08 Bijlagenbundel Water- en rioleringsprogramma 2024 - 2030 definitief
Tekst van het document
Water- en rioleringsprogramma Midden-Delfland Planperiode 2024 - 2030; Bijlagen
Open
Titel document: Water- en rioleringsprogramma 2024 - 2030 Sub titel: Bijlagenbundel Referentie: BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002 Uw kenmerk Status: Definitief/1 Datum: 10 augustus 2023 Projectnaam: WRP Midden-Delfland Projectnummer: BJ1203 Auteur(s): Royal HaskoningDHV Opgesteld door: Royal HaskoningDHV Gecontroleerd door: Royal HaskoningDHV Datum: 10 augustus 2023 Goedgekeurd door: Royal HaskoningDHV Datum: 10 augustus 2023
10 augustus 2023
BIJLAGENBUNDEL WRP
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
ii
Open
Bijlagen 1 Wettelijk kader & plaats Wrp 2 Overzicht van voorzieningen 3 Werken volgens de DoFeMaMe-werkwijze 4 Evaluatierapportage 5 Visie Netwerk Waterketen Delfland 6 Tabel waarschuwings- en ingrijpmaatstaven 7 Incidentenplan 8 Personele middelen 9 Kostendekkingsplan
10 augustus 2023
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
A1
Appendix 1 Wettelijk kader & plaats Wrp
Open
Europees Kaderrichtlijn water (2009) De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is erop gericht op Europees niveau de kwaliteit van watersystemen te verbeteren, onder meer door lozingen te reduceren. Verder is het de bedoeling het duurzame gebruik van water te bevorderen en de verontreiniging van grondwater aanzienlijk te verminderen. Naast een verbetering van de waterkwaliteit is het streven de Europese waterwetgeving te harmoniseren, uiterlijk in 2015. De KRW stelt voor alle water een ecologische en kwaliteitsdoelstelling. Vooral voor water met een verhoogde natuurdoelstelling kan verwacht worden dat nog grote inspanningen geleverd moeten worden. De toekomstige invulling van het waterkwaliteitsspoor wordt sterk gerelateerd aan de bedoelingen van de KRW. Op basis van gebiedsrapportages worden de monitoringsprogramma’s en beheersplannen voor heel Nederland en Europa opgesteld. Kenmerkend voor de KRW is dat er sprake is van een resultaatsverplichting in plaats van de inspanningsverplichting die voorheen gebruikelijk was.
Nationaal Waterwet De Waterwet heeft acht bestaande wetten voor het waterbeheer in Nederland vervangen. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. De wet is gericht zijn op het bereiken van doelstellingen van watersystemen (stroomgebieden), met een verdeling van verantwoordelijkheden en taken tussen de verschillende betrokken overheden. Tevens is de wet gericht op een adequaat instrumentarium voor de uitvoering van het waterbeleid. Dit betreft dan vooral een vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Door de Waterwet zijn Waterschappen, Gemeenten en Provincies beter in staat wateroverlast, waterschaarste en watervervuiling tegen te gaan. Ook voorziet de wet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, landbouw, industrie en recreatie. Op grond van toegekende functies worden eisen gesteld aan de kwaliteit en inrichting van het water. Watervergunning De Watervergunning integreert alle vergunningstelsels van de verschillende waterwetten. Daarmee gaan zes vergunningen uit de eerdere waterbeheerwetten op in één Watervergunning. Het gaat hierbij om een scala van handelingen in watersystemen die voorheen door de afzonderlijke wetten werden gereguleerd, zoals het lozen van verontreinigende stoffen op het oppervlaktewater, het onttrekken van grondwater of het dempen van een sloot.
Veel activiteiten vallen onder algemene regels, waarvoor geen watervergunning nodig is; in deze gevallen kan dan met een melding worden volstaan. Lozingen van hemelwater uit het gemeentelijk rioolstelsel bijvoorbeeld vallen niet meer onder vergunningplicht (voorheen Wvo-vergunning), maar onder algemene regels. Bevoegd gezag kan Rijkswaterstaat, het Waterschap of de Provincie zijn. Activiteiten waarvoor een Watervergunning nodig is, zijn: Stoffen in een oppervlaktewaterlichaam brengen; Afvalwater in een oppervlaktewaterlichaam lozen of rechtstreeks (dus niet via de gemeentelijke riolering) afvoeren naar een rioolwaterzuiveringsinrichting; Stoffen in zee brengen; Een waterstaatswerk of beschermingszone gebruiken (aanleg, wijzigen, verwijderen); Een waterstaatswerk is een oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk (bijv. een sluis of stuw); Water in de bodem brengen of eraan onttrekken; Grondwater onttrekken of in samenhang daarmee water in de bodem brengen (infiltreren). Ook onttrekkingen in verband met bodemenergiesystemen vallen in deze categorie; Water in een oppervlaktewaterlichaam brengen of eraan onttrekken; Grote hoeveelheden water in een oppervlaktewaterlichaam lozen of daaraan grote hoeveelheden onttrekken.
10 augustus 2023
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
A1
Open
Wet milieubeheer De Wet Milieubeheer (Wm) bevat verschillende onderdelen die specifiek van toepassing zijn op watergerelateerde onderwerpen, zoals indirecte lozingen, de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater en het gemeentelijk rioleringsplan. De Wm kent naast watergerelateerde onderwerpen ook onderdelen die van grote relevantie zijn voor waterzaken. Te denken valt aan de afvalstoffenregelgeving, de coördinatie bij vergunningverlening en de samenwerking tussen bevoegde gezagen. Samen met de Waterwet biedt de Wm de wettelijke grondslag voor een aantal uitvoeringsbesluiten en de gemeentelijke afval-, hemel-, en grondwaterzorgplichten.
Zorgplichten afvalwater, hemelwater & grondwater Zorgplicht stedelijk afvalwater De zorgplicht stedelijk afvalwater valt onder de Wet Milieubeheer (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 10.33 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1. De gemeente draagt zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool naar een inrichting als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet. 2. In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een inrichting als bedoeld in het eerste lid kunnen afzonderlijke systemen of andere passende systemen in beheer bij een Gemeente, Waterschap of een rechtspersoon die door een Gemeente of Waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, indien met die systemen blijkens het gemeentelijk rioleringsplan eenzelfde graad van bescherming van het milieu wordt bereikt. Zorgplicht hemelwater De zorgplicht hemelwater valt onder de Waterwet (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 3.5 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1.
De gemeente draagt zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. 2. De gemeente draagt tevens zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk. Zorgplicht grondwater De zorgplicht grondwater valt onder de Waterwet (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 3.6 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1. De gemeente draagt zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het Waterschap of de Provincie behoort. 2.
De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, omvatten mede de verwerking van het ingezamelde grondwater, waaronder in ieder geval worden begrepen de berging, het transport, de nuttige toepassing en het, al dan niet na zuivering, op of in de bodem of in het oppervlaktewater brengen van ingezameld grondwater en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk.
10 augustus 2023
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
A2
Open
Lozingenbesluit afvalwater Afvalwaterlozingen worden tegenwoordig hoofdzakelijk geregeld via algemene regels (AmvB’s). Uitgangspunt: de lozer mag niets doen waarvan hij kan verwachten dat het problemen oplevert voor het riool, de zuivering of het (water)milieu. Er is een indeling gemaakt naar drie categorieën: Besluit lozing afvalwater huishoudens Het besluit bevat regels voor het lozen van afvalwater door particulieren. Huishoudens hebben geen vergunning of ontheffing nodig om hun afvalwater te lozen, maar moeten zich wel houden aan regels die moeten voorkomen dat de kwaliteit van bodem en oppervlaktewater niet mogen worden aangetast. Dat betekent onder meer dat afvalwater alleen in het oppervlaktewater of in de bodem mag worden geloosd als het gezuiverd is. Besluit lozen inrichtingen Het besluit maakt onderscheid tussen directe en indirecte (via riolering) lozingen. De indirecte lozingen worden weer onderscheiden in lozingen op een ‘schoonwaterriool’ en een ‘vuilwaterriool’. De eisen aan de lozingen op schoonwaterriolen zijn strenger dan die op een vuilwaterriool, omdat die lozingen direct in het milieu terechtkomen. De houder van het hemelwater moet het hemelwater op verantwoorde wijze terugbrengen in het milieu. Lozing op een vuilwaterriool is alleen toegestaan als een directe lozing of een lozing op een schoonwaterriool niet mogelijk is.
Besluit lozen buiten inrichtingen Het besluit heeft betrekking op een breed scala aan lozingen die buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer plaatsvinden. Het gaat bijvoorbeeld om lozingen uit gemeentelijke rioolstelsels, lozingen van grondwater bij ontwatering van gronden (zoals bronneringswater bij bouwactiviteiten), lozingen van afstromend regenwater van wegen en andere openbare ruimten en lozingen bij gevelreiniging. De lozingen kunnen zowel door bedrijven als overheden plaatsvinden. Volgens dit besluit is (vrij vertaald) het lozen van afvalwater, afkomstig uit een openbare ontwaterings- of hemelwaterstelsel op of in de bodem toegestaan, mits de ligging van de voorzieningen bekend is, deze goed beheerd worden en hierdoor geen nieuwe problemen ontstaan. Hetzelfde geldt voor het op oppervlaktewater lozen van afvalwater afkomstig van overstortvoorzieningen of nooduitlaten van openbare vuilwaterstelsels. Het lozen van grondwater bij bodemsanering en proefbronnering op oppervlaktewater of een hemelwaterriool is onder kwalitatieve voorwaarden toegestaan en onder de voorwaarde dat geen wateroverlast plaatsvindt. Het lozen in een vuilwaterriool is niet toegestaan. Indien er redelijkerwijs geen andere mogelijkheid bestaat kan hiervan worden afgeweken met medewerking van het bevoegd gezag.
Het tbv ontwatering lozen van grondwater in oppervlaktewater is onder zowel kwalitatieve als kwantitatieve voorwaarden toegestaan. Lozing op een vuilwaterriool is verboden tenzij het een kortdurende en relatief schone lozing betreft (< 8 weken, < 5 m3/h ,< 300 mg/l onopgeloste stoffen).
10 augustus 2023
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
A3
Open
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) regelt de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is één geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. De omgevingsvergunning heeft betrekking op activiteiten die voorheen vergunningplichtig waren onder de volgende wetten en verordeningen:
VROM wetten Woningwet (bouwvergunning); Gebruiksbesluit (vergunning/melding); Wet milieubeheer (milieuvergunning, meldingsplicht); Wet ruimtelijke ordening (afwijking bestemmingsplan, aanlegvergunning); Monumentenwet (monumenten vergunning); Mijnbouwwet (mijnbouwmilieuvergunning); Wet verontreiniging oppervlaktewateren (indirecte lozingen); Flora en faunawet (ontheffing); Natuurbeschermingswet (handelingen in beschermd natuurgebied, gevolgen habitat/soort); Provinciale en gemeentelijke verordeningen (kap, sloop-, aanlegvergunningen e.d.).
Wet informatie uitwisseling ondergrondse netten (2008) Om de ernst en de hoeveelheid van graafincidenten in Nederland in te perken is in 2008 de Wet informatieuitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (Wibon) oftewel de Grondroerdersregeling van kracht geworden. De regeling verplicht zorgvuldiger graven en informatie uitwisseling tussen grondroerders (de gravers) en de kabel- en leidingbeheerders. Informatie uitwisseling voorafgaand aan de graafwerkzaamheden verloopt via een digitaal loket bij het Kadaster.
Basisregistratie ondergrond Informatie over activiteiten in de Nederlandse ondergrond moet beter worden vastgelegd. Overheden dienen gegevens over de ondergrond centraal te registreren in een basisregistratie ondergrond (BRO). Dit zorgt voor lagere onderzoekskosten, helpt bij het opstellen van ruimtelijke plannen en bespaart overlast en kosten bij uitvoering van werkzaamheden. De wet verplicht het Rijk, Provincies, Gemeenten en Waterschappen om nieuwe gegevens over de ondergrond centraal te registreren. Bedrijven en inwoners krijgen gratis toegang tot de gegevens. De basisregistratie bouwt voort op de bestaande landelijke systemen. Dit zijn Data en Informatie Nederlandse Ondergrond van de Geologische Dienst Nederland, onderdeel van TNO, en het Bodem Informatie Systeem van Alterra. De registratie zal zorgen dat gegevens vollediger zijn, sneller beschikbaar en eenvoudiger te gebruiken. Het beheer ervan is met het oog op de benodigde expertise in handen van TNO. De basisregistratie ondergrond wordt de komende jaren stapsgewijs ingevuld. Er wordt gestart met gegevens over sonderingen, grondwater en mijnbouw. Deze informatie is onder meer van belang bij het plannen en uitvoeren van bouwprojecten, het verzorgen van drinkwatervoorziening en het winnen van natuurlijke hulpbronnen.
10 augustus 2023
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
A4
Open
Wet op de lijkbezorging (1991) In de Wet op de lijkbezorging (Wlb) zijn bepalingen opgenomen omtrent begraving. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen op grond van die wet regels worden gesteld over onder meer de inrichting van het graf en de afstand van de graven onderling. In het Besluit op de lijkbezorging (Blb) is daaraan gevolg gegeven. Uit de artikelen 40 en 41 Wlb kan worden afgeleid dat burgemeester en wethouders bevoegd gezag zijn met betrekking tot (bijzondere) begraafplaatsen. Artikel 5 Besluit op de lijkbezorging 1. De afstand tussen de graven onderling bedraagt ten minste dertig centimeter. 2. Boven de kist of het omhulsel bevindt zich een laag grond van ten minste vijfenzestig centimeter. 3. Ten hoogste drie lijken mogen boven elkaar worden begraven, mits boven elke kist of ander omhulsel een laag grond van ten minste dertig centimeter dikte wordt aangebracht, die bij een volgende begraving niet mag worden geroerd. Ten aanzien van de bovenste kist of het bovenste omhulsel is het tweede lid van toepassing. 4. De graven bevinden zich ten minste dertig centimeter boven het niveau van de gemiddeld hoogste grondwaterstand. 5. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op bestaande graven. 6. Dit artikel is niet van toepassing op grafkelders. De belangrijkste bepaling in relatie tot grondwater is die van het vierde lid.
In samenhang met het derde lid kan worden vastgesteld hoe diep het grondwaterpeil moet zijn als er in meerdere lagen boven elkaar wordt begraven.
Nationaal waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan (NWP) is het rijksplan voor het waterbeleid voor de periode 2016-2021. Het NWP beschrijft welke maatregelen nodig zijn om Nederland ook in de toekomst veilig en leefbaar te houden. Ook de (economische) kansen die water biedt komen in het NWP aan bod. In de bijlage van het NWP zijn stroomgebiedbeheerplannen opgenomen. Deze geven aan hoe de waterkwaliteit in een bepaald gebied kan verbeteren. Nederland ligt in de stroomgebieden Rijn (Waal), Maas, Schelde en Eems.
Bestuursakkoord water (2011) In het Bestuursakkoord Water hebben overheden en drinkwaterbedrijven afspraken gemaakt over verbetering van de organisatie van het waterbeheer. Deze afspraken leiden tot meer transparantie, duidelijke verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte, optimalisatie in transport en zuivering van afvalwater, een beheersbaar programma voor de waterkeringen en het realiseren van slimme samenwerkingsvormen. Hierdoor blijft waterbeheer betaalbaar. De ambitie is om vanaf 2020 jaarlijks structureel 750 miljoen euro te besparen op de stijgende kosten voor veiligheid en waterbeheer. In het Addendum BAW staan aanvullende afspraken over de volgende onderwerpen: Bruikbare en toegankelijke data en informatie binnen de watersector; Cybersecurity binnen de watersector; Samenwerking tussen gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven; Implementatie Omgevingswet in de waterketen.
10 augustus 2023
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
A5
Open
Besluit begroting en verantwoording Provincies en Gemeenten Ten behoeve van meer transparantie heeft de commissie BBV (commissie Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) richtlijnen opgesteld voor de bepaling van de rioolheffing. De commissie BBV spoort gemeenten en provincies aan om deze aanbevelingen te volgen omdat dat naar haar oordeel bijdraagt aan het inzicht in de financiële positie.
Deltaplan ruimtelijke adaptatie Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Het Deltaplan RA versnelt en intensiveert de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen.
Omgevingswet De Omgevingswet is een integrale wet die de kwaliteit van de leefomgeving borgt en tegelijkertijd ontwikkeling stimuleert. Sleutelbegrippen in de toepassing van de wet zijn eenvoud & efficiency, (integrale) samenwerking, regionaal maatwerk en verbinding naar externe partners.
Drinkwaterwet & drinkwaterbesluit De Drinkwaterwet en het drinkwaterbesluit gaan vooral over de drinkwaterkwaliteit van het kraanwater in Nederland. De overheid heeft hiervoor kwaliteitseisen vastgelegd, bijvoorbeeld over hoeveel stoffen en organismen er maximaal in het kraanwater mogen voorkomen. In de Drinkwaterwet is een specifieke zorgplicht, gericht aan alle bestuursorganen opgenomen om te zorgen voor de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. Daarnaast hebben ook installateurs ermee te maken. Zij mogen bijvoorbeeld alleen goedgekeurde producten zoals kranen en leidingen gebruiken en die op een bepaalde manier toepassen om te voorkomen dat het kraanwater vervuild raakt.
Bronnen: www.infomil.nl www.helpdeskwater.nl www.riool.net www.stowa.nl www.wetten.overheid.nl www.samenwerkenaanwater.nl www.ruimtelijkeadaptatie.nl www.omgevingswet.nl
10 augustus 2023
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
A6
Open
Plaats van het Wrp Inleiding Navolgend wordt ingegaan op de plaats van dit Wrp ten opzichte van wettelijke kaders en beleidsdocumenten. We beschrijven de kaders die invloed hebben op dit Wrp, zoals de Waterwet en het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi). Daarnaast gaan we in op het coalitieakkoord en het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA), die beide in meer of mindere mate richting geven aan dit Wrp. Daarnaast beschrijven we de beleidsdocumenten waar dit Wrp invloed op heeft, zoals afvalwater- en hemelwaterverordeningen en het Programma van Eisen. De Omgevingswet heeft een bijzondere plek in dit hoofdstuk: die vormt een kader voor dit Wrp, terwijl dit Wrp tegelijkertijd ook input is voor de uitwerking van de Omgevingswet in de vorm van het Omgevingsplan. Onderstaande schema is een weergave van de plaats van dit Wrp in de voornoemd beschreven wettelijke- en beleidskaders. Het schema geeft ook een overzicht van de subhoofdstukken in dit hoofdstuk.
Water- en rioleringsprogramma
Figuur A2-1: Wrp: de plaats in de wettelijke- en beleidskaders
10 augustus 2023
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
A7
Open
Verantwoordelijkheden in het waterbeheer Rijksoverheid De Rijksoverheid is verantwoordelijk voor het nationale beleid en landelijke maatregelen. Daarnaast is het Rijk verantwoordelijk voor de normen voor waterveiligheid van de primaire waterkeringen. Dit zijn dijken en duinen die het land beschermen tegen water uit zee en de grote rivieren. De Provincie Zuid-Holland De provincie is verantwoordelijk voor de vertaling van het nationale waterbeleid naar regionale maatregelen. Voor een deel van het waterbeheer heeft de provincie operationele taken. Bijvoorbeeld bij de verwijdering van grondwater uit de bodem. Het beheer van de grondwaterkwaliteit ligt volgens de Wet Bodembescherming ook bij de provincie. Het Hoogheemraadschap van Delfland Het Hoogheemraadschap stelt beheerplannen Wrp op voor de waterkwantiteit en waterkwaliteit Omgevingswet van de wateren in hun beheersgebied. Verder zorgt het Hoogheemraadschap voor het transport en zuivering van afvalwater van bedrijven en huishoudens. Het beheer en onderhoud van het transportstelsel en de zuiveringen is door het Hoogheemraadschap uitbesteed aan Delfluent Services BV. Ook is het Hoogheemraadschap verantwoordelijk voor de regionale waterkeringen. Deze beschermen het land bijvoorbeeld tegen water uit kanalen. Gemeenten Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het grondwater in stedelijk gebied.
Ook zorgt de gemeente voor het inzamelen en de afvoer van afvalwater en overtollig regenwater via de riolering. In dit kader vormt het taakveld riolering en stedelijk water een verbindende functie tussen de voornoemde stakeholders de gemeentelijke planvormers (ruimtelijk ordening, programmering) en de burger. Samenwerking Hoogheemraadschap en Gemeenten Hoogheemraadschap en Gemeenten zijn volgens de Waterwet verplicht tot samenwerking om te komen tot integraal waterbeheer. Bij de afstemming van taken gaat het in ieder geval om het beheer van inname, inzameling en zuivering van afvalwater. Daarnaast is er afstemming over o.a. het vormgeven van de zorgplichten voor hemel- en grondwater, optimalisatie van de afvalwaterketen, waterkwaliteitsmaatregelen en over het opstellen van waterregels bij nieuwbouw (de watertoets).
10 augustus 2023
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
A8
Open
De waterwet geeft een wettelijk kader In de Waterwet is een aantal ‘oude’ wetten gewijzigd of aangevuld, waaronder de Wet milieubeheer, de Gemeentewet en de Wet op de waterhuishouding. De zorgplichten van de gemeente zijn verbreed en uitgewerkt. Gemeenten hebben de zorgtaak voor: a. Afvalwater. De doelmatige inzameling en het transport van het stedelijke afvalwater (huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, eventueel gemengd met hemelwater en/of grondwater), dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen; b. Hemelwater. De doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater; c. Grondwater. Het in openbaar gebied treffen van doelmatige maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of te beperken. Sinds 2009 de Waterwet is er sprake van de verbrede rioolheffing voor de bekostiging van de gemeentelijke watertaken/zorgplichten. Die zorgt ervoor dat ook kosten die voortvloeien uit de aanleg en het beheer van voorzieningen voor hemelwater en grondwater uit de rioolheffing betaald mogen worden. De rioolheffing is een belasting. Dat betekent dat het verband tussen het directe belang van de betalers en de gemeentelijke voorzieningen (het rioolstelsel) is losgelaten. Toch is de rioolheffing daarmee nog niet een ‘normale’ belasting.
Anders dan bij bijvoorbeeld de onroerendezaakbelasting (OZB) mogen de opbrengsten van de rioolheffing maar aan één doel worden uitgegeven, namelijk: de gemeentelijke watertaken. Dit was voorheen zo en is ongewijzigd gebleven in de Waterwet. Ook na in werking treden van de Omgevingswet zal deze restrictie niet wijzigen. De Waterwet heeft dus twee belangrijke consequenties voor dit Wrp: de gemeentelijk zorgplichten spelen een belangrijke rol en er geldt een verplichting de inkomsten uit de rioolheffing alleen te besteden aan de zorgplichten (bestemmingsheffing). Alle maatregelen die we voorstellen in dit Wrp dragen bij aan het vervullen van één of meerdere zorgplichten. De waterwet zegt ook dat gemeenten en waterschappen samen moeten werken aan een doelmatig waterbeheer.
Besluit lozen buiten inrichtingen heeft gevolgen voor het Wrp Volgens de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) overstorten worden uitgezonderd van heffingsbetaling aan het waterschap. De overstortvergunning is hiermee vervallen. De algemene regel is dat een overstort moet zijn opgenomen in het Omgevingsprogramma. In dit Wrp is een overzicht opgenomen van alle (kenmerken van) overstorten en bergbezinkvoorzieningen in de gemeente. Voor het milieutechnisch functioneren van het rioolstelsel verwijzen we naar de toetsing in bijlage 2 op basis van het systeemoverzicht stedelijk water.
10 augustus 2023
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
A9
Open
Voorsorteren op de omgevingswet Op 1 januari 2024 wordt de Omgevingswet van kracht. Deze wet vereenvoudigt bestaande wetgeving voor de fysieke leefomgeving. Onderstaande figuur geeft hiervan een beknopt overzicht. Gemeentes zijn verplicht om één integrale visie op te stellen voor alle beleidsterreinen in de fysieke leefomgeving, zoals natuur, ruimtelijke ordening en verkeer en vervoer. Op basis van de opgestelde omgevingsvisie stellen gemeentes uitvoeringsprogramma’s en omgevingsplannen op. Samenwerken, participatie en integraal werken zijn belangrijke pijlers onder de nieuwe wet.
De omgevingsvisie en dit Wrp De komst van de Omgevingswet betekent dat de planverplichting voor het opstellen van een GRP verdwijnt. De drie waterzorgplichten blijven echter bestaan, net als de verplichting om de financiën te verantwoorden. Die onderwerpen krijgen een plaats in de omgevingsvisie, de financiën krijgen een plaats in het programma die gemeentes verplicht zijn op te stellen (voorlopig uiterlijk gereed op 1 januari 2024, zie voetnoot). Op het gebied van water dient in de Omgevingsvisie namelijk ten minste de visie op de (drie) gemeentelijke watertaken beschreven te worden. De uitvoering wordt concreet gemaakt in het uitvoeringsprogramma Water- en rioleringsprogramma, terwijl in het omgevingsplan alle relevante gemeentelijke verordeningen samengevoegd worden. Figuur 4.2 is een Figuur A2-2 Schematische weergave van de verhouding tussen het huidige GRP en de toekomstige situatie onder de Omgevingswet schematisch overzicht van bovenstaande. Vooruitlopend op de overgang naar de Omgevingswet hebben we dit Wrp zo ingedeeld dat de onderdelen daarvan als input kunnen dienen voor de nieuwe planvormen (Omgevingsvisie, -plan en programma). Voor de Omgevingsvisie zijn (lange termijn) opgaven de basis. Daarom gaan we in dit Wrp ook uit van een aantal opgaven. De Omgevingsvisie en -plannen kijken vooral op lange termijn naar deze opgaven.
In dit Wrp zullen we ons met name focussen op de eerste stappen die we kunnen zetten in deze opgaven binnen de looptijd van dit Wrp richting de lange termijn doelen. De watervisie van Delfland geeft hiervoor input. Tevens sorteren we voor op de overgang naar de Omgevingswet, met zijn integrale karakter, door verschillende domeinen te betrekken in de totstandkoming van dit Wrp. We kijken hoe we onze individuele belangen, die samenhangen met de zorgplichten, kunnen versterken om zo bij te dragen aan de ambities in dit Wrp. Input vanuit het taakveld Riolering is belangrijk voor de gemeentelijke Omgevingsvisie. Daarom borgen wij dat de verweving van het Wrp met de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en het Uitvoeringsprogramma plaatsvindt in een separaat proces.
10 augustus 2023
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
A10
Open
Door middel van jaarlijkse evaluatie/voortgangsnotities/monitoring wordt invulling gegeven aan de monitoring van de programma’s en wordt er (over en weer) input geleverd voor actualisaties. De planning is enerzijds afhankelijk van de binnen de gemeente gehanteerde overall planning en anderzijds van het uitstel van de Omgevingswet (op Rijksniveau) en de hieraan gerelateerde planning en deadlines1. Wettelijk kader overgang Wrp naar Omgevingswet Het gemeentelijk rioleringsplan moest op grond van artikel 4.22 van de Wet milieubeheer door de gemeenteraad worden vastgesteld. De Tweede Kamer heeft op 1 juli 2015 ingestemd met de voorgestelde Omgevingswet, waarin het gemeentelijk rioleringsplan overgeheveld wordt naar artikel 3.13 van de Omgevingswet als facultatief programma dat wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. De komende planperiode zal duidelijk worden hoe gemeenten hier in de nabije toekomst exact invulling aan (kunnen) geven. De gemeenteraad zorgt voor de kaders voor en controle van een goede uitvoering van de gemeentelijke watertaken. Met de planvormen onder de Omgevingswet (omgevingsvisie, -programma en -plan) stelt de gemeenteraad ambitieniveau, regels en de werkwijze van de gemeente vast, en ook hoe deze tegen de laagste maatschappelijke kosten te realiseren. De raad maakt keuzes die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de rioolheffing.
Onder de Omgevingswet onderbouwt het Waterrioleringsprogramma de rioolheffing. Dat maakt financieel toezicht door de Provincie mogelijk.
Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie geeft input In 2018 is het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA) toegevoegd aan het Nationale Deltaprogramma. Dit DPRA heeft als doel: een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting; in 2020 in handelen en in 2050 gerealiseerd in de inrichting. Dit betekent dat vanaf 2020 bij iedere ruimtelijke ingreep rekening wordt gehouden met weersextremen. Het DPRA richt zich op vier thema’s: wateroverlast, hittestress, overstroming en droogte. Om op die thema’s een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting te verwezenlijken, werkt het DPRA met zeven ambities: 1. Kwetsbaarheid in beeld brengen; 2. Risicodialoog voeren en strategie opstellen; 3. Uitvoeringsagenda opstellen; 4. Meekoppelkansen benutten; 5. Stimuleren en faciliteren; 6. Reguleren en borgen; 7. Handelen bij calamiteiten.
1
Figuur A2-3: De zeven ambities van het DPRA Bron: Deltacommissaris.nl
Vooralsnog is de uiterste datum voor het gereed hebben van de Omgevingsvisie 1 januari 2024.
10 augustus 2023
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
A11
Open
Het DPRA en dit Wrp Resultaten uit het DPRA-proces en de Watervisie van Delfland zijn een nuttige toevoeging voor een Wrp. We nemen de resultaten dan ook mee in dit Wrp. Daarbij ligt de nadruk op de klimaatstresstest wateroverlast: de hemelwaterstresstest (wateroverlast). Deze resultaten hebben namelijk (ook op de korte en middellange termijn) direct invloed op maatregelen die bekostigd (kunnen) worden uit de rioolheffing. Maatregelen in het kader van anticiperen op droogte kunnen betaald worden uit de rioolheffing voor zover er een link is met de grondwaterzorgplicht (zie hoofdstuk 4.1). Ook de consequenties, rolverdeling, kansen en potentiële maatregelen, nemen we mee in dit Wrp.
Het coalitieakkoord geeft richting Het Coalitieakkoord op hoofdlijnen 2022-2026 geeft een beeld van de visie en doelstellingen die wij hebben. De gemeente omarmt de bestuurlijke opdracht die in 2004 bij de oprichting van Midden-Delfland is meegegeven om het waardevolle cultuurlandschap in stand te houden, te vernieuwen en leefbaar te houden. Pijlers onder het landschap zijn hierbij de boeren die het gebied beheren, de recreatieve waarden die het gebied beleefbaar maken en de biodiversiteit die de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid in de metropoolregio versterken. Nieuwe grootschalige infrastructuur past niet in het Bijzonder Provinciaal Landschap. Toegevoegde waarde van het landschap van Midden-Delfland voor de stedelijke omgeving is het gebruik voor vrije tijdseconomie. In Midden-Delfland kan je op adem komen. Na een bezoek keert de recreant als herboren terug naar huis en vertelt daar het mooie verhaal over ons landschap. Hoge prioriteit heeft het versterken en uitbreiden van het recreatieve netwerk voor wandelen, fietsen, varen, paardrijden en skaten. Hierbij ook samen met gebiedspartijen. Het invullen van de maatschappelijke opgaven uit het stedelijk gebied past binnen de dynamische ontwikkeling van het landschap. Voorbeelden zijn gezondheid en recreatie, ruimtelijk verbinden met de groenblauwe leefomgeving van de stad en het klimaat.
Het integraal aanpakken vergroot de ruimtelijke kwaliteit voor stad en platteland en versterkt daarmee het economisch vestigingsklimaat. Grootschalige ingrepen zijn hierbij niet gewenst. Het coalitieakkoord en dit Wrp Alle vraagstukken met een ruimtelijke impact uitgaan van een integrale ruimtelijke benadering. Bouwplannen die een goede balans vormen tussen de woningbehoefte, (duurzame) bouwkwaliteit en materiaalgebruik en een verantwoorde ruimtelijke inpassing worden ondersteund. De gemeente hecht veel belang aan een hoge kwaliteit van de woonomgeving. Duurzaam, vergroten biodiversiteit, innovatief en proactief zijn daarbij kernwaarden. De verandering van het klimaat en de consequenties die wetenschappers hiervoor aangeven vragen actie vanuit de gemeente. Naast diverse duurzaamheidsmaatregelen, warmte- en energietransitie vraagt dit ook een andere inrichting van de openbare ruimte om de effecten van wateroverlast, droogte en hittestress te beperken. Bij werkzaamheden in de openbare ruimte is een klimaatadaptieve inrichting het uitgangspunt. Het vergroten van de biodiversiteit is hierbij ook een zelfstandig doel. De meerkosten van inrichting volgens de nieuwe klimaatnormen en biodiversiteit worden terugverdiend door het voorkomen van toekomstige overlast en kosten.
10 augustus 2023
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
A12
Open
NAD Samenwerkingsovereenkomst De gemeenten Delft, Den Haag, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Schiedam, Vlaardingen, Westland, Zoetermeer, het Hoogheemraadschap van Delfland en de drinkwaterbedrijven Dunea en Evides Waterbedrijf werken samen binnen de bestuurlijke overeenkomst Netwerk Waterketen Delfland (NAD). Missie & langetermijnvisie NAD Elke gemeente is er om burgers en bedrijven tot dienst te zijn. Dat vormt de basis van haar bestaansrecht. Van de gemeente wordt daarom verlangd dat zij streeft naar een goede en betrouwbare invulling van de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater tegen de laatst maatschappelijke kosten. Daarbij houdt de gemeente rekening met toekomstige ontwikkelingen zodat de dienstverlening ook op lange termijn gecontinueerd kan worden. Omdat water de grenzen van gebieden en organisaties overschrijdt, werken de NAD-gemeenten, het hoogheemraadschap en de drinkwaterbedrijven in het beheergebied van Delfland samen aan een betrouwbare, toekomstbestendige, betaalbare en duurzame waterketen. Daarom stelden ze in 2014 gezamenlijk een langetermijnvisie op (zie onderstaand tekstvak), die is vastgesteld in het Strategisch Ketenplan in 2015.
Deze visie is in het nieuwe bestuursakkoord 2021-2027 opnieuw ondergeschreven en in 2020 aangescherpt eb geactualiseerd op basis van huidige inzichten in de Samenwerkingsagenda. In het kader hiervan is een aantal actuele ontwikkelingen geïdentificeerd waarop wij ons in de komende periode willen richten. Om de werkzaamheden in te bedden in de wet- en regelgeving en te faciliteren sluiten we aan bij de omgevingswet, kijken we met een creatieve (andere) blik naar kosten, houden we de economische ontwikkelingen goed in beeld, en zorgen we ervoor dat we onze beslissingen baseren en/of kunnen toetsen aan betrouwbare (big) meet data. Duurzaamheid betekent voor ons óók toekomstbestendig en robuust, dus met de nadruk op een lange levensduur. In dat kader focussen wij ons op de vervanging(spiek) in de riolering, de waterkwaliteit en het breder kijken dan alléén ons eigen systeem en/of belang. In dit kader verbreden wij onze blik vanuit de riolering naar de openbare ruimte. Klimaatadaptatie, een klimaat adaptieve inrichting van bestaande en nieuwe gebieden en een prominente plaats voor water in ruimtelijke ontwikkelingen zijn verbonden aan ons werkveld en verdienen onze aandacht en input. In dat kader mogen wij ons best wat vrijmoediger profileren. We hebben een goed verhaal uit te dragen. En zeker niet in de laatste plaats; de wereld om ons heen is volop in beweging.
We moeten bij blijven. Energietransitie, circulaire economie, technologische ontwikkelingen en particuliere initiatieven, we blijven ze volgen en staan open voor kansen. Duurzaamheid en circulariteit. Om uiteindelijk als duurzaam en circulair waterbedrijf te kunnen functioneren hanteren wij onderstaande lange termijnvisie. Water is de belangrijkste asset. Zonder water geen leven.
10 augustus 2023
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
A13
Open
Langetermijnvisie 2050 NAD; vastgesteld op 8 december 2014 De afvalwaterketen ontwikkelt richting een watercyclus waarbij alle partijen het fysieke systeem centraal stellen. Dat vraagt om samenwerking met verschillende partijen zoals drinkwaterbedrijven, energiebedrijven, onderzoeksinstellingen en particuliere initiatieven. De samenwerkende partners laten zich inspireren door verdienmodellen en gaan flexibel en transparant om met investeringen. Gemeenten en Hoogheemraadschap zullen vanuit NAD steeds nauwer met elkaar gaan samenwerken richting één kader stellende en faciliterende maatschappelijke onderneming die regie houdt op de kosten, kwaliteit en kwetsbaarheid van de watercyclus, maar ruimte laat voor initiatief en innovatie. Kortetermijnvisie (tot 2027) Vanuit de langetermijnvisie zijn acties op kortere termijn vastgesteld. Het Netwerk Waterketen Delfland werkt op de korte termijn (2027) aan: Een minder sterke stijging van kosten van de keten.
De kosten moeten in verhouding zijn tot de maatschappelijke meerwaarde (waterwinst) die we creëren; Het minimaal handhaven van de huidige kwaliteit van de dienstverlening en de performance van de deelnemers in de waterketen; Het waar mogelijk een bijdrage leveren aan klimaatadaptatie en duurzaam omgaan met water (sluiten kringloop); Het verminderen van de kwetsbaarheid en toekomstbestendig maken van de waterketen, met oog voor circulariteit, duurzaamheid en de ruimtelijke ontwikkeling in het gebied. Daarvoor is binnen het NAD het volgende afgesproken: Partijen bouwen voort op eerder behaalde samenwerkingsresultaten, zoals het gezamenlijk formuleren van een gezamenlijk format voor (gemeentelijke) rioleringsplannen (neem het voorliggend Wrp), het gezamenlijk aanbesteden van werkzaamheden en het delen van kennis en informatie. Projecten waaraan wordt gewerkt, zijn opgenomen in de Samenwerkingsagenda (bijlage 2); Partijen geven ruimte om te komen tot de maatschappelijk meest gewenste oplossingen; organisatiegrenzen staan die oplossingen niet in de weg. De prestatie indicatoren vanuit de Samenwerkingsovereenkomst 2013 blijven gehandhaafd (Kosten, Kwaliteit, Kwetsbaarheid).
Voor deze prestatie indicatoren worden de huidige waarden en de na te streven waarden voor eind 2027 vastgesteld; De prestatie indicatoren vanuit de Samenwerkingsovereenkomst blijven in aangescherpte vorm gehandhaafd (Kosten, Kwaliteit, Kwetsbaarheid); Partijen zorgen voor draagvlak binnen de organisaties, voldoende kennis, personele capaciteit en competenties om dit aan te pakken. Voor uitgebreidere toelichting op de visie en de ontwikkelingen verwijzen we naar de Bestuurlijke overeenkomst NAD, Netwerk Waterketen Delfland, november 2020. KPI en PI Om nog concreter te maken waar we samen aan werken, zijn voor de samenwerking binnen NAD kernprestatie-indicatoren (KPI) vastgesteld. Deze zijn vervolgens uitgewerkt tot prestatie-indicatoren (PI), die concreet maken waar we de komende jaren aan willen werken.
10 augustus 2023
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
A14
Open
A. Kwaliteit, klimaatadaptatie en duurzaam omgaan met water (sluiten kringloop): ‘Minimaal handhaven van de huidige kwaliteit van de dienstverlening en de performance van de waterketen’. Dat doen we met oog voor circulariteit, duurzaamheid en de ruimtelijke ontwikkeling in het gebied’: 1. Afvalwater van panden wordt ingezameld; 2. Geen schoon water in het riool (‘rioolvreemd water’); 3. Overstorten van rioolwater naar het oppervlaktewater zo veel mogelijk beperken; 4. Betrouwbare afvoer van afvalwater door voorkomen gemaalstoringen; 5. Beperken van het aantal milieu-incidenten van ongezuiverd afvalwater naar de omgeving; 6. Beperken knelpunten in de water- en luchtkwaliteit vanuit de riolering en gemalen; 7. Regenwater zo veel mogelijk lokaal opvangen; 8. Effluent van de RWZI’s voldoet aan effluent-waterkwaliteitsnormen; 9. Stimuleren van een gesloten energiecyclus; 10. Hergebruik van zoet water; 11. Duurzaam omgaan met peilfluctuatie in het grondwater; 12. Goede levering van drinkwater in het gebied; 13. Goede kwaliteit van drinkwater in het gebied; 14. Besparing drinkwatergebruik. B. Kwetsbaarheid: vermindering van de kwetsbaarheid: ‘Verminderen van de kwetsbaarheid en toekomstbestendig maken van de waterketen. Dat doen we door het in huis halen van voldoende kwalitatief goed personeel, gezamenlijke gegevensuitwisseling’: 1. Onderbezetting verminderen; 2.
Sleutelposities zijn bezet; 3. NAD is een volwaardige netwerkorganisatie; 4. NAD-partners hebben een gezamenlijk NAD-dataplatform en stellen hun gegevens beschikbaar. C. Kosten: minder-meerkosten: ‘Minder sterke stijging van kosten in de waterketen. De kosten moeten in verhouding zijn tot de maatschappelijke meerwaarde (waterwinst) die we creëren. 1. De rioolheffingen en de zuiveringsheffing; 2. De onderbouwing van de maatschappelijke meerwaarde (waterwinst).
NAD Samenwerkingsovereenkomst en dit Wrp De afspraken, doelstellingen en (K)PI vanuit de NAD-samenwerking moeten bij alle partners een plaats krijgen in de organisatie en in beleidsdocumenten. Eén van de plekken waar dat mogelijk is, is dit Wrp. De langetermijnvisie, de korte termijn afspraken en de (K)PI krijgen dan ook hun plek in dit Wrp: zowel in het hoofdstuk visie, als in de hoofdstukken strategie en maatregelen zullen ze terug te vinden zijn. Waterverordening Uitgaande van de wens om burgers meer te laten participeren en draagvlak voor stedelijk water en riolering te vergroten, stelt de gemeente in de komende planperiode een waterverordening op. Hierin worden rechten en plichten van gemeente en (participerende) burger vastgelegd op het gebied van schade, afkoppelen en ontwatering. In samenspraak met de relevante interne belanghebbenden bepalen we de inhoud en scope van de verordening (maatregel XYZ).
10 augustus 2023
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
A15
Open
Operationele programma’s Een voorwaarde voor het slagen van ambities is een heldere zichtlijn tussen de ambities en visies op een hoog abstractieniveau en de (beheer)werkzaamheden op de werkvloer. De DoFeMaMe en de operationele programma’s helpen deze zichtlijn te concretiseren. Beschouwd vanuit de asset riolering, en ook daarbij betrokken de aangrenzende assets/werkvelden, worden de beleidskeuzes in het Wrp (via de DoFeMaMe) door vertaald naar technische uitgangspunten, randvoorwaarden, eisen, standaard principes/constructies e.d.
Omgevingsplan De omgevingsvisie (structuurvisie) die wordt uitgewerkt in diverse programma’s (kadernota’s, bouwstenen, beleid beheer openbare ruimte) worden juridisch geborgd in het omgevingsplan. Hierin staan de verordeningen en beleidsregels. Toetsing aan het omgevingsplan vindt plaats via de omgevingsvergunning. Belangrijk is dat er continue interactie plaatsvindt tussen het Wrp, de omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan. Primair aan de voorkant van het proces, waarin de visie, programma’s en plannen worden opgesteld, maar zeker ook in de fase waarin deze operationeel zijn (zie in dit kader paragraaf A2.2.1) Hierbij dienen ook de geleerde lessen vanuit vergunningverlening te worden betrokken. Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft een Watervisie omgesteld als input voor de Omgevingsvisies van gemeenten en provincie.
10 augustus 2023
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
A16
Appendix 2 Overzicht van voorzieningen Overstorten
Open
Overzicht overstorten riolering Tabel 1: Overzicht overstorten kern Maasland
1 2
Drempelhoogte
Drempellengte
Type
[m NAP]
[m]
Kon. Julianaweg
-2,24
M01419A (R002)
Kon. Julianaweg
Molenweide
M0134 (R003)1
Het Ambacht
Extern (E)
Peil oppervlaktewater [m NAP]
Waking [m]
2,30
E
-2,52
0,28
-1,97
1,00
E
-2,40
0,43
Kon. Julianaweg
-2,17
2,30
E
-2,44
0,27
M1428 (R005A)
Hofsingel
-1,87
0,90
E
-2,54
0,67
Het Ambacht
M1428 (R005B)
Hofsingel
-1,98
0,60
E
-2,45
0,47
Het Ambacht
M111 (R008)
Lisdodde
-2,47
2,00
E
-2,67
0,20
Het Ambacht
M1462U2
Commandeur
-2,50
4,50
E
-2,67
0,17
Het Ambacht
M1456U2
Commandeur
-2,75
3,00
I
--
--
Bemalingsgebied
Putnr.
Kon. Julianaweg
M0027A (R001)
Molenweide
Locatie
Intern (I)
Overstort is voorzien van een terugslagklep t.b.v. het voorkomen van instroming oppervlaktewater. Bergbezinkbassin Commandeur.
Tabel 2: Overzicht overstorten kern Schipluiden Drempelhoogte [m NAP]
Drempellengte [m]
Westlander
-2.48
1,50
Zouteveenseweg
-3,10
1,90
Bemalingsgebied
Putnr.
Locatie
Brugstraat
S1238
Kerkstraat
S1381
Type Intern (I) Extern(E)
Peil oppervlaktewater [m NAP]
Waking [m]
E
-2,94
0,46
E
-3,39
0,29
Tabel 3: Overzicht overstorten kern Den Hoorn Drempelhoogte [m NAP]
Drempellengte [m]
Schoolstraat
-1,13
1,10
D0257
Molenwerf
-1,32
Oranjelaan
D0004*
Oranjelaan
Oranjelaan
D0240*
Oranjelaan
Bemalingsgebied
Putnr.
Locatie
Schoolstraat
D0861
Oranjelaan
Type Intern (I) Extern (E)
Peil oppervlaktewater [m NAP]
Waking [m]
E
-1,48
0,35
3,60
E
-1,45
0,13
-1,12
5,00
I
--
--
-1,12
5,00
I
--
--
* Interne overstorten van het bergbezinkriool Oranjelaan
10 augustus 2023
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
A18
Appendix 3 Werken volgens de DoFeMaMe-werkwijze
Open
De DoFeMaMe-systematiek is ondertussen gemeengoed in Nederland en ook in de gemeente MiddenDelfland: Doelen In de doelen geven we aan wat we (als effect/prestatie) willen bereiken met de invulling van de drie gemeentelijke watertaken. Functionele eisen Via de functionele eisen specificeren we de doelen die wij voor de gemeentelijke watertaken hebben geformuleerd. Aangegeven wordt aan welke voorwaarden moet worden voldaan en hoe de eventuele voorzieningen moeten presteren/functioneren om de doelen te kunnen bereiken. Maatstaven Via de maatstaven maken wij de functionele eisen getalsmatig concreet. Maatstaven zijn nodig om te kunnen bepalen in hoeverre aan de functionele eisen wordt voldaan. Maatstaven maken de functionele eisen in kwantitatieve zin toetsbaar. Om ruimte te bieden voor doelmatigheid formuleren wij de maatstaven abstract. Dit betekent in rangorde: effectgericht, resultaatgericht, inspanningsgericht. Wanneer we over voldoende betrouwbare gegevens/data beschikken, passen we een risicobenadering toe en stemmen we de getalswaarde van de maatstaf af op de risico’s die daarmee samenhangen. Meetmethoden Via de meetmethoden wordt het presteren, de toestand of het functioneren van de voorzieningen aan de gestelde eis eenduidig en reproduceerbaar getoetst.
In de huidige generatie DoFeMaMe hebben we de eerste stappen gezet van een systematiek die was gericht op de opbouw en het beheer van de infrastructuur naar een systematiek die gericht is de dienstverlening van de infrastructuur. Deze transformatie zetten we voort waarbij de DoFeMaMe niet langer beperken tot het gewenste systeemgedrag maar verbinden aan de thema’s die wij belangrijk vinden en de beoogde effecten (de maatschappelijke prestaties) die wij daarmee voor ogen hebben. Daarmee vormt de DoFeMaMe-systematiek het beoordelingskader voor de wijze waarop wij onze zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater invullen. Als onderdeel daarvan vormen de DoFeMaMe een ‘zichtlijn’ tussen de abstracte beleidskeuzes en praktische operationele keuzes van alle dag. Daarnaast bieden de DoFeMaMe een kader om top-down en bottom-up continu te leren en te verbeteren. We beseffen dat als we de DoFeMaMe-systematiek optimaal willen toepassen en het continue leer- en verbeterproces willen voeden en benutten dit voorwaarden stelt aan onze organisatie(onderdelen). In steeds sterkere mate speelt het gebruik van meetgegevens een rol bij het beoordelen en verbeteren van de prestaties van (onderdelen van) de riolering en de rioleringszorg als geheel. Het inrichten en beheren van meetnetten en informatiesystemen is een essentiële voorwaarde voor de invulling van onze rioleringszorg.
De in paragraaf 5.1. beschreven thema’s en speerpunten zijn door vertaald naar en uitgewerkt in Doelen, Functionele eisen, Maatstaven en Meetmethoden. Deze is te vinden op de volgende pagina’s.
10 augustus 2023
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
A20
Appendix 4 Evaluatierapportage
RAPPORT Evaluatie vGRP Midden-Delfland Planperiode 2016-2022 Klant:
Gemeente Midden-Delfland
Referentie: BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001 Status:
Definitief/02
Datum:
10 augustus 2023
.
.
Titel document: Evaluatie vGRP Midden-Delfland Sub titel: Planperiode 2016-2022 Referentie: BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001 Uw kenmerk: Status: 02/Definitief Datum: 10 augustus 2023 Projectnaam: GRP Midden-Delfland Projectnummer: BJ1203 Auteur(s): Royal HaskoningDHV Opgesteld door: Royal HaskoningDHV Gecontroleerd door: Royal HaskoningDHV Datum: 10 augustus 2023 Goedgekeurd door: Royal HaskoningDHV Datum: 10 augustus 2023
10 augustus 2023
EVALUATIE VGRP
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
ii
.
Inhoud 1
Inleiding
1
1.1
Aanleiding
1
1.2
Evaluatie
2
1.3
Leeswijzer
2
2
Afgesproken doelen, ambities en maatregelen planperiode
3
2.1
Afgesproken doelen en ambities
3
2.2
Afgesproken maatregelen
4
3
Evaluatie planperiode
6
3.1
Inleiding
6
3.2
Algemene evaluatie
6
3.3
Evaluatie doelen en ambities stedelijk afvalwaterzorgplicht
7
3.4
Evaluatie doelen en ambities hemelwaterzorgplicht
9
3.5
Evaluatie doelen en ambities grondwaterzorgplicht
9
3.6
Evaluatie maatregelen
10
3.6.1 3.6.2
Onderzoeksmaatregelen Beleidsmatige activiteiten
10 11
3.7
Financiële evaluatie
12
4
Conclusie en aanbevelingen
14
4.1
Inleiding
14
4.2
Aandachtspunten naar aanleiding evaluatie
14
4.3
Aanbevelingen op basis van evaluatie
15
4.4
Overige aanbevelingen
15
Tabellen Tabel 3-1: Rioolheffing
13
Bijlagen Scorekaart functionele eisen en maatstaven
10 augustus 2023
EVALUATIE VGRP
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
iii
.
1
Inleiding
We weten het allemaal, maar we staan er niet zo vaak bij stil. Water is van levensbelang. Schoon drinkwater en een goede zorg voor ons afvalwater hebben in het verleden de volksgezondheid een enorme stap vooruitgeholpen. Daaraan gerelateerde ziektes zijn uit het straatbeeld verdwenen en onze levensverwachting is met enkele decennia toegenomen. Water is ook lastig. Zeker in het geval van tekorten of overschotten. Het veranderende klimaat plaatst ons in dat opzicht voor behoorlijk wat uitdagingen, waarbij we antwoorden zullen moeten formuleren rond thema’s als extreme neerslag, hitte en droogte. Water is vooral waardevol en leuk. Goed stedelijk water-, oppervlaktewater- en grondwaterbeheer dragen bij aan de kwaliteit van de omgeving waarin wij wonen, werken en recreëren.
1.1
Aanleiding
Via de Wet milieubeheer is de gemeente Midden-Delfland belast met de zorgplicht voor stedelijk afvalwater. Via deze wet is de gemeente verplicht om een verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) op te stellen, waarin het beleid ten aanzien van de rioleringszorg wordt vastgelegd. Door middel van de Waterwet is de gemeentelijk rioleringszorgplicht verbreed met de zorgtaken voor het hemelwater en grondwater. Met deze wettelijke verplichtingen als aanleiding heeft de gemeente Midden-Delfland het vGRP 2016 – 2020 opgesteld en het hierin geformuleerde beleid door middel van operationele plannen concreet gemaakt en in uitvoering gebracht. In afwachting van de Omgevingswet, heeft de gemeente in 2020 besloten om het vGRP te verlengen tot en met 2024. Per 1 januari 2024 vervalt de wettelijke verplichting voor het opstellen van vGRP. Het blijft echter belangrijk om als gemeente vast te leggen hoe invulling wordt gegeven aan de nog steeds verplichte gemeentelijk watertaken (zorgplichten ten aanzien van afvalwater, hemelwater en grondwater, waarbij ook de verbanden richting oppervlaktewater en de inrichting van de openbare ruimte worden belicht) in de vorm van een Water- en rioleringsprogramma (Wrp).
Het programma bevat een overzicht van de gemeentelijke voorzieningen op het gebied van riolering en stedelijk water, en van de activiteiten die in de planperiode worden uitgevoerd om deze voorzieningen te onderhouden, te beheren en/of te vervangen. Daarnaast schetst het plan een beeld van de gevolgen die de geplande activiteiten hebben voor gemeentelijke middelen en wordt er een doorkijk gegeven naar de consequenties daarvan voor de rioolheffing.
10 augustus 2023
EVALUATIE VGRP
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
1
.
1.2
Evaluatie
De afdeling Beheer Openbare Ruimte van de gemeente Midden-Delfland stelt ieder jaar een Operationeel Programma (OP) voor de rioleringszorg op, waarbij het vGRP als leidraad geldt. In dit OP wordt ook ieder jaar de voortgang gemonitord en het beleid geëvalueerd. Dit rapport bevat de eindevaluatie over de planperiode van 2016 tot en met 2022 die is gebaseerd op de jaar-evaluaties zoals die zijn beschreven in de operationele plannen. Deze eindevaluatie is dan weer input voor het nieuw op te stellen vGRP.
1.3
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de afgesproken doelen, ambities en maatregelen, zoals verwoord in het vigerende vGRP 2016-2020. Op basis van deze doelen, ambities en maatregelen wordt vervolgens de planperiode van 2016 tot en met 2022 geëvalueerd in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 3 sluit af met een evaluatie van de financiën. In hoofdstuk 4 staan vervolgens de conclusies en de aandachtspunten die uit de evaluatie naar voren komen. Vervolgens volgen er aanbevelingen van de punten die in het nieuwe vGRP een plaats moeten krijgen.
10 augustus 2023
EVALUATIE VGRP
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
2
.
2
Afgesproken doelen, ambities en maatregelen planperiode
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de afgesproken doelen, ambities en maatregelen, zoals verwoord in het vGRP 2016 – 2020. Deze zijn het vertrekpunt voor de evaluatie van de planperiode.
2.1
Afgesproken doelen en ambities
In het vGRP 2016 – 2020 heeft de gemeente de onderstaande doelen en ambities geformuleerd. De doelen en ambities zijn in onderstaande tabel per zorgplicht weergegeven. Stedelijk afvalwater Volksgezondheid is de belangrijkste reden voor het aanleggen van de riolering. Door het inzamelen en transporteren van (stedelijk) afvalwater, wordt contact met rioolwater zo veel mogelijk voorkomen. Dit draagt in grote mate bij aan een gezonde, veilige en comfortabele leefomgeving (het milieu en de natuur worden beschermd).
De gemeente heeft een resultaatsverplichting om het geproduceerde afvalwater in te zamelen en af te voeren naar een overnamepunt (hoofdrioolgemaal). De ontvangst en zuivering van het door de gemeente ingezamelde (stedelijke) afvalwater vanaf het overnamepunt is vervolgens de taak van het Hoogheemraadschap van Delfland;
Alle percelen binnen het gemeentelijk grondgebied waar afvalwater vrijkomt, moeten zijn voorzien van een voorziening. In het stedelijk gebied zijn panden aangesloten op het vrijvervalstelsel. In het buitengebied wordt het afvalwater hoofdzakelijk ingezameld via een drukrioleringssysteem. Waar dit niet mogelijk of niet doelmatig is, wordt het afvalwater verwerkt door middel van een lokaal behandelingssysteem (IBA). Het zuiveringstechnische gedeelte van de IBA wordt beheerd door het Hoogheemraadschap van Delfland. De behuizing (de tanks) beheert de gemeente;
De gemeente draagt zorg voor een compleet en juist aangelegd systeem, dat naar behoren functioneert. Het systeem is schoon, heel en veilig;
De gemeente gaat zich in de planperiode meer richten op het strategisch/tactische niveau in plaats van op het operationele niveau. Op het strategisch en tactische niveau zijn naar verwachting nog stappen te zetten die een besparing kunnen opleveren, door doelgerichter het systeem te gaan beheren.
Hemelwater De particulier draagt primair zorg voor het hemelwater op het eigen perceel. De gemeente draagt zorg voor de inzameling en verwerking van het hemelwater in de openbare ruimte. Hier is de gemeente zowel beheerder als eigenaar. Daarnaast heeft de gemeente een zorgplicht indien de particulier het hemelwater niet op eigen terrein kan verwerken.
De gemeente gaat duurzaam om met hemelwater. Hierbij gelden de volgende tritsen voor de omgang met hemelwater:
Waterkwantiteit: vasthouden, bergen en afvoeren;
Waterkwaliteit: schoonhouden, scheiden, schoonmaken.
In bestaande situaties wordt bij vervangings- en renovatiewerkzaamheden bepaald of het scheiden van waterstromen de meest doelmatige en duurzame wijze van hemelwaterverwerking is. Daarbij wordt gekeken of afkoppelen gecombineerd kan worden met andere werkzaamheden in de openbare ruimte;
Het beperken van de kans op wateroverlast. Periodiek brengt de gemeente het hydraulische en milieutechnische functioneren van de stelsels in beeld;
Om meer inzicht te verkrijgen in de gevolgen van klimaatverandering brengt de gemeente de komende planperiode ook de effecten van toekomstig zwaardere buien in beeld. Klimaatverandering verloopt geleidelijk, waardoor het mogelijk is om wijkrenovaties aan te grijpen om het stedelijk gebied hier op lange termijn op aan te passen;
De gemeente gaat in de komende planperiode meer bewustzijn creëren over ‘water en riolering‘ onder de burgers en over de eigen verantwoordelijkheid, middels doelgerichte communicatie.
10 augustus 2023
EVALUATIE VGRP
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0001
3
.
Grondwater Op basis van de Waterwet heeft de gemeente de zorgplicht voor het in de openbare ruimte van bebouwd gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort. De grondwaterstand is, zeker in bebouwd gebied, niet volledig te sturen. Daarom heeft de gemeentelijke grondwaterzorgplicht het karakter van een inspanningsverplichting en niet van een resultaatsverplichting. Dit betekent dat de gemeente aanspreekbaar is voor grondwaterproblemen, maar niet dat zij ook aansprakelijk is.
Perceeleigenaar is primair verantwoordelijk voor het tegen gaan van grondwaterlast op eigen terrein. Dit geldt ook voor funderingsproblemen;
De eigenaar moet zorgen dat voldaan wordt aan de bouwkundige regelgeving, o.a. zodat ondergrondse gebruiksruimtes van panden, zoals een kelder of een souterrain, volgens de bouwregelgeving vochtdicht zijn;
De gemeente streeft bij nieuwbouwplannen naar voldoende ontwateringsdieptes (dit verschilt per bestemming);
In bestaand gebied streeft de gemeente naar een ontwateringsdiepte van 0,50 m. Het is een gewenste ontwateringsdiepte, omdat het gezien de historische groei van veel situaties niet altijd mogelijk is deze ontwateringsdiepte daadwerkelijk te behalen;
Bij structurele problemen op zowel particulier als openbaar terrein streeft de gemeente naar een gezamenlijke en doelmatige oplossing;
Bij werken in de openbare ruimte zoals het vervangen van oude riolering is de gemeente alert op ongewenste stijging van de grondwaterstand als gevolg van het wegvallen van de drainerende werking van oude lekkende riolen. Indien nodig legt de gemeente drainage mee met de nieuwe riolering.
2.2
Afgesproken maatregelen
Onderstaand zijn de afgesproken en in het vigerende vGRP vastgelegde maatregelen opgesomd om de gestelde doelen en ambities te realiseren. Type maatregel
Omschrijving
Investeringen
Bestaan in de planperiode uit vervangingsinvesteringen van vrijverval riolering, renovatie van gemalen en vervanging van pompinstallaties. Deze investeringen zijn benodigd om het functioneren van het systeem in stand te houden. Daar waar optimalisaties in het systeem mogelijk zijn, worden deze zoveel mogelijk gelijktijdig met de vervangingen of renovaties meegenomen. Bestaat uit reguliere onderhoudsactiviteiten om het systeem en de objecten in goede staat te houden of weer te brengen. De reguliere onderhoudsactiviteiten bestaan uit:
Onderhoud
10 augustus 2023
Het (laten) uitvoeren van inspecties en het beoordelen van de inspectieresultaten;
Het laten reinigen van de riolering, kolken en drainage;