08 Transitievisie Warmte Midden-Delfland_v1.0.pdf
Tekst van het document
Conclusie Korte termijn (< 15 jaar) Deze kernen lijken relatief veel op elkaar m.b.t. woondichtheid aandeel – isolatie grondgebonden waarbij Den Hoorn nog het meest afwijkt. Hoewel een warmtenet niet is uitgesloten, is het erg onwaarschijnlijk dat deze er in de periode van 2030/2035 komt. Gebouweigenaren doen er daarom verstandig aan om hun energie vraag redelijkerwijs terug te brengen tot ~label B (bij grondige renovaties kan label A ook de moeite waard zijn). Dit betekent dat opties als HR++ glas, vloer, spouwmuur en dak isolatie en toch en kierdichting. Men doet er verstandig aan om bij elke verbouwing rekening te houden met zaken als zolder(vloer) isolatie, LT radiatoren, kierdichting, nieuwe kozijnen en
56
vloerverwarming. Dit omdat de volgende verbouwing mogelijk pas 15jaar of later is en sommige maatregelen relatief goedkoop te nemen zijn tijdens een verbouwing. Korte termijn (< 15 jaar) Hybride – hybride, all-electric of Hoewel de optie van duurzaam gas nog omgeven is met onzekerheid, is het wel een airco duidelijk dat duurzaam gas duurder zal zijn dan aardgas dat normaal is. Dat betekent dat het zoveel mogelijk elektrificeren met een warmtepomp ook in de toekomst een goede investering is. Het k op een 1:1 aardgasvervanger zoals waterstof is Of de woning daarbij nog ondersteund wordt met gas in afwachting van een verdere isolatieslag is een keuze van de bewoner. De grote slag wordt echter al gemaakt met de hybride warmtepomp. Indien de woningeigenaar dus geen mogelijkheid ziet in het nemen van sterke isolatie maatregelen waardoor men af kan met een volledig elektrische warmtepomp, dan kan een hybride warmtepomp nog steeds een significante impact hebben op het gasverbruik (50-70%). Met een investering van ~3000€ en een terugverdientijd van 7-12 jaar, is dat een aantrekkelijk stap voor veel gebouw eigenaren. All-electric Wanneer de woning met voldoende isolatie maatregelen eenvoudig warm te krijgen is op temperaturen <50°C, dan is de ondersteuning met gas niet meer nodig.
Hoewel de investeringen hiervan wel wat hoger liggen, ligt de jaarlijkse besparing op aardgas, de cv ketel en de netbeheerderskosten ook significant lager. Airco Een minder bekende stap is het gebruik maken van een airco in de zomer voor comfort en deze zelfde airco ook te benutten in de winter als aanvulling op de cv ketel. Zeker wanneer de woonkamer over een unit beschikt, kan ook hier het gasverbruik sterk worden teruggebracht.
57
Bijlage 6: Nederlands klimaatakkoord en financieringsinstrumenten In 2019 is in Nederland een nationaal klimaatakkoord opgesteld, zie voor meer informatie: www.klimaatakkoord.nl. De afspraken voor de gebouwde omgeving staan weergegeven in onderstaande infographic (figuur 13)
Figuur 13 Klimaatakkoord afspraken gebouwde omgeving
Nieuwe financiële instrumenten zijn nodig om ervoor te zorgen dat iedereen zoveel mogelijk betaalbaar de stap naar een aardgasvrij gebouw kan maken. Op het moment van schrijven (medio 2021) zijn de volgende nationale financieringsinstrumenten beschikbaar of verwacht om de overstap naar aardgasvrij betaalbaarder te maken: 6.1 Subsidieregelingen -
-
BZK proeftuinen aardgasvrij: het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) heeft een subsidieregeling voor aardgasvrije proeftuinen om in de eerste aardgasvrije wijken de onrendabele top (verschil maatschappelijke kosten ten opzichte van aardgas) te verkleinen en lessen voor de uitvoering op te doen. Er zijn begin 2021 twee rondes geweest, waarin 48 wijken subsidie hebben gekregen. Er komt in 2021/2022 nog een derde ronde, waarschijnlijk met focus op isolatie en hybride oplossingen. Subsidie Energiebesparing Eigen Huis (SEEH): woningeigenaren kunnen een subsidie aanvragen bij RVO (Rijksdienst voor Ondernemen) wanneer zij minimaal twee energiebesparende isolatiemaatregelen laten uitvoeren aan hun woning. 58
-
-
-
Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW): Gemeenten kunnen bij het ministerie van BZK subsidie aanvragen voor kleine energiebesparende maatregelen in woningen. Met de RREW zetten gemeenten projecten op om huiseigenaren en huurders te stimuleren tot kleine energiebesparende maatregelen in huis. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het inregelen van de Cv-installatie, het aanbrengen van radiatorfolie en tochtstrips of het plaatsen van ledlampen. Daarnaast gebruikt de gemeente de regeling om advies te geven aan huiseigenaren over energiebesparende maatregelen, zoals dak-, raam- of gevelisolatie. Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE): Particuliere huishoudens en zakelijke gebruikers (waaronder Verenigingen van Eigenaars (VvE’s)) die zelf duurzame energie willen opwekken kunnen subsidie aanvragen voor zonneboilers en warmtepompen. De subsidie is afhankelijk van de gekozen maatregel. Voor VvE’s is er subsidie beschikbaar voor een energieadvies en procesbegeleiding in combinatie met Meer Jaren Onderhoudsplan. De Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) is bedoeld voor het aansluiting van huurwoningen van woningbouwcorporaties op een warmtenet. De subsidie is zowel voor aanpassingen in de woningen als voor de aansluitkosten op het warmtenet.
6.2 Financiering -
-
Het Nationaal Warmtefonds biedt langjarige financiering tegen een lage rente voor woningeigenaren en Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) voor de verduurzaming van woningen. Hypothecaire leningen: deze zijn te overwegen vanaf € 15.000,- vanwege de bijbehorende administratieen advieskosten. Bij het kopen van een nieuwe woning kan tot € 9.000,- extra gefinancierd worden voor verduurzamingsmaatregelen. Overige duurzaamheidsleningen: verschillende Nederlandse banken bieden duurzaamheidsleningen aan. Gebouwgebonden financiering (op het moment van schrijven nog niet beschikbaar). Een lening voor energiebesparende maatregelen die gekoppeld is aan de woning. De lening gaat bij verkoop van de woning over op de koper. Deze optie is echter door het kabinet onderzocht en wordt voorlopig niet ingezet.
6.3 Overig -
Collectieve inkoopacties zorgen voor lagere kosten per maatregel, zoals isolatie en zonnepanelen.
59
Bijlage 7: Begrippenlijst Aardgasvrij
Geen aansluiting op aardgas. Dit betekent niet altijd gasloos, want duurzaam gas kan toegepast worden in bestaande aardgasleidingen.
Algemene uitgangspunten
Uitgangspunten van professionele partners, inwoners en betrokkenen die centraal staan in de Transitievisie Warme.
CO2 neutraal
Op jaarbasis een evenwicht creëren tussen de CO2-uitstoot en de opname van CO2 uit de atmosfeer in natuurlijke koolstofputten, zoals bomen.
Duurzaam gas
Een gasvormige brandstof, in de praktijk zijn dit duurzaam geproduceerde waterstof of groen gas. Zie ook hoofdstuk 3.
Energieneutraal
Op jaarbasis evenveel energie gebruiken als dat een woning, gebouw of gemeente zelf opwekt.
Gebouwde omgeving
Woningen en utiliteitsgebouwen in een wijk, buurt of gemeente.
Hybride warmteoplossing
Warmtelevering met elektrische oplossing, in principe een warmtepomp, in combinatie met een Cv-ketel op aardgas of duurzaam gas. Zie ook hoofdstuk 3.
Regionale Energie Strategie (RES); Regionale Strategie Warmte (RSW)
Regionaal samenwerkingsverband van gemeenten om de mogelijkheden voor duurzame warmte en elektriciteit te inventariseren en te bevorderen. Gemeente Midden-Delfland is onderdeel van de RES-regio Rotterdam-Den Haag. Zie ook hoofdstuk 1.
Transitiegereed
Een woning of gebouw dat gereed is gemaakt om van het aardgas af te gaan.
Transitiepaden
Transitiepaden zijn de manieren voor gemeente Midden-Delfland om van het aardgas af te gaan. Het transitiepad verschilt per gebouwtype, bouwjaar en doelgroep. In de transitiekaart (pagina 15) is te zien dat elke woning in de gemeente binnen een transitiepad valt.
Transitievisie Warmte (TVW)
Document op gemeenteniveau waarin het tijdspad wordt bepaald waarin buurten aardgasvrij worden en met welke warmteoplossing.
Utiliteitsgebouwen
Gebouwen met een zakelijk of maatschappelijk doel met een verblijffunctie. Voorbeelden zijn: kantoren, winkels, zorg, scholen, horeca, werkplaatsen. Landbouw, fabrieken (procesindustrie) horen hier niet bij.
Warmte
Energie die een woning of ander gebouw nodig heeft voor ruimteverwarming en warm tap water voor douche, bad en keuken.
Warmteoplossing
De beoogde infrastructuur voor warmtelevering zonder aardgas voor een gebouw of buurt. Dit kan collectief (warmtenet) of individueel per gebouw. Een warmteoplossing is de combinatie van een duurzame warmtebron (duurzaam gas, elektriciteit en/of warmte), een netwerk (gasnet, elektriciteitsnet, warmtenet) en systeem in de woning of utiliteitsgebouw voor het gebruiken van warmte. De isolatie van het gebouw is passend bij de warmteoplossing.
Warmtenet/bronnet
Verwarmingssysteem waarop meerdere gebouwen zijn aangesloten met een gezamenlijke warmtebron. Dit kan een kleinschalig collectief zijn (minder dan circa 500 woningen) of een grootschalig warmtenet. Een warmtenet kan op verschillende temperatuurniveaus zijn:
60
-
Hoog: 70°C of hoger
-
Midden: 40-70°C
-
Laag: onder 40°C
Een laag temperatuur warmtenet (<40°C) heeft meestal de temperatuur van de warmtebron. Daarom wordt dit ook wel een bronnet genoemd. Bij lage temperatuur warmtenetten is in de woning een warmtepomp noodzakelijk om de tapwatertemperatuur van 55°C te bereiken. Warmtepomp
Een warmtepomp kan een woning of gebouw verwarmen en is een van de alternatieve technieken om de Cv-ketel te vervangen. Een warmtepomp werkt als volgt: de warmtepomp onttrekt warmte aan een bron (meestal buitenlucht of grondwater), verhoogt met elektriciteit de temperatuur en staat die hogere temperatuur weer af aan een gebouw of warmtenet.
Warmtetransitie
De overgang van fossiele, niet-duurzame manieren van verwarmen naar een duurzame manier van verwarmen.
Wijkuitvoeringsplan aardgasvrij
Plan waarin het aardgasvrij maken van een buurt wordt geconcretiseerd in samenwerking met belanghebbenden en inwoners.
Woonlastenneutraal
Definitie van de Rijksoverheid om invulling te geven aan het begrip betaalbaarheid van de overstap naar aardgasvrij. Dit wordt ingevuld als dat voor het overgrote deel inwoners de kosten van de lening voor de verbouwing (isolatie en alternatief voor aardgas) gelijk of lager zijn dan de energiebesparing.
61