2021 m 05 d 25 Vsl raad.docx
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 25 mei 2021, 19.30 uur. Voorzitter
: A.J. Rodenburg, burgemeester
Griffier
: A. de Vos
Aanwezig : de heer A. van den Berg (CDA), de heer T.A. Buitelaar (OGP Midden-Delfland), de heer J.G. Cornelissen (CDA), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), mevrouw M.E. Heutink (OGP Midden-Delfland) de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij!), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij!), mevrouw E.C. Snethlage-Barnard (PvdA), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij!), de heer R.E. Vieira (D66) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
:-
Tevens aanwezig: de heer F.J.M. ten Have, mevrouw W. Renzen-van Leeuwen, mevrouw S. Smit, wethouders
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter: Ik open de vergadering. Het is 19.30 uur. Heel hartelijk welkom iedereen en bijzonder hartelijk welkom aan de pers die de vergadering digitaal volgt. We hebben vanavond ook een inspreker in ons midden. Die heeft zich ook al voorbereid en heeft ook al een tegeltje gekregen dus die mag zo meteen, als we zover zijn, het woord voeren. Ik ben nog steeds te horen toch? Dat vraag ik even zodat ik niet zo meteen weer het hele verhaal opnieuw moet houden. Het is gelukt. Waar het aan lag, weet ik niet, maar we zijn allemaal bij elkaar. Dat is de opening van de vergadering.
2.
Regeling der werkzaamheden
De voorzitter: Het werkt natuurlijk zo dat u, als u het woord wilt voeren, in beeld komt en anders luistert u mee met de camera uit en de microfoon op mute. Ten aanzien van agendapunt 2, drie lijsten. Lijst A gaat over de ingekomen stukken van het college. Wie over lijst A, over de wijze van afdoening? Ik zie niemand reageren die daarover het woord wil voeren. Mag ik dan constateren dat die lijst akkoord is? Dan is die vastgesteld. Dan lijst B, dat is de lijst van brieven die anderen dan het college aan u hebben toegestuurd. Ik zie de heer Zwaard. De heer Zwaard: Wij zouden graag brief B-075 betreffende haarden en kachelbrand op de agenda voor de eerstkomende commissievergadering plaatsen. De heer Van der Eijk: Ik heb wel de vraag, maar dat weet de heer Zwaard ook wel, of we dan ook een fatsoenlijke toelichting krijgen over waar de discussie over moet gaan. De voorzitter: Heel goed, dat zou ook mijn verzoek aan de heer Zwaard zijn, we zijn het wel zo gewend dat er nog een motivatie komt, maar misschien kan de heer Zwaard heel kort een zinnetje toevoegen zodat iedereen ook weet welke kant het opgaat? Maar de motivatie volgt. De heer Zwaard: Prima, het gaat niet zozeer over het haarden en kachelbrand, maar over het verbranden van snoeihout. Er wordt in Midden-Delfland een veelvoud van vergunningen afgegeven om snoeihout te verbranden en dat is nat hout.
We zouden graag de discussie willen voeren of we dat hout niet beter kunnen versnipperen. Dat is de insteek om deze brief te agenderen. De voorzitter: Deze gaat dan door naar de commissie met uw goedvinden. Mevrouw Snethlage heeft dan nog een andere brief? Mevrouw Snethlage: Eerlijk gezegd heb ik niet direct een voorstel voor een volgende brief, maar ik begrijp dat het onderwerp dat de heer Zwaard wil agenderen volledig anders is dan de brief die hij
als kapstok gebruikt om te agenderen. Is het niet beter dan gewoon het onderwerp dat hij echt wil agenderen als agendapunt in te dienen bij de commissievoorzitters met motivatie? Dat lijkt me juister dan een brief agenderen die maar in de verste verte er wat mee te maken heeft. De voorzitter: Ik kan niet helemaal inschatten wat er precies in de brief staat, maar wat u zegt, is het overwegen waard. Ik leg het even terug bij de heer Zwaard, maar er komt sowieso een motivatie. De heer Zwaard: Dat klopt, uiteraard komt er een motivatie, maar het onderwerp hangt wel degelijk aan de brief want daarin is ook sprake van het verbanden van snoeihout in de buitenlucht, dus het haakt wel op de brief aan. De voorzitter: U weet welke richting het opgaat. Dus het wordt doorgeleid naar de commissie en dan gaan de commissievoorzitters u door die discussie geleiden. Verder niemand over de brieven lijst B? Dan is die vastgesteld en is de wijze van afdoening daarmee vastgesteld. Dan hebben we lijst C, dat is een 'Reglement van Orde'-vraag op basis van artikel 42. Daar staan twee brieven. De eerste is een antwoord op de vragen gesteld door mevrouw Heutink. Is er behoefte aan reactie daarop? Mevrouw Heutink: Graag. Dank aan het college voor het uitgebreide antwoord. We zien dat het overleg over Bauhaus en de buurt daaromheen zorgvuldig is gedaan.
Er blijft nog een punt van zorg, dat is dan de verkeerssituatie die nog niet helemaal goed is want beide weggetjes bij de Hadrianuslaan zijn sluiproutes geweest en daar kon je ontzettend scheuren, maar mensen zijn nog niet gewend aan de borden. Het blijft dus wel heel belangrijk om aandacht te besteden aan de nieuwe verkeerssituatie. De voorzitter: Dat is meer een oproep. Mevrouw Heutink: Een oproep aan het college en de wethouder om daar aandacht aan te blijven besteden omdat dat nog een punt van zorg is. De voorzitter: Die oproep is genoteerd. Ik neem aan dat de wethouder die oproep ook ter harte neemt. Ik zie de wethouder knikken, prima. Dan is 2.c.2 een vraag gesteld door de heer Ringeling van de ChristenUnie. De heer Ringeling: Dank voor de antwoorden aan het college. Ik heb nog een vraag. In antwoord op mijn derde vraag staat er dat gemonitord zal worden, maar hoe groot is globaal het gebied in Midden-Delfland waar gemonitord gaat worden? Wethouder Smit: Ik denk dat de heer Ringeling dit antwoord iets anders interpreteert dan het bedoeld is. Wat ons, de gemeente, betreft, is het belangrijk dat er goed gemonitord wordt. Ik weet dat de NAM meetpunten heeft in het gebied en over de vraag of dat dan voldoende is voor ons, moeten we nog in gesprek.
Ook over wat dat dan voor ons betekent en wat zij meten en precies op welke punten… want daarover zijn we nu het gesprek nog helemaal niet aangegaan. En hoe groot dat gebied is, weet ik niet uit mijn hoofd. Of daar dan eventueel iets binnen of buiten valt dat voor ons van belang is om daar nog eens wat extra aandacht voor te vragen, weet ik zo ook niet. We staan wat dat betreft nog helemaal aan het begin van de gesprekken dus ik denk dat het slim is u te informeren als we iets meer informatie hebben, als we met de gemeente Westland hebben gesproken en met de NAM. De voorzitter: Kunt u daarmee leven mijnheer Ringeling? De heer Ringeling: Nog een korte vraag. Over welk tijdpad hebben we het dan? Wanneer kunnen we verder geïnformeerd worden? Wethouder Smit: Een afspraak met de NAM nadat we even de kaarten met de gemeente Westland hebben afgestemd, verwacht ik niet voor het zomerreces te hebben geregeld. Dus dat wordt sowieso na het zomerreces.
De voorzitter: Daarmee heeft u een indicatie gekregen. Dank u wel wethouder. Dan is dit punt afgehandeld. Lijst A en C worden ongewijzigd vastgesteld. Van lijst B wordt B-075 doorgeleid voor behandeling in de commissie.
3.
Spreekrecht voor belangstellenden
De voorzitter: Ik heb mevrouw Nagel in beeld voor het spreekrecht van belangstellenden. U mag uzelf even introduceren en het woord voeren, iedereen luistert naar u. Mevrouw Nagel: Mijn naam is Willemijn Nagel, medewerker Public Affairs Natuurmonumenten. Dank voor de gelegenheid om in te spreken. Natuurmonumenten feliciteert de RES-regio Rotterdam-Den Haag met de RES 1.0. Er is heel veel werk verzet en daarmee willen we jullie graag complimenteren. Wij waarderen het principe in deze RES van streven naar energie-efficiëntie en energiebesparing. Vooral is Natuurmonumenten blij dat de RES Rotterdam-Den Haag ervoor heeft gekozen om Natura 2000-gebieden en NNN-gebieden en waardevolle landschappen uit te sluiten van zoeklocaties voor grootschalig wind en zon. Tot deze waardevolle landschappen in Zuid-Holland behoort ook Midden-Delfland, want dat hoef ik u verder niet te vertellen. We zijn dan ook heel blij dat deze RES het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) in Midden-Delfland uitsluit als zoeklocatie voor grootschalig wind en zon. We hebben ook wel gezien het afgelopen jaar hoe ongelooflijk belangrijk het is om open en aantrekkelijke natuurgebieden in je directe omgeving te hebben. De behoefte aan meer natuur en ongerept landschap in je eigen omgeving is in Zuid-Holland het grootst van heel Nederland.
Misschien moeten we even iemand vragen om de microfoon uit te zetten? De voorzitter: Ja. Mevrouw Nagel: Ik geloof dat het is gelukt. We willen heel zuinig zijn op het open landschap en zeker dat van Midden-Delfland omdat het zo dicht bij de steden ligt waar het al zo vol is. En wij denken dat het beide kan, het voldoen aan die energieopgave die nodig is en ons waardevolle landschappen en natuurgebieden sparen. Zijn we dan nu helemaal tevreden? Nog net niet helemaal, helaas. Als je dan naar de kaarten van deze RES kijkt, worden de grenzen van het BPL niet helemaal gerespecteerd, zoals bijvoorbeeld ten noorden van Schiedam waar de weidevogelgebieden van Noord-Kethel liggen en landgoed de Tempel wordt ontwikkeld in samenwerking met de gemeente Rotterdam en Natuurmonumenten. Ook zijn er nog een aantal zoekgebieden ingetekend voor windgebieden en zon vlak aan de randen van het BPL en ondanks de goede inspanningen van de gemeente om te zorgen dat grootschalige windenergie niet terechtkomt in het BPL, willen we als Natuurmonumenten wel onze zorgen uiten over het alternatief, namelijk de mogelijkheid om in het omgevingsbeleid van Midden-Delfland ruimte te bieden voor individuele, kleinschalige windmolens op erven.
Wij zijn hier geen voorstander van omdat je toch verstoring voor vogels en vleermuizen krijgt rond de boerenerven en ook landschapsverstoring in het gehele agrarische gebied. Dit verbetert de ruimtelijke kwaliteit die voor de beeldbepaling van de erven van Midden-Delfland zo nodig is niet. Dan wil ik nog even door naar de warmtenetten, die mooi geschetst zijn op pagina 7 van de RES in figuur II, die worden aangelegd om ons zo een toekomstbestendige mix van warmtebronnen te geven, naast het besparen van ons warmteverbruik. Die besparing juichen we toe, maar als we de figuur goed bekijken, zien we dat er een complete infrastructuur toegevoegd wordt aan het al enorm drukke landschap van het plangebied van deze RES. Natuurmonumenten maakt zich dan ook wel een beetje zorgen over de locaties die nu worden aangegeven op figuur II en de toepassing van de warmte. Hierbij is de vraag of de aanleg van de WarmtelinQ voor alle warmte die nodig is voor het Westland ten koste mag gaan van een doorsnijding door het BPL. Is dit noodzakelijk en welke inpassing in het landschap is hiervoor nodig om de ingrepen en gevolgen te mitigeren en waar nodig te compenseren? Kortom, ondanks de goede intentie om het BPL te vrijwaren van grootschalig wind en zon, zien we toch niet diverse wensen op de RES-kaarten staan die de kwaliteit van het landschap kunnen aantasten. Dit is eigenlijk ongewenst.
Dan vraagt u zich misschien af 'kan er dan helemaal niets?' Nee, dat willen we ook niet zeggen. We begrijpen dat ook Midden-Delfland haar steentje bij wil dragen aan de opgaven voor de energietransitie en die ambitie steunen we ook. Het is echter de
kunst om dat steentje zo bij te dragen dat het niet ten koste gaat van het landschap dat we allemaal zo koesteren. Sterker nog, laten we het zo doen dat het landschap erop vooruitgaat. We hebben eerder laten zien dat we hiertoe in staat zijn en we laten zien wat het oplevert bij de aanleg van de A4 en het IODS-programma. Ruimtelijke impact van alle zon- en windprojecten bij elkaar opgeteld kunnen minstens zo groot zijn als die van de aanleg van een snelweg. Daarom hebben we twee aanbevelingen voor u. 1. Stel bij de nadere uitwerking van alle locaties voor zon, wind en warmte in het BPL eerst ontwerpcriteria op zodat de landschappelijke kwaliteit en recreatieve waarde altijd geborgd blijven. 2. Stel als randvoorwaarde dat een deel van de opbrengst ten goede komt aan investeringen in de landschappelijke en recreatieve kwaliteit van het gebied. Tot slot. Wij hebben tot nu toe als Natuurmonumenten geen directe betrokkenheid gehad in het RESproces. We zouden het op prijs stellen wanneer we bij de uitwerking op gebiedsniveau direct als belanghebbenden worden betrokken. Graag denken we vanuit de grote betrokkenheid die Natuurmonumenten van oudsher heeft met Midden-Delfland met u mee over dit voorstel. De voorzitter: Zijn er vragen die de gemeenteraad wenst te stellen? De heer Van der Spek: Ik wil u bedanken voor uw inspraak.
Ik was even benieuwd, er is vanavond ook besluitvorming over dit stuk. U had dit misschien beter in de commissie kunnen bespreken. Was u op de hoogte van de inspraakmogelijkheid bij de provincie op afgelopen 14 mei? Mevrouw Nagel: Ja, daar hebben we ook als Natuurmonumenten ingesproken. Daar waren wel dertig insprekers en we hebben aan het eind in zijn algemeenheid voor de hele provincie ingesproken. Maar die van de commissie heb ik gemist, sorry. De voorzitter: Dank u wel. De heer Vieira heeft ook nog een vraag. De heer Vieira: Jazeker. Dank u wel voor het inspreken. Zoals de heer Van der Spek aangeeft, we gaan het vanavond vaststellen, maar goed, dit is fase 1.0 en u gaf in het betoog aan 'let vooral bij de uitwerking daarvan op dat je de juiste ontwerpeisen hebt zodat daar rekening mee gehouden wordt'. Begrijp ik daaruit dat u zegt 'je kunt het vaststellen, maar houd dit in uw achterhoofd', of zegt u 'zoals het hier ligt, zou ik dat niet vaststellen'? Ik ben gewoon benieuwd naar wat uw kijk daarop is. Mevrouw Nagel: Dat vind ik een heel goede vraag. In principe zijn dit bandbreedtes die er liggen, bij de RES 1.0. Je bent er nog lang niet en ik ben heel blij met wat er uit het BPL is gehouden, zoals ik schetste. Dus in die zin, gezien de eerdere versies die ik heb zien langskomen, denk ik dat we voor het BPL heel blij mogen zijn.
Maar ik kan me voorstellen dat je als gemeente nog een aantal opties meeweegt waarvan je denkt 'kunnen we die nog aanpassen?' Als dat zo is, zou ik zeggen 'neem er nog een paar mee'. Als dat niet zo is, is er in het hele proces dat gaat komen nog wel een aantal momenten waarop je kunt zeggen 'als er verder op ingezoomd wordt, neem dan vooral die integraliteit mee en zorg dat je de criteria er duidelijk bij houdt'. Is dat een beetje duidelijk? De voorzitter: Dank u wel voor het beantwoorden van de vragen. Straks hebben we het agendapunt aan de orde en dan komt het ongetwijfeld nog een reactie links en rechts op deze gedachte, kan ik me zo voorstellen. Ik zie verder geen vragen meer, mevrouw Nagel dank u wel en blijft u even de vergadering volgen tot agendapunt 6.
4.
Vaststellen van de agenda
De voorzitter: Het voorstel is het spoorboekje zoals u dat heeft ontvangen voor vanavond te volgen, kunnen we daarmee akkoord gaan? Ik zie geen reacties, dan is het spoorboekje vastgesteld. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
5.
Hamerstukken
5a. 5.b. 5.b.2
Vaststellen van de notulen vergadering d.d. 20 april 2021 Voorstel inzake de financiële stukken Bedrijvenschap Harnaschpolder Begrotingswijziging 2021 en Begroting 2022
5.b.3 5.c. 5.d.
Jaarrekening 2020 Voorstel inzake de financiële stukken Veiligheidsregio Haaglanden Voorstel inzake de financiële stukken Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raad de hamerstukken vast.
6.
Voorstel instemmen met RES 1.0
De voorzitter: Ik kijk even wie het woord hierover willen voeren. De heer Van der Spek: Wij hebben dit punt geagendeerd voor vanavond, ook naar aanleiding van de inspreekochtend van de provincie – die eigenlijk een dag werd op 14 mei jl., – met de Statenleden en de verschillende gemeenten. Mevrouw Nagel gaf het ook aan, er waren 33 insprekers van de verschillende bedrijvenschappen en gemeenten. Daar heb ik een vraag over. Ik heb vanmorgen het stuk gekregen, waarvoor dank, en ben vanmiddag even snel door het stuk gelopen. Het was een lange call, dat was een hele dag voor de provincie met alle genodigde insprekers. Het viel me op dat er bij de 33 insprekers over dit agendapunt nog heel veel vragen zijn. De vragen worden morgenavond meegenomen in de commissievergadering van de provincie op 26 mei a.s. Daar staat dan ook op de agenda om die vragen te beantwoorden namens de provincie. De wethouder gaf ook de vorige keer op de vraag van de heer Gebben aan 'als de provincie de stukken goedgekeurd heeft, moet het nog langs de gemeenten, zo veel verschillen zullen er niet zijn'. Maar ik zie toch een aantal insprekers met argumenten komen. Ik wil een aantal voorbeelden geven. Het gaat over het participatieproces met de afnemers, bedrijven en burgers. Het viel op dat 50% van de 33 insprekers daar problemen mee had.
Dan gaan we ervan uit dat de participatie in onze gemeente goed is verlopen, dus daar maak ik me niet zo druk over. Verder was er een inspreker uit de gemeente Den Haag en dat was wel interessant, namens de Jong RES. Die kwam op voor het betrekken van de jongeren bij dit hele proces omdat jongeren de toekomst zijn. Dat vond ik wel een goede gedachte want de jongeren moeten ook meebeslissen in het lange traject. Dat was een voorbeeld daaruit. Er werd gesproken over piekbelasting, dat was bij WarmtelinQ, met de berekeningen. Er werd een vraag gesteld over de havens, dat die worden voorzien van groene waterstof, wat de kosten eigenlijk twee keer duurder maakt. Dat zijn allemaal belangrijke punten die ik niet terugzag in de nota van aanbevelingen van diverse gemeenten. Dus we hebben nog een beetje moeite met vaststellen van dit punt, te meer daar we eigenlijk in afwachting zijn van morgenavond, de vergadering van de provincie. Er is een aantal punten waar de provincie antwoord op zal geven dat voor ons als gemeenteraadslid ook belangrijk is om daarover te stemmen. Ook een belangrijk punt was – misschien is de wethouder dat opgevallen, er is al eerder over gesproken – een vraag van de wethouder uit Delft over het Kraaiennest. Dat zou niet opgenomen zijn in het BPL. Er is ook een vraag gesteld aan de provincie om dat te wijzigen omdat dat wel BPL is.
Ik weet niet of de wethouder daarvan op de hoogte is? Dat zijn belangrijke punten waar we goed over moeten nadenken hoe we daarin staan en ik ben wel benieuwd hoe andere fracties daarin staan. Dat was het voor de eerste termijn. De voorzitter: De volgende spreker is de heer Gebben. De heer Gebben: Zoals in de commissie aangegeven, zien we deze RES 1.0 als een strategische visie die nog moet landen in lokaal beleid. We denken dat het goed is om vooraf integraal met elkaar na te denken over waar we proberen tot oplossingen te komen voor ons CO2-probleem zodat we geen andere belangrijke zaken uit het oog verliezen. Kijken we naar die RES 1.0 die voor ons een levend document is, en waar nog een 2.0 en vervolg op komt, dan zien we dat alvast een grondige analyse is gemaakt. En als we kijken naar onze eigen gemeente – en ik denk dat we dat vanavond moeten doen, want je kunt wachten op de provincie, maar ik denk dat we vanuit onze eigen gemeente moeten kijken – dan zie ik gewoon dat aan onze zienswijze echt gehoor is gegeven. De rol van Midden-Delfland als open en groen gebied is duidelijk weergegeven. Dat geeft mevrouw Nagel ook aan dus ik denk dat we als gemeente heel tevreden moeten zijn over hoe we nu in die RES zitten. Het is wat ons betreft ook zeker nog geen afgerond plan.
Als we nu naar de 1.0 versie kijken, kunnen we daar gewoon goed mee instemmen, ook omdat het nog een doorgaand proces is. Dus alle vragen die er nu zijn en alle ontwikkelingen die nog moeten komen, worden denk ik in de toekomst meegenomen en dat lijkt me een goede zaak.
De voorzitter: De volgende spreker is van de OGP Midden-Delfland, de heer Buitelaar. De heer Buitelaar: Ook dank aan de inspreker. De inspraak geeft zeker goede inzichten voor de verdere stappen want we zijn er zeker nog niet met deze Energiestrategie 1.0. Zoals in de commissie aangegeven staat het BPL in deze strategie duidelijk op de kaart – dat is dan letterlijk natuurlijk – als ongeschikt zoekgebied voor grootschalige opwek van wind- en zonne-energie. Ook in het Statenvoorstel waar de commissie Bereikbaarheid en Energie van de provincie Zuid-Holland over spreekt, staat dit belang duidelijk genoemd. Bij de inspraakdag heeft de heer Brandligt ook nogmaals onze zorgen weggenomen over hoe de zoekgebieden waren gevisualiseerd op het kaartje dat eerder vanavond ook gedeeld is. Dat is ook de aanleiding voor de vragen die we eerder gesteld hebben. En ik denk dat onze zorgen wel zijn weggenomen met al die bevestigingen. De waarde van het gebied voor de regio is nog maar weer eens bevestigd door al deze partijen dus het stuk geeft denk ik een realistische ambitie voor de komende jaren om mee aan de slag te gaan, ook voor deze gemeente. Nogmaals, een goed resultaat van een langdurige inspanning, wij kunnen instemmen met deze 1.0 versie. De voorzitter: Dan ga ik naar de laatste spreker in de eerste termijn, de heer Zwaard.
De heer Zwaard: We kunnen ons in grote lijnen aansluiten bij de voorgaande sprekers. Ook het CDA vindt dat de wensen en bedenkingen die ingediend zijn voor onze gemeente goed verwoord zijn in deze RES 1.0. Het is dan ook de RES 1.0 dus er is nog volop ruimte om specifieke wensen in onze gemeente, zo die er zijn, in te kunnen vervullen. Ook wij bedanken de inspreker. Zij heeft weliswaar de vergadering verlaten, zo te zien, maar toch dank voor haar inbreng. Dat zijn eventueel punten die we naar een 2.0 versie best mee kunnen nemen. En wat de vraag van de heer Van der Spek betreft, ben ik eerst even benieuwd naar de beantwoording van het college. Dank u wel. De voorzitter: Mooi bruggetje om naar het college over te stappen voor een reactie. Wethouder Smit: Ik denk dat u het allemaal best goed verwoord heeft. De RES 1.0 die nu voorligt, is inderdaad een 1.0 versie en dat heb ik in eerdere overleggen ook al benadrukt, het gaat hier echt om een strategisch document op regionaal niveau waar we een start maken in een proces waar vervolgens heel veel lokale autonomie is om te gaan uitwerken en invullen.
Dus hoe gaan we echt invulling geven aan die ambities zoals verwoord in dit document? De inspreker gaf ook iets aan over de kaarten en de heer Van der Spek haalde dat ook nog even aan, maar ik ben het wel eens met de twee sprekers daarna, die kaarten kun je niet zonder de begeleidende tekst uit de RES 1.0 bekijken. De voorzitter van de RES-groep heeft daar in de Staten ook nog een keer richting aan gegeven en daar heeft u de notulen ook van kunnen lezen, het zijn schematische weergaven. U moet het niet zo zien dat het op schaal is. Binnen de zoekgebieden die daar zijn aangegeven, geldt nog steeds dat ook daar gekeken wordt naar technische mogelijkheden, maar ook naar de landschappelijke draagkracht en de waarde van het landschap. Daar is nog een keer bevestigd dat voor zover zoekgebieden het provinciaal landschap overlappen, daarvoor nog altijd geldt dat er in het BPL geen windturbines komen en dat daar ook geen ruimte is voor grootschalige zonne-energie. Die bevestiging hebben we echt en daar mogen we ook heel blij mee en heel trots op zijn want mevrouw Nagel van Natuurmonumenten refereerde daar ook al even aan, we zijn bijna drie jaar geleden begonnen en toen lag het speelveld er toch wel iets anders bij. Dus we hebben in die regionale bestuurlijke overleggen behoorlijk wat werk verzet om het BPL zo goed op de kaart te krijgen, letterlijk ook op de kaartjes ingetekend.
Dus daar zijn we heel blij mee. Vervolgens kunnen we dan gaan nadenken over hoe we onze eigen verduurzamingsopgave gaan invullen. Dan kom je op zaken die we al eerder hebben genoemd en die u al eerder in uw zienswijzen richting de RES heeft aangehaald; kleine windmolentjes binnen bouwvlakken bij agrarische bebouwing, inzetten op winning van duurzame warmte, ook bijvoorbeeld middels geothermie en WarmtelinQ heeft u daarin specifiek benoemd. Maar hoe we dat precies gaan doen en wat de gevolgen daarvan zijn, dat zijn echt lokale processen waarin opnieuw heel veel ruimte is voor participatie. Zeker ook voor jongeren, zoals mijnheer Van der Spek aanhaalt. Dan nog heel even specifiek over het Kraaiennest. Ons college van Midden-Delfland heeft al eerder beslist dat we de provincie gaan verzoeken het Kraaiennest toe te voegen aan het BPL en het formele verzoek is daarvoor via de Landschapstafel BPL vandaag verstuurd aan de provincie. De berichten daarover zijn positief want de provincie vindt dat zelf ook een goed idee volgens mij. De verwachting
is dat dat gehonoreerd zal worden en dan hoeven we ons helemaal geen zorgen meer te maken over het Kraaiennest want dan hoort het ook officieel bij het BPL. Volgens mij heb ik zo in grote lijnen de vragen wel beantwoord, voorzitter. De voorzitter: In grote lijnen kan ik dat met u vaststellen. Maar we kunnen even kijken of er nog behoefte is aan een tweede termijn. Ik zie alleen de heer Van der Spek nog. De heer Van der Spek: Bedankt voor de beantwoording. Ik was nog even benieuwd in hoeverre morgen nog een belangrijk item is voor dat provinciaal overleg met alle stukken die ingebracht zijn. De voorzitter: U bent daar benieuwd naar en ik neem aan dat dat een vraag aan de wethouder is. Wethouder Smit: Met 100% zekerheid kan ik de toekomst ook niet voorspellen, maar alle signalen die ik tot nu toe daarover heb gekregen, zijn positief. Ik verwacht dat de provincie dit ook gewoon gaat vaststellen zonder voorbehoud. De voorzitter: Dit was de bespreking van de RES 1.0. Die stellen we vast met uw goedvinden, kan dat op ieders steun rekenen? De heer Van der Spek: Er zijn bij ons toch nog wat vraagtekens dus om dat nu al vast te stellen is voor Mijn Partij! nog een beetje te vroeg. Met name bij een aantal zaken dat ik heb aangegeven van de provincie hebben we zelf nog geen goed gevoel dus we stemmen hier nog niet mee in. De voorzitter: En ik neem aan dat wij uw hele fractie is.
Dan kan ik vaststellen dat de gemeenteraad uitgezonderd de fractie Mijn Partij! instemt met de RES 1.0. Het voorstel wordt aangenomen met tegen stemmen van de fractie Mijn Partij!
7.
Voorstel implementatie van de Omgevingswet
De heer Van Lier: Mijn Partij! wil de commissievergadering niet helemaal overdoen. We hebben toen een aardige en positieve discussie gehad in de commissie. Dit onderwerp, de Omgevingswet, valt in de categorie van 'over de schutting van de landelijke overheid naar de gemeenten'. Gemeenten, ga het maar regelen, je krijgt geld, niet voldoende, maar los het maar op en het is jullie probleem. Ofwel, zoals ik het dan maar noem, ook binnen de fractie: het is een moetje, van landelijke overheid naar gemeenten gedelegeerd. Dus tegen stemmen zal lastig zijn, maar we zijn wel kritisch. Het is tot op de dag van vandaag niet duidelijk welk plan B de landelijke overheid heeft voor gemeenten die het niet halen. Ook zijn we wat minder stellig over de invoeringsdatum. Op de site van de VNG zien we nog staan '1 januari 2023'. Dat die 1-1-2022 een keer komt, vermoeden we wel, maar we vinden de datum nog wat te strak. De vraag aan het college is wat de consequenties zijn, mocht de vertraging een jaar zijn, of langer of korter zijn, als het dus niet 1-1-2022 is. Wat zijn daar de gevolgen van? Ook hebben we in de commissie nog geen duidelijke mogelijke besparingen en efficiencyzaken kunnen zien, wat ook blijkt uit de antwoorden op de vragen van ChristenUnie vandaag. Dat gaat met allerlei mitsen en maren. Dat kan van 'plus zoveel' tot 'min zoveel' zijn, dus er zijn wel wat onzekerheden.
We gaan dus instemmen met een aanzienlijk bedrag zonder degelijke onderbouwing. De wethouder gaf ook aan dat de kosten over twee jaar worden uitgesmeerd. Dat zal ons standpunt echter niet wijzigen. We vragen aan het college of we dan die tweede helft dan ook zien in de begroting eind dit jaar, want twee jaar is 2022-2023, maar dat zullen we dan zo wel horen. We willen ook nog de dank uitspreken aan de Rekenkamer. Zij gaan dit onderwerp nog verder onderzoeken en we hopen dat ze daarmee de raad goed ondersteunen. Ik weet niet of er een tweede termijn komt, maar we willen in ieder geval wel een stemverklaring uitbrengen. De voorzitter: U houdt dat zelf ook in de gaten, neem ik aan, dat u voor het einde en de stemming die stemverklaring gaat formuleren. Ik adviseer u vast daar een heel korte stemverklaring van te maken.
De heer Zwaard: Al in de commissievergadering heeft het CDA aangeven dat we zullen instemmen met het voorstel tot implementatie van de Omgevingswet. We kunnen niet anders. Daarbij vragen we wel om enige terughoudendheid en om daar waar het binnen de perken kan worden gehouden financieel, dat zo veel mogelijk te doen. Er zitten een aantal onduidelijkheden in maar die gaan we vanavond niet wegnemen, die liggen bij het rijk en daar doen we niet zo veel aan. Invoeren per 1 januari of 1 mei maakt per saldo niet zo heel veel uit, die voorbereidingen zul je toch moeten treffen. Het CDA heeft in de commissie gevraagd om de communicatie ter hand te nemen. Als je kijkt naar het grote aantal zienswijzen bij deze vergadering door zowel bedrijven als burgers, is dat niet ten onrechte, denken wij. Veel indieners zien dit voorstel van de implementatie toch als zijnde de behandeling, de invoering van diezelfde Omgevingswet. Dat heeft er bij onze fractie toe geleid dat we voorstellen om kort na de zomer te komen tot een extra punt op een commissievergadering en raadsvergadering om die voorstellen die door de zienswijzen ter sprake gebracht worden, te agenderen in een aparte commissievergadering of niet per se een aparte, maar in een commissievergadering.
Er zit een aantal heel goede punten tussen, denken wij, en dan zouden we als raad daarover kunnen debatteren en met name vanuit de raad het college richting mee kunnen geven. We zijn benieuwd hoe onze collega-fracties daarin staan. Tot zover onze eerste termijn, dank u wel. De voorzitter: Ik ga door naar de heer Gebben. De heer Gebben: Ook voor ons is het duidelijk dat de Omgevingswet er hoe dan ook gaat komen. De implementatie van de Omgevingswet lijkt ons onafwendbaar en we vinden het ook noodzakelijk en het is wat ons betreft belangrijk om er zo snel mogelijk mee te beginnen. We moeten er niet aan denken als VVD dat het toch op 1 januari 2022 uitdraait en dat we niet meer in staat zijn om omgevingsvergunningen af te geven zodat we voor eventuele bouwontwikkelingen die in onze gemeente gaan plaatsvinden geen vergunningen meer kunnen afgeven. Dat is niet de bedoeling. Ik ben het met de heer Zwaard eens dat het niet zo veel uitmaakt, 1 januari of 1 mei, de kosten moeten we toch maken. Kijkend naar de kosten, zijn we het niet eens met Mijn Partij! dat die niet goed onderbouwd zijn. Er zit ook in de uitleg een heel goede onderbouwing van waar de kosten precies in gaan zitten. Het is een stevig bedrag, maar het is ook een stevige tegenvaller, dat moet wel gezegd, maar de kosten gaan sowieso komen. Dus we hebben al aangegeven voor dit voorstel te stemmen.
En wat het CDA betreft, heb ik in de commissie al aangegeven dat het verstandig zou zijn om kort na het zomerreces hier een discussie over te voeren, niet alleen over de omgevingsvisie, maar ook over de bevoegdhedenverdeling en wat mij betreft, wordt dat zo kort mogelijk na de zomer gepland. De voorzitter: Ik ga door naar de ChristenUnie, de heer Ringeling. De heer Ringeling: Allereerst dank aan het college voor de uitvoerige beantwoording. De voorzitter: U mag ook uw camera aanzetten, hoor. De heer Ringeling: O sorry. Ik wist niet dat die uit was. Dus dank voor de uitvoerige beantwoording. We gaan ook niet de commissie weer opnieuw doen, inderdaad, daarin heeft de heer Van Lier gelijk. Ten aanzien van de investeringskosten. Die zijn vrij hoog, € 850.000,00, daar ontkomen we niet aan. Ik wil nogmaals bij de wethouder erop aandringen in VNG-verband te kijken of we in elk geval die eenmalige kosten kunnen terugkrijgen van het rijk. Een inspanningsverplichting graag, op het resultaat kunnen we niet vooruitlopen. Wat ons betreft, ontkomen we er niet aan om nu in te stemmen met de Omgevingswet dus dat zullen we doen. En over het onderwerp dat de vorige sprekers aangaven, dit gaat de komende maanden of de komende periode vaker op de agenda komen en we hebben nog wel een paar knopen door te hakken. De voorzitter: Zag ik een interruptie van de heer Gebben? De heer Gebben: Dat klopt.
Even een kort vraagje aan de heer Ringeling. Wilt u die vragen ook in uw eigen partij neerleggen? Want binnen de VVD wordt er ook veel gesproken over het uitbesteden van taken van het rijk naar de lokale overheid en het daarmee gepaard gaande slechte bekostiging. Wij hebben die discussie al wel teruggelegd binnen de eigen partij en er komen coalitieonderhandelingen aan dus wij hebben gevraagd 'als jullie gaan onderhandelen, neem de
gemeenten mee en de beperkte financiële omstandigheden'. Dus mijn vraag is: wilt u dat bij uw eigen partij ook aanzwengelen of is die discussie er misschien al? De heer Ringeling: Die discussie hoeven we niet aan te zwengelen want die discussie loopt al binnen de partij. U weet dat de ChristenUnie voorstander is van budgetten meegeven als taken worden overgedragen, geen taken over de schutting gooien. Ik heb trouwens over dit onderwerp, maar dan over de jeugdzorg, ook afgelopen zondag met veel genoegen naar Buitenhof gekeken waar de voorzitter van de VNG een warm pleidooi hield over het budget bij taken die worden doorgegeven. Wij gaan dus voor stemmen. De voorzitter: Die noteren we vast. Dan gaan we naar de OGP Midden-Delfland. De heer Knaap. De heer Knaap: Laat ik maar beginnen met het goede nieuws: ook wij zullen instemmen met dit voorstel. We zien vooral – dat is een compliment waard aan het college – dat we als raad hebben gevraagd om een plan van aanpak en dat ligt er. Het is ook een helder plan en we hebben ook als raad gevraagd om geen experimentele dingen te doen maar gewoon netjes met de meerderheid mee te lopen om de kosten niet op te laten lopen. In het plan van aanpak zien we dat ook netjes terug dus dat is ook een compliment waard. En de discussie over die kosten speelt gewoon in 350 andere gemeenten even hard. We staan daar niet alleen in.
Je kunt geen VNG-blaadje of Binnenlands Bestuur openslaan of er staat wel weer een nieuwe column of essay of opiniestuk over in. Dus daarvan zijn we het eens met andere sprekers, laat dat gesprek vooral gaande blijven en doe eraan mee daar waar we er nog invloed op kunnen hebben. De wethouder heeft ook toegezegd – dat is denk ik helemaal in de geest van deze tijd – dat het budget gevraagd wordt en dat de besteding van dat budget zorgvuldig zal gebeuren op die momenten dat het nodig is. Dus als de inwerkingtreding van deze wet enig uitstel krijgt, zal ook het tempo van besteding denk ik op dezelfde wijze vertraagd worden, dan wel op een iets lager pitje komen te staan. Dat heeft de wethouder toegezegd en daar zijn we ook blij mee. En om de vraag van de heer Gebben voor te zijn, we zullen het ook bij onze landelijke fractie onder de aandacht brengen. De voorzitter: Dan gaan we kijken wat de PvdA gaat doen. Mevrouw Snethlage: Die gaat het woord voeren, met uw welnemen. De voorzitter: Mooi, gaat uw gang. Mevrouw Snethlage: Ik houd het kort. Er is al heel veel gezegd, vooral in de commissie, maar ook nu weer. We vinden als PvdA dat de kosten nog erg globaal onderbouwd zijn. De kosten voor de software lijken ons absurd hoog.
Waarom? Zijn er geen alternatieven, hoe kan het dat de software pas een halfjaar voor invoering wordt aangeschaft, deugt die dan wel? Het is allemaal kort dag en het moet allemaal heel snel en dat geeft grote risico's voor het niet slagen van het geheel. Dus het feestje is niet voor de gemeenten die allemaal heel veel geld neer moeten leggen. Daarbij hebben we dan ook nog het gevoel dat er weinig keuzeruimte is in hoe we het gaan besteden; er zijn weinig alternatieven, het is dit of niet. En als we dan zien dat we € 1 miljoen uitgeven, en dat daarbij dan nog verteld wordt door het college dat de implementatiekosten voor activiteiten die na inwerkingtreding moeten worden uitgevoerd, er nog niet in zitten, weten we ook dat het nog veel meer gaat kosten. Daar worden we niet vrolijk van en we willen het college vragen om dit keer in plaats van passief ook eens een keer actief actie te nemen naar de VNG toe. We horen graag van de andere fracties of ze dat ook ondersteunen. Verder zouden we graag een rekenkameronderzoek zien naar de invoering van de Omgevingswet en de bijbehorende keuzeruimte en kosten. En dat dan al dan niet in samenwerking met de Rekenkamers van de buurgemeenten. Graag horen we ook van de andere fracties hoe die daarin staan. De heer Gebben: Kunt u toelichten wat u bedoel met 'actief benaderen', want dat is mij niet heel erg duidelijk.
Mevrouw Snethlage: Actief benaderen betekent zelfstandig naar de VNG toegaan om mee te doen in de discussie in plaats van te wachten op wat er van de VNG vandaan komt.
De voorzitter: Dan nog de heer Vieira voor een interruptie, voordat we naar de wethouder gaan voor de beantwoording. De heer Vieira: Inderdaad, een interruptie op het punt van mevrouw Snethlage. Overigens, op dit punt, het is meer dan een blok aan het been, het is financieel gezien bijna een kei aan het been, als je het afzet tegen de grootte van onze gemeente. Het algemene standpunt is dat we sowieso denken dat we wel moeten. De heer Van Lier zei dat ook al. Maar dan de interruptie. Mevrouw Snethlage gaf aan 'ik roep de raad op om te vragen wat ze ervan vinden dit als onderwerp aan de Rekenkamer mee te geven'. Is mevrouw Snethlage zich ervan bewust dat de Rekenkamer zelf kiest waar ze onderzoek naar doen? Mevrouw Snethlage: Natuurlijk zijn we ons daarvan bewust maar de Rekenkamer vraagt ook vaak naar onderwerpen die wij graag onderzocht willen zien. De Rekenkamer werkt tenslotte voor de raad. De voorzitter: Dan ga ik door naar het college voor een reactie in eerste termijn. Wethouder Smit: Er zijn niet veel vragen gesteld en ik heb ook geen behoefte om de hele commissievergadering over te doen. Het is een moetje, dat klopt. We hebben wel heel lang gezegd 'we moeten het nog maar eens even zien en we gaan zeker niet op de troepen vooruitlopen'. Maar op enig moment moet je en dat moment is nu, dat ben ik met de heer Gebben eens.
Wat als de invoering van de Omgevingswet wordt uitgesteld? Daar hebben we twee weken geleden ook al iets over gezegd en de heer Knaap gaf dat zojuist aan, dan hebben we als het goed is, budget dat we over een langere periode kunnen spreiden. Dat zullen we dan ook doen. Ook dat heb ik al toegezegd. Dan over het vervolgproces. Ook al is dit al een hele smak geld en gaan we er hartstikke hard mee aan de slag, dat wil niet zeggen dat we dan klaar zijn. Dan begint het pas op sommige vlakken en we moeten dus nog de komende maanden heel veel doen. In de periode van september tot december heb ik inmiddels drie werkgroepbijeenkomsten laten plannen en die had ik u twee weken geleden al toegezegd, omdat we voortvarend aan de slag zouden gaan omdat u nog heel wat moet beslissen in de raad. Die zijn gepland. Het rekenkameronderzoek hiernaar loopt al en de interviews zijn of worden afgenomen. Ik ben ook heel benieuwd naar hun bevindingen. Dan de specifieke vraag van de heer Zwaard van het CDA die zegt 'er zijn veel zienswijzen ingediend op de omgevingsvisie', dat is wel net even iets anders dan de Omgevingswet, maar het hangt er wel zeker mee samen, 'zullen we daar een keer over van gedachten wisselen?' Daar is al in voorzien want op 7 september heb ik een raadsinformatiebijeenkomst laten plannen over dit onderwerp. Hoe dit er precies uit gaat zien, weet ik nog niet.
We zijn nog in voorbereiding maar het is wel de bedoeling om daar de grote lijnen van ingediende zienswijzen aan u voor te leggen en een beetje gedachtenrichtingen met u te delen over hoe wij daarin staan en hoe we denken daarmee om te gaan. Dus daar is al in voorzien. In reactie op de oproep van de ChristenUnie, en ik meen ook PvdA, om actief contact op te nemen met de VNG om te kijken wat de VNG gaat doen op dit onderwerp, met name als het gaat om compensatie, kan ik dat toezeggen. Dat kan ik best doen. De voorzitter: Die staat genoteerd. Ik heb in ieder geval nog een stemverklaring van de heer Van Lier in gedachten en voor de rest heeft iedereen aangegeven akkoord te kunnen gaan. Ik zie nog twee sprekers voor de tweede termijn. En dan nog de heer Zwaard, drie stuks. De heer Van Lier: Een aanvulling op de eerste termijn Ik heb twee vragen gesteld, of het consequenties heeft financieel als die vergunning uitloopt en hoe het zit met de begroting. Misschien is dat meer een vraag voor de heer Ten Have, maar in de commissie heeft de heer Ten Have geroepen 'we gaan dat spreiden'. Dus we bestemmen nu voor een bedrag X, is dan half X nu, en de andere helft 2022? Dat is wat mijnheer Ten Have zo'n beetje zei in de commissie als ik dat goed begrepen heb. De voorzitter: Ik noteer het even en misschien gaat wethouder Smit daarop reageren.
De tweede was… Dat weet ik even niet meer, maar de heer Zwaard stond ook op mijn lijstje. De heer Zwaard: Ik ben blij met de toezegging van de wethouder dat het op een raadsinformatieavond benoemd zal worden, maar we stellen ook voor om het op de agenda van de
commissievergadering te zetten om het daar wat breder te bespreken zodat ook voor de buitenwereld duidelijk is waar we mee bezig zijn. Voor de rest hebben we een vraag gesteld over communicatie. Die blijkt toch niet heel helder te zijn naar de bevolking, gezien het aantal zienswijzen dat op dit onderwerp ingediend wordt, terwijl het voorstel is om in te stemmen met de implementatie. Graag daar nog een reactie op van het college. De voorzitter: Dan mevrouw Snethlage. Mevrouw Snethlage: Ik had in eerste termijn nog niet aangegeven of we zouden instemmen of niet en dat is waarom ik nog een keer het woord vroeg. Ik wil de wethouder bedanken voor de toezegging om proactief met de VNG in contact te blijven. Ik vrees inderdaad dat dit iets is waar je niet tegen kunt stemmen, dus met gepaste tegenzin zullen we instemmen. De voorzitter: Dat staat genoteerd. Dan ga ik door naar de wethouder om nog even een reactie te geven op de concrete vragend ie net zijn gesteld. Wethouder Smit: Over de kosten, het antwoord op de vraag van de heer Van Lier staat in de beantwoording van de eerste vraag van de ChristenUnie van vanavond. Er zit al een en ander in de begroting, namelijk voor 2020 en 2021 € 130.000,00 voor projectleiding en het opstellen van het plan van aanpak en zo.
En ook nu weer, straks kijkend naar de inventarisatie en het in kaart brengen van de structurele kosten die we moeten verwachten op basis van de keuzes die u nog gaat maken. Vanaf 2023 zit er € 150.000,00 structureel in de begroting. Daarnaast vragen we nu dus voor dit jaar die € 400.000,00 en nog wat voor de inhuur van extra handjes om het allemaal geregeld te krijgen. Als de invoeringsdatum verschuift, hebben we dus wat langer de tijd om die inhuur te doen en alles te regelen wat we moeten regelen. Dan worden dus ook die budgetten bijgewerkt in de begrotingen die nog komen dus ik begrijp niet wat daar nu nog niet helder aan is. Het kan nog veranderen, maar daar bent u zelf bij en dan wordt u daarover geïnformeerd. De heer Van Lier: Ik zoek even het verslag erbij van toen wethouder Ten Have aan het woord was. Die riep toen 'het bedrag is uiteindelijk, in afwachting van het plan van aanpak, niet in een begroting opgenomen. Het nu voorgestelde bedrag van ca. € 500.000,000 incidentele kosten wordt over twee jaar uitgesmeerd.' Dat was de vraag. En zoals u het vertelt, gaat het over de kosten die in het antwoord op vraag 1 staan, maar dat zijn andere kosten. Dit gaat over de kosten die erbij komen.
Wethouder Smit: Het wordt wel heel ingewikkeld, er was sprake van dat we in de begroting een structureel budget zouden opnemen van, naar ik meen zo'n € 300.000,00, en dat hebben we uiteindelijk niet gedaan. In de plaats daarvan is gekomen twee keer incidenteel voor projectleiding en plan van aanpak en vanaf 2023 nemen we alvast € 150.000,00 structureel in de begroting op. We weten nog niet hoeveel het zal worden want dat gaan we onderzoeken en daar gaan we mee aan de slag. Dus dat is volgens mij het verhaal en ik zie dat mijnheer Ten Have zijn camera heeft aangezet dus dat zal ongetwijfeld betekenen dat hij er nog iets aan toe te voegen heeft. Wethouder Ten Have: Als het mag, voorzitter? De voorzitter: Ja, een toelichting, graag. Wethouder Ten Have: Volgens mij was de kern van de vraag van de heer Van Lier in de commissie 'als de invoeringsdatum wordt uitgesteld, gaat het dan meer kosten?' Het antwoord was 'nee, want dan gaan we ditzelfde bedrag over een langere periode uitsmeren en dat betekent dat, omdat we dat nu nog niet weten en we ervan uit moeten gaan dat het nog steeds per 1 januari a.s. wordt ingevuld, u wordt gevraagd het volledige krediet te voteren.
Mocht in de komende periode blijken dat de datum wordt uitgesteld, dan zult u een deel van dit budget bij de Jaarrekening 2021 voorgeschoteld krijgen als een doorschuifbudget voor de kosten die dan in 2022 gemaakt zullen worden'. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Lier, ik kijk naar u, dit is zo'n uitgebreid en gedegen antwoord dat u haast geen stemverklaring meer hoeft af te geven, lijkt me.
De heer Van Lier: Dat is een heel duidelijk antwoord en wat ik zocht, hier kan ik wat mee. Zal ik mijn stemverklaring maar geven? De voorzitter: Ik dacht dat u die achterwege ging laten? Ik kijk nog even of de beraadslaging dan afgerond is. Ik zie wethouder Smit nog met een hand omhoog. Wethouder Smit: Ik was nog niet klaar want ik had nog een vraag van de heer Zwaard. Het is mij niet helemaal duidelijk wat de heer Zwaard voor ogen heeft wanneer hij aangeeft dat hij in de eerstvolgende vergadering over dingen wil praten. Mijn vraag is dan waar hij precies over wil praten. Want dit gaat over Omgevingswet en de zienswijzen die zijn binnengekomen gaan over de omgevingsvisie. Daarvan heb ik net gezegd dat het er best veel zijn en dat we alles aan het verzamelen zijn en aan het kijken zijn wat de grote lijn is. Daar komen we in september op terug bij u in een raadsinformatiebijeenkomst die ook gewoon openbaar is. Dat is geen werkgroepbijeenkomst, dat is een openbare raadsinformatiebijeenkomst. Overigens, dan heb ik nog een aanvullende vraag want we hebben met u afgesproken dat de Omgevingsvisie 1.0 een beleidsarme omgevingsvisie is en dat we na vaststellen van de Omgevingsvisie 1.0 een procesaanpak gaan formuleren voor hoe we tot 2.0 komen. Dus ik weet niet goed wat mijnheer Zwaard nu precies voor ogen heeft.
De voorzitter: Ik vraag mijnheer Zwaard daar nog even wat nadere duiding op te geven. De heer Zwaard: Ik heb niet gevraagd om de eerstvolgende vergadering, maar het lijkt ons wel nuttig om in een vergadering – of dat nu een raadsinformatiebijeenkomst is of niet, ik heb liever in een commissievergadering, maar dat kunnen we altijd nog agenderen – een aantal van die zienswijzen te bespreken met elkaar en daar debat over te voeren om richting mee te geven aan het college. De voorzitter: Zullen we het daar dan bij laten? Dat komt dan nog. Dan zijn we door de beraadslaging heen. Ik heb overal krulletjes neergezet dat u akkoord kunt gaan maar de heer Van Lier heeft nog een stemverklaring. De heer Van Lier: Mijn Partij! vindt de huidige gevraagde investering aan de hoge kant en vindt het een niet goed onderbouwd verhaal waarom dit allemaal moet gebeuren. Ook is er onzekerheid over de exacte hoogte van de daadwerkelijke investering als de invoering een feit is. Mijn Partij! realiseert zich dat we door de landelijke overheid worden gedwongen te investeren in de Omgevingswet. We zullen dus onder protest voor stemmen voor de gevraagde investering. De voorzitter: Die stemverklaring staat genoteerd en dan kan ik vaststellen dat dit voorstel is aanvaard. Het voorstel wordt unaniem aangenomen, met een stemverklaring van Mijn Partij!
8.
Voorstel inzake de financiële stukken MRDH
De heer Vieira: Het onderwerp is in de commissie al besproken, de financiële situatie van de MRDH. De gemeente heeft een mooie brief opgesteld voor de MRDH waarin onder meer wederom aandacht is gevraagd voor ons mooie gebied en gevraagd om daar aandacht voor te houden. Ik denk dat we het daar als commissie en raad unaniem over eens waren en zijn. Er zat een passage in de brief die naar de MRDH zou gaan waar we wat moeite mee hadden dus we hadden een amendement voorgesteld. Dat is inmiddels rondgegaan en zit in de stukken en ik kan het grotendeels voorlezen zodat u de strekking daarvan kent. Het is niet alleen D66 die dit indient, maar alle fracties die unaniem achter dit amendement staan. Dus ik stel voor dat ik het voorlees. Het gaat dus om lijn 33. Amendement A ingediend door D66, VVD, OGP Midden-Delfland, CDA, Mijn Partij! PvdA, ChristenUnie In stand houden frequentie lijn 33 "De raad van gemeente Midden-Delfland, in vergadering bijeen op 25 mei 2021; behandelend agendapunt 8, brief gemeente Midden-Delfland aan de MRDH;
constateert dat: MRDH als gevolg van coronamaatregelen te maken heeft met fors minder financiële inkomsten; als gevolg hiervan maatregelen genomen moeten worden; tegelijkertijd overwegende dat: Midden-Delfland w.b.t. OV alleen met de bus bereikbaar is; lijn 33 voor grote delen Midden-Delfland de enige lijn is naar stedelijk gebied; er binnenkort weer gereisd mag/moet worden naar school en werk; lijn 33 een belangrijke sociale functie vervult: besluit: de gemeenteraad een passage in de conceptbrief aan de MRDH aan te laten passen: de huidige zinnen: 'Binnen het regionale afwegingskader zijn keuzes gemaakt die niet wenselijk, maar helaas door de financiële situatie, onvermijdelijk zijn. Voor Midden-Delfland wordt dat zichtbaar in de keuze om de frequentie op lijn 33 te verminderen naar een eenuursdienst. Deze OV-lijn is de belangrijkste verbinding voor Midden-Delfland, daar die de dorpen Maasland, Schipluiden en Den Hoorn verbindt met het stedelijk gebied van Delft en Maassluis. Wij verzoeken u om bij herstel van de 'normale' situatie zo spoedig mogelijk toe te werken naar de oude frequentie en herstel hiervan niet te koppelen aan de actuele bezettingsgraad van reizigers op lijn 33.' te vervangen door: 'Binnen het regionale afwegingskader lijken keuzes gemaakt te worden die pijnlijk zijn.
Voor Midden-Delfland wordt overwogen de frequentie van lijn 33 te verminderen naar een eenuursdienst. Deze OV-lijn is de enige verbinding tussen de dorpen Maasland, Schipluiden en Den Hoorn en het is de enige OV-verbinding die Schipluiden met het stedelijk gebied (van Delft en Maassluis) verbindt. Wij verzoeken u derhalve de huidige frequentie van lijn 33 bij de nieuwe overwegingen in stand te houden. Lijn 33 vervult een belangrijke sociale functie en is onmisbaar voor o.a. scholieren, studenten en werknemers die vanaf de zomer van 2021 weer naar school en werk gaan.'" De voorzitter: U heeft een brede vertegenwoordiging onder uw amendement van lijn 33. Het zit in de stukken onder 8.a. Ik zie hem nog niet maar u heeft hem allemaal al gezien en weet precies wat erin staat. Dus dat gezegd hebbend, ga ik door naar de volgende spreker, de heer Gebben. De heer Gebben: In de commissie hebben we al aangegeven in te stemmen met het voorstel dat er nu ligt. We zien een duidelijke meerwaarde van de MRDH, niet alleen voor het organiseren van ons openbaar vervoer, maar ook voor het verbeteren van het economisch vestigingsbeleid van onze regio. Wat betreft het amendement van D66 constateren we, mede door de toelichting van de heer Ten Have in de commissie, dat de realiteit het amendement al heeft ingehaald.
Gelukkig, denk ik, maar desalniettemin denken we dat het een prima idee is om nog eens het belang van buslijn 33 voor onze gemeente te onderstrepen en daarom hebben we het amendement ook medeondertekend en steunen we het uiteraard ook. De voorzitter: Dan gaan we door naar mevrouw Snethlage, PvdA. Mevrouw Snethlage: Ook de PvdA vindt de MRDH zeer waardevol voor de gemeente MiddenDelfland. En zeker voor ons groene gebied, onze groene economie. Onze vertegenwoordigers zijn er altijd goed in om in de MRDH duidelijk te maken dat het gaat om een economisch deel en niet alleen maar om recreatief groen bij ons. Dat betekent dus ook dat we op dat gebied er veel nut voor zien. Maar voor onze gemeente is het heel moeilijk om te voldoen aan de wensen die de MRDH altijd had om overal binnen de MRDH binnen een bepaalde tijd te kunnen zijn, ook met het openbaar vervoer. Het openbaar vervoer is voor een groot aantal mensen absoluut onmisbaar en dat er de laatste tijd weinig gebruik van is gemaakt, betekent dat het des te belangrijker is om te benadrukken hoe belangrijk een verbinding tussen al onze drie kernen is. Daarom vinden we het ook heel belangrijk dat dit nogmaals bij de MRDH duidelijk wordt gemaakt.
De voorzitter: Ik ga door naar de OGP Midden-Delfland, de heer Buitelaar. De heer Buitelaar: Ik kan niet beter weergeven hoe belangrijk de MRDH is voor onze gemeente dan mevrouw Snethlage en de heer Gebben net gedaan hebben ten aanzien van het economisch vestigingsbeleid. Dus daar zal ik me niet aan wagen. Maar ik wil wel even aangeven waarom we dit amendement mede hebben ondertekend terwijl we ook eerder hebben aangegeven ook te kunnen leven met het voorgestelde. De conceptzienswijze is iets gedateerd geraakt met het besluit vorige week om de maatrelgelen tot het verlagen van de frequenties uit te stellen tot januari 2022. Dan krijgen we nu een situatie dat de bussen nog wel blijven doorrijden. Hopelijk kan na de zomervakantie iedereen weer naar school en meer naar zijn werk en zien we dan dat de reizigersaantallen zich enigszins herstellen, al is de verwachting dat dit niet van de ene op de andere dat zal zijn. Er is zelfs sprake van dat dit enige jaren zal duren en het is naar mijn idee dan ook de maar de vraag in hoeverre dat maatregelenpakket dat we eerder hebben afgesproken, waarvan de frequentie van lijn 33 een onderdeel was, nog aansluit bij de praktijk van dan.
Het is dan ook goed in deze zienswijze dan ook te benadrukken waarom lijn 33 zo belangrijk is voor onze gemeente als verbindende schakel tussen de drie dorpen en als enige verbinding van Schipluiden met het OV, waar Maasland nog de snelle verbinding heeft met Schiedam-Centrum en Leyenburg en nog door wat andere buslijnen wordt aangedaan, en ook op fietsafstand ligt van station Delft. Daarom hebben we dit amendement medeondertekend. De voorzitter: Dan als laatste naar de heer Cornelissen. De heer Cornelissen: Ook het CDA is natuurlijk verheugd dat er heel veel aandacht is voor het groenblauwe deel en dat dat een nadrukkelijke positie krijgt op de agenda van de MRDH. Het gaat daar niet alleen om economie. We vinden het ook fijn dat de subsidie tot 1 januari 2020 is verlengd zodat we de oude busfrequentie toch kunnen handhaven en we denken ook wel dat het aantal reizigers zal aantrekken na de schoolvakantie. Het is inderdaad goed om dat nog wat nadrukkelijker vast te stellen, vandaar dat we ook akkoord gaan met het amendement. De voorzitter: Dan heb ik het lijstje van de gemeenteraad aan de orde gehad. Ik kijk nog even naar het college. Wethouder Ten Have: Toch even behoefte te reageren op twee punten, voorzitter. Ik denk dat terecht is opgemerkt dat het heel belangrijk is dat de MRDH ook aandacht gaat schenken aan die groenblauwe functie.
De MRDH heeft altijd gezegd dat zij zich richt op OV en economisch vestigingsklimaat en ik denk dat het heel erg van belang is voor onze gemeente en het BPL dat er ook binnen dat economisch vestigingsklimaat aandacht wordt geschonken, ook door de MRDH, aan landschap, natuur, recreatie en wateropgave. En ik ben heel blij en ik vind dat een heel belangrijke stap dat de MRDH nu expliciet aangeeft daar ook serieus mee aan de gang te gaan. Ik vind het goed dat even te onderstrepen omdat dat essentieel is voor de toekomst en de druk die er in de toekomst zal ontstaan op ons BPL. Dus ik vind dit een heel wezenlijke stap waar we best even bij stil mogen staan en ons mogen realiseren dat dit uitdrukkelijk in ons belang is en dat we daar ook van harte ondersteuning aan moeten geven. Dan kom ik bij het amendement. Ik zie deze passage in de zienswijze als een ondersteuning van wat vanuit onze gemeente ook is ingebracht. Het is ook zo dat dit besluit niet zozeer door de MRDH is genomen, maar dat dit een voorwaarde is geweest voor de rijksbijdrage als compensatie voor de wegvallende reizigersinkomsten. Daarin was een voorwaarde dat er een transitieplan zou komen van de vervoerders. Daarin heeft EBS, dat nu eenmaal veel minder compensatiemogelijkheden heeft dan HTM of RET, ook deze maatregel voor lijn 33 toen voorgesteld.
Gelukkig is de situatie nu zo dat dat besluit is uitgesteld en dat dat afhankelijk wordt van eventueel herstel, hopelijk herstel van de reizigersopbrengsten en van de duidelijkheid over de rijksbijdrage over 2022. We moeten eerlijkheidshalve ook constateren dat de cijfers van het aantal reizigers ook pre-corona in lijn 33 al redelijk dun was, dus dat speelt wel een rol. Maar ik zie dit amendement als een ondersteuning om het belang van lijn 33 te onderstrepen en ik hoop dat we in de evaluatie en de besluitvorming die komt in het najaar, allemaal weer in de situatie zitten dat het OV zich heeft hersteld en kan herstellen en dat deze maatregel niet meer nodig is. Maar ik denk dat het amendement en de wijzing in deze brief gewoon ondersteuning is van het standpunt dat we als gemeente al hebben uitgedragen en
zullen blijven uitdragen, wat daarmee overigens in alle realiteit ook geen garantie is op het achterwege blijven van deze maatregel. Maar dat weten we allen ook. De voorzitter: Ik zie geen berichten dat u gebruik wilt maken van een tweede termijn. Mag ik dan vaststellen dat u unaniem kiest voor uw eigen amendement? Dan is dat aangenomen. Daar had ik natuurlijk van moeten zeggen dat het letter A kreeg, amendement A is aangenomen. Dan komt het voorstel in de besluitvorming met de wijziging van het amendement. Kunt u akkoord gaan met het voorstel? Dat is zo, dan is dat besloten. Zowel het amendement als het geamendeerde voorstel worden unaniem aangenomen.
9.
Voorstel tot instemmen wijzigingen GR Veiligheidsregio Haaglanden
De voorzitter: Vanuit de commissie is een verzoek gekomen dit te bespreken, de heer Van der Eijk van de VVD wilde dat doen. Hoe hij dat wilde doen, was nog even een punt, maar dat gaan we aanstonds horen. Omdat ik portefeuillehouder ben op dit punt, geef ik de voorzittershamer graag door aan de heer Cornelissen die dit onderwerp dan verder zal begeleiden. De voorzitter: Dan gaan we verder waar u gebleven bent en geef ik het woord aan de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: De VVD heeft inhoudelijk commentaar op de wijziging van de Veiligheidsregio Haaglanden. Hier kan de raad een zienswijze op indienen. Op de punten waar de VVD het commentaar op had, vonden we de verdediging van de burgemeester in de commissie vlees noch vis. Er was geen sterke argumentatie waarom voor de wijziging is gekozen zoals die voorligt en waarom die wijziging er juist zo uit moest zien. Je zou ook kunnen stellen dat je blij kunt zijn met een raad die kritisch kijkt om het besluit beter te maken. De voorzitter: U gaat een betoog houden? De heer Van der Eijk: Ik heb toch gewoon een eerste termijn? De voorzitter: Ja, maar mijn vraag was hoe u dit wilde behandelen. We gaan dan gewoon termijnen doen en dan geef ik tussen de eerste en tweede termijn het woord aan het college.
Was dat wat u bedoelt? De heer Van der Eijk: Ja, als ik vragen stel aan het college, kan daarop gereageerd worden, misschien willen de andere raadsfracties ook nog wat zeggen. De voorzitter: Dat bedoelde ik. Dan ga ik eerst even inventariseren wie er het woord over willen voeren. De heer Van der Eijk: Ik dacht dat u mij gewoon het woord had gegeven. De voorzitter: Omdat ik dacht dat u een stemverklaring ging houden omdat u dat in de commissie had aangegeven, maar u houdt een heel betoog. Dus ik inventariseer dan even wie daar het woord over wil voeren. Er is niet veel animo zo te zien, de heer Van der Eijk, uw eerste termijn, gaat uw gang. De heer Van der Eijk: Ik heb natuurlijk al een heel betoog gehouden voorzitter. Waar was ik gebleven? We hebben twee smaken: of de portefeuillehouder verdedigt gewoon het punt dat hij indient, of hij is blij dat de raad kritisch is en daar een zienswijze op in wil dienen. Nu hebben we geen van beide en dat vinden we vlees noch vis. Daar kunnen we niet zo veel mee. De heer Roeling gaf in de commissie ook aan 'het college wil meer verantwoordelijkheid en het legt daar dan ook verantwoording voor af'. We hebben in het verleden dingen gezien die dat niet heel sterk staven en om die reden kunnen we deze zienswijze niet steunen want we vinden het gewoon inhoudelijk niet sterk genoeg.