12 bijlage Vsl raad 3-7-2012.pdf
Tekst van het document
NOTULEN van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 3 juli, 20.00 uur. Voorzitter Griffier
: A.J. Rodenburg, burgemeester : A. de Vos
Aanwezig
: A.C.M. van Bijsterveldt (CDA), J. van Dam (CDA), G.J.P.J. van Dooremaal (VVD), M. van der Eijk (CDA), mevrouw A.M.J. de Goede-van Tiel (CDA), mevrouw M.A. Hoogendijk (PvdA), mevrouw E. de Jong-Hoogendoorn (PvdA), mevrouw A.F. van Oord-Wiessing (OGP), A.J. Plooij (VVD), R.H.P. Ringeling (OGP), E.N.H. Roeling (Mijn Partij), mevrouw E.C. Snethlage-Barnard (Mijn Partij), J.P. van der Spek (Mijn Partij), J.P. van Staalduinen (VVD), I.J. Trouwborst (OGP), C.M. van der Vaart (CDA), mevrouw M.J.A. Vos-Pols (OGP)
Tevens aanwezig: mevrouw C.J.M. van Nimwegen-van Wieringen en de heren H.H.V. Horlings en R. Vuijk, wethouders
1.
OPENING
De voorzitter: Dames en heren, ik heet u hartelijk welkom. De vergadering van de gemeenteraad is geopend. 2.
SPREEKRECHT VOOR BELANGSTELLENDEN
De voorzitter: Dit moment is gereserveerd voor degene op de publieke tribune die zich heeft aangemeld, en dat is de heer Van Dijk. Die wilde inspreken op agendapunt 6. De heer Van Dijk: Wij zijn via de website op de hoogte gesteld van het raadsvoorstel waarin werd meegedeeld dat er een plan is met betrekking tot de renovatie van de sportvelden. De communicatie met de gemeente, moet ik helaas zeggen, is de laatste maanden tot een minimum gedaald. Ze gaat gewoon haar eigen gang als de insteek van onze kant niet bevalt. Als ik namens de stichtingen exploitatie van Den Hoorn, Schipluiden en Maasland het woord voer, en je vindt er niets of nauwelijks iets van terug in de beantwoording van de commissievergaderingen en in het preadvies aan de raad, dan stemt dat tot de nodige ergernis. In staccato alvast wat kreten, dan kunt u daar vast op inzoomen: onvolledigheid, onjuist, meten met twee maten, tendentieus, nietszeggende argumenten, drogredenen, onbetrouwbare gesprekspartner, ontbrekende gegevens van de huidige situatie, het verbloemen van de risico's op langere termijn voor de stichtingen en de verenigingen, rooskleurigheid ten top, onzorgvuldig, het manipuleren van stichtingsbesturen met onjuiste informatie, prijspeil 2009-2010 wordt gehanteerd in plaats van 2012 – dat scheelt cumulatief in 10 jaar tijd ruim 15%, extra verlies voor de stichtingen.
Er wordt verwezen naar verouderde overzichten van slechts een externe adviseur. De risico's liggen volledig bij de stichtingen, ook op langere termijn, terwijl slechts 20% wordt vergoed van de 80% van de volle verantwoordelijkheid van alle velden. De handbalvelden worden wederom niet vermeld en meegerekend en de termijnen worden niet in beeld gebracht. Er is niets gedaan met de talloze gesprekken, herhaaldelijke inspraaksessies en reële eisen van de stichtingen. De verwoording van ons standpunt is dat het volstrekt onvolledig gemanipuleerd en inhoudelijk ook onjuist is. Er wordt gehinkt op twee gedachten met prijspeilen tot en met 2020 en 2025 met de kostenoverzichten. En passant wel alle verantwoordelijkheid maar geen geld om te sparen, zelfs niet voor de periode daar1
na. Luchtfietserij ten top en we vinden het een belediging voor de stichtingsbestuurder. Er is bovendien geen enkel vangnet gecreëerd als er buiten de schuld om verslechterde condities van de velden optreden of dat onvoorziene omstandigheden plaatsvinden. Volledige verantwoordelijkheid van de stichtingen. Samenspraak en overleg blijkt nu, aan het einde van de rit, een grote farce te zijn. Toezeggingen worden niet nagekomen, ingetrokken of geminimaliseerd zonder enige vorm van terugkoppeling: we moeten het in de stukken lezen. Tijdens de begrotingsbehandeling heb ik, mede op verzoek van de wethouder, gevraagd of u de besprekingsuitkomst af wilde wachten. Een broedende kip niet storen. Thans is het resultaat gewoon een stinkei. Het raadsbesluit leidt tot een wurgcontract met alle risico's voor de stichtingen en verenigingen. De daaruit volgende opdracht voor de stichtingen, stichtingen zijn autonoom, onafhankelijk, je kan het altijd nog vragen, is dictatoriaal, aristocratisch, ondemocratisch en mongolistisch. Er begint zich onbehoorlijk bestuur voor te doen. De voorzitter: Mijnheer Van Dijk, ik wil u vragen om in uw bijdrage een beetje netjes te blijven. U spreekt over manipuleren en mongolistisch, dat soort zaken. Ik zou dat soort woorden niet kiezen.
De heer Van Dijk: Even voor de duidelijkheid, mongolistisch komt van Mongolië, dat is een staat in China, waar ik de taal volstrekt niet van begrijp. De voorzitter: U begrijpt wat ik bedoel. We proberen met fatsoen met elkaar te debatteren. Dat vraag ik u te doen. De heer Van Dijk: De commissievragen worden ontwijkend, onvolledig en soms tendentieus beantwoord, soms met kulargumentatie. In de laatste alinea van het voorstel worden zelfs de velden 4 en 5 van SV Den Hoorn als kunstgrasveld aangeduid – ik zal het lelijke woord hier maar weglaten. Uiteraard kunnen we meedenken aan een aantal indicatieve oplossingen, waarbij in ieder geval de actualisering van de renovatieprognose van alle velden kan worden meegenomen, inclusief de verhoogde en verloren geldbelastingscijfers. Prijspeil 2009-2010 kan worden bijgesteld naar prijspeil 2012. Renovatiekosten indexeren, zodat ook de stijgende kosten in de loop der jaren normaal worden meegerekend, zoals je dat in de bedrijfsvoering opneemt. De financiële vergoeding over alle velden tot en met de jaarschijf 2025, niet de acht velden maar alle vijftien velden, betreft dus € 1,5 miljoen en geen € 500.000,00. Een clausule voor onverwachte en niet verwijtbare oorzaken met betrekking tot de hoge financiële consequenties is toch wel vereist.
Wellicht dat ook saldering van de hogere inkomsten van de gemeente, die wel zijn geïndexeerd en fors zijn verhoogd, met … [onverstaanbaar] van de renovatiekosten kunnen worden verrekend. Anders is het toch lastig om een overeenkomst getekend te krijgen als een van beide partijen een volstrekt andere mening heeft met betrekking tot de inhoud van het contract. Daar zult u het mee moeten doen. De voorzitter: Is er nog een vraag aan de heer Van Dijk? Als dat niet het geval is dan kunt u desgewenst zijn inbreng betrekken bij agendapunt 6. 3.
VASTSTELLEN VAN DE AGENDA
De voorzitter: Het vaststellen van de agenda. Wie daarover? De heer Roeling: Wij wilden graag van de voorjaarsnota een bespreekpunt maken. Dat is agendapunt 16. De voorzitter: Heeft u daar een toelichting op? Of zullen we het als agendapunt opvoeren, na 12? De heer Roeling: 12a lijkt ons goed, voorzitter. 2
De agendavolgorde is gewijzigd vastgesteld. 4.
VOORSTEL BESTEMMINGSPLAN DEN HOORN
De heer Van der Vaart: Wij kunnen ons vinden in het consumerende karakter van dit bestemmingsplan… Ik begin opnieuw. Wij kunnen ons vinden in het conserverende karakter van dit bestemmingsplan. Wel een vraagje. In de stukken staat dat het nodig is die bestemmingsplannen bij te stellen omdat anders geen leges meer geheven kunnen worden. Mijn vraag aan de wethouder is of dat ook geldt voor de witte delen die er in blijven zitten: moeten die ook op 1 juli 2013 van een nieuw bestemmingsplan zijn voorzien? De tweede vraag, die heeft niet 100% met het bestemmingsplan te maken, we hebben een brief gekregen ondertekend door mevrouw Arkesteijn en Delsman, Midden-Delflandvereniging en KNNV, met allerlei aandachtspunten in Den Hoorn en naar buiten toe, en ik zou er aandacht voor willen vragen of het bestemmingsplan de suggestie die daarin zit voldoende mogelijk maakt. Dat gaat over wandelpaden, groene ommetjes en dat soort zaken. Ik denk dat het goed is deze twee zaken even naast elkaar te leggen. Mevrouw Van Oord: Dank voor alle antwoorden op technische vragen die wij hebben gesteld. Het is jammer dat wij het antwoord hebben moeten ontvangen dat het parkeerbeleid niet op tijd gereed is om onderdeel te laten zijn van de besluitvorming. Wij kijken daar met veel belangstelling naar uit. Voor het overige zijn wij tevreden met het resultaat dat wij hebben gekregen.
Ik had moeten beginnen met een preambule, dat doe ik nu, het bestemmingsplan Den Hoorn is voor ons van belang als een geactualiseerd ruimtelijk kader voor heel Den Hoorn, met uitzondering van de ontwikkellocaties. Die laatste lijken interessanter, maar dat is te gemakkelijk en dat is ook schijn. Den Hoorn is dan wel de grootste kern en ligt tegen Delft aan maar maakt qua ontstaan, functioneren en identiteit deel uit van MiddenDelfland en levert daar ook specifieke bijdragen aan de identiteit van Midden-Delfland aan. Daarom zijn we zuinig op de bestaande ruimtelijke kwaliteiten en dat doet dit bestemmingsplan ook door zijn conserverende karakter steeds beter. Dat neemt niet weg dat we daarbij een handje hebben kunnen helpen en daarom zijn we blij dat we op het punt van het groen duidelijker in het bestemmingsplan de groenstructuren zien vastgelegd. Ook de onduidelijkheid over het welstandsbeleid is opgehelderd. Het lint langs de Look, daarvoor geldt hetzelfde, een bijzonder regime als voor de Dijkshoornseweg. En alleen de Tanthofkade blijft een probleem, want het belang daarvan wordt ons inziens onderschat voor de identiteit van Den Hoorn, want daar is Den Hoorn tenslotte begonnen. En het punt van de bouwhoogte voor het blok tussen de Tanthofkade en de kerk is ons inziens te hoog. Daarvoor hebben wij een amendement geformuleerd. Dat kan ik u hierbij overhandigen.
De clou van het verhaal is dat de plankaart geen goothoogte aangeeft in overeenstemming met de werkelijkheid maar met een wellicht in de toekomst door iemand gewenste situatie. Dat vinden wij juist onwenselijk. Aan de andere kant van de Tanthofkade zal café Delfland door nieuwbouw worden vervangen. Nou, dat wachten we rustig af, maar we moeten voorkomen dat het stuk Woerdseweg tussen Tanthofkade en de kerk, meegaat in een eventueel hoogte… een offensief accent klinkt beter. Amendement A “De raad van de gemeente Midden-Delfland in vergadering bijeen d.d. 3 juli 2012; Ondergetekende(n) stelt/stellen het volgende amendement voor: De voorgestelde goothoogte voor het bouwblok Hoornweg 6 t/m 10 met één meter te verlagen tot maximaal 5 meter.”
3
De voorzitter: Is het fout? Hoornseweg? Hoornseweg, maken we ervan. Stelt u prijs op het voorlezen van de toelichting? Mevrouw Van Oord: Dat zou ik op prijs stellen, ja. De voorzitter: Het ontwerpbestemmingsplan Den Hoorn is conserverend van karakter. De goot van de voorgevel van het bouwblok Hoornseweg 6 t/m 10 is nu nergens hoger dan 5 meter en voor een aanzienlijk deel niet hoger dan 3,5 meter. Het is wenselijk voor het ook door gemeentelijk beleid gewenste handhaven van het dorpskarakter en de ruimtelijke identiteit van Den Hoorn dat de huidige bouwmogelijkheden ter plaatse niet worden verruimd. Mevrouw Snethlage: Wij zijn blij dat de bakkerij is teruggevonden. Voor ons was al wel duidelijk hoe het zat met de groenstructuren, dat het in het vorige bestemmingsplan al als groen stond, die grote stukken groen die we in Den Hoorn hadden. Het amendement gaan we eerst goed lezen voor we daar een reactie op geven. We zijn natuurlijk ook blij met het behoudende karakter van het bestemmingsplan. Wat betreft de parkeernorm, in het voorstel dat voorligt staat het nog wel genoemd, ik neem aan dat de bedoeling is, gezien de mailtjes die we hebben gehad, dat die zinsnede eruit gaat – dit even ter duidelijkheid voor de mensen op de tribune die die mailtjes niet krijgen.
Mevrouw De Jong: Wij hebben eigenlijk in de commissie al verteld dat we akkoord gaan met dit bestemmingsplan, dat het wat ons betreft voldoet. We zijn eigenlijk inderdaad meer nieuwsgierig naar de witte plekken die er nog inzitten, onder andere café Delfland en rondom mijn eigen woning. En alle andere dingen, de centrumontwikkeling is ook heel belangrijk, er komt nog heel veel naar ons toe. Ik wil even reageren op twee eerdere sprekers. De brief van mevrouw Arkesteijn heb ik ook gekregen, ik heb even naar het gemeentehuis gebeld en ik heb begrepen dat er nog gesprekken lopen met deze dames, dus ik neem aan dat dat verder geen invloed heeft op dit bestemmingsplan, dat die wandelpaden moeten kunnen. Richting mevrouw Van Oord, ik heb vanmiddag van een fractiegenoot de mail gekregen over de goothoogte. Wij zullen het amendement niet steunen. Wat wij denken, hier in dit stuk wordt voorlopig helemaal niet gebouwd, die boerderij is net opgeknapt, dat is allemaal prima, dan gaat het dus om café Delfland, maar dat is nu net wat we nog moeten behandelen… Mevrouw Van Oord: Interruptie voorzitter. Het café valt buiten het plan. Het gaat om de nummers 6 tot en met 10. Mevrouw De Jong: Die staan er en die zullen blijven staan.
Aan de andere kant van het café staat straks een pand dat veel hoger is, dus daar zullen we toch heel secuur met een bestemmingsplan een beeldkwaliteitsplan naar moeten kijken. Ik ben daar nieuwsgierig naar, maar ik heb nog geen tekeningen gezien. Dus wat ons betreft kan het bestemmingsplan ongewijzigd worden aangenomen. Wethouder Horlings: Er is gevraagd naar de witte vlekken, hoe zich dat verhoudt tot de datum van 1 juli 2013, wanneer wij over nieuwe bestemmingsplannen moeten beschikken vanwege de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening. Wat zou er eventueel gebeuren als we dat niet halen? Vooralsnog zijn de opengelaten plekken gebieden waar ontwikkelingen nog niet zover zijn dat zij in het bestemmingsplan kunnen worden vastgelegd. Wij hopen dat we volgend jaar omstreeks deze tijd wel veel verder zijn en dat daarin is voorzien. Aan de andere kant is het ook zo dat als er ontwikkelingen plaatsvinden die nog moeten worden uitgewerkt, bijvoorbeeld aan de Hoornsekade, dan wordt daar een exterieure overeenkomst met een ontwikkelaar over gesloten; in het kader van zo'n overeenkomst zou de lacune die met leges kan ontstaan worden ondervangen. Dus in die zin hoeft er dus niet direct bloed uit te vloeien. Het antwoord is dus tweeledig: we proberen die witte vlekken tijdig van bestem-
4
mingsplannen te voorzien en, als dat onverhoopt niet zou lukken, hoeft daar nog niet per se bloed uit te vloeien. De wandelpaden waarvoor de dames Delfsman en Arkesteijn een lans hebben gebroken, daar wordt nog aan gewerkt, om te kijken hoe we daar als gemeente mee om willen gaan, hoe we daar als college naar kijken. Die hebben dus geen rol gespeeld in het bestemmingsplan. Overigens is het zo dat waar bestemmingen nu openbaar toegankelijk zijn daar een wandelpad in te plannen is, dus dat hoeft elkaar niet te bijten. Maar dan moeten we de plannen eerst verder hebben uitgewerkt en kijken hoe we daar verder mee om willen gaan om daar echt concrete uitspraken over te doen. Daaruit blijkt ook misschien weer het inmiddels ruim geprezen conserverende karakter van dit bestemmingsplan, dat we op die ontwikkeling nog niet hebben ingespeeld. Mevrouw Van Oord sprak over de Tanthofkade, dat daar onvoldoende waarderend naar wordt gekeken, gelet op het belang voor Den Hoorn. Anderzijds hebben we dacht ik wel verwoord dat de Tanthofkade op het grensvlak ligt van dit bestemmingsplan wat nog niet is ingevuld en dat die daarom nog niet volledig tot zijn recht komt in het bestemmingsplan. Maar het belang van de Tanthofkade heeft mevrouw Van Oord met haar woorden onderstreept en daar staan we als college achter. Het wordt wat druk om mij heen, voorzitter. De voorzitter: Ja, dat had ik ook gezien.
Misschien is het goed als we goed naar de wethouder luisteren als die bezig is met de beantwoording van uw vragen. Wethouder Horlings: Met betrekking tot het amendement verwijs ik toch nog maar een keer naar het conserverende karakter van het bestemmingsplan, wat ook betekent dat het mogelijk maakt wat het huidige bestemmingsplan mogelijk maakt. Dus ik ga ervan uit dat de hoogte van 6 meter de thans bestemde maximale bouwhoogte is – mevrouw Van Oord zie ik heel heftig nee schudden, maar ik denk dat dat de overweging was om daar 6 meter neer te zetten. Zoals mevrouw De Jong al verwoordde zijn daar nu helemaal geen plannen om tot wijziging te komen. Dat betekent dat het ook van relatieve betekenis is of daar 5 of 6 meter wordt gelezen. Mevrouw Snethlage vroeg nog even expliciet te maken dat de parkeernorm uit het bestemmingsplan wordt gehaald, gelet op het feit dat die nog niet door de raad is vastgesteld. We hebben al op schriftelijke vragen aangegeven dat de verwijzing naar die parkeernorm kan worden verwijderd. Dan vallen we terug op het bouwbesluit, dat zegt dat er naar parkeernormen moet worden gekeken, zodanig dat als u die vaststelt die onmiddellijk van kracht worden. Ik heb daarmee de vragen beantwoord, de opmerkingen voor kennisgeving aangenomen en zeg u hartelijk dank voor de waardering. Mevrouw Van Oord: Ik zal alleen terugkomen op het amendement en de inhoud daarvan.
Ik zag de wethouder aarzelen toen hij zei aan te nemen dat de huidige hoogte 6 meter is omdat de plankaart die hoogte vermeldt. Dat is niet het geval, eenderde van de goot ligt op 3 meter en tweederde op maximaal 5 meter. Als zo'n bouwvlak dan 6 meter krijgt is dat een uitnodiging om hoger te gaan. Dat is het enige wat ik er hier verder over wil zeggen. En het is juist in strijd met het conserverende karakter dat het plan heeft. De voorzitter: Ik begrijp dat er nu iets wordt uitgedeeld. Wat is dat? Mevrouw Van Oord: Dat is de toelichting bij de motie die ik… De voorzitter: Een toelichting op het amendement. Ook nog. Dat hoort er nog bij? Die heb ik niet bij het amendement ontvangen. Dat maakt dan ook deel uit van het amendement? Mevrouw Van Oord: Ja. Dat zou ook mooi zijn, want daar staan foto's op die duidelijk maken wat ik bedoel.
5
De voorzitter: Een toelichting. Wethouder Horlings: Ik wil graag interrumperen op mevrouw Van Oord. De voorzitter: Is dat nodig? Wethouder Horlings: Want mevrouw Van Oord zei dat ik had gezegd dat de huidige bebouwing tot 6 meter reikt: ik zei dat het huidige bestemmingsplan bebouwing tot 6 meter mogelijk maakt. En het continueren daarvan is conserverend. Mevrouw Snethlage: Het is misschien even handig om te schorsen, dat we het binnen de fractie kunnen bespreken. De voorzitter: Dan schors ik de vergadering voor maximaal vijf minuten. [Schorsing] Mevrouw Snethlage: Wat betreft het amendement. Ik zie daar een kleine discrepantie met andere bouwblokken die dezelfde hoogte hebben. Ook daar hebben we niet van gezegd dat we een veranderde bouwhoogte willen vaststellen. Want dan zou dat ook voor de Van Marrewijkstraat en de Willibrordusstraat moeten gelden. Ook daar kiezen we voor een behoudend bestemmingsplan, waarbij we vasthouden aan alles wat er in het vorige bestemmingsplan al stond. Bij mijn weten staat in het vorige bestemmingsplan dezelfde maat. Zolang het geen precedentwerking geeft voor het witte stuk dat een eindje verder zit zie ik ook geen enkele reden om die ene meter eraf te halen. Wij zullen het amendement niet steunen. De heer Van Dooremaal: Wij zijn tegen het amendement. Wij vertrouwen erop dat er in de toekomst secuur mee wordt omgegaan.
Dat het netjes ingepast wordt, als daar ooit wat gaat gebeuren, want daar zijn op dit moment helemaal geen plannen voor. Als we naar de foto kijken, je zou de daklijn van de kapper zo door kunnen zetten en dan kom je op dezelfde hoogte uit, dat is ook conserverend. Het kan wat ons betreft blijven staan zoals het is. De heer Van der Vaart: Wij zien dat het hele bestemmingsplan conserverend is en we willen dat ook voor dit punt: dat dezelfde goothoogte die er nu instaat, terugkomt in het nieuwe bestemmingsplan. Lastig is dat we nu met elkaar niet precies weten of dat 5 of 6 meter is. Ons voorstel aan de OGP is dus om de tekst van het amendement een klein beetje aan te passen, zodat het volledig conserverend wordt. Dan zullen we het steunen; anders wijzen we het op dit moment af vanwege de onzekerheid. Wethouder Horlings: Zoals ik al eerder heb gezegd, meen ik dat is aangesloten op de maximale hoogte uit het vigerende bestemmingsplan. Als dat niet zo is, kan ik mij voorstellen dat wij aanpassen naar wat ook nu in het bestemmingsplan staat, gelet op het feit dat wij het behoudende karakter voor ogen hebben. Ik kan me aansluiten bij wat de heer Van der Vaart zei: handhaven van de huidige maximale bouwhoogte op die locatie, zoals we dat ook elders doen, gelet op het behoudende karakter.
De voorzitter: Zo komt u eigenlijk weer terug op de allereerste opmerking waar de vergadering mee begon: conserverend van aard. Mevrouw Van Oord, u kreeg een verzoek van de heer Van der Vaart. Mevrouw Van Oord: Als ik de wethouder hoor, steunt hij een aangepaste motie. De tekst zou dan luiden: Stelt het volgende amendement voor: De voorgestelde goothoogte voor het bouwblok Hoornseweg 6 t/m 10 te verlagen tot de huidige bestaande goothoogte.
6
Wethouder Horlings: Voorzitter: uitgaand van het huidige bestemmingsplan, dus de huidige toegelaten bouwhoogte. De heer Van der Vaart: Bij interruptie, dat is wat wij bedoelen. Ook het woord verhogen of verlagen is niet aan de orde, het gaat om het conserverende. Als er nu 8 meter staat dan blijft het 8 meter. En als het cijfer 4 is dan blijft het 4. Mevrouw Van Oord: Dat lijkt ons een goed voorstel. De vraag is even of wij met de toezegging van de wethouder kunnen volstaan, of dat we nu het amendement in stemming brengen. Ik stel voor dat we het aangepaste amendement in stemming brengen. De voorzitter: Er zijn nu ongeveer drie opties aangereikt. De wethouder heeft gezegd 'conserverend van aard, uitgaand van wat er nu in het bestemmingsplan mogelijk is'. Dat lijkt me een heel duidelijke voorzet, die volgens mij ook door het CDA wordt bedoeld. Eigenlijk hoeft dat niet in een amendement te worden vastgelegd. Als u die toezegging heeft, heeft u eigenlijk wat u wilt. Als u het amendement dat er nu ligt in stemming brengt, loopt u het risico dat het niet wordt aangenomen; terwijl u de toezegging waarschijnlijk dan toch krijgt, want dat wordt volgens mij breed gedeeld. Dat is aan u. We zijn en passant ook toegekomen aan de besluitvorming, want de beraadslagingen zijn nu eigenlijk wel klaar, na twee ronden. Mevrouw Van Oord: Wij trekken het amendement in.
Wij zijn tevreden met de toezegging dat de vigerende goothoogte wordt gehandhaafd. Wij hopen nu ook maar dat de vigerende goothoogte ook de bestaande goothoogte is, maar goed, dat kunnen wij nu niet verifiëren. De voorzitter: Het ingediende amendement is ingetrokken. Amendement A is ingetrokken. Zonder hoofdelijke stemming stelt de raad het voorstel vast. 5.
VOORSTEL TOT ONTEIGENING PERCEEL FOPPENPOLDER TE MAASLAND
De heer Van Dam: Al voor 2008 is langs minnelijke weg en aannemelijke voorwaarden geprobeerd tot overeenstemming te komen, enerzijds door Warnaar Beheer en aan de andere kant de familie Wubben. De gemeente heeft hierin ook een bepaalde rol gespeeld bij de vaststelling van het bestemmingsplan. Al die tijd was het voor vier kopers heel onzeker. Die mensen hadden een eigendom gekocht waarvan later bleek dat het niet geleverd had kunnen worden. Dus onzekerheid bij de kopers. Nu er langs minnelijke weg niet tot overeenstemming is gekomen gaat de gemeente een verzoek tot onteigening indienen. Dat wordt dan door de Kroon besloten; daarna volgt een gerechtelijke procedure en dan wordt ook de schadeloosstelling bepaald. Ik denk dat het goed is. Het kan niet anders, er moet een oplossing komen voor de kopers. We lezen in het stuk dat er op 24 juli 2009, dus een kleine drie jaar geleden al een overeenkomst was met Warnaar Beheer. Dat lijkt me lang. Daarin is overeengekomen dat de kosten voor de gemeente maximaal € 5.000,00 zullen bedragen, maar dat is natuurlijk exclusief de inzet van ambtenaren. Die is tot op heden al meer dan aanzienlijk geweest en die zullen best nog wel even doorlopen. Dus ik begrijp niet waarom de gemeente heeft toegezegd om € 5.000,00 in de gerechtelijke kosten bij te dragen, terwijl zij aan uren van ambtenaren al een aanzienlijk deel heeft betaald.
Ik heb nog een vraag, over de allereerste zin, onder Wat willen wij bereiken: daar wordt gesproken over een aantal nummers, maar ik mis daarin nummer 16. Het gaat om zes villa's en onder die vier woningen die het betreft is ook villa nummer 16. De heer Van Dooremaal: Een zeer naar stukje geschiedenis, een erfenis van de gemeente Maasland, waar de gemeente in mijn ogen een redelijk scheve schaats heeft gereden. Er zijn dingen gebeurd die niet hadden mogen gebeuren, er is grond uitgedeeld, verkocht, die niet van de gemeente was. 7
De heer Van Dam: Dat is Warnaar Beheer geweest, die grond heeft verkocht die niet zijn eigendom was. De rol van de gemeente beperkte zich tot bestemmingsplanprocedures, en niet over grond die is geleverd. De heer Van Dooremaal: Maar dan nog is er een gemeente die dat soort dingen in de gaten houdt en moet controleren. Dat heeft zij niet gedaan. Wij zijn de erfopvolgers van die gemeente, dus wij moeten dat goedmaken. Dat wordt nu gedaan via een onteigeningsprocedure. Wij zijn er nog niet zo van overtuigd dat het minnelijke van dit hele gebeuren tot in den treure is gebeurd. We vragen de wethouder om toch nog een keer met de mensen om de tafel te gaan zitten en te kijken wat daar zou kunnen gebeuren, wat we daar nog kunnen regelen. We stemmen wel in met de onteigening, want deze stap moet worden gezet, dat is een ding dat zeker is. Maar dat het hier een onfris gebeuren is, daar zijn we van overtuigd en dat we hier nog iets in kunnen betekenen, ik zou graag zien dat de wethouder daar een toezegging in doet. De heer Roeling: Inderdaad een hele geschiedenis, met een nadrukkelijke rol voor de gemeente, eerst Maasland, later Midden-Delfland. Ik ben met de vorige sprekers eens dat er een oplossing moet komen. Je kunt denken dat onteigening een oplossing is, dat zou, maar als je naar de geschiedenis van dit hele verhaal kijkt, dan is de kans dat die slaagt vrijwel nihil.
Waarom? Er zijn twee gronden om als gemeente onteigening te bewerkstelligen, ten eerste om een (bestemmings)plan te kunnen realiseren – dat gaat niet op want het plan is al gerealiseerd – en ten tweede handhaving in het algemeen belang. Daarbij kun je denken aan een Rijksmonument, of hier in Midden-Delfland aan een mooie weide waarvoor een grondeigenaar plannen heeft waar wij niet zo van gediend zijn. Ook dat is niet aan de orde. Voor zover ik weet heeft de heer Wubben nooit een sloopvergunning aangevraagd voor de opstallen die op zijn grond staan, dus die kans is vrij klein. Dan heb ik nog een nagekomen bericht gekregen van de heer Verbeek van het ministerie, een expert die het Kroonvoorstel, of hoe dat mag heten, voorbereidt, die heeft aangeboden een soort vooroverleg te hebben met het college, om de zaak te bespreken. Nou, dat werd van de hand gewezen; ik denk dat dat op zijn zachtst gezegd ongelukkig is, dat je een expert van het ministerie minstens kunt aanhoren als je als gemeente dit strijdplan uit de kast trekt. De voorzitter: Voor de helderheid, want niet iedereen weet waar u het over heeft: u 'heeft nader bericht ontvangen': waar heeft u dat bericht vandaan? De heer Roeling: Het gaat erom dat het college weet heeft van dit verhaal. De voorzitter: U brengt het als dat 'we' een bericht hebben ontvangen. Maar niet iedereen hier heeft die stukken.
De heer Roeling: Dat heb ík ontvangen. Dus dan denk ik, hoe gaan we verder. Het plan is goedgekeurd door de gemeente Maasland, terwijl men wist dat een deel van het bouwplan plaatsvond op grond van een ander. Dat heet dan dat er 'geen goede ruimtelijke onderbouwing is'. Dat is later gebleken. De vergunning is toch afgegeven door de gemeente, daar is bezwaar tegen gemaakt, uiteindelijk, en terecht. De familie Wubben heeft daar gelijk in gekregen, uiteindelijk is dat bij de rechter terechtgekomen die het besluit van de raad en het college heeft vernietigd, de gemeente opdroeg haar huiswerk opnieuw te doen en zijn uitspraak te betrekken bij het nemen van het volgende besluit. Toen is het idee opgevat om het op te lossen via het nieuwe bestemmingsplan van 2008. Ook dat onderdeel is vernietigd en vervolgens is die overeenkomst gekomen, tussen de gemeente, getekend door burgemeester Rodenburg, en Warnaar Beheer BV. Op dat moment ben je partij als gemeente, en dat verbaast ons des te meer omdat het feitelijk gaat om een privaatrechtelijke kwestie. Iemand bouwt – de gemeente heeft daar weliswaar aan meegewerkt – maar feitelijk speelt het tussen twee buren. De een zegt dat er op zijn grond is gebouwd, de rechter bevestigt dat en na 8
jaren van heen en weer gesteggel zegt de gemeente 'Wij nemen het van u over, mijnheer Warnaar, en wij gaan onteigenen'. Dat verbaast mij hogelijk. Daar zou ik graag een antwoord op hebben. En ook op een vraag die al in de commissie is gesteld. De zaak ligt bij de hoge rechter. De BV van Warnaar is al jaren bezig de grond te verwerven, de rechtbank heeft hem geen gelijk gegeven, het gerechtshof heeft hem geen gelijk gegeven en nu ligt het bij de Hoge Raad. En ik denk dan dat je als overheid, zeker als Midden-Delfland, dat regelmatig zegt: 'het ligt onder de rechter, daar doen we geen uitspraak over'… In dit geval, en het gaat om hetzelfde stukje grond, terwijl het bij de Hoge Raad ligt, fietst de gemeente er even tussendoor door een onteigening te starten. Dus daar zou ik ook graag een keer antwoord op willen hebben, waarom de gemeente dat doet. De historie leert dat de gemeente niet veel opheeft met rechters, maar dit is weer een knap staaltje, dat waar nog een uitspraak moet volgen, de gemeente alvast het voorstel doet om te gaan onteigenen.
Misschien moet ik de vragen nog even kort herhalen, anders krijgen we een derde termijn: Waarom stapt de gemeente, het college, in een onteigeningszaak terwijl de kwestie nog bij de Hoge Raad ligt? Waarom is men partij geworden, door middel van die overeenkomst uit 2009? Wat is de grond van die zogenaamde onteigening die de gemeente wil starten? Voor zover wij het na kunnen gaan is het echt weer zonde van de tijd. Dan heb ik ook nog een oplossing – je kunt wel zeggen dat je het er niet mee eens bent, maar wij komen ook met een oplossing. Heeft het college, deze gemeente, er wel eens over nagedacht om, als je kijkt naar de poort van Maasland, de plangrens loopt eigenlijk tussen het fietspad en de kavel van Wubben. Ik ben daar wezen kijken – het ziet er niet uit – waarom zeg je niet als gemeente tegen de familie Wubben 'wij hebben echt die grond nodig want wij willen een oplossing, wilt u meedoen in de poort van Maasland?' De heer Van Dam: Maar welke oplossing staat u dan voor? De heer Roeling: Nou, dat het onderdeel wordt van de reconstructie van de Maaslandse poort. Zo beschouw ik het maar. Je bent aan alle kanten bezig, en als je dan de plankaart bekijkt heb je een heel mooi stukje grond dat grenst aan het fietspad enerzijds en anderzijds aan een vliet. Dan denk ik dat het vrij eenvoudig is om te vragen of zij mee willen werken aan een ontwikkeling die ons voor ogen staat.
Dat kost de gemeente geen geld en je hebt die zeer benijdenswaardige 310 m2, zo uit mijn hoofd. Mevrouw Vos: Een moeilijk dossier, dat kunnen we met zijn allen vaststellen. Wij hebben ingestemd met de onteigening, in de commissie. Natuurlijk hebben wij ook vragen bij de risico's die we lopen, als gemeente, welke kans wij maken in deze onteigeningsprocedure. Ik ben ook erg benieuwd naar de antwoorden van de wethouder op de vragen van Mijn Partij. Mevrouw De Jong: We hadden in de commissie ook al akkoord gegeven voor dit plan. Niet omdat we denken dat dit de ultieme oplossing is. Maar we hebben dit dossier meerdere malen behandeld en hier is een aantal bewoners slachtoffer van een burenruzie, laat ik het maar zo zeggen, ongeacht wie er gelijk heeft. En het lijkt mij goed dat er wordt geprobeerd een doorbraak te forceren. Voordeel van een onteigeningsplan is dat dat te allen tijde kan worden stilgelegd, mocht er een oplossing komen dat men het toch in der minne kan schikken. Wij gaan akkoord. Wethouder Horlings: Er wordt door sommigen geput uit een geschiedenis, die zij hebben meegemaakt maar die voor mij een stuk minder vertrouwd is. Dat maakt het lastig om daar diepgaand over te spreken, wat mij betreft.
In ieder geval hebben we gemotiveerd waarom de gemeente onteigening nastreeft, namelijk omdat er een bestemmingsplan is vastgesteld, omdat er met de initiatiefnemer voor de woningbouw een overeenkomst is gesloten en omdat de uitvoering daarvan nog steeds wacht op een overdracht van het eigendom van de eigenaren van de percelen, met name de huisnummers 10 en 14 – daar gaat het over, de heer Van Dam merkt terecht op dat in de eerste regel huisnummer 16 ontbreekt. Dat is in deze 9
context niet het huis waar het zich specifiek op toespitst, maar het hoort er voor de volledigheid wel bij. Daarmee denk ik dat ik in zijn algemeenheid al heel veel vragen zou hebben kunnen beantwoord. We hebben als gemeente in het verleden die overeenkomst gesloten, we zijn die rol aangegaan, we hebben een verantwoordelijkheid om de uitvoering van overeenkomsten… van bestemmingsplannen te bevorderen. De heer Roeling: Het bestemmingsplan is gerealiseerd. Ik heb gevraagd naar de grond – ik heb aangegeven welke mogelijk zijn, en deze voldoet daar niet aan, dus nogmaals: wat is de grond? U verwijst naar het realiseren van het bestemmingsplan, maar dat is gerealiseerd. Er is geen algemeen belang, er is een burenruzie, en daar gaan wij als gemeente in zitten. Verklaar u nader. Waarom kiest de gemeente de kant van de bevoordeelde en tegen de benadeelde? Dat is toch van de zotte? Als je nou zegt dat je wilt optreden, kies dan de goede kant. Wethouder Horlings: Nogmaals, ik lees voor uit wat u al zelf heeft gelezen. Dat de gemeente een overeenkomst is aangegaan met de initiatiefnemer en dat het nodig is de consolidatie van het reeds uitgevoerde bestemmingsplan te verzekeren.
Dus in wezen gaat het om de consolidatie van dat bestemmingsplan en dat is wel degelijk relevant, want als je een woning hebt die voor een deel op grond van derden blijkt te staan, lijkt mij dat voor de toekomst niet de meest vertrouwenwekkende situatie. Zien wij alleen een mogelijkheid in onteigening? Nee, want nog vandaag heeft het college besloten om nogmaals te pogen om langs minnelijke weg tot een oplossing te komen. Het overleg met de heer Wubben, of de familie, loopt via advocaten, daar hebben wij onze correspondentie ook aan gericht. Dus wij proberen nog steeds, dat kan ook lopende de onteigeningsprocedure, er minnelijk uit te komen. En als dat zou lukken zijn wij daartoe zeker bereid. De heer Wubben heeft tijdens de commissievergadering twee weken geleden nadrukkelijk gesproken over het feit dat hij op de plek waar een als schuur bestemd bouwwerk staat graag een woonbestemming wil hebben. Dat heeft hij inderdaad verwoord, maar dat is niet in overeenstemming met het bestemmingsplan. Het lijkt mij dat dat buiten de context van deze zaak moet worden gehouden, om de zaak niet al te complex te maken. De heer Van Dam: Ik wil reageren op mijn collega-raadsleden. Ik heb mij verbaasd over de VVD, dat de gemeente een rol zou spelen in het leveren van grond. Het is een notaris die recesseert, en die moet ook kijken of het goed is en allemaal klopt.
En het heeft niet geklopt… De heer Van Dooremaal: Er is geen bouwplan, dus ook geen stukje grond, wat niet aan de gemeente voorbijgaat. Ieder bouwplan, dus ook de grond die daaronder ligt, wordt door de gemeente gecheckt. En als ze over de grens gaan, dan zijn daar fouten gemaakt. Het is geweten bij de gemeente, want er zijn ook direct bezwaren ingediend, indertijd. Dus zeg niet dat de gemeente het niet wist. De heer Van Dam: En als ik het betoog van de heer Roeling hoor, dan kan ik meegaan in zijn vraag of een onteigening zin heeft, of die een grondslag heeft. En ook in zijn betoog wat betreft de rechtbank. Ik denk dat alleen het college daar op kan antwoorden, ik heb daar geen inzicht in; ik ga er dus maar vanuit dat het college dat goed heeft nagegaan en dat dat een zinvolle weg is. Ik ben met de heer Roeling eens dat er een oplossing moet komen. Maar ik vind het jammer dat ik mijn collega's, op mevrouw De Jong na, niet heb gehoord over de mensen die te goeder trouw een woning met een perceel grond hebben gekocht en dat we voorbijgaan aan die mensen hun probleem. Er wordt al jaren een oplossing gezocht, en de problematiek zit hem in de oplossing, in dat de gemeente iemand toestemming gaat geven om een woning in het buitengebied te bouwen. Nou, dan staan er hier nog wel tien mensen die dat bijzonder graag zouden willen.
Willen wij dat? Willen we honoreren dat iemand afdwingt voor iets wat er niet mee te maken heeft? Dat vind ik vreselijk jammer.
10
Ik ga ervan uit dat, ook al wordt de procedure gestart, dan is er nog steeds de plicht om te blijven overleggen en te proberen er langs minnelijke weg uit te komen. Dat zou mijn voorstel zijn, er moet een oplossing komen voor die vier mensen en ik denk dat het afdwingen van iets niet tot onze taak behoort. De heer Van Dooremaal: Even ingaand op het laatste wat de heer Van Dam zei, die vier mensen waar wij geen rekening mee houden. Het zijn er eigenlijk maar twee, van wie werkelijk het huis op andermans terrein staat. Natuurlijk houden wij daar rekening mee. Die mensen worden momenteel in hun woongenot niets aangetast. Ze merken er in principe heel weinig van, behalve dat zij geen eigenaar zijn van dat stukje grond, dus dat is niet zo heel erg, in mijn ogen. Veel erger is dat onder regie van de gemeente daar iets is gebeurd wat niet in de haak is. De gemeente heeft ooit toegestaan dat daar woningen werden gebouwd op andermans grond, en dat is niet correct. Daar moet iets aan worden gedaan, daar moet iets in worden teruggezet. De heer Roeling: Het is nu drie keer gevraagd: waarom stapt de gemeente hierin als het nog bij de Hoge Raad ligt? Daar heb ik nog steeds geen antwoord op gekregen. Dat schijnt dan toch een vrij moeilijke vraag te zijn. Als ik het eenvoudiger uit moet leggen, dan hoor ik het graag.
Het betoog van de wethouder, die zegt dat het al zo lang speelt, van voor zijn tijd. Dan zou ik zeggen, verdiep je erin, of zet iemand naast je die de situatie wel kent. Want dat is natuurlijk wel erg gemakkelijk. De oplossing waar wij mee komen, om die voor te leggen aan Wubben en consorten, is er een die op relatief korte termijn kan worden gerealiseerd, zonder kosten. Want de overeenkomst met Warnaar BV, dat ben ik met de heer Van Dam eens, die kosten moet je nog maar zien te verhalen. En stel dat je lek gaat bij de Kroon, dat het wordt afgeschoten, dan zit je met nog meer kosten waarvan je dan helemaal niets meer kunt verhalen. Dus dat soort zaken, dat vind ik toch wel betreurenswaardig. De wethouder zegt dat hij toevallig vandaag een brief de deur uit heeft gedaan, maar vervolgens wordt van ons wel verlangd om met deze onteigening in te stemmen. Dat is lekker, dan sta je met je rug tegen de muur: de gemeente wil best praten, maar heeft ondertussen wel de onteigening in gang gezet. Dat vind ik geen minnelijk overleg, zoals dat zo netjes heet. Dan zou ik zeggen, gebruik de zomermaanden om dit te bespreken. Kom je er helemaal niet uit, kom dan in september naar de raad terug met dit voorstel. Dus dat verzoek leg ik neer, om dit voorstel terug te nemen en de tijd te nemen om overleg te plegen. Mevrouw Vos: Daar zegt de heer Roeling iets.
We hebben ingestemd met het middel onteigening, maar ik zit er ook mee dat het nog bij de Hoge Raad is. De vraag die de heer Roeling daarover stelde is nog niet beantwoord. De heer Roeling stelt voor het op te schorten tot na de zomer. Ik ben nog steeds benieuwd naar het antwoord van de wethouder. Wethouder Horlings: Waarom start de gemeente een gerechtelijke procedure terwijl er nog een geding loopt tussen Warnaar en de familie Wubben? Omdat de gemeente geen partij is in die rechtszaak en wij toch denken dat wij op de een of andere manier tot een oplossing moeten komen, hetzij langs minnelijke, hetzij langs onminnelijke, dus onteigeningsweg. Wat mij betreft kunnen die trajecten ook tegelijkertijd lopen, sterker nog, iedere onteigeningsprocedure gaat ervan uit dat er ook altijd wordt geprobeerd om er langs minnelijke weg uit te komen. Dat betekent dat het in een dergelijke procedure nooit zo is dat alleen nog maar de oplossing van onteigening mogelijk is. Dus als de heer Roeling zegt dat zolang er nog minnelijke pogingen openstaan je niet moet gaan onteigenen, dan komen we nooit aan onteigenen toe. Dus ik vind dat argument nog niet zo overtuigend. De heer Roeling: De wethouder zegt dat wij geen partij zijn in de zaak die nu bij de Hoge Raad ligt: het gaat nota bene over hetzelfde stukje grond.
Die Warnaar BV probeert al jaren, zonder succes, hetzelfde stukje grond te krijgen, dat ligt nu bij de Hoge Raad en dan besluit de gemeente dat stukje grond te gaan onteigenen. Gekker moet je het niet krijgen in Nederland, als je als overheid zo optreedt. 11
Wethouder Horlings: Ik hoorde de heer Roeling verder geen vraag meer formuleren, wel een duidelijk standpunt innemen. Tot slot de vraag of de gemeente bereid is om met de familie tot een oplossing te komen waarbij geen bedrag in euro's wordt betaald – misschien ook wel, maar daarnaast ook veel breder wordt gekeken naar de bestemmingen en bouwmogelijkheden op een perceel dat van de familie is. Daarvan heb ik eerder aangegeven dat dat volgens mij een verbreding is van de casus, die misschien wel in het belang van partijen is, maar die niet het algemeen belang dient. Het lijkt mij niet verstandig om die weg in te gaan. De voorzitter: Ik begrijp dat niet iedereen akkoord gaat met het voorstel. Het is misschien goed als ik het in stemming breng. Het voorstel wordt aangenomen met 14 stemmen voor en 3 stemmen tegen; de fractie van Mijn Partij stemt tegen, de overige fracties stemmen voor. 6.
VOORSTEL RENOVATIE SPORTVELDEN
De voorzitter: Hierbij valt op te merken dat de heer Ringeling de vergadering verlaat vanwege zijn persoonlijke bestuursbetrokkenheid bij de vereniging. Mevrouw De Goede: Er is al vaak over dit onderwerp gesproken. Voor dit moment wil ik me beperken tot de hoofdlijnen. Het CDA vindt sport een belangrijke voorziening, belangrijk voor de sociale cohesie in de dorpen en voor het lichamelijk welzijn van onze bewoners. Maar in een tijd van economische teruggang zijn bezuinigingen noodzakelijk en dat raakt ook de sport. Met minder middelen en efficiënt gebruik willen we de pijn beperken. De doelstellingen die we hebben zijn in het voorstel verwoord. Dat is 1) verantwoordelijkheid voor het onderhoud, renovatie in een hand leggen, en wel bij de verenigingen, zodat zij een prikkel hebben om daar goed mee om te gaan en in staat zijn daarin eigen keuzes te maken, 2) is de financiële besparing en 3) minder ambtelijke inzet. Als je dan een voorstel krijgt, ga je toetsen of het aan de doelstellingen voldoet. Dan zie ik dat de prikkel tot verantwoordelijkheid en goed beheer wel een aantal velden betreft, maar niet allemaal. Voor de velden die niet in het voorstel zijn meegenomen is er geen stimulans voor de vereniging en een beperking van de eigen keuzes.
De financiële besparing, daar lijkt aan te zijn voldaan, maar het is natuurlijk eigenlijk doorschuiven: nu lijkt het een grote besparing, straks staan we misschien voor verrassingen. En het derde punt, minder ambtelijke inzet: die wordt nu minder, maar als in 2019 de plannen en schema's weer moeten worden opgemaakt zien we niets van die efficiencyslag in ambtelijke inzet terug. Resumerend: er wordt niet aan alle doelstellingen voldaan. In de commissie hebben we geen argumenten gehoord waarom op slechts een deel van de velden de afgesproken systematiek wordt toegepast. Met duidelijke argumenten kan je een weging maken, bijvoorbeeld dat het jammer is dat niet alle doelen worden bereikt maar dat daar zwaarwegende argumenten voor zijn. Wij hebben die niet gehoord en het CDA pleit er dan ook voor om de afgesproken systematiek op alle velden toe te passen. Mevrouw Hoogendijk: Als eerste wil ik een opmerking maken over de inspreker. Ik ben zeer onaangenaam verrast, en dan druk ik me mild uit, met name door de toonzetting. Ik denk dat dat geen recht doet aan alle overleg en voorstellen die zijn gedaan voor, tijdens en na de aanleg van de kunstgrasvelden, waarbij wij als raad de kaders hebben gesteld om een aantal stappen te zetten qua onderhoud en huurbedragen. En het voorliggende voorstel is hiervan het resultaat.
We hebben in de commissie inzicht gevraagd in de situatie na 2020, om te voorkomen dat partijen dan worden geconfronteerd met opnieuw een groot bedrag dat ze moeten opbrengen voor renovaties in de navolgende jaren. Dat overzicht zit er nu bij, weliswaar met indicatieve bedragen maar dat is logisch, het is lastig zo ver vooruit realistische bedragen in te 12
schatten. Ons voorstel zou zijn, dat hebben we ook in de commissie gezegd, om de schouw van 2016 te gebruiken om de stand van zaken met betrekking tot de velden zodanig in te richten dat vanaf dan ook voor de overige velden nieuwe tranches of reserveringen kunnen worden bepaald. De heer Van Dooremaal: Ook een stuk met een redelijke geschiedenis. We hebben een aantal afspraken gemaakt bij de aanleg van de kunstgrasvelden. Het ziet ernaar uit dat we die gaan bestendigen, en in dat geval kunnen wij instemmen met dit voorstel. De doorkijk naar 2020 is erg ver van ons bed. Het is heel moeilijk zover vooruit te kijken. We hebben wat indicatieve bedragen ontvangen. Wat vorige spreekster al zei, ook wij denken erover om mettertijd, in 2016 of 2017, wanneer die schouw plaatsvindt, om de tafel te gaan zitten om eens verder te kijken. Dan kan je ook veel preciezer gaan begroten en bedragen neer gaan zetten. Want als je dat nu doet, moet je dat straks toch gaan bijstellen, want de wereld zal er dan heel anders uitzien. De heer Van der Spek: Dank voor beantwoording van de schriftelijke vragen die ik had gesteld. In de commissievergadering had ik al wat vragen gesteld daarover, inderdaad. Een stuk duidelijker geworden. Ik had ook al aangegeven, dat ook terecht beantwoord door andere partijen, de financiële verwachtingen naar de toekomst, om die twee jaar toch goed te blijven monitoren.
Daar ben ik zelf ook groot voorstander van, om inzichtelijk naar de toekomst goed de kosten te kunnen blijven monitoren. Verder was ik wel even benieuwd naar het antwoord van u op de beantwoording van de beargumentering van de heer Van Dijk. Wat uw reactie daarop is. Mevrouw Van Oord: Een moeilijk dossier, waar we al een aantal malen over hebben gesproken, in een toenemende sfeer van irritatie. Dat is wat mij bekruipt, als ik het lees. Wat dat betreft ben ik ook wel geschokt door de reactie van de heer Van Dijk. Niet dat ik het niet begrijp, maar kennelijk loopt het zoals het loopt en vind ik het jammer, bedroevend, dat dit niet is kunnen voorkomen. Ik heb het idee, wij denken dat de uitgangspunten van het verhaal goed zijn, maar de uitvoering, en dat is zowel het resultaat als het proces, zijn abominabel verlopen. We hebben in de commissie al gezegd dat we alle velden in het voorstel mee zouden willen nemen, de indexering consequent zouden willen toepassen en een veel beter contact willen hebben met alle betrokken verenigingen. En natuurlijk in de volgorde dat je daarmee moet beginnen. De heer Van Dooremaal: Mevrouw Van Oord, wilt u terug in de tijd? We hebben nou juist die stichtingen laten oprichten en mede opgericht om niet met alle verenigingen te hoeven praten. En nu wilt u dat weer terugdraaien? Mevrouw Van Oord: Dat bedoel ik niet letterlijk, misschien.
We hebben in de commissies ook steeds voorzitters van stichtingen, die hebben daar ingesproken. In plaats van dat zaken in de loop van een discussie en een proces aan onze tafel verhelderen, heb ik het idee dat ze eerder vager of schimmiger worden. En dat doet niemand recht, en daar ben ik gewoon ontevreden over. Ik heb dan ook de vraag wat we gaan doen om het gesprek weer vlot te trekken en om ons van de juiste informatie te voorzien. De heer Van Dooremaal: Mevrouw Van Oord, ik herhaal mijn vraag. Wilt u terug in de tijd? Dat we weer met de verenigingen om de tafel gaan zitten. Of in deze situatie, dat we het met stichtingen blijven doen? Mevrouw Van Oord: Ik heb daar antwoord op gegeven, dus dat doe ik niet een tweede keer. Ik ben benieuwd naar het antwoord van de wethouder hoe het proces weer vlot te trekken en ons juist te informeren. Ook nu moeten we weer vaststellen dat in het stuk dat voor ons ligt een onjuistheid is geslopen over kunstgrasvelden 4 en 5 die geen kunstgrasveld zijn. Dat is net ook al door iemand anders naar voren gebracht. 13
Wethouder Van Nimwegen: Als u het goedvindt, zou ik eerst iets willen zeggen over het gevoerde proces met de sportstichtingen. In de aanloop naar de vorige versie van dit voorstel hebben wij overleg gevoerd met alle stichtingen en daar kwam duidelijk uit naar voren dat de stichtingen van mening zijn dat het toch relevant is om 100% te financieren. Van daaruit zijn wij met u het overleg in de raad aangegaan en u heeft bijna raadsbreed aangegeven het belangrijk te vinden om de 80/20% consequent door te voeren. Vandaar ook dit voorstel voor de renovatie van de sportvelden. Wij zijn daar nog over met u in gesprek. Doe je dan tegelijkertijd niets naar de sportstichtingen? Voor ons als college is belangrijk dat u het kader aangeeft: hoe nu verder. Uiteraard ben ik zeker bereid om te blijven investeren in een goed overleg met de sportstichtingen, maar het kader dat u als raad geeft is en blijft daar belangrijk in. Ik vind het fijn om vanavond te horen dat de uitgangspunten in dit stuk in ieder geval goede elementen bevatten. Dat hoor ik bij de meeste fracties terug. Ik hoor van het CDA, OGP en Mijn Partij terug dat het belangrijk is om naar alle velden te kijken, in hoeverre die kunnen worden meegenomen in met name ook die kwaliteitstoets.
Mijn voorstel zou zijn, als u het daarmee eens bent, dat we vanuit deze eerste termijn in de komende weken nagaan of dat mogelijk is, even de tijd nemen om te kijken op welke manier we de financiële besparing scherper kunnen krijgen. Dat zou mijn voorstel zijn, zodat we na de zomer het voorstel in de raad kunnen hernemen. Ik heb zeg maar even alle fracties hierin op de hoofdlijnen meegenomen. Mevrouw Snethlage: Punt van orde. Begrijp ik dat de wethouder het agendapunt terugneemt? De voorzitter: Dat is niet zozeer een voorstel van orde. Het is een vraag aan de wethouder. Wethouder Van Nimwegen: Mijn voorstel zou zijn om de discussie op te schorten, als dat kan, ik kijk even naar de voorzitter, en in de volgende vergadering voort te zetten. Mevrouw De Jong: Mag ik een aanvullend ordevoorstel doen? We hebben het van de week gezien met de Maaslandse Dam, dat is prima verwerkt, ik stel voor dat het college de dingen oppakt die de wethouder nu aangeeft en dat we een afgevaardigde van een fractie, daar mee praten, zodat we dit na de vakantie kunnen afhameren. Want het heeft vrij lang geduurd en ik denk dat het handig is als we er in een keer uitkomen om te voorkomen dat we nog meer van dit soort insprekers aan moeten horen. De voorzitter: Als ik kijk naar het gevoelens van de raad.
Er is wat gewisseld en de wethouder zegt er behoefte aan te hebben een aantal zaken dat naar voren is gebracht nader uit te zoeken. De raad heeft ook zoiets dat dat plezierig is, dat dat werk wordt gedaan, dat daar de definitieve besluitvorming op kan worden gebaseerd. Je kunt het formuleren als 'het voorstel aanhouden', maar je kunt het voorstel ook terugnemen en opnieuw op de agenda zetten. Mevrouw Van Oord: Ik heb de wethouder in eerste termijn niet horen terugkomen op vragen over de indexatie… De voorzitter: Het is gehoord, het is ook opgeschreven. Ik neem aan dat de wethouder goed heeft geluisterd en heeft meegeschreven met wat aan de orde is gesteld. Ik stel vast dat de behandeling dan hierbij blijft en dat het stuk opnieuw wordt geagendeerd voor behandeling na de zomer. De heer Van Dooremaal: U vroeg onze mening daarover. De voorzitter: Oké, ik leg het nog even in uw midden, maar dat is dus het verzoek.
14
De heer Van Dooremaal: De VVD kan daarmee akkoord gaan. Ik denk dat we gewoon een fractievoorzitter per partij aan moeten wijzen. Mevrouw De Jong: Een lid is voor mij voldoende hoor, ik hoef niet. De heer Van Dooremaal: Een lid per fractie is prima. De voorzitter: U ziet maar hoe u dat verder doet. Het voorstel is in ieder geval om het voorstel terug te laten komen in een vergadering na de zomer. Ik weet niet of dat, is dat september? Of oktober? Wethouder Van Nimwegen: September. De wethouder neemt het voorstel terug, teneinde het naar aanleiding van opmerkingen uit de raad aan te passen en het in september in aangepaste vorm opnieuw aan te bieden. De heer Ringeling heeft niet aan de behandeling van het agendapunt deelgenomen. 7.
VOORSTEL TOT HET BENOEMEN VAN DE HEER R.H.G. ZWAARD ALS BURGERCOMMISSIELID VAN HET CDA
[De heer Ringeling komt terug in de vergadering.] De voorzitter: We moeten hiervoor een commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven instellen. De griffier en ik hadden wat voorwerk gedaan en we hadden gedacht aan mevrouw Snethlage, mevrouw Van Oord en mevrouw Hoogendijk. Daar bent u mee akkoord. Overigens wordt voor de voortgang van de vergadering ook alvast gekeken naar de geloofsbrieven van mevrouw Schouten. [De commissie is ingesteld.] … Mevrouw Snethlage: Wij hebben de geloofsbrieven uitgebreid onderzocht. Wij hebben geen beletselen gezien om tot benoeming over te gaan. De voorzitter: Er is behoefte aan schriftelijke stemming. De briefjes worden uitgedeeld. … Ik verzoek de commissie die de geloofsbrieven heeft onderzocht ook de stemmen te tellen. Dat kan? [Schorsing] Mevrouw Snethlage: Het is wel een andere commissie, want dit is een commissie tot het opnemen van de stemmen. Er zijn 17 stemmen uitgebracht, waarvan 2 tegen en 15 voor. De voorzitter: Dan kunnen we vaststellen dat de heer Zwaard is benoemd tot burgercommissielid van het CDA en kunnen we overgaan tot de beëdiging. Ik verzoek de heer Zwaard naar voren te komen. "Ik zweer dat ik om tot lid van de commissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
15
Ik zweer dat ik om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de commissie naar eer en geweten zal vervullen." De heer Zwaard: Zo waarlijk helpe mij God almachtig. De voorzitter: Van harte gefeliciteerd met uw installatie als burgerraadslid. Veel succes met het werk. 8.
VOORSTEL MIDDELEN TEN BEHOEVE VAN DE AANLEG VAN DE OPENBARE RUIMTE CENTRUM DEN HOORN TEN LASTE VAN DE INVESTERINGSRESERVE
De heer Van der Vaart: We zijn positief over deze impuls die wordt gegeven in goed samenspel tussen gemeente en particulieren. We hebben wel een paar opmerkingen en vragen. We signaleren dat dit een groot deel van de investeringsreserve wegneemt, van de circa € 6 miljoen circa € 2,3 miljoen, en dat die daardoor bijna helemaal vastligt. We signaleren ook dat in de afweging over met welke kwaliteit je dingen gaat doen, hoe je dingen gaat doen, bijna alles in de categorie 'hoog' valt en dat betekent dat zowel het straatmeubilair als de bestrating allemaal wordt verwijderd. Het zou de gemeente sieren om met behoud van kwaliteit de creativiteit zou kunnen vinden om meer cradle to cradle te werken. Wat we verder hebben gezien is dat de verhouding tussen de kosten voor het echte werk en die van de voorbereiding en het plan in onze ogen scheef is. We refereren aan de kosten van een bureautje die nu worden gemaakt om de plannen te ontwikkelen: die zijn zeer beperkt, en we zien dus niet dat in het vervolg van het traject het hele bedrag van ongeveer € 0,5 miljoen daaraan op moet worden gemaakt.
Terugkomend op mijn opmerking over de circa € 6 miljoen versus € 2,3 miljoen, ik hoor graag van de wethouder wat de mogelijkheden zijn om er positief mee om te gaan, door niet alles te reserveren, omdat nog niet alles feitelijk omdat we nog lang niet alles, zeg in de zesde en zevende fase, nodig hebben. Dat we enige speelruimte houden naar de toekomst. De heer Van Dooremaal: Ook wij hebben wat reserves bij het leegtrekken van de investeringsreserve. Dat is toch iets wat je tot nadenken stemt. Wij dagen de wethouder dan ook uit om de plankosten tot een minimum te beperken, om te proberen daar wat beter uit te komen. Zoals de heer Van der Vaart ook al zei, dit loopt een beetje de pan uit. Mevrouw Snethlage: Ik herhaal wat wij in de commissie ook hebben gezegd, dat wij de plankosten ook veel te hoog vinden in verhouding tot de werkelijke uitvoering. Dat die kosten op ongeveer eenderde van het totaal liggen, dat vind ik heel erg hoog. Daarentegen zien we wel dat de Dijkshoornseweg zo snel mogelijk moet worden uitgevoerd. De rest ligt daar eigenlijk aan vast, maar het centrale dorpsplein hoort ook bij de rest van het centrum en we denken dat het belangrijk is dat straks meer gefaseerd te doen. Dus in ieder geval de Dijkshoornseweg en de rest nog even uit te stellen tot er meer helderheid is over de rest van de centrumontwikkeling. En nog niet meteen alles te reserveren.
Mevrouw Van Oord: Wij stemmen ook in, dat hebben we in de commissie ook al gezegd. We hadden een paar vragen, dus dank voor de antwoorden die we nu in het stuk aantreffen. De opmerkingen over de verhoudingen tussen de plan- en realisatiekosten zijn gemaakt. Ik zal goed naar het antwoord van de wethouder luisteren. De opmerking die ik dan maak, is dat het heel goed is om te zien dat een situatie, die behoorlijk vastzat, in Den Hoorn, door frustratie en onwil, door inzet van bewoners en ondernemers weer is vlot getrokken. Zo hoort het ook te gaan. Het doet ons goed dat we daar afgelopen november een duwtje aan hebben kunnen geven. Pizza's doen soms wonderen, en hopelijk is dat een volgende keer niet echt meer nodig. Dus wij zijn blij met een goed resultaat. We zien ook dat het ontwerpbureau 16
dat bezig is inspirerend werkt en dat dat maar een fractie van de plankosten opsoupeert, dus dat onderstreept de opmerkingen die net al zijn gemaakt. De voorzitter: Dan is het woord aan de wethouder. Volgens mij kan dat kort. Wethouder Horlings: Ja voorzitter, maar voor ik dat doe zou ik graag een minuut schorsen voor overleg. De voorzitter: Met uzelf? Wethouder Horlings: Ambtelijk. De voorzitter: Eén minuut? Dan wachten we eventjes. [Schorsing] Wethouder Horlings: Er kwam redelijk breed langs een gedachte waarover ik de behoefte had te overleggen met degenen die de uitvoering doen en met mijn collega die de financiën beheert. Dat heeft te maken met de fasering die werd voorgesteld. Ik wil nog maar een keer benadrukken dat we met elkaar de ambitie neer hebben gezet om het centrum van Den Hoorn een stevige duw te geven in de goede richting. Daarbij is de herinrichting van de Dijkshoornseweg een belangrijk onderdeel, maar we hebben ook andere ambities, op het plein dat in de visie dorpsplein is gaan heten en op de straten daaromheen. Daar kom je dan ook vanzelf in terecht. Ik denk dus nog steeds dat het goed is de samenhang te zien tussen het een en het ander, maar de uitvoering zal zeker gefaseerd zijn.
Dus als de raad zich nu wil beperken tot fase 1, de Dijkshoornseweg, omdat dat hetgeen is wat nu aan de orde is, kan dat uiteraard, maar ik merk wel op dat dat niet inhoudt dat de rest daarmee opeens is verdwenen, want wij zullen daar dan op latere momenten nogmaals bij u op terugkomen. Ik denk dat we dat als college ook in het achterhoofd gaan als we komen met voorstellen die ten laste gaan van het investeringsbudget. We zullen dat steeds moeten afwegen tegen de middelen die nodig zijn om te komen tot de kwaliteitsverbetering in Den Hoorn die we voor ogen hebben. Met die kanttekening kan ik me voorstellen dat we de fasering budgettair doorvertalen. De opmerkingen dat de plankosten hoog zijn in relatie tot het totale budget had ik ook al in de commissie gehoord. Daar heb ik al in beloofd dat we er scherp op zullen letten dat kosten zoveel mogelijk in de hand worden gehouden. Overigens hebben we die discussie vaker met elkaar en ik zeg dat dus ook wel vaker toe, op vragen bij andere projecten. Zelfs als ik dat niet zeg mag u ervan uitgaan dat we dat sowieso altijd doen. De bedragen die hier staan zijn overigens niet uit de lucht gegrepen, daar is wel degelijk aan gecijferd en gerekend, met het oogmerk om alles in beeld te krijgen.