12 bijlage Vsl raad 3-7-2012.pdf
Tekst van het document
Bedragen die in een dergelijke berekening worden genoemd leiden niet tot de verplichting om het geld op te maken: die gedachte spreek ik hier nogmaals uit. U mag daaruit begrijpen dat daar de intentie aan ten grondslag ligt om ze in de hand te houden. De opmerking van de heer Van der Vaart over cradle to cradle, dat is een goed adagium waar ik zeker geen afstand van neem. Aan de andere kant is het zo dat als je wilt investeren in de kwaliteit van de openbare ruimte door te investeren in de straat en de aantrekkelijkheid daarvan, je ook moet kijken naar de materialen die je daar dan bij wilt gebruiken. Het zou kunnen zijn dat dat andere zijn dan die op het ogenblik worden gebruikt. Maar dat moeten we dan goed tegen elkaar afwegen. Hergebruik van materialen is wat mij betreft niet taboe, dat blijkt ook uit het voorstel en in het kader van de kostenbeheersing is dat een punt wat je moet afwegen tegen de ambitie. Dat zijn allemaal elementen die hun plaats gaan krijgen. Tot slot, er is geen vraag over gesteld maar het is wel door velen opgemerkt, en ik hecht eraan daar ook van de kant van het college nog een keer uit te spreken dat wij ook heel blij zijn dat het overleg met bewoners en ondernemers op dit moment uitstekend gaat en dat dat goede perspectieven biedt op realisatie van de plannen zoals we die nu voor ogen hebben. 17
De voorzitter: In alle positiviteit en blijheid ligt hier een voorstel voor om een budget beschikbaar te stellen van € 2,3 miljoen. U zegt dat u daar een fasering in voorstelt, maar het is mij voor de besluitvorming van de raad niet helder wat voor verzoek er nu ligt. U heeft toegezegd dat u in dat € 0,5 miljoen de hand op de knip houdt, maar het andere punt is of u verder kunt duiden hoe u dat ziet? Wethouder Horlings: Ik heb geantwoord dat er sowieso sprake is van een fasering. En ik heb verschillende fracties horen vragen of het mogelijk is om de uitname uit het investeringsbudget te faseren. Dat kan, als de raad dat wil. Waar het college heeft voorgesteld om dat in een keer te doen, als de raad in meerderheid zegt dat dat in stukken moet gebeuren, dan doen we dat. Het lijkt mij dat dat aan de raad is. De voorzitter: Dat lijkt mij goed, dat het aan de raad is om dat te bepalen. Ik probeer helder te krijgen wat u voor soort fasering hebt voorgesteld. We starten de tweede termijn, dan kunt u daar nog even op reageren. Mevrouw De Jong: De wethouder noemt dat het contact met de bewoners en ondernemers heel goed is. Ik wil ook even de complimenten maken naar de gemeente, want ook het contact met de ambtenaren is heel goed, heb ik begrepen. Met zijn drieën komen ze er heel aardig uit.
Wat betreft uw voorstel om de investeringsreserve, of het raadsvoorstel in stukken te knippen, ik ben daar geen voorstander van. We zijn heel lang met dit plan bezig en we hebben de ondernemers en de bewoners van de Dijkshoornseweg verteld dat we verwachten dat zij een heel stuk meewerken en dat dit voor ons de eerste fase is en dat de rest volgt. We kunnen dat leuk vinden of niet, maar daar is geld voor nodig en wij hopen dat dat wordt gereserveerd. Als we ergens anders geld voor nodig hebben, hoop ik dat we dat ergens kunnen vinden, maar ik zou er geen voorstander van zijn nu slechts een deel te reserveren, met het risico dat we straks klem lopen in een plan dat zo lang op allerlei manieren is tegengehouden. Het is nu noodzakelijk dat het doorgaat. De heer Van der Vaart: In reactie op de voorgaande spreker, het CDA houdt uiteraard ook de ambitie overeind. De vraag was alleen of je, zonder daar geweld aan te doen, hier praktisch mee om kunt gaan. En het was echt een open vraag, omdat in de planning niet heel duidelijk is welke fase wanneer aan de orde is. Dus ik denk dat we die vraag er nog even inhouden. Het punt van het hergebruik moet u niet te krap opvatten.
Het gaat er niet om dat je precies wat daar ligt hergebruikt, dan krijg je waarschijnlijk een rommeltje, maar de uitdaging is of je creativiteit kunt ontwikkelen hoe je, desnoods met hergebruik van materialen uit Hoek van Holland of Den Helder, er wat moois van kunt maken. Zonder dat je à la Koopgoot namaakmarmer op de vloer hoeft te leggen. Mevrouw Van Oord: Wij denken ook dat bewoners en ondernemers hopen en verwachten dat alle delen zullen worden aangepakt. Hoe de verhouding in bedragen dan precies uitpakt, we hebben in de commissie gevraagd of daartussen valt te verevenen of te schuiven. Wij zijn er geen voorstander van om nu alleen maar met dat € 0,5 miljoen in te stemmen, maar met de ambitie als geheel. Ik zou wel hopen dat we in staat zijn om wat aan de plankosten te doen. Ik ben niet helemaal tevreden met het antwoord van de wethouder. Natuurlijk is een genoemd bedrag niet iets wat hoeft te worden opgemaakt en natuurlijk houden uw medewerkers in de gaten dat de begrote bedragen in de hand blijven. Maar het feit dat de verhouding zo ligt, betekent dat over de hele linie 30% van de investeringen plankosten zijn. En het zou interessant zijn om te kijken of daar iets aan valt te doen, want dan profiteren we daar allemaal van.
18
Mevrouw Snethlage: Verschillende punten. Wat betreft de plankosten zouden we graag zien dat die tussen 15% en maximaal 20% van de totale kosten bedragen, mede gezien de plankosten die al op het centrum drukken. Wat betreft de fasering, het eerste deel willen wij best wel vrijgeven, maar de rest nog niet. Dat blijft natuurlijk wel geoormerkt voor dit project, laten we daar helder over zijn. […] Als iedereen is uitgesproken zou ik graag verdergaan. Ik begrijp dat dat reacties oplevert. Maar ik wil benadrukken dat de Dijkshoornseweg inderdaad snel moet worden uitgevoerd. Wat de andere plannen betreft, daarover willen we graag de bewoners die ermee te maken krijgen mee laten praten. Veel van hen hebben die kans nog niet gehad. De heer Van Dooremaal: Dit plan is duidelijk al gefaseerd. Wij maakten in eerste termijn een opmerking over de hoogte van het bedrag dat uit de reserve wordt getrokken. Maar dat moet wel in een keer gebeuren en niet in stukjes. Dat levert helemaal niets op, of je het nou in het ene of het andere laatje legt, dat is het hele verhaal. Wij zijn er dus voor om het voorstel op deze manier aan te nemen. Maar de plankosten moeten echt omlaag. Wij vinden dat de wethouder daar in eerste termijn een niet te harde toezegging in deed.
De verhouding tussen de plankosten en de civiele kosten, die moet sterk veranderen – daarmee wil ik niet zeggen dat de civiele kosten omhoog moeten. Wethouder Horlings: Ik ben blij dat er wordt gezegd dat we alle fases op enig moment aan moeten pakken. Het is zo dat de investeringsreserve een omvang heeft en als ik mevrouw Snethlage hoor zeggen dat we het wel moeten oormerken, en ik vul dat aan met 'zodat het geld niet per ongeluk aan iets anders wordt uitgegeven', dan denk ik dat het verhaal blijft zoals het nu op papier staat en dat wij voorstellen het geld daarvoor beschikbaar te stellen, zodanig dat het daarvoor behouden blijft. En uiteraard zijn we op dit moment druk bezig met de voorbereiding van fase 1. En over het dorpsplein en de omgeving daarvan komen we nog met u te spreken zodra dat verder is, maar dan is dat geld wel daarvoor beschikbaar en kan het niet meer per ongeluk aan wat anders worden besteed. Ik denk dat ik gehoord de discussie u zou adviseren het voorstel van het college over te nemen. Wat betreft de plankosten. Ik wil nog maar een keer benadrukken dat we hebben ingezet op een interactief proces met veel overleg en dat betekent dat daarbij meer uren worden gemaakt dan je doorgaans doet.
Of dat tot deze omvang van het budget moet leiden, ik snap dat u daar vragen bij heeft, maar ik vind het ook moeilijk om nu à l'improviste te zeggen dat daar wel een bedrag X of Y vanaf kan. Er is veel aan gerekend en gecijferd en de vraag is dan wat je niet gaat doen. Ik herhaal dat we zeer oplettend zullen zijn als het gaat om het besteden van dat geld voor die plankosten, zodanig dat we dat budget niet overschrijden. …[onverstaanbaar] onderschrijden, we moeten het zo doen dat we het bedrag daar niet aan opmaken. Op dit moment zitten we op € 0,5 miljoen, volgens mij zit dat op € 2,3 miljoen tussen de 20% en 25%, als het hoofdrekenen mij nog steeds goed lukt. Ik vind het moeilijk om hier een percentage zus of een bedrag zo, dus ik zou u willen vragen mij de ruimte te geven om zeer oplettend te zijn met die plankosten; ervoor te zorgen dat we dat niet opmaken en dat we kritisch blijven op hoe we dat geld besteden. De suggestie van de heer Van der Vaart, kijk goed om je heen naar materialen en maak het niet te gek, die lijkt mij duidelijk. De term 'hoog' wordt gebruikt voor het kwaliteitsniveau, maar daarmee wordt niet bedoeld dat het het beste van het beste en dan eigenlijk nog mooier moet worden. In de context dat we de kosten moeten beheersen lijkt het me dat we naar een goede kwaliteit moeten streven.
Het mag best iets meer zijn dan standaard, maar daar moet het dan wel bij blijven. De voorzitter: Ik denk dat het verstandig is om het besluit in stemming te brengen. Want er is wat verschillend over gedacht. Dat zit hem met name in het wel of niet faseren.
19
Mevrouw Snethlage: Indien de verschillende fases gewoon steeds weer terugkomen in de raad, zodat wij mee kunnen monitoren op plankosten, kunnen wij met het voorstel instemmen. Het voorstel wordt aangenomen met 17 stemmen voor. 9.
NOTITIE AFKOOP SOCIALE WONINGBOUW BIJ KLEINE PRIVATE PLANNEN
De heer Van Dooremaal: Ik ben enigszins verbaasd dat anderen ook willen spreken. Het was zo dat ik in tweede termijn in de commissie nog iets had willen vragen maar niet meer het woord kreeg, zoals ook in de notulen staat. Ik heb die vraag inmiddels langs andere weg beantwoord gekregen, dus bij deze kunnen wij instemmen met het voorstel. Mevrouw Snethlage: Dan maakt mij dan nieuwsgierig welke vraag dat dan was, maar dat is voor na de vergadering. Ook wij hebben aanvullende vragen gesteld en waren zeer tevreden over de beantwoording. Het enige wat voor ons nog een beetje speelt, is de onduidelijke formulering van F. Wij zouden toch graag zien dat daar heel duidelijk staat dat niet burgemeester en wethouders van tevoren besluiten maar dat de ontwikkelaar met redenen omkleed een verzoek kan indienen om af te wijken. Mevrouw Van Oord: Wij stemmen ook in. Op de valreep nog een interessante vraag met interessante antwoorden, die hebben ons niet van de wijs hoeven brengen. Trouwens wel interessant om te lezen dat in vijf jaar 27 woningen zijn gemist, dat is een kwart van wat er in een jaar wordt verhuurd door de coöperatie, dus het gaat wel om een substantieel aantal. En we wilden hier nog even onze verbazing uitspreken over de inspreker in de commissie en ik denk dat het niet nodig zou zijn geweest als je met een partner in regulier overleg dit goed doorspreekt.
Maar misschien is daar een andere reden voor geweest. De heer Roeling: Ik wil graag weten wie dat was. Er zou een bijlage zitten bij de notulen, die trof ik ook niet aan. Mevrouw Van Oord: Dat had ik kunnen zeggen, dat was de woningcorporatie. De voorzitter: Misschien kan de wethouder er ook nog iets over zeggen. Wethouder Horlings: Ik ben toch een beetje verbaasd over de inbreng van mevrouw Van Oord. Volgens mij heeft de directeur van de woningbouwvereniging gezegd dat hij blij was met het voorstel. Hij kende dat ook van tevoren, en ik was alleen maar blij dat hij insprak om het voorstel te steunen. We hebben nog even gesproken over de verdeling tussen sociale koop en sociale huur en daar heb ik volgens mij in de commissie ook een helder antwoord op gegeven. De situatie waarin we nu werken is, de regel is 30% en als dat niet kan, dan vervallen we in een soort situatie zoals F, dat we er, uiteraard met redenen omkleed, vanaf zien. Het pakket dat er nu tussen wordt gezet biedt, denk ik mogelijkheden om daar verstandig mee om te gaan. Ik ben blij dat mevrouw Snethlage het ermee eens is dat het een afweging van het college is om daar wel of niet op in te spelen en de afweging om naar scenario F over te stappen.
Het lijkt mij ook dat dat een afweging moet zijn die door ons wordt gemaakt, maar dat de aanvrager daarvoor de redenen aandraagt waarom dat in zijn geval aan de hand is, dat lijkt mij een buitengewoon redelijke en voor de hand liggende gedachte. Dus daar ben ik het mee eens. De voorzitter: Kunt u met die toezegging van de wethouder zonder volgende ronde akkoord gaan met het voorstel? Dat is het geval.
20
Zonder hoofdelijke stemming stemt de raad in met het voorstel. 10.
VOORSTEL INZAKE ZWETHZONE VERKLARING VAN GEEN BEDENKING LANGZAAM VERKEERSROUTE GROENEVELDSEPOLDER EN VERHOGING UITVOERINGSKREDIET
De heer Van Dam: Deze verbinding wordt in samenhang met de kadeverbetering in de Groeneveldsepolder uitgevoerd, die volgens de huidige inzichten halverwege volgend jaar zal starten. Het CDA is vreselijk blij dat ons voorstel om halverwege een verhoging aan te brengen, zodat je een onderdeel wordt van de omgeving, als je daar fietst of wandelt, dat dat is overgenomen. Dit is onderdeel van de plannen die in de Zwethzone worden uitgevoerd. Er wordt, dat staat bij de onderkant van pagina 45, bij verschillende onderdelen een omgevingsvergunning voorbereid. Mijn vraag aan de wethouder is of dat één vergunning wordt voor alle onderdelen, of dat er voor verschillende onderdelen verschillende vergunningen komen. Dit vragen wij om reden dat wij hebben gelezen in het plan dat er tegen de pont, waar wij als CDA natuurlijk helemaal voor zijn, een pracht van een verbinding in deze tijd van onthaasten, bezwaren zijn. In de commissie Samenleving is dat even aan de orde geweest en we hebben ook gevraagd om contact op te nemen met de mensen die daar opmerkingen over hebben, zodat dat niet tot bezwaren leidt. Het is veel beter als je met elkaar tot een oplossing kunt komen.
Want, als daar bezwaar tegen wordt gemaakt, schort dat dan alle plannen op? Kunnen die mensen dan de hele planvorming stilzetten? Dat zou ook tot gevolg hebben, toen wij vorig jaar, 5 april 2011, dit al in de raad hebben goedgekeurd werd door de wethouder gememoreerd dat we hier snel mee moeten zijn omdat we anders subsidie mislopen. Met andere woorden, als er bezwaar wordt gemaakt en dat wordt doorgezet, wat we niet hopen, heeft dat tot gevolg dat alle plannen tot stilstand komen? Dat heeft gevolgen voor de subsidie, maar ook omdat dit in samenhang met de kadeverbetering wordt gedaan? Een tweede punt is nog dat u meldt dat heel veel onderzoek wordt gedaan en dat u dan meerkosten becijfert tot maximaal € 35.000,00. Ik denk dat we wel moeten weten dat er al veel ambtelijke inzet is geweest die in rekening is gebracht. Dus wij vragen het vele onderzoek dat nog moet worden verricht te beperken. Dat je niet alles gaat onderzoeken waardoor de kosten alleen maar oplopen. Dus wij stoppen er al veel tijd in, wat niet wordt doorberekend, maar laten we dan ook niet nog eens een keer extra plankosten krijgen. De heer Van Dooremaal: Ik kan de heer Van Dam geruststellen, dit valt niet onder de Kiesen Herstelwet, dus het kan nog alle kanten op.
Maar wij hebben toch een probleem met de verhoging, niet die van het fietspad zelf, althans, ik hoop niet dat dat een samenhang heeft, maar wel met de verhoging van het budget. Want dat is toch wel even een flinke tik en daar hadden wij eigenlijk geen rekening mee gehouden. We hebben er best wel moeite mee om daar goedkeuring aan te geven. We hebben begrepen dat het hele plan nog in de tervisielegging gaat, dus daar zal nog het een en ander in kunnen veranderen, maar dan hoop ik niet dat dat ook nog eens inhoudt dat de lasten omhoog gaan. Dus er moet niet al teveel meer aan gesleuteld worden, zij het dan dat het aan alle kanten wat minder zou kunnen. Mevrouw Snethlage: Wij hadden eigenlijk een inconsistentie in de tekst ontdekt. Op pagina 45 staat dat de nodige technische onderzoeken zijn afgerond en verderop is sprake van 'het vele onderzoek dat nog verricht moet worden'. Welk onderzoek betreft dat dan? Dit is natuurlijk niet in de commissie geweest, dus dat levert bij mij altijd weer nieuwe vragen op als ik het doorlees. Het risico dat het nog € 35.000,00 extra gaat kosten roept bij ons de vraag op hoe groot dat dan is. "Wij achten dit risico op dit moment acceptabel": dat acceptabel kan van alles zijn. En als er nou een juridische procedure komt, hoeveel gaat het dan nog meer kosten? Dus voor ons is wel van belang dat het bij dit bedrag blijft.
Op zich is het heel mooi dat we weer een stapje verder gaan, maar we zijn er wel heel erg lang mee bezig. 21
Mevrouw Vos: Ik wil niet gaan herhalen. We zijn blij dat het fietspad op dijkhoogte is gebracht en wij maken ons zorgen om het risico voor een eventuele zaak of een bezwaar dat men wil indienen. Men heeft het recht daartoe, maar we willen van de wethouder horen hoe het daarmee staat, welke vertraging het daardoor zou kunnen oplopen. Anderhalf jaar, dus kunt u daar meer zekerheid in geven over het tijdspad in de uitvoering. En ook dezelfde vragen als Mijn Partij. De € 35.000,00, we hopen dat het daarbij blijft. Wethouder Van Nimwegen: In reactie op de verschillende sprekers. Mijnheer Van Dam, de samenhang met de kadeverbetering, ja, en blijdschap over de verhoging, dat is gelukt in goed en minnelijk overleg met alle partners. Het gaat om één omgevingsvergunning die hierbij aan de orde is. U ging in op het belang van goed overleg met betrokkenen als het gaat om het pontje en nog een aantal andere aspecten. We hebben in de laatste Stuurgroep Zwethzone daar goed ook met elkaar over gesproken en ik heb de medewerking ook van de gemeente Westland gekregen om hier samen in op te trekken. Het belang van voortgang, wij vinden het heel belangrijk om op tempo te blijven. Als we de uitgezette planning volgen, rekening houdend met het voorstel dat hier vanavond aan de orde is, moet het echt lukken om voor het subsidiejaar 2014 is afgerond het project flink op stoom te hebben.
Voortgang, meerkosten, beperk dat zoveel mogelijk. Dat is en boodschap die door verschillenden van u is overgebracht, dat is zeker de bedoeling, we zullen het scherp bewaken. Mijnheer Van Dooremaal, u heeft problemen met de verhoging van het budget. We hebben in het stuk beargumenteerd waarom dat in de laatste fase aan de orde is. We zullen die kosten scherp bewaken, maar ik wil u vragen of we op deze manier door kunnen gaan. Dat is voor de totstandkoming van het project ongelofelijk belangrijk. De vraag over zienswijzen, in hoeverre je daar nou nog meer uit zou kunnen lopen. Als we op de planning blijven zitten, hier een positief standpunt innemen zoals is gevraagd, denken wij dat het echt mogelijk moet zijn om binnen de gestelde termijnen dit project te halen. Je moet altijd een voorbehoud, je weet het nooit helemaal zeker, maar de inzet is daarop gericht. De voorzitter: We hebben ook nog de vraag staan naar de technische onderzoeken en de vele onderzoeken. Wethouder Van Nimwegen: Wat nu nog aan de orde is, is gewoon uitwerking. Het meeste onderzoek is verricht en nu is het een kwestie van uitwerking van een aantal technische zaken. De heer Van Dam: Ja, gaande de beraadslaging hoor ik een verwarring over de verhoging van het budget en de kosten voor onderzoek. Het eerste is een verhoging van het bedrag dat de Zwethzone betaalt. Een-op-een wordt het door de Zwethzone betaald.
En de kosten, dat zijn de extra kosten die wij moeten doen naar onderzoek. Ik hoorde van de wethouder dat er nog maar weinig onderzoek hoeft te worden gedaan: daar zijn we blij mee, want dan komen we nooit aan die maximale € 35.000,00 die in het stuk wordt genoemd. Dus dat is alvast binnen. Ik hoorde over één omgevingsvergunning. Daar spitsten onze vragen zich op toe, want als de mensen die nu hebben laten weten dat ze bezwaar hebben tegen bepaalde voorzieningen dat gaan formaliseren, schort dat dan de omgevingsvergunning op die we gaan verlenen, en komt de uitvoering van het fietspad samen met de kadeverbetering dan in het gedrang? Plus dat vorig jaar is gezegd dat de subsidie kan vervallen. In principe kan ik zeggen dat het CDA akkoord is met het voorliggende voorstel. Mevrouw Vos: Wij hebben de antwoorden gehoord. We zijn akkoord met het voorstel. Mevrouw Snethlage: Ik heb niet alle antwoorden gehoord, maar dat kan ook aan mij liggen.
22
De € 35.000,00 is extra, bovenop dit budget. Het bedrag staat in dit document maar het is niet bedoeld om direct uit te geven, daar is alleen een risico op. Ik heb gevraagd hoe groot dat risico is. Als ik hoor dat er niet veel onderzoeken meer zijn neem ik aan dat dat klein is en ik neem aan dat het college bij ons terugkomt op het moment dat we dat geld wel moeten gaan uitgeven. De tweede vraag die ik heb gesteld is het risico van een eventuele juridische procedure, hoeveel dat dan kan gaan kosten, ook door de vertraging die daarvan het gevolg kan zijn. Daar is geen rekening mee gehouden. Wat nu als ze wel komen? Dan kunnen wij daar als raad niets meer mee doen. De heer Van Dooremaal: Wij hebben goed geluisterd naar de wethouder. Wij dagen haar uit over een tijdje met een bedrag te komen van rond de € 35.000,00 dat ze niet nodig had. Dat zou fantastisch zijn. Wij kunnen dan onder protest instemmen met dit voorstel. Wethouder Van Nimwegen: Voorzitter, als u het goedvindt gaat mijn collega in op de vraag over de WABO-vergunning, mede in relatie tot de vragen van de heer Van Dam en mevrouw Snethlage. Ik zeg de raad toe om scherp te zijn in die budgetbewaking en terug te komen zoals door u gevraagd, rekening houdend met het verloop daarvan. Wethouder Horlings: Op de vraag of het helpt om de procedure in stukjes te knippen en meerdere omgevingsvergunningen aan te vragen.
De grap van de WABO is juist dat alles zo'n beetje in een context is gebracht en daarom is het tegenwoordig veel meer dan vroeger mogelijk en ook wenselijk om alles in samenhang te beoordelen. Vandaar dus één vergunning. Wat de angel in de discussie is, is dat er een afwijkingsprocedure moet worden gevoerd ten opzichte van het bestemmingsplan. En of die nou in WABO-onderdeel 1, 2 of 3 zit, dat maakt niet zoveel uit, we moeten die procedure voeren. En als daar bezwaren tegen komen dan komen die en dat heeft een effect. Wel merk ik op dat er veel vooroverleg is geweest en met eigenaren is gesproken, om een oplossing te vinden die zo weinig mogelijk weerstand veroorzaakt, door in te spelen op potentiële bezwaren. Dus ik denk dat met het voorstel zoals het hier is gedaan de beste optie is neergelegd om zo weinig mogelijk bezwaren op te roepen. De heer Van Dam: Bij interruptie… De voorzitter: Misschien wel uw laatste. De heer Van Dam: Dat hangt van het antwoord af. Waar wij naar vragen is of door het indienen van een bezwaar een vertraging in het traject kan ontstaan. Waar nu besluitvorming over wordt gevraagd, dat fiets- en wandelpad, dat kan alleen maar in samenhang met de kadeverbetering worden uitgevoerd. Als alles uitloopt, gaat het Waterschap de kadeverbetering uitvoeren en zitten wij met dat fietspad.
Wethouder Horlings: De opmerking van de heer Van Dam is natuurlijk juist, maar we proberen door uitvoerig met iedereen te overleggen ervoor te zorgen dat die processen tegelijkertijd blijven lopen, waardoor alles in één keer kan, met de financiële voordelen van dien. De voorzitter: Kunnen we het dan zo vaststellen? Een stemverklaring. De heer Roeling: Als het college handig is, gaat het geen extra rit naar de raad maken voor extra geld. Zorg dan dat er op een ander punt versobering plaatsvindt. Dus, dit is de limiet, en dan zoekt het binnen het plan zelf maar naar bezuinigingen. Zonder hoofdelijke stemming stelt de raad het voorstel vast.
23
11.
VOORSTEL WIJZIGING WERKINGSGEBIED RECREATIESCHAP MIDDENDELFLAND
De heer Van der Vaart: We zijn op dit onderwerp in een wat lastige positie gemanoeuvreerd. Aan de ene kant willen we graag dat de Zwethzone doorgaat, zijn er afspraken met de gemeente Westland gemaakt en we willen ook graag dat de boeren van Schieveen, van de polder, snel gebruik kunnen maken van de faciliteiten die de uitbreiding van het gebied met zich meebrengt. Aan de andere kant zien we groene vingers die tot vijf sluizen doorlopen, die op de Maasboulevard eindigen en op de Grote Markt van Delft. Dat zien we als volstrekt overbodig. En we missen een aantal groene vingers, zoals de Westgaag, de Burgerdijkseweg en de Weverskade. Wat het lastig maakt, is dat wij de laatsten zijn om te besluiten. Als we er nu een besluit over nemen kan het eigenlijk alleen maar ja of ja zijn, anders frustreren we de partners in de steden om ons heen, die er al mee hebben ingestemd. Dan nog een vraag. Het college stelt dat er geen extra kosten aan zijn verbonden. We hebben nog even in de oorspronkelijke stukken gekeken en het recreatieschap schrijft: "De voorgestelde wijziging brengt intensivering van het toezicht en handhaving met zich mee." Dat kan ik maar op een manier uitleggen, want intensivering betekent extra kosten. We hebben daarover gezegd dat het Schap heel erg lastig zit door het uittreden van het Rijk en dat we dat niet zouden moeten willen.
Dat leidt tot een paar vragen, waarvan ik hoop dat de wethouder die kan beantwoorden. Waarom is de raad niet betrokken bij het vooroverleg en waarom heeft het vervolgens een jaar geduurd nadat het hier in huis was voordat we dit terugkregen? Hoe zit het nu echt met de conclusie dat dit geen kosten met zich meebrengt, terwijl de nota er wat anders over zegt? Kan de wethouder meedelen hoe zij ziet dat de groene vingers die we overbodig achten eraf gaan en de groene vingers die we wel nodig achten erbij komen? Hoe ziet de wethouder de herstelprocedure op dit punt? Mevrouw Van Oord: Wij hebben hier twee keer in een commissievergadering over gesproken en een keer tussendoor met de portefeuillehouder. We betreuren de manier waarop de hele besluitvorming verloopt. In die zin sluit ik me aan bij de vorige spreker. Dat slaat zowel op de inhoudelijke gang van zaken als op het proces. Het resultaat is per saldo een verslechtering van de situatie. We hebben nog recent een brief van het Schap ontvangen, maar die neemt ons ongenoegen niet weg, die biedt weinig aanknopingspunten. Het is verleidelijk nu dwars te gaan liggen, maar dat zou vooral treurig zijn voor de boeren in Schieveen, de bewoners waaronder de boeren van Schieveen en bijvoorbeeld ook de Groeneveldsepolder.
Wat wij zouden willen weten, in die zin is de vraag ook al door de heer Van der Vaart gesteld, als wij nu min of meer gedwongen als laatste gemeente instemmen, hoe snel kan dan een verbeterd voorstel alle partijen passeren? De heer Van Dooremaal: Het is geen eufemisme als ik zeg dat dit traject niet de schoonheidsprijs verdient. Wij zijn de centrumgemeente in dit gebeuren, ik wil niet zeggen de belangrijkste, maar wel de gemeente met de meeste grond en we zijn als laatste aan bod. Dat is jammer, alle andere hebben al ingestemd, dus enige verandering kunnen we niet meer aanbrengen, want dan ga je een heel proces op een gruwelijke manier frustreren en dat wil je toch eigenlijk ook niet op je geweten hebben. Wij hinken nog steeds op twee gedachten, zoals de heer Van der Vaart al verwoordde, over stukken grond die er bijkomen die best nut hebben, zeker ook het Zwethzonegebeuren waarvoor de gemeente Westland een stukje geld meebrengt. Aan de andere kant moeten we er wel rekening mee houden dat het gebied groter wordt en er komt geen geld bij, nee, er gaat straks zelfs geld af. En aan de andere kant zijn er ook stukken, zoals de Broekpolder, wat ik in de commissie al uitgebreid heb verhaald, en de groene vingers tot in de Parksluis – eigenlijk zijn het blauwe vingers want het gaat over waterlopen. Daarvan zien wij echt het nut niet van in om die erbij te trekken.
De Broekpolder is het meest vervuilde stukje grond van Nederland: wat moet dat in een groen24
gebied? Je zou het eigenlijk op moeten pakken en verbannen naar de andere kant van de wereld. Wij zouden graag van de wethouder horen dat ze er alles aan doet om de grenzen te herijken. Wij vinden dit gewoon een slecht stuk. Mevrouw De Jong: Het Midden-Delflandgebied is wat groter dan onze gemeente. In dit geval zullen we rekening moeten houden met alle anderen die ons zijn voorgegaan en akkoord hebben gegeven. Het LOP is het onderliggende document, daar heb ik geen problemen mee en ik heb ook begrepen dat het Westland mee gaat betalen. Dus daar ben ik al heel blij mee. Dus wij kunnen instemmen met dit voorstel. Wethouder Van Nimwegen: Op de vraag van de heer Van der Vaart, waarom is de gemeente Midden-Delfland niet betrokken geweest bij het vooroverleg? Het vooroverleg heeft vooral in de Midden-Delflandraad plaatsgevonden, met de argumenten die ook in het voorstel zijn opgenomen. En in het kader van die Midden-Delflandraad is dit voorstel ontwikkeld. We hebben in het raadsvoorstel de argumenten daarvoor aangegeven en ik merk, rekening houdend met uw inbreng, dat de gevoeligheden vooral liggen op het terrein van een mogelijke extra impuls als het gaat om de beheerslasten. Ik pak daarom de brief er even bij die we van GZH hebben ontvangen: "Op voorstel van de gemeente Vlaardingen wordt het werkingsgebied uitgebreid met het gemeentelijk deel van de Broekpolder.
Dit heeft als voordeel dat het zowel voor het Schap als voor de gemeente gemakkelijker is om beheerafspraken te maken. De gemeente Vlaardingen blijft zelf verantwoordelijk voor het beheer van dit deel van de Broekpolder en de financiering hiervan, ook in de toekomst. Deze kosten komen niet bij het Schap te liggen." Hetzelfde geldt voor het verzoek van de gemeente Westland, waar we inmiddels al over hebben gesproken en voor de vingers die de bebouwde kom ingaan. Reden om deze vingers op te nemen in het werkingsgebied is om samenhang en uitvoering van projecten te vergemakkelijken, zowel in het groen als op het water. Hiermee wordt ook een extra relatie gelegd tussen de stad-landverbindingen. Dit punt is een heel belangrijk punt geweest in de discussie in de Midden-Delflandraad. Dus geen toename van beheerslasten en dit jaar, in reactie daarop, dit jaar zal naar verwachting ook nog een nader voorstel komen van de kant van GZH en dat hebben we ook in de commissie al gewisseld: hoe we nou verder omgaan met de toekomst van de Schappen in het kader van de Metropoolregio. Een discussie die we in de commissie al hebben gehad en waarover we na de vakantie een informatiebijeenkomst gaan houden. Dus kortom, goed overleg geweest in de Midden-Delflandraad, geen verhoging van beheerslasten, van belang om ook die stad-landverbindingen voor elkaar te krijgen.
In reactie op de vragen van mevrouw Van Oord hoe lang het gaat duren om mogelijke andere wensen, zoals de Burgerdijkseweg en Weverskade, in te dienen. Dat hebben we bij het Schap nagegaan, die zullen in een volgende tranche worden meegenomen, dus die bereidheid is er. Het voorstel namens het college is om in te stemmen met deze gewijzigde opzet en vervolgens met elkaar in goed overleg de discussie over de toekomst van het recreatiegebied aan te gaan. De voorzitter: Uw oproep is overgekomen. In het zicht van nieuwe ontwikkelingen verzoekt u de raad hiermee akkoord te gaan. Maar misschien is het de moeite waard om nog even te kijken wie daar nog op wil reageren. Mevrouw Van Oord: Ik heb geen duidelijk antwoord gekregen op mijn vraag hoe lang het gaat duren als wij nu, tegen onze zin, met de voorgestelde gebiedswijzigingen akkoord gaan, een correct nieuw voorstel voor elkaar te krijgen in alle gemeenten. Ik zou ook willen weten of het DB van de Midden-Delflandraad geneigd is behulpzaam te zijn om dat te faciliteren. Ik heb begrepen dat dat orgaan recent bij elkaar is geweest. Ik zou eigenlijk alleen maar mee willen gaan met het voorstel als we daar een heel duidelijk antwoord op krijgen. Dan zou ik dat alleen maar doen om de Schieveense- en Groeneveldsepolder ter 25
wille te zijn. Want de gebieden die er nu afgaan en er straks hopelijk weer bijkomen die hebben in ieder geval een aantal jaar kunnen profiteren. Maar wij hebben nog geen ja gezegd. Mevrouw Snethlage: Ik heb de eerste termijn niets gezegd omdat ik wel wist dat er dezelfde opmerkingen als in de commissie zouden komen. Ik heb ook nog steeds het gevoel dat, als we ermee akkoord gaan, we daarna moeten afwachten of dingen terug veranderen, of de andere gemeenten daar dan mee akkoord gaan. En daar heb ik zelf nog steeds geen goed gevoel over. Nu is voor de derde keer is gevraagd waarom, als het overleg zo goed was, het nog een jaar heeft geduurd voordat wij het in de raad krijgen. Het verbaast me dat daar weer geen antwoord op wordt gegeven. Dat wil ik toch nog graag ontvangen. De heer Van Dooremaal: Ik heb eerste termijn een toezegging van de wethouder gevraagd dat er op korte termijn een herijking komt. De wethouder heeft daar zelf de urgentie van aangegeven: in het kader van de metropool gaat er op dit gebied een heleboel veranderen, dat zit er dik in. Ik zou graag zien dat de zaken veranderen naar onze zin voordat die regio zijn beslag krijgt. Ik vraag van u een herijking op korte termijn zodat we er in kunnen zetten wat wij willen hebben en er uit kunnen halen, tenzij er heel goede argumenten zijn, wat wij niet willen hebben.
Mevrouw De Jong: Ik heb in eerste termijn al gezegd dat wij akkoord gaan. Toch moet me van het hart dat ik me verbaas over de discussie. Volgens mij hebben we in de discussie over de Metropoolregio gezegd dat we niet altijd uit moeten gaan van onze gemeente, maar dat er om ons heen ook heel veel gemeenten met groen zijn en dat we die van tevoren niet voor het hoofd moeten stoten. De heer Van Dooremaal: Er zijn inderdaad heel veel gemeenten met groen. Maar ik zie het groen tussen de tegels bij de Parksluis geen toegevoegde waarde hebben voor ons MiddenDelflandgebied. Mevrouw De Jong: Ik weet niet of het aan ons is om daarover te oordelen. Ik denk dat als we het nu afstemmen dat het in ieder geval heel wat problematischer wordt. Dus ik stel voor het voorstel aan te nemen. De heer Van der Vaart: De vragen zijn gesteld. Ik blijf met een lastig punt zitten. Het gaat niet om heel veel geld en het gaat erom hoe je er inzit. Ik citeerde uit de stukken die het Schap heeft verstuurd en waarin het meldt dat het voorstel leidt tot een intensivering van toezicht en handhaving. De wethouder citeert uit een ander stuk waarin staat dat het niet tot kostenverhoging leidt. Dat geeft mij aan dat er ergens wat discrepantie zit in wat het Schap vraagt. Wethouder Van Nimwegen: In reactie op de vraag van mevrouw Snethlage naar waarom het zo lang heeft geduurd.
Het was onduidelijk of dit een stuk was dat naar de gemeenteraden moest gaan. De heer Van Dooremaal: Ik zie in het verhaal van de wethouder ook een discrepantie zitten, want in andere gemeenteraden is het voorstel al wel tijden geleden behandeld. Dus de noodzaak was daar wel bekend. Wethouder Van Nimwegen: Die onduidelijkheid was er gewoon aan onze kant. Dat wil ik u toelichten. Dus is de vertraging ook aan onze kant ontstaan. De vraag hoe nu verder, van mevrouw Van Oord, hoeveel tijd er nodig is voor de aanwijzing van nieuwe gebieden. De intentie is er bij het DB van het Schap om daarin te voorzien. Ik heb daar geen harde planning in meegekregen, maar de wil om dat te doen is zeker aanwezig. 26
Dan in reactie op het totale voorstel. Ik wil u echt voorhouden dat het heel erg van belang is dat ook Midden-Delfland instemt met de verandering van het werkingsgebied, rekening houdend met de discussie die we daarover hebben gevoerd. Het Midden-Delflandgebied is groter dan de gemeente Midden-Delfland, de stad-landverbinding is ook echt aan de orde, we zijn uitgebreid ingegaan op de beheerslasten die niet mogen toenemen. Ik zou het echt betreuren als we dit voorstel vanuit Midden-Delfland niet zouden kunnen ondersteunen. De voorzitter: Dit lijkt me voldoende als reactie op dit punt. Dan zijn we aangekomen bij de besluitvorming. De heer Van Dooremaal: Voorzitter, ik heb geen reactie gekregen op mijn vraag. De voorzitter: Dat is dan denk ik maar even zo. [Meerdere sprekers] De voorzitter: We hebben twee termijnen. Als de wethouder nog even wil reageren… Als zij nog weet wat de vraag is… De heer Van Dooremaal: Ik heb de wethouder gevraagd mee te werken aan een snelle herijking van de gebieden zodat het is geregeld voordat de Metropoolregio “van kant gaat”. Wethouder Van Nimwegen: Die toezegging kan ik doen. De voorzitter: Dan zijn we toe aan besluitvorming. Ik breng het voorstel voor alle scherpte in stemming. De raad verwerpt het voorstel, met 5 stemmen voor en 12 stemmen tegen; de fracties van de PvdA en VVD stemmen voor, de overige fracties stemmen tegen. 12.
VOORSTEL ONTHEFFING INGEZETENSCHAP WETHOUDERS
De heer Roeling: Het verzoek, wat het feitelijk is, roept bij ons een ‘déjà vu’-gevoel op. Vorig jaar konden we termen horen vanuit CDA en vooral VVD over 'dit niet meer'. Maar daar zitten we weer. We hebben dit al in de commissie behandeld en de reactie van het CDA en VVD was dat de woning niet kan worden verkocht in verband met de economische crisis. Ik heb gezegd dat op Funda 224.000 woningen te koop staan en dat 90% daarvan woningen zijn van mensen die hem niet kunnen slijten. Want, als we kijken naar de wet dan staat daar dat er ontheffing kan worden verleend in bijzondere gevallen. Is het niet kunnen verkopen, of niet willen verkopen, daar wil ik vanaf zijn, van een woning een 'bijzonder geval'? Naar onze mening niet. Dus ik heb de andere partijen in de commissie opgeroepen om daar een keer een principieel punt van te maken. Als wij als gemeenteraad vinden dat het niet belangrijk is dat onze wethouders – nou ja, "onze", we hebben ingestemd met de benoeming maar ze zijn niet door ons naar voren geschoven, maar toch wel een beetje van ons – binnen onze gemeente wonen, buiten, binnen een bepaalde kilometerafstand want Oost-Groningen behoort ook bij Nederland, dat lijkt me vrij lastig.
Dus, wij vinden dat wij hier gewoon een principieel punt van moeten maken, als we vinden dat het niet uitmaakt waar onze wethouders wonen, dat we dat helemaal aan de desbetreffende persoon overlaten. Dus hebben wij moeite met de wetgeving, want die schrijft dat voor. En wij vinden het te gemakkelijk om het argument naar voren te schuiven van de economische crisis. Volgens mij is die begonnen in september 2008, ruim voor beide heren werden benoemd. Dat wij als gemeente zeggen dat we daar een punt van maken en dan zijn wij bereid om desnoods een brief naar de minister te sturen dat wij het niet eens zijn met deze wetgeving en of hij die wil aanpassen. Dat vinden wij een koninklijker manier om aan te geven hoe wij er als gemeenteraad over denken dan ons verschuilen achter 'we kunnen het huis niet kwijt'. Wij hebben er bewust voor gekozen 27
om totaal niet naar de persoon te kijken, we zijn het niet eens met het artikel in de wet. Wij willen daarvoor ons best doen, onze nek uitsteken als kleine gemeente in Nederland om een discussie te krijgen dat dit moet worden aangepast. Daar roepen wij de rest van de gemeenteraad Midden-Delfland toe op. Mevrouw De Jong: Misschien heeft de heer Roeling dat gemist, maar wij hebben in de commissie gezegd dat wij bereid zijn om in september de discussie aan te gaan om een complete ontheffing te doen. Het is een beetje een rare discussie, want je gaat gewoon tegen de wet in. Volgens mij moeten we en-en doen, de ontheffing verlenen – anders zouden de wethouders heel snel moeten aftreden of hier naartoe verhuizen, wat niet gaat lukken – dus ik stel voor in te stemmen met deze aanvraag tot ontheffing en dat we in september de discussie aangaan – of dat nou in een brief aan de minister moet of anders, er zijn geloof ik 60 gemeenten in Nederland die hun wethouder ook buiten de regio hebben wonen, dus het zal niet helemaal nieuw zijn, denk ik – maar ik wil prima ingaan op uw voorstel om daar een principiële discussie over te voeren, maar vooralsnog zullen we dan toch dit voorstel vandaag moeten steunen. De heer Roeling: Er werd gesteld dat we dan de wet overtreden, maar feitelijk doe je dat nu ook, want het is geen bijzonder geval. Mevrouw De Jong: Dat is uw interpretatie.
Als we en-en… De heer Roeling: … een brief gehad van de minister over dit soort situaties, dat zij dit geen bijzonder geval vinden. Wat ik persoonlijk een bijzonder geval vind, is als een van de twee heren ook wethouder zou zijn in een andere gemeente; anders blijf je heen en weer verhuizen. De heer Trouwborst: Hoe moet ik over deze wijsheid heen? Dat kan bijna niet. Ik wil er wel een aantal dingen over zeggen. In de commissie hebben we gezegd dat wij zullen instemmen met het verlenen van de ontheffing. Maar tegelijkertijd, en daarin sluit ik me graag aan bij wat Mijn Partij net heeft gezegd, en mevrouw De Jong bij monde van de PvdA, dat we er een discussie over willen voeren. Die wil ik graag aangaan, die toezegging hebben we volgens mij raadsbreed al gedaan, dus die zie ik graag tegemoet. Ik heb wel twee vragen. De eerste is dat, stel dat de ontheffing voor een jaar wordt verleend, dan is die al twee keer verlengd: kan dat dan nog een derde keer gebeuren? Stel nou dat je dat niet doet, is er dan feitelijk een probleem? Of creëer je een status quo? Als dat zo zou zijn, dan zou je wel de lijn kunnen volgen.
Daarmee breng je de wethouders niet in een lastige situatie, want dat is onze intentie niet, we willen ze graag laten functioneren, dat is ons uitgangspunt, maar we willen wel zo scherp mogelijk ook een landelijke discussie zien op te werpen omdat het een structureel probleem is. De voorzitter: Het antwoord op een aantal van uw vragen kunt u volgens mij gewoon vinden in de artikelen die in de Gemeentewet staan, artikel 46 en 47. Dat zit ook bij de stukken. De heer Van Staalduinen: Het duale stelsel voorziet erin dat wethouders ook van buiten kunnen worden gehaald. Dat is goed voor gemeenten als Midden-Delfland, maar ook Alkmaar, Nieuwegein, Den Haag, Rotterdam, die op die manier hun vijver met wethouderskandidaten hebben uitgebreid, en op die manier kwaliteit als selectiecriterium kunnen hanteren en niet alleen de woonplaats. En als VVD, de heer Roeling haalde dat terecht aan, hebben we hier nu al tweemaal gebruik van gemaakt. Idealiter woont een wethouder in zijn eigen gemeente, want op die manier heeft hij of zij een directe band met de lokale gemeenschap en is de wethouder in geval van nood snel beschikbaar. En op grond van het vertrek van onze vorige wethouder, op grond van de artikelen 36a en 47 van de Gemeentewet, konden wij als VVD niet anders dan een stevige positie innemen op dit onderwerp.
Immers, daar wees de heer Roeling net ook al op, dit zou ons geen tweede keer overkomen. Helaas maakt de 28
toestand op de huizenmarkt deze positie onhoudbaar. De markt van 2012 is niet veel beter dan die in 2011, misschien zelfs slechter en het klopt, sinds 2008 zitten we al in een soort economische mineur. Zodoende hebben wij onze positie nog eens kritisch tegen het licht moeten houden, en de VVD vindt het onredelijk iemand te vragen om zich met een schuld of een restschuld op te zadelen om wethouder te worden. Immers, als een werkgever in het bedrijfsleven dat zou doen zou je dat ook pertinent weigeren. Sterker nog, in het bedrijfsleven wordt dat soms vergoed, bijvoorbeeld door de Shell. Laat ik daar even glashelder over zijn, dat moeten we vooral niet willen, daar zijn in het verleden ook burgemeesters, Den Helder komt me voor de geest, op gesneuveld. […] Toevallig een partijgenoot, ja, je kunt in ieder geval zeggen dat we voldoende casusmateriaal voor dit soort discussies leveren. Waar het ons ten principale om gaat, is of een wethouder binnen de gemeente als wethouder kan functioneren. Bij ons draait het dan om de kwaliteit, om het functioneren en het vertrouwen dat de raad daarin heeft. En dat is iets waar alleen de raad een oordeel over kan vellen.
Als reisafstanden geen belemmerende factor in het functioneren van een wethouder vormen – Oost-Groningen is inderdaad te ver, maar aan een exacte grens wil ik me vooral niet wagen – maakt de woonplaats dus niet meer uit, ongeacht wat een minister daarvan vindt. Daarom gaan wij akkoord met dit voorstel en daarom zijn we ook bereid om de discussie met de heer Roeling aan te gaan – volgens mij is dat voor een deel al gebeurd. Wat mij betreft kunnen we kijken of we op dat gebied iets aan deze wetgeving kunnen doen. De heer Van Bijsterveldt: Ik sluit me volledig aan bij de woorden van de heer Van Staalduinen. Hij heeft op een goede wijze verwoord hoe ook het CDA er tegenaan kijkt. Wij kunnen ook instemmen met het voorstel. Ten aanzien van de heer Roeling zou ik willen opmerken dat de huidige situatie op de woningmarkt zeker niet beter is dan enige jaren geleden, toen u bij de tweede ontheffing van de VVD-wethouder ook heeft ingestemd. Dus ik denk dat enige consistentie op zijn plek zou zijn. De voorzitter: U hebt politiek met elkaar gedeeld, de oproep van de heer Roeling om daar nog eens over door te praten over wetgeving, ik denk dat u dat samen moet doen. Ten aanzien van het besluit stemt u volgens mij in – u wilt een tweede termijn? Dat kan. Als daar behoefte aan is.
De heer Roeling: Het gaat erom, ons wordt veel verweten maar inconsistentie, dat gebeurt niet zo vaak, dus daar wil ik nog even op reageren. Wij hebben juist naar aanleiding van het besluit dat toen is genomen er intern over gesproken hoe je ermee om wilt gaan. Het is natuurlijk een vrij principiële zaak. Dus laat ik het zo zeggen, dat besluit heeft ons dit laten inzien. Zonder hoofdelijke stemming stelt de raad het voorstel vast. De voorzitter: Het Reglement van Orde schrijft voor dat ik u een voorstel moet doen omdat het inmiddels 23.00 uur is. Ik zou u willen voorstellen de vergadering vandaag toch nog af te ronden. Akkoord? Dan doen we dat. 12a.
VOORJAARSNOTA 2012
De heer Van der Spek: Wij lezen het stuk nog eens aandachtig, kwamen wij de zinsnede tegen programmatische wijzigingen van een bedrag van € 225.000,00 als extra kosten op de nieuwbouw van het gemeentehuis. Dat had te maken met de brandweer en de audio middelen die inzetbaar zouden worden. De voorzitter: De audiovisuele middelen. De heer Van der Spek: Daarbij heb ik schriftelijke vragen ingediend, waarvoor dank. Alleen wordt in de uitwerking gesteld dat over de uitwerking is uitgegaan van een basic voorziening. 29
Daar heb ik een vraag bij, want in het hele plan van aanpak kom ik heel die basisaanpak niet tegen, die voorziening daarin. Dus mijn vraag is, er is een presentatie gehouden in 2011, op 8 december, er is een presentatie gegeven over de invulling daarvan, alleen, over dat bedrag is er niets over gerept in die bijeenkomst. Mijn vraag is dan ook waarom er geen raadsvoorstel is geweest voor deze extra middelen. De voorzitter: Wellicht kan de wethouder in de techniek van de begroting nog iets toelichten. Wethouder Horlings: In het besluit voor de nieuwbouw van het gemeentehuis is er geen rekening gehouden… O, de heer Trouwborst. De voorzitter: Ik vergeet haast de heer Trouwborst. Ik was zo gefocust op de heer Van der Spek. Houdt u hem nog even vast, mijnheer Horlings? De heer Trouwborst: Ik constateer in ieder geval betrokkenheid, wellicht wat eenzijdig. Wij hebben het niet van tevoren als bespreekpunt ingebracht, maar inderdaad, wij hebben ook een wat ons betreft onvolledig antwoord ontvangen en de vraag ging ook over het gemeentehuis. Dat ging over de kosten die meer zijn gemaakt. Het beeld dat werd geschetst, was dat we het goed doen omdat we binnen de € 16,2 miljoen blijven. Wij hebben erop gewezen dat door de wethouder in de raad de ambitie is uitgesproken om het met € 15,2 miljoen te doen.
Dan vind ik het wel zo zuiver om te constateren dat er een overschrijding is geweest waarbij de ambitie die is uitgesproken niet wordt gehaald. Want dat is een heel scherpe ambitie die is uitgesproken en daarom zijn wij niet tevreden met de beantwoording die we daarvoor kregen en mijn vraag aan de wethouder daarbij is of hij dit ziet als een overschrijding van de ambitie van € 15,2 miljoen, of niet. Wethouder Horlings: Eerst maar de vraag van de heer Trouwborst. De raad heeft een krediet beschikbaar gesteld € 16,2 miljoen. Door de heer Van der Kamp, mijn ambtsvoorganger, is bij de aanbesteding gemeld dat er een voordeel was van € 1 miljoen en dat hij zich zou inspannen om dat voordeel daadwerkelijk te behalen. Dat is de situatie. Vervolgens hebben we vastgesteld dat, voor de bouw kon starten, werkzaamheden nodig waren aan het dijklichaam en dat vertraging in de bouw optrad. Dat leidt tot extra kosten. Nog steeds is de inspanning van het college om de realisatie van het gemeentehuis te houden binnen de bedragen zoals die in de aanbesteding zijn gemaakt en rekening te houden met de post onvoorzien om onvoorziene uitgaven op te vangen. Maar dit is iets wat voor de bouw uit heeft plaatsgevonden, na de toezegging van de heer Van der Kamp, en dat plaatst die opmerking in een ander licht.
Daarmee is het krediet niet overschreden maar is de ambitie niet gehaald en dat is ook aanleiding geweest om in de voorjaarsnota, een instrument om de raad te informeren over ontwikkelingen op allerlei lopende projecten, om u daar informatie over te geven. We hadden ook kunnen zeggen 'we blijven binnen het budget van € 16,2 miljoen, dus we vertellen nog even niets'. Daar hebben we dus niet voor gekozen. Dus ik ben het eens met de heer Trouwborst dat wij een aanleiding hadden om te zeggen dat dit de uitspraak van de wethouder Van der Kamp, destijds, in een ander licht plaatst. Daardoor wordt die € 15,2 miljoen niet gehaald en dat melden we u. In de richting van de heer Van der Spek, in het besluit indertijd was niet voorzien in au-di-ovi-su-e-le middelen. Een lastig woord, ik struikel er ook al over. Wat ik inmiddels heb begrepen is dat de basisvoorzieningen, feitelijk de goten waar de kabels doorheen kunnen worden getrokken, wel in het bestek zaten. Dat is fijn, maar daar heb je niet zo gek veel aan als je de voorzieningen nog moet aanschaffen. De kosten zitten natuurlijk vooral in de voorzieningen en de bijbehorende kabels en leidingen. Daarover bent u in november, december, u noemt zelf de datum, geïnformeerd; we willen dat opvangen binnen het krediet van € 16,2 miljoen en dus was er geen aanleiding om bij u om aanvullend krediet te vragen.
30
De heer Roeling: Dan heb ik nog een vraag, want nou wordt het interessant. Ik hoor de wethouder zeggen dat toen het college kwam met het aanbestedingsvoordeel van € 1 miljoen het in zijn achterhoofd al wist dat er nog een keer voor € 250.000,00 aan audiovisuele middelen moest worden aangeschaft, want er was bewust gekozen voor een basic verhaal. Dat is bizar. Wist uw voorganger dat? Wethouder Horlings: Toen u besloot om een krediet van € 16,2 miljoen beschikbaar te stellen wist u dat er ten aanzien van audiovisuele middelen nagenoeg niets was opgenomen. Dat daar nog een invulling van moest komen, dat u daar als raad nog over moest besluiten en spreken en daarover heeft het college besloten en dat heeft zich eind vorig jaar voltrokken. Wat ik zeg is dat er geen aanvullend krediet is gevraagd omdat dat binnen het krediet moet worden meegenomen. We melden het u nu omdat het een programmawijziging is, want u had hem als zodanig oorspronkelijk niet meegenomen. En hoe duur dat zou worden, dat was van tevoren natuurlijk niet te bepalen, want als je nog niet weet waar je het over hebt kan je ook nog niet bepalen welke prijs daaraan hangt. Dat hebben we u nu gerapporteerd.
De voorzitter: Voor het geval dat we een discussie gaan krijgen over het programma van het gemeentehuis en daaruit voortkomende zaken – ik wil u toch vragen u te richten op de voorjaarsnota en het besluit wat daaraan ten grondslag ligt. Het kan heel technisch worden, maar het is de vraag of we dat willen, vanavond. De heer Roeling: Dat was de vraag niet, voorzitter. Ik heb niets gezegd over het Programma van Eisen. We hebben toen, een meerderheid heeft, een bedrag gevoteerd voor de nieuwbouw van het gemeentehuis. Zat daar toen een basic verhaal in of werd toen al rekening gehouden met de inrichting? Wist het college dat al, of is dat gecommuniceerd aan de raad: u voteert € 16,2 miljoen voor een basic verhaal, maar, let op raad, we komen over een paar jaar met een paar ton aan aanvullingen? De voorzitter: De wethouder kan wellicht nog een korte reactie verzorgen op dit specifieke technische punt. Daarna zou ik het willen afronden. Wethouder Horlings: De heer Roeling deed even een aanslag op de kennis van de geschiedschrijving. Daarvoor moest ik even navraag doen. Er is indertijd uitgegaan van een zeer basale invulling wat dat betreft. We moeten natuurlijk ook vaststellen dat dat alweer een paar jaar geleden is en dat er in de tussentijd het nodige is veranderd. Het is anno nu niet ongebruikelijk dat raadsvergaderingen op internet zichtbaar zijn.
Dat was een paar jaar geleden iets wat je je niet kon voorstellen, dat je dat live of achteraf kon zien. Dus dat zijn zaken die gaandeweg zijn ontwikkeld. Daar bent u tijdens die presentatie over geïnformeerd, u heeft er iets over gezegd en daar is verder invulling aan gegeven. U was daar niet bij, maar uw fractie was wel vertegenwoordigd. De voorzitter: Ik stel voor dat we dit punt beëindigen. Anders blijft het heen en weer gaan en ik denk dat dat niet goed is. De andere fracties waren akkoord met agendering als hamerstuk: kunt u akkoord gaan met de voorjaarsnota, of is dit punt aanleiding om daartegen te stemmen? U stemt niet in met de voorjaarsnota. Geldt dat ook voor anderen? Dat is niet het geval. Zonder hoofdelijke stemming stemt de raad bij meerderheid in met het voorstel. De fractie van Mijn Partij, met 3 leden, stemt tegen.
Hamerstukken 13.
VOORSTEL DELEGATIEBESLUIT AANWIJZEN TROUWLOCATIES
31
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raad het voorliggende besluit vast. 14.
VOORSTEL BESTEMMINGSPLAN SPREEUWENEST MAASLAND
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raad het voorliggende besluit vast. 15.
VOORSTEL BEGROTING 2013 EN BEGROTINGSWIJZIGING 2012 BEDRIJVENSCHAP HARNASCHPOLDER
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raad het voorliggende besluit vast. 16.
VOORSTEL BESTEMMINGSPLAN SPREEUWENEST MAASLAND
[Zie agendapunt 12a ] 17.
VOORSTEL WIJZIGING BOUWVERORDENING
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raad het voorliggende besluit vast. 18.
WIJZIGING BRANDBEVEILIGINGSVERORDENING
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raad het voorliggende besluit vast. 19.
VOORSTEL 6E WIJZIGING LEGESVERORDENING 2012
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raad het voorliggende besluit vast. 20.
VOORSTEL EXTRA MIDDELEN ONDERHOUD GEBOUWEN TEN LASTE VAN DE INVESTERINGSRESERVE
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raad het voorliggende besluit vast. De fractie van Mijn Partij heeft aangegeven geacht te willen worden te hebben tegengestemd. 21.
VOORSTEL FINANCIËLE STUKKEN RECREATIESCHAP MIDDEN-DELFLAND
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raad het voorliggende besluit vast. 22.
VOORSTEL HERBENOEMING LEDEN BESTUUR SOOW
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raad het voorliggende besluit vast. 23.
VOORSTEL WIJZIGING VERORDENINGEN MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE MIDDEN-DELFLAND 2012
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raad het voorliggende besluit vast. 32
24.
VOORSTEL INZAKE NOTA LOKALE HEFFINGEN 2012
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raad het voorliggende besluit vast. 25.
VASTSTELLEN VAN DE NOTULEN VAN DE VERGADERING D.D. 29 MEI 2012
De raad stelt de notulen ongewijzigd vast. 26.
LIJST MET INGEKOMEN STUKKEN EN MEDEDELINGEN
Mevrouw Van Oord: Wij stellen voor stuk 45, bladzijde 112, te agenderen in de commissie. Dat is een brief die in begin bij bestemmingsplan Den Hoorn al door anderen werd genoemd als relevant. Wij willen daar graag meningen over wisselen. De voorzitter: Dan gaat het denk ik naar Lijst C: ter advies in handen stellen van het college. Dan kunnen we daarmee de lijn naar de commissie inzetten. Mevrouw Van Oord: Dus 'via de band van'. Akkoord. De lijst wordt aldus gewijzigd vastgesteld. 27.
MOGELIJKHEID TOT HET STELLEN VAN VRAGEN
Mevrouw Van Oord: Wij hebben een vraag naar aanleiding van een verslag van de besluitenlijst van het college van 12 juni, waarin staat dat het college instemt met een beeldkwaliteitsplan Keenenburg V. Een aangepast beeldkwaliteitsplan nog wel. Wij hebben daarover in de commissie op 2 april en in de raad op 7 april behoorlijk uitvoerig over beraadslaagd en wij moesten genoegen nemen, wij als fractie in ieder geval, met het niet opstellen van een beeldkwaliteitsplan en dat zou ook niet worden toegevoegd aan het bestemmingsplan. Dus dit brengt ons een beetje in verwarring en de vraag is dan ook wat de redenen zijn dat het college toch een beeldkwaliteitsplan heeft opgesteld. Waren onze argumenten misschien toch houtsnijdend? Goed, ik ben nu benieuwd naar het antwoord van de wethouder. Wethouder Horlings: Het is een kwestie van woordgebruik. U hebt toen gesproken over een notitie, getiteld Stedenbouwkundige randvoorwaarden en uitgangspunten. Daar was nog het nodige aan gewijzigd naar aanleiding van een discussiebijeenkomst en een commissievergadering. Toen heeft u die vastgesteld zonder dat de wijzigingen echt in de tekst waren verwerkt. Het college heeft de notitie naar beste eer en geweten nog een keer aangepast en vastgesteld, en die toegevoegd aan het bestemmingsplan, dat de inspraak in is gegaan.
In het bestemmingsplan is het gebruikelijk om dat soort Stedenbouwkundige randvoorwaarden en uitgangspunten te vangen onder de term 'beeldkwaliteitsplan'. Ziedaar de begripsverwarring. Het zijn dus de door u besproken punten. Mevrouw Van Oord: Ik stel dan wel op prijs dat wij die aangepaste notitie ontvangen, want ik heb ook in de Schakel gelezen, dat staat ook in het B&W-besluit, dat ervoor is gekozen om niet een voorontwerpbestemmingsplan te publiceren maar om meteen naar een ontwerp te gaan. Dat… laat ik even naar de planning vragen. De voorzitter: Dat is… mogelijk. Wethouder Horlings: Het is een andere vraag. Maar in ieder geval gaat de raad, zoals altijd, het bestemmingsplan vaststellen. Dan krijgt u het bestemmingsplan, inclusief het beeldkwaliteitsplan, voorheen Stedenbouwkundige rand33
voorwaarden en uitgangspunten. We hebben er, om redenen van snelheid en op grond van het globale karakter van het bestemmingsplan, voor gekozen om direct naar het ontwerpbestemmingsplan te gaan, ook al omdat we een brede discussie hebben gevoerd over het belangrijke onderdeel Stedenbouwkundige randvoorwaarden en uitgangspunten. Veel spannender is natuurlijk de volgende fase, waarin ontwikkelaars ons gaan laten zien wat zij denken te kunnen doen met dat bestemmingsplan en vooral met die uitgewerkte Stedenbouwkundige randvoorwaarden en uitgangspunten en we een selectietraject ingaan over wat we daar nu echt gaan doen. Dat lijkt me de spannende fase waar het zo meteen weer over moet gaan, direct nadat u het bestemmingsplan heeft vastgesteld. Wanneer dat is? In het najaar. 28.
ONTSLAG LID DE HEER J. VAN DAM EN TOELATING/BEEDIGING ALS LID VAN MEVROUW A. SCHOUTEN - VAN DOORN
Mevrouw Snethlage: We hebben de geloofsbrieven van mevrouw Schouten onderzocht en geen beletselen aangetroffen om tot benoeming over te gaan. De voorzitter: U kunt dan ook beslissen om de heer Van Dam te ontslaan als lid van de gemeenteraad en als lid van de commissies Grondgebied, Samenleving en Bestuur. Dat is het geval. We kunnen mevrouw Schouten dan toelaten als lid van de gemeenteraad. De heer Van Dam is ontslagen als lid van de gemeenteraad. Mevrouw Schouten is toegelaten als lid van de gemeenteraad. De voorzitter: Dan is het moment daar dat we een woord aan de heer Van Dam kunnen richten. Ik zal daar als voorzitter een aanzet toe doen. Na 10 jaar in de gemeenteraad ga jij vandaag afscheid nemen, dat hebben we zojuist bij hamerslag besloten. Niet alleen van de gemeenteraad, ook andere activiteiten laat je achter je. Het afscheid vandaag markeert ook het moment dat je een nieuwe start gaat maken in een ander deel van ons land. Iets buiten Midden-Delfland. Je hebt je met enkelen van ons, als strijders van het eerste uur, zeer sterk gemaakt voor Midden-Delfland. Met oog voor detail, met oog voor de natuur. Ja, zelfs de bomen, Jaap, je kent ze stuk voor stuk. En als het dan om de 's-Heerenstraat gaat, in Maasland, dan is geen ambtelijke schouw compleet genoeg of je voegt er nog een lokale saus aan toe.