06 t_NL.IMRO.1842.bp22Zwethkade30a-ON01.pdf
Tekst van het document
De lichte verontreinigingen met OCB in de grond kunnen worden toegeschreven aan de vroegere tuinbouwkas die op de locatie heeft gestaan. De lichte verontreinigingen met zware metalen en PAK in de grond zijn toe te schrijven aan een diffuse bodembelasting, mogelijk in combinatie met vroegere ophogingen. De licht verhoogde concentraties barium en zink in het grondwater worden als een natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden beschouwd. De licht verhoogde concentraties xylenen en naftaleen zijn vermoedelijk te wijten aan de venige bodemopbouw op de locatie waar de peilbuis staat. Bekend is dat Pagina 27 Zwethkade Zuid 30a Den Hoorn
venige componenten een storende invloed kunnen hebben bij de bepaling van vluchtige aromaten en met name bij xylenen en naftaleen. Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek is de hypothese ‘verdacht voor verontreiniging’ bevestigd, vanwege de aangetoonde licht verhoogde gehalten in de grond en in het grondwater. De aangetoonde verhoogde gehalten zijn echter zodanig licht verhoogd dat aanvullend onderzoek (eventueel op basis van een aangepaste onderzoeksstrategie) of nadere maatregelen ons inziens niet noodzakelijk worden geacht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het terrein geschikt voor de huidige en de toekomstige bestemming.’ De ontwikkeling aan de Zwethkade 30a te Den Hoorn is uitvoerbaar in het kader van het aspect Bodem. Vanuit het aspect Bodem volgen geen aanvullende maatregelen.
4.6 Luchtkwaliteit Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Toetsing van
Grenswaarde
Stof Stikstofdioxide (NO2)
jaargemiddelde concentratie 40 µg / m³ Uurgemiddelde (mag max. 18 keer per jaar worden 200 µg / m³ overschreden) Fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 40 µg / m³ 24-gemiddelde concentratie (mag max. 35 keer per jaar 50 µg / m³ worden overschreden) Fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie 25 µg / m³ Tabel grenswaarden maatgevende stoffen Wet luchtkwaliteit In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van ruimtelijke plannen, uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens, rekening gehouden met de luchtkwaliteit. In het Besluit NIBM (Niet in Betekenende Mate) en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Dit kan het geval zijn wanneer een project een effect heeft van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10. Planspecifiek Een plan voldoet in de regel aan het NIBM criterium als het minder dan 1.500 woningen betreft dan wel als er sprake is van een BVO van maximaal 100.000 m2. De gehele ontwikkeling blijft ruim onder het criterium. Nader onderzoek naar de gevolgen van het plan op de luchtkwaliteit is dan ook niet nodig. Voorts is de huidige situatie ten aanzien van de luchtkwaliteit in beeld gebracht. Hiervoor is de site https://www.nsl-monitoring.nl geraadpleegd.
Pagina 28 Zwethkade Zuid 30a Den Hoorn
Figuur 8. Concentraties stikstof, fijnstof PM10 en fijnstof PM2,5 in 2020. Plangebied nabij pijl (bron: NSL Monitoringstool).
Pagina 29 Zwethkade Zuid 30a Den Hoorn
Figuur 9. Concentraties stikstof, fijnstof PM10 en fijnstof PM2,5 in 2030. Plangebied nabij pijl (bron: NSL Monitoringstool).
De concentraties in 2020 en 2030 blijven op basis van de NSL monitoringstool onder de wettelijk vereiste gemiddelde concentraties. De WHO en GGD hanteren advieswaarden voor fijn stof (PM10) van 20 microgram per kuub, en 10 microgram per kuub voor PM 2,5 wat lager ligt dan de wettelijke grenswaarden. Voorliggend plan is getoetst aan het wettelijk vereiste. Gelet op het bovenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen beletsel voor dit plan.
4.7 Externe Veiligheid Sommige activiteiten brengen risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het gaat daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten kunnen een beperking opleggen aan de omgeving. Door voldoende afstand tot de risicovolle
Pagina 30 Zwethkade Zuid 30a Den Hoorn
activiteiten aan te houden kan voldaan worden aan de normen. Aan de andere kant is de ruimte schaars en het rijksbeleid erop gericht de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Het ruimtelijk beleid en het externe veiligheidsbeleid moeten dus goed worden afgestemd. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op de volgende risico’s: • risicovolle (Bevi-)inrichtingen; (Bevi staat voor Besluit externe veiligheid inrichtingen) • vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen; • vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor. Daarnaast wordt er in de wetgeving onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Deze begrippen worden hieronder toegelicht. Kwetsbaar en beperkt kwetsbaar Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen. De volledige lijst wat onder (beperkt) kwetsbaar wordt verstaan is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgenomen. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan.
Het realiseren van beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour is in principe ook niet toegestaan. Echter, voor beperkte kwetsbare objecten is deze 10-6 contour een richtwaarde. Mits goed gemotiveerd kan worden afgeweken van deze waarde tot de 10-5 contour. Bij groepsrisico is niet een contour bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Bij groepsrisico wordt gewerkt met een oriëntatiewaarde en niet met een grenswaarde. Hoe meer mensen dicht op de bron zijn bij een bepaalde calamiteit, hoe groter het effect. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) stelt dat bij elk bestemmingsplan, waar een relevant groepsrisico aanwezig is, dit risico moet worden verantwoord, ook wanneer dit onder de oriëntatiewaarde ligt. Hierbij geldt hoe hoger het groepsrisico des te zwaarder de verantwoording is. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi) van belang. Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het Bevi is opgesteld om de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven, te beperken.
Het besluit heeft tot doel zowel individuele als groepen burgers een minimaal (aanvaard) beschermingsniveau te bieden. Via een bijhorende ministeriële regeling (Revi) worden diverse veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gegeven. Aanvullend op het Bevi zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Het Bevi is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. Voor de toepassing van het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een nieuwe situatie. Vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor Het toetsingskader voor het onderdeel transportroutes gevaarlijke stoffen is het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev). Dit besluit is op 1 april 2015 in werking getreden. Bepaald moet worden of binnen de invloedsfeer van deze transportassen gevoelige functies mogelijk zijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Voor sommige transportassen wordt rekening gehouden met het Plasbrandaandachtsgebied (PAG). Het PAG is het gebied tot 30 meter van Pagina 31 Zwethkade Zuid 30a Den Hoorn
de transportas waarin, bij de realisering van kwetsbare objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Op basis van het Bevb wordt het voor gemeenten verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op basis waarvan de aanleg van een buisleiding of een kwetsbaar object of een risicoverhogend object mogelijk is, de grenswaarde voor het PR in acht te nemen en het GR te verantwoorden. Het Bevb vervangt hiermee de circulaires Zonering langs hogedruk aardgasleidingen (1984) en Zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen (1991). Planspecifiek Om te beoordelen of er externe veiligheidsrisico’s zijn is risicokaart.nl geraadpleegd, zie volgende pagina.
Figuur 10. Uitsnede risicokaart plangebied nabij pijl (bron: IPO).
Transport gevaarlijke stoffen over de weg De kaart geeft aan dat er diverse veiligheidsrisicobronnen in de omgeving aanwezig zijn. Zo is de N211 (Wippolderlaan) een transportroute van gevaarlijke stoffen. Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van 355 meter voor het vervoer van LPG over de N211. Hierom dienen de risico’s als gevolg van de transporten met brandbare gassen (GF3) over de Wippolder meegenomen te worden in een beperkte verantwoording. Risicovolle inrichtingen Aan de Wippolderlaan is BP ‘De Zweth’ gelegen. De afstand van dit LPG-station tot aan de planlocatie bedraagt circa 177 meter. Het invloedsgebied van het LPG-vulpunt bedraagt 150 meter. Er hoeft derhalve geen verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Verder is aan de Zwethkade Zuid 38 een propaantank gelegen. Het plangebied ligt in de effectafstand bevoorrading van deze propaantank. In voorliggend plan betreft het één extra woning, dit heeft een verwaarloosbare invloed op de personendichtheid en daarmee geen invloed op het groepsrisico van de propaantank. Desalniettemin wordt aabdacht besteed aan het maatgevend scenario van een ongeval met een propaantank, namelijk een BLEVE.
Pagina 32 Zwethkade Zuid 30a Den Hoorn
Transport gevaarlijke stoffen door buisleidingen Ten slotte ligt er ten oosten van de A4 een buisleiding op circa 840 meter afstand. Dit betreft de hoofdaardgastransportleiding A-517 van de Gasunie. Ten westen van het plangebied is de hoge druk aardgasleiding A-617 van de Gasunie gesitueerd, op circa 470 meter afstand. Eventuele risico’s van buisleidingen zijn pas relevant indien de effecten van een ongeval het plangebied kan overschrijden. Gesteld kan worden dat de 1% letaliteitsgrens bij hogedrukaardgastransportleidingen 580 meter bedraagt (Handboek buileiding in bestemmingsplannen - geactualiseerde versie 2016). Voor plannen op méér dan 580 meter afstand van een buisleiding kan dan ook worden geconcludeerd dat geen beperkingen gelden voor het plan: de berekening van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van) de hoogte van het groepsrisico is dan niet aan de orde. De risico’s als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vormen geen aandachtspunt voor voorliggend plan en er is geen verantwoordingsplicht aan de orde. Hoogspanningsleidingen Ten noorden en ten oosten van het plangebied zijn twee hoogspanningslijnen gesitueerd (respectievelijk spanning: 380 kV; 2 x 95 meter indicatieve zone en spanning: 280 kV, 150 kV, 2 x 95 meter indicatieve zone).
Het plangebied ligt niet binnen de indicatieve veiligheidszones van een hoogspanningslijn, waarbinnen beperkingen gelden voor nieuwe stralingsgevoelige objecten. Uitwerking verantwoordingsplicht Wippolderlaan & propaantank Zwethkade Zuid 38 Als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Wippolderlaan en de propaantank aan de Zwethkade Zuid 38 dient binnen de planlocatie rekening te worden gehouden met een BLEVE-scenario. BLEVE is de afkorting voor ‘Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion’ (kokende vloeistofgasexpansie-explosie). Er bestaat een koude en een warme BLEVE. Bij een koude BLEVE explodeert de tank meteen. Bij een warme BLEVE explodeert de tank als gevolg van een brandhaard. Bestrijdbaarheid / beheersbaarheid Een koude BLEVE is niet te bestrijden omdat de tankwagen meteen explodeert. Gezien de snelle ontwikkeltijd zijn er geen mogelijkheden voor bronbestrijding en primaire effectbestrijding. De effectbestrijding zal daarom gericht zijn op het bestrijden van secundaire branden. Een warme BLEVE kent enige ontwikkeltijd. Over het algemeen is de druk in de tank na 10 tot 30 minuten dusdanig hoog dat de tank bezwijkt. Een warme BLEVE kan voorkomen worden door het tijdig alarmeren van de brandweer. De brand bij de tank kan geblust worden en de tank worden gekoeld. Vanwege eigen veiligheid van het brandweerpersoneel zal dit lang niet altijd mogelijk zijn.
Zelfredzaamheid Binnen het invloedsgebied van een BLEVE-scenario is vluchten het uitgangspunt, waarbij gerealiseerd dient te worden dat indien daadwerkelijk een BLEVE dreigt, de vluchttijd bijzonder kort is. De mogelijkheden om te kunnen vluchten nemen toe door (nood)uitgangen en vluchtroutes zoveel mogelijk loodrecht van de risicobron af te richten. In voorliggend plan kan het plangebied naar verschillende richtingen worden ontvlucht. Over de Zwethkade Zuid kan zowel via oostelijke als westelijke richting worden gevlucht van de ongevalsplek af. Risico-communicatie De zelfredzaamheid van personen kan worden verbeterd door maatregelen zoals een waarschuwingsen alarmeringssysteem en risicocommunicatie. Bij een calamiteit is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert.
Pagina 33 Zwethkade Zuid 30a Den Hoorn
Voor het aspect Externe Veiligheid kan geconcludeerd worden dat er geen knelpunten optreden. Ten eerste er liggen geen plaatsgebonden risicocontouren over het plangebied. Voor het groepsrisico geldt dat het aantal personen in het plangebied zal toenemen door de toevoeging van één extra woning. Er kan echter worden geconcludeerd dat het effect van het per saldo toevoegen van één woning op het groepsrisico nihil is. In deze paragraaf is een beperkte verantwoording gegeven van het groepsrisico. Vooroverlegreactie VRH De VRH geeft aan dat het plan niet zal zorgen voor een significante toe- of afname van het huidige risico. Maar wijst in verband met de risicobronnen (LPG-tankstation De Zweth, propaantank Zwethkade Zuid 38 en N211) op de notitie ‘Advisering EV – Veiligheidsregio Haaglanden - invulling van de adviesrol bij ruimtelijke plannen’, versie 2.3 van 11 mei 2021. Verder vraagt men bij de verdere planuitwerking (d.w.z. het bouwplan) aandacht voor de brandveiligheid, waarvoor desgewenst contact kan worden gezocht via risicobeheersing@vrh.nl Geconcludeerd kan worden dat het aspect Externe Veiligheid geen belemmering vormt voor dit plan.
4.8 Archeologie en cultuurhistorie Het archeologisch erfgoed wordt binnen Nederland als waardevol beschouwd. De Erfgoedwet, vastgesteld in 2016, regelt op welke wijze omgegaan dient te worden met archeologisch erfgoed in Nederland. In 1992 ondertekende Nederland mede het zogenaamde Verdrag van Valetta (Malta). Dit verdrag heeft als doel de bescherming van het archeologisch erfgoed van Europa te bevorderen. In Nederland heeft dit geleid tot een herziening van de toenmalige Monumentenwet 1988 alsmede een aanvulling op of wijziging van bepaalde artikelen in enkele andere wetten. Deze Wijzigingswet is beter bekend als de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ), die op 1 september 2007 van kracht werd. Vanaf de inwerkingtreding van deze (wijzigings-)wet zijn gemeenten verplicht rekening te houden met archeologische waarden in de bestemmingsplannen. Deze wetten zijn vervangen door de Erfgoedwet, echter overgangsrecht in de Erfgoedwet regelt dat bepaalde bepalingen uit de Monumentenwet (die dus niet in de Erfgoedwet staan) nog van kracht zijn tot de Omgevingswet van kracht is. Planspecifiek Monumentale bouwwerken en beschermd zicht Voorliggend plan betreft geen wijzigingen aan een monumentaal bouwwerk of aantasting van een beschermd zicht.
Archeologie De gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart van Midden-Delfland geeft aan dat de Zwethkade en het achterliggende glastuinbouwgebied geen archeologische verwachtingswaarde heeft (zie onderstaande afbeelding). Voor voorliggend plan zal de ondergrond geroerd worden. Op basis van de beleidsadvieskaart kan echter worden geconcludeerd dat nader archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Tevens is in het vigerende bestemmingsplan voor het plangebied geen archeologische dubbelbestemming opgenomen.
Pagina 34 Zwethkade Zuid 30a Den Hoorn
Figuur 11. Uitsnede Archeologische beleidsadvieskaart gemeente Midden-Delfland, plangebied in cirkel (Bron: Gemeente Midden-Delfland).
Cultuurhistorisch landschap Het plangebied maakt onderdeel uit van een cultuurhistorisch waardevol ensemble (zie navolgende afbeelding). Binnen dit ensemble geldt een hoge belevingswaarde van de Woudse Droogmakerij, de Zweth en vlietlandjes. Kenmerkend voor dit ensemble is de mate van openheid. Voorliggend plan tast deze openheid niet aan. Het toevoegen van een extra woning leidt in dit geval niet tot het verkleinen van de open ruimte omdat de bestaande woning tevens komt te vervangen en de twee nieuwe woningen gezamenlijk even breed zullen zijn als de bestaande woning. Tevens wordt de open ruimte tussen de twee nieuwe woningen, de zogenaamde groene kamer, planologisch verankerd door het opnemen van de bestemming ‘Groen – Landschappelijke overgangszone’.
Pagina 35 Zwethkade Zuid 30a Den Hoorn
Figuur 12. Waardevolle ensembles en structuren, plangebied aangeduid met rode pijl (bron: Stichting MiddenDelfland is Mensenwerk).
Er kan geconcludeerd worden dat het aspect Archeologie en cultuurhistorie geen belemmering vormt voor onderhavig plan.
4.9 Waterhuishouding Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21 e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: • vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd. Pagina 36 Zwethkade Zuid 30a Den Hoorn
•
schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan het bod.
Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterbeheer. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In deze integrale watervergunning zijn zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) opgegaan in één aparte watervergunning. Nationaal Waterplan 2016 - 2021 Het NWP (dec. 2015) bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daarbij behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050. Het Nationaal Waterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer.
Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Hoogheemraadschap van Delfland In het Waterbeheerplan 2016-2021, Strategie richting een toekomstbestendig en samenwerkingsgericht waterschap , heeft Delfland de ambities en doelstellingen voor de komende jaren vastgelegd. Voor de zorgplicht voor ‘droge voeten’, ‘stevige dijken’ en ‘schoon water’ zijn meerjarenprogramma’s opgesteld die doorlopen in de planperiode tot 2027. Delfland zet in op stedelijk waterbeheer en samen met gemeenten werken wij aan klimaatadaptatie. Een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem is vertaald naar zelfvoorzienendheid door het sluiten van kringlopen van water, energie en grondstoffen. Om doelen te bereiken werkt Delfland samen met gebiedspartners en werken we aan het waterbewustzijn om draagvlak te vergroten. Ambities: Zoet water is van levensbelang en daarom is het belangrijk dat iedereen zuinig omgaat met water en zorgt dat het water schoon blijft. We willen gezuiverd afvalwater hergebruiken en zorgen dat water langer in het gebied bewaard blijft voor droge tijden.
Klimaatverandering leidt vaker tot langdurige droogte en heftiger regenbuien. Om de stad klimaatbestendig te maken zoeken we met partijen naar slimme manieren om water langer vast te houden zonder dat het tot overlast leidt. Om de waterkwaliteit te verbeteren neemt Delfland verschillende maatregelen en controleren we nog beter op illegale lozingen. Het water in zwemplassen moet tijdens warme dagen vrij zijn van blauwalgen en bacteriën. Door samen te werken kunnen we ook kosten besparen. Bij elke ontwikkeling willen we kijken welke kansen er zijn om het watersysteem toekomstbestendiger te maken. Eén van de instrumenten om het nieuwe waterbeleid voor de 21e eeuw vorm te geven is de watertoets. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op Pagina 37 Zwethkade Zuid 30a Den Hoorn
evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Delfland heeft de Handreiking watertoets voor gemeenten opgesteld. In de handreiking worden de randvoorwaarden en uitgangspunten voor een plan per thema toegelicht. De actuele versie van de handreiking is te vinden op de website van Delfland en via deze link: http://www.hhdelfland.nl/digitaal-loket/watertoetsportaal/. Planspecifiek Het plangebied is gelegen aan een regionale waterkering en is zowel gelegen in het waterstaatswerk alsmede de beschermingszone (zie navolgende afbeelding). Daarom is op 22 september 2021 overleg gevoerd met het Hoogheemraadschap. Tijdens dit overleg heeft het Hoogheemraadschap meegedacht met voorliggend plan en relevante beleidsnota’s aangehaald waaraan voorliggend plan is getoetst. Regionale waterkeringen kennen een bijbehorende klassenindeling die het beschermingsniveau van de waterkering aan de achterliggende polder moet geven. Dit beschermingsniveau wordt uitgedrukt in een kans op een maatgevende belasting van de waterkering waartegen de waterkering bestand moet zijn. In dit geval is het plangebied deels gelegen in de regionale waterkering klasse III met een gemiddelde overschrijdingskans van 1 in de 100 jaar.
Niet-waterkerende objecten en ander medegebruik van de waterkering kunnen de kans op falen van de waterkering aanzienlijk vergroten. De beoogde ontwikkeling is zoals reeds vermeld in twee zones van de waterkering gelegen. In de beoordeling of het medegebruik is toegestaan vervullen deze zones een belangrijke rol.
Figuur 13. Uitsnede Legger Hoogheemraadschap Delfland, plangebied in rood kader (bron: hhdelfland). Zone waterstaatswerk De waterstaatswerk-zone beschermt de waterkering. Medegebruik kan in deze zone het functioneren of het beheer van de waterkering in gevaar brengen. Voor de beoordeling of in deze zone medegebruik kan worden toegestaan is het belangrijk te bepalen hoe het medegebruik is gesitueerd ten opzichte van het leggerprofiel, wat de kenmerken zijn van de waterkering en zijn omgeving, wat de gevolgen van het medegebruik zijn voor het beheer van de waterkering en wat het belang is van het medegebruik. Pagina 38 Zwethkade Zuid 30a Den Hoorn
Situering bebouwing De twee nieuwe woningen zijn haaks gesitueerd op De Zweth en vallen met hun bouwvlak volledig binnen de zone waterstaatswerk. De fundering van de twee woningen bestaat uit een paalfundering. Dit type fundering is voor de stabiliteit van de waterkering, ten opzichte van een staalfundering gunstiger. In de Beleidsregel Medegebruik waterkeringen is aangegeven dat bouwwerken op minimaal 10 meter vanaf de buitenkruinlijn moeten worden gesitueerd. De twee nieuwe woningen worden op circa 14 meter vanaf de buitenkruinlijn gebouwd. Indien de bouwwerken zich bevinden in de zone waterstaatwerk gelden de volgende regels: a. aanheling op minimaal de kruinhoogte wordt aangelegd, of b. ruimte tussen kruin en bouwwerk wordt aangevuld op minimaal de kruinhoogte. De kruinhoogte wordt bepaald aan de hand van het NAP + 0,10. Het NAP bedraagt 0,30 (AHN- viewer, gemiddelde hoogte). De kruinhoogte is dus 0,40 meter. Er dient een aanvulling van 0,4 meter plaats te vinden tussen de ruimte van de kruinhoogte en het bouwwerk. De bestaande woning die gesloopt gaat worden is al op een verhoging gelegen en voldoet aan de aanhelingseis. Voor de nieuw te realiseren woning op de plek van de huidige tennisbaan zal een aanheling toegepast dienen worden. In het plan is voldoende ruimte om de woning en de tuin op deze manier aan te leggen.
In de omgevingsvergunning voor bouwen zal hieraan voldaan moeten worden en wordt hier verder op ingegaan. Kenmerken waterkering De Zwethkade is een veendijk. Een veendijk is een waterkering die geheel of gedeeltelijk is opgebouwd uit veen. Veendijken zijn gevoelige dijken waarvoor strengere regels gelden. Zo zijn veendijken kwetsbaar in droge tijden en kunnen deze komen te verschuiven. Ook bij veel regen kan de kade afschuiven, door het afnemen van de stabiliteit als gevolg van een hoge grondwaterstand. Beheer waterkering De (directe) kosten voor het beheer van de waterkering kunnen toenemen. Het beheer van de waterkering dient, ook economisch gezien, altijd mogelijk te zijn en te blijven. Voorliggend plan zorgt niet voor een belemmering van het beheer van de waterkering en leidt ook niet tot onevenredig hoge kosten voor het hoogheemraadschap Delfland. Belang van medegebruik Voorgenomen ontwikkeling voorziet in het bouwen van twee nieuwe woningen. Om het Beschermingszone In de beschermingszone is onder voorwaarden medegebruik mogelijk en geldt in principe dat medegebruik is toegestaan indien de veiligheid van het waterstaatswerk niet (zijdelings) wordt aangetast. Het grotendeel van de beschermingszone in voorgenomen ontwikkeling zal bestaan uit groenvoorziening. De beplanting wordt aan conform de Handleiding beplanting op en nabij primaire waterkeringen aangelegd.
De veiligheid van het waterstaatswerk wordt in de beschermingszone niet aangetast. Afvoer vuilwater In voorliggend plan betreft het enkel huishoudelijk afvalwater. Voor nieuwbouw wordt geadviseerd om een gescheiden aansluiting aan te bieden, indien dit nog niet aanwezig is, zo kan in de toekomst wanneer de riolering vervangen wordt voor een gescheiden stelsel worden gekozen.
Pagina 39 Zwethkade Zuid 30a Den Hoorn
Afvoer hemelwater en verhard oppervlak Het waterbeleid van het hoogheemraadschap schrijft een watercompensatie voor wanneer het verhard oppervlak toeneemt. In onderstaande tabel is te zien dat het totaal verhard oppervlakte afneemt met 68 m2 bij het schetsontwerp. De oppervlaktematen van het schetsontwerp komen overeen met de bebouwingsmogelijkheden uit de planregels.
Onderdeel Bebouwing Tennisbaan Bestrating Parkeerplaatsen Totaal verhard oppervlakte Totaal onverhard oppervlakte Totaal oppervlakte plangebied
Huidige situatie (m2) 245 490 578 1.313 4.235 5.548
Toekomstige situatie (m2) 590 530 125 1.245 4.303 5.548
Om de precieze watercompensatie te bepalen is de Watersleutel van het Hoogheemraadschap Delfland geraadpleegd. In de huidige en de toekomstige situatie is een deel van het plangebied aan te wijzen als gronden die ongemoeid blijven (zie onderstaande afbeelding). Deze gronden hebben een oppervlakte van circa 2328 m2 en zullen zowel in de huidige als toekomstige situatie bestaan uit beplanting en hoeven daarom in de Watersleutel niet meegenomen te worden. Het effectief oppervlak waarover de watersleutel is berekend bedraagt 5548 m2 – 2328 m2 = 3230 m2.
Pagina 40 Zwethkade Zuid 30a Den Hoorn
In bijlage 5 is de ingevulde Watersleutel opgenomen. Uit de Watersleutel komt naar voren dat er 29,0 m3 aan waterberging in het plangebied dient plaats te vinden. Deze compensatie kan worden uitgevoerd door de bestaande sloot, gelegen aan de zuidzijde van het plangebied uit te breiden. Ter plaatse van de bestaande sloot is sprake van een strakke watergang die helemaal beschoeid is. De verbreding van de sloot zal op dezelfde manier worden aangelegd, met tevens een onderwaterbeschoeiing. De onderhoudsverplichting van de beschoeiing ligt bij aanliggende eigenaren, het onderhoud van het watervoerende deel ligt bij het hoogheemraadschap Delfland. De verbreding van de sloot is vergunningplichtig en er zal een watervergunning moeten worden aangevraagd. In deze vergunningaanvraag worden de nadere details van de verbreding opgenomen. Deze vergunning zal worden aangevraagd met de later aan te vragen omgevingsvergunning voor bouwen. Uitloging bouwmaterialen door regenwater In voorliggend plan zullen geen uitloogbare of andere schadelijke materialen toegepast. Ondergrondse bouwwerken en grondwater Ondergrondse bouwwerken (o.a. kelders) mogen geen nadelig effect hebben op het grondwater. Als dat wel zo is, dan is via artikel 4.4.2 onder b van de regels geborgd, dat dit wordt aangemerkt als strijdig gebruik.
Bij een bouwplan met ondergrondse bouwwerken zal daarom moeten worden aangetoond dat hier geen sprake van is. Klimaatadaptatie en convenant klimaatadaptief bouwen Het hoogheemraadschap ziet mogelijkheden in het plangebied klimaatadaptieve maatregelen toe te passen. Men kan hierbij denken aan bijvoorbeeld een regenton of een groen dak. De regenton kan men bijvoorbeeld gebruiken, om de tuin in drogere tijden van water te voorzien. Er zijn nog veel meer andere goede oplossingen, waar soms ook subsidie voor te krijgen is, zie op klimaatkrachtig.nl voor meer informatie. Daarnaast heeft Het hoogheemraadschap het Convenant Klimaatadaptief bouwen ondertekend in samenwerking met vele gemeentes. De gemeente Midden-Delfland heeft het Convenant ook ondertekend en heeft zich daarmee voor plannen waarvan zij zelf opdrachtgever is verbonden aan de afspraken. Het streven is om invulling te geven aan de volgende ‘minimale eisen’: Hevige neerslag leidt niet tot schade aan infrastructuur, gebouw, eigendommen of groen in de bebouwde omgeving: • 50 mm van een korte hevige bui (70 mm 1/100 jaar) op privaat terrein moet worden opgevangen en in 24-48 uur vertraagd worden afgevoerd (of neerslaggestuurd worden geleegd). • In het plangebied treedt geen schade op aan bebouwing en voorzieningen bij extreem hevige neerslag (90 mm 1/250 jaar).
Langdurige droogte leidt niet tot verdroging of schade aan de bebouwde omgeving: • De inrichting van het gebied is op de verwachte grondwaterstanden en de beschikbaarheid van zoetwater tijdens droogte afgestemd. • Er wordt naar gestreefd, dat 50% van de jaarlijks gemiddelde neerslag in het plangebied geïnfiltreerd wordt. Het project wordt ontwikkeld op private gronden met een private initiatiefnemer. De initiatiefnemer is niet gebonden aan de afspraken uit het Convenant. Om deze reden is niet te zeggen hoe initiatiefnemer invulling zal geven aan het bovenstaande.
Pagina 41 Zwethkade Zuid 30a Den Hoorn
4.10 Verkeer en Parkeren Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied. Onderhavig plan leidt tot een toename in verkeersdruk omdat het woningaantal binnen het plangebied toeneemt. In de Nota parkeernormen Midden-Delfland 2020 (vastgesteld 26-02-2021) is het plangebied aangewezen als niet stedelijk. Voor de functie wonen in Den Hoorn voor een vrijstaande woning dient de volgende parkeernorm gehanteerd te worden: • Vrijstaand / 2/1 kap 1,7 pp per woning De totale parkeerbehoefte van het plangebied komt hiermee op: • 1,7 pp per woning x 2 woningen = 3,4 pp De parkeerbehoefte wordt per woning opgevangen op het terrein. Er worden per woning 3 parkeerplekken gerealiseerd waardoor er ruim voldaan wordt aan de parkeernorm. . In de planregels is als algemene gebruiksregel opgenomen dat de omgevingsvergunning pas kan worden verleend indien er in voldoende parkeergelegenheid binnen het plangebied wordt voorzien. De ontsluiting van het terrein wijzigt niet. De zeer minimale toename in verkeersdruk door de realisatie van de twee woningen wordt als zodanig geschat dat deze voldoende opgevangen kan worden binnen de huidige wegenstructuur. Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie kan bepaald worden aan de hand van de kencijfers van het CROW.
De planlocatie is gelegen in het buitengebied en is volgens de Nota Parkeernormen 2020 van de gemeente MiddenDelfland aangewezen als niet stedelijk. Volgens het CROW geldt voor het woningtype koop, huis, vrijstaand de volgende verkeersgeneratie: • Koop, huis, vrijstaand 7,8 – 8,6 (gem. 8,2) Wanneer de gemiddelde verkeersgeneratie vermenigvuldigd wordt met het desbetreffende aantal woningen kan de totale verkeersgeneratie worden bepaald. In dit geval wordt er per saldo een extra woning gerealiseerd. Het aantal verkeersbewegingen neemt daarom toe met in totaal gemiddeld 8,2 voertuigbewegingen. De huidige verkeersstructuur wordt, gezien deze minimale toename, in staat geacht om de verkeersgeneratie van de planontwikkeling te kunnen verwerken. Vanuit het aspect verkeer en parkeren komen dan ook geen belemmerende voorwaarden.
4.11 Energietransitie en Duurzaamheid De energietransitie betekent de overgang van fossiele brandstoffen zoals gas, kernenergie en steenkolen naar volledig duurzame energie. Duurzame, groene energie kennen we nu al vanuit zon, wind, biomassa en water. Duurzaamheid en energietransitie zijn continue processen; concrete afspraken zijn gemaakt in het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 en het programma ‘Nederland Circulair in 2050’. Dit betekent onder andere in 2030 bijna de helft minder CO2 uitstoot realiseren dan in 1990. Met de plannen kan het kabinet een belangrijk startschot geven voor opschaling van de energietransitie. Regelgeving Per 1 juli 2018 is de wet Voortgang Energietransitie (wet VET) van kracht geworden, die zegt dat het niet meer is toegestaan om nieuwbouw met aardgas te realiseren, tenzij de gemeente beslist dat er zwaarwegende belangen zijn om hier van af te wijken.
Pagina 42 Zwethkade Zuid 30a Den Hoorn
Per 1 januari 2021 is BENG (Bijna Energieneutrale Gebouw eisen) van kracht, met een ambitie naar volledig energieneutraal. Daarmee worden strengere eisen gesteld om zo het energieverbruik te verlagen. Met deze wijziging moeten vanaf 1 januari 2021 alle nieuw te bouwen gebouwen, zowel woningen als uitiliteitsbouw, voldoen aan de BENG eisen. De eisen zijn onafhankelijk van de energiedrager; wel is een minimum aandeel hernieuwbare energie vereist. Planspecifiek Voorliggend plan houdt het realiseren van twee nieuwe woningen in. De wet VET is van toepassing op alle nieuw te bouwen bouwwerken. Dit houdt in dat alle nieuwbouw moet voldoen aan een gasloos gebruik. De twee woningen worden derhalve gasloos opgeleverd.
Pagina 43 Zwethkade Zuid 30a Den Hoorn
5 Juridische planbeschrijving 5.1 Plansystematiek Het bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de bebouwing en het gebruik van de gronden binnen het plangebied. Het bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van een extra woning binnen de reeds aanwezige bestemming Wonen mogelijk. Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is aansluiting gezocht op het vigerende bestemmingsplan ter plaatse ‘Glastuinbouwgebieden’ en bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Gestreefd is naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en planregels. De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer gedetailleerd tot zeer globaal. Voor iedere bestemming is een toegesneden bebouwingsregeling opgenomen. In het kader van de landelijke uniformering en standaardisering voldoet het plan aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.
5.2 Opzet van de regels Overeenkomstig de SVBP2012 zijn de regels van voorliggend bestemmingsplan onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingsregels opgenomen. Hoofdstuk 3 en 4 bevatten de algemene regels respectievelijk de overgangs- en slotregels. Hierna wordt de inhoud van de regels per hoofdstuk kort toegelicht. In paragraaf 5.3 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Onderstaande beschrijving is een algemeen beschrijving van bestemmings- of wijzigingsplanregels. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn regels gegeven voor de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals die zijn aangegeven op de verbeelding. Per bestemming zijn in de bestemmingsomschrijving de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. Daarnaast is per bestemming bepaald welke vormen van bebouwing zijn toegestaan.
In beginsel zijn hoofdgebouwen uitsluitend toegestaan binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken, waarbij dient te worden voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (met name de maximale goot- en/of bouwhoogte). De verschillende bestemmingen bevatten, indien nodig, specifieke gebruiksregels. Per bestemming is daarnaast bepaald in welke gevallen burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bestemmingsplan. In paragraaf 5.3 wordt nader ingegaan op de afzonderlijke bestemmingen. Hoofdstuk 3 - Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels: • de anti-dubbeltelbepaling; • algemene bouwregels; • algemene aanduidingsregels; • algemene afwijkingsregels; • algemene wijzigingsregels; • overige regels.
Pagina 44 Zwethkade Zuid 30a Den Hoorn
Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 van de regels bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald.
5.3 De bestemmingen In het plangebied zijn de bestemmingen Wonen en Groen – Landschappelijke overgangszone opgenomen. Voor de regels zijn de regels van het ‘Bestemmingsplan Glastuinbouwgebieden’ gebruikt. De regels zijn overgenomen en enkel niet relevante regels zijn verwijderd. De Groen – Landschappelijke overgangszone verankerd de ‘groene kamer’ tussen de twee woonbestemmingen en voorkomt dat er ter plaatse van de ‘groene kamer’ bebouwing kan worden gebouwd. De dubbelbestemming Waterstaat – Waterkering, waarin de regels ten aanzien van gebruik en bebouwing zijn opgenomen ter bescherming van de waterkering, is ook overgenomen vanuit bestemmingsplan: ‘Bestemmingsplan Glastuinbouwgebieden’. Voor deze regels wordt ook verwezen naar het moederplan.
Pagina 45 Zwethkade Zuid 30a Den Hoorn
6 Maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid Naast ruimtelijke uitvoerbaarheid wordt de beoogde ontwikkeling van het plangebied ook getoetst aan economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.1 Economische uitvoerbaarheid Op grond van de Grondexploitatiewet dient een exploitatieplan te worden vastgesteld bij het vaststellen van het bestemmingsplan of ander ruimtelijk plan, tenzij de economische uitvoerbaarheid anderszins is gegarandeerd. De procedurekosten voor het plan worden middels de gemeentelijke legeskosten op initiatiefnemer verhaald. Tevens is een anterieure overeenkomst, alsook daarin meegenomen planschade, gesloten met de initiatiefnemer van het plan. De anterieure overeenkomst is inhoudelijk akkoord bevonden maar dient nog te worden vastgesteld door het college. Vanuit het plan vloeien geen overige kosten of risico’s voort die voor rekening van de gemeente zijn. De economische uitvoerbaarheid van het plan is daarmee verzekerd.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatieverslag Het plan is door initiatiefnemer voorgelegd aan de direct omwonenden rondom het plangebied. Het gespreksverslag is opgenomen in bijlage 6. Alle omwonenden hebben positief gereageerd op het plan. Vooroverleg Voor onderhavig ontwerpbesluit wordt de uniforme voorbereidingsprocedure gevolgd als bedoeld in hoofdstuk 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Het bevoegd gezag stuurt de aanvraag en het ontwerpbesluit toe aan de betreffende instanties in het kader van het vooroverleg. De ontwerpbeschikking wordt voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. Tijdens de ter inzage is het voor eenieder mogelijk een zienswijze in te dienen. Tegen het definitieve besluit kunnen alleen belanghebbenden bezwaar maken en in beroep gaan. Het voorontwerp bestemmingsplan is voor het wettelijk vooroverleg aangeboden aan de volgende instanties: Provincie Zuid-Holland, Hoogheemraadschap van Delfland (HvD) en Veiligheidsregio Haaglanden (VRH). De provincie gaf aan dat het plan niet hoefde te worden toegestuurd. HvD heeft aandacht gevraagd voor diverse zaken, waar weer overleg over is geweest, wat vervolgens is verwerkt in paragraaf 4.9. VRH heeft enkele aandachtspunten die zijn verwerkt in paragraaf 4.7.
Pagina 46 Zwethkade Zuid 30a Den Hoorn
7 Bijlagen 1. Akoestisch onderzoek Zwethkade Zuid 30A Den Hoorn, Weel Advies, rapportnummer: PLA 2111, 1-10-2021 2. Ecologische Quickscan Zwethkade Zuid 30, Blom Ecologie, kenmerk: BE/2021/846/r, 23 september 2021 3. Aeriusberekening Zwethkade 30a, RTyD3ZxWh83h, 26-8-2021 4. Verkennend asbest bodemonderzoek Zwethkade Zuid 30A Den Hoorn, rapportnummer: 212292-R01AvH, 28 oktober 2021 5. Watersleutel Zwethkade 30a, Visie, 23-9-2021 6. Omgevingsdialoog, 21-1-2022
Pagina 47 Zwethkade Zuid 30a Den Hoorn