CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

07 RO-BP-621.147.50-TL-VA01

Gemeenteraad 26 september 2023, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Maaslandse Zoom25.075 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De belangrijkste bevindingen zijn in deze paragraaf samengevat. Uit de in de quickscan uitgevoerde bureaustudie en biotooptoets is naar voren gekomen dat het onwaarschijnlijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van de in de Wnb beschermde soorten. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Voor de werkzaamheden is geen ontheffing van de Wnb benodigd. De onderzoeksresultaten van de onderzochte soorten zijn per soortgroep samengevat in tabel 4.2.

Bestemmingsplan “Maaslandse Zoom” Toelichting Vaststelling – 23 augustus 2023

45

Tabel 4.2: Overzicht onderzoeksresultaten per soortgroep (bron: ABO-Milieuconsult, 15 november 2021).

De zorgplicht van de Wnb is wel altijd van toepassing. In de quickscan is geadviseerd hoe aan deze zorgplicht invulling kan worden gegeven. Ook zijn er, naast de consequenties die voortkomen uit de Wnb, in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling in de quickscan enkele aanbevelingen gegeven om de ecologische structuren in de omgeving te versterken. Gebiedsbescherming Het plangebied valt niet binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), inclusief de zogenaamde verbindingszones die verschillende NNN-gebieden met elkaar verbinden. Met de voorgenomen ontwikkeling gaat dan ook geen oppervlakte aan NNN-gebied verloren. Er kunnen zodoende geen negatieve effecten door het plan op het NNN optreden. Het plangebied maakt eveneens geen onderdeel uit van een ander beschermd natuurgebied, zoals een Natura 2000-gebied, belangrijk weidevogelgebied of strategische reservering natuur. Op circa 8 km afstand liggen de Natura 2000-gebieden Solleveld & Kapittelduinen en Oude Maas. Het plangebied ligt tussen belangrijk weidevogelgebied, maar maakt daar geen deel van uit. Stikstof Rondom het plangebied zijn diverse Natura 2000-gebieden aanwezig. Het meest nabij gelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is Solleveld & Kapittelduinen (circa 7 km afstand).

Ondanks de relatief grote afstand dient te worden aangetoond dat er geen negatieve effecten zijn als gevolg van stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden. In dit kader heeft KuiperCompagnons in 2023 een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd. Hierin is beoordeeld of de bouw (aanlegfase) en het gebruik (gebruiksfase) van 109 nieuwe woningen in het plangebied leidt tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden. De notitie bij het onderzoek is opgenomen in bijlage 10. Uit het onderzoek wordt geconcludeerd dat met zekerheid kan worden gesteld dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden door de aanleg en het gebruik van de nieuwe woningen. Dit betekent dat significant negatieve effecten op de instandhouding van die gebieden kunnen worden uitgesloten en dat de Wet natuurbescherming niet leidt tot belemmeringen voor de ontwikkelingen in dit project. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot aantasting van in de Wnb beschermde flora en fauna. Nader onderzoek en ontheffing van de Wnb is niet benodigd. Het plangebied maakt daarnaast geen onderdeel uit van beschermde natuurgebieden. Wat betreft stikstof is geconcludeerd dat significant negatieve effecten

Bestemmingsplan “Maaslandse Zoom” Toelichting Vaststelling – 23 augustus 2023

46

op de instandhouding van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten en dat de Wnb niet leidt tot belemmeringen. 4.9

Water Kader Er is een groot aantal beleidsstukken dat betrekking heeft op de waterhuishouding. Hieronder wordt één en ander uiteengezet. Europees en rijksbeleid Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. De ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hadden de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het opstellen van het NWP. Zij ontwikkelden dit samen met medeoverheden, drinkwaterbedrijven, maatschappelijke organisaties en branche- en sectorpartijen. Om de uitdagingen rondom water het hoofd te bieden is samenwerking cruciaal. Op grond van Europese regelgeving en de nationale Waterwet zijn iedere 6 jaar nationale plannen voor water nodig. In het NWP komen het oude Nationaal Waterplan (voor beleid) en het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren (voor beheer) samen. Zo wordt al in de geest van de Omgevingswet gewerkt. Daarnaast zijn het Programma Noordzee, de stroomgebiedbeheerplannen en de overstromingsrisicobeheerplannen onderdeel van het NWP. Hiermee geeft het programma invulling aan de Europese richtlijnen voor water.

Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater en waterverdeling, waterkwaliteit, natuur, scheepvaart en de functies van de rijkswateren. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van de waterkeringen, het oppervlaktewater en het grondwater, verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening en zorgt voor een eenduidige bestuurlijke procedure en daarbij behorende rechtsbescherming voor besluiten. De Waterwet dient als paraplu om de Kaderrichtlijn Water (KRW) te implementeren en geeft ruimte voor implementatie van toekomstige Europese richtlijnen. Nationaal Bestuursakkoord Water In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen. In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten.

Het doel van dit instrument is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet in beschouwing worden genomen als het gaat om waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Uitvoering van de watertoets betekent in feite dat de gemeente en het waterschap samenwerken bij het uitwerken van ruimtelijke plannen, zodat problemen (bijvoorbeeld wateroverlast of verdroging) in het gebied zelf en de omgeving worden voorkomen. De watertoets is sinds 2003 verankerd in de wetgeving en hiermee verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten.

Bestemmingsplan “Maaslandse Zoom” Toelichting Vaststelling – 23 augustus 2023

47

Kaderrichtlijn water De Kaderrichtlijn Water is opgesteld om de waterkwaliteit in Europa te verbeteren. De richtlijn is sinds 2000 van kracht. In de richtlijn staan afspraken die ervoor moeten zorgen dat uiterlijk in 2027 het water in alle Europese landen voldoende schoon en gezond is. Waterbeheer 21e eeuw (WB21) In september 2000 heeft de commissie Waterbeheer 21e eeuw advies uitgebracht over het toekomstig waterbeheer in Nederland. Belangrijk onderdeel van WB21 is het uitgangspunt van ruimte voor water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden. Berging moet binnen het stroomgebied plaatsvinden. Dit betekent onder andere het aanwijzen en in stand houden van waterbergingsgebieden. Daarnaast wordt verdroging bestreden en worden watertekorten verminderd. Provinciaal beleid Regionaal Waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027 Provinciale Staten hebben het regionaal waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027 vastgesteld. In dit programma beschrijft de provincie Zuid-Holland haar waterbeleid. Hierin staat hoe de provincie samen met haar partners werken aan een regionaal watersysteem dat bijdraagt aan een gezond, veilig, aantrekkelijk, concurrerend en bereikbaar Zuid-Holland. Er zijn diverse Europese richtlijnen rondom water, zoals de Kaderrichtlijn Water, de Grondwaterrichtlijn, de Richtlijn Overstromingsrisico's en de Zwemwaterrichtlijn.

In de Waterwet is bepaald wat de provincie moet doen om uitvoering te geven aan deze richtlijnen. Dit staat dus in het regionaal waterprogramma van de provincie. De provincie Zuid-Holland gaat in het regionaal waterprogramma – naast deze verplichte onderwerpen – ook in op onderwerpen zoals zoetwatervoorziening, waterrecreatie, vaarwegen en wateroverlast. Op deze manier komt al provinciaal beleid dat te maken heeft met water samen in één document. Dit geeft een helder beeld van de aanpak van de provincie en laat de samenhang tussen de verschillende onderwerpen duidelijk zien. Provinciale Staten hebben het regionaal waterprogramma unaniem vastgesteld. Bij de uitwerking van het regionaal waterprogramma is intensief samengewerkt met een groot aantal belanghebbende partijen, waaronder de zeven Zuid-Hollandse waterschappen, drinkwaterbedrijven, omgevingsdiensten en gemeenten. Het regionaal waterprogramma wordt iedere zes jaar geactualiseerd en als het nodig is vaker. Beleid waterbeheerder Hoogheemraadschap van Delfland – Waterbeheerprogramma 2022-2027 Op 10 maart 2022 heeft het bestuur van het Hoogheemraadschap van Delfland het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP6) ‘Waterwerk-Watermerk’ vastgesteld. Dit is de opvolger van het Waterbeheerplan 20162021.

Hiermee geeft Delfland invulling aan de verplichting voor waterschappen onder de Omgevingswet om een waterbeheerprogramma op te stellen. In het Waterbeheerprogramma beschrijft het Hoogheemraadschap van Delfland haar strategie voor de uitvoering van kerntaken voor de aankomende jaren. Het is de leidraad voor het handelen van het hoogheemraadschap in de periode 2022-2027. Daarbij vormt het een uitnodiging aan private, particuliere en publieke partijen om binnen de uitgezette koers met initiatieven te komen. Bij de uitvoering staan de kerntaken vanzelfsprekend voorop: waterveiligheid, waterbeheer en waterzuivering. Naast een aantal verplichte onderdelen (de Kaderrichtlijn Water, de richtlijn overstromingsrisico’s, de richtlijn zwemwater en Natura 2000), zijn er voor het waterbeheerprogramma geen vormvereisten. Delfland heeft voor het WBP6 gekozen voor een opzet met drie verschillende niveaus: WBP6 op hoofdlijnen, een thematisch overzicht van maatregelen en activiteiten, en een kennisbank. Bestemmingsplan “Maaslandse Zoom” Toelichting Vaststelling – 23 augustus 2023

48

Watertoets De watertoets komt voort uit het advies van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw en het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW, 2003; NBW-actueel, 2008). De toets berust op twee uitgangspunten: 1. ‘Standstill’-beginsel - negatieve effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op het watersysteem worden voorkomen; 2. verbetering - in ruimtelijke ontwikkelingen worden de kansen die zich voordoen om bestaande knelpunten in het watersysteem te helpen oplossen, benut. Bij een bestemmingsplan en een omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing is de watertoets een wettelijke verplichting. In de volgende paragraaf worden de onderwerpen benoemd en de handreiking toegelicht. De actuele versie van de handreiking watertoets voor gemeenten is te vinden op de website van het Hoogheemraadschap van Delfland. Keur en Legger Alle handelingen of werkzaamheden in de nabijheid van watergangen en waterschapswegen vallen onder de regels van de Keur. In deze verordening van het Hoogheemraadschap zijn gebods- en verbodsbepalingen opgenomen om de waterstaatsbelangen veilig te stellen. In de meeste gevallen zal een vergunning moeten worden verleend door het Hoogheemraadschap. De Legger Wateren is een register waarin functie, afmetingen en onderhoudsplichtigen van wateren (zoals sloten en vaarten), waterbergingen en natuurvriendelijke oevers vastgelegd zijn.

Ook geeft de legger de ligging van wateren, waterbergingen en natuurvriendelijke oevers aan, zodat duidelijk is waarop de Keur van toepassing is. Gemeentelijk beleid Waterplan Midden-Delfland Het gemeentelijk waterbeleid is vastgelegd in het Waterplan Midden-Delfland, dat uit drie delen bestaat: de watervisie, het waterstructuurplan en het uitvoeringsplan. Het waterplan is gebiedsgericht waarin alle samenhangende thema's rond het waterbeheer aan bod komen. De watervisie is uitgewerkt in het waterstructuurplan, dat op zijn beurt op kaart en in beschrijving weergeeft wat de opgave in de polders van Midden-Delfland is. Ook zijn in het structuurplan afspraken opgenomen over de wijze waarop de wateropgave wordt gerealiseerd. Concrete maatregelen en procesafspraken zijn gebundeld in het uitvoeringsprogramma. Onderzoek In het kader van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied heeft Waterfeit in 2022 een waterhuishoudkundig plan opgesteld. Hierin wordt uitvoerig ingegaan op de relevante wateraspecten in relatie tot het plangebied. Eerst beschrijft het plan de bestaande situatie wat betreft het watersysteem, waterkeringen, bodemopbouw en maaiveld, grondwater en oppervlakten.

Voor de toekomstige situatie wordt achtereenvolgens ingegaan op het watersysteem, oppervlakten, wateropgave, aanvullende waterberging, afwatering van hemelwater, afvalwater, ontwerphoogte en ontwatering, klimaatadaptatie, waterkeringen, waterkwaliteit en onderhoud. Een concept van het waterhuishoudkundig plan is voorgelegd aan en afgestemd met het hoogheemraadschap. Op basis daarvan is het rapport aangepast en aangevuld. Het volledige waterhuishoudkundig plan is opgenomen in bijlage 11. In deze waterparagraaf worden de belangrijkste aspecten beknopt samengevat. Bestaande situatie watersysteem Het plangebied ligt volledig in het peilgebied GPG2014COM3 van het Hoogheemraadschap van Delfland, met een vastgesteld peil van 2,88 m-NAP. Aan de zuidzijde grenst het gebied aan een peilgebied met een Bestemmingsplan “Maaslandse Zoom” Toelichting Vaststelling – 23 augustus 2023

49

7 cm lager peil. Aan de westzijde liggen gebieden met een hoger peil, waaronder de door de waterkering van het gebied afgescheiden boezem. Het plangebied wordt aan vrijwel alle zijden begrensd door een watergang. Aan de noord- en zuidzijde zorgen de poldersloten voor de langwerpige verkavelingsstructuur en het herkenbare (kavel)patroon van het slagenlandschap. Aan de oost- en westkant zijn deze sloten verbonden door dwars op de verkavelingsstructuur lopende watergangen, die de begrenzing van het perceel vormen. Ook tussen het smallere westelijke en bredere oostelijke deel van het plangebied loopt een watergang. Deze noordzuidelijke watergangen vormen een duiker ter plaatse van de onverharde weg die in de huidige situatie door het plangebied loopt. Uit de leggerkaart van het Hoogheemraadschap van Delfland blijkt dat deze watergangen grotendeels secundaire wateren zijn. De watergang tussen de beide plandelen, doorlopend in noordelijke richting langs mbo Lentiz, is aangeduid als primair water. Afbeelding 4.5 toont een uitsnede van de Legger. Verder bevinden zich ten oosten van het gebied keerschotten bij de aansluiting op de primaire watergang ten oosten van het gebied. De twee hogere peilgebieden aan de zuidwestzijde van het gebied wateren via twee stuwen en twee lange duikers af op het plangebied.

Op de grens met het peilgebied van 2,95 m-NAP aan de zuidzijde bij het terrein van Staatsbosbeheer bevindt zich wel een duiker in de legger, maar geen stuw. Waterveiligheid Het plangebied bevindt zich niet binnen de beschermingszone van een regionale waterkering. De gronden kennen in het geldende bestemmingsplan daarom ook geen beschermende dubbelbestemming. De beschermingszone langs de waterkering aan de noordwestkant valt niet binnen het plangebied. Het plan vormt zodoende geen belemmering voor de waterveiligheid en bescherming van waterkeringen.

Afbeelding 4.5: uitsnede Leggerkaart Hoogheemraadschap van Delfland (het plangebied is rood omkaderd).

Bestemmingsplan “Maaslandse Zoom” Toelichting Vaststelling – 23 augustus 2023

50

Toekomstige situatie watersysteem Het bestaande watersysteem blijft in de toekomstige situatie gehandhaafd. Op enkele locaties wordt het water verbreed. De watergang aan de oostzijde van het plangebied wordt aan de zijde van het plangebied verbreed en krijgt aan de zijde van het perceel van Staatsbosbeheer een flauwe oever. In de centrale groenzone is ruimte voor een wadi. Het huidige waterpeil van 2,88 m- NAP wordt gehandhaafd. Het maaiveld wordt gemiddeld circa 0,30 m opgehoogd naar een wegpeil van 1,90 m- NAP. De drooglegging bedraagt daarbij 0,98 m. Wateropgave en waterberging In de huidige situatie is het plangebied grotendeels onverhard, en op een open schuur na onbebouwd. Met de toevoeging van de nieuwe woningen en bijbehorende voorzieningen zoals wegen en parkeerplaatsen neemt het oppervlak aan verharding in het gebied toe. Watercompensatie is zodoende benodigd. In het gebiedspaspoort en daaruit volgend stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met het realiseren van de wateropgave. Het bestaande systeem van watergangen in en rondom het plangebied blijft behouden, en wordt uitgebreid ten behoeve van watercompensatie. Daarnaast is het ‘bosje’ van Staatsbosbeheer ten oosten van het plangebied aangemerkt als zoekgebied voor watercompensatie. Uit het waterhuishoudkundig plan blijkt dat het verhard oppervlak ten opzichte van de huidige situatie toeneemt met 1,06 ha.

Afbeelding 4.6 en 4.7 tonen situatietekeningen van de bestaande en toekomstige situatie van het plangebied. Een overzicht van verharde en onverharde oppervlakten is weergegeven in tabel 4.3.

Afbeelding 4.6: Oppervlakten bestaande situatie (bron: Waterfeit, november 2022).

Bestemmingsplan “Maaslandse Zoom” Toelichting Vaststelling – 23 augustus 2023

51

Afbeelding 4.7: Oppervlakten toekomstige situatie (bron: Waterfeit, november 2022).

Tabel 4.3: Overzicht verharde en onverharde oppervlakten, bestaande (links) en toekomstige (rechts) situatie (bron: Waterfeit, november 2022).

Met behulp van deze oppervlakten heeft Waterfeit de watersleutel van het Hoogheemraadschap van Delfland ingevuld. Hieruit volgt een totale wateropgave van 1.818 m2 oppervlaktewater in het plangebied (zie bijlage 4 bij het waterhuishoudkundig plan). Daarbij is uitgegaan van een huidig aanwezig wateroppervlak van 1.099 m2. In 2009 is in het plangebied extra wateroppervlak van 266 m2 gegraven, vastgelegd in een overeenkomst tussen de initiatiefnemer en Hoogheemraadschap van Delfland (“Overeenkomst uitvoering werk ten behoeve van de aanleg van de hoofdwatergang Commandeurspolder”, 9 september 2009). Dit in 2009 gegraven wateroppervlak is daarom bij de bestaande situatie in mindering gebracht en meegerekend als onderdeel van de wateropgave. De precieze uitgangspunten bij de watersleutelberekening zijn opgenomen in het waterhuishoudkundig plan. In de toekomstige situatie zal er 1.879 m² wateroppervlak aanwezig zijn in het plangebied. Bovenop het bestaande wateroppervlak van 1.099 m2 is in 2009 al 266 m2 extra water gerealiseerd. Daarnaast wordt in het kader van de ontwikkeling nog eens 539,7 m2 water toegevoegd, zoals te zien in afbeelding 4.8. Een klein deel van het bestaande water wordt gedempt ten behoeve van de nieuwe toegangsweg (25,7 m2). Dit te dempen water wordt, conform de beleidsregel ‘Dempen en graven’ van Delfland, met het toe te voegen water gecompenseerd.

Met een toekomstig wateroppervlak van 1.879 m2 wordt voldaan aan de wateropgave van 1.818 m² volgens de watersleutel en compensatie van te dempen water volgens de beleidsregel van het hoogheemraadschap.

Bestemmingsplan “Maaslandse Zoom” Toelichting Vaststelling – 23 augustus 2023

52

Afbeelding 4.8: Overzicht toekomstig oppervlaktewater en te dempen en toe te voegen wateroppervlak (bron: Waterfeit, november 2022).

In de “Civieltechnische randvoorwaarden behorend bij en ten behoeve van de anterieure overeenkomst voor het toekomstige bouwplan Maaslandse Zoom” is opgenomen dat per kavel over de achterzijde van het kavel (achtertuin en achterzijde dak) 25 mm hemelwaterberging gerealiseerd moet worden. Dit komt neer op 134 m³ extra waterberging voor het gehele plangebied. In plaats van een technische ondergrondse voorziening op elke kavel wordt minimaal 134 m³ waterberging gerealiseerd in een wadi in de centrale groenstrook. Dit biedt voordelen vanuit biodiversiteit en handhaafbaarheid. In de centrale groenstrook is meer dan voldoende ruimte om een wadi van 134 m³ in te passen bij een maximale waterdiepte van 0,30 m of kleiner. Afwatering Verhard oppervlak dat direct grenst aan de wadi en/of oppervlaktewater wordt zo aangelegd dat het hemelwater oppervlakkig afstroomt naar de wadi en/of het oppervlaktewater. Hemelwater van aangrenzend particulier terrein stroomt op die wijze ook oppervlakkig af, doordat alle hemelwater van particulier terrein bovengronds aangeboden wordt op de erfgrens. Overig verhard oppervlak inclusief daarop afwaterend particulier verhard oppervlak wordt aangesloten op een hemelwaterriool. De wadi wordt vertraagd geleegd naar het oppervlaktewater door middel van een drainagesysteem onder de waterberging. De bodemopbouw is beperkt geschikt voor infiltratie van hemelwater.

In de wijk komt een drainagesysteem om te voldoen aan de vereiste ontwateringsdieptes. Afvalwater Het afvalwater zal ingezameld worden door middel van een vuilwaterriool en met een rioolgemaal en persleiding afgevoerd worden naar de bestaande riolering in de Hofstede. Het hoogteverschil met het bestaande riool in de Hofsingel is te beperkt om zonder gemaal aan te kunnen sluiten. Het afval- en hemelwatersysteem en het drainagestelsel wordt in de DO-fase nader uitgewerkt. Klimaatadaptatie In het gebiedspaspoort en stedenbouwkundig plan is aandacht besteed aan het aspect klimaatadaptatie. Door klimaatveranderingen is het van belang om rekening te houden met hevige regenval, en daarbij Bestemmingsplan “Maaslandse Zoom” Toelichting Vaststelling – 23 augustus 2023

53

hemelwater te kunnen opvangen. Zo kan vanaf het dak van de woningen regenwater eerst gebufferd worden en vervolgens langzaam afgevoerd naar waterbergende voorzieningen. Zowel de openbare ruimte als de woonkavels dragen bij aan de klimaatadaptatie, bijvoorbeeld middels regentonnen en open verharding. De nadere uitwerking van de waterbergingsopgave en afwatering in het waterhuishoudkundig plan is hierboven al beschreven. Daarnaast gaat het waterhuishoudkundig plan nog specifiek in op het Convenant Klimaatadaptief Bouwen (zie ook paragraaf 4.10), en de onderdelen hevige neerslag en droogte daaruit. Ten aanzien van hevige neerslag en de eis van waterberging op privaat terrein, is aangegeven dat minimaal 134 m³ aanvullende waterberging gerealiseerd wordt in een wadi in de centrale groenstrook. Ten opzichte van het totale particulier verhard oppervlak betekent dit 22 mm aanvullende berging. Hiermee wordt voorzien in aanvullende waterberging conform de anterieure overeenkomst. Om te voldoen aan 40 mm berging zou de wadi een inhoud van 244 m³ moeten krijgen. In het DO wordt de wadi nader uitgewerkt. Wat betreft hevige neerslag, wordt in een nog op te stellen rioolplan getoetst of geen schade optreedt bij hevige neerslag.

Voor het aspect langdurige droogte, geeft het waterhuishoudkundig plan een beschrijving van de verwachte grondwaterstanden in relatie tot de inrichting van het gebied. Daarnaast is een globale berekening gemaakt van de hoeveelheid neerslag die per jaar infiltreert in het plangebied. Daaruit volgt dat over het totaal oppervlak van het plangebied (2,29 ha) circa 600 mm infiltreert, ofwel 67%. Hiermee wordt ruim voldaan aan het convenant. Daarin is nog niet meegerekend dat een deel van de verharding afwatert naar groen en/of via de berm naar het oppervlaktewater. Daarbij zal op jaarbasis ook nog een aanzienlijk deel van de neerslag infiltreren. Waterkwaliteit Binnen het plangebied zijn geen KRW-waterlichamen aanwezig. Daarnaast vinden er behalve enkele verbredingen geen aanpassingen plaats aan het oppervlaktewatersysteem. De afvoer van hemelwater naar de watergangen zorgt voor doorspoeling van de watergangen. Om het hemelwater zo schoon mogelijk te houden, dienen niet-uitlogende materialen gebruikt te worden bij de bouw. Verder heeft de wadi een zuiverende werking op het hemelwater. Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud van het gemeentelijke inzamelings- en transportstelsel ligt bij de gemeente, tot aan het eindgemaal, dat in beheer is van het Hoogheemraadschap van Delfland.

Het hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het transport vanuit het eindgemaal tot en met afvalwaterzuiveringsinstallatie en voor de zuivering. De gemeentelijke riolering moet bereikbaar zijn voor beheer en onderhoud. Het beheer en onderhoud van de secundaire watergangen ligt bij de eigenaar van het betreffende perceel. De gemeente Midden-Delfland en de initiatiefnemer hebben op 1 februari 2022 de wijze van onderhoud van de watergangen in de toekomstige situatie besproken. De afspraken zijn vastgelegd in een verslag, dat is opgenomen als bijlage bij het waterhuishoudkundig plan. De nadien ingetekende verbredingen van de watergangen zijn hierin nog niet opgenomen. Op basis van het stedenbouwkundig plan, worden de percelen aan de zuidzijde uitgegeven tot aan het water. Deze watergang komt in onderhoud bij de bewoners. Conclusie Voor het plangebied is een waterhuishoudkundig plan opgesteld, dat is afgestemd met het Hoogheemraadschap van Delfland. Hierin zijn de verschillende aspecten van de waterhuishouding in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling uitgewerkt. In het plan is voorzien in de benodigde waterbergingsopgave, die ook in de regels van dit bestemmingsplan is vastgelegd. Ook de overige wateraspecten vormen geen belemmering voor dit bestemmingsplan. Bestemmingsplan “Maaslandse Zoom” Toelichting Vaststelling – 23 augustus 2023

54

4.10

Duurzaamheid Kader Nationaal klimaatbeleid In 2013 zijn er in het ‘Energieakkoord voor duurzame groei’ reeds afspraken gemaakt over energiebesparing, stimuleren van duurzame energie en werkgelegenheid tussen de overheid, vakbonden, werkgevers en milieuorganisaties. Tijdens de klimaattop in Parijs in 2016 hebben 197 landen, waaronder Nederland, zich gecommitteerd aan het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2 graden met 1,5 graad als streefwaarde. In de Klimaatwet (2019) is vastgelegd dat broeikasgasuitstoot (ten opzicht van 1990) met respectievelijk 49 procent in 2030 en 95 procent in 2050 verminderd moeten worden. Daarnaast moeten er in 2050 een volledig CO2-neutrale elektriciteitsproductie zijn. In het Klimaatakkoord dat op 26 juni 2019 door het kabinet is gepresenteerd staan afspraken met verschillende sectoren om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan en de doelen uit de Klimaatwet te kunnen halen. Deze afspraken zijn ingedeeld per sector: elektriciteit, gebouwde omgeving, industrie, landbouw en landgebruik, en mobiliteit. Zo is voor de gebouwde omgeving afgesproken dat in 2030 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd zijn, en in 2050 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af zijn. Hierbij is een centrale rol weggelegd voor gemeentes, en wordt een wijkgerichte aanpak gehanteerd.

Wet Voortgang Energie Transitie Op 1 juli 2018 is de Wet Voortgang Energie Transitie (VET) in werking getreden. Deze Wijzigingswet heeft een aantal aanpassingen doorgevoerd in de Gaswet en de Elektriciteitswet. Door de wijziging van de Gaswet mag een netbeheerder geen aardgasaansluiting meer verzorgen voor nieuwbouw. De aansluitplicht is dus vervallen, waarmee nieuwbouw niet meer aangesloten kan worden op het aardgasnet. Een belangrijk aandachtspunt is dat dit alleen geldt voor kleinverbruikers. Kleinverbruikers hebben een gasmeter tot en met G25 (een doorlaat-waarde tot en met 40 m³ per uur). Veel grotere kantoorpanden en bedrijven hebben een grotere aansluiting en hebben dus nog steeds recht op een aardgasaansluiting. Daarnaast biedt de Wet VET het college de ruimte om gebieden aan te wijzen waar netbeheerders geen nieuwe aardgasaansluitingen meer mogen verzorgen. Van deze bevoegdheid mag alleen gebruik worden gemaakt als er is voorzien in alternatieve voorzieningen. Dit heeft echter alleen invloed op kleingebruikers. Voor grootverbruikers vervalt het recht op een gasaansluiting hiermee dus niet. De wetgeving biedt ook ruimte aan het college van B&W om bij zwaarwegende redenen van algemeen belang uitzonderingen te maken en toch in een gasaansluiting te voorzien.

BENG Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). De energieprestatie bij BENG wordt bepaald aan de hand van 3 individueel te behalen eisen: 1. de maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2.jr); 2. het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2.jr); 3. het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten (%). Convenant klimaatadaptief bouwen Zuid Holland In oktober 2018 heeft een groot aantal partijen in Zuid-Holland het Convenant Klimaatadaptief Bouwen ondertekend, waaronder provincie, gemeenten, waterschappen, bouwbedrijven, maatschappelijke organisaties, financiers en projectontwikkelaars. Het doel van het convenant is het verminderen van wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en het vergroten van de biodiversiteit. Met het convenant Bestemmingsplan “Maaslandse Zoom” Toelichting Vaststelling – 23 augustus 2023

55

is de ambitie vastgelegd dat nieuwbouwlocaties in Zuid-Holland zoveel mogelijk klimaatadaptief worden gebouwd, zodat ze bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. De urgentie hiervan is ingegeven door het Deltaprogramma in combinatie met de grote bouwopgave in Zuid-Holland. Klimaatverandering heeft grote impact op de leefomgeving en het aantal weersextremen neemt toe. ZuidHolland staat daarnaast voor een grote woningbouwopgave, tot 2025 zijn er in de provincie 100.000 nieuwe woningen nodig. De procesafspraken uit het convenant zijn vervolgens vertaald in een ‘Minimaal Programma van Eisen’, dat op 13 september 2019 aan de Deltacommissaris is overhandigd. Dit programma dient als voorlopige maatregel, totdat een instrumentarium ontwikkeld is waarmee de klimaat-bestendigheid van nieuwbouwprojecten kan worden beoordeeld. Het programma biedt praktische en concrete eisen die partijen in Zuid-Holland kunnen gebruiken om op korte termijn nieuwbouwplannen klimaatbestendig te ontwikkelen. Het is bedoeld om vooraf ruimtelijke plannen en ontwerpen aan te toetsen. De eisen zijn ingedeeld in zes thema’s: - Wateroverlast; - Droogte; - Hitte; - Bodemdaling; - Biodiversiteit; - Overstromingen. Hierbij is eveneens een Leidraad klimaatadaptief bouwen opgesteld.

Dit dient als hulpmiddel ter ondersteuning bij het concretiseren van de klimaatambities en het beoordelen van de gebieds-ontwikkeling op de zes klimaatthema’s. In de leidraad worden de thema’s inhoudelijk uitgewerkt. De thema’s zijn verbonden door de vaste stappen in het proces. De leidraad bestaat uit twee delen. Het eerste deel beschrijft per thema welke stappen genomen moeten worden om de ambities vast te leggen in eisen en te beoordelen. Het tweede geeft meer context aan en toelichting op het geheel. Onderzoek Voor wat betreft duurzaamheid zullen de nieuwe gebouwen minimaal voldoen aan de in het Bouwbesluit gestelde eisen met betrekking tot duurzaamheid en energie. De woningen worden gasloos gerealiseerd, en voldoen aan de geldende eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Zodoende wordt in ieder geval voldaan aan de wettelijke vereisten op het gebied van duurzaamheid. Daarnaast zal het minimale programma van eisen uit het Convenant klimaatadaptief bouwen als uitgangspunt gelden voor het realiseren van een klimaatadaptieve nieuwbouwwijk in de Maaslandse Zoom. Daarbij is in het kader van het gebiedspaspoort specifiek ingezet op ‘Cittaslow’ (waarvan gemeente MiddenDelfland de Nederlandse hoofdstad is), en de duurzaamheidsambities die daarbij horen.

De ambities en spelregels zijn ingedeeld in vijf thema’s, die zijn opgehangen aan duurzaamheid als overkoepelend element. In het bijzonder is aandacht besteed aan energieneutraal bouwen, duurzame materialen, klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit. Energieneutraal bouwen Om in te spelen op de energietransitie, worden de woningen bijna energieneutraal gebouwd (BENG). Ze worden bijvoorbeeld slim gesitueerd qua bezonning, gebruiken energie uit duurzame bronnen, hebben geen gasaansluiting en zijn voorbereid op de uitwisseling van elektriciteit (smart grid). Energie wordt opgewekt door middel van een in het gebied passende vorm van opwekking. Gezonde en duurzame materialen Gerecyclede materialen hebben een gunstige LCA (Life Cycle Analysis) en daarmee een hoge duurzame Bestemmingsplan “Maaslandse Zoom” Toelichting Vaststelling – 23 augustus 2023

56

materiaalwaardering. Daarnaast is het zaak om materiaal te selecteren met een lage CO2-emissie. Hiermee wordt niet alleen bijgedragen aan de klimaatdoelstellingen, maar wordt er ook gebouwd aan een gezondere leefomgeving. In de spelregels is dit als volgt vormgegeven: • Natuur vormt de inspiratiebron voor een circulaire ontwikkeling. • Materialen in de architectuur en openbare ruimte doen de biodiversiteit in het gebied geen tekort. • Voor de architectuur en het inrichten van de openbare ruimte worden duurzaam verantwoorde materialen die bij de identiteit van het gebied aansluiten gebruikt. • Bouwen gebeurt met een zo laag mogelijke MKI (Milieu Kosten Indicator) waarde. • Bouwmaterialen zijn kwalitatief hoogwaardig, niet toxisch en eenvoudig herbruikbaar. • Bouwmaterialen zijn gemaakt van goed te beheren en vernieuwbare grondstoffen. De winning hiervan levert geen ecologische schade op en het gebruik is niet ongezond voor de mens. Klimaatadaptatie Door klimaatveranderingen regent het vaker en harder. Het is van belang om hier bij de nieuwe ontwikkeling op in te spelen, en om water op te vangen tijdens hevige regenval. In de waterparagraaf (4.9) is al uitgebreid ingegaan op klimaatadaptatie in relatie tot water. Zoals beschreven kan vanaf het dak van de woningen regenwater eerst gebufferd worden en vervolgens langzaam afgevoerd naar waterbergende voorzieningen.

Gebufferd water is daarnaast waardevol voor bewatering tijdens droge periodes. Zowel de openbare ruimte als de woonkavels dragen bij aan de klimaatadaptatie, bijvoorbeeld middels regentonnen en open verharding. Ter compensatie van de toename in verharding in het plangebied wordt voorzien in extra oppervlaktewater en waterberging. Uit het waterhuishoudkundig plan dat voor het gebied is opgesteld blijkt dat in de toekomstige situatie 1.879 m² wateroppervlak aanwezig zal zijn in het plangebied. Daarmee wordt voldaan aan de wateropgave van 1.818 m². Ook is voorzien in minimaal 134 m³ aanvullende waterberging, in een wadi in de centrale groenstrook. Daarnaast gaat het waterhuishoudkundig plan nog specifiek in op de voorwaarden het Convenant Klimaatadaptief Bouwen, en de onderdelen hevige neerslag en droogte. Daarnaast is het doel om hittestress in het plangebied te voorkomen. Hittestress is met name in het stedelijk gebied een steeds vaker voorkomend fenomeen. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen worden door het minimaliseren van verharding en het optimaliseren van een groene en waterrijke inrichting met de juiste beplanting. De groen-blauwe assen in het gebied zorgen bijvoorbeeld voor windstromen en helpen bij verkoeling van het gebied. Ook bij het inrichten van deze ruimtes wordt hiermee rekening gehouden.

Natuur en biodiversiteit Het plangebied bestaat grotendeels uit weiland, en is ondanks de groene uitstraling een zeer soortenarm type gebied. Met de ontwikkeling kunnen lokale biotopen worden geïntegreerd, en kan de biodiversiteit worden ondersteund. Zowel de openbare ruimte als de gebouwen dragen bij aan de verhoging van de biodiversiteit en ecologische kwaliteit. De realisatie van groene gevels en bijvoorbeeld de integratie van voorzieningen in de bebouwing voor o.a. vleermuizen en vogels kan hier een rol in spelen. Daartoe zijn de volgende spelregels geformuleerd: • Behouden en versterken oeverzones: oeverzones minimaal 3 meter bebouwingsvrij, natuurlijke overgang van water naar land, versterken biodiversiteit en lange zichtlijnen richting de open polder. • De oeverzone aan de Hofsingel is minimaal 10 meter om het karakter van open landje te benadrukken. • In deze 10 meter oeverzone dienen nieuwe inheemse beplanting geplaatst te worden om de entree een zo zacht en natuurlijk mogelijk karakter te geven. • Versterking van de samenhang in systemen en bereikbaarheid van flora & fauna in het gebied en directe omgeving. • Gebiedseigen en inheemse beplanting toepassen. Bestemmingsplan “Maaslandse Zoom” Toelichting Vaststelling – 23 augustus 2023

57 • • •

Behoud en versterking van de variatie in water- en groenstructuur. Indien mogelijk betrekken ‘bosje’ Staatsbosbeheer, versterken biodiversiteit en natuurlijk spelen. Natuurinclusief bouwen, bijvoorbeeld door groene gevels en daken, vleermuiskasten en mussenvides, fruitbomen en –struiken. Deze spelregels zijn nader uitgewerkt in criteria in het beeldkwaliteitsplan. Het bouwplan en inrichtingsplan voor de openbare ruimte zullen hieraan worden getoetst. 4.11

Verkeer en parkeren Verkeer Ontsluiting Het plangebied wordt ontsloten door een centrale toegangsweg, die aan de westkant aansluit op de Hofsingel. Deze weg is alleen bedoeld voor verkeer van en naar de nieuwe woningen. In het oostelijk deel van het plangebied vormt de weg een lus, die zo alle woonblokken met elkaar verbindt. Aan de zuidkant van het plangebied is daarnaast een ontsluiting uitsluitend voor calamiteitenverkeer voorzien. Via de ontsluiting op de Hofsingel wordt het verkeer verdeeld in noordelijke en zuidelijke richting. In noordelijke richting ligt op korte afstand de N468 (Molenweg). Richting het zuiden sluit de Hofsingel via de Burgemeester Groot Enzerinksingel aan op de Kerkweg. Vanaf daar zorgt de Oude Veiling voor aansluiting op de Rijksweg A20. Tot slot is het dorpscentrum van Maasland bereikbaar via de Doelstraat. Verkeersgeneratie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal 109 woningen. Deze ontwikkeling zorgt voor een toename van het aantal verkeersbewegingen in de omgeving van het plangebied. Om de effecten van het extra autoverkeer als gevolg van het nieuwe woongebied in beeld te brengen en verkeerskundig te beoordelen, heeft Mobycon in 2022 een verkeerskundige toetsing uitgevoerd. De rapportage is opgenomen in bijlage 12, de bevindingen zijn hieronder samengevat.

In het onderzoek is de verkeersgeneratie van de ontwikkeling berekend op basis van het woningprogramma en kencijfers van het CROW. Vervolgens is de verkeersgeneratie van de ontwikkeling toebedeeld aan het bestaande infrastructurele netwerk, en opgeteld bij de huidige verkeersintensiteiten. Hiertoe zijn onderbouwde aannames gedaan voor de verdeling van het extra verkeer over het netwerk. Dit levert de toekomstige verkeersintensiteiten op het omliggende wegennet op na realisatie van de ontwikkeling. Deze toekomstige intensiteiten zijn vervolgens getoetst aan de maximaal toelaatbare hoeveelheid autoverkeer op basis van landelijke richtlijnen. Aanvullend is ingegaan op aandachtswegvakken en mogelijke inrichtingsmaatregelen. Op basis van het beoogde woningprogramma is de totale verkeersgeneratie van de ontwikkeling berekend op 703 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal. In het rapport (bijlage 12) is een volledige berekening per woningtype opgenomen. Conform de landelijke richtlijn (CROW-publicatie 381) moet dit getal met een factor 1,11 worden vermenigvuldigd om het aantal voor een werkdagetmaal (in plaats van weekdagetmaal) te krijgen. De autoverkeersgeneratie bedraagt dus 784 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal. Op etmaalbasis betekent dit dus 392 aankomsten en 392 vertrekken gerelateerd aan het plan.

Na toedeling van deze toekomstige verkeersgeneratie over de bestaande infrastructuur en intensiteiten, worden de volgende conclusies getrokken: • Zowel in de huidige situatie (zonder Maaslandse Zoom) als in de toekomstige situatie (met Maaslandse Zoom) wordt de voorkeursgrenswaarde van 4.000 en de grenswaarde van 5.000 motorvoertuigen per werkdagetmaal op enkele wegvakken in Maasland overschreden. Bestemmingsplan “Maaslandse Zoom” Toelichting Vaststelling – 23 augustus 2023

58 •

•

Er is één extra wegvak waar een nieuwe overschrijding van de voorkeursgrenswaarde optreedt door de realisatie van Maaslandse Zoom (Burgemeester Groot-Enzerinksingel tussen Boumare en Lisdodde). Er zijn ten gevolge van Maaslandse Zoom geen extra overschrijdingen van de grenswaarde op de huidige aandachtswegvakken. Wel wordt de hoeveelheid autoverkeer op de huidige aandachtswegvakken ten gevolge van Maaslandse Zoom iets groter (maximaal +6%).

Naar aanleiding van deze bevindingen, worden in het verkeersonderzoek de volgende aanbevelingen gedaan: • Gezien de vermoedelijk huidige overschrijding van de (voorkeurs)grenswaarden verdient het aanbeveling om de hoeveelheid autoverkeer in Maasland te monitoren door middel van verkeerstellingen. In het geval de overschrijdingen door de tellingen worden bevestigd is het aan te bevelen de hoeveelheid autoverkeer te beperken door het nastreven van een mobiliteitstransitie (meer lopen, fietsen, deelmobiliteit en openbaar vervoer) en door in te zetten op een beperking van doorgaand autoverkeer door Maasland. • Voor de wegvakken waar sprake is van een aandachtssituatie wordt aanbevolen om er in ieder geval voor te zorgen dat deze voldoen aan de basiskenmerken voor een Duurzaam Veilige inrichting. Deze maatregelen kunnen worden opgenomen in een meerjarenonderhoudsprogramma los van deze ontwikkeling. • Aanvullend kan de inrichting van de aandachtswegvakken worden aangepast zodat deze meer voldoen aan de landelijke CROW-richtlijnen. Ook deze maatregelen kunnen worden opgenomen in een meerjarenonderhoudsprogramma los van deze ontwikkeling. • Kies voor een zorgvuldige vormgeving van de aansluiting van de Maaslandse Zoom op de Hofsingel bij de realisatie van de wijk om onduidelijkheid over de voorrang te voorkomen.

• Het opnemen van aanpassingen van de aandachtswegvakken in een meerjarenonderhoudsprogramma kan gezien worden als een compensatie voor de (beperkte) toename van de overschrijding op de reeds te drukke wegvakken. Parkeren Voor wat betreft parkeren dient te worden voldaan aan de gemeentelijke parkeernorm. Het parkeerbeleid van de gemeente Midden-Delfland is vastgelegd in de ‘Nota Parkeernormen 2020’. Voor de functie wonen zijn hierin per type woning de parkeernormen bepaald. In het stedenbouwkundig en beeldkwaliteitsplan voor de ontwikkeling is een sluitende parkeerbalans opgesteld. Tabel 4.4 toont een overzicht van het benodigde en te realiseren aantal parkeerplaatsen. Op basis van de aantallen en typen woningen is met behulp van de gemeentelijke parkeernormen de parkeerbehoefte berekend. In totaal zijn 142 parkeerplaatsen benodigd.

Bestemmingsplan “Maaslandse Zoom” Toelichting Vaststelling – 23 augustus 2023

59

Tabel 4.4: parkeerbalans Maaslandse Zoom.

In het stedenbouwkundig ontwerp is de invulling van de parkeerbehoefte uitgewerkt. De beoogde parkeeroplossing is weergegeven in afbeelding 4.9. Bij de woningen in het westelijk deel van het plangebied worden de parkeerplaatsen gerealiseerd deels bij de woningen en deels als langsparkeren aan de weg. In het oostelijk deel zijn tussen de verschillende woonblokken in totaal vijf gezamenlijke parkeerterreinen voorzien. Daarnaast zijn hier nog enkele parkeerplaatsen voorzien langs de lus van de ontsluitingsweg. Tot slot wordt onder het zuidoostelijke appartementengebouw nog een gebouwde parkeergarage gerealiseerd. In totaal wordt hiermee voorzien in een sluitende parkeeroplossing. In de regels van dit bestemmingsplan is geborgd dat dient te worden voorzien in de realisatie en instandhouding van voldoende parkeerruimte, met toepassing van de Nota Parkeernormen 2020 (of een wijziging daarvan).

Afbeelding 4.9: Beoogde parkeeroplossing (bron: Kokon, juli 2022). Bestemmingsplan “Maaslandse Zoom” Toelichting Vaststelling – 23 augustus 2023

60

5

Juridische opzet

5.1

Inleiding Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld conform de gemeentelijke standaard, met inachtneming van de bepalingen die zijn opgenomen in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro), zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012) en het coderingssysteem Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de regels en verbeelding van voorliggend plan zijn opgebouwd.

5.2

Toelichting op de regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: • Inleidende regels (hoofdstuk 1) • Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) • Algemene regels (hoofdstuk 3) • Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4) Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende artikelen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard, dat wordt gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "Wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Hierna volgt een toelichting per artikel. ‘Groen’ De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor beplantingen, plantsoenen, speelvoorzieningen en voet- en fietspaden. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – calamiteitenaansluiting’ is ook een calamiteitenontsluiting voor hulpdiensten toegestaan. Met de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – recreatieve aansluiting’ is daarnaast expliciet een aansluiting van een recreatieve route aangeduid.

Ook bij deze functies behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen en water, zijn hier mogelijk. Met deze bestemming zijn de hoofdgroenstructuren in het plangebied vastgelegd, zoals de groene stroken langs de randen en de groene zone in het midden van het plangebied. Ten zuiden van de rijwoningen aan de zuidoostkant van het plangebied is aan de groenbestemming de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding uitgesloten – vergunningvrij bouwen’ toegevoegd. Voor deze gronden is bepaald dat het geen achtererfgebied betreft zoals bedoeld in artikel 1 behorende bij bijlage II van het Bor voor zover het gaat om bijbehorende bouwwerken. Hiermee is vergunningvrij bouwen uitgesloten om te voorkomen dat – vergunningvrij – alsnog extra bebouwing bij de woningen wordt gerealiseerd. Hiermee wordt beoogd de belangrijke groenstructuren en zichtlijnen in het plangebied intact te houden. Daarmee wordt de beoogde stedenbouwkundige en landschappelijke structuur geborgd. Het bestemmingsplan voorziet met de regeling zoals die nu voor de woningen is opgenomen in de gebruikelijke

Bestemmingsplan “Maaslandse Zoom” Toelichting Vaststelling – 23 augustus 2023

61

behoefte aan aanbouwen en bijgebouwen. Daarmee is de regeling niet onnodig beperkend voor de gebruiksmogelijkheden van woningen en bijbehorende gronden. ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ De bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ is opgenomen voor de ontsluitingsweg, aan de westkant aansluitend op de verkeersbestemming van de Hofsingel en aan de oostkant lopend in een lusvorm. Daarnaast is de bestemming opgenomen voor twee parkeerterreinen, aangeduid met de aanduiding ‘parkeerterrein’. Deze gronden zijn bestemd voor wegen met een functie voor verblijf en verplaatsing, fietsen voetpaden, parkeerplaatsen, en enkele bij deze functies horende voorzieningen. ‘Water’ Voor de bestaande watergangen langs de randen van het plangebied is de bestemming ‘Water’ opgenomen, daar waar deze binnen het plangebied vallen. Omdat de grens van het plangebied op enkele plaatsen door de watergangen loopt, valt een deel van de feitelijke watergang buiten het plangebied en sluit de bestemming ‘Water’ aan op de aangrenzende waterbestemming uit het geldende plan. De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor water ten behoeve van de waterhuishouding, bruggen, natuurvriendelijke oevers en ondergeschikt groen. Gebouwen zijn niet toegestaan, overige bouwwerken zijn zeer beperkt en ten dienste van de bestemming mogelijk.

‘Wonen’ De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen, met aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. Ook bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen en water worden als passend in de bestemming beschouwd. Op de verbeelding zijn drie bestemmingsvlakken opgenomen, met elk een bouwvlak waarbinnen de woningen mogen worden gebouwd. In de bouwvlakken is enige flexibiliteit ingeruimd, om ondergeschikte verschuivingen in het bouwplan nog mogelijk te maken. Middels aanduidingen zijn hierbinnen de toegestane woningtypen en goot- en bouwhoogten op de verbeelding aangegeven. Aansluitend bij het stedenbouwkundig plan is onderscheid gemaakt tussen vrijstaande, tweeaaneengebouwde, rij- en gestapelde woningen. In de regels is daarnaast onder meer de toegestane maatvoering van aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde bepaald. Ook zijn enkele bepalingen met betrekking tot splitsing, samenvoeging en kamerbewoning opgenomen. Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ De voor 'Waarde - Archeologie (middelhoge waarde)' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden.

De dubbelbestemming met bijbehorende vrijstellingsgrens is opgenomen voor het hele plangebied conform het archeologisch onderzoek (zie paragraaf 4.7). Hoofdstuk 3 Algemene regels In hoofdstuk 3 worden enkele algemene regels gegeven, zoals de anti-dubbeltelregel. Ook worden algemene gebruiksregels gegeven. Daarnaast worden enkele algemene afwijkings- en wijzigingsregels gegeven die de flexibiliteit van het plan vergroten. Tot slot zijn er enkele algemene aanduidingsregels opgenomen. Zo is hier een regeling voor de molenbiotoop uit het geldende bestemmingsplan overgenomen. De aanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop 400m’ valt aan de noordkant nog net binnen het plangebied. Verder is op de verbeelding een zichtlijn aangeduid voor een zone midden door het plangebied van de westgrens tot aan de oostgrens – Bestemmingsplan “Maaslandse Zoom” Toelichting Vaststelling – 23 augustus 2023

62 conform het gebiedspaspoort. Ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone – zichtlijn’ is het niet toegestaan bebouwing op te richten of opgaande beplanting hoger dan 1 meter toe te passen. Daarbij is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het toestaan van hogere opgaande beplanting, indien dit niet leidt tot onevenredige aantasting van de zichtlijn. Daarmee is er nog een mogelijkheid om bijvoorbeeld enkele bomen te kunnen planten met het oog op de ruimtelijke kwaliteit en groene inrichting van de openbare ruimte. Door bijvoorbeeld bomen te plaatsen uit het hart van de zichtlijn of met voldoende hoge kruin kan blokkering van de zichtlijn worden voorkomen. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald. 5.2

Geometrische plaatsbepaling / verbeelding Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een BTG-ondergrond gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor onder meer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar. De gegevens zijn digitaal raadpleegbaar. Via de digitale portal waarop het plan wordt gepubliceerd kan, door te klikken op een bepaalde locatie, de bijbehorende bestemmingsregeling worden opgeroepen.

Bestemmingsplan “Maaslandse Zoom” Toelichting Vaststelling – 23 augustus 2023

63

6

Overleg en inspraak

6.1

Vooraankondiging Op grond van artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient voorafgaand aan een procedure van een bestemmingsplan waarin een ruimtelijke ontwikkeling wordt gefaciliteerd, een vooraankondiging te worden gepubliceerd waarin de gemeente aangeeft een bestemmingsplan voor te bereiden. Deze vooraankondiging voor dit plan zal plaatsvinden in de stadscourant en via de gemeentelijke website.

6.2

Inspraak Voorafgaand aan dit bestemmingsplan is voor het gebied ‘Maaslandse Zoom’ een gebiedspaspoort opgesteld, om de (ruimtelijke) kwaliteit van de beoogde ontwikkeling te waarborgen. Het gebiedspaspoort dient als leidraad voor de ontwikkelaar en als toetsingskader van de bouwinitiatieven voor de gemeente, en vormt de basis voor dit bestemmingsplan. Dit gebiedspaspoort is tot stand gekomen in samenwerking met inwoners van het dorp Maasland. Zij hebben zitting gehad in een klankbordgroep en hebben wensen kenbaar gemaakt en suggesties gedaan voor de inhoud van het gebiedspaspoort. Het gebiedspaspoort vormt de basis voor en is nader uitgewerkt in het stedenbouwkundig en beeldkwaliteitsplan, dat vervolgens ook aan de klankbordgroep is gepresenteerd. Daarnaast is op 24 juni 2019 een bewonersbijeenkomst gehouden. Daarbij waren circa 50 personen aanwezig. Direct omwonenden zijn per brief uitgenodigd. Ook is de uitnodiging in de huis-aan-huiskrant De Schakel gepubliceerd. Inspraak met betrekking tot het bestemmingsplan vindt plaats bij de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.

6.3

Vooroverleg Conform artikel 3.1.1 van het Bro dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In dit kader is het voorontwerpbestemmingsplan voor advies toegezonden aan de belanghebbende overleginstanties. De ontvangen overlegreacties zijn samengevat en van een reactie voorzien in een Nota van beantwoording vooroverleg. Deze is als bijlage 16 bij deze toelichting gevoegd.

6.4

Ontwerpfase Na afronding van het vooroverleg is de formele bestemmingsplanprocedure gestart. De aanpassingen uit de ontvangen overlegreacties zijn in het ontwerpbestemmingsplan verwerkt. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 30 maart tot en met 11 mei 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is eenieder de mogelijkheid geboden tot het indienen van zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan. Binnen deze termijn zijn in totaal tien zienswijzen ontvangen. De ontvangen zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in een Nota van beantwoording zienswijzen, die als bijlage 17 bij deze toelichting is gevoegd. Daarnaast zijn ambtshalve enkele ondergeschikte wijzigingen in het bestemmingsplan doorgevoerd. Zo is de verbeelding afgestemd op het laatste stedenbouwkundig matenplan, met enkele beperkte verschuivingen in bestemmings- en bouwvlakgrenzen. Verder bleek in de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan per abuis de ontsluiting op de Hofsingel niet geheel aan te sluiten, dit is gecorrigeerd. Daarnaast is in de regels een afwijkingsbevoegdheid toegevoegd aan de regeling voor de Bestemmingsplan “Maaslandse Zoom” Toelichting Vaststelling – 23 augustus 2023

64

zichtlijn, en is in de toelichting ingegaan op de erfdienstbaarheid in het plangebied. Tot slot zijn in de toelichting, regels en verbeelding enkele redactionele aanpassingen doorgevoerd. 6.5

Vaststellingsfase Binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging moet de gemeenteraad beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot vergunningverlening kan worden overgegaan.

Bestemmingsplan “Maaslandse Zoom” Toelichting Vaststelling – 23 augustus 2023

65

7

Uitvoerbaarheid

7.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Met dit bestemmingsplan wordt de ontwikkeling van maximaal 109 nieuwe woningen mogelijk gemaakt, in het gebied ‘Maaslandse Zoom’. Deze functiewijziging voorziet in een grote woonbehoefte en past binnen de beleidskaders van de gemeente en andere overheden, zoals beschreven in hoofdstuk 2. Om de (ruimtelijke) kwaliteit van de ontwikkeling te borgen heeft de gemeente Midden-Delfland voor de locatie een gebiedspaspoort opgesteld. Het gebiedspaspoort is een integraal kader voor de functionele en ruimtelijke positie van de te ontwikkelen locatie, zodat hier een krachtige woonbuurt kan groeien met een eigen identiteit. De hierin geformuleerde ambities en spelregels dienen als leidraad voor de ontwikkelaar en als toetsingskader van de bouwinitiatieven voor de gemeente. Het gebiedspaspoort vormt zodoende de basis voor het stedenbouwkundig plan, en in navolging daarop dit bestemmingsplan. Het gebiedspaspoort is tot stand gekomen in samenwerking met inwoners van Maasland. Zij hebben zitting gehad in een klankbordgroep en hebben wensen kenbaar gemaakt en suggesties gedaan voor de inhoud van het gebiedspaspoort. Hiermee wordt verondersteld dat er voldoende draagvlak voor de ontwikkeling is.

Bovendien zijn de direct omwonenden voorafgaand geïnformeerd, en wordt in de bestemmingsplanprocedure de mogelijkheid geboden om zienswijzen in te dienen (zie ook hoofdstuk 6 van deze toelichting). Gezien het bovenstaande wordt de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan voldoende gewaarborgd geacht.

7.2

Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut en de plankosten, moeten deze ook worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Met betrekking tot voorgenomen ontwikkeling is tussen de gemeente en de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten. Het kostenverhaal is hiermee anderszins verzekerd en het opstellen van een exploitatieplan is niet noodzakelijk. Gezien het bovenstaande wordt de economische uitvoerbaarheid van het plan voldoende gewaarborgd geacht.

7.3

Handhavingsaspecten De gemeente Midden-Delfland acht handhaving van haar beleid van groot belang om de gewenste ruimtelijke kwaliteiten binnen het plangebied te garanderen. Belangrijke redenen voor handhaving zijn: • de regels zijn door de gemeente vastgesteld en de inwoners mogen verwachten dat deze worden gehandhaafd; • handhaving gaat oneigenlijk gebruik en daarmee achteruitgang van de kwaliteit van de woonomgeving tegen; een actueel bestemmingsplan beoogt de ruimtelijke kwaliteit in stand te houden en te verbeteren; Bestemmingsplan “Maaslandse Zoom” Toelichting Vaststelling – 23 augustus 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=4ef1a50c-2ab6-4d9c-8829-508a71ee7aa0