CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Zienswijze totaal 2 (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 22 oktober 2024, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Voorstel Afvalbeleid 203027.400 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

1

op

het

ontwerpplan het

of

vult

u

hier

het

nummer

in.

ontwerpbesluit?

college per januari gratis ophalen van grof huishoudelijk afval afgeschaft. Voor het van afval moet nu ophalen grof huishoudelijk € 25,00 betaald worden. Dit is gedaan om het scheiden van grof huishoudelijk afval te stimuleren. Op de verschillende milieustations van Avalex (en Maassluis) kan het grof huishoudelijk afval makkelijk worden gescheiden. Niet duidelijk wordt wat er gestimuleerd wordt. Het grofvuil, want daar gaat het om, werd al gescheiden door Avalex. Nu moet dat door burgers gebeuren die het naar de milieustraat moeten brengen, want het ophalen kost €25,-. Dit heeft m.i. niets met stimuleren te maken maar met een verpakte bezuiniging. Ik heb al bij de gemeente melding gemaakt met foto's, van een dump in het Maaslandse bos en een flinke hoeveelheid grofvuil in het speeltuintje aan de Werve in Maasland. Dit zal vaker voorkomen want van niets naar €25,- is een grote stap. Niet iedereen kan dat missen of heeft een auto om het grofvuil naar de milieustraat te brengen. Ik hoop dat van de maatregel wordt afgezien.

atiaslne

|

LJ

Gemeente

Ge

la

Anna

Midden-Delfland |

|

|

|

van

T (015)

Raesfeltstraat 37, Postbus 1, 2636 ZG

380 41

11, F (015) 380 99 92

E gemeente@middendelfland.nl,

|

Schipluiden p

| www.middendelfland.nl

Zienswijze Ingediend

Telefoonnummer

E-mailadres Heeft

iemand

u

gemachtigd zienswijze in

om

Zaaknummer

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)@gmail.com

door

ik dien

Nee,

zelf

een

ter

inzage ligging

zienswijze

645052

in

een

te

dienen?

Uw

zienswijze

Wanneer

heeft

de gemeente

de

van

het

ontwerpplan/ontwerpbesluit

bekendgemaakt? 04-06-2024

is de

Wat

naam

ontwerp-afvalbeleid Als

het gaat

ontwerpplan/ontwerpbesluit?

van

om

2030

ontwerpbesluit omgevingsvergunning,

een

vult

u

hier

het

nummer

in.

514702

Wat

is

Voor

de

Vraag

verenigingen rekening

-

-

-

is of hier

-

kan

aangepast

het

combinatie

of

gemeente

kan

mee

gehouden

ontwerpbesluit? het

nieuwe

is.

restafval; compensatie; van een gescheiden containers PMD / papier; van bovenstaande; voor

verhoging hulp bij het opzetten afval

ontwerpplan

onze

zijn:

tarief van

extra

op

binnen

Oplossing -

zienswijze

uw

subsidie

inleveren ter

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

afval

systeem;

afvalbeleid

kosten

verhogend zijn.

citlasYe

E |

la}

KE

Gemeente

Anna

Midden-Delfland

T (015)

u

le

n

u

E

n

van

Raesfeltstraat 37, Postbus 1, 2636 ZG

380 41

Schipluiden

N of

11, F (015) 380 99 92

gemeente@middendelfland.nl,

| www.middendelfland.nl

Zienswijze Ingediend

Telefoonnummer

E-mailadres Heeft

iemand

u

gemachtigd zienswijze in

om

Zaaknummer

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)@kabelfoon.nl

door

ik dien

Nee,

zelf

een

ter

inzage ligging

zienswijze

645184

in

een

te

dienen?

Uw

zienswijze

Wanneer

heeft

de gemeente

de

van

het

ontwerpplan/ontwerpbesluit

bekendgemaakt? 07-06-2024

Wat

is de

naam

van

ontwerp-afvalbeleid Als

Wat

het gaat

is

uw

om

ontwerpbesluit omgevingsvergunning,

een

zienswijze

Betalen ons

per gebruik afval, waardoor

Dus

per

oneerlijk.

ontwerpplan/ontwerpbesluit?

2030

gewicht

op

het

ontwerpplan

van

de

ondergrondse

wij

10

en

20

afrekenen

is

eerlijk,

hier

het

nummer

in.

eerlijk. Wij scheiden heel goed gebruiken plaats van de 60 liter zakken. van de gebruik ondergrondse container is echt heel

restafval

per

u

ontwerpbesluit?

restafvalcontainer

literzakken maar

of

vult

is niet

in

citat

E

Gemeente

E

jj Midden-Delfland

E

KE

Lil

e

Anna

5

B

van

T (015) E

B

Raesfeltstraat 37, Postbus 1, 2636 ZG

380 41

Schipluiden

11, F (015) 380 99 92

gemeente@middendelfland.nl,

Il www.middendelfland.nl

Zienswijze Ingediend

Zaaknummer

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

door

645250

Telefoonnummer

E-mailadres Heeft

(geanonimiseerd)eomail.com Bm

iemand

u

gemachtigd zienswijze in

om

Nee,

ik dien

zelf

een

ter

inzage ligging

zienswijze

in

een

te

dienen?

Uw

zienswijze

Wanneer

heeft

de gemeente

de

van

het

ontwerpplan/ontwerpbesluit

bekendgemaakt? 07-06-2024

is de

naam

Afvalbeleid

2030

Wat

Als

het gaat

om

van

ontwerpplan/ontwerpbesluit?

een

ontwerpbesluit omgevingsvergunning,

vult

u

hier

het

nummer

in.

514702

Wat Hallo

is

uw

jullie

zienswijze afval

op

het

ontwerpplan aan

nu

het

of

ontwerpbesluit?

heffing gewicht koppelen maar wat als omstanders of buren wat in ook jouw gooien wat regelmatig gebeurd,dan ga je meer betalen. Wat dan niet klopt hoe gaan jullie dat controleren,‚en valt dat te controleren.Ook ga je vragen om afval dumping en als je bakken nog maar om de 6 weken gaat legen wil je niet weten voor stank wat daarbij vrij komt en ongedierte. Ook dat gaat weer voor veel overlast en extra kosten zorgen.(maden,vliegen ratten noem maar op en dat kan ook weer voor ziektes zorgen) Nu lopen de maden al uit je bak als 't warm is laat staan als ze om de 6weken geleegd worden. Dus zoals ‘t plan nu is denken we niet dat er verbetering inzit alleen verslechtering in de buurt. bak

willen

N of

citfasle

é

E

[al E

KE

Gemeente

Anna

Midden-Delfland

T (015)

Lil

e

5

B

E

B

van

Raesfeltstraat 37, Postbus 1, 2636 ZG

380 41

Schipluiden p

11, F (015) 380 99 92

gemeente@middendelfland.nl,

Il www.middendelfland.nl

N of

Zienswijze

citfasle

Ingediend

Telefoonnummer

E-mailadres Heeft

iemand

u

gemachtigd zienswijze in

om

Zaaknummer

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)@hotmail.nl

door

Nee,

ik dien

zelf

een

ter

inzage ligging

zienswijze

645283

in

een

te

dienen?

Uw

zienswijze

Wanneer

heeft

de gemeente

de

van

het

ontwerpplan/ontwerpbesluit

bekendgemaakt? 04-06-2024

is de

Wat

naam

Ontwerp-afvalbeleid Als

het gaat

Wat In

is

uw

het

om

ontwerpplan/ontwerpbesluit?

van

2030

een

zienswijze

ontwerpbesluit omgevingsvergunning,

op

het

ontwerpplan

of

u

hier

het

nummer

in.

ontwerpbesluit?

het ophalen van afval en het legen van containers. ontwerp-afvalbeleid gesproken wil ik u onder de aandacht dat de frequentie van het legen van de Graag bij brengen eind van het wordt groenafvalcontainers jaar te vroeg teruggebracht naar eens per 4 weken. Op dat is er van veel bladverlies van moment nog sprake bomen, waardoor lediging eens per 2 weken is om het blad via de noodzakelijk netjes groenafvalcontainer af te kunnen voeren. Daarentegen gaat de lediging in het voorjaar te vroeg van eens per 4 weken naar eens per 2 weken. In die periode is er nog weinig groenafval. Ik verzoek u derhalve de periode van eens per 4 weken lediging later in het jaar te laten starten en in het voorjaar langer aan te houden. Daarmee heeft het opvolgen van deze zienswijze geen financiële consequentie maar bevordert wel het gescheiden inzamelen van afval. Nu wordt in het najaar afgevallen blad in de restafvalcontainer gedaan omdat het anders niet af te voeren

wordt

vult

is.

over

E

[al

KE

a}

Gemeente

Anna

Midden-Delfland

T (015)

u

u

|

|

E

|

van

Raesfeltstraat 37, Postbus 1, 2636 ZG

380 41

11, F (015)

Schipluiden p

380 99 92

gemeente@middendelfland.nl,

N

Il www.middendelfland.nl

Zienswijze Ingediend

Zaaknummer

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

door

645285

Telefoonnummer

E-mailadres Heeft

(geanonimiseerd) eemail.com

iemand

u

gemachtigd zienswijze in

om

Nee,

ik dien

zelf

een

ter

inzage ligging

zienswijze

in

een

te

dienen?

Uw

zienswijze

Wanneer

heeft

de gemeente

de

van

het

ontwerpplan/ontwerpbesluit

bekendgemaakt? 04-06-2024

is de

Wat

naam

Ontwerp-afvalbeleid Als

het gaat

Wat

is

Wij

uw

om

ontwerpplan/ontwerpbesluit?

van

2023

een

zienswijze

hebben

ontwerpbesluit omgevingsvergunning,

op

het

2024

een

ontwerpplan

of

u

hier

het

nummer

in.

ontwerpbesluit?

begin juni gemeente ontvangen inzake het ontwerp afvalbeleid de om een met uitnodiging zienswijze in te dienen. Naar aanleiding van deze brief hebben wij ook de raadsvergadering online bekeken waarin dit onderwerp is behandeld. 2030

In

die

als

er

brief

vult

van

de

daarin

raadsvergadering werd door de wethouder aangegeven dat ervan uitgegaan mag worden dat geen zienswijzen worden ontvangen van inwoners waaruit blijkt dat zij het niet eens zijn met het ontwerpbeleid, de inwoners het ermee eens zijn. In diezelfde raadsvergadering is door meerdere raadsleden verzocht om een heldere samenvatting om het voor de inwoners begrijpelijk te maken. Aan dit verzoek van de raad is klaarblijkelijk geen gehoor gegeven aangezien de brief geen inhoudelijke informatie over het ontwerpbesluit bevat en het document zelf 31 pagina’s lang is vol ambtelijk taalgebruik. Wij zijn daarom van mening dat het niet indienen van zienswijzen niet als indicatie gezien kan worden van instemming, mede omdat we meerdere mensen in onze directe omgeving hebben gesproken die hebben aangegeven niet de moeite te nemen om dit document integraal te lezen. Het

ontwerpbesluit schiet wat ons betreft op meerdere punten tekort om in de huidige vorm te worden goedgekeurd: Er wordt niet consistent gebruik gemaakt van data in de onderbouwing. In het ontwerpbesluit wordt een hoeveelheid van 166 kg per inwoner vermeld voor het jaar 2022, terwijl even verderop een benchmark is opgenomen waarin cijfers over 2021 staan met een hoeveelheid van 172 kg per inwoner. Kijken we dan op de website van het NVRD dan wordt voor 2021 een hoeveelheid van 159 kg wordt genoemd. Waarom wordt in het ontwerpbesluit een andere hoeveelheid gebruikt dan door de bron van de benchmark is gepubliceerd? Tevens wordt in het besluit melding gemaakt van implementatiekosten van € 410.000, terwijl in de begroting in de bijlage een bedrag van € 115.000 wordt genoemd voor de invoering van de prijsprikkel. kunnen

.

of

citat

• In de

kostenraming wordt geen rekening gehouden met structureel hogere kosten voor de administratie en inning van de variabele kosten, het lijkt ons naïef om te denken dat dit systeem geen hogere administratieve lasten met zich mee gaat brengen. • In de getoonde benchmark wordt Midden-Delfland als gemiddeld presterende gemeente benoemd in de referentiegroep. Deze referentiegroep lijkt enkel gebaseerd te zijn op het hoogbouwpercentage. Het vergelijken met gemeenten als Enschede, Apeldoorn, Almere en Hengelo komt op zijn minst vreemd over, omdat die van een compleet andere omvang zijn dan Midden-Delfland. Is er ook gekeken naar demografische kenmerken van de gemeenten die van invloed kunnen zijn op de hoeveelheid afval per inwoner? • Er wordt gesteld dat de kosten van Avalex kunnen dalen op basis van het aantal deelnemende gemeenten aan deze manier van tariefdifferentiatie. Hoeveel gemeenten hebben zich al gecommitteerd aan deelname aan tariefdifferentiatie bij Avalex? Met andere woorden, wat is het risico dat Midden-Delfland (voorlopig) de enige deelnemende gemeente is en dus alle kosten draagt? • Er wordt niet onderbouwd waarom Midden-Delfland na overleg met Avalex kiest voor de volume/frequentievariant. Wat zijn de argumenten die deze keuze onderbouwen? • Er wordt slechts beperkt ingegaan op de mogelijke neveneffecten van dit beleid.

Om het bijplaatsen van afval bij ondergrondse containers of illegaal dumpen van afval tegen te gaan worden tijdelijk afvalcoaches ingezet. Wat wordt de dekkingsgraad van deze coaches? Werken deze coaches ook buiten kantooruren (het tijdstip waarop veel werkende mensen typisch hun afval wegbrengen)? Is het niet naïef om te denken dat het tijdelijk inzetten van coaches een blijvend effect zal hebben? Wat gebeurt er als dit toch geen blijvend effect blijkt te hebben? Wat zouden de kosten zijn van het structureel in moeten zetten van coaches? Wat als het bij het PMD aanbieden van restafval toch een structureel effect blijkt te zijn en de kwaliteit van de bronscheiding daarmee juist achteruitgaat? Is communicatie dan echt afdoende? Over deze vragen wordt in het ontwerpbesluit vrij lichtvaardig heengestapt. • Bijlage 2 is onvoldoende duidelijk in de zin dat veel bedragen of getallen niet worden verklaard en toegelicht wat deze betekenen. Onduidelijk is ook waarom de vergelijking wordt gemaakt met Castricum, Lansingerland en Wijchen, waarbij van Wijchen ook nog eens de gegevens van 2019 worden gebruikt in plaats van 2022. Deze drie gemeenten komen ook niet in de benchmark voor. Het lijkt er dus op dat er in het ontwerpbesluit willekeurig vergelijkingen met andere gemeenten worden gemaakt.

Onduidelijk is ook waarom in 2025 wordt verwacht dat bij invoering van de prijsprikkel de hoeveelheid restafval per inwoner hoger is dan bij ongewijzigd beleid. Waarom wijken de tarieven voor de afvalstoffenheffing 2024 in de bijlage af van de door de gemeente gepubliceerde tarieven op de website en in de verordening (de afwijking is weliswaar klein maar geeft wel twijfels bij de zorgvuldigheid waarmee deze bijlage is opgesteld)? Op basis van bovenstaande observaties zijn wij van mening dat dit ontwerpbesluit onvoldoende is onderbouwd en te weinig rekening houdt met mogelijke structurele tegenvallers (er lijkt sprake te zijn van wensdenken).

2

| E

Ke

Gemeente

Anna

Midden-Delfland

T (015)

u

u

|

|

Raesfeltstraat 37, Postbus 1, 2636 ZG

van

380 41

11, F (015)

380 99 92

E gemeente@middendelfland.nl,

|

Schipluiden

| www.middendelfland.nl

Zienswijze Ingediend

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)@hetnet.nl

door

Telefoonnummer E-mailadres

Heeft

iemand

u

gemachtigd zienswijze in

om

Nee,

ik dien

zelf

een

ter

inzage ligging

zienswijze

Zaaknummer

645316

in

een

te

dienen?

Uw

zienswijze

Wanneer

heeft

de gemeente

de

van

het

ontwerpplan/ontwerpbesluit

bekendgemaakt? 04-06-2024

Wat

is de

naam

Ontwerp-afvalbeleid Als

het gaat

Wat

is

Zie

bijlage

uw

om

ontwerpplan/ontwerpbesluit?

van

2030

een

zienswijze

ontwerpbesluit omgevingsvergunning,

op

het

ontwerpplan

of

ontwerpbesluit?

vult

u

hier

het

nummer

in.

citlasYe

GEMEENTE

Afdelingsdirecteur Openbare

Ruimte van Midden-Delfland

Postbus 1

MIDDEN-DELFLAND INGEKOMEN OP

2636 ZG

Schipluiden

Datum

17

juli 2024 Zienswijze ontwerp-afvalbeleid

Betreft Uw

19 JUL 2024

kenmerk

2023

514702

Geachte (geanonimiseerd) EN (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) B (geanonimiseerd) namens het college van burgemeester en wethouders Delfland een brief gestuurd met kenmerk 514702. Hierin worden de inwoners gevraagd een zienswijze in te dienen op het ontwerp afval-beleid 2030.

Op 4 juni

2024 heeft

de inwoners van Midden

Helaas had ik slechts 1 dag om hier tijd aan te besteden, maar ik wilde toch graag van de gelegenheid gebruik maken. Mochten een aantal punten niet 100% duidelijk zijn, of blijkt dat ik een paragraaf over het hoofd heb gezien, dan ligt de reden in elk geval in de beperkte, beschikbare tijd. In de

bijlage treft u een uitgebreidere

Met

vriendelijke groet,

reactie aan.

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

Zienswijze Reactie op 'Ontwerp Afvalbeleid 2030'

Bladzijde 1 van 14

Inleiding Begin juni 2024 ontvingen de bewoners van Midden Delfland van de directeur afdeling Beheer Openbare Ruimte een brief, waarin om de mening van de bewoners wordt gevraagd inzake het ontwerp-afvalbeleid 2030. In die brief staat dat het volgende proces tot dan toe is gevolgd: Op 23 april (waarschijnlijk 2024, maar dat is uit de brief niet duidelijk) is door de gemeenteraad besloten het ontwerp-afvalbeleid 2030 vrij te geven voor inspraak. De (desbetreffende) brief om de bewoners te informeren wordt verzonden op 4 juni 2024. Voorts worden de volgende data genoemd: Het ontwerp-afvalbeleid 2030 is per 7 juni 2024 in te zien (verschillende opties om dit te doen worden aangegeven). De reactietermijn loopt tot 19 juli 2024. Dit houdt in: 7 werkweken. Graag maak ik gebruik van de mogelijkheid om het ontwerp-afvalbeleid 2030 (verder: OAB-2030) van commentaar te voorzien. Daartoe is de volgende aanpak gevolgd: Algemene bestudering van het OAB-2030 Aangezien het om een beleidsstuk gaat, dienen de toegepaste uitgangspunten correct te zijn. Zijn deze namelijk (gedeeltelijk) onjuist, dan wordt ook verkeerd beleid uitgestippeld.

Daartoe: Controle van de uitgangspunten in het OAB-2030 Tot slot kwamen er allerlei vragen op, waarop een antwoord gewenst is: Vragen en onduidelijkheden Het doel is - net als het OAB-2030 zou moeten beogen - om tegen (zo laag mogelijke) kosten voor gemeente en bewoners de afvalverwerking te organiseren, terwijl tegelijkertijd zo min mogelijk restafval wordt geproduceerd.

Bladzijde 2 van 14

Algemene bestudering van het OAB-2030 Het document lijkt een groot aantal aspecten, die een rol spelen bij de afvalverwerking te bespreken. Het is wel een onhandig document geworden, aangezien afwegingen, historie en beleid door elkaar lopen. Het één is daardoor soms lastig van het ander te scheiden. Op basis van onderzoek, historische gegevens en randvoorwaarden (drie afzonderlijke hoofdstukken) had ook 1 hoofdstuk aan de afwegingen geweid kunnen worden. Dit had dan geleid tot het nieuwe beleid (ook 1 hoofdstuk). Dit had de leesbaarheid ten goede gekomen. Helaas moet ook geconstateerd worden dat delen van (met name) de bijlage (de ingevoegde presentatie in het beleid) niet leesbaar zijn: Onscherpe tekstdelen Te kleine letters Overlappende teksten De gebruikte getallen over de hoeveelheden afval zijn uitsluitend gemiddelden. Er wordt geen overzicht van de spreiding gegeven. Als voorbeeld wat dit als gevolg kan hebben: de gemiddelde temperatuur op de Maan is ongeveer - 25' C. Een temperatuur, die ook in het noorden van Scandinavië niet ongewoon is. Ofwel: de conclusie is dat op de Maan een leefbare conditie heerst. Echter, de maxima liggen rond de + 120' C en de minima bij -170' C. De werkelijkheid is dus dat de Maan totaal onleefbaar is. Zo ook met de gemiddelden en de werkelijke verdeling.

Er wordt nergens duidelijk gemaakt, of de gemiddelden en de medianen met elkaar overeenkomen, of wat de standaarddeviaties zijn. Met andere woorden: zijn alle inwoners het afval slecht aan het scheiden, of doet 90% zeer goed zijn best en zitten er slechts een paar 'zeer rotte appels' tussen? Tot slot in deze algemene bestudering: het lijkt erop dat de gemeente gelooft in 'een maakbare maatschappij'. Ofwel: dat alles te regelen valt. Als dat ook daadwerkelijk zo zou zijn, dan zouden de historische gegevens inmiddels moeten aantonen, dat alle stappen die in de afgelopen decennia zijn gezet om de hoeveelheid afval te verminderen ook daadwerkelijk effect hebben gehad. In Nederland wordt namelijk al tientallen jaren afval gescheiden en wordt al geruime tijd ingezet op vermindering van het restafval. Een snelle controle bij het CBS (www. cbs. nl/nl-nl/nieuws/2023/27/huishoudeliikafval-per-inwoner-op-laagste-niveau-in-biina-30-iaar) levert waardevolle informatie op. Zie de figuur op de volgende bladzijde (van de genoemde website):

Bladzijde 3 van 14

Ingezameld afval per inwoner in kilogrammen kilogram 600

< > 00

200

o

Restafval Schone grond, puin en houtafval

GFT en grof tuinafval Overig huishoudelijk afval

Op de website kan direct worden afgelezen, hoe de verdeling is. Een paar zaken vallen op: De totale hoeveelheid afval neemt slechts zeer weinig af: 1993: 478 kg per inwoner per jaar 2022: 461 kg per inwoner per jaar Dat is dus over 30 Jaar een afname van iets meer dan een halve kg per Jaar! o De fractie restafval neemt geleidelijk af: o 1993: 326 kg per inwoner per Jaar 2022:183 kg per inwoner per Jaar o Dat is dus over 30 Jaar een afname van iets minder dan 5 kg per Jaar. o o o

Extrapolerend geeft dit dus, dat in 2050 (nog zo'n 25 Jaar na nu) de verwachting is dat: De totale hoeveelheid afval rond de 450 kg zal liggen De fractie restafval rond de 60 kg zal liggen Tenzij zeer effectieve maatregelen (en dan met name op landelijk niveau) genomen kunnen worden. Verdere discussie van specifieke onderwerpen volgt in het volgende hoofdstuk.

Bladzijde 4 van 14

Controle van de uitgangspunten Tijdens de algemene bestudering van het OAB-2030 kwam ik een groot aantal stellingen tegen, waarvan niet werd onderbouwd, dat deze correct zijn. Daarmee is een groot deel van de juistheid (en dus dat het voorgestelde beleid ook inderdaad tot het beoogde doel leidt) niet aantoonbaar. En dus kunnen de bewoners onvolledig, of zelfs onjuist, worden voorgelicht. Ook zou het kunnen zijn dat het beleid niet tot de beoogde effecten leidt, omdat van onjuiste veronderstellingen wordt uitgegaan. De voorbeelden die ik nu graag wil aangeven en bespreken: Hoofdstuk 1, bladzijde 3 “De invoering van " het nieuwe inzamelen " (HNI) leidde tot een reductie van het huishoudelijk restafval van 34 kg (zie figuur 1). " Hoewel op zich deze stelling juist zou kunnen zijn, is dit niet uit de figuur af te leiden. De daling van de hoeveelheid restafval was ook voor 2016 (volgens de genoemde figuur) al ingezet en het is niet aangetoond, dat deze daling niet op eenzelfde wijze had kunnen doorzetten met hetzelfde resultaat. Vervolgens geldt volgens een studie (Dijkgraaf en Gradus, 2017) dat amper minder restafval te verwachten is door het omgekeerd inzamelen. Deze studie maakt dat de stelling niet per definitie juist is. Blijkbaar zijn er dan andere factoren in het spel, waardoor in de gemeente Midden Delfland een vermindering van de hoeveelheid restafval opgetreden is.

Waarschijnlijk wordt bedoeld dat het invoeren van het zogenaamde diftar-systeem (die volgens de eerder genoemde studie van Dijkgraaf en Gradus wel effect heeft) tot een vermindering van de hoeveelheid restafval heeft geleid. Maar dat is iets anders. Hoofdstuk 1, bladzijde 3 " Vergeleken bij andere gemeenten " Om een vergelijk te kunnen maken, dienen de juiste getallen beschikbaar te zijn. Anders worden 'appels met peren vergeleken'. Dit lijkt ook hier aan de hand te zijn, namelijk: > In figuur 1 is voor 2021 een hoeveelheid restafval van 172-173 kg af te lezen. > In figuur 2 is voor 2021 een hoeveelheid restafval van 172 kg genoemd. > In de tabel op bladzijde 19 is voor 2021 een hoeveelheid restafval van 163 kg genoemd. De eerste 2 lijken redelijk overeen te komen. De derde wijkt af. Vervolgens: > In figuur 1 staat dat het restafval bestaat uit fijn, grof, bouw- & sloopafval) > In de tabel op bladzijde 19 staat dat het restafval bestaat uit fijn en grof afval. Hier zit dus ook een verschil in definitie van wat tot 'restafval' wordt gerekend. En of er bouw- en sloopafval toe wordt gerekend of niet, maakt heel veel uit. Uit persoonlijke ervaring: wij hebben tijdens verbouwingswerkzaamheden in 2022 alleen al voor circa 800 kg aan bouw- en sloopafval weggebracht. Dat springt er dan nogal uit.

Als hier al behoorlijke verschillen inzitten, hoe is dan gegarandeerd dat de gebruikte gegevens correct met elkaar vergeleken zijn? Laat staan dat de getallen correct zijn? Hoofdstuk 4, bladzijde 3 " Het Nieuwe Inzamelen " De gemeente Midden Delfland vergelijkt zichzelf blijkbaar graag met andere gemeente om de inwoners te laten zien hoe slecht/goed men presteert. Zo is Horst aan de Maas een voorbeeld (bijlage 1, tabel bladzijde 19). Horst aan de Maas heeft blijkbaar slechts 43 kg restafval per inwoner. Wordt de website van die gemeente echter geraadpleegd, dan is daar te vinden dat in die gemeente het afval wekelijks wordt opgehaald. De frequentie van inzamelen heeft dus de omgekeerde relatie met de hoeveelheid restafval, dan die door de gemeente Midden Delfland wordt voorgespiegeld.

Bladzijde 5 van 14

De stelling is dus gedeeltelijk onjuist (zoals het in het document staat, wordt gesuggereerd dat Het Nieuwe Inzamelen (inclusief de verlaging van de ophaalfrequentie) ervoor gezorgd heeft dat de hoeveelheid restafval verminderde). Als de gemiddelde hoeveelheid (totale) afval van Nederland wordt vergeleken met die van Midden Delfland, dan is dat voor het Nederlandse gemiddelde 461 kg (zie ook algemene bestudering). Uit bijlage 1, bladzijde 24 valt op te maken dat voor Midden Delfland de totale afvalberg ongeveer 405 kg is. Midden Delfland is juist een koploper! Is de gemeente zich bewust dat over de gehele linie men in Midden Delfland al heel veel beter presteert dan de rest van Nederland? En hoe is dit in lijn met het reeds gevoerde beleid (wat dus anders is dan elders)? En hoe weet men nu dat wanneer het beleid in lijn gebracht wordt met andere gemeenten, dat dit geen averechtse effecten heeft? Hoofdstuk 5, bladzijde 8 " De gemiddelde kosten voor de afvalinzameling en -verwerking voor huishoudens in MiddenDelfland beheersbaar houden. " Hier staat een zinsnede: " Door de invoering van het nieuwe beleid krijgen inwoners de regie over een deel van de afvalstoffenheffing." De afvalstoffenheffing is een vorm van belasting (www. rijksoverheid. nl/onderwerpen/gemeenten/vraag-en-antwoord/welke-belastingen-heft-degemeente), die een gemeente mag heffen.

Daar staat letterlijk: " De gemeenteraad stelt de hoogte van gemeentelijke belastingen jaarlijks vast. De hoogte verschilt per gemeente. U kunt geen bezwaar maken tegen belastingverordening zelf of het tarief. " De stelling dat de bewoners de regie over (een deel) van de afvalstoffenheffing krijgen is dus niet waar. Er is hooguit de mogelijkheid om de gevolgen van het beleid zelf te sturen. Hoofdstuk 5, bladzijde 8 " Nascheiding. " Het lijkt erop, dat het beleidsdocument uitgaat van verouderde data. Afgelopen tijd (week 27, 2024) was in veel media te lezen, dat veel gemeentes juist weer teruggaan naar 'plastic in het restafval', omdat nascheiding toch vele malen goedkoper is. Ook andere, eventuele voordelen (minder verkeerstromen, omdat er minder vuilniswagens hoeven te rijden & minder 'overlast' voor bewoners, omdat er een kliko minder hoeft thuis hoeft te worden gestald), worden niet genoemd in de afwegingen. Hoofdstuk 5, bladzijde 10 " Service + maatschappelijk effect. " Ook hier staat een zinsnede, die op termijn niet houdbaar zal zijn: " De hoogte van het variabele gedeelte wordt zodanig gekozen dat huishoudens die 100 kg restafval per inwoners per jaar produceren geen verhoging van de afvalstoffenheffing zullen ervaren. " Hier staat dat de afvalstoffenheffing in dat geval niet meer zal veranderen. Dat zal nooit het geval kunnen zijn.

Naast het feit dat de politiek een 'nul kg restafval' doelstelling nastreeft in 2050 (dus tegen die tijd zal er vast een nog hogere heffing volgen voor restafval), is het ook zo, dat wanneer de C02-heffing die de rijksoverheid gemeenten oplegt, wordt verhoogd, dat dit aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid aan de burger wordt doorberekend. De afvalstoffenheffing zal zeker stijgen. . . voor iedereen. Hoofdstuk 5, bladzijde 14 " De gestelde doelen worden niet gehaald. " Ook in deze paragraaf een geniale passage: " Indien dit gaandeweg de looptijd duidelijk wordt, zijn er instrumenten die de gemeente kan inzetten om alsnog de gestelde doelen binnen handbereik te krijgen en te behalen. Denk aan het verlagen van de inzamelfrequentie van het restafval, "

Bladzijde 6 van 14

Een 'vertaling' mijnerzijds om morgen de doelen te halen: STOP PER DIRECT MET HET INZAMELEN VAN AFVAL! Want als de frequentie van het ophalen maar in voldoende mate wordt verlaagd, worden de doelen gehaald. De onzinnigheid van een dergelijke maatregel wordt door de gemeente zelf toch ook wel ingezien?

Hoofdstuk 5, bladzijde 16 " De " Diftar-paradox Een mooi voorbeeld dat de gemeente al voorsorteert om in een later stadium de tarieven toch aan te passen: " Door de juiste balans te vinden in het vaste en het variabele deel van de Afvalstoffenheffing zal de gemeente deze paradox tegengaan. " Een directe tegenspraak met de stelling dat 'als je maar onder de 100 kg restafval blijft, verandert de heffing niet'. Vergelijk hierbij ook de zin (bladzijde 13): " Indien bij de jaarlijkse evaluatie blijkt, dat de hoeveelheid restafval nog onvoldoende afneemt voeren kan de gemeente het variabele tarief verhogen als ook de inzamelfrequentie verlagen. " Ook hier wordt alvast voorgesorteerd op het verhogen van het

tarief. Hoe denkt de gemeente dat dergelijke uitspraken met elkaar in lijn zijn? Zou het niet veel beter zijn hier eerlijk in te zijn en bijvoorbeeld als doel te stellen dat de gemeente ernaar streeft om de vervuiler te laten betalen (wat inderdaad ook in het beleid wordt genoemd), terwijl daarbij ook de afvalverwerking volledig door de bijdragen van de inwoners dient te worden opgebracht. Hoe dan de gemeente ervoor zorgt dat de kosten beheersbaar blijven is dan nog wel een punt van aandacht.

Hoofdstuk 5, bladzijde 16 " Stappenplan invoering en voorgesteld planning " In deze paragraaf wordt de indruk gewekt, dat de gemeente veel zorgvuldigheid betracht. Maar daarbij wordt voor de bewoners slechts in déze inspraakperiode de mogelijkheid gegund om bij te sturen. Ook uit de tekst blijkt dat deze zorgvuldigheid eigenlijk alleen maar slaat op de politieke, bestuurlijke en juridisch verankering; niet over 'wat is het beste?' Als voorbeeld; > Op bladzijde 12 staat " Tevens zal per 1 januari 2024 het aantal bezoeken per huishouden aan de milieustraten worden beperkt tot 12 per jaar. " Deze zin staat in de toekomstige tijd (grammaticaal). Ofwel: deze tekst is al in 2023 (of eerder) opgesteld. Daaruit is af te leiden dat de gemeente (met meerdere ambtenaren) waarschijnlijk al meer dan een jaar aan dit beleid werkt. Dat is op zich prijzenswaardig. Maar de tijd die een (in mijn geval: fulltime werkende) bewoner vervolgens krijgt, is 7 werkweken. Een schril contrast. > In het verlengde hiervan: bijlage 1 is al uit maart 20221 De gemeente dus al vanaf 2021 met dit onderwerp bezig. > Op bladzijde 16 staat " de tijd nemen om te communiceren naar onze inwoners en het gesprek met hen aan te gaan over het nieuwe beleid.." Geen woord over de mogelijkheid van de inwoners om later nog bij te sturen aan de uitvoering van het beleid.

Tussen beleid en uitvoering zit namelijk nog een wereld van verschil, zoals bij de gemeente bekend mag zijn. Het is eenrichtingsverkeer vanuit de gemeente, zoals het nu gepresenteerd wordt. Is de gemeente van mening dat 'als het verhaal maar vaak genoeg verteld wordt, dan is het zorgvuldig gedaan', een correcte stelling is? Of is het belangrijker om de afwegingen op basis van de

Bladzijde 7 van 14

juiste informatie te kunnen maken? En dat daarbij meer aspecten van belang zouden kunnen zijn dan alleen het getal 'aantal kg restafval'? En dat inwoners best met ideeën kunnen komen, die niet door de gemeente zijn bedacht? In het verlengde hiervan ook de passage uit de brief (kenmerk 514702). Daarin wordt gesuggereerd dat de inwoners inspraak hebben. De inspraak is echter niet gegarandeerd. Er staat 'Als het nodig is en kan, passen we het ontwerp aan'. De vragen; > Wie bepaalt of iets nodig is? Als een ambtenaar bedenkt dat 'hij het beter weet', dan is het snel bepaald dat een aanpassing niet nodig is, toch? > Wie bepaalt of iets kan? Als er in de gepresenteerde planning straks te weinig tijd is om bepaalde onderzoeken wel goed te doen, worden die onderzoeken dan niet gedaan en daarom blijft het ontwerp dan als het is, of niet? > Begrijp ik het goed dat de zienswijzen niet naar de raad gaan, maar alleen de nota van beantwoording? Dus alle context van een vraag zou dus verloren kunnen gaan? Het gaat dan niet meer om of er een beter ontwerp gemaakt kan worden, maar meer erom of dat binnen de gestelde termijn kan, zodat een politiek doel gehaald kan worden. De inwoners staan in dat geval een beetje aan de zijlijn.

Een nettere mededeling zou dan toch zijn, iets in de trend van: " Wanneer in de zienswijzen onjuistheden worden aangegeven, die in het ontwerp-afvalbeleid zijn geconstateerd, dan worden deze onjuistheden gecorrigeerd. Helaas zullen niet alle punten uit de verschillende zienswijzen kunnen worden opgenomen/verwerkt. Hierin maakt de gemeente (ambtelijke organisatie) een eerste keuze in het voorstel naar de raad. De alternatieven worden wel aan de raad voorgelegd. De raad besluit uiteindelijk over het beleid. "

Bladzijde 8 van 14

Vragen/onduidelijkheden omtrent het voorgestelde beleid •

Er ontbreekt een duidelijke definitie van het begrip 'restafval'. In het document (al eerder aangestipt) is de definitie niet duidelijk en worden verschillende getallen met verschillende betekenis met elkaar vergeleken). Als morgen de definitie van restafval wordt aangepast, is het probleem 'weg'. Niet het afval, maar wel het sturen op de hoeveelheid van restafval. Dit lijkt me een fundamenteel uitgangspunt; ook richting de bewoners; " Wat is nu exact restafval? " Hoe ziet de gemeente een dergelijke definitie voor zich? En welk effect heeft dit op het te voeren beleid?

•

De doelstelling van 0 kg restafval in 2050 lijkt eigenlijk onhaalbaar. Tenzij (aansluitend op de vorige vraag) er voor ongeveer elke fractie aan afval een aparte inzameling mogelijk is, blijft er afval bestaan. Hoe ziet de gemeente een 0 kg restafval voor zich? Of worden straks bepaalde zaken verboden in de gemeente, zoals; o Stofzuigen (stof, vuil en dergelijke lijken niet echt herbruikbaar); o Straat vegen (zand, vuil, zwerfvuil zijn alle verschillend van materiaal); o Kinderen krijgen (of gaat ook de verkoop van Pampers verboden worden?); o Huisdieren houden (kattengrit is bijzonder onhandig materiaal)?

•

Er wordt gevraagd om een zienswijze op het OAB-2030. De vraag is, hoe dit voorstel goed beoordeeld kan worden, zonder financiële paragraaf. Bijlage 2 (Rekenmodel) geeft een overzicht van de verwachte kosten/opbrengsten. Daaruit kan worden afgeleid; o Met het huidige beleid lopen de kosten voor de afvalstoffenheffing naar verwachting voor de inwoners de komende jaren op, circa 3 - 6% per jaar. o Vervolgens wordt de grootte van de afvalstoffenheffing gepresenteerd 'met een prijsprikkel'. Daaruit lijkt een (relatief) constant bedrag te bestaan. Echter; op bladzijde 27 staat dat Avalex de kosten nog niet in beeld heeft. Hoe verhouden deze zaken zich tot elkaar (wel een beleid opstellen, zonder dat de exacte kosten (in elk geval voor de inwoners) inzichtelijk zijn)? Op basis van welke inzichten/studies/uitgangspunten kan de gemeente een uitspraak doen over de afvalstoffenheffing bij het voorgestelde beleid (h. l. Prijsprikkel)? En dat het voor de inwoners financieel houdbaar blijft? En dat het voor de inwoners inzichtelijk is, hoe deze berekening is gemaakt?

•

De gemeente stelt de emissies in de komende jaren zo laag mogelijk te willen houden (bladzijde 4). Echter, hierbij de volgende kanttekeningen; o Hier wordt waarschijnlijk gedoeld op de emissies bij het verbranden van het restafval? o Is ook de (extra!) inzet van vuilniswagens meegenomen in de afwegingen? Want voor elke afvalfractie moet nu een aparte rit gemaakt worden. Ook dit valt toch onder emissie? o Is ook rekening gehouden met de (extra) inspanningen (vervoer, et cetera) van inwoners, die nu vaker naar de Milieustraat moeten rijden om, bijvoorbeeld, grofvuil in te leveren? Ook dit valt toch onder emissie? Met circa 8. 000 huishoudens is dit een behoorlijke toename van verkeer richting de Milieustraat.

•

De gemeente stelt een planning voor de invoering van het beleid voor, waaraan doelen gekoppeld zijn (figuur 3, bladzijde 15). Deze planning stelt geen realistisch beeld;

Bladzijde 9 van 14

o

o

•

Om te beginnen is het niet duidelijk, welke lijn exact moet worden gevolgd. Maar om e. e. a. positief te benaderen, wordt het meest succesvolle scenario gevolgd (eerst de blauwe lijn (huidig beleid), vervolgens de gele lijn en vervolgens de groene lijn) om volgens de figuur in 2030 op circa 40 kg restafval per inwoner uit te komen. Als de geplande mijlpalen worden gebruikt (paragraaf 5. 6), dan blijkt daar een groot hiaat te bestaan: ■ Het beleid gaat (op z'n vroegst, volgens het voorstel) op 1 januari 2026 van start. Tot dan geldt het huidige beleid. Echter, de gele lijn start al in 2023. Per definitie niet haalbaar. ■ De figuur is ook tegenstrijdig met de verdere tekst, waar wordt aangegeven dat pas eind 2027 onder de 100 kg per inwoner aan restafval wordt verwacht te zijn aangekomen. ■ Voor het huidige beleid is (gezien de genoemde data) al een start gemaakt in 2022. In 2026 gaat dit van (volgens planning) van start. Het vervolgbeleid wordt pas voorbereid na de evaluatie en dus niet eerder dan medio 2028 kunnen starten. Ruim een jaar (tenzij zorgvuldigheid tegen die tijd als norm wordt losgelaten) doorlooptijd voor inspraak en communicatie, betekent een ingangsdatum van 2030, toch?

Wordt een eerder punt (de 0 kg restafval-doelstelling) gecombineerd met de planning, dan volgt een volgende vraag: o Er geldt voor heel veel zaken (en dus ook het merendeel van projecten) een 'gouden regel': de 80-20 regel. Ofwel: 80% kost 20% van de tijd en 20% kost 80% van de tijd. Hetzelfde geldt min of meer voor geld. Als nu een vermindering van 110 kg in het eerste deel van de periode wordt genomen en de resterende 40 kg voor de toekomst, dan is de verdeling (ongeveer) 75-25. Voor de 75% is een periode van 8 jaar gepland (in de figuur, maar het is al eerder aangetoond dat dit waarschijnlijk niet haalbaar is). Dat zou dan inhouden dat voor het tweede deel 24 jaar nodig is. 2030 + 24 = 2054. Een tweede indicator dat de planning erg ambitieus is. Het is maar een schatting, maar hoe ziet de gemeente een dergelijke benadering?

o

En ja, het kan vast sneller, maar daarvoor is geen plan gepresenteerd, los van de kosten die dat dan weer met zich mee zal brengen. Wordt dit voor 'geld' gedaan, dan kan (zie bladzijde 10 voor de huidig verwachte implementatiekosten) het tegen die tijd wellicht anderhalf miljoen euro kosten. Is dit ook de verwachting van de gemeente?

•

Zoals in het stuk al eerder is aangetoond: de ophaalfrequentie heeft geen relatie met de hoeveelheid restafval. Hoe is de gemeente tot de conclusie gekomen dat een lagere ophaalfrequentie tot minder restafval leidt, terwijl één van de 'koplopers' in Nederland juist een hogere frequentie hanteert?

•

Daaraan gekoppeld: Als er blijkbaar andere factoren een rol spelen bij de hoeveelheid restafval per gemeente, in hoeverre is door de gemeente onderzocht, welke verschillen er zijn tussen (bijvoorbeeld) Horst aan de Maas en Midden Delfland? Is de totale afvalstroom (inclusief GFT, PMD, KCA,

Bladzijde 10 van 14

et ceteraa) wel te vergelijken? Of zijn er nog andere redenen (bereikbaarheid van de milieustraat, kosten voor afvoer, gemak van scheiding op locatie, aantal en type bedrijven in de gemeente), die een rol spelen bij het grote verschil? •

De gemeente zoekt een oplossing in de richting van gepersonaliseerd 'volgen' van de afvalstromen. Ofwel; ook voor restafval komt er een aparte kliko (met chip), of de ondergrondse containers worden voorzien van een slot, waarvoor een pasje nodig is. Hoe ziet de gemeente de toename van zwerfafval als gevolg van de passanten? Midden Delfland ligt per slot van rekening aan de Gaag (pleziervaart) en in mooi groen gebied (fietsers), wat allerlei toerisme aantrekt, die hun afval minder goed kwijt kunnen.

•

Gezien de trend in de buurgemeente Den Haag: Hoe ziet de gemeente de ontwikkeling in Den Haag om PMD niet meer van het restafval te scheiden bij de bron, maar op basis van nascheiding te verwerken? Hierbij valt het volgende in de bijlage 1 op (bladzijde 25) dat daar staat dat een nascheidingsinstallatie 70-80% kan scheiden. Het huidige percentage scheiding (en dus voor bronscheiding) ligt op 74%. Er is klaarblijkelijk geen groot verschil tussen bron- en nascheiding voor Midden Delfland te verwachten. De conclusie is echter: er is geen positief effect door het invoeren van nascheiding op de scheidingsresultaten. Dit is op zich juist, maar er zijn wel extra kliko's over ruim 8. 000 huishoudens verdeeld en er zijn aparte vuilniswagens nodig om de aparte fractie in te zamelen. Daartegenover is de verwachting, dat bij bronscheiding het plastic schoner is, maar daar zijn geen cijfers over bekend voor Midden Delfland. Bronscheiding is in de meeste (zo niet: alle) gevallen wel duurder dan nascheiding. Dus over het geheel is onduidelijk wat nu de afwegingen, voor- en nadelen, kosten en effectiviteit van de gekozen vorm (bronscheiding) zijn. En wat 'over het geheel' het beste resultaat oplevert.

Hoe onderbouwt de gemeente deze keuze en is naar deze optie gekeken? Of telt puur het aantal kilogrammen restafval (en mogen daartoe de kosten oplopen, uitstoot door extra ritten toenemen, et cetera)?

•

Op bladzijde 24 (bijlage 1) wordt de onderverdeling van de totale afvalberg uiteengezet. Daarbij valt op dat de grove restafvalfractie (slecht leesbaar, maar 465 ton lijkt logisch) 465 ton te zijn. Deze fractie bevat ook bouw- &. sloopafval. De hoeveelheid hiervan is afhankelijk van verbouwingen in een gemeente. Wil de gemeente hier in verminderen door minder

vergunningen te verlenen? In de meest aannemelijke vorm blijven bewoners verbouwen en zal de fractie ook niet heel veel afnemen (het is ook trouwens niet te lezen, of er 0% of 9% verschil met 2021 is). Een grote winst is hier te behalen in het gemak van scheiding in de milieustraat en op welke wijze (ver)bouw wordt uitgevoerd en hoe contructies worden ontworpen. Daar is op inwoner-niveau niet heel veel invloed op uit te oefenen, dus hier is op lange termijn (als geheel) niet veel verandering in de hoeveelheid afval te verwachten. Wel op de manier hoe het wordt ingedeeld (gipsplaten apart, schoon puin apart; deze zijn vrijwel direct te gebruiken in een andere toepassing en zouden dan niet meer onder 'restafval' moeten vallen). Een directe 'winst' van ruim 23 kg per inwoner, wanneer deze fractie beter gescheiden kan worden.

Bladzijde 11 van 14

De delen 'gipsplaten' en 'schoon puin' worden immers al apart ingezameld en zijn al grondstof voor nieuw/ander gebruik. Dit zou dus ook niet in de cijfers mogen terugkomen, maar doen dit waarschijnlijk wel. •

Grotere winst moet dus worden verwacht uit de vermindering van de 'vuilniszakken', zoals dan logischerwijs overblijft (als 'fijn restafval' inderdaad dat inhoudt). Hier ligt een potentiëel van 2. 702 ton (een goede 130 kg per inwoner) wat gescheiden zou moeten worden. De vraag is echter: wat is het probleem? Welke stoffen zijn niet goed genoeg gescheiden? En hoe kan men daarop sturen? Een mooi voorbeeld voor Midden Delfland: olieën en vetten. Een hoeveelheid was niet zo snel op internet te vinden, maar stel nu dat dit toch al gauw 10 kg per inwoner per jaar is? Dan hebben we het toch al gauw over bijna 200. 000 kg (en ongeveer net zoveel liter) olie en vet! Voor Midden Delfland is er (www. frituurvetrecvclehet. nl/waar-inleveren/) geen inzamelpunt binnen de gemeentegrenzen (en anders mij niet bekend). Dus dit verdwijnt bij het restafval (of erger: in het riool). Heeft de gemeente ooit overwogen om per woonkern een olie- en vet-inzamelpunt te creëren om dit probleem op te lossen? Dit wordt namelijk anders niet opgelost, terwijl dit type afval prima kan worden verwerkt tot een biobrandstof.

•

Wederom voortbordurend op het vorige punt: Aan de hand van bladzijde 25 kan een inschatting worden gemaakt van de potentiële winst. Opnieuw zijn de getallen zeer moeilijk leesbaar, maar de volgende tabel lijkt aannemelijk:

Grondstof Glas Papier PMD Textiel

GFT

Percentage 14% 12% 26% 65% 26%

Totaal

Totaal aantal kg

Aantal kg in restafval

22 73 39

3,1

11 172

8,8 10,1 7,2 44,7 73,9

Er is dus (bij 100% bronscheiding) nog een kleine 75 kg uit het restafval te winnen. Het verschil tussen deze 75 kg en de oorspronkelijke 160-170 kg is niet duidelijk. Wat gebeurt er met de overige 85-95 kg?

Heeft de gemeente deze analyse ook gemaakt? En zo ja, waarom wordt er dan niet op ingezet om (met waarschijnlijk relatief eenvoudige maatregelen) de GFT-fractie aan te pakken? Blijkbaar is deze scheiding voor de bewoners (nog te) moeilijk. Maar er is hier wel heel snel een grote winst te behalen! •

Nogmaals voortbordurend: Uit bovenstaand punt blijkt, dat de maximale winst zo'n 75 kg lijkt te zijn (als alle andere parameters gelijk blijven, bij 100% scheiding. Dat is ook de vermindering van de hoeveelheid restafval, wat de gemeente via de gele lijn denkt te kunnen bereiken. Dus tenzij de andere parameters, die niet geheel door de inwoners te beïnvloeden zijn (fabrikanten gebruiken gemakkelijker te scheiden verpakkingen, aparte inzameling van huisdier-afval, aparte inzameling olie en vet, et cetera), ook wijzigen, dan is verdere reductie niet mogelijk.

Bladzijde 12 van 14

Hoe ziet de gemeente deze analyse? En wat wordt dan met de resterende 85 kg gedaan? •

Nogmaals voortbordurend: Uit bovenstaande vragen, gecombineerd met de analyse over de totale trend over de afname van de hoeveelheid afval in Nederland (in de algemene bestudering van OAB-2030) is het aannemelijk te maken, dat de geplande doelstellingen zeer moeilijk te bereiken zullen zijn. Welke bijzondere maatregelen denkt de gemeente (al dan niet in samenwerking op landelijke niveau) door te willen voeren, die daadwerkelijk de hoeveelheid restafval doen verminderen? En niet de voorgestelde maatregelen, die niet aantoonbaar werken. (Hier wordt bedoeld met 'aantoonbaar': dat er een bewijs is dat het werkt (causaal verband); niet dat uit waarnemingen een relatie is opgemerkt (correlatie). Er zijn genoeg onzinnige relaties (www. ad. nl/tech/site-helpt-bii-maken-van-de-meest-belacheliikeverbanden~a062774a/) te bedenken. Allemaal waar, maar er is geen causaal verband)

•

Frequentie van inzameling: De gemeente denkt dat de frequentie van inzameling een mechanisme is om te kunnen bijsturen op de hoeveelheid restafval. Er is in bovenstaand al eerder duidelijk gemaakt (met het voorbeeld van de gemeente Horst aan de Maas) dat dit niet waar hoeft te zijn en dus ook zeker niet garandeert dat dit werkt in Midden Delfland. Uit een bovenstaande analyse (en ook op basis van bijlage 1) is duidelijk gemaakt dat de fractie GFT in het restafval een groot probleem is. In de praktijk wordt momenteel in Midden Delfland in de zomermaanden lx per 2 weken en in de wintermaanden lx per 4 weken de GFT containers geleegd. Dat betekent dus dat GFTafval zeker 1 week ligt te rotten, maar in de wintermaanden soms wel een maand. In onze persoonlijke ervaring: de hoeveelheid ongedierte dat zich verzamelt rond/in/bij de GFTcontainer is enorm. Los van de stank. Ook hebben wij (persoonlijk, gelukkig) een wat grotere tuin. Met 2 (groot formaat; 240 liter) GFT-containers is er nog te weinig ruimte om de hoeveelheid tuinafval in de 2 weken (in de zomermaanden) af te kunnen voeren. Ook worden nu al aparte ritten (in ons geval door ouders naar een andere gemeente meegenomen, omdat dat logistiek nu eenmaal beter uitkomt) gemaakt om het teveel af te kunnen voeren. De GFT-containers zitten bij ons gewoon praktisch altijd vol.

De verleiding om 'dan maar de restjes een keer bij het restafval te gooien' is dan af en toe ook gewoon groot. En het gebeurt dan ook wel eens. Want elke 2 weken naar de Milieustraat rijden wordt na verloop van tijd 'beboet'. Niet een echte motivator. Dus de vraag aan de gemeente: Is dit effect (te weinig mogelijkheden om GFT-afval, met name in de zomermaanden af te voeren) bestudeerd? En welke gevolgen de inzamelfrequentie heeft op de ervaring dat GFTafval (uit de keuken) na verloop van tijd (zeker in de zomermaanden) gaat stinken? Is er overwogen

om

het inzamelen van GFT te vergemakkelijken?

Bladzijde 13 van 14

•

Informatievoorziening Welke betere informatievoorziening richting de inwoners is overwogen om de problemen kenbaar te maken? Grote stickers, bijvoorbeeld, die op de verschillende containers geplakt kunnen worden? Deze stickers kunnen Jaarlijks geactualiseerd worden. Op de stickers staat exact wat wel/niet in een bak mag. Dus zaken dat theezakjes nu wel (en vóór 2023 niet) bij het GFT-afval mogen, kunnen dan ook sneller worden gecommuniceerd. Maar dan ook een groter scala aan voorbeelden opnemen. Want mogen de envelopjes van de theezakjes (vaak met een plastic coating) nu bij het PMD? Of moeten die bij OPK? En ook meer logica: vlees- vis- en gevolgteresten mogen wel bij het GFT, maar een dode kanarie niet. Dat is natuurlijk gek.

•

Klantvriendelijkheid / servicegerichtheid Welk onderzoek is er gedaan naar de effecten van de behandeling bij de Milieustraat? Persoonlijke ervaringen zijn daar niet altijd positief: o Lange wachtrij voor de ingang tot wel meer dan een uur wachttijd (omdat e. e. a. op het terrein zo is ingericht dat snelle afhandeling onmogelijk is) Als dan 2 verschillende fracties moet worden aangeboden, moet men 2x in de rij o (want het moet allemaal gewogen worden). Dat wordt dan natuurlijk niet gedaan bij lange wachttijden! o Onvriendelijke bejegening door personeel bij de Milieustraat. o Onhandige inrichting om betalingen te kunnen doen, indien afval wordt ingeleverd, waarvoor betaald moet worden.

Hetzelfde geldt voor de behandeling van de containers. De containers die wij tot onze beschikking hebben gekregen, zijn beschadigd door de behandeling door de zijbelader. En een reiniging van de containers door Avalex heb ik nog nooit mogen meemaken. Dus dat doen we maar zelf.

Heeft de gemeente zicht op hoe hierin verbeterd kan worden, zodat ook de bereidwilligheid omhoog zou kunnen gaan? •

Verhouding tussen kosten en baten Vanuit de inwoners gezien: de kosten voor de afvalverwerking gaan (zoals de verwachting is) alleen maar omhoog. Ook het aantal keren dat er gratis bezoeken mogen worden gebracht aan de Milieustraat is nu gelimiteerd. Verder zullen de kosten voor bepaalde fracties ook wel toenemen. Ook de inzamelfrequentie is verlaagd. Tegelijkertijd wordt er van de inwoner meer en meer verwacht: meer scheiden, meer containers bij het huis, meer betalen en meer zelf naar de Milieustraat brengen (= meer tijd

besteding). Heeft de gemeente onderzocht in hoeverre dit 'oprekken en uitkleden' effect heeft op de bereidwilligheid om mee te blijven werken? Is er een omslagpunt dat mensen op een gegeven moment er gewoon niet meer aan willen meewerken en dan maar een boete voor lief gaan nemen? Dat het maatschappelijk dan duurder is geworden (meer handhaving,

afvalstromen) dan om op een andere manier (wat dan voor de gemeente iets duurder is) de afvalinzameling te organiseren? meer controles, slechtere

Bladzijde 14 van 14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=bac4b5b6-6dd5-47ab-8c36-88c07d5a8c9f