2022 m 12 d 20 Vsl raad.docx
Tekst van het document
Sowieso ben ik het college dankbaar dat ze dat overzicht hebben gegeven waarin de werken staan en waar staat wat waarom doorgeschoven wordt. Dat is inzicht dat we daarvoor niet hadden. Als raadslid kan ik wel aangeven dat ik blij ben met dat inzicht. Dat betekent niet dat we er elke keer iets mee moeten doen, want als de reden is 'we schuiven door, want dan kan werk gecombineerd worden', of het blijkt toch dat de weg of een brug bijvoorbeeld nog niet is afgeschreven, dan zijn dat gewoon heel legitieme redenen om dat door te schuiven. Op het moment dat wij zien 'hé, het komt nu wel heel vaak voor dat iets doorgeschoven wordt omdat er geen capaciteit is', denk ik dat wij als raad daar op een gegeven moment blij moeten zijn met dat inzicht en ons vervolgens als raad moeten afvragen wat wij daarmee moeten doen. Dus voor nu zijn wij blij met het inzicht en hoe dan ook stemmen we in met dit voorstel. De voorzitter: De heer Van Rijs. De heer Van Rijs: Met betrekking tot die doorschuifbudgetten is ook het CDA van mening dat het goed is dat we daar inzicht in hebben, dus het CDA stelt ook voor dat we ook in de komende jaren het college vragen om zo proactief mogelijk dat overzicht te doen toekomen. Dan is het uiteindelijk aan ons, aan de raad om daar wat van te vinden en daar vragen over te stellen.
Zelf had ik ook nog een vraag gesteld, namens het CDA met betrekking tot deze begroting. Dat ging over de implementatie van de kosten van de Omgevingswet. Dank aan de wethouder voor het beantwoorden van de vraag, maar er is wel een beetje discussie over dat er blijkbaar een verschil is tussen implementatie van de Omgevingswet en de invoering van de Omgevingswet. En daar zit een hoop geld tussen. Vooralsnog doen we het met het antwoord, maar we zullen zeker kritisch opvolgen wat er straks in de begroting voor 2024 wordt opgenomen voor implementatie of invoering. We gaan het zien. Verder steunt het CDA de derde periodieke begrotingswijziging. De voorzitter: Ik kijk even naar de fractie van de OGP Midden-Delfland voor de vraag van mijnheer Roeling. De heer Jongsma. De heer Jongsma: Voorzitter, meestal wacht ik eerst op mijn collega, 'Jacob met een C', want die heeft het er elk jaar over en hij is er elk jaar heel kritisch over. Ik vind hem nu heel rustig, dus ik denk voor nu dat het er best goed uitziet. Maar misschien spreek ik voor mijn beurt, dus het is fijn om inzicht te hebben in het doorschuiven, dat is zeker zo en we moeten daar de komende jaren echt heel kritisch naar blijven kijken, maar dat doen we dus eigenlijk al heel lang. Maar wat dat aangaat, verandert ook nog niet zo heel veel.
En als we nu weer kijken naar wat wordt doorgeschoven, vind ik het allemaal redelijk goede verklaringen en onderbouwingen. Dus laten we gewoon in 2023 kijken of dat ook zo blijft. Dus voor nu wil ik het daarbij laten. De voorzitter: Dan gaan we naar 'Jacob met een C'. De heer Van der Eijk.
De heer Van der Eijk: Voorzitter, ik dacht eigenlijk dat we elkaar bij de achternaam aanspreken, dat dat gebruikelijk was. De voorzitter: Ik verbeterde mezelf al, maar ik was net te laat. Mijn excuses, mijnheer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Na een aantal jaar zaaien over de doorschuifbudgetten gaat het groeien en iedereen heeft het erover. Het staat bij iedereen op het netvlies en dat is heel belangrijk. De voorzitter: De heer Van der Eijk claimt zijn succes. Waarvan akte. De heer Van der Eijk: Ik heb eigenlijk in de commissievergadering al aangegeven hoe ik erin zit, dus daar zult u het dan… Het is ook door de heer Vieira al aangegeven en de heer Van Rijs gaf ook iets aan, en de heer Jongsma. We hebben goed moedermateriaal gebruikt, voorzitter. De voorzitter: Dan kijk ik naar de heer Roeling want die heeft nog behoefte aan een tweede termijn. U heeft de antwoorden gehoord van uw collega's. De heer Roeling: Ja prima, maar ik begin met een compliment, voorzitter. Want hoe was het voorheen? We hebben de tijd nog meegemaakt dat pas bij de jaarrekening in juni inzichtelijk werd gemaakt dat er werd doorgeschoven of was doorgeschoven. Vervolgens hebben we afspraken gemaakt over hoe dat beter zou kunnen. Dit is ook een prima resultaat, dit is weer een stap vooruit in de ontwikkeling. Maar...
Ik hoorde net de geachte collega de heer Van der Eijk, die stak zichzelf een beetje een veer in de hoed, die indruk had ik tenminste. De voorzitter: Ik zag wel instemmend geknik. De heer Roeling: Ja. Maar ik denk dat de heer Van der Eijk ook wel eerlijk moet toegeven dat wij daar ooit mee begonnen zijn. Op een gegeven moment dachten wij 'het zal wel, ze doen er niets mee'. En inderdaad, de mijnheer die zijn vinger opsteekt, heeft het overgenomen en ik denk dat zowel de heer Van der Eijk als wij tevreden kunnen zijn. De voorzitter: Mijnheer Roeling, ik denk dat we moeten oppassen, we hebben nu een interruptie maar laten we uitkijken dat we geen semantische discussie krijgen, maar gewoon constateren dat succes altijd vele vaderen heeft. De heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Voorzitter, ik zit geen achttien jaar in de gemeenteraad van deze gemeente, dus ik kon u ook niet voor zijn, mijnheer Roeling. Bent u dat met mij eens? De voorzitter: Mijnheer Roeling. De heer Roeling: Dat klopt. Maar goed, u bent niet de enige, mijnheer Van der Eijk. Voorzitter prima, we gaan ermee aan de slag. Wij zien het als een verbeteringsslag en volgend jaar een nog betere begrotingsbehandeling. En dan maken we ook daar weer een stapje, dat is onze intentie.
De voorzitter: Ik heb geen vragen geconstateerd voor het college dus ik wil het voorstel graag in stemming brengen, maar niet voordat ik gevraagd heb of er behoefte aan stemverklaringen is. Nee? Wie is voor het voorliggende voorstel? Dat is unaniem, daarmee is het voorstel aanvaard. Het voorstel wordt unaniem aangenomen. 10.
Voorstel tot vaststellen tweede begrotingswijziging 2023-2026 n.a.v. uitkomsten 8-11 over keuzelijst posten voor Begroting 2023-2026 De voorzitter: Dan gaan we over naar het Voorstel tot vaststellen tweede begrotingswijziging 2023-2026 n.a.v. uitkomsten 8-11 over keuzelijst posten voor Begroting 2023-2026. Het voorstel is in de commissie besproken en de fractie OGP Midden-Delfland heeft hierbij aangegeven wat moeite te hebben met het ad-hocbeleid van het college inzake de voorstellen. Ik neem aan dat
deze fractie in ieder geval het woord nog wil voeren en ik wil even weten wie van OGP MiddenDelfland dat gaat doen. Mijnheer Jongsma. Zijn er verder nog mensen die het woord wensen te voeren? De heer Van Rijs. Niemand verder? Dan gaan we naar mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: Voorzitter, in de commissie hebben we al complimenten gegeven voor dit stuk dat voorligt. Het enige waar we een beetje moeite mee hadden, was dat er ineens een extra budget wordt gevraagd voor Stichting Welzijn Midden-Delfland. Dat kwam wat onverwacht, temeer omdat er al een motie was die niet werd aangenomen. We hebben vervolgens inderdaad de afgelopen week benut om met de stichting van gedachten te wisselen en we hebben uitleg gekregen waarom dit budget toch vooral nodig is de komende vier jaar. Daar zijn we wel voldoende van overtuigd geraakt, dat waren we eigenlijk al, maar het was meer de manier waarop dit nu ineens is opgenomen want toen we die bezuinigingsronde hebben doorgevoerd was het niet alleen Stichting Welzijn Midden-Delfland, maar ook de bibliotheken die flink hebben moeten inleveren en onze vraag is eigenlijk: wat was er nu gebeurd als afgelopen twee weken de bibliotheek ook naar het college was gekomen en had gezegd 'er is nog eens goed over nagedacht, bij ons komt ook steeds meer vraag, we zitten er een beetje slecht bij qua huisvesting'. Dat hebben we zelf geconstateerd.
Hadden we dan ook zo'n verzoek gehonoreerd? Ons punt is eigenlijk een beetje: wordt er op deze manier geen ongelijkheid gecreëerd tussen de verschillende stichtingen en verenigingen die misschien ook geld nodig hebben? Dat is een beetje het punt waarop we graag een reactie van het college horen. Wat was er nu gebeurd als bijvoorbeeld de bibliotheek de afgelopen twee weken was gekomen en had gezegd 'de komende vier jaar hebben we eigenlijk € 30.000,00 per jaar nodig'? De voorzitter: Mijnheer Jongsma, ik begrijp dat uw vraag over de hypothese 'wat was er gebeurd als de bibliotheek was gekomen?' een inleiding is op de vraag die erachter ligt. Want het is een beetje moeilijk om vragen te beantwoorden over situaties die zich niet voorgedaan hebben. Ik wil even kijken of ik uw vraag goed begrijp. De heer Jongsma: Het komt er concreet op neer: dit verzoek stond eerst niet op die keuzelijst en het staat er nu wel op. Dat hebben we gelezen, prima, maar hoe kan het nu zo zijn, waarom zijn andere verenigingen niet actief benaderd? En dan noem ik bewust de bibliotheek omdat die de vorige keer ook heeft moeten bezuinigen en waarom is dan ook niet even de bibliotheek gebeld en gevraagd 'hebben jullie misschien ook geld nodig?' Je hoeft niet de hele wereld af, maar in dit concrete geval dacht ik wel, had je ook de bibliotheek kunnen vragen.
De voorzitter: Maar het gaat u vooral om de zorgen over willekeur, als ik het goed begrijp? Oké, dank u wel, dan gaan we naar de heer Van Rijs. De heer Van Rijs: Ik wacht eventjes de beantwoording af en stel eventueel vragen in tweede termijn. De voorzitter: Dan het college. Wethouder Ten Have, gaat uw gang. Wethouder Ten Have: Voorzitter, hoewel het inhoudelijk een andere verantwoordelijkheid is, zal ik in eerste instantie even een voorzetje doen. Ik begrijp op zich de vraag van mijnheer Jongsma wel. Daar kunnen we denk ik in twee lijnen op antwoorden, 1. We zien een aantal ontwikkelingen die leiden tot begrotingswijzigingen en ook formatie-uitbreidingen, de behoefte aan een maatwerkfonds en armoedebeleid en dat soort zaken, waarvan we constateren dat de consequenties van die maatschappelijke ontwikkelingen niet alleen bij de gemeente terechtkomen, maar ook bij het voorliggend veld, namelijk SWMD. Die raken SWMD anders dan de bibliotheek. Daar is ook een onderbouwd verhaal over gekomen van Stichting Welzijn Midden-Delfland en daarvan hebben wij gezegd als college 'ja, het is ook wel logisch als wij in de breedte kijken naar het effect van deze ontwikkelingen en dus kijken wat het betekent voor de gemeentelijke begroting, voor ons ambtenarenapparaat en voor het instrumentarium dat we willen hebben, dat het voorliggend veld daarbij betrokken wordt'.
Uw tweede vraag, daarvan zei de burgemeester al dat die natuurlijk wat hypothetisch is, maar we constateren dat naar aanleiding van de bezuiniging op de bibliotheek twee locaties feitelijk gesloten zijn. En dan is het natuurlijk een gekke vraag om te zeggen 'goh, zou u die weer willen openen?'
Dat is een heel andere situatie en die vraag heeft ons ook niet bereikt. We hebben ook geen signalen in het overleg met de bibliotheek gekregen. Die maatregel is geïmplementeerd. En bij SWMD hebben we geconstateerd 'die maatregel is geïmplementeerd, maar het takenpakket is zodanig geëxplodeerd dat we daar een noodsituatie zien'. En dan kun je zeggen 'we doen even niets omdat we de vraag eerst heel breed gaan voorleggen'. En wij hebben gemeend 'we vinden de onderbouwing logisch, aannemelijk en ook in het verlengde van de maatregelen die we bij de gemeente zelf nemen in onze formatie en in ons instrumentarium'. Ik denk dat dat de afweging is geweest die we hebben gemaakt. De voorzitter: Dan gaan we naar de tweede termijn. Ik ga eerst naar de heer Van Rijs. Die had aangegeven dat hij in de tweede termijn vragen zou stellen. Ik kijk dan nog even of mijnheer Jongsma nog iets wil zeggen. De heer Van Rijs: Allereerst wil ik zeggen dat het CDA deze begrotingswijziging steunt, zeker ook steun voor de extra bijdrage aan de Stichting Welzijn Midden Delfland vanwege de uitbreiding van het takenpakket. Er is wel een nieuw bericht van het rijk en daar heb ik een vraag over aan het college. Dat gaat over de energiecompensatie voor instellingen, er is er een nieuw bericht van het rijk over die compensatie.
Het CDA verwacht eigenlijk van de wethouder dat zij proactief bij de instellingen inventariseert hoe de vlag erbij hangt, want we moeten niet wachten op weer nieuwe insprekers over dit onderwerp. Mijn vraag aan de wethouder is of zij wil bevestigen dat ze dat doet. De voorzitter: Mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: Uiteraard. We hebben al aangegeven dat wij die € 50.000,00 per jaar voor Stichting Welzijn Midden Delfland helemaal kunnen ondersteunen. Zeker na de toelichting die we hebben gekregen. Ik wil ook de wethouder bedanken voor de toelichting die hij nogmaals geeft op de vraag hoe het zo is gekomen. Dat totaal maakt dat we nu gewoon een goed beeld hebben en ook gewoon kunnen instemmen met deze begrotingswijziging. Dus met name die toelichting misten wij een beetje. We werden een beetje overvallen, maar met alles wat we nu gehoord hebben, kunnen we gewoon instemmen met het voorstel. De voorzitter: Verder nog iemand voor de tweede termijn? Dan ga ik nog even naar het college voor de laatste beantwoording. Wethouder Oderwald. Wethouder Oderwald: Met betrekking tot de vraag over de energiekosten bij welzijnsinstellingen. Dat staat echt goed op ons netvlies. We hebben een goede uitvraag gedaan bij alle verenigingen/instanties die daarvoor in aanmerking komen waarmee wij een subsidierelatie onderhouden.
Tot op heden hebben we geen schokkende reacties gekregen dat er echt urgente vraagstukken liggen. Heel veel organisaties zijn na een herinnering van ons nog steeds aan het kijken 'hoe zullen we dit beantwoorden?' Natuurlijk voelen ze de energieprijzen in hun eigen begroting, maar daar zitten op dit moment nog niet zodanige vraagstukken in dat we die direct hier op tafel verwachten. We zijn aan het werken om dat wat overzichtelijker te maken en we hebben het vooral ook als handreiking gezien om te zeggen 'we zijn er', maar we zijn vooral aan het kijken hoe we die landelijke maatregel kunnen uitrollen binnen deze gemeente. De voorzitter: De heer Van Rijs, voldoende zo? Ja, dan wil ik graag het voorstel in stemming brengen en dan wil ik graag weten of er iemand is die behoefte heeft aan een stemverklaring? Nee. Dan vraag ik wie voor het voorliggende voorstel is. Ik zie dat het unaniem wordt aangenomen. Het voorstel wordt unaniem aangenomen. 11. Voorstel bekrachtiging geheimhouding diverse documenten De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 11, het voorstel bekrachtiging geheimhouding diverse documenten. Dit voorstel is uiteraard niet in de commissie besproken, maar rechtstreeks gevolg van een besloten commissievergadering van vorige week.
Er zijn daar door het college geheim verklaarde documenten met u gedeeld en de Gemeentewet schrijft u voor dat u in de eerstvolgende raadsvergadering in de raad een besluit moet nemen over de bekrachtiging van de geheimhouding. Aangezien daar geen woordvoering voor nodig is, kan dat gelijk ter stemming. Wie
is voor het voorliggende voorstel? Dat is unaniem en daarmee zijn de geheimen nog steeds geheim. Het voorstel wordt unaniem aangenomen. 12. Indiening initiatiefvoorstel fractie OGP Midden-Delfland De voorzitter: Dan komen we bij het volgende agendapunt, de indiening van een initiatiefvoorstel door het raadslid de heer Jongsma. De heer Jongsma heeft een initiatiefvoorstel opgesteld en ingediend. Overeenkomstig met – het zal voor u ook een novum zijn, of in ieder geval niet zo vaak zijn voorgekomen, vandaar dat ik het even met u deel – het Reglement van Orde breng ik het ter tafel in de eerstvolgende raadsvergadering en dat is vanavond. Het is uitsluitend bedoeld om u erover te informeren. Het is dus niet de bedoeling dat er een debat over gevoerd wordt. Het is eerst aan het college om een schriftelijke reactie voor uw raad op te stellen. Die kunt u dan agenderen in de commissievergadering en eventueel in de raadsvergadering. Het is nu aan de indiener, de heer Jongsma, om het voorstel kort toe te lichten. Gaat uw gang. De heer Jongsma: Ja, een initiatiefvoorstel, dat komt niet zo veel voor. Maar goed, als je in de oppositie zit, moet je het misschien net iets vaker doen want niet alles komt je zo maar aanwaaien. Daar staat tegenover dat wij dachten 'we willen het ambtelijk apparaat ook niet verder onder druk zetten', dus je gaat zelf aan de slag.
Waarom ga je aan de slag? Omdat we op dit moment constateren dat we een groot aantal of meerdere mensen in het buitengebied hebben met monumentale panden of bijzondere woningen die geconfronteerd worden met extreme energieprijsstijgingen. Dat is natuurlijk niet alleen daar, maar in het algemeen, maar dit gaat vaak om duizenden, zo niet tienduizenden euro's op jaarbasis. En het idee is dat heel veel van die mensen op dit moment wel kijken naar 'hoe kunnen we die energielasten omlaag brengen?' Dan kom je toch al gauw, zeker in een combinatie met een warmtepomp, op zonnepanelen uit. Met name op rietgedekte woningen en dergelijke kun je niet zomaar zonnepanelen kwijt. Mensen hebben over het algemeen wel een redelijk grote tuin. Dus dan zeggen ze 'is het dan niet een idee om in de tuin een klein zonnepanelenveldje aan te leggen, of op een bijgebouw?' Een aantal inwoners uit onze gemeente heeft inmiddels overleg gehad met de gemeente en de gemeente heeft daar of niet echt geschikt beleid voor, of men is vrij star daarin. Dus het idee is eigenlijk om nu met een pakket beleidsregels te komen waarmee het voor iedereen duidelijk is wat wel kan en wat niet kan. En daarvoor hebben we een initiatiefvoorstel gemaakt. Omdat het best urgent is, is het misschien nog niet helemaal compleet en ik hoor ook graag, niet nu vanavond, maar komende week, wat eraan veranderd en verbeterd kan worden.
Maar het idee is wel om op zeer korte termijn te komen met beleidsregels voor zonnepanelen in het buitengebied. Voor eigen gebruik. Dat wil ik er wel bij zeggen, het is niet zo dat iedereen ineens een energiecentrale kan beginnen. Dat was dus de reden om dat op zeer korte termijn in te dienen en dat heb ik gistermiddag gedaan en vandaag staat het al op de agenda. Uiteraard, het college gaat dadelijk reageren, maar ik wil wel graag het volgende aangeven: ik zie een termijn van negentig dagen staan. Dat is normaal een redelijke termijn, denk ik, maar gelet op de urgentie, waar het bij sommige mensen om duizenden euro's per maand gaat, hoop ik en hoor ik graag van het college of dat misschien ook op kortere termijn kan. De voorzitter: Dank mijnheer Jongsma. Ik heb alleen ruimte voor korte verhelderingsvragen. Maar ik zou graag voorstellen om dat echt zo klein mogelijk te houden want we gaan het niet over de inhoud hebben en het college gaat ook niet nu reageren. Het college gaat pas reageren op het moment dat het college gaat reageren en daar staan in principe dertien weken voor. Maar uw oproep aan het college met de urgentie zal het college zeker meenemen, als ik het college goed inschat. Ik zie daar knikkende bewegingen dus dat is goed gehoord. Mevrouw Van 't Westeinde.
Mevrouw Van 't Westeinde: Voorzitter, ik heb eigenlijk een meer procedurele vraag en misschien dat het anders straks aan de orde komt. Want ik begrijp nu dat het is ingediend en het college komt met een reactie, maar voor mij is een deel van de materie nieuw. Stel dat ik hier nog technische vragen over wil indienen, kan dat parallel of doe ik dat gewoon achterlangs, of is dat op het moment dat het college gereageerd heeft? Dus graag een reactie.
De voorzitter: Nou ja, eigenlijk is dit strikt genomen geen voorstel van het college. Het college gaat een bestuurlijke reactie geven met het advies over wat er goed aan is en wat er beter moet. Dat zijn zaken die mijnheer Jongsma gebruiken kan, met zijn fractie, om u te overtuigen en dan stemt de raad. Alle technische vragen zullen dus strikt genomen aan mijnheer Jongsma moeten worden gesteld. Die is het grote brein achter dit stuk. Maar ik kan me wel voorstellen dat mijnheer Jongsma ook beroep op ambtelijke bijstand doet. Dat zijn zaken die daar natuurlijk wel bij horen, maar strikt genomen moeten de vragen aan mijnheer Jongsma worden gesteld. Mevrouw Van 't Westeinde: Nog een kleine korte vervolgvraag: betekent dat dat ik dat gewoon rechtstreeks met mijnheer Jongsma doe, of doe ik dat via de griffier? De voorzitter: Ik zou me wel voor kunnen stellen dat u dat dan uiterlijk maandagochtend voor de raad doet, zodat mijnheer Jongsma even de tijd heeft om schriftelijk te antwoorden. Ik zit mijnheer Jongsma even te plagen. In principe wel, maar dat zou via de griffier gaan. De heer Gebben? De heer Gebben: Het is misschien ook een beetje procedureel, maar dit is ook de eerste keer dat wij dit doen in deze raad.
Begrijp ik nu goed dat het initiatiefvoorstel dat hier ligt, de beleidsregels zijn die de heer Jongsma vindt dat er moeten zijn op het gebied van zonnepanelen in het buitengebied? Want… De voorzitter: Mijnheer Gebben, even niet op inhoud. U stelt een procedurele vraag, want ik hoorde iets komen… De heer Gebben: Ik snap niet helemaal... Ik wil graag even duidelijk hebben wat hier nu ligt, want er ligt een initiatiefvoorstel. Dat zijn de beleidsregels waarover het gaat. De voorzitter: Dan gaan we naar mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: Wat voorligt, is gewoon een voorstel. Net zoals wij vanuit het college inderdaad een voorstel krijgen, meestal met een oplegger. Dit is mijn voorstel, ons voorstel voor de nieuwe beleidsregels zoals die moeten gaan gelden in Midden-Delfland. Dus dan is het altijd zo dat we met z'n allen kunnen kijken 'kan het ook scherper? Kan het beter? Kan het anders?' Dat hoor ik graag zodat op het moment dat dit te zijner tijd in de commissie komt, we het dan nog scherper kunnen maken en uiteindelijk in de raad kunnen aftikken. Dat is hoe het zit. De voorzitter: Ik heb mijnheer Jongsma in het begin horen zeggen dat u niet de ambitie uitgesproken heeft om compleet te willen zijn, dat hij u juist wil uitnodigen om het compleet te maken. Dat is zo goed begrepen? Voldoende zo? Ja, dan was dat agendapunt 12. 13.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 13, de mogelijkheid tot het stellen van vragen. Bij dit agendapunt stelt een raadslid vragen aan het college en na de beantwoording van het college worden de overige leden in de gelegenheid gesteld om aanvullende vragen te stellen aan de vragensteller of het college over het aanhangige onderwerp. Er zijn door de heer Jongsma twee onderwerpen aangekondigd die we puntsgewijs zullen behandelen. We beginnen met onderwerp 1, dat is de ruimtelijke ordening situatie Zouteveenseweg 17.C te Schipluiden. Gaat uw gang mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: Ik wil beginnen met het complimenteren van de goede overzichtelijke beantwoording van mijn vragen. Het is voor mij nu best duidelijk 'wat wel en wat niet', dus daar ben ik heel blij mee. Ik zie nog wel dat bij een aantal dingetjes staat 'handhaving of onderzoek handhaving'. U geeft ook aan, via de voorzitter, wethouder, dat u daar nog mee bezig bent. Er zijn nog twee vragen die ik dan heb: wanneer wordt dat nog meer duidelijk en krijgen we daar natuurlijk een terugkoppeling van? En de tweede vraag is: In hoeverre wordt de polderarchitect hierbij betrokken? De voorzitter: Ik kijk naar het college. Wethouder Ten Have. Die maakte tenminste een beweging.
Wethouder Ten Have: Voorzitter, ik weet niet exact welke termijnen voor die onderzoeken staan. Er zijn natuurlijk verschillende onderwerpen die lopen. En de polderarchitect moet ik even navragen. Ik wil nog wel even benadrukken, wat ook wel in de beantwoording staat, dat op ons verzoek het bedrijf aan de Zouteveenseweg waar u het over heeft inmiddels een visiedocument heeft ontwikkeld. Dat kennen wij overigens nog niet. Maar dat wordt ons aangeboden. Ik heb er ook met Lely over gesproken dat het mij wenselijk lijkt, maar goed, dat zien we dan wel, om dat ook ergens de komende maanden open aan u te presenteren in een soort informatiebijeenkomst waarin zij zelf hun eigen verhaal presenteren. Waarbij ik ook heb gevraagd om heel nadrukkelijk aan te geven wat alle mogelijke consequenties zijn, bijvoorbeeld ook verkeerskundig, om die met uw raad te kunnen bespreken. Ik kan me goed voorstellen dat op dat moment ook gewoon de stand van de verschillende trajecten van onderzoek en handhavingstrajecten ook bij aan de orde komt. Daar is nog geen datum voor geprikt.
Nogmaals, het onderzoek is in concept gereed en ons nog niet formeel aangeboden, maar ik weet dat het eraan zit te komen dus naar mijn verwachting zou ergens in het eerste kwartaal zo'n bijeenkomst gehouden kunnen worden, inclusief terugkoppeling over de lopende trajecten, tenzij dat al eerder duidelijk is en dan kunnen we u dat ook terugkoppelen. De voorzitter: Voldoende mijnheer Jongsma? Nog vragen verder uit de raad? Nee, dan gaan we het punt 2 en dat betreft de verkeerssituatie Maassluiseweg te Maasland. Mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: Dank u wel voor het beantwoorden van de vragen. Persoonlijk hadden we wat meer verwacht van de wegversmalling. Er wordt gesteld dat de buurgemeente een eis stelt 'het moet voor twee auto's nog steeds passeerbaar zijn', maar was het niet zo dat wij zelf mogen bepalen of er nog maar een auto per keer door de versmalling kan? Dat is eigenlijk een aanvullende vraag. Waarom niet een rijstrook voor een deel versperren? De voorzitter: Ik kijk naar wethouder Oderwald. Wethouder Oderwald: Het is natuurlijk ernstig dat er zo snel nadat er een maatregel genomen is, een ongeluk gebeurd is. Dus ook goed dat u daar aandacht voor vraagt. Dat heeft ook onze aandacht zeer zeker gehad. We hebben een aantal maatregelen direct genomen om de gewijzigde situatie goed kenbaar te maken.
Het is natuurlijk een situatie op een weg waar we nog andere maatregelen aan het nemen zijn. En als wij verdergaande versmallingen zouden doen, dan zouden dat verkeersbesluiten zijn die een veel langer traject kennen en dit is een maatregel die we hebben kunnen nemen zonder dat dat een verkeersbesluitnodig is dat openstaat voor bezwaar en beroep en allerlei juridische consequenties kan hebben. Daarom is dit een maatregel die wij gewoon zelfstandig als gemeente het makkelijkst en het effectiefst konden nemen. De voorzitter: Mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: Nog een aanvullende vraag. Bent u tot dusver tevreden over wat het oplevert? De voorzitter: Wethouder Oderwald. Wethouder Oderwald: Het is voor mij nog wat te kort om daar een oordeel over te hebben. De voorzitter: Dat was voldoende? Zijn er nog aanvullende vragen? De heer Van Rijs. De heer Van Rijs: Dank voor het inbrengen van dit punt aan de Maassluiseweg. Die veiligheid willen we verbeteren. Mijn vraag aan de wethouder is tweeledig. Ten eerste, in de hele gemeente Maasland geldt een snelheidsbeperking van 30 km/uur binnen de bebouwde kom, behalve dat stukje aan de Maassluiseweg. Mijn vraag aan de wethouder is of het niet een verbetering van de veiligheid is om ook dat stukje 30 km/uur te maken.
De tweede vraag die ik aan de wethouder heb is: is het niet goed dat er ook een stukje communicatie komt hier, in de krant in Midden-Delfland of iets dergelijks, om te laten weten 'dit is een onderdeel van het plan om het veiliger te maken maar we hebben in het komende jaar nog
verdere plannen om daar iets meer duidelijkheid over te geven'? Want voor veel inwoners komt dit uit de lucht vallen. Ik hoor graag de antwoorden van de wethouder. De voorzitter: Om verwarring te voorkomen, de heer Van Rijs, u heeft het vast niet over de gemeente Maasland maar over de kern Maasland, maar dat even terzijde. De heer Van Rijs: Binnen de bebouwde kom. Dat klopt voorzitter. De voorzitter: Ik zag zo veel verbazing op gezichten, dat ik dacht, u loopt waarschijnlijk nog langer mee dan mijnheer Roeling. Wethouder Oderwald. Wethouder Oderwald: Ik heb twee vragen gehoord. Een over de 30 km/uur in het gebied daar. Dat zou ik even mee terug moeten nemen, want ook dat zou een verkeersbesluit kunnen inhouden en daar kan ik nu even de consequenties niet van overzien, dus dat neem ik mee terug. Communicatie, ja, dat zijn we in ieder geval fysiek acuut gaan doen. Helaas is deze publiciteit natuurlijk ook gewoon al communicatie geweest, maar dat is niet de communicatievorm die we natuurlijk voor ons zien. Deze weg zal gewoon op de schop genomen worden en daarover gaan we communiceren, maar u bedoelt waarschijnlijk gewoon rechtstreekse communicatie op dit moment. Ik denk dat we dat even ook mee terugnemen, omdat ik toch nu dingen mee terugneem.
Natuurlijk kunnen we dat doen, maar ik weet niet acuut wat de juiste vorm is, dus ik kan u geen toezegging doen want dat moet ik eventjes navragen. De heer Van Rijs: Dank u wel voor de beantwoording. De voorzitter: Wethouder, als u gewoon toezegt dat u erop terugkomt. Dan heeft u toch een toezegging gedaan. Wethouder Oderwald: Ja. De voorzitter: Goed. Voldoende voor dit onderwerp? Ja dan was dat agendapunt 13. 14. Bij het afscheid van wethouder F.J.M. ten Have De voorzitter: Dan komen we bij een onvermijdelijk en vervelend onderwerp, dat is het afscheid van wethouder Ten Have. Dan is het gebruikelijk dat er een aantal toespraken is dus ik ga even verkassen en dan bijt ik het spits af. Burgemeester Van Hemmen: Goed. Een maand geleden had ik niet kunnen denken dat ik vandaag jou zou toespreken op je laatste raadsvergadering. En je hebt zelf het moeilijke, maar in mijn ogen ook moedige besluit genomen om ermee te stoppen. Ik wil toch even beginnen bij een begin, want je bent op een bijzondere manier hier gekomen. Je was helemaal niet van plan om wethouder te worden en het had een trieste aanleiding. Jouw voorganger, Hans Horlings – dat was overigens een schok in heel Nederland, dames en heren, want echt heel bestuurlijk Nederland had zoiets van 'wat is dit?' – overleed begin 2020 heel plotseling aan de gevolgen van de corona. Echt aan het begin van de coronacrisis.
Ik kende hem niet, maar ik heb begrepen dat hij een zeer gewaardeerd bestuurder, collega en mens was die een groot gat achterliet binnen de gemeente en binnen het college, en al zeker binnen het CDA. En jij kende Hans. Je kende Hans goed. Je kende hem uit de tijd bij het CDA in Voorschoten. En ook voor jou was het een grote schok dat Hans overleed. Je besloot daarin verantwoordelijkheid te nemen, de moeilijke taak op je te nemen om het werk van Hans en het gat dat hij achterliet als mens te vullen en voort te zetten. Ik heb begrepen, vanuit de overleveringen uiteraard, dat jouw aanstelling ook voor jou heel emotioneel, maar zeer respectvol is verlopen en dat verbaast me niet. Want ik heb jou leren kennen als een zeer vriendelijke persoon die altijd oog voor de ander heeft. Jouw eerste doel was om vooral de gemeenschap te leren kennen. En dat deed je dan in coronatijd. Nou, Frank, ik kan alleen maar constateren dat je dat gelukt is. Overal waar ik de afgelopen tijd kwam en in de buurt van Frank liep, was het altijd 'hé, Frank!' en het was niet echt gezellig om met Frank over straat te gaan, want Frank gaf altijd prioriteit aan de inwoners. Het leek echt of iedereen jou kent en jij iedereen kent. En dan ben je gewoon wethouder van buiten. Je woont niet in Midden-Delfland en toch was je voor de inwoners heel zichtbaar. Ik vind dat een
knappe prestatie voor een wethouder die na 2,5 jaar wethouderschap afscheid neemt en eigenlijk twee jaar in coronatijd rondgelopen heeft. Je ging regelmatig langs bij de mensen en ondernemers om te horen hoe het ging en waar het college bij kan helpen. En, dames en heren, dat hebben we dus vanmiddag geconstateerd toen we als college met elkaar zijn gaan lunchen: hij heeft gewoon standaard kaplaarzen in zijn auto liggen omdat het boerenerf tegenwoordig niet heel erg toegankelijk is. Het was voor mij ook handig, want als je als waarnemend burgemeester begint, ga je natuurlijk kennismaken met het college en ik herinner mij dat jij zei 'dan gaan we een stukje lopen'. Ik dacht 'nou leuk', het was goed weer en we maakten een rondje en we gingen hier – jij weet natuurlijk hoe die weg heet – dat fietspad op en we liepen gewoon een rondje en kwamen uiteindelijk uit bij de Gaag en we liepen weer terug. En ondertussen werd op bijna alle beleidsdossiers die daar betrekking op hadden even op hoofdlijnen uitgelegd waarom ze belangrijk waren. Maar voor mij was het belangrijkste moment dat wij toen langs de antiquair liepen. Frank loopt daar en zegt 'die man, die moet je even leren kennen, want die weet zo verschrikkelijk veel'.
Die wandeling was bedoeld als een uurtje en ik geloof dat we dik twee uur weggeweest zijn, omdat de antiquair natuurlijk wel even wilde uitleggen over de scheuren in zijn huis, over wat hij allemaal voor materialen had. Ik heb genoten. Dat is zoals ik jou heb leren kennen en hoe jij je wethouderschap doet en hoe je met je voeten in de Midden-Delflandse klei staat en gestaan hebt. Dat je een gewaardeerde wethouder bent, was ook te merken uit de onophoudelijke stroom van reacties die op je afscheidsbericht op LinkedIn kwam. Je bent een wethouder met een visie. Een grote visie op de openbare ruimte en de inrichting daarvan. Ook met een visie op hoe de overheid hoort te functioneren in de relatie tot de inwoners. En dat is het grootste compliment dat ik je mee kan geven vanuit de ambtelijke organisatie. Daarvoor word je ook binnen de ambtelijke organisatie zeer gewaardeerd. Een van de omvangrijkste projecten die je tot een succes gemaakt hebt, is de N468. Het is een groot en lastig dossier waarin jouw voorganger Hans Horlings ook heel veel tijd en energie gestoken heeft. Je hebt het voortgezet en je hebt daar hele mooie dingen bereikt. Ik herinner me dat toen het zover was, je daar ook best trots op was in het college. Het is heel goed om te zien hoe jij zijn werk voortgezet hebt en mooie dingen hebt bereikt.
De weg krijgt een mooie upgrade, er wordt rekening gehouden met de wens van onze agrarische ondernemers want de weg wordt geschikt gemaakt voor 40 ton en we hoeven hem niet in eigendom te nemen. Dat is toch wel een heel fijne constatering. Ik wil daarbij ook noemen dat je de gemeente financieel gezond achterlaat. Dat is een van de belangrijke prestaties, want geld is niet het belangrijkste voor een gemeente, maar is wel heel erg belangrijk. Er is een risico dat je te enthousiast met uitgeven bent, we zien hoe dat bij de Rijksoverheid gaat ,en daar hebben we hier ons niet schuldig aan gemaakt. Mede dankzij jou. En de raad heeft je daarin gesteund. Maar goed, dat is allemaal bij de gratie van u allen, raadsleden. Je afscheid is snel gekomen, te snel. De afgelopen 2,5 jaar heb je aan zo'n beetje 100 raadsvergaderingen in Midden-Delfland deelgenomen en nu ben je bezig aan je laatste. Maar ik durf wel te stellen dat je een echte Midden-Delflander bent geworden. Natuurlijk kunnen we je niet met lege handen weg laten gaan en hoort daar ook een cadeau of een 'typisch Midden-Delfland' cadeau bij van de kunstenares uit Midden-Delfland, Tineke van Gils. Ik denk dan 'het moet wel een verhaal hebben en passen waarom dat nou een passend cadeau is voor jou'.
Op zijn profielfoto op WhatsApp – de mensen die wel eens kijken weten dat, u mag ook gelijk gaan kijken – zie je Frank heel atletisch op een trapje staan met een zaag waar hij een knotwilg mee… Nou ja, ik vond het er wel stoer uitzien. Hij heeft wel zijn laarzen aan. Daar was je bezig om wilgen te knotten en dat is natuurlijk een typisch Midden-Delflandse boom. Het glazuur van het cadeau dat ik je straks namens de gemeente ga overhandigen, is gemaakt van as van wilgen uit Midden-Delfland. Dat geeft het het karakteristieke kleureffect. Om die reden is het in mijn ogen echt een passend cadeau van de gemeente dat ik je straks graag overhandig. Je hebt een mooie toekomst voor je, Frank, je gaat sommelier worden. Hij spreekt in voltooid deelwoorden, maar hij gaat het wel doen. Die ambitie heb je. Je gaat Italiaans leren omdat je dan Italiaanse spreekwoorden kunt uitwisselen met je met je schoondochter, zodat je niet de hele tijd de vertaling van het Nederlandse make that the cat wise, maar dan in het Italiaans, hoeft te doen, om het zo maar te zeggen. En je hebt de ambitie om te promoveren. Het betekent dat je een prachtige toekomst tegemoet gaat waarin je zeker tot je recht gaat komen. Frank, ik wil je enorm bedanken voor alles wat je voor onze gemeente hebt gedaan, wat je voor onze inwoners gedaan hebt. We hebben met plezier met je samengewerkt.
Voor mij waren dat de afgelopen maanden,
voor je collega's was dat afgelopen 2,5 jaar. Ik ben heel blij dat ik je heb mogen leren kennen en het ga je goed. Dankjewel. (De burgemeester overhandigt de heer Ten Have een cadeau.) De voorzitter: Dan heb ik begrepen dat de voorzitter van de fractie van het CDA, mijnheer Zwaard nog het woord wil voeren en ik zou het mooi vinden als dat ook vanaf de katheder gebeurt. De heer Zwaard: Dank voor deze gelegenheid. Afscheid van wethouder Ten Have, voor ons Frank ten Have. Ik ben nog steeds… Het is al gememoreerd, kort na het onverwachte overlijden van Hans Horlings maakten wij kennis met elkaar, de fractie en Frank. En in een eerste gesprek dachten wij als fractie op informele wijze kennis te maken. Althans, wij dachten dat dat informeel zou zijn, maar jij zat er anders in. Het informele gedeelte duurde welgeteld tien minuten en daarna was het over naar de inhoud. Zo hebben we jou leren kennen: concreet, kundig, zakelijk, maar bovenal, en dat is het belangrijkste van alles, als mensenmens. Je portefeuille maakte je je snel eigen, financiën is jouw ding en het Sociaal Domein vond je een uitdaging, maar ook dat maakte je je snel eigen. Maar wat je als wethouder het belangrijkste vond en vindt, is kennismaken met alle geledingen in onze gemeente.
Bijna elke zaterdagmorgen kwam jij naar Midden-Delfland en we spraken met ontzettend veel mensen, verenigingen, bedrijven, stichtingen, noem maar op. We zijn eigenlijk overal geweest. En je hebt altijd een luisterend oor en je nam iedereen serieus en je doet dat nog steeds. Dat hoorden we afgelopen week ook terug en dat wordt in brede kring zeer, zeer gewaardeerd. Jouw bevlogenheid en jouw betrokkenheid, neem het van ons aan, wordt door iedereen zeer gewaardeerd. In de afgelopen 2,5 jaar heb je ook een duidelijk financieel kader voor onze gemeente geschetst. We beschikken over een meerjarenbegroting die niet alleen sluitend is, maar die onze gemeente ook een goed en gezond perfectief biedt. Jij hebt je daar keihard voor ingezet. En we zijn je daar zeer dankbaar voor. En ook hier, bij dat financiële gedeelte speelt bij jou de menselijkheid een grote rol. Bij al jouw afwegingen en al jouw beslissingen staat de mens centraal. De burgemeester haalde het al aan. Ook de N468, een moeilijk dossier heb jij uitstekend tot een voor de gemeente heel goed einde gebracht en daar zijn we je ontzettend dankbaar voor. Zo komen we terecht bij de mens Frank ten Have. Een bijzonder mens die naast zijn bevlogenheid bovenal benieuwd is wie er achter zijn gesprekspartner schuilgaat en dat is wat jou zo bijzonder maakt, dat je naast je zakelijke inslag zeer betrokken bent.
Wij hebben het in de fractie mee mogen maken, maar ook bij CDA-bijeenkomsten waar je altijd van de partij was en je hebt altijd een duidelijke inbreng en een heel duidelijke visie. Jij gaf ons ook aan dat wij best trots mogen zijn op Midden-Delfland. Midden-Delfland, een bijzondere gemeente met een bijzondere opdracht, een speciale plek in het drukke stedelijke gebied. Wat jij ons vertelde: stop met Calimerogedrag en vertel het verhaal van deze mooie gemeente met zijn boeren, die als voorbeeld voor heel Nederland mogen gelden als het gaat om circulaire landbouw en circulaire veeteelt. We hebben heel veel van jou geleerd, we hebben heel veel van jou opgestoken. Het was een genoegen om met jou samen te mogen werken en we betreuren jouw vertrek, dat mag duidelijk zijn, maar het is niet anders. Ook als ik vanavond jouw betoog hoor, jouw heldere en bevlogen verhalen, denk ik 'dat gaan we ontzettend missen'. Voor nu heb ik een mooi boeket klaar. En later gaan we in besloten CDA-kring op gepaste wijze afscheid van elkaar nemen. Dat wordt volgend jaar, maar dat is heel snel. Voor nu nogmaals namens ons heel veel dank en het ga je goed. En er is iemand uit de fractie – ik mag niet meer zeggen dat het een dame is, dat is niet meer van deze tijd, maar het is toch een dame – die het bloemetje overhandigt.
(Onder applaus wordt de heer Ten Have een boeket overhandigd.) De voorzitter: Dank u mijnheer Zwaard, ik kan me voorstellen dat nog anderen iets willen zeggen. Ik zag mijnheer Jongsma zijn vinger opsteken. Zijn er nog meer mensen die het woord willen voeren? Ja, de heer Vieira, mijnheer Roeling, de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk, gaat uw gang. Nee, sorry, mijnheer Jongsma. Het valt wel mee want u heeft een rode stropdas en de heer Van der Eijk een blauwe, maar ik ben niet scherp. Mijnheer Jongsma, gaat uw gang. De heer Jongsma: Ik ben nooit goed in woorden en afscheid nemen, dus Frank, ik ga het nu bij jou proberen. Vanavond nemen we afscheid van wethouder Frank ten Have, een zichtbare, daadkrachtige, altijd goed geïnformeerde en gedreven bestuurder die openstaat voor kritiek en met je meedenkt. De fractie OGP Midden-Delfland vindt het dan ook jammer dat jij na 2,5 jaar afscheid
neemt als ervaren bestuurder. Uiteraard respecteren we je keuze, maar we beschouwen het wel als verlies voor onze gemeente. We wensen jou, Frank, dan kun je alvast een beetje oefenen op je Italiaans, een felice nuovo tempo toe. En om alvast een beetje in de stemming te komen, hebben we voor jou een doosje levensgeluk samengesteld en het doosje levensgeluk kan jou weer helpen om een nog betere sommelier te worden. Ik zeg arrivederci. (De heer Jongsma overhandigt de heer Ten Have een cadeau.) De voorzitter: Dan de heer Vieira. De heer Vieira: Ik zie hier nog een speech, maar die zal ik niet herhalen, maar heel veel goede woorden zijn wel herhaald. Ik wil even terug naar de eerste kennismaking. Dat was hier beneden, maar Frank ten Have had gevraagd 'kun je een specifieke plek in Midden-Delfland aanwijzen die speciaal voor je is?' Samen met de heer Ringeling die er helaas niet bij is, hebben we de fiets gepakt en zijn we een rondje gaan doen, begonnen in Den Hoorn, naar Schipluiden, eigenlijk in plaats van op laarzen, op de fiets. Maar op elke hoek was er eigenlijk wel weer een dossier te bespreken of konden we ergens aan refereren. Dus dat waren de eerste stappen op dat vlak. De sfeer was heel ontspannen, het was een mooie dag.
Dat aspect en het feit dat tijdens de raadsvergadering goed geluisterd werd, de verbinding gezocht werd, dat waardeer ik zeer, altijd met kundige uitleg daarbij. Als afscheid toch iets in het verlengde van het Italiaans leven. Alleen in dit geval specifiek eten dus Frank weet daar ongetwijfeld weer de juiste wijn bij te zoeken. Dat wil ik namens onze fractie graag overhandigen. (De heer Vieira overhandigt de heer Ten Have een cadeau.) De voorzitter: Ik kijk even naar de heer Van der Eijk, had ik u vinger ook gezien? Ja. Gaat uw gang. De heer Van der Eijk: Frank, het is al meer gezegd, je bent hier gekomen na het overlijden van Hans Horlings. Het was een moeilijke tijd. Coronatijd en ook in de gemeente was het moeilijk met de begroting. Het jaar daarvoor was er bezuinigd en die bezuinigingen kon je meteen doorvoeren en ermee bij de organisaties langs. Jij hebt ons toch wel financieel uit het vervelende vaarwater geloodst. Complimenten daarvoor. Je bent altijd kundig op de portefeuille, zoals door meerdere mensen is aangegeven. Dat onderschrijf ik zeker. Je hebt aangegeven ons te gaan verlaten. Wij vinden dat ook als VVD jammer. We willen je bedanken voor alle inzet voor Midden-Delfland. Dank je wel. De voorzitter: Dan is alleen mijnheer Roeling nog over volgens mij. Gaat uw gang.
De heer Roeling: Ik denk dat de heer Vieira het al zei, we werden allemaal uitgenodigd 'laat eens een locatie zien die belangrijk voor jouw fractie is'. Ik heb je toen meegenomen naar de grenspaal tussen Delft en Midden-Delfland en waarom? Omdat we zuinig moeten zijn op die grenzen, op Midden-Delfland en wat je verliest aan identiteit als je als kleine gemeente opgaat in een grotere. We hebben een aangename middag doorgemaakt met z'n tweeën. Ik zal het niet snel vergeten – we waren uiteraard in het buitengebied voorzitter – daar waren twee Belgische toeristen die de weg kwijt waren en op het moment dat ze vroegen 'kunt u ons helpen?', deed de heer Ten Have voorzichtig een stapje achteruit, en ik een stapje naar voren, want ik ben er bekend. Ik begrijp dat dat inmiddels volledig verleden tijd is en dat dat het startpunt was van het verkennen van het gebied en dat dat inmiddels goed op orde is. Dank, ik denk dat we mazzelden met jou als wethouder en met al je kennis en kunde was je nadrukkelijk aanwezig, dat staat buiten kijf. Ik zat net te kijken naar de financiën. We kregen een brief van de provincie, daar zag je het risicoprofiel van de gemeente Midden-Delfland: rood in 2021, geel in 2022 en groen in 2023. Ik kan niet anders zeggen, dat hebben we aan jou te danken. In ieder geval bedankt voor wat je gedaan hebt.
Ik heb geen cadeautje maar dat is niet verplicht toch, voorzitter? Het gaat om wat je zegt. Dus we hebben fantastische tijd meegemaakt en van elkaar kunnen leren, denk ik. Ik denk dat we in de periode met jou als wethouder een prima wethouder hebben gehad. Ik blijf zeggen dat ik verrast was dat Frank belde met de mededeling dat hij zou stoppen. Ik had het niet verwacht. Uiteindelijk ben ik het wel met de voorzitter eens, een moedig besluit en we gaan als gemeente kijken of we het zonder kunnen. Dank u wel. (applaus)
De voorzitter: Tot slot, Frank. Wethouder Ten Have: Allereerst dank voor alle mooie woorden. Ik heb natuurlijk een verhaal opgeschreven, dus ik zal toch maar – meestal doe ik dat niet – voorlezen. Een aantal dingen is al wel gezegd. Het startte natuurlijk bij Hans en zijn overlijden. Ik kende Hans al heel lang, we hadden ook veel dingen meegemaakt. Dat was inderdaad een schok. Dat was onverwachts en net zo onverwachts was daarom ook mijn aantreden als wethouder. Ik heb dat nooit geambieerd, gepland. Dat kwam eigenlijk op vanuit het idee dat Hans in Voorschoten als ik hem sprak, altijd zo superenthousiast was over Midden-Delfland, waarbij ik eerlijk moet bekennen dat ik dacht ' het zal wel'. Maar dat was eigenlijk ook wel een beetje voor mij de overweging 'kan ik niet proberen zijn rol daar over te nemen?' Dat was niet per se een ambitie en dat was ook niet per se makkelijk. Want Hans liep hier al negen jaar rond en was met ongelooflijk veel dingen bezig, kende de gemeente beter dan Voorschoten, durf ik wel te zeggen. En dan start je in coronatijd. Niet wonend in de gemeente, zonder overdracht. In grote schoenen. Want als ik ergens naartoe ging in die tijd, als dat al kon, wat ik wel probeerde, was het ongelooflijk, maar iedereen sprak me aan dat hij met Hans daarover bezig was en met Hans dat speelde, dat had hij besproken. Ik had geen idee! Ik had geen idee.
Ik ben eraan begonnen en ik zei het wel eens 'ja, ik ben hier begonnen, ik doe maar wat en ik hoor het wel als het niet goed is'. Er was een gat van drie maanden. Ik heb ook in het toenmalige college natuurlijk alle hulp gehad om in te burgeren, maar het was natuurlijk een heel bizarre tijd. Ik ben het gewoon gaan doen en ik moet eerlijk zeggen, en dat is ook wel gememoreerd, dat ik heel veel leuke herinneringen bewaar aan kennismakingsronde die ik toen met fractievoorzitters heb gehad, met de vraag 'kunnen jullie me eens mee op pad nemen in de zomer naar iets dat jullie willen laten zien?' Dat was superleuk met iedereen en ook leuk om te zien welke accenten iedereen legde en wat hij daarover kwijt wilde en wat hem daarin aansprak en wat hem bezielde, wat hij mee wilde geven. Ik heb dat ook met mijn eigen fractie gedaan en ik ben dat met mijn eigen fractieleden blijven doen. Dat heeft ongelooflijk veel geholpen.
Jullie waren mijn ogen en oren in de gemeenschap, want ook al doe ik hier dan niet mijn boodschappen, ik heb er heel veel behoefte aan om toch te weten wat er leeft en ik had ook verschillende inwoners, in de verschillende kernen waar ik de afspraak mee had dat ik in ieder geval elke maand met hen belde of langs ging om te horen 'vertel mij wat er speelt, wat hoor je, wat, wat pak je op, wat speelt er, wat gaat er goed, wat gaat er fout?' Dat heeft mij enorm geholpen, maar het is ook wel echt, met een zwaar woord, mijn overtuiging dat de overheid een gezicht moet hebben. De overheid moet aanspreekbaar zijn. Niet een anoniem nummer dat je belt, waarna je doorverbonden wordt, iemand die jou als dossier ziet. Zeker hier in deze gemeente moet dat kunnen. Ik heb dat ook wel eens genoemd 'de kracht van de korte lijnen'. Dat betekent dat je eropuit moet, dat je je ook open moet stellen en dat je dingen op moet halen en daarin proactief moet zijn. Dat vind ik dus de verantwoordelijkheid van een overheid. Zeker hier. In Den Haag kan dat niet. Dan kun je niet bij inwoners langs die bellen. Ik weet ook wel dat ik daar ook nog wel discussie over gehad heb, toen ik zei, na een paar dagen 'goh, er heeft iemand gebeld. Ik ga even langs'. Daar had ik wel een gesprek over dat het eigenlijk niet de bedoeling was dat de wethouder dat deed.
Want ja, die ging dan wel los op pad en dat moest dan met ambtenaren. Dat moest formeel en dat moest voorbereid. Ik dacht 'ja, hallo, ik kan toch wel gewoon ergens langs gaan en gewoon eens horen?' Ik snap ook wel dat ik als wethouder niet kan zeggen dat ze even dingen gaan regelen. En dat snappen mensen ook. Maar die willen hun verhaal kwijt. En dat is voor mij echt belangrijk, dat we als overheid luisteren. Als ik denk aan de toeslagenaffaire dan gaat het daar ook om; mensen die gehoord willen worden. Hun verhaal kwijt willen, die erkenning willen, en niet in een bureaucratisch proces. Ik ben inmiddels al lang van mijn tekst afgeweken, maar goed. En soms moet je dan kijken of je regels kunt aanpassen of wat ruimer kunt interpreteren. Soms is het rechtvaardiger om dan waar mogelijk ook regels aan te passen. En dan komen mensen met voorstellen en dan kun je zeggen 'dat kan niet' en soms kan het ook niet. Maar soms kun je ook in een bestemmingsplan zeggen 'nou, misschien is het wel een goed idee'. Dan kunnen we zorgen dat het wel kan. En nogmaals, niet bij alles en dat moet ook geen vriendjespolitiek zijn. Het moet transparant, het moet uitlegbaar zijn en mijn ervaring is echt dat mensen dat ook snappen, ook als dingen niet kunnen. Als je het maar uitlegt, omdat je geen precedent wil scheppen, of dat er andere overwegingen zijn.
En als je daar duidelijk in bent, helder maar gewoon ook liefst face to face, dan helpt dat enorm en dat is draagvlak dat wij als overheid nodig hebben voor onze burgers. Daarom moeten burgers stemmen, daarom moeten burgers zich
betrokken voelen bij hun gemeente. Juist een gemeente als Midden-Delfland heeft die menselijke maat, heeft die korte lijnen en moet die ook benutten. Die afgelopen 2,5 jaar waren voor mij een geweldige ervaring. Bij Deloitte moet je stoppen met zestig omdat je te oud wordt en niet meer mee kunt. Dat zijn mijn woorden. Maar het is als partner een stressvol bestaan en het is ook fijn om dan terug te kunnen stappen. Ik heb hier ervaren hoe fantastisch het is als je dan weer nieuwe dingen kunt leren. Dingen die ik nooit gedaan heb, waar ik nooit mee in aanraking ben gekomen. Ik heb me hier verdiept in de jeugdzorg, in de WMO, in het afval, in wegenbeheer, stikstof, glastuinbouw, geothermie, geweldig. Superleerzaam, superleuk om je scherp te houden en leuk om je in te verdiepen. En ik doe dat ook, niet alleen om zelf te kunnen leren en mezelf te kunnen blijven ontwikkelen, maar ook om te weten wat er speelt bij deze gemeente. Wat van belang is voor onze inwoners en voor maatschappelijke organisaties, of je hier nu woont of niet. En ik doe dat, probeer dat te doen, vanuit die betrokkenheid. Dat heeft ook zijn nadeel. Dat heeft ook het nadeel dat ik moeite heb om dingen los te laten. Om dingen te zien gebeuren waar ik iets van vind, of dingen niet te zien gebeuren, waar ik ook iets van vind.
En ik weet van mezelf, jullie waren allemaal heel aardig, maar ik ken mezelf ook, ik kan ook wel een andere kant van mezelf ontdekken en gefrustreerd worden en chagrijnig worden. Dan wordt het er niet gezelliger op. Nou, misschien hebben jullie dat nog niet zo ervaren, maar er zijn mensen die dat ervaren hebben. En dan wordt het er ook niet beter op. Als ik dan constateer dat ik het moeilijk vind om daar overheen te stappen, is voor mij ook duidelijk de conclusie dat je moet stoppen. Want zoals mijn motto op LinkedIn, 'love it, change it or leave it'. Ik zit hier niet om per se status aan te ontlenen of een baantje te hebben of iets dergelijks. Ik wil iets kunnen bijdragen. Als ik naar mijn gevoel het idee heb dat dat niet meer voldoende is, laat ik het graag aan een ander. Beter een korte schrik, dan een lange twijfel. Het is kort en misschien is het ook wel niet verstandig geweest, maar ja, ik ben daar nou eenmaal wat zwart-wit in. Onze burgemeester praat graag over kleuren, blauw of rood of weet ik veel wat. Ik ben heel zwart-wit. Het was ook geen plotselinge beslissing en het was voor een aantal mensen ook echt wel duidelijk dat ik aan het worstelen was. Ja, en dan is dat motto 'beter een korte schrik dan een lange twijfel'. Is dat nou verstandig? Dat weet ik niet.
Maar ik hoop dat er iemand in mijn plek komt die die last in ieder geval niet heeft, dat hij last heeft van zijn eigen frustratie. En dat er dan een nieuwe start kan worden gemaakt. Ook in betere verhoudingen. Omdat er dan hopelijk in een betere samenwerking resultaten kunnen worden behaald die nodig zijn voor deze gemeente. Nieuwe woningen, het centrumplan in Den Hoorn, aanvragen van ondernemers, waardering voor maatschappelijke organisaties. En u als raad moet het college daarop blijven aanspreken en daarop blijven pressen, want dat is onze taak. En niet alleen vanuit het belang van onze inwoners, maar ook vanuit het belang voor deze regio. Deze gemeente heeft een bestaansrecht. Ik denk dat corona dat absoluut bewezen heeft. Heeft een belangrijke opdracht en ik heb inderdaad vaak gezegd, 'hou op met die discussie over de vraag 'kunnen wij wel zelfstandig blijven? Zijn wij wel groot genoeg?' Dat is Calimerogedrag en dat ga je dan bijna zelf uitlokken'. Wees trots op deze gemeente, wees trots op wat hier bereikt wordt, maar gebruik ook de kracht van deze gemeente in die korte lijnen, in die nabijheid. In elke gemeentelijke fusie heb ik kunnen zien dat de opkomst van bewoners afneemt. Hoe groter de gemeente, hoe lager het opkomstpercentage. Wij hebben draagvlak van inwoners nodig en dat kan bij uitstek in een gemeente van deze opvang.
En wij werken daarbij natuurlijk samen in de regio en zo werken andere gemeenten ook. In die 2,5 jaar heb ik inderdaad voor mezelf een aantal doelstellingen gezet. Een paar. Financieel gezond blijven, was er daar een van, los van een aantal dossiers waar Hans mee bezig was, waar ik overigens geen idee van had, die ook vervolg moesten krijgen. Maar goed, langzamerhand werd wel duidelijk wat er speelde. Maar financieel gezond. Ja, ik ben een financial. Ik ken de gemeentefinanciën. Ik vond het fijn schakelen met ambtenaren en ook goed dat we stappen hebben kunnen zetten. Ik denk dat vanavond ook een heel belangrijke stap is die u gezet heeft om dat financiële kader voor de komende jaren gewoon helder te maken. Prudent financieel beleid met een gezonde financiële positie en een goede buffer. Wij staan als kleine gemeente veel beter financieel voorgesorteerd voor die toekomst dan vele grotere gemeenten in onze omgeving. Dat is geen vrijbrief om maar allerlei dingen te gaan doen. Maar dat mogen we ook best wel uitdragen. Nogmaals, die stap vanavond, inclusief de bijdrage voor de Stichting Welzijn Midden-Delfland, vind ik een heel belangrijke.
Ik heb bij Nel van der Hoeven die hier op de tribune zit ook wel eens gezegd 'nou Nel, ik weet nog dat toen ik geïnstalleerd werd, ik diezelfde avond daar ergens op dat bankje zat te wachten tot ik aan de beurt was en toen sprak Nel in over de zware bezuinigingen op
SWMD en ik dacht 'shit, dat is mijn portefeuille'. Ik ben haar achterna gelopen en we hebben een afspraak gemaakt. Ik denk dat we allemaal overtuigd zijn van het belang van die organisatie en ook gezien hebben dat ze het de afgelopen periode moeilijk hebben gehad. Ik ben heel blij dat ik nu, na opnieuw een inspreekbeurt van mevrouw Van der Hoeven met een gerust hart ook SWMD kan achterlaten. Dat geldt ook voor de opgave die er ligt rondom het NPLG, Nationaal Programma Landelijk Gebied dat een enorme worsteling is voor veel gemeenten, voor provincies en voor het rijk. We zijn hier uitstekend bezig, maar niemand weet het. En daar moeten we wat aan doen. We lopen hier voorop en ik was er dan ook graag bij geweest in april, bij de uitreiking van de certificaten, als we de minister van Landbouw hier hebben, want dat is wat mij betreft de ambitie. Mijnheer Adema moet hier komen, die moet onze certificaten in ontvangst nemen. Dan moet er op dat moment ook iemand zijn van buitenaf die zegt 'wat ze hier doen, dat klopt, wat ze meten, dat klopt, wat de output is, is relevant en dit gebied loopt voor op dit terrein op Nederland'. We hebben een monitoringsinstrument, we hebben een unieke samenwerking tussen gemeente, boeren en natuurorganisaties. Dat kan in dit gebied ook, alleen draag dat uit.
Daar mogen we best wat meer in doen, maar ik heb er ook alle vertrouwen in dat dat gewoon verder zijn beloop heeft. Uiteindelijk zijn we allemaal maar passanten. En we moeten opzij kunnen stappen als we geen of onvoldoende bijdrage meer leveren aan het geheel. Ik wens u allemaal een goede samenwerking toe in het belang van die bijdrage voor uw inwoners. En voor het behoud van deze prachtige groene parel in de zuidelijke Randstad. Fijne feestdagen. (applaus) De voorzitter: Dames en heren, ik denk dat we dit een van de mooiere agendapunten van deze avond mogen noemen. Dank Frank, het ga je goed.
15.
Sluiting
De voorzitter: We komen bij agendapunt 15, de sluiting. Prettige feestdagen heb je al gewenst, die wil ik jullie ook graag wensen als gemeenteraad, kijkers thuis, ambtelijke organisatie, bodes, publiek en uiteraard onze vrienden van de pers, want zo noemen we jullie. Ik wil jullie graag van harte uitnodigen voor een borrel, maar niet nadat ik jullie heel veel geluk en gezondheid toewens. Neem ook even de rust en geniet van elkaar. Want dat is, denk ik wat er voor mij op de zeef blijft liggen als ik iedereen zo hoor spreken. Uiteindelijk gaat het erom dat je als mensen met elkaar geniet van het leven en uiteindelijk zoeken we toch allemaal hetzelfde. Ik wens jullie heel goede feestdagen en een heel gezond 2023 en tot het nieuwe jaar. En dan is er een borrel hierna waar jullie allen van harte welkom zijn. Ik sluit deze vergadering.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland op 24 januari 2023. de griffier, A. de Vos
de voorzitter, drs. A.P.J. van Hemmen