2022 m 07 d 06 Vsl raad.docx
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 6 juli 2022, 19.30 uur. Voorzitter
: drs. A.P.J. van Hemmen, burgemeester
Griffier
: A. de Vos
Aanwezig : de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA) de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer N.J. Ruiterman (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66), mevrouw V. van 't Westeinde (CDA) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
: de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland)
Tevens aanwezig: de heer F.J.M. ten Have, mw. M. Oderwald-Ruijsbroek, mevrouw W. Renzenvan Leeuwen, wethouders vanaf agendapunt 6
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter: Dames en heren, van harte welkom op deze vergadering. Dit is een bijzondere vergadering omdat we hier natuurlijk een nieuw college gaan installeren en met elkaar nog een debat zullen voeren over het coalitieakkoord. Dit is ook een bijzondere vergadering omdat u voor het eerst in achttien jaar een andere voorzitter heeft die ook nog eens een keer de ambtsketen draagt. Dat zal voor iedereen even wennen zijn. Het is ook weer even wennen aan het fysieke vergaderen want dat is voor mij heel erg lang geleden. Ik ken natuurlijk nog niet alle namen maar ik kan wel bijna alle bordjes lezen. Ik wens u een genoeglijke avond en ik zie ernaar uit om u hier minimaal het komende jaar te gaan dienen en u te begeleiden naar een nieuwe kroonbenoemde burgemeester en tot die tijd mag u het met mij doen. Het is voor mij een eer en ik hoop dat het voor u een plezier gaat worden. Dat wilde ik even als aftrap meegeven. Dit is een ingelaste vergadering. Mijnheer Zwaard. De heer Zwaard: Ik wil even kort interrumperen, ik denk dat ik namens de hele raad mag spreken als ik u welkom heet in Midden-Delfland en u een bijzonder prettige tijd toewens en dat we met elkaar dit mooie Midden-Delfland nog mooier kunnen maken dan het nu al is. Dat wil ik u maar eventjes toewensen namens de gehele raad. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Zwaard.
Ik moet zeggen, 'het mooiste landschap in ZuidHolland' snap ik een heel stuk beter. Ik kom uit mooie gebieden maar het is hier ook heel erg mooi en dan heb ik er nog niet eens zo veel van gezien. Ik geniet er nu al van. Dank u wel. Dit is een ingelaste vergadering, een afwijkende avond. Dat lag ook een beetje aan mij omdat ik al privéafspraken had. Mijn zoon had zijn afscheidsavond op de oorspronkelijke avond, dus dank voor uw flexibiliteit, om het zo maar te zeggen. De vergadering zal vanavond in het teken staan van het aanbieden van het coalitieakkoord en de benoeming van de wethouders en de bemensing van de externe bestuursorganen. De wethouderstafel is leeg. U begrijpt allemaal waarom, want we hebben op dit moment natuurlijk geen college. Dat hebben we straks weer, maar dat is voor de mensen thuis natuurlijk ook wel fijn om te weten.
2.
Spreekrecht
De voorzitter: Dan komen wij bij agendapunt 2. Dat is het spreekrecht voor belangstellenden. Daar zijn geen aanmeldingen voor.
3.
Vaststellen van de agenda
De voorzitter: Dat betekent dat wij bij agendapunt 3 belanden, dat is de agenda. Kan de raad akkoord gaan met de voorliggende agenda? De heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Ik wil graag een motie vreemd aan de orde van de dag op de agenda plaatsen.
De voorzitter: Dat mag altijd, dat wordt dan als het goed is agendapunt 8. Oké. We komen daar straks op terug op het moment dat u hem indient. Verder nog dingen voor de agenda? Nee. De agenda wordt met in achtneming van genoemde toevoeging vastgesteld.
4.
Aanbieden (en bespreking) van coalitieakkoord
De voorzitter: Dan komen we bij het aanbieden van het coalitieakkoord. Zoals u weet, hebben de fracties van CDA, VVD en D66 een coalitieakkoord gesloten met elkaar. Dat is door de vorige burgemeester in ontvangst genomen en u heeft dat allen gehad. Ik wil graag de fracties van het CDA en de VVD verzoeken om het toe te lichten. Ik denk dat dat goed is, ook voor de mensen thuis, maar ook om hier even een eerste proeve in deze raad met elkaar te delen. Dus ik kijk aansluitend naar de heer Zwaard. Gaat uw gang. De heer Zwaard: Alvorens naar het coalitieakkoord te gaan, wil ik eerst even teruggaan naar 16 maart jl. De dag van de verkiezingen, de verkiezingsuitslag. Op die dag werd Mijn Partij met 4 zetels de grootste en kreeg het CDA ook 4 zetels. De VVD kreeg er 3, OGP Midden-Delfland 3, D66 2, ChristenUnie 1 en de PvdA keerde niet terug in onze raad. Mijn Partij werd getalsmatig de grootste, dat had een aantal stemmen meer dan het CDA. Qua zetels was het 4 om 4. Getalsmatig waren er toen negen varianten mogelijk om een coalitie in elkaar te smeden. Ze zijn niet alle negen nagelopen. Mijn Partij nam het voortouw, zoals gebruikelijk is.
De grootste partij neemt het voortouw in de besprekingen dus er was een informatieronde onder leiding van Mijn Partijfractievoorzitter Roeling en daaruit kwam naar voren dat de eerste gespreksronde plaats ging vinden tussen Mijn Partij, de VVD en CDA. Die gesprekken hebben niet geleid tot een vruchtbaar einde. De tweede gespreksronde, die startte op 7 juni jl. nee, die startte niet op 7 juni, die is gefinisht op 7 juni jl. was tussen Mijn Partij VVD en D66. En ook dat leidde niet tot het door die drie partijen gewenste resultaat. Dat betekende dat een derde gespreksronde plaats ging vinden tussen D66, VVD en CDA. Die gesprekken waren allemaal onder leiding van Arne Weverling, oud-wethouder van gemeente Westland en voormalig lid van de Tweede Kamer. Tussentijds op 7 en een 9 mei jl. is informatie opgehaald bij het maatschappelijk middenveld. Er zijn ongeveer 130 organisaties, stichtingen en sportclubs aangeschreven. Daarvan zijn er twintig fysiek langs geweest en die hebben hun inbreng gedaan en naast de fysieke inbreng is er ook een aantal schriftelijke reacties geweest. En de input is uiteindelijk gebruikt voor het coalitieakkoord dat nu voorligt. De gesprekken tussen D66, VVD en CDA vonden plaats in de wisselende samenstelling en zijn gestart op 13 juni jl.
In zeer korte tijd is een flink aantal inspirerende gesprekken gehouden in een prima sfeer en in een constructieve en voortvarende gang is dat in werk gezet en op 22 juni jl. was daar een coalitieakkoord. Daarbij vinden wij dat we namens de drie partijen dank moeten zeggen aan Arne Weverling vanwege zijn professionele aanpak en af en toe het even ontspannen en lachen wat ook plaatsvond. En ook Wim van Dalen, dank voor de ambtelijke ondersteuning die hij gedaan heeft en dank ook voor zijn inbreng in de gesprekken. In het weekend van 25 en 26 juni jl. is het conceptakkoord ter inzage gegeven aan Mijn Partij, OGP Midden-Delfland en ChristenUnie. Ook zij konden hun inbreng geven. Wij, de drie partijen D66, VVD en CDA vinden het van groot belang dat de inbreng voor het coalitieakkoord zo breed mogelijk is. Dus ook die partijen die niet aan de onderhandelingstafel zaten, hebben hun inbreng kunnen geven. Omdat wij het belangrijk vinden dat we de komende vier jaar zo veel mogelijk raadsbreed kunnen acteren. Dat ter inzage geven, leverde een aantal opmerkingen op. Daarvan is een aantal opgenomen in het voorliggende akkoord. Het heeft geleid tot een coalitieakkoord met als titel 'Midden-Delfland heeft het'.
Het is een coalitieakkoord op hoofdlijnen en wij denken dat we met een coalitieakkoord op hoofdlijnen, het college van B&W de ruimte en het vertrouwen geven waarin het het beste kan functioneren. We bespreken hier niet de afzonderlijke punten uit dit akkoord. Die heeft u immers al tot u kunnen nemen. Ieder heeft het coalitieakkoord kunnen lezen en in het coalitieakkoord leggen wij onze visie neer en geven we de richting aan waarvan wij vinden en denken dat onze gemeente die op moet gaan de komende periode. Een belangrijke gezamenlijke opdracht voor de volledige raad in samenwerking met het college is de Toekomstvisie 2050 die we met elkaar moeten gaan vaststellen en waar wij van vinden dat die zo breed mogelijk gedeeld moet worden en waarvoor we zo breed mogelijk informatie op moeten gaan halen. Nogmaals, het is een akkoord op hoofdlijnen waarin we het college opdrachten geven waarmee
het college aan de slag kan. En op 30 juni jl., de laatste officiële dag van burgemeester Arnoud Rodenburg, hebben we het coalitieakkoord overhandigd. We hebben ook naar de portefeuilleverdeling gekeken en de drie beoogde wethouders – we zullen ze straks stuk voor stuk voorstellen – zijn Melanie Oderwald namens D66, Wendy Renzen namens de VVD en Frank ten Have van het CDA. En hier wil ik het bij laten. De voorzitter: Dank u wel voor uw eerste termijn. Ik was nog even vergeten te zeggen dat we het in twee termijnen doen maar dat is op zich ook wel vanzelfsprekend, denk ik. Dan kijk ik naar de VVD. Heeft u nog iets toe te lichten op dit coalitieakkoord? De heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: De heer Zwaard heeft al uitgebreid het een en ander verteld. Ik denk dat hier een mooi akkoord ligt waar eigenlijk heel veel partijen zijn gehoord voordat het zover was en waar Midden-Delfland sterker van wordt. Ik zou dan ook iedereen aanraden dit akkoord te steunen want het is zeker niet aan alle kanten dichtgetimmerd. Er ligt een aantal opdrachten aan het college. Er komen waarschijnlijk ook nog uitdagingen in de toekomst die wij niet kennen, waar we ook als gehele gemeenteraad van Midden-Delfland voor aan de lat staan dus dat zit allemaal niet in het akkoord. We hebben geen glazen bol erbij gehad. Er is gewoon een goede basis om te werken aan de toekomst van Midden-Delfland.
De voorzitter: Dan kijk ik tot slot naar D66 voor de toelichting vanuit de coalitie. Mijnheer Vieira. De heer Vieira: De voorgangers hebben al genoeg gezegd en geïntroduceerd. Ik vind het persoonlijk sterk aan het akkoord dat we het college ergens opdracht toe geven en dat het dan terugkomt naar de raad. Dus we hebben niet gezegd 'dit gaan we doen en het is dichtgetimmerd'. Daar refereerde mijn collega's ook al aan. Maar we gaan dan kijken 'hoe kunnen we dit plan verbeteren dat terugkomt naar de raad?' Een aspect wil ik er wel uit pakken. Vanaf het moment dat het volgende college aan de slag gaat, staat er ook standaard een kopje participatie bij, dus elke keer als een raadsvoorstel naar de gemeenteraad komt, wordt het college gedwongen na te denken 'wat hebben wij als college of de initiatiefnemer gedaan om iedereen er goed bij te betrekken?' De voorzitter: Dank u wel, dan kijk ik naar de oppositiepartijen. Dan kijk ik eerst even naar de fractie van Mijn Partij. De heer Roeling. Wenst u nog het woord te voeren? De heer Roeling: Eigenlijk niet. Er ligt een hoofdlijnenakkoord. Ik zit het zojuist voor het eerst door te nemen. Ik begrijp dat er een collegewerkprogramma komt voortvloeiend uit dit hoofdlijnenakkoord. Dat lijkt me dan een goed moment om het dan door te nemen. De voorzitter: Dan kijk ik naar de fractie van OGP Midden-Delfland.
De heer Knaap: We hebben geen fractievoorzitter, die is afwezig met kennisgeving, dus ik mag de honneurs waarnemen. We hebben het ook gelezen natuurlijk en wij willen daar wel wat over zeggen. Allereerst dank aan de partijen die dit coalitieakkoord geschreven hebben. Het was een behoorlijk snelkookpanproces om in zo'n korte termijn tot een akkoord te komen. Fijn dat het gelukt is. Het is ook bijna vier maanden geleden dat we hier in deze zaal stonden, dus het is ook fijn dat we nu aan de slag kunnen en vooruit kunnen kijken. Dat gaan wij ook doen. Natuurlijk hadden wij daar graag aan bijgedragen in bestuurlijke zin. Dat hebben we acht jaar gedaan. Het is anders gelopen, dat vinden we jammer, maar voor nu is het even wat het is en over vier jaar gaan we het weer anders bekijken. Het akkoord, zoals het nu voor ons ligt, bevat zeer zeker een aantal dingen waar wij als OGP MiddenDelfland blij mee zijn. En dan kijk ik even naar de goede en vrij stellige positionering van ons buitengebied; het blijft open, het blijft groen, hier wordt niet gebouwd. U kent ons allen als partij die dat ongeveer vooraan in zijn DNA heeft zitten; daar zijn wij blij mee. We zijn blij met de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld. Het vormt een belangrijke basis door aan de voorkant van zo'n vierjarige periode al in gesprek te zijn met de partijen.
Ik zou ons allen willen toewensen dat we dat ook vier jaar volhouden, dus dat we ze niet over vier jaar pas weer spreken, maar dat we ze met regelmaat ook hier in de raad en in de commissie en in de fracties langs zien komen. Ik denk dat dat goed is.
We zijn blij met de meerjarige afspraken met PUUUR als instrument voor de gezamenlijke gebiedsmarketing. Het staat gewoon netjes omschreven. Dat was voor ons ook een belangrijk punt in ons verkiezingsprogramma. En last but zeker not least de ambitie om de boeren in ons gebied te helpen het gebied open en groen te houden en tegelijkertijd gewoon op een goede, duurzame en vooral natuurbetrokken manier een goede boterham te verdienen. Dat ondersteunen wij natuurlijk ook van harte. En toch, want we zijn niet voor niks oppositie, hebben we ook een aantal mitsen en maren waar ik u natuurlijk graag deelgenoot van wil maken. Die zitten in de categorie 'soms niet zo expliciet'. U zegt 'het is een akkoord op hoofdlijnen'. Soms is het best heel specifiek. Daar kom ik straks nog even op en soms niet zo specifiek, dus dat zijn de aandachtspunten die wij aan u allen en misschien straks ook aan het college zouden willen meegeven. Toch een paar voorbeelden. Verkeer en vervoer. Er wordt gesproken over 'ga ermee aan de slag'.
Maar waar kiezen wij als raad voor? Waar kiest deze coalitie voor? Welke wegen worden aangepakt, waar worden de maatregelen genomen om sluipverkeer tegen te gaan? Hoe wordt duidelijk ingezet op bereikbaarheid met OV en de beschikbaarheid van duurzaam deelvervoer? Welke echte opdrachten krijgt het college? Wij vinden dat belangrijk, want we hebben in de verkiezingsprogramma's, ook van de partijen die dit akkoord hebben geschreven, best goede ideeën zien staan en we zien in de opdracht aan het college daar weinig van terug. Een ander puntje: het stiltegebied, toch een van de kwaliteiten van ons open en groene gebied. Het woord komt niet voor in het coalitieakkoord en het is toch een bijzondere kwaliteit van ons landschap. Dus wij zouden u aanraden, en ook het college dat hier straks zit, om in het collegewerkprogramma even expliciet te maken wat wij kunnen doen om dat te behouden of te versterken. En dan denken we bijvoorbeeld ook aan uitbreiding zoals Rotterdam The Hague Airport dat graag wil. Wat vinden wij daarvan? Welke positie nemen wij daar dan als gemeente in? Duurzaamheid. Ik citeer maar even, er wordt gesproken wordt over lef, innovatie en denken buiten de gebaande paden. De collegeopdracht luidt als volgt 'werk actief samen aan de energietransitie en besteed extra aandacht aan inwoners die nog niet actief zijn'.
Volgens mij mogen we daar als raad best wat actiever een opdracht geven. Wat willen we nou met duurzaamheid? Wat is dan die lef, wat is dan die innovatie, in welke volgorde pakken we dingen aan? Nu moet het college het zelf bedenken, dan gaan we er later op reflecteren, maar ik had eigenlijk verwacht dat we daar een beetje stevig iets neer zouden zetten, met een beetje ambitie, een beetje lef en het vervolgens aan het college zouden laten om dat ook echt uit te werken. Dan kom ik toch op de categorie van wat dan wel expliciet is en dat is dan toch ook wel weer leuk. Het belangrijkste thema in deze verkiezingen, de woningbouwopgave. De ambitie om per jaar 75 woningen te bouwen tot 2030. Nou, als we kijken wat er nu in de pijplijn zit, dan is dat tot 2026 niet zo moeilijk met Keenenburg V, Centrumplan Schipluiden, Zuidrand in Schipluiden, Centrum Maasland, Maaslandse Zoom, dan ben je al een heel eind met vier keer 75 voor de komende vier jaar. Wij verwachten ook een stevige inspanning naast het laaghangende fruit om zodanige voorbereidingen te treffen dat het ook gewoon of iets meer wordt en dat we ook na 2026 gewoon door kunnen gaan op deze voet. Daar zullen we u op bevragen. Dan toch even een specifiek over 'wat dan te bouwen?' Het coalitieakkoord spreekt over het pragmatisch evalueren en actualiseren van de woonagenda.
Het neemt inderdaad een heel specifiek en expliciet voorschot. Dat is eigenlijk wat er al was, 30% sociaal van die 75 woningen per jaar, waarvan 15% sociale huur en 15% sociale koop. Dit is, en ik citeer uit hetzelfde coalitieakkoord, 'de uitgestoken hand naar het overleg met de provincie'. Nou, dat overleg vloeit voort uit het feit dat wij niet voldoen aan de ambitie om in de regio richting die 30% sociaal te groeien. Als ik dat dan zo een beetje bekijk, en we hebben het er in de fractie ook best wel even over gehad, wat gaat er dan gebeuren? Dan begin ik even met 15% sociale koop. Bij 75 woningen per jaar geeft de gemeente hiermee jaarlijks elf kopers van die vijftien sociale koopwoningen, een cadeautje van € 1 miljoen, namelijk elf keer € 100.000,00 waardestijging op het moment dat de handtekening onder het koopcontract wordt gezet. Daarnaast zijn deze sociale koopwoningen niet meer betaalbaar voor de groep waarvoor ze bedoeld waren en vallen ze ook niet meer in de categorie Sociaal. Ze vallen dan in de gewone marktwaarde. Dat betekent dat tegenover de 15% sociale huur die dan wel wordt gerealiseerd, er 85% niet sociaal is, nooit meer sociaal zal zijn of zal worden.
Dat betekent ook dat bij een percentage dat we nu hebben van 21% sociale woningen wij de komende jaren gaan dalen in aantal in de categorie Sociale woningen en dat die uitgestoken hand aan de provincie misschien wel vanuit deze kant gedaan wordt, maar ik denk dat ik al weet wat het antwoord van de provincie daarop zal zijn. Ik denk dat ze dat best een moeilijke uitgestoken hand vinden. Dus ik zou het college
straks en ook de coalitiepartijen willen aanraden om daar nog eens naar te kijken en eens eventjes een echte stap vooruit te zetten. Omdat sociale huurwoningen gewoon tot in lengte van jaren gewoon beschikbaar moeten blijven voor de doelgroepen die we hier in Midden-Delfland gewoon hebben en die we ook hartstikke hard nodig hebben. Tot slot voor dit stukje. Er is ook helemaal geen richting gegeven aan 'welke instrumenten gaan we inzetten?' We hebben in de vorige periode hebben best veel van gedachten gewisseld over 'hoe gaan we er als raad voor zorgen, als gemeente voor zorgen dat mensen die hier een woning zoeken die hier al wonen, ook de kans krijgen om een woning in Midden-Delfland te krijgen?' Koop, huur middenhuur sociale huur, het maakt niet uit, maar hoe zorgen we dat ze de kans krijgen om in Midden-Delfland een plekje te houden en het ouderlijk nest te verlaten? In het coalitieakkoord wordt met geen woord gesproken over de instrumenten die beoogd worden om in te zetten. Wij dagen de coalitiepartijen, het college, maar de rest van de raad ook uit om daar veel explicieter in te zijn. Dat hebben we nodig met elkaar. En dan kom ik ook nog even op een ander puntje.
Het akkoord is doorspekt met ambities voor de stappen die de mensen, de organisatie in onze gemeente, moeten nemen om onze inwoners optimaal te faciliteren, 'dichtbij de inwoners', 'de menselijke maat', 'passend bij de schaalgrootte van de gemeente', 'tussen de mensen', 'de dienstverlening tussen de mensen'. En dan kom ik even op het begrip dorpswethouder, wat in het coalitieakkoord niet meer terugkomt. Er is nu een spreekuur. Daar kunnen mensen zich voor aanmelden. Dat vinden wij jammer. Wij vonden de dorpswethouder echt gewoon een begrip worden na al die jaren. Mensen wisten die dorpswethouders ook goed te vinden en een spreekuur inrichten voor als je een collegelid wilt spreken, dat is net zoiets als een manager die zegt 'als je me wil vinden, de deur staat open'. Iedereen weet wat er dan gebeurt, daar gaat niemand naar binnen. Dat vinden we jammer. Aan de ene kant geven we de ambtelijke organisatie opdracht om tussen de mensen te gaan opereren en als bestuur zeg je 'ik heb een spreekuur en als u wilt komen, dan komt u maar'. Dus wij zouden u willen uitdagen tot de stap naar voren om ook tussen de mensen te staan. En tot slot. De portefeuilleverdeling. We hebben ernaar gekeken, er zijn twee dingen waarvan wij denken, jongens, denk er nog eens over na. Ik weet niet of het zal gebeuren. Het zou u allen sieren.
De portefeuille Buitengebied en groen is nu versnipperd over drie portefeuillehouders. De kracht van in een portefeuille opereren op wat eigenlijk de kern van onze gemeente aan opdracht heeft, zit hem juist in de integraliteit van die portefeuille. Het rijk en de provincie sturen vanuit een integrale opgave, dus het college maakt het zich op deze manier een stukje moeilijker. Ik hoop dat we het niet merken, maar het college maakt het zich een stukje moeilijker om vanuit integraliteit te sturen, want dat vraagt heel veel afstemming. Wij hadden het graag anders gezien. En tot slot, dan kijk ik toch ook even naar de voorzitter van deze raad, want die heeft de portefeuille Personeel en organisatie gekregen. Die heeft hij ook gekregen, daar heeft hij volgens mij ook niet echt invloed op gehad, denk ik zomaar. Daar ligt de heel belangrijke opgave, die staat ook helemaal in dat coalitieakkoord beschreven, tot tonen van proactiviteit, laagdrempelige toegang. Niets ten nadele van onze nieuwe en ook tijdelijke burgemeester, maar het was beter geweest, wat ons betreft, om dat te beleggen bij een collegelid dat hier gewoon de komende vier jaar is en daarmee ook die opgave gewoon veel stabieler stuur te geven. Toch een aantal belangrijke aandachtspunten vanuit OGP Midden-Delfland. Ik sluit af. Wij zullen samenwerken, dat hebben we altijd constructief gedaan in de coalitie.
Dat zullen we ook altijd constructief doen vanuit onze huidige rol in de oppositie. Goede ideeën zullen wij uiteraard steunen. De uitwerking die ons de komende tijd zal toekomen zullen wij ook goed bekijken en daar zullen we natuurlijk ook onze aanvulling op geven. En uiteraard verwachten wij hetzelfde. Wij komen de komende vier jaar ook met goede ideeën en wij verwachten ook een goede inhoudelijke dialoog op datgene wat ons bindt. En met die woorden wens ik ons alle succes voor de komende vier jaar. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor dit vlammende betoog, mijnheer Knaap. Heeft er nog iemand behoefte aan een tweede termijn? O, sorry, mijnheer Ringeling. Excuus. Ik had eigenlijk moeten vragen 'heeft er nog iemand behoefte aan een eerste termijn?' dan was ik ermee weggekomen maar dat lukt me nu niet meer. Mijnheer Ringeling, mijn excuses. Gaat uw gang. De heer Ringeling: Dat is het lot als je de kleinste bent, dan word je snel voer het hoofd gezien. De voorzitter: U zit een beetje aan het randje en dan valt u er bijna af.
De heer Ringeling: Dat is inderdaad zo. De voorzitter: Ik wen heel snel, mijnheer Ringeling. Gaat uw gang. De heer Ringeling: voor ons ligt het coalitieakkoord op hoofdlijnen met als titel Midden-Delfland heeft het. Dat is altijd een leuke titel, hè? Want dan kun je zelf gaan invullen wat dat 'het' is. Het 'het' kan op verschillende manieren worden ingevuld. Het mooie landschap, de sociale cohesie in de dorpen, de rust. Het kan ook duiden, dat 'Midden-Delfland heeft het', op gedoe of strubbelingen. Maar ik kreeg een paar dagen voor het conceptcollegeakkoord thuisgebracht werd bij mij, waarvoor nogmaals dank, een artikel onder ogen, dat is dit artikel in de Delft op Zondag. De mensen die in Den Hoorn wonen, krijgen dit blad. De kop van het artikel, en dat is het hoofdartikel van die krant 'Het collegeakkoord heeft wat pit nodig'. Dat slaat, even voor de duidelijkheid, op het collegeakkoord van Delft, die krant is een Delftse krant. Toen dacht ik 'misschien hebben wij wel wat ze daar missen, misschien slaat die titel daarop, Midden-Delfland heeft het'. Dus wat Delft mist. Het is misschien ook niet raar dat iemand die actief was in de Delftse politiek nu denkt 'nou, in Midden-Delfland hebben ze het, dus dan ga ik daarnaartoe, naar Midden-Delfland'. Dus dat kan ook. Maar voorzitter, of het akkoord pit heeft of niet, daar probeer ik op het eind misschien op terug te komen.
Het coalitieakkoord, daarin kijken we vooruit op de komende vier jaar. Wat gaan we doen, wat willen we doen, wat willen we bereiken? Maar het is goed om voordat je vooruitkijkt, ook even achteruit te kijken. We zaten met zijn allen hier, en met nog meer mensen, exact zestien weken geleden in deze zaal toen de uitslagenavond was. De uitslag kennen we. De eerste spreker, de heer Zwaard is al op de uitslag ingegaan. De winnaars van de verkiezingen, in stemmen en zetels, waren Mijn Partij en D66. De eerste was dan de grote winnaar en de tweede de kleine winnaar, of hoe je het wilt noemen, dat maakt niet uit. Dat waren de twee winnaars. De twee partijen die een zetel moesten inleveren, waren de OGP Midden-Delfland en de PvdA. En de VVD had in absoluut aantal stemmen de meeste stemmen verloren. En de twee overige partijen, CDA en ChristenUnie, noem ik nu even, voor het gemak, de kleine verliezers. Het is goed gebruik of ongeschreven regel dat de twee grootste partijen dan aan de gang gaan met coalitieonderhandelingen. En na twee pogingen, daaraan is ook al eerder gerefereerd, was er nog geen akkoord. Dank aan de fractie van Mijn Partij voor de inspanningen, lof en dank voor de gedane inspanningen om tot een akkoord te komen. De derde poging heeft geleid tot een akkoord. En dat is het voorliggende coalitieakkoord. Tot slot van mijn terugkijken.
De afgelopen zestien weken, moet ik helaas constateren, hebben niet veel goeds gedaan aan het imago van de lokale politiek. En dat afgezet tegen de periode waarin de politiek in het algemeen niet erg veel vertrouwen van de burgers geniet, was dat wel jammer. Dat is wel iets dat we ons moeten aantrekken. Dat mogen we ons als zes partijen of als zeventien raadsleden of wat dan ook, de totale politiek mag zich dat aantrekken. Het is daarom ook onze taak als zes partijen of als zeventien raadsleden of totaal om er iets aan te doen. Wij zullen dus moeten proberen de komende tijden – dat is denk ik de belangrijkste opdracht voor de komende periode – het vertrouwen te herstellen, want dan kunnen we mooie plannen maken. Maar het gaat hem niet worden… De voorzitter: Misschien is het goed dat als u informatie deelt, u dat even fluisterend doet als u niet het woord vraagt. Dat helpt want ik hoor het af en toe ook en ik denk dat het voor de scherpte en voor de voorzitter heel fijn zou zijn. Dank u wel. Gaat u verder mijnheer Ringeling. De heer Ringeling: De opdracht is dus om samen te werken aan het herstellen van dat vertrouwen. Maar het herstel van het vertrouwen naar buiten toe, naar de inwoners, kun je alleen doen als we onderling zelf ook het vertrouwen hebben of die relatie hebben. Dus we moeten eerst met onszelf – het is misschien wat te scherp gezegd – in het reine komen.
Dat is misschien iets te scherp gezegd, maar wij moeten zelf eerst met elkaar een goede band hebben voordat we naar buiten toe het vertrouwen kunnen herstellen. Dus dat is misschien de eerste opdracht voordat we naar buiten toe kunnen treden. En daar wil ik mijn collega-raadsleden en collega-partijen die hier in Midden-Delfland actief zijn toe oproepen, om daar de komende periode echt ook wel aan te werken. De vorige burgemeester zei afgelopen dinsdag 'er is niet een gemeenteraad van acht mensen en een gemeenteraad van negen leden'. Wij hebben een gemeenteraad van zeventien leden en daar zullen we het ook met elkaar mee moeten doen. En de inhoudelijke verschillen mogen er uiteraard zijn.
Juist van een discussie op inhoud, een goede discussie op inhoud, kunnen het beleid en de voorstellen alleen maar beter worden als we met elkaar over de inhoud gaan discussiëren. Voorzitter. Positief vond ik daarom ook de handreiking in het collegeakkoord, halverwege het voorwoord en ik citeer 'ons akkoord is een handreiking naar alle partijen om samen te werken aan de mooie kwaliteiten die onze gemeente heeft'. Einde citaat. Dat vond ik dus een goede handreiking en op zich neem ik die handreiking ook aan. Dat is direct het bruggetje naar het coalitieakkoord zelf. De vraag blijft staan 'herkennen we ons in het akkoord?' Veel van onze punten die zijn aangedragen in het begin, zijn overgenomen dus inhoudelijk op hoofdlijnen is dat prima en het is ook een akkoord op hoofdlijnen, dat is prima. Is dat genoeg? Dat is de vraag. En om die vraag te beantwoorden, 'is dat genoeg?', laat ik mij leiden of inspireren door de wijze woorden van mijn collega-fractievoorzitter van de VVD en ik citeer 'je kunt alles mooi opschrijven maar daar ben je er nog niet mee, er is onderling vertrouwen nodig'. Dat heeft hij laten opschrijven, of tenminste, ik citeer uit De Schakel Midden-Delfland. Dus het antwoord op de vraag 'heeft het voldoende pit?' zal afhangen van hoe de komende tijd de opstelling is van de verschillende partijen en hoe we met elkaar kunnen samenwerken.
Tot slot, voorzitter, of bijna tot slot. Ik had nog wat inhoudelijke punten en die punten komen voor een deel – ere wie ere toekomst – aan de persoon die in de vorige raadsperiode op deze stoel zat. Die is als adviseur betrokken bij onze fractie nu en die heb ik hier op een A4'tje en die zal ik symbolisch geven zo meteen aan de heer Zwaard omdat hij het als eerste bracht en ik mail het daarna en ik zou zeggen 'doe er uw voordeel mee'. Tot slot wil ik het nieuwe college dat straks gaat aantreden alvast feliciteren en veel wijsheid en zegen toewensen voor de komende vier jaar. Dat was het. (De heer Ringeling overhandigt aan de heer Zwaard een notitie.) De voorzitter: Mijnheer Ringeling, het college kunt u pas feliciteren als er echt een meerderheid van stemmen voor de collegeleden is want dat weten we nog niet zeker. Je weet het nooit, is mijn ervaring. Dit was de eerste termijn, is er behoefte aan een tweede termijn? De heer Zwaard. Anderen nog? En de heer Vieira en de heer Van der Eijk ook. De heer Zwaard: We hebben drie sprekers gehoord. Ik weet niet of ik met de laatste moet beginnen of bij de eerste. Ik ga toch beginnen bij de laatste, bij mijnheer Ringeling. Een prachtig verhaal. Een aansprekend verhaal. Een coalitieakkoord dat pit nodig heeft. Wij denken dat er genoeg pit in zit, maar dat zullen de komende vier jaar uit gaan wijzen.
Terecht was uw opmerking over de dank naar Mijn Partij, voor de inspanning die zij gedaan hebben. Ik denk dat dat een heel terechte opmerking is. Met betrekking tot het imago van de politiek ben ik het ook met u eens. Dat is hier niet van opgeknapt. Ook wij hadden liever gezien dat het sneller was gegaan, maar het is nu eenmaal zo gelopen. De uitgestoken hand, daar zijn we blij mee. In onze optiek spreken we niet over een coalitie en oppositie, maar we spreken over een raad in Midden-Delfland. Ik denk dat dat de insteek moet zijn. En ik ondersteun uw woorden volledig. We moeten met elkaar – als we kijken naar de achterliggende vier jaar was de sfeer in de raad denk ik prima – met z'n allen er hard aan werken om dat weer voor elkaar te krijgen, dat het weer wordt zoals het was. Dat wil niet zeggen dat het nu anders is, maar daar ligt wel een uitdaging en ik snap uw opmerking. Wij nemen hem aan en de uitgestoken hand, zeker ook van onze kant, is daarbij aanwezig. Dank voor uw positieve inbreng en ook fijn dat u ons daarbij steunt. Datzelfde geldt voor de OGP Midden-Delfland. Die spreken ook uit dat ze constructief zullen zijn de komende periode. Daar zijn we met z'n allen als complete raad denk ik blij mee. Uiteraard, voorstellen die vanuit de OGP Midden-Delfland of welke partij dan ook komen en die voor de gemeente goed zijn, gaan we steunen. Dat mag duidelijk zijn.
U geeft een aantal punten aan en een aantal mitsen en maren. U noemt een aantal goede punten, buitengebied PUUUR, de ambitie om de boeren te faciliteren daar waar nodig. Uiteraard steunen we dat ten volle. Verkeer en vervoer en sluipverkeer. Daar is wel degelijk een stukje tekst aan gewijd. Zelfs een heel expliciet stuk. We hebben in het coalitieakkoord opgenomen dat we willen kijken om sluipverkeer bij Schipluiden, dus door de kern, op een andere manier vorm te kunnen geven. Dat zwaar landbouwverkeer hetzij op een ander tijdstip of op een andere manier door die kern kan bewegen. Dus aan sluipverkeer is wel degelijk aandacht geschonken. Het deelvervoer. Ik denk dat we een heel mooi initiatief neerzetten, het Automaatje van de ANWB, als alternatieve manier van vervoer.
Het stiltegebied. Vandaag is er nog bij de burgemeester in de gemeente Westland een petitie aangeboden ondertekend door 4600 Westlanders. Ik neem aan dat het allemaal Westlanders zijn. Die vinden juist dat ze met hun schuiten wel door dat stiltegebied mogen varen, waarbij het natuurlijk niet de bedoeling is dat dat een zuipschuit met een hoop herrie is. Ik denk dat onze APV ons voldoende munitie geeft om daar goed tegen op te treden waarbij de insteek moet zijn, niet als een soort politieagent te acteren op elke schuit die voorbijkomt, maar die schuiten die belastend zijn voor het gebied, daar moeten we uiteraard wel wat mee doen. Ik denk dat onze APV daar voldoende munitie voor biedt. Duurzaamheid hebben we specifiek zo ingevuld en er niet een speciale paragraaf op gericht, maar we hebben wel gezegd 'door het hele coalitieakkoord komt er in bijna elk hoofdstuk wel iets over duurzaamheid terug'. Wonen. Daar zou ik ook heel veel over kunnen vertellen, maar dat ga ik overlaten aan mijn collega van de VVD. Dat zit bij de VVD in de portefeuille dus dat laat ik dadelijk aan de heer Van der Eijk over. U stelt voor om de portefeuille Buitengebied bij 1 wethouder neer te leggen. Het lijkt u misschien niet zo handig als ze daar met elkaar naar moeten kijken.
Wij denken dat de portefeuilleverdeling die we nu hebben, een goed handvat biedt aan de drie collegeleden om daarmee goed te kunnen acteren. Nogmaals, we zijn blij met de inbreng die u doet, blij met de constructieve houding en het feit dat u ook een uitgestoken hand richting de volledige raad uitsteekt. Dus op die manier kunnen we met elkaar een goede vier jaar gaan beleven. Richting Mijn Partij, richting de heer Roeling en zijn fractie. Ik heb het net al gezegd, dank voor het feit dat er toch veel tijd in gestoken is om te kijken of we een coalitieakkoord voor elkaar konden krijgen. Dat heeft niet zo mogen zijn. Ik denk dat dat zeker voor de partij zelf bitter is. Ik snap dat, maar het is nu eenmaal gelopen zoals het gelopen is. En wij gaan nu met deze volledige raad – nogmaals, we gaan niet spreken over coalitie en oppositie – hopen een heel goede periode te gaan beleven met elkaar. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Zwaard. U zei drie collegeleden, ik hoop dat u ze echt alle drie installeert want dan zijn we met z'n vieren. Of u was mij vergeten, dat mag ook, maar ik vind het toch wel belangrijk dat de mensen thuis wel weten dat we met z'n vieren zijn. Ik zit een beetje te plagen… De heer Zwaard: Ik kreeg een appje van de u niet onbekende Brandon Ridderhof. Die zei 'je hebt iets goeds in huis gehaald en hij is messcherp'.
De voorzitter: Even voor de goede orde, dames en heren. Brandon Ridderhof is een heel jonge fractievoorzitter van de lokale partij in de Hoeksche Waard en een heel leuke gozer, dat hoort u wel. Dank u wel. Ik ga naar de heer Vieira en dan gaan we daarna naar de heer Van der Eijk. De heer Vieira: De heer Zwaard heeft al gereageerd op de punten die aangedragen zijn door de partijen die al genoemd zijn en ik sluit daar met name bij aan. Je hebt inhoud waarbij het echt over stukken gaat 'gaan we iets meer naar links of iets meer naar rechts'. En we hebben natuurlijk inderdaad ook de cultuur waar de heer Ringeling aan refereert, waar we inderdaad allemaal verantwoordelijkheid voor hebben. En de Gemeentewet kent ook geen coalitie of partijen, die zegt 'je bent gewoon een raad'. Dat is dus niet alleen in Midden-Delfland zo, maar dus ook hier zo dus daar hebben wij houvast aan. Dan terug naar de inhoud. Ik zit nog even een aantal punten te bekijken. Ik ben inderdaad dankbaar voor de complimenten die gegeven zijn en ook blij met de punten waarop we kunnen kijken 'wat kan er nou beter en waar kunnen we op reageren?' Wat betreft contact met een dorpswethouder. Ja, er is inderdaad gekozen om dat zo te doen.
We hebben er best intensief over gesproken 'hoe doe je dat, ga je naar een dorp en vervolgens draagt een wethouder het weer over aan een andere wethouder, omdat die niet verantwoordelijk is voor de portefeuille?' Uiteindelijk is dus de uitkomst om het op portefeuilleniveau te doen in plaats van op dorpsniveau. Maar goed, ik begrijp wel het punt dat wordt aangedragen. Ik denk dat we ook gewoon na een tijdje moeten kijken 'hoe wordt dit beleefd door onze inwoners?' Want als dat gewoon niet werkt, moeten we misschien kijken hoe we dat dus beter kunnen doen.
Wat betreft het aantal portefeuilles. Ja, soms heb je dat het een bij het een zit en het ander bij het ander. En soms zit er overlap in en wij hebben van het college gevraagd om juist integraal naar stukken te kijken, dus dan is dat ook niet erg. We vragen ook de ambtelijke organisatie om dat te doen, om niet alleen als je een vraagstuk binnen krijgt, te denken 'ik ga hierover en daar beperk ik me toe'. Maar te denken 'wat betekent dit hele plan voor de initiatiefnemer?' En niet te zeggen 'je bent nu bij mijn loket en dan houdt het op'. Dat vragen we dus niet alleen van het ambtelijk apparaat, maar dus aan het hele college. Dan het dossier Personeel en organisatie bij de burgemeester. Ook daar hebben we het over gehad. Je kunt het inderdaad politiek maken en ernaar kijken als 'het is langdurig'. We hadden daar individueel ook meningsverschillen over af en toe. Uiteindelijk hebben we gedacht 'een werknemer moet niet afhankelijk zijn van de situatie van een politieke partij' en de meest neutrale van het college, zoals wij het zagen – en dan vaak langstzittende, maar dat gaat misschien niet op als je een waarnemer hebt – is de burgemeester, dus vandaar dat de keuze gevallen is om dat bij een burgemeester te beleggen. Dat wat betreft inhoud. Er is nog een aantal punten aangedragen. Ik denk dat we inderdaad goed moeten kijken hoe we dingen moeten doen.
Mijnheer Zwaard zei het al, op de vraag over woningen gaat mijnheer Van der Eijk reageren. Dus die krijgt, via u voorzitter, ongetwijfeld de beurt. De voorzitter: Ik probeer mij als voorzitter zo min mogelijk te bemoeien met de agenda, maar ik ga mijzelf niet beschouwen als een voorbijganger die op de winkel past, dus maakt u zich daar niet te veel zorgen om. Mijnheer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Ik hoop dat ik iets meer mag zeggen dan alleen over woningen, want de heer Ringeling haalt aan 'je kunt alles helemaal op papier mooi opschrijven. Maar ja, het gaat ook om het vertrouwen als gemeenteraad in elkaar'. Hij haalde daar een terecht citaat aan. We moeten het met elkaar doen hier als gemeenteraad voor deze gemeente. Daarbij zijn er wat vragen van mijn linkerbuurman van de OGP Midden-Delfland over woningen, wat er staat over de woonagenda. We hebben het daar ook uitgebreid over gehad, 'een woonagenda voor vier jaar is eigenlijk wel een beetje gek, want je maakt dan nu een agenda voor vier jaar en eigenlijk voordat je die woningen bouwt, is die agenda verlopen'. We hebben meer gedacht 'we moeten daar een langere termijn aan koppelen, zodat dat een beter werkbaar document is' en de start daarvan is de huidige woonagenda. En zoiets zou heel goed kunnen passen in de gebiedsvisie naar 2050, want het gebied zijn ook de kernen en de woningen die daar staan.
U komt ook terug op het amendement, dat eerder in de vorige raad is aangenomen, om 15% sociale koopwoningen te realiseren in deze gemeente. Er staat wel degelijk in dit akkoord dat het college de opdracht heeft naar manieren te zoeken om die koopwoningen ook betaalbaar te houden. De voorzitter: De heer Knaap, een interruptie, gaat uw gang. De heer Knaap: Ik hoor wat de heer Van der Eijk zegt 'we gaan ons best doen om die sociale koopwoningen betaalbaar te houden'. De vraag die daarbij hoort bij mij: kunt u een voorbeeld geven van de afgelopen acht jaar dat een sociale koopwoning minder dan € 100.000,00 in waarde is gestegen in die acht jaar? De voorzitter: De heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Volgens mij zijn er de afgelopen acht jaar geen sociale koopwoningen verkocht. Dus ik kan daar geen voorbeeld van geven, voorzitter. De voorzitter: De heer Knaap. De heer Knaap: Het Balkengat in Den Hoorn € 190.000,00 sociale koop, nu € 330.000,00. Oomskind, Den Hoorn € 195.000,00 sociale koop, nu € 325.000,00. Woningen in Maasland, ooit sociale koop met een koopgarantregeling, nu boven de € 300.000,00. Hoe gaat u dit doen? De voorzitter: De heer Van der Eijk. Ik wil u vragen om vooral even op hoofdlijnen te reageren, want we worden nu wel erg inhoudelijk. Daar moeten we even voor oppassen. Volgens mij geldt dat
ook voor de verdere uitwerking. Maar ik denk wel dat de heer Knaap op hoofdlijnen een antwoord van u kan verwachten. De heer Van der Eijk: Ik denk dat we dan moeten kijken naar mogelijkheden om bij die woningen de fysieke uitbreidmogelijkheid tot het minimum te beperken. Ik denk dat dat een goed begin is om het kort en bondig te houden. Wij hebben niet allemaal instrumenten opgenomen om dit allemaal te doen, omdat het akkoord op hoofdlijnen is. Anders liggen daar specifieke instrumenten. En dan is het misschien te specifiek en het is juist aan het college om met die voorstellen te komen. Afgelopen vier jaar is er ook uitgebreid over gesproken. Ik ga ervan uit dat het college die voorstellen ook meeneemt in de afwegingen om met een plan te komen. Dat is wel de opdracht die wij meegeven. De voorzitter: De heer Knaap. De heer Knaap: Ja, dan toch even de vraag aan de voorkant van de vier jaar. Ik hoor u zeggen dat als uit de OGP Midden-Delfland of een willekeurig raadslid in deze raad komt met een goed voorstel dat ervoor zorgt dat woningen beter beschikbaar komen voor onze eigen inwoners, u dat altijd zult steunen. Bent u dat met mij eens? De voorzitter: Dat is een heel absolute vraag, de heer Van der Eijk. 'Altijd', dat woord. De heer Van der Eijk: Altijd is te absoluut, dus dan kan ik geen positief antwoord geven.
Daar horen natuurlijk argumenten bij en het gaat erom of wij die argumenten dan steunen. Dat is mijn antwoord daarop. Waren er nog meer vragen? Volgens mij heb ik alle vragen die er leven beantwoord. Wij staan inderdaad echt open voor suggesties waar plannen beter kunnen. En ik kijk uit naar een prettige samenwerking. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Eijk, dan was dit de tweede ronde. Mijnheer Ringeling, u wilt toch nog voor een tweede termijn? Ik had u nog niet opgeschreven, dus u mag van mij wel hoor. Ik ben af en toe heel streng, maar u gaat zo vlot dat u wat mij betreft ook nog even het woord mag krijgen. Gaat uw gang. De heer Ringeling: Ik zal het beperken tot een zin. Het A4'tje dat ik symbolisch net aan de heer Zwaard heb overhandigd, wordt door de griffier gemaild naar de overige raadsleden. De voorzitter: Kijk, transparantie, dank u wel. Ik wil u ter afsluiting van dit agendapunt… Dit is niet ter besluitvorming, zo werkt het niet met coalitieakkoorden. Ik heb nog wel behoefte om zelf nog even iets toe te voegen. Ik heb hier een aantal dingen over de relatie in de raad gehoord. Ik heb goede woorden erover gehoord dat je er als een team, als geheel moet staan. Ik denk dat dat ook een belangrijk thema is waar ik mij ook graag hard voor wil maken. Ik zal ook kijken welke initiatieven ik daar zelf in kan nemen om u daarin te ondersteunen.
Maar een ding heb ik u nog heel weinig horen zeggen, of eigenlijk niet, dat is dat dit het hoogste orgaan van de gemeente MiddenDelfland is. Niet het college, het college is niet de baas. U bent de baas en ik wil dat toch nog even benadrukken. U bent als geheel de baas en daarom ben ik blij met de woorden van de heer Vieira dat oppositie en coalitie volgens de wet niet bestaan. In de praktijk zien we ze wel vaak, maar uiteindelijk bent u als orgaan het hoogste orgaan en dat betekent dat het college daar altijd volgend op zal zijn. Het voordeel is dat het college als dagelijks bestuur natuurlijk al een heleboel voorbereidt en uitvoert voor u, dat dan weer wel. Maar ik vind het wel belangrijk om dat nog even te onderstrepen. U bent aan zet en dat is waar we de komende vier jaren met elkaar gaan werken. En ik zo lang als ik hier ben.
5.
Voorstel tot het benoemen van wethouders
De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 5. De fracties van het CDA, VVD en D66 hebben drie personen voorgesteld om te benoemen tot wethouder en dat zijn de heer Ten Have, mevrouw Renzen-van Leeuwen en mevrouw Oderwald-Ruijsbroek. Ik vind het altijd wel netjes als de partijen die de kandidaten aangedragen hebben, hen ook even voorstellen. Het lijkt me goed als ik even bij de heer Zwaard begin en dan de heer Van der Eijk en dan de heer Vieira het woord geef om hun kandidaat voor te stellen zodat u ook een beetje de motieven van de voorstellende partijen kent
waarom deze wethouders voorgedragen zijn. Misschien helpt dat bij uw stemvorming. Gaat uw gang, mijnheer Zwaard. De heer Zwaard: Zoals u zegt, onze kandidaat is de heer Ten Have, woonachtig in Voorschoten. Om maar met de deur in huis te vallen, hij blijft ook wonen in Voorschoten. Twee jaar geleden is hij aangetreden, vanwege droevige omstandigheden, het overlijden van toenmalig wethouder Hans Horlings. Wij zijn heel blij met hem. Ik denk dat ik wel kan zeggen dat de complete raad blij is met mijnheer Ten Have als wethouder, wij in ieder geval zeker. Hij krijgt financiën, economische zaken en het buitengebied, openbare werken en seniorbeleid in zijn agenda en in zijn portefeuille. Ik kan er nog wel meer over vertellen, maar dat ga ik niet doen. Wij zijn in ieder geval heel blij met hem en wij zien uit naar zijn benoeming. De voorzitter: En u beveelt hem aan, concludeer ik daar dan even uit. De heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: De kandidaat voor de VVD is mevrouw Wendy Renzen. Ik heb even gekeken, zij is dan waarschijnlijk het enige collegelid dat in deze gemeente woont. Waarschijnlijk zal zij dan een flinke taak krijgen aan het locoburgemeesterschap als tweede loco. Maar ze heeft nog meer te doen uiteraard, want dat is de eerste taak van de eerste burger, het burgemeesterschap. Zij zal zich hoofdzakelijk concentreren op zaken rond ruimtelijke ordening en wonen.
De hele raad vindt daar wat van, dat was zo in de afgelopen periode en ik verwacht niet dat dat veel zal veranderen, dus daar zal zij een stevige opdracht aan hebben. Ook de Omgevingswet mag zij ter hand nemen en dit valt natuurlijk ook samen met de Gebiedsvisie 2050. Daar vallen veel dingen mee samen, maar dat is eigenlijk een collegebreed ding. Je kunt niet op een portefeuille op de gebiedsvisie draaien. Ze gaat verder met de kernplannen en centrumontwikkelingen zoals ze dat in de afgelopen vier jaar gedaan heeft. Ik denk dat dat voor de partners in die centrale, soms langlopende dossiers ook fijn is dat de lijn wordt doorgezet. Recreatie, vrijetijdseconomie en PUUUR. Misschien wordt het buitengebied daarmee wel opgeknipt, maar in mijn ogen zorgt het juist voor samenwerking. Een stad-landverbinding vanuit economie kan misschien wel een oppepper gebruiken. De verenigingen, sport en accommodaties. Ja, onze gemeenschap is niks zonder de verenigingen en de gemeentelijke gebouwen, dat valt ook een beetje bij woningen, nieuwe plekken ontwikkelen, daar gaat zij zich hard voor maken. En ik raad haar bij u allen van harte aan. De voorzitter: De heer Vieira. De heer Vieira: Wij dragen mevrouw Oderwald-Ruijsbroek voor. Zij is opgegroeid in Midden-Delfland in Schipluiden, van kleins af aan tot ze haar studie begon. Toen is ze naar Delft verhuisd.
Wat betreft locoburgemeesterschap, zij is dan de derde. Overigens is de afstand naar het gemeentehuis voor haar goed te doen. Vooralsnog is ze altijd op een fiets gekomen, dus in die zin zit ze maar een paar honderd meter van de gemeentegrens en ze heeft de ambitie, als het kan, om in de gemeente te komen wonen als de mogelijkheid zich voordoet. Waarom hebben wij haar naar voren geschoven? Zij heeft aardig wat politieke en maatschappelijke ervaring, dus heel veel ervaring zowel bij waterschappen, met lokale politiek, verenigingsleven, bekend met de gemeente, bekend ook buiten gemeente en ze heeft connecties buiten de gemeente. Wij denken dat dat voor een gemeente als Midden-Delfland die het ook van de contacten met andere gemeenten moet hebben, belangrijk is. Zij krijgt portefeuilles op het gebied van duurzaamheid. Dus energie, warmte, klimaat, milieu en ook mobiliteit en verkeer zal onder haar vallen en een wat zwaar dossier, Sociaal Domein. In de raad kennen we dat maar voor de mensen thuis, dat betekent onder andere de zware portefeuille rond jeugdzorg, onderwijs, volksgezondheid en verder doet zij ook nog cultuur, kunst, participatie en communicatie. Ik geloof dat ik dan nu niets vergeet. Hoewel, een ding nog, dienstverlening vanuit de gemeente. Als inwoner heb je toch vaak te maken met onze organisatie en het is goed dat een wethouder daar heel specifiek naar kijkt.
Dus dat even kort over haar en de portefeuilles die zij zal gaan voeren. De voorzitter: Dank u wel voor het voorstellen van deze kandidaat-wethouders. De Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven is diepgaand, voorafgaand aan de vergadering uiteraard, aan de slag gegaan met de geloofsbrieven van de drie kandidaten. Dat heeft de Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven gedaan, die heeft de geloofsbrieven bestudeerd. In de commissie zitten de heer Knaap, de heer Ringeling en de heer Roeling. Ik heb begrepen dat de voorzitter van
de Commissie de heer Ringeling is en ik wil hem graag het woord geven om de raad te informeren over de bevindingen gaat uw gang. De heer Ringeling: De Commissie heeft geconstateerd dat er ten aanzien van mevrouw Renzen geen beletselen zijn voor haar benoeming. De Commissie heeft verder geconstateerd dat voor de kandidaat-wethouders Ten Have en Oderwald-Ruijsbroek niet voldaan wordt aan de woonplaatsvereiste. Dit betekent dat daarover door de gemeenteraad een besluit moet worden genomen. In het voorliggende voorstel is daarin voorzien, dus op het moment dat dit voorstel is aangenomen, is dat beletsel dan automatisch ook weggenomen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel en dan kan het zijn dat er behoefte is voor het voordragen van een andere kandidaat, maar ik weet niet of dat nodig is, want dat zou dan nu het moment zijn. Nee, oké, dan zijn dit de kandidaten. Dan gaan we nu over tot… Ik kan me voorstellen dat de andere partijen willen reageren op deze voordracht. Is daar behoefte aan? Ik kijk even rond. Nee, oké, dank u wel. Dan kunnen we overgaan tot de stemming als ik het goed heb. De stemming zal overeenkomstig met het bepaalde in artikel 5 en 30 en 31 van de Gemeentewet op schriftelijke wijze plaatsvinden. Over personen stemmen wij altijd schriftelijk. Er is sprake van vrije stemming, dat wil zeggen dat kan worden gestemd op de voorgedragen persoon of op een andere persoon.
U krijgt een stemformulier uitgereikt waarbij u per kandidaat uw stem kunt uitbrengen. Voor de geldigheid van het stembriefje – ik denk dat dat heel belangrijk is voor u om te weten – nog even dit: geldige stembriefjes zijn alleen die stembriefjes die behoorlijk zijn ingevuld. In de volgende gevallen is een stembriefje niet behoorlijk ingevuld: dat is een blanco stembriefje, een ondertekend stembriefje, de leden van de raad horen anoniem te stemmen, en tot slot een stembriefje waar een andere naam op staat dan voorgedragen is. En dan is het natuurlijk zo dat de Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven ook fungeert als de commissie Stemopneming. En de griffier zal u uiteraard bij uw werk ondersteunen. De bode heeft de formulieren uitgedeeld en zal ze zo meteen weer ophalen. Als ze opgehaald zijn, dan schorsen we de vergadering voor… Hoe lang? Ik weet niet hoe snel deze commissie is? U heeft daar ervaring mee? Een paar minuten. Dan wil ik u graag verzoeken om te blijven zitten totdat uitslag binnen is en de commissie Stemopneming weer terug is. De bode gaat aan de slag op zeer professionele wijze. Dames en heren, ik schors de vergadering voor vijf minuten want de griffier heeft aangegeven dat dat moet lukken.
Schorsing De voorzitter: Dames en heren, ik heropen de vergadering en ik vraag de voorzitter van commissie Stemopneming, in dit geval de heer Ringeling, om de uitslag met ons mee te delen. De heer Ringeling: Er zijn 16 stemmen uitgebracht. Een stem is ongeldig omdat hij is uitgebracht op een kandidaat die niet is voorgedragen. Dus er zijn daarmee 15 geldige stemmen. 12 stemmen voor zijn uitgebracht op het lid Ten Have, 12 stemmen voor zijn uitgebracht op het lid OderwaldRuijsbroek, en 12 stemmen voor zijn uitgebracht op het lid Renzen, 3 stemmen tegen. Daarmee zijn we op 16 stemmen. De voorzitter: Dat betekent dat dat we mogen concluderen dat de raad besloten heeft deze kandidaat-wethouders te benoemen. En nu is het natuurlijk zaak, want de kandidaat-wethouders zitten achterin de zaal, u te vragen om naar voren te komen, want u mag ook nog aangeven of u de benoeming gaat aanvaarden. Dan hoop ik dat daar geen verrassingen meer in zitten, maar dat hoort er wel bij. U moet ze aanvaarden. Ik wil graag in alfabetische volgorde naar voren roepen, de heer Ten Have, mevrouw Oderwald en mevrouw Renzen. Komt u naar voren? Ik ga er even van uit, want dat kan dan per acclamatie zou ik haast zeggen, maar het is wat overdreven als u voor uzelf gaat applaudisseren, dat u hierbij de benoeming ook aanvaardt.
Klopt dat? Ja, dank u wel, dan ga ik naar het spreekgestoelte en ga ik de ambtseed en de verklaring en belofte voorlezen. De raad stemt voor benoeming van de kandidaat-wethouders.
6.
Afleggen eed dan wel verklaring/belofte door wethouders
De voorzitter: Dan vraag ik per kandidaat om daarop te antwoorden en uiteraard gaan we op het moment dat de eed en belofte worden afgelegd, uit respect voor de Grondwet, staan, tenzij we daar fysiek niet toe in staat zijn. Dus als u straks met mij mee opstaat, komt dat helemaal goed. Ik moet heel streng zijn, het geldt ook voor kinderen. Sorry, maar de Grondwet geldt ook voor jullie, hoe jong je ook bent. Als u heel oud bent en niet meer in staat te gaan staan, dan mag u blijven zitten, maar jullie zagen er nog heel jong uit. Wij gaan naar de verklaring en de eed en ik begin bij de verklaring en belofte. Dat lijkt me het verstandigst. "Ik verklaar dat ik, om tot wethouder benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd, Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen, Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als wethouder naar eer en geweten zal vervullen." Mevrouw Renzen: Dat verklaar en beloof ik! De voorzitter: Ik had begrepen dat u de belofte zou doen? Ja, dat gaat goed, sorry, in mijn hoofd gaat er iets mis. Sorry. Dat is ook de spanning bij mij, dames en heren. Dan gaan we nu naar de eed.
"Ik zweer dat ik, om tot wethouder benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als wethouder naar eer en geweten zal vervullen." De heer Ten Have: Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! Mevrouw Oderwald: Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! De voorzitter: Dan wil ik u van harte feliciteren in het ambt. Het is een mooi ambt, het is een serieus ambt en het is vooral ook heel fijn, dus ik vraag u ook ervan te genieten want dat is ook goed voor onze inwoners en goed voor de raad. U mag allemaal plaatsnemen. En natuurlijk een applaus! (Onder applaus nemen de wethouders plaats aan de voor hen bestemde tafel.) Dames en heren, u heeft weer een dagelijks bestuur dat uw kaderstelling mag controleren. Dat is uw taak. Dat ziet er weer gevuld uit. Hartstikke goed, Dat was agendapunt 6. 7. Voorstel tot benoemen/aanwijzen/voordragen in diverse functies en organen De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 7 voorstel tot benoemen/aanwijzen/voordragen van personen in diverse functies en organen. De gemeente participeert in diverse externe bestuursorganen.
Voor enkele van deze bestuursorganen is de raad het bevoegde orgaan om leden uit haar midden en het college voor te dragen en/of te benoemen. Ook bestaat een mogelijkheid voor de raad om zich actief op te stellen voor wat betreft de invulling van een waarnemer raadsvoorzitterschap en een waarnemend burgemeesterschap. Dat laatste is voor de situatie dat de burgemeester en de wethouders afwezig zijn. En vroeger dacht ik altijd 'dat kan niet voorkomen', maar na corona houd ik overal rekening mee. We weten het gewoon niet, dus dit is een hele belangrijke en verantwoordelijke functie als u die heeft. Ik heb begrepen dat het raadsvoorstel inmiddels gevuld is met namen. Ik kan me voorstellen dat iemand daar het woord over wenst te voeren en anders zou ik me ook kunnen voor stellen dat dit bij acclamatie zou kunnen. De heer Knaap. De heer Knaap: Misschien toch. Ik heb even naar het lijstje gekeken en ik ben blij dat een heel aantal van de collega's hier zich hebben aangemeld om in die externe bestuursorganen zitting te nemen. Volgens mij hebben we dat ook als een belangrijke taak ervaren. Dus ik gun het ieder om de hele raad te mogen vertegenwoordigen. Het valt me wel op, en dat is toch even een oproep aan onze collega's van Mijn Partij, dat geen van u allen ook niet een plaatsvervangende taak op zich wil nemen. En eigenlijk vind ik dat gewoon jammer.
Dat is gewoon een persoonlijke observatie, dus ik
zou u willen oproepen om toch op een aantal van die posten de inspanning te leveren. We doen het met z'n allen. Ik zou het fijn vinden als we dat ook zichtbaar maken in de vertegenwoordiging richting onze externe bestuursorganen. Dank u wel. De voorzitter: Dat is een oproep die natuurlijk op elk moment van de tijd geregeld zou kunnen worden. Ik weet niet of de heer Roeling, zijn fractie, of namens zijn fractie daar nog daar iets over wil zeggen? Of neemt u deze oproep ter kennisname aan? Dat laatste. Oké. Dank u wel. Is er verder nog iemand die nu het woord wenst te voeren? Nee, dan stel ik voor om dit voorstel bij acclamatie aan te nemen. Dan verwacht ik altijd dat mensen ook even klappen, dan weten we zeker dat het ook gebeurt. (applaus) Ja. Ik ben ook dingen gewend en dan moeten we ook voorkomen dat ik kortsluiting in mijn hoofd krijg.
8.
Motie vreemd aan de orde van de dag
De voorzitter: Even kijken hoor, dan komen we volgens mij bij agendapunt 8. Dat is de motie vreemd en dan geef ik de heer Van der Eijk graag het woord om zijn motie in te dienen en toe te lichten. De heer Van der Eijk: Het kan ons bijna niet zijn ontgaan, agrarisch Nederland is behoorlijk in opstand vanwege landelijke/Europese regelgeving. In Midden-Delfland lopen wij voorop. Daarom hebben wij eigenlijk een oproep aan het college via een motie. We hebben net een coalitieakkoord besproken waarin heel veel opdrachten staan en dit is misschien iets meer een actuele opdracht die niet voor vier jaar bedoeld is. De titel van de motie is 'De boer is een deel van de oplossing'. Motie nr.