2021 m 09 d 28.docx
Tekst van het document
Het blijft natuurlijk de vraag of het college doet wat het zegt voor december, maar ga je verder, dan kom je bij de verkiezingsperiode en dan wordt het steeds lastiger. We willen wel een gedegen onderzoek hebben om de woonagenda straks echt goed aan te kunnen passen en ook goed SMART geformuleerd te hebben want een visie is mooi, maar als er geen logische vervolgstappen aan zitten, en het anders gedaan wordt, kunnen we net zo goed geen visie hebben. De voorzitter: Ik ga voor een reactie in eerste termijn naar het college, wethouder Renzen. Wethouder Renzen: De woningmarkt, wonen, de woningbouw, het is een vrij urgent onderwerp en terecht. Er is een enorm woningtekort, in deze hele regio en landelijk, kun je wel zeggen, maar met name in de regio Haaglanden en bij ons in de gemeente. Er staat ook bijna niets te koop en er is niets te huur. Heel veel mensen zijn naarstig op zoek naar een woning en kunnen er geen vinden. Dat is natuurlijk gewoon ernstig. Dus het is volkomen terecht dat u zich daar hard voor inspant. Als college kunnen we de motie echt van harte omarmen. Dat is belangrijk.
Ik wil zeker regelmatig met u spreken en de diepte ingaan over welke mogelijkheden er allemaal zijn en welke instrumenten er zijn die we kunnen inzetten bij de woningbouwopgave waar we aan werken en hoe we ervoor kunnen zorgen dat, als we dan bouwen, we de juiste woningen bouwen en op de juiste manier borgen dat ze betaalbaar zijn voor mensen met een kleine portemonnee, maar ook voor de middeninkomens. En hoe borgen we dat voor de langere termijn? Allerlei vraagstukken die in het hele land nu veelvuldig besproken worden en het is goed dat ook in deze gemeente met elkaar te bespreken. De voorzitter: Een interruptie van de heer Roeling.
De heer Roeling: Ik denk dat er wat misverstanden zijn hier vanavond. Ik heb in de mail naar de fractievoorzitters volgens mij duidelijk aangegeven wat ons standpunt is over de motie. We hebben even zitten zoeken naar wanneer we onze schriftelijke vragen hebben ingediend. Dat was 17 juli jl. en die vragen waren heel breed omdat we ook een beleid willen vaststellen. De thema's zijn grondpolitiek, onze rol, onze aanwas, van alles en nog wat. Dat had een heel mooie basis kunnen zijn voor een discussie binnen of buiten de raad. Nu zeggen 'we willen aan een onderdeel – de instrumenten, dat is slechts een onderdeel van het beleid – vanavond een richting geven', is prima, maar daarmee zit je nog niet op het beleid zoals wij dat voorstaan. Dus de vraag is: we hebben 17 juli die vragen ingediend – het waren er 42, dus take your time, maar na twee maanden ben je dan wel een beetje door de termijn heen – dus wanneer kunnen wij de antwoorden op die vragen van 17 juli verwachten zodat wij, en misschien anderen ook, daarmee verder kunnen? Daar zit ook de oplossingsrichting in verwerkt. Wethouder Renzen: Ik was gebleven bij dat we als college de motie van harte omarmen. Toen werd ik onderbroken door de heer Roeling en ik snap de heer Roeling want Mijn Partij! heeft een aantal vragen gesteld.
En aan de hand van die vragen, vraagt Mijn Partij! – zo heb ik ze gelezen – ook aandacht voor hetzelfde vraagstuk als waar de motie ook op ziet. Natuurlijk is het goed om die vragen die Mijn Partij! heeft ingediend en de antwoorden die daarop gegeven zullen worden door het college, mee te nemen in de bespreking wanneer we met elkaar van gedachten gaan wisselen over die woningbouw. Even concreet. De antwoorden op de vragen zijn geformuleerd en komen, denk ik binnen nu en een paar dagen naar u toe. Ze zitten ergens tussen de ambtelijke organisatie en de griffie in. Ik heb er vlak voor de vergadering nog naar gevraagd. De griffier heeft ze nog niet gezien maar ze zijn wel onderweg. Volgens mij kan ik met dat gegeven ook met een gerust hart de heer Van der Spek en Mijn Partij! adviseren om dan ook de motie te omarmen. Volgens mij wilt u allemaal hetzelfde en wilt u zich graag raadsbreed inzetten voor meer woningbouw voor de inwoners in deze gemeente. De voorzitter: Ik kijk even naar de gemeenteraad voor een eventuele tweede termijn. De heer Knaap: We zijn natuurlijk verheugd dat de motie zo'n brede steun geniet. Zover zelfs dat de wethouder degenen die hem nog niet steunen, aanmoedigt om hem wel te steunen. Dat zegt wel wat. Toch nog even dit. In de eerste termijn hoorde ik twee fracties iets zeggen waar ik in tweede termijn nog wat op wil aanvullen.
De fractie van D66, de heer Vieira, zei 'wat kost het de gemeente aan ambtelijke inzet?' Die vraag is nog niet beantwoord dus dat zal ongetwijfeld in zijn termijn nog een keer aan de orde komen. Ik snap die vraag wel, maar ik denk aan de ene kant wel 'je kunt beter nu even investeren in iets wat je besluitvorming later beter maakt'. Dus ik snap dat een ambtenaar ook ander werk heeft, maar we bepalen als raad dat we een betere basis nodig hebben voor besluitvorming dus in die optiek vinden we dat wel heel belangrijk. De heer Ringeling van de ChristenUnie zei 'wij vinden december niet zo belangrijk', maar precies zoals mevrouw Snethlage ook al zei, is december wel een goede datum want in januari beginnen de goede voornemens en volgens mij is dat met oog op de verkiezingen mooi om een gezamenlijke basis te hebben om daarna het goede gesprek te gaan voeren. Voor de rest ben ik uitermate blij dat de motie die wij met andere partijen samen hebben ingediend zo'n brede steun geniet. Dank u wel. De heer Gebben: Blij te horen dat er tenminste een partij hier in de raad het met ons eens is dat het een document zou moeten zijn meer op hoofdlijnen en voor de lange termijn. Volgens mij moeten we in de woonagenda zetten waar we met ons dorp naartoe willen en hoe we dat willen bereiken en vier jaar is gewoon heel kort als je kijkt naar het woningbouwprocessen.
Dus wat ons betreft, zou dat best over een wat langere periode mogen. Met de vraag naar ambtelijke inzet van D66 was ik ook blij want dat is ook een grote zorg van ons. We hebben niet zo veel ambtelijke inzet dus we moeten de tijd efficiënt benutten en ik ben bet eens met mijn buurman de heer Knaap dat nu een keer goed investeren een hoop discussie in de toekomst voorkomt. Dat zal, denk ik ook de werkefficiëntie intern ten goede komen dus wat dat betreft, kan ik me daar helemaal in vinden. Het liefst zouden we zien dat er heel veel capaciteit wordt ingezet in het uitwerken van woningbouwplannen want in een woonagenda kun je niet
wonen dus we moeten wel huizen bouwen. Als we daar onze capaciteiten vooral voor kunnen inzetten, zou ons dat een lief ding waard zijn. Maar we gaan in dit geval instemmen met een jaar doorschuiven. De heer Vieira: De heer Knaap kon inderdaad mijn gedachten lezen, we wilden inderdaad weten wat het betekende en ik ben het volledig met hem eens dat je data heel goed kunt gebruiken in de toekomst. Ik wil voorkomen dat we straks als een boemerang terugkrijgen 'we konden geen bouwprojecten doen omdat jullie wilden dat we hiermee aan de slag gingen'. Dat wil ik voorkomen en daar wil ik duidelijkheid over van de wethouder. De voorzitter: Dan heeft de heer Gebben nog een interruptie op de heer Vieira. De heer Gebben: Bedoelt de heer Vieira daarmee dat als hij denkt 'dit gaat te veel capaciteit kosten dat ik liever inzet voor woningbouw', we dit hele gebeuren achterwege moeten laten? De heer Vieira: We hebben geen duidelijkheid over wat het gaat betekenen. Wat laat deze gemeente uit handen vallen als we hiermee aan de slag gaan? Ik weet niet of dat woningen zijn of iets anders en daar wil ik gewoon duidelijkheid over. De heer Roeling: De vraag was of we de motie zullen steunen. We hebben al aangegeven dat we de overwegingen die in de motie staan niet delen.
Je kunt wel zeggen 'er zijn beperkte mogelijkheden', maar dat is nu juist voornamelijk een politiek standpunt en dat is een politieke houding geweest door de jaren heen en dat willen we nu juist vlot proberen te trekken. En onze notitie is veel breder dan alleen instrumenten. Dus ik zou zeggen: rest van de raad, ondersteun ons initiatief en dan moet u een paar dagen geduld hebben want dan krijgen we antwoorden op de gestelde vragen en dan nemen we die met liefde mee naar de Werkgroep Wonen als ik het goed zeg en dan is het voor ons in ieder geval bespreekbaar. Het is geen bv'tje dat we zelf willen organiseren, het gaat voornamelijk over de gemeente Midden-Delfland. Dus er had veel meer in moeten staan wat onze kant op komt, dan hadden we de motie graag gesteund, maar het onderdeeltje instrumenten steunen we zeker. Dat is geen steun voor de motie, maar wel ondersteuning voor een onderdeel van de motie. Mevrouw Snethlage: Ik hoorde de wethouder zeggen dat ze de motie omarmt en dat hij eigenlijk ingetrokken kan worden want dat ze hem gewoon gaat uitvoeren. Het klinkt altijd goed als een wethouder dat zegt en dan hoop ik dat het ook echt gebeurt want ik heb niet altijd even goede ervaringen met moties op het gebied van de woonagenda en woonvisie. Er is mij ook ter ore gekomen dat de woningbouwvereniging niet tevreden is over die 15%-15%.
Dat betekent dat daar ook nog discussie over is. En daar waren we als PvdA ook niet tevreden over dus voor ons is dat nog steeds een punt waarvan wij zeggen 'dat is niet voldoende om voor onze eigen inwoners het juiste te kunnen leveren'. Maar we hopen dus wel met de antwoorden op de vragen van de fractie Mijn Partij! en eventueel als de wethouder bereid wil zijn de eerdere moties op het gebied van wonen ook meteen mee te nemen, een zeer vruchtbare bespreking te hebben in de Werkgroep Wonen. De heer Zwaard: We zijn blij dat de wethouder de motie omarmt. Dat betekent dat die niet in stemming zal worden gebracht, maar wij vinden dat de motie wel in stemming gebracht moet worden. Jammer dat Mijn Partij! er niet in mee kan gaan, het lijkt me een gemiste kans. Woningbouw in Midden-Delfland is ons aller belang en deze motie geeft juist een eerste stap in de goede richting. Het zou de raad sieren als we dat raadsbreed zouden ondersteunen met z'n allen, dat we met z'n allen die stap willen maken. Dat zou kunnen betekenen dat we in de Werkgroep Wonen met elkaar wat meer aan de voorkant bij processen betrokken worden en daar ligt wat ons betreft juist de winst in dit verhaal. Het zou goed zijn als we dat raadsbreed ondersteunen, maar dat terzijde. We stemmen uiteraard hier wel mee in. De voorzitter: Ik kijk naar het college voor de beantwoording van de laatste vragen.
Wethouder Renzen: Allereerst de vraag van de heer Vieira, die ik had gemist in eerste termijn. Wat vraagt het van de ambtelijke inzet? Het vergt natuurlijk wel wat inzet en het is niet zo dat we
zodanig ruim in onze capaciteit zitten dat we hier nu een heel proefschrift op zouden kunnen schrijven, maar we zijn hier natuurlijk wel mee aan de slag en voor een deel is dat natuurlijk ook verweven met het dagelijks werk dat we doen. Als je nieuwe woningbouwplannen ontwikkelt, denk je parallel daaraan natuurlijk ook na over 'oké, wat is dan handig en passend bij de huidige tijdgeest, welke woningen precies, welke afspraken gaan we daarover maken?' Dat was vanavond ook een ander agendapunt; hoe belangrijk het is om de sociale woningcomponent te borgen? Daar is natuurlijk nog bij gekomen, op basis van de motie die deze raad heeft afgegeven, ook 10% minimaal te bouwen voor de middeninkomens. Daar geven we als college wel degelijk gehoor aan. U heeft ook kunnen zien dat we die motie hebben opgepakt en dat we die inmiddels ook uitvoeren. Wat vraagt het van de ambtelijke inzet? Natuurlijk wel even iets extra's maar we zien ook dat het belangrijk is om dat stukje extra op dit moment te leveren om de woningbouwprojecten die nu op stapel staan en waar we nu aan werken ook echt naar voren te halen en om te zetten in harde plannen en realisatie, zodat we dan ook klaar zijn voor 'hoe gaan we dan precies handen en voeten geven aan die realisatie' zodat ze op een goede manier bij de juiste mensen, de eigen inwoners, terechtkomen en dat we vooral de juiste woningen bouwen.
De voorzitter: Dan zijn we aangekomen bij de besluitvorming op dit punt. We hebben een voorstel en we hebben een motie. In die volgorde hebben we het erover. Ik heb gehoord dat D66 heeft aangegeven tegen het voorstel te zijn. Is dat de enige partij die dat heeft aangegeven? PvdA? Ook tegen. Dan heb ik 2 stemmen tegen en de rest van de raad kan akkoord gaan met dit voorstel. Is dat een goede waarneming? Dan is dat ook de stemverhouding en stellen we vast dat het voorstel met 2 stemmen tegen en de rest voor is aangenomen. Dan stemmen over motie nr. 1. Een stemverklaring de heer Roeling. de heer Roeling: Die luidt dat we het eens zijn met de motie, behalve de eerste overweging. En als we nu vragen aan de indieners 'schrap die eerste overweging', snap ik dat ze zeggen 'ja maar daarmee erkennen we dat er geen beperkingen zijn', dus ik snap het wel. Verder zijn we het eens met de motie, maar door de eerste overweging zullen we hem niet steunen. Of ze moeten het aanpassen. Dat vind ik ook goed. De voorzitter: Ik kijk even naar de indieners wat daarop gezegd wordt. De heer Zwaard: Dan zou ik toch nog even een korte schorsing willen vragen. De voorzitter: Zo veel als u nodig heeft, een paar minuutjes, vijf ofzo? Ja, ik schors de vergadering voor vijf minuten. Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering.
De heer Zwaard: We willen de motie zoals die nu voorligt in stemming brengen. De voorzitter: De motie die voorligt is ongewijzigd en komt daarmee in stemming, wie is voor deze motie? Wie is tegen? Ik noteer 3 stemmen tegen van Mijn Partij! en de rest is voor. Daarmee is de motie aangenomen. Het voorstel wordt aangenomen met tegenstemmen van de fracties van PvdA en D66. De motie nr. 1 wordt aangenomen met tegenstemmen van de fractie van Mijn Partij!
9.
Voorstel 3e periodieke begrotingswijziging 2021
De voorzitter: Wie wenst hierover het woord? De heer Van der Eijk: Het is inderdaad zoals hier staat, ik heb dit als bespreekstuk doorgeleid vanwege het budgetrecht dat we als gemeenteraad hebben. In deze wijziging gaf het college al aan dat er weer vele doorschuifbudgetten komen en we vinden dat dat ons budgetrecht aantast. We hebben een begroting vastgesteld en daarin staan doelen die gerealiseerd moeten worden. Dat lukt niet altijd en dat is erg jammer want we komen in een soort neerwaartse spiraal terecht. Het
onderhoud van de buitenruimte is eigenlijk maar 82% van de norm, bijna een op de vijf wegen is niet op het niveau zoals we dat wensen. Het is toch ons gezamenlijke doel als raad en college om dat op te vijzelen. Daar moet eigenlijk wel wat aan gebeuren. Ik hoor wel eens 'er is wat weinig ambtelijke capaciteit' maar volgens mij is er als we iets opknappen ook budget voor toezicht, voor planvorming, dus op zo'n manier zou toch die ambtelijke capaciteit gefinancierd kunnen worden. Want als er een anterieure overeenkomst is, is er ook een ambtenaar bij betrokken die zichzelf terugverdient en dat zou op dit vlak op deze manier ook kunnen. Zodoende zouden er in mijn redenatie voldoende handjes moeten zijn om dit werk te verzetten om zo dat onderhoudsniveau op peil te krijgen en in ieder geval de ambities van de raad te realiseren. Ik kan me nog de begrotingsraad uit 2019 voor de geest halen. De heer Vieira kwam met het voorstel 'zullen we Westgaag dan maar niet opknappen, dan hebben we in ieder geval een forse meevaller in de begroting die we nog vast gaan stellen?' Voor komend jaar, voor 2022-2025, staat die wederom doorgeschoven en dat kan echt niet langer zo doorgaan, voorzitter. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Vieira.
De heer Vieira: Realiseert de heer Van der Eijk zich dat hij een half verhaal vertelt op dit moment? Toen dat idee geopperd werd, leek het ten eerste zo dat die weg niet gevaarlijk was, op het oog, voor de bestuurders. Maar het andere verhaal was dat er een keus was. Er lag een voorstel 'we gaan een aantal bibliotheken sluiten, we gaan vrijwilligers niet meer ondersteunen, we gaan fors korten op cultuur' en toen werd er op een gegeven moment door het college voorgesteld 'kom dan met een tegenvoorstel' tijdens de begrotingsbehandeling. Dus begrijp ik het goed dat de heer Van der Eijk voor het sluiten van de bibliotheken, voor schrappen voor ondersteuning van vrijwilligers en tegen cultuurbudget is? De heer Van der Eijk: Dat ben ik niet, ik probeer meer aan te geven dat u met een voorstel kwam 'dan doen we dit niet', maar het college gaf aan 'deze weg moet wel opgeknapt worden', en het is nog niet gebeurd. Als ik op uw stoel zou zitten, zou ik daar wel enigszins verontwaardigd over zijn en dan zou u mijn wijze van denken hierover kunnen ondersteunen. Want er wordt aangegeven dat het moet gebeuren en er is budget en uiteindelijk gebeurt het nog niet, waardoor wij dus niet uit die neerwaartse spiraal komen en dat moeten we toch wel zien te doorbreken want we willen gewoon onderhoud volgens de norm en er is eigenlijk te weinig geld.
Maar het geld dat er is, blijft liggen en dat is gewoon – daar kunnen wij slecht mee overweg. De voorzitter: De heer Jongsma interrumpeert u. De heer Jongsma: Hoor ik de heer Van der Eijk nu vragen om meer handjes in de gemeente? Ik ben nog een beetje op zoek naar waar dit naartoe moet dus kunt u daar nog iets specifieker over zijn? Wat vraagt u nu precies? De heer Van der Eijk: Ik denk dat die handjes er al zijn, die zijn opgenomen in het budget. Mijn punt is dat soms budgetten twee of drie jaar zijn doorgeschoven, bijvoorbeeld voor beschoeiingen. Misschien moeten we dat maar niet meer doorschuiven en het budget terugstorten in de algemene reserve. Het college heeft ook een voorstel en wil dit jaar nog komen met een lijst van wat de doorschuifbudgetten zijn en waarvoor die zijn. Dan zou ik het wel waarderen als er ook een onderbouwing bij staat waarom het ook echt nodig is deze budgetten door te schuiven en ze niet terug kunnen vloeien in de algemene reserve. De voorzitter: Dan gaan we door naar de OGP Midden-Delfland. De heer Jongsma: Via u wil ik de wethouder bedanken voor de uitgebreide beantwoording. Het is OGP Midden-Delfland duidelijk waarom dit extra geld kost en we kunnen instemmen met deze begrotingswijziging.
De heer Cornelissen: Ik denk dat het goed is om de afwegingen die de heer Van der Eijk maakte te maken, maar dan bij de begroting die we gaan behandelen want dan kunnen we juist de afweging maken tussen inderdaad, het soort dingen dat de heer Vieira noemt, … 1.52.53 en ander
werk dat daardoor in de knel kan komen. Ik denk dat het goed is om dat daar ter plekke te doen, voor de rest kunnen we instemmen met het voorstel. De voorzitter: Dan gaan we naar het college voor een reactie op hetgeen naar voren is gebracht. Wethouder Ten Have: Ik hoor de heer Van der Eijk twee dingen zeggen waar ik even op wil reageren. Ten eerste de vraag 'wordt het budgetrecht van de raad aangetast?' Dat is best een heel fundamentele opmerking, daar kun je wel wat genuanceerder over denken. Als het gaat om investeringskredieten geeft de raad een goedkeuring op dat investeringskrediet. Dat budgetrecht wordt niet aangetast, de gelden worden niet voor iets anders gebruikt. Investeringskredieten blijven beschikbaar, alleen ze schuiven een jaar naar achter. In mijn optiek wordt daarmee het fundamenteel budgetrecht van de raad niet aangetast. Maar ik begrijp natuurlijk wel wat de heer Van der Eijk bedoelt, en dat is het tweede punt van zijn betoog. Door het doorschuiven en door alle bezuinigingen die er het afgelopen jaar zijn geweest, komen we in een neerwaartse spiraal met name als het gaat om wegen en groen. En u zult ook zien, en ik ben ook heel benieuwd naar de reactie in het begrotingsdebat dat we straks krijgen, dat het college in deze begroting die nu ter besluitvorming bij u voorligt, een forse impuls daarin doet.
€ 1,7 miljoen dat we extra beschikbaar stellen voor wegen en groen, met het opbouwen van een structureel budget de komende tien jaar in de algemene dienst. Wat nu voorligt in de derde PBW komt ook eigenlijk in die zin tegemoet aan hetgeen de heer Van der Eijk wil. We constateren dat we aan een aantal investeringen niet toekomen, c.q. dat die ook doorgeschoven kunnen worden omdat dat nog onvoldoende acuut of urgent is. Tegelijkertijd stellen we voor dat… Investeringskredieten blijven beschikbaar voor het doel waar u ze voor gevoteerd heeft, ze schuiven alleen door. Dat is althans het effect van wat we vorig jaar hebben gedaan. Daardoor ontstaat nu een vrijval van kapitaallast in het eerste jaar. Nogmaals, dat tast in mijn optiek het budgetrecht van de raad niet aan want de gelden blijven bedoeld waarvoor u ze gevoteerd heeft, alleen van die vrijval zeggen we, juist om die neerwaartse spiraal te voorkomen, 'laten we nu een deel van die vrijval gebruiken om extra handjes in te huren om een aantal onderhoudsachterstanden weg te werken ook in de exploitatie waardoor we mede een deel van de meldingen openbare ruimte die daardoor oplopen kunnen verminderen'.
Dus in mijn optiek komen we daaraan juist in dit jaar al tegemoet door € 100.000,00 van die kapitaallast te benutten om een extra impuls te geven om dingen op te pakken en in de begroting komen we aan het fundamentele punt tegemoet dat we extra geld voteren voor het komende jaar. De voorzitter: Excuus, de heer Roeling had geen interruptie, maar was aan het swipen. Wethouder Ten Have: Misschien nog een toevoeging. De investeringskredieten die u voteert zijn in principe de – zoals ik het dan maar noem – out of pocket expenses. Dus dat zijn de kosten die wij moeten maken voor het inschakelen van een aannemer. Alle interne ambtelijke voorbereidingen zitten daar niet in. Die zitten niet in dat krediet dat u voteert. Het is misschien goed dat wel even te vermelden want dat misverstand meende ik even te proeven. Voor een deel is dat dus ook het knelpunt, de ambtelijke capaciteit om een aantal dingen voor te bereiden en in de markt te zetten en te kunnen begeleiden. Daar willen we ook aan tegemoetkomen met het voorstel dat u in de begroting heeft gezien, ook door bijvoorbeeld de meerjarenplannen te actualiseren.
U heeft ook vanavond een brief in de ingekomen stukken kunnen zien van de provincie waarin de provincie ons eigenlijk maant om die meerjarenonderhoudsplannen up-to-date te brengen dus daar komen we ook in de begroting voor volgend jaar aan tegemoet door een deel van die impuls die volgend jaar beschikbaar is, ook te gebruiken om meerjareninvesteringsplannen te updaten, waardoor we ook beter en gerichter de ambtelijke capaciteit in kunnen zetten op wat er in die plannen dan wordt aangeduid. De voorzitter: De heer Van der Spek nog een interruptie of een vraag. De heer Van der Spek: Misschien nog even een vraag aan de wethouder. Staat die investering op de vacaturelijst van de gemeente, voor een projectleider Vastgoed onderhoud? Gaat die die beheersplannen maken en de meerjarenbegroting en dergelijke, is die daarvoor ingeschaald straks?
Wethouder Ten Have: Die vacature staat er omdat we besloten hebben als college dat het voor de inhuur die we elk jaar doen op dat punt, onderhoud en beheer van eigen gebouwen, dus gebouwen van de gemeente, omdat we hebben gezien dat we elk jaar extern inhuren, beter is om iemand aan te nemen, die mogelijk ook intern beschikbaar is via een doorschuifconstructie. Dat is per saldo een bezuiniging, out of pocket expenses die we bezuinigen door iemand in dienst te nemen. En of diegene ook in staat zal zijn een meerjarenonderhoudsplan voor de gemeentelijke gebouwen te maken, daarop kan ik nu niet antwoorden. De meerjarenonderhoudsplannen die primair aan snee moeten komen, zijn met name wegen en groen. De voorzitter: Kunnen we vaststellen dat we geen tweede termijn meer nodig hebben? Toch wel, de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Ik wil de wethouder bedanken voor het uitgebreide antwoord. Hij doelde misschien op een misverstand van mijn zijde over hoe het zit met die investeringen, maar we hebben een begroting altijd op hoofdlijnen, zo veel details op die vlakken staan daar niet in. Dus ik kan dat er niet een-op-een zo uithalen. U kunt dat een misverstand noemen, ik kan het misschien anders zien, ik had een andere gedachtelijn. Ik heb u bedankt voor het antwoord en wij stemmen dus in met deze derde periodieke begrotingswijziging, voorzitter.
De voorzitter: Iedereen stemt in? Dat is bij iedereen het geval. Dan kunnen we vaststellen dat de raad unaniem akkoord gaat met deze begrotingswijziging. Het voorstel wordt unaniem aangenomen.
10.
Voorstel verhogen krediet vervanging wifi-infrastructuur gemeentehuis
De voorzitter: Wie wenst hierover het woord? De heer Vieira: Mede door ons is het op de agenda gekomen. We zagen dat er al enkele jaren € 44.000,00 beschikbaar was om iets met de wifi te doen. Dat is niet gebruikt en in dit voorstel wordt gevraagd om een ophoging met nog eens € 40.000,00 waarbij we in de commissie de onderbouwing mager vonden. Dus daar hebben we om gevraagd. We hebben afgelopen weken zelf maar gebruikt om huiswerk te doen en onderaan de streep komt het erop neer dat we het voorstel steunen want het college heeft toegezegd om bij drie partijen uitvraag te doen en we hopen daarmee op een goed voorstel. Dus dat wat betreft ons standpunt. De heer Van der Eijk: Het gaat om de vraag 'kunnen de medewerkers van de gemeente hun werk goed doen?' De heer Van der Spek zei het in de commissie: we kunnen niet in de keuken kijken van de medewerkers hier. De VVD vindt het belangrijk dat de medewerkers goed hun werk kunnen doen en daarbij is een verbinding met het interne netwerk belangrijk. De VVD is daar dus voor. We kunnen daarin dit voorstel steunen. We betreuren het echter wel dat we drie jaar geleden een voorstel hebben gesteund waarin ook een soort netwerk opgenomen was, dat niet is uitgevoerd. Daarom wil ik echt het college oproepen om dit jaar de aanbieding in de markt te zetten, zodat het aanbesteed kan worden.
Ik wilde eigenlijk zeggen 'ik wil het budget niet doorschuiven', maar als ik realistisch ben – het moet aanbesteed worden, de apparatuur moet besteld worden, we horen allemaal in de media dat chipsleveranties moeilijk lopen – zou dat hier ook zomaar eens kunnen gebeuren. Dus ik kan het college niet de opdracht meegeven dat het dit jaar geregeld moet worden, maar ik wil wel zeggen: besteed het dit jaar aan en gun het definitief zodat dit budget echt wel uitgegeven wordt aan waar het voor bedoeld is en niet blijft liggen en volgend jaar moet het echt wel klaar zijn. De heer Cornelissen: Dank aan het college voor de uitgebreide toelichting op de technische vraag die we alsnog hadden, die de heer Zwaard stelde in de commissie, over het moeilijk aanwezig zijn van het GSM-netwerk, het openbare netwerk dat in veel gevallen kan dienen als een fall back wanneer de wifisignalen onvoldoende blijken te zijn om communicatie te voeren. De situatie die geschetst wordt, is mij duidelijk en helder dus we moeten een beetje in lijdzaamheid afwachten totdat de openbare operators daar wat aan gaan doen. Ik wil daarbij nog meegeven dat het wellicht ook de folie die op de ramen geplakt wordt een oorzaak kan zijn. Er is tamelijk veel glas en je zou zeggen dat er voldoende signaalsterkte zou moeten zijn…
De voorzitter: De heer Van der Eijk wil nog wat over signaalsterkte zeggen. De heer Van der Eijk: Ik hoor de heer Cornelissen van alles zeggen en het is erg technisch. Maar mijn vraag is: wil de heer Cornelissen dat de medewerkers in dit huis hun werk goed kunnen doen? De heer Cornelissen: Absoluut, daar ben ik het helemaal mee eens en als het openbaar GSMnetwerk daarbij kan helpen, is dat van belang, mijnheer Van der Eijk. Dat zou zomaar een oplossing kunnen zijn in die richting. En daar wil ik het bij laten. Mevrouw Snethlage: Ook wij hadden dit op de agenda laten zetten en hebben in de afgelopen twee weken nog even goed naar alles gekeken en kunnen hier van harte mee instemmen verder. De voorzitter: Waren er nog vragen aan het college? Meer opvattingen en aandachtspuntjes, kunt u allen akkoord gaan met het voorstel dat voorligt? Dan is dat zo vastgesteld.
11.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen
De voorzitter: Er zijn geen vragen aangemeld.
12.
Sluiting
De voorzitter: Dan komen we bij de sluiting. Heel hartelijk dank voor komst en de bijdragen vanavond en ik zou zeggen, wel thuis, de vergadering is gesloten. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland op 26 oktober 2021, de griffier, A. de Vos
de voorzitter, A.J. Rodenburg