09 CO2-Routekaart gemeentelijk vastgoed Midden-Delfland 23.9.2024
Tekst van het document
CO2-Routekaart Gemeentelijk Vastgoed 2025-2029
CO2-routekaart gemeentelijk vastgoed
COLOFON Stichting Stimular is de werkplaats voor Duurzaam Ondernemen. Wij vertalen de groeiende vraag om duurzaamheid naar praktische instrumenten en werkwijzen voor bedrijven, brancheverenigingen, overheden en zorgaanbieders. Wij willen de verduurzaming van bedrijven en organisaties versnellen door kennis en ervaring te delen, onder andere op stimular.nl/doe-het-zelf. Ons doel is dat ondernemers en managers weten wat hun grootste impact op duurzaamheid is en wat de bijbehorende maatregelen gericht op verduurzaming zijn. Kenmerken van onze werkwijze zijn maatwerk, inspirerende samenwerking en heldere communicatie. Stichting Stimular Botersloot 177 3011 HE Rotterdam t 010 - 238 28 28 e mail@stimular.nl i www.stimular.nl Bij het samenstellen van de inhoud van dit rapport is met zorg gewerkt. Stimular sluit echter iedere aansprakelijkheid uit voor onjuistheden, onvolledigheden en eventuele gevolgen van het handelen op basis van informatie uit dit rapport. Aan de informatie uit dit rapport kunnen op geen enkele wijze rechten of aanspraken ontleend worden. Tenzij schriftelijk anders overeengekomen zijn op al onze diensten onze algemene voorwaarden van toepassing. Betrokkenen: Stefan Romijn (stichting Stimular) Isabel Maas (stichting Stimular) Wendy Bijl (gemeente Midden-Delfland) Paulin Ishimwe (gemeente Midden-Delfland)
CO2-routekaart gemeentelijk vastgoed
INHOUDSOPGAVE
CO2-routekaart gemeentelijk vastgoed
1
INLEIDING
1.1
AANLEIDING
In het Klimaatakkoord hebben 12 sectoren in het maatschappelijk vastgoed afgesproken een Sectorale Routekaart op te stellen waarin duidelijk wordt op welke wijze het vastgoed in die sector CO2-arm en aardgasvrij wordt gemaakt richting 2050. In de sectorale routekaart voor gemeenten is als doel opgenomen dat iedere gemeente een vertaling van de sectorale routekaart maakt naar een eigen routekaart voor het verduurzamen van het eigen vastgoed.
1.2
DOELSTELLING
Het doel van de CO2-routekaart is om inzicht te geven in de manier waarop de gemeente wil werken aan de klimaatdoelen. De CO2-routekaart geeft per gebouw inzicht in de geplande maatregelen, de verwachtte CO2-reductie en de benodigde investeringen. In de CO 2routekaart is het vastgoed aan de doelstellingen uit het Klimaatakkoord en de Paris Proof norm gespiegeld. De routekaart geeft houvast om komende jaren het vastgoed stapsgewijs te verduurzamen.
1.3
PROCES
Gemeente Midden-Delfland neemt deel aan een ontzorgingsprogramma verduurzaming maatschappelijk vastgoed van de Provincie Zuid-Holland. Binnen het ontzorgingsprogramma stelt Provincie Zuid-Holland een projectfacilitator beschikbaar aan de vastgoedeigenaar om CO2-reducerende maatregelen te nemen. De taken van de projectfacilitator richten zich op het daadwerkelijke verduurzamingsproces van de planvorming tot aan de aanbesteding van een installateur. Stimular is door de Provincie Zuid-Holland aangesteld als projectfacilitator en heeft het opstellen van de routekaart begeleid. De gemeente heeft beschikbare informatie over het vastgoed verzameld en voorgelegd aan Stimular. Dit betreft o.a. informatie over bouwjaren, energieverbruik en de (Duurzame) Meerjaren Onderhouds Plannen (D)MJOP) voor de panden. Stimular heeft een selectie gemaakt van relevant vastgoed voor de routekaart en heeft deze panden bezocht. Stimular heeft bij het opstellen van de routekaart gebruik gemaakt van de CO2-reductietool die Stimular met Milieuplatform Zorgsector voor de langdurige zorg ontwikkelde. Zorg specifieke informatie is verwijderd en daarmee is de tool ook geschikt voor ander maatschappelijk vastgoed.
1.4
SCOPE
De CO2-routekaart richt zich op het vastgoed in eigendom van de gemeente. Hierbij ligt de focus op gebouwen met een maatschappelijke functie. Panden voor commerciële verhuur, panden in tijdelijk bezit en panden waarvan bekend is dat die binnen 10 jaar worden afgestoten (sloop of verkoop) zijn niet meegenomen in de routekaart. Ook panden met (vrijwel) geen verduurzamingspotentieel, bijvoorbeeld omdat er geen of nauwelijks energie wordt verbruikt, zijn buiten beschouwing gelaten. De gebouwen die meegenomen zijn in de routekaart zijn opgenomen in hoofdstuk 3.
1.5
LEESWIJZER
Hoofdstuk 2 beschrijft het gemeentelijk vastgoed en duurzaamheid. In hoofdstuk 3 worden de vastgoedorganisatie en de verduurzamingsopgave voor het vastgoed toegelicht. De routekaart voor het geselecteerde vastgoed is omschreven in hoofdstuk 4 en in hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de acties voor de periode 2025-2029. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de kosten, besparingen en mogelijkheden voor financiering. Maatregelen voor borging en organisatie staan beschreven in hoofdstuk 7. Tot slot zijn in hoofdstuk 8 de maatregelen per gebouw uitgewerkt.
Pagina 6 van 53
CO2-routekaart gemeentelijk vastgoed
2
GEMEENTELIJK
VASTGOED
2.1
MISSIE EN VISIE VOOR HET VERDUURZAMEN VAN VASTGOED
De organisatie is zich bewust van de klimaatverandering en streeft ernaar het fossiel energieverbruik zo snel als verantwoord te verminderen. Hiertoe zal de organisatie allereerst de energiemaatregelen nemen die de wetgeving voorschrijft en vervolgens de natuurlijke momenten van onderhoud en investeringen benutten om kosteneffectief invulling te geven aan de klimaatopgave.
2.2
GEMEENTELIJK VASTGOED
De gemeente bezit meer vastgoed dan in de routekaart is opgenomen. Op dit moment zijn 34 gebouwen in beheer en onderhoud, waarvan bij 28 groot onderhoud wordt uitgevoerd. De gebouwen variëren van monumenten op begraafplaatsen tot het gemeentehuis. De vastgoedportefeuille is met name historisch gegroeid en niet ontstaan vanuit een overkoepelende visie omtrent het vastgoed. Toch is het vastgoed niet zonder reden in bezit. Het is één van de instrumenten om de maatschappelijke doelen te realiseren en te sturen op de kwaliteit van de openbare ruimte. Hiermee is direct de waarde van het vastgoed aangegeven. De gemeente bezit meer vastgoed waarbij andere afspraken van toepassing zijn. Bijvoorbeeld het verduurzamen van de schoolgebouwen zal opgenomen worden in een Integraal Huisvestingsplan.
2.3
BEHEER EN ONDERHOUD
Het beheer en onderhoud van het gemeentelijke vastgoed is belegd bij afdeling Beheer en Openbare Ruimte (BOR), vastgoedbeheer. De uit te voeren veranderingen rondom verduurzaming hebben betrekking op het gebouw. Om effectief te verduurzamen zal de uitvoering binnen dezelfde afdeling en team worden uitgevoerd. Inzet onderhoudsbudget Waar mogelijk zal zoveel mogelijk gebruikgemaakt van bestaande onderhoudsbudgetten. In 2024 wordt het (nieuw) beheerplan onderhoud gemeentelijke gebouwen 2025 – 2029 voorgelegd. Dit plan onderbouwt de ingestelde voorziening voor het meerjarig groot onderhoud van het gemeentelijk vastgoed. In het beheerplan wordt het te hanteren beheer voor een doelmatig en efficiënt onderhoud van deze gebouwen beschreven. Daarnaast is de verduurzaming van de gemeentelijke gebouwen onderdeel van het beheerplan exclusief zonnepanelen, klein onderhoud en maatregelen. Zonnepanelen mogen namelijk niet opgenomen worden in een voorziening. Deze worden namelijk gezien als een investering. De haalbaarheid, uitwerking en financiële kaders rondom zonnepanelen volgt in een apart maatwerkvoorstel.
2.4
DUURZAAMHEIDSBELEID GEMEENTE
Wij werken op gemeentelijk niveau aan die waarden vanuit Cittaslow en daarop aansluitende 17 Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties. Midden-Delfland is Cittaslow Hoofdstad van Nederland. Cittaslow, letterlijk Langzame stad, is een internationaal keurmerk voor gemeenten die op het gebied van leefomgeving, landschap, streekproducten, gastvrijheid, milieu, infrastructuur, cultuurhistorie en behoud van identiteit goed scoren. In het coalitieakkoord is duurzaamheid niet als apart maatschappelijk doel benoemd. Het streven naar een duurzamere samenleving wordt in alle keuzes meegenomen. Voorkomen
CO2-routekaart gemeentelijk vastgoed
moet worden dat keuzes die nu gemaakt worden ten koste gaan van de keuzevrijheid van toekomstige generaties. In 2050 wil de gemeente CO2-neutraal zijn. Voor 2050 gaan alle woningen en gebouwen in Midden-Delfland over op een duurzaam alternatief voor aardgas. De gemeente heeft een Warmtetransitievisie opgesteld. Daarin is omschreven hoe in een passend tempo de overstap naar een aardgasvrije gemeente wordt gemaakt. Op hoofdlijnen is gegeven welke mogelijkheden er op buurt-, wijk- en gemeenteniveau zijn om aardgas te besparen in de gebouwde omgeving. De focus ligt op isoleren en (hybride) warmtepompen. Zie www.middendelfland.nl/aardgasvrij-midden-delfland. 2.4.1
Doelen en ambities duurzaam vastgoed
Doelen Klimaatakkoord 2030 en 2050 In het klimaatakkoord staan de doelen voor het maatschappelijk vastgoed: 49% CO 2emissiereductie in 2030 en 95% in 2050. Om in 2050 de CO 2-uitstoot naar vrijwel nul te brengen en de wereldwijde temperatuurstijging te beperken, moet onder andere worden overgeschakeld naar fossielvrije energie. Inmiddels is de ambitie voor 2030 verhoogd naar 55% CO2-emissiereductie. Het doel voor 2050 is niet 1 op 1 door te vertalen naar vastgoed niveau, omdat een deel van de noodzakelijke reductie elders wordt behaald, bijvoorbeeld door opwek van duurzame energie in wind- en zonneparken. Paris Proof norm Er komt vanuit het Rijk een eindnorm voor de energetische kwaliteit van vastgoed in 2050. Deze norm wordt per sector bepaald en alle gebouwen moeten daar in 2050 aan voldoen. Dit biedt meer handvaten om te sturen op vastgoedniveau dan de doelen uit het Klimaatakkoord. Uitgangspunt van de Paris Proof norm is dat er geen fossiele energie meer wordt gebruikt. Dit betekent dat geen aardgas meer wordt gebruikt. Elektriciteit mag nog wel worden ingekocht, als dit zelf niet kan worden opgewekt. De ingekochte elektriciteit moet wel 100% groen zijn. De Paris Proof norm stelt eisen aan de maximale hoeveelheid elektriciteit die ingekocht zou mogen worden. De norm verschilt per type gebouw.
Tabel 1 geeft aan welke normen van toepassing zijn op het vastgoed dat we meenemen in de routekaart. Lees meer: www.dgbc.nl/themas/paris-proof. Functie Kantoor Sporthal Bijeenkomstfunctie (o.a. musea, muziekvereniging, bibliotheek) Bedrijfshal (o.a gemeentewerf, brandweer)
Paris Proof norm o.b.v. gebruiksoppervlak (kWh/m2) 70 90 90
Paris Proof norm o.b.v. bruto vloeroppervlak (kWh/m2) 60 81 81
50
45
Tabel 1: Normtoepassing
Doelen gemeente Midden-Delfland Op basis van voorgaande punten komen we op de volgende doelen voor ons vastgoed. We streven naar een CO2-neutrale vastgoedportefeuille, uiterlijk in 2050. Waar mogelijk zijn gebouwen in 2050 energieneutraal (op jaarbasis). Waar dit niet mogelijk is, zorgen we in ieder geval dat al het vastgoed aardgasvrij is en minimaal voldoet aan de Paris Proof norm. We kopen de resterende elektriciteit groen in. Met groen bedoelen we ‘echte’ groene stroom, geproduceerd in Nederland. Zie voor een uitgebreide toelichting op wat ‘echte groene stroom’ is: www.stimular.nl/maatregelen/stap-over-op-groene-stroom/. Dit is alleen mogelijk in panden die we zelf gebruiken: huurders hebben vaak een eigen energiecontract en zij bepalen zelf wat zij inkopen.
Pagina 8 van 53
CO2-routekaart gemeentelijk vastgoed
In 2030 willen we minimaal 55% CO2-reductie hebben behaald voor de geselecteerde gebouwen. Hierbij bekijken we de reductie over alle geselecteerde gebouwen samen. Dit betekent dat sommige gebouwen meer en andere gebouwen minder reductie zullen halen. Als gebouwen wegvallen, wordt het resultaat bepaald o.b.v. de nul situatie en situatie in 2030 voor alleen de dan nog in bezit zijnde gebouwen.
3
VASTGOEDPORTEFEUILLE
EN
OPGAVE
3.1
BESCHRIJVING VASTGOEDPORTEFEUILLE
Gemeente Midden-Delfland heeft 34 gebouwen in beheer en eigendom (2023). Het zijn veelal oudere gebouwen, met uitzondering van het gemeentehuis. Er zijn 9 panden met een monumentale status. De gebouwen hebben verschillende functies zoals huisvesting ambtelijke organisatie, sporthal, museum, kinderboerderij, schoolwoningen en opslag. Voor de routekaart is een selectie gemaakt van gebouwen op basis van de volgende randvoorwaarden: Gebouw blijft (naar verwachting) nog minimaal 10 jaar in bezit van de gemeente Panden verbruiken het hele jaar energie Panden hebben potentie voor verduurzaming Panden hebben een maatschappelijke functie (geen commerciële verhuur) Om deze reden vallen o.a. kinderboerderijen, schoolwoningen, baarhuisjes, loodsen en portakabin af. De geselecteerde gebouwen voor de routekaart worden in tabel 2 weergegeven. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Gebouw Gemeentehuis Het Notenschip Museum Het Tramstation Sporthal de Dorpshoeve Sporthal De Hofstede Gemeentewerf De Schilpen Tavenu Bibliotheek Den Hoorn Brandweer Den Hoorn
Adres Anna van Raesfeltstraat 37, Schipluiden Schoolplein 4, Schipluiden Otto van Zevenderstraat 2, Schipluiden Keenenburgweg 10, Schipluiden Hofsingel 93, Maasland Molenweide 5, Maasland s-Herenstraat 24, Maasland Pynasplein 5, Maasland Fluitekruid 62, Den Hoorn Woudseweg 7, Den Hoorn
Tabel 2: geselecteerde gebouwen verduurzaming
3.2
Monument Nee Ja Ja Nee Nee Nee Ja Ja Nee Nee
VERDUURZAMINGSOPGAVE
Tabel 3 toont het huidige energieverbruik in de gebouwen. De verbruikscijfers zijn gebaseerd op het jaar 2022. De laatste kolom laat de Paris Proof norm voor het gebouw zien: dit is het maximale verbruik dat in 2050 nog over mag zijn. Gebouw 1 2 3 4 5 6 7
Gemeentehuis Het Notenschip Museum Het Tramstation Sporthal de Dorpshoeve Sporthal De Hofstede Gemeentewerf De Schilpen
Elektriciteitsverbruik (kWh) 470.657 9.314 1.764
Gasverbruik (m3) 0 2.740 2.098
Energieverbruik per m2 (KWh/m2) 83 71 117
Paris Proof norm 2050 (kWh/m2) 60 81 81
52.088
12.074
142
81
47.211 11.049 7.400
10.221 2.228 6.612
90 42 200
81 45 81
CO2-routekaart gemeentelijk vastgoed
8 9 10
Tavenu Bibliotheek Den Hoorn Brandweer Den Hoorn TOTAAL
Tabel 3: energieverbruik gebouw
1.405 14.629 11.642 627.159
2.229 8.606 3.250 50.058
114 159 161
81 81 45
Het energieverbruik wordt per gebouw geanalyseerd in hoofdstuk 8. De totale CO2-uitstoot voor deze gebouwen komt uit op 443 ton CO 2. Om het doel van 55% CO2-reductie te behalen in 2030 is een reductie van 244 ton CO 2 nodig. Twee panden voldoen nu al aan het maximale verbruik van de Paris Proof norm (Het Notenschip en de gemeentewerf). Deze panden zijn echter nog niet aardgasvrij, dit betekent dat ook deze panden nog niet volledig Paris Proof zijn.
Pagina 10 van 53
CO2-routekaart gemeentelijk vastgoed
4
CO2-ROUTEKAART
4.1
KEUZES EN KADERS
4.1.1
Onderzochte maatregelen
Het onderzoek is primair gericht op gebouwgebonden maatregelen voor CO2-reductie. Voor CO2-reductie is gekeken naar: Gebouwschil Klimaatbeheersing (ruimteverwarming, ventilatie, koeling) Warm tapwater Verlichting (binnen- en buiten) Duurzame energie Er zijn drie soorten maatregelen onderzocht: 1. Erkende Maatregelen voor energiebesparing 2. Maatregelen richting energieneutraal 3. Maatregelen doelmatig beheer en onderhoud De soorten worden hieronder toegelicht. Iedere groep is op te delen in maatregelen die te nemen zijn op een zelfstandig moment en maatregelen voor een natuurlijk moment. Op een zelfstandig moment betekent dat maatregelen direct uitgevoerd kunnen worden, terwijl maatregelen op een natuurlijk moment plaatsvinden op het moment dat er al vervangen of gerenoveerd moet worden. Voor de maatregelen voor natuurlijk momenten is aansluiting gezocht bij de MJOP’s. Het plaatsen van zonnepanelen is overal opgenomen als maatregel voor een natuurlijk moment. Er staat niet direct iets in het MJOP over zonnepanelen en het plaatsen kan soms als zelfstandige maatregel worden uitgevoerd. De plaatsing kan echter niet op een willekeurig moment ingepland worden. Als bijvoorbeeld dakbedekking binnen enkele jaren aan vervanging toe is, dan is het verstandig om daar op te wachten.
Andersom kan op daken waar nog vrij nieuwe dakbedekking ligt, juist het beste zo snel mogelijk voor zonnepanelen worden gekozen. Zo blijft de dakbedekking langer goed en loopt de levensduur van dakbedekking en zonnepanelen ongeveer gelijk op. Ad. 1 Erkende Maatregelen voor energiebesparing De ‘Erkende Maatregelen’ zijn de energiebesparingsmaatregelen die zich binnen vijf jaar terugverdienen. Een organisatie die deze maatregelen toepast voldoet aan de wettelijke verplichting om energie te besparen. De Erkende Maatregelen zijn verplicht voor gebouwen die jaarlijks meer dan 50.000 kWh en/of meer dan 25.000 m3 gas gebruiken. Dat is bij twee locaties het geval, voor de overige locaties is geen wettelijke plicht van toepassing. Aangezien de maatregelen zich binnen 5 jaar terugverdienen, zijn ze ook zinvol voor gebouwen met een lager verbruik. Daarom zijn geconstateerde maatregelen ook vermeld op de routekaart. Ad. 2 Maatregelen richting energieneutraal Energie besparen en gebouwen energieneutraal maken is het meest (kosten)effectief in de volgende volgorde: 1. Energie besparen door de vraag te beperken: Isoleren van het pand Apparatuur goed inregelen en minder uren laten maken Efficiëntere apparatuur gebruiken 2. Duurzame energie opwekken: Zelf opwekken met bijv. zonnepanelen, zonneboiler, warmtepomp of windmolen
CO2-routekaart gemeentelijk vastgoed
Sommige maatregelen moeten in combinatie uitgevoerd worden. Een warmtepomp is bijvoorbeeld vrijwel onmogelijk in een slecht geïsoleerd gebouw. In alle gebouwen is een alternatief voor de warmtevoorziening nodig, omdat aardgas een fossiele brandstof is en dus niet energieneutraal. De makkelijkste oplossing lijkt aansluiting op een warmtenet. Hierbij zijn de minste aanpassingen nodig aan de gebouwen, omdat de huidige (hoge temperatuur) verwarming niet aangepast hoeft te worden. Gemeente Midden-Delfland heeft een Transitievisie Warmte opgesteld, waarin is aangegeven welke mogelijkheden zij zien voor duurzame warmteoplossingen in de verschillende kernen. Voor de korte termijn zet de gemeente vooral in op stimuleren van isolatie van gebouwen en plaatsen van hybride en all-electric warmtepompen. Omdat een warmtenet er voorlopig nog niet ligt (en wellicht nooit komt) adviseert Stimular om bij panden waar de cv-ketel vervangen moet worden te kijken naar andere (eventueel tijdelijke) alternatieven. Warmtepompen zijn op korte termijn al (deels) een alternatief voor cv-ketels. Warmtepompen hebben als nadeel dat ze niet goed combineren met hoge temperatuur verwarming, niet goed werken bij lage buitentemperaturen en zorgen voor pieken op het elektriciteitsnet. In goed geïsoleerde gebouwen zijn ze in ieder geval toepasbaar voor de basisvraag.
Als de isolatie nog onvoldoende is, wordt meestal een hybride warmtepomp voorgesteld, waarbij de ketel bijspringt op koude dagen. Voor sommige ruimtes zijn infraroodpanelen een mogelijke oplossing. Infraroodpanelen verwarmen niet de ruimte, maar de personen die zich in de ruimte bevinden. Infraroodpanelen kunnen uit staan, tenzij er iemand aanwezig is in de ruimte. Dit maakt deze oplossing vooral geschikt voor ruimtes met een korte verblijfsduur, zoals een kantoor of vergaderruimte die niet dagelijks en hooguit enkele uren per dag wordt gebruikt. Zo wordt voorkomen dat de ruimte helemaal warm gestookt moet worden voor een kort gebruik. Bij langere gebruikstijden wordt het stroomverbruik te hoog en zijn infraroodpanelen meestal niet de beste oplossing. Andere opties, zoals een WKO of biogas liggen voor deze gebouwen minder voor de hand. Ad. 3 Maatregelen doelmatig beheer en onderhoud Energiezuinige technieken moeten goed beheerd worden om te besparen wat mogelijk is. Daarom heeft de overheid voor alle Erkende Energiemaatregelen aangegeven welk beheer en onderhoud nodig is. Wie dat niet doet, voldoet niet aan de wettelijke verplichting om energie te besparen. Het gaat bijvoorbeeld over het goed afstellen van installaties. In dit onderzoek zijn dit soort maatregelen niet gestructureerd gecontroleerd, omdat de wettelijke plicht voor Gemeente Midden-Delfland niet geldt.
Desondanks is het zinvol om hier aandacht voor te houden. 4.1.2
Planning maatregelen
De maatregelen worden zoveel mogelijk uitgevoerd voor de natuurlijke momenten, zoals vervanging van de ketel of kozijnen. Hierbij is de planning van de MJOP’s aangehouden. In sommige gevallen is het voorstel om maatregelen naar voren te halen in de tijd. Dit is het geval als de maatregel noodzakelijk is om een aantal maatregel uit te kunnen voeren. Bijvoorbeeld: In een MJOP staat vervanging van de ketel gepland in 2027 en vervanging van kozijnen in 2030. Om in 2027 voor een warmtepomp te kunnen kiezen is verdere isolatie belangrijk. Het is dan ook verstandig om de kozijnen ook (uiterlijk) in 2027 al te vervangen. Naast maatregelen voor een natuurlijk moment zijn er ook maatregelen voor een zelfstandig moment. Dit zijn vaak quick-wins en/of wettelijk verplichte maatregelen. Deze maatregelen worden in principe binnen 2 jaar allemaal uitgevoerd. De planning in de routekaart is een indicatie en hier kan vanaf worden geweken. Uitvoering kan later plaatsvinden als bijvoorbeeld het geplande onderhoud aan een pand wordt uitgesteld, omdat dit nog niet nodig blijkt. Uitvoering kan ook juist versneld worden gedaan, omdat er een unieke kans ligt, bijvoorbeeld een (tijdelijke) subsidieregeling. Subsidieregelingen kunnen ook een reden zijn om maatregelen meer te bundelen, in plaats
Pagina 12 van 53
CO2-routekaart gemeentelijk vastgoed
van de natuurlijke momenten benutten. Zo kan bijvoorbeeld een gebouw als pilot worden gekozen waarbij met subsidie in één keer zoveel mogelijk van de maatregelen uit de routekaart worden uitgevoerd. Ook aanscherping van wetgeving kan en reden zijn om te versnellen. 4.1.3
Monumenten
De gemeente heeft meerdere monumenten in eigendom, enkele daarvan zijn ook opgenomen in de routekaart. Monumenten stellen extra kaders bij het verduurzamen. Uitgangspunt is dat de oorspronkelijke uitstraling behouden dient te blijven. Tabel 4 gaat in op een aantal aandachtspunten bij het verduurzamen van monumenten. Zonnepanelen
Beglazing
Dakisolatie Gevelisolatie
Toegestaan op platte daken en op schuine daken mits niet zichtbaar vanaf de openbare weg. Waar losse zonnepanelen niet gewenst zijn is een overweging om indakpanelen te plaatsen: dit zijn zonnepanelen met het uiterlijk van dakpannen. Kozijnen vervangen is vaak niet toegestaan. HR++glas past vaak niet in de huidige kozijnen. Er zijn goede alternatieven zoals gelaagd glas met coating, dun dubbelglas, achterzetramen en vacuümglas. Vacuümglas heeft de hoogste isolatiewaarde (vergelijkbaar met HR++glas). Als je enkelglas bijvoorbeeld vervangt door goed isolerend glas, is het raam niet meer het koudste punt. Het raamhout misschien wél. Daarom is het wel belangrijk dat het onderhoud hieraan (schilderwerk) in orde is. Condensatie moet dan geen problemen meer opleveren. Bij voorkeur van buiten uit, waarbij de isolatie onzichtbaar wordt geplaatst achter dakpannen. Aandachtspunt is dat het dak hierdoor dikker wordt, dit mag niet de uitstraling aantasten. Isoleren van gevels is bij monumenten in principe niet toegestaan, in ieder geval niet de gevels die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Gevelisolatie kan daarom het beste van binnenuit gebeuren, tenzij ook de binnenzijde een monumentale waarde heeft.
Tabel 4: aandachtspunten monumenten
4.2
DASHBOARD CO2-ROUTEKAART
De routekaart voor het totale geselecteerde vastgoed is weergegeven in de figuur 1. In de volgende paragrafen worden de verschillende onderdelen uit de routekaart nader toegelicht.
figuur 1
In hoofdstuk 8 worden maatregelen, meerkosten, besparingen en planning per locatie beschreven.
CO2-routekaart gemeentelijk vastgoed
4.3
CO2-REDUCTIE IN 2030 EN 2050
In de routekaart staan maatregelen zoveel mogelijk op natuurlijke momenten ingepland, daarnaast zijn maatregelen voor zelfstandige momenten ingepland. Figuur 2 toont het beeld van het verloop van de CO2-reductie. De CO2-footprint daalt van 443 ton in 2022 naar 237 ton in 2030 en 222 ton in 2050.
figuur 2: verloop CO2-reductie
4.3.1
CO2-reductie in 2030
Bij uitvoeren van alle maatregelen uit de routekaart, is in 2030 een CO 2-reductie van 47% haalbaar. Dit ligt net nog onder de doelstelling uit het Klimaatakkoord (55% CO 2-reductie). Een overweging is om enkele maatregelen naar voren te halen. Dan wordt wel afgeweken van de natuurlijke momenten en neemt de terugverdientijd van maatregelen toe. Een andere optie is om een extra maatregel uit te voeren, die niet afhankelijk is van een natuurlijk moment. Zo zijn bij enkele locaties parkeerplaatsen aanwezig waar solar carports gerealiseerd kunnen worden (bij gemeentehuis, gemeentewerf, sporthal de Hofstede en bibliotheek Den Hoorn). Deze solar carports zijn nu niet opgenomen in de routekaart, alleen als optie beschreven. De solar carport worden niet aangesloten op de gebouwen zelf, waardoor dit alleen een compensatie-maatregel is, het verbruik van de gebouwen zelf gaat hiermee dus niet omlaag. Tabel 5 laat zien wat per gebouw de resultaten zijn als alle ingeplande maatregelen uit de routekaart tot en met 2030 worden uitgevoerd. Hier wordt zichtbaar dat het doel van 55% CO2-reductie in 2030 bij 5 van de 9 gebouwen wordt gehaald en bij 4 gebouwen niet.
Omdat het doel bij de 5 gebouwen ruimschoots wordt gehaald (2 gebouwen zitten zelfs al (vrijwel) op 100% reductie) compenseert dit grotendeels de gebouwen die nog niet aan het doel voldoen: het gaat om de prestatie gemeten over alle geselecteerde gebouwen. Gebouw 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Gemeentehuis Het Notenschip Museum Het Tramstation Sporthal de Dorpshoeve Sporthal De Hofstede Gemeentewerf De Schilpen Tavenu Bibliotheek Den Hoorn Brandweer Den Hoorn
Tabel 5: CO2-reductie tot en met 2030
Percentage CO2reductie in 2030 t.o.v 2022 27% 99% 47% 67% 98% 100% 59% 25% 36% 98%
Pagina 14 van 53
CO2-routekaart gemeentelijk vastgoed
4.3.2
Paris Proof in 2050
De routekaart kijkt tot 2050, het jaar waarin het vastgoed volledig Paris Proof moet zijn. Omdat de norm per type pand geldt, kan dit niet over het gehele vastgoed worden bekeken. Wel blijkt dat in 2050 het resterende energieverbruik in 2050 nog 28 kWh per m 2 gebouw is. Hiermee ligt het resterende verbruik ruim onder de Paris Proof norm van de verschillende type gebouwen. Daarnaast is per pand beoordeeld of het doel wordt gehaald in 2050. Tabel 6 toont de resultaten per pand. Het is voor alle locaties mogelijk om in 2050 aan de Paris Proof norm te voldoen. Voor het gemeentehuis is het exact haalbaar, maar is er geen ruimte voor tegenvallers. Op drie locaties (Het Notenschip, de gemeentewerf en brandweer Den Hoorn) is het mogelijk om op jaarbasis alle benodigde energie zelf op te wekken. Op de andere locaties blijft energieverbruik over, dat groen ingekocht moet worden. Gebouw
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Gemeentehuis Het Notenschip Museum Het Tramstation Sporthal de Dorpshoeve Sporthal De Hofstede Gemeentewerf De Schilpen Tavenu Bibliotheek Den Hoorn Brandweer Den Hoorn
Tabel 6: haalbaarheid doel 2050
4.4
Huidige energieverbruik per m2 (kWh/m2) 83 71 117 142 90 42 200 114 159 161
Paris Proof norm voor 2050 (kWh/m2) 60 81 81 81 81 45 81 81 81 45
Haalbaar energieverbruik per m2 in 2050 (kWh/m2) 60 0 25 9 1 0 28 9 45 0
ENERGIEVERBRUIK IN 2030 EN 2050
De maatregelen in de routekaart leveren een besparing op het energieverbruik op. Als de planning in de routekaart wordt gevolgd zijn de gebouwen omstreeks 2040 aardgasvrij. Het elektriciteitsverbruik verloopt grilliger. Het verbruik daalt door besparende maatregelen en door het opwekken van duurzame energie. Het verbruik stijgt echter ook, als gevolg van het elektrificeren van de warmtevraag. Per saldo neemt het elektriciteitsverbruik met ongeveer een derde af, dit wordt grotendeels gerealiseerd door het plaatsen van zonnepanelen zoals te zien in figuur 3. Hierbij is het verbruik op jaarbasis bekeken: in werkelijkheid wordt een deel van de elektriciteit eerst aan het net teruggeleverd en op een later moment weer ingekocht. Het resterende elektriciteitsverbruik wordt al groen ingekocht.
CO2-routekaart gemeentelijk vastgoed
Figuur 3: elektriciteitsverbruik tot 2050
Pagina 16 van 53
CO2-routekaart gemeentelijk vastgoed
5
ACTIES
2025
5.1
MAATREGELEN
–
2029
In het beheerplan zijn de maatregelen per gebouw in de periode 2025 tot en met 2029 opgenomen. Dit omvat in ieder geval alle quick-wins en wettelijk verplichte maatregelen (erkende maatregelen). Daarnaast gaat het om maatregelen die aansluiten op de natuurlijke momenten in de MJOP’s. In deze periode wordt in ieder geval alle nog aanwezige conventionele verlichting vervangen door led, wordt bij vervanging van ketels standaard gekozen voor een (hybride) warmtepomp en worden op de meeste daken zonnepanelen geplaatst. Daarnaast worden panden geïsoleerd (waar dat past bij natuurlijke momenten) en worden ingrepen in de ventilatie gedaan. Omdat in deze periode naar verwachting de Dumava-subsidieregeling (zie paragraaf 6.3) meerdere keren opent, kunnen relatief veel panden in die periode worden aangepakt. Soms kan het zelfs verstandig zijn om de uitvoering iets te versnellen, zodat de subsidie maximaal kan worden benut.
5.2
ORGANISATIE
De periode 2025-2029 wordt ook benut om de verduurzaming van het vastgoed verder te organiseren. Vastgoedbeheer werkt aan de professionalisering van het beheer en onderhoud en zal in dat kader ook de weg naar verduurzaming daar in meenemen. Zie hoofdstuk 7 voor de organisatorische maatregelen die op de planning staan. Dit zal grotendeels in de periode 2025-2029 worden uitgevoerd.
5.3
COMMUNICATIE
Na het vaststellen van de routekaart wordt zowel intern als extern gecommuniceerd over de plannen. Interne communicatie richt zich op het draagvlak vergroten bij medewerkers en hen te inspireren om zelf ook duurzaam te handelen. Externe communicatie richt zich enerzijds op stakeholders, zoals huurders en omwonenden van het vastgoed in de routekaart. Zij krijgen te maken met de uitvoering, daarom hebben zij een rol in het verdere proces. Andere stakeholders zijn de marktpartijen die onderhoud aan panden doen en die meedoen aan aanbestedingen om maatregelen uit te voeren. Tot slot zijn de inwoners van Midden-Delfland een belangrijke doelgroep voor communicatie. Met de verduurzaming van het eigen vastgoed hopen wij inwoners te inspireren om dit voorbeeld te volgen.
CO2-routekaart gemeentelijk vastgoed
6
FINANCIËN
6.1
INVESTERINGEN EN BESPARINGEN
In figuur 4 staan grafieken van de (totale) investeringen en besparingen als genoemd in dit plan. De totale investering komt uit op ongeveer 1,2 miljoen euro. De investeringen voor natuurlijke momenten zijn gebaseerd op de meerkosten t.o.v. gangbare vervanging. Het zijn niet de totale investeringen, maar de extra kosten bovenop de in het MJOP geraamde kosten. Een aantal maatregelen behoeven nader onderzoek of uitwerking, om die reden zijn deze investeringen vooralsnog niet zijn opgenomen in het beheerplan onderhoud gemeentelijk vastgoed 2025 -2029. Bij actualisatie in 2030 zal de organisatie over meer specifiekere data beschikken. De uitvoering van de duurzaamheidsmaatregelen als grootonderhoud (exclusief zonnepanelen) ligt op bijna 5 ton. De zonnepanelen in dit plan vergt maatwerk (dakconstructie, vergunningen ed.). De uitwerking en financiële kaders daarvan volgt in een separate uitwerking. Voor veel maatregelen is er al een natuurlijk moment voor 2030. Ook quick-wins en wettelijke maatregelen worden op korte termijn uitgevoerd. Dit betekent dat een groot deel van de totale investering (ongeveer 1 miljoen euro) uiterlijk in 2030 wordt gedaan. De totale besparing loopt ook snel op: omstreeks 2032 is de totaal behaalde besparing al groter dan de totale investering tot dat moment. Daarna blijft de totale besparing alleen maar doorlopen, terwijl de investeringen afvlakken.
In hoofdstuk 8 staan de investeringen en besparingen per gebouw uitgewerkt. Hier is per gebouw ook aangegeven wat de terugverdientijd is van de maatregelen. Hierbij is de terugverdientijd per maatregel aangegeven, maar ook voor het totale pakket (alleen maatregelen voor zelfstandig moment en alle maatregelen voor natuurlijk moment). Bij veel gebouwen zijn er 1 of meer maatregelen met een lange terugverdientijd, maar ligt de terugverdientijd van het totale pakket een stuk lager. Het advies is om de volledige pakketten uit te voeren en geen losse maatregelen te schrappen vanwege een lange terugverdientijd. Maatregelen hangen namelijk vaak samen. Isoleren en warmtepompen zijn maatregelen die zich vaak niet snel terugverdienen, maar in combinatie met zonnepanelen wordt het een rendabele businesscase. En een warmtepomp plaatsen kan meestal niet zonder eerst beter isoleren. Met de subsidies (die nu al beschikbaar zijn en op korte termijn nieuw erbij komen) kan Gemeente Midden-Delfland een flinke tegemoetkoming krijgen voor sommige investeringen. Dit verlaagt de terugverdientijd van diverse maatregelen met 25 à 30%. Zie paragraaf 6.3.
Figuur 4: totale investeringen en besparingen
Pagina 18 van 53
CO2-routekaart gemeentelijk vastgoed
Bovengenoemde investeringen betreffen de directe (ver)bouwkosten. Voor sommige maatregelen externe expertise nodig zijn (bijvoorbeeld aanvullend onderzoek, uitwerken renovatieplan, technische begeleiding bij aanbesteding). We rekenen gemiddeld € 40.000,per gebouw aan bijkomende kosten. Bij 10 gebouwen komt dit uit op € 400.000,-. De totale investering loopt daarmee op tot ongeveer 1,6 miljoen euro. Dit is exclusief ambtelijke kosten voor begeleiding van de verduurzaming.
6.2
BUDGET EN FINANCIERING
Maatregelen worden zoveel mogelijk uitgevoerd op natuurlijke momenten, zoals opgenomen in de MJOP’s. Er is budget voor het uitvoeren van de MJOP’s. Voor alle kosten die daar bovenop komen is nog geen budget beschikbaar. De oplossingen hangen mede af van het gebruik van het pand. We maken daarom onderscheid tussen panden voor eigen gebruik en verhuurde panden. 6.2.1
Panden in eigen gebruik
Bij panden voor eigen gebruik gebruiken we de volgende methodes om budget vrij te maken voor het verduurzamen: Bij panden in eigen gebruik investeert de gemeente in maatregelen en dit levert de gemeente besparingen op de energierekening op. De gemeente verdient de investering dus terug. We maken budget vrij door het onderhoudsbudget dat is geraamd voor (bijvoorbeeld) over 10 jaar nu in te zetten voor duurzame maatregelen en de besparing op energiekosten terug te laten vloeien naar dit budget. Inzet van subsidies. Het nadeel van subsidies is dat deze veelal tijdelijk zijn en daarom minder goed passen bij een aanpak met natuurlijke momenten. Je weet immers vaak pas kort van tevoren of de subsidie beschikbaar is. Een subsidie kan wel een reden zijn om een maatregel vervroegd uit te voeren. Zie paragraaf 6.3 voor meer informatie over subsidies. BNG bank heeft een duurzaamheidsfonds waar gemeenten een lening kunnen afsluiten voor het uitvoeren van duurzame maatregelen in het eigen vastgoed. De lening wordt vervolgens afbetaald uit de besparingen op de energiekosten. Een andere denkwijze is om de uitvoering volledig uit te besteden, zonder dat direct wordt geïnvesteerd. Dat kan via een ESCo of een EPC-contract.
Voor de meeste gebouwen met een relatief klein verbruik lijkt dit niet zinvol, hier liggen alleen kansen voor de grootste energieverbruikers (gemeentehuis en eventueel de sporthallen). ESCo staat voor Energy Service Company. Een ESCo is een bedrijf dat door toepassing van verschillende maatregelen een bepaalde energiebesparing voor een gebouweigenaar garandeert. In een prestatiecontract worden de afspraken tussen de ESCo en de opdrachtgever over (onder andere) de te realiseren energiebesparing vastgelegd. Worden de besparingsdoelen niet gehaald, dan is het risico voor de ESCo. Wordt meer energie bespaard, dan kan de winst worden verdeeld tussen de ESCo en de opdrachtgever. Door de energiebesparing kan de investering worden terugverdiend. ESCo’s zijn een tijdje populair geweest, maar worden laatste tijd weinig afgesloten. Meerdere aanbieders van het concept hebben zich teruggetrokken, omdat er naar hun zeggen te weinig vraag was en omdat er zoveel vraag is naar duurzame installaties, dat leveranciers dan liever voor minder risicovolle projecten kiezen. EPC is een Energie Prestatie Contract. Een EPC wordt meestal afgesloten voor een specifieke installatie voor opwekken van duurzame energie, bijvoorbeeld een WKOinstallatie of een grote zonnepaneleninstallatie. De opdrachtgever betaalt de investering af uit de behaalde opbrengsten. Deze vorm komt laatste tijd veel voor.
Voor het opwekken van duurzame energie (via zonnepanelen) bestaat de optie om daken te verhuren aan derden (bijvoorbeeld een energiecoöperatie). De gemeente hoeft zelf niet te investeren. Het nadeel van deze constructie is dat de elektriciteit niet aan het gebouw wordt geleverd, maar aan het net. De gemeente is dus niet de eigenaar van de opgewekte elektriciteit, waardoor het niet meetelt in klimaatdoelen: het gebouw koopt immers zelf nog steeds elektriciteit in. Nadeel is ook dat hiermee netcongestie verder in
CO2-routekaart gemeentelijk vastgoed
de hand wordt gewerkt. Dakverhuur is vooral interessant voor daken van gebouwen waar (vrijwel) geen elektriciteit wordt verbruikt, maar wel veel opwek mogelijk is. Dit is bij geen van de panden het geval. Dakverhuur wordt dan ook afgeraden. 6.2.2
Verhuurde panden
Voor panden die de gemeente verhuurt, waarbij de huurder zelf de energierekening betaalt liggen de mogelijkheden anders. De huurder profiteert immers direct van verduurzaming van het gebouw dankzij een lagere rekening. Dit wordt ‘split incentive’ genoemd. Oplossingen om verduurzaming voor de gemeente minimaal kostenneutraal te krijgen: De voorkeursoplossing is dat de huurder zelf investeert in duurzame maatregelen. De gemeente geeft de huurder dan toestemming voor het uitvoeren van maatregelen. Hierbij is van belang om afspraken goed vast te leggen. Zo is in sommige gevallen (bijvoorbeeld zonnepanelen) Recht van opstal nodig. Ook zijn afspraken nodig over eigendom en overname als het huurcontract eindigt. In dit geval wordt de behaalde reductie nog steeds aan het gebouw toegekend. Overgaan naar een all-inclusive verhuur, waarbij de huurder geen eigen energiecontract meer heeft. De gemeente profiteert dan van behaalde besparingen. Nadeel: als de huurder plotseling meer energie gaat verbruiken (gedrag, nieuwe apparatuur) dan gaan energiekosten voor de gemeente alsnog omhoog. Er is voor huurders geen prikkel om energiezuinig gedrag te vertonen. Ook een onverwachte stijging van energieprijzen (zoals afgelopen jaar is gebeurd) is dan in het nadeel van de gemeente. Ook in dit geval wordt de behaalde reductie aan het gebouw toegekend.
De huur verhogen in ruil voor het uitvoeren van energiebesparende maatregelen. Hierbij is van belang om een optimum te zoeken, waarbij de gemeente snel genoeg de investering terugverdient en de huurder ook (enigszins) meeprofiteert. Ook in dit geval wordt de behaalde reductie aan het gebouw toegekend. Als geen afspraken met de huurder mogelijk zijn, dan kan gekozen worden voor verhuur van het dak t.b.v. zonnepanelen (zie 6.2.1). Dit is niet een gewenste oplossing, maar kan de enige uitkomst zijn als een huurder niet bereid is om zelf te investeren of akkoord te gaan met een huurverhoging. In dit geval wordt de investering door een derde gedaan en wordt de opgewekte elektriciteit aan het net terug geleverd. Daarom telt de behaalde reductie niet mee voor dit gebouw en wordt het dus erg lastig om aan de Paris Proof norm te voldoen voor het betreffende gebouw.
6.3
SUBSIDIES
In het onderzoek is niet gerekend met subsidies. Subsidies zijn van tijdelijke aard, terwijl het onderzoek naar maatregelen een lange periode behelst. Het loont om continu te volgen of er nieuwe subsidies beschikbaar zijn voor de geplande maatregelen, want bij gebruik van subsidies nemen terugverdientijden af. Voor maatregelen die de komende jaren worden uitgevoerd kan gebruik worden gemaakt van de volgende subsidies: Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) Gebouwen met een grootverbruik aansluiting kunnen gebruik maken van de SDE++ regeling voor grootschalige opwekking van duurzame energie, zoals met zonnepanelen. SDE++ levert momenteel niets op, omdat de subsidie direct is gekoppeld aan de actuele energieprijzen. Hoe hoger de energieprijs, hoe minder subsidie wordt uitgekeerd. Dit betekent dat bij de huidige prijzen geen subsidie wordt uitgekeerd. Er is een zeer forse daling van prijzen nodig om nog subsidie te krijgen. De verwachting is dat dit komende jaren niet zal gebeuren. Gemeente Midden-Delfland heeft één locatie met een grootverbruik aansluiting (gemeentehuis).
Pagina 20 van 53
CO2-routekaart gemeentelijk vastgoed
Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) ISDE biedt een tegemoetkoming voor de aanschaf van zonneboilers, lucht-water warmtepompen en zonnepanelen (vanaf 15 kWp). De bijdrage is afhankelijk van het merk en type apparaat. De subsidie kan het hele jaar worden aangevraagd totdat het budget voor dat jaar op is. Zie voor meer informatie: www.rvo.nl/subsidies-regelingen/investeringssubsidie-duurzame-energie. Subsidieregeling voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed (Dumava) Eigenaren van maatschappelijk vastgoed, waaronder gemeenten, kunnen subsidie aanvragen bij de Dumava-regeling. De bijdrage is 20% van de investering. De regeling werkt met een maatregelenlijst, waarop maatregelen zoals isolatie, warmtepompen, ventilatie met WTW, infraroodpanelen en groene daken en gevels staan. Ook komt er een mogelijkheid om een integrale duurzame renovatie aan te vragen, daar moet dan een EPA-maatwerkadvies, GPRscore of BREEAM in Use score voor worden bepaald. De subsidie opende in 2022 voor het eerst en was toen binnen een dag uitgeput. Zie voor meer informatie: www.rvo.nl/subsidies-financiering/dumava. Zonnig Zuid-Holland Deze provinciale subsidie is bedoeld voor complexe locaties voor zonnepanelen (minimaal 15 kWp), bijvoorbeeld voor panden met asbesthoudende daken, daken met ongeschikte dakconstructies en voor zonnepanelen op carports (pergola’s).
Zo komen lichtgewichtpanelen in aanmerking, als wordt aangetoond dat de dakconstructie ongeschikt is voor zonnepanelen. De regeling vergoedt een bedrag per geïnstalleerde kWp. Zie voor meer informatie: www.zuid-holland.nl/online-regelen/subsidies/subsidies/zonnigzuid-holland-subsidie/.
CO2-routekaart gemeentelijk vastgoed
7
BORGING
EN
ORGANISATIE
In dit hoofdstuk staan maatregelen om de uitvoering van de routekaart te borgen binnen de organisatie.
7.1
MULTIDISCIPLINAIR TEAM
Om de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed in goede banen te laten verlopen, is een multidisciplinair team nodig om met een brede blik naar de kansen en de opgaven te kijken. Dit team moet genoeg uren beschikbaar hebben om deze opgave goed uit te voeren. In het team zijn minimaal nodig: Beleidsmedewerker en tactisch beheerder Vastgoedbeheer afdeling BOR Projectleider (assistent) energietransitie Beleidsafdelingen voor doelgroepen die gebruik maken van gemeentelijke panden (o.a. cultuur, sport) Adviseur financiën Vastgoedbeheer is eerste verantwoordelijke voor het verduurzamen van het vastgoed.
7.2
BETREKKEN VAN HUURDERS
Diverse gebouwen worden niet door de gemeente gebruikt, maar door 1 of meerdere huurders. Bij een wijziging in de huursituatie (mutatie) zullen we waar haalbaar het object eerst verduurzamen, waarbij voor nieuwe huurders een hoger huurprijs zal gelden vanwege lagere energiekosten. Indien de huursituatie niet wijzigt, zal het gesprek aangegaan worden met de huurder en komen we samen tot een voorstel. Uitgangspunt daarbij is dat we huurders ruimte geven om zelf te investeren, aangezien zij ook de besparingen daarvan hebben. Indien huurders zelf niet kunnen of willen investeren, zoeken we alternatieve oplossingen. Het gesprek met huurders gaat niet alleen over financiën, maar ook over de consequenties van maatregelen. Zo zal het pand mogelijk tijdelijk niet gebruikt kunnen worden bij uitvoeren van grootschalige maatregelen. Maar maatregelen kunnen ook een gevolg hebben voor het gedrag van huurders t.a.v. hun energieverbruik (bijvoorbeeld als meer geautomatiseerd wordt). Verkeerd gebruik van installaties zou tot een onnodig hoog verbruik kunnen leiden.
7.3
UITVOERING BORGEN IN MJOP’S
De MJOP’s vormen de leidraad voor de vastgoedbeheerders. Duurzaamheid stond daar nog nauwelijks in, sinds 2021 is gestart met het omzetten van MJOP’s naar Duurzame Meerjaren Onderhouds Plannen (DMJOP). Zo heeft de vastgoedbeheerder zicht op alle maatregelen voor alle betreffende panden en wordt voorkomen dat duurzame kansen op natuurlijke momenten worden gemist.
7.4
MONITOREN ENERGIEVERBRUIK
Monitoring van het energieverbruik helpt bij het signaleren en uitvoeren van energiebesparende maatregelen. Daarom gaan we de volgende acties uitvoeren: Locaties voorzien van slimme meters (voor zover nog niet aanwezig); Aansluiten op energiemonitoringssysteem voor alle objecten; Periodiek het energieverbruik analyseren; Periodiek het energieverbruik over de dag-, nacht- en weekendperiode analyseren; Bij afwijkingen in het verbruik zoeken naar oorzaken en deze oplossen; Vergelijken en analyseren van de beschikbare gegevens per locatie; Iemand aanwijzen die deze taken uitvoert voor de organisatie.
Pagina 22 van 53
CO2-routekaart gemeentelijk vastgoed
7.5
MONITOREN VOORTGANG EN VERBETERCYCLUS
De routekaart geeft de stappen aan die komende jaren op zelfstandige en op natuurlijke momenten worden gezet. We gaan de uitvoering daarvan monitoren, zowel op maatregel niveau (is de voorgestelde maatregel werkelijk uitgevoerd) als op het effect op de CO 2uitstoot (is het energieverbruik daadwerkelijk gedaald en is de besparing hoger of lager dan verwacht). Zo kunnen plannen doelen worden bijgesteld indien nodig. Hiermee kan de routekaart, zonodig, worden aangepast. We actualiseren deze routekaart en MJOP’s eens in de vijf jaar o.b.v. de beschikbaarheid van nieuwe technieken. Voor het monitoren van de CO2-uitstoot kan gebruik worden gemaakt van een monitoringsysteem zoals bijvoorbeeld de Milieubarometer (www.milieubarometer.nl). De gemeente stimuleert het gebruik van deze tool al bij ondernemers. We leggen voortgang en resultaten jaarlijks vast en bespreken dit binnen het college, management en met huurders.
7.6
GOOD HOUSEKEEPING (DOELMATIG BEHEER EN ONDERHOUD)
In de routekaart zijn met name maatregelen opgenomen die gebouwgebonden zijn (bijvoorbeeld isolatie) of die vervanging of plaatsing van installaties betreffen (bijvoorbeeld zonnepanelen, warmtepompen). Er kan ook energie worden bespaard met bewustwording, gedragsmaatregelen en goed onderhoud. Enkele voorbeelden: Deuren niet onnodig open laten staan Goed inregelen van klimaatinstallaties (waterzijdig, weersafhankelijk, tijd). Controleer regelmatig of verwarming en ventilatie uitstaan tijdens weekenden, studiedagen en vakanties. Veel apparaten, bijvoorbeeld koffieautomaten en printers, kunnen automatisch aan- en uitgezet worden via tijdschakelaars. Hierdoor wordt het resultaat minder afhankelijk van gedrag van medewerkers. Door bij duurzaam inkopen specifieke eisen te stellen aan het energieverbruik van ingekochte apparaten, kan een flinke besparing worden gerealiseerd. Ga bij iedere aankoop na welke energiezuinige alternatieven er zijn. Denk aan koelkasten, ICT, vaatwassers e.d. Onderhoud alle installaties (veelal al opgenomen in MJOP’s). Goed onderhouden apparatuur verbruikt over het algemeen ook minder energie.
7.7
SAMENWERKING MET DE MARKT
Bij het uitvoeren van maatregelen wordt een uitvraag gedaan bij marktpartijen. Dit wordt georganiseerd team vastgoedbeheer. Zij vragen uit en maken, in overleg met het multidisciplinair team, een keuze welke marktpartij de opdracht gegund krijgt. Bij losse maatregelen leggen we de vraag goed vast, zodat we vergelijkbare aanbiedingen krijgen. Waar mogelijk bundelen we de uitvoering van gelijke maatregelen als deze in meerdere panden nodig zijn. Dat kan vooral bij maatregelen voor de korte termijn (quickwins en erkende maatregelen). Maatregelen voor een natuurlijk moment worden per gebouw aanbesteed, omdat het moment van uitvoering ver uit elkaar kan liggen bij de verschillende gebouwen. Bij een integrale renovatie van een gebouw betrekken we de markt aan de voorkant van het traject. We dagen de markt uit om met duurzame en innovatieve ideeën te komen en maken op basis daarvan een keuze. We selecteren marktpartijen met ervaringen en goede referenties m.b.t verduurzamen van gebouwen. Deze aanpak heeft als voordeel dat we de kennis uit de markt optimaal benutten om tot een goed plan te komen. Bij de uitvraag letten we niet alleen op de duurzaamheid van het plan, maar ook op de duurzaamheid van de aanbieder zelf. We vragen de aanbieder om een CO 2-footprint aan te
CO2-routekaart gemeentelijk vastgoed
leveren, een overzicht van uitgevoerde maatregelen in de eigen bedrijfsvoering en een plan voor verdere CO2-reductie. Op deze manier prikkelen we de markt om ook zelf te verduurzamen. Dit willen we ook toepassen bij de samenwerking met uitvoerende partijen voor het reguliere onderhoud van het vastgoed.
Pagina 24 van 53
CO2-routekaart gemeentelijk vastgoed
8
ENERGIESCAN
PER
GEBOUW
In dit hoofdstuk staat per locatie een overzicht van de maatregelen, kosten en besparingen. Ook is per locatie geanalyseerd hoe deze scoort t.a.v. de klimaatdoelen. Dit hoofdstuk is zo geschreven dat alle informatie over de maatregelen op één locatie bij elkaar staat. Dat is handig voor de gebouwgebruikers, die alleen hun deel hoeven te lezen. Dat betekent echter wel dat de lezer die alle locaties leest, meerdere teksten meerdere malen tegenkomt.
8.1
UITGANGSPUNTEN BESPARINGSBEREKENINGEN
Hieronder staat een toelichting op de uitgangspunten van de berekening van de besparing, de investering en de terugverdientijd. Dat is vrij gedetailleerd, en kan worden overgeslagen voor wie alleen in de hoofdlijnen geïnteresseerd is. Terugverdientijd Voor de maatregelen is de eenvoudige terugverdientijd bepaald. De eenvoudige terugverdientijd is bepaald door de investeringskosten te delen door de jaarlijkse baten door energiebesparing. Investeringskosten Er wordt onderscheid gemaakt tussen investeringskosten op een natuurlijk en een zelfstandig moment. Op een natuurlijk moment wordt al een investering gedaan en bestaan de investeringskosten uit de meerkosten voor de energiebesparende optie. In de tabel zijn daarom alleen de meerkosten weergegeven. Bepaalde maatregelen zijn alleen rendabel als de maatregel op een natuurlijk moment wordt getroffen. Sommige maatregelen staan vermeld bij natuurlijk moment, maar daar worden toch de volledige kosten gerekend: dit is het geval als de maatregel naar voren wordt gehaald om hem beter aan te laten sluiten op een andere maatregel die dan wel het natuurlijke moment heeft. Verschuivingen zijn benoemd in de tekst. Voor maatregelen voor een zelfstandig moment zijn de volledige investeringskosten opgenomen in de berekeningen.
Investeringskosten zijn inclusief arbeidskosten van derden, maar exclusief eigen tijdsbesteding voor voorbereidingen (programma van eisen opstellen, aanbesteding, begeleiden uitvoering e.d.) en inclusief btw. Energietarieven Voor alle gebouwen is hetzelfde tarief gehanteerd, onafhankelijk of de gemeente het energiecontract heeft of de huurder. De energietarieven zijn inclusief energiebelasting en btw. Vanwege de blijvende onzekerheid qua energiekosten, is uitgegaan van voorspelde tarieven voor de langere termijn. Hierbij is uitgegaan van de laagste schattingen qua tarieven, zodat de besparingen in werkelijkheid dus eerder hoger dan lager zullen uitvallen. Hoe meer energie een gebouw gebruikt, hoe goedkoper de energie per kWh of m 3 aardgas wordt. Dat komt omdat midden- en grootverbruikers minder energiebelasting (bestaande uit algemene energiebelasting en een opslag voor duurzame energie) betalen (zogenaamde gezoneerde belastingtarieven). De financiële besparing wordt groter als er meer besparende maatregelen zijn uitgevoerd en het resterende verbruik in een duurder tarief terecht komt. Dit voordeel is vooral aan de orde als met zonnepanelen ongeveer het gehele elektriciteitsverbruik wordt opgewekt. In de berekeningen is overal uitgegaan van het gemiddelde tarief.
CO2-routekaart gemeentelijk vastgoed
In tabel 6 staan de tarieven waar mee gerekend is. Elektriciteitsprijs (€ per kWh) € 0,38
tabel 6: tarieven
Gasprijs (€ per m3) € 1,65
Baten energiebesparing Per maatregel is een besparing aangegeven. Sommige maatregelen beïnvloeden elkaar. Hier volgt een voorbeeld: Het plaatsen van een daglichtafhankelijke regeling bespaart energie, doordat de verlichting minder aanstaat. Als deze regeling gecombineerd wordt met het vervangen van de verlichting voor led-verlichting, is de uiteindelijke besparing wel groter, maar de besparing van de maatregelen onafhankelijk van elkaar is groter, dan wanneer ze samen genomen worden. Stimular heeft hier bij de berekeningen zoveel mogelijk rekening gehouden. Exploitatiebaten Energiebesparende maatregelen hebben soms ook andere baten, bijvoorbeeld minder vervangingskosten bij led-lampen (positieve baten) of onderhoudskosten bij zonnepanelen (negatieve baten). Deze kosten zijn niet meegenomen in de berekeningen. Subsidies Subsidies zijn niet meegerekend in de berekening van de terugverdientijd. Subsidies zijn van tijdelijke aard, terwijl het onderzoek naar maatregelen een lange periode behelst. Het loont om continu te volgen of er nieuwe subsidies beschikbaar zijn voor de geplande maatregelen. Lees verder over subsidies in hoofdstuk 6. CO2-reductie Er is gerekend met 1,88 kg CO2 per m3 aardgas en 0,556 kg CO2 per kWh. Dit zijn de CO2factoren van 2022 die horen bij niet-gecompenseerd aardgas en grijze stroom.
Stimular heeft hiervoor gekozen omdat het de voorkeur heeft om de CO2-reductie zoveel mogelijk te realiseren door energie te besparen en duurzame energie op te wekken in en op de eigen gebouwen.
Pagina 26 van 53
CO2-routekaart gemeentelijk vastgoed
8.2
GEMEENTEHUIS
8.2.1
Huidige situatie
Het elektriciteitsverbruik per m2 ligt met 82 kWh/ m2 hoger dan bij een gemiddeld gemeentehuis (ongeveer 60 kWh/ m2). Dit wordt vooral verklaard doordat geen aardgas wordt verbruikt: de warmtepompen verbruiken elektriciteit. Als we naar het totale energieverbruik kijken dan komt het gemeentehuis van Midden-Delfland uit op 0,74 GJ/m 2 tegenover een gemiddelde van 0,88 GJ/m2. Het gemeentehuis van Midden-Delfland presteert dus ongeveer 15% beter dan gemiddeld. 8.2.2
Routekaart
Het onderstaande dashboard geeft een overzicht van maatregelen, kosten en besparingen. Daarbij geeft deze ook de invloed van de maatregelen op o.a. het energieverbruik, de energiekosten, CO2 Footprint.
Het gemeentehuis kan niet aan de CO2-reductiedoelen voor 2030 en 2050 voldoen. Dit komt mede omdat de locatie al een relatief lage CO2-uitstoot heeft: er is dus geen grote reductie meer mogelijk. Energieneutraal is onhaalbaar, omdat er te weinig dakoppervlak is om alle benodigde elektriciteit zelf op te wekken. Met een aantal maatregelen lukt het wel om exact
CO2-routekaart gemeentelijk vastgoed
aan de Paris Proof norm te voldoen. Verdere reductie is alleen mogelijk met maatregelen buiten het gebouw, bijvoorbeeld met een solar carport. Omstreeks 2030 zijn alle investeringen in verduurzaming terugverdiend, waarna de besparingen verder blijven oplopen. Het pakket aan maatregelen voor een zelfstandig moment heeft een gemiddelde terugverdientijd van ongeveer 6 jaar, het pakket van maatregelen voor een natuurlijk moment heeft een gemiddelde terugverdientijd van ongeveer 5 jaar. Bij maatregelen voor een natuurlijk moment is uitgegaan van meerkosten t.o.v. een conventionele oplossing, dus niet de volledige kosten. 8.2.3
Maatregelen
Maatregel 1: PL-verlichting vervangen door led De wandlampen zijn voorzien van PL-lampen. Vervanging van armaturen staat pas in 2032 gepland. Echter mogen verschillende lichtbronnen waaronder PL vanwege aangepaste wetgeving vanaf 2023 niet meer in de EU geproduceerd en geïmporteerd worden. Vervang op korte termijn de conventionele verlichting naar de norm. Het aantal PL-lampen is helaas onbekend. In de berekeningen is een aanname gedaan van een 20 wandarmaturen met 3 lampen van 24 Watt. In de berekening is uitgegaan van vervanging van de armaturen en vervanging door een installateur. Maatregel 2: T5-verlichting vervangen door led Bij de bouw is gekozen voor T5-verlichting. Dit is al een stap zuiniger dan de conventionele TL-verlichting. Ook hier geldt dat vanwege aangepaste wetgeving dat T5 verlichting vanaf 2023 wordt uitgefaseerd. Na vervanging door led zal een flinke besparing worden behaald. Vervanging van armaturen staat pas in 2032 gepland. Het voorstel is om de volledige vervanging van armaturen naar voren te halen, omdat anders ombouwen van armaturen nodig is. Het aantal T5-armaturen is helaas onbekend. In de berekeningen is een aanname gedaan van een 150 T5-buizen van 54 Watt (inclusief brandweer). In de berekening is uitgegaan van vervanging door een installateur. Maatregel 3: Verlichting Raadzaal vervangen door led De verlichting in de raadzaal is nog geen led.
Hoewel de besparing gering is, heeft deze zaal wel een belangrijke voorbeeldfunctie richting bewoners. Daarom is het advies deze verlichting op korte termijn te vervangen door led. Maatregel 4: PV-panelen op dak plaatsen Langs de gevels hangen 22 PV-panelen, gezien de leeftijd kunnen deze nog zeker 15 jaar mee. Op het dak liggen nog geen panelen. Het rieten dak is niet geschikt, het platte sedumdak is wel een goede combinatie met zonnepanelen. De toepassing van volledige integratie behoort tot de mogelijkheid. Dankzij het sedum is de opbrengst van de panelen zelfs hoger. Aandachtspunt is dat er voldoende daglicht bij het sedum blijft komen, dit betekent dat het dak niet maximaal vol gelegd kan worden. In de berekening is uitgegaan van ongeveer 350 panelen van 400 Wp en een (verhoogde) opbrengst van 0,95 kWh per kWp. De kosten liggen iets hoger, omdat het plaatsen iets complexer zal zijn dan op een ‘gewoon’ dak, mede omdat niet iedere installateur op sedumdaken kan plaatsen. Kosten worden geraamd op € 1.700,- per kWp. Maatregel 5: PV-panelen op solar carports Met zonnepanelen langs de gevels en op het dak wordt bijna 25% van het huidige elektriciteitsverbruik zelf opgewekt. Een optie om het aandeel eigen opwek te verhogen is het realiseren van solar carports op de parkeerplaatsen langs het pand.
De solar carport kan echter niet direct worden aangesloten op de energievoorziening van het gemeentehuis. Het zal dus alleen een vorm van compensatie opleveren. De maatregel is als optie opgenomen, maar niet meegenomen in de totale geraamde CO2-reductie en investering. De maatregel is daarmee een reserve maatregel, die kan worden uitgevoerd als andere maatregelen (in dit of
Pagina 28 van 53
CO2-routekaart gemeentelijk vastgoed
andere gebouwen) niet haalbaar zijn of niet het verwachte resultaat opleveren. Zonder de carport haalt het gemeentehuis namelijk maar net de Paris Proof norm. De kosten zijn hoger dan van zonnepanelen op daken, omdat ook de onderconstructie van carports gebouwd moet worden. Dit is vooral interessant als er ook behoefte is aan overdekte parkeerplaatsen. De terugverdientijd ligt met ongeveer 7 jaar hoger dan bij daken, de investering wordt echter nog steeds ruimschoots terugverdiend. In de berekening is uitgegaan van ongeveer 200 panelen van 400 Wp en een opbrengst van 0,9 kWh per kWp. Kosten worden geraamd op € 2.250,- per kWp. De opbrengst en investering zijn niet meegenomen in de totale routekaart. Maatregel 6: Vluchtrouteverlichting vervangen door led De vluchtrouteverlichting lijkt nog TL-verlichting te zijn. In 2025 zijn de accu’s weer aan vervanging toe, vervang dan direct de armaturen door led-armaturen. Ledvluchtwegaanduiding is tegenwoordig ongeveer net zo duur als conventionele vluchtwegaanduiding. Er is dan ook geen sprake van meerkosten als dit op natuurlijke momenten wordt uitgevoerd. In de routekaart is voor deze maatregel daarom geen investering, maar alleen een besparing geraamd. Naast energiebesparing levert de maatregel ook een besparing op doordat accu’s minder vaak vervangen hoeven te worden.