CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

2021 m 03 d 02 Vsl raad.docx

Gemeenteraad 23 maart 2021, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Vaststellen van de notulen vergadering d.d. 2 maart 202130.276 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 2 maart 2021, 19.30 uur. Voorzitter

: A.J. Rodenburg, burgemeester

Griffier

: A. de Vos

Aanwezig : de heer A. van den Berg (CDA), de heer T.A. Buitelaar (OGP Midden-Delfland), de heer J.G. Cornelissen (CDA), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), mevrouw M.E. Heutink (OGP Midden-Delfland) de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij!), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij!), mevrouw E.C. Snethlage-Barnard (PvdA), de heer R.E. Vieira (D66) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig

: de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij!)

Tevens aanwezig: de heer F.J.M. ten Have, mevrouw W. Renzen-van Leeuwen, mevrouw S. Smit, wethouders

1.

Opening van de vergadering

De voorzitter: Ik open de vergadering van de gemeenteraad van Midden-Delfland om 19.30 uur. Heel hartelijk welkom en goed jullie allemaal te zien. Dat wil zeggen, een aantal zie ik nog niet, maar ik heb begrepen dat één raadslid is afgemeld. Dat is de heer Van der Spek, hij is er vanavond niet bij. Verder zijn we compleet en ik wens u weer veel succes met de digitale vergadering. We hebben natuurlijk altijd een beetje digitale regels. Dus als u niet spreekt bij het onderwerp verzoek ik u de camera en microfoon te dempen zodat het overzichtelijk is wie deelneemt en wie wil spreken en om dat te inventariseren. Dat vraag ik dan eventjes en dan gaan de handjes omhoog en gaan we in die volgorde vergaderen. Altijd ingewikkeld met de interrupties, maar als u die heeft, steekt u uw hand op en dan geven we u de beurt. Met een beetje medewerking van iedereen gaat dat allemaal lukken. Voor wat betreft agendapunt 8 meld ik vast dat ik ook een deel van de beantwoording voor mijn rekening zal nemen. Dan is het wel handig dat de heer Cornelissen als onze gepokt en gemazelde vicevoorzitter dat werk voor zijn rekening neemt. Alvast veel succes daarbij. Arjan de Vos, de griffier, heeft dit weer allemaal netjes geïnstrueerd en klaargezet en mochten we ergens over moeten stemmen, dan kan dat ook met dit systeem. Hoe dat gaat, zien we dan op het moment dat dat aan de orde is.

Dan gaat onze griffier ons daar doorheen leiden. Voor de rest doen we het zoals we in een normale vergadering ook de dingen doen.

2.

Regeling der werkzaamheden

De voorzitter: Het tweede agendapunt is de regeling der werkzaamheden. We hebben daar drie lijsten. Ik breng graag lijst A onder de aandacht. Daar is ook een advies bij verschenen voor de wijze van afdoening. Zijn er mensen die daar wat over willen zeggen? De heer Roeling: Wij willen graag brief A-009 agenderen voor de commissievergadering. Dat betreft het eerste bod van de gemeente Midden-Delfland voor het woningbouwprogramma voor de regio. We willen dat met name agenderen vanwege de ambities die daarin worden uitgesproken. De voorzitter: Dat heeft u dan goed toegelicht, zoals dat ook gewenst is. Vinden we dat een goed idee met die toelichting? Kunnen we dat doorgeleiden naar de commissie? De heer Van der Eijk: Op zich kan het misschien in de commissie, maar is het niet raadzaam om eerst de informatiebijeenkomst of de werkgroep Wonen af te wachten en dan dit in de aprilcyclus te behandelen? Is dat misschien raadzamer? Dat is mijn voorstel. De heer Jongsma: Ik sluit me een beetje aan bij de VVD, we hadden een beetje hetzelfde idee om dat eerst in die werkgroep of commissie te bespreken en dan pas naar de commissie te gaan in april.

De heer Zwaard: Wij kunnen ons er ook in vinden om het in april in de commissie te bespreken. De voorzitter: Een aantal mensen heeft dat idee van de heer Van der Eijk omarmd. Ik kijk even naar de heer Roeling. Is dat een goede marsroute voor u of wilt u het anders? De heer Roeling: Van de werkgroep Wonen weten we niet waar die is ontstaan en we konden ons niet herinneren dat we daar ooit iets over besproken hebben, dat in de eerste plaats. Ik zou het jammer vinden als dat een werkgroep is waar dan vertrouwelijk wordt gesproken zodat dat vervolgens dan niet meer in de commissie aan de orde kan worden gesteld. Dus dat is wel een dilemmaatje waar wij dan mee zitten. Tenzij de werkgroep openbaar is. Dan speelt dat natuurlijk niet, maar dat is even de vraag: wat houdt precies die werkgroep Wonen in? De voorzitter: Een goede vraag, het is volgens mij in een van de vorige vergaderingen aan de orde geweest dat dat zou worden georganiseerd. Nu weet ik niet of daar al een datum voor geprikt was. Ik zie wethouder Renzen die daar ook van op de hoogte is, zal ik even naar de wethouder kijken om daar even helderheid in te geven? Dan weet u meteen een beetje hoe we het moeten doen. Wethouder Renzen: Er is al een datum gepland in april om bijeen te komen met een raadswerkgroep Wonen.

Dat is omdat de raad daar eerder om gevraagd heeft en daar heb ik een toezegging op gedaan dus vandaar dat ik de raad heb uitgenodigd om deel te nemen aan die raadswerkgroep en die raadswerkgroep gaat over wonen in brede zin, zodat we een keertje over alles kunnen spreken dat bij de raad leeft. Dus die gaan we inplannen. De voorzitter: Het is even het dilemma van de heer Roeling dat, als het in vertrouwelijkheid is, hij zich daar een beetje in geremd voelt. Ik zie de heer De Vos die ongetwijfeld nog procedurele hulp biedt. De heer Vos: De commissie is eerder dan de raadswerkgroep waar de wethouder het over heeft. De commissie is op 6 april a.s. en de raadswerkgroep op 13 april dus dat is wel even een datumdingetje. De voorzitter: Juist, dan zou je het in de commissie later moeten doen. Ik kijk naar de heer Roeling, hoe weegt u dit geheel? Eigenlijk zegt de gemeenteraad 'ik wil eerst de werkgroep en daarna de commissie', maar kijkt u maar, zegt u eens even wat uw gedachten daarop zijn. De heer Roeling: Zover ik weet, moet het bod er eind april liggen en ik denk dat dat een deadline is. Hoe we daar tot eind april mee omgaan, laat ik graag aan de griffier, maar de vraag blijft of de werkgroep openbaar is of een besloten bijeenkomst. De voorzitter: Dat vraag ik aan de wethouder.

De uitnodiging is al gedaan, kan de wethouder daar iets over zeggen? Wethouder Renzen: Dat is inderdaad een besloten bijeenkomst. Dus als de heer Roeling graag in openbaarheid wil spreken over het bod, is het wel handig om dat in de commissie te doen. Ik ben wel benieuwd waar het dan over gaat want we hebben hier eerder over gesproken en zoals de heer Roeling kan lezen in het bod, zijn alle moties van de raad daarin verwerkt. Omdat we daar dus aan de voorkant over gesproken hebben met elkaar. De voorzitter: Dan blijft het gewoon zo dat we dit op 6 april in de commissievergadering aan de orde hebben. Dat is dan de conclusie van het verhaal. Zullen we dat dan maar doen? En het voorstel van de heer Roeling volgen dat we dit in de commissie bespreken? Dat laat onverlet dat de werkgroep daarna dan ook nog is, maar dat hebben we met elkaar zo afgesproken. Dat was dan de afdoening A-009 en die komt dan in de commissie op 6 april aan bod. Daarmee is deze lijst dan vastgesteld. Lijst B zijn de brieven die anderen dan het college aan u hebben toegestuurd. Wie wil daar het woord over? Ik zie niemand een hand opsteken. Dan verklaren we deze lijst akkoord. Dan hebben we lijst C, dat zijn de brieven conform het Reglement van Orde, artikel 42. Een brief van het CDA over de bomenkap in het centrum. Wie wil daarover het woord? Of is dit oké?

De heer Van den Berg: Misschien nog een klein dingetje. Dank in ieder geval voor het antwoord dat het college gegeven heeft. Opmerkelijk is wel het antwoord bij vraag 2, dat er zelfs nagedacht is over een nieuw boezemwater om Schipluiden heen. Dat is wel heel makkelijk gezegd, denk ik, als dat zo afgewogen is. Maar we kunnen daar wel tevreden mee zijn omdat er toch goed nagedacht is over de bomen en over de toekomst van de plek waar de bomen komen te staan, dat erover is nagedacht dat het een waardevolle plek is en dat er toch dingen zijn met de kadeverbetering waarbij de bomen problemen zouden kunnen geven. We zijn tevreden met het antwoord. De voorzitter: Dan zie ik nog een handje van de heer Jongsma van de OGP Midden-Delfland. De heer Jongsma: Het onderwerp staat eigenlijk volgende week ook op de agenda van de commissie, maar vooruitlopend daarop wil ik graag twee dingen van de wethouder weten. Enerzijds – dat is misschien een beetje lastig – is inmiddels een kapvergunning afgegeven voor die negen bomen? En zo ja, zou er ten minste gewacht kunnen worden met kappen tot na de commissievergadering van volgende week? Omdat ik dat toch eerst nog eens een keertje in de commissie met elkaar wil bespreken. De voorzitter: Dank u wel. Verder zijn er geen vragen, dan ga ik door naar wethouder Ten Have voor de reactie.

Wethouder Ten Have: Er is een aanvraag kapvergunning gedaan door het hoogheemraadschap, maar daar is nog geen vergunning op verleend en in verband met het staken van de werkzaamheden in december en januari is door het hoogheemraadschap de aanvraag opgeschort. Dat betekent dat de termijn is verlengd tot 30 mei a.s. en dat we in afwachting zijn van of en hoe het hoogheemraadschap verder de werkzaamheden op dat deel van de Voorstraat gaat aanpakken. Dat betekent dat er in ieder geval niet op korte termijn een besluit zal worden genomen over die kap, sowieso niet voor de discussie in de commissie sowieso. De voorzitter: dan is de heer Jongsma goed beantwoord. Dan hebben we die lijst daarmee ook vastgesteld. Van Lijst A wordt A-009 doorgeleid voor behandeling in de commissievergadering. Voor het overige worden de lijsten A, B en C ongewijzigd vastgesteld.

3.

Spreekrecht voor belangstellenden

De voorzitter: Ik had de indruk dat er niemand voor dit agendapunt is, ik zie de griffier dat ook bevestigen. Er is dus niemand die zich meldt in een schermpje. Dan gaan we snel door naar agendapunt 4.

4.

Vaststellen van de agenda

De voorzitter: Ik zie daar de heer Roeling, ik heb u nu wel gezien. De heer Roeling: Het betreft agendapunt 7, de zienswijze van Avalex. We hebben er natuurlijk in de commissievergadering al over gesproken en tussen de commissievergadering en vanavond zijn er eigenlijk vrij veel ontwikkelingen geweest. Die hebben met name te maken met de marktpartijen die zich gemeld hebben met de mededeling dat er helemaal geen aanbesteding heeft plaatsgevonden. Er is wel een soort van marktverkenning geweest, maar nooit een aanbesteding zelf. Zij laten ook blijken dat het ook voor een andere prijs kan. Het is nu kort dag om daar serieus op in te gaan, maar mijn voorstel zou zijn agendapunt 7 ofwel van de agenda te halen en op een later moment te behandelen, ofwel te bespreken maar niet tot besluitvorming over te gaan zodat in de tussentijd het college dan de gelegenheid heeft om de aanbesteding alsnog te doen plaatsvinden. De voorzitter: Dat is eigenlijk een soort voorstel van orde. Voorstel 1 is om het niet te bespreken en het van de agenda af te halen en het tweede is om het te bespreken, maar niet tot besluitvorming over te gaan en een derde voorstel is eigenlijk het doen zoals het er ligt. Laat ik maar even het voorstel in tweeën in behandeling geven en horen wat de gemeenteraad daarvan vindt en dan moeten we even kijken hoe we daaruit komen.

Wellicht is er ook nog een opinie van de wethouder daarop te geven. Zullen we maar eerst even een rondje naar de gemeenteraad kijken?

De heer Gebben: Dit zien we niet zitten. We vinden dat er vanavond gewoon een besluit moet worden genomen, vooral ook omdat de heer Roeling eigenlijk geen goede voorstelling van zaken geeft want met Avalex is begin dit jaar al een traject gestart omdat de contracten vernieuwd moeten worden. Daar is een eerste ronde geweest 'welke mogelijkheden zijn er?' Toen is, naast het feit dat aanbesteding mogelijk was, de optie van inbesteden op tafel gekomen en daar gaan we het vanavond over hebben, willen we aanbesteden of inbesteden? En dan nu zeggen omdat marktpartijen zich roeren dat we dat niet moeten doen, vinden we niet zo'n goed plan. Er ligt een objectief betrouwbaar plan onder dus ik denk dat er gewoon goed besloten kan worden vanavond. Mevrouw Snethlage: We zijn het eens met de VVD. Er is al eerder door de raad een besluit genomen, of in commissieverband dan, dat we gaan voor de inbesteding en niet voor de aanbesteding. Het bod dat er nu ligt, lijkt ons helder dus we kunnen dit gewoon behandelen. De heer Buitelaar: Ik kan me aansluiten bij VVD en PvdA dat we het gewoon kunnen bespreken vanavond. Inderdaad, als we de kant van inbesteding zouden opgaan, was bekend dat we dan niet exact zouden weten wat er uit een aanbesteding zou komen.

De heer Vieira: Ik ben het met de heer Roeling eens dat er wel heel veel informatie bijgekomen is in een latere fase waar we het over moeten hebben. Ik denk dat het niet handig is om het van de agenda te gooien omdat je dan geen hoor en wederhoor van alle partijen hebt. Dus ik stel voor het te behandelen en dan moeten we kijken of we wel of niet tot een besluit komen, maar het is sowieso goed het te bespreken. De heer Cornelissen: Het CDA heeft nog steeds de intentie om gewoon te vertrouwen in KplusV en hun integriteit en in hun onafhankelijkheid. Dus wat ons betreft, sluiten we ons aan bij de zienswijze van D66 om te kijken wat er van komt. Dat beantwoordt de vraag van de heer Roeling nog niet helemaal, maar dat komt dan vanavond nog aan de orde, denk ik. De heer Ringeling: Ook wij zijn ervoor het voorstel gewoon te bespreken. Een mogelijke uitkomst is dat we geen besluit nemen, maar ik zou het wel op de agenda laten, onafhankelijk van de discussie 'nemen we een besluit of niet?'. De voorzitter: U heeft de collega's gehoord en ik denk dat we kunnen concluderen dat uw voorstel niet helemaal ondersteund wordt. We gaan het gewoon bespreken en het blijft op de agenda en dan zien we dan wel wat het besluit wordt. Daarmee is de agenda niet gewijzigd, tenzij er nog andere thema's zijn? Nee, dit is de marsroute voor vanavond. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

5. 5a.

Hamerstukken Vaststellen van de notulen vorige vergadering

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raad de notulen vast.

6.

Vaststelling bestemmingsplan N223 Duurzaam veilig fase 3B

De voorzitter: Het bestemmingsplan is behandeld in de raad van oktober. Toen is het besluit uitgesteld en de commissie heeft wat zorgen geuit over het groenplan en de geluidaspecten voor de Molenlaan, daarom ligt het hier als bespreekstuk. Het rijtje sprekers wordt langer en langer, ik zie zeven sprekers en de eerste is de heer Roeling, Mijn Partij! De heer Roeling: De kapvergunning bleek wel verleend te zijn inmiddels. Dat is keurig gecorrigeerd door de wethouder. Als we kijken naar de vergunning, dan staat daar dat een herplantplan/ herplantplicht er dit najaar moet zijn. Dat vinden we een beetje verwarrend omdat we in de commissie hadden gezegd 'kijk of er een herplant is voordat je gaat kappen'. Dit is nu gegund dus daar kunnen we weinig aan veranderen. Maar we willen wel het college de suggestie meegeven om een volgende keer die herplantplicht of het herplantplan onderdeel te laten uitmaken van de indieningsvereisten, ofwel, dat je zegt op het moment dat je een vergunning aanvraagt 'je wilt

kappen, prima, maar daar moet dan tegelijkertijd een herplantplan bij liggen'. Dan voorkom je dat je een beetje achter de muziek aan gaat lopen. Dat is het eerste punt. Het tweede punt is de geluidbelasting. Dat is natuurlijk ook al aan de orde geweest. Er is weer een nieuwe brief bijgekomen en als ik die briefschrijver een beetje begrijp, is er een akoestisch onderzoek geweest voor de bouw van de woning. Die is meegegaan naar de bouwvergunningaanvraag van die woning en vervolgens heeft de gemeente geen ontheffing aangevraagd bij de provincie want de provincie gaat over de ontheffing van de geluidbelasting. Dat zal zo zijn, dat is lang geleden geweest. Ik snap trouwens ook niet waarom die ontheffing bij de provincie ligt en niet bij de gemeente, maar dat is een andere discussie. Dus daar moeten we maar in berusten. Dus graag antwoord op de suggestie en verder hebben we er geen op- of aanmerkingen over. De heer Moerman: Er wordt ons als raad vanavond gevraagd het bestemmingsplan van de N223 vast te stellen. Wij van de VVD Midden-Delfland hebben het al vaker gezegd, maar we vinden het een goede ontwikkeling dat de weg toekomstproof en veiliger gemaakt wordt. Gisteren kregen we nog een brief van de heer Kranendonk namens de heer Noordam waarin nog steeds beweerd wordt dat de bocht in de Molenlaan niet zou voldoen voor het vrachtverkeer daar.

En de geluidbelasting zou nog te hoog zijn en er zou nog een eigendomskwestie spelen. Ook vandaag ontvingen we nog een brief van de heer Plug namens de andere heer Noordam waarin ze betogen nog steeds te vinden dat met name het akoestisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Als we als raad het bestemmingsplan vaststellen, zal de heer Kranendonk om een voorlopige voorziening verzoeken bij de afdeling Bestuursrechtspraak. We hebben alles al wel aangehoord, ook het antwoord van de wethouder. Mijn vraag bij deze eerste termijn is nog: heeft de wethouder in de tussentijd nog contact gehad met de heer Kranendonk of de heren Noordam en ziet de wethouder nog mogelijkheden om er nog uit te komen met de heren Noordam of liggen beide partijen op al die punten zover uit elkaar dat het sowieso niet mogelijk is? Mevrouw Snethlage: De PvdA is blij dat de N223 een veiligere weg gaat worden. We zijn hier al heel wat jaren mee bezig tenslotte en dit is het laatste stuk daarvan. Dat is dan ook meteen het stuk op ons grondgebied. De herplantplicht, zoals we het er al een paar keer in de commissie over gehad hebben, en nu ook weer over hebben, is voor de PvdA een belangrijk gegeven. We hebben in de commissievergadering aangegeven dat we graag ook struiken zien terugkomen omdat die meer dan bomen het zicht op de weg en het geluid van de weg wegnemen.

Dat heeft de wethouder in de commissie ook toegezegd mee te nemen en daar zijn we hem dankbaar voor. Verder lijken we, als we kijken naar de laatste inspraakreacties, te kunnen concluderen dat een volledige herplant niet mogelijk is en er is al in de commissie toegezegd dat er dan naar andere locaties wordt gekeken voor herplanten, aldus de wethouder. Natuurlijk betekent dat wel dat de effecten van groen op het geluid en zicht een stuk minder worden dan eigenlijk optimaal zou zijn. Ook de opvang van fijnstof veroorzaakt door de weg wordt dan minder. De PvdA zou wel graag zien dat er gekeken wordt naar een zo optimaal mogelijke mogelijkheid om zo veel mogelijk groen toch direct hier in het plan terug te plaatsen, mede omdat de waterpartijen akoestische klankborden vormen en dus nog meer geluidoverlast gaan geven. We gaan er verder van uit dat het college de raad goed op de hoogte gaat houden van de uitvoering van die herplantplicht, dus het waar, het wat en het hoeveel, inclusief welke andere locaties en hoe daar gecompenseerd wordt. We zouden graag zien dat de wethouder ons daar op zo kort mogelijke termijn duidelijkheid over verschaft. Het najaar vinden we wel wat aan de late kant.

Wat betreft het geluid en de bocht, we gaan ervan uit dat de onderzoeken juist zijn uitgevoerd, al valt het ons wel op dat de gebruikers zeggen dat de vrachtwagens groter zijn en de gemeente op andere locaties er wel rekening mee houdt dat er andere vrachtwagens voor gebruikers nodig zijn. Wat zouden de gevolgen kunnen zijn als blijkt dat de vrachtwagens toch niet goed passen? Kan het college daar antwoord op geven? De heer Ringeling: Voor ons ligt het voorstel voor het bestemmingsplan N223. Er is al in twee commissies en in de vorige raadsvergadering heel veel over gesproken en er zijn ook heel veel insprekers geweest op dit punt. Nogmaals dank aan alle insprekers die de tijd hebben genomen om hun zorgen met ons te delen. Zorgen die we aan de ene kant wel begrijpen en die we ook serieus willen nemen. Aan de andere kant, we doen dit, we gaan dit bestemmingsplan vaststellen, om een stukje weg veiliger te maken. Dat is een toename van de veiligheid waar we met z'n allen wel bij

gebaat zijn want we willen allemaal een veilige weg hebben en dat is voor ons de overweging om sowieso voor dit voorstel te gaan stemmen. De voorzitter: De heer Vieira. De heer Vieira: Hopelijk ben ik nu wel in beeld. De voorzitter: Het lukt nog niet helemaal maar als u uw camera aanzet, lukt het misschien? De heer Vieira: Hij staat aan en het gekke is dat ik mezelf wel zie. Maar goed, ik zal mijn betoog in ieder geval nu houden en dan tussentijds even sleutelen. De voorzitter: Ja, dat is goed hoor, succes ermee. De heer Vieira: Dank u. In de basis zijn we heel blij dat die weg een verbetering krijgt want zoals in een eerder overleg ook al aangegeven, is het een van de gevaarlijkste provinciale wegen, althans in de laagste categorieën van veiligheid. Er moet hoe dan ook wat aan gebeuren. Het staat buiten kijf dat wat de insprekers eerder hebben ingebracht, mondeling en schriftelijk, valide argumenten zijn waar de gemeente mee aan de slag moet. En mijn collega's hebben het daar ook over gehad. Dan gaat het over de herplantplicht en de vraag hoe die kan plaatsvinden. In die zin zou ik het zeker waarderen als binnen nu en een halfjaar de wethouder met een update komt met wat de uitkomst is van de gesprekken met de bewoners daarover. Wat betreft geluid, dat is lastig en ook hier hebben we wat nagezonden werk gekregen.

De situatie is nu zo dat er een weg is en er blijft een weg op min of meer dezelfde plaats en dan is inderdaad de discussie over het aantal decibellen. We hebben het over geluid in de marge van rond de 50 tot 60 decibel, over het geluid van een vaatwasser. In die marge zitten we te kijken 'is het nu net meer of net minder?' Maar we zien geen verdubbeling in geluid of extreme verhoging. Maar goed, alles wat gedaan kan worden om dat in te perken, juichen we alleen maar toe en daar kunnen wellicht de bomen aan bijdragen. Kort samengevat, we steunen het voorstel omdat we nu eenmaal met de weg aan de slag moeten, maar we hopen dat de gemeente op goede voet in gesprek gaat met belanghebbenden. De heer Jongsma: Alles is inmiddels wel gezegd, dat krijg je ook als je een paar commissies extra eraan besteedt. Toekomstproof, veiliger, ik kan het allemaal herhalen, maar mijn voorgangers hebben het allemaal al gezegd. Allemaal goede punten, het enige waar ik nog op wacht, is een antwoord over de bocht en het geluid voor ik daar nog wat over zeg. Het punt dat ik nog wel wil maken is eigenlijk meer de wethouder bedanken dat hij zo snel actie heeft ondernomen toen hij erachter kwam dat er al een kapvergunning was afgegeven en dat heeft hij goed opgepakt.

We zijn inmiddels door de toezegging van de wethouder ook gerustgesteld over de bomenbalans, het aantal bomen dat niet daar kan terugkeren, zal elders in Midden-Delfland worden geplant. Een groot aantal van mijn voorgangers hebben het ook al gehad over de herplantplan en -plicht. We willen ook de wethouder vragen om ons op de hoogte te houden van het plan en ons daarin mee te nemen en net als met name de PvdA en D66 die dat ook aangeven, willen we eigenlijk wel op wat kortere termijn dan met een halfjaar daarover geïnformeerd worden. Tot zover mijn eerste termijn. De heer Van den Berg: Een belangrijk stuk dat al een hele periode speelt en er is veel over gesproken met elkaar. De mensen zijn daar goed bij betrokken geweest. Voor het CDA staat de veiligheid van de weg centraal. Die moet verbeteren als we zien wat daar voor ongelukken gebeurd zijn, ook de afgelopen periode. Die weg wordt veiliger. De ontsluiting is nog een punt, maar die ontsluiting verbetert, maar of het helemaal precies optimaal is, is dan nog de vraag. Er wordt wel gekeken wat zo optimaal mogelijk is op die plek en er zijn ook heel veel dingen die op dat kleine plekje moeten gebeuren. Dus de ontsluiting verbetert en dat is een belangrijk punt voor de bedrijven die daar zitten. Het geluid blijft een belangrijk punt voor de omwonenden die daar direct bij wonen.

De wethouder zou misschien nog een keer naar de provincie kunnen gaan om te kijken of daar toch nog een kleine voorziening mogelijk is die de tevredenheid van de bewoners ook kan wegdragen. Dat is nog even een vraag aan de wethouder. Wil hij daar nog naar gaan kijken?

De voorzitter: Dat waren de vragen en alles staat op het lijstje van de wethouder. U mag wat mij betreft de microfoon pakken. Wethouder Ten Have: Ik zal een paar punten langslopen. Het is inmiddels een lijvig dossier geworden. Wat betreft de vragen over de herplantplicht en het verzoek de raad daarover informeren, uiteraard. Zodra we daar duidelijkheid over hebben, en dat is goedgekeurd, zal ik de raad daarover informeren. Er is overigens al ruim overleg over en ik heb me laten informeren dat er ook bijvoorbeeld met de inspreker, de heer Van Eijmeren nog overleg is geweest over het herplantplan. Het hangt natuurlijk ook af van de medewerking van eigenaren in het gebied. Dus ik zeg bij dezen toe dat ik de raad zal informeren over het herplantplan. De suggestie van de heer Roeling klinkt op zich logisch 'maak dat herplantplan onderdeel van de vergunningvereisten', maar ik kan dat op dit moment niet helemaal overzien eerlijk gezegd. Ik denk dat we daar gewoon naar moeten kijken, wat dat betekent en of dat kan, et cetera. Dat vind ik op zich een logische suggestie. Wat betreft het geluid misschien toch nog even naar de laatste ontwikkelingen.

De discussie in de commissie ging eigenlijk over de vraag 'moeten we het geluid in de nieuwe situatie vergelijken met de situatie van nu of met een eventueel hogerewaardenbesluit uit de jaren '90?' Dat was ook de inspraakreactie van mijnheer Plug. We hebben dat uiteraard uit laten zoeken. In uw stukken – daar wil ik de heer Roeling ook even op wijzen – zit een juridische second opinion in opdracht van de provincie van een jurist, mijnheer Geerdink, die aangeeft dat er voor de bouw van de woning aan de Molenlaan 1 geen hogerewaardenbesluit had hoeven te worden genomen en ook niet is genomen. Dat hebben we ook niet aangetroffen. En dat dat niet had gehoeven omdat het om een aanvraag voor een binnenplanse aanpassing in het plan ging. Dat was ook een oud bestemmingsplan op dat moment, van zeventien jaar oud, dus de provincie heeft ons toen, bij die verklaring van geen bezwaar, waar dus geen hogerewaardenbesluit voor nodig was, in overweging gegeven om dat bestemmingsplan te herzien.

Dat is in 2000 gebeurd en toen is er ook geen bezwaar gekomen op het geluidsniveau en dat betekent dat we – en dat ziet u ook in het juridische advies – kunnen blijven bij onze opvatting dat er geen sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder, dat we het toekomstige geluidsniveau kunnen vergelijken met het heersende geluidsniveau, en dat verschil is volgens alle onderzoeken 0,33 dB(A), en dat we dat dus niet hoeven te vergelijken met een mogelijke waarde uit de jaren '90 die lager ligt. Dat was de stelling van de inspreker. Naar mijn mening is dat daarmee ook juridisch helder onderbouwd en van tafel en wat ons betreft geen grond voor een juridisch bezwaar of voor een kansrijk juridisch bezwaar. In de laatste brief komt de advocaat van de heer Plug nu met het argument van het stiltegebied en dat het effect van de weg op het stiltegebied ook onderzocht zou moeten worden. Dat is een nieuw argument maar ook dat houdt geen stand omdat we een zorgplicht hebben voor activiteiten in het stiltegebied en er geen verplichting is om geluidbelasting in de nabijheid van het stiltegebied te onderzoeken. Overigens wijs ik erop dat het stiltegebied zich al uitstrekt over de bedrijven aan de Molenlaan, althans een deel van de bedrijven aan de Molenlaan.

Dus wat mij betreft, is de geluiddiscussie daarmee helder en is de conclusie: er is geen sprake van een reconstructie, er is geen noodzaak, juridisch gezien, van het treffen van maatregelen ten behoeve van geluidhinder en er is de bereidheid om van de kant van de provincie met de heer Noordam in overleg te gaan over mogelijke maatregelen. Maar goed, we zullen moeten afwachten of er al dan niet nu toch een juridisch bezwaar zal worden ingediend op dit punt. Nogmaals, naar onze mening houdt dat geen stand. Dan de bocht en de Molenlaan. Daar spelen twee kwesties: is de bocht ruim genoeg? Ik heb in de commissie al gezegd 'de bocht wordt ruimer en de bocht wordt veiliger' want er gaan ook geen fietsers meer langs. En we hebben de gelegenheid om in de bocht, waar je de Molenlaan indraait, aan de rand van het wegdek nog wat kuilen te asfalteren en dat is kadastraal gemeentegrond. Daar hebben we dus geen medewerking van eigenaren voor nodig. Het kan zijn dat er opmerkingen zijn bij de weg, de Molenlaan, dat die verderop te smal zou zijn of kadastraal niet goed zou liggen, maar dat doet er ter zake van deze procedure niet toe omdat het buiten het bestemmingsplan ligt en daar verandert ook niets aan. De bomen ten slotte.

Ik wijs mevrouw Snethlage erop dat bomen geen effect hebben op het geluidsniveau en dat we inderdaad de toezegging hebben van de provincie om te kijken of er bijvoorbeeld op de rotonde struiken kunnen worden aangeplant om mogelijke lichtoverlast en -inval richting de woningen te voorkomen. Dus dat zal dan onderdeel zijn van het herplantplan waar we u later over zullen informeren. Ik denk dat ik dan alle opmerkingen gehad heb. Althans, dat hoop ik.

De voorzitter: Ik zag de heer Van den Berg melden dat hij graag wilde spreken. Er zijn wellicht ook nog anderen? Ik zag de heer Cornelissen ook voorbijkomen, maar die was weer heel snel weg. Het is wat lastig als de handjes niet blijven hangen. Ik zie voor een tweede ronde nu aanmeldingen binnenkomen. De heer Van den Berg: Ik was iets te vroeg met het handje maar ik wilde controleren of hij er nog stond ja of nee. De voorzitter: Hij doet het. De heer Van den Berg: Dat is prima. Ik ben blij met het antwoord van de wethouder over het geluid en het feit dat daar nu even wat afgewacht wordt op een aantal zaken. Wij kunnen instemmen met het bestemmingsplan N223. De heer Jongsma: We willen ook de wethouder bedanken voor de reactie. De zorgen over het groenplan en het geluidaspect zijn, wat ons betreft, door de wethouder voldoende weggenomen,. We zijn blij met de toezegging over het herplantplan dat er komt en het feit dat hij ons daarin meeneemt en ook de toelichting op de bocht is wat ons betreft voldoende. We kunnen instemmen met het bestemmingsplan en de afdoening voor wat betreft de zienswijzen. De heer Moerman: Dank voor de beantwoording. Het is inderdaad een heel breed dossier en voor mij als raadslid blijft het op sommige gebieden lastig te begrijpen waar precies de waarheid ligt.

Ik heb alle vertrouwen in de wethouder en ik geloof ook dat de heren Noordam vanuit goed belang hun zienswijzen hebben ingediend en daaruit spreken en dat ze ook hun punten hebben. Het blijft een ingewikkeld dossier. Er was ook nog wat wantrouwen over het herplanten van de bomen, maar de wethouder heeft toegezegd dat ook in samenwerking met de raad en de inwoners te gaan doen en ik vertrouw het college daar volledig in. En als in de toekomst blijkt dat bepaalde zaken toch niet zo worden als wenselijk is en als het leefklimaat daar echt onder lijdt en de ondernemers niet kunnen ondernemen doordat een bocht te klein is, kunnen we daar als raad natuurlijk altijd nog iets in ondernemen. Voor nu vind ik het gewoon heel belangrijk dat die weg er komt, zeker met betrekking tot de veiligheid. Ik wens het college daar veel succes mee en dan kunnen wij het goedkeuren. Mevrouw Snethlage: We zijn blij met de toezeggingen van de wethouder en de verhelderingen. Het blijft natuurlijk toch jammer dat als je ergens redelijk in het buitengebied van Midden-Delfland woont, je toch nog zo veel geluid om je heen krijgt. Dat is natuurlijk jammer. En inderdaad, het is logisch dat daar niet zomaar extra maatregelen voor genomen worden. Het zou mooi zijn als dat wel zou kunnen.

We hebben meer plekken in Midden-Delfland waar de inwoners door het verkeer dat steeds drukker is geworden in de loop der jaren eigenlijk, cru gesteld, de klos zijn wat betreft de hoeveelheid lawaai. Jammer, maar er zijn geen redenen om daar zomaar wat aan te doen. We zijn blij dat de weg nu eindelijk veiliger zal worden en we hopen dat dat heel veel ongelukken gaat schelen want er zijn de laatste maanden zelfs nog weer vrij veel geweest en we stemmen dus in. De voorzitter: Dan kan ik vaststellen dat we akkoord kunnen gaan met dit punt? Met dit voorstel zoals dat is voorbereid? Ja, ik zie iedereen instemmend knikken. Dan is het voorstel bij dezen aanvaard. Het voorstel wordt unaniem aangenomen.

7.

Voorstel inzake zienswijze aan Avalex over het aangaan van een publieke samenwerking tussen Avalex en HVC voor de verwerking van huishoudelijke afvalstromen

De heer Vieira: Ik zal de aftrap doen, de inbesteding met HVC. Er spelen diverse aspecten, we zijn met name in de commissievergadering op het financiële aspect doorgegaan 'wat zijn nu precies die kosten als de afvalverwerking door HVC wordt gedaan en is dat wel of niet duurder en leg dat nog eens uit?' In ieder geval zijn we er tussentijds met een toelichting achter gekomen dat ze misschien iets duurder zijn, maar dan hebben we het over € 20.000,00 of € 30.000,00. Als je het hebt over een begroting van een paar miljoen euro, zou je zeggen 'wat is dan nog € 20.000,00?', als

daartegenover staat dat je in zee gaat met een bedrijf waarvan je denkt 'dat doet goede dienstverlening voor de inwoners'? Wat komt er dan nog meer kijken bij een inbesteding, los van die kosten? Die al dan niet dicht bij elkaar liggen? We hebben tussentijds wat marktpartijen gehad die hebben gezegd 'het ligt bij ons dus lager'. Zoals ik net zei. Maar wat ook meespeelt, en dan ga ik terug naar het rapport van het bureau dat we ingeschakeld hebben om daar objectief naar te laten blijken, is de duurzaamheid. Zij zeggen 'als je de duurzaamheid, qua verbranding, afzet tegen de marktpartijen, dan is de verduurzaming in de markt gelijk of misschien iets beter'. Dan is dat een tweede aspect waarbij je denkt 'dan is inbesteding misschien niet zo handig'. Dan is er nog een aspect dat we bekijken, dan zien we de solvabiliteit van een bedrijf met een schuldenlast van meer dan € 800 miljoen dat een solvabiliteit heeft van 13%. Dan denk ik 'oei, dat ziet er dan ook niet goed uit'. En bij inbesteding ga je je inkopen en dan zit je er dus sowieso best lastig aan vast want dan zit je er misschien tien jaar aan vast, terwijl je als je met een marktpartij in zee gaat, gewoon duidelijke afspraken kunt maken en hier ligt het risico niet bij jezelf.

Als ik het zo afweeg – dat zegt eigenlijk het onderzoekbureau ook, je kunt beide kanten op – zou ik toch nog van de wethouder willen horen wat nu zo erg het voordeel is van het inbesteden ten opzichte van het aanbesteden. Want op basis van de informatie die ik allemaal voorbij heb zien komen, kan ik dat toch niet duidelijk opmaken. Tot zover de eerste termijn. De heer Roeling: We hebben ons ook de vraag gesteld 'wat is handig?' en als we dan teruggaan in de tijd naar 'hoe zijn we op die tweesprong terechtgekomen?', weten wij niet beter dan dat er is afgesproken dat er zowel een aanbestedings- als een inbestedingsprocedure zou lopen. Waarom was dat? Dat was omdat een inbestedingsprocedure relatief veel tijd kost en op het moment dat we dadelijk voor de inbesteding hadden gekozen, was er te weinig tijd om alsnog aanbesteding te doen. Daar hebben we mee ingestemd, laat het dan parallel lopen en dan kunnen we later in de tijd kijken wat handig is. En nu schijnt er tijdens een raadsinformatiebijeenkomst, of op enig moment, de voorkeur uitgesproken te zijn voor een inbesteding. Nu krijgen we, wat ik ook al bij de vaststelling van de agenda zei, dat de marktpartijen aan de bel trekken en zeggen 'de informatie waarop jullie het besluit moeten nemen, is achterhaald in die zin dat het bureau dat dat heeft uitgezocht heeft gewerkt met gedateerde informatie'.

Inmiddels is de markt veranderd en het standpunt van de overheid is veranderd, de belastingen zijn gaan schuiven en dat maakt dat je nu een besluit neemt op andere, achterhaalde informatie en dat zij zeggen 'ga dan in ieder geval voor je inwoners even na wat het beste besluit is, toch inbesteding of aanbesteding?' We denken dat we nog genoeg tijd hebben om een vrijblijvende aanbestedingsprocedure te doen want het contract gaat in per 1 januari 2022 en ik denk dat als je voor de zomer een definitief besluit neemt of je kiest voor aanbesteden of kiest voor inbesteden we in ieder geval voor onze inwoners ons best hebben gedaan om tot het juiste besluit te komen. Ik wil nog even herhalen wat wij vinden van de verschillen tussen in- en aanbesteding. Aanbesteding is gewoon een tandem voor vijf jaar en na vier jaar ga je weer om de tafel. De financiële risico's liggen bij de opdrachtnemer, het bedrijf. Bij inbesteding is het nog maar de vraag, wanneer kun je uitstappen, hoe kun je uitstappen? Daar hebben we altijd een punt van gemaakt, de zogenaamde exitstrategie. En ook nu is dat onduidelijk. Het college zegt 'het kan twee kanten op gaan', dat snap ik. Ik hoor van mijn collega's ook veel verhalen. Voordat we instapten bij Avalex, hebben wij dezelfde vraag gesteld en toen keek men ons wat vreemd aan. Ik meen dat mevrouw Snethlage daar ook nog bij was.

'Maar we hebben het over instappen'. Ja, maar als je niet weet wat uitstappen kost, dan moet je niet instappen. We waren nog geen halfjaar lid of deelnemer van Avalex of de lijken vielen uit de kast met allerlei financiële gevolgen van dien. Dat is waarom we dit weer willen benadrukken, kijk goed wat het uitstappen kost. We hebben ook gezegd 'we zijn eerder bereid een wat hoger bedrag te betalen bij een aanbesteding dan bij een inbesteding omdat je niet alles in financiële termen kunt vatten'. Bij inbesteding worden we part of the group, groepsdenken, het is hartstikke leuk allemaal. Ja, dat vind ik prima, maar onderaan de streep staan onze inwoners en die mogen de rekening betalen. Dus ik herhaal nogmaals: neem de tijd, maak een aanbestedingsprocedure zoals verschillende marktpartijen dat hebben verwoord in hun brieven. Het is ook allemaal besproken. De rode draad is, geef ze een kans, gebaseerd op de huidige situatie, op nu en daar zijn wij groot voorstander van. De heer Gebben: Zoals de heer Roeling al aangaf, er is de afgelopen weken veel op ons afgekomen. We hebben veel brieven gekregen van verschillende kanten met verschillende meningen en daar kun

je uit concluderen dat je met een bijzondere en een tumultueuze markt te maken hebt. Je kunt ook concluderen dat het heel verstandig is geweest van Avalex om een objectief rapport bij een bureau te laten schrijven over de voor- en nadelen van aanbesteden en inbesteden. Want dat is waar het vanavond over gaat. Willen we de aanbestedingsroute kiezen of de inbestedingsroute? Zo hebben we als VVD er ook naar gekeken, wat zijn daar de voordelen van en wat zijn dan de nadelen daarvan? Ik begrijp dat zeker door de aanbestedingspartijen heel erg op de prijs wordt gedrukt. Dat is meteen het moeilijkste punt want de uitkomst van aanbesteden weten we niet en dat maakt het zo lastig. De prijs van inbesteden weten we wel, want we zien gewoon dat de prijs van HVC vrij stabiel is, niet overdreven hoog, maar ook niet erg laag. De aanbesteding is lastig: er wordt van alles beloofd maar dat zegt niets want de aanbesteding moet nog beginnen. Wij hebben gewoon gekeken 'wat lijkt ons de beste optie, ook voor onze inwoners en ook gezien het feit dat we misschien richting circulaire verwerking willen'. Dan valt onze voorkeur toch richting HVC. Die hebben een stabiele prijs die misschien wel een beetje oploopt weliswaar, maar dat is denk ik met alle afvalverwerking zo, dat zal de komende jaren echt niet goedkoper worden.

Fijn is, denk ik dat je mede-eigenaar wordt en dat je dan ook zeggenschap hebt over welke kant het op moet. Dat lijkt ons een groot voordeel, het is transparanter en je zit met 44 andere gemeenten waar het ook onder de streep om inwoners gaat. Dus wat betreft het argument dat de heer Roeling noemt 'denk aan je inwoners', dat doen al die 44 gemeenten en het fijne is dat ze er met dezelfde publieke waarden in zitten als wij. Dat vinden we een groot pluspunt. Dus we neigen toch naar voorkeur voor inbesteding. De heer Ringeling: Ik had een beetje vergelijkbaar verhaal als de heer Gebben. Ik ga het niet allemaal herhalen, ik sluit me aan bij wat hij zegt en de lijn die hij hanteert. Ik heb nog wel twee vraagjes na de hele stroom aan brieven en mailtjes die binnenkwam van de verwerkers de afgelopen dagen. De eerste vraag is: hoe ziet het besluitvormingsproces bij de andere Avalexgemeenten eruit? Zijn er gemeenten die al besloten hebben 'dit moeten we gaan doen?' of 'dit moeten we juist niet doen'? De voorzitter: Mag ik u even onderbreken? Ik zie dat de heer Buitelaar u wil interrumperen. Klopt dat? De heer Buitelaar: Nee dat klopt niet voorzitter, ik wilde alleen aangeven dat ik het woord wil voeren. De voorzitter: Dat kan straks.

De heer Ringeling: Dus hoe zit het met de besluitvorming bij andere gemeenten en even refererend aan de heer Roeling en zijn betoog, over eerst aanbesteden en dan eventueel inbesteden: heeft de wethouder een idee van hoe lang die route zou kosten als we eerst gaan aanbesteden? Wanneer hebben we dan antwoord 'we willen inderdaad dat traject op', of 'we willen dat traject niet in'? Hoeveel maanden gaan daarmee gepaard? Een indicatie graag. Mevrouw Snethlage: Mijn verhaal is niet heel anders dan dat van de voorgaande sprekers. Althans, van een deel van de voorgaande sprekers. Ik moet zeggen dat het jammer is dat Mijn Partij! gemist heeft dat er een bewuste keuze is gemaakt in een vergadering voor het uitzoeken van het inbestedingstraject en niet het aanbestedingstraject. De PvdA heeft toen gevraagd 'kan het niet beide?' Er was een duidelijke uitleg waarom dat niet verstandig was. We zitten nu in een situatie waar we heel veel aandacht krijgen van commerciële partijen en als we die brieven goed lezen, blijkt er bij een heel aantal van die commerciële partijen toch een bewuste keuze van desinformatie te zitten. Bij een van die brieven wordt de garantstellingsprovisie bijvoorbeeld voor het gemak maar even weggelaten, dan hebben we het al over een verschil dat al € 0,5 miljoen scheelt. En al dit soort zaken komen voor.

Als je die brieven goed gaat lezen, blijken er behoorlijk wat vragen op te komen en daarmee ook twijfel aan wat de betrouwbaarheid van wat zo'n aanbesteding zou zijn. Al die brieven geven geen garantie dat die aanbesteding ook werkelijk in de goedkopere richting zou zijn, waarmee onze inwoners misschien goedkoper uit zouden zijn. Elke keer een nieuwe aanbesteding betekent ook niet dat we uiteindelijk goedkoper uit zijn voor onze inwoners, we moeten namelijk ook elke keer weer nieuwe kosten maken. Dat alles meegenomen, verwacht de PvdA dan ook niet een beter resultaat te bereiken door alsnog te kiezen voor een aanbesteding en gaat gewoon akkoord met het voorstel. Dank u wel.

De heer Buitelaar: We hebben inderdaad behoorlijk wat brieven gekregen de afgelopen weken van allerlei partijen die ons vooral aanmoedigen om toch maar een aanbesteding te doen. Dat is te begrijpen van deze commerciële partijen, die zien gewoon een behoorlijk grote opdracht die aan hen voorbijgaat en deze partijen willen ook gewoon hun installaties gevuld houden en hun machines draaiend houden. Dat is hun goed recht. Maar met HVC, met deze route, zien we dat deze langjarig aan de onderkant van de markt zit. Misschien zijn het inderdaad niet de allerlaagste tarieven, maar ze vallen langjarig aan de onderkant en als we nu zouden aanbesteden, heb je zekerheid over het tarief voor de komende paar jaren, maar over een jaar of vijf, als dat contract afloopt, heb je ook weer geen zekerheid hoe de markt er op dat moment in elkaar steekt. De voorzitter: Ik zie de heer Roeling voor een interruptie op de heer Buitelaar. De heer Roeling: Ja, deze collega gaat eraan voorbij dat de vraag is 'doorloop die aanbestedingsprocedure en kijk wat er uitkomt'. Je bent niet gehouden aan die aanbesteding, je bent helemaal nergens aan gehouden, je bent gehouden aan kijken wat die aanbesteding je zou kunnen opleveren. Niet alleen voor ons, maar ook voor onze inwoners.

Dus is de heer Buitelaar zich dat bewust? De heer Buitelaar: Bij de raadsvergadering hebben we besloten tot een onderzoek naar het doen van de inbesteding en toen is duidelijk geworden dat als we deze kant op zouden gaan, we nooit precies zouden weten wat uit een eventuele aanbesteding zou komen. Daar zijn we toen mee akkoord gegaan, dat dat de route dan zou zijn. Dat wat betreft de kosten, hebben we dus langjarig zicht op kosten die aan de onderkant van de markt blijven, maar inhoudelijk hebben we ook veel meer inspraak op de manier van verwerken van ons afval. We weten ook niet precies hoe dat allemaal verdergaat, maar we weten wel dat we met HVC een partij hebben die in ieder geval de ontwikkelingen volgt en we zitten er ook zelf bij. We kunnen het ook zelf sturen. Dus kortom, we staan er positief in. De heer Cornelissen: Het CDA heeft nog steeds het volste vertrouwen in het rapport van KplusV. Volgens ons is het de enige partij in het hele spel die zelf geen verbrandingsoven heeft en ook geen belangen heeft om die aan te prijzen. Het rapport ziet er degelijk uit. KplusV heeft ook in eerste instantie gereageerd op de eerste bups aan brieven die we binnenkregen van afvalverwerkers en wij konden ons in de argumentatie wel vinden.

Tot en met vanmiddag, waar eigenlijk geen reactie meer op gegeven kan worden, kregen we brieven van afvalverwerkers die nog op het laatste moment een brief schrijven om verwarring te stichten. Want dat is het volgens mij. We hebben nog een paar vragen aan de wethouder om ons meer helderheid en vertrouwen te geven. Wat zou het effect zijn op de kosten van Midden-Delfland en de inwoners – want daar gaat het natuurlijk om als je het hebt over kosten – als we ons aansluiten bij HVC? Misschien dat een beetje geduid kan worden welke kant het op gaat. Dat is vraag 1. De vorige keer hebben we het ook over de risico's gehad en daar gaat het ook over. We hebben toen gezegd dat er een weging zou plaatsvinden van die risico's. De vraag is dan ook: heeft inmiddels die weging plaatsgevonden van onze risico's ten aanzien van de borgstelling en de effecten van de borgstelling op onze ratio van weerstandsvermogen? Ik denk dat dat een goed getal is dat weergeeft welk risico we nu echt lopen. We kunnen er lang en breed over praten en ze noemen, maar die weging is belangrijk dus daar ben ik benieuwd naar. Vraag 3, gezien het tumult en alle brieven die over ons heen komen ben ik benieuwd of er iets kan worden gezegd door de wethouder over de kans om verwikkeld te raken in juridische procedures met andere afvalverwerkers. Dat zijn drie vragen om wat meer gevoel en helderheid erbij te krijgen.

De voorzitter: Dank u wel, ook voor de rubricering van de vragen, dat maakt het heel makkelijk voor de wethouder om daarop in te gaan. En ook al het andere, gaat uw gang, wethouder Smit. Wethouder Smit: Er is een aantal vragen gesteld. Een van de vragen gaat over welke processen in andere gemeenten worden doorlopen. In andere gemeenten wordt exact hetzelfde proces doorlopen als in de gemeente Midden-Delfland. Ik heb begrepen dat in Pijnacker-Nootdorp de raad al positief heeft besloten op dit voorstel en Wassenaar en Rijswijk zijn op dit moment in vergadering net als u

en de andere gemeenten volgen later deze week of begin volgende week. Dus aan het eind van volgende week hopen we van alle raden een reactie te hebben ontvangen. Een van de andere vragen gaat over de lengte van een aanbestedingstraject en dat haakt ook in op wat de heer Roeling naar voren brengt. Een aanbestedingstraject duurt ongeveer vier maanden, dat is indicatief natuurlijk. Dus als je zou gaan aanbesteden, zou je zo vlak na de zomer moeten weten wat de uitkomst van een aanbestedingstraject zou zijn. Wat de heer Roeling stelt, dat u zou hebben besloten om zowel te gaan aanbesteden als inbesteden, is gewoon niet waar. Een aantal andere raadsleden heeft daar ook al op gereageerd. We hebben aangegeven dat een inbestedingstraject veel tijd vraagt en u heeft aangegeven 'laat onderzoeken of dat een optie is en kom dan terug, maar bereidt tegelijkertijd een aanbestedingstraject voor omdat we gewoon per 1 januari een afvalverwerker moeten hebben'. Want als we die niet hebben, dan stapelt het afval zich op in de straten van Midden-Delfland en dat willen we natuurlijk niet. Overigens mag het ook niet want afval verwerken is natuurlijk gewoon een publieke taak en daartoe zijn we verplicht. Over het idee 'ga een soort vrijblijvend aanbestedingstraject in' en kijk dan 'wat is de leukste uitkomst?' hebben we ook al eerder gesproken en dat is gewoon geen reële situatie.

We hebben gezegd 'op dit moment moet u kiezen: gaat u aanbesteden of gaat u inbesteden? En als u gaat inbesteden, weet u waar u voor tekent, gaat u aanbesteden, dan weet u dat niet'. Dan is de prijs die u uiteindelijk krijgt als uitkomst van een aanbestedingstraject natuurlijk onzeker. Die is pas zeker op het moment dat een aanbesteding is afgerond. Het kan ook betekenen, overigens staan deze risico's voor aanbesteding ook allemaal in de rapportage van KplusV, dat er slechts voor een of twee percelen aanbiedingen komen, of lagere tarieven dan die van HVC dus ook met aanbesteden zitten daar gewoon risico's aan en als u een aanbestedingstraject start, gaat u gewoon aanbesteden. Dat is gewoon de situatie en dan gaat u over vier jaar inderdaad opnieuw praten en dan weet u nu ook niet hoe de markt er dan uitziet en wat er dan gebeurd is. Dus inbesteden heeft voordelen en zekerheden en dat geldt voor aanbesteden net zo goed. Dat is altijd al heel erg duidelijk geweest, ook in andere rapportages komt dat steeds naar voren. Als u gaat inbesteden, weet u de prijs, maar u weet ook waar u dan voor kiest. U kiest er dan voor een publieke samenwerking aan te gaan met publieke partijen die allemaal staan voor hetzelfde publieke belang en u wordt dan mede-eigenaar van een bedrijf dat al uw afvalstromen verwerkt, langdurig.

Dus u bent dan geen speelbal van de markt of een markt waarin op dit moment weinig marktwerking plaatsvindt, en u houdt regie over uw eigen afvalverwerking. Dan de kosten, dat is natuurlijk belangrijk. Dat is een vraag die de heer Cornelissen ook stelt. Waar hebben we het dan over en wat betekent die stabiele tariefontwikkeling dan waar u dan voor tekent voor onze inwoners? Dat hebben we natuurlijk ook berekend met de tarieven die u bij HVC zou krijgen als u gaat inbesteden. Dat betekent dat de verwerkingskosten van ons afval met ongeveer € 25.000,00 toenemen op een totaal van iets meer dan € 400.000,00 aan verwerkingskosten en dat dan weer op een totaal van iets meer dan € 2,7 miljoen aan reinigingsrechten. Nu hebben we nog een voordeel afgelopen jaar in de DGO bedongen en we gaan natuurlijk over tot invoering van zijbelading waar ook een voordeel mee behaald wordt. Alles bij elkaar zou dat betekenen dat de tariefstelling zoals die op dit moment is, zeker ook omdat u heeft aangegeven dat de garantstellingsprovisie ten goede moet komen aan de egalisatievoorziening, gewoon gehandhaafd kan blijven. Dus onze inwoners worden niet met hogere kosten opgezadeld als u hiervoor kiest. Dan juridische procedures, dat is natuurlijk interessant.

Daar hebben we ook al eerder over gesproken en er is best een kans dat marktpartijen die u nu ook benaderd hebben juridische procedures zullen starten. Overigens is die kans er ook als u een soort vrijblijvende aanbesteding zou doen – dat kan niet – en u besluit toch niet te gunnen. Dan is er ook een kans op juridische procedures. Die kans is er wel maar ook het rapport van KplusV geeft aan dat deze route gelegitimeerd is en dat die mag, dus die juridische procedures zullen geen stand houden. Op de risicoparagraaf is mijnheer Ten Have volgens mij de vorige vergadering uitgebreid ingegaan en die heeft dat toen helemaal voorgerekend. Misschien is hij in staat om dat nog een keer te doen, maar in ieder geval kwam het erop neer dat ons weerstandsratio nog steeds, ook met het nemen van deze risico's en het doorrekenen daarvan, gewoon goed blijft. De voorzitter: Daarmee is uw bijdrage afgerond, dan kijk ik even naar wethouder Ten Have. U wordt even opgeroepen als specialist. Wethouder Ten Have: Ik was al bijna koffie gaan halen… Op de concrete vraag van de heer Cornelissen 'hebben we al een risicoweging gedaan op de borgstelling' is het antwoord nee, dat hebben we nog niet gedaan, dat zullen we natuurlijk doen als uw raad besluit tot inbesteding. Maar

ik heb de vorige keer al aangegeven, de kans dat we voor die totale borgstelling aangesproken worden, acht ik persoonlijk zeer klein omdat – zoals ik al zei – het een renderend bedrijf is, er assets tegenover staan en al zouden we die kans op 10% raten, wat ik al hoog vind ingeschat, van de totale exposure, dan heb ik de vorige keer al voorgerekend dat ons weerstandsvermogen nog steeds in de huidige categorie van ruim voldoende blijft. Dus ik ga ervan uit dat dat een antwoord is op uw vraag. De voorzitter: Ik kijk nog even naar de gemeenteraad voor een eventuele tweede ronde. Wie wil nog wat toevoegen? De heer Roeling: We zijn er niet van overtuigd dat we die flexibiliteit niet kunnen inbrengen. Volgens ons kan dat gewoon en dat geeft ons twee redenen om niet met dit voorstel in te stemmen. Dat is aan de ene kant het gebrek aan flexibiliteit en het tweede is de onduidelijke exitstrategie. Het enige onderdeel waar we wel mee instemmen, is dat de 1% teruggaat naar onze inwoners wat betreft de afvalstoffenheffing en dat doen we omdat het onze suggestie was. De heer Gebben: Ik vind het een beetje onbegrijpelijk dat Mijn Partij! niet weet wat we in eerdere instantie met elkaar hebben afgesproken dat we een traject zouden opzetten en een rapport laten schrijven over wat de voor- en nadelen van in- of aanbesteden waren. Op dat punt zijn we nu beland.

We hadden al aangegeven ons te kunnen vinden in inbesteden en we hadden inderdaad nog vragen gesteld over de garantstellingsprovisie. Dank voor de antwoorden daarop. U geeft in uw betoog aan 'dat vloeit terug naar de afvalstoffenheffing'. Daar zijn we hartstikke blij mee. Vrijblijvend aanbesteden, daar geloven we ook niet in en dat moeten we zeker niet doen. Wat ons betreft, zoals al gezegd, gaat ons spoor bij voorkeur uit naar inbesteden dus we zullen met het voorstel instemmen. De heer Vieira: Dank voor de antwoorden van de wethouder. De vraag is natuurlijk hoe je zoiets weegt want ook in het rapport van KplusV wordt gezegd 'je kunt eigenlijk twee kanten op'. Er wordt gezegd 'op het moment dat je inbesteedt, ben je dan zelf eigenaar, maar dat ben je dan wel met ruim veertig andere gemeenten en op het moment dat je aanbesteedt, zet je zelf op papier, voor 100%, hoe je het zelf wilt hebben'. Dan kun je als je die eisen gewoon goed op papier hebt, met een partij een contract aangaan en op dit moment zijn als je gewoon kijkt naar wat er in de regio gebeurt, de prijzen elders lager en dan hoef je überhaupt niet garant te staan. Dus als ik nu een afweging moet maken, zeg ik met alle informatie die ik heb 'ik heb het gevoel dat we meer grip hebben bij aanbesteding omdat de kosten dan lager zijn.' Dus daarmee kan ik niet instemmen met inbesteding.

De heer Gebben: Ik ben altijd benieuwd wat de heer Vieira denkt want we hebben 44 andere gemeenten die, denk ik, hetzelfde belang hebben als wij. Wat eisen betreft, maar ook wat circulair betreft. Waarom denkt u dat een marktpartij dat beter zou doen dan 44 gemeenten waar ook inwoners wonen die daar belang bij hebben? De heer Vieira: Dat kan ik zeker uitleggen. Als je kijkt naar hoe die gemeenten zijn samengesteld, dan zijn die heel anders. Wij zeggen 'we kunnen aan de voorkant heel goed afval ophalen en we hoeven geen nascheiding te hebben'. Er zijn gemeenten die zeggen 'ik heb gewoon totaal andere eisen op dat gebied'. Dus wat dat aangaat, als je daarmee een vergelijking maakt met die marktpartijen met een situatie en samenstelling zoals wij het afval ophalen, kun je ook uit het rapport van KplusV, hoe ik het lees in ieder geval, opmaken dat marktpartijen dat net zo goed of eigenlijk beter kunnen. Want in datzelfde rapport wordt ook aangegeven 'ze zijn daar duurzamer dan bij HVC'. De heer Gebben: U haalt denk ik dingen door elkaar want hoe we afval scheiden, wordt bepaald via Avalex, via de productencatalogus. Dit gaat puur over wat we doen met onze reststromen. U zegt 'we bepalen ons eigen beleid niet', maar dat is volgens mij niet waar. Bent u dat met mij eens? De heer Vieira: Dat is een gesloten vraag en het antwoord is nee.

De heer Cornelissen: We kunnen als CDA ook instemmen met het voorstel zoals dat voorligt. We zien helder een HVC, met een behoorlijke schuldenpositie weliswaar, maar ook met een degelijke exploitatie. De reserves die we beschikbaar stellen, zijn natuurlijk noodzakelijk zolang ze zelf geen reserves hebben opgebouwd en dat gaan ze doen. Als ze die reserves gaan opbouwen, is een consequentie daarvan wel dat de beschikbaarheidsprovisie die wij krijgen elke keer zal afnemen en

misschien moeten we eerdaags nog eens nadenken over hoe we daarmee omgaan want we laten dat ten voordeel komen van onze inwoners en die afvalstoffenheffing, maar dat gaat dus omlaag straks. Dat was onze bijdrage op dit moment. De heer Buitelaar: In de commissie is door de heer Roeling de suggestie gedaan om de garantstellingsvergoeding ten goede te laten komen aan de egalisatiereservering. Dat vinden we een zeer goede suggestie die we zeker kunnen steunen. De voorzitter: Is er bij de wethouder nog behoefte om te reageren? Nee, dat is niet het geval. Dan sluit ik daarmee de beraadslaging en ik heb heel duidelijk begrepen van D66 niet in te willen stemmen met het voorstel en ook Mijn Partij! die voor twee telt want er zijn twee mensen ingelogd. Is het goed als ik zeg dat Mijn Partij! en D66 geacht worden tegen te hebben gestemd bij dit voorstel? Dan heb ik dat goed en gaat de rest daarmee akkoord. Daarmee is dat besluit genomen en wordt de zienswijze verzonden. Het voorstel wordt aangenomen met stemmen tegen van de fracties van D66 en Mijn Partij!

8.

Voorstel tot het vaststellen van de Algemene Plaatselijke Verordening 2021 (APV)

De voorzitter: De heer Cornelissen neemt het nu van mij over als voorzitter. Ik hoop dat u ook alle sprekers ziet in uw scherm, dan bent u vanaf nu voorzitter. De heer Cornelissen: Dank u wel. Ik denk dat we het hetzelfde doen als anders bij dit soort onderwerpen: we spreken in twee termijnen met elkaar. Ik zie dat er een aantal amendementen is ingediend en al van een nummer voorzien, dat zijn er al zeven dus het zou handig zijn om die in de eerste termijn naar voren te brengen. Dat geldt ook voor de motie nr. 1. Het is handig die ook in eerste termijn in te brengen, dan maakt die direct deel uit van de besluitvorming zodat we die mee kunnen nemen in onze beraadslaging. Het is misschien het handigste als we dan eerst de indieners van de moties en amendementen het woord geven. Als iedereen zich daarin kan vinden, dan begin ik met de OGP Midden-Delfland. De heer Knaap: OGP Midden-Delfland vindt het heel fijn dat de APV die al een decennium oud is nu grootschalig is aangepakt. Dat is heel prettig en we vinden het bijzonder prettig dat daarbij ook de ambitie is getoond vanuit het college om dit jaarlijks te doen. Ik denk dat het goed is want dan kunnen we de APV ook wat actueler houden en dan hebben we niet altijd van die enorme epistels door te lezen waarin we allerlei dingen willen veranderen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=0877fa5e-fb24-412b-9391-c8ac2f743528