07 Ruimtelijke Onderbouwing Kortebuurt 14
Tekst van het document
Gemeente Midden-Delfland
Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Vaststelling
619.140.90 KUIPERCOMPAGNONS Datum: 8 september 2023
GEMEENTE MIDDEN-DELFLAND
Bestemmingsplan “Kortebuurt 14”
TOELICHTING, REGELS, VERBEELDING
werknummer 619.140.90 datum 8 september 2023 bestand J:\619\140\90\3.projectresultaat
Procedureoverzicht Fase
Datum
Voorontwerp
6 september 2022
Ontwerp
23 maart 2023
Vaststelling
TOELICHTING
Inhoud 1
2
3
Inleiding ............................................................................................................................................ 5 1.1
Aanleiding ................................................................................................................................ 5
1.2
Ligging van het plangebied ....................................................................................................... 5
1.3
Vigerend bestemmingsplan ....................................................................................................... 6
1.4
Leeswijzer ................................................................................................................................ 7
Planbeschrijving ................................................................................................................................ 8 2.1
Geschiedenis van het plangebied ............................................................................................. 8
2.2
Bestaande situatie .................................................................................................................... 8
2.3
Toekomstige situatie ............................................................................................................... 10
2.4
Beeldkwaliteit ......................................................................................................................... 12
Beleidskader ................................................................................................................................... 15 3.1
Nationaal beleid ...................................................................................................................... 15
3.2
Provinciaal en regionaal beleid ............................................................................................... 16
3.3
Gemeentelijk beleid ................................................................................................................ 20
4
5
6
Milieu ......................................................................................................................................... 25 4.1
M.e.r.-beoordeling................................................................................................................... 25
4.2
Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................... 25
4.3
Geluid ..................................................................................................................................... 27
4.4
Luchtkwaliteit .......................................................................................................................... 28
4.5
Externe veiligheid ................................................................................................................... 30
4.6
Bodem .................................................................................................................................... 35
4.7
Archeologie ............................................................................................................................ 37
4.8
Natuur en ecologie.................................................................................................................. 39
4.9
Water ..................................................................................................................................... 43
4.10
Duurzaamheid ........................................................................................................................ 50
4.11
Verkeer en parkeren ............................................................................................................... 50
Juridische opzet .............................................................................................................................. 51 5.1
Inleiding .................................................................................................................................. 51
5.2
Toelichting op de regels .......................................................................................................... 51
5.2
Geometrische plaatsbepaling / verbeelding ............................................................................. 52
Overleg en inspraak ........................................................................................................................ 54 6.1
Vooraankondiging ................................................................................................................... 54
6.2
Inspraak ................................................................................................................................. 54
6.3
Vooroverleg ............................................................................................................................ 54
6.4
Ontwerpfase ........................................................................................................................... 54
6.5
Vaststellingsfase..................................................................................................................... 54
7
Uitvoerbaarheid............................................................................................................................... 56 7.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ........................................................................................... 56
7.2
Economische uitvoerbaarheid ................................................................................................. 56
7.3
Handhavingsaspecten ............................................................................................................ 56
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9:
Ibelings van Tilburg (maart 2022) Beeldkwaliteit en kavelpaspoorten Kortebuurt 14 KuiperCompagnons (17 augustus 2022) Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai – Bestemmingsplan Kortebuurt 14 Maasland Inpijn Blokpoel (18 januari 2022) Verkennend bodemonderzoek aan de Kortebuurt 14 te Maasland Inpijn Blokpoel (22 februari 2022) Verkennend asbest bodemonderzoek aan de Kortebuurt 14 te Maasland Vestigia (15 juni 2021) Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van woningen aan de Kortebuurt 14 te Maasland, gemeente Midden-Delfland Bureau Stadsnatuur (20 mei 2020) Notitie Quick scan Kortebuurt 14, Maasland Bureau Stadsnatuur (14 oktober 2022) Ecologisch onderzoek Kortebuurt 14, Maasland KuiperCompagnons (29 augustus 2023) Stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Gemeente Midden-Delfland (24 augustus 2023) Nota van beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Kortebuurt 14’
5
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Aan de Kortebuurt 14, in het zuiden van Maasland, bestaat het voornemen om twee nieuwe woningen toe te voegen. Op het perceel bevindt zich momenteel al één woning. Het betreft een voormalige tuinderswoning, waarbij de agrarische bedrijfsvoering al enkele decennia geleden is beëindigd. Ingegeven door de grootte van de kavel, de verkoopbaarheid en de behoefte aan (bouw)kavels in de gemeente is het voornemen ontstaan om op twee af te splitsen kavels twee nieuwe woningen toe te voegen. Het vigerende bestemmingsplan ‘Kern Maasland’ staat deze ontwikkeling niet toe. Binnen de ter plaatse geldende bestemming ‘Tuin’ zijn woningen niet toegestaan. Het doel van het voorliggende bestemmingsplan is zodoende om de voorgenomen ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken.
1.2
Ligging van het plangebied Het plangebied ligt globaal gezien aan de zuidzijde van Maasland, ten noordoosten van Maassluis. In meer detail ligt de locatie aan de Kortebuurt 14 ten noorden van de A20 en ten oosten van de Oude Veiling, en tussen de waterwegen Zuidvliet en Boonervliet. Het plangebied wordt aan de westzijde begrensd door de Kortebuurt, met aan de noord- en zuidkant de aangrenzende lintbebouwing. Het bosperceel ten oosten van de bebouwing behoort ook bij het plangebied en vormt de begrenzing aan de oostzijde. Langs de noordoost, oost- en zuidrand vormt een bestaande watergang de begrenzing van het plangebied. Afbeelding 1.1 toont de ligging van het plangebied in relatie tot de omgeving, afbeelding 1.2 de begrenzing van het plangebied.
Afbeelding 1.1: ligging plangebied (het plangebied is globaal rood omcirkeld; bron: Google Maps). Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023
6
Afbeelding 1.2: luchtfoto plangebied (het plangebied is rood omkaderd; bron: Google Maps).
1.3
Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het voorliggende plangebied geldt momenteel het bestemmingsplan ‘Kern Maasland’, dat door de gemeenteraad van Midden-Delfland op 19 mei 2009 is vastgesteld. In afbeelding 1.3 is een uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan weergegeven. Hieruit blijkt dat aan de gronden de bestemmingen ‘Tuin’, ‘Water’ en ‘Wonen’ zijn toegekend. Daarnaast is voor een strook aan de westkant van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waterstaat’ opgenomen, en geldt voor vrijwel het volledige plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie’ (hoge verwachting).
Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023
7
Afbeelding 1.3: uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Kern Maasland’ (voorliggend plangebied is rood omkaderd).
1.4
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt er een beschrijving van de geschiedenis, huidige en beoogde situatie van het plangebied. Tevens wordt ingegaan op het aspect beeldkwaliteit in de toekomstige situatie. Vervolgens wordt de beoogde ontwikkeling in hoofdstuk 3 getoetst aan het beleid van het Rijk, provincie en de gemeente Midden-Delfland. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op diverse milieuaspecten. Hoofdstuk 5 geeft een nadere toelichting op de wijze van bestemmen. In hoofdstuk 6 wordt de bestemmingsplanprocedure beschreven. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 ingegaan op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan.
Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023
8
2
Planbeschrijving
2.1
Geschiedenis van het plangebied De huidige woning aan de Kortebuurt 14 is gebouwd in 1943. De woning werd opgericht als vervanging van een blokje van drie arbeiderswoningen, die destijds door een brand zijn verwoest. Bij de bouw van de huidige woning is gebruik gemaakt van oud materiaal, en is het huis wit geschilderd om op het oog een eenheid te creëren. Het perceel heeft lange tijd dienst gedaan als ‘tuinderij’. De tuin bestond in eerste instantie vooral uit ‘vlakglas’. Vanaf 1955 zijn de platte ramen vervangen door kassen, waar diverse groenten in werden geteeld. Door het beperkte oppervlak van de tuin, en de opheffing van Veiling Maasland in 1967 werd het bedrijf steeds minder rendabel. De kassen hebben nog tot 1975 dienst gedaan als proeftuin voor de selectie van verschillende groenten. In 1976 zijn de kassen gesloopt, en is het bedrijf beëindigd. Hierna is de tuin in twee horizontale delen opgesplitst, gemarkeerd door een pergola op de plaats van de vroegere corridor. Aan de zijde van de Kortebuurt kwam een siertuin met een groot gazon, omgeven door een riante border en parallel aan de kade een vijver. Om dit laatste te kunnen realiseren werd de bermsloot gedempt, zodat de kade glooiend kon aansluiten. Aan de kant van de Foppenpolder werd, met subsidie van Staatsbosbeheer, een bosperceel aangelegd met diverse soorten bomen.
Dit betrof een initiatief van Staatsbosbeheer, om te bezien welke soorten zouden aanslaan in dit gebied.
2.2
Bestaande situatie Zoals te zien op afbeelding 1.2, bestaat het plangebied in de huidige situatie uit de bestaande woning aan de Kortebuurt 14 en bevindt zich aan de oostzijde nog steeds het aangelegde bosperceel. Het perceel kent een oppervlakte van circa 4.600 m2, en bevat naast de woning met serre een schuur en een kleine kas. Een voormalig ketelhuis valt buiten het plangebied. De bestaande woning wordt momenteel antikraak bewoond om verloedering te voorkomen. Het terrein heeft een duidelijk herkenbare indeling in drie delen. Het westelijke deel ligt aan de kade, waar de woning en schuur zich bevinden. Daarnaast is hier een grasveld met drie beeldbepalende bomen (treurwilg, metasequoia en notenboom) en een vijver aanwezig. Het noordoostelijke deel bestaat voornamelijk uit een pergola, bomen en struweel. In het noordwestelijke deel liggen een voormalige moestuin en enkele fruitbomen. Ten oosten hiervan ligt het bosperceel, dat ook onderdeel uitmaakt van voorliggend plangebied. Aan de noord-, oost- en zuidkant wordt het plangebied begrensd door een watergang. Afbeelding 2.1 geeft de huidige situatie van het perceel weer; afbeelding 2.2 toont de toegang naar het perceel op straatniveau.
Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023
9
Afbeelding 2.1: huidige situatie plangebied (bron: gemeente Midden-Delfland, 11 januari 2018).
Afbeelding 2.2: toegang tot het perceel met zicht op de Kortebuurt (bron: Google Streetview).
Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023
10
2.3
Toekomstige situatie De eigenaar van het perceel heeft het voornemen om twee kavels van het perceel af te splitsen, en hierop twee nieuwe woningen te realiseren. De bestaande woning aan de Kortebuurt 14 wordt ingepast in het bestemmingsplan, met eenzelfde regeling als de nieuwe woningen. Dit voornemen is ontstaan doordat deze woning momenteel niet meer door de eigenaren wordt bewoond, en antikraak wordt gebruikt om verloedering te voorkomen. Daarbij spelen de grootte van het perceel en de verkoopbaarheid en de behoefte aan (bouw)kavels in de gemeente ook mee in de overweging om het perceel op te splitsen. Afbeelding 2.3 toont een overzichtstekening van de toekomstige situatie. Hierop is te zien dat de nieuwe kavels en woningen worden gesitueerd tussen de bestaande woning aan de Kortebuurt 14 en de bestaande woonpercelen aan de Kortebuurt 13 en 11. De kavels zijn in lengterichting haaks georiënteerd op de Kortebuurt. De zuidelijke nieuwe kavel ligt over de gehele diepte van het plangebied evenwijdig aan de kavel van de bestaande woning (Kortebuurt 14). De noordelijke kavel ligt achter en in het verlengde van het perceel aan de Kortebuurt 13, vanaf de weg bezien, en omvat het noordoostelijke deel van het plangebied. Voor de ontsluiting van de nieuwe kavels wordt een nieuwe inrit aangelegd, die aan de zuidzijde langs het bijgebouw van de Kortebuurt 13 loopt.
De bestaande woning aan de Kortebuurt 14 blijft ongewijzigd. Deze kavel wordt afgesplitst, en behoudt de bestaande aparte ontsluiting op de Kortebuurt.
Afbeelding 2.3: Overzichtstekening toekomstige situatie (bron: Ibelings van Tilburg, 16 maart 2022). Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023
11
Afbeelding 2.4 toont een verder ingezoomde massastudie van de twee nieuwe kavels en woningen. De noordelijke nieuwe kavel (kavel 1) kent een oppervlakte van 1.315 m2, de zuidelijke nieuwe kavel (kavel 2) omvat 1.885 m2. De oppervlakte van de kavel van de bestaande woning aan de Kortebuurt 14 (kavel 4) bedraagt in de nieuwe situatie 1.210 m2. De inrit naar de twee nieuwe woningen, aangeduid als kavel 3, beslaat 145 m2. Beide nieuwe woningen kennen een maximale breedte van 7,2 m, en zijn maximaal 17,2 m diep. De goot- en nokhoogte bedraagt voor beide woningen 4 en 8 m.
Afbeelding 2.4: massastudie nieuwe kavels, plattegrond (links) en vogelvlucht (rechts) (bron: Ibelings van Tilburg, 16 maart 2022).
Voor de kavels 1 (noordelijke woning), 2 (zuidelijke woning) en 3 (inrit) zijn kavelpaspoorten opgesteld. Hierin is per kavel specifieker ingegaan op de toekomstige verkaveling en inrichting, en ook de beoogde beeldkwaliteit van de kavels en woningen. Hieruit is een gedetailleerdere situatieschets van beide nieuwe woonkavels weergegeven in afbeelding 2.5. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de beeldkwaliteitsaspecten van de toekomstige ontwikkeling.
Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023
12
Afbeelding 2.5: situatieschets noordelijke (links) en zuidelijke (rechts) kavel (Ibelings van Tilburg, maart 2022).
2.4
Beeldkwaliteit Voor beide nieuwe woonkavels en de inrit zijn zogeheten kavelpaspoorten opgesteld. Hierin zijn de beoogde inrichting, afmetingen en kenmerken van de kavels uiteengezet. Daarnaast zijn er verschillende beeldkwaliteitsregels opgenomen, waarmee rekening moet worden gehouden bij de toekomstige invulling van de kavels. Deze hebben onder meer betrekking op de situering en omvang van het bouwvolume, architectuur en materiaalgebruik. Ook het aanzicht vanuit openbaar gebied is daarbij een aandachtspunt. De volledige kavelpaspoorten zijn gezamenlijk opgenomen als bijlage 1 bij deze toelichting. Kavelpaspoorten als beeldkwaliteitsplan Samen met een algemeen inspiratiedocument, fungeren de kavelpaspoorten als beeldkwaliteitsplan voor het plangebied. Hierin wordt een beeld geschetst van de toekomstige bebouwing, in samenhang met de al aanwezige lintbebouwing langs de Kortebuurt. Het bevat bouwregels die een helder en transparant uitgangspunt vormen voor de toekomstige bewoners, maar vormt ook een inspiratiedocument dat de mogelijkheden toont voor het bouwen van een nieuwe woning in aansluiting met de karakteristieke omgeving. Voor het opstellen van de beeldkwaliteitsregels is de gebouwde omgeving rondom het plangebied geanalyseerd en gebruikt ter inspiratie voor de nieuwe woningen. Als vanzelfsprekend moet de architectuur hierbij aansluiten. In de kavelpaspoorten (c.q.
het beeldkwaliteitsplan) zijn randvoorwaarden opgenomen voor de inrichting van de kavels, de overgang naar openbaar gebied en de bouwvolumes en architectonische vormgeving van de nieuwe woningen. De voorgenomen ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, zal worden beoordeeld aan de hand van de voorwaarden zoals opgenomen in de kavelpaspoorten. Daarmee is sprake van een rechtstreekse koppeling tussen voorliggend bestemmingsplan en de kavelpaspoorten voor de Kortebuurt 14. Het hierin geformuleerde kwaliteitsniveau en de daarbij gestelde randvoorwaarden gelden als richtinggevend kader voor de uiteindelijke welstandstoets. Hiermee wordt de beoogde kwaliteit en het behoud van de identiteit van het gebied gewaarborgd. Zodoende vormt het zowel een kaderstellend document als inspiratiebron voor de toekomstige ontwikkelingen in het plangebied. Ruimtelijke context Aan de Kortebuurt heerst een rustieke, kleinschalige sfeer. Er lijkt sprake te zijn van een gezamenlijk consistent beeld. Zo oriënteert alle bebouwing zich op de weg (Kortebuurt) en het water. Bovendien neemt de bestaande bebouwing ongeveer even veel afstand tot het water. De bestaande bebouwing vormt min of meer een gezamenlijke rooilijn. De huidige bebouwing is bescheiden qua volume en heeft een kap.
Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023
13
Situering en oriëntatie De twee nieuwe woningen kennen een verschillende situering en oriëntatie. De noordelijke nieuwe woning (kavel 1) is gesitueerd achter de bestaande bebouwing van de Kortebuurt 13. De woning is georiënteerd met de nok haaks op de kavelstructuur, evenwijdig aan de Kortebuurt, het bosperceel en de achterliggende dierenkliniek. De nieuwe bebouwing ligt verscholen tegen de naastgelegen bosrand, en is vanaf de openbare weg nauwelijks zichtbaar. De zuidelijke nieuwe woning is gesitueerd met de voorgevel op iets meer dan 20 m uit de waterlijn (ten westen van de Kortebuurt). Deze afstand is iets groter dan bij de bestaande naastgelegen bebouwing, in verband met de aanwezige leidingen. Gelijk aan de bestaande woning op het perceel (Kortebuurt 14), is de bebouwing hier georiënteerd op de Kortebuurt. Dat betekent dat de woning haaks op de weg en het water staat. Dit brengt eenheid in beeld, schept duidelijke voorkanten en is aanvullend op het bestaande beeld bezien vanaf de weg. De situering van de bebouwing op de kavels is weergegeven in afbeelding 2.6.
Afbeelding 2.6: Beeldkwaliteitsregels inrichting kavel 1 (boven) en 2 (onder) (bron: Ibelings van Tilburg, maart 2022).
Bouwvolume Het maximale te bouwen volume per kavel bedraagt 750 m3, met een grondoppervlak van 7,2 m breed en 17,2 m diep. De goothoogte betreft maximaal 4 meter en de nokhoogte maximaal 8 meter. Het maximaal te bouwen volume sluit aan bij de reeds aanwezige volumes op de aanpalende kavels, met dien verstande dat -met name vanwege de akoestische eisen- het volume zich als een geheel presenteert (dus niet als losse elementen). Naast het hoofdgebouw is 50 m2 aan vrijstaande bijgebouwen toegestaan. De bijgebouwen komen overeen in stijl en materiaal met het hoofdgebouw. Van belang is dat de omvang van de woning ten allen tijde in verhouding staat tot de omvang van het perceel en past binnen de karakteristiek van het landschap. Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023
14
Hoofdvorm en architectuur De hoofdvorm betreft een eenvoudig volume met langskap. Zo behoudt het lint de rustieke, bescheiden sfeer. De maximale goot- en nokhoogte van 4 en 8 meter sluit hierbij aan. Om de samenhang van het architectuurbeeld te bewaren, kunnen materialen worden toegepast die aansluiten bij de bestaande woningen. Diverse kleuren gemêleerd metselwerk, samen met keramische dakpannen zijn typisch voor het gebied, het kleurenpatroon voegt zich naar het lint en de landelijke uitstraling. Een rieten kap is zeer wel denkbaar, specifieke accenten zijn zeker mogelijk. Wat betreft materialen is te denken aan riet, donkere baksteen, metaal en hout; voor het dak riet, antraciet keramische pannen, metaal en hout. Kavelinrichting en tuin Op elke kavel moet ruimte zijn voor minimaal 2 geparkeerde auto’s buiten een eventueel gebouwde garage. Parkeren gebeurt op eigen terrein, via de gemeenschappelijke inrit vanaf de Kortebuurt, niet langs of aan de gezamenlijke inrit of ontsluitingsweg (Kortebuurt). Op het eigen erf worden inrit, parkeren, toegangen naar de woning et cetera waar mogelijk uitgevoerd als halfverharding (te denken valt aan gras-stenen, honinggraatmatten die gevuld worden met grond en gazon, grind, et cetera). De tuinen zullen door het grote kaveloppervlak herkenbaar aanwezig blijven.
Uitgangspunt is dat het lommerrijke karakter met grote bomen en begroeiing zo veel als mogelijk behouden blijft. Circa 50% van het aangeplante bos (noordwestelijk deel) krijgt de bestemming ‘Tuin – Landschapswaarden’, wat inhoudt dat in dat deel geen bomen mogen worden gekapt (behoudens noodzakelijk onderhoud). Dit deel van de tuin ligt ook in de geurzone van de dierenkliniek. Bestaande beeldbepalende bomen in de zone langs de Kortebuurt blijven eveneens behouden. Om het erf zijn natuurlijke erfscheidingen, zoals hagen en wilgentenen, toegestaan. Uitgangspunt is om deze afscheidingen waar mogelijk natuurlijk in te richten, waarbij valt te denken aan diverse soorten hagen, houtopstanden, borders, greppels of verhogingen. Voor de voorgevel zijn erfafscheidingen maximaal 1 m hoog. Indien hekken worden toegepast maken deze integraal onderdeel uit van het ontwerp voor de inrichting van het terrein. Voor de aanvraag omgevingsvergunning zal een inrichtingsplan worden opgesteld. Watergangen Kavels die grenzen aan een watergang kunnen deze overgang zo veel als mogelijk landelijk inrichten. Hoge beschoeiingen zijn niet altijd gewenst. De bovenkant van beschoeiing ligt bij voorkeur maximaal 30 cm boven wateroppervlak. Gelet op de toename van het verharde oppervlak, met name door de woningen, terrassen en dergelijke dient er voldoende watercompensatie te worden toegevoegd.
Hierop wordt in paragraaf 4.9 nader ingegaan. In het kader van klimaatadaptief bouwen, is het wenselijk dat de hemelwaterafvoeren niet aansluiten op de riolering maar het regenwater afvoeren naar bijvoorbeeld oppervlaktewater.
Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023
15
3
Beleidskader
3.1
Nationaal beleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is op 11 september 2020 één rijksvisie op de leefomgeving vastgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. Dit toekomstperspectief voor Nederland is: - Een klimaatbestendige delta; - Duurzaam, concurrerend en circulair; - Kwaliteit van leven in stad en dorp; - Nabijheid en betrouwbare verbindingen; - Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden.
In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een duurzame en concurrerende economie; 2. Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; 3. Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; 4. Naar een waardevolle leefomgeving. Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Hierbij worden drie inrichtingsprincipes gehanteerd die helpen om in een specifieke casus of gebied bij botsende belangen een zorgvuldige weging tussen nationale belangen te maken. Die inrichtingsprincipes zijn: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen voorkomen. De komst van de Omgevingswet maakt het mogelijk om het beleid en aanpak rondom de gezonde leefomgeving steviger te verankeren, rekening houdend met de samenstelling van de wijk en de behoeften van inwoners.
Gemeenten krijgen onder de Omgevingswet namelijk meer ruimte voor lokaal maatwerk doordat taken worden gedecentraliseerd. Volgens het Rijk is een gezonde leefomgeving een omgeving waar inwoners zich prettig voelen, die uitnodigt tot gezond gedrag en zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid. Voor gemeenten is onder andere de 'Handreiking Gezonde Gemeente' door het
Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023
16
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opgesteld om te ondersteunen bij het sturen op een gezonde fysieke en sociale leefomgeving. De NOVI is zelfbindend voor het Rijk. De rijksoverheid zet er wel op in dat provincies en gemeenten bij het vaststellen van hun eigen omgevingsvisies rekening houden met wat er in de NOVI staat. Voorliggend plangebied wordt niet specifiek in de NOVI benoemd. Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid twee Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een woongebied of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van twee nieuwe woningen. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) dat ‘in beginsel’ sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen worden gerealiseerd. Deze ontwikkeling wordt daarom niet aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, waardoor ladderonderzoek niet benodigd is. 3.2
Provinciaal en regionaal beleid Omgevingsbeleid Zuid-Holland Op 20 februari 2019 heeft de provincie Zuid-Holland haar Omgevingsbeleid vastgesteld. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en -plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de provinciale opgaven worden samenhangende beleidskeuzes gemaakt, die doorwerken naar uitvoeringsprogramma’s en naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen. Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet.
De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken. De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023
17 • Een beschrijving en kaartbeelden van de ruimtelijke hoofdstructuur; • De ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing • Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; • De samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Ad. 1
Ruimtelijke hoofdstructuur
Afbeelding 3.1: Ruimtelijke hoofdstructuur Zuid-Holland.
Ad. 2 Omgevingsbeleid: ambities en sturing De ambitie van de provincie is een slim, schoon en sterk Zuid-Holland. De Provincie gaat uit van zes richtinggevende ambities, waarbinnen een aantal opgaven zijn geformuleerd: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Ad. 3 Omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Ofwel een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). De Omgevingskwaliteit bestaat uit de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland, het toepassen van de leefomgevingstoets (beleidscyclus en monitoring) en een nadere uitwerking van het provinciale beleid. Dit laatste gebeurt door middel van een ‘kwaliteitskaart’ en bijbehorende ‘richtpunten ruimtelijke kwaliteit’. Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit.
In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023
18 het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten hiermee rekening houden. De kwaliteitskaart is regionaal vertaald in 16 gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit. Het voorliggende projectgebied valt binnen het gebiedsprofiel Midden-Delfland. In het gebiedsprofiel Midden-Delfland is het plangebied aangeduid op de kaarten ‘Herkenbaar waterrijk veen(weide)’, ‘Kwaliteit in stads- en dorpsgebied’, ‘Linten blijven linten’ en ‘Gevarieerd en verbindend vrijetijdslandschap’. Op de kaart ‘Herkenbaar waterrijk veen(weide)’ is het plangebied aangeduid als ‘Veenweide strokenverkaveling’. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt aangesloten bij de gestelde ambities. Nieuwe bebouwing vindt plaats aan het bestaande lint, waarbij de bestaande sloten- en verkavelingspatronen in stand blijven.
De historische verkavelingsstructuur wordt daarbij zelfs versterkt, door de opsplitsing van het perceel ontstaan smallere kavels die haaks op het lint langs de boezemvaart staan. Op de kaart ‘Kwaliteit in stads- en dorpsgebied is het plangebied aangeduid als ‘Dorp’, wat in dit geval duidt op het dorp Maasland. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand gebied, er worden twee woningen ingevoegd in het bestaande bebouwingslint aan de Kortebuurt. Qua functie, schaal en ontwerp wordt aangesloten bij het karakter van de directe omgeving en van het dorp. Op de kaart ‘Linten blijven linten’ is het lint van de boezemvaart ten westen van het plangebied aangeduid als ‘Cultuurhistorische verbinding’. De boezemvaart zelf ligt buiten het plangebied, met de voorgenomen ontwikkeling wordt deze lijn niet aangetast. Ook de bestaande waterkeringsfunctie blijft behouden, hiertoe is de dubbelbestemming ‘Waterstaat’ in dit bestemmingsplan opgenomen. Op de kaart ‘Gevarieerd en verbindend vrijetijdslandschap’ is het plangebied aangeduid als ‘Beleefbaar landschap’. Aangezien dit bestemmingsplan slechts de ontwikkeling van twee nieuwe woningen op een bestaand woonperceel mogelijk maakt, zijn de hier geformuleerde ambities minder relevant.
Het bosperceel aan de oostkant van het plangebied ligt op het eigen perceel achter de bestaande bebouwing, en is geen onderdeel van een groter natuur- of recreatief netwerk. Op de kaart is dit bosperceel daarnaast als ‘Loofbos’. In de toekomstige situatie blijft dit bos behouden. Voor een strook aan de oostzijde is daartoe de bestemming ‘Tuin – Landschapswaarden’ in dit bestemmingsplan opgenomen. Ad. 4 Beleidskeuzes De provincie heeft 12 provinciale opgaven gedefinieerd, die elk bestaan uit samenhangende beleidskeuzes. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma’s en regels in de verordening. Hieronder zijn voor de voorgenomen ontwikkeling de relevante opgaven uiteengezet. • Gezondheid en veiligheid: Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder. • Ruimte en verstedelijking: Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. • Wonen: Bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, aansluitend op de behoeften van verschillende doelgroepen. Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023
19
De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van een gezonde en veilige leefomgeving. De diverse relevante milieuaspecten worden in hoofdstuk 4 verder uiteengezet en afgewogen. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik door toevoeging van twee nieuwe woningen in een bestaand bebouwingslint. Met de ontwikkeling komen twee nieuwe woningen in een aantrekkelijk woonmilieu beschikbaar, waarmee wordt voorzien in een behoefte. Voorgenomen ontwikkelingen dragen bij aan de provinciale opgaven. Programma ruimte provincie Zuid-Holland Het Programma ruimte is parallel aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening opgesteld. Het Programma ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Het is enerzijds een beleidsdocument, namelijk uitwerking van de beleidsbeslissingen, en anderzijds gericht op uitvoering. Het document is toegespitst op de thema’s ‘Bebouwde ruimte en mobiliteit’, ‘Landschap, groen en erfgoed’ en ‘Water, bodem en energie’. Op basis van het programma dient voor bestemmingsplannen die voorzien in een stedelijke ontwikkeling een toelichting op de ladder voor duurzame verstedelijking worden gegeven. Aan de ladder voor duurzame verstedelijking is in paragraaf 3.1 aandacht besteed.
Gebiedsvisie Midden-Delfland 2025 Sinds 1977 heeft de Reconstructiewet Midden-Delfland het gelijknamige gebied beschermd tegen de oprukkende verstedelijking en glastuinbouw vanuit de omliggende steden. Dit heeft er toe geleid, dat het gebied Midden-Delfland één van de laatste open gebleven, agrarische cultuurlandschappen in de zuidvleugel van de Randstad is. Om dit unieke landschap te behouden, is in 2005 op initiatief van de gemeente Midden-Delfland een gebiedsvisie opgesteld. Om een breed gedragen document te verkrijgen, zijn bij de totstandkoming zeven gemeenten, het hoogheemraadschap, de provincie, twee stadsregio's, het Rijk, het Recreatieschap Midden-Delfland, grondeigenaren en andere private partijen betrokken geweest. In deze visie is als streefbeeld opgenomen dat het Midden-Delflandgebied nog sterker dan nu een waardevol open groengebied moet zijn in de drukbevolkte Zuidvleugel van de Randstad. Daarbij worden sfeerbeelden beschreven die richtinggevend zijn voor de toekomstige ontwikkelingen op het gebied van landschap, groene gebieden, water, cultuurhistorie en recreatie. Zo zijn natuur en landschap maximaal beschermd en goed toegankelijk. De cultuurhistorie is alom aanwezig en de zorg voor landschap en dorpen is direct zichtbaar. De typerende dorpsgezichten, het water en de groene ruimte geven het landschap zijn karakteristieke uiterlijk.
In deze visie wordt niet concreet ingegaan op het plangebied. Wel wordt in zijn algemeenheid gesteld, dat het streefbeeld voor de polders is gericht op het behoud van de poldernatuur, cultuur en historie. Deze aspecten vormen namelijk het landschap. De poldernatuur vormt hierbij een essentiële waarde en dient dan ook zichtbaar en toegankelijk te zijn. In het landschapsontwikkelingsplan Midden-Delfland worden de kwaliteit van de natuurwaarden bepaald. Daarnaast dienen belangrijke cultuurhistorische elementen in het landschap een planologische bescherming te krijgen. In het plangebied is geen sprake van een duidelijk polderlandschap. Wel blijven de historische en landschappelijke structuren, zoals de verkaveling en sloten die haaks op het lint staan, behouden. Ook het bosperceel aan de oostkant blijft in stand. Landschapsontwikkelingsperspectief Midden-Delfland 2025 De Reconstructiewet Midden-Delfland is per 1 juli 2010 vervallen. Om die reden hebben de gemeenten Delft, Vlaardingen, Schiedam, Maassluis en Midden-Delfland, de voormalige deelgemeente Overschie en Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023
20
het Hoogheemraadschap van Delfland als vervolg op de gebiedsvisie samen het intergemeentelijk Landschapsontwikkelingsperspectief (LOP) Midden-Delfland 2025 opgesteld. De gemeenteraad van Midden-Delfland heeft op 8 december 2009 het LOP vastgesteld. Met het LOP wordt de gezamenlijke koers uitgezet voor de ontwikkeling van het gebied Midden-Delfland tot 2025. Het brengt de huidige kwaliteiten in beeld en geeft de gewenste economische, ruimtelijke en recreatieve ontwikkelingen voor Midden-Delfland aan. Daarbij is de visie uitgewerkt in een concreet ruimtelijk ontwikkelingsplan, dat vervolgens vertaald is naar ontwikkelingsrichtingen voor alle 19 polders in het gebied. Het LOP vormt daarmee een belangrijk (toetsing)kader voor het initiëren, beoordelen, afwegen en vaststellen van nieuwe ruimtelijke plannen (zoals bestemmingsplannen) en projecten. Het plangebied ligt aan de rand van de polder Foppenpolder. Op de ruimtelijke kwaliteitskaart is de westzijde van het plangebied aanduid als ‘redelijk hoge cultuurhistorische waarde’. Zoals eerder beschreven, wordt met de nieuwe bebouwing aangesloten bij de (historische) structuur en karakteristieken van het lint en omliggende bebouwing. Op het aspect archeologie wordt ingegaan in paragraaf 4.7. Het bosperceel aan de oostkant is aangeduid als ‘hoog opgaande beplanting’. Dit blijft in de toekomstige situatie behouden.
Er zijn geen specifieke ontwikkelingsrichtingen voor het plangebied aangegeven. 3.3
Gemeentelijk beleid Toekomstvisie Vitale Dorpen - Behoud door ontwikkeling Waar de Gebiedsvisie Midden-Delfland 2025 het instrument is voor de instandhouding van het unieke gebied Midden-Delfland, is deze in 2009 vastgestelde Toekomstvisie gericht op een respectvolle ontwikkeling van de historische dorpen Maasland, Schipluiden, Den Hoorn en de buurtschappen 't Woudt en De Zweth. Doel van de toekomstvisie is deze dorpen nog aantrekkelijker te maken om in te leven, te ondernemen en te recreëren. De visie bestaat uit een streefbeeld, strategie en een uitvoeringsprogramma en is opgehangen aan vijf speerpunten. Het streefbeeld is hierbij geen eindbeeld, maar vormt een gemeenschappelijke richting voor het stellen van prioriteiten. Hierbij wordt uitgegaan van doorontwikkeling van eigen aard en kwaliteiten. Voor dit bestemmingsplan is speerpunt 1 ‘Wonen voor het leven’ relevant. De dorpen dienen namelijk zo ingericht te zijn, dat jong en oud een leven lang met plezier in Midden-Delfland kunnen wonen. Daarnaast moet bij nieuwbouw rekening gehouden worden met de cultuurhistorie in de dorpen en het landschap. Daarnaast staat duurzaam bouwen en wonen hoog in het vaandel.
Door gebruikmaking van milieuverantwoorde materialen, het voldoen van de woning aan minimaal de normen voor een lageenergiewoning en het stimuleren van het gebruik van hernieuwbare vormen van energie, wordt getracht de druk op het milieu te verminderen. Met de voorgenomen ontwikkeling worden op het perceel van een bestaande woning twee woningen toegevoegd. Hierdoor ontstaan er meer woningen die geschikt zijn voor een grotere doelgroep. Structuurvisie Midden-Delfland 2025 Op 5 juli 2011 heeft het gemeentebestuur de structuurvisie "Midden-Delfland 2025" vastgesteld. Deze visie vormt de basis en het kader voor de periode tot 2025 en het daaraan gekoppelde (ruimtelijk) beleid, zoals onder andere vastgelegd in de hierboven genoemde beleidsdocumenten. Om de dorpen Den Hoorn, Schipluiden en Maasland in 2025 duurzaam aantrekkelijk, karakteristiek en levendig te laten zijn, is in de structuurvisie per dorp een uitwerking van het beleid opgenomen. Tevens vormt het document een kapstok en toetsingskader voor concrete (bouw)plannen.
Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023
21
De gemeente heeft in haar Structuurvisie Midden-Delfland 2025 de eerder genoemde Gebiedsvisie verankerd en verder uitgewerkt op gemeentelijk niveau. Het LOP is daarbij aangemerkt als een uitwerking van de structuurvisie voor het buitengebied van de gemeente Midden-Delfland. In de structuurvisie is aangegeven dat het agrarisch landschap in de gemeente de afgelopen decennia is uitgegroeid tot een agrarisch-recreatief landschap, dat een oase van rust vormt te midden van de drukte van de zuidvleugel van de Randstad. Samen met de dorpen en buurtschappen vormt dit een aantrekkelijk geheel. De Structuurvisie bundelt het beleid dat hiervoor opgesteld is en zorgt voor het vastleggen en het behouden van deze kwaliteiten. Op de visiekaart is het plangebied aangeduid als ‘dorpen’. Binnen het dorp Maasland valt de locatie binnen de zogenaamde ‘Maaslandse Poort’. Hiervoor is op hoofdlijnen een ontwikkelrichting vastgesteld, later uitgewerkt in Ontwikkelingskader De Maaslandse Poort. Ontwikkelingskader De Maaslandse Poort De Maaslandse Poort is een van de poorten binnen ‘Hof van Delfland’, het groene netwerk waar MiddenDelfland onderdeel van is. Vanwege haar strategische ligging ontwikkelt Maaslandse Poort zich als een recreatief transferium. Hier parkeren bezoekers hun auto om te recreëren in het Midden-Delfland gebied.
Met het Ontwikkelingskader Maaslandse Poort (OMP) wil de gemeente Midden-Delfland verder invulling geven aan de Maaslandse Poort. Dit beleidsstuk moet initiatieven in het gebied stimuleren, begeleiden en als beoordelingskader kunnen dienen voor concrete plannen. In het Ontwikkelingskader valt het plangebied binnen de zone ‘entreegebied’, en daarbinnen het deelgebied ‘kleinschalige wonen en recreëren in de Kortebuurt’. Dit deelgebied kent een tweedeling, binnen de bebouwingscontour en daarbuiten, waarbij de wijze waarop ontwikkelingen vormgegeven kunnen worden onderling verschilt. Aan de oostzijde van de Maaslandse Poort ligt het accent op wonen en kleinschalig landelijk recreëren. De aanwezige horeca (‘t Sonnetje, Bavette), het informatiepaneel en het boerenpad door de weilanden vormen daarvoor een prima basis waarop in de toekomst verder kan worden voortgeborduurd. In het deel binnen de bebouwingscontour (bestaand stedelijk gebied) vormen de bestaande percelen het uitgangspunt. Intensivering van deze percelen is binnen een bandbreedte mogelijk. Het accent ligt op wonen, horeca en recreatie en daaraan ondergeschikte voorzieningen. De korrelgrootte van nieuwe gebouwen is klein en sluit aan op de bestaande bebouwing. Eén bouwlaag met kap is het uitgangspunt. Natuurlijke materialen zoals hout en riet in combinatie met glas vormen de basis.
Het kleurgebruik is ingetogen en bestaat voornamelijk uit natuur- en aardetinten. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen de bebouwingscontour. Met de toevoeging van twee nieuwe woningen op het perceel van een bestaande woning aan de Kortebuurt, vindt een intensivering plaats die in verhouding staat tot bebouwingsdichtheid in de omgeving. Bij de nieuwe bebouwing wordt rekening gehouden met de genoemde aandachtspunten. In de kavelpaspoorten is hier uitgebreid aandacht aan besteed. Omgevingsvisie 1.0 Midden-Delfland De gemeenteraad van Midden-Delfland heeft op 26 oktober 2021 de Omgevingsvisie 1.0 Midden-Delfland vastgesteld. Deze omgevingsvisie biedt een vooruitblik op de fysieke leefomgeving tot het jaar 2040. De visie is opgesteld vanuit een integraal perspectief. Dat wil zeggen dat het niet alleen om ruimtelijke vraagstukken gaat, maar ook over sociale en economische vraagstukken en ontwikkelingen. Alle verschillende onderdelen zijn vertaald naar de fysieke leefomgeving van de toekomst. Met het opstellen van deze omgevingsvisie geeft de gemeente richting, inspireert en motiveert zij Midden-Delflanders, haar ondernemers en maatschappelijke organisaties. De gemeente ziet deze omgevingsvisie als een Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023
22
omgevingsvisie 1.0. Het is een volwaardige visie die gebaseerd is op bestaand beleid en bestaande beleidsvisies, aangevuld met een aantal grote ontwikkelingen die op ons afkomen en opgaven waar we voor staan. Daarbij valt te denken aan energietransitie, klimaatadaptatie, woningbouwplannen, ambities uit de visie Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland en infrastructurele projecten. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de Omgevingsvisie 1.0 als structuurvisie in de zin van de Wet ruimtelijke ordening. De omgevingsvisie vervangt de structuurvisie Midden-Delfland 2025 uit 2011. Met de vaststelling van de omgevingsvisie is deze structuurvisie ingetrokken. Afzonderlijke kernkwaliteiten, trends, ontwikkelingen en opgaven leiden tot integrale ambities. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen algemene, abstractere ambities voor de hele gemeente (in de regio) en hoe die ambities concreter landen in afzonderlijke deelgebieden. De gemeentebrede ambities zijn onderverdeeld in vier thema’s: Omgevingskwaliteit en leefbaarheid, Duurzaamheid, Gebruikswaarde en Cultureel erfgoed. Daarnaast worden er drie deelgebieden onderscheiden: het buitengebied, onze dorpen en de Harnaschpolder. Op de visiekaart voor Maasland is het voorliggende plangebied aangeduid als ‘Ontwikkeling Maaslandse Poort’.
Daarmee samenhangend is ook de ambitie opgenomen om de entrees tot het dorp aantrekkelijker te maken. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt aangesloten bij het Ontwikkelingskader De Maaslandse Poort, zoals eerder beschreven. Handleiding Beeldkwaliteit Buitengebied Op 7 februari 2017 is de Handleiding Beeldkwaliteit vastgesteld voor het buitengebied. Deze handleiding biedt een beleids- en inspiratiebron bij het opstellen van bouwplannen om de beeldkwaliteit van MiddenDelfland te behouden en bevorderen. Daarmee wordt beoogd om te bevorderen, stimuleren en te faciliteren. De Handleiding Beeldkwaliteit Buitengebied is bedoeld om partijen een concreet kader mee te geven bij het ontwikkelen van plannen in het buitengebied. Hoewel dit document voornamelijk ingaat op de herinrichting van bestaande en voormalige agrarische bedrijfskavels, bevat het principes en voorbeelden met betrekking tot situering van bebouwing, zichtlijnen en architectuur die tevens van toepassing zijn bij de ontwikkelingen in het ‘entreegebied’ van de Maaslandse Poort. Het handboek bevat algemene randvoorwaarden voor de beeldkwaliteit in het veenweidegebied. Voor het topgebied provinciaal landschap Midden-Delfland is ‘continuïteit van karakter’ de algemene richtlijn. Deze richtlijn is meegenomen in het gebiedsprofiel.
Voor cultuurhistorisch waardevolle linten gelden richtlijnen wat betreft de kavel, bebouwing en ontwikkeling bestaande bouw. Bij de kavelpaspoorten die voor de voorgenomen ontwikkeling zijn opgesteld is nadere invulling gegeven aan de gestelde richtlijnen op het gebied van beeldkwaliteit. Woonvisie Midden-Delfland 2010-2025 In juni 2010 is de Woonvisie 'sturen op diversiteit' van de gemeente Midden-Delfland vastgesteld voor de periode 2010-2025. In de visie wordt voortgebouwd op de keuzes en uitspraken in de Gebiedsvisie MiddenDelfland en de Toekomstvisie. De basis voor de Woonvisie wordt gevormd door de woningmarktanalyse Midden--‐Delfland 2009--‐2025. Het beleid zet zich in op het versterken van de diversiteit van de bevolking. Dit vraagt met name om het vergroten van de kansen voor starters en jonge (potentiële) gezinnen. Om dit te bereiken is een gevarieerd woningaanbod nodig, met name in de 'start- ' en 'tussensegmenten'. Daarnaast speelt de visie ook in op de vergrijzing, door een goed aanbod van en afstemming tussen wonen, zorg en welzijn en wordt de verantwoordelijkheid genomen voor kwetsbare groepen op de woningmarkt. Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023
23
Het beleid op hoofdlijnen samengevat: • De gemeente zet in op de diversiteit van de bevolking vanuit het streven naar Vitale Dorpen. • Dit vraagt met name om het vergroten van de kansen voor starters en jonge (potentiële) gezinnen. • Hiervoor is een gevarieerd woonaanbod nodig, met name meer betaalbare woningen in de ‘start- en tussensegmenten’. • De gemeente wil ook inspelen op de vergrijzing door een goed aanbod van en afstemming tussen wonen, zorg en welzijn. • De gemeente vraagt aandacht voor duurzaamheid en energiebesparing op het gebied van wonen en bouwen. • De gemeente neemt verantwoordelijkheid voor kwetsbare groepen op de woningmarkt. De gemeente wil met name bij grotere nieuwbouwprojecten bepaalde doelstellingen bereiken op het gebied van duurzaam bouwen en de technische en woonkwaliteit die verder gaan dan de wettelijke eisen (zoals Bouwbesluit). De gemeente wil de uitgangspunten en doelstellingen vastleggen in contracten en convenanten met ontwikkelaars. De gemeente zet in op creëren van aanbod van ‘alternatieve’ woonvormen door ontwikkelaars te stimuleren om met vernieuwende ideeën te komen en ‘alternatieve’ woonvormen te realiseren. Daarbij ligt de voorkeur voor woonvormen of concepten die duurzaam kunnen worden ontwikkeld. Dergelijke woonvormen zullen niet in grote aantallen gerealiseerd moeten worden.
De gemeente ziet dit als een nichemarkt en een manier om net die extra keuzevrijheid te bieden aan de bewoners die dat willen. De woonvisie is nader uitgewerkt in een woonagenda. Woonagenda In maart 2017 is de woonagenda Midden-Delfland voor de periode 2016-2020 door de gemeente vastgesteld. Met deze woonagenda geeft de gemeente nadere invulling aan de in de woonvisie 2010- 2025 geformuleerde doelstellingen. De woonagenda voorziet in de behoefte aan aanscherping en concreter maken van de woonvisie, vooral ten aanzien van de drie dorpen. In Maasland vergrijst de bevolking de komende jaren het sterkst. Wanneer er geen woningen aan de woningmarkt worden toegevoegd, kan de vitaliteit van het dorp onder druk komen te staan. De gemeente wil de komende jaren in Maasland daarom maximaal inzetten op het aantrekken van gezinnen. Zij doet dit door het realiseren van nieuwbouw voor specifieke doelgroepen, in combinatie met het bevorderen van doorstroming. Behalve dat ze de lokale behoeften wil faciliteren, wil de gemeente ook gezinnen van buiten aantrekken. Voor de vitaliteit van Maasland is het noodzakelijk om eengezinswoningen in de koopsector toe te voegen. Dit zijn woningen in diverse prijsklassen, zowel voor startende als voor ‘opstromende’ gezinnen. In Maasland zijn van de drie dorpen de meeste eengezinswoningen in de sociale huur.
Voor senioren en ‘empty-nesters’ is behoefte aan gelijkvloerse woningen, zowel in de sociale huur, de vrije sector huur als in de koopsector. In het algemeen vormt energiebesparing voor de gemeente een belangrijk aandachtspunt, ook waar het gaat om het beperken van de woonlasten. Winst is niet alleen te bereiken bij nieuwbouw, maar ook in de bestaande voorraad. De gemeente zet in op energiebesparende maatregelen om zo de (groei in) woonlasten te beperken en bewoners bewust te maken van hun invloed op de noodzakelijke energietransitie. Dit doet de gemeente zowel voor nieuwbouw en de bestaande bouw. Uitgangspunten zijn de ambities en maatregelen zoals vastgelegd in het duurzaam energie actieplan en in de Energievisie Samen naar een CO2-neutraal Midden-Delfland.
Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023
24
De bestaande woning aan de Kortebuurt 14 wordt momenteel antikraak bewoond. Deze woning wordt ingepast in dit bestemmingsplan; ingegeven door de grootte van het perceel, de verkoopbaarheid en de behoefte aan (bouw)kavels in de gemeente is het voornemen ontstaan om het perceel te splitsen en hierop twee nieuwe woningen te realiseren. Er worden dus twee nieuwe eengezinswoningen in de koopsector aan de woningvoorraad toegevoegd. Daarmee wordt voorzien in nieuwe aantrekkelijke woongelegenheid voor gezinnen, zowel voor lokale behoefte als van buitenaf.
Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023
25
4
Milieu
4.1
M.e.r.-beoordeling Op 1 april 2017 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage aangepast. Het besluit is aangepast omdat de Europese rechter heeft geoordeeld dat de drempelwaarden voor m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten onvoldoende recht deden aan de vraag of er sprake is van "aanzienlijke gevolgen voor het milieu". Het gewijzigde besluit is op 7 juli 2017 in werking getreden en de drempelwaarden van de projecten als genoemd op de C en D-lijst zijn nu indicatief. Dat betekent dat als een project (ruim) onder de drempelwaarden blijft er wel een toetsing moet worden gedaan. Het bevoegd gezag moet zich er van vergewissen dat er daadwerkelijk geen aanzienlijke gevolgen voor het milieu zijn. De voorgenomen ontwikkeling van twee woningen kan worden aangemerkt als een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ zoals voorkomend in de eerste kolom van de D-lijst behorende bij het Besluit m.e.r. (categorie 11.2). Hoewel de ontwikkeling ruimschoots onder de drempelwaarden (100 hectare of 2.000 woningen) blijft, dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd, waarover een apart besluit moet worden genomen. Voorliggend plan ligt niet binnen of in de directe nabijheid van een kwetsbaar of waardevol gebied.
Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling, het huidige gebruik en de directe omgeving van het plangebied zijn geen significante nadelige effecten op het milieu te verwachten. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is op basis van de beschrijving van het plan in hoofdstuk 2 en de (milieu)aspecten in hoofdstuk 4 voldoende inzicht gegeven in de milieugevolgen van het plan zoals bedoeld in de criteria van bijlage III van de m.e.r.-richtlijn. Daarbij zijn de diverse (milieu)aspecten zorgvuldig afgewogen, en is per aspect bepaald wat de gevolgen van de ontwikkeling zijn. Uit de afweging is gebleken dat de effecten niet van dien aard zijn dat een m.e.r.-beoordeling aan de orde is. Op grond van het voorgaande zijn belangrijke nadelige milieueffecten uitgesloten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling of MER niet zinvol wordt geacht. Een nadere beoordeling in een m.e.rbeoordeling of plan-m.e.r. is niet noodzakelijk. Het college van burgemeester en wethouders zal tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan een formeel m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen.
4.2
Bedrijven en milieuzonering Kader Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure “Bedrijven en Milieuzonering” van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken.
Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023
26
Afbeelding 4.1: Richtafstanden VNG-brochure.
Onderzoek Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van twee nieuwe woningen mogelijk. Dit geldt als een gevoelige functie, waardoor rekening moet worden gehouden met de VNG-richtafstanden. Het plangebied en de omgeving kan worden gekwalificeerd als ‘gemengd gebied’. In de directe omgeving komen naast wonen onder andere ook bedrijfs-, horeca- en maatschappelijke functies voor. Daarnaast ligt op korte afstand aan de zuidkant de A20, die geldt als hoofdinfrastructuur. Voor ‘gemengd gebied’ kan wat betreft de VNGrichtafstanden een stap ‘terug’ worden gedaan. Hieronder worden op basis van het vigerende bestemmingsplan de relevante inrichtingen / bestemmingen in de omgeving beschouwd. Ten oosten van het plangebied ligt een bestemming ‘Maatschappelijk’, met de aanduiding ‘dierenarts’. Het betreft hier de dierenarts aan de Foppenpolder 1. Op het terrein ligt onder meer een mestplaat, aan de zuidkant van het perceel. In het vigerende bestemmingsplan is geen maximale milieucategorie opgenomen. In de richtafstandenlijst van de VNG komt deze specifieke inrichting niet terug; maar is een manege die als vergelijkbaar kan worden beschouwd aangeduid als categorie 3.1. Aan de richtafstand van 30 m tot de woningen wordt voldaan.