2021 m 09 d 28.docx
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 28 september, 19.30 uur. Voorzitter
: A.J. Rodenburg, burgemeester
Griffier
: A. de Vos
Aanwezig : de heer A. van den Berg (CDA), de heer T.A. Buitelaar (OGP Midden-Delfland), de heer J.G. Cornelissen (CDA), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), mevrouw M.E. Heutink (OGP Midden-Delfland) de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij!), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij!), mevrouw E.C. Snethlage-Barnard (PvdA), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij!), de heer R.E. Vieira (D66) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
:-
Tevens aanwezig: de heer F.J.M. ten Have, mevrouw W. Renzen-van Leeuwen, mevrouw S. Smit, wethouders
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter: Dames en heren, heel hartelijk welkom, het is 19.30 uur en de vergadering van de gemeenteraad van Midden-Delfland gaat beginnen. We zitten inmiddels allemaal wat dichter bij elkaar, de fysieke afstanden worden wat kleiner, we komen tot elkaar. We hopen dat dat ook in de besluitvorming vanavond zijn vruchten zal afwerpen, dat weten we natuurlijk niet. We zitten heel dicht bij elkaar en we kunnen elkaar ook aanraken. Ik weet niet of dat de bedoeling is, maar dat moet u maar even zelf met elkaar bekijken. Fijn dat we er in ieder geval allemaal zijn, het is redelijk overzichtelijk zo. Niemand heeft zich afgemeld. Bijzonder hartelijk welkom aan alle kijkers, hoeveel hebben we er? We hebben er vijf die zijn ingelogd. Dan had ik ook iemand gezien van de schrijvende pers, maar die is even weer zijn stuk aan het schrijven denk ik, die is al bijna klaar. Ook heel hartelijk welkom dus. Ik heb niet gehoord dat wethouder Ten Have later zou komen? We zijn in afwachting van de wethouder, die komt nu binnen, voor degenen die meekijken, daarmee is ook het college compleet. Daarmee heb ik de opening gehad.
2.
Regeling der werkzaamheden
De voorzitter: Dan de regeling der werkzaamheden, een agendapunt met drie lijsten, Lijst A met brieven die het college naar u heeft gestuurd. Heeft iemand daar een opmerking over? Mevrouw Snethlage: A-41, over het Ontwikkelingsplan Zuidrand Schipluiden waarvan het college ons geschreven had dat het plan veranderd was. Ik ben een beetje teleurgesteld over het antwoord, als in juni gestuurd wordt dat het in september op de agenda zal staan, dat niet gelukt is en dan een vaag antwoord komt 'we weten nog niet waar het aan ligt'. Ik wil graag weten of er al meer duidelijkheid is over wanneer we het dan wel weten. Dank u wel. De voorzitter: Deze lijst gaat over de wijze van afdoening, niet zozeer over de inhoudelijke discussie over het onderwerp. Mevrouw Snethlage: Ik had een technische vraag gesteld van tevoren omdat het in principe niet over de wijze van afdoening gaat. Ik neem aan dat het straks, als we alles over de Zuidrand weer op tafel krijgen, er vanzelf weer bijkomt want daar hoort het gewoon bij. Maar ik vroeg me wel af op welke termijn we dat kunnen verwachten. De voorzitter: Op wat voor termijn, is dat vanuit het college misschien wel aan te geven? Dat is een beetje een procedurevraag.
Wethouder Smit: Op dit moment kan ik echt niet meer zeggen dan hier staat, dat vinden we zelf ook vervelend, maar over twee weken is er een commissievergadering en ik kan me zo voorstellen dat u dan een heel precies antwoord krijgt op deze vraag. De voorzitter: Zullen we dat dan zo noteren? Als wijze van afdoening? Verder niemand over Lijst A? Dan is die zo vastgesteld. Dan Lijst B, de lijst met brieven die anderen dan het college hebben gestuurd. Iemand over de wijze van afdoening? Ik zie de heer Jongsma en de heer Gebben. De heer Jongsma: Wij, de coalitie, willen graag B-183 graag in de volgende commissie behandelen. We hebben daar wat vragen over gesteld en daar hebben we antwoord op gehad. We willen dat agenderen ook een beetje om de hele raad vast te informeren over hoe we ervoor staan. Wellicht is het wijs om daar eerst in de eerstvolgende commissie over te spreken omdat we dan misschien wat sneller positie kunnen bepalen want straks gaan we misschien een traject in en dan blijkt dat de gemeenteraad dat traject niet zo had gewild. Vandaar dat we dat graag op de agenda van oktober willen hebben. De voorzitter: Dat is genoteerd, een verzoek van meerdere fracties, verwoord door u. Is dat ook namens u, mijnheer Gebben? Ja, ik zie dat er geknikt wordt. Dan zie ik de heer Vieira. De heer Vieira: Ik hoor de heer Jongsma zeggen 'we willen bespreken hoe we er dan voorstaan'.
Ik weet dan niet zo heel goed wat we moeten voorbereiden. Kunt u dan vooraf aangeven wat er gevraagd wordt van andere fracties? De voorzitter: Dat is een goede suggestie, ik wilde nog afronden met de opmerking dat dat de vraag is aan de OGP Midden-Delfland, ten behoeve van de bespreking: kunt u vast wat toelichten? De heer Jongsma: Uiteraard wil ik dat schriftelijk toelichten, maar het komt er in het kort op neer dat het college van zins is waarschijnlijk een bestemmingsplanwijziging door te voeren. Stel dat de meerderheid van de raad zegt 'ja maar dat willen we helemaal niet', dan zit iedereen straks heel veel tijd en energie aan iets te besteden dat uiteindelijk misschien heel zinloos is. Misschien is het fijn om daar in oktober vast een beetje duiding of duidelijkheid van de andere fracties over te krijgen. Dat is de bedoeling. De voorzitter: Zullen we dat zo doen? Dan discussieert u met het college over dit punt en dan kunnen de gegevens en de ideeën daarover gewisseld worden. Dat is de wijze van afdoening. Dat gaat door naar de eerstvolgende commissie. Anderen nog over andere onderwerpen? Dan is lijst B daarmee vastgesteld. Lijst C, dat is een lijst met beantwoording van vragen die op grond van het artikel 42 van het Reglement van Orde zijn gesteld. De eerste is van de heer Van der Eijk van de VVD. De heer Van der Eijk: Daar wil ik nog wel wat over zeggen.
Ik probeer af en toe te controleren of het beleid dat we hebben in onze gemeente werkt zoals wij wensen. Dan zie ik 'er was een weg en daarvan heeft het college besloten dat dat een fietspad kon worden vanwege ontwikkelingen daar vlak in de buurt'. Dat kan ik allemaal begrijpen. Dan zie ik wel in onze investeringen dat daar vlak bij een brug is waarvan het college nu zegt 'die brug is nog best goed, die kan nog wel een paar jaar mee'. Maar voor het besluit dat deze weg een fietspad zou worden, eerder dit jaar, hebben we een fietspad opgeheven aan de Harnaskade en voor dit fietspad zijn nieuwe bordjes besteld en die oude bordjes konden niet worden hergebruikt. Volgens mij zouden we als raad graag zien dat we dingen die nog goed zijn, hergebruiken in onze gemeente. En dan wordt er een bestemming 'lichter' gemaakt dus dan heb ik een beetje de vraag: is de samenhang van het beleid wel voldoende geborgd hier? Ik zie dat alles aan elkaar hangt. Je waardeert iets af, een weg of een brug is blijkbaar nog goed genoeg terwijl we hem vorig jaar nog hadden opgenomen in de begroting en voor de Begroting 2022-2025 staat diezelfde brug er zelfs twee keer in. Dat even als technisch terzijde, maar daar komen we in de begrotingsbehandeling nog wel even op. Maar ik voorzie daar een meevaller. Maar de vraag is dus eigenlijk: is de samenhang van het gevoerde beleid voldoende geborgd?
De voorzitter: Dat vraagt u aan het college, als opstellers van het beleid. U kunt zelf controleren of dat zo is. Maar wethouder Ten Have, wat denkt u ervan? Wethouder Ten Have: Dat is nogal een vraag, voorzitter! Natuurlijk is dat wel de intentie, maar dat zal ongetwijfeld niet altijd voor 100% lukken. Op zich vind ik het goed dat we kritisch kijken naar investeringen die zijn opgenomen op de investeringsstaat. Als we tot de conclusie komen dat die brug misschien vanuit een investeringstermijn na tien, twintig of dertig jaar gewoon automatisch ter vervanging op de investeringsstaat wordt gezet maar we kijken er nog eens goed naar en we zeggen dan 'die kan misschien nog wel een paar jaar mee', is dat consistentie van beleid? Ik vind het in ieder geval verstandig beleid, wellicht dat dat voldoende antwoord mag zijn. De voorzitter: Is er nog behoefte aan een nadere vraag bij de VVD of een andere partij? De heer Van der Eijk: Ik denk dat dit binnenkort nog wel vaker ter sprake komt en ik ben blij met dit antwoord, dat we in ieder geval spullen niet weg doen als ze technisch nog goed zijn want ze worden wel betaald met belastinggeld. Dus dat is niet de bedoeling, we moeten wel zorgvuldig omgaan met de middelen. Dus ik denk dat ik dit jaar nog terugkom op een dergelijk onderwerp, voorzitter.
De voorzitter: Dan gaan we door naar de tweede brief die u ontvangen heeft, een brief van de heer Ringeling over gevolgen van corona voor sportverenigingen. De heer Ringeling: Dank aan het college voor de gegeven antwoorden. De brief met de antwoorden is inmiddels van een kleine drie maanden geleden. In de tussentijd is niet alleen het schooljaar begonnen, maar anderhalve maand geleden is ook het nieuwe sportseizoen begonnen. Een vraag aan de wethouder: heeft u inmiddels signalen ontvangen waaruit twijfel zou kunnen ontstaan over de actualiteit van de cijfers? Of is het even actueel als drie maanden geleden? De voorzitter: We kijken naar de wethouder die zich met sportzaken bezighoudt. Mevrouw Renzen, gaat uw gang. Wethouder Renzen: Ik denk dat het antwoord dat hier gegeven is, ook al is het drie maanden oud, nog gewoon actueel is. Er zijn mij geen andere signalen dan wat hier is opgeschreven is ter ore gekomen. De voorzitter: De derde brief is een brief van de heer Buitelaar OGP Midden-Delfland over duurzame mobiliteit. De heer Buitelaar: Allereerst dank voor het beantwoorden van deze set vragen over duurzame mobiliteit. In december 2019 hebben we hiermee ingestemd en we zijn inmiddels een aardig poosje onderweg. Uit de antwoorden kan ik opmaken dat we deels uitgaan van bestaande ontwikkelingen, bestaand beleid maar ook nieuwe initiatieven nemen.
En dan is de eerste vraag: denkt het college dat we op de goede weg zijn om ons doel van 30% CO2-reductie op mobiliteit te halen? En wat meer inzoomend op de vragen over de scholenaanpak. Bij het doel dat meer ouders hun kinderen dan wel lopend, dan wel met de fiets naar school brengen, wordt gesteld dat het niet opportuun is om extra acties te nemen om dit voor elkaar te krijgen omdat we dat heel goed doen. Maar andersom wordt ook gezegd dat er regelmatig contact is met ouders en scholen over de verkeerssituatie bij scholen. En dan denk ik 'als we zo vaak contact hebben, zou ik denken dat er iets aan de hand is'. Misschien is nadere toelichting mogelijk. De voorzitter: Nog vragen van andere fracties hieromtrent? Dan gaat wethouder Ten Have antwoord geven. Wethouder Ten Have: Als het om verkeer gaat voorzitter, we zijn op de goede weg, maar het mag wel sneller. We zien bijvoorbeeld bij de vervanging van het wagenpark dat het toch nog lastig is voor onze eigen gemeentelijke diensten het goede materieel te vinden dat volledig elektrisch is maar wel de belastbaarheid aan kan. We denken dat er over een, twee jaar veel meer mogelijkheid zal zijn op de markt dan nu. Dus daar mag best een versnelling komen.
Met de scholen is altijd sowieso regelmatig overleg, vooral vanuit de portefeuille Onderwijs, maar ik ben ook recent bij een verkeersles aanwezig geweest die vanuit de MRDH als programma wordt aangeboden. We hebben met sommige scholen ook het gesprek over de vraag of we specifieke schoolzones kunnen inrichten met borden en dat soort zaken. Dat is een programma vanuit de MRDH dat we nu met een aantal scholen aan het bespreken en bekijken zijn. We kijken of dat wenselijk is en of dat nodig is en hoe we dat kunnen gaan doen. Ik verwacht dat we daar binnenkort wel stappen in kunnen zetten. Dus daar gaat het overleg vooral over. De voorzitter: Dank u wel. Nadere vragen op dit punt? Niet meer, dan sluit ik het punt hierbij af en dan gaan we door naar het derde punt. Lijst A en C worden ongewijzigd vastgesteld. Van Lijst B wordt B-183 doorgeleid voor behandeling in de commissie.
3.
Spreekrecht voor belangstellenden
De voorzitter: Er heeft zich niemand gemeld voor het spreekrecht dus we gaan door naar het volgende.
4.
Vaststellen van de agenda
De voorzitter: De agenda ligt voor, kunnen we daarmee akkoord gaan? Dat is het geval. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
5.
Hamerstukken
5a. 5a.1 5a.2 5b. 5c. 5d. 5e. 5f.
Vaststellen van de notulen vorige vergadering Verslag vergadering 22 juni 2021 Verslag vergadering 31 augustus 2021 Voorstel inzak het verstrekken van gemeentegarantie inzake JUVA Voorstel bekrachtiging geheimhouding op document Voorstel vaststellen Aansluitverordening riolering Midden-Delfland 2021 Voorstel vaststellen bestemmingsplan Woudseweg 150 te Schipluiden Voorstel Verklaring van geen bedenkingen voor bouw woning Oostgaag 39 Maasland Voorstel Verklaring van geen bedenkingen voor verbouw wagenschuur Woudseweg 134 Schipluiden Voorstel inzake startdocument evaluatie GR GGD en VT Haaglanden
5g. 5h.
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raad de hamerstukken vast.
6.
Voorstel vaststellen bestemmingsplan Tramkade 9a te Den Hoorn
De voorzitter: Wie wil hierover het woord voeren? De PvdA start. Mevrouw Snethlage: Het plan bestemmingsplan Tramkade 9a. Uit de commissievergadering bleek al dat we niet enthousiast zijn over de verkeerssituatie. We willen het college bedanken voor het toesturen van verkeersrapporten, alleen zijn deze verkeersrapporten van voor dat de verkeerssituatie daar aangepast is. Dat heeft erin geresulteerd, als we naar het voorstel kijken, dat we niet het voorstel van het rapport volgen voor hoe het verkeer afgewikkeld moet worden, maar we de andere kant op willen gaan. Die verkeerskundige ontsluiting via de Tanthofkade. Toen het Balkengat werd gebouwd werd dat al beschouwd als iets dat dat kruispunt bijna overbelastte en dat is net aan de andere kant van het kruispunt waar we naartoe gaan afwikkelen. Het knooppunt daar is een vrij gevaarlijk punt vanwege het verkeer door de scholieren en vooral de sporters die daar per heel team langsfietsen. Dus de PvdA ziet dat eigenlijk nog steeds niet als goede oplossing. We zijn verder wel tevreden over het type woningen dat er komt, maar we zouden voor we verdergaan met dit bestemmingsplan veel beter inzicht willen hebben op hoe veilig die ontsluiting nu werkelijk gaat zijn. De heer Ringeling: We begrijpen dat er in 2017 afspraken zijn gemaakt of een toezegging is gedaan en vanuit goed bestuur moet je die toezegging dus wel nakomen.
Maar net als de vorige
sprekers maken we ons zorgen over de verkeersafwikkeling en de veiligheid van de verkeersafwikkeling. Dat vinden we een serieus aandachtspunt en de toegestuurde verkeersrapporten hebben die zorgen niet kunnen wegnemen. Dus ik sluit me aan bij wat de vorige spreker zei hierover. De heer Vieira: Mijn betoog wordt misschien wat saai want het is een vervolg op wat eigenlijk al gezegd is. Het verkeerskundig rapport is zeven jaar oud en houdt geen rekening met twee dingen, dat is het nieuwe fietspad en, wat in het hele rapport niet is opgenomen destijds, wat toen al wel speelde, de intensiteit van fietsers. Dus het lijkt of iemand overdag is gaan kijken op het moment dat er geen fietsers waren, terwijl dat juist een van de meest lastige aspecten is. Maar uiteindelijk is de vraag om een bestemmingsplan vast te stellen. Het college erkent dat er zorgen zijn over het verkeer en dat die meegenomen worden. Ik denk dat om uit deze impasse te komen – dat is dan meteen ook een vraag aan het college – het een voorstel kan zijn om op het moment dat er plannen gemaakt worden, te zorgen dat dat integraal wordt gedaan, met een verkeerplan. Dus dat er voordat er ergens een plan komt naar het totaal gekeken wordt en niet wordt gezegd 'er wordt gebouwd' en dan pas later 'hoe gaan we dat überhaupt verkeerskundig afwikkelen?' Dat even ter overweging en dan is dat mijn bijdrage in eerste termijn.
De heer Jongsma: Ik hoor ook wat de vorige sprekers zeggen, maar ik heb bij de commissie ook gehoord dat de wethouder zei 'in de verdere/nadere uitwerking hebben we het nog over die verkeersafwikkeling'. Ik ga er dan van uit dat nog even kritisch gekeken wordt op dat moment naar de actualiteit, met name naar het feit dat die fietsers, maar ook voetgangers voorrang hebben. De wethouder zei de vorige keer ook dat ze misschien overweegt om verkeerslichten te plaatsen. Ik zou wel graag van haar horen dat ze dat toch absoluut niet overweegt maar wel dat ze bijvoorbeeld ervoor kiest dat auto's ondergeschikt zijn aan alle overige verkeersdeelnemers. Op het moment dat het zo geregeld wordt – en we hebben het maar over een paar auto's, het is niet zo dat er een hele woonwijk wordt gerealiseerd – als het heel erg autoluw of als een soort fietsstraat waar de auto te gast is, kan worden uitgevoerd, als dat meegenomen kan worden in de plannen, dan lijkt me dat voor nu genoeg om met het bestemmingsplan akkoord te gaan. De heer Zwaard: Over het verkeer is, denk ik genoeg gezegd. We willen ons aansluiten bij de vorige sprekers en met name bij de heer Jongsma. We sluiten ons aan bij zijn verzoek die weg te bewandelen. We hadden een vraag gesteld over de sociale component en die is wel beantwoord maar dat is geen antwoord op de vraag die we gesteld hebben.
Onze vraag was: is die sociale component sociale huur of sociale koop? Die vraag hebben we nog niet beantwoord gezien en die zouden we graag beantwoord hebben. De heer Gebben: Zoals altijd als je de laatste bent, is al het gras voor je voeten weggemaaid. Ik hoor twee dingen, ten eerste de verkeerssituatie. Daar sluiten we ons bij aan. Als daar kritisch naar gekeken wordt, denk ik dat het goed komt. Ik lees ook niet meteen in het rapport van de verkeerskundige dat het echt helemaal uitzichtloos is dus wat dat betreft, denk ik dat er nog wel wat rek in zit. Verder hoor ik de heer Ringeling ook zeggen 'het betreft hier een afspraak die we in het verleden hebben gemaakt'. Ik denk ook dat het goed bestuur is om die na te komen. Dus wat dat betreft, denk ik dat we met z'n allen op dezelfde lijn zitten. Ik denk dat het signaal dat we afgeven als raad 'kijk goed naar die verkeerssituatie' wel goed is overgekomen en dat het wat ons betreft goed komt en dat we daarop vertrouwen. De voorzitter: Dan gaan we door naar de wethouder. Wethouder Renzen: Ik wil even reageren op de heer Jongsma die het had over verkeerslichten. Zo heb ik dat niet bedoeld. Ik kan me voorstellen dat voor de veiligheid van de verkeersafwikkeling misschien kan worden gedacht aan verlichting, maar dan bedoel ik echt straatverlichting, geen verkeerslichten.
Zoals eerder gezegd, dit moet natuurlijk verder uitgewerkt worden in de verdere uitwerking van het plan. Overigens staat wel duidelijk omschreven in de stukken waar de ontsluitingsweg naartoe gaat. Dus die richting wordt het wel. Dus u kunt zien op het kaartje hoe de ontsluiting gaat lopen,
hoe de ontsluitingsweg er precies uit komt te zien qua straatdek en dergelijke, de nadere uitwerking daarvan, zal later volgen. Als antwoord op de vraag van de heer Zwaard 'gaat het hier om sociale huur of sociale koop?' Dat is niet afgesproken. Normaliter spreken we dat altijd af in een anterieure overeenkomst, in ieder geval in de overeenkomsten die we nu nieuw afsluiten met initiatiefnemers, borgen we altijd die sociale component. Dan spreken we af 'ofwel er moet sociale huur in komen tot de prijs van nu ongeveer € 975,00, of sociale koop' en dat ligt tot een koopprijs van rond de € 200.000,00. Dan is het aan de initiatiefnemer vrij of die voor huur of koop gaat. Ik moet eerlijk bekennen dat in deze anterieure overeenkomst die sociale component nog niet goed geborgd is. Bij de nadere uitwerking wordt bekend tegen welke prijzen die appartementen ofwel in de markt worden gezet ofwel worden verhuurd, maar ik moet helaas erkennen dat we de sociale component in dit plan niet goed in de anterieure overeenkomst geborgd hebben. De voorzitter: Een interruptie van de heer Roeling. De heer Roeling: De wethouder zegt 'het is nog niet goed geregeld'. Is het dan handig dat de raad het vanavond vaststelt? Als we het dan niet doen, heeft de wethouder in ieder geval een stok achter de deur 'de raad wil niet, regel eens even sociale woningen, dan kunnen we overgaan tot besluitvorming'.
Is dat een suggestie? Wethouder Renzen: Dat zal juridisch niet gaan want de anterieure overeenkomst is gesloten en dat kan ik niet terugdraaien. De voorzitter: De heer Roeling nog een keer. De heer Roeling: Ik weet van een anterieure overeenkomst dat er altijd een ontbindende voorwaarde is en dat is instemming van de gemeenteraad. Is dat hier dan niet het geval? Wethouder Renzen: Ik hoor het en uiteraard heeft de heer Roeling gelijk, het is aan de raad om met dit besluit in te stemmen of niet. De voorzitter: Dat was de eerste termijn. Ik kijk of er behoefte is aan een tweede termijn. Mevrouw Snethlage: Ik voel het toch als een soort precedentwerking wanneer we nu een bestemmingsplan zouden goedkeuren waarvan de verkeerskundige afwikkeling niet goed geregeld is. Over het algemeen keuren we alleen maar bestemmingsplannen goed waar een totaalpakket in zit waar alles goed geregeld is. De PvdA is echt van mening dat we niet zomaar ergens woningen neer kunnen zetten waar we bij voorbaat weten dat ze niet op een veilige manier met auto's bereikt kunnen worden. Dan hebben we het nog niet eens over het bouwverkeer, dat daar zeker niet zal kunnen komen op die manier, daar zul je toch bijna de Zuidhoornseweg voor moeten afzetten. Want de vrachtwagens kunnen er vanaf beide kanten niet komen.
Het lijkt me raadzaam om voordat besloten wordt of de afwikkeling kan, toch eens door de mensen gekeken wordt wat er 's ochtends en 's avonds, maar ook overdag verder allemaal die hoek omzeilt, onder andere ook pakketbezorgers en die staan niet bekend voor hun verantwoorde rijgedrag natuurlijk. Met andere woorden, we zouden ook graag zien dat het tijdelijk teruggenomen wordt en in een ander geval zouden we niet akkoord zijn. De heer Ringeling: Ik heb een vraagje, stel dat de raad vanavond akkoord gaat met dit bestemmingsplan en het wordt vastgesteld, komt er dan nog een moment – en zo ja, wanneer? – dat we over de afwikkeling van het verkeer nog iets kunnen zeggen? De heer Vieira: Uiteindelijk moet je naar zo'n plan kijken en denken 'is het uiteindelijk onmogelijk om daar een verkeersafwikkeling te doen?' Gezien het aantal woningen en de zorg die eigenlijk raadsbreed is uitgesproken, denk ik dat het niet onmogelijk is, dus dat er echt wel een uitweg te vinden zal zijn. Dus als die zorg meegenomen wordt, komen we daar wel uit. Het laatste punt vond ik wel interessant, of de vaststelling door de gemeenteraad in deze fase nu wel handig is om te doen. Ik moet dat eigenlijk laten bezinken en ik denk dat we op het moment
dat we nu iets vaststellen, we vervolgens niets achter de hand hebben. Dan ga ik met de heer Roeling mee dat we het even moeten doorschuiven. De heer Roeling: Het is meer een praktische suggestie die we doen. We hebben het eigenlijk over die anterieure overeenkomst. Daar kun je van alles en nog wat in opnemen, maar dat is wat het college doet. Vervolgens gaat de gemeenteraad over het bestemmingsplan dat daaruit voortvloeit dus het is wel handig dat je dat soort zaken dan vast in de anterieure overeenkomst opneemt. Daarom is altijd de ontbindende voorwaarde dat op het moment dat de gemeenteraad niet instemt, de anterieure overeenkomst vervalt, punt. Staat dat er niet in, dan is het geen goede overeenkomst. Dus onze suggestie zou zijn: wethouder, ga op pad met die opmerkingen over verkeer en de sociale component en zeg voorlopig tegen die familie Benfried – want het is feitelijk een handjeklap met Benfried – 'ga daarmee op pad en kom met een verbeterde versie naar de raad'. Dan denken we dat we het de wethouder alleen maar makkelijk maken en zitten we hier niet om de boel te stangen maar om tot een beter besluit te komen. De heer Gebben: Wij zien dat er een anterieure overeenkomst ligt. Dat die niet helemaal ideaal is opgesteld zien we ook wel, maar ik geloof niet dat er opeens zo veel verandert als we opnieuw gaan onderhandelen.
Het enige dat er dan gebeurt, is dat we dan weer enorm veel vertraging opwekken en we willen met z'n allen graag dat er hier gebouwd wordt, met name de partijen aan mijn rechterzijde vinden dat heel belangrijk, maar gaan daar nu allemaal voor liggen. Dat vind ik echt verbazingwekkend. Ik zou het ook geen goed bestuur vinden als we dat op deze manier oplossen. De voorzitter: Ik hoor reactie aan de linkerzijde, mevrouw Snethlage wil een interruptie plegen. Mevrouw Snethlage: Mijnheer Gebben, bent u van mening dat er koste wat kost gebouwd moet worden, ook al kan dat niet veilig gebeuren voor de verkeersafwikkeling en niet met de juiste woningen? De heer Gebben: Dat ben ik niet met u eens, ik denk dat er al goed gekeken is naar de verkeersafwikkeling. Dat het niet helemaal ideaal is, ziet iedereen wel, maar er wordt goed naar gekeken en dat zal, denk ik heus wel goed komen. Het gaat nu met name om de sociale component. Met zes woningen zie ik niet dat het plan heel veel gaat bijdragen aan sociale woningen als we daar iets aan toevoegen dus wij gaan hier in ieder geval niet voorliggen. De heer Jongsma: Ik maak er dan maar weer twee vragen van. De eerste is: kan het besluit een of twee maanden uitstel krijgen of hebben, of wat zijn daar de consequenties van? Dat is de eerste vraag. De tweede gaat over de anterieure overeenkomst.
De wethouder geeft inderdaad aan 'die sociale component is niet goed geregeld', maar het is een besluit dus in hoeverre kunnen we daar nog achteraf wat aan regelen? Of moet je dan met iets nieuws komen? Ik ben wel benieuwd of u inderdaad iets aan deze anterieure overeenkomst kunt doen of dat u gewoon moet zeggen 'sorry, het is wat het is, ik ben gewoon klip-en-klaar, er kan hier niets aan veranderd want dit is de afspraak'. Dan weten we ook waar we aan toe zijn. De heer Zwaard: Eigenlijk wachten we even de beantwoording van het college af, met name betreft de anterieure overeenkomst. Stel dat je uitstelt, is er dan de mogelijkheid om daar meer duidelijkheid in te krijgen? Dat is voor ons het belangrijkste, de verkeersveiligheid is een ding, maar daar is, denk ik voldoende over gezegd en ik denk dat we daar wel uitkomen. De voorzitter: Dan ga ik voor de reactie naar het college. Wethouder Renzen: Met betrekking tot de consequentie om het uit te stellen: daarmee stelt u het uit en dus stelt u ook de woningbouwontwikkeling uit. Dat is de consequentie. Ten aanzien van de anterieure overeenkomst. Die is natuurlijk al van even geleden en u weet ook dat bij het sluiten van deze anterieure overeenkomst meerdere aspecten speelden en dat is een onderhandelingstraject geweest. Daar is die borging voor sociale woningbouw niet goed in geland.
Dat is wat het is en dan kun je achteraf niet even terug de onderhandeling in en dus ook die anterieure overeenkomst niet openbreken. Natuurlijk, het is zojuist al gezegd, het is aan de
gemeenteraad uiteindelijk om een bestemmingsplan wel of niet vast te stellen dus dat recht heeft u. Als u het aan het college vraagt, vinden we het als college wel een mooi plan, weer zes woningen die we kunnen toevoegen. De verkeersafwikkeling is niet ideaal. Als we zelf een nieuwe wijk zouden ontwerpen, zouden we niet op deze wijze een verkeersafwikkeling maken, maar ik wil daarbij ook opmerken dat het om slechts zes woningen gaat. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Roeling. De heer Roeling: De wethouder was bij het volgende blokje. De anterieure overeenkomst. Sluit de wethouder uit dat de initiatiefnemers hebben gezegd 'no way dat hier sociale woningbouw komt'? En dus ook dat het gevolg straks zal zijn… Er ligt nu een raadsbesluit, waarom gaan we er überhaupt over spreken? Sluit u uit dat de initiatiefnemers hebben gezegd bij het opstellen van de anterieure overeenkomst 'wij gaan niet aan de sociale woningbouw beginnen'? Wethouder Renzen: Nee, dat kan ik niet uitsluiten, maar tegelijkertijd doet dat er niet zo veel toe want uiteindelijk geldt wat in een overeenkomst is vastgelegd. Daar dient iedereen zich aan te houden dus wat de achterliggende intenties zijn, doet er dan eigenlijk minder toe.
De heer Roeling: Als dat klopt wat de wethouder zegt, hoeven we ons als raad ook niet te buigen over een bestemmingsplan want dat is dan al vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Zo werkt het natuurlijk niet. In de anterieure overeenkomst kun je van alles opnemen, maar onder aan de streep staat 'er is een ontbindende voorwaarde, dat zeg ik ook even richting de VVD, dat houdt in dat de gemeenteraad hiermee moet instemmen'. Doet de gemeenteraad dat niet, dan is het hele verhaal van de baan, ondanks alles wat je hebt afgesproken. Dus als de wethouder nu zegt 'we kunnen niet meer terug', kunnen we dat zeker wel, alleen vraag ik om enige politieke moed hier in de zaal om dat voor een paar maanden uit te stellen en voorlopig te zeggen 'onder deze voorwaarden gaat de gemeenteraad niet akkoord'. Kan het college dat begrijpen? Wethouder Renzen: Wellicht dat de heer Roeling en ik een beetje langs elkaar heen praten want ik heb volgens mij al lang erkend dat dat zo is, precies zoals de heer Roeling dat nu zegt. Tegelijkertijd moet ik zeggen dat er in 2017 een andere anterieure overeenkomst is afgesloten. Dat is aan het einde van een onderhandelingstraject geweest. Ik wil nog maar eens benadrukken, 30% van zes woningen komt op 1,8 woning. In kleine plannen wordt dat vaak afgekocht dus dat betekent dat het dan een financiële component zou zijn in deze ontwikkeling.
Nu terug moeten naar de tekentafel als de raad niet bereid is om dit bestemmingsplan vast te stellen, zet natuurlijk alles weer op losse schroeven. De voorzitter: Dat was de gedachtewisseling in twee termijnen. We gaan over tot besluitvorming. Ik zie de heer Zwaard? De heer Zwaard: Ik zou graag even schorsen. De voorzitter: Hoe lang heeft u ongeveer nodig? Een minuut of tien, dan gaan we rond 20.20 uur door. Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Het woord is aan degene die om schorsing heeft verzocht. Is er naar aanleiding van de schorsing nog iets te melden? De heer Zwaard: In die zin dat we er met elkaar over gesproken hebben en dat we vragen aan de wethouder om toch nog een stukje verduidelijking te geven, met name over de hele anterieure overeenkomst. De voorzitter: Oké. Dat is een verzoek om nog een keer een reactie van de wethouder te vragen. Dat zullen we doen en daarna gaan we over tot besluitvorming.
Wethouder Renzen: In 2017 zaten we met betrekking tot dit plan minder strak op de borging van de sociale woningbouw, deels ook omdat dit onderdeel uitmaakte van een groter geheel. Het is het eindproduct van een onderhandeling waar meerdere aspecten in hebben meegespeeld. Er is wel gekeken naar het type woningen. Er komen vier appartementen, wat goed aansluit bij onze woonagenda, en twee grondgebonden woningen. Het is een vrij uniek geval omdat hier meer aspecten speelden dan alleen dit woningbouwprogramma. Nu, vier jaar later, inbreken op de anterieure overeenkomst betekent van de zijde van het college dat we de afspraken niet nakomen die we in die anterieure overeenkomst met elkaar hebben gemaakt. De voorzitter: Een interruptie van mevrouw Snethlage. Mevrouw Snethlage: Wil de wethouder hiermee zeggen dat het college – dan hebben we het over het vorige college, maar het college is natuurlijk nog steeds het college – zich niet gehouden heeft aan de besluiten die door de raad genomen zijn dat er in elk project van een minimaal aantal huizen voldoende sociale woningbouw moet zijn? Wethouder Renzen: Zoals ik net al heb gezegd, moeten we constateren dat die 30% sociale woningbouw, wat inderdaad in deze gemeente gewoon een afspraak is, niet goed geborgd is in deze anterieure overeenkomst.
Met de kanttekening dat bij dit woningbouwproject een uniek project is omdat hier meerdere zaken speelden, ook voor de gemeente. Dan doel ik op de aanleg van de Zuidhoornseweg. Daar zaten ook voordelen bij voor de gemeente, dus het ging hier niet alleen om het woningbouwprogramma en in die anterieure overeenkomst zijn afspraken gemaakt. Ik val in herhaling maar daar is die 30% gewoon niet goed in geborgd, daar waar we dat normaal gesproken wel doen. De voorzitter: De heer Roeling. De heer Roeling: Het hardnekkige geval wil dat de wethouder blijft hameren op 'dat hebben we nu eenmaal zo afgesproken'. Nee, dat heeft u helemaal niet, u heeft alles afgesproken onder voorbehoud van instemming van de gemeenteraad. Daar zitten we nu vanavond voor. Dus u kunt wel vertellen 'we hebben dit afgesproken', prima, maar dan hoeven we dit bestemmingsplan ook niet meer te organiseren want dat heeft u al geregeld en dat heeft u al afgesproken. Zo werkt het niet. Het is een ontbindende voorwaarde en die kun je inroepen en dat doe je door als gemeenteraad te zeggen 'dat doen we even niet', nog niet. Dan is het aan de initiatiefnemers hoe snel dat plan alsnog deze kant op komt want dan kunnen we er ruimhartig mee instemmen, maar tot die tijd niet.
Dus ik wil niet meer horen dat de wethouder zegt 'daar zijn we aan gebonden' want daarmee zet ze de gemeenteraad met de rug tegen de muur en dan zouden wij geen kant meer op kunnen. Dat is niet het geval, voorzitter. Dus ik verzoek de wethouder om dat niet voor een tiende keer te herhalen want dat is niet juist. De voorzitter: De heer Gebben wil reageren op de heer Roeling? De heer Gebben: Is de heer Roeling ervan op de hoogte dat er meerdere afspraken zijn gemaakt met Benfried om zaken daar geregeld te krijgen en dat dit daar onderdeel van uitmaakt? Dat vind ik essentieel want u maakt een punt van 'we moeten het bestemmingsplan nu maar afkeuren', maar er liggen veel meer afspraken aan ten grondslag. Vindt u het geen onbehoorlijk bestuur als je dat dan helemaal vergeet nu? De heer Roeling: Ik vind het getuigen van onbehoorlijk bestuur als je zaken met elkaar gaat verweven en dat tot dit resultaat leidt. Het college had het geval van Benfried – opeens hadden we een nieuwe uitrit et cetera, we weten het allemaal waarschijnlijk – op zijn merites per keer moeten beoordelen. Je moet niet zeggen 'ja jongens, dit is er, maar dat hebben we ook nog en o ja dat, nou, we vegen het bij elkaar en we zetten de gemeenteraad met de rug tegen de muur'. Daar passen we voor. Daar werken we niet aan mee.
Dan had het college gewoon situatie voor situatie aan ons voor moeten leggen en dan hadden we onze mening kunnen geven of een besluit kunnen nemen en dan was het daarmee af. Dat is niet gebeurd en nu worden we voor een voldongen feit gesteld en daar werken we niet aan mee.
De voorzitter: Dat was naar aanleiding van een interruptie op een interruptie. Wethouder Renzen wil graag reageren, ik zag mevrouw Snethlage ook nog, maar u moet even wachten tot de wethouder is geweest. Wethouder Renzen: Als college proberen we zo transparant mogelijk te zijn en zo goed mogelijk antwoord te geven op jullie vragen. Ik denk dat het duidelijk is dat hier die 30% sociaal niet goed geborgd is en natuurlijk heeft de gemeenteraad het laatste woord. De gemeenteraad gaat over wel of niet vaststellen van bestemmingsplannen dus het is aan de raad. Mevrouw Snethlage: Ik had een wedervraag aan de heer Gebben: is het niet onbehoorlijk bestuur als het college beloften doet die niet stroken met wat besloten is in de raad? De heer Gebben: Ik vind dit een beetje kinderachtig want alle andere besluiten over de Zuidhoornseweg zijn hier ook gepasseerd en dan had u toen tegen moeten stemmen en niet nu. De voorzitter: Dan sluit ik de beraadslaging op dit punt en gaan we over tot besluitvorming over het voorliggende voorstel. Ik zie twee handen omhoog gaan, zijn dat stemverklaringen? Drie stuks. Het woord is aan de heer Zwaard. De heer Zwaard: De beraadslaging gehoord hebbend, vinden we het een vervelende situatie zoals die zich voorgedaan heeft. Aan de andere kant is er een aantal afspraken gemaakt en dat heeft allemaal met elkaar van doen.
Het zou in onze optiek van onbehoorlijk bestuur getuigen als we hier nu op terugkomen. Het moet niet meer voorkomen, maar het is natuurlijk wel een kwalijke zaak dat dit gebeurd is. Maar er ligt een aantal afspraken aan ten grondslag en dat is voor ons reden om wel met het voorstel in te kunnen stemmen. De heer Jongsma: Hetzelfde geldt voor OGP Midden-Delfland. Wij willen ook graag behoorlijk bestuur bedrijven en dus gaan we niet nu die afspraken opnieuw doen, dat zou echt… Ook voor toekomstige situaties waar onderhandelingen zijn, kan het niet zo zijn dat je dan steeds opnieuw moet onderhandelen. De component sociale woningbouw zou hier, denk ik, toch afgekocht zijn dus die speelt hier wat ons betreft dan ook niet in deze specifieke situatie. Dat zijn voor ons de twee belangrijkste redenen om voor dit besluit te kunnen stemmen. De heer Vieira: Het is maar net hoe je naar de wereld kijkt want wij zeggen 'ook we zijn voor behoorlijk bestuur', maar daarom zijn we er juist tegen nu in te stemmen omdat je tegen iedereen zegt 'je moet met een goed verkeersafwikkelingsplan komen en je moet dit soort afspraken goed maken' en dat is niet gedaan. Daarmee doe je anderen tekort aan wie je dat wel vraagt. Dus wij zeggen 'nu niet' en dan is het uiteraard aan het college om te kiezen, later terug of niet.
De heer Ringeling: Het is aan mij om de afweging te maken tussen betrouwbaar bestuur – zo noem ik het maar even want onbehoorlijk bestuur klinkt een beetje… – en de veiligheid, met name van de honderden fietsers die elke dag over dat stukje weg gaan. En hoewel we als ChristenUnie behoorlijk bestuur hoog in het vaandel hebben staan, hebben we ook veiligheid hoog in het vaandel en ik zou het niet op mijn geweten willen hebben dat daar straks ongelukken gebeuren. Omdat ik nu geen enkele toezegging heb gekregen dat de veiligheid van die fietsers, de jeugd daar, gegarandeerd is, zullen we niet voor het voorstel stemmen. Mevrouw Snethlage: Het plan is gebaseerd op een verkeerskundig rapport uit 2017 waarna de situatie heel erg veranderd is. Het college geeft in het voorstel aan dat het verkeersplan niet wordt gevolgd en er is geen nieuw verkeersplan, ondanks dat het college constateert dat er geen goede oplossing is. Dat is eigenlijk in onze ogen onbehoorlijk bestuur, onbehoorlijk gedrag naar de initiatiefnemers en we kunnen niet hiermee akkoord gaan. De voorzitter: Is er behoefte aan stemming of zal ik gewoon aangeven wie tegen is, gehoord hebbende de stemverklaringen? Behoefte aan stemming? Bij handopsteken, wie is voor? En wie is tegen? 11 voor, 6 tegen, daarmee is het voorstel aangenomen.
Het voorstel wordt aangenomen met tegenstemmen van de fracties Mijn Partij!, PvdA, ChristenUnie en D66.
7.
Voorstel vaststellen bestemmingsplan Zwethkade-Zuid 55-57 Schipluiden
De voorzitter: We gaan door naar het Voorstel vaststellen bestemmingsplan Zwethkade-Zuid 5557 in Schipluiden. Wie wil daarover het woord? De heer Roeling: Ook hier is een anterieure overeenkomst de basis dus dat belooft nog wat. We hebben vragen en opmerkingen gemaakt tijdens de commissievergadering, met name over 'hier had wat meer uitgehaald kunnen worden dan nu voorligt'. Dat zijn we eigenlijk nog steeds van mening, want we hebben er wel een bepaalde opvatting over en die willen we graag met u delen. Dat is de volgende. Als er een initiatiefnemer komt, of een eigenaar in dit geval, die zegt 'het loopt niet en ik zou graag willen dat dit wordt omgezet naar woningen' zeg je als college 'oké, we hebben het aangehoord'. En je stuurt hem weg met huiswerk en in die periode koop je tijd. Die tijd gebruik je dan om te kijken 'wat zijn de mogelijkheden en wat zijn de onmogelijkheden hier?' Dat is niet gebeurd, althans die indruk hebben wij niet. Ik zal een voorbeeld geven. Je kunt bijvoorbeeld zeggen 'financieel gaan we een lastige periode tegemoet als gemeente en we hebben nogal wat beleid te realiseren'. Voorbeeld is de recreatie die we wilden realiseren op de Maaslandse Dam, dat is uiteindelijk niet doorgegaan. Maar dat zijn wel zaken die je bij dit soort voorstellen mee kunt nemen.
Dan zeg je tegen een initiatiefnemer 'we willen wel meewerken, maar eigenlijk onttrek je een voorziening uit onze gemeente, namelijk een restaurant en of dat wel of niet loopt, kunnen we hier vandaan niet beoordelen. Dus weet je wat? Het is bespreekbaar, maar dan wel onder voorwaarden en dan kun je misschien iets in de sfeer van recreatie voor ons betekenen want het grenst aan het buitengebied, maar het is geen buitengebied, dus qua ruimtelijke beleid heb je daar veel vrijheid in'. Dat is allemaal niet gebeurd. Wat is er gebeurd? Er wordt gezegd 'we hebben een restaurant en een bedrijfswoning en wat opstallen, schuurtjes en dingetjes'. Daar komen dan drie woningen voor in de plaats, dat is natuurlijk aantrekkelijk. Iedereen kan op een sigarenkistje uitrekenen dat dit besluit dat we vanavond gaan nemen de eigenaar onder aan de streep € 0,5 of € 1 miljoen oplevert. We gunnen iedereen een boterham, maar we vinden dat het college hier wel wat proactiever had kunnen optreden door met name het beleid dat we voeren als gemeente, dan hoeven we het als Mijn Partij! misschien niet eens te zijn met dat beleid, wel voor te leggen. Ik ben even wezen kijken zondagochtend op het fietsje. Toen ik aan kwam rijden zag ik al een paar dingen waarvan ik dacht 'dat klopt natuurlijk ook niet'.
Een hoog hek aan de kant van de weg rond de bedrijfswoning, volgens mij is dat gewoon een metertje en geen 2,5 meter. Ik zag een loodsje gebouwd op de erfgrens van de weg. Ik zag dat het restaurant leeg is, maar dat de zogenaamde bedrijfswoning gewoon bewoond wordt dus die heeft al een burgergebruik. De voorzitter: Een interruptie van de heer Gebben. De heer Gebben: Het is goed dat u daar gekeken heeft. Heeft u het oude of het nieuwe plan daar getoetst? Want dat maakt natuurlijk wel heel veel uit. De heer Roeling: Ik weet niet over welk plan de heer Gebben het heeft, kan hij dat toelichten? De heer Gebben: Het gaat uiteindelijk om drie nieuwe woningen. Dat lijkt me een voorkoming van verrommeling waar u het nu over heeft. De heer Roeling: Het is nog niet dusdanig verrommeld dat we daar op stel en sprong iets aan moeten doen. Het restaurant is verlaten en ze hebben er een bouwhek omheen gezet en that's it. Maar het gebruik van de zogenaamde bedrijfswoning is al burgerwoning, dus dat is strijdig gebruik. Dus dan zeg je tegen zo'n initiatiefnemer 'een paar dingetjes is ons opgevallen.
Dat en dat gaan we sowieso veranderen en mogelijk, als het plan doorgaat, kan het parkeerprobleem – het restaurant voldoet niet aan de parkeernorm – en het strijdig gebruik van de woning worden opgelost.' Zo werk je naar een situatie waar we als gemeente baat bij hebben en de initiatiefnemer baat bij heeft. Dat is gewoon niet gebeurd. En dan nog, waar komt die derde woning vandaan? Dus onze concrete vraag: er zijn twee dingen die, wat ons betreft, serieus in aanmerking komen voor een woning. Dat is het restaurant en de bedrijfswoning maar het plan behelst drie schitterende
woningen, aan het water, doorgaand water, dus waar komt die derde woning vandaan? Waarom geen twee woningen? Want dat combineert met wat er nu staat en dat gebeurt nu niet. De voorzitter: Ik zie nog een interruptie van de heer Gebben. De heer Gebben: Ik dacht dat u bijna aan het eind van het verhaal was. Ik was benieuwd of u het onderzoek dat u heeft gevraagd in de commissie, waarvoor u het doorgestuurd heeft naar de raad, nog nodig vindt. De heer Roeling: Ik doe wel eens onhandige dingen maar het staat me niet bij dat ik u een onderzoek heb toegestuurd. De voorzitter: Mijnheer Gebben, heeft u dat ergens zien staan? De heer Roeling: Artikel 26, dat is het Regelement van Orde, dat hebben we toegestuurd, ja. Maar wat is uw vraag? De heer Gebben: U heeft aangegeven in de commissie – en daarvoor wilde u het ook doorgeleiden naar de raad – dat u vond dat de ondernemer, dat heb ik u nog gevraagd, een onderzoek moest doen naar de haalbaarheid van een restaurant op die plek, of iets van een commerciële activiteit. Daar hoor ik u helemaal niet over dus mijn vraag was: is dat van de baan of niet? De heer Roeling: Niet bij ons, maar wel bij de rest blijkbaar want het is niet echt opgepakt. Ik heb de suggestie gedaan 'laat in ieder geval een deskundig iemand kijken die kan beamen of ontkennen of er totaal geen perspectief zit in die locatie'.
Vraag Herman den Blijker, die kale uit Rotterdam, dan heb je nog een tv-programma ook. Herman vertelt altijd hoe het in elkaar zit, dan weet je precies waar je aan toe bent. Dat is niet opgepakt, sorry, ik zou het ook graag anders gezien hebben maar dat is niet gebeurd door het college. Ook niet, kan ik wel zeggen. Dit alles is samengevat in een anterieure overeenkomst waar we als raad van af kunnen zien, maar dat hebben we ook al besproken. Mevrouw Snethlage: Ik kom wel in de buurt van de vraag van de heer Gebben. Ik ben daar ook gaan wandelen want het ligt aan een van de ommetjes in Midden-Delfland. Dan kijk je daar zo en dan denk je 'de locatie heeft mooie recreatieve mogelijkheden'. Er zou toch op zijn minst een leuk pannenkoekenhuis of koffiehuis kunnen zitten, zodat ik halverwege mijn wandeling even lekker rustig kan zitten. Of je legt er wat bootjes in het water. Je denkt dan als leek 'er zijn allerlei mogelijkheden' en dat bracht ons op de volgende vraag. Op het moment dat iemand zegt 'ik wil mijn bestemming wijzigen van horeca naar woonhuizen', is het dan volgens de procedure in de gemeente noodzakelijk om aan te tonen dat horeca daar niet haalbaar is? Dat idee hebben we niet. Dat zou dan betekenen dat als ik verzin dat ik ergens wil gaan wonen, dat dat altijd goed is, maar omgekeerd, als ik mijn woonhuis wil ombouwen naar horeca is dat daarentegen niet goed.
Dat geeft een soort ongelijkheid die wij vreemd vinden. Kan het college mij bevestigen dat het niet noodzakelijk is om aan te tonen dat de bestemming niet meer werkzaam is, of heb ik dat verkeerd begrepen? De voorzitter: Die vraag is volgens mij goed overgekomen bij de wethouder. Wethouder Smit gaat een reactie geven. Wethouder Smit: Ik heb het gevoel dat ik in herhaling val. Twee weken geleden hebben we hier ook over gesproken. Het college is van mening dat een dergelijk onderzoek niet nodig is omdat de praktijk heeft uitgewezen in de afgelopen 27 jaar, waarin de huidige eigenaren meerdere malen met meerdere exploitanten van verschillende soorten en vormen en achtergronden hebben geprobeerd om hier een goed lopende horeca voorziening te realiseren, dat dat telkenmale is mislukt. Als je dan kijkt wat het gevolg is, is dat leegstand. Dat heeft de heer Roeling terecht geconstateerd. De voorzitter: De heer Roeling heeft een interruptie.
De heer Roeling: De wethouder valt niet in herhaling, maar ze gaat wel van lieverlee de goede kant op. In het raadsvoorstel zegt ze namelijk… Nee, in de beantwoording op onze vragen zegt ze 'nee, volgens onze registratie is dit de eerste keer dat een initiatiefnemer de eigenaar dit verzoek doet'. Ik dacht dat werd gezegd, volgens mij door D66, 'nee, er zijn er al verschillende geweest.' En nu zegt de wethouder 'nee, het was er niet een, maar het zijn er verschillende die het geprobeerd hebben'. Dat is in strijd met het antwoord op onze vragen. Klopt dat wethouder? Wethouder Smit: Nee, dat klopt niet. Ik zeg: het is 27 jaar in eigendom van dezelfde personen en zij hebben met verschillende exploitanten gewerkt en dat heb ik twee weken geleden ook gezegd en dat zeg ik nu weer. Dat is ook gewoon de situatie. Als je dan gaat kijken 'kan het anders?' en een initiatiefnemer of eigenaar, dat is in dit geval hetzelfde, komt met een vraag, ga je gewoon kijken 'kan dat, past dat, hebben we zwaarwegende argumenten om het niet te willen?' Die hebben we niet op deze locatie. Dit plan inpassen, dat staat ook in het bestemmingsplan en in de toelichting, is gewoon verantwoord. Als je dit restaurant en de bedrijfswoning netjes ten opzichte van het lint dat daar al is, de achterliggende bebouwing, vervangt, is het volstrekt logisch dat hier deze bebouwing passend is.
En de heer Roeling heeft daar een andere opvatting over, maar ultiem gaat de raad erover. De heer Roeling: Het gaat mij niet om het lint en of de bebouwing al dan niet past, natuurlijk past dat. Het gaat ons erom dat u een schitterende kans heeft laten liggen om als college, als gemeente daar de eigen wensen neer te leggen en dat vast te leggen in een anterieure overeenkomst zodat we daar als gemeenschap voordeel bij zouden hebben. Dat is nu niet gebeurd, het is nu gewoon 'drie schitterende woningen aan het water' geworden waar we als gemeente of als bewoners niets meer aan hebben. Terwijl wel het restaurant is onttrokken, terwijl het grenst aan het buitengebied. Het was een unieke kans om daar een beter plan van te maken dan wat er nu ligt, voor ons allemaal. Het is nu een private kwestie geworden. En die bebouwing, prima, maar het is een gemiste kans voor ons als gemeente om daar meer uit te halen voor ons en onze inwoners. Dat is wat we betogen en zullen blijven betogen. De voorzitter: Is er nog een reactie nodig? ik kijk even voor de tweede termijn, is daar nog behoefte aan? De heer Roeling: Nou, de vraag was nog waar die derde woning vandaan komt.
Waarom drie woningen en geen twee want dat zou meer overeenkomen met de huidige situatie – zeker in financiële zin – dus waar komt die derde woning vandaan? De heer Vieira: Niet zozeer een vraag in de tweede termijn maar wel een toelichting, ik ben het met de heer Roeling eens dat je in een gemeente als deze moet kijken 'waar liggen de kansen voor recreatiemogelijkheden, voor goede exploitatie?' Maar ik wil ook herhalen wat velen van ons gezegd hebben, uiteindelijk maak je een afweging, je ziet iets meerdere keren mislukken. Dan zien wij dit uiteindelijk omzetten naar woningen als de beste oplossing. De voorzitter: Wethouder Smit, wilt u nog ingaan op de vraag van de heer Roeling? Wethouder Smit: Ja zeker. Aan de ene kant is het restaurant en aan de andere kant de bedrijfswoning, in het midden is een grote schuur en daar komt de derde woning vandaan. De voorzitter: Dat was dan de reactie van het college. Ik stel voor dat we dan overgaan tot de besluitvorming. Wie is voor het voorliggende voorstel? En wie is tegen? Ik zie 3 stemmen tegen, 14 voor. Daarmee is het voorstel aangenomen. Het voorstel wordt aangenomen met tegenstemmen van de fractie van Mijn Partij!
8.
Voorstel inzake de Woonagenda
De voorzitter: Even kijken wie hierover het woord wil voeren. Ik zie de OGP Midden-Delfland als eerste.
De heer Knaap: In de commissie is er redelijk dialoog gevoerd over dit voorstel. We zijn als OGP Midden-Delfland blij dat de wethouder het voorstel vanuit de commissie intussen ook enigszins heeft aangepast, namelijk een jaartje verlengen van deze woonagenda. Dat stond nog niet helemaal goed in het besluit maar inmiddels wel, heb ik gezien, dus dat is fijn. We hoeven het niet te amenderen en dat jaartje verlengen doet ook recht aan de situatie waar we volgens OGP Midden-Delfland nu in zitten, met een collegewisseling. We willen nu niet ineens iets nieuws gaan doen, maar we willen ook niet over ons graf heen regeren en we willen ook volgend jaar de ruimte nemen om opnieuw te kijken naar de woonagenda en opnieuw te kijken 'wat gebeurt er allemaal in en om het hele woongebeuren, qua marktwerking en noem het allemaal maar op'. En we willen graag opnieuw kijken naar instrumenten die ons helpen om goede keuzes te maken voor onze inwoners. Dat maakt ook dat we komen met een motie bij dit agendapunt en die dienen we in met de fracties VVD, CDA en PvdA en die zal ik even voorlezen. Motie nr.
1 ingediend door OGP Midden-Delfland, VVD, CDA en PvdA Wooninstrumenten in zicht "De raad van de gemeente Midden-Delfland, in vergadering bijeen op 28 september 2021; overwegende dat: • de mogelijkheden om in Midden-Delfland nieuwe woningen te realiseren beperkt zijn; • tegelijk een grote behoefte bestaat bij onze inwoners om in Midden-Delfland te blijven wonen; • dit met name geldt voor startende jongeren, jonge gezinnen en doorstromende senioren; constaterende dat: • de woningmarkt en de hieruit voortvloeiende stijging van de huizenprijzen een landelijk probleem is dat vanuit onze gemeente niet bij te sturen is maar wel vraagt om slim en effectief handelen om voor onze inwoners het maximale te kunnen doen; • de afgelopen periode vele voorbeelden van instrumenten en initiatieven uit andere gemeenten in de media voorbij zijn gekomen (zie bijlage); • deze initiatieven wellicht ook voor de situatie in Midden Delfland kansen bieden; • het nog ontbreekt aan een praktisch overzicht in wat wel en niet mogelijk is om de woonopgave in Midden Delfland verder te brengen; verzoekt het college: • uiterlijk december 2021 een uitgewerkt overzicht ter bespreking aan de Werkgroep Wonen voor te leggen met daarin een eerste analyse van de mogelijkheden en onmogelijkheden van de diverse instrumenten voor de situatie in Midden-Delfland; • in dit overzicht aan te geven in hoeverre diverse
instrumenten wel of niet toepasbaar zijn voor onze situatie en wat daar voor nodig is; • daarbij de bijgevoegde lijst met voorbeelden van instrumenten en initiatieven uit andere organisaties die de afgelopen periode langs zijn gekomen niet als limitatief te beschouwen; en gaat over tot de orde van de dag." De voorzitter: Dank u wel, ik kan van een afstandje wel zien dat die ondertekend is, hij maakt deel uit van de beraadslagingen en heeft nr. 1 gekregen. De heer Zwaard: We hebben in de commissie al het nodige gezegd over de woonagenda en we zijn heel blij dat die niet voor een aantal jaren, maar voor een jaar verlengd wordt. Dat hebben we toen ingebracht en we zijn blij dat daar brede steun voor is. Hetzelfde geldt voor wat we al in een eerder stadium hebben aangegeven, dat toch een keer serieus wordt gekeken naar de 'variant Rijswijk', die dan een voorbeeld is. Daar was toen niet veel steun voor, maar dat gaat nu toch gebeuren en dat doet ons zeer veel deugd. We hebben een aantal dingen aangegeven in de commissievergadering en die blijven staan. Uiteraard steunen we deze motie, dat mag duidelijk zijn. Zoals het nu voorligt, kunnen we instemmen met het voorstel.
De heer Gebben: Doorschuiven naar 2022 vinden we prima, maar het had voor ons niet gehoeven want we hebben, denk ik, een wat andere kijk op wat de woonagenda zou moeten zijn. Dat is wat ons betreft meer een document voor de langere termijn. Als je ziet dat bouwprocessen meerdere jaren duren, is het een beetje apart dat je om de vier jaar naar de woonagenda gaat kijken en dat had wat ons betreft niet gehoeven. Maar doorschuiven is prima, dan voeren we de discussie daarover wel na de verkiezingen. We hebben al aangegeven dat we liever hebben dat onze ambtenarencapaciteit wordt ingezet om woningplannen uit te werken en te realiseren want daar hebben onze woningzoekenden het meest aan. De motie kunnen we wel steunen want er gaan heel veel initiatieven over tafel en het is hartstikke goed dat iedereen meedenkt, maar het is heel moeilijk te beoordelen in hoeverre het haalbaar is hier in onze organisatie, in onze financiële en onze grondpositie. Dus het lijkt ons goed om daar eens een keer goed naar te kijken en alles op een rijtje te zetten zodat we goed weten 'wat is wel haalbaar en wat is niet haalbaar?' Dat is ook de reden dat we de motie hebben gesteund. De heer Van der Spek: Er is in de commissie veel over verteld en ik zal het niet te lang houden.
We zijn natuurlijk wel blij dat we het voor een jaar door kunnen schuiven en niet vastleggen tot 2025 zodat een volgend college ook kan doorpakken. We steunen de motie niet, zoals de VVD ook aangeeft, de kans dat die punten nog te bewerkstellingen zijn is, denken wij, zeer klein. We hebben afgelopen jaren al diverse keren aan het college getracht te vragen 'kom nu eens een keer met plannen, met doelstellingen waar we mee voort kunnen'. En we zitten nog steeds op een reactie te wachten dus als we de motie aannemen waarin staat 'voor 21 december a.s. verwachten van het college antwoorden', zien wij dat niet gebeuren. Dus vandaar, sympathieke motie, maar we steunen hem niet. De voorzitter: Een interruptie van mijnheer Knaap. De heer Knaap: Ik hoor de heer Van der Spek zeggen dat hij een motie niet steunt omdat hij eigenlijk geen antwoord wil. Dat hoor ik hem zeggen. Kunt u dat nog eens uitleggen? De heer Van der Spek: Wij willen zeker antwoord omdat het al jaren speelt en we geven al jaren aan het college aan 'kom nu eens met de antwoorden waar we op zitten te wachten' en die antwoorden krijgen we niet. De voorzitter: De heer Gebben.
De heer Gebben: Het blijft een beetje vreemd antwoord van Mijn Partij! We geven u volgens mij op deze manier een steuntje in de rug, dus dat zou u toch moeten kunnen appreciëren? De heer Van der Spek: Dat zien we ook wel, maar we zien het toch anders omdat wij, zoals ik zeg, nog steeds in afwachting zijn van het college. En als we de motie steunen, zie ik het niet gebeuren dat we die reactie voor 21 december a.s. krijgen. De heer Zwaard: Stel dat de heer Van der Spek die antwoorden ook krijgt voor die datum, zou u dan voor deze motie zijn? De heer Van der Spek: Laten we dat aan de wethouder vragen, bij het beantwoorden van de vragen. De heer Vieira: Voor ik een betoog begin, vraag ik de wethouder of ze iets kan zeggen over de tijdlijn, dan hebben we allemaal duidelijkheid daarover. Dan de woonagenda. De winst van de behandeling in de commissie vonden wij dat de woonagenda niet tot 2025 is vastgelegd, maar dat dat ingeperkt is. Qua inhoud staan we daar niet achter. We zien dat we in Midden-Delfland voor alleenstaanden en starters 30% minder woningen hebben dan gemiddelde gemeenten in Nederland. Het percentage scheefwoners is hier 30% hoger dus we vinden dat je daar inhoudelijk naar moet kijken. Dus we zijn blij dat de agenda die er ligt – waar we overigens nog nooit mee ingestemd hebben – niet verlengd is tot 2025, maar het zou daarmee
ook vreemd zijn als we dan nu zeggen 'het wordt nu een jaar verlengd en nu staan we volledig achter die agenda'. We hebben moeite om daarmee in te stemmen. De motie spreekt ons meer aan want we willen wel weten wat de mogelijkheden en instrumenten zijn, maar dan hebben we wel vragen aan de wethouder. Een was al gesteld: hoe ziet u de tijdlijn om die mogelijkheden in kaart te brengen? En de tweede vraag: wat vraagt dit van het ambtelijk apparaat qua inzet, als zij dat doen? Kost dat heel veel tijd, blijven er daardoor zaken liggen? Moeten er mensen ingehuurd worden? Daar zou ik graag een beeld van krijgen. De heer Ringeling: In de commissie hebben we aangegeven dat voor ons de oorspronkelijke datum van 2025 ook prima was. We zien de woonvisie inderdaad als een visie op hoofdlijnen, het is en blijft een visie. We zijn blij dat het een jaar is want de komende maanden gebeurt er het een en ander; de gemeenteraadsverkiezingen, als het goed is komt er een nieuw kabinet binnen een paar weken of maanden. Dus daar zal ook wel iets uitkomen qua wonen, landelijk gezien. Ik blijf optimistisch. Dus in die zin is het prima om het naar 2022 te verschuiven. We staan sympathiek tegenover de motie. Evenals de vorige spreker zijn we benieuwd naar de reactie van de wethouder als het gaat om de beschikbaarheid van de ambtelijke inzet.
Dus we beschouwen de uitkomst van de motie als input voor de nieuwe woonvisie. Dat moet worden meegenomen en in die zin hoeft wat ons betreft de datum van december 2021 niet zo hard te zijn want we beginnen daarna in 2022 met de woonvisie met het samen discussiëren over de woonvisie. Maar december 2021 is prima, maar als het een kwartaal later is, dan vinden wij het ook prima. Mevrouw Snethlage: Wat betreft de woonagenda. Dat die nu minder lang geldig zal zijn, zien we alleen maar als een pluspunt omdat we het eigenlijk al niet geheel met de woonagenda eens waren, met bepaalde punten die erin staan. We vinden nog steeds dat er veel te weinig sociale huurwoningen zijn voor mensen die daarvoor in aanmerking komen en te weinig woningen voor jongeren die te veel verdienen voor een sociale huurwoning, maar te weinig voor een koophuis. En dat er voor de senioren nog niet de juiste woningen zijn om door te stromen. Dus het hele plan dat we hadden, werkt niet. Kijken we naar de evaluatie, dan zien we ook dat het niet gewerkt heeft. Niet voldoende. Dat betekent dat we denken dat de woonagenda aangepast moet worden. We hebben daar in de afgelopen jaren herhaaldelijk moties over ingediend, we hebben zelfs hele onderzoeken ingediend. De resultaten daarvan waren dat daar niets mee gebeurde, dus wat dat betreft, kunnen we de scepsis van de fractie Mijn Partij! volledig begrijpen.