CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

08 Transitievisie Warmte Midden-Delfland_v1.0.pdf

Gemeenteraad 14 december 2021, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Voorstel tot instemmen met TransitieVisie Warmte19.624 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Transitievisie warmte Naar een aardgasvrij Midden-Delfland

Voorwoord In 2050 is de gemeente Midden-Delfland aardgasvrij. Dat hebben college en gemeenteraad met elkaar en met inwoners afgesproken. Zo willen we onze CO2-uitstoot verminderen en klimaatverandering tegengaan. Die ambitie past bij onze duurzame, groene gemeente. Het is een ambitie waaraan we willen vasthouden. In gesprekken merk ik dat steeds meer mensen zich aan deze ambitie verbinden. Het is steeds duidelijker dat er iets moet veranderen. Dat we echt van het gas af moeten. Tegelijkertijd weet en merk ik óók dat het complexe materie betreft, waarover mensen vragen hebben of zich zorgen maken. En dat is begrijpelijk. Want wat betekent een aardgasvrije woning voor mij, of voor mijn ouders? Hoe houden we de transitie haalbaar en betaalbaar? Wie moet eerst? Of misschien ook: wie mag en wie kan straks eerst? Wat betekent het voor mij als anderen achterblijven? Als ik méér wil doen dan de rest, kan dat dan wel? En wie kan me helpen als ik zelf niet verder kom? In deze Transitievisie Warmte bepalen we richting, zetten we de koers uit. We beschrijven hoe we met inwoners en organisaties gaan werken aan een aardgasvrij Midden-Delfland, op een manier die past bij onze gemeente. We geven aan welke onzekerheden er nog zijn en hoe we daar rekening mee houden. We bieden inwoners duidelijkheid en praktische handvatten om zelf stappen te zetten naar een aardgasvrije woning.

Hoe klein of hoe groot die stappen ook zijn. Want hoewel nog lang niet alles vastligt, is glashelder dat we deze transitie alleen mét elkaar tot een succes kunnen brengen. Ieders inzet is daarbij even waardevol en niemand kan het alleen. Alleen wanneer we samen in beweging blijven, bereiken we op tijd ons doel. Alleen dan maken we onze ambitie waar. Ik ben trots op deze eerste stap: de eerste Transitievisie Warmte van onze gemeente, waaraan door velen heel hard gewerkt is. Ik nodig iedereen uit vandaag én morgen zijn eigen bijdrage te leveren aan een aardgasvrije toekomst.

Sonja Smit Wethouder November 2021

Wethouder Smit. Bron: Gemma van Winden-Tetteroo

2

3

Publiekssamenvatting De Transitievisie Warmte voor gemeente Midden-Delfland Gemeente Midden-Delfland wordt aardgasvrij. In 2050 wil de gemeente CO2-neutraal zijn. Woningen worden dan niet meer met aardgas verwarmd. Dit past in het landelijke beleid (waaronder het Klimaatakkoord) om de uitstoot van CO2 terug te dringen en klimaatverandering tegen te gaan. Daarnaast stoppen we in Groningen met de aardgasproductie om aardbevingen te vermijden. Deze overstap naar een aardgasvrije manier van verwarmen noemen we de warmtetransitie. Elke gemeente in Nederland maakt hiervoor uiterlijk eind 2021 een plan: de Transitievisie Warmte.

De opgave: een aardgasvrije gebouwde omgeving De Transitievisie Warmte gaat over de gebouwde omgeving. Dat zijn alle woningen, winkels, kantoren, scholen en andere gebouwen. Van de circa 9100 woningen en andere gebouwen in Midden-Delfland, wordt het overgrote deel verwarmd met aardgas. We gebruiken aardgas vooral voor de verwarming van onze woningen en gebouwen. Ook voor warm tapwater en koken wordt aardgas gebruikt. Voor 2050 gaan alle woningen en gebouwen in Midden-Delfland over op een duurzaam alternatief voor aardgas. De ambitie in Midden-Delfland is om in 2030 20% minder aardgas te verbruiken ten opzichte van 2010.

Een haalbare en betaalbare overstap naar een aardgasvrij Midden-Delfland Met onze partners, waaronder Wonen Midden-Delfland, Capturam en EnergieC, hebben we uitgangspunten opgesteld voor de warmtetransitie in Midden-Delfland: • •

De warmtetransitie moet voor inwoners, bedrijven en instellingen realistisch en betaalbaar zijn. We leren door te doen én grijpen kansen, zoals subsidies en regionale energiebronnen, aan zodra die zich voordoen.

•

Onze inwoners worden geïnformeerd en betrokken bij zowel de Transitievisie Warmte als de uitvoering.

•

De Transitievisie Warmte past bij de duurzame kernwaarden van Midden-Delfland en de uitgangspunten van Cittaslow.

•

In het bepalen van een tijdspad van wijken wordt goed gekeken naar kansen en wensen in de wijken. Ook worden koppelkansen met andere opgaven in de leefomgeving meegenomen.

•

De woningcorporatie kan als startmotor voor de rest van de gemeente fungeren. Daarbij moet de warmtetransitie leiden tot meerwaarde voor huurders en passen bij de bredere opgave van het vastgoed.

•

We moeten samenwerken om de uitvoering van de warmtetransitie te realiseren. We maken tijdens het opstellen van de Transitievisie Warmte optimaal gebruik van elkaars kennis, expertise en middelen.

•

We stemmen de Transitievisie Warmte af met de Regionale Energiestrategie (RES) en de Regionale Structuur Warmte (RSW).

4

De warmtetransitie verloopt in stappen en begint met isoleren 1. Maatregelen in de woning of het gebouw: isoleren, ventileren en elektrisch koken Wat je niet gebruikt, hoef je ook niet op te wekken. Daarom is de eerste stap: isoleren. Deze maatregel is bovendien vaak nodig om een woning of gebouw comfortabel zonder aardgas te kunnen verwarmen. Bij isolatie is een goede ventilatie belangrijk. Tot slot is elektrisch koken een belangrijke maatregel voordat een woning aardgasvrij kan worden. 2. Alternatieve warmteoplossing Als de isolatie op orde is, kunnen we aan de slag met de alternatieve warmteoplossing. Er zijn drie soorten aardgasvrije warmteoplossingen: warmtenetten, all-electric verwarming en gasnetten met duurzaam gas. Daarnaast behoort ook een hybride aanpak tot de mogelijkheden. Hierbij wordt een woning tijdens de lente en de herfst met een warmtepomp verwarmd, en in de winter met een Cv-ketel. 3. Inzet op duurzame bronnen De verduurzaming van energiebronnen zorgt ervoor, dat er geen aardgas of andere fossiele energie meer nodig is om onze woningen en gebouwen te verwarmen. Dat betekent dat we onze elektriciteit duurzaam opwekken, we duurzame warmte gebruiken voor warmtenetten en dat al het gas dat we in 2050 gebruiken duurzaam gas is.

Welke oplossingen en tussenstappen passen bij Midden-Delfland? In Midden-Delfland verwachten we uiteindelijk een mix van warmteoplossingen. In deze Transitievisie Warmte worden nog geen keuzes gemaakt over de warmteoplossingen per wijk. Wel doen we een voorstel met transitiepaden. Hieruit blijkt, dat veel wijken in Midden-Delfland uiteindelijk elektrisch verwarmd gaan worden. Voor nu legt de gemeente dus de focus op isolatie, ventilatie, hybride warmtepompen en elektrisch koken. Dit betekent dat woningen en gebouwen ‘transitiegereed’ worden gemaakt.

Verder werken aan een duurzaam verwarmd Midden-Delfland We gaan met deze eerste Transitievisie Warmte aan de slag om zoveel mogelijk woningen voldoende te isoleren en mogelijk te voorzien van een hybride warmtepomp. Daarbij benutten we ook instrumenten die op landelijk niveau ontwikkeld worden, zoals subsidies en financieringen. Ook gaan we wijkgericht verdiepingsslagen maken. Zo maken we samen de keuze welk alternatief voor aardgasvrij het meest geschikt is per wijk. Dit komt vervolgens terug bij de actualisatie van de Transitievisie Warmte omstreeks 2025. Dan maken we opnieuw de balans op van zowel de ontwikkelingen in Midden-Delfland als op nationaal niveau.

Zelf aan de slag Als jij als inwoner zelf aan de slag wilt op weg naar een aardgasvrije woning, zijn isoleren en elektrisch koken altijd goede stappen om te zetten. We adviseren om gebruik te maken van logische momenten. Kies bijvoorbeeld voor inductie koken bij vervanging van de keuken en voor HR++/+++ glas bij het schilderen of de vervanging van kozijnen. Het energieloket kan jou daarbij helpen. Meer informatie en suggesties om zelf aan de slag te gaan, kun je vinden op www.middendelfland.nl/aardgasvrij-midden-delfland. Ook op www.iedereendoetwat.nl en www.milieucentraal.nl staan tips over verduurzaming. Informatie over aardgasvrij wonen en diverse voorbeelden zijn te vinden op www.hierverwarmt.nl.

5

Op weg naar een aardgasvrij Midden-Delfland Als Midden-Delfland willen we in 2050 een CO2-neutrale gemeente zijn, waarbij alle gebruikte energie duurzaam is opgewekt. Dat betekent ook dat we onze woningen op een andere, duurzame manier moeten verwarmen. Gemeente Midden-Delfland heeft in 2021 een Transitievisie Warmte opgesteld die op hoofdlijnen aangeeft welke mogelijkheden er op buurt, wijk- of gemeenteniveau zijn om aardgas te besparen in de gebouwde omgeving. aantal woningen per bouwjaar in Midden-Delfland

1. De huidige situatie

487

521

1895

1597

2063

1653

< 1920

1920 - 1949

1950 - 1974

1975 - 1989

1990 - 2004

>2005

van de energievraag van Midden-Delflandse woningen bestaat uit het gebruik van aardgas voor verwarmen, warm water en koken.

80 %

8.000

WONINGEN

gebruiken gemiddeld zo’n 1.375 m3 aardgas per jaar. Dit is iets hoger dan het Nederlandse gemiddelde.

2. Transitiepaden: zo starten we met de overstap naar een aardgasvrij Midden-Delfland We gaan de komende jaren aan de slag om ons voor te bereiden om ná 2030 van het aardgas af te gaan. Inzetten op energiebesparing door isolatie is een eerste logische stap, maar met alléén isoleren gaan we het niet redden. Daarom richtten we ons naast isoleren ook nadrukkelijk op de inzet van hybride warmtepompen. Daar liggen veel mogelijkheden voor aardgasbesparing en het biedt de kans om het wooncomfort te verhogen. Isoleren en hybride warmtepompen zijn spijtvrije maatregelen. Dit zijn maatregelen die goed terug te verdienen zijn en het wooncomfort verhogen. Dit wordt ook wel het spijtvrije transitiepad genoemd. Op de langere termijn, na 2030, gaan we in het merendeel van de wijken opnieuw kijken naar het gebruik van de verschillende warmtealternatieven.

Cool!

Interessant voor je portemonnee zo’n duurzame investering

Dat valt me nog best mee...

WWW.MIDDENDELFLAND.NL/AARDGASVRIJ

Eindelijk gaan we écht duurzaam worden

Ik ga meteen aan de slag!

3. Duurzame warmteoplossingen De kans is klein dat de woningen in Midden-Delfland in de toekomst op maar één manier verwarmd worden. Het zal een combinatie zijn van collectieve en individuele warmteoplossingen. Op dit moment houden we de keuze voor die definitieve warmteoplossingen open, maar gaan we wel de woningen versneld transitiegereed maken. Dat betekent dat woningen klaar zijn om na 2030 door een duurzame warmteoplossing verwarmd te worden.

Het volledig elektrisch verwarmen van woningen, bijvoorbeeld met een elektrische warmtepomp.

Een warmtenet zorgt ervoor dat centraal geproduceerd warm water door buizen in de grond naar de woningen stroomt. In Midden-Delfland kunnen we in de toekomst mogelijk op kleine schaal gebruikmaken van warmtenetten.

All-electric

Lokale warmtenetten

ISOLATIE ALTERNATIEF

Hernieuwbaar gas vraagt de minste aanpassingen in woningen, maar is in de vorm van groen gas of waterstof gas slechts beperkt beschikbaar.

Hernieuwbaar gas / hybride warmtepomp GAS

< 70°C

4. In stappen naar aardgasvrij:

Isoleren en hybride warmtepompen

spijtvrije maatregelen

Huidige situatie

Transitiegereed

Isolatie is nodig om over te stappen naar aardgasvrije oplossingen die je woning met lagere temperaturen verwarmen. Bovendien hoef je alles wat je niet gebruikt ook niet op te wekken. Een hybride warmtepomp heeft een extra groot effect.

5. Dit kan jij doen om jouw woning te verduurzamen!

Duurzame warmteoplossing

Inzet van duurzame bronnen

Aardgasvrij

CO2 neutraal

2030

Om je woning voor te bereiden kun je alvast maatregelen nemen. Onderstaande maatregelen besparen energie en verhogen het comfort. Vaak zijn hiervoor subsidies beschikbaar. Het duurzaamheidsloket kan je helpen met een gratis, onafhankelijk, persoonlijk en vrijblijvend energieadvies.

2050

Voor meer informatie kan je kijken op www.middendelfland.nl/aardgasvrij. Woon je in een huurwoning, neem dan contact op met je verhuurder. Er is al een groep enthousiaste inwoners begonnen met het verduurzamen van de gebouwde omgeving in de gemeente. De gemeente wil deze initiatieven graag stimuleren en ondersteunen.

Vervang enkel glas door HR++ dubbelglas

Isoleer het dak

Gezonde lucht in huis

Laat de spouwmuren isoleren

Isoleer de vloer van de begane grond

Een (hybride) warmtepomp zorgt voor een fijn warm huis.

Stap over op elektrisch koken

een warmtepomp kan in de zomer ook voor comfort zorgen in de vorm van koeling

WWW.MIDDENDELFLAND.NL/AARDGASVRIJ

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

8

1.1.

Waarom een Transitievisie Warmte?

8

1.2.

De Nederlandse transitie naar aardgasvrij

8

1.3.

De aanpak van Midden-Delfland

9

1.4.

Leeswijzer

11

Uitgangspunten

13

2.1.

Realistisch en betaalbaar

13

2.2.

Leren door te starten

13

2.3.

Betrekken inwoners

13

2.4.

Kernwaarden Cittaslow

14

2.5.

Integraal werken en koppelkansen

14

2.6.

Startmotor woningcorporatie

14

2.7.

Samenwerken

15

2.8.

Regionale afstemming

15

Duurzame warmteoplossingen

16

Duurzame warmteoplossingen op hoofdlijnen

16

2.

3. 3.1.

3.2. Route naar duurzame warmteoplossingen op hoofdlijnen 3.2.1. Warmtevraag beperken en temperatuur verlagen 3.2.2. Energie-infrastructuur en warmteoplossingen 3.2.3. Overstappen naar duurzame energiebronnen 4. 4.1.

17 18 18 19

De analyse

20

De opgave in Midden-Delfland

20

4.2. Vergelijkende analyse 4.2.1. Startanalyse – PBL 4.2.2. WTM - Over Morgen 4.2.3. Openingsbod Warmtetransitie – Capturam

21 22 23 24

Aardgasbesparing in Midden-Delfland

29

Interpretatie transitiekaart

30

Vervolgstappen

31

Doel

31

5. 5.1. 6. 6.1.

6.2. Hoe werken we toe naar het doel? 6.2.1. Twee transitiepaden 6.2.1.1. Activeren en faciliteren van inwoners voor het nemen van spijtvrije maatregelen 6.2.1.2. Samenbrengen en ondersteunen van bewonersinitiatieven en kleine collectieven

33 33 33 35

6.3.

36

Meten is weten

6

Bijlage 1: Nadere toelichting duurzame warmteoplossingen voor Midden-Delfland

37

1.1

Warmtevraag beperken en temperatuur verlagen

37

1.2

Inzet toekomstbestendige energie-infrastructuur en warmte-oplossingen

39

1.3

Overstappen naar duurzame warmtebronnen

41

Bijlage 2: Selectiecriteria en transitiepaden

43

2.1

Selectiecriteria

43

2.2

Transitiepaden

44

Bijlage 3: Koeling

45

3.1

Voorkomen dat gebouwen verregaand opwarmen

45

3.2

Het actief koelen van gebouwen en/of ruimtes om warmte kwijt te raken

45

Bijlage 4: Besparingsmaatregelen

48

4.1

Voorbeeldwoning 1946-1964

48

4.2

Voorbeeldwoning 1965-1974

49

4.3

Voorbeeldwoning 1975-1982

50

4.4

Voorbeeldwoning 1983-1991

51

4.5

Voorbeeldwoning 1992-2005

52

4.6

Voorbeeldsysteem warmtepomp

52

Bijlage 5: Conclusies vergelijkende analyses

54

5.1

Conclusies per modelanalyse

54

5.2

Conclusie per warmteoplossing en isolatie

56

Bijlage 6: Nederlands klimaatakkoord en financieringsinstrumenten

58

6.1

Subsidieregelingen

58

6.2

Financiering

59

6.3

Overig

59

Bijlage 7: Begrippenlijst

60

7

1. Inleiding 1.1. Waarom een Transitievisie Warmte? Op dit moment worden de meeste woningen in Nederland verwarmd met aardgas. Ook koken veel mensen op aardgas. Aardgas is een fossiele bron. Dit betekent dat het eindig is en op raakt. Veel van het aardgas wordt onder de grond vandaan gehaald, bijvoorbeeld in Groningen waar dit zorgt voor aardbevingen. Daarnaast veroorzaakt het gebruik van aardgas CO2-uitstoot. Dit zorgt voor de opwarming van de aarde. Opwarming van de aarde heeft grote gevolgen, zoals extreme temperaturen en overstromingen. Tenslotte stijgt de prijs van aardgas.1 Dit zijn allemaal redenen waarom we in Nederland geen aardgas meer willen gebruiken in 2050. Om de CO2-uitstoot te verlagen, zijn er afspraken gemaakt in het Klimaatakkoord. Een van deze afspraken is, dat elke gemeente voor het einde van 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) heeft opgesteld. De TVW beschrijft hoe, met de kennis van nu, wordt toegewerkt naar een toekomstige duurzame warmtevoorziening zonder aardgas. De TVW geeft inzicht in duurzame alternatieven. Én de stappen die daarbij horen. De TVW wordt ten minste elke vijf jaar herijkt. Op deze manier kunnen we, waar nodig, bijsturen en aanpassen aan innovaties, nieuwe inzichten en een veranderende maatschappelijke context. Deze TVW is opgesteld in een tijd dat de overstap naar aardgasvrij nog lang niet overal haalbaar is.

Op landelijk niveau wordt daarom nog gesproken over de invulling van financiële voorwaarden om de overstap voor iedereen betaalbaarder te maken. Als gemeente wachten we op wetgeving die het voor ons mogelijk maakt om meer sturing te geven aan de warmtetransitie in onze buurten. We zitten dus in een tussenfase: we willen voortgang boeken, maar zijn als gemeente deels afhankelijk van andere partijen. Daarom worden er op dit moment nog geen definitieve keuzes gemaakt voor de uiteindelijke warmteoplossingen per buurt. Wel willen we inzicht geven in oplossingen waarmee nu al stappen kunnen zetten en waarvan we geen spijt krijgen, de spijtvrije oplossingen. 1.2. De Nederlandse transitie naar aardgasvrij Nederland werkt hard aan het verduurzamen van de gebouwde omgeving. In 2019 ondertekenden overheden, organisaties en bedrijven het Klimaatakkoord. Aan vijf sectortafels zijn afspraken gemaakt voor een pakket aan maatregelen om de Nederlandse doelstelling -de uitstoot van broeikasgassen tot 2030 met 49 procent verminderen ten opzichte van 1990- te realiseren. Aan de sectortafel Gebouwde Omgeving is afgesproken om in 2050 een volledig aardgasvrije gebouwde omgeving te hebben. Het Klimaatakkoord vraagt gemeenten om te werken aan plannen op drie niveaus, waartussen afstemming plaatsvindt:

Regionale Energie Strategie Op regionaal niveau werken we aan de Regionale Energie Strategie (RES). In de RES brengen we duurzame energiebronnen in de regio in kaart. We stemmen af met onze buren en onderzoeken samen welke plekken in de regio het meest geschikt zijn voor welke manier van grootschalige energie-opwek. Gemeente Midden-Delfland ligt in de RES-regio Rotterdam Den Haag. In de zomer van 2021 is de RES 1.0 vastgesteld door de raad van MiddenDelfland. Onderdeel van de RES is de Regionale Structuur Warmte (RSW) waarmee we de regionale beschikbare warmtebronnen, het verdeelvraagstuk van warmte binnen de regio, de benodigde infrastructuur en de ruimtelijke impact en kosten in beeld brengen.

1 De prijsstijging zit deels in een verwachte jaarlijkse verhoging van energiebelasting op aardgas om mensen aan te sporen een overstap naar meer

duurzame alternatieven te maken.

8

Transitievisie Warmte Op gemeentelijk niveau werken we aan de Transitievisie Warmte (TVW). De TVW beschrijft hoe gebouweigenaren, samen met de gemeente, professionele partners en inwoners de warmtevraag in de gebouwde omgeving op een duurzame manier kunnen invullen. En in welk tempo dat zal verlopen. In de TVW worden geen keuzes gemaakt voor definitieve warmteoplossingen. Dat gebeurt in de uitvoeringsplannen. Uitvoeringsplannen Voor de buurten of gebieden waar gestart wordt met een aanpak naar aardgasvrij, wordt op buurtniveau een concreet uitvoeringsplan opgesteld. Daarbij worden inwoners, overige gebouweigenaren en andere belanghebbenden nauw betrokken. In het uitvoeringsplan worden de definitieve keuzes gemaakt en wordt duidelijk hoe en wanneer de buurt aardgasvrij wordt. Onderstaande figuur geeft de samenhang tussen bovenstaande planniveaus weer.

Figuur 1. Plannen op drie niveaus

1.3. De aanpak van Midden-Delfland Gemeente Midden-Delfland werkt samen met professionele partners binnen de gemeente aan een duurzame leefomgeving. De gemeente heeft de ambitie gesteld om in 2050 CO2-neutraal te zijn. 2050 klinkt nog ver weg, maar de overstap naar een aardgasvrije gemeente is een enorme klus. Hiermee moeten we op tijd beginnen. In hoofdstuk 4 gaan we verder in op deze opgave voor Midden-Delfland. We zijn al gestart met de verduurzaming van de warmtevraag. Nieuwbouwontwikkelingen die binnen de gemeente plaatsvinden, worden sinds de zomer van 2018 aardgasvrij gerealiseerd. Voor verduurzaming van de bestaande bouw kunnen inwoners terecht bij het Energieloket2 van de gemeente. Diverse partijen werken binnen het Energieloket aan het stimuleren van isolatie- en andere besparingsmaatregelen door inwoners en ondernemers. Gemeente Midden-Delfland is ook actief betrokken bij het warmteproject WarmtelinQ (Leiding door het Midden),

2 De gemeente is op het moment van schrijven aangesloten bij de WoonWijzerWinkel.

9

waarbij een warmteleiding deels over het grondgebied van de gemeente langs de A4 komt. Misschien biedt dit in de verdere toekomst de mogelijkheid om woningen van duurzame warmte te voorzien. Ook de glastuinbouw zet duurzame stappen. Greenport West-Holland heeft in alle regio’s met glastuinbouw, waaronder voor Midden-Delfland, een gebiedsvisie opgesteld. Daarin is de ontwikkeling naar een duurzame energievoorziening vastgesteld. In de gebiedsvisie is gekeken naar de ruimtelijke ordening, onder- en bovengrond ruimtebeslag, versnelling van de ontwikkeling van de businesscase voor de voorziening van CO 2 en warmte en elektra en het buitengebied in 2030. Daarnaast is er een samenwerking met buurgemeente Westland voor het realiseren van geothermielocaties in glastuinbouwgebieden (Warmtesysteem Westland). De industrie en landbouw maken binnen de eigen sectortafels afspraken over verduurzaming. De TVW heeft een focus op de gebouwde omgeving. In Midden-Delfland werken we samen met onze strategische partners aan een duurzame gemeente. In 2020 stelden we als gemeente met Stichting Wonen Midden-Delfland, netbeheerder Capturam en energiecoöperatie EnergieC Midden-Delfland een Startnotitie op.3 In deze Startnotitie beschreven we: •

Waarom we een TVW opstellen en hoe deze samenhangt met andere planvorming rondom de energietransitie in de gebouwde omgeving

•

Welke kaders we met partners hebben afgesproken

•

Wie we op welke manier betrekken bij de TVW

•

Welke processtappen we doorlopen richting een TVW

De warmtetransitie kent ingewikkelde vraagstukken. Vraagstukken die de gemeente niet alleen kan oplossen. Om die reden is de TVW samen met professionele partners tot stand gekomen. Deze partners inspireren elkaar en bouwen gezamenlijk aan de collectieve kennis die zo belangrijk is in deze transitie. De bestuurders van de ondertekenaars van de Startnotitie zitten in de Stuurgroep voor de Transitievisie Warmte. Daarnaast onderschrijft provincie Zuid-Holland de TVW van Midden-Delfland. De Projectgroep (met daarin een afvaardiging van bovengenoemde partijen) kwam tijdens het ontwikkelen van de TVW elke drie weken samen. Ook zijn inwoners betrokken bij het proces. Er is een animatie gemaakt voor inwoners waarin wordt uitgelegd wat een TVW is. Er is een digitale enquête gehouden om input op te halen voor de uitgangspunten voor de warmtetransitie (26 november t/m 13 december 2020). Op 8 september 2021 is tijdens een informatieavond toelichting gegeven over de concept resultaten van het TVW-onderzoek. Tijdens die bijeenkomst is ook input opgehaald voor de uitvoering van de TVW. Betrokken inwoners zijn in twee sessies van een Meedenkgroep bijeen gekomen om tussentijdse resultaten van de TVW te bespreken.

3 De Startnotitie is hier terug te lezen op de website van de gemeente, agendapunt 5b van de gemeenteraadsvergadering van 7 juli 2020.

10

Voorbeeld 1. Deze woningen in Midden-Delfland hebben maximale dakisolatie gekregen met een r-waarde van 6, gecombineerd met zon op dak, foto Citta Energiek.

1.4. ○ Leeswijzer In het volgende hoofdstuk lichten we de gezamenlijke uitgangspunten uit de Startnotitie toe waarop deze TVW is gebaseerd. Vervolgens gaan we in hoofdstuk 3 in op de techniek en de verschillende duurzame warmteoplossingen. In hoofdstuk 4 geven we richting aan een aardgasvrij Midden-Delfland met de analyse. We zoomen in op de opgave in Midden-Delfland en op de technische, vergelijkende analyse die is uitgevoerd als basis voor deze TVW. In hoofdstuk 5 bespreken we de transitiepaden die daarbij horen. Hoofdstuk 6 gaat in op de vervolgstappen.

11

Voorbeeld 2. Met een infrarood-panel heeft deze bewoner van Midden-Delfland zijn werkkamer comfortabel verwarmd, foto Citta Energiek

12

2. Uitgangspunten De warmtetransitie gaat iedereen in Midden-Delfland raken. Daarom is het belangrijk om te weten hoe onze inwoners en de betrokken partijen hierin staan. In de Startnotitie uit 2020 zijn belangrijke uitgangspunten voor de warmtetransitie in Midden-Delfland vastgesteld. Deze uitgangspunten zijn besproken met de Projectgroep en de Meedenkgroep. Daarnaast zijn de uitkomsten van de inwonersenquête gebruikt om de uitgangspunten aan te vullen. In dit hoofdstuk bespreken we de uitgangspunten één voor één. In de blauwe tekstvakken staat hoe de uitgangspunten zich verhouden tot de uitkomsten van de enquête. 2.1. Realistisch en betaalbaar Het uitgangspunt is een warmtetransitie die voor inwoners, bedrijven en instellingen realistisch en betaalbaar is. We gaan uit van de oplossingen met de laagste maatschappelijke kosten. Ook is het streven dat de overstap naar aardgasvrij voor inwoners woonlastenneutraal zal uitpakken. We streven naar woonlastenneutraliteit voor inwoners en ondernemers van Midden-Delfland. Dit is in lijn met het Nederlandse Klimaatakkoord. Ook andere partijen (zoals de woningcorporatie, netbeheerder en eventuele warmtebedrijven) moeten de investeringen kunnen verantwoorden. Uitgangspunt is daarom dat we kiezen voor oplossingen waarvan we verwachten dat de maatschappelijke kosten het laagst zijn.

Als gemeente streven we kostenneutraliteit na, maar we beseffen dat het een opgave is om dit voor elkaar te krijgen. Daarbij hebben wij als gemeente de landelijke politiek nodig.

Wanneer inwoners gevraagd wordt wat zij belangrijk vinden als hun woning aardgasvrij wordt, geeft de meerderheid (74%) aan een betaalbaar aanbod belangrijk te vinden. Er is ook gevraagd naar de zorgen. Iets meer dan 65% van hen geeft aan zich zorgen te maken over de kosten. In bijlage 6 hebben we een overzicht opgenomen van de financiële middelen zoals subsidies die nu vanuit de overheid beschikbaar zijn.

2.2. Leren door te starten We willen ondanks snelle ontwikkelingen starten met de warmtetransitie. Door te starten leren we, verminderen we onzekerheden en kunnen we kansen als subsidies of regionale bronnen aangrijpen wanneer die zich voordoen. Tegelijkertijd willen we niet hals over kop van start gaan met het aardgasvrij maken van wijken. Middels isolatie en energiebesparing is op korte termijn veel te winnen. Daarnaast bereiden we de woningen ook voor op de overstap naar een aardgasvrij alternatief in de toekomst. 2.3. Betrekken inwoners Onze inwoners worden geïnformeerd en betrokken bij zowel de TVW als de uitvoering. Zonder draagvlak bij inwoners en ondernemers uit de gemeente zal de warmtetransitie niet slagen. Plannen voor de warmtetransitie komen daarom toegankelijk, participatief en democratisch tot stand. We werken aan draagvlak door eerlijk en duidelijk over de warmtetransitie te communiceren. Dat doen we zowel tijdens het opstellen van de Transitievisie Warmte als daarna. Hierbij richten we ons op particuliere woningeigenaren, maar ook op huurders van (corporatie)woningen. We gaan de maatschappelijke dialoog aan en luisteren goed naar de wensen, zorgen en voorkeuren van onze inwoners en ondernemers. Aan de hand van de transitiepaden die in deze TVW omschreven worden, weet de gemeente welke warmteoplossing of campagne het beste past bij de buurten in de gemeente.

Aan de hand van die transitiepaden informeert en betrekt de gemeente de inwoners. De gemeente kan per transitiepad de juiste handvatten bieden. Deze handvatten stimuleren de gemeente, inwoners en professionele partners om

13

stappen te zetten richting een aardgasvrije gemeente. De gemeente kijkt dus niet alleen naar het einddoel, om in 2050 aardgasvrij te zijn, maar werkt ook nu al aan het isoleren en verduurzamen van de woningen.

Inwoners vinden het belangrijk om tijdig geïnformeerd te worden (50%). In de enquête geven bijna alle inwoners (96%) aan graag geïnformeerd te worden tijdens het proces van de TVW. De meeste inwoners geven voorkeur aan een digitale manier van informeren, zoals e-mail, digitale nieuwsbrief, social media of een website. Een kleiner deel van de respondenten (24%) geeft aan hier graag een brief over te ontvangen. Wanneer een wijk daadwerkelijk van het aardgas af gaat, hebben de meeste inwoners voorkeur voor een meer traditionele vorm van informeren, zoals via een persoonlijke brief en/of informatieavonden. Wanneer er op gemeentelijk niveau plannen worden gemaakt om woningen te voorzien van duurzame warmte, geeft 13% aan hierover niet te willen meedenken. Daarnaast geeft 16% aan pas te willen reageren als er een concreet plan is. Veruit de meeste inwoners willen wel betrokken worden bij het maken van een plan voor de wijk waarin zij wonen. Dit kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld via een online enquête (28%), een inwonerspanel (24%) of een inwonersbijeenkomst (18%).

2.4. Kernwaarden Cittaslow De Transitievisie Warmte past bij de duurzame kernwaarden van de gemeente en de uitgangspunten van Cittaslow. In het coalitieprogramma ‘duurzaam vooruit’ is duurzaamheid vanuit de filosofie van Cittaslow opgenomen als een belangrijke pijler binnen de gemeente. Een Cittaslow richt zich op de mens in een duurzame omgeving, is innovatief en stelt identiteit en cultuurhistorie hierin centraal. We streven naar een duurzame omgeving met een kwalitatief hoogwaardig landschap, waar een krachtige sociale gemeenschap aanwezig is die we als gemeente ondersteunen (bron: cittaslow.nl). 2.5. Integraal werken en koppelkansen In het bepalen van een tijdspad van wijken wordt integraal gekeken naar kansen en wensen in de wijken en worden koppelkansen met andere opgaven in de leefomgeving meegenomen. De warmtetransitie heeft een ruimtelijke impact. Naast de warmtetransitie spelen er in de gemeente andere opgaven in de leefomgeving. Denk bijvoorbeeld aan herinrichtingsprojecten, planmatig onderhoud en renovatieopgaven van de woningcorporatie, vervanging van wegdek, maatregelen in het kader van klimaatadaptatie of werkzaamheden aan riolering. Als dat mogelijk is, stemmen we de fasering van de warmtetransitie in de verschillende buurten af op deze andere werkzaamheden. Zo kunnen we kosten besparen en verminderen we overlast voor de inwoners en ondernemers in de gemeente.

Hierbij gaan we uit van een realistische planning en staan uitvoerbaarheid en (financiële) haalbaarheid voorop. 2.6. Startmotor woningcorporatie De woningcorporatie kan als startmotor voor de rest van de gemeente fungeren, wanneer de warmtetransitie leidt tot meerwaarde voor huurders en past bij de bredere opgave van het vastgoed. In het Klimaatakkoord zijn woningcorporaties aangewezen als ‘startmotor’ van de warmtetransitie. Dat is zo afgesproken omdat woningcorporaties beslissen over een groot deel van de woningen in Nederland. Zo kunnen zij gemakkelijk afspraken maken met bijvoorbeeld installatiebedrijven. Ook hebben woningcorporaties een maatschappelijke taak en hebben ze bij investeringsbeslissingen meestal de lange termijn in het achterhoofd.

14

In Midden-Delfland heeft Woningcorporatie Wonen Midden-Delfland 21 procent van het vastgoed in bezit. Wanneer een woningcorporatie stappen zet naar aardgasvrij, kunnen particuliere woningbezitters hierbij aanhaken. Hierbij garanderen we dat er geen onevenredig deel van de investering of de risico’s bij de woningcorporatie of haar huurders terecht komen. Naast de woningcorporatie worden inwoners als een belangrijke startmotor gezien voor Midden-Delfland. In hoofdstuk 5 gaan we hier verder op in. 2.7. Samenwerken We moeten samenwerken om de uitvoering van de warmtetransitie te realiseren. Ook maken we tijdens het opstellen van de Transitievisie Warmte optimaal gebruik van elkaars kennis, expertise en middelen. De warmtetransitie heeft impact op alle partners, ondernemers en inwoners in Midden-Delfland. Gemeente Midden-Delfland heeft een regierol in de totstandkoming van de Transitievisie Warmte. Hierbij houdt de gemeente rekening met alle belangengroepen. De gemeente organiseert binnen de kaders van de gemeenteraad en het Klimaatakkoord het maatschappelijke proces in samenwerking met partners, inwoners en bedrijven. Het doel is een Transitievisie Warmte die wordt gedragen door onze partners, waar inwoners bij zijn betrokken en actief over zijn geïnformeerd. De warmtetransitie pakken we dus samen aan. Daarbij hebben we oog voor individuele mogelijkheden en keuzevrijheid. 2.8.

Regionale afstemming We stemmen de Transitievisie Warmte af met de Regionale Energiestrategie (RES) en de Regionale Structuur Warmte (RSW). De energie-infrastructuur in de gemeente is onlosmakelijk verbonden met die van de andere gemeenten in de regio. Daarom werkt de gemeente samen met de 22 andere gemeenten in de regio Rotterdam-Den Haag aan de RES en de RSW. Na het vaststellen van de TVW onderzoeken we welke kansen de ligging tussen de steden en de glastuinbouw van het Westland ons biedt. We kijken hoe we kunnen bijdragen aan het mogelijk maken van de regionale plannen.

15

3. Duurzame warmteoplossingen Op hoofdlijnen onderscheiden we drie alternatieven voor de warmtevoorziening op aardgas: 1. All-electric 2. Hybride en duurzaam gas 3. Collectieve warmte Een duurzame warmteoplossing vraagt om aanpassingen in het gebouw, om passende energie-infrastructuur en om een duurzame bron. De oplossingen verschillen in de noodzakelijke maatregelen in het gebouw, in de wijk, aan beschikbare bronnen en in het typische toepassingsgebied. De tabel hieronder vat de karakteristieken van de verschillende warmteoplossingen samen. Tabel 1. Overzicht verschillende warmteoplossingen

All-electric

Hybride + duurzaam gas

Collectieve warmte (> ca 70°C )

Collectieve warmte (40-70°C)

1 In het gebouw

E-koken Basisisolatie LT-afgiftesystem Warmtepomp

E-koken Basisisolatie Hybride Warmtepomp

E-koken Basisisolatie Afleverset

2 In de wijk

Verzwaard elektriciteitsnet

3 Bronnen

Landelijk elektriciteitsnet

Bestaand gasnet Verzwaard elektriciteitsnet Landelijk gasnet met op termijn duurzaam gas en landelijk elektriciteitsnet

Typische toepassing

Woningen ≥ 1990 Nieuwbouw in lage dichtheden

Warmtenet (collectieve warmtepomp) Hoogwaardige restwarmte Geothermie Biomassa Aquathermie Gebouwen > 1950 met hoge dichtheden

E-koken Basisisolatie LT-afgiftesysteem Afleverset Warmwatervoorziening Warmtenet (collectieve warmtepomp) Laagwaardige restwarmte Ondiepe geothermie Aquathermie

Gebouwen < 1920 Gebouwen zonder perspectief op een andere optie

Grootschalige nieuwbouw in hoge dichtheden

Collectieve warmte (Lokale bronnetten) E-koken Basisisolatie LT-afgiftesysteem Warmtepomp Bronnet Aquathermie, WKO

Utiliteitsbouw > 1950

3.1. Duurzame warmteoplossingen op hoofdlijnen In dit hoofdstuk omschrijven we de verschillende duurzame warmteoplossingen. Daarnaast is in bijlage 1 een uitgebreidere omschrijving opgenomen.

All-electric In een all-electric gebouw wordt ruimteverwarming, warm tapwater en koken (indien van toepassing) elektrisch gedaan. Koken vindt plaats met inductie of keramisch en verwarming gebeurt in de meeste gevallen met een warmtepomp of infrarood-panelen. Een warmtepomp waardeert, met behulp van elektriciteit, omgevingswarmte van een lage temperatuur op naar een hogere temperatuur. Omgevingswarmte kan buitenlucht zijn of warmte uit de bodem. Warmtepompen die gebruik maken van de bodem zijn efficiënter dan warmtepompen die voor hun bron afhankelijk zijn van de buitenlucht. De temperatuur in de bodem is namelijk constanter, wat de efficiëntie ten goede komt. All-electric is een individuele warmtevoorziening. Iedere individuele vastgoedeigenaar kan op ieder moment de keuze maken om zijn/haar woning niet alleen te isoleren, maar ook de gasgestookte Cv-ketel te vervangen door bijvoorbeeld een warmtepomp. De technische staat van het vastgoed en de aanwezige technische installaties bepalen of een gebouw geschikt is voor een overstap naar verwarming met een lagere temperatuur. Natuurlijke

16

momenten van vervanging of vernieuwing kunnen worden benut om technieken en maatregelen van de huidige tijd toe te passen. Een voordeel van verwarmen met een warmtepomp is dat deze in de zomer in veel gevallen ook kan worden gebruikt om te koelen. Naast aardgasvrije verwarming gaat ook koeling een steeds belangrijkere rol spelen in de gebouwde omgeving. Beter geïsoleerde woningen raken in de zomer lastig hun warmte kwijt (als de warmte eenmaal binnen is), waardoor warmteoverlast of ‘hittestress’ kan ontstaan. Het voorkomen van warmteoverlast is belangrijk. Meer hierover in bijlage 4.

Hybride / duurzaam gas De gecombineerde inzet van gas en elektriciteit voor verwarming noemen we een hybride systeem. Hierbij wordt voornamelijk elektriciteit gebruikt om een woning met gebruik van een warmtepomp te verwarmen. Op momenten dat de warmtevraag hoog is, zoals op koude winterdagen, springt een gasgestookte installatie bij. In goed geïsoleerde woning bespaart deze combinatie al snel 70% aardgasverbruik. Wel zal het elektriciteitsverbruik stijgen. Een groot voordeel van een hybride systeem is dat het minder eisen stelt aan isolatie en afgiftesysteem in de woning en aan het elektriciteitsnet dan all-electric verwarmen. Hybride systemen kunnen daarom als tussenstap richting all-electric op korte termijn al veel aardgasbesparing opleveren. In de toekomst kunnen ze, in combinatie met duurzame gassen als waterstof en groen gas, ook een aardgasvrije eindoplossing zijn.

Collectieve warmte Een warmtenet kan vergeleken worden met een Cv-systeem zoals men dat kent uit een woning, maar dan in het groot. Vanuit een centrale opwekinstallatie wordt warm water in een gesloten systeem via warmteleidingen naar gebouwen gepompt. Het afgekoelde water stroomt daarna weer naar de opwekinstallatie om opnieuw verwarmd te worden. In de woning is qua techniek alleen een warmte-afleverset aanwezig voor verwarming en de productie van warm tapwater. Een warmtenet voorziet niet in koeling en kan alleen op collectieve schaal worden ingezet. Het is het meest kansrijk in een stedelijke omgeving met hoge dichtheid en veel gestapelde bouw. De temperatuur van het aangeleverde warme water moet voldoende zijn om de woningen te kunnen verwarmen. Voor warm tapwater is bij lage aanvoertemperaturen een aanvullende boostervoorziening nodig die de temperatuur naar minimaal 55°C verhoogt om legionella te doden. 3.2. Route naar duurzame warmteoplossingen op hoofdlijnen Ongeacht van de gekozen duurzame warmteoplossing verloopt de route naar duurzaam verwarmen op hoofdlijnen volgens onderstaande schematische weergave. Daarbij merken we op dat de onderdelen ook parallel mogen lopen:

Figuur 2. Warmtetransitie in een notendop

17

3.2.1. Warmtevraag beperken en temperatuur verlagen Door te isoleren, besparen we direct energie en beperken we het aardgasverbruik en dus ook de uitstoot van CO2. Isolatie zorgt er ook vaak voor dat een gebouw met een lagere temperatuur comfortabel verwarmd kan worden. De technische staat van het vastgoed en de aanwezige technische installaties bepalen of een gebouw geschikt is voor een overstap naar verwarming met een lagere temperatuur. We noemen een woning ‘transitiegereed’ wanneer goed genoeg is geïsoleerd om alternatieven voor aardgas met lagere temperaturen te kunnen aansluiten. Vooral voor woningen die zijn gebouwd vóór 1990 is isolatie een voorwaarde om later de overstap naar een aardgasvrije warmteoplossing te kunnen maken. Ongeacht de warmteoplossing of het bouwjaar, is het van belang dat we de warmtevraag terugdringen en andere noodzakelijke gebouwaanpassingen maken. Natuurlijke momenten van vervanging of vernieuwing kunnen worden benut om technieken en maatregelen van de huidige tijd toe te passen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan schilmaatregelen, zoals isolatie van gevel, dak en vloer en vervanging van het glas in ramen, maar soms ook aanpassingen in de binnen-installatie, zoals aan radiatoren, ventilatie, het dichten van kieren en elektrisch koken. 3.2.2.

Energie-infrastructuur en warmteoplossingen Veruit de meeste woningen in de gemeente Midden-Delfland zijn op dit moment nog aangesloten op het aardgasnet. Er zijn verschillende infrastructuren die in een buurt kunnen liggen om de verwarming van woningen mogelijk te maken. Denk aan het elektriciteitsnet, gasnet of een warmtenet. Welke infrastructuur het meest geschikt is hangt af van het type bebouwing in een buurt.

Elektriciteitsnet Een woning die alleen nog is aangesloten op het elektriciteitsnet noemen we ‘all-electric’. Bij verwarming met een warmtepomp is elektriciteit dus een belangrijke energiebron. Vooral in de winter wanneer de warmtevraag het grootst is, is er een piekvraag op de koudste momenten. Bij grootschalige toepassing is verzwaring door de netbeheerder van het elektriciteitsnet nodig. Een overgang naar elektrisch verwarmen zie je dus terug in de openbare inrichting. Naast ondergrondse impact, straten gaan (deels) open om kabels te verzwaren, heeft dit ook bovengrondse impact. Op wijkniveau zullen extra installaties (transformatorruimtes, etc) verrijzen in het straatbeeld. Het is van belang dat de elektriciteit (op termijn) gelijktijdig aan het gebruik duurzaam kan worden opgewekt. Voor een duurzame toepassing zal voornamelijk gebruik worden gemaakt van zonne- en windenergie. De opwek volgt een grillig patroon, omdat zonne-energie alleen overdag kan worden gewonnen en windenergie alleen op momenten dat het waait. Het is daarom belangrijk dat warmtepompen worden gecombineerd met warmtebuffer- en opslagvaten, zodat de warmte voor een korte of een langere periode kan worden opgeslagen in deze “warmtebatterijen”. Voor het verwarmen van warm tapwater is dat eenvoudiger dan voor warmte voor ruimteverwarming.

Warm tapwater wordt elke dag ongeveer evenveel gebruikt en wordt dus in de regel tijdelijk opgeslagen in een boilervat. Gasnet Het duurzame alternatief dat de minste aanpassingen vraagt aan de infrastructuur is hernieuwbaar gas. Hierbij worden de bestaande aardgasleidingen behouden en het aardgas vervangen door biogas, groen gas of een andere vorm van hernieuwbaar gas zoals waterstof. Met de huidig beschikbare technieken is in Nederland echter weinig hernieuwbaar gas beschikbaar. Warmtenet Een warmtenet is een infrastructuur van ondergrondse leidingen die warm water vervoeren naar meerdere gebouwen. Deze overgang zie je dus ook terug in de openbare ruimte. Een warmtenet is een collectieve warmtevoorziening. Een warmtenet wordt niet in één keer uitgerold, maar zal gebied voor gebied ontstaan. Een warmtenet moet in een relatief kort tijdsbestek worden ontwikkeld, om zodoende snel voldoende aansluitingen te krijgen waarmee de hoge investeringskosten zijn gedekt.

18

De investeringen in de infrastructuur van warmtenetten zijn relatief hoog. Hierdoor zijn warmtenetten het meest haalbaar daar waar de warmtevraag geconcentreerd is in een klein gebied. Voorbeelden zijn buurten met veel meergezinswoningen of rijwoningen, bedrijventerreinen en glastuinbouwgebieden. Afhankelijk van de behoefte kunnen warmtenetten op verschillende temperaturen ontwikkeld worden.

Bronnet Bij meerdere gebruikers van energie uit de bodem, kunnen meerdere bodemlussen worden gedeeld of kan er een collectief bronnet ontstaan waarbij Warmte Koude Opslag (WKO) wordt ingezet. WKO is een vorm van all-electric die veelal interessant is wanneer er naast warmte- ook een koudebehoefte bestaat. Het principe is vergelijkbaar met een warmtepomp, met het verschil dat bij WKO sprake is van opslag. Een WKO-systeem onttrekt energie aan de bodem om een gebouw, of meerdere gebouwen, mee te verwarmen of te koelen. De bodem wordt gebruikt om in de zomer warmte op te slaan en de koude uit de bodem te onttrekken om het gebouw mee te koelen. In de winter is het omgedraaid, dan wordt de warmte die in de bodem was opgeslagen gebruikt en wordt koude opgeslagen. WKOsystemen komen het best tot hun recht wanneer er sprake is van zowel een warmte- als een koudebehoefte. Een WKO-systeem werkt met een warmte en koude balans die zoveel mogelijk in evenwicht gehouden moet worden. Dit houdt in dat er evenveel warmte als koude wordt afgenomen. 3.2.3. Overstappen naar duurzame energiebronnen Bij de keuze voor een nieuwe energie-infrastructuur, is het belangrijk dat er nu of in de toekomst zicht is op voldoende duurzame bronnen om de infrastructuur te voeden. Dit geldt zowel voor het elektriciteitsnet, het gasnet als het warmtenet.

In veel gevallen zal de overstap op een alternatieve energie-infrastructuur nog niet volledig duurzaam zijn. Zo wordt de elektriciteit die we gebruiken in warmtepompen in Nederland nog voor een groot deel opgewekt met behulp van fossiele brandstoffen. Om volledig duurzaam te worden, moeten we alle benodigde energie in de gebouwde omgeving met duurzame bronnen opwekken. In bijlage 1 staat meer over het effect van het elektrificeren van de warmtevraag op het elektriciteitsnet. De transitie naar volledig duurzame bronnen zal verschillen per energie-infrastructuur: • Veel warmtenetten in Nederland worden nu nog gevoed met fossiele (rest)warmtebronnen zoals aardgasgestookte installaties, fossiele elektriciteitscentrales of afvalenergiecentrales. Ook zijn gasgestookte ketels vaak nodig om op momenten met hoge warmtevraag bij te springen. Tijdens de aanleg van een warmtenet wordt vaak gebruik gemaakt van aardgasgestookte centrales, totdat voldoende volume is behaald om een overstap naar een meer duurzame bron te maken. Op termijn vervangen we deze fossiele bronnen door meer duurzame opties. Restwarmte verduurzaamt door maatregelen die genomen worden in de industrie en door de inzet van andere duurzame (transitie)bronnen zoals biomassa, geothermie, bodemwarmte, aquathermie en duurzame gassen.

• Voor de opwek van elektriciteit zullen we de komende jaren steeds meer duurzame bronnen gebruiken. In de toekomst zal de stroommix in Nederland nagenoeg helemaal duurzaam zijn, voornamelijk gevoed door wind- en zonne-energie. • Daar waar het gasnet blijft liggen, wordt aardgas vervangen door een hernieuwbaar alternatief, zoals groen gas of waterstof.

19

4.

De analyse 4.1. De opgave in Midden-Delfland

Het grootste deel van het energieverbruik in Midden-Delfland wordt ingezet voor warmtetoepassingen. De glastuinbouw is een grote warmteverbruiker binnen Midden-Delfland. In de TVW gaan we echter alleen in op de verduurzaming van de gebouwde omgeving en wordt de glastuinbouw in dit hoofdstuk daarom buiten beschouwing gelaten. De industrie en landbouw maken binnen de eigen sector afspraken over verduurzaming. Het grootste deel van de gebouwde omgeving in Midden-Delfland maakt op dit moment nog gebruik van aardgas om te verwarmen, voor warm tapwater en om op te koken. In gemeente Midden-Delfland staan bijna 8.000 woningen, waarvan ongeveer 6.150 eengezinswoningen. Daarnaast staan er ongeveer 1.100 andere gebouwen zoals bedrijfspanden. Ongeveer 21 procent van de woningen is in het bezit van woningcorporatie Wonen MiddenDelfland. Het woningbezit van de woningcorporatie ligt verspreid over de gemeente. In onderstaande figuur is af te lezen hoe het energieverbruik van de gebouwde omgeving opgedeeld kan worden. Het grootste energieverbruik binnen de gebouwde omgeving van Midden-Delfland vindt plaats bij woningen. Daarom spreken we in de TVW vooral over aanpassingen aan woningen. Vastgoed met een commerciële of publieke functie willen we uiteraard ook verduurzamen.

Figuur 3. Energieverbruik gebouwde omgeving, 2019, De Klimaatmonitor

20

In 2019 werd er in de gemeente Midden-Delfland door woningen 9,2 miljoen m3 aardgas4 verbruikt. Het aardgasverbruik bij woningen toont sinds 2010 een dalende lijn. Het gasverbruik kan sterk verschillen per huishouden en is afhankelijk van het soort woning, het bouwjaar, de mate van isolatie en het gebruikersgedrag (het gebruik van verwarming en warm water). Tabel 2 laat zien hoe aardgas op dit moment in de woningen in MiddenDelfland wordt gebruikt. • • • •

Het grootste deel van onze woningvoorraad heeft een Cv-ketel voor de verwarming. Een particulier huishouden in de gemeente Midden-Delfland verbruikte in 2019 gemiddeld 1.375 m3 aardgas per jaar. De gemiddelde woning in Midden-Delfland heeft een warmtevraag van ongeveer 76 kWh/m2 voor ruimteverwarming. Dat is iets lager dan gemiddeld in Nederland.

•

De Cv-ketel kan water tot ongeveer 90°C verwarmen, dat vervolgens door de radiatoren stroomt en onze woningen verwarmt. Met deze temperatuur kunnen ook slecht geïsoleerde woningen verwarmd worden. Veel woningen zijn gebouwd met een verwarmingsinstallatie die gebaseerd is op deze hoge temperatuur. Verwarmen met een lagere temperatuur bespaart energie maar vraagt ook de nodige aanpassingen. Woningen moeten goed geïsoleerd zijn om met een lagere temperatuur verwarmd te worden.

•

Bijna 80 procent van het aardgas in een woning wordt gebruikt voor verwarming.

•

Meer dan 15 procent wordt gebruikt voor warm water, met name douchen.

•

Voor koken wordt maar een heel klein deel van het aardgas gebruikt, minder dan 5 procent.

Tabel 2 De huidige situatie

4.2. Vergelijkende analyse Omdat we inwoners in Midden-Delfland een goed beeld van de mogelijkheden voor een aardgasvrije warmtevoorziening willen geven, hebben we naar verschillende analyses gekeken. Het Klimaatakkoord geeft richting met de opdracht om naar de laagste maatschappelijke kosten te kijken. De laagste maatschappelijke kosten omvatten de totale kosten van de maatregelen aan gebouwen, aan de energieinfrastructuur en aan de bron, productie en levering van energie om een wijk aardgasvrij te maken. Daarbij worden niet alleen de investeringen, maar ook onderhoud en operationele kosten meegenomen, inclusief de energierekening van de eindgebruiker, gedurende een periode van 30 jaar. Bij het bepalen van deze kosten wordt

4 Klimaatmonitor, Rijkswaterstaat, 2019, DASHBOARD - Energieverbruik - Midden-Delfland (databank.nl).

21

rekening gehouden met zaken zoals onzekerheid in het prijspeil, het benutten van natuurlijke momenten en technische varianten binnen de warmteopties. Als basis voor deze TVW hebben we gebruik gemaakt van analyses en data die ons inzicht geven in de maatschappelijke kosten van de verschillende aardgasvrije warmteoplossingen voor de gemeente Midden-Delfland. Daarbij is gebruik gemaakt van de volgende modellen: ▪ ▪ ▪

De Startanalyse: een doorrekening van alle gemeenten met het Vesta MAIS model door Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Een toelichting op de startanalyse is te vinden op de website van het PBL5 Het Openingsbod Warmtetransitie van netbeheerder Capturam Het Warmtetransitie Model: een doorrekening van de maatschappelijke transitiekosten per buurt voor verschillende warmteoplossingen door Over Morgen

De uitkomsten van deze modellen kunnen worden gebruikt om een indruk te krijgen van de mogelijkheden en onmogelijkheden in de gemeente. Door verschillen tussen de modellen, verschillen de uitkomsten van de modellen ook van elkaar. Dat heeft een aantal oorzaken: • De drie modellen werken met verschillende scenario’s. Met name de aannames met betrekking tot de toekomstige beschikbaarheid van duurzame gassen heeft grote invloed op de uitkomsten • De buurten in Midden-Delfland zijn divers van samenstelling. Daardoor is het lastig om op buurtniveau één warmteoplossing te kiezen die voor de hele buurt de beste optie zal zijn • In veel van de buurten komen relatief veel rijwoningen uit de periode 1950-1975 voor. Voor deze woningen geldt dat de maatschappelijke kosten van zowel een warmtenet als een all-electric-oplossing (met de kennis van nu) dicht bij elkaar liggen en relatief hoog zijn 4.2.1. Startanalyse – PBL

Figuur 4. Uitkomsten Startanalyse PBL

5 https://themasites.pbl.nl/leidraad-warmte/2020/.

22

4.2.2. WTM - Over Morgen

Figuur 5 Uitkomsten van het Warmtetransitiemodel van Over Morgen (scenario beperkt groen gas)

Figuur 6. Uitkomsten van het Warmtetransitiemodel van Over Morgen (scenario ruim groen gas)

23

4.2.3. Openingsbod Warmtetransitie – Capturam

Figuur 7. Uitkomsten model Openingsbod Warmtetransitie van Capturam, scenario ‘Ruim warmte, Ruim gas’

Figuur 8. Uitkomsten model Openingsbod Warmtetransitie van Capturam, scenario ‘Ruim warmte, beperkt gas’

24

Rekenmodellen zijn niet onfeilbaar. Ze werken op basis van aannames en inputdata en bevatten daardoor diverse onzekerheden. Bovendien is niet alles in modellen uit te drukken; lokale kennis en visies zijn essentiële aanvullingen in de TVW voor Midden-Delfland. Een vergelijkende analyse helpt om te komen tot een goed onderbouwde en breed gedragen uitkomst in de Transitiekaart. In de vergelijkende analyse: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Zijn de uitkomsten per buurt van beide modellen over elkaar heen gelegd Zijn warmteoplossingen waar nodig vertaald naar consistente en daarmee verglijkbare warmteoplossingen waarbij de infrastructuur leidend is: warmtenet, all-electric en gasnet Is bekeken waar overeenstemming is en waar verschillen zijn Is bij overeenstemming de gedeelde warmteoplossing en bij verschillen aangegeven dat er voor die buurten geen overeenstemming is Is naar een verklaring gekeken waar verschillen zitten om deze te kunnen duiden

Om tot gedegen en gedragen keuzes te komen, is daarom gedurende het hele proces samengewerkt door de diverse betrokken partners. Op basis van de datamodellen en de samenwerking zijn we met elkaar gekomen tot de Transitiekaart voor Midden-Delfland. De kleuren in de kaarten geven de warmteoplossing met de laagste maatschappelijke kosten weer. Dat betekent niet dat alle gebouwen in die buurt de laagste kosten hebben bij het kiezen van de optimale warmteoplossing in de buurt. Om uiteenlopende financiële, technische of andere, lokale redenen kunnen gebouweigenaren kiezen voor een andere warmteoplossing dan de optimale warmteoplossing in de buurt. Dit wordt ook wel ‘opt-out’ genoemd. Voor een collectieve warmteoptie (zoals een warmtenet) geldt dat het betaalbaarder wordt als er meer woningen en utiliteitsgebouwen aangesloten zijn. In dat geval is het afwijken van de dominante warmteoplossing in de buurt onwenselijk. Soms is afwijken van de dominante warmteoplossing juist wel gewenst. Bijvoorbeeld om een schaarse energiedrager zoals duurzaam gas zo efficiënt mogelijk in te zetten.

Oranje buurten In sommige buurten blijft het gasnet voorlopig liggen. Reden hiervoor is, dat de alternatieven voor de meeste gebouwen nog te kostbaar zijn. In die gevallen is het van belang om de nadruk te leggen op het spoedig terugbrengen van het gasverbruik. Dat kan op drie manieren: • • •

Door te isoleren en kieren te dichten Door een deel van de warmtevraag in te vullen met een (hybride) warmtepomp Door innovatieve alternatieven, zoals bijvoorbeeld duurzaam gas

Natuurlijke momenten worden aangegrepen om naar het basisniveau van isolatie, installatie en elektrisch koken te gaan. De buurten met een gasnetroute stappen gestaag over op hybride oplossingen6. Dat gebeurt in het tempo van de aanpassingen die door de gebouweigenaren worden uitgevoerd. Op termijn zal de resterende gasvraag ingevuld worden met duurzaam gas. Realistisch gezien, zal het basisniveau voor vooroorlogse buurten niet voor alle gebouwen mogelijk zijn.

Blauwe buurten Voor woningeigenaren in relatief nieuwe buurten met lagere dichtheden is all-electric de voor de hand liggende warmteoptie. All-electric oplossingen zijn veelal individuele oplossingen. Dit betekent dat de vastgoedeigenaar zelf het moment kan bepalen waarop wordt geïsoleerd en de gasketel wordt vervangen door bijvoorbeeld een bodemof luchtwarmtepomp of infraroodpanelen. Een collectieve aanpak waarbij de hele buurt in één keer overstapt is hier niet logisch; de maatschappelijke kosten zijn het laagst als iedere eigenaar op een natuurlijk moment de overstap naar aardgasvrij maakt. In all-electric buurten zal de overstap naar aardgasvrij zich daarom organisch ontwikkelen. Zo ontstaat er voldoende tijd voor de netbeheerder om het huidige elektriciteitsnet waar nodig te verzwaren. Ook kunnen allerlei

6 Zoals individuele hybride warmtepompen waarbij een gasketel alleen op de koudste momenten van het jaar verwarmt.

25

inpandige innovaties worden meegenomen die verwacht worden bij all-electric. Denk daarbij aan betere warmtepompen en energieopslag in de woning. Het tempo wordt hierbij dus bepaald door de individuele woningeigenaren.

Groene buurten Voor een klein deel van de buurten in Midden-Delfland is een warmtenet de oplossing met de laagste maatschappelijke kosten. Warmtenetten zullen gefaseerd worden gerealiseerd met een buurt- of doelgroepgerichte aanpak. Per fase gaan clusters van gebouwen van het aardgas af om te worden aangesloten op een collectief warmtenet. Het tempo van deze buurten wordt bepaald door de aanleg van het warmtenet. Geclusterd bezit en gestapelde bouw, eerder dan laagbouw, wordt veelal als eerste aangesloten in warmtenetbuurten. Om de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden is het belangrijk dat zoveel mogelijk gebouweigenaren aansluiten. Uiteindelijk moeten ook de gebouweigenaren die kiezen voor een “opt-out” op het warmtenet, een gasvrije warmteoptie kiezen.

Roze buurten Voor deze buurten is het op dit moment nog onduidelijk welke warmteoptie de voorkeursoptie voor de buurt is. De kosten van de verschillende warmteopties liggen in dit geval dicht bij elkaar. De beste aanpak voor deze buurten is een focus op het treffen van spijtvrije maatregelen. Bij elk herijkingsmoment van de TVW krijgen deze buurten extra aandacht. De mogelijkheden van de warmteoplossingen worden op die momenten opnieuw beoordeeld op basis van voortschrijdend inzicht. Het treffen van isolatiemaatregelen en een hybride warmtepomp kunnen als spijtvrij worden gezien. Immers, als de buurt uiteindelijk toch gasvrij wordt, maakt de hybride warmtepomp op termijn plaats voor een volledige warmtepomp of warmte-afleverset. Samenvatting analyses Het is duidelijk dat slechts voor een klein deel van de gemeente een collectieve warmteoplossing bij de toekomstige alternatieven zal horen (de kernen en Dijkpolder). Maar ook daar is het in de komende periode niet waarschijnlijk dat we nieuwe collectieve warmtebuurten gaan zien. In onderstaande tabel wordt een samenvatting weergegeven van de uitkomsten van de modelanalyses. In bijlage 5 staat de toelichting van dit tabel uitgebreid weergegeven. Tabel 3 Samenvatting modelanalyses

Wijk / Model

Startanalyse

WTM (beperkt gas)

WTM (ruim gas)

Openingsbod (beperkt gas)

Openingsbod (ruim gas)

Conclusie

Schipluiden kern

Kostenverschil <10%

Kostenverschil <10%

Kostenverschil <10%

Collectieve warmte

Gasnet/hybride

Geen eenduidige uitkomst

Den Hoorn kern

Kostenverschil <10%

Collectieve warmte

Collectieve warmte

All-electric

Gasnet/hybride

Geen eenduidige uitkomst

Maasland kern

Kostenverschil <10%

Kostenverschil <10%

Kostenverschil <10%

Collectieve warmte

Gasnet/hybride

Geen eenduidige uitkomst

Dijkpolder

Kostenverschil <10%

Kostenverschil <10%

Kostenverschil <10%

Gasnet/hybride

Gasnet/hybride

Geen eenduidige uitkomst

Hodenpijl

Gasnet/hybride

All-electric

All-electric

All-electric

Gasnet/hybride

Geen eenduidige uitkomst

GaagSchipluiden

Gasnet/hybride

All-electric

Gasnet behouden7

Gasnet/hybride

Gasnet/hybride

Gasnet/hybride

7 Het Warmte Transitie Model rekent niet de kosten door van hybride oplossingen. De warmteoptie ‘gasnet behouden’ wordt toegekend op basis van

buurtkenmerken zoals bouwjaar. Hierdoor verschilt deze optie enigszins van de optie gasnet/hybride van de Startanalyse en het Openingsbod. Daar wordt wel een kostenberekening uitgevoerd. Op het niveau van infrastructuur is er echter geen verschil voor de optie ‘gasnet’ tussen de drie modellen.

26

Negenhuizen & Zouteveen

Gasnet/hybride

All-electric

Gasnet behouden8

Gasnet/hybride

Gasnet/hybride

Gasnet/hybride

’t Woudt

Gasnet/hybride

All-electric

Gasnet behouden8

Gasnet/hybride

Gasnet/hybride

Gasnet/hybride

Verspreide huizen Schipluiden

Gasnet/hybride

All-electric

Gasnet behouden8

Gasnet/hybride

Gasnet/hybride

Gasnet/hybride

Ter Lucht

Gasnet/hybride

All-electric

All-electric

All-electric

Gasnet/hybride

Geen eenduidige uitkomst

GaagMaasland

Kostenverschil <10%

All-electric

All-electric

Gasnet/hybride

Gasnet/hybride

Geen eenduidige uitkomst

Verspreide huizen Dijkpolder

Gasnet/hybride

All-electric

Gasnet behouden8

Gasnet/hybride

Gasnet/hybride

Gasnet/hybride

Verspreide huizen Duifpolder en omgeving

Gasnet/hybride

All-electric

Gasnet behouden8

Gasnet/hybride

Gasnet/hybride

Gasnet/hybride

8 Zie voetnoot 7 pagina 28.

27

Voorbeeld 3. Door een muurdikte van 45 cm wordt bij deze woning in Midden-Delfland maximale isolatie bereikt, foto Citta Energiek 28

5. Aardgasbesparing in Midden-Delfland Landelijke gemeentes als Midden-Delfland worden gekenmerkt door een verscheidenheid aan woningen binnen wijken. Daardoor is een wijkgerichte aanpak niet altijd de beste aanpak. Een wijkgerichte aanpak is vooral succesvol in verstedelijkt gebied en in wijken waar veel homogene woningen staan. Uit de modelstudies, zoals besproken in het vorige hoofdstuk, wordt duidelijk dat voor een groot deel van de wijken in de gemeente nog geen eenduidig eindbeeld ontstaat. Haalbaarheid en betaalbaarheid van de warmteoplossingen all-electric en collectieve warmte liggen met de kennis van nu dicht bij elkaar. Maar ook de wijken waar collectieve warmte of all-electric wel als mogelijk eindbeeld uit de analyse komt, achten wij op dit moment ook onzeker omdat de meeste woningen op dit moment nog niet transitiegereed (zie uitleg hoofdstuk 3) zijn. Het is daarmee voor veel woningen in de gemeente op dit moment nog een (te) grote stap om in één keer om te schakelen naar aardgasvrij. Al deze informatie bij elkaar genomen, leidt tot een transitiekaart van Midden-Delfland (figuur 9) waarin het spijtvrije transitiepad dominant is voor de gehele gemeente. In het spijtvrije transitiepad gaan woningen en gebouwen gestaag over op hybride oplossingen in het tempo van de aanpassingen die door de gebouweigenaren worden uitgevoerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=43fea139-21ec-4899-92b7-43d49352d7ed