CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

2023 m 06 d 19 en d20 Vsl Commissie

Commissie 12 september 2023, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Verslag openbare vergadering d.d. 19/20 juni 202312.724 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de commissie van de gemeente MiddenDelfland, gehouden op maandag 19 juni om 19.30 uur en dinsdag 20 juni 2023 om 20.00 uur. Voorzitter

: de heer N.C. Knaap (19-06), de heer A.J. Gebben (20-06)

Griffier

: de heer A. de Vos

Aanwezig : de heer B.J. Ammerlaan (Mijn Partij), de heer M. de Bakker (ChristenUnie), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP MiddenDelfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), de heer S.W. Kooij (VVD), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA), mevrouw L.C. van der Lans (D66), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer N.J. Ruiterman (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66), mevrouw V. van 't Westeinde (CDA) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig

:-

Tevens aanwezig: de heer drs. A.P.J. van Hemmen, burgemeester (19-06) , mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, mevrouw W. Renzen-van Leeuwen, de heer F.A. Voskamp, wethouders; de heer P. Melis, inspreker agendapunt 21

1.

Opening van de vergadering

De voorzitter opent de commissievergadering om 19.30 uur en heet allen hartelijk welkom.

2.

Algemene inspreekmogelijkheid over niet op de agenda staande onderwerpen

Er zijn geen aanmeldingen.

3.

Vaststellen van de agenda

De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

4.

Mogelijkheid tot het stellen van vragen door de commissie aan het college

Er zijn geen vragen ingediend.

5.

Overzichten vaste onderwerpen en aangenomen moties

Er heeft zich niemand hiervoor aangemeld.

6.

Voorstel Aanwijzing WOS als lokale publieke media-instelling

De heer Kooij ziet op pagina 3 van de oplegger meerdere bedragen staan: een vaste bijdrage per huishouden, een extra aanvullende bijdrage van € 22.000,00 en voor de jaren 2023-2024 nog een bijdrage. Komen die kosten straks boven op de aanvullende bijdrage of ter vervanging ervan? De voorzitter geeft aan dat dit een technische vraag is die van tevoren gesteld had kunnen worden. De heer Jongsma leest dat nog deze zomer met de andere twee regiogemeenten in overleg wordt getreden om te bepalen of Midden-Delfland een extra bijdrage doet. Waarom kan Midden-Delfland daar niet zelfstandig een standpunt over innemen? In dat geval is het goed wanneer de raad hier eerst een standpunt over bepaalt. Mevrouw Van der Lans is het eens met het voorstel. Onafhankelijke media en journalistiek zijn van groot belang, met name lokale media. De heer De Bakker vindt het een goed voorstel. In de samenstelling van de PBO ziet hij geen vertegenwoordigers van overheden. In hoeverre heeft de gemeente nog inbreng in het programmabeleid, met het oog op de toekomstvisie?

1

Mevrouw Van 't Westeinde steunt het voorstel en ziet het antwoord op de vraag van de heer Kooij graag tegemoet. De programmaraad is breed maatschappelijk vertegenwoordigd, echter, die vertegenwoordiging is geheel afkomstig uit het Westland en niet uit Midden-Delfland. Op welke manier kan de WOS gemeld worden dat het goed zou zijn wanneer ook mensen uit MiddenDelfland deelnemen in de PBO? Burgemeester Van Hemmen antwoordt dat er ambtelijk al vragen zijn gesteld over de samenstelling van de programmaraad. Van natuur en landschap zou ook een dimensie toegevoegd moeten worden, zoals de Midden-Delfland Vereniging. Maassluis is er ook niet in vertegenwoordigd. Dit proces staat hier echter volledig los van. Het gaat in dit voorstel over de wettelijke procedure zodat zij de aanwijzing tot lokale omroep kunnen krijgen. De beantwoording van de technische vraag over de kosten parkeert hij tot het college met het voorstel komt. Het college kan uiteraard niet zelfstandig beslissen, want de gemeenteraad is het hoogste orgaan. Wel kan het college onder voorbehoud van goedkeuring van de gemeenteraad afspraken met buurgemeenten maken. De drie gemeenten dragen gezamenlijk de verantwoordelijkheid over de lokale omroep, dus het is goed met de andere twee af te stemmen. De WOS is een onafhankelijke organisatie. De gemeente kan verzoeken inbrengen.

Hij zal bestuurlijke aandacht vragen voor het feit dat alleen Westland in de programmaraad zit. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.

7.

Voorstel Eerste wijziging Legesverordening

De heer De Bakker leest in de beantwoording van het college dat iemand die niet komt opdagen bij een afspraak voor een aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart een reden moet opgeven. Tot 24 uur van tevoren kan afgezegd worden en anders moet € 135,00 betaald worden. Dat lijkt hem veel voor een doelgroep die het waarschijnlijk niet breed heeft. Hij heeft hier twijfels bij. De heer Jongsma vraagt wat de heer De Bakker bedoelt met 'twijfels'. De heer De Bakker verduidelijkt dat de gemeente steeds meer uitbesteedt. Dat is goed als dit leidt tot minder druk op de organisatie en het ondersteunend personeel. Hier ligt echter een grens: burgers worden steeds meer geconfronteerd met protocollen. Een gehandicapte voelt zich niet altijd goed en als diegene zich niet op tijd afmeldt, krijgt hij een hoge rekening. Dit protocol vindt hij te hard. Het bevreemdt de heer Scholtes dat de commissievragen bij de wijziging aan de orde komen en niet bij de vaststelling van de verordening. Goed dat het college de stap heeft genomen naar een andere zorgverlener die de kosten lager houdt dan de huidige zorgverlener. Tot 24 uur voor de afspraak kan de afspraak kosteloos geannuleerd worden; dat vindt hij reëel. Of een gehandicaptenparkeerkaart op een andere manier terug te vorderen is voor minima is niet een onderwerp dat bij de Legesverordening thuishoort. Hij kan instemmen met het voorstel.

De voorzitter constateert dat er geen vragen aan het college zijn gesteld. Wethouder Voskamp zegt dat er ook gehandicapten zullen zijn die niet tot de groep minima behoren. Het lijkt hem terecht dat de gemeente kosten in rekening brengt als iemand niet op een afspraak komt. De heer De Bakker roept het college op de protocollaire hardheid in de gaten te houden. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.

8.

Voorstel Verordening delen van informatie onder geheimhouding MiddenDelfland 2023

Mevrouw Koppert vindt het vooral goed dat de beantwoording van het college op de vraag over de houdbaarheid van de geheimhouding zo expliciet in het voorstel staat. Zij is het eens met het voorstel. Mevrouw Van der Lans is blij met dit voorstel. Het schetst een duidelijk juridisch kader aan alle partijen. Openbaarheid moet echter het uitgangspunt zijn. Dit voorstel voorkomt dat geheimhouding te lichtvaardig wordt toegepast.

2

Mevrouw Van 't Westeinde kan zich ook vinden in de verordening. Klopt het dat de commissieleden alleen informatie mogen inzien waar geheimhouding op ligt indien dit om een commissievergadering - en dus geen raadsvergadering - gaat? In de oplegger staat dat "jaarlijks digitaal een lijst gegenereerd wordt met informatie en besluiten waar geheimhouding op rust". In de antwoorden op haar vragen wordt verzocht ambtenaren niet extra te belasten door zo'n lijst te genereren, terwijl het erop lijkt dat in 2019 voor het laatst zo'n lijst is opgesteld. Komt er nu jaarlijks een lijst of niet? De heer Ringeling kan instemmen met de verordening. Ook hij is benieuwd of commissieleden geheime raadsstukken kunnen inzien. De heer Kooij las vanmiddag een soortgelijk protocol van de gemeente Leusden, waarin werd gewezen op het feit dat een verordening als deze wel eens strijdig zou kunnen zijn met artikel 110 van de Grondwet. In dat artikel staat dat beperkingen van openbaarheid mogelijk zijn, maar dat dat wettelijk geregeld moet worden. Hiermee wordt de wetgever in formele zin bedoeld. Is deze verordening in strijd met artikel 110 van de Grondwet? Burgemeester Van Hemmen meent dat commissieleden gelijkwaardige rechten hebben als raadsleden, dus het zou vreemd zijn een knip te maken in raads- en commissiestukken. Hij zal laten uitzoeken of dit voldoende geborgd is in het voorstel.

Een jaarlijkse lijst genereren van stukken waar geheimhouding op ligt, is een kwestie van één druk op de knop. Dat gaat echter niet op voor stukken in het verleden, maar ook dit zal hij nog nagaan. Mevrouw Van 't Westeinde maakt hieruit op dat er alleen een lijst van 2023 gegenereerd kan worden. Burgemeester Van Hemmen zal hier voor de komende raad op antwoorden. Vanmiddag heeft hij de heer Kooij telefonisch geantwoord dat "behoudens de wet" betekent dat als Eerste en Tweede Kamer er een besluit over genomen hebben de toetsing aan de Grondwet voldoende gedaan zal zijn. De gemeente moet ervoor zorgen dat die wet ingevuld is. Hij zal dit op hoofdlijnen nog navragen. De heer Kooij staat achter het doel van de verordening en wacht het verdere antwoord van het college af. Dat antwoord wacht hij af alvorens met het voorstel te kunnen instemmen. Mevrouw Koppert vraagt wat vervolgens met de lijst geheime stukken gedaan wordt. Als deze louter ter kennisgeving wordt opgesteld, vindt zij het zonde van de tijd die besteed wordt aan het bijwerken van de lijst. Mevrouw Van 't Westeinde heeft zojuist toch van de burgemeester vernomen dat de lijst heel gemakkelijk te genereren is. Mevrouw Koppert zegt dat de burgemeester ook aangaf dat het tijd kost om de lijst uit het verleden boven tafel te krijgen. Burgemeester Van Hemmen meent dat de oude lijst onder het oude regime valt.

De wet schrijft voor dat dergelijke rapportages als het maken van een lijst geheime stukken, worden opgesteld. Het is vervolgens aan de raad om daar iets mee te doen. Hij vermoedt dat het doel is om commissieleden meer in positie te brengen betreffende de kaderstellende taak als het om geheimhouding gaat. De commissie adviseert het voorstel als bespreekstuk voor de raadsvergadering te agenderen.

9.

Krediet aanpak opstellen Toekomstvisie 2050

De heer Zwaard stelt dat met dit voorstel gehoor gegeven wordt aan de raadsbreed gesteunde motie van mei. Zijn grondhouding over dit voorstel is positief, maar hij wijst in dit verband op de raadsinformatieavond op 29 juni a.s. waarin Futureconsult een presentatie zal gegeven. Hij wil die informatie nog afwachten. De heer Jongsma meent dat de bijeenkomst op 29 juni a.s. een kennismaking met het bureau zal zijn. Het plan ziet er goed uit en is goed doordacht. Het belang van een jongerenraad benadrukt hij. Er wordt een extern bureau ingeschakeld en hij vindt het belangrijk dat de organisatie inbreng

3

heeft. Hoe kan die inbreng (nog beter) geborgd worden in dit plan van aanpak? De ambtelijke organisatie moet deze visie immers gaan uitdragen. Het lijkt een groot bedrag dat hiervoor uitgetrokken wordt, maar dat vindt hij marktconform. De heer Ammerlaan vindt het een mooi plan, maar hij mist het waarom van deze visie. Wat gaat er met het plan gebeuren? Komt er daarna een uitvoeringsplan? Betekent dit een vereniging van de twee huidige visies voor de vitale dorpen en de gebiedsvisie? De heer Scholtes is ook enthousiast over de visie, met name over het stuk participatie en over de ideeën over hoe jongeren bereikt kunnen worden. Hij kijkt uit naar de informatiebijeenkomst en naar de uitvoering. Hij kan instemmen met het voorstel. De heer De Bakker zag bij een eerder agendapunt dat een beleidsbepalend orgaan soms kan vergrassen of vergassen; dat is de kanttekening die hij mee wil geven bij dit initiatief. Het plan ziet er goed uit. De heer Gebben vindt een goede toekomstvisie belangrijk en het is evident dat participatie daarbij hoort. Het verheugt hem dat jongeren expliciet genoemd worden. Hij hoopt dat er een robuuste, breed gedragen visie uit komt die de gemeente houvast biedt in situaties waarin moeilijke keuzes gemaakt moeten worden. Hij verwacht niet dat na de informatieavond tot een andere keuze wordt gekomen wat het bureau betreft.

Er zit een werkbudget van € 25.000,00 in, om te gebruiken voor lik-op-stukbeleid. Hij is benieuwd hoe dat verder uitgewerkt wordt en tot wat voor resultaten dit leidt. Een evaluatie te zijner tijd lijkt hem wenselijk. Burgemeester Van Hemmen is verheugd dat de commissie het enthousiasme van het college deelt. Tijdens de informatieavond kan ook het college inhoudelijk bevraagd worden. In dit traject wordt gezamenlijk opgetreden, met de samenleving, ondernemers en de raad. Het is een kompas richting 2050: een richting bepalen die niet in beton gegoten is. Alle ideeën die in de raad leven, worden meegenomen maar dit moet wel in balans blijven. Hij neemt aan dat de heer Ammerlaan doelt op de twee oude visies van 2005 en 2012. Het college heeft er bewust voor gekozen om te starten met een nieuwe visie. Het verleden liep tot 2025 en er komt nu een nieuwe tijd aan met een nieuwe visie. Uiteindelijk zal de nieuwe visie niet haaks staan op de visies uit het verleden, want het landschap is en blijft belangrijk. Er zullen veel zaken in terug te vinden zijn die nog steeds actueel zijn en nieuwe dingen worden toegevoegd. De omgevingsvisie is hierbij ook van belang, maar dat is een opzichzelfstaand document. Vanzelfsprekend dat een dergelijk document de toetssteen is van de ambtelijke organisatie.

Hij weet niet of het verstandig is de ambtelijke organisatie heel diep in dit proces mee te nemen, maar de ambtelijke organisatie is hier nadrukkelijk op aangesloten. De heer Jongsma is blij met de woorden van de burgemeester over de ambtelijke organisatie. Belangrijk bij de besluitvorming is dat specifiek wordt aangegeven dat de motie hiermee is afgedaan. Hij stemt in met de vier beslispunten. De heer Ammerlaan vraagt of de toekomstvisie bijvoorbeeld ook tijdens een jongerenraad over heel specifieke onderwerpen erbij gehaald kan worden. De heer Zwaard vindt dit een dermate belangrijk onderwerp dat hij het niet als hamerstuk in de komende raad wil afdoen. Wat hem betreft, wordt het een bespreekstuk. De inbreng van 29 juni kan daarin ook meegenomen worden en zal wellicht nog tot gespreksstof leiden. De voorzitter stelt voor dat de heer Zwaard vooraf met de raad deelt waar hij het in de raad nog over wil hebben. Burgemeester Van Hemmen zegt dat de kritiek op toekomstvisies soms is dat daarmee getracht wordt de toekomst te vangen waarmee je het risico loopt zaken in beton te gieten. Zo zou je blind worden voor actuele ontwikkelingen. De essentie van de visie 2050 is dat 2050 nog ver weg is maar dat voeling gehouden moet worden met wat er in de toekomst gebeurt. De visie is daarmee een richtsnoer in dilemma's maar ook in makkelijke vraagstukken.

Met een uitvoeringsprogramma probeer je die toekomst echt te vangen. Dat is lastig met het oog op onverwachte gebeurtenissen of nieuwe ontwikkelingen die eraan komen. Dus hij stelt voor weg te blijven van een uitvoeringsprogramma. De visie dient een levend document te blijven, waar regelmatig een toets op actualiteit op moet komen zodat de koers duidelijk blijft. Ook helpt het voor de omgeving om te weten waar Midden-Delfland voor staat. 4

De commissie adviseert het voorstel als bespreekstuk voor de raadsvergadering te agenderen. Het CDA zal voorafgaand aan de raad met de raadsleden delen waar het CDA na de informatieavond nog over wil spreken in de raad.

10.

Voorstel Ontheffing ingezetenschap wethouder M. Oderwald-Ruijsbroek

De heer Ruiterman vraagt wie de portefeuillehouder voor dit onderwerp is. Er wordt in het voorstel gesproken over 'een bijzonder geval'; wat wordt daarmee bedoeld? De voorzitter merkt op dat dit onderwerp een bevoegdheid van de raad zelf is. De heer Jongsma is op zich niet tegen dergelijke verzoeken, die overigens elk jaar voorbijkomen. Ook hij zou graag een nadere toelichting willen op 'een bijzonder geval'. Hij heeft de brief van mevrouw Oderwald gelezen en het is ook moeilijk om hier een woning te vinden, maar wat is nu de actuele omstandigheid op basis waarvan een jaar verlenging moet worden gegeven? Het standpunt van de heer Vieira is dat als je je werk als bestuurder doet en zo dicht bij de gemeentegrens woont dat geen belemmering vormt om in te stemmen met het voorstel. Burgemeester Van Hemmen zegt dat de bijzonderheid van een geval door de raad wordt bepaald. Sinds het dualisme in 2002 werd ingevoerd, mogen wethouders van buiten de gemeente komen. In sommige gemeenteraden vinden lange discussies plaats over de woorden 'bijzonder geval'. De consensus is over het algemeen dat als de wethouder niet wil verhuizen dat al als bijzonder geval wordt gezien. De heer Jongsma wacht er al jaren op dat deze regel verdwijnt, maar stemt graag in met het voorstel. De heer Ruiterman heeft een aantal stukken van professoren gelezen die op dezelfde conclusie uitkomen als de heer Jongsma.

De brief van de wethouder is duidelijk, maar in zijn ogen is hier niet sprake van een 'bijzonder geval'. Hij is benieuwd hoe de andere fracties hierover denken. Volgens de heer Ringeling is hier het 'bijzondere geval' dat de raad vorig jaar een wethouder heeft gekozen en benoemd die niet in de gemeente woonde. Dit voorstel is een consequentie daarvan. De heer Ruiterman meent dat de intentie van de wethouder was in Midden-Delfland te gaan wonen. De heer Ringeling leest ook in de brief van de wethouder dat zij in ieder geval de bereidheid heeft om in de gemeente te komen wonen. De heer Vieira beaamt dat die intentie inderdaad is uitgesproken. Hij maakt er in ieder geval geen punt van als een bestuurder enkele kilometers van de gemeentegrens af woont. Wethouder Oderwald is zelfs de dichtstbijzijnde wethouder; dat is ook heel bijzonder. De heer Ruiterman vraagt zich af welk punt de heer Vieira hiermee wil maken. De heer Vieira wilde alleen aangeven dat mevrouw Oderwald het dichtst bij het gemeentehuis woont. De heer Gebben stoort zich een beetje aan deze terugkerende discussie. De VVD ziet graag capabele en betrokken bestuurders hier in de gemeente, en als een bestuurder net buiten de gemeente woont dan vindt hij dat niet zo belangrijk.

Juist de heer Ruiterman weet ook hoe moeilijk het is om hier aan een huis te komen, dus het is vreemd dat de heer Ruiterman het 'bijzondere geval' niet ziet. De heer Jongsma zegt dat de bijzondere situatie is dat mevrouw Oderwald hier geen geschikte woning kan vinden. Daar tegenover staat haar betrokkenheid bij haar werk en dat zij veel in Midden-Delfland is. Hij stemt daarom in met het voorstel en wenst mevrouw Oderwald succes bij het vinden van een passende woning.

5

De heer Zwaard meent dat het bijzondere in dezen is dat mevrouw Oderwald buiten de gemeentegrens woont. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.

11.

Aanvraag Vangnet BUIG 2022

De heer Van der Spek zegt dat de gemeente voor wat betreft de financiële middelen hierop voorbereid is. Hij gaat akkoord met het voorstel. De berekening is duidelijk. Het is belangrijk de oorzaken te blijven monitoren, gelet op de landelijke financieringssystematiek waar nog steeds problemen mee zijn. De uitstroom is hier een belangrijke factor in, evenals de afstand tot de arbeidsmarkt die te groot blijft. Die afstand moet korter worden, zodat de uitstroom wordt bevorderd. Hij kan akkoord gaan met het voorstel. De heer Ringeling stemt in met het voorstel. De reden van de toename in 2021 is tweeledig: de instroom is hoger (met name door een toename van het aantal statushouders) en de uitstroom is lager dan de jaren ervoor. Hij herinnert zich een presentatie van Work8, welk bureau mooie resultaten boekte. Zijn de resultaten van dit bureau nu aan het afnemen? Of ligt het aan de doelgroep? Mevrouw Koppert leest dat Midden-Delfland in 2021 en 2022 meer heeft uitgegeven (€ 471.000,00) aan uitkeringen dan is ontvangen van het rijk. Voor 2022 voldoet de gemeente aan de voorwaarden voor de vangnetregeling. Van dit bedrag zal € 270.000,00 gecompenseerd worden door het rijk. De gemeente dient aan te geven hoe het beoogde tekort in de toekomst teruggedrongen kan worden. In 2017 en 2018 heeft de gemeente aan ongeveer net zoveel mensen een BUIG-uitkering verleend als nu in 2022 en 2023.

In 2020 was dat aantal gedaald naar 125. Zijn de extra inkomsten in 2020 indertijd naar de voorzieningen overgeheveld? De raad wordt gevraagd in te stemmen met de maatregelen van het college tot kostenreductie. Wat zijn de consequenties als die maatregelen niet het gewenste resultaat opleveren? Het college noemt drie maatregelen in de aanvraag: een uitbreiding van het activeringstraject, twintig inwoners ondersteunen die daardoor het arbeidsproces instromen en bij klantmanagers de uitvoeringscapaciteit vergroten. Deze activiteiten zijn erop gericht bijstandsgerechtigden zo snel mogelijk te begeleiden naar werk. Op 9 juni jl. heeft het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) een rapport uitgegeven waarin wordt beschreven dat er bij uitkeringsgerechtigden vaak sprake is van een opeenstapeling van problematiek op verschillende levensdomeinen. Hier is een brede aanpak voor nodig. Denkt de wethouder dat de aangegeven maatregelen die levensdomeinenoverstijgende aanpak dekken? Zou het niet beter zijn te kijken naar de adviezen uit het rapport van SCP? Die houden in: eerst in kaart brengen wat de brede ondersteuningsbehoefte is, het instrumentarium en beleidskaders daarop afstemmen, en de focus niet alleen leggen op betaald werk.

De heer Gebben vraagt zich af of nu discussie gevoerd gaat worden over hoe het aantal bijstandsgerechtigden naar beneden kan worden bijgesteld of over de BUIG-aanvraag. Mevrouw Koppert loopt niet van het onderwerp af, want in de aanvraag moet aangegeven worden welke maatregelen genomen worden om het aantal mensen in de bijstand te verminderen. Is de wethouder het met het SCP eens dat niet alleen gekeken moet worden vanuit een economische invalshoek? De heer Van Rijs is het eens met het voorstel, om ervoor te zorgen dat de uitkering van het rijk snel binnenkomt. Er worden maatregelen genomen om de kosten te drukken, maar de vraag aan de wethouder is welke instrumenten er zijn om de inwoners te ondersteunen. Wellicht kan de wethouder na het zomerreces hier via een inhoudelijke brief op terugkomen. De heer Vieira stemt in met het voorstel. In het verleden zijn in presentaties de maatregelen toegelicht die deze gemeente neemt om de doelgroep te verkleinen. Hij stelt het op prijs wanneer binnenkort tijdens een informatieavond duidelijk wordt gemaakt hoe grip op dit onderwerp verkregen kan worden. Wethouder Oderwald zegt dat het aantal mensen dat een beroep op de gemeente doet, van een andere orde is dan voorheen. Zij hebben een grotere afstand tot de arbeidsmarkt en Work8 heeft daar een taaie klus aan. Niet in 2020 maar in 2021 is een egalisatiereserve ingesteld.

Het rapport van het SCP kent zij op hoofdlijnen. Die bredere aanpak is de gemeente op andere vlakken al lang aan het oppakken. Zij wijst in dit verband op haar brief van april over de 6

inburgeringsplicht en hoe daarmee wordt omgegaan. Ook wordt gewerkt aan schuldenaanpak en armoede binnen de gemeente. Betaald werk is inderdaad niet het enige; er zal breed geïnventariseerd moeten worden om dit verder op te pakken. Het college komt hier in een brief op terug. De heer Gebben vindt het logisch dat deze aanvraag wordt ingediend. Hij is het eens met de constatering dat het aantal uitkeringsgerechtigden is toegenomen en het is goed te horen wat daaraan wordt gedaan. Hij wacht de brief af, waarna debat kan plaatsvinden. De heer Ringeling sluit zich aan bij de woorden van de heer Gebben. De heer Van der Spek stelt voor in de brief ook inhoudelijk in te gaan op de activeringstrajecten. Mevrouw Koppert kan zich erin vinden dat er een brief komt waarna het debat gevoerd kan worden. Zij is het eens met het voorstel. Zij herhaalt haar vraag wat er gebeurt als de te nemen maatregelen niet het beoogde effect hebben. Wethouder Oderwald is al bezig met het ontwikkelen van scenario's voor de re-integratieaanpak. Als de maatregelen niet of onvoldoende werken, kost dat geld dus het college doet zijn uiterste best om dat te voorkomen. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.

12.

Voorstel Wijziging GR Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden

Mevrouw Langeveld kan akkoord gaan met de wijziging. Het gaat hier specifiek over het uittreden van de gemeente Voorschoten en ook de gemeente Den Haag stapt voor een groot deel uit de H9, zeker voor wat betreft het ambulante deel. Dit speelt vanaf 2024, met een overgangsjaar 2023; daar staat echter niets over genoemd in het voorstel. Zij veronderstelt dat dit ook voor MiddenDelfland financiële consequenties heeft; is daar iets over bekend? Waarom is dit punt niet verwerkt in het voorstel? De heer Kooij stemt in met het voorstel. Wethouder Oderwald zegt dat Voorschoten gaat uittreden maar Den Haag blijft in de GR, al is dat op een andere manier. Hierover vond het afgelopen jaar stevig debat plaats om dit in goede banen te leiden. Het servicebureau neemt een pakket aan mitigerende maatregelen. Berenschot is gevraagd de impact hiervan nader te duiden, zodat de raden volledig geïnformeerd worden. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.

13.

Brief college over uitvoeringsplan Jeugdhulp Haaglanden 2023-2025

Mevrouw Koppert refereert aan het antwoord van de wethouder op haar vraag waarom dit onderwerp niet geagendeerd hoefde te worden. Dat riep bij haar vragen op. In de brief van 21 maart jl. stond immers dat dit conceptuitvoeringsplan aan alle raden in de H10 aangeboden zou worden. Waarom wordt in de brief van mei jl. aangegeven dat een andere bestuurlijke route wordt gelopen? De uitvoeringsagenda is voor twee jaar. De hervormingsagenda, die deze week ook door de VNG is geaccordeerd, kan echter impact hebben op de uitvoeringsagenda. Wethouder Oderwald licht toe dat de concepthervormingsagenda Jeugd al een tijd voorligt. Die agenda is uitvoerig bestudeerd bij het opstellen van de uitvoeringsagenda voor deze regio, dus veel opvattingen uit de hervormingsagenda zijn al in het uitvoeringsplan geland. Hier wordt in de uitvoeringsagenda ook aan gerefereerd (hoofdstuk 2). Niet alleen in de regioagenda maar ook in het lokale beleid wordt de hervormingsagenda Jeugd al betrokken. Het aanbieden van een voorstel hoeft niet altijd ter besluitvorming te zijn maar kan ook ter informatie, zoals een jaar geleden ook is gebeurd. Een enkele andere raad in de regio heeft besloten dat het uitvoeringsplan ook door de raad geaccordeerd moet worden; dat is ongebruikelijk.

Er wordt een richtinggevend kader meegegeven; het uitvoeringsplan voldoet aan de regiovisie die in een zorgvuldig proces in de regio is vastgesteld. Vandaar dat dit plan ter informatie wordt aangeboden. Mevrouw Langeveld dankt mevrouw Koppert voor het agenderen van dit agendapunt. Wethouder Oderwald geeft aan dat al met veel punten uit de hervormingsagenda aan de slag is gegaan. Er komt een grote bezuinigingsronde aan in 2026, dus het lijkt haar heel goed te bezien hoe de 7

komende veranderingen vertaald worden naar de situatie in Midden-Delfland. Het is belangrijk als raad om in gesprek te gaan over hoe tegen opvoeden en hulp dichter bij het kind brengen wordt aangekeken. Dit kan een keer na het zomerreces in de commissie of in een werkgroep van de raad. Midden-Delfland doet het qua kosten aardig goed, maar dat kan veranderen als er een aantal dure cliënten bij komen. De heer Ringeling gaat ermee akkoord hier een keer over te praten, maar dan moet goed afgebakend worden waar de discussie over gaat. De visie zelf is al vastgesteld. De heer Vieira zegt dat dit onderwerp bij een aantal regiogemeenten al op de agenda is geweest. De vraag is: als de visie er al ligt, wat ga je dan in de uitvoering nog bespreken? Echter, als er nieuwe ontwikkelingen zijn dan moeten die geagendeerd worden. De heer Kooij sluit zich aan bij de woorden van de heer Vieira. Om dit debat kort na het zomerreces te houden, vindt hij erg ambitieus. Hij wacht een voorstel voor behandeling van het college af. Mevrouw Koppert is het eens met mevrouw Langeveld. Er komt meer aan in de uitvoeringsagenda dan nu in de regiovisie en het uitvoeringsplan staat. De toekomstige ontwikkelingen moeten hier een keer goed bediscussieerd worden. Op 22 juni a.s.

komt de werkgroep Sociaal Domein bij elkaar; wellicht kan daarin besproken worden wanneer het een logisch moment is dit punt te agenderen. De heer Van der Spek steunt het voorstel. Het is goed het proces voor de komende periode te monitoren. De input vanuit H10 is daarbij ook belangrijk. Hij stelt voor hier tijdens een raadsinformatieavond over te spreken. Mevrouw Langeveld stemt in met het voorstel van mevrouw Koppert om dit in de werkgroep te bespreken. Wethouder Oderwald merkt op dat lokaal ook gewerkt wordt aan de evaluatie van de jeugdhulp. Het uitvoeringsplan wordt binnenkort vastgesteld in de regio. Over het lokale kader kan goed het gesprek gevoerd worden en het lijkt haar goed hier in de werkgroep op 22 juni bij stil te staan. De voorzitter zegt dat dit een commissiestuk is en dus niet naar de raad wordt geleid.

14.

Financiële stukken Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden

Mevrouw Langeveld stemt in met deze financiële stukken. Het Servicebureau heeft een ronde gedaan langs alle raden, maar is nog niet bij Midden-Delfland geweest. Zij verzoekt de wethouder hier achteraan te gaan, want zij heeft een aantal vragen aan het Servicebureau. Zij vraagt zich namelijk af wat Midden-Delfland precies terugkrijgt voor het geld en hoe bepaalde zaken verlopen; dat is niet terug te zien in de stukken. Mevrouw Koppert verwijst naar de informatiebijeenkomst op 5 september a.s. waarin het Servicebureau te gast is. Mevrouw Langeveld was daarvan niet op de hoogte. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.

15.

Voorstel Zienswijze financiële stukken GGD en Veilig Thuis Haaglanden

De heer De Bakker zegt dat dit uitgebreide stuk de veelzijdigheid van de GGD laat zien; hij kan zich vinden in de complimenten. In het voorwoord staat waar de schoen wringt: de hoge werkdruk en de wachttijden. Op pagina 35 staat dat de wachttijd voor een Veilig Thuis-situatie drie maanden bedraagt terwijl de wettelijke termijn tien weken is. Kan hier in de zienswijze specifieker op ingegaan worden? Er dient echt meer personeel aangetrokken te worden, al kost dat misschien meer budget. De heer Vieira ziet dat de ambtenaren diep in dit uitgebreide verslag zijn gedoken en een zienswijze hierop hebben geschreven, waarin ook de zorgpunten worden genoemd. Dank aan de ambtelijke organisatie. Dit is wat hem betreft een hamerstuk.

8

Mevrouw Langeveld sluit zich aan bij de complimenten aan de GGD. Bij alle Veilig Thuisorganisaties in Nederland zijn wachtlijsten en zij vissen allemaal in dezelfde vijver voor wat betreft personeel. Zij vindt het positief dat acute onveiligheidssituaties en crisissituaties bij Veilig Thuis Haaglanden direct worden opgepakt. Zij wenst de GGD en Veilig Thuis Haaglanden veel succes bij hun verdere werkzaamheden. Wethouder Oderwald beaamt dat wachttijden bij Veilig Thuis een nare situatie zijn; daar wordt hard aan gewerkt en uitvoerig op gemonitord. Er is grip op acute situaties en hier is veel aandacht voor, dus zij heeft geen behoefte dit nogmaals in de brief te benoemen. Als de heer De Bakker dat expliciet wil dan zou hij een amendement kunnen opstellen. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.

16.

Voorstel Zienswijze financiële stukken Avalex

De heer Gebben kan zich vinden in de zienswijze van het college. Het nemen van maatregelen om restafval te verminderen, vindt hij belangrijk. Naast de twee genoemde maatregelen zal in latere debatten in de raad gesproken worden over meer maatregelen. De heer De Bakker vindt het inflatierisico een fors risico; dat is zorgelijk. Er zijn relatief veel medewerkers met een lage loonschaal en het lijkt erop dat Avalex die medewerkers niet weet vast te houden. Heeft de wethouder hier een beeld bij? Kan hier in de zienswijze op geanticipeerd worden? De heer Van Rijs is het eens met de zienswijze. Er is inderdaad een zorg met betrekking tot de meerjarenraming: de kosten zullen met € 500.000,00 stijgen. Het invoeren van een gedifferentieerd tarief maakt ook onderdeel uit van de maatregelen, maar verder staat er niets in de zienswijze over de impact op die kosten. Welk effect heeft iedere voorgenomen maatregel op de kostenstijging? Hij ziet het antwoord na het zomerreces graag tegemoet. De heer Gebben verwijst naar de informatieavond met Avalex, waarop veel is uitgelegd. Wat verwacht de heer Van Rijs nu van het college? De heer Van Rijs vond dat ook een interessante avond, waarop ook de zorgen zijn gedeeld. Juist daarom wil hij graag weten wat welke maatregel financieel oplevert. Mevrouw Koppert sluit zich aan bij de vragen van de heer Van Rijs.

Zij sluit zich aan bij de zienswijze, maar worstelt met de aankomende tariefsverhoging. Welke maatregelen kan je als gemeente treffen om het bewustzijn bij de bewoners en ondernemers te vergroten dat het restafval echt moet afnemen? De twee aangegeven maatregelen zijn volgens haar niet toereikend met het oog op de kostenstijging van de komende jaren. De heer Ammerlaan sluit zich aan bij de vorige sprekers. Als grofvuil niet meer gratis opgehaald kan worden en de milieustraat nog slechts twaalf keer per jaar kan worden bezocht, dan zullen de halve huisraden bij de vuilcontainers alleen maar meer worden. Uit welke pot wordt illegaal gedumpt afval betaald? Wegen die kosten op tegen de besparing van de maatregelen? Wethouder Voskamp vindt dat Avalex goed werk verricht voor Midden-Delfland. De twee genoemde maatregelen zijn al door andere gemeenten ingezet en hebben een positief effect. In het begin leidden de twee maatregelen tot extra bijplaatsingen, maar door snel handelen en goed handhaven blijft dat binnen de perken. Vooral medewerkers in de lage loonschaal profiteren van de nieuwe cao. Over het personeel vasthouden heeft de wethouder geen zorgen gehoord. Binnenkort loopt hij mee met de vuilophalers en hij zal proberen daar navraag naar te doen. Het is goed om over extra maatregelen te spreken op het moment dat de dienstverleningsovereenkomst voor 2024 wordt afgesproken.

Dan kan tevens bepaald worden hoe maatregelen gedeeld kunnen worden met de inwoners. Een aantal maatregelen wordt momenteel uitgewerkt, zoals de tariefdifferentiatie. De heer Ammerlaan herhaalt zijn vraag over het verhalen van de kosten voor gestort afval of gedumpt afval naast containers. De heer Gebben vindt het mooi dat discussie wordt gevoerd over het reduceren van restafval. Die discussie moet echter op een later moment tijdens behandeling van de dienstverleningsovereenkomst in de raad gevoerd worden. Welke maatregelen willen de partijen 9

zelf nemen? Het lijkt hem goed wanneer het college eerst de tijd krijgt alle gegevens boven tafel te halen. De heer De Bakker geeft aan dat MRDH een soort makelaar wil zijn voor echte problemen bij gemeenten. Ziet de heer Gebben het ook als een mogelijkheid om MRDH in te schakelen bij de vraag hoe inwoners nog beter gemotiveerd worden om afval te scheiden? De heer Gebben heeft enige tijd bij de MRDH gezeten. MRDH zal dit een lastige vraag vinden en veel gemeenten zullen van mening zijn dat dat geen taak is van de MRDH. Wethouder Voskamp antwoordt richting de heer Ammerlaan dat de gemeente de kosten voor bijplaatsingen of illegale stort betaalt. Avalex brengt voor deze ritten kosten in rekening. De huidige gemeentelijke samenwerking binnen Avalex is een mooie manier om ook van andere gemeenten te leren. De heer Ammerlaan vraagt hoeveel extra ritten Avalex het afgelopen jaar heeft gemaakt voor illegale stort. Wethouder Voskamp zal dit uitzoeken. Volgens hem is hier in de presentatie van een maand geleden op teruggekomen: het aantal bijplaatsingen is de afgelopen maanden stabiel. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.

17.

Voorstel Financiële stukken ODH

De heer Scholtes heeft als lid van de ODH meegewerkt aan het verslag en advies van de Rekencommissie. De conceptzienswijze is redelijk in lijn met dat advies; hij heeft hier dan ook geen aanvulling op. De heer Gebben kan zich ook vinden in voorliggende zienswijze. Terecht dat er ook kritische kanttekeningen in staan; hij roept op daar gehoor aan te geven. De heer Van Rijs leest over de zorg dat het Koersplan 2023-2027 nog impact kan hebben op de begroting van 2024. Goed dat dit ook genoemd is. Hij kan instemmen met de zienswijze. De heer Jongsma is ook akkoord met de zienswijze. Verzoek om in de laatste twee alinea's de spelfouten eruit te halen en naar de formulering te kijken. De voorzitter begrijpt dat het college naar de laatste twee alinea's zal kijken. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.

18.

Voorstel Zienswijze Financiële stukken Veiligheidsregio Haaglanden

De heer Jongsma stemt in met het voorstel. Hij dankt de heren Scholtes en Van der Eijk namens zijn fractie voor hun inzet in de Rekencommissie. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.

19.

Voorstel Zienswijze Financiële stukken MRDH

De heer Van Rijs is het eens met de zienswijze. Kan de wethouder aangeven wat de impact is voor Midden-Delfland ten aanzien van de genoemde plannen voor uitbreiding en verbetering van het fietsnetwerk? Mevrouw Koppert kan ook instemmen met de zienswijze van het college. De heer De Bakker heeft na enige research begrepen dat MRDH flink geïnvesteerd heeft in een website voor het MKB. Daar heeft hij nooit iets van gezien. Weet de wethouder of iets over dit loket bekend is bij de MKB'ers en inwoners? Wethouder Oderwald heeft de gegevens voor de technische vraag van de heer Van Rijs niet paraat; zij komt hier schriftelijk op terug.

10

Burgemeester Van Hemmen zal op de technische vraag van de heer De Bakker ook schriftelijk terugkomen. De voorzitter constateert dat de schriftelijke beantwoording van deze vragen behandeling in de raad niet in de weg staat. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen. De voorzitter schorst de vergadering tot 20 juni 2023 om 20.00 uur. Dan zal eerst een besloten deel van de vergadering plaatsvinden. Schorsing tot 20 juni 20.00 uur. De voorzitter heropent de openbare vergadering op 20 juni 2023 om 20.15 uur.

21.

Voorstel Verlenging bruikleenovereenkomst Tiny Houses

Inspreker, de heer Melis, spreekt namens alle bewoners van Tiny House gemeenschap Kluit. Het advies dat vandaag besproken wordt is een document dat de woonplek van een groep betrokken Midden-Delflanders betreft. Wat de bewoners betreft zijn er vijf kenmerken die dit project succesvol hebben gemaakt. De eerste is lef: de gemeente heeft haar nek uitgestoken door in 2018 in te stemmen met de plaatsing van Tiny Houses aan de Woudselaan zonder te weten hoe het precies uit zou pakken. Een gedurfde stap op het moment dat er nog maar weinig andere projecten in het land waren. Het tweede kenmerk is visie. Door dit project heeft de gemeente geïnvesteerd in een nieuwe woonvorm, eentje die nu vrij bekend is maar een aantal jaren terug echt nog in de kinderschoenen stond. Deze woonvorm sluit perfect aan op de actuele thema’s van nu: duurzaamheid, sociaal, en betaalbaarheid en natuurlijk op Midden-Delfland als Cittaslowgemeente. Het derde kenmerk is vertrouwen. De gemeente had vertrouwen in de groep Tiny Housebewoners, maar wist niet hoe dat zou uitpakken. Het vertrouwen heeft geresulteerd in het vierde kenmerk: toewijding. De groep bewoners heeft toewijding voor deze woonvorm gehad, toewijding voor elkaar, voor de buurt en voor deze mooie gemeente. Wat die toewijding precies heeft opgeleverd is uitgebreid toegelicht op de raadsinformatiebijeenkomst van 11 april jl.

en is na te lezen in de verschillende jaarverslagen. Dit kenmerk laat wat ons betreft zien dat een groep bewoners met de juiste randvoorwaarden uitstekend in staat is om voor een succesvol project te zorgen. De bewoners hebben ook veel toewijding vanuit de gemeente ervaren: bij bezoekjes van verschillende politieke partijen aan ons veldje, bij de grote opkomst bij de raadsinformatieavond, bij aanwezigheid vanuit de gemeente op open dagen en bij de ambtenaren die betrokken zijn bij dit project. Hij sluit af met het vijfde kenmerk: potentie. In het advies is te lezen dat dit project vier keer positief is geëvalueerd. Daarnaast is de interesse voor het project enorm. Op steeds meer plekken in Nederland wordt deze woonvorm toegepast, tijdelijk of steeds vaker permanent, koop, bouw of sociale huur, als los project of onderdeel van een nieuw te ontwikkelen wijk. De potentie is enorm. De bewoners willen de komende jaren nog meer mensen kennis laten maken en enthousiast maken voor Tiny Houses en werken daarin wederom graag samen met de gemeente. Lef, visie, vertrouwen, toewijding en potentie. Hij dankt de gemeente voor de afgelopen vier jaar en ziet uit naar nog vele mooie jaren. De bewoners hopen dat dit advies volmondig instemming vindt.

De heer Knaap vraagt of de heer Melis, met de ervaringen die er zijn op deze locatie, bereid is om samen met de gemeente verder te kijken dan naar alleen deze locatie. De heer Melis geeft aan hier zeker open voor te staan. De mogelijkheden zijn veel meer dan hoe het nu is toegepast. De voorzitter dankt de heer Melis voor het inspreken en opent de inhoudelijke bespreking. Mevrouw Van ’t Westeinde geeft aan dat haar fractie positief is over de Tiny Houses. De bewoners hebben er een mooie plek van gemaakt en zij hebben ingezet voor een goede integratie 11

in de buurt. Zij heeft nog enkele vragen. Is het mogelijk om na vijf jaar de overeenkomst nogmaals met vijf jaar te verlengen als de omstandigheden daarnaar zijn of houdt het na in totaal tien jaar op? Wordt er ook naar andere locaties binnen Midden-Delfland gekeken? Waarom wordt de hoogte van de huur niet op dezelfde wijze berekend als bij erfpacht? Het zou goed zijn om uit te gaan van dezelfde systematiek. Spreekster hoort graag van de andere fracties hoe zij hierover denken. De heer Van Lier geeft aan dat zijn fractie blij is met de positieve evaluatie en jaarverslagen. De fractie is dan ook voorstander van een verlenging met vijf jaar. Volgens de stukken zouden over vijf jaar op dit terrein zes villa’s gebouwd worden. Er is nu vijf jaar tijd om hier een leuker plan voor te maken, bijvoorbeeld twaalf startersappartementen. Is het college bereid om in plaats van zes villa’s betaalbaardere woningen te laten bouwen? De vraag van het CDA kan nog niet beantwoord worden. Hiervoor moet spreker zich eerst beter verdiepen in de stukken. De heer Ringeling spreekt namens zijn fractie waardering uit voor de heer Melis en zijn medebewoners. Zij hebben van de pilot een succes gemaakt. De fractie kan dan ook instemmen met een verlenging van vijf jaar. Ten aanzien van de vraag van het CDA geeft spreker aan het punt te begrijpen maar nog geen antwoord te kunnen geven.

De heer Kooij geeft aan de vraag vanuit het CDA lastig te kunnen beoordelen omdat niet duidelijk is wat de juridische consequenties van zo’n wijziging zijn. Dit zal eerst onderzocht moeten worden. Mevrouw Van ’t Westeinde antwoordt dat het niet de bedoeling is dat de bewoners een erfpachtovereenkomst aangaan. Het gaat alleen om de systematiek om de hoogte van het bedrag te berekenen. De heer Kooij kan hier nog geen antwoord op geven. Hij zal hier nog over na moeten denken en is bereid om hierover met mevrouw Van ’t Westeinde in gesprek te gaan. Hij dankt de inspreker. De Tiny Houses waren als tijdelijke oplossing bedoeld voor een braakliggend terrein waar op termijn andere plannen voor waren. De tijdelijkheid was destijds voor hem een randvoorwaarde. Welke concrete plannen liggen er voor na deze vijf jaar en is de wethouder van plan om deze plannen door te zetten? De heer Vieira dankt de heer Melis voor het inspreken en de inwoners van Kluit voor de gastvrijheid en informatie. Zijn fractie is voorstander van een verlenging. De buurtbewoners die eerst nog wat bedenkingen hadden zijn inmiddels allemaal positief, er zijn keurige jaarverslagen opgesteld en er ligt op dit moment nog geen plantontwikkeling klaar voor het gebied. De fractie wil zich eerst meer verdiepen in de systematiek om het bedrag vast te stellen. Hier kan nu nog geen antwoord op worden gegeven.

De heer Knaap geeft aan dat zijn fractie content is met het voorstel tot verlenging en ermee zal instemmen. Dit initiatief voegt veel waarde toe aan Midden-Delfland. Er is een gemeenschap gebouwd, men zorgt voor elkaar en is er ook voor de bewoners van de Woudselaan. Daarnaast ziet de locatie er groen en mooi uit. Dit rechtvaardigt vijf jaar langer gebruik maken van al het mooie dat er gemaakt is. Spreker vraagt of het college bereid is om een verkenning op te starten welke andere locaties binnen Midden-Delfland kansrijk zijn voor Tiny Houses en welke randvoorwaarden hieraan verbonden zouden moeten worden. Inzake de vraag van het CDA geeft spreker aan dat het situationeel is wat voor soort locatie wordt aangeboden, onder welke randvoorwaarden en welke financiële component er meespeelt. Hij bekijkt dit graag op het moment dat er nieuwe voorstellen voorliggen. Wethouder Renzen geeft aan dat de pilot positief verloopt. Het is een mooie aanvulling op de Woudselaan. Er is een hechte gemeenschap ontstaan. Als er wordt afgeweken van het oorspronkelijke plan dat er op enig moment vrijstaande woningen worden ontwikkeld, moet de gemeente bereid zijn om hier een bepaald bedrag voor af te boeken. Het college wil samen met de raad opnieuw kijken naar wat er op termijn aan de Woudselaan wordt gerealiseerd. Verlengen is mogelijk, de raad gaat hier zelf over.

Raad en college moeten binnen enkele jaren samen bespreken wat men hier op termijn wil. Dan moet inzichtelijk worden wat het kost, wat het 12

betekent voor de rest van de Woudselaan e.d. Er wordt niet concreet naar andere locaties gekeken. Wel is het college alert op nieuwe woningbouwlocaties. Op dit moment werkt het college concreet aan de woningbouwprojecten die bekend zijn. De afgesproken bruikleenovereenkomst gaat anders dan bij huur of erfpacht. Hier is bewust voor gekozen. Uitgangspunt bij een bruikleenovereenkomst is dat alleen die kosten in rekening worden gebracht die de gemeente daadwerkelijk maakt. Als dit anders wordt ingeregeld, bestaat de kans dat het gezien kan worden als huurconstructie waarbij de bewoners van de Tiny Houses huurrechten zouden opbouwen. Het juridische advies was destijds om het op deze wijze te doen. Mevrouw Van ’t Westeinde geeft aan dat in de stukken staat dat de voorspelling is dat de totale huuropbrengst meer is dan de verwachte kostenstijging voor het bouw- en woonrijp maken. Blijkbaar komen er meer inkomsten uit dan dat er kosten zijn. Dit zou niet in een bruikleenovereenkomst passen. Wethouder Renzen geeft aan dat het uitgangspunt is dat de bruikleenvergoeding niet veel meer is dan de kosten die de gemeente maakt. Voor de volgende vijf jaar zal de gemeente er scherp op moeten zijn hoe dit het beste ingekleed kan worden. Mevrouw Van ’t Westeinde is benieuwd naar de inhoud van het juridische advies.

Kan dit gedeeld worden met de commissie? Wethouder Renzen antwoordt dat een extern advies ertoe heeft geleid dat er gekozen is voor een bruikleenovereenkomst. Ook bij de verlenging is hier weer naar gekeken. Het advies is om met nog eens vijf jaar te verlengen. Dit is mogelijk op basis van de huidige bruikleenovereenkomst die is afgesloten met de Tiny House-bewoners. De heer Van Lier verzoekt het college dringend om goede ideeën voor grondexploitaties waaruit de raad vervolgens kan kiezen. Mevrouw Van ’t Westeinde geeft aan dat zij het punt wellicht als bespreekpunt geagendeerd zou willen zien maar vooralsnog zou het een hamerstuk kunnen zijn. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.

22.

Voorstel Huisvestingsverordening Midden-Delfland 2023

De heer Ringeling constateert dat het om een beleidsarme actualisatie van de verordening gaat. Op lokaal niveau verandert er nauwelijks iets. De fractie kan daarom instemmen. De heer Scholtes merkt op dat de verordening vastgesteld wordt op 1 juli 2023 terwijl de raadsvergadering plaatsvindt op 4 juli 2023. Is het mogelijk om de verordening met terugwerkende kracht vast te stellen? De heer Knaap constateert dat de opgave voor Midden-Delfland groter is dan die van de rest van de regio omdat de wachttijd harder stijgt dan de wachttijd in de rest van de regio. In de komende jaren worden 158 woningen gebouwd maar een deel hiervan is bedoeld voor specifieke doelgroepen. Voor de reguliere woningzoekenden blijven slechts 74 nieuwe sociale huurwoningen over in de komende vijf jaar. In de informatiebijeenkomst werd aangegeven dat aan de regionale Huisvestingsverordening lokaal invulling kan worden gegeven. De fractie van de heer Knaap hoopte dat het lokale deel zou zijn bijgevoegd. Spreker vraagt wanneer de lokale invulling in de commissie wordt besproken en welke maatregelen er getroffen kunnen worden om woningen beschikbaar te maken voor eigen inwoners. De heer Scholtes vraagt de heer Knaap wat hij verstaat onder eigen inwoners. De heer Knaap antwoordt dat het gaat om de mensen die al in Midden-Delfland wonen en die willen doorstromen of willen starten.

Hij geeft aan dat zijn fractie graag zo spoedig mogelijk van 25% naar 50% lokaal maatwerk zou gaan. Gaat het hierbij om de totale woningvoorraad of alleen de nieuw beschikbare woningen? 13

Als alle regiopartners voor 50% maatwerk op de totale woningvoorraad gaan, dan zal alles op slot gaan. Dit heeft consequenties voor de mogelijkheden die inwoners van Midden-Delfland hebben om een huis in bijvoorbeeld Delft te vinden. Welk scenario zouden de overige fracties kiezen als gekozen wordt voor 50% lokaal maatwerk op de langere termijn? De heer Zwaard zegt dat zijn fractie zal instemmen met het voorstel. De verordening is tot stand gekomen in samenwerking met woningbouwcorporaties en huurdersorganisatie en de raadsinformatiebijeenkomst van februari jl. heeft veel verduidelijkt. De fractie kijkt uit naar de discussie over de vraag of met de gewijzigde wet- en regelgeving de toekomstbestendigheid van het huidige systeem in tact blijft. De vraag van de heer Knaap wordt later beantwoord. De gemeente Midden-Delfland heeft 49% van de woningen aan eigen inwoners toegewezen. De heer Van Lier vraagt hoe het percentage van 50% kan worden geborgd. Wethouder Renzen geeft aan dat de Huisvestingsverordening beleidsarm wordt vastgesteld. De Huisvestingswet zou op 1 juli 2023 ingaan maar dit is helaas uitgesteld tot 1 januari 2024. In die nieuwe wet wordt de mogelijkheid voor gemeenten opgenomen om een hoger percentage (van 25% naar 50%) lokaal maatwerk in te kunnen zetten. Dit houdt in dat van alle vrijgekomen sociale huurwoningen 50% toegewezen kan worden aan eigen inwoners.

Met name de kleinere gemeenten waaronder Midden-Delfland willen hier gebruik van maken. Met de woningcorporatie is afgesproken om de maximale 25% te hanteren. Grotere gemeenten zoals Den Haag zetten minder in op dit lokale maatwerk. De verwachting is dan ook dat de kleinere gemeenten de 50% in zullen zetten maar dat dit voor de grotere gemeenten minder belangrijk is. In de Huisvestingswet veranderen meer zaken. Zo gaat ook een deel van de urgentieverklaringen onder het lokale maatwerk vallen. Ook wordt er gesproken over het toe kunnen wijzen van koopwoningen aan lokale inwoners. Als de nieuwe Huisvestingswet ingaat is het belangrijk dat in regionaal verband afspraken worden gemaakt. Om 50% lokaal toe te kunnen wijzen, zal de Huisvestingsverordening moeten worden aangepast. De vraag ligt bij de regio voor hoe de gemeente ervoor kan zorgen dat er zo snel mogelijk gebruik kan worden gemaakt. Het zou jammer zijn als de wet op 1 januari 2024 ingaat en de gemeente pas een jaar later het hogere percentage lokaal maatwerk kan hanteren. Spreekster uit hierover haar zorgen, zij wil het instrumentarium eerder kunnen inzetten. Het lokale deel van de Huisvestingsverordening is ongewijzigd ten opzichte van 2019 en is toegevoegd. Het vaststellen van de Huisvestingsverordening door de raad op 4 juli 2023 met terugwerkende kracht per 1 juli 2023 zou juridisch mogelijk moeten zijn.

De heer Knaap geeft desgevraagd aan dat zijn vraag voor de andere fracties niet meer relevant is door de beantwoording van de wethouder. De 50% lokaal maatwerk geldt alleen voor vrijgekomen sociale huurwoningen en niet voor de gehele woningvoorraad. De heer Van Lier vraagt of het mogelijk is om een Huisvestingsverordening voor Midden-Delfland op te stellen waardoor de nieuwe wetgeving zo spoedig mogelijk in werking kan treden. De fractie kan instemmen met de verordening. Op 1 januari 2024 moet wel goed gekeken hoe hiermee verder moet worden gegaan. De heer Knaap is blij met de toelichting van de wethouder over hoe goed er wordt gewerkt aan de 50% en over welke mogelijkheden dit biedt. Spreker is wel teleurgesteld over het feit dat er met alle suggesties die in januari 2022 zijn gedaan over hoe huur- en koopwoningen toegewezen kunnen worden aan eigen inwoners niets is gedaan. Wanneer spreekt de raad hierover? Biedt de nieuwe Huisvestingswet hiervoor mogelijkheden? 10% van de woningen mag worden verdeeld door loting. Is de wethouder bereid om aan deze loting alleen inwoners van Midden-Delfland mee te laten doen of is dit niet toegestaan? De heer Scholtes geeft aan dat zijn fractie zich goed kan vinden in de uitleg van de wethouder en datgene wat er vastgesteld wordt over lokaal maatwerk.

Naarmate meer lokaal maatwerk wordt toegepast worden jongeren die een aantal jaren elders gaan studeren of in een grotere stad in de regio gaan wonen uitgesloten voor lokaal maatwerk. Dit ziet zijn fractie als een risico. De heer Knaap ziet dit niet als een risico omdat studerenden ingeschreven kunnen blijven als 14

woningzoekende, veel jongeren in Midden-Delfland voor een praktische opleiding kiezen en in de gemeente blijven en degenen die wel hebben gestudeerd vanwege hun hoge inkomen niet meer in aanmerking komen voor een sociale huurwoning. Wethouder Renzen antwoordt dat de lokale verordening geborgd en passend moet zijn in de regionale Huisvestingsverordening. De regionale Huisvestingsverordening is nodig om daarbinnen het lokale deel te kunnen vaststellen. Dit moet dan wel regionaal geborgd en opgenomen zijn. De instrumenten waar de heer Knaap op doelt gaan niet alleen over het toewijzen aan eigen inwoners maar ook over dat woningeigenaren zelf in hun woning wonen en deze niet verhuren. Er wordt een een nieuwe Woonvisie en een nieuwe Woonagenda opgesteld. Het is goed om dan raadsbreed het ook over dit soort instrumenten te hebben. Het college komt in de tussentijd niet met dit soort instrumenten. De raad gaat hier uiteindelijk zelf over. Het college gaat erover spreken tijdens het opstellen van de nieuwe Woonvisie en Woonagenda. De heer Knaap vraagt wanneer er wordt gesproken over de nieuwe Woonvisie en Woonagenda. Wethouder Renzen antwoordt dat dit in september a.s. zal zijn. Het verloten van beschikbare woningen is mogelijk. Als de loting alleen toegankelijk is voor inwoners dan zal hiervoor het lokale maatwerk ingezet moeten worden.

In Midden-Delfland wordt niet met lotingen gewerkt. Er wordt wel gewerkt met jongerencontracten waarbij jongeren meer kansen krijgen en hun inschrijfduur behouden. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.

23.

Voorstel actualisatie grondexploitaties per 1 januari 2023

De heer Knaap wil inzoomen op de voortgang van Keenenburg V. Het college stelt dat tot nu toe 38% sociale woningen zijn gerealiseerd. Fase 1 en 2 zijn echter al opgenomen in de 21% sociale woningbouw die er is in Midden-Delfland. Nieuwe plannen zouden een hoger percentage sociale woningbouw moeten omvatten om het totale percentage te laten groeien naar 30%. Keenenburg V voegt acht sociale huurwoningen toe: slechts 17%. Het plan van dertig woningen dat onlangs is vastgesteld bevat geen enkele sociale huurwoning. Elk project van de afgelopen periode levert een kleiner percentage sociale huurwoningen dan de doelstelling. Hoe gaat het college dit omkeren? De heer Roeling wijst op project Hooipolder waar nu een winst wordt gerealiseerd van € 365.000,00. Op deze locatie is in het verleden echter al meerdere keren verlies genomen. Het zou helpen als er inzicht is in de historische verliezen en winsten. Inzake Keenenburg V baren de plankosten de fractie zorgen. Deze zijn nog hoger dan de verwervingskosten die al hoog waren. Het project verloopt erg traag waardoor sommige onderzoeken opnieuw uitgevoerd moeten worden. Wat wordt er concreet gedaan met Hoeve Johanna? Wat wordt er teruggebouwd? Wethouder Voskamp geeft aan dat winst- en verliesnemingen een verplichting van de BBV zijn.

Geprobeerd wordt om het historisch verloop van de verliezen en winsten beter inzichtelijk te maken zodat de commissieleden een goed overzicht krijgen. De kosten voor het bouwrijp maken en de plankosten zijn hoog omdat het plan al lang loopt en er regelmatig wijzigingen in de kosten optreden. Deze moeten bij de actualisatie worden opgenomen. Wethouder Renzen zegt dat het aantal sociale huurwoningen dat wordt toegevoegd moet landen in de nieuwbouwprojecten die niet al lang geleden zijn vastgesteld. De sociale huurwoningen van Keenenburg V zitten in een eerdere fase van het project. In deze fase is eerder door de raad een woningbouwprogramma vastgesteld. Daar houdt het college zich aan. De heer Knaap vraagt waarom het college er niet voor kiest om in plaats van vier sociale koopwoningen in Keenenburg V vier sociale huurwoningen te laten bouwen. Wethouder Renzen antwoordt dat de reden hiervan is dat de raad voor sociale koop heeft gekozen. Het college heeft het al enigszins aangepast waardoor er ook acht sociale huurwoningen komen. De raad heeft dit eerder vastgesteld en daarmee gaat men verder.

15

De heer Knaap zegt dat dit is vastgesteld door de raad. Daarna is een motie aangenomen voor 30% sociale huurwoningen en geen sociale koopwoningen. Deze nieuwe inzichten en opdrachten zijn door het college blijkbaar niet meegenomen. Wethouder Renzen ziet dit anders. Er zijn verschillende moties afgegeven door de raad. Daarna is het coalitieakkoord gesloten en is het college met een collegewerkprogramma gekomen. Een aantal zaken is aangepast inzake de Woonagenda en het percentage sociaal en betaalbaar. Steeds is gesteld dat dit geen invloed heeft op reeds vastgestelde plannen en dat de regels worden ingezet voor nieuwe projecten. Hierdoor hoeft er niet teruggekomen te worden op eerder genomen beslissingen. Het project Keenenburg V loopt inderdaad te lang en dit betekent dat bepaalde onderzoeken die in het verleden zijn uitgevoerd nu geactualiseerd moeten worden. Dit brengt meerkosten met zich mee. De raad heeft vastgesteld dat Hoeve Johanna in de huidige vorm kan worden gerestaureerd om woningen in te realiseren. Een andere mogelijkheid is dat de hoeve wordt gesloopt en er teruggebouwd kan worden. Wat het uiteindelijk wordt is afhankelijk van de partij die na een tenderprocedure wordt geselecteerd. De heer Roeling vraagt naar het kader dat is meegegeven door het college. Wethouder Renzen antwoordt dat de raad dit kader heeft vastgesteld.

Er liggen een vastgesteld bestemmingsplan en een vastgesteld exploitatieplan voor. Ook heeft de raad vastgesteld welke woningen er zouden worden gebouwd. In het restant van fase 1 komt een huisartsenpraktijk met daarbij acht sociale huurwoningen. De heer Roeling vraagt wat er op de locatie van Hoeve Johanna is vastgesteld door de raad. Wethouder Renzen antwoordt dat de sociale koopwoningen gesitueerd zijn in Hoeve Johanna. De heer Van der Eijk drukt het college op het hart om Keenenburg V nog dit jaar in de markt te zetten. De heer Knaap is van mening dat de eerder vastgestelde plannen na de motie over 30% sociale huur en geen sociale koop best aangepast kunnen worden. Hij constateert dat de wethouder hier niet toe bereid is en hij betreurt dit. De heer Roeling merkt op dat er veel partijen betrokken worden bij op zich vrij eenvoudige projecten. Zijn fractie adviseert het college dan ook om het simpel te houden door alleen het strikt noodzakelijke te doen. Dit zal het proces versnellen. De heer Knaap geeft namens zijn fractie aan dat het een hamerstuk is maar de fractie wil hier wel een kanttekening bij plaatsen in de vorm van een korte verklaring. De kanttekening is dat het de fractie teleurstelt dat duidelijk blijkt dat er geen flexibiliteit is bij deze coalitie en dit college om daadwerkelijk werk te maken van meer sociale huurwoningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=0c813d57-afbe-4367-9b1e-9f285c4ed3ac