CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Bestemmingsplan Woudseweg 130 ter vaststelling.pdf

Gemeenteraad 24 mei 2022, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen van bestemmingsplan Woudseweg 130 te Den Hoorn25.301 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Rond 300 v.Chr. werden er in dit veengebied geulen uitgeschuurd, waarin zandige sedimenten werden afgezet: de geulafzettingen van de Gantel Laag (Laagpakket van Walcheren). Dergelijke afzettingen bevinden zich in het zuidelijk deel van het plangebied aan het oppervlak. Naast deze geulen werd een dik kleipakket afgezet: de dekafzettingen van de Gantel Laag. Deze afzettingen liggen in de noordelijke helft van het plangebied aan het oppervlak.

Rho adviseurs voor leefruimte

401360.20161338

35

Als gevolg van oxidatie en klink is er in het verleden inversie opgetreden in het landschap. Hierdoor zijn de geulafzettingen als hogere ruggen in het landschap komen te liggen. Deze geulafzettingen vormden daardoor ideale vestigingsplaatsen in zowel de Romeinse tijd als de Late Middeleeuwen. Tijdens de Romeinse tijd werden de afzettingen intensief bewoond. In de gebieden tussen de nederzettingen werden uitgebreide verkavelingssystemen uitgezet. Sporen van zowel nederzettingen als de bijbehorende verkavelingssystemen zijn op verschillende locaties binnen de gemeente Midden-Delfland teruggevonden, alsook op het aangrenzende grondgebied van de gemeente Delft.

Figuur 4.5: de bekende vindplaatsen en historische bebouwing in de omgeving van het plangebied, geprojecteerd op de geologische kaart van Midden-Delfland. Binnen het plangebied heeft geen archeologisch veldonderzoek plaatsgevonden. Ook zijn er binnen het plangebied geen vondstmeldingen bekend. In de directe omgeving van het plangebied zijn echter verschillende vindplaatsen bekend. Het betreft nederzettingsresten uit de Romeinse tijd en Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd die afkomstig van de geulafzettingen van de Gantel Laag (zie Figuur 4.4). Daarnaast zijn grootschalige verkavelingssystemen uit deze perioden aangetroffen op de dekafzettingen van de Gantel Laag.

Rho adviseurs voor leefruimte

401360.20161338

36

Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat er tijdens de Nieuwe tijd op enkele plekken in de omgeving van het plangebied bewoning aanwezig was op de geulafzettingen van de Gantel Laag. Het is mogelijk dat deze woonplekken voorgangers hadden tijdens de Middeleeuwen. De historische dorpskern van Den Hoorn bevindt zich direct ten oosten van het onderhavige plangebied (zie figuur 4.4). Uit de ruimtelijke verspreiding van bekende archeologische vindplaatsen in (de omgeving van) Midden-Delfland, in combinatie met de bekende gegevens over de geologische ontwikkeling van het gebied, blijkt dat men door de eeuwen heen zoveel mogelijk woonde in de droge gebieden. De aanwezigheid van de relatief hooggelegen geulafzettingen van de Gantel Laag binnen het plangebied, betekent dat er een hoge kans bestaat op het aantreffen van nederzettingen uit de Romeinse tijd en de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd. Op de dekafzettingen van de Gantel Laag kunnen voornamelijk zogenaamde off-site sporen worden aangetroffen, die samenhangen met de bewoning op de kreekruggen. Het betreft bijvoorbeeld resten van verkavelingssystemen (sloten en greppels), duikers en grafvelden. Vanwege de aard en intensiteit van dergelijke resten geldt hiervoor een lagere verwachting.

4.11.3 Archeologische verwachting De eventueel in het plangebied aanwezige archeologische resten zijn niet vooruitlopend op het vaststellen van dit bestemmingsplan gekarteerd en gewaardeerd. Ook is er binnen het plangebied in het verleden geen archeologisch veldonderzoek uitgevoerd. De archeologische verwachting kan dan ook enkel worden gebaseerd op bureauonderzoek. Belangrijk hierbij is de reeds genoemde archeologische beleidskaart van de gemeente Midden-Delfland. Volgens de archeologische beleidskaart geldt voor het noordelijke deel van het plangebied een lage archeologische verwachting en voor het zuidelijke deel van plangebied een hoge archeologische verwachting. Deze hoge verwachting heeft betrekking op de mogelijke aanwezigheid van nederzettingsresten uit de Romeinse tijd en Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd op de geulafzettingen van de Gantel Laag (zie figuur 4.5) en de lage verwachting op het voorkomen van off-site structuren (sloten, verkavelingsgreppels, grafvelden) behorende bij deze nederzettingen, op de dekafzettingen. De verwachtingszone is geen één-op-één overname van de begrenzing van de geulafzettingen (zie figuur 4.4) zoals deze is weergegeven op de geologische kaart. De geologische kaart is een afgeleide van de werkelijkheid en alleen door middel van veldonderzoek kan de precieze begrenzing van een bepaalde afzetting worden aangegeven.

Zolang deze onbekend is wordt er gebruik gemaakt van een bufferzone rondom de archeologisch verwachtingsvolle afzetting.

Rho adviseurs voor leefruimte

401360.20161338

37

Figuur 4.6: de archeologische verwachting binnen het plangebied. 4.11.4 Gewenste ontwikkeling Binnen het plangebied is deels sprake van een hoge en deels sprake van een lage archeologische verwachting. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Midden-Delfland worden zowel voor de gebieden met de hoge als lage archeologische verwachtingswaarde grenzen gekoppeld tot waar voorgenomen bodemingrepen worden vrijgesteld van de verplichting tot archeologisch onderzoek. Binnen het plangebied geldt voor de noordelijke gronden dat geen dubbelbestemming 'archeologie' opgenomen hoeft te worden. In het kader van het bestemmingsplan 'Harnaschpolder Zuid 2014' is bepaald dat deze gronden zijn vrijgegeven voor verdere ontwikkeling. Binnen het zuidelijk deel van het plangebied, conform de begrenzing van het bestemmingsplan 'Harnaschpolder Zuid 2014', dient de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' te worden gehanteerd. Voor deze gronden geldt dat wanneer bodemverstorende ingrepen de vrijstellingsgrens van 50 m 2 en 40 cm –maaiveld overschrijden, een omgevingsvergunning dient te worden aangevraagd voor deze werken. Er wordt hier afgeweken van de wettelijk gestelde 100 m2 omdat hier een zeer hoge dichtheid aan resten worden verwacht.

Rho adviseurs voor leefruimte

401360.20161338

38

4.11.5 Conclusie In het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging zal de dubbelbestemming Waarde Archeologie worden opgenomen. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen zal, indien de definitieve ingrepen de vrijstellingsgrenzen overschrijden, een archeologisch rapport overlegd moeten worden.

4.12

Ecologie

Huidige situatie Het plangebied bestaat uit tuinen en watergangen. Beoogde ontwikkelingen Het bestemmingsplan voorziet in woningbouw. Hiervoor moeten de volgende werkzaamheden worden uitgevoerd:  verwijdering van begroeiing;  aanleg en wijziging van watergangen;  bouwrijp maken;  bouwwerkzaamheden. Toetsingskader Beleid Het rijksbeleid ten aanzien van de bescherming van soorten (flora en fauna) en de bescherming van de leefgebieden van soorten (habitats) is opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De uitwerking van dit nationale belang ligt bij de provincies. De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen: EHS) is in Zuid-Holland in de provinciale Structuurvisie nader uitgewerkt. Normstelling Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving.

Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten:  Natura-2000 gebieden;  Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan

Rho adviseurs voor leefruimte

401360.20161338

39

het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden:  alternatieve oplossingen zijn niet voor handen;  het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en  de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen:  soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn;  soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn;  overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.

Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden.

Uitwerking Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland In de provincie Zuid-Holland wordt vrijstelling verleend voor het weiden van vee en voor het op of in de bodem brengen van meststoffen. In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied, bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw, bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of natuurbeheer, of bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage 6 bij deze verordening. Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat.

Rho adviseurs voor leefruimte

401360.20161338

40

Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Deze natuurgebieden liggen op grote afstand van het plangebied en worden niet beïnvloed door deze ingreep. Gezien deze afstand tot de Natura 2000 is versnippering, verstoring, areaalverlies, verdroging en een toename van stikstofdepositie van de Natura 2000 niet aan de orde. Gebiedsbescherming vormt geen belemmering voor dit plan. Soortenbescherming Ten behoeve van dit plan is een bureauonderzoek uitgevoerd. Op zuidelijk deel het terrein staan 2 bomen en een rij nieuw aangeplante coniferen. Hierin zijn redelijkerwijs geen vaste verblijfplaatsen van vogels en vleermuizen aanwezig. Mogelijk broeden hier wel vogels, zoals de merel. De beplanting is dermate gering van omvang dat geen sprake is van een primair foerageergebied voor vleermuizen. De groenstructuur langs de Woudseweg kan een migratieroute vormen. Deze structuur wordt echter door dit plan niet aangetast. Op het terrein zijn geen watergangen aanwezig, waardoor werkzaamheden in de oeverzone van watergangen zijn uit te sluiten. In het plangebied komen gezien de voorkomende biotopen dan ook alleen licht beschermde, tabel 1 soorten als veldmuis, egel, mol, middelste groene kikker en bruine pad voor.

Conclusie Met inachtneming van de zorgplicht staat de Wet natuurbescherming de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.

Rho adviseurs voor leefruimte

401360.20161338

41

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische regeling

Inleiding

Het juridische deel van een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels. De regels bevatten regels voor gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen juridisch bindende werking; maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.

5.2

Planregels

De regels bestaan uit vier hoofdstukken. In hoofdstuk 1 zijn de inleidende bepalingen opgenomen (artikel 1 en 2), hoofdstuk 2 omvat de bestemmingsbepalingen (artikel 3 t/m 6), Verder zijn in hoofdstuk 3 de algemene regels opgenomen (artikel 7 t/m 13) en tot slot staan in hoofdstuk 4 de slot- en overgangsregels (artikel 14 en 15).  

 

De inleidende regels bevatten de begrippenlijst en de wijze van meten; De bestemmingsregels (Tuin, Wonen, Waarde - Archeologie en Waterstaat - Waterkering bestaan uit een omschrijving van de doeleinden/functies die zijn toegestaan binnen de bestemming. Daarnaast bevatten de artikelen bouwregels en eventueel nog specifieke gebruiksregels; De algemene regels bevatten onder andere de algemene bouw-, aanduidings-, en afwijkingsregels. het zijn regels die voor alle of meerdere bestemmingen gelden; De overgangs- en slotregels beschrijven het overgangsrecht en bevat de slotregel.

Uitleg bestemmingsregels Artikel 3 Bedrijf Binnen de bestemming 'Bedrijf' worden de 4 bedrijfsunits mogelijk gemaakt. Ter plaatse zijn bedrijven toegestaan met de maximale milieucategorie 2. Wel is in lid 3.5 opgenomen dat het bevoegd gezag hiervan mag afwijken en bedrijven mag toelaten met maximaal één milieucategorie hoger die naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot categorie 2. Artikel 4 Verkeer - Verblijfsgebied De weg op het terrein zijn bestemd tot ‘Verkeer - Verblijfsgebied’. Binnen deze bestemming zijn tevens groenvoorzieningen, geluidswerende voorzieningen, parkeervoorzieningen en nutsvoorzieningen toegestaan. Artikel 5 Wonen Het gebied waar de woningen zijn beoogd is bestemd als 'Wonen'. Binnen deze bestemming zijn woningen en bijbehorende voorzieningen, zoals onder meer erven en tuinen, voorzien. Verder zijn aan-huis-gebonden beroepen toegestaan.

Rho adviseurs voor leefruimte

401360.20161338

42

Ter plaatse van het bouwvlak met de bouwaanduiding 'gestapeld' is het appartementengebouw met een bouwhoogte van maximaal 10 meter mogelijk gemaakt. Binnen het andere bouwvlak worden twee geschakelde woningen gerealiseerd met een maximale goot- respectievelijk bouwhoogte van 6,5 en 9,5 meter hoog. Artikel 6 Waarde - Archeologie 1 In dit artikel is de archeologische onderzoeksplicht opgenomen. Artikel 7 Waterstaat - Waterkering Deze dubbelbestemming borgt de bescherming van de regionale waterkering 'De Lookwaterkering'. Binnen deze gronden mogen geen bouwwerken worden geplaatst zonder omgevingsvergunning waarbij advies is ingewonnen bij de waterbeheerder.

5.3

Verbeelding

Algemeen Op de verbeelding zijn alle functies apart aangeduid. Het bijbehorende renvooi (verklaring van de bestemmingen) geeft aan welke bestemming aan de gronden binnen het plangebied gegeven is. In de bijbehorende regels zijn de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de specifieke gebruiksregels te vinden. Bestemmingsvlak, aanduiding, gebiedsaanduiding en bouwvlak Per bestemming kan op de verbeelding een bestemmingsvlak en een bouwvlak worden opgenomen. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik toegestaan is. Het bouwvlak geeft het gebied aan waarbinnen gebouwen mogen worden gebouwd. De voorschriften voor het bouwen zijn opgenomen in de bouwregels. Tenslotte maakt een functieaanduiding specifiek gebruik binnen een deel van het plan mogelijk.

Rho adviseurs voor leefruimte

401360.20161338

43

Hoofdstuk 6

6.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.1.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleg met de overleginstanties plegen. In dat kader zal de gemeente het ontwerpbestemmingsplan toe sturen aan de diverse vooroverlegpartners. Indien er instanties reacties geven op het voorontwerpbestemmingsplan, worden deze samengevat en beantwoord in een Nota beantwoording vooroverlegreacties. Deze zal worden opgenomen als bijlage bij dit bestemmingsplan. 6.1.2 Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 2 juli 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn samengevat en voorzien van een beantwoording in Bijlage 1.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Bij nieuwe ontwikkelingen moet onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) tegelijk met het bestemmingsplan, een exploitatieplan worden vastgesteld, tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door middel van gemeentelijke gronduitgifte of een anterieure overeenkomst. De gemeente heeft hierbij de onderzoeksverplichting om de financieel-economische uitvoerbaarheid van het plan te toetsen. Daarnaast kan de gemeente aan de hand van de kostensoortenlijst van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) kosten verhalen op de ontwikkelaar. De beoogde ontwikkeling betreft een particulier initiatief. De initiatiefnemer heeft alle gronden in eigendom en draagt alle kosten van de ontwikkeling. Bovendien is er tussen initiatiefnemer en gemeente een overeenkomst gesloten over eventuele planschade. Om die reden is het opstellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk.

Rho adviseurs voor leefruimte

401360.20161338

44

Rho adviseurs voor leefruimte

401360.20161338

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

46

Rho adviseurs voor leefruimte

401360.20161338

47

Bijlage 1 Nota zienswijzen

Rho adviseurs voor leefruimte

401360.20161338

48

Rho adviseurs voor leefruimte

401360.20161338

EBH Legal B.V. namens

Samenvatting Reclamanten zijn van mening dat realisatie van het ontwerpbestemmingsplan “Woudseweg 130”, ter inzage gelegen van 2 juli 2021 tot en met 12 augustus 2021, resulteert in het ontstaan van knelpunten in hun bedrijfsvoering en voeren daarvoor de volgende zienswijzen aan: 1. Een integrale visie ontbreekt om een concreet planologisch besluit op te baseren, omdat enkel de gronden gelegen tussen het laatste deel van de Woudseweg voor de A4 en de Harnaschdreef zijn meegenomen in de plannen. 2. Reclamanten stellen zich op het punt dat een uitwerkingsplan van het bestemmingsplan “Lookwest-Noord 2013” ontbreekt. Dit leidt naar hun mening tot het nog van kracht zijn van het bouwverbod van artikel 11.2 van de planregels van vigerende bestemmingsplan. Het College van B&W heeft ten onrechte het ontwerpbestemmingsplan “Woudseweg 130” vastgesteld alvorens een uitwerkingsplan vast te stellen of ter inzage te leggen. 3. Binnen het gebied aangewezen als “Gemengd-Uit te werken” van het bestemmingsplan “Lookwest-Noord 2013” zijn alleen woningen toegestaan “aan de westzijde langs de boezem” ingevolge artikel 11.4 lid 1 sub b. Reclamanten stellen zich op het punt dat enige onderbouwing voor afwijking van dit beleid, door woningen te realiseren op een andere locatie dan deze, ontbreekt. 4.

Reclamanten menen dat een omgevingsvergunning uitsluitend en alleen kan worden verleend nadat “op zijn minst” een ontwerp van een uitwerkingsplan ter inzage is gelegd ingevolge artikel 11.3 van de planregels van het bestemmingsplan “Lookwest-Noord 2013”. 5. Reclamanten stellen zich op het punt dat de Structuurvisie Midden-Delfland 2025 niet in acht wordt genomen. Zij betogen dat ten westen van de Harnaschdreef een bedrijfsbestemming is opgenomen in de structuurvisie (§2.4.2.), dat ten onrechte is geconcludeerd in de toelichting op het ontwerp dat de plannen volledig voldoen aan de inhoud van de structuurvisie (§3.3.1.) en dat enige onderbouwing voor afwijking van de structuurvisie ontbreekt. 6. Reclamanten stellen zich op het punt dat ten onrechte geen rekening is gehouden met, en geen beoordeling is gegeven door B&W over, het feitelijk bestaande gebruik door de aanwezige bedrijven en dat het huidige gebruik onder een omgevingsvergunning dan wel het overgangsrecht ingevolge artikel 22.2.1. van de planregels van het BP “Lookwest-Noord 2013” valt. In het speciaal betreffende Kleijweg Hoveniers B.V. is er volgens reclamant onvoldoende rekening gehouden met het feitelijk bestaande gebruik omdat volgens reclamant dit bedrijf al bijna 40 jaar ‘onafgebroken en op nagenoeg dezelfde manier’ is uitgebaat.

Omdat dit een hoveniersbedrijf betreft geld hiervoor milieucategorie 3.1, resulterend in een richtafstand van 50 meter in plaats van de in de toelichting aangenomen 10 meter. 7. Reclamanten stellen zich op het punt dat onderzoek naar richtafstanden niet, alsdan alleen theoretisch, is uitgevoerd, dat richtafstanden onjuist zijn bepaald en dat wanneer wel juist bepaald er niet wordt voldaan aan de richtafstanden. Reclamanten betogen dat richtafstanden moeten worden bepaald vanaf de grens van het perceel of vanaf de plaats waar bedrijfsactiviteiten plaatsvinden en niet vanaf de plaats van de bedrijfsgebouwen. 8. Reclamanten stellen zich op het punt dat er niet, alsdan onvoldoende onderzoek is verricht (en een beoordeling gemaakt hierop) naar verkeersafwikkeling op het gedeelte van de Harnaschdreef dat geen gebiedsontsluitingsweg is. Op dit achterliggende gedeelte van de Harnaschdreef komen ter bevoorrading van de verschillende bedrijven omvangrijke vrachtwagens welke een haakse bocht om moeten.

Beantwoording 1. Het vigerende bestemmingsplan is gebaseerd op een visie op het plangebied. De afgelopen jaren is gebleken dat deze visie niet uitvoerbaar is gebleken. Delen van het gebied hebben hun bestaande functie gehouden, andere delen hebben een andere invulling gehad. De totaalvisie is dus niet uitvoerbaar gebleken. Dat gaf de mogelijkheid om een deelvisie op het plangebied te maken. Dit heeft geresulteerd in de voorgestelde invulling die in dit bestemmingsplan is verwerkt. 2. Zie onder 1. Het uitwerken van bestemming is niet uitvoerbaar gebleken. Daarom is een nieuwe ruimtelijke afweging gemaakt. Deze is vertaald in een nieuw bestemmingsplan. Dit plan is na vaststelling de basis voor omgevingsvergunningen voor bouwen.

3. Het uitgangspunt van de visie die aan de basis van het vigerende bestemmingsplan ligt is dat nieuwe woningen aan de zijde van de Boezem komen. Op deze locatie is reeds bedrijvigheid aanwezig. Door recente inzichten is ervoor gekozen het gebied anders in te vullen. Daarbij zijn de woningen aan de oostzijde gepland. Dit sluit onder andere aan op de nieuwe woonwijk aan de oostzijde van de Harnaschdreef. 4. Zie onder 3. Er is een nieuwe ruimtelijke afweging gemaakt, dat is vertaald in een nieuw bestemmingsplan. 5. De Structuurvisie Midden-Delfland 2025 is vervangen door de Omgevingsvisie 1.0 Midden-Delfland, als vastgesteld door de gemeenteraad op 26 oktober 2021. De omgevingsvisie biedt een vooruitblik op de fysieke leefomgeving tot het jaar 2040. Deze omgevingsvisie geldt, tot de inwerkingtreding van de omgevingswet, als structuurvisie in de zin van de Wet ruimtelijke ordening en vervangt daarmee de Structuurvisie Midden-Delfland 2025. De omgevingsvisie verschilt op sommige punten van de structuurvisie. Dit is specifiek op het ontwikkelingsgebied het geval, namelijk dat de nieuwe omgevingsvisie de gronden niet meer (volledig) als bedrijventerrein aanwijst (§3.4) en betrekt bij het dorp Den Hoorn. De omgevingsvisie spreekt ook van een zo zacht mogelijke overgang tussen bedrijvigheid en wonen (§3.4.5), waartoe deze ontwikkeling dient en in voorziet. 6.

In de toelichting is inderdaad per abuis niet ingegaan op het bedrijf Kleijweg Hoveniers B.V. Voor een hoveniersbedrijf geldt op basis van de VNG-publicatie zoals aangegeven een richtafstand van 50 meter tot een rustige woonwijk. Het projectgebied kan echter gekenmerkt worden als gemengd gebied. In dat geval worden richtafstanden met een afstandsstap minder. De richtafstand wordt in dat geval 30 meter. Aan die afstand wordt ruimschoots voldaan, omdat de afstand tot van het appartementengebouw tot de gronden van het hoveniersbedrijf 45 meter bedragen. Voor de woning zijn deze afstanden korter. Echter, tussen de woningen en het hoveniersbedrijf staat de bestaande woning Woudseweg 130. Deze woning is daarmee al beperkend en maatgevend voor de activiteiten van het hoveniersbedrijf. 7. De richtafstanden worden inderdaad bepaald vanaf de grens van het bedrijfsperceel. De toelichting zal daarop worden verduidelijkt. 8. Het uitgangspunt van het plan is dat in het plangebied kleinschalige bedrijfsunits komen. Dit zijn units waar weliswaar levering plaatsvindt, maar waar in principe geen vrachtwagens komen. De levering wordt uitgevoerd met bestelwagens. Daarmee heeft deze weg voldoende capaciteit.

Conclusie 1. De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. De paragraaf bedrijven en milieuzonering wordt aangevuld.

Evident Advocatuur namens Samenvatting Reclamant is van mening dat realisatie van het ontwerpbestemmingsplan “Woudseweg 130”, ter inzage gelegen van 2 juli 2021 tot en met 12 augustus 2021, onevenredig nadelig is en in strijd is met goede ruimtelijke ordening, en voert daarvoor de volgende zienswijzen aan: 1. Reclamant stelt dat niet, althans onvoldoende, rekening wordt gehouden met de belangen van zijn client. Hiertoe wordt aangevoerd dat er voor publicatie van het ontwerp bestemmingsplan geen contact en/of overleg heeft plaatsgevonden, noch dat zijn belangen zijn meegewogen. Client is met een reeds uitgewerkt plan geconfronteerd. Dit terwijl het College van B&W op de hoogte is van de wens van client om zijn onderneming uit te breiden op het achterliggende perceel. Dit is voor de bedrijfsuitbreiding noodzakelijk. 2. Client heeft het perceel gekocht met als doen zijn onderneming uit te breiden en een bedrijfsloods te plaatsen. Het college heeft niet akkoord willen gaan met de plannen, kennelijk vanwege de voorbereiding van het ontwerp bestemmingsplan. 3. Het ontwerp bestemmingsplan is niet zorgvuldig voorbereid. Zijn client wordt ernstig beperkt zal worden in zowel zijn woongenot als zijn (beoogde) bedrijfsmatige activiteiten op het achtergelegen perceel. 4.

Reclamant is van mening dat de beoogde bouw in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, omdat ter plekke geen goed woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd.

5. Reclamant stelt zich op het punt dat het appartementencomplex aantoonbaar en in het geheel niet past op de locatie. Naar mening van de reclamant omdat er in de directe omgeving geen andere bouwwerken zijn gesitueerd, waardoor niet kan worden gesteld dat het plan past in de directe omgeving. Dit bezwaar zou weggenomen kunnen worden door het appartementencomplex te situeren aan de noordzijde van het onderhavige ontwerpbestemmingsplan. Hiermee wordt voorkomen dat sprake zal zijn van inbreuk op de privacy van client. 6. Reclamant stelt dat in de toelichting bij het ontwerp bestemmingsplan ten onrechte geconcludeerd is dat er geen belemmering is voor bestaande bedrijven. Dit wordt ook niet gemotiveerd. 7. Reclamant stelt zich op het punt dat er geen goede aansluiting is tussen de woning van client op nummer 130 en de twee te realiseren geschakelde woningen, omdat het bestemmingsplan deze niet op dezelfde voorgevelrooilijn plaatst als nummer 130. 8. Reclamant stelt zich op het punt dat er “gegronde vrees” is dat zijn woning minder waard zou worden indien het huidige plan kan worden uitgevoerd. 9. Reclamant stelt zich op het punt dat het plan onevenredige nadelige effecten heeft op het verkeer rondom de planlocatie in zowel drukte als veiligheid. Beantwoording 1. In het voortraject is in het kader van de inspraak door de initiatiefnemer gesproken met de belanghebbenden.

Op 30 januari 2021 heeft daartoe een informatief overleg met client plaatsgevonden. In dat overleg is overigens niet gesproken over een gewenste uitbreiding met een bedrijfshal. 2. Voor het plangebied geldt een uit te werken bestemming. De eventuele bouw van een bedrijfsloods is ook daarmee in strijd. Het college heeft het initiatief niet bij voorbaat afgewezen, maar wil dit wel beoordelen op basis van het voornemen. Dit initiatief loopt immers al langer. Na afronding van dit dossier kan gekeken worden in hoeverre een bedrijfsloods op het perceel inpasbaar is. 3. Het college is van mening dat sprake is van een goede voorbereiding. Reclamant maakt niet concreet waarom sprake is van aanzienlijke belemmering van het woongenot en de bedrijfsmatige activiteiten. 4. In het ontwerp bestemmingsplan is gemotiveerd waarom ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefklimaat kan worden. Hiertoe zijn onder andere een aantal onderzoeken uitgevoerd. Reclamant maakt niet concreet gemaakt waarom geen sprake is van een goed woon- en leefklimaat. 5. De Woudseweg is een oorspronkelijk lint. De bebouwing aan dit lint heeft een relatief kleine korrel en is bovendien opgericht in 1 tot bouwlagen met een kap. Het achtergebied kent een andere bebouwingsstructuur; hier staan bedrijfsgebouwen met een groter bouwvlak en een grotere bouwhoogte.

OP het bedrijventerrein is langs de Harnaschdreef op basis van het bestemmingsplan een bouwhoogte van 15 meter toegestaan. Aan de overzijde van de Harnaschdreef ligt een woonwijk, die zich kenmerkt door de toepassing van bouwstroken. Het plangebied ligt dus op de overgang van een (historisch) lint met een kleinschalig karakter en een nieuwe structuur met een grotere schaal. Het appartementengebouw staat aan de Harnaschdreef. Samen met het bedrijfsgebouw wordt een overgang gemaakt van de korrel en schaal aan het lint naar de grootschaligheid van het gebied rond de Harnaschdreef. Daarmee is sprake van een verantwoorde inpassing. 6. In de toelichting is in paragraaf 4.5 aandacht besteed aan de aanwezigheid van de bestaande bedrijven. Uit deze analyse blijkt dat kan worden voldaan aan de richtafstanden. Daarmee vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering. De ontwikkeling leidt dus niet tot beperkingen voor de bedrijven. 7. De bestaande woning Woudseweg 130 ligt vrij ver achterop het perceel. Er is daarom gekozen om de voorgevel wat naar voren te leggen. Dit sluit onder aan op de rooilijn van Woudseweg 132a en op grotere schaal op de rooilijn van de bebouwing aan de andere zijde van de Harnaschdreef. Hier is ook sprake van een rooilijn die dichter op de weg ligt. 8.

Indien reclamant van mening is dat sprake is van planschade, kan daartoe na vaststelling een planschadeverzoek ingediend worden bij het college. 9. Aan het aspect verkeer is aandacht besteed in de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat het plan qua verkeersafwikkeling inpasbaar is. Er wordt niet gemotiveerd waarom dat niet zo is. Conclusie 1. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan

49

Bijlage 2 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Rho adviseurs voor leefruimte

401360.20161338

50

Rho adviseurs voor leefruimte

401360.20161338

Woningbouw en bedrijfsunits Woudseweg 130, Den Hoorn Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

identificatie

planstatus

projectnummer:

datum:

401360.20191764

09-10-2020

projectleider:

opdrachtgever:

ir. R.J.M.M. Schram

A. Kleijweg

auteur(s):

drs. ing. R. aan de Wiel

Inhoud

1.

Inleiding

3

2.

Plaats en kenmerken van het project

4

3.

Kenmerken van de milieueffecten

9

4.

Conclusie

1.1. 1.2. 1.3. 2.1. 2.2.

3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 3.8. 3.9. 3.10.

Aanleiding Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? Leeswijzer

3 3 3

Plaats van het project Kenmerken van het project

4 6

Verkeer en parkeren Geluid Luchtkwaliteit Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid Bodem en water Ecologie Cultuurhistorie en archeologie Aanlegwerkzaamheden Cumulatie Mitigerende maatregelen

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

9 9 10 11 12 13 13 14 14 14

15

401360.20191764

3

1. Inleiding

1.1.

Aanleiding

Ter plaatse van de locatie Woudseweg 130 ligt een onbebouwde kavel. De initiatiefnemer is voornemens de kavel te ontwikkelen met de realisatie van twee geschakelde woningen, een appartementenblok en vier bedrijfsunits. De beoogde ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan 'LookwestNoord 2013' (vastgesteld 28 mei 2013). Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. In het Besluit milieueffectrapportage is in onderdeel D (D 11.2) van de bijlage opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van in totaal 10 woningen en 1.000 m2 bedrijfsvloeroppervlakte. De ontwikkeling blijft daarmee (ruim) onder de drempelwaarden. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’. Dit document bevat deze beoordeling.

1.2.

Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in?

In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: • de plaats van het project; • de omvang van het project; • de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

1.3.

Leeswijzer

Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: • beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; • licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; • geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

401360.20191764

4

2. Plaats en kenmerken van het project

2.1.

Plaats van het project

Het plangebied is gelegen op de hoek van de Woudseweg - Harnaschdreef en betreft het perceel Woudseweg 130 (figuur 2.1). Het gebied ligt ten oosten van de Rijksweg A4, op de grens met de nieuwe woonwijk Lookwest en de kern Den Hoorn in de gemeente Midden-Delfland.

Figuur 2.1: Ligging plangebied (rode cirkel).

Ligging plangebied ten opzichte van beschermde/bijzondere gebieden Conform het bestemmingsplan 'Lookwest-Noord 2013' kent het noordelijk deel van het plangebied een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Voor deze dubbelbestemming geldt dat voor alle bodemverstorende activiteiten met een oppervlakte groter dan 200 m2 en grondwerkzaamheden dieper dan 40 centimeter archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Het zuidelijk deel van het plangebied kent een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. Voor deze dubbelbestemming geldt dat voor alle bodemverstorende activiteiten met een oppervlakte groter dan 50 m2 en grondwerkzaamheden dieper dan 40 centimeter archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Ter plaatse van het plangebied zijn volgens het bestemmingsplan geen cultuurhistorische waarden aanwezig.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

401360.20191764

Plaats en kenmerken van het project

5

Het plangebied maakt geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op een afstand van circa 8,9 kilometer en betreft het gebied ‘Solleveld & Kapittelduinen’ (figuur 2.2). Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland ligt op circa 2,8 kilometer (figuur 2.3). Verder is het plangebied eveneens niet gelegen binnen stiltegebied en waterbeschermingsgebied (figuur 2.4 en 2.5).

Figuur 2.2: Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebieden. (Bron: AERIUS Calculator)

Figuur 2.3: Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland. (Bron: Provincie Zuid-Holland)

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

401360.20191764

6

Plaats en kenmerken van het project

Figuur 2.4: Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van stiltegebieden. (Bron: Provincie Zuid-Holland)

Figuur 2.5: Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van grondwaterbeschermingsgebieden. (Bron: Provincie Zuid-Holland)

2.2.

Kenmerken van het project

Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit braakliggend terrein. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van twee geschakelde woningen, een appartementencomplex met 8 appartementen en 4 bedrijfsunits (figuur 2.6). De twee geschakelde woningen zijn voorzien aan de zijde van de Woudseweg, aansluitend op de vrijstaande woning Woudseweg 130. De woningen zijn geschakeld door middel van garages. De beoogde woningen bestaan uit twee bouwlagen en een kaprichting haaks op de Woudseweg. Achter de woningen komt een gebouw met 8 appartementen. Dit gebouw krijgt een bouwhoogte van circa 9 meter (drie bouwlagen). De oppervlakte van een appartement bedraagt 85 m2.

401360.20191764

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Plaats en kenmerken van het project

7

Aan de noordzijde van het terrein komt een bedrijfsgebouw. Hierin is ruimte voor 4 bedrijfsunits. Op de begane grond hebben deze een oppervlakte van 150 m2. Op de verdieping is een ruimte van 100 m2 beschikbaar voor ondersteunende functies zoals kantoor- en personeelsruimten.

Figuur 2.6: Impressie verkaveling (plangebied binnen rode contour).

Ontsluiting De geschakelde woningen aan de Woudseweg worden direct ontsloten op de Woudseweg via een gedeelde aansluiting. Hiervoor wordt de bestaande aansluiting inclusief duiker aangepast. Het appartementengebouw en de bedrijfsunits worden ontsloten via de bestaande ontsluiting op de Westernesse. Deze ontsluiting blijft ook gebruikt worden door de bestaande bedrijven aan de westzijde van het plangebied. Voor het fietsverkeer wordt aangesloten op de bestaande verkeersstructuur, bestaande uit vrijliggende fietspaden langs zowel de Woudseweg als de Harnaschdreef.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

401360.20191764

8

Plaats en kenmerken van het project

Verkeer en parkeren De realisatie van vier bedrijfsunits en 10 woningen zal leiden tot extra verkeer van en naar het plangebied. Aan de hand van kencijfers van het CROW is voor het plangebied de verkeersgeneratie berekend. Uit de berekening blijkt dat de verkeersgeneratie maximaal 123 mvt/etmaal (motorbewegingen per etmaal) bedraagt. De parkeerbehoefte als gevolg van de beoogde ontwikkeling bedraagt, op basis van de Nota Parkeernormen Midden-Delfland 2012, 31 parkeerplaatsen. Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling van het gebied worden de gebruikelijke bouwmaterialen en natuurlijke hulpbronnen benut. Verontreiniging, hinder, risico van zware ongevallen en rampen, risico’s voor de menselijke gezondheid Deze thema’s komen mede aan bod in het volgende hoofdstuk.

401360.20191764

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Kenmerken van de milieueffecten

9

3. Kenmerken van de milieueffecten

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen.

3.1.

Verkeer en parkeren

Verkeer en ontsluiting De toename aan verkeersgeneratie bedraagt maximaal 123 mvt/etmaal. Hiervan worden circa 20 voertuigbewegingen afkomstig van de twee geschakelde woningen direct afgewikkeld op de Woudseweg. De overige 104 verkeersbewegingen worden ontsloten op de Harnaschdreef. Zowel de Woudseweg als de Harnaschdreef zijn ingericht als gebiedsontsluitingswegen conform Duurzaam Veilig. Beide wegen hebben voldoende capaciteit om deze extra verkeersgeneratie op te vangen. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten. Parkeren De parkeerbehoefte bedraagt 30 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte wordt op eigen terrein gerealiseerd. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.

3.2.

Geluid

Woningen zijn geluidgevoelige functies waarvoor op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden indien deze gelegen zijn binnen de geluidzone van een weg, spoorweg of industrieterrein. Wegverkeerslawaai Het plangebied is gelegen binnen de geluidzone van de Harnaschdreef, Hooipolderweg en de Rijksweg A4. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is zodoende akoestisch onderzoek uitgevoerd (Rho adviseurs, 15 oktober 2019, projectnummer 401360.201613.38). Dit onderzoek is toegevoegd in de bijlagen van het bestemmingsplan. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ook de Woudseweg meegenomen in dit onderzoek. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat voor de Hooipolderweg, de Rijksweg A4 en de Woudseweg de voorkeurswaarde van 48 dB niet wordt overschreden. Voor de Harnaschdreef wordt de voorkeurswaarde wel overschreden. De maximale geluidsbelasting bedraagt echter 54 dB, waarmee de maximale ontheffingswaarde van 63 dB niet wordt overschreden. Ten behoeve van de maximale geluidsbelasting wordt een hogere waarde van 54 dB vastgesteld. Significant negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen daarmee worden uitgesloten.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

401360.20191764

10

Kenmerken van de milieueffecten

Inrichtingslawaai Het plangebied is gelegen in de geluidszone van verschillende wegen en grenst in het noorden en zuiden aan bestaand bedrijventerrein. Het plangebied kan daarmee getypeerd worden als ‘gemengd gebied’. De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 4 bedrijfsunits, 2 grondgebonden woningen en 8 appartementen. Ter plaatse van de bedrijfsunits wordt bedrijvigheid toegestaan tot en met maximaal milieucategorie 2. Voor deze milieucategorie geldt op basis van het aspect geluid voor gemengd gebied een richtafstand van 10 meter. De dichtstbijzijnde woningen betreffen de beoogde appartementen die op circa 12 meter afstand van de bedrijfsunits worden gerealiseerd, waarmee aan de richtafstand wordt voldaan. Conform het bestemmingsplan ‘Harnaschpolder Zuid 2014’ is ten noorden van het plangebied bedrijvigheid toegestaan tot maximaal milieucategorie 3.1 en ten noordwesten van het plangebied tot maximaal milieucategorie 3.2. Voor de milieucategorie 3.1 ten noorden van het plangebied geldt op basis van het aspect geluid voor gemengd gebied een richtafstand van 30 meter. De beoogde appartementen liggen op circa 45 meter afstand, waarmee aan de richtafstand wordt voldaan. Voor de milieucategorie 3.2 ten noordwesten van het plangebied geldt voor gemengd gebied een richtafstand van 50 meter.

De beoogde appartementen liggen op circa 58 meter afstand, waarmee aan de richtafstand wordt voldaan. Conform het bestemmingsplan ‘Zuidhoornseweg’ is ten zuiden van het plangebied bedrijvigheid toegestaan tot en met maximaal milieucategorie 3.2. Voor deze milieucategorie geldt op basis van het aspect geluid voor gemengd gebied een richtafstand van 50 meter. De beoogde appartementen zijn gelegen op circa 55 meter afstand. De beoogde grondgebonden woningen zijn echter gelegen op circa 35 meter afstand, waarmee niet aan de richtafstand wordt voldaan. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is daarom akoestisch onderzoek uitgevoerd (Rho adviseurs, 09-01-2020, projectnummer 401360.20191764). Dit onderzoek is in de bijlagen van het bestemmingsplan toegevoegd. Hieruit blijkt dat bij de woningen sprake is van een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat. Daarnaast worden de bestaande bedrijven, door de introductie van nieuwe woningen, niet belemmerd in de bedrijfsvoering. Conform het bestemmingsplan 'Lookwest-noord 2013' geldt aan de westzijde van het plangebied de bestemming 'Gemengd - Uit te werken'. Binnen deze bestemming zijn bedrijven tot maximaal milieucategorie 2 toegestaan. Voor deze milieucategorie geldt op basis van het aspect geluid voor gemengd gebied een richtafstand van 10 meter.

De afstand tot de dichtstbijzijnde beoogde woningen (de appartementen) bedraagt 11 meter. Hiermee wordt aan de richtafstand voldaan.

3.3.

Luchtkwaliteit

De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling bedraagt maximaal 123 mvt/etmaal. De maximale bijdragen als gevolg van deze verkeersgeneratie zijn berekend met behulp van de NIBM-tool (tabel 3.1). De maximale bijdrage voor NO2 bedraagt 0,11 µg/m³. Voor PM10 bedraagt de maximale bijdrage 0,02 µg/m³. Uit de berekening blijkt dat de beoogde ontwikkeling ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen en is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarde.

401360.20191764

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Kenmerken van de milieueffecten

11

Tabel 3.1: Resultaten NIBM-tool.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2019 bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Woudseweg van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2018 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen voor deze weg bedroegen in 2018; 29.3 µg/m3 voor NO2, 20.1 µg/m3 voor PM10 en 12.1 µg/m3 voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 7.7 dagen. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.

3.4.

Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid

Externe veiligheid De beoogde ontwikkeling betreft geen risicobron en zal dan ook geen negatief effect hebben op omliggende (beperkt) kwetsbare objecten. Overeenkomstig de professionele risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, is in de nabije omgeving van het plangebied de relevante risicovolle inrichting ‘Benfried B.V.’ gelegen. Dit betreft overigens geen BEVI-inrichting. Het plangebied is niet gelegen binnen de veiligheidscontouren van de inrichting. In de nabije omgeving van het plangebied worden gevaarlijke stoffen vervoerd over de weg en door buisleidingen. Het vervoer over de weg vindt plaats ten westen van het plangebied, over de Rijksweg A4. Uit het in ontwikkeling zijnde Basisnet Weg 1.0 blijkt dat de PR 10-6 risicocontour niet buiten de weg is gelegen. Daarnaast is er voor deze weg geen plasbrand aandachtsgebied en vindt er geen overschrijding van het groepsrisico plaats. De PR 10-8 risicocontour, indicatief voor het invloedsgebied, is 76 meter. Het plangebied ligt op circa 350 meter van de weg. Dit is ruim buiten de PR 10-6 risicocontour en het invloedsgebied.

Het vervoer van gevaarlijke stoffen over de A4 staat de vaststelling van dit bestemmingsplan dan ook niet in de weg, gelet op het geringe aantal personen dat door de ontwikkeling extra in het invloedsgebied van de Rijksweg ligt en het feit dat het plangebied aan de rand van het invloedsgebied ligt zal dit een verwaarloosbaar effect op het groepsrisico van de Rijksweg hebben.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

401360.20191764

12

Kenmerken van de milieueffecten

Het vervoer door buisleidingen vindt plaats ten westen van het plangebied, door buisleiding A-517. Het invloedsgebied van de buisleiding reikt tot een afstand van 380 meter. Het plangebied is op ruim 800 meter afstand gelegen en valt daarmee buiten het invloedsgebied. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten. Risico’s voor de menselijke gezondheid Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit en verkeer blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor geluid, externe veiligheid en luchtkwaliteit.

3.5.

Bodem en water

Bodem In 2020 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. In de grond wordt de achtergrondwaarde (AW 2000) overschreden. Hierdoor gelden er bij afvoer van de grond beperkingen ten aanzien van het hergebruik. De bodemkwaliteit is geschikt voor de beoogde ontwikkeling. Significant negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen daarmee worden uitgesloten. Water Conform de Legger Delfland van Hoogheemraadschap van Delfland zijn binnen het plangebied geen watergangen gelegen (figuur 3.1). Wel grenst het plangebied met de zuidzijde aan een primaire watergang. Deze watergang kent een beschermingszone van 5 meter. De beoogde ontwikkeling voorziet niet in werkzaamheden binnen deze beschermingszone en heeft daarmee geen nadelige gevolgen voor de watergang. Het plangebied is tevens niet gelegen binnen de kern- en/of beschermingszone van een waterkering. Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van het oppervlakte- en grondwater worden duurzame, niet-uitloogbare materialen gebruikt, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase.

Figuur 3.1: Uitsnede Legger Delfland. Plangebied is aangegeven met rood kader. (Bron: Hoogheemraadschap van Delfland)

401360.20191764

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Kenmerken van de milieueffecten

13

De beoogde ontwikkeling leidt wel tot een toename van het verhard oppervlak met circa 2.900 m2. De hieruit voortkomende compensatie-opgave is reeds verwerkt in de structuur van de naastgelegen woonwijk ‘De Kreek’ en vastgelegd in het bestemmingsplan ‘De Kreek Den Hoorn’. In totaal wordt in de wijk ‘De Kreek’ 9.099 m3 waterberging gerealiseerd, waarmee zowel in de eigen compensatie-opgave als in de compensatie-opgave van Look-West wordt voorzien. Voor de beoogde ontwikkeling zijn watercompenserende maatregelen dan ook niet noodzakelijk. Verder wordt het afvalwater aangesloten op het gemeentelijk rioleringsstelsel. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling op het watersysteem ter plaatse kunnen dan ook worden uitgesloten.

3.6.

Ecologie

Gebiedsbescherming Zoals beschreven in paragraaf 2.1 is het plangebied niet gelegen binnen beschermd natuurgebied, zoals Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland (NNN). Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot natuurgebieden kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. De beoogde ontwikkeling leidt wel tot een toename van verkeersbewegingen. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattype ligt op 9 kilometer. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is met behulp van de AERIUS Calculator de stikstofdepositie berekend. Deze is in de bijlagen van het bestemmingsplan toegevoegd. Soortenbescherming Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is een bureauonderzoek uitgevoerd. In het zuiden van het plangebied staan twee bomen en een rij nieuw aangeplante coniferen. Hierin zijn redelijkerwijs geen vaste verblijfplaatsen van vogels en vleermuizen aanwezig. Mogelijk broeden hier wel vogels, zoals de merel. De beplanting is dermate gering van omvang dat geen sprake is van een primair foerageergebied voor vleermuizen. De groenstructuur langs de Woudseweg kan een migratieroute vormen. Deze structuur wordt door dit plan echter niet aangetast.

In het plangebied komen gezien de voorkomende biotopen dan ook alleen licht beschermde, tabel 1 soorten als veldmuis, egel, mol, middelste groene kikker en bruine pad voor. Met inachtneming van de zorgplicht conform de Wet natuurbescherming kunnen negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling worden uitgesloten.

3.7.

Cultuurhistorie en archeologie

Cultuurhistorie Zoals beschreven in paragraaf 2.1 zijn in en nabij het plangebied geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Negatieve effecten op deze waarden zijn dan ook uitgesloten. Archeologie Conform het bestemmingsplan 'Lookwest-Noord 2013' kent het noordelijk deel van het plangebied een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ en het zuidelijk deel een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. Voor het noordelijk deel van het plangebied geldt dat deze gronden in het kader van het bestemmingsplan 'Harnaschpolder Zuid 2014' reeds zijn vrijgegeven voor verdere ontwikkeling. Voor het zuidelijk deel van het plangebied geldt dat, conform de begrenzing van het bestemmingsplan 'Harnaschpolder Zuid 2014', de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' wordt gehanteerd. Hiermee wordt een onderzoeksplicht opgenomen voor bodemverstorende ingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 40 centimeter onder maaiveld. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling wordt bij de aanvraag van

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

401360.20191764

14

Kenmerken van de milieueffecten

de omgevingsvergunning dan ook een archeologisch onderzoek toegevoegd. Significant negatieve effecten op archeologische waarden kunnen daarmee worden uitgesloten.

3.8.

Aanlegwerkzaamheden

Gelet op de tijdelijkheid van de aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Tevens zal vanwege de kleinschaligheid ook geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid- en stofoverlast, ten tijde van de werkzaamheden.

3.9.

Cumulatie

Met betrekking tot cumulatie zijn in de directe omgeving van het plangebied twee ontwikkelingen relevant. Ten oosten van het plangebied is momenteel de realisatie van de nieuwe woonwijk ‘De Kreek’ gaande en ten westen de realisatie van het bedrijventerrein ‘Harnaschpolder’. Uit voorgaande analyses blijkt dat met betrekking tot cumulatie de aspecten verkeer en ecologie mogelijk van belang kunnen zijn. Voor deze aspecten is bepaald of sprake is van potentiële externe milieueffecten, waardoor cumulatie beoordeeld moet worden. Met betrekking tot het aspect verkeer wordt de nieuwe woonwijk ‘De Kreek’ ontsloten via de Egmondland, de Achterdijkshoorn, en de Keizerin. De ontsluiting van het plangebied vindt plaats op de Harnaschdreef en de Woudseweg. Beide ontwikkelingen worden zodoende op verschillende wegen ontsloten. Voor het bedrijventerrein Harnaschpolder ten noorden van het plangebied geldt dat de verkeersafwikkeling van het bedrijventerrein en andere ontwikkelingen is opgenomen in het verkeersmodel van de gemeente. Uit dit verkeersmodel blijkt dat de verkeersafwikkeling geen probleem vormt. Een significant effect op verkeer kan daarmee worden uitgesloten. Met betrekking tot het aspect ecologie is de stikstofdepositie als gevolg van de beoogde ontwikkeling berekend. Uit de berekening blijkt dat geen sprake is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol N/ha/jr.

Een extern milieueffect kan daarmee worden uitgesloten.

3.10. Mitigerende maatregelen Er zijn geen mitigerende maatregelen benodigd.

401360.20191764

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Conclusie

15

4. Conclusie

Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet ligt in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en omvang van het plan leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure is niet noodzakelijk.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

401360.20191764

51

Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek

Rho adviseurs voor leefruimte

401360.20161338

52

Rho adviseurs voor leefruimte

401360.20161338

VERKENNEND MILIEUKUNDIG (ASBEST)BODEMONDERZOEK OP HET TERREIN GELEGEN AAN DE WOUDSEWEG (NABIJ NUMMER 130) EN HARNASCHDREEF

M I L I E U B E H E E R

TE DEN HOORN

VERKENNEND MILIEUKUNDIG (ASBEST)BODEMONDERZOEK OP HET TERREIN GELEGEN AAN DE WOUDSEWEG (NABIJ NUMMER 130) EN HARNASCHDREEF TE DEN HOORN

Colofon

Opdrachtgever:

Van Leerdam Makelaardij en Advies De heer C. van Leerdam Fluitekruid 64 2635 KT Den Hoorn

Adviesbureau:

VanderHelm Milieubeheer B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs 010 - 249 24 60 info@vdhelm.nl www.vdhelm.nl

Projectfoto's:

Dhr. R. van Charante en dhr. R. Bazuin

© VanderHelm Milieubeheer B.V.

Projectcode:

20191598

Versie

Definitief

Datum

14-02-2020

Verantwoording

Auteur

Mw. N. Sanders-Postma, MSc

Projectleider

Mw. S. Clement-Waaijer, MSc

Vrijgave

Dhr. Ing. E.L. van den Bosch

INHOUDSOPGAVE

1. INLEIDING.......................................................................................................................................... 4 2. VOORONDERZOEK .......................................................................................................................... 6 2.1 HUIDIGE SITUATIE ............................................................................................................................... 6 2.2 HISTORISCH ONDERZOEK .................................................................................................................... 7 2.3 CONCLUSIES VOORONDERZOEK .......................................................................................................... 7 3. HYPOTHESE ..................................................................................................................................... 8 4. VELDONDERZOEK ........................................................................................................................... 9 4.1 AANPAK EN UITVOERING ..................................................................................................................... 9 4.2 VISUELE INSPECTIE MAAIVELD .............................................................................................................

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=0fb094e5-3f8c-4903-a7c8-bed17a78abf8