CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

2022 m 08 d 30 Vsl Raad.docx

Gemeenteraad 27 september 2022, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Verslag openbare vergadering d.d. 30 augustus 202214.256 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 30 augustus 2022, 19.30 uur. Voorzitter

: drs. A.P.J. van Hemmen, burgemeester

Griffier

: A. de Vos

Aanwezig : de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA) de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer N.J. Ruiterman (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66), en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig

: mevrouw V. van 't Westeinde (CDA)

Tevens aanwezig: de heer F.J.M. ten Have, mw. M. Oderwald-Ruijsbroek, mevrouw W. Renzenvan Leeuwen, wethouders

1.

Opening van de vergadering

De voorzitter: Van harte welkom bij de eerste vergadering van het nieuwe bestuurlijk seizoen. We hebben dat op het informele vlak met partners al afgelopen vrijdag gedaan. En het is ook leuk om gewoon nu echt aan het werk te gaan. Ben ik iets beter te verstaan? Ik moet ook aan de microfoon wennen constateren we dan maar. Hartelijk welkom, ook de mensen thuis, voor zover ze meekijken of later terugkijken. Fijn dat u meekijkt en meeleest met dat wat ook voor u belangrijk is, door uw volksvertegenwoordigers. We starten weer nadat we in juli zijn geëindigd met een ingelaste vergadering. Dat weet u allemaal nog. Dat betekent dat we geen voorafgaande commissievergadering hebben gehad. Vanaf september a.s. gaan we weer een normale vergadercyclus meemaken. We hebben nog veel werk voor de boeg, zeker omdat we nog een begroting moeten vaststellen en verder de uitvoering van het collegewerkprogramma en wat dan uiteindelijk gaat leiden tot de resultaten die u met elkaar heeft afgesproken. Kortom, we gaan aan de slag.

2.

Spreekrecht voor belangstellenden

De voorzitter: Dan agendapunt 2. We hebben spreekrecht voor belangstellenden. Ik heb geen aanmeldingen voor insprekers. Dus dat betekent dat we naar agendapunt 3 gaan.

3.

Vaststellen van de agenda

De voorzitter: Dat is de vaststelling van de agenda. Gaat u akkoord met de voorgestelde agenda? Ja? De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

4. Voorstel tot het geven van zienswijze op krediet/uitgave t.b.v. voetbalvereniging De voorzitter: Dan komen wij bij agendapunt 4. Dat is het voorstel tot het geven van zienswijze op krediet/uitgave ten behoeve van voetbalvereniging. Er staat portefeuillehouder Ten Have, maar het is wethouder Renzen die het woord zal voeren. Even voor de mensen thuis, het college heeft een voornemen om een lening met SV Den Hoorn af te sluiten voor het realiseren van een extra kunstgrasveld. Op grond van de Financiële Verordening, artikel 7 daarvan, wordt de raad de mogelijkheid geboden om zijn zienswijze kenbaar te maken over voorgenomen collegebesluiten die een bedrag van € 500.000,00 te boven gaan. En daar is hier sprake van. Het collegevoorstel is per brief aan de raad voorgelegd met een reactietermijn. De fracties van Mijn Partij, OGP en ChristenUnie achten dat dit een zaak is die de raad in fysieke aanwezigheid met elkaar zal moeten behandelen om dusdoende een inhoudelijke reactie te geven. En derhalve is dit collegevoorstel geagendeerd. Ik weet dat er technische vragen zijn gesteld door de fracties van OGP en Mijn Partij.

Ik neem even aan dat iedereen daar kennis van heeft kunnen nemen en dan kunnen we naar de inhoudelijke behandeling ervan. Dan wil ik graag vragen wie het woord wenst te voeren. Ik zie de heer Roeling, de heer Van Rijs, mevrouw Koppert, de heer Van der Eijk, de heer Vieira en de heer Ringeling. Het lijkt me goed dat we als eerste beginnen bij de fracties van Mijn Partij, OGP en ChristenUnie omdat zij de agendering hebben aangevraagd. Dan wil ik graag beginnen bij de heer Roeling. Mijnheer Roeling heeft het woord. De heer Roeling: Dank u wel voorzitter. Eerst een paar vragen en opmerkingen over het proces. U gaf het al aan. We kregen in de zomervakantie een brief van het college, vijf dagen nadat we als raad bijeen waren met de mededeling: als jullie nu even voor 10 augustus a.s. reageren dan kunnen we als college verder. Waarop ik ook tegen de wethouder zei: volgens mij hebben we vijf dagen geleden als raad nog bij elkaar gezeten. Het lijkt me een goed moment om het dan te hebben besproken. Het proces loopt al enige tijd. Voorzitter, u zei het ook al, we komen de naam Ten Have tegen, maar het is eigenlijk mevrouw Renzen die portefeuillehouder is. Ik heb hier ook mailverkeer tussen S.V. Den Hoorn en de heer Ten Have, waarin Den Hoorn al de noodklok luidt. Dat is van mei jl.

Het was al vrij lang binnen het college bekend om dit dan op een fatsoenlijke manier, namelijk commissiebehandeling, raadsbehandeling, op die wijze, af te doen. Dat is niet gebeurd. Er zal ongetwijfeld geen opzet achter zitten. Laten we daarvan uitgaan. Maar ik wil dat wel even gememoreerd hebben. De lening. Wat we zien is dat de argumenten vanuit de vereniging zijn: dit is om de jeugd te kunnen laten sporten. We zijn het ook eens met de club als er staat: de kinderen uit MiddenDelfland. Ik kom daar later nog op terug. Verder geeft de vereniging aan dat zij de ambitie heeft uitgesproken, we denken een gezonde ambitie, om op een zo hoog mogelijk niveau te kunnen voetballen. Prima. Maar dan rijst bij ons wel de vraag: moeten wij dat als gemeente financieren? Moeten wij meewerken aan de sportieve ambities van een vereniging? Maatschappelijk ja, sportief denken wij dat het vooral een kwestie is van de club. Wij wensen hen daar alle succes bij. Een vraag die door OGP is gesteld. Het gaat over het aantal leden dat uit Den Hoorn komt en van buiten Den Hoorn. Ik zag die vraag voorbijkomen. We hebben grote twijfels bij het antwoord. Nu heb ik toevallig een schitterend magazine liggen: S.V. Den Hoorn, 60-jaar bestaan. Al snel komen we dan op pagina 4 uit en dat is S.V. Den Hoorn in cijfers en feiten.

Het is van tien jaar geleden, maar in tien jaar is er veel gebeurd, maar daar kom ik straks op. Op dat moment, waar wonen onze leden, daar staat duidelijk bij: Den Hoorn 49%, Delft 42% en dan hebben we nog een beetje overig zoals Rijswijk, Den Haag en jawel, je gelooft het niet, Schipluiden, wat op zich wel moedig is van mensen uit Schipluiden die bij S.V. Den Hoorn gaan voetballen. Maar dat is een hele andere discussie. Voorzitter, wij zijn er zeker van, op dat moment speelden ze al enkele jaren op een nieuw complex, dat in de afgelopen tien jaar het aandeel inwoners uit Den Hoorn nog verder is afgenomen. Een leuk magazine voorzitter. Ook blijkt uit de beantwoording dat er al leningen lopen. Als we dan deze lening erbij optellen dan gaan we over het miljoen. Veel vragen komen er in ieder geval niet uit het voorstel of uit de motivatie van de vereniging. Zoals, een kunstgrasveld gaat tien tot vijftien jaar mee. Maar er wordt gesproken over een lening van dertig jaar. Hoe wordt dat in het vat gegoten? Hoe zit het met het normale, klein en groot onderhoud. De keuringen die moeten worden verricht. Niet alleen voor het veld waar we nu over spreken, maar dat zal dan voor die andere twee kunstgrasvelden ook gelden. De voorzitter: Mijnheer Roeling, even een checkvraag. De bedoeling is dat u als raad een zienswijze gaat geven. U stelt nu een aantal technische vragen.

Ik wil daar op voorhand niet heel erg moeilijk over doen, maar dan wil ik wel het beeld hebben dat u het wel in uw tweede termijn meeneemt in uw uiteindelijke zienswijze. Heb ik u dan goed begrepen? Is dat de bedoeling van de vragen die u stelt? Ik wil even voorkomen dat we een debat gaan krijgen. De heer Roeling: Nee, wij hoeven geen antwoord op de vragen. Want wij hebben die vragen feitelijk zelf al beantwoord. Anders zouden we natuurlijk technische vragen aan het college stellen. Het zijn typisch technische vragen natuurlijk. De voorzitter: Dat klopt. Ik hoor ze ook geformuleerd als technische vragen. Het was me niet duidelijk of u een antwoord wenste, maar ik begrijp dat daar geen antwoord op hoeft. Dat is voor het college goed om te weten. Gaat u verder.

De heer Roeling: Dank u wel. Dus wij hebben bedenkingen over de lening an sich en de lopende leningen. Daarnaast ook het moment van de aanvraag. Wij vinden dit bedrag fors, kijkend naar wat ons nog te wachten staat als gemeente. Ja, de jeugd van S.V. Den Hoorn kan volop bewegen en spelen en wat dies meer zij. Maar we zitten wel voorafgaand aan een periode waarin het natuurlijk met deze hoge inflatie, energieprijzen die door het plafond gaan, maar zeer de vraag is hoe wij daar, niet alleen onze inwoners, maar ook hoe wij daar als gemeente uitkomen de komende jaren. Dus wij vinden de lening an sich dan niet gepast. Vandaar dat wij het college hebben gevraagd met een alternatief te komen. Zet bijvoorbeeld een garantiestelling af tegen de lening waar om wordt gevraagd. Ze zijn gewoon te beroerd om daar antwoord op te geven. Dat is voor ons ook een belangrijke reden om te denken dat als het college niet zo geïnteresseerd is in onze opvattingen, meningen en vragen, waarom zouden we er dan verder nog moeite aan besteden. Voorzitter, ik wil afsluiten met een oproep aan de leden van S.V. Den Hoorn. We begrijpen dat er morgenavond een algemene ledenvergadering is. Overmorgen, wordt me ingefluisterd. We roepen de leden op zich af te vragen of deze lening, de ambities, nog meer leden, bijdraagt aan de clubcultuur en het dorpse karakter. Omdat we wel zien dat het dan wel achteruitholt.

Het is uiteindelijk aan de leden zelf of ze er mee instemmen of niet. Ik denk dat het heel belangrijk is, zoals wij de club kennen, van vroeger en van nu, dat als je het wilt bewaren, moet je jezelf ernstig afvragen of deze investering daartoe bijdraagt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Roeling. Dan gaan we naar mevrouw Koppert. Mevrouw Koppert: Allereerst excuses voor mijn stem. Ik ben wat slecht bij stem, dan klinkt het wat anders dan normaal. Dank voorzitter. Best college, beste wethouder Renzen. Genoeg is genoeg. Willen wij als gemeenteraad een lening van € 726.000,00 verstrekken aan een vereniging die al eerder een krediet van de gemeente heeft gekregen voor een kunstgrasveld. Een vereniging die al een mooi clubgebouw heeft met mooie velden eromheen. Alvorens in te gaan op de inhoud en wat we hier als OGP-fractie van vinden, wil ik eerst stilstaan bij het proces. Fijn dat we vandaag, 30 augustus, alsnog kunnen stilstaan bij de gevraagde lening voor S.V. Den Hoorn. Even leek het erop dat u, als college, de raad en zijn leden niet serieus nam door het starten van een spoedprocedure, midden in het zomerreces, om een zienswijze kenbaar te maken. Goed dat u als college meegegaan bent met het verzoek van de ChristenUnie, Mijn Partij en OGP om dit punt te agenderen tijdens de raadsvergadering. Dan verder met de inhoud. Zoals eerder genoemd vraagt S.V.

Den Hoorn een lening van € 726.000,00, ruim € 550,00 per lid, aan om een kunstgrasveld mogelijk te maken. Dit kunstgrasveld is noodzakelijk, aldus S.V. Den Hoorn, om verdere groei van de vereniging naar een hoger niveau mogelijk te maken. Wat vinden wij als OGP van deze lening? In bijgevoegde stukken ontbreekt het Financieel Jaarverslag 2021. Dat komt overmorgen na de jaarvergadering. Onze vraag aan de wethouder: is de vereniging financieel gezond genoeg om deze lening te kunnen aflossen? En kan de wethouder onderbouwen waaruit deze financiële gezondheid blijkt? Daarnaast en daar gaan we mee met Mijn Partij, als je een lening van dertig jaar nodig hebt om af te betalen en een kunstgrasveld heeft een technische levensduur van vijftien jaar, hoe rijmt dat met elkaar? Ik koop ook geen auto met een aflossingstermijn van twee keer zo lang als de levensduur van de auto. Daarnaast hebben wij als OGP de vraag aan de wethouder of zij kan aangeven wat de criteria zijn waarmee we als gemeente krediet verstrekken aan een vereniging. Wat bepaalt wanneer een vereniging een lening kan krijgen van de gemeente? Zodat er geen sprake is van willekeur voor nu en in de toekomst. Welke kengetallen zijn bepalend waarop wij als gemeente krediet willen verstrekken? Het moet immers als college en als raad uit te leggen zijn waarom je de ene vereniging wel helpt en een andere vereniging niet.

Natuurlijk vinden wij het als OGP belangrijk dat iedereen kan sporten. Jong en oud. Echter, kijkend naar deze lening gaat het niet om het sporten voor iedereen maar om de groeiambitie van een voetbalvereniging mogelijk te maken. Om invulling te geven aan deze groeiambities zijn er, wat OGP betreft, andere manieren om aan geld te komen. Denk aan fondsenwerving, sponsoring en crowdfunding. Daarmee kom ik terug op de eerste zin van mijn betoog: genoeg is genoeg en steunen wij het geven van het krediet niet. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Ringeling. U heeft het woord.

De heer Ringeling: Dank u wel. Over het proces is al het een en ander gezegd. Dat ga ik niet herhalen. Het is volgens mij een ongelukkige samenloop van omstandigheden dat de aanvraag kort voor het nieuwe college is gestart... Het college is volgens mij net aan het begin van de zomervakantie geïnstalleerd. Dus ja, op zich snap ik het wel. Ik denk dat het goed is dat we dit hier nu bespreken. Over de inhoud kan ik kort zijn. Wij gaan geen zienswijze indienen. Wij steunen het voorstel. En de belangrijkste reden daarvoor is de grote maatschappelijke meerwaarde van S.V. Den Hoorn in de eerste plaats maar ook voor de rest van Midden-Delfland. Ik denk dat we dit soort verenigingen, zoals S.V. Den Hoorn, maar ook MVV en andere, moeten koesteren en ondersteunen. Daar heb ik ook vaak in de afgelopen raadsperiode vaak op gewezen en om gevraagd. Ik steun dit voorstel omdat dit een grote maatschappelijke meerwaarde heeft. Ik zie volgens mij een interruptie voorzitter. De voorzitter: Sorry, ik zat even niet op te letten. Mevrouw Koppert, u heeft een interruptie. Gaat uw gang. Mevrouw Koppert: Kan mijnheer Ringeling aangeven wat hij verstaat onder grote maatschappelijke waarde als we het hebben over een kunstgrasveld? De voorzitter: Mijnheer Ringeling.

De heer Ringeling: De grote maatschappelijke meerwaarde zit in de verenigingen, als de vereniging een onderbouwd voorstel heeft waarbij ze aangeeft gedoseerd te kunnen groeien en een nog grotere meerwaarde te kunnen hebben voor de lokale samenleving, maar ook voor mensen die in de buurt wonen. Even voor de duidelijkheid, ik hoor de voorgaande twee sprekers praten over hoeveel Delftse en Den Hoornse inwoners er zijn, maar voor ons is de verhouding niet het belangrijkste criterium. Waardoor je meer mensen kunt laten trainen, sporten, bezig kan houden. Dat is voor ons een grote meerwaarde. De voorzitter: Dit was uw bijdrage? Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Van Rijs. De heer Van Rijs: Dank u wel voorzitter. Initiatieven die sporten aanmoedigen, hier in onze gemeente, juicht het CDA van harte toe. In dit geval gaat het om een upgrade van de bestaande situatie die bovendien meer sporters gaat aantrekken. Het voorgestelde kredietmodel om de investering te bekostigen betreft een lening van de gemeente, waarbij de gemeente de rente doorberekent aan S.V. Den Hoorn. De gemeente legt er dus geen geld op toe. Al met al is het financiële risico voor de gemeente nihil. Het CDA vindt het ook belangrijk dat er geen verdere vertraging optreedt, zodat er direct met de aanleg kan worden begonnen. We ondersteunen daarom het voorstel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van Rijs.

Dan gaan we naar de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Dank u wel voorzitter. Het gaat hier over de lening aan S.V. Den Hoorn en over het proces. Daarbij wil ik ook een opmerking maken. Het is al eens eerder voorgekomen dat er een financiële transactie was, groter dan € 500.000,00, een beetje halverwege het reces, waarbij de raad ook per brief is geïnformeerd en waarbij ook zienswijzen konden worden ingediend. Die brief is op 7 juli 2016 verstuurd. Dat gezegd hebbende, de VVD steunt graag verenigingen in onze gemeente. Verenigingen die bijdragen aan een sportief en gezond MiddenDelfland. Daarom wensen wij S.V. Den Hoorn veel succes en heel veel speelplezier op het nieuwe kunstgrasveld. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan mijnheer Vieira. De heer Vieira: Dank u wel voorzitter. Over het proces is al veel gezegd. Ik denk inderdaad dat ik bij collega’s kan aansluiten dat de timing natuurlijk ongelukkig uitpakt, maar dat daar ook omstandigheden voor zijn. Ik denk dat we snel naar de inhoud moeten gaan. Ik kan me voorstellen dat op het moment dat je in de zomer als gemeenteraad een bedrag van meer dan € 500.000,00 ziet, je ontzettend schrikt en denkt: het duurt heel lang voordat we weer bij elkaar zijn. Op het moment dat je toch naar de levensduur van zo een grasmat kijkt, mevrouw Koppert refereerde aan

vijftien jaar, er zijn ook situaties dat ze twintig jaar liggen en je telt het aantal leden dat de vereniging heeft en je deelt dat over de jaren, dan heb je het misschien over € 25,00 per lid per jaar. Terwijl de meeste leden van de vereniging zo een € 200,00 tot € 300,00 per jaar betalen. Op het moment dat je op die manier naar de som kijkt, valt het mee. Wat krijg je er voor terug? Even los van dat het een deel van het lidmaatschap is. Het grootste deel bestaat uit jeugdteams. Ongeveer 45 teams zijn kinderen van twaalf jaar of jonger. En ook teams met meisjes, die ze aanvankelijk niet hadden. Dus dat draagt echt bij aan een cultuur en niet alleen door presteren, want deze club heeft zes beleidslijnen. Er wordt aangekaart dat het gaat over prestatie, maar deze club heeft het ook over plezier, betrokkenheid, respect en tolerantie. Dat is iets dat ze als vereniging willen meegeven. Op het moment dat je dit veld beschikbaar stelt kun je die teams faciliteren. Omdat we uiteindelijk, omdat de gemeente ook geen risico loopt, de jeugd en de gemeente helpen stemmen we hiermee in. De voorzitter: Dank u wel. Ik heb geconstateerd dat er een aantal vragen gesteld zijn, een aantal technische ook. De wethouder moet maar even kijken hoe ze daar mee om wenst te gaan.

Technische vragen op zichzelf hoeven niet te worden beantwoord, maar ik heb de indruk dat een aantal technische vragen ook een politiek accent had. Een aantal van u heeft een duidelijke zienswijze gegeven. Ik wil graag wethouder Renzen het woord geven. Gaat uw gang. Wethouder Renzen: Ja, dank u wel voorzitter. Allereest wil ik toch ook nog wel even een opmerking maken over het proces. Voorzitter, ik kan de OGP, Mijn Partij en ChristenUnie daar wel in volgen. Het is voor mij ook reces geweest. Nog eens even alles overdenkend denk ik dat het zuiverder is om nu bijeen in de raad de zienswijze te verwoorden. Ik ben blij dat we hier met elkaar zijn, in een raadsvergadering en dat u hier met elkaar die zienswijze kunt geven. Er zijn inderdaad een paar technische vragen gesteld door OGP. Het belangrijkste is wel: is de vereniging nu financieel gezond? De financiële onderbouwing kan ik nu niet geven. Dat is echt technisch, dat had ik dan van tevoren moeten voorbereiden. Maar we hebben hier natuurlijk wel over gesproken en er met de vereniging bij de aanvraag voor het kunstgrasveld naar gekeken. Wij hebben daar geconstateerd dat we de vereniging financieel gezond achten om de lening aan te gaan voor een tweede kunstgrasveld. Als college wijzen we u als raad natuurlijk wel op het feit dat je altijd enig financieel risico loopt.

We kunnen geen 100% garantie afgeven dat een vereniging, om welke reden ook, in financieel zwaar weer komt. Vandaar de kanttekening. Maar het is niet zo dat wij signalen hebben dat de vereniging niet financieel gezond zou zijn. Sterker nog, naar ons idee hebben we het hier over een financieel gezonde en bruisende vereniging met heel veel sterke vrijwilligers die zich echt met hart en ziel inzetten voor deze mooie voetbalvereniging. Ja, er trainen en voetballen ook inwoners uit Delft. Maar als je kijkt naar de jeugdteams, dan komen ze voor het grootste gedeelte gewoon uit onze eigen gemeente. Als gemeente koesteren we dat. Als college vinden we het heel belangrijk dat we goede, stevige en bruisende verenigingen hebben met goede accommodaties. Wij denken zeker straks weer richting het najaar. Dan is het toch mooi, zeker ook na de coronatijd, wanneer al die teams komen trainen, wanneer ze wedstrijden komen spelen, dat je gewoon nooit meer vlak van tevoren een veld hoeft af te keuren, in ieder geval minder snel. Maar dat je gewoon minder risico loopt dat je training of je wedstrijd niet kan doorgaan. Dat je gewoon lekker in het najaar, in de winter met elkaar een potje kunt voetballen op recreatief op of hoog niveau.

En dat we als gemeente daar een faciliterende bijdrage in leveren door gewoon die lening te willen verstrekken die ze via een huurconstructie gewoon aan ons terugbetalen. Tot zover voorzitter. De voorzitter: Dank u wel wethouder. Ik kijk even rond of er behoefte is aan een tweede termijn en anders wil ik het voorstel graag in stemming brengen. Is er behoefte aan een tweede termijn naar aanleiding van de beantwoording en de beraadslaging in de eerste termijn? Mevrouw Koppert, gaat uw gang. Mevrouw Koppert: Wethouder, dank u voor uw antwoorden. Ik heb ook vragen gesteld ten aanzien van criteria. Wanneer geven we wel een vereniging een lening en wanneer niet? U zegt het is spannend, enthousiast, er worden geen wedstrijden afgekeurd. Maar volgens mij is dat geen criterium op grond waarvan je een lening wel of niet toekent. Want dan kan iedere vereniging komen met: wij willen ook geen wedstrijden afkeuren, dus ik stel voor dat we ook een

kunstgrasveld mogen. Zou u iets meer kunnen expliciteren wat maakt dat criteria zijn wanneer je wel of niet een lening van de gemeente kunt krijgen? De voorzitter: Heeft er verder nog iemand behoefte aan een tweede termijn? Nee. Dan wil ik graag de wethouder de mogelijkheid geven om nog even de vragen uit de eerste termijn te beantwoorden. Gaat uw gang. Wethouder Renzen: Ja voorzitter, dank u wel. Ik denk dat ik net niet helemaal duidelijk ben geweest. Ik heb antwoord gegeven in hoeverre wij hebben onderzocht en wat ik nu paraat heb en wat ik kan zeggen over de financiële gezondheid van de vereniging. Maar ik heb hier echt geen beleid of kengetallen en dergelijke. Dat is echt technisch, die zouden van tevoren moeten worden gesteld. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koppert, u heeft een antwoord. Is dat voldoende voor de tweede termijn? Prima. Dan wil ik graag voorstellen om het voorstel in stemming te brengen. Ik weet niet wat u gewend bent, maar ik vind het altijd leuk als mensen hun hand opsteken als ze voor zijn. Wie is voor het voorliggende voorstel? Dat zijn de fracties van de ChristenUnie, D66, VVD en CDA. Met 9 stemmen is het voorstel aangenomen. Daarmee feliciteer ik de voetbalvereniging die verder kan het de mooie dingen die ze doen en hun ambities, want hiermee gaat het college natuurlijk verder. Dank u wel.

Het voorstel wordt aangenomen met stemmen tegen van de fracties van Mijn Partij en OGP Midden-Delfland.

5.

Uitgangspunten Begroting 2023-2027

De voorzitter: We gaan naar agendapunt 5. Dat is de prognosebrief Begroting 2023-2026. Met de kaderbrief kan de raad het college input geven ten behoeve van het opstellen van de begroting van 2023. Ik wil graag weten wie daarover het woord wenst te voeren. Dan kijk ik naar de heer Gebben, de heer Jongsma, de heer Van Rijs, de heer Roeling en de heer Scholtes. Dan begin ik bij de heer Gebben, gaat uw gang. De heer Gebben: Ja, dank u wel mijnheer de voorzitter. Dank ook aan het college voor de heldere en overzichtelijke prognosebrief. Het belangrijkste uitgangspunt, dat geeft het zelf ook aan, is dat de begroting natuurlijk structureel sluitend blijft. Dat lijkt de VVD, gezien de huidige situatie van de economie en de wereld, de komende jaren best een stevige uitdaging aan het worden. Het is moeilijk in te schatten wat de ontwikkeling van de energieprijs zal zijn, van de inflatie, van het prijspeil in zijn algemeenheid en de loonontwikkeling. Het lijkt ons heel slecht in te schatten. Dus enige terughoudendheid met betrekking tot extra uitgaven lijkt de VVD verstandig. De keuze voor scenario 1, waarin geen sprake is van financiële tekorten en waarbij beperkte ruimte is voor intensivering van bestaand beleid lijkt ons een voor de hand liggende keuze in dit geval. Ook de uitgangspunten die het college gebruikt liggen eigenlijk al voor de hand.

Gewoon voortzetting van bestaand beleid, inclusief de zeven verbetersporen. Dat is iets dat wij graag zien. Ook het niet structureel inzetten van de algemene reserve, om de begroting sluitend te krijgen, is natuurlijk voor de gemeente op lange termijn een positief uitgangspunt. Ook pas inzetten op nieuw beleid en intensivering van bestaand beleid als er structurele financiële dekking voor is, is natuurlijk een uitermate gezond uitgangspunt. Mocht er de komende jaren toch financiële ruimte zijn, dan geeft het college aan dat deze ruimte eigenlijk hoogstens incidenteel en eenmalig kan worden benut. De VVD ziet graag dat we deze uitgaven eventueel doen aan investeringen die op de lange termijn onze structurele positie zouden verbeteren. De algehele tendens in de prognosebrief over het Gemeentefonds en het daaruit voortvloeiende accres zien we toch wel een klein beetje als een winstwaarschuwing. De kans lijkt vrij groot te zijn dat wij op termijn uit het Gemeentefonds minder geld zullen krijgen en het lijkt ons dan ook verstandig als raad daar rekening mee te houden. Afrondend, een heldere en duidelijke prognosebrief waarin goede en verstandige uitgangspunten voor de komende begroting staan. We zijn benieuwd naar eventuele financiële ruimte en we wachten de beloofde voorstellen daarover rustig af. Dank u wel mijnheer de voorzitter.

De voorzitter: Dank u wel mijnheer Gebben. Dan gaan we naar de heer Jongsma. Gaat uw gang. De heer Jongsma: Dank u wel voorzitter. Met dank ook aan de heer Gebben die al kort heeft samengevat wat wij ook wel een beetje vinden van deze kadernota, die dan eigenlijk geen kadernota is, maar een raadsinformatiebrief. Er staat een aantal zaken in, inderdaad, als je het hebt over kader, dat er dan wel of niet is. Ik lees dat er rekening wordt gehouden met 2,5% loonsverhoging, 2,4% prijsontwikkeling, ozb 3%. Dat is leuk, dat is een kader. Maar goed, verder lees ik nog niet zo heel veel. Ik hoor altijd van de wethouder dat dit niet kan, want we kunnen niet echt een kadernota maken. Maar ik zie toch heel veel andere gemeenten dat ook doen. Ik dacht, ik struin daar eens wat doorheen. Misschien doe ik nog wat ideetjes op. Gelukkig heb ik wel wat ideetjes opgedaan. Dan kom ik toch even bij de vraag die ik ook wel heb aan mijn collegaraadsleden. Is dit nu eigenlijk wat we verwachten? Ik vind het een vrij algemeen verhaal, hoog over. Op een gegeven moment gaat het wel iets concreet worden. Maar op het moment dat ik lees dat bijvoorbeeld sommige beleidsnota’s er nog niet zijn, ik noem de nota die met name gaat over het Beheerplan Wegen. Daar staat expliciet in het stuk: de raad moet zich eerst eens uitspreken over het niveau dat hij wenst voor onderhoud. Dat komt pas in het najaar.

Dan denk ik: als we nu iets eerder met dit soort beleidsnota’s komen, dan kun je van de raad alvast horen op welk niveau hij wil insteken, dan kun je alvast wel iets meer doen voor de begroting. Nu lijkt het, een lang verhaal kort, dat wij wellicht at the end wat overhouden, dat is mooi. Daar gaan we dan nog wat beleid mee intensiveren. En daarmee gaan we misschien wat nieuw beleid ontwikkelen. Dat klinkt heel mooi. Maar wat ik mis in dit verhaal is bijvoorbeeld dat er helemaal niet wordt gesproken over wat er allemaal in de wereld gebeurt. Hebben we straks nog wel geld. Want ik zie heel veel mensen moeilijk de eindjes aan elkaar knopen. Ik zie energie die extreem duur wordt. Dat geldt niet alleen voor onze inwoners, dat geldt ook voor zo een pand als dit. In hoeverre wordt daar nu al over nagedacht? Wat betekent het? Dat mis ik een beetje in dit stuk. Ik had daar toch wel iets meer van verwacht. Er staat een aantal leuke dingen in. Een voorstel van bestaand beleid, daar kunnen we ons wel in vinden. Maar er staat ook een aantal zaken in waarvan ik denk: dat had wel iets scherper gekund. Met name de percentages waarmee wordt gerekend. Ik vind ze aan de magere kant met 2,5%. Ik lees bij de meeste gewoon 3% of hoger. Dat is alweer een leuk beeld schetsen met straks een mooi potje. Maar op het moment dat het erop aankomt valt alles tegen en dan hebben we gewoon een tekort.

Mijn vraag is of dit soort effecten van invloed is op de begroting. Of is daar niets over te zeggen? Ik hoop dat de wethouder toch daar nog iets meer duidelijkheid over kan geven. Of in ieder geval kan laten zien dat er wel rekening mee is gehouden. Ik lees dat op dit moment niet echt terug uit deze kadernota. De voorzitter: De heer Gebben heeft een interruptie. Mijnheer Gebben. De heer Gebben: Ja, dank u wel voorzitter. Op zich een goed punt van de heer Jongsma. U ziet ook dat de brief op 28 juni jl. is geschreven. Er is in die tijd best veel veranderd. We zitten hier om met voorstellen te komen hoe het eventueel anders zou moeten. U verwacht tegenvallers. Kunt u ook aangeven wat u anders zou willen in de aankomende begroting? De voorzitter: Mijnheer Jongsma in uw reactie, ook de heer Gebben, in het vervolg graag wel via de voorzitter praten, anders lopen we het risico dat het debat kan ontsporen. Ik ben er altijd heel streng op. Dat zijn eigenaardigheden die ik heb. Mijnheer Jongsma gaat uw gang. De heer Jongsma: Dank u wel voorzitter. Via u naar mijnheer Gebben, ik geef al een paar zaken aan waarvan ik denk 'ga nu niet met een te laag percentage zitten'. Je ziet op alle fronten al dat het allemaal veel duurder wordt. Een percentage van 2,5% loonsverhoging of 1% loonsverhoging voor de ambtenaren. Dat is gewoon niet realistisch, dat zie je nu al aankomen.

Je maakt het plan op voorhand op dit moment veel leuker dan dat het is. Ik zou op die punten willen voorstellen de percentages op te schroeven. Daarnaast zou ik ook met klem willen vragen om voorrang te geven aan een aantal beleidsplannen. Onderhoudsplannen voor wegen, groenplan. Hoe eerder we die plannen hebben, hoe eerder we ook inderdaad concreet kunnen aangeven wat we wel en niet willen. Dat geeft dan ook het kader waar je een goede begroting mee kunt maken. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Van Rijs.

De heer Van Rijs: Dank u wel voorzitter. Dank toch aan het college voor het sturen van deze brief. We hebben veel discussies gehad de afgelopen maanden over de prognosebrief, de kaderbrief, of hoe we het dan ook moeten noemen. Wat het CDA betreft voldoet de prognosebrief aan de wensen die we eerder hebben geuit en ook aan de discussie die we de afgelopen maanden hebben gehad. Het is wat ons betreft ook een goede opvolging van het debat dat we in de laatste vergadering hebben gehad. In de bijlage staan de cijfers. Bedankt voor de bijlage college. Het is altijd een best guess op dit moment. Maar we zien nu al: wat is dit moment. En dit moment is misschien alweer anders dan vorig moment in juni jl. waarin het is geschreven. Wij hebben om zo een prognosebrief gevraagd. Dat betekent dat die cijfers op dat moment daar dan staan. Op dit moment zijn de cijfers een best guess. Het college heeft aangegeven dat in scenario 1, dat het voorgestelde scenario is, ruimte is voor extra uitgaven van grofweg € 500.000,00. We weten niet wat de toekomst gaat doen, maar dat is het dan. Ik ben blij dat het college ons dat heeft aangegeven en dat aan de raad heeft aangegeven. Het is nu aan ons, aan de raad, de keuze te maken, hoe we dat gaan invullen. Wat het CDA betreft pakken we dat dan graag met elkaar op. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Roeling.

De heer Roeling: Dank u wel voorzitter. Dit schrijven is al twee maanden oud. Ja, ik ben het met de andere sprekers eens, dit had best geactualiseerd mogen worden. Het is natuurlijk een bijzondere zomer geweest waarin veel is gebeurd en veranderd. Met name het perspectief. Niet alleen voor onze inwoners, maar ook voor de gemeente. Ja, ik ben het met de heer Jongsma eens dat de prijsontwikkeling aan de te lage kant is. Dat zie je nu al. Daarom zeg ik: deze brief is twee maanden oud. Maar je moet daarbij natuurlijk ook denken aan onze inwoners, zijn onze inwoners nog wel in staat om de gemeentelijke belastingen te betalen? Wat gebeurt er met onze legesinkomsten? Als mensen een onzeker perspectief hebben, gaan ze dan nog wel bouwen? Hoe zit het met de grotere bouwprojecten waar we natuurlijk ook leges voor ontvangen. Worden deze opgeschort? Er zijn veel vragen over onze gemeentelijke begroting. Nog los van het sociaalmaatschappelijke aspect waar we als gemeente ook mee te maken hebben. Daar wordt geen woord aan gewijd. Dit is gewoon een brief van: wij denken in dit gemeentehuis, op basis van cijfertjes vanuit de rijksoverheid, hoe het gaat gebeuren. Ik kom wel ICT tegen, ik kom wel elementen tegen over personeelskosten en de ambtelijke organisatie. Prima. Maar we hebben ook nog een keer iets buiten dit gemeentehuis dat op springen staat.

Daar wordt werkelijk geen woord aan gewijd voorzitter. Dat vinden wij teleurstellend en zorgelijk. Alsof we niet verder komen dan dit gemeentehuis. We zitten hier voor een bepaalde groep, dat zijn onze inwoners. Die gaan het verdomd lastig krijgen de komende jaren. Daar had deze brief, althans de verbeterde versie, van half augustus jl. op moeten inspelen. Dat is niet gebeurd. We kunnen alleen nog maar vragen of het college in staat is om het in september a.s. wel voor elkaar te krijgen zodat we dan een meer realistische begroting kunnen behandelen die is gebaseerd op de situatie van nu en niet van ik weet niet hoe lang geleden. Is het college daartoe in staat? De voorzitter: Mijnheer Gebben heeft een interruptie mijnheer Roeling. Mijnheer Gebben, gaat uw gang. De heer Gebben: Ja, dank u wel mijnheer de voorzitter. Ik zou graag aan de heer Roeling willen vragen hoe hij dit voor zich ziet. Want in september a.s. is de wereld niet tot rust gekomen denk ik. Op dat moment blijft het ook gewoon een educated guess, hoe hoog de ontwikkelingen van prijzen en lonen zouden zijn. Dus hoe moet deze gemeente het zo in een vat gieten dat er een reëel getal uitkomt? Dat blijft voor iedereen een beetje koffiedik kijken. Als u daar een goed voorstel voor heeft dan hoor ik het graag. De voorzitter: Mijnheer Roeling, de voorspelbaarheid. Gaat uw gang.

De heer Roeling: Ja, ik pak even de glazen bol erbij. De voorzitter: Dat maakt u ook een tovenaar, daar moeten we mee uitkijken. De heer Roeling: Tita, ik laat het maar even. We moeten toe naar meer realistische cijfers. Ik heb niet gezegd realistisch. Nee, meer realistische cijfers. Die van twee maanden geleden zijn gewoon

niet realistisch op dit moment. Ja, daar zit altijd een onzekere factor in, maar dat kun je ook meenemen. Daar kun je een onderkant en een bovenkant aangeven. Maar dit is gebaseerd op prijsontwikkeling, loonindexatie vanuit het rijk. Nou, daar hebben we ook al niet zo een hoge pet van op. Dus laten we in ieder geval als gemeente Midden-Delfland zorgen dat we een wat meer realistisch beeld aan onze inwoners voorleggen. Dat lijkt me een redelijk antwoord voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Roeling. Dan gaan we tot slot naar de heer Scholtes. Gaat uw gang. De heer Scholtes: Dank u wel voorzitter. Veel is al gezegd en ik kan deels aansluiten bij de OGP en deels aansluiten bij Mijn Partij. Wij als D66 maken ons ook wel degelijk zorgen om deze begroting en om de cijfers die erin staan. Veel is al gezegd en ik zal proberen niet in herhaling te treden. Ik zal wel de vraag van de heer Jongsma nog proberen te beantwoorden. Die stelde: is dit nu de kadernota zoals wij deze hadden verwacht? Medeondertekend de motie van 12 november 2019, dit is niet hoe wij het voor ogen hadden op dat moment. In 2018 zijn we als gemeente gigantisch gekort in het budget dat we hebben. Dat heeft geleid tot een behoorlijke bezuinigingsklap die we moesten maken, met keuzes die we moesten maken en die in de begroting voor ons zijn gemaakt.

Als gemeenteraad hebben wij er in onze beleving nagenoeg geen invloed op gehad. Mede daardoor is deze motie in het leven geroepen, waarin wij een kaderbrief willen, waarin wij voordat de begroting wordt opgesteld kaders willen stellen om met die kaders in het zomerreces een begroting te kunnen maken. Dus dat geeft antwoord op de vraag van mijnheer Jongsma. Dat is hoe wij het zien en volgens mij, vanuit die gedachte, is de kadernota aangevraagd. We zijn als gemeenteraad nooit echt aan een kadernota toegekomen. In 2019 hebben we de motie ingediend, deze is aangenomen. De opdracht is aan het college gegeven. In 2020 en 2021 werden we gewoon getroffen door corona en is eigenlijk heel onze vergaderstructuur met een hooivork ondersteboven gegooid. Dat heeft er eigenlijk toe geleid dat die kadernota nooit echt heel lekker van de grond is gekomen. Dit zou het eerste jaar zijn dat wij met een kadernota aan het werk zouden kunnen gaan en dat we zouden kunnen zeggen voor het zomerreces, waarvan we inderdaad nu wel weten: is het moment vlak voor het zomerreces ideaal of zouden we het anders moeten inrichten. Is dat niet beter? Ik zou heel graag... De voorzitter: Ik heb een interruptie voor u mijnheer Scholtes. De heer Zwaard, gaat uw gang. De heer Zwaard: Voorzitter, dank u wel. Ik hoor u zeggen: wij willen een andere kaderbrief hebben. Hoe die eruit moet zien zegt u niet.

Als ik het begrijp wilt u hem eerder in de zomer hebben. Ik hoor mijn buurman links zojuist zeggen dat de cijfers nu weinig actueel zijn. Deze is uit juni/juli jl. Stel dat deze ergens in mei komt, dan is de meicirculaire nog niet bekend binnen het gemeentelijk apparaat. Dus dan krijgt u een verhaal dat nog minder duidelijk is dan het verhaal dat we nu hebben. Is dat wat u voor ogen heeft? De voorzitter: De heer Scholtes. De heer Scholtes: Dank voor de vraag. Ja, ik was nog niet zover in mijn betoog aangekomen, maar het had er later wel enigszins in voorgekomen, hoe wij het dan in die zin wel voor ogen hebben. We kunnen nu zeggen: we gaan met de actuele cijfers van nu werken en tegen de tijd dat de begroting wordt gemaakt zijn die cijfers achterhaald. Tegen de tijd dat we de begroting hebben gemaakt en het jaar begint zullen de cijfers allicht in deze tijd ook achterhaald zijn. Daarvoor hebben we ook een instrument in het leven geroepen, dat is een periodieke begrotingswijziging, waarin periodiek wijzigingen aan de begroting door onvoorziene zaken worden gedaan. Volgens mij gebeurde dat de afgelopen achttien jaar in onze gemeente ook al.

Als onze gemeente nog achttien jaar zou mogen blijven bestaan in deze vorm dan zal het de komende achttien jaar ook nog wel voor komen dat we iedere periode een periodieke begrotingswijziging kunnen verwachten omdat wij altijd voor onvoorziene zaken zullen staan. Het zal nooit helemaal uitpakken zoals gepland. Soms zal het meevallen, vaak zal het tegenvallen. Ja, zo is het nu eenmaal in het maken van begrotingen. Dat zullen we altijd houden. We gaan het niet voor elkaar krijgen om het nu te doen, gisteren te doen of volgende week te doen. Maar we hebben nu een behandeling van een kadernota, een kaderbrief, terwijl de begroting grosso modo al is gemaakt. Ja, de inbreng van vandaag is hartstikke leuk, maar het zal aan het eindresultaat geen enkel ander inzicht geven. Dat

is nu juist wat we volgens mij als gemeenteraad moeten willen, dat we daar wel een beetje meer kunnen sturen. Dat we voordat de begroting wordt gemaakt enigszins kaders kunnen meegeven en het zal altijd koffiedik kijken zijn. Maar ja, het is wel een instrument dat we hebben, dat volgens mij van toegevoegde waarde is als we het goed kunnen gebruiken. Dat is eigenlijk het idee van het betoog dat ik hier probeer te houden. Dat we met een kadernota het proces zoals we dat, volgens de motie 2019 ingediend, zouden moeten hebben, dat we voor het zomerreces een debat met elkaar moeten hebben. Of dat de laatste raadsvergadering wordt of dat het een extra raadsvergadering wordt, dat zal me niet zo heel veel uitmaken. Maar dat het wel iets is waar we niet alleen kijken naar onze kostenontwikkeling, maar ook naar wat is de besteding, wat is het doel van ons geld, welke kaders willen we meegeven aan het college om die begroting te kunnen maken. Ik denk dat dit wel een van de essentiële dingen is die we als gemeenteraad zouden moeten doen. Eigenlijk is mijn vraag dus aan de gehele gemeenteraad: bent u dat met mij eens? De voorzitter: Ik zou het wel fijn vinden als u hem dan wat specifieker stelt want anders moet ik een rondje langs elke fractie doen. De heer Scholtes: Dan ga ik hem even heel specifiek stellen.

Is de gemeenteraad het met ons eens dat we een kadernota moeten behandelen voor het zomerreces waarin we niet alleen een kostending kunnen geven maar ook kaders kunnen meegeven voor de begroting voor de komende jaren. Ongeacht dat er misschien dingen in staan waarbij we worden ingehaald door de tijd. De voorzitter: Mijnheer Scholtes, ik vind dat u een heel belangrijk thema aansnijdt als het gaat om de kaderstelling van de raad. Maar u stelt nu een vraag die ik eigenlijk een beetje buiten de orde vindt. U heeft namelijk een kaderbrief gekregen, wat een noodoplossing is gezien de situatie. Daar mag de wethouder straks nog het nodige over zeggen. Maar u gaat nu vragen stellen over het proces van de toekomst. Nu vind ik dat op zich een terechte vraag, dus ik vind het wat moeilijk om te zeggen: voor dit debat geef ik geen ruimte, maar ik ga het toch niet doen. Ik vind dat we echt met elkaar moeten proberen bij het voorliggende voorstel te blijven. Ik zou eigenlijk het college willen vragen om op een later moment met een voorstel te komen zodat u die vraag met elkaar goed kunt beantwoorden. Anders gaan we met elkaar een debat aan dat eigenlijk buiten het doel van dit agendapunt is. ik moet daar toch een beetje streng in zijn, excuses daarvoor. Gaat uw gang mijnheer Scholtes. De heer Scholtes: Dan wil ik eigenlijk mijn vraag herfraseren richting het college, richting de wethouder.

Is de wethouder het met ons eens dat de kaderbrief die wij in dit geval hebben ontvangen niet geheel voldoet aan de motie van 2019? De voorzitter: Mijnheer Scholtes, ik waardeer uw creativiteit. U heeft mijn ongemak er ook mee opgeheven. Dank u wel daarvoor. Ik constateer dat de heer Ringeling niet het woord heeft gevraagd. Even controleren. Ben ik u vergeten of wilt u het woord niet? De heer Ringeling: Nou het meeste is al gezegd. Ik heb de neiging om in te gaan op de vraag van de heer Scholtes, maar het mag volgens mij van u niet. Ik wil vragen of de heer Scholtes bij de vergadering in juni jl. wel aanwezig was toen we dit onderwerp hebben aangekaart en toen is besloten om het op deze manier te doen. Maar goed. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Ringeling. Zullen wij naar de wethouder gaan? Wethouder Ten Have, gaat uw gang. Wethouder Ten Have: Ja voorzitter, dank. Als ik gelijk met de vraag van de heer Scholtes kan beginnen: is de wethouder het ermee eens dat dit niet de kaderbrief is die we wilden hebben? Dat klopt. Er staat ook niet dat dit een kaderbrief is. Als we even een slag dieper gaan, dat vind ik toch wel belangrijk, waarom is er nu bij die raad de behoefte aan die kaderbrief? Dat heeft u eigenlijk zelf al een beetje gezegd: wij willen, ik zeg het in mijn woorden, niet worden geconfronteerd met een kant-en-klaar dichtgetimmerde begroting.

Wij willen inzicht hebben in de afwegingen die worden gemaakt en daar op hoofdlijnen ook over kunnen meepraten en richting in aangeven. Ik denk dat dit in essentie, als ik het platsla, de behoefte van de raad is aan het instrument kaderbrief. Voor de zomer heb ik geprobeerd uit te leggen hoe het proces bij ons loopt. Daar

kunnen we van alles van vinden, maar zo loopt het proces. Begin juni hebben wij vanuit de meicirculaire onze inkomstenkant in beeld en pas in juli hebben we vanuit de afdeling een beeld over de voorgestelde mutaties, wensen voor nieuw beleid, aanpassingen van de ramingen et cetera. Dan kunnen eigenlijk pas de confrontatie maken. We staan voor een aantal keuzes. Hebben we überhaupt keuzes te maken en is er ruimte voor? Of moeten we gaan bezuinigen. Dat weten wij eind juni nog niet. Dat is ons probleem om u op dat moment een kaderbrief te sturen. Maar de essentie van die vraag naar die kaderbrief proberen we juist hierin te beantwoorden. Want wat we hierin zeggen, in die zin is deze prognosebrief een procesbrief, we zeggen eigenlijk: we leggen een kale begroting aan u voor, alleen de meerjarenschijf uit de meerjarenbegroting en exogene mutaties. We verwachten, dat is nog steeds de verwachting, dat er op basis van de meicirculaire een voorzichtige plus is, dus ruimte voor extra uitgaven. We gaan als college die keuzes niet al maken en helemaal in die begroting verwerken zodat het voor u zoeken is naar welke bomen in het bos zitten. Nee, we leggen een kale begroting voor met plus en we leggen daarnaast het hele palet van te maken keuzes op verschillende terreinen die waarschijnlijk een veel groter bedrag beslaan dan de financiële ruimte die we hebben, voor.

Zodat u op dat moment, op basis van de conceptbegrotingsstukken die u over drie weken krijgt mijnheer Roeling, dus dat is de actualisatie waar u naar vroeg... De voorzitter: Wethouder ik heb een interruptie voor u. Ik moet u toch echt even onderbreken. Sorry, mijnheer Gebben u heeft het woord. Wethouder Ten Have: O, ik had hem even gemist. Sorry. Ik was zo in mijn betoog. De voorzitter: U bent bevlogen, dat mag. Maar de interrupties van de raad gaan toch echt voor. Mijnheer Gebben, gaat uw gang. De heer Gebben: Dank u wel mijnheer de voorzitter. Een belangrijke vraag voor deze raad is denk ik, wat ik bij iedereen hoor, de wethouder heeft het over een plus, blijft die plus ook bestaan nu de economische situatie, alle prijsontwikkelingen en inflatie zo is veranderd? De voorzitter: Heldere vraag. Wethouder. Wethouder Ten Have: Daar moet ik een genuanceerd antwoord op geven. Als we kijken naar de inkomstenkant, die staat vast. We weten dat we van het rijk extra geld krijgen en er is met de VNG afgesproken dat er in de komende jaren in principe niet aan wordt getornd. De maar is wel dat in 2026 die ruimte veel kleiner is dan in de voorliggende jaren. Als je naar een structurele begroting streeft moet je op die ruimte in 2026 mikken. Dus aan de inkomstenkant wel. We weten niet of er aan de uitgavenkant noodzakelijke mutaties zijn of nieuwe wensen.

Of, heel terecht mijnheer Roeling, alles wat er in de buitenwereld gebeurt niet moet leiden tot aanpassingen van een aantal ramingen tot intensivering van budgetten et cetera. Dat beeld hebben we pas als wij de uitgavenkant hebben opgehaald en dat leggen we aan u voor. Ik zei al, op het moment dat u ongeveer interrumpeerde, dat hele palet zal natuurlijk veel meer omvatten dan de ruimte die we hebben. Dus als je dat allemaal onverkort zou willen doen hebben we een min. Dat betekent dat we moeten kiezen. En in feite wat we met deze prognosebrief aan u voorstellen, we leggen het aan u voor zodat u op hoofdlijnen die keuzes kunt maken, inzicht in die afwegingen krijgt, aan het college kunt meegeven dat vinden we wel belangrijk en dat vinden we minder belangrijk. En by the way, misschien moet dat er nog wel bij, dat kan ook, dat we niet compleet zijn. En vervolgens gaan wij er als college chocolade van maken en komen we met een concreet voorstel op basis van het begrotingssaldo. Dat betekent in het proces, dat schetsen we hier ook, we gaan die keuzes aan u voorleggen, we gaan een kale begroting voorleggen met een vooralsnog positief saldo. Daar staat tegenover dat we nog allerlei keuzes moeten maken. Die leggen we transparant aan u voor.

Vervolgens geeft u daar uw mening over en wij komen dan na de vaststelling van de begroting met een invulling van dat saldo, gehoord de raad, de wensen die er zijn, de zienswijzen. En waarom doen we dat? Omdat we daarmee willen voldoen aan de behoefte van deze raad, die begrijp ik heel goed, om mee te kijken in die begroting en in de afwegingen en in de keuzes die worden gemaakt alvorens dat kant-en-klaar aan u wordt gepresenteerd en u eigenlijk alleen nog maar ja en amen kunt zeggen. Dat betekent dat we in de tijd iets uitlopen. U krijgt als het ware de discussie die we bij de kaderbrief wilden voeren bij de begroting, op basis van de meest geactualiseerde ramingen

en voorstellen waar we nu, as we speak, mee bezig zijn, en ook komende week en die over twee weken leiden tot de conceptbegroting. Dus je krijgt twee stukken. Een conceptbegroting die u vaststelt met een positief saldo en een heel pakket met allerlei voorstellen waarvan u kunt zeggen: dat vinden we belangrijk, dat vinden we minder belangrijk. Daar moeten we keuzes in maken want we kunnen niet alles. De voorzitter: Wethouder, volgens mij bent u volstrekt helder als het over het proces gaat. U heeft ook een aantal vragen gekregen. Misschien dat u daar nu naar over zou willen gaan? Wethouder Ten Have: Een vraag van de heer Jongsma: kunnen beleidsnota’s eerder? We hebben aangegeven dat we ernaar streven om in ieder geval het beheer, de MJOP’s de meerjarenonderhoudsprogramma’s, voor te leggen voordat u de discussie gaat voeren over die keuzes. Dat is zo het proces, het loopt zoals het loopt. Het is niet allemaal mogelijk om te versnellen, maar er komen een aantal dingen aan. Een nota Armoedebeleid, een meerjarenontwikkelingsplan, beheer wegen en nog een aantal dingen. Ook bij deze raad is het streven op dit moment dat u de discussie over de begroting gaat voeren. De vraag van de heer Roeling: actualiseer wat we hier hebben meegegeven.

In de prognosebrief zijn voorlopige inschattingen om aan te geven dat ze misschien aan de inkomstenkant wel een plus hebben, maar dat er ook heel veel dingen tegenover staan. Dat is niet compleet. Dat is ook nog niet geactualiseerd. Daar ontbreekt inderdaad ook nog het een en ander in. Het is duidelijk dat er van alles gebeurt om ons heen en dat er wensen en noden van inwoners zijn waar we op moeten inspelen. Dat nemen we mee. Dit lijstje, de bedragen die hierbij zitten, zijn niet bedoeld als limitatief. Maar als indicatief om aan te geven. Het is niet zo dat we een financiële ruimte hebben waar we allerlei nieuwe dingen op kunnen verzinnen. Er vinden ook nog allerlei mutaties plaats waardoor die ruimte veel kleiner zal zijn. Ik snap uw opmerking heel goed. Daar kun je het eigenlijk alleen maar mee eens zijn. Dan de kadernota waar de heer Scholtes over sprak. Ik meen al voor de zomer aan u geschetst te hebben dat het echt ingewikkeld is om met u begin juli een discussie te voeren op basis van een financieel beeld. Als dat al zou kunnen dan zullen we het proces intern aanzienlijk moeten versnellen en verbeteren. Dat moet ook kunnen en daar ben ik op zich ook wel voor. Maar dat betekent ook dat u bereid moet zijn om half juli daar een apart raadsdebat aan te wijden. Wij moeten er nog iets voor doen om dat op dat moment allemaal gereed te hebben.

Zover zijn we nu nog absoluut niet. Maar u moet niet de verwachting hebben dat we dat eind juni wel kunnen voeren want dan blijft het bij een vrijblijvende discussie. U zei, de afgelopen twee jaar in corona hebben we die kaderbrief niet gehad. Dat is formeel niet correct. U heeft wel een kaderbrief gehad. Maar in alle eerlijkheid was het wel een beetje een hoog-over-stuk waar je het eigenlijk alleen maar mee eens kon zijn en niet echt keuzes kon maken op basis van een globaal financieel beeld. Dat is wel dat u wilt. Om dat voor elkaar te krijgen moet er nog wel wat gebeuren. Ik ga u niet beloven dat we de komende jaren daartoe in staat zijn in juli. Maar ik beloof u wel dat de essentie van wat u wilt, u maakt de keuzes en u maakt de prioriteiten helder voordat wij als college een begroting opstellen, dat is wat we in essentie in de prognosebrief voorstellen. Volgens mij zijn dat zo een beetje de vragen. Ik wil er nog een opmerking aan toevoegen, dat is ook een belangrijke. Wij weten natuurlijk ook nog niet of de inkomsten die wij nu van het rijk mogen incalculeren ook keihard zijn. Mijn verwachting is, door alles wat er gebeurt, we gaan een recessie in, zal er zeker druk komen. In die zin, de opmerking van de heer Jongsma om terughoudendheid te betrachten bij het invullen van ruimte die we nu misschien zien, kan ik alleen maar ondersteunen.

Er zit ook een belangrijke keuze in, in de eerste paar jaar hebben we een flinke plus, maar in 2026 noemt de VNG dit het zogenaamde ravijnjaar. Dat betekent dat de inkomsten uit het rijk aanzienlijk lager zijn omdat er dan weer allerlei kortingen opeens van toepassing zijn. U heeft in de cijfers kunnen zien dat dit voor onze gemeente al € 1,5 miljoen inkomsten scheelt. Als wij een structureel sluitende begroting willen maken dan betekent het dat we ons moeten richten op de ruimte die wij in 2026 zien. Dus structurele maatregelen of nieuw beleid of aanpassingen van ramingen zullen zich moeten richten op de ruimte die er in 2026 is. Dat betekent dat we in de voorliggende jaren incidentele ruimte hebben, waarbij mijn zorg is dat het rijk dan weer roept: zie je wel die gemeenten houden in de jaarrekening toch over, dus we hoeven ze in 2026 ook geen extra geld te geven. Ja, dank je de koekoek, want we kunnen het helemaal niet structureel besteden. Maar goed, dat is even over uw hoofd heen, maar dat we dus goed onderscheid moeten maken tussen incidentele ruimte die we hebben in de komende jaren, die aanzienlijk groter is dan de structurele ruimte die we in 2026 hebben. Het voorstel vanuit het

college is wel om ons te richten op die structurele ruimte in 2026. Waarom zeg ik dat? Omdat er ook gemeenten zijn die zeggen: wij accepteren dat niet. Wij vinden dat het rijk in 2026 maar moet bijplussen, dus wij gaan gewoon een tekortbegroting indienen voor 2026. Dat is een politieke keuze. Daarmee riskeer je dat je onder toezicht van de provincie komt. En ons advies is om dat niet te willen en ons gewoon te richten op de ruimte die er in 2026 is. Dat uitgangspunt krijgen we uiteraard nog wel aan de orde bij de behandeling van de begroting. Maar ik geef het maar vast even mee. De voorzitter: Dank u wel wethouder voor het uitgebreide en genuanceerde antwoord. Ik ben even benieuwd of dat een behoefte tot een tweede termijn bij deze raad oproept. Ja, de heer Jongsma, de heer Gebben, de heer Van Rijs. Heb ik iedereen? Dan beginnen we bij de heer Jongsma. De heer Jongsma: Dank u wel voorzitter. Dank u wel wethouder voor de beantwoording van de vraag. Ik begrijp inderdaad dat dit geen kadernota kan zijn. Ook al was het omdat er nog geen collegewerkprogramma is. We hebben het er helemaal niet over gehad, misschien ook niet primair bij mij. Maar dat kan natuurlijk ook wel iets betekenen voor een begroting. Ik hoor daar verder niemand over, maar het lijkt me niet onbelangrijk om het even te benoemen.

Als die er zou zijn geweest zouden we ook al wat meer zicht krijgen op waar we naartoe gaan. Terugkomend op wat de heer Scholtes zei voorzitter, ik ben nog steeds van mening dat we op zich wel tot een soort van kadernota kunnen komen. Ik zie dat in heel veel andere gemeenten ook. Zij worstelen met dezelfde problemen. Niet alle informatie is bekend, maar er zit wel een structuur in. Op het moment dat je die structuur hebt en onderdeeltjes hebt en bijvoorbeeld weet hoeveel inwoners er volgend jaar bijkomen, wat het betekent, dat lees ik nu nergens. Dat kan wel van invloed zijn op wat je te besteden hebt. Ik vind de kaders te optimistisch, die zou ik toch wat hoger willen insteken naar 3,5%. Als je aan die knop draait weet je direct al dat het mooie gouden bergje dat er ligt een heel klein zilveren bergje gaat worden. Als je op die manier wat meer gaat werken en wellicht moeten we daarmee met zijn allen aan de slag en voortvarend te werk gaan, dat we op die manier als raad meer krijgen wat we echt willen. We moeten het met zijn allen willen. Het komende jaar lijkt me dat een prima jaar. Dan hebben we er een heel jaar voor. Ik snap wel dat het nu allemaal niet zo snel kan, maar het zou nog steeds wel een streven van ons allen moeten zijn om tot een soort van kadernota te komen. Verder denk ik dat ik voor nu wel het meeste heb gezegd.

Laten we vooral snel kijken wat we belangrijk vinden en waar we op moeten inzetten. Met name rekening houden met wat er om ons heen gebeurt. Laten we ook wat meer buurten bij onze cittaslowgemeenten of bij andere gemeenten. Je hoeft maar een beetje te googelen en je ziet best wel goede voorbeelden hoe het ook kan. Je hoeft ook niet alles zelf te uitvinden. Er zijn meer gemeenten die worstelen met cijfers en kengetallen. Laten we dat ook vooral doen. En ik wil het college oproepen om dat vooral de komende weken ook te blijven doen. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Jongsma. Mijnheer Gebben. De heer Gebben: Ja, dank u wel voorzitter. Het positieve punt van deze avond vind ik dat de raad als geheel zich zorgen maakt om de financiële positie van onze gemeente, gezien de economische situatie. En dat terughoudendheid is geboden dat is denk ik een goed uitgangspunt. Ik denk dat het verhaal van de wethouder vrij duidelijk is, dat we een soort uitgestelde kaderbehandeling hebben nu. Dat hebben we volgens mij in juni jl. zo met elkaar afgesproken. Wat dat betreft wijkt de wethouder niet af van wat we toen hebben afgesproken. Het lijkt me verstandig dat we de discussie daarover op een later moment voeren. Daar wil ik het bij laten voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Rijs. De heer Van Rijs: Dank u wel voorzitter. Dank voor de toelichting aan de wethouder.

Wat het CDA betreft is deze prognosebrief, zoals deze nu is voorgelegd, al een hele stap vooruit. Het is goed om verder te discussiëren, zoals we nu doen, hoe het verder kan. We zien uit naar de komende weken waarin we de actualisatie zeker meenemen als we echt praten over de begroting van het komende jaar. Dank u wel voorzitter.

De voorzitter: Ik constateer dat u een prognosebrief heeft gekregen en geen raadsvoorstel. Het betekent dat er dus geen besluit wordt genomen. Ik zou willen afconcluderen dat u input heeft geleverd voor het college. U heeft volgens mij ook een goed gesprek gevoerd met elkaar. Want dit was geen debat, dit was echt elkaar op vlieghoogte brengen. Waarbij volgens mij de conclusie mag zijn dat niemand echt tevreden is met de situatie zoals het nu gaat. Dat geldt voor u als raad en dat geldt ook voor het college. Dat de ambitie is dat we dat steeds beter gaan doen en volgens mij voldoende input voor het college om mee aan de slag te gaan. Mag ik hem zo afconcluderen? Dan denk ik dat we het college goede extra handvatten voor de kaders meegeven want u stelt ze natuurlijk formeel gezien niet. Dank u wel.

6.

Mogelijkheid tot het stellen van vragen

6.1

Vraag lid de heer N.C. Knaap (OGP) over locatie Hallensleben te Den Hoorn

De voorzitter: Dan gaan we naar de overige onderwerpen. De mogelijkheid tot het stellen van vragen. Twee leden hebben vragen gesteld. De heer Knaap van OGP over de locatie Hallensleben te Den Hoorn en mevrouw Langeveld over het project Kamers met Aandacht. Ik denk dat het goed is dat ik even twee zaken met u deel. Er zijn ook nieuwe raadsleden. Het is misschien even goed om even kort het Reglement van Orde met de betreffende artikelen er even bij te pakken, dit over de wijze van behandeling van dergelijke vragen. Daarna wil ik u nog even een voorstel doen over hoe we met de lange behandeling omgaan die u al op schrift heeft gekregen. Lid 6 van artikel 44 zegt: Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. Lid 7: Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden het woord verlenen om hetzij de vragensteller, hetzij het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. En tijdens dit agendapunt kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten. Ik zou daarop aanvullend willen voorstellen: u heeft een aantal vragen gesteld waar een uitgebreid antwoord op is gekregen. Daar heeft u allemaal kennis van genomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=39b7b4fc-a982-4284-b6ec-6aaea5d37d9d