2023 m 12 d 12 Vsl raad
Tekst van het document
8.1
Motie vreemd aan de orde van de dag
De voorzitter: Dan hebben we twee moties vreemd aan de orde van de dag en we beginnen bij 8.1 en dan kijk ik even wie de motie gaat indienen. Mevrouw Koppert. Gaat uw gang. Graag motie voor motie alstublieft. Mevrouw Koppert: Ik doe eerst de eerste motie. De voorzitter: Prima, en dan wordt het volgende agendapunt motie nr. 2. Mevrouw Koppert: Ik doe eerst de eerste motie en die heet Raadsuitspraken doen ertoe. Op verzoek van de raad, een aantal raadsleden, is door de griffier een overzicht gemaakt van alle toezeggingen en moties die door het college gedaan zijn de afgelopen jaren. Daar is nog een behoorlijk aantal niet van afgehandeld. Ongeveer achttien pagina's aan onderwerpen zijn nog niet afgehandeld. Uit dit overzicht wordt duidelijk dat we ook niet weten wat de status is. Als fractie OGP Midden-Delfland zouden we daarom graag willen weten wat de stand van zaken is van deze moties en vragen we of in de toekomst het college ervoor zou willen zorgen dat we als raad tijdig geïnformeerd worden over de voortgang. Dat is strekking van de eerste motie. En dan roep ik het college dus op om de raad voor 1 april 2024 per aangenomen motie schriftelijk te informeren over de voortgang van behandeling c.q.
afdoening van de moties en om vanaf heden strikte uitvoering te geven aan het bepaalde in artikel 39 van het Reglement van Orde, dat betekent binnen dertien weken moet er een reactie komen op een motie van het college.
15
De voorzitter: Dat wordt dan motie 3. Dan wil ik graag weten wie daar het woord over wenst te voeren. De heer Moerman. Alleen de heer Moerman? De moties staan als het goed is in iBabs. Ze worden nu gepubliceerd. De heer Roeling. Ik had u sowieso al opgeschreven. Ik ken u zo goed ondertussen. Verder nog? Of wilt u de motie eerst nog lezen? Ik was ervan uitgegaan dat deze motie vooraf met u gedeeld was. We doen even een oefening in geduld. Als u ververst, dan staan ze erop. Dan blijft mijn vraag wie het woord wensen te voeren, ik heb de heer Moerman en de heer Roeling. De heer Vieira. Ik denk dat we maar gewoon beginnen met de heer Moerman. De heer Moerman: Dat is goed hoor, voorzitter. De VVD vindt de moties van mevrouw Koppert best ingewikkeld. We begrijpen de achterliggende gedachte maar vinden deze motie toch moeilijk te steunen. De motie Raadsuitspraken doen ertoe is eigenlijk een motie over afspraken die er al zijn. Dat geeft mevrouw Koppert in de motie ook zelf aan. Het gaat om het afdwingen van de uitvoering van de motie, dan wel het afwijzen ervan. Wij vinden dat daar ook een verantwoordelijkheid voor de raad zelf ligt. Spreek het college aan als het te lang duurt en mocht dat niet helpen, dan staan er opties open om het college op de vingers te tikken. Extra regels op dit gebied zijn voor de VVD dan ook niet nodig en wij zullen de motie niet steunen.
De voorzitter: De heer Roeling. De heer Roeling: Dit is wel eens eerder aan de orde geweest. Wij zijn van mening dat vanaf het moment dat een motie daadwerkelijk wordt aangenomen door de gemeenteraad, die eigendom is van het college en dat wij niet, wat al wel eerder is gesuggereerd, het college achter de vodden hoeven te zitten. Wij zijn het geheel eens met de kern van deze motie, voorzitter. De voorzitter: Dat is een helder standpunt. De heer Vieira. De heer Vieira: Als moties aangenomen zijn, spreekt voor zich dat het college ze dient uit te voeren en ook op een bepaalde termijn. Het is nu de vraag, want achttien pagina's aan toezeggingen en moties is natuurlijk gigantisch veel, wat er mogelijk is maar dan vinden wij als raad, of wij in ieder geval, het wel heel prettig om in ieder geval een overzicht te krijgen om de stand van zaken te weten. Dus wij zullen de motie steunen. De voorzitter: Verder niemand? Dan kijk ik naar het college. U zult begrijpen dat normaal gesproken een burgemeester dit onderwerp zou aanpakken, maar gezien de toch wel unieke situatie hebben we vanochtend in het college afgesproken dat wethouder Voskamp in het kader van de continuïteit deze beantwoording zal doen. Gaat uw gang. Wethouder Voskamp: Voorzitter, dan kan ik ook een toezegging doen dat wij wat mij betreft, zoals het gevraagd is in de motie, dat kunnen uitvoeren.
Dus wat ons betreft, gaan we daarmee aan de slag en geven we u een overzicht en proberen we voor u zo goed als mogelijk de stand van zaken bij te houden en ons best doen om zo veel als mogelijk de toezeggingen en de moties op een redelijke termijn af te doen. De voorzitter: Dan bedoelt u met het woordje 'proberen' dat punt b. dan ook leidend is, neem ik aan, wethouder? Voordat mevrouw Koppert die vraag gaat stellen, zal ik u even helpen. Wethouder Voskamp: Ja voorzitter, met 'proberen af te doen' wil ik aangeven dat sommige moties gewoon heel lastig af te doen zijn en zeker ook binnen een bepaalde termijn, zie bijvoorbeeld een van de vorige onderwerpen. Soms lopen dingen wat langer. Maar we gaan u een stand van zaken geven. We gaan de moties die er zijn van commentaar voorzien, zodat u weet wat u kunt verwachten. De voorzitter: Dank u wel. Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Dan wil ik de motie in stemming brengen. Wie is voor de voorliggende motie? Op de VVD na iedereen en dat betekent dat de motie aangenomen is. De motie is aangenomen met stemmen tegen van de fractie van de VVD.
16
8.2
Motie vreemd aan de orde van de dag
De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 8.2 en wederom naar mevrouw Koppert die een motie gaat indienen. Mevrouw Koppert: Ik zal ze straks alle twee brengen voor de goede orde voorzitter. De voorzitter: Ik heb al een kopietje dus het gaat goed. Ik moet wel een ondertekende versie hebben dadelijk maar dat mag ook zo. Mevrouw Koppert: De fractie OGP Midden-Delfland heeft de laatste anderhalf à twee jaar het gevoel dat we de ene vergadering hollen en de andere stilstaan. De ene keer hebben we heel veel onderwerpen en dan moeten we hard werken qua voorbereiding en dergelijke om het goed inhoudelijk te kunnen voorbereiden. En op andere vergaderingen hebben we twee onderwerpen staan en denken we 'tjongejongejonge', terwijl er ook nog een hoop in de wachtrij staat. We zouden dan ook graag zien dat we een meer voorspellend karakter krijgen hier als raad, zodat we beter weten 'wanneer staat nu wat op de agenda?' Dan kunnen wij ons beter voorbereiden en kunnen we onze controlerende taak beter doen. De tweede motie gaat daarover, dat als we een goede planning zouden hebben, de werkdruk van de raad verlicht zou worden. Dan roep ik het college op om de raad voor 1 februari 2024 een jaarplanning aan te reiken van de aan te reiken raadsvoorstellen en onderwerpen over 2024.
En vanaf 2025 tweemaal per jaar een geactualiseerde jaarplanning aan de raad aan te bieden die kan worden besproken in de raadscyclus van januari en september. Op deze manier hebben wij als raad invloed op wat in de kalender komt te staan voor wanneer. En ik ga over tot de orde van de dag. De voorzitter: Dan vraag ik wederom wie hier het woord over wenst te voeren, waarbij het stuk over niet al te lange tijd… Het staat er al in. Even verversen en dan heeft u de motie. Sneller dan de vorige. Wie wenst het woord te voeren? Ik zie de heer Vieira. Wilt u een schorsing, mevrouw Langeveld? Dat kan, maar als u leestijd nodig heeft, is een schorsing noodzakelijk, anders gaan we door met de vergadering. Ik zie de heer Moerman. Mevrouw Koppert hebben we al gehoord. Ik zie de heer Roeling. Ik begin bij de heer Vieira. De heer Vieira: Dit gaat over werk van de raad en we zitten hier in een, ik ga even mijn buurman citeren, raadsvergadering en wat ons betreft, gaat de raad over de eigen agenda. We proeven hierin dat het bij het college belegd wordt, waarbij we onzes inziens als raad zelf over onze agenda gaan, dat ten eerste. Ik zou eerder een voorstel willen dat we vaker bij elkaar komen en het hierover hebben als daar behoefte aan is.
Het tweede is dat bepaalde ontwikkelingen, zoals we net het Centrumplan Den Hoorn hadden, maar ook heel veel woonplannen misschien weer een termijn later komen, of eerder. Dan is soms heel lastig twee jaar vooruit te plannen wanneer wat komt. Het derde is dat je met gemeenschappelijke regelingen te maken hebt die soms allemaal tegelijk komen, of met grondexploitaties. Wij denken dat het lastig is. Wij willen het niet bij het college leggen maar we denken ook dat het lastig is om dat heel gelijkmatig te kunnen verdelen dus we zullen deze motie niet steunen. De voorzitter: De heer Moerman. De heer Moerman: Een goede planning is natuurlijk heel erg belangrijk en fijn. Maar na bijna zes jaar raadslidmaatschap weet ik inmiddels ook dat gemeentepolitiek niet altijd te plannen is, althans niet alles. Veel zaken laten zich niet regisseren en daarnaast zitten we als gemeente met een beperkte ambtenarencapaciteit waarbij vertrek of ziekte snel roet in het eten kan gooien. Dat maakt een strak schema erg moeilijk en het beoogde effect van deze motie achten wij dan ook moeilijk haalbaar. Het levert waarschijnlijk alleen maar extra werk en werkdruk op en dat moeten we vooral niet doen. Daarom zullen wij deze motie ook niet steunen. De voorzitter: De heer Roeling tot slot.
17
De heer Roeling: Voorzitter, wij hebben werkelijk een verschrikkelijk leuk logo maar blijkbaar is dat nog niet geland bij de OGP Midden-Delfland, want we zien ons logo graag terug, ook op de vorige motie. Dan over de inhoud. De voorzitter: U bent mede-indiener, zegt u? De heer Roeling: We hebben gecommuniceerd over deze motie, ja. De voorzitter: Dat is dan even waarvan akte. Voor de mensen thuis, hij is mede-ingediend door de fractie Mijn Partij. U heeft wel een complexe manier om dat duidelijk te maken. Ik moest even nadenken. Gaat uw gang. De heer Roeling: Het is gewoon een mooi logo, voorzitter. Feitelijk wordt hier gevraagd 'kunnen we met een termijnagenda aan de gang?' Wat ons betreft, is dat wel te doen, mits je dan met kwartalen werkt – dus het kwartaal waar we nu naartoe gaan is kwartaal 1-2024, et cetera – omdat de ervaring leert dat het heel lastig is voor college en raad om dit soort kwesties inzichtelijk te maken. Ja, wij worden als raad ook wel eens verrast omdat het op de agenda staat, of we worden verrast doordat het niet op de agenda staat. En een vorm van termijnagenda zou zowel voor college als voor de raad nuttig zijn. Vandaar dat wij hier positief over zijn. We kunnen natuurlijk altijd nog als raad in overleg met het college gaan om te kijken of iets naar voren of naar achter geschoven kan worden.
Zodoende komen we natuurlijk tegemoet aan D66, die graag wil dat de gemeenteraad de agenda bepaalt. Dat doen we op deze wijze. Misschien voorkom ik nu een interruptie voorzitter. De voorzitter: Dan zie ik dat de heer Vieira toch een interruptie wil doen. De heer Vieira: Ja, een interruptie op de heer Roeling. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Vieira: De heer Roeling geeft aan 'als we het per kwartaal inplannen, dan kan dat beter, want per maand is dat heel lastig'. Maar stel dat het net zo uitkomt dat er in april en mei niets komt en alles komt bijvoorbeeld in juni. Dan heb je daar toch als raad niets aan, dan krijg je wel wat je wilt, maar toch niet wat je wilt. Dus hoe ziet de heer Roeling dat? De voorzitter: De heer Roeling, gaat uw gang. De heer Roeling: Nu noemt hij precies de maand juni. Dat is altijd de maand met de jaarverslagen, jaarrekeningen en grondexploitaties en dergelijke, dus ik vind dat niet zo'n best voorbeeld. Maar wat ons betreft, is de achterliggende gedachte dat zowel raad als college ook rekening houdt met die termijnagenda en denkt 'o ja, wacht even, dat hebben we voor het volgende kwartaal staan. Maar we hebben nu nieuwe informatie en dat betekent dat we iets naar voren kunnen halen', of andersom. Dus het is een soort reminder voor zowel raad als college door te zeggen 'we hebben een termijnagenda'. En per maand is geen doen, dat is ook de ervaring.
Maar laten we beginnen men een kwartaaltermijn. Dat zou onze voorkeur hebben. De voorzitter: Ik constateer wel dat u over een alternatief voor de motie aan het debatteren bent nu. Ik wil u die ruimte wel even geven. Maar dit is het einde van de eerste termijn, constateer ik nu. Ik kijk even naar het college. Wilt u hierop reageren? Wethouder Voskamp: Ja voorzitter, het college snapt het verzoek om wat meer grip op de jaarplanning en op de onderwerpen die in de raadsvergaderingen naar voren komen. Ik heb ook wel de bezwaren of de kanttekeningen gehoord in deze bespreking, die daarbij komen, want we weten dat in juni het een of ander komt in het kader van de GR-begrotingen. Dingen die nog even voor het reces gedaan moeten worden. En in december hebben we natuurlijk de laatste vergadering van de raad waarin we mogelijkheden hebben om dingen die in het kader van de rechtmatigheid nog behandeld moeten worden, of andere zaken die voor het einde van het jaar 18
gedaan moeten worden, te behandelen. Het voorstel van het college zou zijn… Of laat ik het zo zeggen, het verzoek aan het college is 1 februari a.s. met een jaarplanning te komen. Ik weet niet of 1 februari haalbaar is, maar wij gaan ermee aan de slag. En wij komen met een voorstel hoe wij hierin denken te kunnen voorzien, zodat er wat meer duidelijkheid is over de vaste zaken die we sowieso op de agenda hebben staan, en dan denk ik even aan de P&C-cyclus, waarbij de begroting, de kadernota en de vier begrotingswijzigingen ook al ingevuld staan, de zaken rond juni en december kunnen we daarin opnemen. Daar komen we mee terug met wat wij denken dat haalbaar is. Inderdaad, met de waarschuwing dat het maar de vraag is of we daarmee de werkdruk op verschillende momenten in het jaar kunnen verminderen omdat we nu eenmaal een aantal besluiten moeten nemen op een druk moment van het jaar. Dus wat ons betreft, zouden we bij deze motie willen vragen om in plaats van 1 februari er 1 april van te maken. Dan zorg ik dat dat we daar een reactie op hebben zodat we met een voorstel naar u komen van hoe we dit voor ons zien. Dan komen we met een jaarplanning. Hoe gedetailleerd, of dat op kwartaalniveau of op maandniveau is, hangt denk ik ook een beetje af van wat werkbaar is. Maar we komen met een voorstel uw kant op. De voorzitter: Dank u wel wethouder.
Voor de tweede termijn schat ik zomaar in dat mevrouw Koppert het woord nog wil voeren. Is er dan verder nog iemand die nog iets kwijt wil? Nee. Mevrouw Koppert, gaat uw gang. Mevrouw Koppert: Dank aan het college voor de beantwoording. Ik wil even reageren op D66 dat aangeeft 'nu leggen we het initiatief bij het college'. Nee, met deze motie zorgen we juist dat er een voorstel uit het college komt en dan discussiëren wij als raad over of we het eens zijn met deze planning. Ik snap dat dat niet tot op detailniveau kan, maar de P&C-cyclus en de gemeenschappelijke regelingen en dergelijke zijn bekend. Ik weet dat er ook een aantal beleidsstukken aan zit te komen, dat kunnen we dan ook veel beter plannen in de agenda zodat niet alle beleidsstukken in juni op de agenda komen. Dus wij zijn juist blij dat we dan het initiatief bij ons hebben liggen met de voorzet vanuit het college. En ja, wij kunnen leven met 1 april a.s. als dat vanuit het college haalbaar is. De voorzitter: Dan constateer ik dat de motie zodanig wordt geamendeerd dat van '1 februari' '1 april' wordt gemaakt. Het lijkt me wel verstandig om dat er even nadrukkelijk in te zetten. Ik neem aan dat u het daarmee eens bent, mevrouw Koppert? U knikt, dank u wel. Dan zie ik ook nog mevrouw Langeveld voor de tweede termijn. Gaat uw gang, ik ben ruimhartig de laatste keer. Mevrouw Langeveld: Ik merk het.
Ik heb nog even een vraag voor de wethouder. Ik heb net gehoord dat de wethouder ons voor 1 april a.s. een jaarplanning doet toekomen. Hartstikke fijn. Ik zie in de motie nog bij punt b. 'vanaf 2025 twee maal per jaar tijdig een geactualiseerde jaarplanning aan de raad aan te bieden die kan worden besproken in de raadscyclus van januari en september'. Ik ben heel erg benieuwd hoe u daartegenover staat als college. Want over het eerste punt bent u positief, maar ik vraag me af of dat ook bij het tweede punt zo is. Kunt u daar nog wat over zeggen? Dank u wel. De voorzitter: Veder nog iemand voor de tweede termijn? Nee. Wethouder, gaat uw gang. Wethouder Voskamp: Ja voorzitter, dat is natuurlijk een beetje het hoe in dit geval. Wij komen met een voorstel en ik voorzie zomaar dat er bij iedere raadsvergadering straks een planning zit die we iedere keer updaten, maar waar we bijvoorbeeld op verschillende momenten met elkaar over in gesprek gaan. Hoe we dat precies invullen, dat weet ik nog niet. En hoe gedetailleerd dat dan is, dat heb ik ook al aangegeven, hoe gedetailleerd dat zal zijn, daar moeten we ook echt eventjes over nadenken.
Het zou heel vervelend zijn als we met elkaar meer aan het plannen zijn en langer doen over 'wanneer gaan we nou wat doen?' en het dan blijken niet te halen, dan dat we gewoon praktisch kijken 'is er een mogelijkheid, zit er ruimte in de jaarplanning en hoe kunnen we daar het beste mee omgaan?' Dat zou ik graag als uitvoering mee willen nemen als college. Dan gaan we daarmee aan de slag. De voorzitter: Ik zie een knikkende mevrouw Koppert en ik zie mevrouw Langeveld. U heeft antwoord, is dat voldoende wat u betreft? 19
Mevrouw Langeveld: Dat is zeker voor ons voldoende, maar dan zit ik nog wel even… Misschien kunnen we even vijf minuten schorsen voordat de motie in stemming wordt gebracht? De voorzitter: Ik had al zo'n vermoeden, ik schors de vergadering voor vijf minuten. Als u allemaal even wilt blijven zitten of in de ruimte wilt blijven? Schorsing De voorzitter: Dames en heren, het heeft iets langer geduurd en voor de mensen thuis was het niet zichtbaar, maar de noeste handarbeid van de lokale politiek heeft plaatsgevonden. Mevrouw Langeveld heeft schorsing gevraagd, dus die geef ik als eerste het woord. Dan vermoed ik dat mevrouw Koppert ook het woord wenst want dat is het resultaat van de noeste handarbeid. Mevrouw Langeveld, gaat uw gang. Mevrouw Langeveld: Met de aanpassing die nu gedaan is, kunnen we instemmen met de motie. De voorzitter: En dan wordt de aanpassing vermoedelijk door mevrouw Koppert verteld. Mevrouw Koppert: Ja, voorzitter, de tekst van de motie wordt als volgt: wij roepen het college op om de raad vóór 1 april 2024 een jaarplanning aan te reiken van de aan te reiken raadsvoorstellen en de onderwerpen over 2024'. En de belangrijkste wijziging is bullet b. geworden. 'In april 2025 samen met de raad te evalueren of deze werkwijze voldoet aan de verwachting van de verlichting van de werkdruk van de raad. En gaat over tot de orde van de dag.' De voorzitter: Dank u wel.
Dan is er nog iemand die daar het woord over wenst te voeren? Anders kunnen we de motie in stemming brengen. De gewijzigde motie, uiteraard. Dan wil ik graag weten wie er voor de gewijzigde motie is zoals die nu voorligt, zoals mevrouw Koppert hem net voorgelezen heeft. Dan kijk ik even, D66 en VVD zijn tegen, maar er is wel een meerderheid en daarmee is het voorstel aangenomen. De motie wordt aangenomen met tegen stemmen van de fracties van D66 en VVD.
9.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen
De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 9, de mogelijkheid tot het stellen van vragen. De leden van de gemeenteraad worden in de gelegenheid gesteld om aan het college vragen te stellen over onderwerpen die niet op de agenda staan. Er zijn vragen over vier onderwerpen bij de griffie binnengekomen. En dan beginnen we met de heer Knaap met vragen over een collegeinformatiebrief over de ruimtelijke ontwikkelingen bij Doelpad 9 en de eendenkooi te Maasland. Het college heeft hierop geantwoord en ik wil graag weten, en dat wil iedereen natuurlijk weten, of de heer Knaap tevreden is en of hij misschien nog een vervolgvraag heeft. Ik ben benieuwd of er dan nog aanvullend mensen zijn die het woord willen voeren. Maar eerst de heer Knaap. De heer Knaap: Heel fijn dat het college de antwoorden gewoon goed uitgebreid heeft beschreven. We gaan er ook nu niet over discussiëren of over beslissen en dat soort dingen, dat komt te zijner tijd. Ik heb nog een aanvullende vraag en dat gaat over het antwoord op vraag 3, over de oppervlakte van de uitbreiding. Daar staat nu 'initiatiefnemer heeft een principeverzoek ingediend voor het uitbreiden van het uitbreiden van het kooikershuisje met een totaaloppervlakte van 56m².' Het is nu 46 m², dus mijn vraag is, klopt het dus dat de totale opgepakte 102 m² wordt? Dat zijn twee startersstudio's, heb ik net gehoord, dus dat wil ik graag even weten.
De voorzitter: Dat is een interessante ontwikkeling, maar ik hoop dat we daar niet het debat over gaan voeren. Mijnheer Voskamp, gaat uw gang. Wethouder Voskamp: Voorzitter, dat klopt. En daar is een deel van voor extra berging en een deel voor een ruimte waarin schoolklassen ontvangen kunnen worden. Dus dat is de reden waarom die die uitbreiding voorgesteld wordt.
20
De voorzitter: De heer Knaap. De heer Knaap: Dan zullen we het voorstel als het straks voorligt op zijn merites beoordelen. Dan zit er ongetwijfeld meer bij. De voorzitter: Dank. Dan gaan we naar de tweede vraag en die is van de heer Jongsma, ook van de OGP Midden-Delfland. Het betreft vragen over de communicatie rotondes Oude Veiling te Maasland. Het college heeft hierop geantwoord en ik ben benieuwd of de heer Jongsma tevreden is of misschien tevreden is maar toch een vervolgvraag heeft. De heer Jongsma: Ja, de heer Jongsma is redelijk tevreden. Maar hij is ook wat in verwarring gebracht en daarom heb ik een aanvullende vraag, of twee eigenlijk. Is het project nu alleen de rotonde of ook de Maassluiseweg? En draagt Maassluis daarin wel bij, dus aan die Maassluiseweg? En wat betekent dat voor de stemverhouding tussen gemeenten Midden-Delfland en Maassluis? Ik bedoel, stel dat Maassluis niets betaalt, is het dan zo dat hij die niet betaalt, ook niet bepaalt? Of is het 'hij die betaalt, bepaalt'? De voorzitter: Ik kijk naar wethouder Oderwald, schat ik zomaar in. Wethouder Oderwald: De Maassluiseweg van Maasland naar Maassluis en de rotonde die daaraan ligt, kennen gewoon een duidelijke verdeling van grondgebied en dat is ook de manier waarop we daar op dit moment in overleg met Maassluis naar kijken.
Dan stelt u een heel aantal deelvragen die er volgens mij in principe op neerkomen, dat ieder over het eigen grondgebied gaat. En als we daar andere uitgangspunten hebben nadat we een basisontwerp hebben dat we met elkaar kunnen bespreken, dan zullen daar vervolgafspraken over komen, maar dat is op dit moment niet aan de orde. Naar mijn idee beantwoord ik zo al uw deelvragen en als dat niet zo is, dan hoor ik het graag. De voorzitter: De heer Jongsma, is de verwarring afgenomen? De heer Jongsma: Laat ik het zo zeggen, het klinkt nu heel logisch, maar er is wel heel veel overleg. Dus dan zou ik zeggen: waar dan al dat overleg over als we toch over ons eigen deelgebied gaan? Dat maakt het lastig voor nu. Maar ik denk dat ik het hier even bij laat voor vanavond en dat we er op een ander moment op terugkomen. De voorzitter: Dank u wel. Iemand anders nog aanvullende vragen? Nee. O, de heer Scholtes, sorry. De heer Scholtes: Sorry voorzitter, ik ben misschien wat laat met mijn hand opsteken, maar ik had toch nog wel een aanvullende vraag. De voorzitter: Gaat uw gang.
De heer Scholtes: Dat is misschien een retorische vraag, maar als wij dit aanpakken en we gaan die rotonde bij de Oude Veiling aanpakken, dan heeft het toch ook een positief effect, neem ik aan, op de verkeersafwikkeling van Maassluis, zeker ook omdat Maassluis aardig wat nieuw gebouwd heeft? Wordt dat ook meegenomen in de overwegingen, voorzitter? De voorzitter: Wethouder Oderwald. Wethouder Oderwald: Ja, uiteraard heeft het effect op de verkeersafwikkeling tussen de twee gemeenten en de aanloop naar de rijksweg die daar loopt, maar dat kan op dit moment nog niet daadwerkelijk betekenen dat we daardoor andere stemverhoudingen, financiële afwikkelingen en dergelijke hebben. Daarvoor moeten we gewoon met elkaar goed bespreken wat we doen. Het ligt er ook aan welk ontwerp eruit komt, wat dan de basisprincipes zijn. De voorzitter: Voldoende, mijnheer Scholtes? Ja. Iemand anders nog? Dan gaan we naar de derde vraag, die is van de heer Ruiterman van de fractie Mijn Partij. Hij heeft vragen gesteld over 21
het welstandsoordeel van de vergunningsaanvraag DIOS voor twee sporthallen. Het college heeft hier al op geantwoord. En ik kijk naar de heer Ruiterman of hij tevreden is en of hij aanvullende vragen heeft. Gaat uw gang. De heer Ruiterman: Ik wil het college bedanken voor de beantwoording van de vragen. Ik heb nog twee aanvullende vragen. Nadat ik vanmiddag om 17.00 uur de beantwoording kreeg, heb ik direct de voorzitter van DIOS gebeld om te vragen of hij ook inmiddels terugkoppeling had gehad. Hij gaf aan dat dat nog niet zo was. Dus ik kon hem het een en ander vertellen. Hij vond het wel bijzonder dat hij nog niks had gehoord. Dus mijn vraag aan de wethouder is: wanneer krijgt de voorzitter van DIOS ook een bericht met deze informatie? En de tweede vraag. Het college geeft aan dat de verwachting is dat deze maand nog de omgevingsvergunning wordt afgegeven. Mijn vraag aan het college is of het op het moment dat dat niet het geval is, via de griffier ons hier bericht over kan sturen. Wij blijven graag op de hoogte van de vorderingen. Dus kan het college dat dan doen als er toch vertraging ontstaat? De voorzitter: Ik schat in dat deze vraag voor wethouder Voskamp is. Wethouder Voskamp: Ja inderdaad, voorzitter. Om met dat laatste te beginnen. Op het moment dat er wat meer duidelijkheid is, zullen we daarover informeren. Dat lijkt mij zeker in dit dossier geen probleem en goed.
U heeft het erover dat er geen terugkoppeling is ontvangen. Maar volgens mij hebben we exact dezelfde informatie met u gedeeld die ook bij DIOS bekend is. Dus in die zin snap ik daar de verwarring niet. Er is nog geen duidelijkheid over de terugkoppeling over de bijeenkomst die afgelopen woensdag heeft plaatsgevonden. Die is nog niet geweest. De voorzitter: De heer Ruiterman. De heer Ruiterman: Laat ik het zo zeggen, de informatie die ik vertelde bij het antwoord van vraag 2 was nieuw voor de voorzitter van DIOS. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Voskamp: Ja voorzitter, de details daarvan weet ik niet. Ik weet wel dat welstand op hoofdlijnen akkoord gegeven heeft. Dat is al eerder geweest. Dus die informatie zou bekend moeten zijn. Het verhaal rond de brandweer was voor mij ook nieuw. De voorzitter: Voldoende mijnheer Ruiterman? De heer Ruiterman: Ja. De voorzitter: Verder nog iemand aanvullende vragen? Mijnheer Knaap. De heer Knaap: Dank aan de heer Ruiterman voor het stellen van deze vragen. Dit initiatief heeft natuurlijk een hele lange aanlooptijd. Ik zou wel willen weten of de gemeente nu voldoet aan de wettelijke termijn voor deze omgevingsvergunning. Want mijn beeld is dat er al echt heel lang met DIOS is gesproken en dat ze al meerdere keren vergunning hebben ingediend.
Is dat echt allemaal netjes geschorst, buiten behandeling gesteld, of gaan wij als gemeente over de termijn heen? Daar ben ik wel even nieuwsgierig naar. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Voskamp: Voorzitter, daar moet ik u het antwoord op schuldig blijven. Die details weet ik niet. Ik weet wel, en dat gesprek heb ik inmiddels ook wel met vergunningverlening, dat ik meer zou willen dat we een advies van welstand aannemen en vervolgens daar een besluit op nemen. Wat er nu gebeurt, is dat continu gezocht wordt of we samen met welstand, met de initiatiefnemer en de gemeente, tot afspraken kunnen komen om het net even ietsje anders te doen, net even ietsje beter, net met een iets andere kleur. En dat voelt natuurlijk alsof er heel veel veranderingen zijn, maar daar is ook wel gezocht naar een soort overeenstemming met elkaar, zodat die vergunning netjes en met een positief advies verleend kan worden. We moeten er volgens mij met 22
elkaar eens naar kijken of dat nou de juiste weg is omdat het er heel vaak voor zorgt dat dingen langer duren, in overeenstemming met elkaar, want het is ook een aanvrager die ermee akkoord gaat dat we in gesprek zijn om te kijken of het daar opgelost kan worden, maar soms zou je ook willen dat er gewoon een besluit komt. Volgens mij moeten we er wat meer op sturen dat we dat met elkaar doen. Het zou wel voor wat betreft het welstandsadvies kunnen, maar dat zou niet voor bijvoorbeeld het brandweeradvies kunnen. Dus op het moment dat de brandweer natuurlijk – en dat staat ook in het antwoord aangegeven – iets tegenhoudt omdat het nog niet voldoet, kunnen wij de vergunning ook niet verlenen. Maar voor de welstand zouden we misschien eens een keer kunnen kijken of dit nou de goede route is, om maar in overleg te blijven. De voorzitter: Voldoende mijnheer Knaap? Ja. Dan kom ik tot slot bij mevrouw Koppert met vragen over de huisvesting van verschillende doelgroepen in het te realiseren azc. Aanleiding hiervan is wat op dit moment in een buurgemeente speelt. Het college heeft hierop het antwoord, mevrouw Koppert is dat voldoende helder of heeft u nog aanvullende vragen? Mevrouw Koppert: Ik heb nog één korte aanvullende vraag. Maar ik wil even een korte motivatie geven waarom ik deze vragen gesteld heb. De voorzitter: Hartstikke goed, gaat uw gang.
Mevrouw Koppert: Dank aan het college voor de beantwoording. De reden dat wij deze vragen als fractie gesteld hebben is dat we als raad dicht op onze eigen, gemeentelijke afspraken met het COA moeten zitten. Zorgvuldigheid is immers belangrijk in zo'n complex en gevoelig dossier. Verrassingen willen wij voorkomen. Het is immers belangrijk om scherp in de gaten te houden wat er allemaal speelt en wat wellicht invloed kan hebben op onze eigen afspraken, ook al is dat in een buurgemeente op dit moment. Uit het antwoord lees ik dat voor ons als Midden-Delfland een andere situatie geldt dan voor Delft. Doordat wij bij de inrichting van de opvanglocatie aan de Harnaschdreef rekening houden met de verschillende eisen die er voor de verschillende doelgroepen zijn, is het voor ons dus wel mogelijk om AMV'ers minderjarige vluchtelingen op een locatie op te vangen. Heb ik dat goed begrepen? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Voskamp: Ja, dat heeft u goed begrepen. De voorzitter: Iemand anders nog een aanvullende vraag? Nee? Dank u wel dan was dat agendapunt 9.
10.
Bij het afscheid van de waarnemend burgemeester de heer drs. A.P.J. van Hemmen
De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 10, het afscheid van waarnemend burgemeester de heer drs. A.P.J. van Hemmen. Dat is ondergetekende dus. Normaal gesproken vraag ik dan, als ik als portefeuillehouder even terug wil treden, om de heer Roeling de ruimte te geven. Maar ik heb begrepen dat de heer Roeling mij wil toespreken. Maar dat heb ik allemaal gevoed gekregen dus ik laat het nu maar even over mij heenkomen. De heer Roeling. De heer Roeling: Voorzitter. Het is namens de gehele gemeenteraad. Portefeuillehouder Van Hemmen: Dat stelt me gerust. De heer Roeling: Dus ik balanceer een beetje. We hebben als fractievoorzitters even bij elkaar gezeten en gewoon input gevraagd om toch deze bijzondere periode wat ons betreft leuk maar vooral ook positief af te sluiten. Deze periode begon met een hobbelige aanloop. Dat lag vooral niet aan jou, burgemeester, voorzitter, Bram, maar dat kwam met name door het gehannes van onze commissaris van de Koning. Uiteindelijk is het allemaal goed gekomen. En ben jij bereid gevonden om in ieder geval je nek uit te steken door hier te komen. We hebben een goed kennismakingsgesprek gehad. Wat mij vooral bijbleef, was dat jij meteen het balletje teruggooide. Dus wij stelden vragen. En richting het 23
eind van het overleg was jij degene die zei 'ja, maar wat vinden jullie er nou van?' Dus jij wilde meteen even horen 'hoe zitten we?' Ik zag collega's een beetje kijken, maar dat deed je handig. Daar was ook aan de orde wat de opgave was of wat je meegekregen had van de commissaris van de Koning. Het belangrijkste daarbij was dat Midden-Delfland weer een beetje kleur op de wangen moest krijgen. Ik kom daar dadelijk wel op terug, maar één ding kan ik je garanderen, iedereen is het er wel over eens dat jij in ieder geval wel gezorgd hebt voor die kleur op de wangen. We kunnen het hebben over welke kleur, maar die kleur is er gekomen. De eerste indruk, dat hoor je ook wel, was energiek, actief, verbaal handig, dat moet ik je ook meegeven, maar ook ervaren, bestuurlijk ervaren. Dat bleek later ook bij het bewuste project. Daar had je ervaring in en daar wist je goed mee om te gaan wat ons betreft. En het verschil tussen toen en nu is ook de baard. Volgens mij had je geen baard toen je kwam. Het staat je goed. Dat staat niet in mijn tekst, hoor. Vervolgens kregen we natuurlijk ook jouw publieke optredens, met name hier in de gemeenteraad. Dan moet ik vooraf zeggen, we komen van ver, Bram.
Hoe jij met name die raadsvergaderingen hebt geleid, af en toe schuurde je een beetje tegen de inhoud, je was actief en daar waar nodig maakte je een opmerking, complimenten voor hoe je dat gedaan hebt. En nogmaals, ik spreek namens de gehele raad, ook daar dank voor. Als burgemeester hebben we je leren kennen. Er waren een paar situaties, bijvoorbeeld de protesten boven de A4, op dat viaduct, waar jij niet na vijftig, maar na 51 avonden zei 'nou is het afgelopen'. Ik heb daar verder niemand over gehoord. Het was gewoon goed. Mooi geweest. Ja, jullie hebben vrijheden. Ja, jullie hebben rechten, maar het is ook een keer mooi geweest. Er was ook een van mijn collega's, ik kijk hem nu even aan, die zei 'ja, hij heeft ook goed opgetreden tegen de omgekeerde vlaggen'. Wat moet ik daar nou op zeggen? Ik bedoel, ik heb dat ding ook een halfjaar aan de gevel gehangen. Maar ook hoe je met die boerenprotesten bent omgegaan, dat je het een plek wist te geven, ook al kwam je vanuit de Hoekse Waard, ook wel agrarisch natuurlijk, dat je wist 'hier moeten we niet al te moeilijk over doen', ook daarvoor complimenten namens de gemeenteraad. Een ander punt waar ik jou nog wel eens mee zag worstelen was het Cittaslow. Ik weet niet of het nu een van jouw kindjes is na vanavond. Ik denk dat je het goed hebt opgelost zoals het nu gegaan is.
En dat het vooral aan de raad is dadelijk om daar meer invulling aan te geven hoe wij dat zien in de nabije toekomst. Een ander punt is natuurlijk ook wel het azc. Hier ga ik een beetje balanceren voorzitter. Ondanks dat wij er als partijen ook wel een opvatting over hebben, mag wel gezegd worden dat je wel je nek uitstak om dat te doen. De communicatie was misschien niet je van het, maar ondanks de tegenstrijdige geluiden die we wel eens horen van de bewoners en omwonenden, je hebt het wel gedaan en je hebt het uitgezongen tot en met het raadsbesluit. Wat we daar ook van vinden. Ik moet natuurlijk ook met de vrienden van de VVD een beetje eerlijk blijven, anders krijgen we daar weer wat, maar kortom, het is goed dat je het opgepakt hebt en over de communicatie heb ik al eerder wat gezegd. Rest mij niet anders dan jou te bedanken voor de prettige samenwerking. Ook ik heb te maken gehad, anderhalf jaar lang, met een burgemeester die bereikbaar was, dus we konden met elkaar bellen. Dat hebben we ook gedaan en we konden af en toe sparren. Ik kom uit de situatie waarin ik uiteindelijk het advies kreeg van een wethouder 'als je de burgemeester wilt spreken, moet je een mailtje sturen naar zijn secretaresse. Misschien dat hij dan contact opneemt'. Nogmaals, we komen van ver, Bram. Dank dat je dit hebt willen doen. Dat vinden wij belangrijk.
Dat je toch gezegd hebt 'ik ga het gesprek aan en dan zien we wel waar het schip strandt'. Dank daarvoor. En verder zouden wij jou graag veel succes willen wensen bij alles wat je gaat doen. Ik weet niet wat. Ik heb ooit wel eens wat gehoord, maar ik weet niet of dat doorgaat, maar daar wensen we jou heel veel succes bij. En je gaat natuurlijk niet zonder cadeautje. Ik heb van de griffier begrepen dat jij dit op termijn mooi gaat vinden, Bram. (Onder applaus ontvangt de heer Van Hemmen een geschenk uit handen van de heer Roeling.) Portefeuillehouder Van Hemmen: Ik ben ook wat fanatieker met de bril geworden. Ik herinner mij dat toen ik hier begon, ik inderdaad baardloos was en dat ik nog advies gevraagd heb aan de heer Roeling over wanneer dat gejeuk eindelijk ophoudt. De essentie was 'met een beetje baardolie en geduld komt het allemaal goed'. Dank voor die grondige adviezen. Als de commissaris belt, dan moet je wel even heel goed nadenken; wat ga je nu zeggen? En de commissaris meldde mij dat hij mij nodig had in Midden-Delfland en toen zei ik 'O, dat is Arnoud 24
Rodenburg en dat is Cittaslow'. Ik dacht bij mezelf 'we moeten in ieder geval zorgen dat het niet Bram van Hemmen en Cittaslow wordt'. Dus mijn terughoudendheid klopt. Het is niet zo dat ik niet zuinig zou willen zijn op Cittaslow. Daarom heb ik ook veel tijd in gestoken in het landelijke, maar ik vind het echt aan mijn opvolger om daar samen met u de juiste invulling op te zetten. Dus vandaar dat ik wat terughoudend geweest ben. Dan ga je naar een kleine gemeente. Dan denken mensen 'je hebt 25.000 gehad, en toen 90.000 en dan ga je weer naar 19.000'. Maar dit is geen kleine gemeente. Dit is een gemeente die niet klein in denken is. Het beeld dat je zou kunnen hebben en dat mensen in de buitenwereld in mijn bestuurlijke netwerk ook wel hebben, is dat het een kwetsbare gemeente zou zijn met al die grote partijen eromheen en dan ook nog eens een keer met een unieke propositie van een stukje gras – dat zijn de beelden die die je dan af en toe hoort – dat is een gemeente die kwetsbaar zou kunnen zijn. En heel eerlijk gezegd, dat gevoel had ik in het begin wel. Ik heb maar een week voor de zomer gedraaid, maar ik heb geconstateerd met alles wat we meegemaakt hebben de afgelopen anderhalf jaar dat hier een sterke gemeente zit met voldoende bestaansrecht. Wat zeg ik? Meer dan voldoende bestaansrecht. Want dit is een gemeente die een volwassen raad heeft.
Ik zie wel eens artikelen in de krant over de onderlinge samenwerking, maar daar heb ik niets van gemerkt. Naast een van de heftigste onderwerpen die u ooit gekozen heeft, waar de raad echt diep verdeeld over was, het onderwerp van het azc, is de begroting zonder problemen unaniem aangenomen en dat was toch nog steeds een goed debat. Ik heb het vandaag ook weer gemerkt. U heeft de professionaliteit om met elkaar om te blijven gaan. Ondanks dat de meningen stevig kunnen verschillen. En dat vind ik een volwassen raad. Ik heb even geteld, ik heb tien gemeenteraden meegemaakt de afgelopen 17,5 jaar. Dat is het voordeel als je een paar keer wisselt, dan heb je er wat meer. Ik moet zeggen dat u ruim in mijn top 3 staat als het gaat over volwassenheid van de raden. Dat compliment wil ik u echt maken. Ik wil u nog wel wat meegeven. Wat dat betreft, heb je als burgemeester ook wel weer de behoefte om nog even wat mee te geven. Ik zou u als raad willen aanraden, blijf met elkaar in gesprek. Ik heb af en toe gemerkt dat we elkaar wat minder goed weten te vinden. Maar met dat praten is het ook investeren in uzelf. U bent veel te zuinig voor uzelf. Dit is het hoogste orgaan van de gemeente Midden-Delfland en dat betekent dat er in geïnvesteerd mag worden. Ja, mijnheer Roeling, dat mag af en toe een paar centen kosten. Dat is niet het fêteren van uzelf.
Dat is investeren in de kwaliteit van besluitvorming want als u het goed en professioneel met elkaar kunt, dan is dat goed voor alle inwoners. En mijn stelling is: dat mag wat geld kosten. Dat wil ik u graag meegeven. Werk ook aan uw eigen positie. Het mag wel wat dualer en ik heb vanavond een paar dingen gezien waarvan ik dacht 'hé, interessant'. Het college zal dit niet op voorhand heel leuk vinden, maar ik ben ook van de raad. Ik vind echt dat u wel meer positie voor uzelf mag opeisen en wat huiswerk aan het college meegeven en daar wil ik u ook echt toe aanmoedigen, want er zit nog veel meer in. En dan niet het absolute dualisme waarbij we zeggen 'we staan snoeihard tegenover elkaar'. In de praktijk mag je best monistisch samenwerken, maar uiteindelijk bent u de baas. Dus als een aantal dingen beter moet, dan zijn dat zaken die u bepaalt. Maar dan moet u ook het college bij de les houden. Want sommige dingen laat u dan ook weer makkelijk lopen. Dat wil ik u graag meegeven. Het derde wat ik u mee wil geven, is: wees zuinig op die gemeenschappen. Ik heb hier iets bijzonders gezien. Als ik zie hoe mensen met elkaar optrekken, hoe ze voor elkaar zorgen, hoe ze met elkaar ten strijde trekken op het moment dat het erop aankomt. Dan denk ik bij mezelf 'dat is iets waar we zuinig op moeten zijn, want dat gaan we nog hard nodig hebben in deze tijd'.
Want de tijd is niet alleen complex, hij blijft complex en ik denk dat hij nog complexer wordt. U weet, ik ben een tijdje terug in Harvard geweest en daar hadden we het onderwerp publieke waarden en het verdelen van publieke waarden en publieke waarden toevoegen. Ik ben naar huis gegaan met een nieuw inzicht. Wat nou als we straks armoede moeten verdelen? Dus dat er in plaats waarde toevoegen misschien wel eens waarde gaat verdwijnen. We weten allemaal wel hoe in 2026 de begroting ervoor staat, van het geld wat we van het rijk niet krijgen. Als we zien hoe duur geld geworden is. Gratis geld is voorbij, met de ambitie die het nieuwe kabinet zal hebben, welk kabinet het ook wordt, heeft het niet meer zoveel geld en er moeten keuzes worden gemaakt. Dat betekent dat u elkaar en die gemeenschappen snoeihard nodig gaat hebben om die pijn ook te verdelen. Daar heeft u een belangrijke positie in. Maar dat vraagt ook leiderschap. En u kunt leiderschap tonen. Het is niet makkelijk geweest, het onderwerp rond het azc, maar u heeft daar leiderschap getoond. Ik ben echt ongelooflijk trots op u als raad. Dat ondanks alle spanningen die er geweest zijn, alle fouten die we met elkaar ook gemaakt hebben, grenzen die overschreden zijn 25
vanuit de samenleving, daar kunnen we heel veel over zeggen, u uiteindelijk leiderschap heeft getoond. Mijn oproep aan u is: houd dat vast. Want dat gaan we zo hard nodig hebben. U kunt dat, maar u moet er wel in blijven investeren, en in elkaar natuurlijk. Ik wil u in ieder geval bedanken voor de heel leuke tijd. Ik heb het hier onwijs naar mijn zin gehad. En bedanken voor het vertrouwen dat u gaf. Ik bedoel, het is nogal wat, dan komt er zo'n verdwaalde Rotterdammer, die dan zegt dat hij uit de Hoekse Waard komt, dat klopt ook wel, maar in mijn vezels ben ik nog redelijk een Rotterdammer, in die toch wat meer Haagse omgeving zijn ding doen. Die heeft misschien af en toe ook wel eens wat onverwachte humor. Hè, mijnheer Roeling, als ik u goed begrepen heb, zou u dan de motie wel willen steunen? Ik heb daar later erg hard om moeten lachen, het gezicht dat de heer Roeling toen ook toonde. Maar u heeft mij heel veel vertrouwen gegeven en we hebben heel veel met elkaar gelachen. We hebben ook wel spannende tijden gehad. We hebben scherp tegenover elkaar gestaan. Dat mag er ook zijn. Maar ik wil u ook vragen, geef Fenna dat vertrouwen ook. Ik heb haar mogen inwerken. Ik ben heel erg blij met de keuze die u gemaakt heeft. Ik heb er alle vertrouwen in dat u het goed met elkaar gaat vinden, maar dat begint ook met het vertrouwen dat u gaat geven.
Dat betekent dat u mij heeft laten zien met dat wat u allemaal gedaan heeft en hoeveel telefoontjes ik met u allemaal gevoerd heb, maar ook telefoontjes die ik zelf pleegde en dat we met elkaar gewoon het gesprek voerden en dat de positie van de burgemeester niet alleen die voorzitter van het college is, maar ook uw voorzitter, dat u dat kunt, zonder problemen. Maar het vraagt ook een actieve stap van u en dat wil ik graag meegeven. Dank voor mooie en leuke tijd, maar die dank gaat niet alleen naar de raad uit, die gaat ook naar het college uit. Ik heb een bijzonder proces met een college meegemaakt, waarbij er eerst een wethouder wegging. En vervolgens kwam er weer een wethouder en toen ging er uiteindelijk weer een wethouder weg. Maar heel eerlijk, ik heb nog nooit zo'n fijn college gehad. Want we hebben natuurlijk verschillende meningen, ik bedoel, de VVD was niet voor en dat was ook in het college duidelijk, maar de essentie is dat we altijd heel volwassenen met elkaar om zijn blijven gaan en steeds hebben gelachen. Daar wil ik jullie ook hartelijk voor danken, want dat heb ik ook wel anders meegemaakt. Dat is geen vanzelfsprekendheid. En wat dat betreft, zijn alle leden van het college echt kanjers en daar moet u zich mee gezegend weten. Ik ga ervan uit dat u een goede keus gaat maken bij de volgende, maar dat is voor het vervolg.
Ik wil ook de ambtelijke organisatie bedanken. Martin zit op de publieke tribune, hij mag dat allemaal even in ontvangst nemen. Wij hebben een kwetsbare ambtelijke organisatie omdat er veel eenpitters in zitten. Maar man, wat een energie zit erin. Echt, er zit zoveel drive in. Echt fantastisch. Ik wil ook onze griffier bedanken. Jullie hebben echt een kanjer van een griffier en gelukkig gaat hij nog drie jaar mee, minimaal. Maar goed, dat is het andere. En natuurlijk onze bodes. Dank voor al die bakjes thee die jullie ingeschonken hebben en gelukkig die boekenkast eindelijk leeggeruimd afgelopen week. Ik dank jullie hartelijk voor deze hele mooie tijd. Ik moet zeggen, ik denk met heel veel plezier terug aan mijn burgemeesterschap en daar zijn jullie wat mij betreft de belangrijkste herinnering in, ook omdat jullie de meest verse zijn, maar het was hier echt heel erg tof. En nu ga ik op zoek naar ruimte. Dank u. (applaus) De voorzitter: Dat is wat mij betreft voor bij de borrel, mevrouw Langeveld. In ieder geval buiten het ambt, maar dat gaan we zien.
11.
Sluiting
De voorzitter: Ik wil u graag naar de afsluiting begeleiden van deze raadsvergadering. Volgende week maandag hebben we 18 december a.s. een heel leuke vergadering, die is feestelijk en heugelijk, want dan wordt de nieuwe burgemeester en raadsvoorzitter Fenna Noordermeer geïnstalleerd. Ze heeft er ongelooflijk veel zin in, heb ik gemerkt en dat gaat helemaal goed komen. De vergadering begint dan om 20.00 uur. Ik wens u als raad een goede vergadering toe en de nieuwe burgemeester heel veel succes en plezier dat haar wacht in deze zeer fraaie gemeente. Ik dank u hartelijk voor deze vergadering en ik hoop u straks nog even te treffen bij een hapje en een drankje. Ik sluit de vergadering bij dezen
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland op 23 januari 2024
26
de griffier, A. de Vos
de voorzitter, F.I. Noordermeer – van Slageren
27