Daarmee zijn er geen belemmeringen voor de benoeming van de heer De Leede tot wethouder van de gemeente Midden-Delfland. De voorzitter: Dank u wel. Dan heeft de raad nu alle informatie over het voorliggend voorstel om de heer De Leede te benoemen als wethouder met een tijdsbestedingsnorm van 100%. Onderdeel van het besluit is ook het verlenen van ontheffing van de eis van ingezetenschap, waar net over gesproken werd. Wie wenst hierover het woord? De heer Gebben van de VVD, aan u het woord. De heer Gebben: Om te beginnen wil de VVD de heer De Leede alvast hartelijk welkom heten in deze hele mooie gemeente. U heeft een mooie staat van dienst en daarmee bent u een begrijpelijke kandidaat.
De perspectiefverandering van stad naar platteland moet voor de heer De Leede ook wel bijzonder zijn. Wij hopen dat hij zich met veel enthousiasme zal inzetten voor de
7
kernwaarden van onze mooie gemeente en wij hopen dan ook op een goede samenwerking met ons als raad. Tot zover over de heer De Leede zelf. Graag willen wij als VVD ons ook nog even richten tot de OGP Midden-Delfland. Wij waren erg verrast dat de keuze is gevallen op een oud-GroenLinkswethouder en nog wel uit de stad. Jarenlang heeft de OGP Midden-Delfland zich geprofileerd als enige echte lokale partij. Zij waren de partij met de echte lokale vertegenwoordigers. De partij zonder landelijke connecties, landelijke connecties die alleen maar in de weg zouden zitten en het lokaal belang zouden schaden. Maar nu, mevrouw de voorzitter, heeft de OGP Midden-Delfland kleur bekend. OGP Midden-Delfland is GroenLinks geworden en heeft in deze transformatie besloten de enige echte lokale wethouder te laten vervangen door een landelijk gelieerde wethouder, uit de grote stad en dus van buiten onze gemeente. Waar zijn de grondprincipes van de OGP Midden-Delfland opeens gebleven, mevrouw de voorzitter? Wij weten het niet. Bijzonder vinden we het wel. De voorzitter: Ik zie een lampje branden bij mijnheer Jongsma van de OGP Midden-Delfland. Aan u het woord. De heer Jongsma: Dat vraagt om een toelichting of een nadere toelichting. De VVD vraagt zich af waarom wij voor een GroenLinkswethouder kiezen uit Vlaardingen.
Wij hebben gewoon gekeken op het moment dat het zich voordeed 'wat is op dit moment een passende kandidaat voor deze mooie gemeente in de huidige situatie waarin we zitten?' Dat vraagt om een ervaren bestuurder en dat vraagt om een bestuurder die inderdaad wel vertrouwd is met het gebied. Helaas konden we die binnen Midden-Delfland op dit moment in deze situatie niet vinden. Dan gaat het belang van de gemeente voor en daarom hebben we gekozen voor Bart de Leede. Dat de heer De Leede wat groen is en wat links, dat past helemaal bij OGP Midden-Delfland, want wij zijn ook groen en wat aan de linkerkant van het spectrum. Dat dat toevallig ook GroenLinks heet, dat zal zo zijn. Dat is niet wat het is. Dus we hebben gewoon gekozen voor de persoon Bart de Leede die op dit moment het beste past bij wat er gevraagd wordt. De voorzitter: Dank u wel voor uw toelichting. Ik kijk even rond. Daar zijn verder geen opmerkingen over. Dan is dat het einde, wat mij betreft, van de discussie en de beraadslagingen op dit punt. De stemming zal, overeenkomstige het bepaalde in de Gemeentewet, op schriftelijke wijze plaatsvinden. De bodes zullen nu de stembriefjes uitdelen. En dan hebben we een korte pauze. Ik zie het wapen van de gemeente op het kistje staan. Ik heb dit kistje eerlijk gezegd nog nooit gezien maar het ziet er wel indrukwekkend uit.
Maar de briefjes zijn opgehaald en ik schors hiermee de vergadering voor enkele ogenblikken, zodat de Commissie tot Stemopneming haar werk kan doen. Schorsing De voorzitter: Beste mensen. Ik heropen de vergadering, geachte raad. Ik wil graag de Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven vragen om vanavond ook als Commissie tot Stemopneming… Nou, dat hebben jullie gedaan. En daarbij wil ik de voorzitter van de commissie vragen, en ik heb begrepen dat u dat bent, mijnheer Van Lier, naar de uitslag van de stemming. De heer Van Lier: Mevrouw de voorzitter, het was flink tellen. Er zijn in totaal 17 stemmen uitgebracht en alle 17 voor de heer De Leede. De voorzitter: Dank u wel. En dan is de heer De Leede benoemd als wethouder. Namens de raad – ik zit even te kijken waar hij zit, ja daar! – feliciteer ik de heer De Leede met zijn benoeming. En dan is wel aan u de vraag: neemt u de benoeming aan? Dat komt van achter, maar het is volmondig. Dank u wel. Ik wens u ook veel plezier namens onze gemeente, want er wacht best veel werk op u. 1f. Afleggen van de verklaring en belofte door de heer A.F. de Leede De voorzitter: Ik nodig u ook uit om naar voren te komen om de verklaring en belofte af te leggen, want dan pas kunt u echt aan de slag als wethouder. Om te kunnen functioneren als wethouder, legt u de verklaring en belofte af zoals deze is voorgeschreven in de Gemeentewet. 8
'Ik verklaar dat ik, om tot wethouder benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als wethouder naar eer en geweten zal vervullen.' De heer De Leede: Dat verklaar en beloof ik! De voorzitter: Mag ik u van harte feliciteren? Heel veel plezier. En daar horen natuurlijk bloemen bij. We zullen nog even een hand geven. Dan nodig ik ook u uit om langs de collega-wethouders en de raadsleden te lopen om de felicitaties in ontvangst te nemen. De bloemen zijn ondertussen in het water gezet, hoorde ik net. Mijnheer De Leede neemt plaats. 1g.
Voorstel tot het benoemen van wethouder A.F. de Leede in externe bestuursorgaan Bedrijvenschap Harnaschpolder De voorzitter: Dan gaan we nu over tot punt 1g, het voorstel tot het benoemen van wethouder De Leede in extern bestuursorgaan Bedrijvenschap Harnaschpolder. Met het benoemen en installeren van wethouder De Leede behoeft de gemeentelijke vertegenwoordiging een wijziging. Dit voorstel beoogt om hierin te voorzien voor zover het op grond van de onderliggende externe regeling de bevoegdheid van de gemeenteraad is. Het voorstel betreft de vertegenwoordiging in Bedrijvenschap Harnaschpolder. Wenst iemand hierover het woord? Ik kijk even rond. Nee. Dan gaan we stemmen. En de stemming is online hierbij geopend. Volgens mij zijn alle stemmen binnen. Ja, alle stemmen zijn uitgebracht en ik sluit de stemming en u ziet het resultaat. Dat betekent dat hiermee, met 16 stemmen voor en 1 stem tegen het voorstel is aangenomen. 1h. Voorstel tot het benoemen van de heer M.W. Renzen als burgercommissielid De voorzitter: Dan gaan we naar 1h, voorstel tot benoeming van de heer Renzen als lid van de commissie namens de fractie van de VVD. Op grond van de Commissieverordening benoemt de raad de leden van de raadscommissie. En door de fractie VVD is de heer Renzen uit Maasland bereid gevonden om namens de fractie als burgercommissielid te fungeren.
Ook hier heeft de Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven namens de raad gekeken naar de geloofsbrieven. Wilt u de raad deelgenoot maken van uw advies? Mijnheer Ringeling, aan u het woord. De heer Ringeling: Voorzitter, op grond van de Commissieverordening worden bepalingen van de Gemeentewet die gelden voor een raadslid ook van toepassing verklaard voor een burgercommissielid. De commissie constateert dat de kandidaat, de heer Renzen, voldoet aan de bepalingen in artikel 10 van de Gemeentewet. Gelet op de door de kandidaat opgegeven nevenactiviteiten heeft de commissie hem gewezen op het bepaalde in artikel 15 van de Gemeentewet. Tot zover. De voorzitter: Wil iemand over dit voorstel het woord voeren? Nee. Eerder deze avond hebben we de stemverklaring gehoord en dat betekent dat het nemen van dit besluit plaatsvindt op de door Gemeentewet voorgeschreven wijze en het besluit tot benoeming gebeurt met schriftelijke stembriefjes. De stembriefjes worden wederom uitgedeeld. Ik schors de vergadering nog niet. De briefjes zijn opgehaald en ik schors voor enkele ogenblikken, zodat de Commissie tot Stemopneming haar werk weer kan doen. Schorsing De voorzitter: Ik heropen hierbij de vergadering en wil de voorzitter van de commissie vragen naar de uitslag van de stemming. De heer Van Lier: De commissie is bezig geweest. Er zijn 17 stemmen uitgebracht.
Een stem was niet geldig. Er zijn 11 stemmen voor en 5 stemmen tegen.
9
De voorzitter: Dank u wel. Dat betekent dat de heer Renzen benoemd is als commissielid. En ik zit even te kijken waar mijnheer zit. Ja, daar. Namens de raad feliciteer ik de heer Renzen met zijn benoeming. Ik nodig ook u uit om hier naar voren te komen om de eed af te leggen. 1i. Afleggen van de eed door de heer M.W. Renzen De voorzitter: Ik lees ook de tekst van de eed voor. 'Ik zweer dat ik, om tot lid van de raadscommissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raadscommissie naar eer en geweten zal vervullen.' De heer Renzen: Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! De voorzitter: Dan feliciteer ik ook u van harte en wens u heel veel succes en ook plezier bij ons en daar hoort wederom een bos bloemen bij. Ook u wil ik vragen om even de ronde langs college en raad te maken, voor de felicitatie. Ik weet niet of er ondertussen op de tribune mensen nog vanuit Vlaardingen aanwezig zijn? Of zijn die allemaal vertrokken? Mevrouw De Leede uiteraard, voor de felicitaties.
We gaan de vergadering vervolgen en ik dank daarbij allereerst de heren Van Rijs, Van Lier en Ringeling voor hun werkzaamheden in de Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven en Commissie tot Stemopneming. U bent ook bij dezen van uw taken ontheven. Dank u wel.
2.
Regeling der werkzaamheden
De voorzitter: In de periode van 19 februari 2024 tot en met 19 maart 2024 heeft de raad diverse poststukken ontvangen. Allereerst behandelen we lijst A, brieven van het college. We hebben het dan over de wijze van behandeling van de documenten. Mijn vraag is: wie wil hierover het woord voeren? Ik zie mijnheer Van der Spek van Mijn Partij, aan u het woord. De heer Van der Spek: Wij willen het punt A24-018 Haalbaarheidsonderzoek tijdelijke woonbestemming locatie Zuidhoornseweg meenemen naar de commissie, als bespreekstuk. De voorzitter: Dat is genoteerd. Dan kijk ik naar mijnheer Knaap van OGP Midden-Delfland. De heer Knaap: Ik wil eigenlijk alleen even het college en de ambtenaren bedanken voor het snelle antwoord op onze technische vraag op datzelfde agendapunt. We hadden geen behoefte om hem te agenderen, want het was duidelijk, maar ik wil even mijn dank uitspreken voor de beantwoording. De voorzitter: Ik kijk even verder rond, ik zie mijnheer Vieira van D66. Aan u het woord. De heer Vieira: Ik wil niet specifiek iets agenderen, maar ik had een vraag. Voor de volgende commissievergadering wordt brief 24-018 geagendeerd. Wat wordt er gevraagd aan de andere fracties, zodat we ons daarop kunnen voorbereiden? De voorzitter: Ik kijk even naar mijnheer Van der Spek of u daarop zou kunnen antwoorden.
De heer Van der Spek: Wij zullen naar de fracties komen met wat vraagstellingen waar wij zelf mee zitten. Dat komt voor de commissie tijdig naar u toe. De voorzitter: Oké. Is dat voldoende? Ik dank u wel. Dan kijk ik even rond en dan komen we bij lijst B, de brieven van derden. Wie wil hierover het woord voeren? Ik zie mevrouw Koppert van OGP Midden-Delfland. Mevrouw Koppert: Ik zag dat de fractie van Mijn Partij vragen gesteld heeft ten aanzien van Alzheimer Nederland en wij zijn een informatieavond aan het voorbereiden over dit onderwerp 10
omdat we vorig jaar hier een motie over hebben aangenomen. En mijn vraag is: zou Mijn Partij mee willen werken aan de voorbereiding van deze avond? Omdat u ook deze vragen gesteld heeft, waar we heel blij mee waren. De voorzitter: Mijnheer Van der Spek. De heer Van der Spek: Ja, daar ben ik heel blij mee. Het punt intrigeerde mij ook vanwege het thema dementie. Dat is natuurlijk volksziekte nummer 1 tegenwoordig onder de Nederlanders en daar buiten, dus wij zouden graag mee willen werken met het onderzoek. De voorzitter: Dat betekent dat hier nog meer mensen op willen reageren? Mijnheer Van der Spek, nogmaals aan u het woord? De heer Van der Spek: Ik was het haast vergeten. Ik had natuurlijk ook vragen ingestuurd en ik wil het college bedanken voor de nauwkeurigheid en de attentie op het stuk. De voorzitter: Dat betekent dat we lijst B brieven van derden hierbij behandeld hebben. Ik ga naar lijst C, de afdoening door het college van schriftelijke vragen. De eerste brief is de beantwoording van vragen van de heer Vieira over het gebruik van drones. De heer Vieira of een ander lid van de raad. Wie heeft behoefte tot het stellen van nadere vragen? De heer Vieira.
De heer Vieira: Ja, wij hadden inderdaad vragen gesteld over drones, mede omdat boeren ons benaderd hadden en gevraagd hadden 'hoe werkt dat dan in deze gemeente?' Zij benaderen dan zelf een aantal partijen die drones hebben en die zeggen 'wij kunnen die drones hier niet laten opstijgen'. Maar als je je gewoon verdiept in het onderwerp, ik zal het niet lang houden, voorzitter, zie je met name bij weidevogelbeheer dat er algoritmes zijn waardoor je dingen goed kunt doen, ook voor je bedrijfsvoering, waarbij de inzet van drones handig kan zijn. Daarover zijn vragen gesteld aan het college 'hoe zit dat dan?' Want ons gebied bestaat natuurlijk voornamelijk uit groen. Het college verwijst met name naar regels rondom de ILT die de rijksoverheid heeft opgesteld. Die terugkoppeling hebben we gegeven aan de boeren, maar die geven aan 'wij snappen nog steeds niet wat we nu wel of niet mogen. Wij lopen tegen deuren aan'. Dus de vraag die ik met name aan het college heb op dit moment is: zou u in de vervolggesprekken die u met boeren heeft, of dat nu met LTO is of platform Blijvend boeren of in een andere samenstelling, misschien over dit onderwerp kunnen nadenken? Want het is iets dat leeft onder de boeren. Die willen daar iets aan doen, maar lopen toch ergens tegenaan om die drones in te kunnen zetten.
De voorzitter: Ik kijk even naar het college wie daar eventueel op zou willen antwoorden. Mijnheer Voskamp, aan u het woord. Wethouder Voskamp: Ik besef dat ik er straks niet meer van ben, maar ik ga mijn collegawethouder vragen om dat mee te nemen op het moment dat hij met de agrariërs spreekt. De voorzitter: Mijnheer Vieira? Prima. Die vraag nemen we mee, zoals gezegd. Dat betekent dat ik naar de tweede brief ga. Dat is de beantwoording van vragen van de heer Knaap over ontwikkeling van de locatie Sterappel te Den Hoorn. De heer Knaap of andere leden van de raad, wie heeft nog behoefte tot het stellen van nadere vragen? Mijnheer Knaap, aan u het woord. De heer Knaap: Ook hier dank voor het volledige en het complete antwoord van het college. Wij zijn blij dat het college ook gewoon kijkt 'hoe kunnen we een beter arrangement maken van tijdelijke flexwoningen?' We zijn blij dat de woningen aan de Sterappel ook nog een tijdje mee kunnen en dan dus een doel kunnen dienen om andere inwoners van Den Hoorn, in eerste instantie, maar ook Midden-Delfland, een plek te bieden. De vervolgvraag die ik nog wel heb, gaat over de ontwikkeling van de locatie Sterappel. U geeft aan dat het op zijn vroegst 2026 wordt voordat daar een schop de grond in gaat. Daar heb ik de volgende vraag bij.
We weten al een hele tijd dat deze locatie vrij gaat komen dus het lijkt nu een beetje alsof dat achter elkaar wordt gezet, dat we nu pas bezig gaan met de ontwikkeling van die locatie. Dus mijn vraag is: waarom heeft u er niet voor gekozen om dat al in gang te zetten, als u weet dat deze locatie dit jaar vrijkomt? 11
De voorzitter: Ik kijk even naar mijnheer Voskamp, aan u het woord namens het college. Wethouder Voskamp: Ja, dat is een goede vraag. Het heeft te maken met de mogelijkheid; zodra we dat weten en dingen in gang zetten, willen we ook door. Dat heeft ervoor gezorgd dat we wel eerst zeker wilden weten dat we inderdaad de Sterappel op die plek konden opheffen. En hoewel het lijkt alsof we daar… We hebben daar een afspraak over, maar het is ook wel zo dat we nog niet 100% zicht hadden, circa een jaar geleden, op het moment dat dat precies zou gaan spelen. Die onzekerheid heeft gezorgd dat het in de volgordelijkheid achter elkaar komt. De prioritering in het aantal projecten dat we lopen, is de combinatie van factoren die daarin hebben meegespeeld. De voorzitter: De heer Knaap. Ik zie geen volgende vragen? Ik kijk even rond. Er zijn verder geen vragen. Dan is dat punt daarmee ook afgerond en gaan we naar agendapunt 3. Van Lijst A wordt A24-018 doorgeleid voor behandeling in de commissie. Voor het overige worden de lijsten A, B en C ongewijzigd vastgesteld.
3.
Spreekrecht voor belangstellenden
De voorzitter: Dat is het spreekrecht voor belangstellenden en daar zijn geen aanmeldingen voor geweest.
4.
Vaststellen van de agenda
De voorzitter: We gaan door naar agendapunt 4, het vaststellen van de agenda. Kunt u instemmen met de agenda zoals deze voorligt? Ja, dank u wel. Dan is de agenda bij dezen vastgesteld. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
5.
Hamerstukken
5a. 5b. 5c.
Vaststellen van de notulen vergadering d.d. 27 februari 2024 Voorstel vaststellen bestemmingsplan Gaagweg 11 Schipluiden Voorstel tot vaststellen van de 1e periodieke begrotingswijziging 2024
De voorzitter: Dan gaan we naar punt 5, dat zijn de hamerstukken in dit geval 5.a tot en met 5.c. Dat is dan bij dezen besloten.
6.
Voorstel vaststellen stedenbouwkundig plan Woudselaan
De voorzitter: En dan gaan we nu naar het bespreekpunt agendapunt 6, voorstel vaststelling stedenbouwkundig plan Woudselaan. Voor twee percelen aan de Woudselaan in Den Hoorn is een plan ontwikkeld om deze uit te geven als woonkavels; het betreft twaalf woonkavels. Het voorstel is om aan dit plan medewerking te verlenen. In de commissie zijn diverse vragen gesteld die het college in een memo van een reactie heeft voorzien. De fracties OGP Midden-Delfland en D66 hebben aangegeven behoefte te hebben aan een nadere raadsbespreking. Ik inventariseer hierbij even wie hierover het woord wil voeren. Ik zie vijf namen, zelfs zes. Ze kunnen niet allemaal op het scherm. Dan kijken we eerst naar mijnheer Vieira van D66. Aan u het woord. De heer Vieira: Voorzitter, u gaf terecht aan dat wij inderdaad naar aanloop van de commissievergadering diverse vragen hebben gesteld. We kregen iets voorgelegd voor twaalf woonkavels met twaalf woningen die gerealiseerd kunnen worden die behoorlijk fors zijn en onzes inziens niet passen bij wat wij nu nodig hebben, namelijk bouwen voor de sociale en middenklasse. Maar goed, voordat we een oordeel konden vormen, wilden we er wel vragen over stellen. Dat hebben we natuurlijk in eerste termijn gedaan, dat was de hele aanloop. Dus dank aan het college dat het daar antwoord op heeft gegeven.
Na de commissievergadering hebben we het nogmaals bekeken en het college nogmaals vragen gesteld. Namelijk over wat de scenario's zouden zijn als we dit nu niet zouden doen. Want natuurlijk willen we liever bouwen voor waar de markt om vraagt, wat in onze Woonagenda staat en in woonvisie die eraan komt, maar goed. Daarop heeft het college ook antwoord gegeven. Dank daarvoor. Daaruit blijkt dat de doorlooptijd dan mogelijk vertraagd wordt richting anderhalf, twee jaar. Dus toch wel een behoorlijke tijd. En er zijn geen 12
bedragen genoemd, maar er is gerekend en daarmee lopen de kosten echt in de tonnen. En daarbij, op het moment dat onze ambtenaren hiermee aan de slag gaan, kunnen ze niet aan andere projecten werken. Dus op het moment dat we het niet doen, houden we eigenlijk ook ontwikkelingen ergens anders tegen. De ontwikkelaar hier heeft gedaan wat van hem gevraagd kon worden. Er is ook een gesprek met hem aangegaan, daarna. Maar op het moment dat wij nu tegen zouden stemmen, dan wordt het wel heel lastig, maar we zitten er wel enorm mee in onze maag. Dat dat blijkt natuurlijk al uit het feit dat we het geagendeerd hebben. De enige vraag die we aan het college hebben is: hoeveel soortgelijke projecten kunnen we verwachten en hoeveel sturing valt daar nog aan te geven? Want het voelt alsof we heel laat zijn en dingen niet meer kunnen keren. De vraag is of dat ergens anders nog wel zou kunnen. De voorzitter: Dan wil ik graag het woord geven aan mevrouw Koppert van de OGP MiddenDelfland. Mevrouw Koppert: Dank aan het college en de wethouder voor de beantwoording van de openstaande punten vanuit de laatst gehouden commissievergadering en de resterende vragen die D66 gesteld heeft. Ook wij als OGP Midden-Delfland voelen we ons niet zo senang bij dit hele bouwplan. Wij vinden eigenlijk 'genoeg is genoeg'.
De laatste tijd horen we steeds vaker 'dit is het laatste project waar weer dure huizen in zitten. Huizen in het duurdere segment'. Maar als we nu rondkijken, zien we de laatste jaren eigenlijk alleen maar dure huizen gebouwd worden of nog plannen die uit het verleden komen. Ook hier aan de Woudselaan hebben we het over huizen die 1,6 tot 1,7 keer hun kaveloppervlak zullen worden qua inhoud. Woningen dus die meer dan 1000 m³ qua inhoud zullen worden. En dan moet u rekenen dat er 2,5 eengezinswoning past in 1000 m³ en ongeveer vier appartementen. Dus je hebt het echt over best grote huizen. Wat de OGP Midden-Delfland betreft, weer een kans die we laten lopen om hier kleinere woningen te bouwen, zoals ook net D66 al aangaf. We vinden het jammer dat de wethouder ons niet meerdere scenario's gegeven heeft en pas op vragen van D66 er een aantal scenario's kwamen, waarvan wij ook zien dat ze inderdaad veel kosten en een langere doorlooptijd krijgen. Dus voor ons is dit ook echt met pijn in het hart. In de beantwoording van de wethouder lezen we ook dat zijns inziens de participatie toereikend is geweest. Daar denkt OGP Midden-Delfland echt anders over. Inderdaad is in het verleden een goed participatietraject geweest met omwonenden en dan moet u rekenen op zo'n veertien jaar geleden.
Daar kwamen niet deze grote woningen uit, maar woningen die ongeveer een fractie van een derde kleiner zouden zijn dan de woningen die er nu in staan. Met het informeren van direct omwonenden is wat ons betreft geen sprake van participatie, er is pas sprake van participatie als je het hebt over coproductie en meebeslissen. Dat is wat ons betreft in die laatste fase zeker niet gebeurd. Onze vraag aan de wethouder is of hij bij een volgende projectontwikkeling van woningbouw de invloed van de omgeving groter wil laten zijn dan zoals dat nu was. Ten slotte heeft de fractie OGP Midden-Delfland ook nog een vraag aan de wethouder over de brug en daarmee het doortrekken van het fietspad aan de Harnaskade. In de beantwoording heeft u aangegeven dat de te komen verkeersbrug niet gebruikt zal worden voor het bouwverkeer of alleen voor licht bouwverkeer, maar dat er een zware dam gebouwd zal worden over het water heen voor het zware bouwverkeer. Onze vraag aan de wethouder is: betekent het doordat we nu eerder die verkeersbrug krijgen, dat het fietspad nu eerder doorgetrokken zal worden? Tot zover onze eerste termijn. De voorzitter: Dan geef ik nu het woord aan mijnheer Moerman van de VVD. De heer Moerman: Ja, twee weken geleden hebben wij tijdens de commissievergadering al een goede discussie gevoerd over dit voorstel.
Wij hebben toen aangegeven het belangrijk te vinden om een betrouwbare overheid te zijn en afspraken die in het verleden zijn gemaakt na te komen. Ook voor de geloofwaardigheid van onze gemeente richting toekomstige projecten. De beantwoording van diverse vragen richting de wethouder heeft alleen maar duidelijker gemaakt dat we vanavond voor dit voorstel moeten stemmen. De tijd tussen planvorming en realisatie van woningen duurt al enorm lang en we willen dit project niet verder vertragen. We hopen ook dat er snel gebouwd mag worden. We vinden het fijn dat D66 dat nu ook inziet.
13
De voorzitter: Dan wil ik graag nu het woord geven aan mijnheer Van Lier van Mijn Partij. De heer Van Lier: Mijn Partij vindt dit een lastige beslissing. Immers, Mijn Partij is wel voor meer woningen, maar ook voor betaalbare woningen. En ook woningen voor eigen inwoners of woningen voor senioren. Anderzijds zijn we een betrouwbare overheid en moeten wij een plan, dat al achttien jaar oud is bij de laatste kleine aanpassingen compleet torpederen? Wat jaren vertraging gaat geven? Gezien de locatie is dit niet een plek waar een appartementencomplex met betaalbare woningen zou komen. Eigenlijk is het een toevalligheid dat de grens tussen het bedrijfsterrein en woningbouw niet goed is vastgelegd in het verleden en dat het plan tot ons komt als raad. Ik denk dat de conclusie moet zijn 'jammer dat we deze woningen nu hier gaan bouwen'. Echter, gezien de zeer lange voorbereidingstijd lijkt het Mijn Partij niet netjes om op het allerlaatste moment het gehele ontwerp om te gooien voor iets meer betaalbaar, maar dure woningen waarvan we er al genoeg hebben. Het positieve van dit plan is dat we van acht naar twaalf woningen gaan. Het jammere is dat het onbetaalbare woningen zijn, maar dat heeft te maken met de oude afspraken. We zullen dus met pijn in ons hart instemmen met dit voorstel. De voorzitter: Dan geef ik nu het woord aan mijnheer Ringeling, ChristenUnie.
De heer Ringeling: Eigenlijk sluit ik me voor een groot deel aan bij de heer Vieira en mevrouw Koppert. Dank ook aan de wethouder voor het beantwoorden, voor de nota waarin de antwoorden zijn gegeven. Ook wij hadden liever kleinere woningen gezien. Maar ik ben het ook eens met het college dat in dit stadium het plan omgooien tot vertraging en meer kosten zou leiden. Dus inderdaad, ook met pijn in ons hart gaan wij instemmen met dit voorstel. De voorzitter: Dan geef ik nu tot slot het woord aan mijnheer Zwaard voor de eerste termijn. De heer Zwaard: In de commissievergadering hebben wij aangegeven dat wij voor dit plan zouden stemmen. Daarover zijn we niet van oordeel gewijzigd. Ik wil daar nog een paar dingen bij opmerken. Het is een plan uit 2016. Het is een al langer lopend plan. Stel dat we dat nu zouden omzetten, dan zou dat in onze optiek betekenen dat we een onbetrouwbare overheid zijn. Wat zou dat betekenen voor toekomstige ontwikkelaars die hier aan de gang willen gaan? Dus het betrouwbaar zijn als overheid is wat ons betreft daar heel belangrijk in. De vertraging die het op zou leveren is al eerder genoemd.
We hebben ook in de commissievergadering aangegeven, dat zou zomaar anderhalf à twee jaar zijn, de kostenpost die ermee gemoeid is, is voor ons ook een item om voor te stemmen en ook dit plan, dat vergeten we wel eens, zorgt voor doorstroming en is dus wel degelijk van nut voor onze gemeente. Tot zover onze eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Zwaard, er is een interruptie van mevrouw Koppert. Mevrouw Koppert: Zou de heer Zwaard mij kunnen uitleggen: als er twaalf woningen gebouwd worden in een segment dat € 1 miljoen tot € 1,5 miljoen aan kosten kent, wat de doorstroming dan inhoudt voor mensen die een betaalbaar huis willen hebben en hoe groot die doorstroom is? De voorzitter: De heer Zwaard. De heer Zwaard: Ja mevrouw Koppert, met alle plezier. Ik ga ervan uit dat de mensen die die twaalf woningen gaan bewonen nu ook een huis hebben. En het zou zomaar kunnen dat die huizen vrij komen en dat is wat ons betreft doorstroming. Ik denk dat u dat ook zo ziet. Als u dat anders ziet, dan hoor ik dat graag. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik nu graag het woord geven aan de wethouder om antwoord te geven op de vragen over de hoeveelheid projecten naar de toekomst toe, scenario's en om de beelden die u kunt schetsen met betrekking tot die kleinere woningen waar behoefte aan is, kort te kunnen toelichten. Mijnheer Voskamp.
14
Wethouder Voskamp: In reactie op de concrete vraag van D66 over inzicht geven in de toekomstige projecten en hoe we daar instaan: die neem ik mee. Met die blik zal ik naar de projecten kijken die nu lopen en ik zal kijken of ik daar of iets van een overzicht van kan maken, of in ieder geval kan laten weten aan de raad wat wij daar op korte termijn verwachten, waar we misschien nog niet kunnen afwijken, en wat wij op wat langere termijn verwachten, waar we nu grip op hebben en waar we wel kunnen kiezen hoe we dat doen. Ik heb een aantal projecten in mijn hoofd waarvan ik weet dat we dat daar gaan doen, maar ik denk dat het zorgvuldig is om dat eventjes goed op een rijtje te zetten. Van OGP Midden-Delfland kreeg ik de vraag of ik de omgeving een grotere invloed wil geven in toekomstige projecten. Dan wil ik verwijzen naar de participatieverordening die we krijgen waarin we uiteindelijk afspraken maken over op welke trede en op welke wijze, bij welke projecten, bij welke besluiten u als raad u en wij als college participatietrajecten in zullen zetten. Aan die participatieverordening wordt gewerkt. Daar gaan we met elkaar over in gesprek en daar gaan we met elkaar ook afspraken over maken. Dus ik wil daarnaar verwijzen in het kader van 'laten we zorgen dat we daar goede afspraken maken over wat u van ons verwacht en wat wij dan ook de inwoners kunnen bieden'.
U had ook een concrete vraag over de brug en of dat betekent dat het fietspad eerder doorgetrokken kan worden. Ik heb vorige week gesproken met de initiatiefnemer en inderdaad, hij was zeker genegen te kijken of we die brug door de creatie van die dam voor het zware bouwverkeer zo snel mogelijk kunnen aanleggen. Daar heeft hij nog wel een aantal vergunningen voor nodig, niet alleen van de gemeente, maar ook bijvoorbeeld van het hoogheemraadschap. Maar zodra dat kan en het past in de totale doorlooptijd van het project, gaan we dat zeker doen. In mijn ogen kan dat door deze dam zeker eerder dan we in eerste instantie hadden gedacht, dus daar gaan we mee aan de gang. We zijn ook al in gesprek met het bedrijvenschap om te zorgen dat het fietspad dan ook netjes aansluit op die brug. Dus ook dat wordt voortvarend aangepakt. Misschien in het kader van de discussie die we hadden nog dit. Ik heb ook gesproken met de ontwikkelaar over de het verkorten van de bouwtijd. Hij was zeker ook aan het zoeken naar hoe hij dat kan doen bij de verkoop van de kavels, zodat daar ook een bouwtermijn aan gekoppeld wordt en zodat hijzelf, maar wij daarmee ook, een vorm van grip hebben op de lengte van de bouwduur. Dat was in de commissie ook een discussie. Ik denk dat het zeker ook voor de brug een positief effect zal hebben.
Voorzitter, volgens mij heb ik hiermee de vragen die gesteld zijn beantwoord. U maakte nog een extra opmerking over de inhoud van de woningen en de passendheid daarbij. Dit is in lijn met wat er op de Woudselaan geprojecteerd is en daarmee ook met de bestaande woningbouw die een vergelijkbaar volume heeft en de recente afspraken die er zijn die ook een vergelijkbaar bouwvolume hebben. Dus in die zin is het in lijn en afwijken daarvan zou toch wel een grotere ingreep zijn dan wij zouden voorstellen en vandaar dat wij daar ook niet met een voorstel daarvoor komen. De voorzitter: Dank u wel wethouder Voskamp voor de beantwoording. Ik kijk even rond, is er behoefte aan een tweede termijn? Ik zie mevrouw Koppert. Aan u het woord. Mevrouw Koppert: Allereerst wil ik de wethouder bedanken voor de toezegging van de participatieverordening en we hopen dat die zo snel mogelijk op de agenda komt te staan, evenals de toezegging van de brug. Want wij zitten met vragen, al een paar jaar, over het doortrekken van dat fietspad. Dus daar zijn we heel blij mee.