2022 m 11 d 14 Vsl raad.docx
Tekst van het document
Bedoelt hij de grootte zoals een plaats als Musselkanaal, Zweeloo, Luttelgeest, Schalkhaar, Grave? Nou goed, ik kan zo maar doorgaan, allemaal plaatsen waar u waarschijnlijk nooit of weinig van gehoord heeft, maar die aanzienlijk veel meer vluchtelingen opvangen en wij weinig over horen. Maar ik hoor graag wat u bedoelt met schaalgrootte. De voorzitter: Er wordt u expliciet gevraagd wat u schaal is mijnheer Van der Eijk. Wilt u daar antwoord op geven? De heer Van der Eijk: Een schaalgrootte is wat ons betreft niet 1% van de inwoners die in een azc zou wonen. Voor een gemeente als Den Haag zou het betekenen dat er een centrum zou zijn met 7000 inwoners voorzitter. Dat doen ze daar ook niet. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie nog een interruptie van mevrouw Langeveld. Een korte vraag alstublieft. Mevrouw Langeveld: Dank u wel voorzitter. Ik ontkom er niet aan dat ik toch vind dat de VVDfractie of de heer Van der Eijk onze inwoners niet goed voorlicht. Hij blijft het houden over een azc. Een azc, want ik heb het net nog eens een keer opgezocht, is een plaats waar vluchtelingen verblijven in afwachting van hun asielaanvraag. Wij hebben het hier heel duidelijk over de doorstromers, laten we het maar zeggen, de statushouders, de vluchtelingen.
Bent u dat met mij eens en wat is uw motief om de term azc te blijven gebruiken, zowel hier als in de media? De voorzitter: Het is een herhaling van een eerdere vraag. Ik geef u nog één keer de kans en dan is denk ik het standpunt van de VVD duidelijk, daar gaan we hem niet keer op keer stellen. De heer Van der Eijk: Dank u wel voorzitter. Op de site van het COA wordt ook gerefereerd aan het azc en in de volksmond heet het een azc, dus we kunnen hier wel allemaal andere termen ervoor gebruiken, onze inwoners noemen het gewoon een azc. Ik sprak van de week nog een inwoner, die noemde zelfs die 15 woningen aan de Sterappel een azc. Ja, het kan maar duidelijk zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage. Dan kijk ik even naar de fractie CDA, mijnheer Zwaard, u mag uw bijdrage leveren.
De heer Zwaard: Voorzitter, dank u wel. Allereerst, maar het heeft mijn collega net al gedaan, de insprekers bedankt voor de genomen moeite. De CDA-fractie vindt het goed dat deze vergadering er is en dat we in openbaarheid over dit onderwerp kunnen spreken. Als CDA-fractie zien ook wij dat de nood met betrekking tot de opvang van vluchtelingen hoog is. Uit menselijk oogpunt vinden wij dat je de ogen niet kunt sluiten, je kunt niet wegduiken voor deze problematiek. De voor ons liggende vraag om een onderzoek te doen naar de haalbaarheid van het realiseren van een opvanglocatie voor vluchtelingen zullen wij dan ook positief beantwoorden. Dat wil overigens niet zeggen dat wij het college carte blanche geven. Als CDA geven wij het college een aantal belangrijke voorwaarden mee. Een aantal daarvan luidt als volgt: het CDA wil dat er vluchtelingen opgevangen worden die al statushouder zijn of in een vergevorderd stadium zijn om deze status te verkrijgen. Dit betekent concreet ook dat deze mensen deel mogen en kunnen nemen aan het arbeidsproces. Faciliteiten zoals onderwijs, gezondheidszorg zullen vooraf goed geregeld moeten zijn en we hebben het over een periode van vijf jaar. De groep vluchtelingen bestaat bij voorkeur uit gezinnen, met als minimum 50%, en wij zijn het met onze buren Mijn Partij eens, onze voorkeur gaat ook niet uit naar minderjarigen.
Aan de voorkant moet het COA duidelijkheid geven dat zaken zoals begeleiding en beveiliging goed geregeld zijn. Het CDA is wel benieuwd welke kosten dit traject heeft voor de gemeente Midden-Delfland. Verder was afgelopen week in de pers te lezen dat de rode contouren niet heilig zouden zijn. We zijn benieuwd hoe het college hierna kijkt en wat men hieronder verstaat. Voor het CDA blijft overeind staan dat wij niet gaan bouwen in het groen. Er wordt gesproken over kansen om extra huisvesting aan te bieden aan lokale doelgroepen. Op zich is dit zeer interessant, want dat zou betekenen dat het verlichting is voor onze eigen woningmarkt. Het CDA vindt het wel van belang dat we vooraf inventariseren hoe groot de belangstelling van onze eigen inwoners is voor deze flexwoningen. De vraag is dan ook: is het college bereid om deze vraag mee te nemen in het onderzoek? Het CDA is ook benieuwd of de herontwikkeling van de huidige locatie Sterappel versneld kan worden door het realiseren… De voorzitter: Mijnheer Zwaard, u heeft een interruptie van mijnheer Gebben van de VVD. Mijnheer Gebben, stelt u uw vraag. De heer Gebben: Ik was even aan het wachten of u nog over de flexwoningen begon die de raad wil koppelen aan de, ik zal voor u zeggen, grootschalige opvang. U heeft het ook over dat het maar vijf jaar mag blijven staan.
Realiseert het CDA zich dat daarmee flexwoningen heel duur gaan worden en dat er een enorme onrendabele top bovenop komt te zitten. Hoe kijkt u daar tegenaan, want ik vrees dat wij als gemeente daarvoor moeten gaan betalen. De voorzitter: Daar mag u antwoord op geven mijnheer Zwaard. De heer Zwaard: U toont zich in ieder geval een snelle leerling en daar ben ik blij om. Ja, die vijf jaar betreft de vluchtelingen die we hier gaan huisvesten en de flexwoningen die we voor eigen inwoners gaan neerzetten. Het onderzoek zal uitwijzen hoe we daar na die vijf jaar mee omgaan. Het CDA is ook benieuwd naar de herontwikkeling van de huidige locatie. De voorzitter: Mijnheer Zwaard, u heeft nog een interruptie van de heer Jongsma van OGP. De heer Jongsma: Dank u wel voorzitter. Het CDA stelt een aantal voorwaarden. Ik weet alleen niet of dat aanvullende voorwaarden zijn of dat ze passen binnen de voorwaarden zoals ze nu in het voorstel liggen. Dat is voor mij wel fijn om even te weten. Zijn het aanvullende voorwaarden of licht u ze nog een keer toe nu en passen ze gewoon binnen de voorwaarden zoals ze nu in het voorstel zitten? De voorzitter: Of u daar wat duidelijkheid over wilt geven mijnheer Zwaard. De heer Zwaard: Dank u wel voorzitter.
Als u goed heeft opgelet dan zijn een aantal van die voorwaarden al in het voorstel meegenomen en er zitten een aantal nieuwe voorwaarden bij, dus die we ook graag meegenomen zien worden in het onderzoek dat al dan niet gaat gebeuren. De voorzitter: U steekt voorzichtig uw hand op mijnheer Jongsma. Betekent dat dat u nog een vraag heeft? Dan mag u nog een korte vraag stellen.
De heer Jongsma: Zeker. Worden die dan straks aanvullend, in een amendement of zo, eraan toegevoegd of is het meer een oproep aan het college om ze wel mee te nemen? De heer Zwaard: Ik weet niet of daar een amendement voor nodig is. Ik denk dat wij die vraag aan het college stellen en wij wachten de beantwoording van het college af. Aan de hand daarvan wordt duidelijk of dat voldoende is. Ik ga ervan uit dat dat wel zal lukken. De voorzitter: Dank u wel, u had volgens mij ook een vraag van mijnheer Roeling. Mijnheer Roeling stak ook zijn hand op, stelt uw vraag. De heer Roeling: Ja, dank u wel voorzitter. Voor de verkiezingen heeft het CDA het wel ambitieuze getal van 1000 woningen genoemd en die zouden ze dan gaan realiseren tussen 2018 en 2028. We zijn nu bijna halverwege en daar is nog niet veel van terechtgekomen. Nu krijgen we natuurlijk een extra opgave, namelijk die opvanglocatie en waarschijnlijk die flexwoningenlocatie. Hoe ziet het CDA het om dat allemaal binnen de rode contouren te realiseren, het is nogal wat. De voorzitter: Mijnheer Zwaard, daar mag u kort antwoord op geven, maar we gaan niet het hele woondossier hier behandelen. De heer Zwaard: Dat is aan het college, dat zal met een voorstel voor een locatie komen en wij zijn ook zeer benieuwd waar die komt te liggen. De voorzitter: Dank u wel, u heeft nog een vervolgvraag van de heer Roeling.
Als dat wederom een vraag is over het woondossier, dan vraag ik u om het wel te richten naar het vraagstuk dat we vandaag voor hem liggen en niet uit te weiden alstublieft. De heer Roeling: Uiteraard voorzitter. Maar als ik zo de heer Zwaard hoor, voorzitter, dan heeft het CDA die 1000 woningen al helemaal losgelaten. Klopt dat? De voorzitter: Net nog een klein vraagje, een gesloten vraag mijnheer Zwaard, gaat uw gang. De heer Zwaard: Die opmerking hoort u ons niet maken. Ik weet ook niet of dat precies bij dit onderwerp hoort. Ik denk dat we ons moeten beperken tot het onderwerp waar wij het vanavond over hebben en dat is de vluchtelingenopvang. Ik ga door met het betoog. Het CDA is benieuwd of de herontwikkeling van de huidige locatie Sterappel versneld kan worden door het realiseren van een eventueel grotere opvang zodat de geplande appartementen op de locatie Sterappel versneld gebouwd kunnen worden. Klopt het dat de locatie Euterpe bedoeld is voor langdurige opvang voor Oekraïners en eventueel spoedzoekers uit eigen bevolking? Wat is de relatie met de toewijzing van statushouders in sociale huurwoningen in de komende jaren, waarbij wordt gekeken of de taakstelling gedeeltelijk komende jaren overgenomen kan worden door buurgemeenten waardoor onze eigen woningzoekenden meer kans gaan maken op toewijzing van sociale huurwoningen.
Voor onze inwoners moeten duidelijk zijn dat het instemmen met dit voorstel betekent dat er toestemming wordt gegeven om een haalbaarheidsonderzoek te doen, een haalbaarheidsonderzoek in te stellen. Het moment van go or no-go kan pas dan gegeven worden wanneer er een voorstel ligt dat in de ogen van de raad en het college realistisch en haalbaar is. Daarbij is wel belangrijk, we hoorden het een van de insprekers al zeggen, de communicatie, en u hoort mij niet zeggen dat die communicatie slecht geweest is maar de communicatie is wat ons betreft tot nu toe goed, maar het is wel heel belangrijk dat die heel goed blijft en dat we daar heel veel tijd en energie insteken. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Gebben van de fractie VVD. Mijnheer Gebben, stelt u uw vraag. De heer Gebben: Ja, dank u wel voorzitter. Het CDA heeft het over een go-situatie. Er zijn een aantal voorwaarden door hen neergelegd. Zijn die onderhandelbaar of zijn die voor hen in beton gegoten? De voorzitter: Daar mag u antwoord op geven mijnheer Zwaard.
De heer Zwaard: Nee voorzitter, wat ons betreft is er niets in beton gegoten, dus ook dit verhaal niet. Het zijn belangrijke vragen en voorstellen die we ingevuld willen zien worden en aan de hand van de beantwoording daarvan en het voorstel dat er komt te liggen wordt er door ons als raad een beslissing genomen. Wij hebben onlangs nog contact gehad met de gemeente Maassluis en daar leerde dat de in de haven gesitueerde boot Lady Anne waar 80 tot 90 vluchtelingen op verblijven niet tot overlast leidde en er wel een hele grote groep vrijwilligers is die zich het lot van deze mensen aantrekt en de handen uit de mouwen steekt. In eerder besloten vergaderingen is er gesproken over mensen die al een status hebben of al in een vergevorderd stadium zijn om deze status te verkrijgen. We hebben het dus niet over een azc, iets wat door het college vanaf het begin met nadruk is gezegd. In een azc komen mensen die als vluchteling ons land binnenkomen en daar zitten veiligelanders en gelukzoekers tussen. We hebben het dus niet over deze groep. Over de door de VVD gebezigde term azc is in voorgaande gesprekken met klem gezegd dat het hier niet om gaat in Midden-Delfland. Wij vinden het dan ook jammer dat deze term azc in de VVDcommunicatie wel gebruikt wordt. Dit leidt tot miscommunicatie en je zou zelfs kunnen spreken over desinformatie. Als CDA betreuren wij dat.
Je kan en je mag natuurlijk verschillen en op verschillende manieren naar vraagstukken kijken, we leven immers in een vrij land, maar het is wel zaak dat we ons met zijn allen bij de feiten houden. Blijft staan dat de CDA-fractie vindt dat we hier als gemeenschap een verantwoordelijkheid in hebben. Nog afgelopen weekend sprak ik een 83-jarige inwoner die sprak mij aan over dit onderwerp en hij zei: weet jongeman, de aarde is van ons allemaal. De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage. Dan kijk ik tot slot naar de fractie OGP, de heer Jongsma. Gaat uw gang. De heer Jongsma: Dank u wel voorzitter. Ook dank aan de insprekers. Ik sluit aan bij wat het CDA zegt. De wereld is van ons allemaal, maar in deze wereld zijn er ook landen waar geen onderwijs is, veel armoede is, waar oorlog is en waar ook de dood is. Waar je moet vluchten voor je leven en daar hebben we het hier over. We hebben het over mensen. Neem nu een land zoals Syrië in 2015, een vergelijkbaar land als Nederland. Daar woonden ook mensen die werkten, onderwijs volgden, voldoende te eten en te drinken hadden, waar mensen mochten zijn die ze wilden zijn. Want dat is natuurlijk ook een onderdeel, het is niet alleen oorlog. Het is ook kunnen zijn wie je wilt zijn, in vrijheid leven en een toekomst hebben. Kortom, mensen zoals jij en ik met één verschil: die wieg stond daar en niet hier.
Vervolgens verandert zo een situatie heel snel en moet je vluchten. En dan kom je, nadat je alles, je dierbaren, je bezittingen hebt achtergelaten, in Nederland. En waar? In Ter Apel. En dan mag je slapen op een stoel of in een ruimte die je met anderen moet delen, vaak onbekenden. Mensen die van de ene naar de andere plek steeds worden gebracht. Je mag niet werken, je mag niet nuttig zijn of je nuttig maken. Het ergste is nog dat je soms vijandig wordt bejegend door anderen omdat je een stukje van hun welvaart zou afnemen. Dat is waar het hier om gaat. En het enige wat die mensen willen is doorgaan met leven en ervoor zorgen dat er weer een toekomst is. Dat is het. En dan hebben we gelukkig daar een burgemeester die wel verantwoordelijkheid durft te nemen, die durft te zeggen: zo gaat dit niet langer. We gaan er in Midden-Delfland voor zorgen dat een deel van deze mensen weer door kan met hun leven. Deze mensen moeten kunnen wonen, die moeten hier kunnen werken, die moeten onderwijs kunnen volgen, die moeten ook leven in vrijheid. Na overleg met de Veiligheidsregio en gezien de problemen landelijk heeft gelukkig het college van B&W vervolgens een voorstel gemaakt. Een voorstel dat na goed overleg met ons, de raad, de afgelopen weken tot stand is gekomen.
Een voorstel met een eisenpakket, opgehaald binnen de raad waarbij ook de eis zit voor betaalbare woningen voor jongeren en spoedzoekers. Het lijkt erop dat het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers met deze eisen akkoord gaat. Het lijkt erop. Voorzitter, vanavond zitten we met de raad bijeen om een volgende stap in het onderzoek naar mogelijkheden om een substantieel deel vluchtelingen onderdak te bieden. Mensen die net als jij en ik door willen met hun leven. De randvoorwaarden die wij aan dit onderzoek verbinden sluiten grotendeels aan bij wat wij reeds eerder kenbaar hebben gemaakt. Dat kunt u ook teruglezen in de verslagen. Alleen ten aanzien van de randvoorwaarde ruimtelijke kwaliteit vragen wij een nadere toelichting. De bebouwing moet een kwalitatief goede uitstraling hebben en passen binnen de omgeving. Mijn vraag aan het college is of het dat iets concreter kan maken of iets kan duiden. Vervolgens met betrekking tot de communicatie vragen wij het college om onze inwoners actief te laten participeren bij zowel het
proces als ook de besluitvorming. Wees daarbij heel duidelijk op welk niveau dat is, dus het raadplegen, adviseren, coproduceren of meebeslissen. En ja, wij vinden het ook belangrijk dat iedereen, maar ook onze inwoners, regelmatig wordt geüpdatet over waar we dan staan. Dan ten slotte de financiën, ik heb er verder niemand over gehoord. Wij zijn akkoord met de inzet. Ik wil toch vragen aan de wethouder of wij in december nog een wijziging op de begroting zullen zien of dat dat begin volgend jaar wordt. Tot zover in mijn eerste termijn. Iedereen bedankt voor de aandacht. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we het hele rondje van de raad gehad en gaan we over naar het college, in dit geval portefeuillehouder de heer Van Hemmen. De aanvullende randvoorwaarden zijn vast genoteerd en die kunt u denk ik terugzien. Een paar vragen die zijn gesteld, die ook expliciet aan het college zijn gericht. De fractie Mijn Partij: hoe zit het met de huisvesting voor eigen inwoners, waarom 225 wel en waarom wij niet. Locatie voor eigen inwoners. Het CDA vraagt heel expliciet of in het proces de vraag kan worden meegenomen of er behoefte is bij onze eigen inwoners aan flexwoningen. De fractie OGP vraagt iets concreter wat passend is in de omgeving en vraagt ook of het in december al in de begrotingswijziging kan worden meegenomen.
En voor de rest zie ik in ieder geval in mijn aantekeningen heel veel aanvullende randvoorwaarden en ook oproepen om mensen te blijven betrekken en ook actief te communiceren, niet alleen pas over drie maanden maar ook tussendoor. Dat is even denk ik een korte samenvatting van wat zo is gepasseerd. Mijnheer Van Hemmen, gaat uw gang. Portefeuillehouder Van Hemmen: Dank u wel voorzitter. Ja, ik ben gewoon een beetje langs mijn aantekeningen te lopen en daar ook wat reactie op te geven. Als u dan turft of ik alle vragen beantwoord heb, dan weet ik zeker dat ik niets ga missen, dus als u mij die service zou willen verlenen. Ja, ik wil beginnen met mijn waardering uit te spreken voor het proces tot nu toe. Er heeft veel in beslotenheid plaatsgevonden. Het feit dat u de vertrouwelijkheid gehonoreerd heeft omdat u weet dat dit een gevoelig onderwerp is en tegelijkertijd ook zo open, zo transparant wilt zijn naar de samenleving dat u de verslagen openstelt, dat vind ik een compliment. Maar wat wat mij betreft het grootste compliment is, is dat ik deze raad unaniem verantwoordelijkheid hoor uitspreken voor de maatschappelijke vraagstukken rondom vluchtelingen.
Over de wijze waarop verschillen we dan misschien van mening, maar Midden-Delfland is een sociale gemeente die verantwoordelijkheid voelt en dat compliment wil ik eerst even gemaakt hebben, want anders zitten we straks op de inhoud met elkaar te schuren, maar ik voel dat echt heel sterk en ik wil daar echt mijn waardering voor uitspreken, want dat is in niet elke gemeente in Nederland het geval durf ik wel te stellen. Ik ga dan even langs de onderwerpen. Ik heb een aantal complimenten voor het proces gehoord die wat mij betreft iets te veel aan de burgemeester zijn gehangen. Ik ben er uiteraard dankbaar voor, maar het is niet iets wat de burgemeester alleen doet, dat is iets in de context van het college, in de context van de raad en uiteraard met ondersteuning van de ambtelijke organisatie, want dit zijn onderwerpen die we niet gewend zijn te doen, dus als u de complimenten zo bedoelt dat ze voor ons allemaal zijn dan wil ik ze graag in ontvangst nemen en anders wil ik daar wat bij wegblijven, want dit kan ik echt niet alleen. Dan als het gaat over de bijdrage van de fractie Mijn Partij, u heeft een vrij heldere analyse gemaakt over waar het allemaal over gaat. Mensen uit oorlogsgebieden, als mensen uit Syrië nu nog steeds binnenkomen, dan zijn dat nog steeds mensen uit oorlogsgebieden. De oorlog in Syrië is nog steeds niet voorbij.
We horen er heel weinig van maar er wordt nog steeds redelijk stevig gevochten, wat ik af en toe bij Boekestijn en De Wijk hoor. Zij hebben er verstand van zeggen ze. De voorzitter: U heeft een interruptie van mijnheer Roeling. Mijnheer Roeling stelt u uw vraag. De heer Roeling: De suggestie dat er nog steeds in Syrië wordt gevochten, ja dat klopt, maar dat is slechts 5% van het landoppervlak. Dat is namelijk in het noordwesten van Syrië, daar is nog steeds een stammenstrijd gaande, maar voor de rest is het daar redelijk gekalmeerd en dat de situatie dan alsnog, in de gekalmeerde situatie, beroerder is dan in Nederland, ja, dat snappen we wel, maar sec is daar geen oorlog meer behalve dat hele kleine toetje. Dus dat delen wij niet voorzitter, anders hadden wij daar ook wel anders op ingestoken. De enige échte oorlogssituatie waar wij mee te maken hebben is Jemen en daarvan hebben we gezegd die mensen zijn welkom. Dit voor de duidelijkheid. Ik kan er wel een vraag aan verbinden, maar we hebben ons verdiept in de materie, laten we het daarop houden.
De voorzitter: Dank u voor uw stukje verdieping. Mijnheer Van Hemmen, vervolgt u uw betoog. Portefeuillehouder Van Hemmen: Voorzitter, ik wil er eigenlijk nog een komma achter plaatsen dat we een discussie kunnen gaan voeren over wat de definitie van een oorlogsgebied is en wat oorlogsslachtoffers zijn, maar ik hoor nadrukkelijk dat er een behoefte is om invloed te hebben op de samenstelling in land van herkomst. Dan kan ik u geruststellen, daar gaan wij niet over, in geen enkele vorm. En daar zal ik ook echt met het COA geen afspraken over kunnen maken. De complexiteit van de vraagstukken die ze hebben is al groot genoeg en op het moment dat we gaan zeggen ‘het moet uit een bewezen oorlogssituatie komen’, dat is een onderdeel van de procedure überhaupt om te mogen blijven, dat is ongelooflijk ingewikkeld. Dus aan dergelijke voorwaarden is echt niet te voldoen. De ervaringen van de heer Van der Spek, ik heb de heer Van der Spek nog niet persoonlijk gesproken over dit onderwerp, het komt inderdaad voor dat er ook vernielingen zijn en dat er misdragingen zijn. Aan de andere kant zijn er ook, en dat is iets waar ik straks ook nog even op terug kom in mijn reactie op de VVD, ik spreek natuurlijk veel collega’s, er zijn ongeveer 44 gemeenten die grote opvangen hebben, die daar niet van reppen en die alleen maar lovend zijn.
En natuurlijk, er gaat wel eens wat mis, maar het zijn over het algemeen redelijk stabiele opvangen die geen noemenswaardige problematiek opleveren. Blij met de opmerking van de fractie Mijn Partij over het voorkomen van wij/zij en u heeft natuurlijk gelijk als u zegt: we moeten ook kijken wat we voor onze eigen inwoners doen. Dat is natuurlijk voorzitter, de bedoeling van het voorstel zoals het hier is, dat je uiteindelijk twee vraagstukken aan elkaar probeert te koppelen. De beschouwingen over wat er landelijk gebeurt, vooral qua woordspeling vind ik hem heel mooi, ‘men richt zich niet op de instroom, wel op de doorstroom’. Dat is natuurlijk helemaal waar, maar de doorstroom is nu acuut en de instroom wordt langzaam acuut, maar dat is een vraagstuk dat wij hier niet kunnen oplossen en kan ook geen toetssteen zijn voor of wij wel of niet een bijdrage willen leveren aan de doorstroomproblematiek, maar ik vond het wel heel helder dat het verschil zo gezet werd. Ja, er is nog veel onduidelijk op dit moment en dat merk ik ook wel uit meerdere vragen van de diverse fracties.
Wij hebben niet de vrijheid genomen om meer op detail dingen te gaan uitwerken, dat hebben we ook al eerder aangekondigd, omdat we dan dus het risico lopen dat het op straat ligt zonder dat we hier dat gesprek met elkaar gevoerd hebben en we hebben slechts op hoofdlijnen een aantal dingen met elkaar uitgezocht. En op de rest zullen antwoorden moeten komen. Ik denk dat het wel goed is om gewoon te constateren, u heeft ook aanvullende vragen gesteld en het college zal zijn best doen voorzitter, om zoveel als mogelijk… De voorzitter: Mijnheer Van Hemmen, u heeft een vraag van mijnheer Gebben van de VVD. De heer Gebben: Dank u wel voorzitter. Het is goed dat de burgemeester dit punt aanstipt, want in de tussentijd is er al heel veel opgehaald bij de raad en ook door de burgemeester bij het COA neergelegd en met het COA besproken. Wat ik moeilijk vind in dit verhaal is wat gaan we nog onderzoeken en wie gaat waar antwoord op geven en waar leidt het uiteindelijk toe. Want dit gaat uiteindelijk leiden volgens mij tot een bestuursakkoord, maar hoe gaan we dat terugzien. Daaraan gekoppeld de vraag meteen is, de burgemeester geeft aan ‘joh, ik wil graag in contact treden met onze inwoners’, nu geven wij een aantal randvoorwaarden mee, die worden als ik het goed begrijp bij het COA neergelegd, die komen over drie maanden terug met een antwoord erop.
Nou gaan we informatie ophalen bij onze inwoners, hoeveel hebben zij nog in te brengen in de voorwaarden die daar dan nog neergelegd worden. Kunnen die daar later nog in landen of… Hoe werkt dat, hoe gaat dat precies werken? De voorzitter: Dat is een procesvraag met een paar duidelijke aandachtspunten. Gaat uw gang mijnheer Van Hemmen. De heer Van Hemmen: Voorzitter, ik begrijp de vraag van de VVD denk ik niet als het gaat over ‘wat krijgen wij nu op het moment dat de raad hier weer over praat’. Dat staat in het voorstel en daarnaast is er ook een schriftelijke vraag geweest die wij beantwoord hebben en wederom verwezen naar de locatie dus ik vermoed dat er nog een behoefte aan extra informatie bij de VVD is maar ik weet echt niet welke informatie dat dan is als het gaat om ‘wat wordt er nu opgeleverd?’ Ik heb de indruk, maar eigen roem stinkt, maar ik heb het gevoel dat wij als college redelijk helder opgeschreven hebben wat u van ons kunt verwachten. Hoe dat er exact gaat uitzien, dat weten we
natuurlijk niet, maar met wat we nu weten, met de bandbreedte van wat u ongeveer kunt verwachten, dat is wat we aangegeven hebben. Dus als de VVD daar nog helderheid over kan geven dan zou dat, in ieder geval mij als portefeuillehouder wel helpen. De voorzitter: Dit leidt tot een vraag van de heer Gebben. De heer Gebben: Dank u wel voorzitter, het is denk ik niet alleen voor mij, voor de VVD van belang, maar ik denk ook voor onze inwoners dat duidelijk is… Straks gaan we beslissen over een onderzoek en waar gaat dit dan toe leiden. Ik heb het vermoeden tot een bestuursakkoord. Klopt dit? Een bestuursakkoord met het COA, klopt dat? De voorzitter: Dat is een korte en bondige vraag, dus daar mag even op ingaan. Portefeuillehouder Van Hemmen: Er komt een voorstel naar de raad en een conceptbestuursakkoord zal daar waarschijnlijk een onderdeel van zijn. Dat ligt voor de hand omdat het COA zo werkt, maar ik heb eerder aangegeven dat het COA zich een beetje aan het reorganiseren is. Het zou kunnen dat daar nog een kleine variatie op komt, maar dat is een bestuursakkoord zonder handtekening. Een bestuursakkoord zonder handtekening is zonder handtekening omdat de gemeenteraad van Midden-Delfland beslist of er wel of niet een opvang komt. Dat heb ik van het begin af aan, echt vanaf het allereerste gesprek dat ik gevoerd heb met u allen ben ik daar zeer helder over geweest.
Niet het COA bepaalt, maar de gemeenteraad, de volksvertegenwoordiging, het hoogste orgaan van Midden-Delfland beslist. Ik heb ook aangegeven dat ik als burgemeester bepaalde bevoegdheden heb waarmee ik dus zelf nog iets zou kunnen doen. Ik kies er bewust voor om dat niet te doen, juist omdat ik vind dat het hoogste orgaan in positie hoort te zijn en daarbij dat op het moment dat je het zorgvuldig doet, dat je daar wel degelijk een gemeenteraad voldoende informatie kan geven om een verstandig besluit te nemen. Dat hoeft in principe niet zo ingewikkeld zoals dat in andere gemeenten gegaan is. Daar geloof ik heilig in en dat is de reden waarom we dit proces zo gelopen hebben voorzitter. De voorzitter: Prima, helder antwoord. Vervolgt u uw betoog. Portefeuillehouder Van Hemmen: Tweede punt dat gemaakt is: wat de rol van de inwoners gaat zijn. Als het hoogste orgaan beslist of er iets wel of niet komt, dan is dat de helderheid die ik ook naar onze inwoners zal geven. De gemeenteraad beslist, zij zijn de volksvertegenwoordigers die het besluit voor onze inwoners nemen. Alle input die wij van onze inwoners ophalen zullen we meenemen om te zorgen dat als er zorgen zijn je je best doet om die zorgen weg te nemen.
Als er randvoorwaarden die beter ingevuld kunnen zijn of een vraag die altijd komt en zoals ik al eerder heb aangegeven, dit is de vierde keer dat ik bij een dergelijk proces betrokken ben, de vraag die altijd komt is ‘waar kunnen wij spullen leveren, want wij willen graag spullen voor die mensen brengen. Dat soort praktische vragen zitten erin. Dus in feite is het een heel breed scala van informatie die op ons afkomt op het moment dat wij in gesprek gaan met inwoners, waar kan ik vrijwilligerswerk doen of ik ben tegen, hoe moet ik daarmee omgaan. Dan kan ik zeggen meldt u zich bij uw gemeenteraad, dat kan. Dat is een heel breed scala van informatie dat we krijgen en dat zullen we meenemen en uiteindelijk op een of andere manier laten landen in een geaggregeerd niveau natuurlijk, want niet elke vraag zal erin komen, een geaggregeerd niveau in een raadsvoorstel, zodat u dat in uw eigen afwegingen mee kan nemen. Dat was even als reactie op de interruptie. Ik moet even kijken waar ik gebleven was. De heer Roeling geeft aan dat voor zijn fractie het erg belangrijk is dat er een nieuwbouwlocatie komt met minimaal dezelfde oppervlakte als het voorstel dat er nu ligt en daarnaast een ontheffing voor de woningtoewijzing voor de duur van de opvang en het uiteindelijke doel dat ik daar in hoor is dat u vooral ruimte wilt creëren voor eigen inwoners.
Ik kan u niet beantwoorden of dat kan, de twee wensen die u daar neerlegt. Het enige wat ik wel kan aangeven is dat wij de ontlasting, het is een ontlasting op onze eigen woningmarkt, in het voordeel van onze eigen inwoners willen laten uitoefenen. Hoe we dat gaan doen kan ik nu geen antwoord op geven, maar daar zal wel een antwoord op zijn in het voorstel dat uiteindelijk hier gaat leiden als uitkomst van het onderzoek waar u vanavond wel of niet voor kiest. Dus concreter dan dat kan ik het niet maken voorzitter, maar ik hoop wel dat het voldoende helderheid geeft. De ChristenUnie geeft aan naast de voor de hand liggende randvoorwaarden die u ook in het voorstel heeft kunnen lezen, een nadrukkelijke oproep ‘ga en blijf in gesprek met
bewoners en neem zorgen serieus’. Ik hoop dat dat eigenlijk ook een onderstreping is van wat in het voorstel staat. Dat we in de tussentijd in gesprek gaan met onze inwoners om te zorgen dat we daar, ja gewoon ook aan de ene kant werken aan draagvlak, aan de andere kant zorgen inventariseren en er ook leerpunten uit halen voor wat nodig is om het tot een succes te maken als de raad ervoor kiest. Ik hoop dat ik hem dan goed geïnterpreteerd heb. Dan de VVD, er zitten een aantal dingen in die ik… Nogmaals ik vind het heel fijn dat de VVD ook in haar communicatie op social media en in de krant aangegeven heeft dat de VVD zich verantwoordelijk voelt voor het oplossen van dit probleem en dat zij aangeeft dat zij proportionaliteit heel belangrijk vindt. In het kader van proportionaliteit heb ik even gekeken naar: wat is nou eigenlijk proportionaliteit. Ik heb daar gisterenmiddag, mijn tv was kapot dus ik had zeeën van tijd om eens eventjes goed te googelen hoe dat ook alweer zat. In Wassenaar, in Duinrell worden al sinds 2007, ik dacht 2010 maar ik hoorde vandaag dat het 2007 was, jaarlijks zo en 900 tot 950 vluchtelingen opgevangen. Ik vond een meldpunt overlast asielzoekers Duinrell en daar heb ik welgeteld één melding gevonden van een vrouw die lastiggevallen was, dat was in 2013.
Dan durf ik de stelling aan dat we spreken over ‘zonder noemenswaardige problemen’, iets wat mijn collega daar ook bevestigt. In ‘s-Gravendeel, dat ken ik iets beter, maar ik vind het toch een belangrijk voorbeeld, zit al ruim 25 jaar een grote opvang van 400 tot 500 asielzoekers op 9000 inwoners en dat is zonder noemenswaardige problemen. Maar sterker nog, tussentijds in 2018 is die opvang dichtgegaan en toen stonden mensen te huilen omdat hij dichtging en er was vreugde dat hij weer openging. Dat was niet alleen bij de inwoners die het mooi vinden om vrijwilligerswerk te doen, dat was ook bij lokale ondernemers, want die halen daar een behoorlijke hoeveelheid omzet uit omdat die mensen namelijk ook hun boodschappen doen in dezelfde supermarkt en kleren kopen bij dezelfde kledingzaak. Een laatste voorbeeld is Musselkanaal, 7000 inwoners, 428 opvangplaatsen. Al 30 jaar een azc en geen problemen. Ik zou willen wijzen op de prachtige reportage die Hart van Nederland gemaakt heeft daar over hoe mensen tegen die opvang aankijken. En dit zijn zomaar drie voorbeelden voorzitter, maar er zijn nog vele tientallen opvanglocaties nabij kleine gemeenschappen.
Misschien is dat wel het grootste probleem, dat ze vooral nabij kleine gemeenschappen in het oosten van het land geplaatst worden omdat we in het westen van het land daar, in het verleden in ieder geval, minder ons verantwoordelijk voelden dan dat we dat nu doen. En dat zijn opvanglocaties veelal zonder problemen. Ik durf de stelling aan dat proportionaliteit echt een relatief begrip is. Mijn ervaring is dat je het gewoon goed moet regelen aan de voorkant, je moet het COA strak bij de les houden aan de voorkant, hele goede afspraken maken en als er eventuele incidenten zijn, zorgvuldig afhandelen ook naar de omgeving, ook naar de mensen die het betreft en zorgen dat je herhaling voorkomt en dan is het merendeel, het overgrote merendeel van alle opvang in Nederland, inclusief de asielzoekers, azc’s even ter geruststelling, vrijwel zonder problemen tenzij het over de kansarmen en de veiligelanders gaat of de uitgeprocedeerden en veiligelanders, want daar is regelmatig gedonder mee, maar daar hebben ze ook tegenwoordig een aparte opvang voor. Excusez voor het stevige woord voorzitter. Over Euterpe. Ik zit daar toch wel een beetje naar te kijken, ik las het ook in de krant.
Euterpe zou een opvang voor vluchtelingen zijn en ik zit aan de bestuurlijke tafel samen met mijn collegawethouder en Euterpe is altijd bedoeld voor een opvang voor 51 Oekraïners, die wij nu tijdelijk in het Westland hebben zitten. Daarnaast is er ruimte voor eigen inwoners, spoedzoekers en anderen. Er is nooit sprake van geweest dat dat volledig voor asielzoekers of vluchtelingen zou zijn. Tot zover ik weet is dat nog steeds niet het plan. Sterker nog, voor stapeling van subsidies zou het ook zeer onverstandig zijn omdat er een aantal zullen vervallen. Dus ik snap niet zo goed waar die 80 vandaan komt voorzitter. Er komen 51 Oekraïners. En die hebben een Europese status en dat is echt een ander soort dan waar we het nu over hebben. Over ontwrichtend heb ik het al gehad. Een andere opmerking van de VVD-fractie, voorzitter, was, mijn stelling is dat je moet zorgen dat je aan tafel zit in plaats van dat je op het menu staat en dat veel van die eisen niet inwilligbaar zijn. Ik heb geen idee waar de VVD-fractie dat vandaan haalt. De enige reden dat er nu niet een document ligt met een handtekening van het COA eronder is omdat wij hier met elkaar de afspraak gemaakt hebben als ze niet op tijd kunnen leveren gaan wij hier wel met elkaar over spreken, want dan stelt de gemeenteraad van Midden-Delfland voorwaarden.
Ik heb nog geen enkel signaal dat de voorwaarden zoals wij ze eerder met elkaar hebben besproken, dat het COA daar niet mee akkoord zou gaan. We hebben nog wel een aantal andere spelers waar we mee te maken hebben. Dat zijn buurgemeenten. Als het gaat over het overnemen van statushouders, ja voorzitter, daar moet je wel goede afspraken over maken, maar dat begint met überhaupt het gesprek van wij gaan dat onderzoek doen en dan kan ik met de buren, bijvoorbeeld met Westland of andere
gemeenten het gesprek voeren: willen jullie een deel van onze statushouders overnemen. Als wij bijvoorbeeld voor de periode van de vijf jaar die dan beoogd is geen of minder statushouders moeten opvangen is dat een direct gevolg voor de ruimte die dus voor beschikbare woningen op onze eigen woningmarkt plaatsvinden en dat geeft weer een stukje lucht, maar daar heb ik wel die andere gemeenten bij nodig en daarvoor hebben we een besluit van vanavond nodig. Ja en dan de verzuchting, want zo voelde die een beetje, die de VVD-fractie neerlegde, dat wij hoogstwaarschijnlijk het nakijken hebben want het COA bepaalt het anders. Met alle respect, ik ben van voren af aan heel duidelijk geweest, er is er maar één die hier bepaalt en dat is de gemeenteraad van Midden-Delfland. Dat is leidend. Een onderzoek starten is niet een azc krijgen, een onderzoek starten is een voorstel krijgen en dat voorstel bepaalt wat hier komt en dat is echt aan u. Dan had ik nog even een ding, even kijken, wat ik ook wel belangrijk vind om nog even te melden, want ik weet niet meer precies wie daar een opmerking over maakte, maar dat gaat over de veiligheid en de capaciteit van politie en BOA. Ik denk dat het goed is om te constateren dat het COA zeker bij deze omvang en dat is ook het voordeel van deze omvang, gewoon verantwoordelijk is voor de opvang.
De belasting van de ambtelijke organisatie is daarmee heel beperkt op het moment dat de opvang open is. Mijn ervaring is dat er dan ook prima afspraken te maken zijn over extra politiecapaciteit. Immers, wij lossen een probleem op van onze eigen regio. Wij lossen mede een probleem op van onze eigen regio. Dan kunt u erop rekenen dat de voorzitter van de Veiligheidsregio echt wel bereid is om daar in de politieregio een gesprek te gaan voeren om tijdelijk extra capaciteit deze kant op te dirigeren. Over het feit dat één BOA weinig is, ja dat klopt. Ik verwonder me er al over vanaf het begin dat we één BOA hebben en op het moment dat die man op vakantie is we dan geen handhaving hebben. Dat is een onderwerp dat ik graag nog in het college wil bespreken maar staat wat mij betreft helemaal los van dit vraagstuk. De rol van de BOA is overigens erg beperkt als het gaat om de opvang want het COA heeft zijn eigen personeel voor veiligheid op het terrein. Dan ga ik naar de vragen van het CDA. De belangrijkste die daar voor mij even inzit, u heeft een aantal dingen aangegeven, statushouders, vergevorderd, mogen werken, zorg moet goed geregeld zijn, minimaal 50%, geen voorkeur voor AMV’ers, begeleiden en beveiliging moet goed geregeld zijn. Het zijn eigenlijk allemaal zaken die in de opinie van het college redelijk al in het voorstel staan.
Ik hoor u daar met nadruk een streep onder zetten, dat die echt belangrijk zijn voor uw fractie en ik wil even checken of ik dat goed begrepen heb voorzitter. Dan die vraag over die rode contouren, want het stond in het AD wat scherper dan ik het in ieder geval bedoeld heb. Dat is het nadeel als je als portefeuillehouder een gesprek met de pers hebt. In het vuur van het gesprek kun je soms dingen zeggen die op papier dan toch heel anders overkomen. Het college is er niet op uit om buiten de rode contouren te gaan werken. Ik denk dat dat helder genoeg is om daar even een streep onder te zetten. De suggestie om vooraf te inventariseren of er behoefte is in onze samenleving aan dit soort flexwoningen voor onze eigen inwoners vind ik een uitstekende suggestie. Sterker nog, daar zou aan gekoppeld worden dat je het modulair gaat doen. Op het moment dat er dan behoefte is, dat je dan modules neerzet zodat die woningen er snel zijn. Het moet allemaal uitgezocht worden, maar zou wat ons betreft tot de mogelijkheden kunnen behoren. Dan de Sterappel, kan die versneld worden? Ik kan me dat heel goed voorstellen, ik denk dat we daar een jaar mee zouden kunnen winnen in theorie, maar in de praktijk betekent dat wel, dat zegt ook iets over de keuzes die wij in onze eigen capaciteit maken en u weet dat daar ook wel druk op staat.
Maar in principe zou die in theorie versneld kunnen worden of dat in de praktijk ook is, dat is iets wat ik in het college verder zou moeten bespreken. Statushouders delen met de buurgemeenten, daar heb ik het al over gehad. Ook u zegt en dat u eigenlijk allemaal ‘communicatie is key’ en dat moet goed blijven. We moeten goed blijven communiceren. Dan tot slot de OGP. Ruimtelijke kwaliteit, maak dat eens iets concreter. Ik ben een tijdje terug met een wijkschouw mee geweest in die mooie nieuwe wijk in Den Hoorn. Toen stonden we op dat parkeerplaatsje bij de woningen van de Sterappel. Als u door de wijk loopt en u ziet de achterkant van die woningen, dan is dat de ruimtelijke kwaliteit die we absoluut níet nastreven. Dat is denk ik echt wat we moeten doen, het moet niet een soort van containerhuisvesting zijn, wat de sneuheid ten top is en dat is denk ik het belangrijkste wat er moet zijn, maar we moeten ons ook realiseren, hoe mooier hoe duurder. Dus dat heeft weer alles te maken met hoe je de businesscase invult, dus ik hoop dat ik het met dit voorbeeld iets concreter gemaakt heb. Het moet ook iets van kwaliteit van leven hebben in combinatie met betaalbaarheid. Dat zal een zoektocht zijn, dat wordt een onderdeel van het stuk.
Actief betrekken van de bewoners, wees ook duidelijk wat ze mogen doen, wat we doen met de informatie die we ophalen en de informatie die we brengen, wat dat betekent. Zo hoor ik hem en die nemen we graag ter
harte. Actief communiceren, ik hoor echt een nadrukkelijke oproep bij iedereen, als er tussentijds informatie is die te delen is, beleg gewoon een informatieavond voor de raad. Zo interpreteer ik hem en dat vind ik een uitstekend voorstel, dat neem ik graag mee. Voorzitter, u bent aan het turven geweest. Ik ben lang aan het woord, ik hoop dat ik ze allemaal gehad heb. De voorzitter: U heeft ook netjes heel veel dingen afgehandeld. Ik heb één vraag nog niet geturfd en dat is de vraag of er in december ook al een begrotingswijziging zit aan te komen met deze kosten, die nu op ons af komen. Portefeuillehouder Van Hemmen: Ja voorzitter, als het over geld gaat, dat is niet mijn sterkste kant en we hebben gelukkig een penningmeester die daar veel sterker in is dan deze portefeuillehouder. Het is een team, dan heb je verschillende kwaliteiten waarin we elkaar versterken. Ik heb dat net even zitten smoezen voordat ik begon met mijn beantwoording voorzitter. Dat nemen we mee, we gaan kijken wat eruit komt en we laten nog weten of dat gaat lukken of niet. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij bent u voor de rest vrij volledig geweest in uw betoog.
Dan gaan we naar de tweede termijn van de beraadslagingen met het verzoek aan de raadsleden om zich ook duidelijk uit te spreken in de tweede termijn wat ze van het voorstel vinden, in de zin van of ze dat steunen ja of nee, zodat andere fracties daar ook op kunnen reageren. Ik zal ook turven wie van u in de tweede termijn het woord wil voeren. Gaan we even uit van één woordvoerder per fractie? Dat is voor de helderheid van het betoog wel handig. De heer Van Rijs gaat in de tweede termijn het woord voeren, de heer Jongsma, de heer Van der Eijk, de heer Vieira, de heer Ringeling en de heer Roeling. Dan beginnen we deze termijn bij de heer Jongsma van OGP, want de laatsten zullen soms ook weer de eersten zijn, gaat uw gang. De heer Jongsma: Dank u wel voorzitter. Allereerst dank aan het college, in het bijzonder de portefeuillehouder voor de beantwoording van de vragen. Volgens mij is er een duidelijk antwoord gegeven op veel vragen die er nog waren. Voor ons is nu duidelijk dat er een voorstel ligt met goede randvoorwaarden waarvan ik denk dat daar goed onderzoek kan worden gedaan waarbij de inwoners van Midden-Delfland betrokken blijven worden, maar ook anderen. Dat was voor ons van belang. Ik hoorde de portefeuillehouder zeggen niet buiten de rode contouren te gaan. Dat is ook wel fijn om nog eens een keer te horen.
Al met al denk ik dat als ik dan de drie punten zie waar wij over moeten besluiten vanavond, dat ik namens de OGP kan zeggen dat wij instemmen met het onderzoek en dat ook de voorwaarden zoals ze er nu liggen voldoende zijn om daar goede antwoorden op te krijgen waarop we in een later stadium dan als raad nog een keertje kunnen besluiten of we nu wel of niet doorgaan met deze opvang van vluchtelingen. En als laatste, het bijgevoegde communicatieplan, daar hebben we het nu heel erg uitvoerig over gehad. Ik denk dat het een goed plan is waar we prima mee uit de voeten kunnen. Dat is wat het standpunt van OGP is. De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage. Dan ga ik naar de fractie VVD, de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Dank u wel voorzitter. De VVD vreest toch dat de enige uitkomst van dit onderzoek zal leiden naar er is een locatie waarbij wij aan 85% van de voorwaarden die er gesteld zijn hebben voldaan en dat de raad dan min of meer voor een voldongen feit staat en mochten wij dan nee zeggen, dat dan juist de dwangwet wordt ingezet. Wij kunnen dus daarom dit onderzoek niet steunen en ik kan ook niet anders zeggen dan dat wij gewoon een ander inzicht hebben dan zojuist is verwoord door onze burgemeester. Er is een andere manier om ook een bijdrage te leveren heb ik in mijn eerste termijn aangegeven. Daar is zeven jaar geleden ook onderzoek voor gedaan.
Dat vinden wij passend bij Midden-Delfland. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage. Dan kijk naar de fractie CDA, de heer Van Rijs. Gaat uw gang. De heer Van Rijs: Dank u wel voorzitter. Hartelijk dank aan de portefeuillehouder voor het beantwoorden van de vragen. Ook de vragen die door het CDA gesteld zijn en dat is naar tevredenheid, dank u wel. Het CDA stemt daarom in met het voorstel. Het is ons echter nog niet
duidelijk wat nu de status is van de schriftelijke berichtgeving van het COA aan het college. Daarover is gesproken in de vergadering van 25 oktober jl. en daarom vragen we de portefeuillehouder of er nu een schriftelijke reactie van het COA is binnengekomen en zo ja, wil de portefeuillehouder die dan met raad delen. De voorzitter: Dank u wel, dat is in ieder geval een hele concrete vraag. Dan ga ik naar de fractie D66. Gaat uw gang. De heer Vieira: Dank wel voorzitter en dank aan het college voor het beantwoorden van de, of in ieder geval ingaan op de zorgen van de insprekers en de vragen die gesteld zijn door mijn collegaraadsleden. Dat is naar onze mening voldoende gedaan om in ieder geval in te stemmen met het onderzoek en de andere twee punten die er zijn. Dank u voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de fractie Mijn Partij. De heer Roeling. De heer Roeling: Dank u wel voorzitter. Bedankt voor de beantwoording. Ik zou willen beginnen met het wegnemen van een misverstand. Ik had het net met de burgemeester over ‘waar is nu oorlog en waar niet’. Daar gaan we niet uit van wat de landelijke overheid zegt en waar ze dan vervolgens criteria van maken. Nee, die criteria hebben wij gesteld. Ja, wij hebben niet als voorwaarde dat alleen maar de mensen, de inwoners van Jemen kunnen komen, dat niet, want wij weten dat wij daar weinig invloed op hebben.
Wat we wel als voorwaarde hebben zijn de AMA’s, daar is wel meer bekend over. Dus mensen uit Jemen ja, maar dat is geen voorwaarde. De andere voorwaarde die, nou ja goed daar kan nog niet veel over gezegd worden, dat begrijpen wij. Er is sowieso nog niet veel bekend, dus ook onze voorwaarde niet. Ja, ik denk dat we het daar eigenlijk wel mee hebben gehad. ‘Ja, mits’ dus. Dank u wel. De voorzitter: Dat is in de tijd van de Omgevingswet een mooie term mijnheer Roeling, dus u stemt in met het voorstel om onderzoek te doen. Dat noteer ik dan. Mits, maar dat geldt voor meerdere fracties die nog grotere of kleinere mitsjes hebben. Volgens mij last but zeker not least de fractie ChristenUnie, mijnheer Ringeling. De heer Ringeling: Dank u voorzitter. Dank aan de portefeuillehouder voor de gegeven antwoorden. Ook wij kunnen instemmen met het voorstel voor het onderzoek en met de twee andere punten ook. Dank u wel. De voorzitter: Oké, dan zijn de standpunten ten aanzien van het voorstel in ieder geval redelijk helder. Nog één vraag aan de portefeuillehouder mijnheer Van Hemmen en die gaat over de schriftelijke communicatie met het COA en daar wilt u vast nog even een antwoord op geven. Portefeuillehouder Van Hemmen: Voorzitter, er is onderling contact geweest op ambtelijk niveau en die informatie is echt nog heel prematuur en verre van compleet, dus dat voegt op dit moment niets toe.
Wat ik me wel voor kan stellen is dat op het moment dat er volgende stappen gezet zijn, als het gaat over de randvoorwaarden en hoe het COA erin zit, ik dat op een informatieavond een keer met u deel als het gaat over de voortgang. De voorzitter: Ik zie dat dat nog tot een vraag leidt bij mijnheer Van Rijs. De heer Van Rijs: Dank u wel voorzitter. Portefeuillehouder, heel hartelijk bedankt voor uw antwoord. Niet helemaal het antwoord, want er is wel wat gecommuniceerd, maar dat communiceert u dan verder niet omdat het wat prematuur is. Ik denk dat het heel erg goed is om te delen wat er straks wordt gedaan en het is al eerder gezegd, dit is heel erg belangrijk, niet alleen voor de raad maar ook voor onze burgers, dat we op de hoogte zijn van wat de volgende stappen zijn en dat we niet drie maanden niets horen en er dan ineens een bom ontploft. Dus als u dat toezegt, inderdaad als ik dat begrijp uit uw woorden, dan graag. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik kijk nog even naar de portefeuillehouder.
Portefeuillehouder Van Hemmen: Voorzitter, ik ben blij dat de heer Van Rijs daar nog een keer naar vraagt, want dan kan ik daar nog even een keer nadrukkelijk een streep onder zetten. Wat ik nu uit deze vergadering meeneem en wat voor mij een nieuw punt is, is dat u gedurende het proces van die drie maanden op de hoogte gehouden wilt worden van de voortgang. U zult wel begrijpen dat ik een aantal zaken nog niet ga communiceren omdat dat gaat over de zorgvuldigheid van communicatie met de samenleving, maar stappen die wij zetten ben ik meer dan bereid om regelmatig op een informatieavond elkaar bij te praten. Ik kan me voorstellen dat we bijvoorbeeld een keer iemand van het COA meenemen, die dan het nodige uitlegt of dat we een keer een werkbezoek bij verschillende vormen van opvang meenemen. Er zijn heel veel mogelijkheden. Ik heb daar al over nagedacht maar nog niet heel erg concreet dat gedaan. Maar ik hoor echt heel nadrukkelijk: u wilt meegenomen worden. Geen zes maanden stilte. Overigens als die gesprekken met de samenleving plaatsvinden, er zullen vele vormen van zijn en bij die vormen bent u bij het grootste gedeelte wat mij betreft van harte welkom, maar dan moeten we even kijken hoe we dat handen en voeten gaan geven. Ik neem dat mee, ik weet nog niet hoe, maar daar kom ik op terug. Ik hoop dat dit voldoende is voor mijnheer Van Rijs voorzitter.
De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan hebben we volgens mij alle informatie gewisseld. De griffier geeft terecht aan dat het voor de duidelijkheid wel handig is als wij tot slot toch nog eventjes formeel ook stemmen met handopsteken. Dat is dan voor alle kijkers thuis en op de tribune ook meteen helder. De routine is dan dat de vraag is: wie is voor het voorstel dat hier voorligt? Voor de duidelijkheid, ik ben plaatsvervangend voorzitter, dus ik mag meestemmen, dat moet ik zelfs ook doen. Dus dan tel ik even… Dan zijn alle fracties voor dit voorstel met uitzondering van de fractie VVD. Wil de fractie VVD daar nog een korte stemverklaring bijvoegen? De heer Van der Eijk: Ik heb eigenlijk zojuist in mijn tweede termijn… Die kunt u beschouwen als stemverklaring. De voorzitter: Die heeft de griffier vast genoteerd, dan beschouwen we dat als uw stemverklaring. Daarmee is dit voorstel tot het doen van onderzoek voor een locatie voor de opvang van vluchtelingen aangenomen. Dan mag ik hameren. Dank u wel. Het voorstel wordt aangenomen.
5.
Sluiting van de vergadering
De voorzitter: En daarmee is deze vergadering ook beëindigd. Dank u wel voor uw constructieve bijdragen, dank u wel voor het toeschouwen, dank u wel voor uw discipline, ook op de tribune en wij zien elkaar in dit dossier vast nog een paar keer meer. Ik wens u een fijne avond. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland op 29 november 2022.
de griffier,
de voorzitter,
A. de Vos
Drs. A.P.J. van Hemmen