2022 m 11 d 29 Vsl raad.docx
Tekst van het document
Maar dan vinden wij toch dat we deze motie niet in deze vorm nu kunnen steunen. De voorzitter: Wie wil er nog meer het woord voeren? Mijnheer Zwaard voor de tweede termijn. De heer Zwaard: Ik hoor wat de heer Vieira zegt, op welke manier zou hij die motie wel kunnen steunen? De voorzitter: Dat was een interruptie, mijnheer Vieira. Ik moet mijnheer Scholtes even tegemoetkomen, het blijkt een interruptie op uw betoog te zijn. De heer Vieira: Op het moment dat die bullet 2 er niet in zou staan, wordt die motie al wat schappelijker. Maar goed, ja, dan zouden we eigenlijk punt voor punt die motie moeten doornemen. Kijk, het in gesprek gaan, daar is het college al mee bezig. Dan wordt daaraan voldaan, maar punt 2 zou er per definitie uit moeten en punt 4 heeft de wethouder ook al toegezegd. En punt 3. Ja, daar kan de wethouder ook aan voldoen, dus als bullet 2 er uitgaat, dan kunnen we hem steunen. De voorzitter: Voldoende, mijnheer Zwaard? Dan kijk ik naar mijnheer Gebben, heeft u een interruptie of wilt u aan uw tweede termijn beginnen? De heer Gebben: Aan de tweede termijn, ik heb geen interruptie.
De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Gebben: Wij hebben ook kennisgenomen van de motie. En wij vinden het ook erg moeilijk om deze motie te steunen. Wij begrijpen dat deze molens een plek verdienen in Midden-Delfland. Alleen vooral bij de constateringen staan nog wel wat stevige uitspraken ook over wat de wethouder wel of niet zou hebben gedaan. Volgens mij zijn er goede gesprekken geweest, is er ook toegezegd dat er naar vergunningen in andere gemeenten zal worden gekeken. Dat is allemaal gaande, dus de motie loopt een beetje vooruit op de uitslagen van dat onderzoekje. Volgens mij is het ook zo dat niet de wethouder toetst, maar Bouw- en woningtoezicht. Dat zijn onafhankelijke ambtenaren. Als die aangeven 'het voldoet niet aan het bouwbesluit', dan hebben we ons daarbij neer te leggen en dan sluit ik me grotendeels aan bij het verhaal van de heer Vieira. Tegen die regels kun je in beroep gaan. En dat staat iedereen vrij. Ik denk dat het heel lastig wordt, dus wij gaan de motie niet steunen. De voorzitter: Verder nog iemand voor de tweede termijn? Mijnheer Knaap. De heer Knaap: De discussie focust nu een beetje op die tweede bullet. Daar staat gewoon hoe deze windturbines in het buitengebied kunnen worden geplaatst en niet dat ze dan ook worden geplaatst, maar wel gewoon nieuwe randvoorwaarden creëren. De voorzitter: Mijnheer Scholtes heeft een interruptie.
De heer Scholtes: Dan wil ik wel graag even helder hebben, wat zijn 'deze windturbines'? Zijn dat kleine windturbines in het algemeen of is dat het specifieke model windturbine waarvan de gegevens niet worden aangeleverd om te kunnen toetsen of ze aan het bouwbesluit voldoen? De voorzitter: Mijnheer Knaap, een heel specifieke vraag, gaat uw gang. De heer Knaap: Ik denk dat het mijnheer Scholtes duidelijk is dat het hier gaat om de windturbine die in ieder geval bij de initiatiefnemer van de Rotterdamseweg 223 speelt en waarvan er dus al 500 in Nederland geplaatst zijn. De voorzitter: Helder, mijnheer Scholtes? Gaat u verder met uw tweede termijn. De heer Knaap: Dus wat OGP Midden-Delfland betreft, blijft die bullet gewoon staan, want dat is toch wel een beetje de kern van de motie waartoe wij oproepen. Ik haak toch even aan op wat mijn collega's aan de rechterkant zeggen. In de commissie is inderdaad heel veel informatie gewisseld. Wij hebben echt gehoord bij monde van het college, vooral, waarom dingen niet konden en waar de motie toe oproept, is om te kijken… De voorzitter: Mijnheer Scholtes heeft wederom een interruptie. De heer Scholtes: Dan ga ik toch even een misschien redelijk suggestieve vraag stellen, maar heeft u in de behandeling in de commissie ook niet de molenbouwer gemist? De voorzitter: Mijnheer Knaap. De heer Knaap: Nee.
De voorzitter: Heerlijk debat dit, volstrekt helder. Gaat u verder mijnheer Knaap. De heer Knaap: Nog een klein dingetje. Ik hoorde de wethouder zeggen 'we doen heel veel van die dingen, puntje 1 gaan we doen. Puntje 3 van de 'opdraging' gaan we doen. We komen in januari met informatie', dus wij laten deze motie wat ons betreft gewoon staan. En dan mag de wethouder het wat ons betreft beschouwen als een kleine aanmoediging voor aan de muur van haar kantoor. Maar wij willen hem wel graag in stemming brengen.
De voorzitter: Verder nog iemand voor de tweede termijn. Fractie Mijn Partij misschien nog als indiener? Nee, dan stel ik voor dat wij de motie in stemming brengen, maar vooraf kan ik mij voorstellen dat nog iemand behoefte heeft aan een stemverklaring. Nee, oké. Dan wil ik de motie graag in stemming brengen. Wie is voor de voorliggende motie? Dat zijn fractie Mijn Partij, CDA, OGP Midden-Delfland en ChristenUnie-SGP en daarmee is de motie aangenomen. De motie vreemd aan de orde van de dag wordt aangenomen met stemmen voor van Mijn Partij, CDA, OGP Midden-Delfland en ChristenUnie-SGP.
9.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen
De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 9, want het is opgeschoven, de mogelijkheid tot het stellen van vragen. Bij dit agendapunt stelt het raadslid vragen aan het college. Na beantwoording door het college worden de overige leden in de gelegenheid gesteld om aanvullende vragen te stellen aan de vragensteller of aan het college over het aanhangig onderwerp. Moties en interrupties zijn, zoals u weet, niet toegestaan of toegelaten. De volgende vragen zijn aangekondigd die we graag per vraag zullen behandelen. Ten eerste de heer Knaap van OGP Midden-Delfland over RTHA. Dan wil ik u graag als eerste het woord geven. U mag ook de afkorting nog even toelichten. De heer Knaap: Ja, dat staat voor Rotterdam The Hague Airport en het is fijn dat u mij het eerste het woord geeft. Deze vraag heb ik vorige week woensdagochtend om 08.06 uur ingezonden en ik heb nog geen antwoord dus dat krijg ik, blijkbaar, waarschijnlijk nu. Ik wil wel even het volgende zeggen: deze vraag hebben we in de eerste termijn van de begrotingsbehandelingen gesteld. Deze vraag hebben we in de tweede termijn van de begrotingsbehandeling gesteld. Deze vraag hebben we dus vorige week woensdag om 08.06 uur gesteld en ik heb nog steeds geen antwoord. Dus ik ben eigenlijk heel erg benieuwd wat er van de kant van het college komt in dit geval.
De voorzitter: Ik denk dat u wel gerustgesteld kunt worden dat er een antwoord komt, want volgens mij heeft het college iets voorbereid. Mevrouw Oderwald. Wethouder Oderwald: Ja, ik had u schriftelijk kunnen antwoorden dat de raadsinformatiebrief naar u onderweg is. Die hebben we vanochtend in het college vastgesteld. Daarmee kunnen we u volledig informeren over wat we tot nu toe gedaan hebben en wat onze reflectie is geweest die wij geleverd hebben bij het eindproduct participatieproces. Daar staat uitgebreid het standpunt weergegeven en ik kon u gaan vertellen dat het vandaag kwam, maar dat kon ik ook in deze twee zinnen doen. En het staat u vrij om vervolgens dat stuk tot u te nemen en vervolgens daarover met ons in gesprek te gaan. De voorzitter: Mijnheer Knaap. De heer Knaap: Met het risico dat ik misschien een beetje overkom als een chagrijnige vijftigplusser – dat laatste klopt, dat we eerste hoop ik niet – … De voorzitter: Ik zal u helpen dat te verkopen. De heer Knaap: Dat is heel fijn. Wat is er zo moeilijk aan als er vanochtend een besluit is genomen, om na de collegevergadering gewoon even deze vragen schriftelijk te beantwoorden, zodat ik ook weet 'wat vind ik ervan?' Zodat ik dus ook een vervolgvraag kan stellen want volgens mij is dat het Reglement van Orde en hoe we dat hier doen, dus daar ben ik toch een beetje nieuwsgierig naar.
De voorzitter: Mijnheer Oderwald, sorry, mevrouw Oderwald. Wethouder Oderwald. Er hangt nog een of ander debat in mijn hoofd, sorry dames en heren. Wethouder Oderwald, gaat uw gang. Wethouder Oderwald: Ik weet dat u het gewend bent dat u inderdaad heel vaak al een schriftelijke reactie op een vraag krijgt, maar als ik een raadsinformatiebrief gewoon kan verzenden waar het volledige pakket in staat waar u vervolgens met elkaar over in debat kunt gaan, dan heeft dat meer zin dan dat u nu een kort antwoordje krijgt 'het komt eraan'.
De heer Knaap: Nee, dat ben ik pertinent niet met wethouder Oderwald eens, want de reden waarom wij het geagendeerd hebben, dient ook gewoon een doel in het politieke debat. Dus ik zou graag van de wethouder nu mondeling dan maar het antwoord op vraag 1 en vraag 2 in onze vragen, die we hebben ingediend, eventjes willen horen en dan kan ik kijken of ik daar nog vervolgvragen op heb. Misschien dat mijn collega-raadsleden denken 'wij hebben daar ook nog wel een aantal vragen op'. Dus dan doen we het maar zo. De voorzitter: Mijnheer Knaap, ik wil u even erop wijzen dat het niet de bedoeling is dat we hier een debat gaan voeren. Dus als u zegt, 'dit heeft een functie in het debat', dan is het meer 'dit heeft een functie om informatie te vergaren'. En in die zin wil ik het toch wel even voor het college opnemen. Met nadruk met de pet van de raadsvoorzitter. U krijgt alle informatie die u nodig heeft. Ik snap heel goed dat u zegt 'nou, ik zou die informatie liever eerder gehad hebben, want dan had ik nog een aanvullende vragen kunnen stellen'. We zouden ook af kunnen spreken dat u de brief gewoon even afwacht en dat u dan vervolgens het college alsnog gaat bestoken met die aanvullende vragen die dan schriftelijk zijn. Dat is de consequentie van het voorstel van het college. Ik wil het vooral pragmatisch maken, zodat u geen… U weet hoe u zichzelf beschreven heeft.
Ik probeer u te helpen. De heer Knaap: Ik was heel benieuwd of ik die kwalificaties nog terug zou krijgen. De voorzitter: Ik ga hem wel vast houden. De heer Knaap: Dat snap ik, maar nogmaals, ik wil gewoon graag het antwoord horen, want dat is de reden dat we deze vragen hebben gesteld. De voorzitter: Dan kijk eens naar de wethouder die vast daar een aantal antwoorden op kan geven, gaat uw gang. Wethouder Oderwald: Ik kan zeker antwoorden geven en ik kan ook de heer Knaap vertellen dat als hij heel fanatiek in het onderwerp zat, hij dat al lang had kunnen lezen, want het is al gepubliceerd. De voorzitter: Wethouder, volgens mij wordt u geacht een antwoord op de vraag te geven, en geen oordeel over de keuzes die het raadslid maakt. Ik ben er even streng op. Gaat uw gang. Wethouder Oderwald: Ik neig er toch naar om toch even nogmaals te verzoeken om heel kort op uw informatiebehoefte te blijven zitten, anders ga ik hier een stelling voorlezen omdat het een uitgebreid verhaal is. De voorzitter: Wethouder, volgens mij is het raadslid Knaap volstrekt helder dat hij een antwoord op de gestelde vragen wil hebben, niet dat de raadsinformatiebrief voorgelezen moet worden en ik stel voor dat u gewoon even compact antwoord met de disclaimer dat dat niet het uitgebreide antwoord is, want dat krijgt mijnheer Knaap en alle andere raadsleden later.
Ik stel wel voor dat we nu dat antwoord gaan geven, want dat is dat wat de heer Knaap graag wil. Wethouder Oderwald: De volgende belangen hebben wij behartigd in het participatieproces, het belang van het stimuleren van de leefomgeving, het ecosysteem voor mens, dier en natuur, daarbij hoort het verminderen van de impact van het vliegverkeer op het ecosysteem, het respecteren van de status van de aanwezige provinciale stiltegebieden, op een duurzame manier omgaan met het faunabeheer, verduurzamen van het vastgoed, infrastructuur en vliegoperaties en de kwaliteit van de leefomgeving. En daarvoor hebben wij behartigd om te sturen op maximale verduurzaming in alle Businessprocessen van Rotterdam The Hague Airport met het oog op natuur en landschap om daarop in te zetten. De voorzitter: Heeft u nog aanvullende vragen, mijnheer Knaap? De heer Knaap: Ik zucht eventjes want ik word ook een beetje een zuchtende oude man.
De voorzitter: Dat wel ja, daar kan ik u niet bij helpen. Gaat uw gang. De heer Knaap: Toch eventjes nog. Ik hoor nu een procesantwoord en volgens mij is de eerste vraag, gewoon, 'wat is het standpunt van het college ten opzichte van de plannen van het vliegveld om te gaan uitbreiden en het effect op onze inwoners daarvan?' En ik hoor alleen maar een procesantwoord. Is het college voor de uitbreiding van Rotterdam The Hague Airport of is het college tegen de uitbreiding van Rotterdam The Hague Airport? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Oderwald: Was het maar zo simpel dat het een voor of tegen antwoord zou zijn. Daarom kwam ik ook met een veel genuanceerder antwoord. Kijk, het liefst hebben we natuurlijk dat de luchthaven niet zomaar over ons gebied gaat vliegen, maar zo eenvoudig zijn de parameters niet waar je aan kunt draaien. De voorzitter: Dit is het antwoord waar u het mee moet doen, mijnheer Knaap. De heer Knaap: Ik vrees het ook, ik wacht de brief wel eventjes af en dan maken wij onze gedachten weer verder op. De voorzitter: Ik kan het me voorstellen. Zijn er verder nog aanvullende vragen? De heer Van der Eijk.
De heer Van der Eijk: Ik begreep uit uw inleiding dat ik ook vragen aan mijnheer Knaap kan stellen, dus mijn vraag: heeft de fractie OGP Midden-Delfland de ambitie om te gebruik te maken van Rotterdam The Hague Airport in de toekomst? De voorzitter: Ik zou wel willen vragen om on topic te blijven en ik vrees dat deze wel schuurt met het topic dus mijnheer Knaap, u mag een antwoord geven, maar… De heer Knaap: Wij hebben geen fractie-uitjes gepland waarmee we het vliegtuig kunnen nemen. De voorzitter: U wordt nog een gevatte vijftiger als u zo doorgaat. Ja. Aanvullend nog vragen? Nee. Dan gaan we naar de vraag van de heer Jongsma en dan kijk ik eerst even naar het college of het antwoord al gegeven was op de vraag van de heer Jongsma over de bomenkap in Schipluiden. Dan kijk ik nog even of de heer Jongsma aanvullende vragen heeft. De heer Jongsma: Dat heb ik. In ieder geval dank voor de antwoorden. Dat was op tijd, dus dat is fijn. Oké, die bomen zijn ziek. Ik vroeg me wel af, maar dat hoeft niet per se vanavond, hoe eigenlijk wordt vastgesteld dat een boom ziek is en wanneer moet een boom echt om? De tweede vraag die ik heb is: we lezen dit soort zaken wel vaker in De Schakel, dat er wat bomen omgekapt worden en dan wordt een aantal inwoners, met name OGP Midden-Delflanders, heel erg ongerust over het feit dat ze omgezaagd worden.
En dan denken ze 'hoe dan? Het zijn mooie gezonde bomen?' Mijn vraag aan het college is eigenlijk, zou het college in het vervolg bij dit soort aanvragen en wanneer we er ook toe over gaan om bomen te kappen, kort in De Schakel of op de website, een kleine toelichting willen geven waarom het is en hoe dat zich tot elkaar verhoudt? Want ik denk dat dat veel verschil maakt in de stress en paniek die er dan in een dorp is van 'weer mooie bomen...' Dus dat is eigenlijk mijn concrete vraag. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Jongsma, compact ook. Wethouder. Wethouder Ten Have: Voorzitter, ik vind dat een goede suggestie. Ik denk dat we daarover na moeten denken hoe we dat doen. U leest eigenlijk in de antwoorden dat wij van mening zijn dat het er mooier op wordt. Alleen als we dat niet uitleggen, dan maken mensen zich zorgen, dat snap ik. Hoe we dat dan precies moeten doen, met briefjes of wat, maar dan zit ik al gelijk in de
vertaling, dat we daar wat meer aan moeten doen op zo'n gevoelig onderwerp, vind ik een terecht verzoek. En dat nemen we zeker mee en dan gaan we kijken hoe we dat kunnen doen. De heer Jongsma: Dank u wel voor de toezegging. En voldoende beantwoord. De voorzitter: Nog aanvullende vragen? Nee. Dan komen we bij vraag 3 van de heer Vieira over vuurwerk en daar ben ik zelf portefeuillehouder van. Ik wil graag even het voorzitterschap aan de heer Roeling overgeven, dat is omdat vuurwerk in mijn ervaring altijd een onderwerp is waar we toch weer wat langer over praten dan alleen de vragen die gesteld zijn. Dus vandaar dat ik de heer Roeling even de ruimte wil geven om voorzitterschap over te nemen. (De heer Roeling neemt het voorzitterschap over van de burgemeester.) De voorzitter: De heer Vieira heeft vragen gesteld en antwoorden gekregen. De heer Vieira: Nee, geen antwoorden gekregen. De voorzitter: We moeten toch een keer werkafspraken maken over wanneer vragen ingediend worden en worden beantwoord, want ik… Het woord is aan de burgemeester voor de beantwoording van de vragen van de heer Vieira. Burgemeester Van Hemmen: Voorzitter, ik had mij voorgenomen om dat mondeling te doen in dezen en dat had even met tijdsbeslag van vandaag te maken. Dus mijn excuus dat u ze niet schriftelijk gehad heeft.
Maar soms is het makkelijk om een mondelinge vraag ook mondeling te beantwoorden, vandaar. Of een schriftelijke vraag mondeling te beantwoorden. De vraag van 'door wie, wanneer en hoe wordt er gehandhaafd?' Heel praktisch: repressieve handhaving vindt plaats door de politie, de wijkagent en de BOA gaan naar locaties toe waar gemeld wordt dat er overlast van vuurwerk is om daar preventief bezig te zijn. Buurtpreventen nemen de locaties ook mee en dat doen ze uiteraard op basis van vrijwilligheid. Dat even een technisch antwoord, maar als het over vuurwerk gaat, wil ik er ook op wijzen dat wij met vuurwerk een van de meest ingewikkelde onderwerpen hebben als het over handhaving gaat. Mijn ervaring van de afgelopen tien jaar is dat een heterdaad praktisch onmogelijk is. Als er tien jongeren of tien ouderen, het kan van alles zijn, staan die iets afsteken, gooit iemand iets neer en na tien seconden is de knal en dan weet je dus niet wie hem afgestoken heeft. Ik heb daar in het verleden veel mee geworsteld. Ondertussen hanteer ik nu de lijn dat op het moment dat er sprake is van vuurwerk dat wordt afgestoken, wordt gekeken naar de groep, dat namen genoteerd worden door de handhavers en dat dat leidt tot een bestuurlijke waarschuwing.
Een bestuurlijke waarschuwing betekent dat op het moment dat die jongeren nogmaals in dezelfde groep gevonden worden, zij een bestuurlijke boete krijgen. Dan praten we over iets van boven de € 1.000,00. Die waarschuwing leidt tot een brief, die gaat naar de naar de jongeren toe, maar er gaat natuurlijk ook een afschrift naar de ouders. En dan hoop ik dat er een preventieve werking van uitgaat en de praktijk is dat dat zo werkt en dat die jongeren echt heel voorzichtig zijn en het bij voorkeur niet doen. Dat is een instrument dat werkt. Tegelijkertijd wil ik er ook op wijzen dat dat geen oplossing is voor de overlast, want we kunnen niet overal zijn. We hebben een BOA, een handjevol politieagenten. Het is gewoon heel erg lastig, maar het is wel een werkend instrument om gewoon even het gevoel van pakkans bij de jongeren te verhogen, want dat is denk ik wel een van de lastigste zaken hiervan. Dan over het communiceren van de regels voor het afsteken van vuurwerk. Als het over overlast gaat, is er weinig veranderd qua regels, want alles wat knalt is verboden. Het vuurwerk waar we het meeste last van hebben, zijn de zware knallers en dat zijn wat ik dan altijd 'papieren granaten' noem. Dat spul komt uit Polen en/of uit Italië, de zogenaamde cobra's.
Op het moment dat die dingen vrij geproduceerd mogen worden en vrij verhandeld worden binnen Europa, dan zullen we die overlast houden. Het gaat niet over astronautjes of strijkers waar we vroeger last van hadden en zolang de Rijksoverheid daar geen afspraken over maakt in Europa zullen we met die ellende blijven zitten. Welke vuurwerkverbod we ook hebben. Daarom ben ik ook geen groot fan van vuurwerkverbod. Dan weet u dat ook maar. Dat betekent dat ik geen behoefte heb om andere communicatie te doen. Want jongeren weten precies wat wel en wat niet mag; alle knallen die plaatsvinden mogen gewoon simpelweg niet.
En ik heb jongens in die leeftijd en die weten bliksems goed dat ze met mij aan de stok krijgen als dat niet gebeurt, maar ook ik ben maar in mijn eentje, zeg ik er maar gelijk even bij. Zij kijken niet naar deze stream, dus dat moet u niet doorvertellen. Zult u begrijpen. Dus hoe wordt er gecommuniceerd? Wij volgen vooral de landelijke communicatielijnen en wij gaan er geen extra communicatie op inzetten. Dus vandaar even de inleiding en het leek mij goed om dat even mondeling te doen. Want, nou ja, goed, ik hoop dat dit voldoende is, voorzitter. De voorzitter: We gaan het even horen. De heer Vieira, is er behoefte aan aanvullende vragen? De heer Vieira: Uiteindelijk nog een vraag. Het is niet mijn bedoeling dat als er een – meestal – jonger iemand een klein rotje gooit, meteen een boete van € 1.000,00 wordt opgelegd. Maar we zien in de praktijk dat er af en toe naar fietsers gegooid wordt. Of dat winkeliers hun winkel uitkomen omdat er van alles vernield wordt. En dat zijn dan de vervelende situaties.
Dus eigenlijk is mijn oproep of eigenlijk vraag ik de burgemeester: je zit beperkt in je inzet, maar om het in ieder geval te beperken tot de ernstige gevallen, om niet mensen die er wel plezier van hebben daar de dupe van te laten worden, maar zorgen dat we een veilige omgeving te hebben voor mensen die wel de fietstunnel willen gebruiken en nu niet continu hoeven te denken 'ik rijd er maar omheen omdat er rottigheid is'. De voorzitter: De burgemeester. Burgemeester Van Hemmen: Voorzitter, ik ga elke oud en nieuw met de politie en handhavers op stap en de meest gênante situatie die ik ooit gezien heb, is dat er twee jongetjes van twaalf jaar met een paar kleine rotjes wel een bekeuring kregen omdat ze niet handig genoeg waren om niet gepakt te worden. Dat is niet waar mijn prioriteit als handhaver ligt. Mijn prioriteit ligt bij gasten die rotzooi trappen en wat mij betreft, vuurwerk gooien naar dieren en fietsers en ouderen en weet ik veel wat, waar we het echt over zwaar overlastgevende situaties hebben, daar gaat de prioriteit over en daar is een bestuurlijke boete, het dreigen met een bestuurlijke boete – ik heb hem nog nooit uit hoeven geven, omdat die over het algemeen gewoon goed werkt, preventief – bijzonder effectief en daar wil ik hem ook graag ruimhartig voor inzetten. Dat zal ik ook zeker doen.
De voorzitter: Andere raadsleden? Ik zie mevrouw Van 't Westeinde en de heer Van der Eijk. Mevrouw Van 't Westeinde: Ik had nog even twee vragen, zo'n bestuurlijke boete, is dat een andere type boete? Dat is even een vrij technische vraag misschien, maar ik weet gewoon ook oprecht niet hoe dat zit. De tweede vraag: ik heb begrepen dat de wijkagent in Schipluiden weggaat. Is bij u bekend of we rond de jaarwisseling hier wel bezetting hebben? Dat is even mijn vraag. De voorzitter: De burgemeester. Burgemeester Van Hemmen: Een bestuurlijke boete is iets dat in het instrumentarium van de burgemeester zit. De andere boetes zitten meer in het strafrechthoek en dan zijn het HALT-zaken. Het punt is dat je daar een heterdaad voor nodig hebt. Nemen van dat soort maatregelen – ik ben geen jurist, maar dat heb ik me altijd laten vertellen – vereist een heterdaad. Als het gaat om bestuurlijke boetes, bepaalt de handhaver wat meer de randvoorwaarden. Waarop je dus baseert dat je het doet. Op het verkeerd aanleveren van huisvuil kun je ook een bestuurlijke boete zetten. Alleen het probleem daarbij is wel – en dat vind ik in dit specifieke geval juist geen probleem, want ik wil die boetes helemaal niet uitgeven, ik wil dat er een helder signaal is dat die overlast stopt, want daar gaat het uiteindelijk om – je moet dan altijd eerst een waarschuwing geven.
Dat zit in dat instrumentarium, maar ja, ik gebruik dat in het voordeel omdat je daarmee preventief veel meer bereikt. Zo'n bestuurlijke boete innen is ook een hoop gedoe, Maar ik zal het zeker doen voor de eventuele jongere die dit toevallig ziet, dus dat vind ik ook belangrijk om gezegd te hebben. Als het over de bezetting van de politie gaat, ik heb het met de politie erover gehad, niet specifiek over de wijkagent waar u het over heeft, maar de politie heeft voldoende capaciteit op straat, want dat wordt gewoon dichtgelopen door een andere agent en andere functionarissen, waarschijnlijk een auto, wat ik vermoed.
De voorzitter: Dan hadden we de heer Van der Eijk nog. De heer Van der Eijk: Ik had ook een vraag over die bestuurlijke boete. Want ik zit dan even te denken, hoe gaat dat in de praktijk? Iemand staat toevallig bij het verkeerde groepje, hij is twaalf jaar oud en dan krijgt hij zo'n waarschuwing. Dan is die persoon zestien. Als hij dan nog een keer die waarschuwing krijgt, krijgt hij dan die boete of verloopt dat na een jaar? Ik snap het helemaal als u zegt dat als je op 28 december zo'n waarschuwing krijgt en je de 31e nog een keer zo'n waarschuwing krijgt, je dan de juiste dader te pakken hebt, maar als dat drie jaar later is, hoe zit dat? De voorzitter: De burgemeester. Burgemeester Van Hemmen: Uitstekende vraag en een terechte vraag ook. Voor de goede orde, als we praten over cobra's. Ik heb wel eens filmpjes op YouTube gezien, die kan ik ook aanraden, over wat een cobra doet op het moment dat dat in een auto of onder een auto komt. Ik heb een onderzoek van TNO gelezen waarin ze gekeken hebben naar het effect van dit vuurwerk op het materiaal van de politie en dan gaat het dus over de beschermende pakken en helmen en allemaal dat soort zaken. Als een twaalfjarige daarmee loopt, dan hebben we volgens mij echt een serieus probleem met elkaar.
En zeker als het over de situatie gaat waar de heer Scholtes naar vroeg – of de heer Vieira was het, excuus, het wordt voor mij ook laat, nee, waar D66 naar vroeg – als in zo'n situatie een kind van twaalf rondloopt, dan denk ik dat zo'n bestuurlijke boete meer dan op zijn plaats is, want die heeft dan een goed gesprek met zijn ouders. De bestuurlijke boetes op zich zoals we ze nu uitreiken, hebben een duur van twee jaar. Dus op het moment dat er in de periode van die twee jaar nog een keer geconstateerd wordt dat iemand dit soort vuurwerk, in een dergelijke conditie, hanteert, dan is het gewoon terecht is dat je zo'n boete krijgt. Maar uiteindelijk is het natuurlijk de bedoeling dat die ouders daar gewoon een goed gesprek over hebben. Dus ik hoop dat dit voldoende is, voorzitter. De voorzitter: Dan was er nog een vraag van de heer Jongsma. De heer Jongsma: Ja, die was eigenlijk als grap bedoeld, we mogen nog wel inderdaad dat rapport via bronvermelding ofzo inzien? Dat is ook handig voor D66. Nee, hoor, dat is een grapje. De voorzitter: D66 hecht aan linken. Burgemeester Van Hemmen: Voorzitter, ik zou voor willen stellen dat als de heer Jongsma hierover praat, hij zegt 'ik heb van de burgemeester gehoord' en dan heeft hij zijn bronvermelding op orde. Ik hoop dat dat voldoende is. Overigens voorzitter, ik ben niet helemaal correct geweest.
Als het gaat over extra communicatie, bedoel ik. Uiteraard zullen wij wel onze eigen socials inzetten en onze klassieke kanalen om onze jongeren en hun ouders te bereiken om het heersende beleid leidend te laten zijn. Maar dat was ik nog even vergeten te zeggen, mijn excuus. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen? O, mevrouw Langeveld. Mevrouw Langeveld: Ik wil niks over dit onderwerp aangeven. Ik wil ook even gebruikmaken nu van een mondelinge vraag. Ik merk dat ik toch wel wat last van heb dat er nu twee collegeleden hebben bepaald een vraag niet schriftelijk te beantwoorden. De voorzitter: Ik beschouw dit als een ordevoorstel. Mevrouw Langeveld: Het is ook een ordevoorstel. Ja, want ik merk dat dit me toch wel een beetje lichtelijk irriteert. Wij doen er moeite voor om 36 uur van tevoren een schriftelijke vraag in te dienen. Het is gebruikelijk dat wij daar schriftelijk antwoord op krijgen. We weiden nu aardig uit over het vuurwerkgebeuren. Ik had me daar graag op willen voorbereiden, dus ik vind het heel jammer dat dit zo is gelopen, tot twee keer toe. Als dit de gebruikelijke gang van zaken is, dan denk ik ook dat wij ter plekke bij dit agendapunt mondeling een vraag moeten kunnen stellen, maar ik denk niet dat dat de gebruikelijke gang van zaken moet zijn. Dus ik zou echt het college
willen oproepen om zich te houden aan de beantwoording van de vraag. En al is er dan een collegelid dat het mondeling wil toelichten, laat ons dat dan weten van tevoren. De voorzitter: Zelf had ik me al voorgenomen om dit in het presidium te bespreken. Vandaar dat ik sprak over werkafspraken. Het lijkt me dat dat de beste plek is om dit te behandelen. En dan weet ik in ieder geval dat ik steun heb van het CDA. De burgemeester. Burgemeester Van Hemmen: Misschien dat de verpakking wat ongelukkig was, maar ik wilde daar niet mee zeggen dat dit een gewoonte is. Wij hebben een Reglement van Orde van hoe het moet. Het is nu een samenloop van omstandigheden dat het zo gebeurd is en mevrouw Langeveld heeft wat mij betreft gewoon een punt en dit zeg ik even met de pet van voorzitter van het college op. Wij moeten daar scherper op zijn. Ik vind het prima als dat in presidium besproken wordt, maar wat mij betreft, hebben wij werkafspraken met elkaar, zoals we het horen te doen. Daar moeten wij ons best voor doen. Alleen soms heb je samenloop van omstandigheden of keuzes waarin we proberen het zo optimaal mogelijk te doen en dat is in dit geval verkeerd gevallen. Ik ben wel blij dat mevrouw Langeveld dat deelt.
De voorzitter: Ja, maar met name de suggestie dat je communiceert en dat je, als er op woensdag een vraag is gesteld, woensdagmiddag duidelijk maakt aan de vragensteller: volgende week dinsdag ligt dit bij het college. Dan weten we al wat meer. Maar ik word nou inhoudelijk, dat lijkt me niet handig. Tot zover deze vragen.
10.
Sluiting
De voorzitter: En dan is hiermee ook gelijk de raadsvergadering beëindigd. Ik dank u wel. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland op 20 december 2022. de griffier, A. de Vos
de voorzitter, drs. A.P.J. van Hemmen