2023 m 09 d 26 Vsl Raad
Tekst van het document
En dan kunnen we later altijd nog eens kijken of er nog behoefte is aan nog meer aanpassingen om toch mensen zich wat meer gehoord te laten voelen. De voorzitter: Dan namens de andere motie, de heer Van Lier. De heer Van Lier: Ik heb ook bewust de onderlegger gebruikt van de coalitie zodat we in ieder geval ook de verschillen duidelijk hebben, want we hebben ook contact met elkaar gehad. Alleen wij gaan een stap verder. Wij volgen meer het voorstel van de griffier. Het grootste verschil zit in het verhaal van de mondelinge toelichting/bijeenkomst. Het werkt twee kanten op. Als je bij elkaar komt… Het is ook vraag hoe vaak dit voorkomt, nog in reactie op de VVD. Maar als we het doen, laten we het dan goed doen. Het werkt twee kanten op. Als je bij elkaar komt, kun je die persoon horen. Het college kan horen 'wat bedoelen ze precies' en het kan nadere vragen stellen. Het kan ook wat aangeven en daarna komt dat briefje wel. Je hebt dan even een moment met zijn allen zodat je weet welke kant het opgaat en wat beide partijen bedoelen. Een sessie lijkt mij voldoende voor zoiets, dus dan heb je een ambtenaar of twee ambtenaren nodig en het college. Ik denk dat het te overzien is, anders had ik het ook niet toch ingediend. Dat is eigenlijk het grote verschil. Dus de rest van de overwegingen is exact hetzelfde als de motie die er ligt. De motie is wel iets aangepast bij 'roepen op'.
Ik zal het even voorlezen, omdat wij toch naar dat mondelinge gaan. Ik denk dat dat net even de meerwaarde is, want de klacht is 'we zijn niet gehoord'. De coalitie stelt voor zo snel mogelijk een briefje de deur uit te doen. Ik sla het een beetje plat. Maar ik denk juist dat het meerwaarde heeft dat je de mensen hoort en dingen uitlegt. Misschien dat ze iets horen wat ze niet willen horen, maar je hebt in ieder geval een vraag-en-antwoordspel kunnen spelen. Dat vinden wij eigenlijk al dé meerwaarde van dit verhaal, vandaar dat we dit toch doorgezet hebben. Dus ik hoop dat ik de meesten toch nog over kan halen om deze motie te ondersteunen in plaats van de wat mindere motie, om het zo maar te zeggen. De minder vergaande, ik zal het netjes zeggen. Zal ik dan even voorlezen wat er staat onder 'roept het college op'? De voorzitter: Ja, gaat uw gang.
De heer Van Lier: 'Om met onmiddellijke ingang de procedure aan te passen in die zin dat, na voorafgaand aan het opstellen van een nota van Beantwoording de indieners van een zienswijze de mogelijkheid wordt geboden om hun zienswijze mondeling toe te lichten ten overstaan van/namens het college; de indiener op zo kort mogelijke termijn schriftelijk op de hoogte worden gebracht van het antwoord op hun zienswijze; in deze brief ook wordt aangegeven wat het verdere verloop van het proces is, dat er een mogelijkheid tot inspreken bestaat en dat er een mogelijkheid tot het indienen van bezwaar bestaat.' Het is vooral die eerste zin die echt is gewijzigd. Ik zie een interruptie, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: De heer Jongsma met een aanvulling? De heer Jongsma: Als dat mag voorzitter, zou ik ook kort nog een korte toelichting willen geven waarom wij medeondertekenaar zijn van de tweede motie om toch op die manier te proberen om de hele raad voor deze motie te laten stemmen. Ik hoor inderdaad de opmerking dat het misschien
wat meer tijd voor de organisatie kost. Dat kan zo zijn. Maar aan de andere kant denk ik dat op het moment dat je dit zorgvuldig doet, misschien ook minder zienswijzen uiteindelijk worden ingediend of dat er minder vragen over zijn, dat er minder mensen inspreken. Dat is dat prima. Maar belangrijk is – ik hoorde vandaag de VVD dat ook zeggen – dat wij het contact met de overheden heel belangrijk vinden. Contact. Wisselwerking. Het college geeft aan 'we vinden het heel belangrijk dat er wordt geparticipeerd'. Participeren vind ik net iets meer dan een briefje weer iets sneller de deur uit te doen. Je moet met onze inwoners in gesprek. Wij krijgen al steeds het verwijt dat we veel te ver van de inwoners af staan. Nu hebben we een optie om inderdaad wat dichterbij de inwoners te komen. Pak die kans dan ook. En laten we dan inderdaad eens kijken als het heel veel werk gaat kosten, wat dat dan betekent. Maar waarom nu weer eerst 'zunig' en niet even deze stap maken? Wij zijn er voor de inwoners, de inwoners die vragen om kortere lijntjes met de overheid. Wij vervreemden op deze manier van hen. Wij verzanden in briefjes en dat soort zaken. Laten we toch inderdaad gewoon eens echt gaan luisteren en ook op dit punt zeggen 'ja, dat lijkt ons goed plan, laten we het vooral doen'.
Ik denk dat het het contact tussen de inwoners en de overheid alleen maar kan bevorderen en verbeteren en het voldoet ook gewoon aan alles wat wij hier de hele avond roepen. Dan nu zeggen 'we doen dan even een briefje, dan zijn ze wat sneller'. Dat is weer eenzijdig vanuit het gemeentehuis. 'Wij sturen weer een briefje, alsjeblieft'. Daar gaat het de mensen niet om. Mensen willen gehoord worden en horen is gewoon met elkaar in gesprek zijn. Dat is wat anders dan met een briefje heen en weer schuiven. Het is voor heel veel mensen misschien ook best moeilijk om daar aan het spreekgestoelte te staan. Dan is het veel fijner om in een wat kleinere setting gewoon over en weer met elkaar in gesprek te zijn. Dat is voor mij de reden waarom ik vind dat we vooral het tweede voorstel moeten aannemen, het voorstel van OGP Midden-Delfland en Mijn Partij, waarbij die zienswijze mondeling kan worden toegelicht. Ik hoop dat ik daarmee de anderen ervan overtuig. En inderdaad, als het echt heel erg uit de klauwen loopt wat betreft de overbelasting op het gemeentehuis, moeten we daar inderdaad serieus naar kijken. Ik denk dat het meevalt, want je kunt op andere momenten weer tijd besparen. Dus al met al denk ik voor nu 'laten we gewoon nu eens een keertje wel dat doen, gewoon kiezen voor die motie, waarbij er dus inderdaad die mogelijkheid is voor een mondelinge toelichting'.
Dat wil ik daaraan toevoegen. De voorzitter: Zijn er nog andere raadsleden? Anders gaan we voor een reactie naar het college. Om het wat verwarrender te maken, ik heb de eerste motie, die is van CDA, D66, ChristenUnie, nummer 1 gegeven en van OGP Midden-Delfland en Mijn Partij nummer 2. Dan zou ik nu naar het college willen gaan als ze het inmiddels goed gelezen hebben. Een eerste reactie. Wethouder Renzen: Ik denk dat ik hier heel positief op ga reageren. Voor een heel groot deel kan ik dat, denk ik. Hoe het nu gaat, is dat wanneer wij een voorgenomen besluit ter inzage leggen en dat doet de raad, gaan wij aan het werk, althans, wij halen de zienswijzen op en mensen krijgen daar een ontvangstbevestiging van. Dat is dan meteen een kans om daarin een stukje communicatie mee te geven, maar daar kom ik zo op. En sowieso is het ter inzage leggen van een voorgenomen besluit ook een moment vanuit de gemeente waarop we kunnen communiceren richting inwoners.
Dus daar hebben we de afgelopen twee weken even over nagedacht 'wat zijn de communicatiemomenten en kunnen we die verbeteren?' Als ik goed geluisterd heb naar de twee moties waarvan het dictum net is opgelezen, sluit denk ik op dit moment daar wel bij aan dat op het moment dat het college de nota van Beantwoording heeft vastgesteld en doorgeleidt naar de raad, de griffier een brief stuurt naar de degenen die een zienswijze hebben ingediend met als communicatie 'er komt een raadsvergadering. Daar wordt die nota van Beantwoording voorgelegd ter vaststelling. U heeft de mogelijkheid om daarbij in te spreken.' Inwoners worden dan ook verwezen naar de agenda met de stukken. Bij die stukken kunnen inwoners die een zienswijze hebben ingediend dan ook kijken wat er met hun zienswijze is gedaan in de nota van Beantwoording en of er dan wel of niet een aanpassing is op het bestemmingsplan. Daar staat niet het stukje daarna in; wat nou als uw zienswijze bijvoorbeeld niet helemaal is gevolgd of niet tot een verandering of aanpassing heeft geleid? Welke rechtsmiddelen staan er dan nog open? Ik denk dat het goed is om dat laatste stukje, dat mensen vervolgens ook beroep kunnen aantekenen, ergens in het proces ook wordt gecommuniceerd.
Daar roept de motie niet toe op, maar ik vermoed dat u dat ook zou willen en we vinden het in ieder geval vanuit het college belangrijk dat wel beter te communiceren. Dan denk ik dat dat een goed moment daarvoor is.
De voorzitter: Even een vraag van de voorzitter, dus u zegt 'wij zouden graag iets toegevoegd willen zien aan een van de moties?' Begrijp ik dat goed? Dat zegt u als college. Wethouder Renzen: Voorzitter, het mag in een motie, maar ik kan ook gewoon toezeggen dat we het zo gaan doen. De voorzitter: Ja, dat ik leg het liever zwart-op-wit vast. Wethouder Renzen: Dat mag ook, dus eigenlijk zou ik er dan nog iets aan toe aan willen toevoegen omdat ik denk dat zoals het nu opgeschreven staat in de motie, nog steeds niet bevredigend aansluit bij wat inwoners die zienswijzen hebben ingediend graag gecommuniceerd willen krijgen. De voorzitter: Interruptie van de heer Gebben. De heer Gebben: Om het dan even kort te sluiten, dan bedoelt u eigenlijk dat we van het woordje 'bezwaar' 'beroep' moeten maken in de motie? De voorzitter: Mevrouw Renzen. Wethouder Renzen: Dat sowieso, want na een zienswijze teken je vervolgens beroep aan. Maar in de motie staat dat in die brief dan staat dat er een mogelijkheid is tot het aantekenen van beroep. Zo is het nu niet geregeld. Dus ik ben het dan eens met wat u in de motie heeft geschreven, dat we dat moeten regelen. Zo is het nu nog niet, want ze krijgen nu wel een brief wanneer de nota van Beantwoording wordt behandeld, met daarin een antwoord op hun zienswijze, maar dan hebben ze nog niets gehoord over het proces dat daarna nog mogelijk is.
Wij hebben even ook als college en ambtelijk gekeken 'wat is nou het juiste moment?' Wij denken dat wanneer we een ruimtelijk plan ter inzage leggen, dan mensen in dat besluit uitnodigen 'u kunt een zienswijze indienen' en dat we daar, op dat moment, ook meteen goed kunnen communiceren hoe het proces van zo'n zienswijze en verdere ruimtelijke procedure eruitziet en wat ze dus kunnen verwachten. Zodat we daar dus ook al communiceren dat men later op in het proces eventueel ook beroep kan aantekenen. Dus voorzitter, dat zou mijn voorstel zijn. Om dat helemaal aan het begin al te communiceren. Dus volgens mij kan ik dan goed voldoen aan de motie en waarom wordt gevraagd en geef ik ook aan welke ideeën we daarbij hebben, op welk moment we dat dan gaan communiceren. Dan zou ik die mondelinge toelichting wel afraden. Bij mij schoot ook even het woord 'mondeling horen' nog door mijn hoofd, want dat hebben we ook bij bezwaarschriftenprocedures, dat er ook een mogelijkheid is tot horen. Dat zou ik afraden. Zo'n nota van Beantwoording is pas een nota van Beantwoording op het moment dat de raad hem heeft vastgesteld. En als wij daar dan nog een soort tussenlaag binnen creëren, krijg je toch een beetje een soort zienswijze op een zienswijze. Daar zouden wij niet voor gaan.
Daarnaast is het natuurlijk niet zo dat als inwoners vragen hebben over hetzij de procedure, of toch nog een nadere toelichting op het ruimtelijke plan dat voorligt, waar ze mogelijk vragen bij hebben of een zienswijze op willen indienen, en ze hebben daar hulp bij nodig, wordt iedere inwoner die mij mailt of belt naar de desbetreffende afdeling gewoon door ons te woord gestaan. Dat gebeurt ook wel eens bij ruimtelijke plannen, dat inwoners een afspraak met mij maken of ambtelijk maken. Het is echt niet zo dat inwoners dan niet bij ons terecht kunnen op het gemeentehuis. Dat kan wel. Ik zou dat alleen niet onderdeel willen laten gaan maken van het proces in de vorm van een extra procedurestap. Dus dat deel van de motie zou ik afraden. De rest willen we als college graag omarmen. De voorzitter: Een lange uitleg. Zijn daar nog vragen bij of wil de raad nog een eerste termijn? Die hebben we feitelijk niet gehad. Ik zit ook even met de twee moties. We hebben nu toelichting gehad van het college. Dat zit meer in de bezwaarprocedure, terwijl beide moties gaan over vooraf, voor de besluitvorming van de raad. Hoe kan je dat beter doen? Dat is ongetwijfeld elk raadslid hier opgevallen. Dus ik zit even te denken.
Wat gaan we nu doen? Brengen we deze twee moties in stemming? Willen we nog een termijn? Willen we aanpassing van de moties naar aanleiding van de beantwoording van het college? Waar bestaat behoefte aan? De heer Jongsma.
De heer Jongsma: Ik wil een voorstel doen eigenlijk. Ik denk dat het misschien beter is om die moties nu gewoon aan te houden en dan eens even met zijn allen erover na te denken wat we nu precies willen. Ik zou het wel fijn zou te horen – want die vraag krijg ik vanavond niet beantwoord – wat dan echt… Ik bedoel, ik merk iets van weerstand omdat, laat ik het zo zeggen, de ambtelijke organisatie misschien wat meer belast wordt. Daar zou ik wel iets meer duiding op willen hebben. Ik zie gelukkig sommige wethouders al knikken dat het niet zo is dus dan is dat argument er ook niet. Misschien kunnen we dan toch gezamenlijk eens even kijken of we het toch nog iets scherper en iets beter kunnen neerzetten zodat we er met zijn allen wel blij van kunnen worden. De voorzitter: Nee, het college mag niets meer. Dus iedereen akkoord dat we beide moties aanhouden en in de tussentijd tot een nader te bepalen moment met één of misschien weer met twee moties komen om die dan te behandelen? Is iedereen daarmee akkoord? Aldus besloten.
10.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen
De voorzitter: Dan hebben we nog de mogelijkheid tot het stellen van vragen. Er zijn twee vragen ingediend. De eerste is een vraag van de heer Knaap over overlast in wijk Kreekzone. Daar is een antwoord op gekomen. Bestaat er behoefte aan een aanvullende vraag? Jawel, de heer Knaap. De heer Knaap: Ja, die behoefte bestaat. Als ik dit lees, dan denk ik 'oké, er zijn dus inderdaad over bijna drie jaar zestig meldingen geweest over overlast met verkeer en parkeren en negentien meldingen over afval en reinigen'. Dat geeft wel een beetje een discrepantie met de meerdere meldingen die wij vanuit die wijk krijgen. En ik woon er vlakbij, dus mensen weten me te vinden. Dus ik vraag me even af, heeft het college ook geïnformeerd bij de meer veiligheidsgerelateerde incidenten die ook worden aangegeven en is er ook gezocht bij Politie Westland en Politie Delft wat daar dan gebeurd is? Want ik heb een beetje last van een soort discrepantie tussen wat ik hoor en wat ik krijg. En de tweede vraag ga ik meteen ook stellen. Onze vierde vraag is: hoe zijn de bewoners van de wijk betrokken bij het verbeteren van die leefbaarheid? En dan lees ik toch even voor 'Afhankelijk van de uitkomsten van het integrale overleg wordt bekeken wat mogelijk en passend is.
Afhankelijk van de impact is hier eventueel een bestuurlijk besluit voor nodig, het kan ook zijn dat er een haalbare aanpak binnen het ambtelijk mandaat mogelijk is. Onderdeel is dat wordt bekeken of en in welke vorm buurtbewoners betrokken kunnen worden bij de aanpak.' Dan is mijn heel concrete vraag 'wat gaan de bewoners hiervan merken?' De voorzitter: De heer Voskamp. Wethouder Voskamp: Ja, voorzitter bij afwezigheid van de burgemeester. De discrepantie is natuurlijk lastig aan te geven omdat het gevoel er is en er ook wel meldingen zijn, maar die meldingen zijn mij niet bekend. En er worden ook afspraken gemaakt om juist verder te onderzoeken wat er speelt. Dat is natuurlijk nog een beetje vaag, of nog niet helemaal bekend, maar daar zijn we mee bezig. Daar zouden we echt op vooruitlopen als we daar nu op deze manier u al deelgenoot van maken. Dat wordt uitgezocht. Die gesprekken zijn gaande en daar komt iets uit en het zou kunnen zijn dat we met een kleine inzet iets voor elkaar kunnen krijgen. Het kan ook zijn dat we met wat meer inzet moeten werken. We willen die vrijheid houden, dat we die mogelijkheid nog hebben. En ik zal ook zoeken met de burgemeester naar een goede manier om u daar deelgenoot van te maken, want niet alles kan, zoals het nu ligt, in de openbaarheid. Dus daar moeten we ook nog zoeken naar een weg.
Dat blijft nog steeds een heel vaag verhaal, maar dit is ook gewoon een proces dat onderweg is. Dat is eigenlijk de opmerking die ik daarbij bij heb. Nogmaals ook ik en het college is daar verder niet van op de hoogte. Daar wordt aan gewerkt. Die gesprekken zijn gaande en zodra het kan, zal de burgemeester daar op een gepaste manier een reactie op geven. De voorzitter: Is dat voldoende? Nee, nog een aanvullende vraag. De heer Knaap: Ik snap dit. Ik snap dat als jullie nog bezig zijn met 'wat is er precies aan de hand en hoe gaan we het oplossen?' er niet een concreet antwoord komt. Mijn behoefte vanuit de rol als raadslid is dan 'hoe en wanneer worden we dan geïnformeerd? Welke termijn heeft u voor ogen? Is
het een maand, is het twee maanden, drie maanden, volgend jaar?' Dus als u daar iets concreter in kan worden, dan maakt u mij wat gelukkiger. De voorzitter: Nou, maakt u de heer Knaap gelukkig? Wethouder Voskamp: Dat is lastig voorzitter. Bij het antwoord op vraag 3 staat dat er een afspraak deze week nog is gepland. Ik zou de mensen daar wat ruimte willen geven om daar een uitwerking op plaats te laten vinden. Dan denk ik dat we met een termijn van een maand kunnen werken waarop we u iets kunnen meedelen. In welke vorm en op welke wijze, dat laat ik dan ook even aan de burgemeester. De voorzitter: Anderen op deze vraag? Niet, dan gaan we naar de tweede vraag en dat is een vraag van mevrouw Langeveld over de verkeersveiligheid schoolwoningen te Den Hoorn. Daar is ook antwoord opgekomen. Bestaat er behoefte aan een aanvullende vraag? Jawel, mevrouw Langeveld. Mevrouw Langeveld: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik hoop het kort te houden. Ik wil allereerst uiteraard het college bedanken voor de beantwoording. Het hele proces wordt uitgelegd rondom het onderzoek dat daar plaatsvindt rondom de verkeersveiligheid. Hartstikke goed dat er ook een bureau is ingeschakeld. Maar kortom, het komt erop neer dat er pas Q2 2024 meer bekend is. Er is nu een probleem en dat probleem is er niet alleen nu, dat was er al heel lang.
Inwoners klagen sowieso al langere tijd over de schoolwoningen, en met name over de verkeerssituatie. Kortgeleden heeft een aantal leerkrachten van die schoolwoningen mij benaderd. Ze hebben de onveilige situatie geschetst. Ik moet zeggen dat ik het behoorlijk onveilig vind. Zij hebben regelmatig aangegeven bij de gemeente 'een gele streep zou al heel veel oplossen'. Daar hebben ze weinig feedback op gekregen. Het komt niet in de beantwoording naar voren wat er op korte termijn wel kan gebeuren, in plaats van alleen op de langere termijn. Kunt u mij daar een antwoord op geven? De voorzitter: Mevrouw Oderwald. Wethouder Oderwald: De veiligheid bij de scholen is voor ons een belangrijk speerpunt vanuit het collegewerkprogramma want veiligheid op school krijg je niet vanzelf. Er zit een paradox in dat eigenlijk de ouders die hun kinderen met de auto naar school brengen, in feite de verkeerssituatie voor andere kinderen onveiliger maken. Dat is natuurlijk een onwenselijke situatie, maar met zo maar zeggen 'ga allemaal lopen en fietsen', zijn we er niet. Daar moeten we echt op studeren. En dan draagt u oplossingen aan die in eerste instantie best eenvoudig lijken om te doen; pak een pot gele verf en we zijn er. Maar zo eenvoudig is het niet.
Zulke maatregelen vragen echt iets meer en iets meer afweging, want ouders weten nu ook dat het niet handig is om kinderen naar school te brengen met de auto, maar doen dat toch. Een gele streep zal daar niets aan af doen. Dat wordt t niet zomaar afgedwongen, daar zetten we niet zomaar meteen boa- of politiecapaciteit op in om dat te handhaven. Vandaar dat we een langer antwoord hebben gegeven, want ook een gele streep neerzetten zou een verkeersbesluit behelzen, wat procedureel ook gewoon wat bestuurlijke stappen vergt die wat meer looptijd hebben. Daarom kiezen we ervoor om er wat langer over te doen, in plaats nu direct een kortetermijnmaatregel te nemen. De voorzitter: Er is nog ruimte voor één aanvullende vraag, mevrouw Langeveld. Mevrouw Langeveld: Enerzijds begrijp ik het antwoord, anderzijds begrijp ik het ook niet helemaal. De schoolwoningen staan er nu ongeveer vijftien jaar. Ik zat ooit, toen mijn kinderen heel lang geleden nog op de basisschool zaten, zelf in de Verkeerscommissie. Toen waren er al zorgen over die verkeerssituatie. Nu wordt het heel concreet gemaakt wat er gebeurt. Ik denk 'we kunnen een oplossing hebben aan het einde van dit schooljaar, maar het probleem is er nu'. Wat kan er wél? De leerkrachten voelen zich niet gehoord, geven ze aan.
Dus ik ben een beetje aan het zoeken 'moet er bij die schoolwoningen nu echt gewacht worden tot eind Q2?' Ik heb begrip dat dat zo is voor een Integraal Veiligheidsplan voor alle scholen in Midden-Delfland komt, maar specifiek voor deze situatie?
De voorzitter: Is dat mogelijk, mevrouw Oderwald? Wethouder Oderwald: Zoals we in de beantwoording ook al hebben aangegeven, voorzitter, is er ook al een gesprek geweest met de school, met de nieuwe verkeersambtenaar die er is. Het kan inderdaad zijn dat het wat lang lijkt te duren. Dat komt ook omdat we nu weer goede capaciteit erop hebben zitten, waar ik ook heel blij mee ben, en dat is in de afgelopen jaren niet altijd even goed geweest. Dus ja, we zetten erop in, maar ik denk dat ik verval in mijn vorige beantwoording dat we een aantal stappen moeten doorlopen omdat we verkeersbesluiten moeten nemen die gewoon procedures kennen. De voorzitter: Dank u wel. Andere raadsleden op dit punt? Niet. Dan is ook dit punt afgesloten.
11.
Sluiting
De voorzitter: En daarmee zijn we ook bij het eind van de vergadering, om 22.56 uur. Dank u!
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland op 24 oktober 2023,
de griffier, A. de Vos
de voorzitter, de heer E.N.H. Roeling