2023 m 09 d 26 Vsl Raad
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 26 september 2023, 19.30 uur. Voorzitter
: de heer E.N.H. Roeling, vicevoorzitter
Griffier
: A. de Vos
Aanwezig : de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA) de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer N.J. Ruiterman (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer R.E. Vieira (D66), mevrouw V. van 't Westeinde (CDA) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
: drs A.P.J. van Hemmen, burgemeester, de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij)
Tevens aanwezig: mw. M. Oderwald-Ruijsbroek, mevrouw W. Renzen-van Leeuwen, de heer F.A. Voskamp, wethouders, P. van Velzen, inspreker
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter: Goedenavond, van harte welkom bij deze raadsvergadering. Ik mag hier plaatsnemen omdat de heer Van Hemmen in de Verenigde Staten zit en dat nogal ver weg is om het voorzitterschap op een andere wijze in te vullen. Dus de heer Van Hemmen is afwezig en we hebben een bericht van verhindering van de heer Van der Spek ontvangen. Dat zijn de huishoudelijke mededelingen.
2.
Regeling der werkzaamheden
De voorzitter: Dan gaan we naar de regeling der werkzaamheden en dan beginnen we met de behandelingen van de vragen conform artikel 42. We beginnen met de beantwoording op de vraag van heer Jongsma over verwijderen groenhagen. Daar is een beantwoording op gekomen van het college. Ik ga te snel, begrijp ik. 2A, brieven van het college, wie heeft daar vragen over? Mevrouw Koppert. Mevrouw Koppert: Het betreft brief A23044, Voortgangsbericht over behandeling motie Financiële Ondersteuning Investeringen Welzijnsorganisaties. Het college heeft aangegeven dat de invulling van die motie pas eind dit jaar komt, als alles meezit. Wij als fractie OGP Midden-Delfland willen wel graag dat deze motie beantwoord is voordat we DIOS gaan bespreken. De voorzitter: Dat is eigenlijk een vraag aan het college. We gaan kijken of daar een antwoord op kan komen. Mevrouw Renzen. Wethouder Renzen: Dat zal niet het geval zijn, dat halen we niet. De voorzitter: Duidelijk antwoord, u kunt zich beraden op wat te doen. Anderen voor lijst 2A? Niet, dan komen we bij lijst 2B, brieven van derden. Wie heeft daar een vraag bij? De heer Knaap. De heer Knaap: Dank u voorzitter, ik zit even ernstig te zoeken naar het nummer van die brief. Het is de brief van de omwonenden van de Woudseweg 130 over de gang van zaken op het perceel dat daar braak ligt, maar ik ben even in de lijst kwijt welk nummer daarbij hoort.
Ik kan hem nu ook zo een-twee-drie niet vinden, dus als iemand het nummer snel heeft, graag. Hij zit in de Blijst. De voorzitter: B-23103. De heer Knaap: Ja, ik heb hem hier. B-23103. Die zou ik graag agenderen voor de commissie vanuit de vraag die we hebben over hoe de gemeente omgaat met dit soort werkzaamheden in
relatie tot vergunningverlening. Ik hoop dat ik daarmee de heer Van der Eijk ook meteen tevreden stel doordat hij weet waar we het over gaan hebben. Ja? Ik check het maar even, want anders krijg ik het dan om mijn oren. De voorzitter: Dan moet u het weer nader motiveren ja. Dat is dan voor de commissievergadering van oktober. Daarvoor wilt u het agenderen. Is genoteerd. Anderen nog voor de lijst 2B? Niemand. Dan gaan we naar de brieven van derden, 2B.10. Niet dat we er iets over kunnen zeggen, maar… Niemand? Dan komen we toch bij 2.C Beantwoording schriftelijke vragen RvO artikel 42. We beginnen bij de eerste, dat was een vraag van de heer Jongsma over het verwijderen van groenhagen en daar is een antwoord op gekomen van het college. De heer Jongsma: Ik wil het college bedanken voor het antwoord, fijn om te constateren dat wat niet helemaal goed is gegaan alsnog wordt gecorrigeerd voor een groot deel. Uiteraard wel jammer van al het werk dat daarvoor is verricht en het geld dat het heeft gekost, maar goed, een groot deel van de hagen komt terug. Dat is mooi. Maar het valt me op in de argumentatie die het college gebruikt dat het college zegt 'we gaan geen parkeerverbod instellen omdat we een gebrek hebben aan handhavingscapaciteit'.
Dat vind ik een bijzonder argument, want in andere dossiers wordt bijvoorbeeld de aanleg van kabelgoten weer de andere kant op gedraaid, dan komen die kabelgoten niet en dan zou er eigenlijk gehandhaafd moeten worden, maar dan weet je dat er geen handhavingscapaciteit is en dan gebeurt dat wel. Dus ik vind gebrek aan handhavingscapaciteit eigenlijk niet zo'n goed argument, eerlijk gezegd. Ik vroeg me af, is dat dan volgend jaar geen argument meer op het moment dat er twee boa's zijn? De voorzitter: Het college, ik houd het even algemeen. Wethouder Voskamp: Vanuit de boa gekeken en dan vanuit de vervanging van de burgemeester bekeken: de regels die we instellen, moeten wel handhaafbaar zijn. Dat betekent dus inderdaad dat ook op voorhand gekeken wordt of er capaciteit is of dat er prioriteit is op dat soort zaken en in dit geval is daar deze afweging dus voor gemaakt. De voorzitter: De heer Jongsma nog voor een laatste aanvullende vraag. De heer Jongsma: Is de wethouder het met me eens dat het wel vrij selectief is om in het ene dossier dit argument wel te gebruiken en in het andere dossier niet? De voorzitter: De heer Voskamp. Wethouder Voskamp: Ja voorzitter, dat is inderdaad selectief, maar dat is wel wat we samen in het kader van prioriteiten vaststellen – ik zou bijna zeggen, de burgemeester – in het kader van veiligheid en orde en handhaving en daar komt dit dan uit.
Soms is dat iets wat we opgelegd krijgen van bijvoorbeeld de politie die prioriteiten stelt, en soms zijn dat prioriteiten die we gezamenlijk stellen. De voorzitter: Andere raadsleden nog op deze vraag? Niet. Dan gaan we naar de volgende, de vragen van de heer Gebben over het beëindigen inzet BuurtVeiligBus. De heer Gebben: Dank voor het beantwoorden van de vragen. We hebben nog een aantal aanvullende vragen eigenlijk. Het is niet echt helder geworden wat er nu precies geëvalueerd is. Er staat één hard getal, dat is de zestig keer dat de bus is ingezet. Verder wordt er niet zoveel genoemd. Ik had graag aan de burgemeester gevraagd om dat nader toe te lichten. U heeft denk ik die evaluatie niet gemaakt dus dan is het lastig. Misschien kunt u er wat over zeggen. Ik was ook benieuwd of er iets van op papier staat dat we misschien kunnen krijgen. En dan heb ik nog een vraag. In de brief van 13 juli jl. staat dat de politie spreekuur heeft in de drie dorpskernen. In de antwoorden staat dat dit niet het geval is. Kunt u dit ophelderen? De voorzitter: De heer Voskamp, voor zover hij een antwoord kan geven.
Wethouder Voskamp: Ja voorzitter. Er is ook een gebrek aan heel veel informatie en een goede evaluatie in het kader van de BuurtVeiligBus. Dus wat we hebben, hebben we geprobeerd zo goed mogelijk op te schrijven. Het is deels ook achteraf terughalend, in het kader van de inzet, hoeveelheid en de dingen die we bereikt hebben. Dat is niet zo getalsmatig als u misschien had gehoopt, maar op basis van het terughalen van hoe succesvol we dachten dat de inzet was de keren dat we inzet hebben gehad. Op die manier komen we tot deze conclusie. Wat betreft de spreekuren. Daar zie je dat de politie andere manieren heeft om aanwezig te zijn in de wijken, via de wijkagenten. Of we dat nu via spreekuren doen of dat zij aanwezig zijn in die wijk en echt proberen mensen te spreken, daar zit een beetje het woordverhaal in. De BuurtVeiligBus heeft daar geen toegevoegde waarde, dat is eigenlijk de conclusie. De politie doet haar best om aanwezig te zijn en aanspreekbaar te zijn in de wijk. De voorzitter: Nog een aanvullende vraag. De heer Gebben: Ja, dat gaat met name even over de spreekuren, dat verbaasde ons nogal. Wij vinden het belangrijk en volgens mij vindt de hele raad dat, dat iedereen contact kan leggen met overheden en daar hoort ook een analoge component bij.
Die spreekuren waren daar heel goed voor dus wij willen toch vragen aan de burgemeester, als hij daarover spreekt, misschien toch onze zorgen een keer op tafel te leggen. Misschien dat er nog wat aan gedaan kan worden. De voorzitter: Dus de vraag is concreet of de heer Voskamp dat door kan geven aan de voorzitter van het college. Wethouder Voskamp: Dat ga ik doen, voorzitter. De voorzitter: Akkoord. Anderen op deze vraag? Niet, dan gaan we naar de vragen van de heren Van der Eijk, Gebben en Moerman over onderhandelingen gemeente met het COA. Wie mag ik daar het woord over geven? De heer Gebben. De heer Gebben: Ja, dat ga ik ook doen. Dank voor het beantwoorden van de vragen. Het lijkt nu een beetje rare vraag want afgelopen vrijdag hebben we natuurlijk alle stukken gekregen, maar we hadden natuurlijk de vraag al eerder gesteld en het heeft even geduurd voordat we een antwoord kregen. Ik ga er ook niet te veel tijd aan besteden want daar nemen we denk ik 11 oktober ruim de tijd voor. Ik heb nog wel twee aanvullende vragen. In de antwoorden staat dat de tekst van het eindbod openbaar zal worden gemaakt op het moment dat het resultaat van het onderzoek openbaar wordt gemaakt. Inmiddels zijn die stukken openbaar geworden, ik heb ze doorgelezen maar ik heb de brief van het eindbod niet kunnen vinden. Zouden we die alsnog kunnen krijgen? En we willen graag even opheldering.
Begrijpt de VVD uit de beantwoording goed dat het eindbod eigenlijk geen eindbod was, maar een soort tussenbod, dat daarna ook nog is onderhandeld met het COA? De voorzitter: Ik denk zo maar dat die vraag naar de heer Voskamp gaat. Wethouder Voskamp: Ja, voorzitter. Over de brief van het eindbod. Daar ga ik naar kijken of we dat op een geschikt moment openbaar kunnen maken. Het zit nu niet bij de stukken en die afspraken zijn uiteindelijk in het bestuursakkoord terechtgekomen. Dus ik ga even kijken wanneer we die op een goed moment openbaar kunnen maken. De informatie is in ieder geval beschikbaar, maar het hoe en de exacte formulering, daar komen we dan op terug. En dan de volgende vraag, dat was… Sorry? De heer Gebben: We vroegen ons af of het eindbod echt het eindbod is geweest of dat er nog onderhandeld is daarna. Wethouder Voskamp: Voorzitter, dat is natuurlijk altijd een beetje een lastig punt als je aan het onderhandelen bent. Dan ben je aan het onderhandelen en op een moment leg je iets neer en dat is dan je eindbod. En dan hoop je natuurlijk dat de tegenpartij volmondig ja zegt en zegt 'zo gaan we het doen'. Dat is niet gebeurd. Maar we hebben wel gezien dat we met kleine aanpassingen uiteindelijk wel tot een overeenkomst zijn gekomen. Dat is natuurlijk ook een beetje het spel dat je
altijd hebt als je aan het onderhandelen bent. Je hoopt natuurlijk dat een eindbod uiteindelijk ook echt een eindbod is, maar we vonden het belangrijk om tot een overeenkomst te komen en volgens ons zit dat heel dicht bij het eindbod en voldoende dicht bij het eindbod om dat aanbod zo neer te leggen. De voorzitter: Anderen hierover? Niet? Dan gaan we naar het volgende punt. Lijst A en C worden ongewijzigd vastgesteld. Van Lijst B wordt B-23103 voor behandeling doorgeleid naar de commissievergadering.
3.
Spreekrecht voor belangstellenden
De voorzitter: We gaan over naar het spreekrecht, daar heeft zich één inspreker voor aangemeld en die wil inspreken op agendapunt 6. En terwijl de heer Van Velzen naar voren komt, verzoek ik hem na zijn inbreng even te wachten op mogelijke vragen vanuit de raad. De heer Knaap: Voorzitter, u heeft daarnet de agenda vastgesteld, doen we dan niet eerst punt 5? De voorzitter: Nee, we zijn nog bij punt 3, dat is spreekrecht voor belangstellenden. Nu ging ik weer te langzaam. De heer Van Velzen: Goedenavond, dank u wel om nog een keer – driemaal is scheepsrecht zou je bijna zeggen – te mogen inspreken. In de vorige vergadering, de commissievergadering, zijn we er voor mijn gevoel mee geëindigd dat we het niet eens geworden zijn over wat in dit geval de definitie van landschappelijk is, of van landelijk is, en wanneer de woningen kwalitatief voldoende landschappelijk zijn ingepast. In uw iBabsdocumenten zijn naar aanleiding van vragen uit de commissie onder 6.03 bijlage 1 tot en met 3 toegevoegd. Die stukken gaan duidelijk specifiek in op de landelijke inpassing van het gewijzigde stedenbouwkundige plan.
Bijlage 1, dat is het advies van de ontwerper van de ontwikkelaar, constateert dat programmatisch de naar binnen gekeerde opzet van de woningen handiger – lees beter verkoopbaar – is, maar dat die risicovol is ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit, de landelijke uitstraling van de inpassing en het borgen daarvan op lange termijn. De tuinen die langs de Woudselaan en de Lookwatering een representatieve en landelijke kwaliteit moeten hebben, zijn immers voor de toetsing van vergunningvrij bouwen gewoon achtertuinen waarin zo ongeveer alles mag. En deze adviseur stelt dat het landelijk goed is ingepast als het groen zonder bouwsels en schuttingen doorloopt van de Woudselaan of de Lookwatering tot aan de gevels van de woningen. Om dit zodanig te borgen dat ook de gemeente handhavend kan optreden – als de gemeente capaciteit heeft – leveren zij in dat advies ook slimme ruimtelijke ordening-tools waarmee dat lukt. Dat vindt u in de conclusie en de aanbevelingen op de laatste pagina van het advies. Dat stuk met dit plaatje erbij. Helaas heb ik dit advies niet teruggevonden in het plan dat nu voorligt. Wel wordt er her en der gesproken over een instandhoudingsplicht van een groene haag, maar onduidelijk blijft of en hoe dat geborgd zou zijn.
In de beantwoording zienswijzen op pagina 23 van 25 staat dat er langs de Woudselaan een privaatrechtelijke afspraak wordt gemaakt dat deze zone groen blijft en vrij van bebouwing. Gaat de gemeente dan alle dertig koopaktes controleren op het opnemen van die verplichting? Anders kan het niet. U weet als geen ander dat privaatrechtelijk niet te handhaven is door de gemeente. En moet ik dan als boze buurman bij wijze van spreken, elke keer naar de rechter stappen als er iets niet goed gaat? Dat lijkt me van de gekke. Het tweede advies is dat van december 2022 van de gedelegeerden van de commissie Welstand. Die maakte duidelijk dat een lange doorgaande haag langs de Woudselaan niet voldoet aan de gewenste openheid, niet voldoet aan groene doorzichten en niet voldoet aan landschappelijke kleinschaligheid. En het meest overzichtelijke is dat samengevat, daar heb ik ook een plaatje van, op pagina 3 van 8 op de bovenste helft, deze. Die is anders ten opzichte van die in het stedenbouwkundig plan. Hier zijn die grote, dikke groene pijlen aan toegevoegd als aanvulling. Dat zou dus voor welstand toegevoegd moeten worden aan paragraaf 3.1 van het stedenbouwkundig plan. Ja inderdaad, die 3.1 waar onze wethouder steeds naar verwijst. Maar wederom helaas, ik heb die punten en aanpassingen van de afbeeldingen niet teruggezien in het stedenbouwkundig plan.
Waar, door wie en wanneer is er besloten deze adviezen te negeren? Ik weet bijvoorbeeld dat je van heel goede huize moet komen, wil het college contrair gaan op een welstandsadvies voor een omgevingsvergunning. Daarom is het fijn dat als derde bijlage nog het collegevoorstel van 6
maart 2023 is bijgevoegd. Misschien dat het daar ter sprake komt. Op pagina, 1 van 4 onder 4.1 gaat het over welstand. Daar staat dat er specifieke criteria samen in overleg met de Welstandscommissie zijn opgesteld, maar met geen woord wordt er gerept over het welstandsadvies van december 2022 of het afwijken daarvan. Samengevat. Beide professionals geven heel goede adviezen om de afwijkende keuze die gemaakt wordt toch de ruimtelijke kwaliteit te geven die het plan van 2017 ons beloofde en beoogde. Met het niet overnemen van die adviezen, geef je daarmee in feite de ontwikkelaar te veel vrij spel. En komt u als raad dan nog de beloften die door u gedaan zijn in 2017 wel voldoende na, vraag ik me af. Het niet opnemen van de genoemde adviezen betekent uiteindelijk onvoldoende ruimtelijke kwaliteit, onvoldoende landschappelijke inpassing, waardoor er bij dit plan formeel eigenlijk geen sprake is van, zoals ze dat noemen, goede ruimtelijke ordening. Terwijl dat wel een vereiste is bij het afwijken van vastgestelde ruimtelijke plannen. Daarom verzoek ik de leden van de gemeenteraad de verklaring van geen bedenkingen alleen af te geven indien zij als voorwaarde opnemen dat beide genoemde adviezen integraal worden verwerkt in het plan. Dank u voor uw aandacht. De voorzitter: Eens even kijken of er nog raadsleden zijn die vragen hebben. De heer Knaap.
De heer Knaap: (0.19.24 - er is geen geluid opgenomen door een storing) De heer Van Velzen: Nee. De voorzitter: Anderen? Niets? Dan dank ik de heer Van Velzen voor zijn bijdrage.
4.
Vaststellen van de agenda
De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 4, dat is het vaststellen van de agenda. Wie had daar nog op- of aanmerkingen over? De heer Ringeling, de heer Gebben en de heer Van Lier. De heer Ringeling: Voorzitter, in de commissie hadden we aangegeven agendapunt 9 als bespreekpunt te willen agenderen, over het rioleringsplan. Bij nader inzien hoeft dat voor ons niet meer dus het mag wat ons betreft een hamerstuk zijn. De voorzitter: Dan kijk ik even of anderen zich daarin kunnen vinden. Bedankt voor de tijdwinst, mijnheer Ringeling. Dus voor alle duidelijkheid, agendapunt 9 valt onder de hamerstukken tenzij mevrouw Van 't Westeinde daar nog iets over kwijt wil. Mevrouw Van 't Westeinde: Als hamerstuk is op zich prima, maar dan wil ik graag nog even een stemverklaring afleggen. De voorzitter: Dat kan dadelijk bij de hamerstukken. De heer Gebben. De heer Gebben: Wij wilden graag een motie vreemd aan de orde van de dag indienen. De voorzitter: Ja, die is inmiddels bij de griffier? Hij komt eraan. Dan zullen we die plaatsen… Agendapunt 9 gaat naar de hamerstukken dan wordt het 8.a. Motie vreemd aan de orde van de dag. (Er wordt gesproken zonder microfoon.) Nee, want die is net naar de hamerstukken verdwenen. (Er wordt gesproken zonder microfoon.) Nee, want agendapunt… Volgende keer. Ik zag nog een hand, de heer Van Lier zag ik nog.
De heer Van Lier: Ik doe graag mee met agendapunt vreemd aan de orde van de dag. Wij hebben ook een motie over hetzelfde onderwerp. De motie is al bekend bij de griffier. Een ander puntje is dat ik bij de hamerstukken zie – en ik zie dat de heer Ringeling wat tijd heeft gegeven – 5.c, de begroting. Volgens mij zouden we mondelinge antwoorden krijgen en volgens mij zou er nog iets over de brug gezegd worden, dus we kunnen dat niet afhameren. Dus ik kijk even wat procedureel handig is. Misschien een bespreekstuk ervan maken, maar afhameren kan niet. De voorzitter: Als de fractie van Mijn Partij nu akkoord gaat met het hamerstuk op dat punt na dat u zojuist heeft aangegeven?
De heer Van Lier: Dat kan ik doen, maar ik zit nog even met de procedure. Ik denk dat de mederaadsleden dat ook hebben. We hebben een mail van de griffier gehad dat er op bepaalde onderwerpen mondelinge antwoorden zouden komen en dat was volgens mij op dit onderwerp ook. Dus misschien… Ik weet niet exact wat de andere vragen die openstonden waren, maar misschien is het handig om wel in ieder geval de antwoorden van de wethouder te horen. En het verzoek is de volgende keer dat wel graag schriftelijk van tevoren te doen, dan kunnen we dat behandelen. Ik weet nu niet wat de vragen nog zijn en wat de antwoorden worden. De voorzitter: Dat weet ik ook niet meer, maar er ligt dus nog iets op het bordje van het college. 5.c wordt een bespreekpunt, begrijp ik nu. Ik weet niet of het antwoord nog helpt, mevrouw Renzen, maar laten we het proberen. Wethouder Renzen: Volgens mij staat er bij het raadsvoorstel 'als reactie van het college' en is daar antwoord gegeven op de openstaande vragen. De voorzitter: Mijn rechterhand zegt van niet. De heer Van Lier: Ik zie wel een stuk staan, maar dat staat er recent in, voorzitter. De voorzitter: Wat is recent, mijnheer Van Lier? De heer Van Lier: Ik lees het nu en het stond er zaterdag nog niet in. en dat is tegenstrijdig want ik had een mail gehad dat we mondeling antwoord zouden krijgen. Maar daar is nog niets over de brug genoemd.
De voorzitter: Het is niet beantwoord, dus 5.c wordt een bespreekstuk. En dan hebben we het nog maar over de vaststelling van de agenda. Wethouder Voskamp: Voorzitter? Zou ik nog een mededeling mogen doen voor we met de bespreekstukken beginnen? De voorzitter: Ja, dat is helemaal mijn fout. De heer Voskamp kwam voor de vergadering naar mij toe en vertelde dat hij een mededeling had die hij graag wilde delen met de gemeenteraad en de schrijvende pers. Dus gaat uw gang, mijnheer Voskamp. Wethouder Voskamp: Voorzitter, dank u wel. Het gaat over de gevolgen van de brand bij AVR die eind vorige week heeft gewoed. Daar is meteen al geconstateerd dat in het gebied tussen Vlaardingen en Maassluis gevaarlijke stoffen zijn neergedaald, daar zijn metingen verricht. Die metingen zijn afgelopen weekend naar buiten gekomen en die zijn heftiger en in een groter gebied dan in eerste instantie gedacht was. Dus vooral in het midden van dat groene deel zijn de waarden fors overschreden, aan de randen bij de wijken valt het mee. Dus de wijk van Maassluis en de wijk van Vlaardingen. Maar het is wel dichter bij de A20 dan in eerste instantie gedacht werd. Daarop is vandaag besloten om extra metingen in het Midden-Delflandgebied bij Maasland te doen. De resultaten van die metingen worden vrijdag verwacht.
In afwachting van die resultaten hebben we besloten, op voordracht van de Veiligheidsregio en de GGD's, om hetzelfde advies over te nemen dat Maassluis en Vlaardingen hebben gedaan, dat betekent dat we het dringende advies opnemen om vee naar binnen te halen en niet te laten eten van het gras, om eieren niet te eten en groente en fruit alleen te eten nadat het gewassen is en geschild. Die drie adviezen zijn vanuit Vlaardingen en Maassluis ook gedeeld en die nemen we over totdat we zeker weten vrijdag wat de metingen zijn. Op dit moment zitten we als gemeente in samenspraak met de twee GGD's van Den Haag en Rijnmond en de Veiligheidsregio's er bovenop. Zodra er meer te melden is, zullen we dat ook weer netjes doen. De voorzitter: Dank u wel. Ik wil het even laten bij een mededeling, ik wil hier geen nieuw agendapunt van maken. Akkoord. Dat was het vaststellen van de agenda, plus de mededeling van de wethouder.
De agenda wordt vastgesteld met een tweetal wijzigingen: 5.c wordt een bespreekstuk in plaats van hamerstuk en agendapunt 9. wordt alsnog als hamerstuk behandeld.
5.
Hamerstukken
De voorzitter: Dan gaan we naar de hamerstukken, met inachtneming van het feit dat 5.c een bespreekpunt is geworden. En dat er bij agendapunt 9 een verklaring komt van het CDA. Daarvoor is nu een goed moment, Mevrouw Van 't Westeinde. Mevrouw Van 't Westeinde: Onze fractie kan het voorstel steunen dat voorligt. We willen wel aangeven dat nu we dit plan vaststellen, het lijkt alsof de prijzen tot het jaar 2030 vastgesteld worden, en dus duidelijk zijn. Dat is echter niet het geval. Er ligt namelijk nog helemaal geen plan voor welke klimaatmaatregelen er moeten komen om om te gaan met de hoeveelheid regen en op welke manier die maatregelen gefinancierd moeten worden. De wethouder heeft toegezegd dat hier nog een plan voor moet komen, maar weet niet wanneer het komt. Ze heeft al aangegeven dat deze maatregelen bekostigd kunnen worden door het verhogen van de rioleringsbelasting en de kans is dus kortom reëel dat we over een jaar of twee de belasting wederom moeten verhogen. 5.a 5.b 5.d 9.
Vaststellen van de notulen vergadering 4 juli jl. Voorstel Verordening vestiging uitsluitend recht N.V. Juva beheer en onderhoud openbare verlichting Midden-Delfland 2023 Voorstel inzake deelname Veiligheidsregio Haaglanden aan Stichting RisicoBeheer Voorstel tot vaststellen van het Water- en rioleringsprogramma 2024-2030
De voorzitter: Dank u wel. Met deze verklaring zijn de hamerstukken aldus besloten.
5.c.
Voorstel tot het vaststellen van de 3e periodieke begrotingswijziging 2023
De voorzitter: Wie mag ik over 5.c.Voorstel tot het vaststellen van de 3e periodieke begrotingswijziging 2023 het woord geven? De heer Van Lier. De heer Van Lier: Ik was even aan het zoeken ondertussen. Ik heb hier nog een mail van de griffier gevonden van 21 september jl. dat op de 3e periodieke begrotingswijziging wellicht mondelinge reactie komt tijdens de raadsvergadering op 26-9. Ik zocht hem, want ik dacht 'ik ben niet gek'. Als je even kijkt naar het stukje. Ik heb nog even gekeken. Het antwoord dat het college gegeven heeft, ging over de brug die we hadden. De vraag die we open hadden staan toen mijnheer Roeling dit in de commissie besprak, was dat de brug waar het geld voor is, die aangereden is – daar gaan we een paar ton extra aan besteden en ik denk dat de rest verzekeringsgeld is – volgend jaar of over anderhalf jaar, als de N468 vervangen wordt, 50 meter verplaatst wordt. Dan is het zonde om nu – hij werkt, hij kan niet omhoog en naar beneden, maar je kunt er wel overheen rijden – een paar ton uit te geven die je over anderhalf jaar weer weggooit. Dat was een vraagje van Mijn Partij dat nog openstond. Want het gaat over een paar ton. Als het niet nodig is, zeggen wij, gaan we nu niet met die paar ton instemmen. Dus voor ons is het wel een dingetje. De voorzitter: Ja, het staat me bij dat ik gebeld zou worden als... Althans, de heer Roeling, als raadslid.
Mevrouw Renzen. Wethouder Renzen: Voorzitter, allereerst excuus. Ik was in de veronderstelling dat we hem schriftelijk ook bij de stukken hadden toegevoegd. Ik heb daar zelfs een stukje tekst voor voorbij zien komen, maar ik heb net even gekeken en u heeft helemaal gelijk, het staat er niet bij. Ik weet het nog wel uit mijn hoofd, want ik heb het wel uitgezocht. Het is niet de bedoeling dat we de brug die nu voor een deel kapot is, gaan vervangen. Dat doen we niet, daar is dat geld ook niet voor. Het geld is voor een nieuw aan te leggen brug, maar dan 50 meter verderop. Daar is het geld voor. Dan loopt er natuurlijk ook nog een verzekeringskwestie en als daar geld uitkomt dan is dat een meevaller voor de gemeente. De voorzitter: Geeft dat aanleiding tot nog een vraag, mijnheer Van Lier?
De heer Van Lier: Ja, ik vind het een goed antwoord. Ik zit er alleen even mee dat het een periodieke begrotingswijziging is, dus je moet het nu opnemen want we moeten snel zijn. Je kunt dat opnemen tot begin november in de normale begroting, maar we begrepen van de heer Roeling dat die brug er pas over anderhalf jaar komt. Dus als je het opneemt in de begroting van 2025, ben je misschien ook op tijd. Dus ik snap even niet waarom dat nu in de derde begrotingswijziging mee moet. Kunt u dat uitleggen? De voorzitter: Mevrouw Renzen. Wethouder Renzen: Ja voorzitter, dat heeft ermee te maken dat we nu weten dat die brug vervangen moet worden en daarom begroten we nu pas. Ik snap wel een beetje wat de heer Van Lier bedoelt. Want hij staat ook nog niet ingepland als zodanig. Maar we ramen hem al wel. Ik heb daar dan misschien even niet zo'n goed antwoord op waarom we hem nu al meenemen. De voorzitter: Kunnen we iets concreets afspreken? De heer Van Lier. De heer Van Lier: Concreet… Het ging ons erom dat we geen geld weggooien. De wethouder geeft aan dat dat niet gebeurt. Daar ben ik in ieder geval als Mijn Partij blij mee. Over de timing heb ik wel vragen, maar ik heb er geen moeite mee omdat het geen dubbel geld is. Dus ik vind het voldoende antwoord op deze vragen. De voorzitter: Voldoende.
Mevrouw Renzen, nog een poging om tot iets te komen? Wethouder Renzen: Ja voorzitter, fijn dat de heer Van Lier gerustgesteld is. We begroten het in ieder geval niet dubbel en we gaan ook geen geld weggooien door een brug die we al gaan vervangen nu te repareren. Dat gaan we niet doen. Ik neem eventjes de opmerking mee 'begroten we niet te snel, kan het niet wat later?' Nu ligt wel voor om het om het hierin mee te nemen. Ik zou voorstellen om dat wel zo te laten, maar dat we vanuit het college de opmerking wel even meenemen 'hoe gaat dat nou begrotingstechnisch?' Dan kijk ik ook eventjes naar mijn collega, wethouder van Financiën, zodat we zo goed mogelijk begroten en ook alle uitgegeven gelden toerekenen aan de desbetreffende jaren, waarin ze ook uitgegeven worden. De voorzitter: Dat klinkt als een goed voornemen. Daarmee is dit besloten. Het voorstel wordt unaniem aangenomen.
6.
Voorstel Definitieve verklaring van geen bedenkingen Harnasmolen fase 2
De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 6. Voorstel Definitieve verklaring van geen bedenkingen Harnasmolen fase 2. Wie mag ik daarover het woord geven? De heer Knaap, de heer Zwaard, de heer Ruiterman, de heer Gebben en de heer Vieira. (De microfoon van de heer Knaap hapert.) De heer Knaap: Is dit beter voorzitter? Het is wel een iets rechtser geluid dat u nu te horen krijgt. Dan heb ik alleen over de positie, niet over de politieke kleur. Kijkend naar dit agendapunt, het is in de commissie ook al aan de orde geweest, constateren wij als fractie OGP Midden-Delfland dat wij als inwoners in Midden-Delfland achter de feiten aanlopen in dit dossier en dat licht ik ook graag nader toe. Het project dat nu gebouwd wordt, is meer dan tien jaar geleden afgesproken en wij hebben geconstateerd dat de vraag ondertussen veranderd is. En dan refereer ik ook even aan de teksten in het collegewerkprogramma. 'In deze periode zetten we in op meer betaalbare woningen voor de mensen uit onze dorpen, 60% betaalbaar, waarvan 30% sociaal.' Nou hebben we die vraag natuurlijk eerder gesteld en het antwoord van de wethouder was toen 'ja, maar het is een oude afspraak'. En dat is het. En nogmaals en bij herhaling, wij verwachten gewoon meer van dit college als de vraag verandert.
Dus de vraag aan de wethouder – en dat gaat dan niet over dit dossier, maar misschien wel over volgende dossiers met de oude afspraken – is: bent u bereid om ook bij lopende initiatieven alsnog met ontwikkelaars in gesprek te gaan over een aanbod dat meer past bij de vraag die in de gemeenschap leeft, maar
ook meer past bij de ambities die u in het collegewerkprogramma heeft opgenomen? Dat gezegd hebbende, constateren wij dat met dit plan eigenlijk ten opzichte van het beeldregiekader meer dure woningen zijn gebouwd en dan met name de woningen tussen de Woudselaan en de Harnasdreef. Dat was een aantal tussenwoningen. Die leken nog enigszins betaalbaar te zijn, voor zover je € 400.000,00 à € 500.000,00 betaalbaar noemt. Nu worden het voornamelijk twee-ondereenkappers en dat stelt ons eigenlijk wel een beetje teleur want het worden huizen voor de happy few en niet voor groot deel van de inwoners van Midden-Delfland. Het tweede punt dat wij willen aanstippen gaat over de participatie. Daar is ook al het nodige over gezegd. En dan refereer ik toch even aan het coalitieakkoord 'Leg met de initiatiefnemers van bouwplannen heldere afspraken vast over inhoud en randvoorwaarden voor inspraak en participatie van inwoners'. Dat is het coalitieakkoord. En in het collegewerkprogramma 'En neem in alle raadsvoorstellen een paragraaf op hoe participatie onderdeel is geweest bij de totstandkoming van dit voorstel.' En dan worden wij daar als OGP Midden-Delfland toch een beetje verdrietig van, want als die paragaaf in dit voorstel had gestaan, had daar gestaan 'we hebben in 2017 een beeldregiekader vastgesteld, dat is met de betrokkenheid van de inwoners tot stand gekomen.
Daar zijn goede afspraken uit gekomen en wij hebben geconstateerd dat het geen wettelijk instrument is, dus dat we daar in de uitwerking van dit voorstel geen rekening mee hoeven te houden.' En dan denken wij 'wat is dit voor signaal bij het volgende beeldregiekader, bij het volgende participatieproces dat het college opzet om met inwoners in gesprek te gaan, als ze nu weten dat als eenmaal puntje bij paaltje komt en het plan op tafel ligt, het geen wettelijk instrument is?' Wat voor signaal geeft het college hiermee af? En daar zou ik als OGP MiddenDelfland graag een reactie van het college op willen hebben. Wij vinden het namelijk vrij zorgelijk dat als je die ambities vastlegt, je vervolgens aan het eind van het proces kunt zeggen 'ja, maar het is geen juridisch instrument, dus we doen er niets mee'. Ik ben benieuwd naar het antwoord van de wethouder. En het laatste punt, want het hoort altijd een drieslag te zijn, is 'oké, wat is er dan nu nog haalbaar?' Dat haakt ook een beetje in op de inspreker, de heer Van Velzen, die echt een heel groot deel van de omwonenden van de Woudselaan vertegenwoordigt. Wij zijn ook met hen in gesprek geweest.
Bij de dingen die hij noemt met betrekking tot het advies van de bouwer, met betrekking tot wat we nu weten, het conceptadvies van welstand dat met dank aan mijn collega Ruiterman Mijn Partij met heel veel moeite boven water is gekomen en dat we uiteindelijk ook pas vandaag hebben gekregen, lijkt het alsof al die aspecten van welstand zijn meegenomen, maar dan hoor ik de heer Van Velzen zeggen dat hij daar toch ernstige twijfels bij heeft. Dus ik zou graag van het college willen weten of alle aspecten die zowel in die notitie van de adviseur van de bouwer, als in dat conceptadvies van welstand goed in de stukken zijn meegenomen en daarmee ook geborgd zijn voor wat er daadwerkelijk gerealiseerd wordt. Mocht dat niet het geval zijn, dan dienen wij een amendement in, dat heb ik hier ook voor me liggen, samen met de fractie van Mijn Partij. En ik ben natuurlijk benieuwd wat de andere fracties daarvan vinden. Dat gaat erom, ik hoef het niet helemaal voor te lezen, denk ik, dat met name die twee stukken integraal onderdeel worden van het verlenen van vergunningen en te zijner tijd ook gewoon netjes in het omgevingsplan worden opgenomen.
Mocht er bij mij, of bij onze fractie twijfel bestaan of het wel klopt wat het college nu zegt, dan dienen wij dit amendement in omdat wij ook tot de conclusie zijn gekomen dat eerdere kleine wijzigingen in het bestemmingsplan ten opzichte van het beeldregiekader toch een iets ander karakter hebben. Dus u heeft een stukje achterstand in ons vertrouwen. De voorzitter: Een interruptie van de heer Gebben. De heer Gebben: Ik heb even het eind van het verhaal van de heer Knaap afgewacht. Ik ben enigszins verbaasd, want 4 april jl. heeft u gewoon dit stuk naar de raad door laten gaan als hamerstuk. Nu komt er eigenlijk een heel ander geluid van uw kant. Vanwaar die enorme omslag, want ik begrijp het gewoon niet. Ik bedoel, als er geen zienswijzen waren ingediend, had u dit nooit meer kunnen doen. Dus ik begrijp het gewoon niet. De voorzitter: De heer Knaap.
De heer Knaap: Het is volstrekt helder, de hele kleine wijzigingen van toen bleken vrij majeure wijzigingen voor de inwoners te zijn. Daarom is het weer geagendeerd en dat is ook het grootste deel van waarom wij hier zo'n punt van maken. Wij vinden dat heel zorgelijk. De voorzitter: Dan gaan we naar de heer Zwaard voor zijn inbreng. De heer Zwaard: Het CDA heeft in de commissievergadering al aangegeven dat we zullen instemmen met dit voorstel. Daar veranderen we niet in. We bedanken uiteraard de inspreker, de heer Van Velzen voor de moeite die hij iedere keer weer neemt. Er rest ons wel een tweetal vragen. Er wordt ergens gesproken over het inpassen van hagen tussen de bebouwing en de Woudselaan. Dat zou tussen de 0,5 en 1,8 meter worden. Onze vraag is: hoe gaat u dat borgen en hoe gaat u dat eventueel controleren? Dat vinden wij belangrijk om te weten. Verder is de vraag of de groenstrook waarover gesproken wordt onder het groenbeheer van de gemeente Midden-Delfland valt. Dat zijn onze vragen. De voorzitter: De heer Ruiterman. (Ook de microfoon van de heer Ruiterman werkt niet.) De heer Ruiterman: Ze moeten ons wel hebben hè? Ik had een aantal vragen gesteld voorafgaand aan deze vergadering, die zijn beantwoord door het college. Ik wil er even een zin uithalen die gaat over het welstandsadvies.
Het college stelt 'Een formeel welstandsadvies heeft betrekking op het bouwplan van de woningen dat pas na het vaststellen van dit planologische kader zal worden behandeld'. Mijn vraag aan de wethouder is: stel dat we het planologische kader vaststellen vandaag, verwacht de wethouder dan dat de vergunningsaanvraag voldoet aan die van de welstandseisen? Dit was mijn vraag voorzitter. De voorzitter: Dan gaan we naar de heer Gebben. De heer Gebben: Ook wij hadden al aangegeven dat wij net als 4 april jl. ook zouden instemmen met deze verklaring van geen bedenkingen. We zien dat er zienswijzen ingediend zijn. Die zijn alle keurig beantwoord en die hebben niet geleid tot grote veranderingen. Dus het zou een beetje vreemd zijn als we nu van standpunt zouden wijzigen en dat gaan we dan ook niet doen. Wat betreft het amendement, ik vind het heel ingewikkeld, maar ik wacht even de reactie van de wethouder daarover af. De voorzitter: Voorlopig hangt dat amendement nog boven de markt, volgens mij. De heer Vieira. De heer Vieira: Het is altijd afwachten of de microfoon het doet, voorzitter, maar die doet het bij mij wel. Ik zal vaak mijn vinger opsteken. Als je een gebied zoals dit ontwikkelt, kun je feitelijk twee kanten op. Je kunt zeggen 'waar zit de vraag?' Daar refereerde de heer Knaap al aan. Je kunt zeggen 'er is vraag naar betaalbare woningen inderdaad'.
Of je maakt een keuze, en dat is destijds gedaan, door te zeggen 'we willen groene zichtlijnen'. Niet helemaal waar wij achter zouden hebben gestaan. Maar goed, die keuze is destijds gemaakt. Maar nu die keuze gemaakt is om te zeggen 'we zorgen voor die groene zichtlijnen', kom ik toch eigenlijk op de vragen die de heer Van Velzen, de inspreker – dank daarvoor nog – heeft gesteld, namelijk: hoe borg je als gemeente dat dat gewaarborgd blijft? Want als je eenmaal de keuze hebt gemaakt, hoe ik het nu begrijp en hoe hij het uitlegt, is dat allemaal wel privaatrechtelijk geborgd. Maar kan de gemeente hier ook iets in doen? Dat was het voor de eerste termijn. De voorzitter: Dan gaan we voor de beantwoording naar het college, wethouder Renzen. Wethouder Renzen: Er is in 2017 een ruimtelijke structuur en beeldregiekader Woudselaan vastgesteld. Dat is een uitwerkingskader. We zijn nu zoveel jaar verder en het blijkt dat dat beeld en regiekader, dat een uitwerkingskader was, ervoor zorgt dat we bij de verdere uitwerking van een plan met tegenstrijdigheden te maken kregen. Tegenstrijdigheden op het gebied van welstand. Maar we liepen er ook tegenaan dat je met de kaders die er nu liggen eigenlijk gewoon niet tot een haalbaar plan kunt komen. Een haalbaar plan dat financieel haalbaar is, maar ook een goed plan
wordt qua woningen, zodat je ook kwalitatief goede woningen kunt bouwen en daarin ook kunt borgen dat mensen bijvoorbeeld ook privacy kunnen hebben in hun tuin. Daar is dit voorstel uit voortgekomen. Voorzitter, de heer Knaap stelt ook de vraag aan het college 'is het college bereid om in bestaande plannen in gesprek te gaan met ontwikkelaars om te kijken of je een plan zodanig kunt optimaliseren dat je meer betaalbare woningen kwijt kunt?' Het college is daar zeker toe bereid, maar wel met de kanttekening dat dat er niet toe mag leiden dat wij vanuit de gemeente, vanuit het college, eenzijdig opleggen dat we eigenlijk de overeenkomst die we met partijen hebben gesloten, willen openbreken. Dat kan natuurlijk prima wanneer een ontwikkelaar dat ook wil. Alleen als een ontwikkelaar dat niet wil – en u voelt hem misschien al aankomen… De voorzitter: U voelde hem ook al aankomen, een interruptie. De heer Knaap. De heer Knaap: Dank u, ik voelde hem ook aankomen. Even gewoon ter verduidelijking: heeft u zo'n gesprek gevoerd met deze ontwikkelaar? De voorzitter: Mevrouw Renzen. Wethouder Renzen: Voorzitter, in dit specifieke geval, waar het gaat om dertig woningen, vragen aan de ontwikkelaar 'kunt u daar betaalbare woningen van maken?' is die vraag in ieder geval niet door mij persoonlijk gesteld. Nu ben ik natuurlijk niet bij alle besprekingen.
U kunt er wel van uitgaan dat de ontwikkelaar, wanneer die verdergaat, ook kijkt 'wat is de vraag vanuit de markt en bouw ik nog wel de juiste woningen?' Maar ik durf niet te beantwoorden met 'ja, er is de specifieke vraag gesteld 'kunnen hier meer betaalbare woningen komen?' Ik denk dat dat voor dit plan een beetje een kansloze vraag is, want bij een plan bij ruim opgezette woningen, op ruime kavels vragen of daar woningen gebouwd kunnen worden tot € 350.000,00 – wat dat is betaalbaar – is eigenlijk gewoon een kansloze vraag. De ontwikkelaar heeft meerdere fases gebouwd voor ons. Die afspraken zijn lang geleden gemaakt met de ontwikkelaar. Dan vind ik dat je als college ook gewoon je woord moet nakomen en je moet houden aan de afspraken die je daarin hebt gemaakt. Dan de vraag over welstand. Mijn Partij heeft schriftelijk vragen gesteld. Ook met betrekking tot welstand. Die hebben wij beantwoord. Daar staat het eigenlijk al heel duidelijk in. Mijn Partij heeft gevraagd naar alle documenten die betrekking hadden op de aanpassingen op het beeldregiekader. Wij bereiden zo'n plan voor in overleg met welstand, met de ontwikkelaar. De ontwikkelaar heeft ook een bureau ingeschakeld die de ontwikkelaar zelf heeft geadviseerd. Daar worden gesprekken gevoerd tussen gemeente, welstand en de ontwikkelaar. En daar worden gegevens en inzichten gedeeld.
Op de vraag van Mijn Partij hebben we al die stukken gedeeld, dus dat geeft een inkijkje in hoe wij ambtelijk achter de schermen toewerken naar een kader. Meer dan dat is er ook niet wat de overwegingen van welstand zijn die u op papier leest. Het is geen advies van welstand. Het is een van de vooroverleggen geweest. Een deel van de opmerkingen, toevoegingen, kanttekeningen die welstand in een eerder proces heeft aangegeven, is overgenomen en ook terechtgekomen in dit plan. Over andere punten die we niet konden meenemen, is verder gesproken en daar is uiteindelijk ook wel consensus over bereikt. Dus voorzitter, ik hecht er wel aan om aan te geven dat welstand instemt met het kader dat nu voorligt. Dat betekent ook dat als straks een vergunningsaanvraag wordt ingediend, welstand toetst binnen de kaders die er al zijn en het uitgebreide, nadere, aanvullende kader dat nu hier voorligt. Welstand moet de vergunningaanvraag dan toetsen binnen dat kader, dus met dit kader als aanvulling. En dan verwachten wij dat welstand gewoon positief kan toetsen op de vergunningaanvraag. De voorzitter: Interruptie van de heer Vieira. De heer Vieira: De achterkant van woningen is meestal vergunningvrij. Begrijp ik dat dat dan niet geborgd is, want dan komt die vraag niet bij de gemeente binnen. Of begrijp ik dat verkeerd? De voorzitter: Mevrouw Renzen.
Wethouder Renzen: Ook daar hebben we als college al een reactie op gegeven, want het was ook een van de vragen van Mijn Partij. Het is nu zo dat het privaatrechtelijk geregeld is. Dus middels het koopcontract wordt geregeld dat er een instandhoudingsverplichting komt op de erfafscheidingen, zodat vergunningsvrije erfafscheidingen niet mogelijk zijn. Het is wel zo dat straks wanneer de nieuwe Omgevingswet ingaat, wij gaan werken aan het nieuwe omgevingsplan. Dat omgevingsplan is er meteen. Alle plannen die er nu liggen, vormen straks het omgevingsplan van de gemeente. Maar alle jaren daarna gaan we dat omgevingsplan verder vullen en aanvullen. En daarin zullen we dit ook meenemen als specifieke bebouwingseisen. Dus het is zeker de bedoeling dat het straks wel landt in het omgevingsplan. Dan is het ook bestemmingsplantechnisch geborgd. De voorzitter: Interruptie van de heer Knaap. De heer Knaap: Eerst nog even een vraag over een klein stukje terug. U stelde 'een deel van de opmerkingen is verwerkt'. Dat impliceert dat een deel van de opmerkingen uit dat advies dat geen advies is, dus ook niet is verwerkt. Welk deel is dat? De voorzitter: Mevrouw Renzen. Wethouder Renzen: Voorzitter, dat voert gewoon veel te ver.
Wij nemen niet richting de raad alles wat er wordt besproken, uitgezocht, gespard en waar over van gedachten wordt gewisseld met de partijen waardoor wij ons ook door laten adviseren mee. Wij houden niet bij met welke punten we weer verdergaan. Welke punten precies zijn aangepast. Uiteindelijk komt daar een plan uit waar consensus over wordt gekregen. Als er een vergunningaanvraag wordt gedaan, komt er op dat moment echt een welstandsadvies. En dat sluit denk ik meer aan bij waar de heer Knaap op doelt. Daar komen natuurlijk mogelijk wel punten in te staan. Zo gaat het bij ieder plan. Je probeert aan de voorkant zoveel mogelijk ook welstand al te betrekken, punten die ze aangeven mee te nemen. Dan kan het achteraf best zijn dat er nog een aantal punten openstaat waar welstand nog opmerkingen over heeft. Dat komt dan vanzelf in het welstandsadvies te staan. De voorzitter: Was u aan het eind van uw beantwoording? Want ik zie nog een paar vragen staan. Wethouder Renzen: Nog een vraag over de inpassing van de hagen en hoe we dat gaan borgen. Ik heb daar net al op geantwoord. Dat wordt privaatrechtelijk geregeld en straks met het ingaan van de nieuwe Omgevingswet ook verwerkt in het omgevingsplan. Daar borgen we dat. De voorzitter: Nog een interruptie van mijnheer Knaap? De heer Knaap: Het is geen interruptie maar een vraag die ik nog niet beantwoord heb gehoord.
Ik heb namelijk de wethouder concreet gevraagd welk beeld zij denkt aan inwoners te geven op het moment dat aan de voorkant iets wordt bedacht in participatie en achteraf wordt gezegd 'ja, maar dit is geen juridisch instrument'. Daar zou ik graag een expliciet antwoord op willen. De voorzitter: Voordat we dat doen, mijnheer Zwaard, ging het over het groenbeheer? Nee, dan gaan we eerst voor de beantwoording van de interruptie van de heer Knaap naar de wethouder en dan naar de heer Zwaard. Wethouder Renzen: Voorzitter, over participatie. Het college vindt het heel belangrijk dat er wordt geparticipeerd. Voor dit plan dat nu voorligt, is overigens niet alleen maar geparticipeerd in 2017, maar ook recent naar aanleiding van dit plan. De omwonenden en belanghebbenden zijn daarin meegenomen. U kunt ook teruglezen in het participatieverslag hoe dat eruit heeft gezien en wat daarmee is gebeurd. Voorzitter, dat betekent niet dat iedereen het ermee eens is, want ik moet ook constateren dat de heer Van Velzen, die heeft ingesproken, met het college van mening verschilt. De voorzitter: Interruptie van de heer Ruiterman.
De heer Ruiterman: Voorzitter, de wethouder laat het overkomen alsof de meest recente keer dat bewoners zijn betrokken, ze ook mee konden praten over het plan. Maar als we de heer Van Velzen geloven, van twee weken geleden, was het meer 'zo gaan we het doen en je doet het er maar mee'. Kan de wethouder daar wat meer over vertellen? Want ik ben niet erg overtuigd door uw verhaal van zojuist. De voorzitter: Mevrouw Renzen. Wethouder Renzen: Voorzitter, ook ik moet constateren dat er geen consensus is met de heer Van Velzen over het voorliggende plan. Ik deel niet de mening dat er niet geluisterd is. Er is wel degelijk geluisterd en de punten die belanghebbende omwonenden hebben aangegeven, zijn zeker wel ook meegewogen. Maar ik zeg er ook gelijk bij dat zij niet allemaal zijn ingewilligd. Zo werkt het ook niet met participatie. Je wilt heel goed weten van tevoren wat omwonenden en belanghebbende vinden van het plan, zodat je weet van tevoren waar zorgpunten zitten en hoe zij ertegen aankijken. Dat maakt een plan beter. Maar het betekent niet dat je door middel van participatie daar al een soort consensus moet hebben, voordat je ook verdergaat met een plan. Omwonenden en belanghebbenden hebben ook altijd gewoon in de juridische procedures die daarna worden doorlopen nog de ruimte om voor hun eigen belangen op te komen.
De voorzitter: Er zat ergens een punt, voordat we de heer Zwaard zijn interruptie vergeten, wil ik daar even naartoe. De heer Zwaard: Voorzitter, een beetje aanhakend op het betoog van mijnheer Knaap die ik hoor zeggen 'waarom heeft u niet met de projectontwikkelaar gesproken om toch te kijken of er niet betaalbaar gebouwd kan worden bijvoorbeeld?' U antwoordt daarop 'dat heb ik niet gedaan'. Dat bevreemdt mij wel een beetje. Bent u bereid om in voorkomende gevallen dat gesprek wel te voeren en ons dan wellicht een voorstel te doen wat dat aan meerkosten met zich mee zou brengen? De voorzitter: Is mevrouw Renzen daartoe bereid? Wethouder Renzen: Nou voorzitter, ik hoor een heel duidelijke vraag, dus ja, dan ga ik dat doen. De voorzitter: En nog een interruptie, vermoed ik, van de heer Knaap. De heer Knaap: Jazeker. Ik ben toch even een beetje in verwarring, want ik hoorde de wethouder zeggen 'je krijgt niet altijd je zin in participatie en we kunnen niet alles gunnen'. Mijn beeld is dat in het beeldregiekader gewoon goede afspraken zijn gemaakt over wat wel kan en wat niet kan. Dat daar op details in een uitwerking van een plan nog iets gebeurt, dat iets anders is, dat kan. Dan constateer ik ten eerste dat daar nooit meer over gesproken is met de inwoners. Dus die hebben nooit kennis kunnen nemen van wat er gewijzigd is ten opzichte van hun participatieproces.
Dan constateer ik ook dat de wethouder dat bij de ontwikkelaar heeft gelaten die hier geen enkel belang bij heeft. Dus mijn vraag aan de wethouder is: gaat u dat de volgende keer weer zo doen of kiest u een verstandigere route? De voorzitter: Mevrouw Renzen. Wethouder Renzen: Ja, voorzitter, de heer Knaap zal mijn antwoord niet leuk vinden, maar waar geparticipeerd is in 2017 ging dat wel over een kader dat nog verder uitgewerkt moest worden. Ook bij die verdere uitwerking zijn de omwonenden nu betrokken bij, opnieuw, een participatieproces. Dus ja, voorzitter, omwonenden zijn wel degelijk betrokken. De voorzitter: Dan gaan we naar de tweede termijn, is daar behoefte aan? Is dat een ordevoorstel? De heer Ruiterman: Nee, ik heb voor mijn gevoel nog niet echt antwoord gekregen op mijn vraag. Mijn vraag luidde: verwacht de wethouder dat de vergunningsaanvraag voldoet aan de welstandseisen? Kunt u daar volmondig ja op zeggen?
De voorzitter: Mevrouw Renzen. Wethouder Renzen: Ja voorzitter, ik heb daar zojuist ook al instemmend op gereageerd. Ik verwacht gewoon dat met het kader dat nu wordt vastgesteld, de vergunningaanvraag zal voldoen binnen dat kader. En binnen dat kader kan welstand ook gewoon positief toetsen. De voorzitter: Dank u wel. Wie voor de tweede termijn? De heer Knaap en de heer Ruiterman. We beginnen dit keer bij de heer Ruiterman. De heer Ruiterman: Het enige dat ik nog kwijt wil, is eigenlijk het gevoel dat ook de heer Knaap zojuist beschreef. Het voelt niet prettig hoe deze hele gang van A tot Z is verlopen. Dus ik wil toch de wethouder op het hart drukken: doe dat de volgende keer alstublieft wat secuurder, want ik heb zomaar het vermoeden dat de heer Van Velzen en omwonenden niet heel tevreden zijn met hoe het allemaal gelopen is, De voorzitter: De heer Knaap. De heer Knaap: Dank u wel voorzitter. Ik heb alle antwoorden en ook de antwoorden op de interrupties natuurlijk gehoord van de wethouder. En daar zit wel verwondering bij. Er zit verwondering bij 'wij zijn niet in gesprek gegaan'. De wethouder is in ieder geval niet zelf in gesprek gegaan met ontwikkelaar, om de vraag of het aanbod van deze ontwikkeling te veranderen. En daarbij stelt ze 'de ontwikkelaar kijkt ook naar de vraag vanuit de markt'. Ja, dat is heel duidelijk in dit project.
De woningen die daar komen, zijn inderdaad gekomen vanuit een hele duidelijke vraag vanuit de markt, wat niet de markt voor de inwoners van Midden-Delfland is. Dus dat wil ik toch even genoteerd hebben, want dat is natuurlijk wel een beetje spijtig. Dus ik hoop dat u ook de woorden van de heer Zwaard in acht neemt en bij komende projecten ook eens wat creatiever gaat nadenken. Dat gaat niet altijd over aantallen woningen. Dat gaat soms ook over creatiever kijken naar 'hoe delen we woningen in?' De fractie van Mijn Partij heeft hier ook meerdere keren al iets over gezegd. Dat had hier ook gekund, maar dat is gelopen race. Dus ja, we lopen hier achter de feiten aan. Wat dan nog overblijft, is de vraag hoeveel vertrouwen we de inwoners kunnen geven dat de zorgen die zij hebben voor wat betreft de groene inpassing, daadwerkelijk onderdeel zijn van de vergunningafwegingen en straks daadwerkelijk onderdeel zijn van het omgevingsplan. Daar hoor ik de wethouder woorden gebruiken als 'niet alles', 'een deel', 'mogelijk'.
Dat sterkt ons als fractie OGP Midden-Delfland in het indienen van het amendement waarbij wij aangeven dat wij instemmen met de verklaring van geen bedenkingen, maar onder de voorwaarde dat die twee stukken, die ik net ook noemde, het advies van de bouwer destijds en de 8 pagina's lange brief van de Welstandscommissie, onverkort en zonder afwijking uitgangspunt zijn bij de vergunningverlening voor dit bouwplan en ook gewoon onderdeel worden van de regels en voorschriften van het bestemmingsplan, of het omgevingsplan, te zijner tijd. Dus ik denk dat we het maar gewoon gaan indienen. Dan kijk ook even naar mijn collega, mijnheer Ruiterman. Moet ik het amendement in zijn geheel voorlezen? De voorzitter: Nee, alleen het te amenderen stuk tekst. Als u dat al gedaan heeft, dan is het ook goed. Dan volstaat dat. De heer Knaap: Ondergetekenden, en dat is dan fractie OGP Midden-Delfland en Mijn Partij, stellen het volgende amendement voor: het besluit 2 onderaan aan te vullen met 'Onder de voorwaarde dat de adviezen van de Welstandscommissie van 12 december 2022 en het advies van Compositie 5 stedenbouw BV van 21 april 2020: 1. voor het college onverkort en zonder afwijking uitgangspunt zijn bij de vergunningverlening van dit bouwplan; 2.
onderdeel worden van de regels/voorschriften van het op te stellen bestemmingsplan ter zake.' De voorzitter: Dan zal de griffier zorgen voor de verdere verdeling, denk ik. En dan geef ik het amendement alvast de letter A. Ik schors voor een kort moment, want het amendement moet nog even rondgaan onder de raadsleden, begrijp ik.
Schorsing De voorzitter: Ik zie dat we weer compleet zijn, dus we gaan nu voor de beantwoording van een vriendelijk verzoek van de heer Ruiterman en een vraag van de heer Knaap en een reactie op het amendement naar de wethouder. Wethouder Renzen. Wethouder Renzen: Ja, voorzitter, dat amendement ontraad ik echt ten zeerste. Het kader dat hier voorligt, moet het nou juist mogelijk maken dat we kunnen toewerken naar een haalbaar plan. Dat is belangrijk. De stukken waarnaar wordt gerefereerd van het adviesbureau en ook naar welstand zijn ambtelijke stukken geweest. Toen zat men in een proces dat men in overleg met elkaar naar een zo goed mogelijk kader toewerkte. De uitkomst daarvan is dat ook welstand heeft ingestemd met het kader dat hier voorligt. Dus nogmaals voorzitter, het college ontraadt het amendement. De voorzitter: De heer Knaap en de heer Ruiterman hadden nog wat richting de wethouder gevraagd. Wethouder Renzen: Dan moet u mij even helpen voorzitter, met welke vragen er nog staan. De voorzitter: De heer Ruiterman gaf u het advies om dit niet vaker te doen op deze wijze, uit mijn hoofd. En de heer Knaap had het meer over de vraag of het college of de wethouder bereid is om meer creatief om te springen met vergelijkbare initiatieven. Als het anders is, dan hoor ik het wel van beide heren, maar dat is wat mij bijstaat.
Wethouder Renzen: Ja, voorzitter die vragen die heb ik al beantwoord, dus het lijkt me niet zinvol om daar nog een keertje mee in herhaling te gaan. De voorzitter: Dank. Dan gaan we over tot de stemming. De heer Zwaard. De heer Zwaard: Ik zou graag even twee tellen schorsen als dat kan. De voorzitter: Twee tellen schorsen voor overleg over het amendement. Ja, dan schorsen we vijf minuten. Schorsing De voorzitter: Is iedereen weer zover dat we verder kunnen? Dan gaan we over naar besluitvorming over agendapunt 6. Dan brengen we eerst het amendement in stemming en daarna het voorstel. Dus we beginnen met het amendement. Wie is voor amendement A? OGP Midden-Delfland en Mijn Partij voor. Wie stemt tegen het amendement? Dat zijn ChristenUnie, D66, VVD, CDA. Dan het voorstel agendapunt 6. Het voorstel Definitieve verklaring van geen bedenkingen Harnasmolen fase 2. Wie is voor dit voorstel? Een stemverklaring? Een korte stemverklaring van de fractie Mijn Partij. De heer Ruiterman: Het is een lange zin. We missen het goede, vastgelegde toetsingskader van de welstand. We hebben geen er zicht op of dit veel of weinig afwijkt van in het amendement genoemde stukken dus eigenlijk weten we niet waarvoor we stemmen. Wij stemmen dus tegen. Dank u wel. De voorzitter: Een stemverklaring van de heer Knaap. De heer Knaap: Een korte stemverklaring. We stemmen tegen het stuk.
Dat heeft dezelfde reden, dat we niet het amendement aangenomen hebben gekregen en ook geen antwoord van de wethouder hebben gekregen op wat er nu wel in die stukken staat. Wij weten niet waar straks op gewogen wordt.
De voorzitter: Kortom, nog een stemverklaring van de heer Zwaard. De heer Zwaard: Niet zozeer een stemverklaring, maar wel een vraag aan mijnheer Knaap. Stel dat de wethouder nu wel het juiste antwoord geeft, kan hij dan wel instemmen? De voorzitter: Dat is niet mogelijk. Het is een korte stemverklaring per fractie, vervolgens gaan we over tot stemming. Dus we gaan nu stemmen over het voorstel 6. Wie is voor dit voorstel? ChristenUnie, D66, VVD,CDA. Wie is tegen agendapunt 6? Dat zijn OGP Midden-Delfland en Mijn Partij. Aldus aangenomen. Het voorstel wordt aangenomen met tegenstemmen van OGP Midden-Delfland en Mijn Partij.
7.
Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Maaslandse Zoom
De voorzitter: Dan gaan we over naar agendapunt 7. Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Maaslandse Zoom. Wie mag ik daarover het woord geven? De heer Van Lier, de heer Jongsma, de heer Moerman en de heer Scholtes. En de heer Zwaard. Dan beginnen we met de heer Van Lier. De heer Van Lier: Misschien even een punt van orde, ik zie in die beroemde mail van de griffier dat we nog een reactie krijgen over de Maaslandse Zoom. Is het niet handig om eerst de reactie af te wachten voor we beginnen met de eerste ronde? De voorzitter: Nou, als dat klopt wat u zegt, is dat handig. Klopt het? Ja, dan gaan we eerst naar het college met het verzoek om een reactie te geven op de commissiebehandeling. Begrijp ik dat juist? De heer Van Lier: Dat begrijpt u heel goed. Er stond in een mailtje van de griffier dat er drie punten mondeling toegelicht zouden worden. Dit is een van de drie punten. De voorzitter: Dan beginnen we met de mondelinge toelichting van het college op agendapunt 7. Wethouder Renzen: Ja voorzitter, dat is een beetje een herhaling van het vorige punt van de heer Van Lier. Ik heb geen mailtje van de griffier ontvangen dus ik weet even niet over welke punten ik mondeling een reactie kan geven. De voorzitter: Als ik even hardop nadenk, dan is er geen...
Normaal staat in het uiteindelijke raadsvoorstel natuurlijk wat de verschillende fracties ervan vinden en vervolgens komt daar een reactie van het college op die commissiebehandeling. Dat laatste ontbreekt, ook hier, zeg ik er maar even bij. Anders wordt het natuurlijk lastig om een commissievergadering te organiseren. Dus wat is nu de reactie van het college op wat er gezegd is en de suggesties die gedaan zijn tijdens de commissievergadering door de verschillende fracties? En heeft het college daar een standpunt over? We gaan het proberen. Wethouder Renzen: Als ik kijk naar het advies van de commissie, ging dat over het upgraden van het voetpad, in het oostelijk deel van het plangebied het fietspad, de bouwhoogte van de appartementengebouwen, mogelijkheden tot verdichting van het bouwplan en de uitgangspunten van het participatieproces en wijze van communicatie richting bewoners. Dat zijn de redenen die vanuit de commissie als aandachtspunt zijn meegegeven. Voorzitter, naar mijn idee hebben we hier in de commissie al uitgebreid bij stilgestaan. Er zijn vragen over gesteld en die zijn ook beantwoord. Ook zijn er naar de raadsvergadering toe schriftelijke vragen gesteld. Daar is ook schriftelijk een antwoord op gekomen. Volgens mij staan er dan geen vragen meer open. De voorzitter: Het gaat niet zozeer om vragen.