CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

2022 m 11 d 29 Vsl raad.docx

Gemeenteraad 20 december 2022, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Vaststellen van het verslag openbare vergadering d.d. 29 november 202215.761 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 29 november 2022, 19.30 uur. Voorzitter

: drs. A.P.J. van Hemmen, burgemeester

Griffier

: A. de Vos

Aanwezig : de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA) de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer N.J. Ruiterman (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66), mevrouw V. van 't Westeinde (CDA) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig

:-

Tevens aanwezig: de heer F.J.M. ten Have, mw. M. Oderwald-Ruijsbroek, mevrouw W. Renzenvan Leeuwen, wethouders

1.

Opening van de vergadering

De voorzitter: Goedenavond, dames en heren, hartelijk welkom bij deze vergadering van 23 november – nee, niet 23 november, het is 29 november. Ik lees de datum waarop u de agenda ontvangen heeft. Mijn excuses. Hartelijk welkom. We hebben een uitermate overzichtelijke agenda en ik ken u ondertussen zo dat hier die ijzeren wet niet geldt van 'hoe korter de agenda, hoe langer de vergadering', dus u gaat mij vast niet teleurstellen. Dat is een aanmoedigende poging natuurlijk, dat snapt u. Drie hamerstukken, een bespreekpunt en een benoemingsbesluit en er zijn ook drie onderwerpen ingediend voor de rondvraag. En zoals gewoonlijk begin ik met de regeling der werkzaamheden, agendapunt 2.

2.

Regeling der werkzaamheden

De voorzitter: Per lijst zullen wij dit agendapunt afhandelen. Bij de lijsten A en B gaat u over de wijze van afdoening zoals voorgesteld. Lijst A bevat de brieven van het college. Lijst B zijn de brieven van derden en lijst C is de beantwoording schriftelijke vragen van de leden van de raad. De vraagsteller kan nadere vragen stellen aan het college, vervolgens kunnen de andere leden vragen stellen aan de vraagsteller, dan wel aan het college. Interrupties en moties zijn uiteraard niet mogelijk. Dan wil ik eerst even kijken hoe u met de afhandeling van lijst A om wilt gaan. Gaat u akkoord? Mevrouw Langeveld. Mevrouw Langeveld: Ik wil voorstellen om brief A 22-043, de aanpassingen van het armoedebeleid, te agenderen voor de commissievergadering van januari gezien de volle agenda van de eerstvolgende commissievergadering. En ik zou daarbij willen vragen of het mogelijk is om dit samen te voegen met het armoedebeleid dat ons is toegezegd dat we in december zouden ontvangen. Mijn verzoek is of we dat dan tegelijkertijd met elkaar kunnen behandelen en bespreken. De voorzitter: U geeft een wens aan en u doet het voorstel om de agendadruk een beetje te verzachten. Ik stel voor dat we dit meenemen en kijken wat er mogelijk is. Is dat voldoende voor u? Mevrouw Langeveld: Ja, maar ik wil het wel agenderen voor de commissievergadering. De voorzitter: Het wordt sowieso geagendeerd.

Maar uw wens is om dat te combineren met, maar ik kan even niet inschatten of dat het college in tijd gaat lukken. Op dat verzoek komen we later terug.

Mevrouw Langeveld: Prima, dank u wel. De voorzitter: Of komen zij later terug, moet ik zeggen, want ik ben vandaag de voorzitter van de raad en geen collegelid natuurlijk. Even kijken, verder nog over lijst A? Nee, lijst B, iemand? Nee. Dan lijst C. Zijn er nog aanvullende vragen aan het college? Ja, de heer Van Rijs. En dan mijnheer Van Lier. Mijnheer Van Rijs, u was echt sneller. Duidelijk. De heer Van Rijs: Ik heb een vraag over 2.C.3 en we zijn heel blij dat Mijn Partij daar vragen over heeft gesteld. Dat was naar aanleiding van een motie die onder initiatief van het CDA eerder was ingediend. Met betrekking tot de antwoorden. Daarop heeft het college voorgesteld om de € 29.000,00 die stond voor verbetering van de veiligheid van de Oude Veiling, terug te doen in de algemene reserve. Dat verbaast ons zeer. Want we zijn heel blij dat er nu initiatief wordt genomen om de veiligheid te verbeteren. We beginnen, begrijpen wij, aan het eind van het jaar al met een versmalling en er is in de begroting voor volgend jaar, die is goedgekeurd, een bedrag opgenomen van € 400.000,00, plus € 380.000,00 van vorig jaar, plus deze € 59.000,00, is in totaal € 839.000,00 om die veiligheid te verbeteren. Dus dan gaan we eindelijk aan de slag en dan besluiten we om € 59.000,00 er maar vanaf te halen.

Dat lijkt me geen goed idee, dus mijn voorstel aan het college is om die € 59.000,00 gewoon te laten staan. Zoals we ook hebben goedgekeurd in de begroting. De voorzitter: Dus als ik uw vraag goed begrepen heb, want er moet een vraag gesteld worden, wilt u het college vragen om het gewoon in de begroting te laten staan? Dan weet ik niet of het college daar al een sluitend antwoord op kan geven, maar er zal vast een reactie van het college zijn. Wethouder Ten Have. Wethouder Ten Have: Ja, voorzitter, u heeft gelezen dat de reden om die € 59.000,00 vrij te laten vallen is omdat het restantkrediet was, dat al heel lang openstond. Op zich is er geen bezwaar om dat bedrag gewoon te laten staan. We zullen gewoon volgend jaar kijken wat de kosten zijn voor het aanpakken van de Oude Veiling. We hebben daar ruim voldoende krediet voor staan vooralsnog. Mocht dan blijken dat het te veel is, kan het alsnog vrijvallen. Mocht blijken dat het te weinig is, dan kunnen we het daarover hebben. Dus op zich lijkt het me geen probleem om voorshands dat bedrag even te laten staan dan. De voorzitter: Mijnheer Van Rijs, voldoende? De heer Van Rijs: Dank u wel voor deze toezegging wethouder. De voorzitter: Dan de heer Van Lier. De heer Van Lier: Een aanvullende vraag, als dat mag. Ik ben blij dat hier wat gebeurt. Het is positief dat er iets op dit onderwerp komt.

Maar we gaan voor een wegversmalling en we begonnen met een 30km-zone. Kan het college uitleggen waarom deze variant gekozen is? De voorzitter: Ik kijk even naar het college, wethouder Oderwald. Wethouder Oderwald: Dank u wel, mijnheer Van Lier, voor deze vraag. Het is een tijdelijke oplossing. Dit is een oplossing zonder dat er daadwerkelijk diverse verkeersbesluiten zijn genomen, die kan dus vrij eenvoudig worden gerealiseerd in aanloop naar het grotere plan. En dat is waarom we voor deze oplossing gekozen hebben die ook al daadwerkelijk zal zorgen dat er snelheid geminderd wordt. Ik kan niet zeggen dat die dan al 30 km/uur is, maar de snelheid gaat zeker eruit hierdoor. De voorzitter: Voldoende mijnheer Van Lier? Zijn er verder nog vragen? Ja, ik zie er twee. Nu twijfel ik wie het eerste was, maar dan ga ik toch naar mevrouw Koppert, want het CDA heeft al aandacht gekregen en krijgt het dadelijk alsnog. Geen probleem.

Mevrouw Koppert: Eerst moest ik even kijken bij welk agendaonderwerp we waren, want ik dacht dat we nog in de 2.B.10 zaten, maar dat was dus 2.C, begreep ik. De voorzitter: Was ik niet duidelijk? Mevrouw Koppert: Nee, dat lag misschien aan mij, maar ik dacht dus 'dan moet ik snel wat zeggen'. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Koppert: Mag ik eerst de wethouder bedanken voor het antwoord met betrekking tot de Kamers met aandacht? Ik heb nog een aanvullende vraag daarover over de evaluatiecriteria. U geeft aan dat u evalueert op aantallen en graag zou ik als OGP Midden-Delfland daar aantallen aan toegevoegd willen hebben met betrekking tot de inwoners van de gemeente Midden-Delfland, dus jongeren en de mensen die een kamer beschikbaar stellen. En de tweede vraag die wij daarbij hebben, is: kunnen in de evaluatiecriteria ook de kosten meegenomen worden? De voorzitter: Ik kijk even naar mevrouw Langeveld. Heeft u in het verlengde daarvan een vraag? Want ik kan me zomaar voorstellen dat u over hetzelfde onderwerp een vraag wilt stellen? Gaat uw gang. Mevrouw Langeveld: Het gaat inderdaad over hetzelfde onderwerp. Daar had ik ook vragen over gesteld. Ik heb geen vraag meer, maar ik wil wel een constatering daarbij doen.

Ik wil uiteraard de wethouder bedanken voor de beantwoording van deze vraag en ik ben blij dat na lang heen en weer vragenstellen nu toch eindelijk de juiste beantwoording is gekomen. Dat was het. De voorzitter: En u vraagt het college daar kennis van te nemen? Ja, het moet echt een vraag zijn, maar ik snap deze wel. Ik kijk even naar de wethouder, mevrouw Oderwald. Wethouder Oderwald: Eerst refererend aan de opmerking van mevrouw Langeveld. Het is inderdaad zo dat de tweede beantwoording zorgvuldiger geformuleerd was dan de andere, mijn excuus daarvoor. Ik hoop dat daarmee duidelijk is wat er precies bedoeld wordt. Met betrekking tot de vragen van mevrouw Koppert, vooruitblikkend op de evaluatie. Als ik u goed gehoord heb, vraagt u om eigen inwoners daarbij te betrekken in de aantallen. Uiteraard kunnen we dat doen en wat betreft de kostenaspecten lijkt het me ook vanzelfsprekend dat we dat daarin kunnen betrekken. De voorzitter: Is dit voldoende voor mevrouw Koppert? Ook voor mevrouw Langeveld, neem ik aan? Ja. Dan constateer ik dat we agendapunt… O, mijnheer Zwaard, gaat uw gang. Ik had u nog niet gezien, vandaar dat ik richting een afronding ging. De heer Zwaard: Voorzitter, ik had u wel gezien. De voorzitter: Gelukkig wel. Gaat uw gang. De heer Zwaard: Een vraag over 2.C.2.

We hadden vragen gesteld over de brief van Wonen Midden-Delfland en daar hebben we uiteindelijk antwoord op gekregen maar die antwoorden roepen weer vragen op. Op vraag 2 'Zijn er locaties die de woningbouwvereniging zelf kan en gaat ontwikkelen?' krijgen we als antwoord 'ja, we zijn hierover in gesprek met Wonen MiddenDelfland'. Dus de volgende vraag is: wanneer kunnen we daar een verder vervolg op verwachten? Hetzelfde geldt voor het antwoord bij vraag 4: zo ja, hoeveel woningen zouden op deze locatie gebouwd kunnen worden? 'dit is in onderzoek'. Dus ook hier zijn we benieuwd wanneer we hier wat meer over horen dan alleen het antwoord 'dit is in onderzoek'. De voorzitter: Wethouder Renzen. Wethouder Renzen: Binnenkort hebben we een besloten bijeenkomst over alle woningbouwprojecten. Ik denk dat het goed is wanneer we daar eventjes meer helderheid geven,

dan kan ik het ook laten zien. En dan neem ik deze vraag mee en geef ik een specifiek antwoord hierop. De voorzitter: Is dat voldoende mijnheer Zwaard? Dank u wel. Verder nog mensen wiens vinger ik nog niet gezien had? Nee, dan constateer ik dat we dit agendapunt afgerond hebben. A22-043 wordt geagendeerd voor de commissievergadering in januari a.s. Voor het overige worden de lijsten A, B en C ongewijzigd vastgesteld.

3.

Spreekrecht voor belangstellenden

De voorzitter: Dan komen we bij het agendapunt spreekrecht voor belangstellenden en ik heb geconstateerd dat er geen aanmeldingen voor het spreekrecht zijn op dit moment.

4.

Vaststellen van de agenda

De voorzitter: Dan komen we bij het vaststellen van de agenda. Kan iedereen akkoord gaan met de agenda? Mijnheer Knaap. De heer Knaap: Naar aanleiding van de enthousiaste gedachtewisseling in de commissie willen we een motie vreemd aan de orde van de dag indienen en die gaat over kleine windturbines in het buitengebied, dus de vraag is of u die wilt toevoegen aan de agenda. De voorzitter: Ik kijk heel even naar de griffier wat dan de meest logische plek zou zijn. Dan komt na agendapunt 7 de motie vreemd. Ik neem aan dat u de motie vast naar de griffier stuurt zodat hij hem vast kan klaarzetten. Dat helpt straks ook voor de mensen thuis om mee te lezen. Dat snap ik, maar dan staat hij vast klaar en dan hoeft de griffier alleen maar op een knopje te drukken, vandaar dat… Ik bedoel digitaal aanleveren zodat die in iBabs komt. Dat is nog niet gebeurd. Dan gaan we analoog improviseren en het komt allemaal goed, mijnheer Knaap. Gaan we akkoord met de voorgestelde agenda? Ja. De agenda wordt met toevoeging van genoemd agendapunt vastgesteld.

5.

Hamerstukken

5a.

5.d.

Vaststellen enkele verslagen 1 Verslag openbare vergadering 25 oktober 2022 2 Verslag besloten vergadering d.d. 25 oktober 2022 Voorstel: verslag niet geheim verklaren 3 Verslag openbare vergadering d.d. 8 november 2022 4 Verslag openbare vergadering d.d. 14 november 2022 Voorstel tot vaststellen verordening collectieve verwijdering gewasbeschermingsmiddelen glastuinbouw Midden-Delfland Voorstel tot 4e wijziging gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Haaglanden Voorstel invulling vacatures in externe bestuursorganen

6.

Voorstel tot wijziging verordening Vertrouwenscommissie

5.b. 5.c.

De voorzitter: Dan komen wij bij agendapunt 6 en dat is een voorstel tot wijziging van de verordening op Vertrouwenscommissie. Dit voorstel is reeds in de commissie besproken en op verzoek van de fractie van Mijn Partij ligt dit voorstel voor om vanavond nog nader te bespreken. In de commissie gaf deze fractie aan dat zij het voornemen heeft om de verordening op het punt van adviseurschap aan te scherpen. Dus ik wil graag het woord geven aan de fractie van Mijn Partij. Ik neem aan dat de heer Roeling het woord wenst te voeren en dan ga ik daarna kijken wie nog meer het woord wenst te voeren. De heer Roeling: Inderdaad. Wij hebben opmerkingen gemaakt en dat betreft het volgende, namelijk dat wij natuurlijk op zoek gaan naar een nieuwe burgemeester en dat wij als raadsleden, en vaak ook als collegeleden, passanten zijn. We maken een bepaalde tijd hier door. Maar vervolgens ben je na die periode ook gewoon weer de inwoner van Midden-Delfland. Dat geldt sowieso voor de raadsleden, omdat dat wettelijk geregeld is. Voor de wethouders is natuurlijk een

uitzondering gemaakt. Wij hebben aangegeven dat wij het verstandig vinden als ook de wethouder die hier woonachtig is, in Midden-Delfland de Vertrouwenscommissie adviseert bij het op zoek gaan naar een nieuwe burgemeester. En dat hebben wij in die zin zo verwoord. Daar kun je allerlei termen op los laten, skin in the game, betrokkenheid, dat zijn voor ons belangrijke elementen en het gesuggereerde van het bestuurlijke aspect, dat geldt ook zeker. Dat zijn we ook met anderen eens. Alleen wegen wij dat minder zwaar dan bijvoorbeeld de ambassadeur, de voortrekker van het beleid, proactief, energiek, jong. Ik denk dat wij ons wel moeten realiseren dat als wij op zoek gaan naar een nieuwe burgemeester, die niet het schaap met de vijf poten zal zijn. We zijn een kleine gemeente. En eventueel wat minder bestuurlijke ervaring kunnen we best op de koop toe nemen. Voor ons zijn er zwaarder wegende elementen waarmee wij dan graag op zoek gaan naar de nieuwe burgemeester. Vandaar dat wij hebben gezegd 'we zouden het zeer op prijs stellen als ook de adviseur, de wethouder, woonachtig is in Midden-Delfland'. Wij denken dat dat meer binding geeft. Vandaar onze opmerking, voorzitter. De voorzitter: U heeft aangegeven dat u overwoog de verordening op dat deel aan te scherpen. U stopt nu met uw bijdrage.

Is dan de conclusie dat u de aanscherping achterwege laat en het alleen bij een oproep wil laten? Of begrijp ik u dan verkeerd? De heer Roeling: Kijk, uiteindelijk is het aan het college. Als we als raad kiezen voor het college, dat dat in algemene stemmen de meerderheid heeft, dan is vervolgens het college zelf aan zet. Dat is ook zo opgenomen in de verordening. Wij willen niet zo ver gaan dat de raad ook gaat bepalen wie wel. Dus vandaar dat wij duidelijk hebben gemaakt hoe wij daarover denken. En dan is het verder aan het college om daar met een antwoord te komen. De voorzitter: Mag ik heel even? Mijnheer de bode, ze hoeven nog niet uitgedeeld te worden. Ze zijn nog niet ingediend, namelijk. Ja, wel bij de heer Knaap, maar voor de rest nog niet want anders gaan er twee agendapunten door elkaar heen lopen en dan wordt het leven echt ingewikkeld. Gaat u verder, mijnheer Roeling. Of was u…? De heer Roeling: Ik was het even kwijt. Ik zat te wachten op de motie. Even kijken, dus vandaar dat wij hebben gezegd 'voor ons het belangrijk dat dan ook de wethouder woonachtig is in Midden-Delfland, zodat hij of zij ook als inwoner waarschijnlijk te maken krijgt met de nieuwe burgemeester. De voorzitter: Dus als ik het goed begrijp, heeft u als fractie een wens, maar laat u het aan het college. Dat is volgens mij de boodschap zoals u die nu weergeeft.

De heer Roeling: Ik zag ook de brief voorbijkomen vanuit het college op dit agendapunt, of dit onderwerp, waarin wordt gesproken over kwalificaties van de wethouder. Dat is zeker niet de bedoeling. Dat is zeker niet de bedoeling, voor ons is het sec het woonachtig zijn, de verbinding, het leven dat belangrijk is en wij treden niet in de kwalificaties van de wethouders. Dat zouden we graag willen doen, maar dat lijkt me op dit moment niet aan de orde. De voorzitter: Bij een onderwerp als dit zou dat niet passend zijn. Ik begrijp u goed. Ik zie de heer Zwaard die het woord wenst te voeren en als er nog anderen zijn, dan kom ik daar straks bij. De heer Zwaard: Eigenlijk meer een interruptie op het betoog van mijnheer Roeling, voorzitter. Ik hoor hem zeggen dat er geen diskwalificatie is van de wethouder. Wij zien dat toch een stukje anders. En mijn vraag is eigenlijk: stel dat het geen wethouder uit de gemeente wordt, want dat is altijd nog een reële optie, zitten daar wat Mijn Partij betreft consequenties aan verbonden, want dat heb ik u niet horen zeggen. De voorzitter: Mijnheer Roeling. De heer Roeling: Ja, nee, dat heeft u mij wel horen zeggen, alleen heb ik dat bewaard voor het fractievoorzittersoverleg en daar hebben we aangegeven hoe wij erin zitten, dat wij dit serieus nemen. En op het moment dat het college zegt 'ja, het zal wel', doen wij niet mee.

Dat heb ik letterlijk gezegd en dat wil ik hier wel herhalen, maar ik dacht 'ik zal die zware woorden

achterwege laten'. Maar er wordt om gevraagd. Inderdaad. Ik heb tegen de fractievoorzitters gezegd dat het voor ons zwaarwegend is. En mocht het college van mening zijn dat dat totaal niet aan de orde is, dan zien we geen oplossing en dan zullen wij zeggen 'succes en prettige wedstrijd'. Dat in antwoord op de heer Zwaard. De voorzitter: Dan constateer ik dat de formulering – ik was een bewust even aan het doorvragen – wat u zei, een wens, toch eigenlijk een eis is. Begrijp ik u dan goed? Want als u er consequenties aan verbindt… Ik wil het even helder krijgen voor het debat. Sorry, maar we gaan even… Ik probeer even scherp te krijgen wat de fractie Mijn Partij bedoelt, want toen ik het net van u samenvatte, had u een boodschap 'wij hebben de wens dat dat het college iemand afvaardigt die hier woont' en vervolgens gaf u aan 'maar het is aan het college', maar de woorden die u nu spreekt, lijken daar een beetje diametraal op te staan. Dus misschien dat u in ieder geval mij even kunt helpen en daarmee de rest van de raad, door even te kijken wat het nu precies is. Is het het laatste wat u zei, of het eerste? De heer Roeling: Nou beide, uiteindelijk is het aan het college. Zo is het ook vastgelegd in de verordening, dus daar gaan wij niet aan tornen. Dan hadden we met een amendement moeten komen. Daarvan hebben we gezegd, 'dat doen we niet'.

We spreken duidelijk uit hoe wij erin zitten en als het college daar anders over denkt, prima, maar dan heeft dat als gevolg, als je daarnaar vraagt, dat wij daar niet aan mee zullen doen. Inderdaad. De voorzitter: Helder. Wie wenst er verder het woord te voeren over dit onderwerp? De heer Gebben en daarna de heer Ringeling. De heer Gebben: Is het de bedoeling dat ik mijn eerste termijn gewoon even doe, want ik ben even in verwarring, want we gaan hier toch besluiten of we met verordening akkoord gaan, ja of nee? En als Mijn Partij daar achteraf niet tevreden mee is, dan kunnen ze daar toch niets meer aan wijzigen? Ik begrijp helemaal niet meer wat hier nu precies gezegd wordt, maar dat kan misschien aan mij liggen. De voorzitter: Dit was precies de reden waarom ik dacht 'ik vraag even door op de samenvatting'. Ik had het idee dat het helder genoeg was, maar voor u blijkbaar niet. Dus als ik het goed begrepen heb, zegt de fractie van Mijn Partij 'wij stemmen in met het voorstel, zoals het hier voorligt. Dan is het aan het college om met een naam te komen. Op het moment dat er een naam komt die niet voldoet aan de kwaliteitseisen die de fractie Mijn Partij daaraan stelt, dan trekt de fractie Mijn Partij haar kandidatuur in'. Dan heb ik het goed begrepen, toch mijnheer Roeling? Ja.

Is het voor u helder nu? Ja, ik kan me voorstellen dat u daarop wilt reageren, maar u mag ook aan uw eerste termijn beginnen. Maar als u aan de eerste termijn wilt beginnen, ik zie de heer Ringeling echt zitten wiebelen op zijn stoel, dus die heeft echt een interruptie hierop. Zullen we daar eerst naartoe gaan? De heer Ringeling. De heer Ringeling: Even voor mijn beeld, want ik begrijp me niet zo goed. Kan de heer Roeling kort en krachtig aangeven wat het verschil is tussen wanneer een collegelid wel of niet uit de gemeente komt? Wat is het verschil, wat is het verschil aan inbreng in die commissie? Want dat begreep ik niet zo goed. Dus een herhaling, misschien, maar graag kort daar een antwoord op. De voorzitter: De heer Roeling. De heer Roeling: Voorzitter. Zoals ik zojuist al zei, gaat het ons erom dat wij uiteindelijk passanten zijn. Nu zit de een wat langer dan de ander hierzo, maar in die zin zijn we passanten en is het voor ons belangrijk dat iemand die hier nu zit als passant zich ook bewust is van het feit dat gekozen is voor een burgemeester waar hij of zij woont. En dat is voor ons belangrijk. Daarnaast wordt aangegeven 'ja, het gaat over de bestuurlijke inbreng vanuit het collegelid, die dan adviseert aan de commissie'. Daarvan zeggen wij 'ja, bestuurlijk is dat zeker een onderdeel, maar verder zeker niet het belangrijkste wat ons betreft'.

Voor ons zijn er belangrijkere elementen waar de nieuwe burgemeester aan zou moeten voldoen dan dat hij pak 'm beet vijf of tien jaar ervaring heeft als collegelid of als burgemeester. En dat is de reden waarom we hiertoe gekomen zijn.

De voorzitter: Mijnheer Roeling, ik voel dat er wat gebeurt in de raad nu en ik snap dat heel goed, maar ik wil even de volgorde houden. Dus mijnheer Zwaard, u krijgt pas een interruptie op het moment dat mijnheer Ringeling hier nu op kan reageren, want hij stelde de vraag. Dan kom ik – want ik zag de heer Gebben ook al – naar de heer Zwaard voor een interruptie, want dit is nog niet de eerste termijn. De heer Ringeling. De heer Ringeling: Maar realiseert u zich dat zes leden van de Vertrouwenscommissie wel inwoners zijn van Midden-Delfland? Dus daarmee wordt tegemoetgekomen aan uw wens. Of zie ik het verkeerd? De heer Roeling: Nou ja, de leden van de commissie zelf zijn per definitie woonachtig in MiddenDelfland. Want dat zijn raadsleden en die moeten woonachtig zijn in de gemeente, dus daar ontkom je niet aan. De voorzitter: Dat was niet de vraag die de heer Ringeling stelde. Hij vraagt of dat niet voldoende zou zijn voor de wens die u heeft en waarom het dan zo belangrijk is dat de wethouder in zijn rol van adviseur, niet met beslissingsbevoegdheid, dat is voor de mensen thuis belangrijk om te weten – ik heb de indruk dat de heer Ringeling wil weten wat de wethouder aan verschil kan maken, want dan zijn er al zes mensen die perfect weten hoe de samenleving hier functioneert. Ik parafraseer u nu even om de heer Roeling te helpen. De heer Roeling: Ja.

Nou ja, vijf zou ook kunnen. Ik bedoel, ik zag het lijstje, volgens mij zijn dat prima mensen die daartoe in staat zijn. En wij hebben een stem in de commissie en uiteindelijk zie je bij de voordracht… Maar nee, wij zien niet in waarom wij dan daar dan nog weer een specifieke rol in zouden kunnen of moeten spelen. We moeten ervan uitgaan dat… De voorzitter: Mijnheer Roeling, ik ga echt even helpen. De vraag is: wat maakt het uit als een wethouder uit een andere woonplaats komt, terwijl al zes mensen uit de gemeente in de commissie zitten? U geeft een ander antwoord, dus ik wil hier even scherpte krijgen omdat dit blijkbaar iets doet met de raad. Vandaar dat ik me er even tegenaan zit te bemoeien. De heer Roeling: De kern van de bijdrage van het lid van het college is om vanuit bestuurlijk oogpunt een bijdrage te leveren. Daarvan zeggen wij 'zo zwaar wegen wij dat bestuurlijk element niet'. Het is een onderdeel, zeker, maar niet zo zwaar dat daar nou speciaal een collegelid aan moet worden toegevoegd, tenminste, als adviseur. Dus het zit hem in het bestuurlijke, dat is de strekking van het adviseurschap, maar wij wegen dat anders. De voorzitter: Mijnheer Ringeling, ik heb het geprobeerd, hier moet u het mee doen. Mijnheer Zwaard.

De heer Zwaard: Als ik het verhaal van mijnheer Roeling goed begrijp, dan is het zo dat, willen wij Mijn Partij in die commissie houden – en dat vind ik, u bent de grootste partij in deze raad, ik vind dat u zitting hoort te hebben in de commissie – we eigenlijk verplicht zijn om te kiezen voor mevrouw Renzen. Daarbij gesteld, als ik naar mevrouw Oderwald kijk en ik kijk naar wie in deze gemeente de meeste historie heeft, dan is dat eigenlijk mevrouw Oderwald want die heeft zeer lange tijd in Schipluiden gewoond. Dus als dat voor u zo belangrijk is, ze woont denk ik 200 meter over de gemeentegrens. Maar dat is voor u dus ook geen… U kiest duidelijk voor mevrouw Renzen. Klopt dat? De voorzitter: Mijnheer Roeling. De heer Roeling: Nee, ik bedoel, er zijn er twee die hebben aangegeven dat ze niet woonachtig willen zijn, op dit moment, in Midden-Delfland. Nou ja, dat dat zegt ons ook wel iets. De voorzitter: De heer Zwaard. De heer Zwaard: Er is er een die niet woonachtig is in Midden-Delfland en die dat ook niet gaat worden. Ik weet van mevrouw Oderwald dat ze onlangs nog geboden heeft op een huis in Midden-

Delfland dus ze is wel degelijk bereid om in de gemeente te gaan wonen en zij heeft de meeste historie in Midden-Delfland ten opzichte van de beide andere wethouders. De voorzitter: U doet nu een stelling, mijnheer Zwaard, en daar maakt mijnheer Roeling nu gebruik van. Als u nog een reactie wil, dan moet het een vraag worden. De heer Zwaard: Ja, ik kan afsluiten met 'wat vindt mijnheer Roeling daarvan?' De voorzitter: De heer Roeling. De heer Roeling: Een goed begin. Van dat bod weten we niet, dat zal, dat kunnen aannemen. Maar verder kunnen we er niet zoveel mee, voorzitter. De voorzitter: Ik voel wat discomfort bij de rol die ik nu pak, maar ik denk wel dat het nodig is. Mijnheer Roeling, als ik het goed begrijp, wil de heer Zwaard weten of, stel dat mevrouw Oderwald de adviseur vanuit het college zou worden, die bereid is om hier te gaan wonen, het dan nog steeds zo scherp is voor u. Ik vind het overigens wel ongemakkelijk, omdat we het nu toch over personen hebben, wat ik al aangegeven heb middels de brief uit het college. Dus het wordt wel erg lastig. Maar stel nou – en dan gaan we even geen naam meer noemen – dat het iemand is die wel bereid is om hier te gaan wonen is, is het dan zo sterk? De heer Roeling: Ja. Om te beginnen, wij hebben geen naam genoemd. De voorzitter: Nee, dat klopt, dat was ik. De heer Roeling: Nee, daar zorgen wij wel voor.

Mocht er op korte termijn zoiets gerealiseerd kunnen worden, dan vinden wij dat prima. Als dat daadwerkelijk doorgezet wordt, dan kunnen wij het er misschien met een schorsing even over hebben binnen de fractie of dat voldoende is om dat te aanvaarden. De voorzitter: Volgens mij is dit een helder antwoord, mijnheer Zwaard, is dit voldoende? Zijn er nog mensen die over dit stuk met elkaar van gedachten willen wisselen? Nee? Dan ga ik naar de heer Gebben die zijn eerste termijn wil starten. De heer Gebben: De VVD is akkoord met de wijzigingen in de verordening van de Vertrouwenscommissie. Door deze wijzigingen wordt het voor de raad mogelijk om een goede afspiegeling van de samenleving in de Vertrouwenscommissie te krijgen. Graag willen wij toch ook over de door u gestuurde brief, de door het college gestuurde brief, nog wel een opmerking maken om wat misverstanden weg te nemen. Er wordt gesteld in de brief dat er randvoorwaarden worden gesteld, onder andere door de VVD, aan de door het college voor te dragen kandidaat. Dit is wat ons betreft een onjuistheid. Wat de VVD in de commissiebijdrage heeft gezegd, is dat wij… De voorzitter: Mijnheer Gebben, u heeft een interruptie van mijnheer Zwaard. Maar ik heb de indruk dat de heer Gebben zijn stelling nog even wil toelichten. De heer Gebben: Graag wel, want ik denk dat ik dan twee keer hetzelfde antwoord moet geven.

Wij hebben in de commissie gezegd dat wij staan voor diversiteit en – even kijken, dan ben ik de draad een beetje kwijt – voor diversiteit en inclusiviteit en dat hebben wij gedaan in de vorm van een aanbeveling in het advies. En wat dat betreft, zijn wij het eens met de stelling in de brief dat het college over zijn eigen keuzes gaat. Dus die druk willen wij er niet op leggen en het is gewoon een advies. Het is aan het college om te doen wat het met het advies wil doen. Daar gaan wij geen consequenties aan verbinden. Ook de opmerking dat het impliciet om personen gaat, zoals net al een beetje gebeurde, vinden wij jammer, want dat was in ieder geval niet wat wij voor ogen hadden. Wij denken dat iedereen geschikt is en de keuze is aan het college is. De voorzitter: Mijnheer Zwaard, is uw interruptie nog nodig?

De heer Zwaard: Ja voorzitter, ik hoor mijnheer Gebben nu eigenlijk een stukje terugkrabbelen want ik heb in de commissievergadering bij monde van mevrouw Van der Marel toch duidelijk horen zeggen dat de VVD ervan uitgaat dat er een vrouw zitting neemt in die commissie. Dus daar neemt u wel degelijk een stelling in. De voorzitter: Mijnheer Gebben heeft het net genuanceerd, maar misschien kunt u dat nog wat scherper doen. De heer Gebben: Dat wil ik heel graag even nuanceren, want ik heb natuurlijk ook mevrouw Van der Marel erover gesproken en we hebben ook teruggekeken wat zij gezegd heeft. Nou, zij heeft echt niet gezegd dat het een vrouw moest worden. Wat gezegd is, was dat ze het als aanbeveling deed, ook vanuit het feit dat ze zelf vrouwelijk lid van de commissie is. Ze heeft als advies neergelegd bij het college om bij gelijke geschiktheid de keuze te laten vallen op een vrouw. Dat vinden wij een prima standpunt, maar dat is aan het college. Nogmaals, het is aan het college, daar gaan wij niet over, dat is een keuze die zij zelf moeten maken en die die keuze respecteren. wij. De voorzitter: Voldoende zo, mijnheer Zwaard? Prima, dan verder nog iemand in de eerste termijn? Mijnheer Scholtes, dan de heer Ringeling en dan de heer Knaap.

De heer Scholtes: Als eerste wil ik nog eens een keertje zeggen dat wij heel blij zijn met de aanpassingen die hier worden voorgelegd in de verordening. Wij zijn heel blij dat er nu wat meer oog kan zijn voor diversiteit in een adviescommissie. Uiteindelijk staan wij volledig achter het betoog van mevrouw Van der Marel van de VVD. We vonden dat echt een heel mooi vlammend betoog als het gaat om een stukje diversiteit binnen een kiescommissie dus wij zijn blij met de veranderingen die hierin staan. Ik wil ook nog wel even helder schetsen, u heeft het zelf ook in de samenvatting natuurlijk al gedaan, dat een commissie uiteindelijk bestaat uit een samenstelling van een aantal raadsleden en dat zijn evenveel raadsleden als het aantal fracties dat binnen deze gemeenteraad actief is. Daarbij kunnen we als adviseur een lid van het college vragen. Het is een adviseursfunctie die geen stemrecht heeft en uiteindelijk is het de raad die nog in een besloten vergadering over de benoeming gaat om daarna in een publieke vergadering het nog een keertje dunnetjes over te doen. Ja, wij stellen eigenlijk daarbij geen eisen, maar willen als fractie van D66 het college gewoon heel veel wijsheid meegeven in het voordragen van een adviseur op het moment dat wij daarom zullen vragen.

Ik wilde nog zeggen, het zijn wat ons betreft drie gelijkgestemden geschikte kandidaten die ze kunnen voordragen, dus wij zien daar totaal geen onderscheid of geen verschil in. Daar wilde ik het eigenlijk bij laten. De voorzitter: De heer Ringeling. O, mijnheer Zwaard heeft een interruptie. De heer Zwaard: Ik hoor mijnheer Scholtes zeggen dat het niet uitmaakt. Alle drie de kandidaten zijn gelijk, maar in de optiek van D66 zou het toch liefst een dame zijn, klopt dat? De heer Scholtes: Er wordt hier eigenlijk een stelling neergelegd waarvan ik me niet kan herinneren dat we dat ooit zo in deze raad hebben verwoord. We zijn eigenlijk hartstikke blij dat er een stukje diversiteit komt. De voorzitter: Mijnheer Zwaard. De heer Zwaard: Nog geen twee minuten geleden hoorde ik u vertellen 'ik ben blij met de verkondiging van de VVD dat ze voorkeur hebben voor een dame in de rol van adviseur'. Dat bent u nu kennelijk al vergeten. Klopt dat? De voorzitter: Ik wil even een voorstel doen, er zit wat emotie op dit onderwerp en dat vind ik… Sorry, mijnheer Gebben.

De heer Gebben: Mijnheer Zwaard legt mij nu weer woorden in de mond. Ik heb net gezegd 'we hebben een advies meegegeven' en we hebben helemaal niet gezegd 'het moet een vrouw worden'. We hebben gewoon gezegd 'kijk er goed naar, het gaat ons om de balans'. En mijnheer Zwaard blijft er maar op hameren omdat hij het heel erg op de personen betrekt. Dat vind ik vervelend, dat doet hij naar ons en ook naar D66. Ik kan het blijven herhalen, wat wij gezegd hebben: het college moet de eigen afwegingen maken, wij geven een advies, daar doet het wat mee of daar doet het niets mee, prima! De voorzitter: Helder, mijnheer Gebben. Mijnheer Zwaard, een ogenblik. Ik merk dat – want dat wilde ik net zeggen, maar mijnheer Gebben wilde ook even en terecht – er een hoop emotie op dit onderwerp zit en ik begrijp dat heel goed. Maar ik constateer ook dat we de neiging hebben om onze woorden scherper te gaan kiezen. Ik wil ook mijnheer Zwaard vragen om even te spreken zoals u normaal gesproken gewoon bent, ik merk dat u wat scherper gaat formuleren. Dat merkt u ook aan de reactie van de heer Gebben en non-verbaal zie ik het ook bij de heer Scholtes. Ik stel voor dat we… Volgens mij is het punt wel gemaakt. Ik heb veel nuance gehoord vanuit de VVD en vanuit D66.

Ik snap heel erg goed dat u als raadslid echt dat punt even gemaakt wilt hebben, dat we hier zuiver in moeten zitten, maar ik vind dit wel langzamerhand een wat politieke start van een apolitiek proces worden. En daar maak ik me wel een klein beetje zorgen om. Dus ik wil u echt vragen om nu te matigen op dit punt. Volgens mij is het helder. U gaat straks een keuze maken en op basis daarvan gaat het college reageren. Ik wil u graag nog even uw interruptie geven maar ik voel de behoefte om even deze interventie te doen. Mijnheer Zwaard. De heer Zwaard: Ik denk niet dat wij het politiek maken. Ik heb ook niet gezegd… Het woord 'moeten' heb ik niet in de mond genomen, dus dat wil ik nuanceren. Beide partijen spreken de voorkeur uit. Dat woord voorkeur heb ik herhaald. Ik heb het niet over moeten gehad. De voorzitter: Ik kijk naar mijnheer Scholtes. De heer Scholtes: Ja, het was volgens mij mijn termijn om hier te spreken en er wordt een vraag aan mij gesteld en mijn collega van de VVD heeft daar wel heel vlammend antwoord op. Ja, ik denk dat we het misschien heel simpel kunnen houden. Ik ga een klein beetje in herhaling vallen met wat ik in mijn betoog gezegd heb, maar ik vond het verhaal van mevrouw Van der Marel in die zin een vurige inzet voor diversiteit in de adviescommissie en dat heb ik benoemd en benadrukt en dat vond ik supersterk.

Ik ben er heel blij mee dat juist door de beslissing die we nemen dat het niet alleen de fractievoorzitter mag zijn, maar dat het uit iedere fractie een lid uit de raad mag zijn, we veel meer diversiteit in de commissie kunnen brengen. Diversiteit zit bij mij niet alleen op man/vrouw, diversiteit zit bij mij ook op het gegeven dat we drie kernen hebben en uiteindelijk zien we dat er inwoners uit de kern Den Hoorn, uit de kern Maasland, en uit de kern Schipluiden dadelijk als het goed is zitting nemen in de adviescommissie. En dan loop ik misschien een agendapuntje vooruit. Maar dat is juist het betoog dat ik wilde houden over, uiteindelijk, een stukje diversiteit dat wij heel belangrijk vinden. Volgens mij hebben wij als D66 ook benoemd dat wij van het college alle drie de collegeleden even geschikt vinden en dat wij daar dus geen voorkeur uitspreken. Dus ja, of het daar nou een man, een vrouw, een hij, een het of een zij is. Volgens mij hebben we aangegeven dat het voor ons niet belangrijk is en dat wij het college daarin heel veel wijsheid gunnen. De voorzitter: Is dat ook het einde van uw van uw eerste termijn? Dan kijken we naar de heer Ringeling voor zijn eerste termijn. De heer Ringeling: Wij kunnen sowieso instemmen met het voorstel tot wijziging van de verordening. Ik heb nog een opmerking.

Mijnheer Roeling zei, en dat zijn niet zijn woorden waarschijnlijk, 'we moeten niet denken dat we een schaap met vijf poten gaan krijgen in deze gemeente'. Ik denk dat de commissie op zoek moet gaan naar de beste burgemeester die past bij deze gemeente qua schaalgrootte, maar ook qua andere kenmerken. Dus we zijn voor deze gemeente wel op zoek naar het schaap met vijf poten – maar dat zou mijn formulering zijn – voor deze gemeente. De voorzitter: Mijnheer Knaap.

De heer Knaap: Ik houd het kort. Vanuit de OGP Midden-Delfland hebben we in de commissie al aangegeven dat we instemmen met deze aanpassing van de verordening, omdat die dat doel dient dat we graag willen en dat is meer diversiteit in de Vertrouwenscommissie. De mogelijkheid daarvoor wordt goed geschapen. Dat zien we straks bij het volgende agendapunt en wij zijn wat dat betreft gewoon prima akkoord met het feit dat ervan uit het college een adviseur zonder stemrecht wordt toegevoegd aan de Vertrouwenscommissie en we zullen zeker geen inwonersstem in de Vertrouwenscommissie zelf inwisselen in het geval er een niet in Midden-Delfland woonachtige adviseur wordt aangewezen. Dat maakt ons inderdaad niets uit, want ze worden aangedragen op kennis, kunde en vanuit hun functie. De voorzitter: Dan gaan we naar mijnheer Zwaard voor de eerste termijn. De heer Zwaard: Voorzitter, dank u wel, verstandige woorden daarnet. Ook wij zijn blij met de aanpassing van de verordening. Goed dat het niet alleen de fractievoorzitters kunnen of moeten zijn, waarbij onze insteek uiteraard diversiteit is, maar ook het feit dat als een fractievoorzitter zich niet senang voelt bij die functie, hij of zij die bij een ander kan neerleggen. Dat is gewoon een heel goede zaak. Dus met de aanpassing van de verordening zijn wij blij.

Daar kunnen we mee instemmen en het mag ook inmiddels duidelijk zijn dat we met de zinsneden die eraan toegevoegd worden over man/vrouw en dergelijke, verre van gelukkig zijn. De voorzitter: Dank u wel, is er dan nog behoefte aan een tweede termijn? Mijnheer Gebben. De heer Gebben: Ik vind het jammer dat de discussie zich nu vooral op de kandidaat van het college heeft toegespitst, want ik denk dat we als gemeente een heel goede zet doen door deze verordening op deze manier aan te passen. We hebben geprobeerd de boel een beetje te nuanceren. En kennelijk komt dat helaas niet goed over. Hier wil ik het verder bij laten. Ik vind het jammer dat Mijn Partij bij voorbaat er een soort claim op legt van 'als het ons niet zint, dan stappen we eruit'. Ik denk dat het een eigen keuze is, maar wel een gemiste kans. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Gebben, om u gerust te stellen, volgens mij is de nuancering van zowel VVD als D66 voor de inwoners thuis volstrekt helder weergegeven. Ik denk dat dat goed is om dat nog even te benoemen. En ik heb de indruk dat dat voor het CDA ook zo is, moet ik er dan wel gelijk achteraan zeggen, want anders lijkt het net alsof ik dat niet herken. Dan wil ik graag het voorstel in stemming brengen. Wie is voor het voorliggende voorstel? Daarmee is het unaniem aangenomen. Het voorstel wordt unaniem aangenomen.

7.

Besluit tot benoeming van leden en een adviseur van de Vertrouwenscommissie ten behoeve van de procedure benoeming burgemeester

De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 7 en dan krijgen we natuurlijk de situatie dat er nog geen kandidaat aangeleverd is door het college. U heeft daar een brief over gehad en ik kijk even naar het college of er nog behoefte is aan een schorsing om te bepalen of wij dat wat wij vanochtend besproken hebben, hier wel degelijk kunnen doen. Is er behoefte aan schorsing bij een van jullie? Nee, oké. Dan constateer ik dat… Want we hebben natuurlijk wel even nagedacht want we willen het proces wel zo veel mogelijk bevorderen en het feit dat er nu een kader gesteld is, zorgt ook dat wij, onafhankelijk van wat u hiervan vindt, dus los van het debat, ook gewoon een voorstel kunnen doen zonder dat er invloed op de kwaliteit van ons voorstel is. Ik constateer in ieder geval dat elke fractie een kandidaat voorgesteld heeft. Dat zijn twee dames en vier heren en daarmee past de voordracht binnen de kaders van het ministerie. Ik denk dat het goed is dat u daar zelf die beweging in gemaakt heeft en ik wil daar ook al mijn waardering voor uitspreken. Ik denk dat het goed is, ook als ervaringsdeskundige, enige diversiteit in zo'n commissie is fijn om te ervaren. Vanuit het college is er nog geen kandidaat bekend. Maar we hebben het daar vanochtend wel over gehad.

We hebben daar een goed gesprek over gehad, ook gekeken naar wie welke vaardigheden inbrengt en wie de mate van belasting die het betekent voor de individuele wethouder aan kan. Wij

hebben besloten, los van alle andere discussies, ik wil even benadrukken dat het daar echt los van staat, om wethouder Renzen aan te reiken als adviseur voor uw commissie. En daarmee heb ik de griffier gevraagd om het stuk even aan te passen, zodat we dat gelijk vast kunnen stellen, want dan kan deze commissie van start. Ik kijk even of de griffier hem al aangepast heeft. Nog niet? Dan was ik niet expliciet genoeg. Goed, dan doen we dat maar even als een mondelinge aanpassing. Kan dat? Ja, dan wordt hij later schriftelijk verwerkt. Volgens de Gemeentewet zijn de stemmingen over het benoemen van personen altijd schriftelijk, maar er is een afwijking daarvan op het moment dat u besluit om dat per acclamatie te doen. Dat vraagt ook of u daartoe bereid bent, als er iemand niet bij acclamatie wil besluiten, maar schriftelijk wil stemmen, dan wil ik dat graag even horen, want u hoeft niet toe te lichten waarom, maar dan doen we het niet per acclamatie. Anders doen we het per acclamatie. En als u gaat klappen, dan is het ook gelijk geregeld. Meestal gaan mensen dan automatisch klappen en dan is het per acclamatie. Maar wat zegt u, mijnheer Van der Spek? Nee, ik heb geen stemrecht. Mijnheer Zwaard. De heer Zwaard: Vanuit CDA denk ik dat wij kunnen stellen dat we blij zijn met de samenstelling van de Vertrouwenscommissie,. De voorzitter: Een stemverklaring.

De heer Zwaard: Wat mij betreft per acclamatie met applaus, dan kunnen we dit… (applaus) De voorzitter: Dan constateer ik dat u een Vertrouwenscommissie heeft. Een Vertrouwenscommissie met adviseurs, meervoud, dat zijn helaas wel mannen. Grapje! Moet kunnen. Ik wil u graag als commissieleden van harte feliciteren met het vertrouwen dat u van de raad krijgt en ook de adviseurs met het vertrouwen dat zij krijgen van de raad. U heeft een grote verantwoordelijkheid, want u heeft zelf ervaring in hoe verschillend het kan zijn, welke burgemeester je kiest. Het komen tot een kroonbenoemde burgemeester is een verantwoordelijkheid die niet politiek is. Dat is echt een taak die u heeft om de beste man of vrouw of anders te kiezen en daar begint u vandaag mee. Ik wil u ook echt oproepen om daar zo consciëntieus mogelijk mee om te gaan en ook te redeneren vanuit 'wat is voor de lange termijn het beste voor deze gemeente?' Het werk van de Vertrouwenscommissie geschiedt in absolute geheimhouding. U gaat dat allemaal nog horen, maar voor de mensen thuis, dat is een geheimhoudingsplicht van minimaal 75 jaar, dus dat betekent dat wij niet meer mee gaan maken wat daar allemaal besproken is. Maar onze kindskinderen… Zelfs mijnheer Ruiterman gaat het niet meemaken, want hij is een man en die worden niet zo oud. Sorry, mijnheer Ruiterman. De wereld is niet zo eerlijk als die had kunnen zijn.

Maar als lid van de Vertrouwenscommissie bent u niet alleen op uzelf, maar ook op elkaar aangewezen om daar met de beste keuzes te komen. Politiek mag daar geen rol in spelen. En ik zeg dat niet alleen vanuit een persoonlijke overtuiging, maar ook omdat dat het beste voor onze gemeenschap is. De keuze is uiteindelijk aan de hele raad, maar u gaat een advies geven wat de beste kandidaat is. Daarvoor wordt u natuurlijk ondersteund en ik ben heel blij dat u daarvoor gekozen heeft om zich te laten bijstaan door, natuurlijk de raadsgriffier, maar door ook een gespecialiseerd bureau. Ik wil u daar heel veel wijsheid bij wensen, maar ook heel veel plezier. Het is een grote verantwoordelijkheid, maar ook een hele leuke verantwoordelijkheid. Sorry dat ik deze preek er nog even bijleg, maar ik voelde die behoefte toch omdat het een belangrijk moment voor u als gemeente is, want op 13 december volgend jaar zit hier een nieuwe man of vrouw die u gaat dienen. Daar gun ik u de beste voor. Dus dat wilde ik ook even gezegd hebben. Het voorstel wordt unaniem aangenomen.

8.

Motie vreemd aan de orde van de dag.

De voorzitter: Dan gaan wij naar een nieuw agendapunt 8 en dan gaan we naar de heer Knaap kijken. Die gaat een motie vreemd indienen. Ik geef u graag het woord en vraag u om als u de motie voorleest, alleen het dictum te doen. 'Draagt het college op', dat is voldoende.

De heer Knaap: Toch weer jammer, alleen het dictum. Misschien wel even een korte inleiding. In de commissie hebben we volgens mij vrij breed van gedachten gewisseld over het belang van het verduurzamen van ons buitengebied en de mogelijkheid aan onze agrarische ondernemers te geven om daar ook met kleine windmolentjes een flinke stap in te maken. Dat leidde tot wat vragen of wat zorgen bij een aantal van de fracties hier en dat maakt ook dat wij inderdaad graag een motie vreemd aan de orde van de dag indienen. Ik wil hem even inleiden met een klein artikeltje dat ik vond op internet. Dat gaat over de gemeente Schagen. Ik zal het even letterlijk voorlezen. "Het was al enige tijd mogelijk, maar vanaf vandaag is op het erf van de familie Wardenaar in Schagen op feestelijke wijze de eerste gebouwde kleine windmolen in bedrijf gegaan. Deze zogeheten boerenmolen – dus zo mogen we ze blijkbaar noemen – voorziet het bedrijf van deze melkveehouder van bijna 50.000 kilowattuur per jaar aan elektriciteit. Met een druk op de knop stelden de wethouder voor Duurzaamheid en de gedeputeerden voor Klimaat en energie van de provincie Noord-Holland samen de wieken van deze boerenmolen in werking". En ik quote, desbetreffende wethouder zegt daarbij: "Verduurzamen met oog voor de landelijke omgeving is een uitdaging waar we voor staan als het gaat om duurzame energie.

In deze tijden vraagt het durf en lef om te investeren, zoals deze familie dat in hun bedrijf doet." Dat willen wij ook graag voor Midden-Delfland. Vandaar de motie vreemd aan de orde van de dag die wij indienen met de fracties CDA en ook Mijn Partij. En alleen het dictum. Dat is… De voorzitter: Nee, want dit is het voorlezen van de motie en inleiden van de motie. Strikt genomen is er geen enkel verbod op een interruptie maar ik vind het altijd heel fatsoenlijk om iemand even te laten uitpraten en dan gun ik u vervolgens alle ruimte om als eerste een reactie te geven. Maar mijnheer Knaap, leest u het dictum. De heer Knaap: Draagt het college op om op korte termijn in gesprek te gaan met een aantal collega-gemeenten waar deze windturbines wel onder vergunning zijn geplaatst en daarbij concrete vergunningen op te vragen voor inzicht onder welke randvoorwaarden en keuzes wel positief is besloten. Op basis van deze gesprekken en informatie een vertaling te maken naar vergunningverlening in Midden-Delfland, met als uitgangspunt hoe deze windturbines ook in het buitengebied van onze gemeente kunnen worden geplaatst. Daarbij de initiatiefnemers in onze gemeente, onder andere die van de Rotterdamseweg 223, alsmede de leverancier van de windturbines, goed betrekken en de raad uiterlijk in januari 2023 te informeren over het resultaat van deze exercitie.

En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: U heeft een interruptie. Mijnheer Scholtes wilde een interruptie doen. De heer Scholtes: Ik ben toch eigenlijk wel benieuwd naar dat artikel van die windturbines. We krijgen natuurlijk een motie aangereikt. We hebben hem nog niet eerder gezien, maar er komt nu ook ineens een artikel over windturbines naar voren. Ik ben wel heel erg benieuwd naar dat artikel en daarbij wil ik ook weten, gaat het dan om exact hetzelfde model windturbine of is het compleet wat anders? Dat wil ik wel even scherp hebben. De voorzitter: Mijnheer Knaap, of u de link wilt delen en of het hetzelfde model is. De heer Knaap: Ik zal het artikel eventjes aan mijnheer Scholtes overhandigen. Als u het even wilt doorgeven? Het is exact dezelfde windturbine zoals er ook gewoon 500 exemplaren al in 84 andere gemeenten in dit land staan. De voorzitter: Mijnheer Scholtes, u krijgt nu een artikel, ik zou graag willen dat de bode dat even in ontvangst neemt zodat iedereen het kan hebben, dan kan het ook in iBabs gezet worden. Mijnheer Scholtes. De heer Scholtes: Als we dan toch het artikel gaan erbij gaan pakken, dan zou het ook wel heel fijn zijn als er een bronvermelding bij zou staan, want ik heb nu een artikel met een datum, maar ik zie nergens een bron, dus ik wil toch wel weten of het openbare informatie is en waar we die hadden kunnen vinden.

De voorzitter: Mijnheer Knaap, kunt u ook aan bronvermelding doen? De heer Knaap: Ja, natuurlijk kan ik dat. Ik zoek het eventjes op. Kleine moeite. Even kijken. Waar is die? Hier is die. De voorzitter: We kunnen ook afspreken dat u later de link gewoon stuurt. De heer Knaap: Het is gewoon een persbericht op de website van de gemeente Schagen. De voorzitter: Kijk. Mijnheer Scholtes. De heer Scholtes: Ik ben helemaal geholpen, dank u wel voorzitter. De voorzitter: U ziet er ook enigszins gerustgesteld uit. Dan kijk ik even naar de andere indieners. U heeft een interruptie? De heer Gebben: Ik had een interruptie ja, want mijnheer Knaap stelt in zijn tekst dat de windturbines wel onder vergunning zijn geplaatst, maar ik heb juist begrepen dat er juist bij eigenlijk niet een van deze molens een vergunning is. Dus wat bedoelt hij daar precies mee? De voorzitter: Mijnheer Knaap. De heer Knaap: Het lijkt me vrij evident dat er in een aantal gemeenten wel onder vergunning is geplaatst. Mocht dat überhaupt of onverhoopt niet zo zijn, dan zal dat heel snel blijken, denk ik. Maar ik kan me niet voorstellen dat in 84 gemeenten ze niet onder vergunning zijn geplaatst. De voorzitter: Mijnheer Gebben. De heer Gebben: Dus u bent ook blij als er een uitkomst uit het onderzoek komt 'er is geen enkele windmolen onder vergunning geplaatst'? Dan bent u ook tevreden? De voorzitter: Mijnheer Knaap.

De heer Knaap: Dan ben ik niet blij en dan roep ik het college nog steeds op om het mogelijk te maken, want dat is de strekking van deze motie. De voorzitter: De heer Van Rijs. De heer Van Rijs: Er heeft ook in twee weken geleden een artikel gestaan in een dagblad over precies dezelfde molen met betrekking tot het feit dat het door de gemeente Bronckhorst is goedgekeurd. Daar was alleen het verhaal dat vervolgens de provincie het niet heeft goedgekeurd, omdat er bepaalde vogeltjes rondvlogen en die zouden vermalen worden. Maar de gemeente Bronckhorst heeft dat goedgekeurd. Dat is een voorbeeld. Zeker zijn er meer, maar dat zal uit het onderzoek blijken. De voorzitter: Mijnheer Van Rijs, ik schat zomaar in dat mijnheer Scholtes graag de link wil ontvangen. Ik probeer u te helpen. De heer Scholtes: Let een beetje op betogen versus interrupties? Mijnheer Scholtes, u heeft helemaal gelijk, ik was een beetje met u aan het meebewegen. Ik zal er wat scherper op zijn. Maar het begon eigenlijk al met uw eigen interruptie, maar het is wel mijn fout, maar ik had gewoon nee moeten zeggen, dan had ik deze ellende allemaal kunnen voorkomen, mijnheer Scholtes. Ik ga u in de gaten houden, dat heb ik mij nu voorgenomen. Mijnheer Knaap, u had uw eerste termijn, dan kijk ik even naar de twee andere indieners of zij hun eerste termijn willen doen.

Het CDA schudt nee, geen behoefte aan de eerste termijn. Mijnheer Roeling. Heeft uw fractie behoefte aan een eerste termijn? De heer Roeling is in overleg met zijn fractie. Heeft u behoefte aan een eerste termijn? De heer Van Lier.

De heer Van Lier: Even kort de behoefte. Hij is ook mooi voorgelezen. Het doel van deze motie is natuurlijk om het college te bewegen, want ik zag een discussie tegenover ons ontstaan, 'doe op bepaalde dingen onderzoek' en dan komt daar wat uit. De motie is het verzoek tot. Ik ben toch wel erg benieuwd naar de reactie van het college, hoe ver het de motie ondersteunt. Maar dat spreekt voor zich, denk ik. De voorzitter: Dank u wel, dan kijk ik naar andere partijen die mogelijk hun eerste termijn willen doen. Mijnheer Gebben. De heer Gebben: Dan wil ik graag in mijn eerste termijn meteen een vraag toevoegen. Volgens mij is het door de wethouder toegezegd dat zij onderzoek zou doen naar die vergunningen. Dus misschien kan ze vertellen hoe ver het daar dan mee staat, want dat is denk ik ook wel hier van toepassing. De voorzitter: De heer Vieira. De heer Vieira: Voor de eerste termijn, we krijgen deze motie nu voorgelegd en er wordt inderdaad een paar bronnen gemeld. Zouden we na de eerste of tweede, of in ieder geval na behandeling van het punt over kunnen gaan tot schorsing, want wij hebben het niet kunnen voorbereiden omdat die motie niet in de voorbereidende stukken stond. De voorzitter: Terechte vraag.

De heer Ringeling nog een eerste termijn? Nee, dan gaan we naar de reactie van het college en dan stel ik voor dat we even een korte schorsing inlassen, zodat iedereen daar nog eventjes... Mijnheer Jongsma, als iemand een schorsing vraagt dan zijn we gewend om die goed te keuren. Dus u mag nee schudden, maar ik denk wel dat dat gaat gebeuren. Wethouder Renzen. Wethouder Renzen: Ik had het bericht ook gezien, over Schagen. En in alle eerlijkheid, voorzitter, denk ik dan 'ja, hoe kan dat nou?' Daarmee wil ik eigenlijk ook aangeven dat in ieder geval de constatering van de motie dat het college geen interesse heeft in waarom het bij andere gemeenten wel kan, niet helemaal juist is. Wij hechten aan onze taak, aan onze controlerende taak vanuit Bouw- en woningtoezicht, dat iedereen mag verwachten van ieder bouwwerk in onze gemeente dat wij onze controlerende taak daar goed op uitvoeren. En dat je dus mag verwachten bij het afgeven van een vergunning dat iedereen van de veiligheid daarvan op aan kan. Maar dat wil niet zeggen dat we ons als college ook niet afvragen 'hoe kan dat dan zo zijn dat andere gemeenten mogelijk tot een andere afweging komen?' Zien wij het verkeerd, zien we iets over het hoofd? Daar zijn we al even mee bezig. Daar heb ik vorige keer ook verslag van gedaan.

Op dit moment zijn wij nog even bezig naar aanleiding van de vraag van de heer Van Lier, ook in de commissie 'ga nou eens bij vijf gemeenten na, kijk naar die vergunning, is die vergunning getoetst op bouwbesluit? En als die vergunning is afgegeven, hoe kan het dan zo zijn dat in die gemeente men tot een andere afweging is gekomen?' Nou, dat onderzoek loopt nog even, dat heeft ermee te maken dat we geen vijf specifieke adressen hadden waar we op konden zoeken. We hebben daar zelf wat op gegoogeld, wat nagebeld. Uiteindelijk is dat wel gelukt. We hebben daar ook nog contact over gezocht met de molenbouwer. Immers, zij hebben van al die gemeenten gewoon een afgegeven bouwvergunning. Eerder hebben we daar meerdere keren om gevraagd 'kunnen wij daar geen afschrift van krijgen?' Die hebben we van de molenbouwer tot op heden niet ontvangen, maar ik ben wel benieuwd waar nou precies het verschil zit. Ik wil nog wel meegeven dat in dit kleine type windmolens – ze zien er natuurlijk overal hetzelfde uit – wel verschillende typen zijn. Het vorige type was bijvoorbeeld gecertificeerd met een Europese certificering. Het huidige type waar bij ons een aanvraag vergunning voor is gedaan heeft nog geen certificering, dus ook als zijnde machine, heeft hij geen certificaat.

Dus daar willen we ook nog eventjes goed naar kijken 'hebben we het steeds over hetzelfde?' Voorzitter, als ik dan even kijk naar de motie. Eerste streepje, 'wil het college nagaan bij collegagemeenten waar deze windturbines wel staan, willen we dat onderzoeken?' Het antwoord is ja, dat heb ik in de commissie ook aangegeven. Dus dat onderzoek loopt en natuurlijk wil ik zo snel mogelijk als wij daar de resultaten van hebben die zeker delen met de raad. Het tweede streepje. Om dan gelijk die vertaling te maken naar ook afgeven van de vergunning, vind ik dus moeilijk om aan te geven omdat wij eerst even moeten onderzoeken wat er gebeurt in

die andere gemeenten en wat er gebeurt bij ons. En waar zitten de verschillen? Dat zal ik dan echt even moeten onderzoeken omdat ik daarbij ook aangeef… het ontslaat ons in ieder geval niet van de controlerende taak op het gebied van de veiligheidsnormen die gewoon gelden voor ieder bouwwerk. De raad uiterlijk in januari te informeren. Ja, dat zou wel inderdaad ook mijn streven zijn. Liefst al in december. De voorzitter: Dank u wel wethouder. Dan constateer ik dat er behoefte aan een schorsing is bij de heer Vieira. Hoeveel tijd heeft hij nodig voor een schorsing? Tien minuten tot een kwartier. Dan stel ik voor dat wij schorsen tot 20.45 uur en dan zie ik u zo meteen terug. Schorsing De voorzitter: Dames en heren, ik heropen de vergadering, wij zijn weer compleet. De heer Vieira had een schorsing aangevraagd en dan krijgt u als eerste het woord voor uw tweede termijn. Gaat uw gang. De heer Vieira: De vraag is natuurlijk om te reageren op de motie over het wel of niet plaatsen van kleine windturbines in het buitengebied. Laat ik ermee beginnen dat wij eerder zowel in het verkiezingsprogramma, als in heel veel debatten hebben aangegeven dat dit type molens gewoon zaken zijn die in onze omgeving passen. Ze dragen bij aan de energietransitie, dus waarom zou je iets van deze orde niet willen in deze gemeente? Dat als eerste even. Dan hebben we een tweede aspect.

We hebben twee weken geleden in de commissie gesproken over een type molen waarvan we juridisch hebben uitgezocht 'hoe zit dat nou eigenlijk?' Het ging hier om een niet-gecertificeerde molen. Verder hebben we vastgesteld bij die molen dat die sowieso volgens de wet moet voldoen aan een bouwbesluit. Daar is heel veel jurisprudentie over en wij als raad hebben vastgesteld dat, op moment dat wij een besluit nemen ergens over, je zelf als initiatiefnemer met gegevens moet komen waaruit blijkt dat iets veilig is. Die gegevens zijn niet door de initiatiefnemer maar ook niet door de bouwer geleverd. Dus dan kom je tot de volgende vraag. Je kunt van de wethouder alleen maar vragen om zich te houden aan wat wij hier als raad hebben vastgesteld en dat is dat je een bouwwerk veilig uitvoert, dat je het pas als het veilig is bevonden kunt goedkeuren. Dat is nu niet het geval. Daarmee is deze casus lastig. Dat wil niet zeggen dat wij niet vinden dat de wethouder in gesprek moet gaan met de partijen. Dat heeft ze ook gedaan. De initiatiefnemer is hier op gesprek geweest. Ook de bouwer is op gesprek geweest en ambtenaren zijn bij meerdere gemeenten geweest, dus in die zin is er voldaan aan die criteria die erin staan. Maar inderdaad, bij bullet 2, om dat dan te vertalen naar het punt 'het dus mogelijk te maken bij deze type molens'? Er zijn er genoeg die wel gecertificeerd zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=b6a6534e-719d-4dd8-8600-6fcdfa8a103d