06 Toelichting BP Zwethkade Zuid 56 Den Hoorn.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Zwethkade Zuid 56 te Den Hoorn Bestemmingsplanwijziging Agrarisch – Glastuinbouw naar Wonen Gemeente Midden-Delfland
Planstatus:
vastgesteld
Identificatiecode:
NL.IMRO.1842.BP22ZwethkadeZuid56-VA01
Datum:
21 februari 2023
Contactpersoon Plannen-makers: Dhr. C. Vaartjes & Dhr. W. Lakerveld
Kenmerk Plannen-makers:
PM22059
Opdrachtgever:
Dhr. Duijndam
Pagina 2
Toelichting Zwethkade Zuid 56 te Den Hoorn
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
6
7
Inleiding ........................................................................................................................................... 4 1.1
Aanleiding en doelstelling ........................................................................................................ 4
1.2
Leeswijzer ................................................................................................................................ 4
Het plan ........................................................................................................................................... 5 2.1
Ligging van het plangebied ...................................................................................................... 5
2.2
Beschrijving van het plan ......................................................................................................... 6
Beleidsmatige onderbouwing .......................................................................................................... 7 3.1
Rijksbeleid ............................................................................................................................... 7
3.2
Provinciaal en regionaal beleid ................................................................................................ 9
3.3
Gemeentelijk beleid ............................................................................................................... 13
Milieutechnische uitvoerbaarheid .................................................................................................. 16 4.1
Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................. 16
4.2
Geluidhinder .......................................................................................................................... 17
4.3
Ecologie ................................................................................................................................. 17
4.4
Bodem ................................................................................................................................... 18
4.5
Luchtkwaliteit ......................................................................................................................... 19
4.6
Externe veiligheid .................................................................................................................. 20
4.7
Archeologie ............................................................................................................................ 23
4.8
Waterhuishouding .................................................................................................................. 25
4.9
Verkeer en parkeren .............................................................................................................. 28
Juridische planbeschrijving ............................................................................................................ 29 5.1
Plansystematiek..................................................................................................................... 29
5.2
Opzet van de regels .............................................................................................................. 29
5.3
De bestemmingen.................................................................................................................. 30
Maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid........................................................................ 31 6.1
Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 31
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................................... 31
Bijlagen .......................................................................................................................................... 32
Pagina 3
Toelichting Zwethkade Zuid 56 te Den Hoorn
1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doelstelling
Aan de Zwethkade Zuid ligt het glastuinbouwgebied de ‘De Woudse Droogmakerij’. Aan deze weg liggen veel woonbestemmingen. Dit zijn veelal voormalige tuinderswoningen die herbestemd zijn van bedrijfswoning naar reguliere woning. Het overgrote merendeel van de woningen langs de Zwethkade Zuid tegen het glastuinbouwgebied zijn momenteel dan ook bestemd als woning. Aan de Zwethkade Zuid 56 staat een woning waarvoor de bestemming Agrarisch – Glastuinbouw geldt. Initiatiefnemer is voornemens om de bedrijfswoning om te zetten naar een burgerwoning. Voor het wijzigen van de bestemming is een bestemmingsplan nodig. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bijbehorende toelichting, de milieutechnische uitvoerbaarheid, maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid en het juridische kader.
1.2
Leeswijzer
Onderhavig bestemmingsplan bestaat naast deze inleiding uit een beschrijving van het planvoornemen in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt verantwoord waarom het plan past binnen het beleid van het rijk, de provincie en de gemeente. In hoofdstuk 4 wordt de milieutechnische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid toegelicht.
Pagina 4
Toelichting Zwethkade Zuid 56 te Den Hoorn
2 Het plan 2.1
Ligging van het plangebied
In afbeelding 1 is de planlocatie weergegeven. Het plangebied ligt in een glastuinbouwgebied ten noordwesten van de kern Den Hoorn in de gemeente Midden-Delfland. De gemeente Midden-Delfland ligt in de provincie Zuid-Holland. Een overzicht van de omgeving is te vinden in afbeelding 2. De locatie aan de Zwethkade Zuid 56 betreft een perceel met een bouwwerk dat gebruikt wordt als woning. Het perceel van het plan staat kadastraal bekend als Schipluiden, sectie G, nummer 1122. Zie afbeelding 3 voor een uitsnede van de kadastrale kaart.
Afbeelding 1: Uitsnede planlocatie. Bron: Google Earth
Afbeelding 2: Uitsnede omgeving planlocatie. Bron: Google Earth
Pagina 5
Toelichting Zwethkade Zuid 56 te Den Hoorn
Afbeelding 3: Uitsnede kadastrale kaart, bewerkt. Bron: PDOK Viewer
2.2
Beschrijving van het plan
De Zwethkade Zuid maakt onderdeel uit van de Woudse polder en is tevens onderdeel van een recreatieve route. De Woudse Polder maakt deel uit van een bijzondere zone in de oorspronkelijke morfologie van het landschap. Een subtiel patroon van zandige kreekruggen in de klei-op-veen bodemopbouw heeft een kenmerkende blokverkaveling tot gevolg die het gebied op bijzondere wijze structureert. In het noorden van de Woudse Polder is een deel van het gebied in het midden van de negentiende eeuw droogmakerij geworden (de Woudse Droogmakerij). Het plangebied maakt deel uit van de lintbebouwing langs de rivier de Zweth en is onderdeel van de Woudse Droogmakerij. Kenmerkend voor de Woudse Polder is de mate van openheid. De openheid contrasteert sterk met het omliggende verstedelijkte gebied en de beboste recreatiegebieden aan de randen van de polders. Deze openheid wordt het sterkst beleefd halverwege de Lotsweg, de Zweth en vanaf de Woudseweg richting het kerkdorp ’t Woudt. Het plangebied is gelegen aan de Zweth en maakt deel uit van een cultuurhistorisch waardevol ensemble. Binnen dit ensemble geldt een hoge belevingswaarde van de Woudse Droogmakerij, de Zweth en vlietlandjes.
Voorliggend plan betreft het omzetten van de op de gronden van het plangebied rustende bestemming ‘Agrarisch – Glastuingebied’ naar de bestemming ‘Wonen’. Deze bestemming komt veel voor bij de voormalige tuinderswoningen langs dit deel van de Zwethkade Zuid. Het plan houdt geen fysieke wijzigingen in. Er wordt niks gesloopt en of bijgebouwd. Het betreft dan ook enkel een planologische bestemmingswijziging en het plan zal daarmee geen (negatieve) invloed hebben op de belevingswaarde van de Woudse Polder en de aanwezige cultuurhistorische waarden.
Pagina 6
Toelichting Zwethkade Zuid 56 te Den Hoorn
3 Beleidsmatige onderbouwing 3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Wet ruimtelijke ordening / Omgevingswet Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Deze gaat van een scheiding tussen beleid en normstelling (juridische verankering) uit. Het beleid wordt opgenomen in structuurvisies. De normstelling vindt plaats in het bestemmingsplan en/of in algemene regels die overgenomen moeten worden in bestemmingsplannen. Streekplannen en planologische kernbeslissingen zijn vanaf 1 juli 2008 gelijkgesteld aan structuurvisies. Het overgangsrecht van de Wro regelt dat praktische beleidsbeslissingen van Rijk en provincie overgenomen moeten worden in bestemmingsplannen. Naar verwachting treedt op 1 januari 2023 de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke omgeving. De Omgevingswet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De nieuwe wet zorgt voor minder maar overzichtelijkere regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming
3.1.2 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. De NOVI heeft als toekomstperspectief een duurzame leefomgeving waarbij de kwaliteiten van de omgeving worden behouden en versterkt. Daarnaast bestaan ook de Nederlandse uitdagingen van de ruimtelijke inrichting in een klimaatbestendige delta en nauwkeurig gebruik van de schaarse ruimte in Nederland. Deze uitdagingen kunnen worden benaderd door goede samenwerking tussen de verschillende betrokken instanties. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: - Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie - Duurzaam economisch groeipotentieel - Sterke en gezonde steden en regio’s - Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Binnen deze prioriteiten zal aandacht zijn voor de onderlinge verwevenheden en spanningen daartussen. Ook is er aandacht voor thema’s en opgaven die daar dwars doorheen lopen, zoals leefomgevingskwaliteit, gezondheid, cultureel erfgoed, water, bodem en (nationale) veiligheid. Binnen de prioriteiten hanteert het Rijk drie afwegingsprincipes die helpen om beleidskeuzes te maken: 1.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal 3. Afwentelen wordt voorkomen Planspecifiek Het planvoornemen is kleinschalig van aard. Daardoor is het raakvlak met het rijksbeleid nihil. Het planvoornemen is daarom niet strijdig met de NOVI.
Pagina 7
Toelichting Zwethkade Zuid 56 te Den Hoorn
3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd en is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ hieraan toegevoegd. Overheden dienen vanwege het gewijzigde Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren om tot een nauwkeurige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling te komen. Een precieze benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een nauwkeurige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 van het Bro. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In de nieuwe systematiek worden de huidige definities niet gewijzigd. De “treden” van de Ladder bevatten wijzigingen: in de nieuwe Ladder zijn de treden 1 en 2 samengevoegd en trede 3 is geschrapt, waardoor er geen sprake meer is van verschillende treden.In artikel 1.1.1 Bro worden relevante begrippen gedefinieerd. Een woningbouwontwikkeling valt onder de definitie van stedelijke ontwikkeling als deze groter is dan 11 woningen.
Planspecifiek Het planvoornemen voorziet niet in de stedelijk functie zoals gedefinieerd in artikel 1.1.1 van de Bro. Het ruimtebeslag zal daarnaast niet wijzigen, omdat de bestaande bebouwing wordt gehandhaafd. Het planvoornemen kan daardoor niet worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In paragraaf 3.3 wordt echter de behoefte van dit plan onderbouwd. In hoofdstuk 4 wordt verantwoord dat het planvoornemen geen negatieve ruimtelijke effecten heeft op de omgeving en de milieuhygiënische waarden binnen en rondom het plangebied.
3.1.4 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Om uitvoering te geven aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, is op 30 december 2011 het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Hierin staat een aantal projecten beschreven die van Rijksbelang zijn en waarmee gemeenten rekening dienen te houden bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigings- of uitwerkingsplannen. De projecten zijn exact ingekaderd en voorzien van regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Het betreft de onderstaande projecten: • • • • • • • • • • • • • •
Rijksvaarwegen Project Mainportontwikkeling Rotterdam Kustfundament Grote rivieren Waddenzee en waddengebied Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde Ruimtereservering parallelle Kaagbaan
Planspecifiek Het planvoornemen valt niet onder de aangegeven projecten zoals benoemd in de Barro. Vanuit de Barro volgen dan ook geen aanvullende randvoorwaarden voor het plan. Pagina 8
Toelichting Zwethkade Zuid 56 te Den Hoorn
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie en -beleid Zuid-Holland De provincie heeft op 15 maart 2022 de omgevingsvisie geconsolideerd. De nieuwe omgevingswet die naar verwachting in 2023 defintief vastgesteld wordt schrijft voor dat een provincie één omgevingsvisie en één omgevingsverordening heeft. De omgevingsvisie is de opvolger van de provinciale Visie Ruimte en Mobiliteit. In de omgevingsvisie zijn meerdere beleidsvisies gebundeld. Het gaat om de volgende plannen: de provinciale ruimtelijke structuurvisie, artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het milieubeleidsplan, artikel 4.9 van de Wet milieubeheer (Wm), het regionale waterplan, artikel 4.4 van de Waterwet (Ww), het verkeers- en vervoersplan, artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer, de natuurvisie, artikel 1.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb). De omgevingsvisie omvat inhoudelijk geen grote wijzigingen ten opzichte van het voorgaande beleid. Ook is de digitale beschikbaarheid van het beleid via de digitaal raadpleegbare kaarten weer een wezenlijk onderdeel van het beleid. In de Omgevingsvisie zijn zes ambities gedefinieerd. Het zijn zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Het zijn abstracte ambities die bij specifieke opgaven ook tot conflicterende belangen kunnen leiden. Juist de confrontatie in opgave zal leiden tot knelpunten maar ook tot kansen om de opgaven verder te helpen.
De zes ambities zijn: • • • • • •
Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving
Naast de ambities is het algemene doel van de omgevingsvisie het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit in provincie. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen verstaan. Het bestaande beleid is hiervoor gebundeld in de Omgevingsvisie. Vervolgens wordt met het oog op de omgevingswet dit verder ontwikkeld. Er komt een omschrijving van de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland. Hierbij wordt een onderverdeling gemaakt in de drie Deltalandschappen, de Zuid-Hollandse steden en de strategische ligging in het internationale netwerk. Daarnaast komt er een leefomgevingstoets. De leefomgevingstoets is agenderend voor verdere beleidsontwikkeling. Tot slot wordt een concrete uitwerking van het beleid opgesteld om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. De Omgevingsvisie maakt gebruik van de reeds bestaande integrale kwaliteitskaart opgebouwd uit vier onderliggende kaarten. Dit instrument wordt verder gebruikt in zowel de visie als de verordening. Vanuit de kaart volgen onder andere bepalingen in de verordening (‘handelingskader ruimtelijke kwaliteit’). Voor ontwikkelingen blijft het ‘ja, mits-beleid’ gelden: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Zoals aangegeven is in de Omgevingsvisie veel beleid overgenomen en samengevoegd.
Het beleid zal met het daarvoor opgesteld instrumentarium, Monitor en Evaluatie Omgevingskwaliteit geactualiseerd worden. Hierbij is het uitgangspunt dat niet al het beleid in één keer geactualiseerd wordt maar op basis van specifieke aanleidingen. Het samenvoegen van het beleid heeft tot een opsomming van twaalf beleidskeuzes geleid: • •
Beschermen, versterken en beleefbaar maken van de kwaliteit van het landschap, cultuurhistorische waarden en natuurlijke karakteristieken van de leefomgeving; Behouden en versterken van natuurwaarden en het ontwikkelen van voldoende, aantrekkelijk en beleefbaar groen en water, waar mensen met plezier recreëren; Pagina 9
Toelichting Zwethkade Zuid 56 te Den Hoorn
• • • • • • • • • •
Versterken van een vitale, innovatieve en toekomstbestendige regionale economie; Bevorderen van een betrouwbare, duurzame en efficiënte energievoorziening met een minimale uitstoot van broeikasgassen; Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder; Bevorderen van een leefomgeving die de gevolgen van klimaatverandering en weersextremen kan opvangen; Duurzaam voorzien in de behoefte aan zoetwater en waarborgen van de beschikbaarheid van voldoende drinkwater; Zorgen voor een duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond; Bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, aansluitend op de behoeften van verschillende doelgroepen; Bevorderen van een goede en veilige bereikbaarheid, met een mobiliteitsnetwerk dat keuzevrijheid biedt en aansluit op de behoeften van reizigers en vervoerders; Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied; Ondersteunen van cultuurparticipatie en bibliotheken.
Van alle beleidskeuzes is aangegeven op basis van welke specifieke beleidsdocumenten die gebaseerd zijn. Deze beleidsdocumenten zijn allemaal apart digitaal beschikbaar gesteld
Planspecifiek In het planvoornemen vinden geen fysieke wijzigingen of wijzigingen in feitelijk gebruik plaats. Ook vinden er geen ingrepen in het landschap plaats. Het plan geeft invulling aan de beleidskeuze van een zorgvuldig ruimtegebruik. Door het omzetten van de bedrijfswoning wordt er namelijk een burgerwoning toegevoegd aan de woonvoorraad. Er is rondom het plangebied al overwegend sprake van woonbestemmingen. De beoogde ontwikkeling sluit dan ook beter aan bij dit deel van de Zwethkade Zuid. Ten tweede verbetert het plan de ruimtelijke kwaliteit zoals bedoeld bij de beleidskeuze over het zorgen voor een samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. Het plan zorgt immers dat de agrarische bedrijfsmogelijkheden en bijbehorende milieuaspecten verdwijnen. Het planvoornemen schaadt hierdoor de belangen van de provincie niet zoals bedoeld in de Omgevingsvisie.
3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland De omgevingsverordening is gelijk met de omgevingsvisie op 15 maart 2022 geconsolideerd. De verordening bevat bindende ruimtelijke regels waar de provincie en gemeenten in Zuid-Holland zich aan moeten houden. De doorwerking van de regels is uitgewerkt doordat bestemmingsplannen en daarmee gelijkgestelde ruimtelijke plannen niet in strijd mogen zijn met de verordening. De verordening wordt met een digitale kaart beschikbaar gesteld om per locatie direct inzichtelijk te krijgen welke beleidsregels van toepassing zijn op de specifieke locatie. Ruimtelijke kwaliteit speelt op verschillende niveaus: veelal plekgebonden, maar ook op het niveau van de gehele provincie. Nu de ruimtelijke ontwikkeling sterker wordt bepaald door maatschappelijke, veelal kleinschalige initiatieven, is een gedeeld beeld van de ruimtelijke kwaliteit op regionale schaal van belang. De provincie stelt met het handelingskader ruimtelijke kwaliteit spelregels vast die het bovenlokale, algemene belang borgen en heeft samen met partijen in de regio een kwaliteitsbeeld voor het betreffende gebied geformuleerd (de gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit).
Pagina 10
Toelichting Zwethkade Zuid 56 te Den Hoorn
De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie.
Planspecifiek Voorliggend plan voegt zich in de bestaande structuur en kan daarmee ingepast worden. “Inpassing betreft een ontwikkeling die sterk aansluit bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap, dorp of stad. De ontwikkeling is gebiedseigen, passend bij de schaal en aard van het landschap. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied, een toevoeging van een woning in een lint of de opknapbeurt van een woonbuurt. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de relevante richtpunten.”
In voorliggend geval wijzigt het gebruik van de gronden niet. Het was in het verleden als bedrijfswoning in gebruik en in de huidige/toekomstige situatie als burgerwoning. Daarmee wijzigt het feitelijk gebruik niet. Tevens wordt er geen nieuwe bebouwing toegevoegd. De bestaande woning past in zijn geheel in het straatbeeld zoals dat in de bestaande situatie langs de Zwethkade Zuid aanwezig is. Het plan is hiermee in lijn met de Omgevingsverordening. Een deel van het perceel van het planvoornemen ligt in een regionale waterkering. Hierover zegt artikel 6.22:
Artikel 6.22 Regionale waterkeringen 1. Een bestemmingsplan voor gronden waarop een regionale waterkering ligt als bedoeld in artikel 2.2, bestemt die waterkering als zodanig. 2. Een bestemmingsplan voor gronden die deel uitmaken van een beschermingszone langs een regionale waterkering, bestemt die beschermingszone als zodanig of duidt die als zodanig aan. 3. Voor het bepalen van de omvang van de gronden, bedoeld in het eerste lid en in het tweede lid, wordt uitgegaan van de door de beheerder van de waterkering vastgestelde legger. 4. Met betrekking tot de gronden waarop een regionale waterkering of een beschermingszone ligt, kan een bestemmingsplan worden vastgesteld dat een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt voor zover bij de verwezenlijking daarvan geen belemmeringen kunnen ontstaan voor het onderhoud, de veiligheid of de mogelijkheden voor versterking van de regionale waterkering. 5. Voor de beoordeling of sprake is van belemmeringen als bedoeld in het vierde lid wordt advies gevraagd aan de beheerder van de waterkering. Het planvoornemen is geen nieuwe ontwikkeling, omdat de bestaande bebouwing behouden blijft. Het planvoornemen schaadt hierdoor de belangen van de provincie niet zoals bedoeld in de Omgevingsverordening. Pagina 11
Toelichting Zwethkade Zuid 56 te Den Hoorn
3.2.3 Gebiedsvisie Midden-Delfland 2025 Voor het grondgebied van de gemeente en een deel van omliggende gemeenten is in overleg met belanghebbenden een integrale gebiedsvisie opgesteld (september 2005). Daarin is als streefbeeld opgenomen dat het Midden-Delflandgebied nog sterker dan nu een waardevol open groengebied moet zijn in de drukbevolkte Zuidvleugel van de Randstad. Als vervolg op de gebiedsvisie is het Landschapsontwikkelingsperspectief (LOP) Midden-Delfland in 2009 opgesteld. Het LOP brengt de huidige kwaliteiten in beeld en geeft de gewenste economische, ruimtelijke en recreatieve ontwikkelingen voor Midden-Delfland aan. Dit is voor alle 19 polders in het Midden-Delflandgebied uitgewerkt. Het LOP vormt daarmee een belangrijk (toetsing)kader voor het initiëren, beoordelen, afwegen en vaststellen van nieuwe ruimtelijke plannen (zoals bestemmingsplannen) en projecten.
Afbeelding 4: Uitsnede landschapsontwikkelingsplan, plangebied weergegeven door rode stip.
Planspecifiek Het planvoornemen grenst aan de Woudsepolder. landschapsontwikkelingsplan opgesteld, zie afbeelding 4.
Voor
deze
polder
is
een
Het plangebied ligt niet in het gebied van het LOP, waardoor hier het landschap niet verder wordt ontwikkeld. De planlocatie ligt wel nabij de ecologische verbindingszone van het LOP. Deze ecologische verbinding langs de rivier ‘De Zweth’ bestaat uit moeras- en rietvegetatie. Vanuit het LOP is daar de ambitie om de aanwezige moeras- en rietvegetatie te versterken en natuurvriendelijke oevers te ontwikkelen. Het planvoornemen heeft geen negatieve invloed op deze ambitie, omdat het de ecologische verbinding niet aantast. Dit komt door de aard van het planvoornemen zoals beschreven in hoofdstuk 2. Het planvoornemen is hierdoor niet strijdig met het LOP.
Pagina 12
Toelichting Zwethkade Zuid 56 te Den Hoorn
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Omgevingsvisie 1.0 Midden-Delfland Op 26 oktober 2021 is de Omgevingsvisie 1.0 door de gemeenteraad van Midden-Delfland vastgesteld. De omgevingsvisie 1.0 biedt antwoord op de verplichting vanuit de Omgevingswet voor alle gemeenten om een gemeente dekkende omgevingsvisie te hebben. Vanuit daar gaat de gemeente Midden-Delfland werken aan een omgevingsvisie 2.0 waarin verdere verdieping plaatsvindt en bestaande beleidskeuzes opnieuw tegen het licht worden gehouden. De gemeente wil haar identiteit bewaken, versterken en uitdragen. De gemeente werkt daarbij vanuit de filosofie van Cittaslow en wil bijdragen aan het realiseren van de mondiale Sustainable Development Goals (SDG’s) die de VN in 2015 heeft vastgesteld. Van groot belang is het daarom om het landschap en de dorpen met de daarin aanwezige cultuurhistorische kwaliteiten en erfgoed te behouden en beter herkenbaar en beleefbaar te maken. De gemeente koestert daarbij haar eigen identiteit, lokale verschillen, de menselijke maat en het menselijke tempo, het agrarische karakter, de openheid en de rust en stilte. De Omgevingsvisie 1.0 is, voor zover dat mogelijk is, een beleidsarme visie om strijdigheden te mijden met overige omgevingsvisies en de opgaven van ketenpartners. Wel zijn er ambities en doelstellingen in de Omgevingsvisie 1.0 opgenomen.
Voor wonen wordt een kwantitatieve opgave benoemd om rustige, dorpse woonmilieus te realiseren en dit zoveel mogelijk binnen bestaand bebouwd gebied in te passen. De samenstelling van de woningvoorraad dient afgestemd te worden op een goede balans van de woningcategorieën. Bij nieuwe woningontwikkelingen in het buitengebied dient er voldoende aandacht te zijn voor de landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteit. Het buitengebied van Midden-Delfland, waar het plangebied onder valt, heeft grotendeels de status van Bijzonder Provinciaal Landschap. De bestuurlijke opdracht van de gemeente is om het Waardevol Bijzonder Provinciaal Landschap te behouden en te versterken. Voor het BPL zijn in de Omgevingsvisie vier kernkwaliteiten benoemd: 1. een open polderlandschap in de metropool; 2. een landschap met een historisch verhaal; 3. een buitenruimte voor ruim twee miljoen mensen 4. de verweving van veenweidelandbouw en veenweidenatuur.
Planspecifiek In het planvoornemen blijven zichtlijnen van het landschap behouden. Ook het cultuurhistorisch polderlandschap ondervindt geen negatieve invloed van het planvoornemen. Het planvoornemen voorziet per saldo in een nieuwe woning die wordt toegevoegd aan de bestaande woningvoorraad. De belangen van de gemeente zoals bedoeld in haar Omgevingsvisie worden op het gebied van wonen niet geschaad door het planvoornemen.
3.3.2 Woonvisie Midden-Delfland 2010-2025 De woonvisie van de gemeente Midden-Delfland is vastgesteld op 1 juli 2010 voor een periode van 15 jaar. De woonvisie sluit aan op het gemeentelijk beleid op het gebied van duurzaam bouwen, op regionaal woonbeleid en op gemaakte afspraken. Het beleid van de woonvisie is: -
Inzetten op het versterken van de diversiteit van de bevolking vanuit het streven naar ‘Vitale dorpen’; Het vergroten van kansen voor starters en jonge (potentiële) gezinnen; Pagina 13
Toelichting Zwethkade Zuid 56 te Den Hoorn
-
Een gevarieerder woningaanbod en meer betaalbare woningen in de start- en tussensegmenten; Inspelen op vergrijzing via een goed aanbod van en afstemming tussen wonen, zorg en welzijn; Aandacht voor duurzaamheid en energiebesparing op het gebied van wonen en bouwen; Verantwoordelijkheid nemen voor kwetsbare groepen op de woningmarkt.
Planspecifiek Het planvoornemen wijzigt het woningaanbod niet. Het betreft hier expliciet een vraag-gestuurd plan waarbij de woning planologisch geschikt gemaakt wordt voor bewoning als burgerwoning. Hiermee voegt het kwalitatief gezien een hogere woonkwaliteit toe aan de bestaande woonvoorraad.
3.3.3 Woonagenda Midden-Delfland In maart 2017 is de woonagenda Midden-Delfland voor de periode 2016-2020 door de gemeente vastgesteld. Met deze woonagenda geeft de gemeente nadere invulling aan de in de woonvisie 20102025 geformuleerde doelstellingen. De woonagenda voorziet in de behoefte aan aanscherping en concreter maken van de woonvisie, vooral ten aanzien van de drie dorpen. De woonagenda is het ambitiedocument voor de komende jaren: 2016-2020. Ten aanzien van diversiteit en keuzevrijheid is de volgende ambitie opgenomen in de woonagenda. ''Inzetten op het vergroten van de diversiteit in het woningaanbod, zodat inwoners in Midden -Delfland wooncarrière kunnen maken binnen de gemeente en zoveel mogelijk binnen het eigen dorp. Ook wil de gemeente mensen meer mogelijkheden bieden om zelf invloed uit te oefenen op de indeling of het ontwerp van de woning.''
Planspecifiek De woonagenda is vastgesteld voor de jaren 2016 tot 2020. Op het moment van schrijven is nog geen nieuwe woonagenda vastgesteld. Daarom wordt het planvoornemen getoetst aan de woonagenda voor 2016-2020. Het planvoornemen ligt in het gebied van Schipluiden. Hierin is een tekort aan gelijkvloerse woningen (woningen met 1 bouwlaag). Het huidige bouwwerk is een gelijkvloerse woning. In de nieuwe woonbestemming wordt dit type woning toegevoegd aan de bestaande woningvoorraad. Het plan is daarmee in lijn met de woonagenda.
3.3.4 Toeristisch recreatief beleidskader Midden-Delfland 2012 In het gemeentelijk toeristisch recreatief beleidskader (nov. 2012) is aangegeven dat in Midden-Delfland de afgelopen jaren er meer aandacht is voor recreatieve verblijfsvoorzieningen. De logiesaccommodatie hebben aantrekkingskracht op recreanten die Midden-Delfland én de stad bezoeken. Ook de zakelijke markt weet deze accommodaties steeds vaker te vinden. Verblijfsvoorzieningen zijn er in vele soorten en maten: kamperen bij de boer, een natuurkampeerterrein, een bed & breakfast, appartementen, een hotel, etc. In Midden-Delfland is er ruimte voor al deze vormen van verblijfsvoorzieningen. Kleinschalige verblijfsvoorzieningen passen bij het agrarisch kerngebied en in de dorpen. Binnen de poorten (gebieden op het snijvlak tussen stad en land) is ruimte voor grotere accommodaties.
Planspecifiek Het planvoornemen voorziet in een woonbestemming en geen recreatieve bestemming. Er vindt geen ontwikkeling plaats dat een effect heeft op het toeristisch en/of recreatieve karakter van het gebied. Pagina 14
Toelichting Zwethkade Zuid 56 te Den Hoorn
Het planvoornemen levert daarom geen negatieve bijdrage aan het recreatief beleidskader van MiddenDelfland.
3.3.5 Vigerend bestemmingsplan Het vigerend bestemmingsplan voor de locatie is het bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebieden’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 28 mei 2013 en is onherroepelijk.
Afbeelding 5: Uitsnede Ruimtelijkeplannen.nl.
vigerend
bestemmingsplan,
plangebied
in
rood
kader.
Bron:
Het perceel heeft de enkelbestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’. Binnen de bestemming zijn enkel bedrijfswoningen toegestaan. Op basis van artikel 3.51 van het vigerende bestemmingsplan kan voor enkelbestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ een wijziging mogelijk worden gemaakt naar een burgerwoning. Het perceel ligt ook in de dubbelbestemming Waterstaat – Waterkering. Op basis van artikel 15.1 van het vigerende bestemmingsplan zijn de voor “Waterstaat - Waterkering” aangewezen gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de inrichting en het onderhoud van waterstaatkundige werken, in het bijzonder een primaire waterkering. Het planvoornemen betreft geen nieuwe ontwikkeling. Hierdoor ontstaat geen strijdigheid met betrekking tot de bouwregels zoals benoemd in artikel 15.2. Het planvoornemen gaat uit van een woning. Om de beoogde functiewijziging mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan vereist. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.
Pagina 15
Toelichting Zwethkade Zuid 56 te Den Hoorn
4 Milieutechnische uitvoerbaarheid Een bestemmingsplan moet voorzien in een goede ruimtelijke ordening, zoals de Wro ex art 3.1 stelt. De invulling van dit vereiste is in de jurisprudentie verder gepreciseerd. Onderstaand is per woon- en omgevingsaspect beoordeeld of en wat voor een wijziging er optreedt en of een goed woon- en leefklimaat voor zowel de omgeving als het plangebied zelf gegarandeerd is.
4.1
Bedrijven en milieuzonering
Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen), worden hinder en gevaar beperkt of voorkomen en wordt het voor bedrijven of woonfuncties mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Om dit gestandaardiseerd te kunnen beoordelen zijn in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering richtafstanden opgesteld. Deze afstanden geven voor gemiddelde bedrijfssituaties aan op welke afstand geen hinder is te verwachten. De meer verfijnde afstemming voor de beperking of voorkoming van milieuhinder vindt vervolgens plaats in het kader van de Wet milieubeheer. In de brochure wordt onderscheid gemaakt in verschillende omgevingstypen. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor andere gebieden, zoals drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. De betreffende VNG-publicatie vormt geen wettelijk kader. De in de publicatie opgenomen afstanden betreffen richtafstanden
Planspecifiek De bestemming van de locatie wijzigt van Agrarisch – Glastuinbouw naar Wonen. Dit betreft een milieugevoelige functie waar bedrijven in de omgeving rekening mee moeten houden en wat dus ook hun bedrijfsvoering kan belemmeren. Ten tweede moet ook beoordeeld worden of de woning inpasbaar is vanuit het oogpunt van een goed woon- en leefklimaat. Direct ten oosten en in het noorden van het plangebied liggen woonbestemmingen. Aan de achterzijde van het plangebied geldt de bestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’. Er zijn achter het plangebied op een ruime afstand kassen gesitueerd. Deze liggen op circa 76 meter afstand ten opzichte van de woning in het plangebied. Ten noorden van het plangebied is een woonbestemming gerealiseerd. Voorheen was dit een horecabestemming. Doordat de horecabestemming niet meer aanwezig is of in de toekomst niet meer aanwezig zal zijn levert deze locatie geen belemmering op voor het planvoornemen en vice versa. In het vigerende bestemmingsplan is de bedrijfswoning van Zwethkade Zuid 56 op deze plek reeds toegestaan. Voor omliggende bedrijven geldt een bedrijfswoning van derden ook als een milieugevoelige functie. De omliggende bedrijven moeten dus reeds rekening houden met een milieugevoelige functie op deze plek. Er ontstaat dan ook geen extra belemmering als gevolg van de nieuwe woonbestemming.
Voor de beoordeling of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat kan verwezen worden naar de reeds veel toegepaste woonbestemming voor dit deel van de Zwethkade Zuid. Deze bestemmingen zijn geheel vergelijkbaar met de aangevraagde nieuwe woonbestemming. Er is dus reeds geoordeeld in eerder planologische besluiten waaronder het vigerende bestemmingsplan dat op deze locatie de woonbestemming goed inpasbaar is. Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect ‘Bedrijven en milieuzonering’ geen belemmering oplevert voor het planvoornemen.
Pagina 16
Toelichting Zwethkade Zuid 56 te Den Hoorn
4.2
Geluidhinder
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt ernaar gestreefd om de geluidhinder als gevolg van spoor-, wegverkeer of industrie te beperken. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er normen gesteld tot welke maximale geluidsniveaus geluidgevoelige functies belast mogen worden. De Wgh geeft tevens aan in welke situaties middels onderzoek aangetoond moet worden of aan deze normen voldaan kan worden. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening en bijbehorende jurisprudenties zijn aanvullende onderzoeksverplichtingen gesteld.
Planspecifiek Voor agrarische bedrijfswoningen gelden minder strenge geluidsnormen dan voor reguliere woningen. Er zal dan ook beoordeeld moeten worden of in het planvoornemen voldaan kan worden aan de geluidsnormen. Om dit goed te verantwoorden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 1. De conclusie van het onderzoek luidt: Voor de planologische wijziging van de woning dient het vigerende bestemmingsplan te worden aangepast. De woning bestaat uit een laag met schuine kap. Voor de woning geldt dat de waarneempunten op 1,5 en 4,5 meter liggen ten opzichte van het maaiveld. De geluidbelasting op de gevels van de bestaande woning aan de Zwethkade Zuid 56 te Den Hoorn bedraagt ten gevolge van het wegverkeer op de N222 maximaal Lden=42 dB. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai, deze is 48 dB, wordt niet overschreden. Het plan voldoet aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Gezien bovenstaande conclusies vormt het aspect ‘Geluid’ geen belemmering voor voorliggend plan, omdat binnen het planvoornemen de grenswaarden uit de Wgh niet worden overschreden.
4.3
Ecologie
In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet bepaald worden of een plan geen nadelige effecten heeft voor beschermde plant- en diersoorten in en nabij het plangebied. Indien de ontwikkeling verstoring of uitroeiing van beschermde soorten kan inhouden dient onderzocht te worden of eventuele soorten aanwezig zijn. Wanneer dit het geval is moet tevens aangetoond worden middels welke ingrepen deze verstoring voorkomen wordt dan wel gecompenseerd.
Planspecifiek Bepaald moet worden of er geen beschermde soorten worden aangetast in het planvoornemen. Op de planlocatie worden geen bomen gekapt, panden gesloopt, watergangen gedempt of bosschages verwijderd. Daarnaast wordt het huidige pand niet gesloopt of verbouwt. Er is daarom geen sprake van nadelige effecten op de flora en fauna, waardoor ecologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Gezien bovenstaande conclusie vormt het aspect Flora en Fauna geen belemmering voor het voorliggende plan.
Pagina 17
Toelichting Zwethkade Zuid 56 te Den Hoorn
4.4
Bodem
Wettelijk kader Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (hierna: Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging en de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft. Wet bodembescherming De Wbb regelt zaken rond bodembescherming en bodemsanering. Vertrekpunt van de Wbb is dat in het merendeel van de gevallen van bodemverontreiniging, de daadwerkelijke bodemsanering wordt meegenomen in de ontwikkeling dan wel herontwikkeling van plangebied of projectlocatie. De wettelijke doelstelling is functiegericht saneren. De wet houdt rekening met het gebruik van de bodem en de (im)mobiliteit van de verontreiniging. De volgende uitgangspunten overheersen: • het geschikt maken van de bodem voor het voorgenomen gebruik; • het beperken van blootstelling aan en de verspreiding van de verontreiniging; • het wegnemen van actuele risico's.
Saneringsverplichtingen zijn gekoppeld aan ontoelaatbare risico's die samenhangen met het huidige en toekomstige gebruik van de bodem. Het is niet altijd nodig de hele locatie aan te pakken. Er kan ook sprake zijn van deelsaneringen of een gefaseerde aanpak.
Planspecifiek Het plangebied ligt in een glastuinbouwgebied ten noordwesten van de kern Den Hoorn in de gemeente Midden-Delfland. Momenteel wordt de locatie gebruikt als een woning met tuin. Tot 1938 was op de locatie sprake van een dijktalud. De locatie is tot 1970 in gebruik geweest voor glastuinbouw. Er zijn verder geen (voormalige) bodembedreigende activiteiten bekend. Het plangebied ligt in wijk Woudse polder en is niet gelegen in een milieubeschermingsgebied voor grondwater. Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Midden-Delfland blijkt dat het plangebied is gelegen in zone ‘wonen’. De algemene bodemkwaliteit van de boven- en ondergrond zijn beide geclassificeerd als klasse ‘wonen’. Binnen het plangebied is voldoende bodeminformatie bekend: ‘Verkennend (asbest)bodemonderzoek Zwethkade Zuid 56 Den Hoorn’ (opgesteld door Inventerra B.V., met kenmerk 22-2218-R01AvH van 26 september 2022). Uit dit onderzoek blijkt dat er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en geschikt is voor de voorgenomen functie als wonen met tuin.
Pagina 18
Toelichting Zwethkade Zuid 56 te Den Hoorn
4.5
Luchtkwaliteit
Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 1 weergegeven.
Tabel 1: Grenswaarden maatgevende stoffen Wet luchtkwaliteit Grenswaarde
Advieswaarde (WHO)
jaargemiddelde concentratie
40 µg / m³
10 µg / m³
Uurgemiddelde (mag max. 18 keer per jaar worden overschreden)
200 µg / m³
jaargemiddelde concentratie
40 µg / m³
24-gemiddelde concentratie (mag max. 35 keer per jaar worden overschreden)
50 µg / m³
jaargemiddelde concentratie
25 µg / m³
Stof
Toetsing van
Stikstofdioxide (NO2)
Fijn stof (PM10)
Fijn stof (PM2,5)
15 µg / m³
5 µg / m³
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van ruimtelijke plannen, uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens, rekening gehouden met de luchtkwaliteit. In het Besluit NIBM (Niet in Betekenende Mate) en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Dit kan het geval zijn wanneer een project een effect heeft van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10. Planspecifiek Een plan blijft in de regel onder het NIBM criterium waardoor niet getoetst hoeft te worden aan de grenswaarden als het minder dan 1.500 woningen betreft dan wel als er sprake is van een BVO van maximaal 100.000 m2. In het onderhavig plan is hiervan geen sprake. Nader onderzoek in het kader van luchtkwaliteit is dan ook niet noodzakelijk. Om te beoordelen of de bestaande luchtkwaliteit voldoende is in het kader van een goede ruimtelijke ordening is de NSL-kaart geraadpleegd. Uit de waardes van de NSL-kaart blijken geen waardes te komen die maatregelen eisen, zie tabel 2. In deze tabel zijn ook de rekenjaren van de luchtkwaliteit opgenomen.
Tabel 2: NSL-waardes NO2, PM2,5 en PM10 voor de jaren 2020 en 2030 ter plaatse van het plangebied. Stof
Waarde µg / m³, rekenjaar 2020 26,9
Waarde µg / m³ , rekenjaar 2030 21,2
Grenswaarde µg / m³ 40
Advieswaarde (WHO) µg / m³ 10
Stikstofdioxide (NO2)* Fijn stof (PM10)* 16,9 15,2 40 15 Fijn stof (PM2,5)* 8,7 7,4 25 5 * De rekenpunten van NO2, PM10 en PM2,5 liggen langs de N222. De concentraties van deze stoffen nemen af naarmate de woning verder van de weg afligt.
Pagina 19
Toelichting Zwethkade Zuid 56 te Den Hoorn
Uit bovenstaande tabel blijkt dat ruimschoots aan de wettelijke normen voor luchtkwaliteit wordt voldaan. De rekenpunten van NO NO2, PM10 en PM2,5 liggen langs de N222, dat betekent eveneens dat de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied naar alle waarschijnlijkheid nog beter is dan in bovenstaande tabel opgenomen. Het aspect luchtkwaliteit vormt, op basis van de voorgaande conclusies, geen beperking voor het planvoornemen.
4.6
Externe veiligheid
Sommige activiteiten brengen risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het gaat daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten kunnen een beperking opleggen aan de omgeving. Door voldoende afstand tot de risicovolle activiteiten aan te houden kan voldaan worden aan de normen. Aan de andere kant is de ruimte schaars en het rijksbeleid erop gericht de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Het ruimtelijk beleid en het externe veiligheidsbeleid moeten dus goed worden afgestemd. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op de volgende risico’s: • risicovolle (Bevi-)inrichtingen; (Bevi staat voor Besluit externe veiligheid inrichtingen) • vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen; • vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor. Daarnaast wordt er in de wetgeving onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Deze begrippen worden hieronder toegelicht. Kwetsbaar en beperkt kwetsbaar Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1500 m²).
Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen. De volledige lijst wat onder (beperkt) kwetsbaar wordt verstaan is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgenomen. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Het realiseren van beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour is in principe ook niet toegestaan. Echter, voor beperkte kwetsbare objecten is deze 10-6 contour een richtwaarde. Mits goed gemotiveerd kan worden afgeweken van deze waarde tot de 10-5 contour. Bij groepsrisico is niet een contour bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Bij groepsrisico wordt gewerkt met een oriëntatiewaarde en niet met een grenswaarde. Hoe meer mensen dicht op de bron zijn bij een bepaalde calamiteit, hoe groter het effect. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) stelt dat bij elk bestemmingsplan, waar een relevant groepsrisico aanwezig is, dit risico moet worden verantwoord, ook wanneer dit onder de oriëntatiewaarde ligt. Hierbij geldt hoe hoger het groepsrisico des te zwaarder de verantwoording is.
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi) van belang. Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het Bevi is opgesteld om de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven, te beperken. Het besluit heeft tot doel zowel individuele als groepen burgers een minimaal (aanvaard) beschermingsniveau te bieden. Via een bijhorende ministeriële regeling (Revi) worden diverse veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gegeven. Aanvullend op het Bevi zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Pagina 20
Toelichting Zwethkade Zuid 56 te Den Hoorn
Het Bevi is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. Voor de toepassing van het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een nieuwe situatie. Vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor Het toetsingskader voor het onderdeel transportroutes gevaarlijke stoffen is het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev). Dit besluit is op 1 april 2015 in werking getreden. Bepaald moet worden of binnen de invloedsfeer van deze transportassen gevoelige functies mogelijk zijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Voor sommige transportassen wordt rekening gehouden met het Plasbrandaandachtsgebied (PAG). Het PAG is het gebied tot 30 meter van de transportas waarin, bij de realisering van kwetsbare objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen.
Op basis van het Bevb wordt het voor gemeenten verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op basis waarvan de aanleg van een buisleiding of een kwetsbaar object of een risicoverhogend object mogelijk is, de grenswaarde voor het PR in acht te nemen en het GR te verantwoorden. Het Bevb vervangt hiermee de circulaires Zonering langs hogedruk aardgasleidingen (1984) en Zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen (1991).
Planspecifiek 4.6.1 Algemeen Om te beoordelen of voor het planvoornemen externe veiligheidsrisico’s van toepassing zijn is de risicokaart geraadpleegd, zie afbeelding 8:
Planlocatie
Afbeelding 8: Uitsnede risicokaart externe veiligheid. Bron: Atlas Leefomgeving.
Pagina 21
Toelichting Zwethkade Zuid 56 te Den Hoorn
Transport gevaarlijke stoffen over de weg De kaart geeft aan dat diverse veiligheidsrisicobronnen in de omgeving aanwezig zijn. Het plangebied is op circa 1.400 meter afstand ten opzichte van de A4 gesitueerd. De A4 is opgenomen in het Basisnet weg en over dit deel van de A4 vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. Uit de bijlage van het Basisnet blijkt dat er over de A4 ten hoogte van Den Hoorn stoffen binnen de stofcategorie GF3 worden vervoerd. GF3 zijn brandbare gassen en kennen ter hoogte van Den Hoorn een invloedsgebied van 355 meter begrensd door de 1% letaliteitsafstand. Het plangebied valt niet binnen het invloedsgebied van de A4. Op circa 210 meter afstand is de N222 gesitueerd. Over de N222 vindt tevens vervoer van brandbare gassen (GF3) plaats. Het plangebied is binnen het invloedsgebied (355 meter) van deze weg gelegen. Navolgend wordt ingegaan op het maatgevend scenario en bijbehorend handelsperspectief. Buisleidingen Er ligt een buisleiding van de Gasunie langs de Westlandroute op circa 165 meter afstand ten opzichte van het plangebied. Het plangebied is gelegen binnen de 1% letaliteitszone van de gasleiding. Het groepsrisico neemt niet toe, omdat het planvoornemen de transformatie betreft van een dienstwoning naar een burgerwoning. De woning ligt daarnaast aan de rand van het invloedsgebied. Het gebied rondom de buisleiding is dunbevolkt.
Het groepsrisico in de bestaande situatie bedraagt minder dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Alhoewel het groepsrisico niet toeneemt kan een calamiteit zich toch voordoen. Navolgend wordt ingegaan op het maatgevend scenario en bijbehorend handelsperspectief. Inrichtingen Aan de N211 ligt een tankstation met LPG. Het plangebied valt echter niet binnen de invloedssfeer van het tankstation en deze inrichting vormt daarmee geen belemmering. In de volgende paragrafen wordt ingegaan op twee scenario’s: een BLEVE-scenario en een fakkelbrandscenario. Het eerste scenario gaat in op de gasleiding nabij het plangebied. Het tweede scenario gaat over het vervoer van GF3-stoffen en het vervoer van propaantank.
4.6.2 BLEVE-scenario BLEVE is een afkorting voor “Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion” (kokende vloeistof gasexpansie explosie). Er bestaat een koude en een warme BLEVE. Bij een koude BLEVE explodeert de tank meteen. Bij een warme BLEVE explodeert de tank als gevolg van een brandhaard. Bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid Een koude BLEVE is niet te bestrijden omdat de tankwagen of meteen explodeert. Gezien de snelle ontwikkeltijd zijn er geen mogelijkheden voor bronbestrijding en primaire effectbestrijding. De effectbestrijding zal daarom gericht zijn op het bestrijden van secundaire branden. Voor het voorkomen van een warme BLEVE dient een aangestraalde tankwagen tijdig te worden gekoeld en de brandhaard te worden geblust. Bij een BLEVE is het uitgangspunt vluchten. De mogelijkheden om te kunnen vluchten nemen toe door (nood)uitgangen en vluchtroutes zoveel mogelijk loodrecht van de risicobron af te richten. De woning in het plangebied ligt daarnaast in de effectafstand van het lossen van propaan van diverse propaantanks in de buurt. De woning ligt wel buiten de plaatsgebonden risicozone van de propaantanks. Het groepsrisico neemt niet toe in het kader van propaantanks, omdat het planvoornemen de transformatie betreft van een dienstwoning naar een burgerwoning. De woning ligt daarnaast aan de rand van het invloedsgebied. Het gebied rondom de buisleiding is dunbevolkt.
Het groepsrisico in de bestaande situatie bedraagt minder dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Alhoewel het groepsrisico niet toeneemt kan een calamiteit zich toch voordoen. In het geval van een BLEVE-scenario kan goed van de N22 af gevlucht worden over de Zwethkade Zuid in zuidelijke richting.
Pagina 22
Toelichting Zwethkade Zuid 56 te Den Hoorn
4.6.3 Fakkelbrandscenario De calamiteit die kan optreden bij een buisleiding betreft het scenario van een fakkelbrand. Door een lekkage, scheur of volledige breuk van de buisleiding kan het aardgas vrijkomen en tot ontbranding worden gebracht door een ontstekingsbron in de nabijheid. Het vrijgekomen aardgas zal hierbij in brand vliegen wat gepaard gaat met een druk en hevige hitte ontwikkeling in de vorm van een fakkelbrand. Door de hitte kunnen personen overlijden en/of brandwonden oplopen. Bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid Een fakkelbrandscenario is in principe niet bestrijdbaar voor de hulpdiensten. De ontstane fakkelbrand kan alleen worden gedoofd door het afsluiten van de afsluiters door de Gasunie. Door het afsluiten (wat mogelijk tot een uur kan duren) stroomt het resterende gas uit en dooft de fakkel uit. De te verwachte hittestraling is dusdanig intens dat de brandweer de omgeving van een breuk niet kan betreden. Secundaire branden die als gevolg van de hittestraling ontstaan kunnen nadat de fakkelbrand is uitgedoofd wel door de brandweer worden bestreden. De brandweer moet hiervoor over voldoende bluswater beschikken. Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren). Als er schuilmogelijkheden zijn, is dekking zoeken of een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
Voor personen binnen, op grotere afstand van de bron (daar waar gebouwen niet ontbranden) is het handelingsperspectief binnenblijven. Er zijn genoeg mogelijkheden van zelfredzaamheid voor de bewoners, zoals de vluchtroute over de Zwethkade Zuid in zuidelijke richting. Er zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk door deze vluchtroute.
4.6.4 Conclusie Ondanks dat het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van de N222, de 1% letaliteitszone van de buisleiding en de effectafstanden van het lossen van propaan van propaantanks uit de buurt, kan eenvoudigweg worden geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor voorliggend plan. In voorliggend plan wordt een bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning. Het aantal personen binnen het plangebied, en daarmee het groepsrisico, zal niet toenemen. Er ontstaat geen toenemend gevaar als gevolg van de ontwikkeling.
4.7
Archeologie
Het archeologisch erfgoed wordt binnen Nederland als waardevol beschouwd. De Erfgoedwet, vastgesteld in 2016, regelt op welke wijze omgegaan dient te worden met archeologisch erfgoed in Nederland. In 1992 ondertekende Nederland mede het zogenaamde Verdrag van Valletta (Malta). Dit verdrag heeft als doel de bescherming van het archeologisch erfgoed van Europa te bevorderen. In Nederland heeft dit geleid tot een herziening van de toenmalige Monumentenwet 1988 alsmede een aanvulling op of wijziging van bepaalde artikelen in enkele andere wetten. Deze Wijzigingswet is beter bekend als de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ), die op 1 september 2007 van kracht werd. Vanaf de inwerkingtreding van deze (wijzigings-)wet zijn gemeenten verplicht rekening te houden met archeologische waarden in de bestemmingsplannen. Deze wetten zijn vervangen door de Erfgoedwet, echter overgangsrecht in de Erfgoedwet regelt dat bepaalde bepalingen uit de Monumentenwet (die dus niet in de Erfgoedwet staan) nog van kracht zijn tot de Omgevingswet van kracht is.
Pagina 23
Toelichting Zwethkade Zuid 56 te Den Hoorn
Planspecifiek Monumentale bouwwerken en beschermd stad- of dorpsgezicht Het planvoornemen betreft geen wijzigingen aan een monumentaal bouwwerk. Het planvoornemen ligt niet in een beschermd stad- of dorpsgezicht. Archeologie De gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart van Midden-Delfland geeft aan dat de Zwethkade Zuid en het achterliggende glastuinbouwgebied geen archeologische verwachtingswaarde heeft, zie afbeelding 7. In het planvoornemen wordt de grond niet geroerd en het huidige bouwvlak wordt in stand gehouden. Eventuele archeologische waarden in de ondergrond worden dan ook niet aangetast. Het aspect ‘Archeologie’ vormt dan ook geen belemmering voor voorliggend plan.
Afbeelding 7: Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Midden Delfland; plangebied bij rode cirkel. Bron: Gemeente Midden-Delfland.
Cultuurhistorisch landschap Het plangebied maakt onderdeel uit van een cultuurhistorisch waardevol ensemble, zie afbeelding 8. Binnen dit ensemble geldt een hoge belevingswaarde vanuit de Woudse Droogmakerij, de Zweth en vlietlandjes. Kenmerkend voor dit ensemble is de mate van openheid. Voorliggend plan tast deze openheid niet aan. Het plan voorziet niet in fysieke wijzigingen