CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

15 bijlage Rijk Najaarsnota-2022 (1).pdf

Gemeenteraad 20 december 2022, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen 2e begrotingswijziging 2023-2026 n.a.v. uitkomsten 8-11 over keuzelijst posten voor begroting 2023-202629.194 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Tweede Kamer der Staten-Generaal

2

Vergaderjaar 2022–2023

36 250

Najaarsnota 2022

Nr. 1

BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Ontvangen 21 november 2022

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 250, nr. 1

1

INHOUDSOPGAVE Najaarsnota 1 Inleiding 2 Het uitgavenbeeld 3 Het inkomstenbeeld 4 Overheidssaldo en overheidsschuld 5 Budgettaire kerngegevens

3 3 6 29 32 34

Bijlagen bij de Najaarsnota Bijlage 1: Verticale toelichting Bijlage 2: Overzicht energiemaatregelen Bijlage 3: Coronagerelateerde uitgavenmaatregelen Bijlage 4: Uitgavenoverzicht Oekraïne Bijlage 5: Volledige belasting- en premieontvangsten Bijlage 6: Coalitieakkoordmiddelen op de Aanvullende Post Bijlage 7: Herstel toeslagen Bijlage 8: Groningen: schade en versterken

35 36 115 118 120 125 127 130 131

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 250, nr. 1

2

1 Inleiding Het jaar 2022 kenmerkt zich door grote economische en maatschappelijke onzekerheden. De vreselijke oorlog in Oekraïne, die nog altijd onverminderd woedt, heeft ons laten zien dat vrijheid, veiligheid en welvaart in brede zin niet vanzelfsprekend zijn. Ook in Nederland merken we de effecten, onder andere doordat de inflatie na de opwaartse trend eind 2021 nog verder is gestegen tot een historisch hoge waarde vandaag de dag. Dit heeft gevolgen voor zowel de inwoners als de bedrijven in ons land. Zij maken zich zorgen of zij nog wel rond kunnen komen of operationeel kunnen blijven door de almaar stijgende prijzen. Om aan deze zorgen tegemoet te komen, heeft het kabinet op Prinsjesdag omvangrijke en historische maatregelen aange­ kondigd om de effecten van de hoge inflatie voor grote groepen in de samenleving te dempen. Ook de andere grote vraagstukken, zoals de noodzakelijke transities op het gebied van klimaat en natuur, hebben de aandacht van dit kabinet. Het kabinet voelt het grote belang om naast de vraagstukken van vandaag – zoals de koopkracht van Nederlanders – ook de vraagstukken van morgen en elders aan te pakken.

Het kabinet werkt daarom ook onverminderd door aan de gestelde prioriteiten op het gebied van bestaanszekerheid en kansengelijkheid, democratische rechtsorde, veiligheid en sterke samenleving, de internationale context, duurzaamheid, gezondheid en de economie. Bijzonder is dat er dit jaar tussen de Miljoenennota en Najaarsnota een aantal aanvullende maatregelen voor 2022 en 2023 zijn genomen. Zo heeft het kabinet besloten de koopkrachtmaatregelen uit de Miljoenennota aan te vullen met een tijdelijk prijsplafond voor energie. De overheid neemt hiermee het risico van schommelingen in energieprijzen over van huishoudens. Ook is er een tijdelijke tegemoetkoming geïntroduceerd voor mkb-ondernemingen waarvan de energiekosten een relatief groot deel uitmaken van de totale kosten. Met behulp van deze tegemoetkoming krijgt het energie-intensieve mkb meer ademruimte om zijn bedrijfsmodel toekomstbestendig te maken. In deze Najaarsnota wordt daarnaast ingegaan op energiecompensatie voor de (semi-)collectieve sector. Het kabinet gaat bij Voorjaarsnota 2023 extra prijsbijstelling uitkeren om de (semi-)collectieve sector structureel extra te compenseren voor de hoge inflatie. Hiermee krijgen departementen, gemeenten en provincies de mogelijkheid om waar nodig sectoren specifiek te compenseren.

Doorkijk en dekkingsopgave De dekkingsopgave die moet worden ingevuld in het voorjaar van 2023 is aanzienlijk. Het prijsplafond en de tijdelijke tegemoetkoming energiekosten voor het mkb zijn bijvoorbeeld nog niet volledig gedekt. Mede als gevolg hiervan is de incidentele opgave naar huidige inschatting in het voorjaar bijna 7,5 miljard euro. Hiervoor zal naar dekking moeten worden gezocht op basis van de budgettaire ontwikkelingen in het voorjaar, mede gebaseerd op het Centraal Economisch Plan (CEP). Het vinden van dekking is onder andere van belang vanwege het mogelijk versterkend effect van de overheidsuitgaven op de inflatie. In het voorjaar van 2023 zal daarnaast structurele dekking gevonden moeten worden voor de stijgende rentelasten. Afhankelijk van het langerentetarief op dat moment loopt dat op tot structureel tussen de 5,8 en 9,2 miljard euro. Het kabinet inventariseert in aanloop naar de voorjaarsbesluitvorming opties en maatregelen om deze tegenvaller structureel in te passen. Zo

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 250, nr. 1

3

blijven de overheidsfinanciën beheersbaar en worden er geen rekeningen doorgeschoven naar toekomstige generaties. Zowel de incidentele als structurele dekkingsopgave komen in meer detail terug in paragraaf 2.3. Gezien de uitzonderlijke omstandigheden is het belangrijk om de uitgaven en lasten integraal te blijven bezien, zoals ook gedaan in de voorjaars- en augustusbesluitvorming 2022. Beeld 2022 Deze Najaarsnota presenteert zoals gebruikelijk de laatste stand van zaken van de uitgaven en inkomsten voor het begrotingsjaar 2022. Het gaat hierbij om de wijzigingen voor 2022 die zich hebben voorgedaan na de Miljoe­ nennota 2023. Deze wijzigingen in de inkomsten en uitgaven zijn het gevolg van reguliere actualisaties van de uitvoering van beleid en bijstellingen van ramingen, alsmede de verwerking van nieuwe maatregelen. Aan de uitga­ venkant doen zich tegenvallers voor op de asieluitgaven als gevolg van hogere asielinstroom. Daarnaast komen er minder boeten en afpakkenontvangsten binnen op de begroting van Justitie en Veiligheid. Deze tegen­ vallers worden gedekt met onderuitputting op de begrotingen. De resterende onderuitputting wordt gebruikt om de taakstellende onderuit­ putting van 2,1 miljard euro in te vullen en een deel van de reguliere in=uit taakstelling ter grootte van 0,2 miljard euro.

Van de reguliere in=uit taakstelling staat daarmee nog 1,2 miljard euro taakstelling open. In het Financieel Jaarverslag Rijk zal hiervoor de definitieve stand worden opgemaakt. De geraamde inkomsten voor 2022 zijn met 3,1 miljard euro opwaarts bijgesteld ten opzichte van de Miljoenennota 2023. Deze bijstelling bestaat uit een positief, beleidsmatig effect van 6,4 miljard euro vanuit de nieuwe solidariteitsheffing. Hier tegenover staat een negatief effect door economische ontwikkelingen bij de reguliere inkomsten van 3,3 miljard euro. Het EMU-saldo en EMU-schuld laten een lichte verslechtering zien ten opzichte van de Miljoenennota 2023: het EMU-saldo komt in 2022 uit op ‒ 1,0% bbp en de schuld op 50,4% bbp. Dit is ten opzichte van ‒ 0,9% bbp en 49,8% bbp uit de Miljoenennota 2023. Naast de Najaarsnota worden ook de daarmee samenhangende tweede suppletoire begrotingswetten aangeboden aan de Tweede Kamer. De tweede suppletoire begrotingswetten zijn de laatste reguliere mogelijkheid voor het kabinet om voor het lopende begrotingsjaar 2022 beleidsmatige mutaties aan de Tweede Kamer voor te leggen. Leeswijzer Paragraaf 2 geeft het budgettaire beeld met een overzicht van de genomen budgettaire maatregelen voor 2022, inclusief een eerste doorkijk van de dekkingsopgave richting het hoofdbesluitvormingsmoment in het voorjaar van 2023.

Vervolgens volgt een toelichting op de verandering in de uitgaven onder het uitgavenplafond sinds de Miljoenennota 2023. Hierbij wordt als eerste een overzicht van de totale stand van de uitgaven onder het uitga­ venplafond gepresenteerd. Vervolgens worden per deelplafond de plafond­ toetsen getoond en de uitgavenmutaties toegelicht. In paragraaf 3 wordt het inkomstenbeeld gepresenteerd, met ook hierbij de bijstellingen sinds de Miljoenennota 2023. Paragraaf 4 behandelt het effect van de wijzigingen in inkomsten en uitgaven op het overheidssaldo en de overheidsschuld. Paragraaf 5 bevat ten slotte een totaaloverzicht van de belangrijkste budgettaire gegevens voor het jaar 2022.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 250, nr. 1

4

Deze Najaarsnota kent acht bijlagen. Bijlage 1 bevat de Verticale Toelichting. Bijlage 2 geeft een overzicht van de geactualiseerde energiemaatregelen en de dekking hiervoor in 2022 en 2023, zoals deze tijdens de Miljoenennota zijn aangekondigd. In bijlage 3 worden de coronagerelateerde uitgaven gepresenteerd. Bijlage 4 geeft een overzicht van de uitgaven gerelateerd aan de oorlog in Oekraïne. Bijlage 5 toont een volledig overzicht van de belasting- en premieontvangsten. In bijlage 6 wordt een overzicht gegeven van de coalitieakkoordmiddelen op de Aanvullende Post. Bijlage 7 geeft een uitgebreid overzicht van de uitgaven gerelateerd aan het herstel van de toeslagen en tot slot geeft bijlage 8 een overzicht van de uitgaven voor schade en versterken in Groningen.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 250, nr. 1

5

2 Het uitgavenbeeld Paragraaf 2.1 geeft een overzicht van het reguliere uitgavenbeeld. In paragraaf 2.2 wordt ingegaan op de energiecompensatie voor de (semi-)collectieve sector. Paragraaf 2.3 gaat in op de dekkingsopgave voor het voorjaar van 2023. Het prijsplafond en de tijdelijke tegemoetkoming energiekosten voor het mkb zijn nog niet volledig gedekt. Gezien de uitwerking van de maatregelen en de onzekerheden in de ontwikkeling van de energieprijzen is besloten om deze dekkingsopgave in het voorjaar van 2023 in te vullen. Deze uitgaven maken daarom geen onderdeel uit van het reguliere uitgavenbeeld (paragraaf 2.1). In paragraaf 2.4 wordt kort stilgestaan bij de uitgaven gerelateerd aan de oorlog in Oekraïne en aan corona. Paragraaf 2.5 sluit af met een overzicht van het uitgavenplafond en een verdieping op de onderliggende deelplafonds inclusief toelichtingen. 2.1 Uitgavenbeeld Tabel 2.1.1 Uitgavenbeeld In miljoenen euro

2022

Generale dossiers

194

Afpakken

290

Boeten Dividenden staatsdeelnemingen

86 ‒ 80

Rente-uitgaven

‒ 18

EU-afdrachten

‒ 88

Studiefinanciering rente-ontvangsten Mee-/Tegenvallers

5 ‒ 3.006

Asiel (totaal 431 miljoen)

200

Waterschade Limburg

‒ 176

Uitvoeringsinformatie SZW

‒ 291

Uitvoeringsinformatie VWS Onderuitputting waarvan kasschuiven

‒6 ‒ 2.733 ‒ 888

Eerder besloten kasschuiven

526

Kasschuif energietoelage

500

Kasschuif uitvoeringskosten stikstof

26

Invullen taakstellende onderuitputting (2,1 mld.) Invullen in=uit taakstelling (1,4 mld.) Totaal

2.100 186 0

Generale dossiers Afpakken Er doet zich een forse tegenvaller voor van 290 miljoen euro op de begrote ontvangsten uit het afpakken van crimineel geld en goederen door het uitblijven van grote transacties.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 250, nr. 1

6

Boeten Op de ontvangsten uit Boeten en Transacties doet zich een tegenvaller voor van 86 miljoen euro. Dit wordt veroorzaakt door mobiliteitsbeperkende coronamaatregelen aan het begin van het jaar, hogere brandstofprijzen en het vervangen van flitspalen en trajectcontroles waardoor deze tijdelijk moesten worden uitgezet. Dividenden staatsdeelnemingen Een actualisatie van de dividendramingen van de staatsdeelnemingen geeft voor het jaar 2022 een positieve bijstelling (80 miljoen euro) als gevolg van de definitieve vaststellingen van de dividenden. Rente-uitgaven De raming van de rentelasten wijzigt als gevolg van realisaties en door een bijstelling van de financieringsbehoefte. EU-afdrachten Bij de raming van de Nederlandse invoerrechten treedt er gedurende het jaar onbedoeld een saldo-effect op, omdat aan de inkomsten- en uitga­ venkant een andere raming wordt gebruikt, respectievelijk de raming van het ministerie van Financiën en de raming van de Europese Commissie. Er wordt drie keer per jaar een actualisatie geboekt op de invoerrechten en de perceptiekostenvergoeding om te corrigeren voor dit saldo-effect. Nederland ontvangt 25% van de bruto af te dragen (na)betalingen aan traditionele eigen middelen (TEM) als perceptiekostenvergoeding. Dit leidt tot een meevaller van 88 miljoen euro.

Studiefinanciering rente-ontvangsten De plafondrelevante ontvangsten van rente over studiefinanciering zijn lager dan geraamd. Mee-/Tegenvallers Asiel Door de verhoogde instroom van reguliere asielzoekers doen zich tegen­ vallers voor bij het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA, 380 miljoen euro), Nidos (27 miljoen euro), de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND, 20 miljoen euro) en VluchtelingenWerk Nederland (4 miljoen euro). De totale tegenvaller is 431 miljoen euro. Een deel van deze meerkosten wordt opgevangen vanuit Official Development Assistance (ODA)-budgetten ten behoeve van de opvang van eerstejaars asielzoekers (160 miljoen euro). Het resterende deel wordt gedekt uit de onderuitputting bij JenV (71 miljoen euro) en de rijksbrede onderuitputting (200 miljoen euro). Waterschade Limburg Voor de regeling Tegemoetkoming waterschade Limburg was 256 miljoen euro op de JenV-begroting en 5,5 miljoen euro op de LNV-begroting gereser­ veerd. Het beroep op deze regeling is minder groot dan geraamd. Daarom valt een deel van het budget vrij. Op de JenV-begroting valt 175 miljoen euro in 2022 vrij. Hiervan wordt echter 35 miljoen euro doorgeschoven naar 2023 voor het afhandelen van de in dat jaar geraamde vertraagde uitbetalingen. Op de LNV-begroting valt 1,4 miljoen euro in 2022 vrij.

Uitvoeringsinformatie SZW Op basis van de uitvoeringsinformatie worden de uitgaven aan sociale zekerheid met 291 miljoen euro naar beneden bijgesteld in 2022. Dit betreft onder andere een neerwaartse bijstelling van de uitgaven aan

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 250, nr. 1

7

arbeidsongeschiktheidsregelingen (93 miljoen euro) door voornamelijk een lagere instroom in de arbeidsongeschiktheidsregelingen. Daarnaast is er een neerwaartse bijstelling van de AOW-uitgaven (77 miljoen euro) door met name oversterfte dit jaar. De Ziektewet wordt met 52 miljoen euro naar beneden bijgesteld. Uitvoeringsinformatie VWS Op basis van actuele ramingen van zorgverzekeraars zijn de uitgaven vanwege de Zorgverzekeringswet en een deel van de uitgaven vanwege de Wet langdurige zorg in 2022, inclusief de effecten van COVID-19, geactua­ liseerd. Deze cijfers zijn gebaseerd op de daadwerkelijke declaraties van de eerste drie kwartalen van 2022, aangevuld met een raming voor de nog te verwachten uitgaven in 2022. Onderuitputting De onderuitputting bij Najaarsnota betreft 2,7 miljard euro. De meeste onderuitputting doet zich voor op de begroting van Defensie (748 miljoen euro) en op de begroting van Economische Zaken en Klimaat (391 miljoen euro). In onderstaande tabel is de onderuitputting per departement opgenomen. Een toelichting per departement is onder deze tabel opgenomen. De onderuitputting zal (deels) via de eindejaarsmarge volgend jaar weer worden toegevoegd aan de departementale begrotingen. Daarnaast wordt 918 miljoen euro van de onderuitputting via kasschuiven naar 2023 geschoven.

Tabel 2.1.2 Onderuitputting 2022 In miljoenen euro Algemene Zaken Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Justitie en Veiligheid

2022 ‒2 ‒ 335 0

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

‒ 185

Financiën

‒ 148

Defensie

‒ 748

Infrastructuur en Waterstaat

‒ 200

Economische Zaken en Klimaat

‒ 391

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

‒ 137

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

‒ 41

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

‒ 114

Homogene Groep Internationale Samenwerking

‒ 73

Aanvullende Post

‒ 359

Totaal

‒ 2.733

Algemene Zaken (AZ) Het beeld van mee- en tegenvallers laat voor de begroting van AZ een netto onderuitputting van 2,1 miljoen euro zien. Dit beeld wordt voornamelijk bepaald door onderuitputting bij het ICT-project AZ-Next (1 miljoen euro), en het personeelsbudget van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingenen Veiligheidsdiensten (0,5 miljoen euro). Daarnaast zijn er hogere ontvangsten die samenhangen met de doorbelasting van de kosten voor de kabinetsformatie 2021 naar de Tweede Kamer (0,5 miljoen euro). Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) Op de begroting van BZK zijn diverse uitgaven lager uitgevallen. Er zijn diverse meevallers, onder meer op het gebied van subsidies voor isolatie en apparaatskosten. In totaal gaat het om 25 miljoen euro. Daarnaast komen de middelen voor kwijtschelding van publieke schulden (160 miljoen euro),

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 250, nr. 1

8

en voor de fysieke en financiële herplaatsingsgarantie (116 miljoen euro) niet tot besteding in 2022. Deze middelen (276 miljoen euro) worden doorgeschoven naar 2023. Tevens wordt van de 33,1 miljoen euro voor de personele inzet voor de crisisopvang (CNO) van asielzoekers 30,5 miljoen euro doorgeschoven naar 2023. Justitie en Veiligheid (JenV) De onderuitputting op het niet-asiel gerelateerde deel van de begroting van JenV bedraagt 71 miljoen euro. Deze onderuitputting bestaat voornamelijk uit meevallers op het gebied van intra- en extramurale sanctie-uitvoering (44 miljoen euro), slachtofferzorg (11 miljoen euro) en onderuitputting op middelen voor preventie (10 miljoen euro), ondermijning (10 miljoen euro) en de Raad voor de rechtspraak (10 miljoen euro). Hier tegenover staan tegenvallers die zich voordoen op de ontvangsten uit griffierechten (15 miljoen euro) en de implementatie van de Europese verordening Inreisen uitreissysteem op Schiphol (14,5 miljoen euro). De onderuitputting wordt geheel ingezet ter dekking van de asieltegenvaller. Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) De onderuitputting op de begroting van OCW bedraagt 185 miljoen euro.

Dit bedrag is opgebouwd uit onder meer onderuitputting op de subsidiere­ geling Maatschappelijke diensttijd (65 miljoen euro), een meevaller op de uitgaven aan studiefinanciering (50 miljoen euro), onderuitputting op de apparaatskosten (15 miljoen euro) en een meevaller op de regeling zitten­ blijven (10 miljoen euro). Financiën (FIN) De onderuitputting op de begroting van FIN wordt met name veroorzaakt door personeelsverloop en krapte op de arbeidsmarkt, waardoor het over de gehele linie van het ministerie van Financiën langer duurt om vacatures te vervullen. Daarnaast doet zich een meevaller voor op de niet-belasting­ ontvangsten op de Financiënbegroting. Defensie (DEF) Er vinden bij Defensie over een breed front van de Defensiebegroting neerwaartse aanpassingen van de uitgaven plaats. Deze neerwaartse aanpassingen zijn voornamelijk het gevolg van krapte op de Defensiemarkt en op de arbeidsmarkt. Als gevolg daarvan worden investeringsprojecten doorgeschoven naar latere jaren. Infrastructuur en Waterstaat (IenW) Op de beleidsbegroting van IenW is sprake van per saldo onderuitputting van 5 miljoen euro door diverse kleine mee- en tegenvallers. Daarnaast tonen de voorlopige realisatiecijfers op het Mobiliteitsfonds een voordelig saldo van 109 miljoen euro.

Dit komt voornamelijk door kasvertraging op diverse projecten op het hoofdwegennet (130 miljoen euro) en spoor (155 miljoen euro). Op de ontvangsten is een nadelig saldo zichtbaar (180 miljoen euro). Dit komt met name doordat een ontvangst van de provincie Groningen (110 miljoen euro) pas in 2023 binnenkomt. De voorlopige realisatiecijfers van het Deltafonds tonen een voordelig saldo van 86 miljoen euro. Dit komt voornamelijk door vertraging in de betalingen bij het project Afsluitdijk. Op de ontvangsten is een voordelig saldo zichtbaar (13 miljoen euro). Dit komt voornamelijk door terugbetaling van te veel betaalde subsidies voor het hoogwaterbeschermingsprogramma.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 250, nr. 1

9

Economische Zaken en Klimaat (EZK) Op de begroting van EZK treedt per saldo 391 miljoen euro aan onderuit­ putting op. Deze onderuitputting is opgebouwd uit achterblijvende uitgaven in het kader van de bestuurlijke afspraken Groningen (140 miljoen euro) en diverse meevallers bij de Autoriteit Consument & Markt High Trust boetes (53,5 miljoen euro), op de indirecte kostencompensatie ETS (15,6 miljoen euro) en bij diverse kleinere meevallers op verschillende artikelen. Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) De onderuitputting op de begroting van LNV bedraagt 137 miljoen euro. De onderuitputting wordt allereerst veroorzaakt door vertraging bij de goedkeuring van de stilligregeling en liquiditeitsregeling uit de Brexit Adjustment Reserve. De goedkeuring van de Europese Commissie voor deze regelingen duurt langer dan gepland, waardoor deze middelen niet tot besteding komen in 2022 (45 miljoen euro). Ten tweede wordt de onderuit­ putting veroorzaakt door onderuitputting op stikstofmaatregelen (91,7 miljoen euro). Dit betreft 0,5 miljoen euro onderuitputting op middelen uit het transitiefonds die zijn overgeboekt naar de LNV-begroting en 91,2 miljoen euro onderuitputting op stikstofmiddelen van de structurele aanpak stikstof van het vorig kabinet. Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) De uitgaven op de begroting van SZW zijn per saldo met 41 miljoen euro naar beneden bijgesteld.

Zo worden de uitgaven aan opdrachten en bijdragen aan Zelfstandige Bestuursorganen neerwaarts bijgesteld met respectievelijk 15 miljoen euro en 13 miljoen euro. Ook zijn enkele nietbenodigde reserveringen vrijgevallen, met name op het gebied van apparaatsuitgaven. Bij de Najaarsnota is de openstaande taakstelling van 35,5 miljoen euro ingevuld. Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) De onderuitputting op de begroting van VWS bedraagt 114 miljoen euro. De grootste meevallers doen zich voor op diverse apparaatsbudgetten (13,6 miljoen euro), bij de subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden (13,5 miljoen euro). Daarnaast zijn er lagere kosten voor de implementatie Donorwet (8,3 miljoen euro) en hogere ontvangsten door een terugvordering bij ZonMw (23,4 miljoen euro). Er zijn ook enkele tegen­ vallers, zoals wisselkoerseffecten van zorgcontracten in Caribisch Nederland (13,6 miljoen euro). De onderuitputting van VWS wordt middels twee kasschuiven naar 2023 geschoven, zie toelichting kasschuiven. Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) Per saldo wordt er 73 miljoen euro minder uitgegeven aan internationale samenwerking. Deze post bestaat voor 39,5 miljoen euro uit onderuit­ putting, omdat een aantal departementen binnen de HGIS lagere uitgaven verwachten dan geraamd. Dit wordt via de HGIS-eindejaarsmarge opgevraagd in de volgende jaren.

Daarnaast wordt 33,9 miljoen euro doorgeschoven naar volgend jaar via de middelenafspraak huisvesting. Het huisvestingsbeleid van het ministerie van Buitenlandse Zaken is gericht op het moderniseren, verduurzamen en rationaliseren van de vastgoedpor­ tefeuille. Om dit te bewerkstelligen is een middelenafspraak huisvesting gemaakt waarbij de opbrengst van de verkopen opnieuw kan worden ingezet in latere jaren. Uitvoering van de huisvestingsprojecten loopt vertraging op vanwege de effecten van COVID-19 en de onzekerheid omtrent de oorlog in Oekraïne.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 250, nr. 1

10

Aanvullende Post (AP) Op de AP vallen diverse middelen vrij, waaronder middelen voor digitale veiligheid, BAR, Traditioneel eigen middelen (TEM), Klimaat en woningbouw. De middelen voor de BAR en digitale veiligheid worden middels kasschuiven naar 2023 geschoven. Waarvan kasschuiven Een deel van de onderuitputting wordt middels kasschuiven doorgeschoven naar 2023. Deze kasschuiven zijn opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 2.1.3 Kasschuiven In miljoenen euro

2022

Fysieke herplaatsingsgarantie (BZK)

‒ 116

Kwijtschelden publieke schulden (BZK)

‒ 160

Kasschuif Jeugdzorg (VWS)

‒9

Brexit Adjustment Reserve (EZK, LNV, AP)

‒ 257

Personeel veiligheidsregio's (BZK)

‒ 31

Waterschade Limburg (JenV)

‒ 35

Digitale veiligheid (AP)

‒ 170

Energiecompensatie (VWS)

‒ 111

Totaal

‒ 888

Fysieke herplaatsingsgarantie (BZK) Bij de fysieke herplaatsingsgarantie wordt in samenwerking met gemeenten een fysieke herplaatsingsgarantie ingericht voor het tijdelijk plaatsen en mogelijk exploiteren van flexwoningen. De middelen voor de fysieke herplaatsingsgarantie komen in 2022 niet tot besteding omdat de concrete uitwerking langer vergt. Dit geldt ook voor de door BZK beschikbaar gestelde additionele middelen voor de financiëleherplaatsings­ garantie ter hoogte 20 miljoen euro. De middelen worden doorgeschoven naar 2023. Kwijtschelden publieke schulden (BZK) In 2021 is in samenwerking met de publieke schuldeisers en de verantwoor­ delijke departementen het kwijtschelden van publieke schulden uitgewerkt. Met de medeoverheden is afgesproken dat compensatie van de uitgaven en de derving van inkomsten plaatsvindt op basis van nacalculatie (werkelijke kosten). Ook de uitvoeringskosten van de kwijtscheldingsregelingen en de uitvoeringskosten die samenhangen met het compenseren van gemeenten worden vergoed. Vanwege de declaraties/verantwoording komen de middelen in 2022 niet tot besteding. De middelen worden doorschoven naar 2023.

Kasschuif Jeugdzorg (VWS) Met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) is afgesproken om dit jaar 10 miljoen euro vanuit het Gemeentefonds beschikbaar te stellen voor tijdelijke liquiditeitssteun aan jeugdzorgaanbieders als de zorgcontinuïteit in geding komt. Hiervan is 1,1 miljoen euro aangevraagd en verleend aan een instelling. Het resterende bedrag wordt naar 2023 verschoven zodat deze regeling beschikbaar blijft. Brexit Adjustment Reserve (EZK, LNV, AP) Op de AP stond voor 2022 22 miljoen euro geraamd voor uitvoeringskosten in het kader van de BAR. In 2022 is hiervan 8,9 miljoen euro opgevraagd door departementen. Het restant wordt doorgeschoven. Ook de BARreservering van 50 miljoen euro zal worden doorgeschoven. Dit betekent

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 250, nr. 1

11

dat er op de Aanvullende Post in totaal 63 miljoen euro wordt doorge­ schoven naar latere jaren. Daarnaast worden ook BAR-middelen op de begrotingen van LNV en EZK doorgeschoven. LNV schuift 45 miljoen euro voor het visserijspoor door en EZK schuift 149 miljoen euro voor het bedrij­ venspoor door. Personeel veiligheidsregio’s (BZK) Er zijn middelen ter hoogte van 33,1 miljoen euro toegevoegd voor de personele inzet voor de crisisopvang van asielzoekers met als doel om te garanderen dat er voldoende opvangplekken zijn voor asielzoekers. De betalingen van de crisisopvang zullen voor een groot deel plaatsvinden in 2023, waarvoor 30,5 miljoen euro wordt doorgeschoven naar 2023. Waterschade Limburg (JenV) Voor de regeling Tegemoetkoming waterschade Limburg was 256 miljoen euro op de JenV-begroting gereserveerd. Vanwege de vertraagde uitbeta­ lingen van gerealiseerde schade zal nog 35 miljoen euro in 2023 voor uitkeringen nodig zijn. Het restant van het budget valt vrij. Energiecompensatie (VWS) De steun voor amateursport en zwembaden leidt naar verwachting pas in 2023 tot uitgaven. Ter dekking van deze compensatie wordt 111 miljoen euro doorgeschoven naar 2023. Eerder besloten kasschuiven Kasschuif energietoelage In 2023 is net als in 2022 1,4 miljard euro beschikbaar om huishoudens met een laag inkomen ondersteuning te bieden voor de gestegen energiekosten.

Gemeenten kunnen huishoudens die leven van maximaal 120% van het sociaal minimum een bedrag van 1.300 euro uitkeren in 2023. Om huishoudens in 2022 nog beter te ondersteunen, krijgen gemeenten de mogelijkheid om 500 euro per huishouden al in 2022 uit te keren. Om deze reden wordt 500 miljoen euro van de begroting 2023 naar 2022 geschoven. De middelen worden verdeeld via de algemene uitkering op grond van de reguliere verdeelsleutel voor de bijzondere bijstand. Kasschuif uitvoeringskosten stikstof In het kader van gebiedsgericht werken is voor 2022 26 miljoen euro overge­ heveld van de Aanvullende Post (transitiefonds) naar de LNV-begroting. Deze middelen stonden begroot voor 202, maar worden middels een kasschuif naar 2022 geschoven. De middelen zijn bedoeld voor onder andere aanvullende personele capaciteit bij de departementen en voor provincies voor het realiseren van de opgave van het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Invullen taakstellende onderuitputting (2,1 miljard euro) Ter dekking van het koopkrachtpakket is bij Miljoenennota 2023 besloten om een extra taakstellende onderuitputting in te boeken van 2,1 miljard euro in 2022 en 2023 en 0,5 miljard euro in 2024. Met de onderuitputting die optreedt bij Najaarsnota wordt de taakstellende onderuitputting voor 2022 volledig ingevuld.

Invullen in=uit taakstelling (1,4 miljard euro) De in=uit-taakstelling is de tegenhanger van de eindejaarsmarge. De einde­ jaarsmarge is bedoeld om ondoelmatige besteding van middelen aan het einde van het jaar te voorkomen door onbestede middelen naar het volgende jaar door te schuiven. Hiervoor geldt een maximum van 1,0% van

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 250, nr. 1

12

de totale begroting. Begrotingsfondsen zoals het Defensiematerieelbegro­ tingsfonds, het Deltafonds en het Mobiliteitsfonds kennen een 100% einde­ jaarsmarge. Om te voorkomen dat het uitgavenplafond wordt overschreden als gevolg van de uitkering van de eindejaarsmarge, wordt tegelijkertijd een even grote taakstelling ingeboekt, de zogenaamde in=uit-taakstelling. Hierdoor levert het doorschuiven via de eindejaarsmarge dus geen extra middelen op in het jaar waarnaar wordt doorgeschoven. De in=uit taakstelling kent geen concrete invulling, maar wordt gaandeweg het jaar ingevuld. De invulling kan bestaan uit onderuitputting of andere meevallers. De reguliere in=uittaakstelling voor 2022 bedraagt 1,4 miljard euro. Deze wordt nu voor 186 miljoen euro ingevuld. Mocht er bij het Financieel Jaarverslag Rijk onvoldoende onderuitputting optreden dan zal dit leiden tot een plafondoverschrijding en een verslechtering van het EMU-saldo. 2.2 Maatregelen (semi-)collectieve sector Tijdens de afgelopen Algemene Politieke Beschouwingen (APB) heeft uw Kamer verzocht om vanwege de sterk gestegen energieprijzen te kijken naar gerichte ondersteuning van scholen, cultuurinstellingen, maatschappelijke voorzieningen en verenigingen.

Hierbij werd gevraagd te kijken of gemeenten een rol kunnen spelen en de Kamer hier voor 1 november over te informeren.1,2 In reactie hierop heeft het kabinet in de nota Budgettaire verwerking algemene politieke beschouwingen aangekondigd om aanpas­ singen in de begroting voor 2022 bij de Najaarsnota te verwerken. Ook is toegezegd in deze Najaarsnota inzichtelijk te maken wat mogelijke budgettaire gevolgen zijn voor 2023. De budgettaire verwerking voor 2023 vindt plaats bij de Voorjaarsnota 2023.3 Werking reguliere prijsbijstelling voor inflatie Ieder jaar worden alle uitgaven geïndexeerd om ze op het prijspeil van het lopende jaar te brengen. De prijsbijstelling voor het jaar 2022 is gebaseerd op de in de begroting vastgelegde grondslag en de raming voor de prijs­ ontwikkeling op basis van cijfers van het Centraal Planbureau (CPB). Om zekerheid te bieden over de hoogte van de prijsbijstelling worden de prijscodes op basis van CEP 2022 vastgezet voor het lopende jaar en bij Voorjaarsnota 2022 door Financiën aan vakdepartementen uitgekeerd. Voor ontwikkelingen in de prijsbijstelling wordt het uitgavenplafond gecorri­ geerd. Een uitzonderlijk jaar Sinds het uitkomen van het CEP in maart is de prijsontwikkeling aanzienlijk gestegen.

De raming voor de inflatie (CPI) was bijvoorbeeld bij CEP 2022 5,2% terwijl afgelopen zomer het CPB in de Macro Economische Verkenning (MEV) de inflatie voor 2022 raamde op 9,9%. De relevante uitgaven zijn daarmee voor 2022 niet volledig geïndexeerd. Dit werkt structureel door op de begroting. Gegeven de uitzonderlijke stijging van de prijzen sinds het uitkeren van de prijsbijstelling voor 2022 afgelopen voorjaar is het gerecht­ vaardigd om eenmalig af te wijken van de reguliere systematiek.

1

Motie Paternotte c.s. Tweede Kamer, vergaderjaar 2022 ‒ 2023, 36 200, nr. 23 Motie Pieter Heerma c.s., Tweede Kamer, vergaderjaar 2022 ‒ 2023, 36 200, nr. 27. 3 Tweede Kamer, vergaderjaar 2022 ‒ 2023, nr. 1. 2

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 250, nr. 1

13

Additionele prijsbijstelling over 2022 bij Voorjaarsnota 2023 Voorstel is om bij Voorjaarsnota 2023 een extra prijsbijstelling over 2022 uit te keren. De extra structurele prijsbijstelling zal worden gebaseerd op CEP 2023, waarbij gekeken gaat worden naar de inflatieontwikkeling over 2022 (t.o.v. CEP 2022 (T-1)). Bij de berekening zullen de nieuwe grondslagen op basis van Miljoenennota 2023 worden gehanteerd om aan te sluiten bij de reguliere uitkering van de prijsbijstelling 2023 komend voorjaar. Ook zal het plafond hiervoor worden gecorrigeerd net als bij reguliere aanpas­ singen van de prijsbijstelling. De prijsbijstelling geldt ook voor het Gemeentefonds. Het Provinciefonds wordt tot 2026 geïndexeerd via de ‘trap op trap af’-systematiek. Het Provin­ ciefonds beweegt daardoor mee met de ontwikkeling van het accresrele­ vante deel van de rijksuitgaven. De structurele prijsbijstelling loopt hierin mee. Op basis van de MEV van afgelopen zomer is momenteel de inschatting dat een dergelijke extra prijsbijstelling circa 1,5 tot 1,6 miljard structureel bedraagt. Indien de prijzen verder oplopen, zal ook de extra prijsbijstelling verder stijgen. In tabel 2.2.1 is indicatief de verhoging van de prijsbijstelling over de begrotingen weergegeven.

De door het CBS aangekondigde statistische wijzigingen ten aanzien van de inflatiecijfers/ het CPI en mogelijke doorwerking hiervan op de voor de begroting gehanteerde prijscodes wordt in overleg met het CPB en CBS uitgewerkt. Waarschijnlijk zal medio volgend jaar hier meer duidelijkheid over zijn. Tabel 2.2.1 Indicatieve prijsbijstelling In miljarden euro

2023

2024

2025

2026

2027

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

0,4

0,4

0,4

0,4

0,4

Gemeentefonds en Provinciefonds (incl. BTWcompensatiefonds)

0,3

0,3

0,3

0,4

0,4

Justitie en Veiligheid

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

Infrastructuur en Waterstaat (incl. Mobiliteitsfonds)

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

Defensie

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

Overige begrotingen

0,4

0,5

0,5

0,5

0,5

Totaal indicatieve aanvullende prijsindexatie over 2022

1,5

1,6

1,6

1,6

1,6

Specifieke regelingen Door een hogere vergoeding voor de gestegen prijzen wordt het mogelijk gemaakt de bekostiging aan maatschappelijke organisaties te verhogen. Deze vergoeding kan worden ingezet om de gestegen energieprijzen op te vangen. Daarnaast blijven organisaties zelf verantwoordelijk om ook energielasten beheersbaar te houden, bijvoorbeeld door minder gebruik van energie. Daarnaast bestaat de Tegemoetkoming Energiekosten energieintensief mkb (TEK) waar een deel van de (semi-) collectieve sector ook aanspraak op kan maken. Ook is het mogelijk dat departementen of voor het jaar 2023 - binnen het bedrag van de prijsbijstelling - keuzes maken om dit bedrag zo goed mogelijk te richten op de organisaties waar in 2023 echt sprake is van grote uitschieters ten opzichte van andere organisaties binnen diezelfde sectoren. Bijvoorbeeld door het uitwerken van een (beperkte) noodregeling. Die ruimte hebben gemeenten en provincies ook, gegeven de beleids- en bestedingsvrijheid van het Gemeente- en Provinciefonds.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 250, nr. 1

14

Het ministerie van OCW verkent de mogelijkheden voor een dergelijke noodregeling voor uitschieters binnen de door haar bekostigde instellingen in het onderwijs, de culturele sector en de wetenschap. Zwembaden en amateursport Openbare zwembaden zijn een sector met een bijzonder hoge energieintensiteit en een groot maatschappelijk belang vanwege de zwemlessen. Om de zwemlessen veilig te stellen is het noodzakelijk deze sector extra te steunen. Hiervoor wordt maximaal 207 miljoen euro in 2023 beschikbaar gesteld voor 2022 en 2023. Voor de amateursport geldt dat een deel van de sector (3600 van de 26.000 verenigingen) energie-intensief is en niet in aanmerking komt voor de TEK. Voor deze groep wordt een noodfonds opgericht voor het geval ze in de continuïteitsproblemen komen. Hiervoor wordt 6 miljoen euro beschikbaar gesteld in 2023. Deze regelingen op de VWS-begroting worden gedekt door middel van onderuitputting in het voorjaar. Zorg Zorginstellingen worden ook geconfronteerd met stijgende energieprijzen. Signalen van individuele zorginstellingen worden daarom gemonitord en is er ruimte nodig om individuele afspraken te maken tussen zorgverzeke­ raars c.q. zorgkantoren en zorgaanbieders. Daarmee beogen we continuï­ teitsproblemen te voorkomen.

Daarom worden voor de Zvw binnen de systematiek voldoende randvoorwaarden geschapen: er kan gebruik worden gemaakt van de macronacalculatie over 2022 en het macrobeheer­ sinstrument (mbi) wordt niet ingezet voor 2022 voor bovenmatige (energie)prijzen. Het mbi is een instrument waarmee zorgaanbieders in het geval van een macrobudgettaire overschrijding verplicht kunnen worden (een deel van) deze overschrijding in euro’s (terug) te storten in het Zorgverzekeringsfonds. Als aanbieders worden geconfronteerd met een bovenmatige stijging van energiekosten, die niet redelijkerwijs kan worden opgevangen door maatregelen van die zorgaanbieders zelf en/of binnen de exploitatie en reserves van die zorgaanbieders kunnen worden ingepast, kunnen zij zich melden bij de individuele zorgverzekeraars om samen passende (financiële) afspraken te maken. Zorgverzekeraars hebben hierbij de verantwoordelijkheid om, met het oog op de belangen van individuele patiënten en hun zorgplicht, het noodzakelijke te doen om zorgaanbieders te behoeden voor financieel onhoudbare situaties. De Wlz (Wet langdurige zorg) kent een andere systematiek.

Er wordt voor de Wlz een specifieke beleidsregel 2022 gemaakt die het mogelijk maakt voor zorgkantoren en zorgaanbieders om maatwerkafspraken te maken in verband met bovenmatig gestegen (energie)prijzen 2022 die niet door maatregelen binnen de exploitatie kunnen worden opgevangen. Er wordt vanuit de onderuitputting op het uitgavenplafond zorg additioneel 30 miljoen euro beschikbaar gesteld, naast de ruimte van 70 miljoen euro vanwege de overdekking op de begroting van het wlz-kader. In de beleids­ regel wordt boven een bepaalde drempelwaarde gedeeltelijke compensatie geboden voor bovenmatig gestegen energiekosten in 2022 voor zorgaan­ bieders. 2.3 Dekkingsopgave voorjaarsbesluitvorming 2023 In de Kamerbrief over de budgettaire verwerking van de APB-maatregelen van 4 oktober bent u geïnformeerd over de openstaande dekkingsopgave van de energiemaatregelen. Sindsdien zijn diverse maatregelen nader uitgewerkt of bijgesteld.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 250, nr. 1

15

Zo is de steunregeling voor het energie-intensieve mkb uitgewerkt in de vorm van de TEK. De kosten voor de TEK worden inclusief uitvoeringskosten geraamd op 1,8 miljard euro en vindt ingang in 2023. Via BMKB-Groen geeft het kabinet in de tussentijd mkb'ers de kans te verduurzamen. Daarnaast is de raming voor de tussenvariant van het prijsplafond (de uitkering van 190 euro in november en december) verhoogd van 2,6 naar 3,2 miljard euro. Deze bijstelling was nodig omdat in de eerste raming is uitgegaan van regels voor heffingen die niet gelden voor subsidies, waardoor onterecht met een btw-korting van 21% is gerekend. Daarnaast is de raming van de solida­ riteitsheffing bijgesteld. Deze levert nu naar verwachting 3,2 miljard euro op, waar op 4 oktober nog werd uitgegaan van 1,5 miljard euro. Ten slotte wordt 1,5 miljard euro aan middelen voor het tijdelijk prijsplafond in 2023 alvast vooruitbetaald in 2022 aan energiemaatschappijen. De uitgaven in 2023 worden met hetzelfde bedrag in verlaagd. Onderstaande tabel geeft het actuele overzicht van de geraamde uitgaven aan energiemaatregelen en de hieruit voortvloeiende dekkingsopgave. Deze uitgaven zijn gebaseerd op de prijzen zoals geraamd in de MEV. Bijlage 2 geeft een volledig overzicht. Tabel 2.3.1 Indicatie dekkingsopgave energiemaatregelen In miljloenen euro

2022

Tussenvariant prijsplafond van 1 november tot 1 januari

3.154

Tijdelijk prijsplafond Voorschot tijdelijk prijsplafond

9.748 1.452

Tijdelijk prijsplafond Caribisch Nederland*

15

TEK (inclusief uitvoeringskosten)* BMKB-Groen

1.760 7,7

Energiebelasting Solidariteitsheffing

‒ 5.400 ‒ 3.234

Inframarginale heffing Totaal

2023

PM 1.380

6.123

*een deel van de kosten lopen door in 2024

Er resteert een dekkingsopgave voor het prijsplafond en de TEK. Voor de dekking is in elk geval het terugdraaien van de verlaging energiebelasting uit het Miljoenennotapakket ingezet. Daarnaast wordt er dekking gezocht middels de solidariteitsheffing en de inframarginale heffing. Voor de laatst genoemde maatregel liggen er nog fundamentele keuzes voor, waardoor de budgettaire opbrengst nog niet kan worden geraamd. Verder geldt voor beide maatregelen dat de exacte opbrengsten afhankelijk zijn van de ontwikkeling van de energieprijzen. De geschatte resterende dekkings­ opgave na inzet van deze dekkingsbronnen ligt op 7,5 miljard euro, rekenend met de gasprijzen uit de MEV. Deze opgave valt hoger uit in het geval van een verdere stijging van de gasprijzen, zoals eerder geschetst in de nota budgettaire verwerking APB maatregelen van 4 oktober. Gezien de lopende uitwerking van de maatregelen en de onzekerheden in de ontwikkeling van de energieprijzen is besloten om de resterende dekkingsopgave in het voorjaar van 2023 in te vullen. Dan is ook de CEPraming van het CPB beschikbaar voor een actuele doorrekening voor zowel de kosten als de dekking. Daarnaast zullen in het voorjaar de stijgende rente-uitgaven gedekt worden. Conform de begrotingsregels maken de rente-uitgaven onderdeel uit van het uitgavenplafond. In de Miljoenennota zijn de hogere rentestanden voor

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 250, nr. 1

16

2022 en 2023 op basis van de MEV verwerkt. De hogere kosten voor de jaren 2022 tot en met 2027 zijn reeds gedekt bij Miljoenennota. Structureel staat er echter nog een dekkingsopgave open van 0,7 miljard euro per jaar. Daarnaast stelt het CPB in het CEP van komend voorjaar de rentestanden bij voor de periode vanaf 2024. Afhankelijk van het langerentetarief op dat moment kunnen de structurele uitgaven oplopen naar tussen de 5,8 en 9,2 miljard euro. Onderstaande tabel geeft een indicatie van de te dekken uitgaven bij verschillende rentestanden. Voor dekkingsopties zal gekeken worden naar mogelijkheden aan zowel de uitgavenkant als inkomstenkant. Tabel 2.3.2 Indicatie dekkingsopgave bij hogere rentestanden In miljarden euro

2023

2024

2025

2026

2027

struc

Bij rente elk jaar 2,6%

0,5

1,6

2,8

3,9

5,1

5,8

Bij rente elk jaar 4%

1,1

3,0

4,8

6,6

8,5

9,2

2.4 Corona- en Oekraïnegerelateerde uitgaven Corona In deze Najaarsnota worden de coronagerelateerde uitgaven in totaal met 2,1 miljard euro naar beneden bijgesteld. De totaal geraamde coronauit­ gaven in 2022 komen daarmee uit op 13,3 miljard euro. De coronagerela­ teerde uitgaven zijn niet gedekt ten koste van reguliere uitgaven, maar hebben geleid tot een stijging van het begrotingstekort en de overheids­ schuld. Het plaatsen van de coronagerelateerde uitgaven buiten de begro­ tingskaders is een uitzonderlijke keuze, die het vorige kabinet bewust heeft gemaakt vanwege het unieke karakter van deze crisis. Lagere uitgaven aan de steunmaatregelen leveren hierdoor ook geen ruimte op voor reguliere uitgaven. In bijlage 3 is een actueel budgettair overzicht van de nood- en steunpak­ ketten opgenomen. Ook is een gedetailleerd overzicht van de overheidsfi­ nanciën in coronatijd terug te vinden op www.rijksfinancien.nl/ overheidsfinancien­coronatijd. Oekraïne In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de uitgavenmutaties die zijn opgetreden sinds de Miljoenennota. De totale geraamde uitgaven gerelateerd aan de oorlog in Oekraïne komen uit op 4,5 miljard euro. Budgettair worden de geraamde uitgaven en ontvangsten buiten het uitga­ venplafond verwerkt. Uitzondering hierop zijn de kosten die vanuit bestaande budgetten specifiek zijn gedekt.

Zie voor een volledig overzicht bijlage 4 van deze Najaarsnota. Tabel 2.4.1 Overzicht Oekraïne In miljoenen euro

2022

Stand Miljoenennota 2023

3.947

Winterization Oekraïne (BHOS)

162

Gemeentelijke en particuliere opvang (JenV)

350

International Fund for Ukraine (IFU) (DEF)

100

Kindregelingen (SZW)

‒ 39

Werktijdverkorting (SZW)

‒ 64

Zorg aan onverzekerden (SOV) (VWS)

‒ 22

Overig Stand Najaarsnota

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 250, nr. 1

26 4.460

17

Winterization Oekraïne Het kabinet heeft besloten om 162 miljoen euro in 2022 bij te dragen aan het voorbereiden van Oekraïne op de aankomende winter (winterization) door de borging van elektriciteit en warmte voor bedrijven en huishoudens. Gemeentelijke en particuliere opvang Gemeenten hebben in 2022 fors meer voorschotten aangevraagd dan verwacht voor de realisatie van gemeentelijke en particuliere opvang. Dit leidt tot hogere uitgaven van 350 miljoen euro. De definitieve bijdrage aan de gemeenten wordt middels nacalculatie bepaald op basis van de daadwerkelijke kosten. Defensiefonds Verenigd Koninkrijk (IFU) Het kabinet wil bijdragen aan de oprichting van het International Fund for Ukraine (IFU) onder leiding van het Verenigd Koninkrijk door middel van een initiële inleg van 100 miljoen euro ten laste van het generale beeld. Het IFU is bedoeld voor het gezamenlijk aanschaffen van (zwaar) Defensie­ materieel ter ondersteuning van Oekraïne. Met gezamenlijke inkoop kan een voorrangspositie worden afgedwongen bij wapenleveranciers, waardoor snelle levering kan plaatsvinden aan de Oekraïense krijgsmacht. Kindregelingen De uitgaven aan de kindregelingen op het terrein van SZW voor Oekraïense ontheemden vallen 39 miljoen euro lager uit dan verwacht.

Het gebruik door Oekraïense ontheemden van de kinderopvangtoeslag, het kindgebonden budget en de kinderbijslag is aanzienlijk lager dan eerder werd ingeschat. Werktijdverkorting Door de oorlog in Oekraïne werd verwacht dat meer bedrijven aanspraak zouden maken op de regeling werktijdverkorting. Daarom was bij de eerste suppletoire begroting 2022 budget hiervoor toegevoegd aan de begroting van SZW. Het blijkt echter dat het gebruik van de regeling werktijdverkorting niet is toegenomen. Het budget wordt daarom weer afgeboekt. Zorg aan onverzekerden (SOV) Op basis van nieuwe prognoses van het CAK verwacht het kabinet dat de zorgkosten voor Oekraïense ontheemden via de SOV-regeling uitkomen op 25 miljoen euro. Dit is aanzienlijk lager dan de eerdere verwachting van 47 miljoen euro. Redenen hiervoor zijn o.a. de invoering van de RMO en het lagere aantal medische evacuaties. Overig Dit is een post met diverse mutaties. Defensie verleent o.a. steun aan Oekraïne door het leveren van militaire goederen. Hiervoor is 11 miljoen euro toegevoegd aan de begroting van Defensie. 2.5 Plafondtoetsen In de Startnota is de budgettaire verwerking van de afspraken uit het coali­ tieakkoord gepresenteerd. Hierin heeft het kabinet afgesproken hoeveel er elk jaar maximaal mag worden uitgegeven.

Met behulp van plafondtoetsen toetst het kabinet of het verwachte uitgavenniveau binnen het vastgestelde uitgavenplafond blijft. Tabel 2.5.1 bevat de opbouw van het totale uitgavenplafond. Het uitgaven­ plafond is opgebouwd uit de vier deelplafonds Rijksbegroting, Sociale Zekerheid, Zorg en Investeringen. Bij Miljoenennota 2023 was de

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 250, nr. 1

18

verwachting dat het uitgavenplafond in 2022 met 5,4 miljard euro zou worden onderschreden. Hier stonden plafondoverschrijdingen in latere jaren tegenover. In totaliteit bezien met het beeld aan de lastenkant leverde het koopkrachtpakket van de Miljoenennota structureel een verbetering van het EMU-saldo op, maar op korte termijn leidt het tot een saldoverslech­ tering. Bij deze Najaarsnota is de onderschrijding sinds de Miljoenennota 2023 met 4,6 miljard euro afgenomen. Het uitgavenplafond vertoont nu een onderschrijding van 0,8 miljard euro. De stijging van de uitgaven sinds Miljoenennota 2023 komt door de tussenvariant prijsplafond van 1 november 2022 tot 1 januari 2023 van 3,2 miljard euro en de vooruitbe­ taling aan energiemaatschappijen van 1,5 miljard euro voor het tijdelijke prijsplafond in 2023. Deze maatregelen worden voor 3,2 miljard euro gedekt aan de inkomstenkant via de solidariteitsheffing. De resterende dekking van deze maatregelen maakt onderdeel uit van de te dekken opgave in het voorjaar (zie paragraaf 2.3). De uitgavenbijstellingen worden toegelicht onder de plafondtoetsen in de volgende subparagrafen. In de bijlage bij deze nota geeft het kabinet ook een toelichting op de laatste ontwikkelingen op het dossier van de Kinder­ opvangtoeslag en het dossier Groningen schade en versterken. Hieruit volgen voor 2022 geen substantiële budgettaire wijzigingen.

Tabel 2.5.1 Totaal plafondtoets (in miljarden euro; - is onderschrijding)

2022

Totaal uitgavenplafond Uitgavenplafond reguliere uitgaven

345,3

Uitgavenniveau reguliere uitgaven

344,5

Over-/onderschrijding

‒ 0,8

Rijksbegroting Uitgavenplafond reguliere uitgaven

160,3

Uitgavenniveau reguliere uitgaven

161,6

Over-/onderschrijding

1,2

Sociale zekerheid Uitgavenplafond reguliere uitgaven

89,1

Uitgavenniveau reguliere uitgaven

88,7

Over-/onderschrijding

‒ 0,4

Zorg Uitgavenplafond reguliere uitgaven

82,1

Uitgavenniveau reguliere uitgaven

81,1

Over-/onderschrijding

‒ 1,0

Investeringen Uitgavenplafond reguliere uitgaven

13,7

Uitgavenniveau reguliere uitgaven

13,1

Over-/onderschrijding

‒ 0,6

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 250, nr. 1

19

Plafondtoets deelplafond Rijksbegroting Tabel 2.5.2 Ontwikkeling uitgavenplafond Rijksbegroting (in miljoenen euro; - is onderschrijding)

2022

1 Uitgavenplafond bij Miljoenennota 2023

159.566

Aanpassingen van het uitgavenplafond naar aanleiding van: 2 Overboekingen met plafonds Sociale Zekerheid, Zorg en Investeringen

‒ 36

3 Loon- en prijsbijstelling

‒5

4 Oekraïne

131

5 Norg Akkoord

669

6 Uitgavenplafond bij Najaarsnota 2022 (= 1 t/m 5)

160.325

7 Reguliere uitgaven bij Miljoenennota 2023

155.098

Uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond 8 Overboekingen met plafonds Sociale Zekerheid, Zorg en Investeringen

‒ 36

9 Loon- en prijsbijstelling

‒5

10 Oekraïne

131

11 Norg Akkoord

669

Uitgavenmutaties met beslag budgettaire ruimte 12 Tussenvariant prijsplafond van 1 november tot 1 januari

3.154

13 Voorschot tijdelijk prijsplafond

1.452

14 Kasschuif energietoelage

500

15 Asiel 16 Waterschade Limburg

200 ‒ 176

17 Afpakken en boetes

376

18 EU-afdrachten

‒ 88

19 Dividenden staatsdeelnemingen

‒ 80

20 Rente-uitgaven

‒ 18

21 Onderuitputting

‒ 1.908

22 Invullen taakstellende onderuitputting 23 Invullen in = uit taakstelling

2.100 186

24 Studiefinanciering rente-ontvangsten

5

25 Reguliere uitgaven bij Najaarsnota 2022 (= 7 t/m 24)

161.559

26 Over/onderschrijding uitgavenplafond bij Miljoenennota 2023 (= 7-1)

‒ 4.469

27 Over/onderschrijding uitgavenplafond bij Najaarsnota 2022 (= 25-6)

1.234

28 Uitgavenniveau corona bij Najaarsnota 2022

21.559

29 Totale uitgaven bij Najaarsnota 2022 (= 25+28)

183.118

De toets op het deelplafond Rijksbegroting laat een overschrijding bij Najaarsnota zien van 1.264 miljoen euro in 2022. Bij Miljoenennota 2023 was voor 2022 sprake van een onderschrijding van 4.469 miljoen euro. Uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond 8. Overboekingen met plafonds Sociale Zekerheid en Zorg Het uitgavenplafond Rijksbegroting wordt bij de Najaarsnota met 36 miljoen euro neerwaarts bijgesteld voor overboekingen naar de deelplafonds Sociale Zekerheid, Zorg en Investeringen. 9. Loon- en prijsbijstellingen Het uitgavenplafond wordt neerwaarts bijgesteld vanwege een correctie voor te veel ontvangen prijsbijstelling op het budget voor kwijtschelding van publieke schulden op de begroting van BZK.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 250, nr. 1

20

10. Oekraïne Dit betreft de uitgaven voor Oekraïne waarvoor het uitgavenplafond wordt aangepast. Deze uitgaven zijn met 131 miljoen euro omhoog bijgesteld. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door uitgaven aan winterization (162 miljoen euro), waarmee wordt bijgedragen aan het voorbereiden van Oekraïne op de aankomende winter (winterization) door de borging van elektriciteit en warmte voor bedrijven en huishoudens. Voor een uitge­ breidere toelichting zie bijlage 4. 11. Norg Akkoord Aan de hand van de in arbitrage vastgestelde berekeningswijze wordt na afloop van elk gasjaar berekend wat de vergoeding is die de Staat voor dat jaar moet betalen voor de gewijzigde inzet van de gasberging te Norg. Bij Miljoenennota 2023 was de vergoeding voor 2022 nog niet definitief, maar inmiddels is de hoogte van het bedrag vastgesteld door GasTerra. De uitgaven en ontvangsten die met de vergoeding samenhangen zijn op basis van de definitieve berekening naar boven bijgesteld, omdat de vastgestelde zomerprijs hoger uitviel dan verwacht bij Miljoenennota. Deze bijstelling wordt wederom via een plafondcorrectie verwerkt. Het betreft de posten 1) bijstelling ontvangsten Mijnbouwwet i.v.m. Norg Akkoord, 2) bijstelling Norg Akkoord vanwege gasprijs excl. btw en 3) bijstelling Norg Akkoord vanwege gasprijs (btw).

De bijstelling in het dividend van EBN wordt bij Voorjaarsnota 2023 verwerkt, aangezien dit een bijstelling voor 2023 betreft. De bijstelling voor de dividendontvangsten in 2023 alsmede toekomstige bijstellingen in de Norg-vergoeding worden via plafondcorrecties verwerkt. Uitgavenmutaties binnen plafond Rijksbegroting 12. en 13. Zie bijlage 2 voor een toelichting. 21. Onderuitputting De totale onderuitputting over alle deelplafonds bedraagt 2,7 miljard euro. De oorzaken van de onderuitputting worden toegelicht in paragraaf 2.1. Van dit bedrag betreft 1,9 miljard euro onderuitputting op het deelplafond Rijks­ begroting. 14. t/m 20. en 22. t/m 24. Deze posten worden toegelicht in paragraaf 2.1.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 250, nr. 1

21

Plafondtoets deelplafond Sociale Zekerheid Tabel 2.5.3 Ontwikkeling uitgaven plafond Sociale Zekerheid (in miljoenen euro's, - is onderschrijding)

2022

1 Uitgavenplafond bij Miljoenennota 2023

89.235

Aanpassingen van het uitgavenplafond naar aanleiding van: 3 Overboekingen met andere uitgavenplafonds

‒ 24

4 Niet-beleidsmatige mutatie WW en Bijstand

‒ 70

5 Oekraïne

‒ 39

6 Uitgavenplafond bij Najaarsnota 2022 (= 1 t/m 5)

89.102

7 Reguliere uitgaven bij Miljoenennota 2023

89.108

Uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond 8 Overboekingen met andere uitgavenplafonds

‒ 24

9 Niet-beleidsmatige mutatie WW en Bijstand

‒ 70

10 Oekraïne

‒ 39

Uitgavenmutaties met beslag budgettaire ruimte 11 Arbeidsongeschiktheidsregelingen

‒ 93

12 Ziektewet

‒ 53

13 AOW

‒ 77

14 Kinderopvangtoeslag 15 Toeslagenwet 16 Wet kindgebonden budget 17 Wet Arbeid en Zorg

15 ‒ 20 42 ‒ 63

18 Taakstelling

36

19 Diversen

‒ 66

20 Uitgaven bij Najaarsnota 2022 (= 7 t/m 19)

88.696

21 Over/onderschrijding uitgavenplafond bij Miljoenennota 2023 (= 7-1)

‒ 127

22 Over/onderschrijding uitgavenplafond bij Najaarsnota 2022 (= 20-6)

‒ 406

23 Uitgavenniveau corona bij Najaarsnota 2022

‒ 2.509

24 Totale uitgaven bij Najaarsnota 2022 (= 20+23)

86.187

3 en 8. Overboekingen met andere uitgavenplafonds Hieronder vallen diverse overboekingen met andere uitgavenplafonds. Per saldo wordt 24 miljoen euro overgeheveld van het plafond Sociale Zekerheid naar andere uitgavenplafonds. Dit komt voor een groot deel door overboekingen naar het Gemeentefonds voor de energietoeslag voor studenten (10 miljoen euro) en de uitvoering en implementatie van maatregelen uit het wetsvoorstel Breed Offensief (9,1 miljoen euro). 4 en 9. Niet-beleidsmatige mutaties WW- en bijstand De WW-raming voor 2022 is per saldo naar beneden bijgesteld. De afgelopen kwartalen is de uitstroom uit de WW hoger geweest dan eerder verwacht, en de instroom in de WW lager. De uitgaven zijn daarom met 110 miljoen euro neerwaarts bijgesteld. Tegelijkertijd worden er minder ontvangsten geraamd voor 2022 (41 miljoen euro), met name omdat er minder beroep wordt gedaan op de WW door overheidswerkgevers. Overheidswerkgevers zijn eigenrisicodragers, wat inhoudt dat WW-lasten op deze werkgevers worden verhaald. Dit gebeurt in 2022 naar verwachting minder dan eerder geraamd. Per saldo valt de WW-raming 70 miljoen euro lager uit. De uitgaven aan de bijstand zijn bij de Najaarsnota niet bijgesteld.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 250, nr. 1

22

5 en 10. Kinderopvang Oekraïne De aan Oekraïne gerelateerde uitgaven vallen op het terrein van SZW 39 miljoen euro lager uit dan verwacht. Het gebruik door Oekraïense ontheemden van de kinderopvangtoeslag, het kindgebonden budget en de kinderbijslag is aanzienlijk lager dan eerder werd ingeschat. 11. Arbeidsongeschiktheidsregelingen Binnen de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) vallen de uitgaven aan zowel de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) als de Werkhervattingsregeling Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) lager uit (in totaal 69 miljoen euro). Dit komt met name door een lager dan verwachte instroom en een hoger dan verwachte uitstroom. De Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) kent een meevaller van circa 24 miljoen euro, voornamelijk doordat de gemiddelde uitkering lager was dan verwacht. De uitgaven aan de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ) zijn vrijwel niet gewijzigd. 12. Ziektewet (ZW) Naar aanleiding van de Oktobernota 2022 van het UWV is de raming van de Ziektewet met 53 miljoen euro naar beneden bijgesteld. Dit komt met name doordat minder eindedienstverbanders en zieke WW-gerechtigden een beroep hebben gedaan op de Ziektewet. Ook valt de gemiddelde uitke­ ringshoogte iets lager uit dan verwacht. 13. AOW De uitgaven aan de AOW vallen 77 miljoen euro lager uit dan verwacht.

De belangrijkste verklaring voor de lager dan geraamde uitgaven is de oversterfte dit jaar. De uitgaven aan de inkomensondersteuning AOW en de overbruggingsuitkering AOW zijn vrijwel niet gewijzigd. 14. Kinderopvangtoeslag Per saldo vallen de netto-uitgaven aan de kinderopvangtoeslag 15 miljoen euro lager uit. Op basis van uitvoeringsinformatie van Toeslagen zijn de uitgaven aan de Kinderopvangtoeslag met 26,8 miljoen euro naar beneden bijgesteld. Deze neerwaartse bijstelling houdt onder meer verband met minder nabetalingen en een lager gemiddeld toeslagpercentage dan eerder verwacht. Op basis van dezelfde uitvoeringsinformatie worden de ontvangsten kinderopvangtoeslag met 36,5 miljoen euro naar beneden bijgesteld. De terugvorderingen komen lager uit dan eerder was verwacht, met name over toeslagjaar 2021. Tevens valt er een reservering in 2022 vrij van 3,8 miljoen euro voor implementatiekosten en transitiekosten in aanloop naar het nieuwe stelsel, omdat deze middelen niet tot besteding zijn gekomen. Verder zijn de ontvangsten met 9,4 miljoen euro naar beneden bijgesteld doordat Toeslagen in 2022 een behandelgrens van 300 euro heeft toegepast bij terugvorderingen (terwijl was beoogd om deze grens los te laten). 15. Toeslagenwet (TW) Op basis van uitvoeringsinformatie van het UWV zijn de verwachte uitgaven aan de Toeslagenwet over 2022 neerwaarts bijgesteld met 20 miljoen euro.

Dit is voornamelijk het gevolg van een lager dan verwacht aantal uitkeringen, bijvoorbeeld door minder TW-aanvullingen op de Wet werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA).

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 250, nr. 1

23

16.Wet Kindgebonden budget (WKB) Op basis van uitvoeringsinformatie van Toeslagen worden de uitgaven aan het kindgebonden budget met 12 miljoen euro naar boven bijgesteld en de ontvangsten met 29 miljoen euro naar beneden bijgesteld. Op basis van de realisaties vallen de verwachte uitgaven hoger uit en blijven terugvor­ deringen juist achter ten opzichte van wat eerder geraamd is. Hierdoor wordt per saldo 42 miljoen euro meer uitgegeven aan het kindgebonden budget. 17. Wet Arbeid en Zorg (WAZO) Naar aanleiding van de Oktobernota 2022 van het UWV is de raming van de Wet Arbeid en Zorg (WAZO) met 63 miljoen euro naar beneden bijgesteld. De bijstelling hangt voor het overgrote deel samen met een lager aantal geboortes dan eerder op basis van de prognose van het CBS verwacht werd. 18. Taakstelling De taakstelling op de SZW-begroting is bij Miljoenennota 2023 opgehoogd naar 35,5 miljoen euro. De taakstelling wordt bij Najaarsnota volledig ingevuld. 19. Diversen Hieronder vallen diverse posten. Zo wordt er 16,9 miljoen euro minder uitgegeven aan transitievergoedingen na twee jaar ziekte en is een deel van de uitvoeringskosten van het UWV en de SVB vrijgevallen. De uitgaven aan de Algemene Kinderbijslagwet vallen 9 miljoen euro hoger uit dan verwacht. 23. Uitgavenniveau corona Bij de Miljoenennota 2023 was de uitgavenstand aan corona bij SZW ‒ 2,5 miljard euro voor 2022.

Dit werd met name verklaard door hoge terug­ ontvangsten op de NOW. Vanaf Miljoenennota tot en met Najaarsnota is nog eens 14,7 miljoen euro minder uitgegeven dan verwacht. Dit komt onder meer doordat er minder is uitgegeven aan de Tijdelijke tegemoetko­ mingsregeling Kinderopvang zonder overheidsvergoeding (TTKZO) en Crisisdienstverlening dan verwacht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=5b8b8945-75ec-497d-bef2-1e65e05a4da0