12 bijlage Nota lokale heffingen 2025-2028
Tekst van het document
20 Nota lokale heffingen 2025-2028
aanvulling op diensten die door de gemeente worden uitgevoerd bij het behartigen van het publiek belang in de openbare ruimte en ze moeten in het verlengde daarvan liggen. Bij de uitvoering wordt om doelmatigheidsredenen zoveel mogelijk aangesloten bij de Wet WOZ en de OZB. -
Forensenbelasting
De heffing van forensenbelasting is geregeld in artikel 223 van de Gemeentewet. De opbrengst is een algemeen dekkingsmiddel. Door het heffen van forensenbelasting heeft de gemeente de mogelijkheid om de kosten van gemeentelijke voorzieningen om te slaan over personen die niet in de gemeente wonen, maar wel gebruik maken van de voorzieningen. Forensenbelasting wordt geheven van personen die langdurig in de gemeente verblijven zonder dat ze staan ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie. Deze personen houden voor meer dan 90 dagen van het belastingjaar een gemeubileerde woning beschikbaar voor zichzelf of hun gezin.
Hondenbelasting
Op grond van artikel 226 van de Gemeentewet kan van de houder van een hond hondenbelasting worden geheven. De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden. De hondenbelasting is in beginsel een algemene belasting, waarvan de opbrengsten ten goede komen aan de algemene middelen. Bij de hondenbelasting zijn de kosten die gemoeid zijn met de heffing en invordering van belastingen, de zogenoemde perceptiekosten, relatief hoog. Dit heeft als oorzaak dat over het algemeen de bereidwilligheid tot het doen van aangifte niet groot is. Daarom moet er veel gecontroleerd worden om de heffing en inning van deze belasting rechtvaardig te houden.
Parkeerbelasting
Artikel 225 van de Gemeentewet geeft de gemeente de mogelijkheid wegens parkeerregulering over te gaan tot invoering van parkeerbelasting. Voor het parkeren van een voertuig op bepaalde plaatsen en/of tijden kan dan belasting worden geheven. Uit de wettekst wordt duidelijk dat parkeerbelastingen niet zijn bedoeld als inkomstenbron voor gemeenten, maar ter regulering van het parkeren. De belasting wordt geheven van degene die een voertuig heeft geparkeerd, degene die de belasting voldoet of wil voldoen of van de houder van het voertuig. Wanneer het gaat om een parkeervergunning is degene belastingplichtig die de vergunning heeft aangevraagd.
Precariobelasting
Gemeenten mogen op grond van artikel 228 Gemeentewet precariobelasting heffen voor het hebben van voorwerpen op, onder of boven gemeentegrond. Dit ‘hebben’ duidt op een zekere duurzaamheid, bijvoorbeeld het hebben van een terras op of het hebben van kabels en leidingen onder gemeentegrond. Het plaatsen van een fiets op gemeentegrond voldoet hier dus niet aan. Bij een openbare aankondiging die zich boven gemeentegrond bevindt, is sprake van samenloop van reclamebelasting (zie hieronder) en precariobelasting. Het zijn beiden algemene belastingen met een verschillende rechtsgrond. Wettelijk gezien is er geen aanleiding om samenloop te vermijden. Omdat de wens deze samenloop te vermijden vaak wel aanwezig is, wordt de reclamebelasting vaak in dezelfde verordening geregeld als de precariobelasting.
Rechten
Liggelden, kadegelden of havengelden Dit zijn rechten die geheven worden voor het gebruik van een gemeentelijke haven. Dit betreft niet uitsluitend recreatievaart. Voor een groot deel van de verleende rechten zal dit echter wel zo zijn. Marktgeld Degene die een standplaats inneemt of koopwaar op de markt uitstalt, kan tegenover de gemeente een plicht hebben tot afdracht van marktgeld. Voor de tariefberekening wordt vaak gebruik gemaakt van de frontbreedte en geldt de strekkende meter als maatstaf. Midden-Delfland heeft geen marktplaatsverordening en heft dus ook geen marktgelden. De ondernemers hebben een vergunning en voor die vergunning worden leges betaald.
21 Nota lokale heffingen 2025-2028
Vermakelijkhedenretributie Een gemeente kan een vermakelijkhedenretributie heffen voor het verblijf in een inrichting tot het geven van vermaak. Daar moet een prestatie van de gemeente tegenover staan. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om verblijf in toeristische attracties, zoals rondvaartboten en pretparken. De gemeente moet kunnen aantonen dat in verband met die vermakelijkheid speciale voorzieningen zijn aangebracht of extra kosten van gemeentelijk toezicht zijn gemaakt, bijvoorbeeld politietoezicht. Anders dan bij andere rechten geldt voor de vermakelijkhedenretributie geen verbod tot het maken van winst.
Reclamebelasting
Gemeenten zijn op grond van artikel 227 van de Gemeentewet bevoegd om reclamebelasting in te voeren. Reclamebelasting kan geheven worden voor openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Deze belasting wordt vaak geheven in combinatie met precariobelasting, omdat de rechtsgronden van deze twee belastingen dicht bij elkaar liggen. 4.
Heffing en invordering van gemeentelijke heffingen
4.1 Wijze van heffing Algemeen In de heffingsverordeningen is vastgelegd op welke wijze een heffing in rekening wordt gebracht. In deze heffingsverordeningen zijn ook de termijnen van betaling vastgelegd. Op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) en de Gemeentewet zijn drie heffingssystemen mogelijk. Die zijn: 1. heffing bij wege van aanslag; 2. heffing bij voldoening op aangifte; 3. heffing op andere wijze dan bij wege van aanslag of voldoening op aangifte. Hieronder worden deze heffingssystemen toegelicht. 1. Heffing bij wege van aanslag Dit is het meest voorkomende heffingssysteem. De hoogte van de belastingschuld wordt aan de belastingplichtige bekend gemaakt door het toezenden of uitreiken van een aanslagbiljet. In Midden-Delfland worden de OZB, afvalstoffenheffing, reinigingsrechten en rioolheffing geheven door middel van een aanslagbiljet. Daarnaast worden ook een aantal rechten geheven door een aanslagbiljet, zoals de leges omgevingsvergunning en de begrafenisrechten. De heffingen voor een belastingplichtige worden zoveel mogelijk op één biljet opgenomen. Ook wordt, indien van toepassing, de WOZ-beschikking op het biljet vermeld. Een actuele ontwikkeling is de digitalisering van dit proces. Een ingezetene heeft nu de keuze om via Overheid.nl te corresponderen met Midden-Delfland, waarbij het aanslagbiljet via Overheid.nl is in te zien.
Het initiële (eerste) kohier* wordt jaarlijks eind februari verzonden. In de loop van het jaar kunnen zich wijzigingen voordoen in de belastingplicht. U kunt hierbij denken aan verhuizingen of mutaties in het aantal personen binnen een huishouding. Daarom worden gedurende het jaar meerdere kohieren gedraaid. * een administratief stuk van in een bepaalde periode te innen belastingaanslagen.
2. Heffing bij voldoening op aangifte Bij dit heffingssysteem stelt de belastingplichtige zelf de belastingschuld vast. Dit systeem wordt gebruikt bij de hondenbelasting en de parkeerbelasting. In Midden-Delfland zijn er geen heffingen waarbij dit systeem wordt toegepast. 3. Heffing op andere wijze
22 Nota lokale heffingen 2025-2028
Heffing op andere wijze is binnen het belastinggebied een relatief vormvrij systeem. De wet geeft geen inhoudelijke beschrijving en de term is een verzamelnaam voor verschillende eenvoudige vormen van heffing. Dit heffingssysteem wordt, ook in Midden-Delfland, vooral gebruikt bij leges en rechten, zoals uittreksels uit het bevolkingsregister, paspoorten en rijbewijzen. Het te betalen bedrag wordt mondeling of door toezending of uitreiking van een schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Vaak worden de leges of rechten direct betaald, bijvoorbeeld bij het afgeven van een identiteitskaart. 4.2
Betaling van een aanslag
De termijnen van betaling zijn vastgelegd in de diverse heffingsverordeningen. Voor de OZB, afvalstoffenheffing, reinigingsrechten en rioolheffing zijn de betaaltermijnen gelijk. Het betreft de heffingen die over het algemeen samen op een verzamelaanslag komen. De belastingschuldige kan op twee manieren betalen. Men kan betalen: door het aanslagbedrag over te maken naar het rekeningnummer van de gemeente; door deelname aan automatische incasso. Overmaken naar rekeningnummer gemeente Bij overmaken naar het rekeningnummer van de gemeente wordt betaald in één termijn die vervalt op de dag twee maanden na dagtekening. Het bedrag van een aanslagbiljet met dagtekening 28 februari zal dus uiterlijk op 28 april betaald moeten zijn. Recentelijk is aan het aanslagbiljet een digitale betaallink toegevoegd, wat het overboeken eenvoudiger maakt. Deelname aan automatisch incasso Bij automatisch incasso geeft de belastingschuldige een doorlopende machtiging af om het bedrag in maximaal negen termijnen automatisch van zijn rekening te laten afschrijven. Voor deelname aan automatische incasso is het Incassoreglement Midden-Delfland opgesteld, waarin de regels zijn opgenomen waaraan een belastingplichtige/-schuldige moet voldoen om zijn gemeentelijke heffingen automatisch te laten incasseren.
Belangrijke regels bij automatisch incasso zijn het maximumbedrag tot € 5.000,-, waaraan een (verzamel)aanslagbedrag moet voldoen. En tevens beëindiging van de deelname, als de incasso gedurende drie termijnen van het lopende belastingjaar niet is geslaagd. Als een rekening geblokkeerd blijkt voor automatische incasso wordt deze daarnaast direct beëindigd. Deze regels zijn opgenomen uit efficiencyoverwegingen en om rentederving te voorkomen. 4.3 Betalingsregeling/uitstel van betaling Als een belastingschuldige de aanslag niet op tijd kan betalen, kan hij verzoeken om een betalingsregeling of om uitstel van betaling. Een betalingsregeling bestaat uit niet meer dan 6 termijnen. De aanvrager moet de reden aangeven en eventueel financiële gegevens overleggen. Algemeen uitgangspunt van Midden-Delfland is dat de regeling of het uitstel moet zijn afgerond, voordat de aanslagen van het volgend jaar worden verstuurd. Jaarlijks vragen in Midden-Delfland ongeveer 75 personen om een regeling. 4.4 (Dwang)invordering Wanneer een belastingschuldige zijn aanslag(en) niet of niet volledig betaalt, kan de invorderingsambtenaar betaling afdwingen op grond van de Invorderingswet 1990. In MiddenDelfland is de keuze gemaakt om een belastingschuldige na het verstrijken van de betaaltermijn eerst een kosteloze herinnering te sturen.
Deze herinnering wordt over het algemeen twee weken na de vervaldatum verstuurd. Wanneer hierop geen betaling volgt, volgt binnen twee weken een aanmaning. Hiervoor worden wel (de wettelijk toegestane) kosten in rekening gebracht. De aanmaning geeft de belastingschuldige tien dagen om alsnog zijn aanslag, inclusief aanmaningskosten, te betalen. De aanmaningskosten zijn (afhankelijk van het aanslagbedrag) minimaal € 9,- en maximaal € 21,-. Jaarlijks worden in Midden-Delfland gemiddeld 330 aanmaningen verzonden.
23 Nota lokale heffingen 2025-2028
Als na het verzenden van de aanmaning geen betaling plaatsvindt, wordt de zaak overgedragen aan de deurwaarder. Belastingen vallen onder het recht van parate executie. Dit houdt in dat geen tussenkomst van de rechter nodig is om de hoogte van de vordering vast te stellen. De deurwaarder kan zo nodig direct invorderingsmaatregelen treffen om de vordering betaald te krijgen, zoals beslag en loonvordering. Het betekenen van de dwangbevelen wordt uitgevoerd door de externe partij GGN invoned. Dit onder verantwoordelijkheid en regie van de gemeente. De belastingschuldige moet na het betekenen van het dwangbevel het verschuldigde bedrag, inclusief dwangbevelkosten, binnen twee dagen betalen. Een dwangbevel kost minimaal € 53,-. Per jaar worden in Midden-Delfland ongeveer 160 dwangbevelen betekend. Als er ook na een dwangbevel niet wordt betaald, kan beslag worden gelegd op salaris of uitkering. Ook kan beslag worden gelegd op roerende of onroerende zaken. In uitzonderlijke gevallen kan zelfs de aanvraag van een faillissement een optie zijn. 4.5 Oninbaar verklaren Als bij de invordering blijkt dat er voor de belastingschuld uiteindelijk geen verhaalmogelijkheden zijn, wordt de vordering oninbaar verklaard. Hiertoe wordt een advies ter goedkeuring aan het college voorgelegd. Dit besluit wordt niet aan de belastingschuldige medegedeeld.
Ook kan hij aan deze administratieve handeling geen rechten ontlenen. Reden hiervoor is dat bij gewijzigde omstandigheden de invorderingsactiviteiten weer kunnen worden opgepakt. Vijf jaar na de laatste invorderingspoging van de deurwaarder vervalt de mogelijkheid tot invordering. Jaarlijks worden in Midden-Delfland ongeveer 0,25% van de belastingschulden oninbaar verklaard. 4.6 Kwijtschelding De wettelijke basis voor kwijtschelding staat in artikel 255 van de Gemeentewet in verbinding met artikel 26 van de Invorderingswet 1990. Op grond van de Invorderingswet 1990 is het mogelijk om gehele of gedeeltelijke kwijtschelding te verlenen aan de belastingschuldige die niet in staat is, anders dan met buitengewoon bezwaar, een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen. Niet voor alle heffingen is kwijtschelding mogelijk. Voor de leges, met uitzondering van de leges voor een identiteitskaart, is geen kwijtschelding mogelijk. Dit houdt in dat voor de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing een verzoek om kwijtschelding kan worden ingediend. De kwijtscheldingsnorm is in Midden-Delfland 100% van de bijstandsnorm, dit is in lijn met alle andere gemeenten. De gemeente moet bij het vaststellen van kwijtschelding rekening houden met de Leidraad Invordering gemeentelijke belastingen. Hierin staat de basisregeling voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen.
Gemeenten dienen ook een eigen leidraad invordering gemeentelijke belastingen vast te stellen, waarin zij hun werkwijze benoemen en toelichten. Verdere regels bij kwijtschelding zijn vastgelegd in de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen MiddenDelfland. Kwijtschelding op verzoek Kwijtschelding dient volgens de wet te worden verleend op verzoek. Een verzoek om kwijtschelding geldt in principe voor het betreffende kalenderjaar. Automatische kwijtschelding Om de administratieve lasten voor zowel burger als gemeente te verlagen, wordt sinds 2010 aan de indiener van een individueel verzoek eenmalig toestemming gevraagd om zijn gegevens jaarlijks te toetsen middels de geautomatiseerde kwijtscheldingstoets van de Stichting Inlichtingenbureau. Zij wijzen niemand af, maar toetsen wie in aanmerking komt voor kwijtschelding. Soms wordt aan een persoon automatische kwijtschelding toegekend. Nadat één keer een volledig aanvraagformulier is ingevuld, kan de gemeente vervolgens jaarlijks door het koppelen van bestanden van Stichting Inlichtingenbureau zelf vaststellen of inwoners in aanmerking komen voor het kwijtschelden van gemeentelijke belastingen.
24 Nota lokale heffingen 2025-2028
Ongeveer de helft van het aantal verzoeken om kwijtschelding kan op deze manier worden toegekend. In alle andere gevallen kunnen mensen altijd zelf een aanvraag voor kwijtschelding doen bij de gemeente. In 2024 zijn in Midden-Delfland 240 verzoeken om kwijtschelding gedaan. Hiervan zijn er 200 (gedeeltelijk of volledig) toegewezen, 40 verzoeken zijn afgewezen. Geen verdere invorderingsmaatregelen De terminologie ‘geen verdere invorderingsmaatregelen’ wordt gebruikt voor die situaties waarin een schuldenaar niet voor kwijtschelding in aanmerking komt, maar de invorderingsambtenaar voortzetting van de invordering niet gewenst vindt. Het verzoek om kwijtschelding wordt dan afgewezen, maar in de beschikking wordt opgenomen in hoeverre geen invorderingsmaatregelen meer worden getroffen. Het zonder voorwaarden bij beschikking mededelen dat geen invorderingsmaatregelen meer zullen worden getroffen, heeft materieel dezelfde gevolgen als het verlenen van kwijtschelding. Toezeggingen tot het niet nemen van verdere invorderingsmaatregelen worden slechts incidenteel gedaan, ingegeven door specifieke situaties. Bij kwijtschelding van de schuld voor hetzelfde bedrag als het kwijtgescholden bedrag gaat de schuld onherroepelijk teniet. Het niet nemen van invorderingsmaatregelen bij kwijtschelding heeft materieel bijna hetzelfde gevolg als ‘geen verdere invorderingsmaatregelen treffen’.
Maar juridisch zijn twee belangrijke verschillen: 1. de schuld blijft bij ‘geen verdere invorderingsmaatregelen treffen’ bestaan; 2. een toezegging zoals ‘geen verdere invorderingsmaatregelen treffen’ is herroepelijk. Betalingen op een schuld die door de belastingschuldige of een derde zijn gedaan en waarvoor het besluit ‘geen verdere invorderingsmaatregelen’ is genomen, zijn dus niet onverplicht. Ze kunnen daarom niet worden teruggevorderd door de belastingschuldige of de derde.
25 Nota lokale heffingen 2025-2028