CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

2022 m 11 d 14 Vsl raad.docx

Gemeenteraad 29 november 2022, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Notulen openbare vergadering 14 november 202219.357 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op maandag 14 november 2022, 19.30 uur. Voorzitter

: N.C. Knaap

Griffier

: A. de Vos

Aanwezig : de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer N.J. Ruiterman (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66), mevrouw V. van 't Westeinde (CDA) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig

:-

Tevens aanwezig: de heer A.P.J. van Hemmen, burgemeester; de heer F.J.M. ten Have, mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, mevrouw W. Renzen-van Leeuwen, wethouders; mevrouw S. Beekman, de heer A. van Winden, insprekers

1.

Opening van de vergadering

De voorzitter: Goedenavond aanwezigen, raadsleden, college, kijkers op de tribune en toeschouwers thuis. We hebben vandaag een ingelaste raadsvergadering met één thema op de agenda en dat is het voorstel om onderzoek te doen naar de mogelijkheid om vluchtelingen in onze gemeente te gaan opvangen. Voor de mensen die niet vaak dit soort vergaderingen meemaken zal ik even kort uitleggen hoe dat gaat. We hebben een agenda, die heeft u misschien ook gezien. We gaan straks eerst kijken en luisteren naar mensen die in willen spreken. Als iemand inspreekt dan is er daarna gelegenheid voor de raadsleden om vragen aan die insprekers te stellen. Dus die doen we eventjes om de beurt. Daarna stellen we de agenda vast en nadat we de agenda hebben vastgesteld en dat zal niet zo heel moeilijk zijn in dit geval want er staat maar één punt op, gaan we het enige punt op de agenda ook inhoudelijk bespreken en op het moment dat we daar komen zal ik ook even uitleggen hoe de routing van zo’n bespreking gaat. Ik kan me zo voorstellen dat niet iedereen dit soort vergaderingen vaak voor zijn plezier zit te kijken, dus dat zal ik dan uitleggen. Normaal gesproken zit de burgemeester de raadsvergadering voor, echter, in dit geval is de burgemeester portefeuillehouder namens het college, dus aan mij de opgedragen taak om deze vergadering als vervangend voorzitter in goede banen te leiden.

Dat kunnen we over het algemeen heel goed met elkaar, dus dat zal vandaag vast niet anders zijn.

2.

Spreekrecht voor belangstellenden

De voorzitter: Daarmee is deze vergadering geopend en wil ik de heer Van Winden van Buurtpreventie Schipluiden vragen of hij gebruik wil maken van zijn spreekrecht. Er is u uitgelegd dat u daar vijf minuten voor heeft en na afloop mag u even blijven staan. De heer Van Winden: Mag ik vooraf eerst de burgemeester een hand geven want tot op heden heb ik hem nog nooit ontmoet. We hebben dan morgen wel een afspraak, maar het staat zo afstandelijk als ik nu gelijk begin met, noem het maar, kritische noten hier en daar. Twee opmerkingen vooraf. Ik heb me uitgedost in een van onze kledingstukken van de buurtpreventie. Het is qua temperatuur hier niet nodig, maar dan weet u gewoon bij welke club ik hoor en namens wie ik spreek. De tweede opmerking is, wij hebben onze brief gestuurd naar aanleiding van de persconferentie en het artikel in het AD vorige week. Wij hebben zondag kennisgenomen van de geheime stukken die u de afgelopen tweeënhalve maand gezamenlijk heeft gefabriceerd. Dus in onze brief is geen enkele rekening gehouden met de inhoud van uw vergaderingen die tussentijds hebben plaatsgevonden. Dat is wel belangrijk omdat daar toch een aanzienlijk ander, ja, hoe zal ik het zeggen, de toonzetting die in de raadsvergadering is geweest klinkt nog niet door, laat ik het zo zeggen. Onze brief is gericht aan het college van B&W, aan alle fracties van de gemeenteraad

en dat betreft dus de raadsvergadering van vandaag met betrekking tot onderzoek van de mogelijkheden voor vestiging van wat wij noemen asielzoekerscentrum voor 225 personen. Geachte leden van het gemeentebestuur, woensdag jl. werd op een persconferentie bekendgemaakt dat er aanstaande maandag eventueel besloten kan worden om te onderzoeken of, en zo ja waar, binnen het grondgebied van Midden-Delfland een centrum kan worden gerealiseerd voor de opvang van 225 asielzoekers. In het AD van donderdag jl. werd hieraan ruim aandacht besteed. Vanuit de verantwoordelijkheid die wij als buurtpreventie voelen voor de veiligheid en de leefbaarheid in onze dorpskernen willen wij een paar overwegingen met u delen en onze bezorgdheid uitspreken over de ingezette procedure. We beseffen dat als u aanstaande maandag in een ingelaste raadsvergadering besluit tot verder onderzoek, dit in feite een eerste processtap inhoudt tot acceptatie van het uitgangspunt van plaatsing van 225 mensen. Dit naast de al ingezette tijdelijke opvang van ruim vijftig Oekraïense vluchtelingen die in Maasland worden gesitueerd en nu tijdelijk in het Westland zijn ondergebracht, vooruitlopend op het inrichten van een opvangcentrum in Maasland.

Hoewel het niet gangbaar/geaccepteerd is om de feiten rondom opvangcentra te benoemen en de overlast vaak buiten de media wordt gehouden, is het onmiskenbaar dat de overlast en ook criminaliteit rond asielcentra soms fors is. Met het internetzoekcriterium ‘azc en overlast’ vult het scherm zich met een veelheid aan situaties, met als hoofdtekst “zorgwekkende situatie bij asielcentrum door overlast gevende asielzoekers”. We kunnen niet blind zijn voor deze feitelijke risico’s voor onze gemeenschap zoals deze zich op veel plaatsen al hebben voorgedaan. Naar verluidt zou 225 het minimale aantal zijn, waarbij het COA zorgdraagt voor organisatie, beveiliging en dergelijke uitvoeringsmaatregelen. Echter, ook is bekend dat het COA kampt met een schrikbarend tekort aan personeel en een hoog ziekteverzuim onder ditzelfde overbelaste personeel. Het is dus geenszins zeker dat bij decentralisatie van het overbelaste Ter Apel er voldoende personeel beschikbaar is om de opvang en begeleiding – lees de veiligheid – te borgen. Waar het gaat over veiligheid is Midden-Delfland in het kleurencontourenplaatje het groene gebied binnen een omgeving van rode en oranje vlakken, ofwel de omliggende stedelijke omgeving.

Door de functionerende buurtpreventies in de dorpen en door de WhatsAppgroepen en telefooncirkels is er een goed netwerk ontwikkeld om de veiligheid, samen met de BOA en de wijkagenten, te versterken. Onze grote zorg is dat dit niet overeind kan blijven met de huidige ingezette grootschalige ontwikkelingen en dat de bezetting van wijkagenten en BOA sowieso te beperkt is om dit op te vangen. In de huidige situatie schiet de bezetting (de aanwezige uren) van (wijk)agenten en de BOA al ruim tekort qua norm ten opzichte van de bevolkingsaantallen en in feite ook ons grote gebied. De buurtpreventies die functioneren in onze nu rustige dorpen vullen dit enigszins aan, maar zijn sowieso niet toegerust om bovengenoemde mogelijke ontwikkelingen te begeleiden. Als bestuur van de buurtpreventie is altijd onze eerste zorg de veiligheid van de buurtpreventen, dit uiteraard naast alles in het dorp. Samenvattend: wij dringen erop aan om in uw vergadering aanstaande maandag bovenstaande overwegingen serieus te nemen in uw besluitvorming. Een proces dat eenmaal in gang is gezet – met daarachter de grote druk van centrale overheid en COA – zal niet gemakkelijk kunnen worden gestopt. De ervaring leert dat waar de overheid spreekt over tijdelijke opvang vaak, al of niet ongemerkt, dit overgaat in een soort semipermanente situatie, immers er is al een soort van infrastructuur geregeld.

Reden voor ons en voor u misschien om geen start te maken met dit proces. Tot slot wat positiefs. Ter overweging nog het volgende: rond zeven jaar geleden is er een plan geweest om verspreid over de drie dorpskernen statushouders, en toen met name gezinnen, te huisvesten. Dit voorstel van destijds, indien nu uitgevoerd, zou kunnen leiden tot een betere samenhang en een betere integratie met de lokale bevolking. Daarnaast zou dat ook leiden tot doorstroming vanuit de bestaande azc’s en daarmee ruimte genereren voor ontlasting van Ter Apel. Een dergelijk initiatief in samenhang met de genoemde adequate bouw voor onze eigen bewoners zou zonder meer leiden tot een betere acceptatie onder de bevolking. Vriendelijke gegroet, bestuur van Buurtpreventie Schipluiden. Wij hebben deze brief ook gestuurd naar de buurtpreventie van Den Hoorn, die hem volledig onderschrijft. En naar de buurtpreventie van Maasland en zij hebben als het goed is u vandaag separaat ook een zienswijze gestuurd. Daarnaast ligt de brief bij de politie-eenheid Haaglanden of Den Haag en de wijkagent en de BOA hebben we een kopie gestuurd, dus dat is de huidige situatie, althans wat ons betreft. Daarmee sluit ik deze brief.

De voorzitter: Dank u wel. Dan mag u even blijven staan, dan ga ik even kijken of er vanuit de raad mensen zijn die u nog een vraag willen stellen. Ik kijk eventjes rond, dan begin ik aan die kant. Mevrouw Langeveld. We doen het even een voor een, want dan is het voor de lezer of toehoorder ook begrijpelijk. Gaat uw gang. Mevrouw Langeveld: Ja, dank u wel voorzitter. Ik wil allereerst de inspreker bedanken voor het inspreken. Ik hoor nu in het begin, voordat u met uw tekst begon gaf u aan dat u deze brief had geschreven voordat u de stukken had gelezen van de besloten vergaderingen die we hebben gehad. In de brief die u heeft geschreven heeft u het over een azc en u doet er ook een link bij voor de overlast, maar na het lezen van de stukken die nu openbaar zijn, denkt u daar nu anders over? De heer Van Winden: Wij hebben het niet echt over een azc, wat ik uit de stukken van u heb begrepen is dat er een populatie zou komen die niet statushouders zijn, niet mensen die naar veilige landen zouden kunnen worden uitgewezen. In uw stukken staat ook dat er sprake is van 50% gezinnen. Onduidelijk voor mij was of die 50% betekent 50% van de 225 eenheden of dat dat meer dan de helft gezinnen wordt. Ik lees in uw stukken ook op een gegeven moment dat er 300 kinderen zouden worden gehuisvest. In een later stadium zie ik 25 tot 50 kinderen in de verschillende stukken staan.

Dat is iets anders dan onze eerste insteek, die wij lazen in de krant, namelijk dat wij dus 225 mensen zouden krijgen, waarbij de status van die mensen, dan wel de samenstelling ervan voor ons niet helder was. Nu is dat iets helderder geworden. De voorzitter: Oké, dank u wel, is daarmee uw vraag beantwoord mevrouw Langeveld? Mevrouw Langeveld: Mijn vraag is niet helemaal beantwoord. Mijn vraag aan u is nog wel: is voor u nu helder dat er niet gesproken is in de stukken over dat er hier een azc gaat komen. Want de doelgroep van een azc is heel wat anders dan waar in de vergaderingen over gesproken is. De heer Van Winden: Nee, oké, maar wij noemen geen azc in de brief. Wij hebben het over asielzoekers. Wij noemen wel het risico van azc’s zoals die bij andere gemeenten voor overlast hebben gezorgd, wat we uit internetinformatie hebben gehaald. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik kijk naar de volgende vraagsteller, mijnheer Van Rijs u, u heeft ook een vraag? De heer Van Rijs: Ja dank u wel voorzitter. En dank u wel mijnheer Van Winden voor het inspreken. U noemt hier in uw betoog dat we praten over decentralisatie van het overbelaste Ter Apel. Ik probeer te begrijpen wat u daar precies mee bedoelt en ook hoe de link is met wat wij hier dan precies willen. De heer Van Winden: Uit alle media blijkt er een schrijnende situatie is in Ter Apel.

Uit de berichten vanuit de overheid komt een toenemende druk om mensen te plaatsen in de diverse gemeenten en daaronder komt er ook nog een soort van, ja, mag ik zeggen, dreiging dat er wetgeving zal komen waarbij gemeenten worden verplicht om mensen op te nemen. Dat heeft er alles mee te maken dat Ter Apel overbelast is. Met wat ik in het slot van de brief schrijf, wat we in het slot van de brief schrijven is als statushouders doorschuiven uit de asielcentra naar gezinnen of naar plekken in onze gemeente, dan ontlast je dat ook en kan die doorstroming ook in gang worden gezet, is althans ons idee en dat zou mede leiden tot ontlasting van Ter Apel. Helder? De heer Van Rijs: Dank u wel voorzitter en dank u wel voor uw betoog. De voorzitter: Ik kijk even verder in het rijtje wie vragen heeft. Mijnheer Jongsma, u heeft een vraag? De heer Jongsma: Ik had een vraag, maar die is door mevrouw Langeveld ook al gesteld. De voorzitter: Dat is dan heel fijn. Ik ga die kant op. Mijnheer Scholtes, u heeft een vraag aan mijnheer Van Winden?

De heer Scholtes: Ja, dank u wel voorzitter. Bedankt voor het inspreken en uiten van uw zorgen. We gaan vanavond als het goed is een besluit nemen en dat is of we gaan wel door of we gaan niet door met een vervolgonderzoek. Stel dat het besluit is aan het einde van de avond: we gaan door met een vervolgonderzoek. Hoe zou u als buurtpreventie bij het vervolgtraject betrokken willen blijven? De heer Van Winden: Ik denk dat sowieso zinnig is als u zoekt naar draagvlak. Nou, laat ik het anders zeggen. U heeft tweeënhalve maand de tijd gehad om zelf te wennen aan een proces, aan een idee. Sinds woensdag jl. zijn er nog steeds een aantal burgers die nog niet eens een idee hebben van wat er gaat gebeuren omdat ze het niet tot zich hebben genomen en toevallig geen AD hebben gelezen. Voor de burgers is dat een hele grote stap die ze ineens moeten nemen, ook mentaal. Ik lees ook in uw communicatieplan dat de komende maanden tijd wordt gekozen en genomen om burgers mee te nemen, te laten participeren, sportverenigingen te laten participeren, mensen te laten instromen bij sportverenigingen, allemaal hele goede zetten.

Ik denk dat het van groot belang is dat we zicht houden als buurtpreventies en ik spreek nu alleen even namens ons eigen Schipluiden, maar ik weet dat Den Hoorn in dezelfde context denkt, dat wij als buurtpreventies ook in dat proces meegaan en met elkaar kijken, met een versterking van de politie en een versterking van de BOA-capaciteit in ons dorp, kijkend naar de populatie die komt welke stappen we kunnen doen, of we die mensen ook mee kunnen nemen als buurtprevent bij wijze van spreken. Laat ze participeren, al dat soort elementen zijn denkbaar, daar moeten we met elkaar over praten. Het hangt er helemaal vanaf welke categorie mensen is het, waar ligt hun bereidheid, waar ligt hun zin en actie om te participeren, gaan ze nog naar school, gaan ze werken, welke activiteiten krijgen ze, welke tijd. Allemaal elementen, maar daar kunnen we met elkaar natuurlijk over van gedachten wisselen. Het lijkt me alleen heel erg zinnig om dat te doen. De voorzitter: Dank u wel. Is nu uw vraag beantwoord mijnheer Scholtes? Ik denk het wel hè? De heer Scholtes: Ja en ik hoop dat de burgemeester ook misschien wat handvatten heeft gekregen om daarmee aan de slag te gaan, dus dank u wel. De heer Van Winden: Morgen hebben we een kennismakingsgesprek met de burgemeester in ons riante onderkomen. Hij zal ervan schrikken, maar we kunnen dit punt ook even doornemen.

De voorzitter: Dat is in ieder geval een goede timing. Ik zag volgens mij nog een vraag van mijnheer Ringeling. U bent er nog net niet klaar mee zeg maar. Gaat uw gang mijnheer Ringeling. De heer Ringeling: Dank u wel. Dank voor het inspreken, dank voor wat u naar voren hebt gebracht. Ik snap uw zorgen. Toevallig las ik een artikel vorige week, ik ben geabonneerd op een blad, Quest en de titel van het artikel is ‘Waarom hebben we zo’n negatief beeld van asielzoekers?’ In het blad wordt dat beeld dus geschetst en wordt ook tegelijkertijd ontkracht en wordt ontkracht aan de hand van cijfers die geleverd zijn aan de hand van wetenschappelijk onderzoek van het documentatiecentrum wetenschappelijk en het documentatiecentrum van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Mijn vraag is: bent u geïnteresseerd in dat artikel? Want dan kan ik het u mailen. De heer Van Winden: Dat laatste verstond ik niet goed. De heer Ringeling: Bent u geïnteresseerd in het artikel, dat is de vraag. De heer Van Winden: Altijd. De heer Ringeling: Dan kan ik het naar u toe mailen. Misschien werpt dat ook wel een breder beeld, want inderdaad er bestaan veel vooroordelen en die hebben we allemaal, maar aan de hand van dit artikel werd dus aangegeven door middel van cijfers die afgelopen jaren verzameld zijn door het wetenschappelijk instituut van het ministerie dat die vooroordelen niet altijd kloppen.

Maar u bent geïnteresseerd, want dat was eigenlijk mijn vraag.

De heer Van Winden: Informatie willen we uiteraard altijd graag hebben. Ook wij zijn bekend met het feit dat een groot deel asielzoekers geen enkel probleem geven, maar dat een relatief beperkt aantal hele grote problemen geeft. Dus het is ook geen kwalificatie of discriminatie in de zin van waar wij onze zorgen over hebben. Wij zijn vooral van mening dat de doelgroep die bij ons binnenkomt ook moet passen bij de lokale bevolking en bij wat wij noemen de rust van ons dorp. De heer Ringeling: Volgens mij zijn we het eens. De voorzitter: U krijgt in ieder geval post van mijnheer Ringeling, dat begrijp ik. Ik kijk nog heel even rond of er nog een laatste vraag aan u zijn. Die zijn er niet. Dan mag ik u bedanken voor uw bijdrage en dan vragen we mevrouw Beekman of zij haar inspraak… De heer Van Winden: Mag ik u dan bedanken voor de gelegenheid die ik gekregen heb voorzitter? De voorzitter: Graag gedaan. Welkom. Mevrouw Beekman: Beste raadsleden en college. Ik ben Sandra Beekman, ik ben een inwoner van de dorpskern Maasland. Ik ben moeder van een dochter van vijf jaar oud. Afgelopen vijftien jaar ben ik ook woonachtig geweest in de andere dorpskernen van deze gemeente. Afgelopen woensdag 9 november werd ik verrast door een bericht in het AD en de dag erna in De Schakel.

Het college van Midden-Delfland wil een onderzoek voor een locatie van grootschalige opvang voor statushouders/vluchtelingen in de gemeente Midden-Delfland. Via dit spreekrecht wil ik partijen een aantal overwegingen en zienswijzen benadrukken. Allereerst, wat ik erg jammer vind is dat dit bericht pas afgelopen woensdag/donderdag is gecommuniceerd aan de burgers en dat de raad hier vandaag een definitief besluit over gaat nemen. De belasting-/toeslagenaffaire heeft de overheid doen besluiten dat er gedegen bestuur gevoerd moet worden door de overheden. Deze procedure voldoet in mijn ogen niet aan deze eisen, die aan goed bestuur vastzitten. Een enorme teleurstelling dat ik maar vier de tijd dagen krijg om mijn zienswijze te geven. Na enig onderzoek op de site van de gemeente en het lezen van de verslagen, lees ik in de teksten over participatie en het meenemen van de burger. U mijnheer de burgemeester geeft aan dat, als het besluit goed uitpakt, lees: voor het onderzoek naar een locatie wordt besloten door de raad, er bijeenkomsten georganiseerd gaan worden om dit tot een groot succes te maken. Dit alles is in de framing dat deze grootschalige opvang hier in Midden-Delfland moet komen en we hiermee iets goeds doen. Waarom heeft u niet voorafgaand aan dit besluit tot onderzoek burgerbijeenkomsten georganiseerd? Zoals u allen weet is dit een uiterst gevoelig onderwerp.

Was dit niet passender geweest? Ik voel mij hierin als burger gepasseerd. Was het niet juist gepast geweest om de eigen bewoners aan de voorkant van het proces te betrekken? Het is niet de vraag of er een grootschalige opvang van asielzoekers komt, maar eerder de vraag waar. Daarnaast is het opmerkelijk dat dit college van B&W voor de minderheid bestaat uit inwoners van Midden-Delfland. Hierbij is de huidige burgemeester ook nog eens waarnemend en vanuit zijn ambt de minst democratisch gekozen persoon in het gemeentehuis. Ik krijg bij deze beslissing het idee dat er met een dubbele politieke agenda is gewerkt, zoals wij dat noemen in onze handhavingsorganisatie bij de rijksoverheid waar ik zelf werkzaam ben. Het lijkt erop dat er sprake is van een dubbele agenda. Ik vermoed dat deze burgemeester deze procedure zo gepland heeft. Over een paar maanden is deze burgemeester weg en zitten wij als inwoners met de problemen. Terwijl deze burgemeester dan voor zichzelf een nieuwe baan waarschijnlijk bij het COA heeft geregeld door deze procedure er zo door te jagen. Ten tweede, het onderzoek gaat over een substantiële bijdrage van opvang van vluchtelingen in Midden-Delfland. Midden-Delfland is een kleinere gemeente met drie kleine dorpskernen. Iedere gemeente moet haar verantwoording hierin nemen.

Waarom niet naar schaalgrootte? Tegelijkertijd heeft de gemeente immers ook haar verantwoordelijkheid richting de burger, zijn/haar veiligheid, goed onderwijs en een infrastructuur die hierbij past. Wij hebben welgeteld één BOA. Een dergelijk grote opvang zal impact hebben op ons gemeentelijke apparaat, in tijd, financieel en qua fte. Realiseert iedereen zich dit? Daarnaast lees ik, commissieverslag van 11 oktober, dat de eis van 50% gezinnen lastig is voor het COA, omdat iedereen gezinnen wil opvangen en de lastige doelgroepen overblijven. Het COA is bereid aan deze eis te voldoen als de gemeente bereid is ook de groep kinderen zonder ouders tussen de twaalf en zeventien jaar op te nemen. Ik maak mij hier ernstig zorgen over. Dit is een zeer problematische doelgroep, waarbij het de vraag is of je die in grote aantallen in een kleine gemeente kan en wil

opvangen. Ikzelf heb de afgelopen vier jaar er alles aan moeten doen om hier veilig te kunnen wonen. Vier jaar geleden heb ik door bedreigingen die nog steeds voortduren mijn mooie huis in Den Hoon moeten verkopen. In die periode is er hulp gevraagd bij de gemeente en bij de andere kindgerelateerde instanties om ons te helpen. Helaas was dat niet mogelijk. De politie kon ons niet helpen want mishandeling en stalking, ook al zijn er minderjarigen bij betrokken, heeft geen prioriteit in deze Veiligheidsregio. Tot aan de dag van vandaag zorg ik zelf, op eigen kosten voor de veiligheid van mijzelf en mijn vijfjarige dochter. Financieel best zwaar voor een alleenstaande ouder die een veel duurder huis heeft moeten terugkopen om weer een beetje een leven te hebben in deze regio. De hulp die wij nodig hadden was niet in deze gemeente aanwezig. Hoe denkt u burgemeester en college dat u deze vluchtelingen wel de juiste zorg kan bieden? Of ons als bewoners als er te veel overlast is van deze personen, het uit de hand begint te lopen? Ten derde hebben ook wij te maken met de landelijke problematiek van de woningkrapte. U vindt dit een mooie kans om hier circa 25 tot 50 flexwoningen neer te zetten. De vraag is of dit juist is. Of gaat dit ten koste van een bouwlocatie voor reguliere bouw van onze inwoners? Gaat u nu bouwen in het groen? Deze flexwoningen zouden voor spoedzoekers zijn.

Wie zijn deze spoedzoekers? Zijn dit starters en gaat het hier om eigen inwoners? En gaan de vrijkomende sociale huurwoningen in Midden-Delfland naar de Midden-Delflanders of komen hier regiogenoten in? Tot slot, instemmen voor een onderzoek van deze locatie betekent dat u impliciet ook ja zegt op grootschalige opvang en dit dus zonder de burger aan de voorkant te hebben geraadpleegd. Daarom roep ik de gemeenteraad op tegen het onderzoek te stemmen. Ik begrijp dat ook wij vluchtelingen moeten opvangen, maar doe dit op een passende manier, kleinschalig. Iedere gemeente moet hierin naar rato verantwoordelijkheid nemen. Ook naar eigen burger. Let op welke doelgroep u hier in groten getale wilt huisvesten. Ook hier moet een passende infrastructuur voor aanwezig zijn. We hebben hier voor jongeren géén dagbesteding, welgeteld één buslijn, één BOA en in de speeltuinen spelen kleine kinderen, veelal zonder ouders vanwege het dorpse karakter. Nogmaals, een onderzoek naar een geschikte locatie is een ja tot een noodopvang die groter is dan passend bij Midden-Delfland en vermoedelijk een locatie op ofwel een potentiële bouwlocatie óf in het groen. De voorzitter: Dat was uw betoog neem ik aan? Dank u wel. We zijn het niet gewend om hier te applaudisseren, dat hoort er niet helemaal bij, maar ik snap uw gevoel. Ik kijk even naar de raad of er vragen zijn aan mevrouw Beekman.

Ik zie twee vingers, mijnheer Moerman van de fractie VVD. Gaat uw gang. De heer Moerman: Dank u voorzitter. Ik heb eigenlijk geen vraag, maar ik wil mevrouw Beekman wel bedanken voor haar verhaal. Het was best persoonlijk wat u deelde en dat vergt best een beetje moed, dus alle respect voor u, dat u hier uw verhaal doet voor de hele raad. Mevrouw Beekman: Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag ook een hand van mevrouw Van ’t Westeinde van het CDA. Gaat uw gang. Mevrouw Van ’t Westeinde: Ja, ik wilde deels hetzelfde zeggen. Bedankt, het is toch dapper om hier te komen en je verhaal te houden. Ik hoorde u ook zeggen: ik snap wel dat er gekeken wordt naar opvang, en ik vroeg me nu af, stel u zou hier zitten, aan deze kant van de tafel en u had het dilemma: een kleinschalige opvang op eigen kosten van de gemeente of een wat grootschaliger op kosten van de rijksoverheid. Waar zou u naar een eigen? Mevrouw Beekman: Dan zou ik voor de kleinschalige opvang voor eigen kosten gaan. De voorzitter: Oké, dank u wel. Zijn er geen andere vragen aan mevrouw Beekman? Die zijn er niet. Dan mag u weer plaatsnemen en kunt u de rest van de avond beluisteren. Dank u wel. Mevrouw Beekman: Dank u wel.

3.

Vaststellen van de agenda

De voorzitter: Goed. Dan gaan we naar agendapunt 3 van deze avond en dat is het vaststellen van de agenda. Dus ik kijk even rond of er mensen zijn die iets op of aan te merken of aan te vullen hebben op deze agenda? Dat is niet het geval denk ik. Prima, dan stellen we hem ook zo vast. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

4.

Voorstel Onderzoek naar mogelijkheid voor opvang in de gemeente Midden-Delfland

De voorzitter: En dan gaan we naar agendapunt 4, en dat is de feitelijke behandeling van het agendapunt. Ook voor de mensen die kijken of meekijken via de webcast misschien even een korte uitleg. Behandeling van een inhoudelijk punt gaat altijd volgens termijnen. Zo heet dat. Dat zijn er in dit geval twee en dat betekent dat de raad, alle woordvoerders in de raad die in de eerste termijn vaak aangeven wat ze van een voorstel vinden, daar soms nog vragen over stellen aan het college of aan andere raadsleden. Met die informatie gaat het college vaak aan de slag om dan die antwoorden ook te geven. Ondertussen geven de raadsleden in de tweede termijn vaak antwoorden op die vragen en ontstaan er ook wederzijdse vragen. Deze heten interrupties. Interrupties zijn vragen. Dus iemand houdt een betoog en iemand anders vindt er iets van en die moet dan een vraag stellen. Dan wordt even het betoog onderbroken en dan kan een raadslid antwoord geven op die vraag. Dat is de route hoe we dat doen. Dat spreken gebeurt altijd via de voorzitter en daar is een hele bijzondere reden voor. Dat is namelijk dat het niet persoonlijk wordt, dus dat we elkaar niet voor van alles en nog wat uitmaken. De voorzitter krijgt alle berichten deze kant op en via de voorzitter wordt eigenlijk gesproken naar een ander raadslid of naar het college.

Dus als u zich afvraagt: waarom zegt ze steeds dank u wel voorzitter, beste voorzitter, dat is daarom. Dat het niet heel erg persoonlijk wordt, dat het echt gaat om de inhoud. Dat is even een korte uitleg van hoe het hier werkt. De portefeuillehouder, burgemeester, heeft gevraagd of hij voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling en die eerste en straks tweede termijn ook eventjes kort het woord mag hebben om wat toelichting te geven, wat uitleg te geven voor de mensen die hier zitten en niet vaak dit soort vergaderingen bijwonen, want anders duiken we meteen in allerlei vragen en betogen en dat is misschien voor het verloop van de informatieverstrekking wat warrig. Dus ik wilde eerst kort het woord geven aan burgemeester Van Hemmen om even een kleine toelichting te geven. Gaat uw gang. Portefeuillehouder Van Hemmen: Dank u wel voorzitter. Ik denk dat het goed is, omdat u als raad voorzitter, al een aantal keer in beslotenheid hierover gesproken heeft, is het goed dat ik nog even uit het eerste gesprek dat we met elkaar startten een paar highlights deel, zodat de mensen thuis ook begrijpen waar u vandaan komt en hoe u met elkaar het debat verder voert. Ik ben de voorzitter dankbaar dat ik daar de ruimte voor krijg. Toen wij hier voor het eerst over spraken en dat geldt eigenlijk nog steeds, vonden net de mensonterende situaties in Ter Apel plaats.

Ze zijn nu redelijk opgelost, maar het risico is nog steeds aanwezig. Dat leidde zelfs tot de inzet van Artsen zonder Grenzen op ons eigen grondgebied. Ik merk dat ongeacht wat we vinden van dit vluchtelingenvraagstuk, een kraan die kapot is of een systeem dat faalt, niemand zal behoefte hebben of een Lampedusa in Nederland acceptabel vinden. En natuurlijk, de reden is voornamelijk het beleid van de kabinetten van de afgelopen jaren en dat heeft gemeenten ook voorzichtig gemaakt. Dat vind ik begrijpelijk. We hebben een groot tekort aan betaalbare woningen voor iedereen. Voor onze eigen inwoners en daardoor ook voor statushouders. En het resultaat is dan een groot tekort aan opvang en een volledig vastlopende asielketen. Tegelijkertijd moeten wij als onderdeel van de Staat der Nederlanden als eerste overheid, de gemeenteraad, ons verhouden tot die situatie. Het gebrek aan opvangplekken zorgt ervoor dat, net als in 2015, de Veiligheidsregio’s weer om hulp gevraagd wordt. Dat was eerst vrijblijvend, maar dat wordt ondertussen weer wat meer dwingend. De opgave waar onze Veiligheidsregio nog voor staat is zo een 450 plekken en de verwachting is dat dat zo nog maar zou kunnen oplopen. Al dan niet in de vorm van noodopvang of crisisnoodopvang. Een beroep op de Veiligheidsregio betekent ook een beroep op ons, als op onze gemeente.

De opvang heeft helaas ondertussen iets onvermijdelijks gekregen. En dan hebben we een keuze. We kunnen besluiten om nu aan tafel te gaan zitten of we staan binnenkort op het menu. En binnenkort, ik weet een jaar lijkt ver weg, maar dat kan heel snel gaan. De spreidingswet is er al en de dwang zit erin, hoe we er ook naar kijken. En daarnaast, we hebben die hele grote

uitdagingen op onze woningmarkt. De beschikbaarheid van betaalbare woningen voor onze eigen inwoners van Midden-Delfland is een onderwerp dat in alle verkiezingsprogramma’s stond en staat. Starters, spoedzoekers en anderen kunnen heel moeilijk betaalbare woningen vinden. Het college gelooft dat we het vraagstuk van de asielketen in ons voordeel brengen, denk dan bijvoorbeeld aan flexwoningen versneld voor onze eigen inwoners. Het rijk werkt mee, financieringsmogelijkheden extra, wat zorgt dat je een versnelling kunt doen. Je kunt lokaal inkopen zodat onze eigen lokale ondernemers er beter van worden en dat kan helemaal geen kwaad in de tijd waarin we zitten. Op het moment dat je aan tafel zit kun je invloed hebben op je lokale doelgroep. Anders bepaalt iemand anders dat voor je. Het college stelt dan dat er een aantal eisen gesteld moeten worden, ook naar aanleiding van het gesprek dat wij met elkaar gevoerd hebben. Dat moeten vluchtelingen zijn die relatief ver in de procedure zitten, mensen die waarschijnlijk mogen blijven en vooral mogen werken. Vooral gezinnen, minimaal 50%. Ongeveer evenveel wooneenheden voor de inwoners van Midden-Delfland als voor de vluchtelingen. Lokaal inkopen zodat onze lokale economie daar beter van wordt. En dat ligt hier in dit voorstel waar u straks een besluit over gaat nemen. Het voorstel is: start een onderzoek onder deze voorwaarden.

Ga een gesprek met het COA en andere spelers om een concreet voorstel te krijgen zodat we weten waar we het echt over hebben. Dat duurt een maand of drie voordat er een concreet voorstel ligt en in de tussentijd gaan we met inwoners in gesprek zoals met de buurtpreventie, ik vind het een constructief aanbod. De kritiek mag zeker, want wij begrijpen ook wel dat, omdat wij er al even mee bezig zijn, het voor inwoners echt rauw op hun dak valt, dus die tijd hebben we. Daar hebben we ook over nagedacht. Samenvattend: u wordt vandaag gevraagd om ruimte te geven aan een onderzoek om te kijken wat de mogelijkheden en kansen zijn om een landelijk probleem te helpen oplossen en een lokaal vraagstuk aan te pakken. Dan helpen we aan de ene kant mensen die de hulp ongelooflijk hard nodig hebben waar wij als samenleving verantwoordelijk voor zijn en aan de andere kant lossen we een aantal problemen van onszelf op. Door bijvoorbeeld de woningnood voor onze jongeren aan te pakken. Dat is iets waar u als gemeenteraad ook verantwoordelijk voor mag zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we over tot inhoudelijke behandeling van dit agendapunt. De burgemeester heeft het al kort gezegd.

Van u worden eigenlijk drie besluiten gevraagd in dit agendapunt, in te stemmen met het doen van onderzoek naar de haalbaarheid van het realiseren van een opvanglocatie voor vluchtelingen, dat is één. Ten tweede, het college hiervoor de randvoorwaarden mee te geven die in dit voorstel staan genoemd. Dus daar heeft u vanavond ook nog ruimte voor om randvoorwaarden mee te geven. En drie, het bijgevoegde communicatieplan vast te stellen. Daar gaan we het over hebben en dan kijk ik even rond wie van u in de eerste termijn woordvoering wil doen. Ik zie mijnheer Ringeling, mijnheer Vieira, mijnheer Van der Eijk, mijnheer Jongsma, mijnheer Zwaard. Toch niet, nee, één woordvoerder per… Ik kijk even naar de fractie van Mijn Partij. Geen woordvoering in eerste termijn? Toch wel? Eentje, ja dat is voor de helderheid misschien wel handig. Prima, dank u wel, dan hebben we een vol rondje. Dan stel ik voor dat we beginnen bij de heer Vieira van de fractie D66. Zoals gezegd graag uw overwegingen, wat u vindt van dit besluit, vragen aan het college, vragen aan andere raadsleden en dan komt het debat op gang. Gaat uw gang. De heer Vieira: Dank u wel voorzitter. En ook nog dank aan de insprekers die ingesproken hebben en ook voor het uitspreken van de punten die zij aangekaart hebben.

Wat daarin mij bijgebleven is, is zorg voor onze veiligheid, voor voldoende BOA-inzet, zorg dat het niet te grootschalig is. Dat zijn een aantal punten die meegegeven zijn. Even terug naar het besluit en de aanleiding dat we hier zitten. De burgemeester haalde het al aan. We hebben in de recente geschiedenis gehad dat er mensen gevlucht zijn voor oorlogssituaties in het buitenland en die hebben we dan buiten laten slapen of in overvolle zalen waar Artsen zonder Grenzen naartoe moest. En dan is inderdaad de vraag die de gemeenteraad voorgelegd krijgt: kunnen we in Midden-Delfland onderzoek doen naar opvang van vluchtelingen, dus niet asielzoekers maar mensen die al verder in het proces zitten. Wat D66 betreft zeggen wij ‘ja, dat onderzoek kun je doen, maar het moet uiteraard passen binnen de schaal van deze gemeente en je moet een aantal randvoorwaarden meegeven’. Ook die zijn zojuist opgesomd. Dat betekent dat wij zeggen: een groot deel moet inderdaad gezin zijn, moet kunnen werken, er moet goede begeleiding zijn. Zorg dat er voldoende BOA-inzet is, verhoogd wordt en dat er een passende vergoeding tegenover staat. Nou goed, dit zijn eisen, en die staan dus ook wel in het programma, die wij mee willen geven. Is die locatie te vinden, dan kunnen wij

het er als raad over hebben, maar wij vonden het zelf als fractie geen optie om te zeggen ‘nee, wij willen überhaupt geen onderzoek en de situatie in Nederland laten zoals die is’. Dank u voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik voor de tweede spreker naar mijnheer Roeling van Mijn Partij. Gaat uw gang. De heer Roeling: Dank u wel voorzitter. Het komt niet vaak voor we ook vanuit deze zaal een reflecteren op het landelijke beleid. Ik zou willen beginnen met een compliment uit te spreken over de openheid tot nu toe van dit proces. Ik hoor de inspreker andere ervaringen hebben, maar wij denken dat dit op een juiste manier is gevoerd. Ja, er is inderdaad vertrouwelijk over gesproken, maar wij hebben aangedrongen ‘maak die verslagen ook openbaar’, zodat iedereen ook terug kan kijken wat wie heeft gezegd en ook dat er in andere gemeenten in Nederland nog wel eens de situatie voorkwam waarbij zowel het bestuur als ook de inwoners voor het blok werden gezet. Die ervaring hebben wij nu niet vanuit het bestuur en ik denk dat het compliment dan ook wel op zijn plek is. Wat verwacht het college van ons? Voorzitter, u gaf het al aan, instemmen met het onderzoek, eventuele randvoorwaarden en het communicatieplan.

Dus wij hebben dat, en voor mijn doen is dat redelijk gestructureerd gebeurd voorzitter, ik heb het zelfs netjes, dat gebeurt eigenlijk nooit, maar het geeft ook wel de ernst van deze kwestie aan en hoe wij daarmee om willen gaan. De term is al eerder gevallen, asielzoekers. Wij hebben ook gekeken hoe kijken wij daar nu als fractie tegenaan. Ik bedoel, we lezen veel en we zien veel, maar wat vinden wij daar nu zelf van. Wat ons opvalt is dat er vaak geschermd wordt met oorlog. Mensen komen vanuit een oorlogsgebied en dat is dan een reden. Kijken we nu naar de omgeving van Nederland, dan zien we Oekraïne, maar daar hebben we een apart beleid voor vastgesteld, is er dan elders nog oorlog. De enige plek die wij hebben kunnen vinden is Jemen en dat is een serieuze oorlog. Het is dramatischer dan wat er in Oekraïne gebeurt, maar daar is dan weer geen media-aandacht voor. Wij zijn van mening dat voor dat soort mensen, die daar daadwerkelijk met oorlog worden geconfronteerd wel plek is. Een ander argument dat wij nog wel eens tegenkomen is: wij hebben het beter. Ja, dat klopt ook, maar als we een simpel rekensommetje maken, ergens in deze maand november tikken we de 8 miljard mensen aan op deze aarde en als ik het ruim neem dan zijn er 1,5 miljard mensen, die hebben het net zo goed als wij of beter. Dan hou je er nog 6,5 miljard over die het minder hebben.

Ik kan me nog herinneren dat D66 in een van de eerdere bijeenkomsten zei ‘ja, we gaan niet iedereen opnemen’. Maar ik denk dat dat ook wel een punt is hoe je als overheid daar natuurlijk handen en voeten aan moet geven. Waar trek je een streep. Wat ook opvalt is opvallend veel jonge mannen. Daar kan iedereen zijn eigen conclusies aan verbinden, maar wij vragen ons dan af ‘hoe is het met de gezinnen of met de ouders van de jonge mannen’, die blijkbaar dan wel achtergelaten worden in een ernstige situatie. Vervolgens voorzitter, het is al eerder aangehaald, over wat zijn nu de ervaringen. Gaat opvang in Nederland van een leien dakje? Wij hebben ons bewust niet laten leiden door het nieuws dat ons regelmatig tegemoetkomt, want we gaan uit van onze eigen persoonlijke ervaringen en dan met name van de heer Van der Spek, die beheerder is van een voormalig ministerie en die vangt daar 200 tot 300 asielzoekers op, en dat wisselt nog wel eens, en u wilt niet weten, af en toe mogen wij de foto’s zien van situaties waarin dan weer een reparatieverzoek is, waarin weer iets vernield is. Dat voorzitter, en ik ben het eens, ze zijn het lang niet allemaal, maar het is toch wel een wezenlijk element in de opvang zoals wij die ervaren en dan heb ik het niet over Ter Apel en andere locaties.

Veruit de belangrijkste vraag voor ons voorzitter, is ‘hoe zit het met de huisvesting van onze eigen inwoners?’ Dat hebben wij gezien, wij hebben er bij de verkiezingen inderdaad aandacht voor gevraagd, net als andere partijen: hoe zit het nu met huisvesting? Wij hebben ook eerder uitgelegd, het valt aan onze inwoners niet uit te leggen dat er ook nu nog steeds niet gebouwd wordt voor de starters, voor de senioren en dit voorstel aan ons wordt voorgelegd. Waarom die 225 wel, waarom wij niet? Wat wij willen voorkomen is een soort wij/zij, zij wel en wij niet. Dus straks bij onze voorwaarden zal daar ook nadrukkelijk rekening mee worden gehouden. Wat ons betreft moeten er meer en sneller locaties beschikbaar komen voor onze eigen inwoners. Dat is even in het kort wat bij ons tot de voorwaarden behoort. Het landelijke beleid, want daarom zitten we hier, de burgemeester gaf het ook al aan, vanwege de landelijke situatie wordt ons de vraag voorgelegd of wij daarin mee willen gaan. Wat ons opvalt is dat men niet in control is en dan met name door een gebrek aan eenduidig beleid. We horen veel politieke partijen van alles en nog wat beweren, maar onderaan de streep gebeurt er weinig of niets. Sterker, er is nu een soort omgekeerde of tegenovergestelde situatie gaande. Die wet dwingt gemeenten om tot opvang over te gaan. Met andere woorden het

landelijke beleid richt zich niet op de instroom, wat voor de hand zou liggen denken wij, maar meer op de doorstroom, hoe kunnen we dat dan toch maar weer doorstromen naar de gemeenten en men heeft daar zelfs nu een wet voor aangenomen. Wij vinden dat opvallend en hebben dat dan ook meegenomen in onze afwegingen voorzitter. Want zoals wij het nu ervaren is dat wij als gemeente, als lokale partij opdraaien voor het landelijk… Ik heb ‘falen’ opgeschreven, ik weet niet of dat te sterk is uitgedrukt, maar het zit niet goed. Dat is wel onze opvatting. Dan hebben we nog een paar opmerkingen naar aanleiding van de beantwoorde vragen en onze voorwaarden voor de medewerking. Wat opvalt aan de beantwoording is dat er nog heel veel onduidelijk is. Wij hebben ook verschillende vragen gesteld, maar het is eigenlijk ‘ja, dat zal later blijken’, dat nemen we mee in het onderzoek. Daar kunnen we ons wel iets bij voorstellen maar ik denk dat het niet alleen naar ons goed is om die duidelijkheid te verschaffen en daar dan ook niet drie of vier maanden mee te wachten, maar steeds ook blijven communiceren met de raad, met onze inwoners. Als er weer iets bekend is, communiceer dat. Misschien staat dat in het communicatieplan, ik heb het niet gelezen, maar dat zou ons een verstandig iets lijken. Ander puntje dat ons is opgevallen en dat is meer van politieke aard, het college is niet unaniem.

Er ligt een meerderheidsbesluit, geen unaniem besluit. Wij hebben daarop gelet. Wij hebben wel een vermoeden voorzitter, wie er niet mee in heeft gestemd en tegen deze wethouder zouden we ook willen zeggen, het college is ook verdeeld over het plaatsen van een simpel windmolentje bij een boer. Dat was blijkbaar al voldoende om de coalitie verdeeld te doen raken. Daar gaan we het trouwens morgen over hebben, daar hebben we ook een opvatting over. Tegen die wethouder zouden we willen zeggen: gebruik die ontstane bestuurlijke ruimte goed bij een principieel punt als dit en u kunt ons altijd bellen. We zijn altijd bereidwillig voorzitter, echt. Ik sta er zelf ook wel eens van te kijken. Onze voorwaarden voor het voortzetten, doorzetten van het onderzoek. Ik weet dat op dit eerste punt onze invloed beperkt is, maar onze voorkeur gaat niet uit naar de AMA’S, oftewel alleenstaande minderjarige asielzoekers en verder zijn de punten volledig voor onze inwoners, dit vinden wij belangrijke voorwaarden om naar onze inwoners toe te kunnen zeggen om die reden hebben wij meegewerkt aan het onderzoek. Punt 1 is de nieuwe woningbouwlocaties, en dan hebben we het niet over omzettingen van bedrijfsbestemmingen, en deze locaties kunnen al dan niet buiten de kernen liggen, die in oppervlak minimaal gelijk zijn als zowel de asielopvang als de ruimte voor de flexwoningen.

We hebben feitelijk twee locaties. Het college is er nog niet uit of die locaties worden samengevoegd of dat het twee aparte locaties zijn, maar het oppervlak van die twee, daarvoor willen wij nieuwe woningbouwlocaties voor onze inwoners. Toevallig hebben we het afgelopen donderdagavond gehad over waar onze inwoners behoefte aan hebben en het lijkt ons prima om die percentages daar te laten landen. Het tweede punt voorzitter, dat is ook altijd wel een heikel punt, wij vragen om een ontheffing op het woonverdeelsysteem Haaglanden en dan wel voor de periode die gelijk is aan de opvang van de 225 asielzoekers waar we het nu over hebben, dus niet hoe het naar de toekomst zal zijn. Dat weten we niet, maar zoals het voorstel er nu ligt, 225 asielzoekers willen wij over die periode zolang zij er zijn, een ontheffing op het woonverdeelsysteem Haaglanden. Voor diegenen die niet weten wat het woonverdeelsysteem Haaglanden is, dat houdt in dat alle deelnemende gemeenten van Haaglanden, althans de inwoners, evenveel rechten hebben op een woning in Midden-Delfland als inwoners van Midden-Delfland recht hebben op een woning in een andere Haaglanden-gemeente en dat is ons al jaren een doorn in het oog, met name voor onze eigen inwoners en wij denken dat het goed dat we daar een ontheffing voor krijgen. Dus dat we daar ook een duidelijk signaal uitgeven naar onze inwoners.

En dan is de tekst alweer af voorzitter. De voorzitter: U heeft op de valreep nog een interruptie van mijnheer Jongsma van de fractie OGP. Stelt u uw vraag mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: Dank u wel voorzitter. Ja, mijnheer Roeling zou ik willen vragen, kunt u iets duidelijker zijn over die ontheffing. Wat betekent dat concreet? Dat er een ontheffing komt, wat betekent dat concreet voor de inwoners van Midden-Delfland? De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Roeling: Dat kan ik. De huidige situatie is zo dat het woonverdeelsysteem negatief uitpakt voor onze inwoners. Ik heb wel eens het voorbeeld gegeven van iemand die in Schipluiden woont en werkt in Den Haag. Die zou gebruik kunnen maken van het woonverdeelsysteem, dat hij zegt ik werk in Den Haag en het lijkt me beter dat ik daar ga wonen. Er is natuurlijk niemand uit

Schipluiden die dan gaat verhuizen. Ik bedoel je woont in Schipluiden. Het buitengebied telt ook. Maar voorzitter, wij vinden dus dat het meer nadelen dan voordelen heeft voor onze inwoners van Midden-Delfland. Ontheffing houdt wat ons betreft in dat voor die periode voor alle vrijkomende woningen vanuit de woningcorporatie, die sowieso altijd als eerste worden voorgelegd aan onze eigen inwoners voordat onze partners van Haaglanden daar aanspraak op kunnen maken. Dus dat we een situatie creëren, waarin we een duidelijk, nou ja een voortrekker, misschien is dat ook geen aardig woord, dat we voorrang bieden aan onze eigen inwoners. Dat is wat ons betreft de ontheffing op het woonverdeelsysteem voorzitter. De voorzitter: Ik zie dat u nog een vervolginterruptie heeft. Mijnheer Jongsma stelt u uw vraag. De heer Jongsma: Meer een aanvullende vraag. Maar is het dan andersom ook zo dat onze inwoners dan niet meer aanspraak kunnen maken op de omliggende gemeenten of blijft dat gewoon van kracht? De heer Roeling: Nee, nee dat is van tweeën één. Dus het werkt van twee kanten, dus ook onze inwoners kunnen dan minder aanspraak maken op een woning van binnen de regio Haaglanden. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie nog een vraag van mevrouw Langeveld van het CDA, gaat uw gang. Mevrouw Langeveld: Dank u wel voorzitter. Voorzitter, ik heb een vraag aan de heer Roeling.

Het kan zijn dat ik mijnheer Roeling niet helemaal heb begrepen, maar ik heb u horen zeggen dat u graag wilt dat het aantal qua oppervlakte eventueel voor de opvang van statushouders/vluchtelingen… Dat u precies hetzelfde oppervlak wilt voor woningen voor onze eigen inwoners. Bedoelt u daar ook mee, wat ook in het stuk staat beschreven, de flexwoningen die worden voorgesteld voor onze eigen inwoners of bedoelt u daar wat anders mee? De voorzitter: Daar mag u even antwoord op geven. De heer Roeling: Nee, kijk als het allemaal doorgaat dan krijgen we zowel de flexwoningen als de locatie voor de opvang. Wij hebben gevraagd: komen die bij elkaar te liggen, wordt dat één geheel? Dat kon het college nog niet vertellen, maar wat ons betreft, onze voorwaarde is dat de oppervlakte van de flexwoningen en de oppervlakte van de opvanglocatie, dat er zo een oppervlakte minimaal aan nieuwe woningbouwlocaties moet komen. Dan moet je denken aan definitieve woningbouw, want dat flexwonen heeft ook weer een tijdelijk karakter, dat zien we al bij de vergunningverlening. Het is vrij eenvoudig om dat te realiseren. Dat is voor ons onvoldoende, daarom zeggen wij dat wij een vergelijkbare oppervlakte willen, dat zal 2 ha zijn vermoeden wij, dat willen wij nog aan extra woningbouwlocaties voor definitieve woningbouw. De voorzitter: U heeft ook iets opgeroepen bij de heer Vieira van D66.

Graag een korte vraag en geen uitbreiding naar het hele woondossier alstublieft. De heer Vieira: Ik heb het even afgewacht voorzitter, maar ik wilde even een verhelderende vraag stellen aan mijnheer Roeling. Hij geeft terecht aan dat er aandacht moet zijn voor woningen in Midden-Delfland voor eigen inwoners, lage inkomens, middeninkomens, maar afgelopen week heeft hij niet de moties gesteund om voor een hoger percentage sociale woningen te gaan of voor actiever grondbeleid om dat te realiseren. Ik probeer te volgen waarom dat is. Kan de heer Roeling dat uitleggen? De voorzitter: Er wordt u om een korte uitleg gevraagd mijnheer Roeling. De heer Roeling: Ik ben de heer Vieira dankbaar dat ik deze gelegenheid krijg anders kost het me mijn eigen tijd. Nee voorzitter, er waren twee dingen bij die motie. Eén, wij vonden hem niet ver genoeg gaan en twee, er werd gesproken over middengroepen. Wij hebben nadrukkelijk gezegd dat het zou moeten gaan om de middenhuur, dus dat we drie groepen hebben. Dat is de sociale huur, de middenhuur en de betaalbare, tot NHG-grens. In de motie werd steeds gesproken over middengroepen. We hebben nog geprobeerd dat te wijzigen, maar dat is niet gelukt. Op het

moment dat wij dan meegaan in de middengroepen, ja waar hebben we het dan over. Dus wij vonden het beter om dat specifiek te benoemen als middenhuur en dat is de reden waarom we dat niet gesteund hebben. Maar ja, als u afgelopen donderdagavond erbij was geweest dan had u dat helemaal meegekregen, want daar is het uitermate lang besproken en daar waren we het allemaal eens. Dus ergens is het goed gekomen mijnheer Vieira, via de voorzitter. De voorzitter: Dat was nog net op tijd een correctie. Daarmee stel ik wel voor dat we het woondossier even afsluiten, want daarvoor zitten we hier niet aan tafel. Dat was het betoog van de heer Roeling van de fractie Mijn Partij. Ik ga even naar de ChristenUnie, de heer Ringeling. Gaat uw gang. De heer Ringeling: Voorzitter, dank. Voorzitter, voor ons ligt het voorstel om te starten met een onderzoek naar de mogelijkheden voor de opvang van een groep vluchtelingen. Mensen die zeer waarschijnlijk legaal in Nederland mogen blijven, maar nu geen fatsoenlijke woonplek hebben en misschien straks in de winter helemaal geen dak boven hun hoofd hebben. Nog maar kortgeleden was er met enige regelmaat te lezen en te zien in de media dat er in Ter Apel weer mensen in de buitenlucht hebben moeten slapen. Het is een situatie die, hoe vaak deze zich ook herhaalt, nooit mag gaan wennen.

Door de opstopping in de asielketen worden mensen die zich toch al in een kwetsbare situatie bevinden weer slachtoffer. Deze vraag om opvang is een vraag om acute medemenselijkheid, zo snel mogelijk een oplossing voor de situatie in Ter Apel. Dat gaat haast voorbij aan de discussies over asielbeleid, waarover je van mening kan verschillen. Het gaat hier om mensen in nood. Het gaat om een bed, een douche en medische zorg, een fatsoenlijk dak boven je hoofd. Ik realiseer me dat dit een complex vraagstuk is in een tijd waarin de ene crisis na de andere zich voordoet, zich aandient. Crises die momenteel ervoor zorgen dat mensen nauwelijks hun energierekening en hun boodschappen kunnen betalen of het voortbestaan van een bedrijf onzeker is of jongeren die geen woonruimte kunnen vinden. Het zijn geen gemakkelijke antwoorden en oplossingen, want de opgaven zijn ongekend groot. Ik wil gelijk zeggen dat wij het zien en dat het ook ons raakt, zoals de situatie in Ter Apel ook ons raakt. Daar moeten we denk ik mee beginnen. Niet de verschillende vraagstukken of noden tegen elkaar uitspelen, maar ze zien voor wat het is, ons laten raken en vervolgens er hard mee aan de slag gaan. Voorzitter, daarom mijn oproep, niet alleen aan de insprekers maar ook aan alle inwoners om met elkaar in gesprek te blijven. Blijf zorgen delen, maar deel ook welke oplossingen je ziet.

Voor ons als volksvertegenwoordigers is dat essentieel. Tot slot voorzitter, iets over de randvoorwaarden. Wij vinden het belangrijk dat het hier om echte vluchtelingen gaat, dus geen mensen uit veilige landen. Een deel van die laatste groep loopt de boel te verzieken. Dat deden ze in hun eigen land en dat doen ze in elk land waar ze verder terechtkomen. Gelukkig gaat hier het voorstel over de veilige landen en gelukkig is de groep die de boel verziekt slechts een heel klein percentage. Voorzitter, de locatiekeuze vinden wij heel belangrijk. Mijn oproep aan het college is doe het zorgvuldig. En het laatste wat ik wil zeggen, ga en blijf in gesprek met onze inwoners, goede communicatie is heel belangrijk maar neem ook hun zorgen serieus. Als het opvangcentrum er komt, moet het iets zijn van ons allemaal. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Ringeling. Dan kijk ik even naar de fractie VVD, de heer Van der Eijk. Gaat uw gang. De heer Van der Eijk: Dank u wel voorzitter, dank ook aan de insprekers die we zojuist gehoord hebben. De instroom van vluchtelingen in Nederland is veel te hoog. Dat is door het beleid van de rijksoverheid en dat leidt tot de situatie zoals we die gezien hebben van de zomer.

Dat het opgelost moet worden is voor ons ook duidelijk en dat Midden-Delfland hier ook wat aan moet doen, dat staat voor ons ook als een paal boven water, dat wij ook verantwoordelijkheid moeten nemen. Maar dat kan ook op een andere manier, niet zoals dit voorstel. De plannen die Midden-Delfland al in voorbereiding heeft voor de huisvesting van circa 80 statushouders of vluchtelingen, het versneld realiseren van de doorstroming van die vluchtelingen naar normale woningen zien wij als hoofdoplossing voor het landelijke probleem. Vluchtelingen en statushouders worden op die manier snel onderdeel van onze gemeenschap en dat heeft vele voordelen. Door het op deze manier aan te pakken dragen wij als gemeente bij aan de oplossing. Een oplossing die ook nog eens past bij de schaal van deze gemeente. Midden-Delfland levert op deze manier een proportionele bijdrage die onze gemeenschap en onze begroting kan dragen. Dit is zojuist ook aangegeven door de

buurtpreventie en er is natuurlijk ook zeven jaar geleden een onderzoek gedaan naar waar locaties zijn om op deze manier bij te dragen aan het probleem dat de asielzoekerscentra overvol zitten. Daar bovenop als extra nog een asielzoekerscentrum voor honderden asielzoekers is wat de VVD betreft veel te veel van het goede. Een centrum van een dergelijke omvang past niet bij de grootte van onze gemeente, daar is wat ons betreft geen onderzoek voor nodig. Een asielzoekerscentrum met honderden asielzoekers realiseren is te ontwrichtend voor onze gemeente. De voorzitter: Mijnheer Van der Eijk, u heeft een interruptie van de heer Zwaard van het CDA. Stelt u uw vraag mijnheer Zwaard. De heer Zwaard: Voorzitter, dank u wel. Ik hoor de heer Van der Eijk de term asielzoekerscentrum gebruiken. Bent u het met mij eens dat wij in de voorgaande bespreking die we gehouden hebben met elkaar gesproken hebben over opvang van vluchtelingen en dat nadrukkelijk gezegd is dat we het hier niet over een asielzoekerscentrum hebben. Bent u het daarmee eens? De voorzitter: Daar mag u antwoord op geven. De heer Van der Eijk: Voorzitter, daar ben ik het niet mee eens. De doelgroep zijn mensen die hier asiel zoeken en het al dan niet krijgen of vinden en het wordt geregeld door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. In de volksmond noemt iedereen het een asielzoekerscentrum, dus ik deel die mening niet.

In de voorgaande vergaderingen hebben wij het ook altijd over een asielzoekerscentrum gehad, dus dat maakt wel degelijk onderdeel uit van die beraadslaging. De voorzitter: Vervolgt u uw betoog. De heer Van der Eijk: Graag willen wij ook een korte opmerking maken over het proces dat zich nu ontwikkelt. Bij de eerste aanzet van het initiatief werd als een van de meest doorslaggevende redenen gegeven om dit te doen omdat dat verstandig zou zijn dat Midden-Delfland aan tafel kan zitten om op deze manier te voorkomen dat wij op het menu van de landelijke overheid komen te staan. Door deze vinger op te steken zouden we flink wat in de melk te brokkelen krijgen, met name als het zou gaan om de grootte, maar nog belangrijker de samenstelling van de opvang. Mede hierom zijn er door een aantal andere partijen eisen op tafel gelegd. Die randvoorwaarden zouden dienen voor groen licht voor een azc. Er moest wisselgeld op tafel komen. Eisen die toen uitgesproken waren: opvang voor gezinnen, naast gezinnen werkenden, geen alleenstaande minderjarige asielzoekers, kwalitatief goede huizen voor starters, alle kosten voor het COA, geen extra belasting van onze voorzieningen. Nu we een aantal weken en flink wat overleggen van onze burgemeester verder zijn blijkt dat veel van de eisen niet ingewilligd kunnen worden. We zitten inmiddels op een glijdende schaal naar beneden.

Van een asielzoekerscentrum voor gezinnen en werkenden met goede huisvesting voor onze starters naar een asielzoekerscentrum met grotendeels alleenstaande minderjarige volwassenen. Ook wat betreft gewin voor onze starters op de woningmarkt is het allerminst zeker wat dat gaat worden en wat de kosten daarvan zullen zijn voor onze gemeente. We hebben als gemeente hoogstwaarschijnlijk het nakijken, het COA bepaalt bijna alles. We hopen dat andere partijen in deze raad dit ook onder ogen zullen zien en zich tegen het onderzoek zullen gaan keren. Het onderzoek starten is een azc krijgen. Mochten wij desondanks nog willen onderzoeken wat het ons misschien nog op gaat leveren, dan is nu het moment om daar zeer duidelijk over te zijn en wat we daarvoor terug willen, maar vooral ook wat wij niet willen. Hoe duur gaat u uw huid verkopen en waar trekt u een lijn? Wij hebben de lijn al getrokken. Wij zien dat Midden-Delfland al een flinke bijdrage gaat leveren en een extra azc daar bovenop is wat ons betreft veel te veel en gaat in geen enkel wisselgeld wat ons betreft nog veranderen. Tot slot nog een wijze raad aan u allen: beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald. Dank u wel. De voorzitter: U heeft op de valreep nog een aantal interrupties. Mijnheer Roeling is daar niet bij volgens mij. Mevrouw Van ’t Westeinde, CDA, gaat uw gang.

Mevrouw Van ‘t Westeinde: Ja voorzitter, mijn interruptie was eigenlijk iets eerder maar ik dacht ik geef de heer Van der Eijk even de gelegenheid om zijn verhaal af te maken, want hij geeft wel

aan dat we proberen wat in de melk te brokkelen te hebben, maar wat nu als we dat niet zouden doen en de taakstelling afwachten die waarschijnlijk door de VVD-staatssecretaris Eric van der Burg opgelegd gaat worden. Hoe staat de VVD-fractie daarin? De voorzitter: Daar mag u antwoord op geven mijnheer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: In de Tweede Kamer is daar ook over gesproken en daar gaat men ervan uit dat het proportioneel is naar de grootte van de gemeente en wij vinden dit voorstel niet proportioneel. De voorzitter: U heeft nog een vervolgvraag mevrouw Van ’t Westeinde? Mevrouw Van ‘t Westeinde: Dan is het niet proportioneel en op kosten van de gemeente, dan zou u dus wel akkoord gaan met hoe het op dat moment zou komen. Dat begrijp ik dan goed. De voorzitter: Daar mag u nog even antwoord op geven mijnheer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Volgens mij is het geen of-of-keuze voorzitter. De voorzitter: Oké, u had ook een interruptie van de heer Vieira van D66, gaat uw gang. De heer Vieira: Ik wil even inhaken op het begrip ‘proportionaliteit’, passend bij de grootte van de gemeente. Ik snap dat we geen Den Haag, Amsterdam of Rotterdam zijn, maar als we ons… Ik probeer scherp te krijgen wat mijnheer Van der Eijk bedoelt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=3c1db685-43ee-4a25-92b8-40626fd763da