06 Ruimtelijke Onderbouwing-BP-623.113.00-TOTAAL-ON03
Tekst van het document
Wnb: Natura 2000 De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door ‘externe werking’) op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Middels een ‘habitattoets’ dient te worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid).
De provincie Zuid-Holland heeft in haar Verordening Ruimte 2014 regelgeving vastgelegd ten aanzien van het NNN. Natuurwaarden buiten het Natuurnetwerk Nederland Ook buiten het NNN zijn grote natuurwaarden aanwezig in Zuid-Holland. Behoud, herstel en verdere ontwikkeling van deze natuurwaarden dragen substantieel bij aan de biodiversiteit in de provincie. Aanvullend wordt door de provincie in de Visie ruimte en mobiliteit ingezet op de volgende opgaven: het realiseren van een natuurmantel in de vorm van een groenblauwe dooradering rondom de natuurkernen in het NNN; het in stand houden van de belangrijke leefgebieden voor weidevogels in blijvend agrarisch gebied door agrarisch natuurbeheer; het vergroten van de biodiversiteit in recreatiegebieden; het benutten van de mogelijkheden voor tijdelijke natuur op braakliggende terreinen.
Onderzoek Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
27
Op beide locaties van het plangebied aan de Woudselaan te Den Hoorn is door Regelink Ecologie & Landschap in opdracht van G.A.M. van Leeuwen Beheer B.V. een Ecologische Quickscan uitgevoerd. (zie bijlage 6). Onderstaand een samenvatting van de onderzoeksresultaten: Natura 2000 De ingreep vindt plaats op een afstand van acht km van Natura 2000-gebied ‘Solleveld & Kapittelduinen’. Door de aard en omvang van de ingreep is het uitgesloten dat negatieve effecten door trilling, geluid of visuele verstoring zullen optreden omdat tussen het plangebied en Natura 2000-gebieden stedelijk gebied ligt met woonwijken, bedrijventerreinen en (snel)wegen. De ingreep leidt doordoor niet tot een verslechtering van
de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in Natura 2000-gebieden en heeft ook geen significant verstorend effect op de soorten waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. Alleen voor stikstofdepositie kunnen effecten niet vanwege de afstand worden uitgesloten. Daarom zijn stikstofberekeningen uitgevoerd voor zowel de aanlegfase (realisatiefase) als de gebruiksfase. Stikstofdepostie Uit de Aerius-berekening voor de realisatiefase blijkt dat er geen stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is te verwachten, wanneer er gebruik gemaakt wordt van voer- en werktuigen met klasse ‘Stage-IIIB, 20112013, >= 560 kW, diesel, SCR: nee, met bouwjaar 2001-2007 en er tijdens de werkzaamheden door alle voertuigen en machines samen jaarlijks maximaal 12.500 liter brandstof wordt verbruikt en deze daarnaast maximaal 500 uur stationair draaien. Ook uit de Aeriusberekening voor de gebruiksfase blijkt dat er geen depositiewaarden van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar optreedt. De berekeningen zijn als bijlage bij het ecologisch onderzoek opgenomen.
NNN De ingreep vindt niet plaats binnen het NNN. Hierdoor is het afwegingskader Ecologische Hoofdstructuur niet van toepassing. Nadere toetsing aan het NNN is niet nodig. Houtopstanden Omdat de ingreep plaatsvindt binnen de bebouwde kom houtopstanden is artikel 4.2. van de Wet natuurbescherming niet van toepassing. Mogelijk zijn voor het kappen van de bomen nog wel gemeentelijke en/of provinciale verordeningen van toepassing. Uw gemeente kan u kan u hier verder over inlichten. Vogels Vooral verstorende activiteiten van mensen (vooral visueel) en het gebruik van zwaar materieel (geluid, trillingen) nabij de nestlocaties kan leiden tot het verlaten van nesten. De ingreep leidt voor deze soorten niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming, indien voorafgaande aan de werkzaamheden extra voorzorgsmaatregelen worden getroffen of deze plaatsvinden buiten het broedseizoen. Extra voorzorgsmaatregelen bestaan uit het afschermen van het plangebied van de waterplas gedurende de ingreep. Werkzaamheden met zwaar materieel (heien) dienen buiten het broedseizoen plaats te vinden.
Wanneer werkzaamheden worden uitgevoerd zonder extra voorzorgsmaatregelen tijdens het broedseizoen kan dit bij de aanwezige vogels leiden tot het verlaten van nesten met eieren of jongen en brengen de functionaliteit van de nesten in gevaar en zijn een overtreding van artikel 3.1 lid 1 en 2 Wet Natuurbescherming.Ook in de toekomstige situatie mag er in de buurt van de oeverzwaluwwand geen verstoring plaatsvinden (vooral visueel). Het is daarom belangrijk dat zowel de oeverzwaluwwand als waterplas ontoegankelijk blijven, om verstoring van broedende vogels te voorkomen. Normaal gesproken loopt het broedseizoen voor de meeste vogelsoorten van 15 maart tot 15 juli. Voor de aanwezige watervogels kan deze van februari tot oktober lopen, zie tabel 4 in bijlage 6. Het is aan Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
28
te raden om voorafgaand aan de ingreep een controle uit te voeren op aanwezige broedvogels in de directe omgeving, zo is meer maatwerk in de planning van de werkzaamheden mogelijk. Wanneer deze werkzaamheden niet buiten het broedseizoen kunnen plaatsvinden, moet het plangebied voorafgaande aan de werkzaamheden door een deskundige op het gebied van beschermde soorten onderzocht worden op de aanwezigheid van broedgevallen. In de oeverzwaluwwand zijn jaarlijks nesten van oeverzwaluwen te verwachten. Het is niet mogelijk ontheffing te verkrijgen voor het verstoren van broedende vogels. Vleermuizen Vleermuizen zijn beschermd volgens het Beschermingsregime Habitatrichtlijn. Binnen het plangebied worden geen vaste rust- en/of verblijfplaatsen verwacht. Wel kan de plas buiten het plangebied fungeren als (essentieel) foerageergebied voor water- en/of meervleermuis. Om negatieve effecten op deze soorten te voorkomen moet in de toekomstige situatie de hoeveelheid verlichting op het water tot een minimum worden beperkt. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er geen belemmeringen aanwezig zijn voor de voorgenomen bouw van woningen indien: werkzaamheden met zwaar materieel (heien) plaatsvinden buiten het broedseizoen voor vogels. voorafgaand aan werkzaamheden tijdens het broedseizoen voor vogels extra voorzorgsmaatregelen worden getroffen om de waterplas af te schermen van het plangebied.
4.5
Geluid Kader Geluidhinder kan ontstaan door verschillende activiteiten. In de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer zijn geluidsnormen opgenomen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Deze normen geven de hoogst acceptabele geluidsbelasting bij geluidsgevoelige functies zoals woningen. Bij het bepalen van de maximaal toegestane geluidsbelasting maakt de wet onderscheid tussen bestaande situaties en nieuwe situaties. Nieuwe situaties zijn nieuw te bouwen geluidsgevoelige functies of nieuwe geluidhinder veroorzakende functies. Onderzoek Op beide locaties van het plangebied aan de Woudselaan te Den Hoorn is door Sain Milieuadvies in opdracht van G.A.M. van Leeuwen Beheer B.V. een akoestisch onderzoek uitgevoerd. (zie bijlage 7). Het plan ligt binnen de geluidszone van de Rijksweg A4 en de Harnaschdreef en binnen de invloedssfeer van een aantal 30 km/u-wegen, waaronder de Woudselaan.
Onderstaand een samenvatting van de onderzoeksresultaten: Kavels 1, 9, 10, 11 en 12 ● Rijksweg A4. De geluidsbelasting overschrijdt op alle drie de beoordelingshoogtes de Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
29
●
voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Op beide verdiepingshoogtes wordt ook de maximale grenswaarde van 53 dB overschreden. Er zal een hogere waarde aangevraagd moeten worden voor de geluidsbelasting ten gevolge van de Rijksweg A4 voor de gevels waarop voldaan wordt aan de maximale grenswaarde. Gevels waarop de maximale grenswaarde overschreden wordt dienen uitgevoerd te worden als dove gevel. Harnaschdreef en 30 km-u/wegen. Voor deze wegen hoeven er ten aanzien van geluid geen procedures gevolgd te worden.
Kavel 2
●
●
Rijksweg A4. De geluidsbelasting overschrijdt de voorkeursgrenswaarde op alle beoordelingshoogtes. Op 7,5 meter hoogte wordt ook de maximale grenswaarde van 53 dB overschreden. Er zal een hogere waarde aangevraagd moeten worden voor de geluidsbelasting ten gevolge van de Rijksweg A4. Afhankelijk van de gekozen locatie en vormgeving van de uiteindelijke woning zal het toepassen van een dove gevel nodig zijn. Voor de bovenste bouwlaag (2e verdieping) kan overwogen worden om hier geen geluidsgevoelige ruimten te plannen. Eventuele dove gevels op de 2e verdieping worden hiermee voorkomen. Harnaschdreef en 30 km-u/wegen. Voor deze wegen hoeven er ten aanzien van geluid geen procedures gevolgd te worden.
Kavels 3 ● Rijksweg A4. De geluidsbelasting overschrijdt de voorkeursgrenswaarde op alle beoordelingshoogtes. Op 7,5 meter hoogte wordt ook de maximale grenswaarde van 53 dB overschreden. Er zal een hogere waarde aangevraagd moeten worden voor de geluidsbelasting ten gevolge van de Rijksweg A4. Afhankelijk van de locatie en vormgeving van de uiteindelijke woning zal het toepassen van een dove gevel nodig zijn. Voor de bovenste bouwlaag (2e verdieping) kan overwogen worden om hier geen geluidsgevoelige ruimtes te plannen. Eventuele dove gevels worden hiermee voor deze woning voorkomen. ● Harnaschdreef. De geluidsbelasting overschrijdt de voorkeursgrenswaarde, maar voldoet wel aan de maximale grenswaarde van 63 dB. Er zijn vanwege de Harnaschdreef hogere waarden nodig. ● 30 km-u/wegen. Voor deze wegen hoeven er ten aanzien van geluid geen procedures gevolgd te worden. Kavels 4, 5, 6, 7 en 8 ● Rijksweg A4 en de Harnaschdreef. De geluidsbelasting overschrijdt de voorkeursgrenswaarde. Wel wordt voor beide wegen voldaan aan de maximale grenswaarde. Er zullen hogere waarden nodig zijn vanwege de geluidsbelasting ten gevolge van zowel de Rijksweg A4 als de Harnaschdreef. ● 30 km-u/wegen. Voor deze wegen hoeven er ten aanzien van geluid geen procedures gevolgd te worden.
Voor zover er maar 1 gevel geluidluw is (een geluidsbelasting van 48 dB of lager heeft) zullen balkons, tuinen en andere buitenruimten (voor zover bestemd als verblijfsruimte) aan de geluidluwe gevel moeten worden gesitueerd. Ook is het raadzaam slaapkamers aan de geluidluwe zijde te situeren. Aangezien er nog geen sprake is van concrete bouwplannen, kan dit aspect vooralsnog niet getoetst worden. Wel kan hiermee rekening gehouden worden bij de verdere planvorming (ook als er sprake is van meer dan 1 geluidluwe gevel). Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
30
Geluidsreducerende maatregelen: Rijksweg A4 Bronmaatregelen zijn reeds getroffen in de vorm van ZOAB. Overdrachtsmaatregelen zijn getroffen middels geluidsschermen. Verdere maatregelen ter reductie van de geluidsbelasting zijn niet mogelijk. Harnaschdreef Bronmaatregelen zijn in het kader van het onderhavige plan financieel niet haalbaar, omdat deze in het onderhavige plan voor slechts 5 of 6 woningen getroffen zouden worden. Hetzelfde geldt voor maatregelen in de overdracht. Deze zouden in onderhavige situatie bestaan uit een scherm langs de Harnaschdreef. Naast de financiële bezwaren zal een scherm uit landschappelijk oogpunt niet wenselijk zijn. De gemeente kan wel overwegen om bronmaatregelen te treffen aan de Harnaschdreef in het kader van de realisatie van de nieuwe woonwijk. Met name nieuwe woningen direct ten noorden en ten westen van de Harnaschdreef kunnen belang hebben bij deze bronmaatregel. Gecumuleerde belasting Bij de optredende geluidsbelastingen is zowel het woon- en leefklimaat buiten (terras, tuin) als binnen (woonkamer, slaapkamers) een aandachtspunt. Voor een goed woon- en leefklimaat buiten kan gezorgd worden door een combinatie te kiezen van een optimale locatie van het bouwblok, een geschikte vorm van de woning en een handige locatie van het terras, zo nodig aangevuld met afschermende voorzieningen zoals bijvoorbeeld een windscherm of tuinmuur.
Een goed woon- en leefklimaat binnen wordt gerealiseerd door te zorgen voor een voldoende hoge geluidwering van de gevel. Deze voldoende hoge geluidwering van de gevel is geborgd door de eisen uit het Bouwbesluit 2012. Als een goed woon- en leefklimaat buiten en in de woningen gewaarborgd wordt, wordt de geluidsbelasting aanvaardbaar geacht. Resultaten en conclusies Wet geluidhinder en HGW-beleid: ● Het plan is mogelijk binnen de eisen uit de Wet geluidhinder en het gemeentelijk hogere waardenbeleid. ● Er zijn hogere waarden nodig voor de Rijksweg A4 en een deel van de gevels dient uitgevoerd te worden als dove gevel. ● Er is voor een aantal kavels een hogere waarde nodig voor de Harnaschdreef. Gecumuleerde geluidsbelasting/Aanvaardbaarheid ● De gecumuleerde geluidsbelasting is hoog maar niet onaanvaardbaar. ● Gezien de geluidsbelasting is bij de verdere ontwikkeling van het plan wel aandacht nodig voor de woning- en kavelindeling, alsmede voor de geluidwering van de gevel
4.6
Luchtkwaliteit Kader Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
31
ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van ruimtelijke plannen, uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens, rekening gehouden met de luchtkwaliteit. In het Besluit NIBM (Niet in Betekenende Mate) en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Dit kan het geval zijn wanneer een project een effect heeft van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10. Onderzoek Een plan voldoet in de regel aan het NIBM criterium als het minder dan 1.500 woningen betreft dan wel als er sprake is van een BVO van maximaal 100.000 m2. De gehele ontwikkeling blijft ruim onder het criterium. Nader onderzoek naar de gevolgen van het plan op de luchtkwaliteit is dan ook niet nodig. Voor de huidige situatie ten aanzien van de luchtkwaliteit is de site https://www.nsl-monitoring.nl geraadpleegd. De concentraties blijven op basis van deze NSL monitoringstool onder de wettelijk vereiste gemiddelde concentraties.
De WHO en GGD hanteren advieswaarden voor fijn stof (PM10) van 20 microgram per kuub, en 10 microgram per kuub voor PM2,5 wat lager ligt dan de wettelijke grenswaarden. Voorliggend plan is getoetst aan het wettelijk vereiste.
Conclusie Gelet op het bovenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen beletsel voor dit plan. 4.7
Externe veiligheid Kader Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, beoordeeld te worden. Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschreden mag worden. Voor kwetsbare objecten wordt in zowel bestaande als nieuwe situaties het niveau van 10-6 per jaar als grenswaarde gehanteerd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan onder een gewichtige motivering. Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10-6 contour.
Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit). De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Voor het bevoegd gezag geldt met betrekking tot het GR wel een verantwoordingsverplichting. Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
32
Onderzoek Voor het eerder door de gemeente Midden-Delfland vastgestelde bestemmingsplan “Harnaschpolder Noord” is gekeken naar de mogelijke gevolgen ten aanzien van externe veiligheid. Het voorliggend plan betreft een uitwerking binnen dit vastgestelde bestemmingsplan en geen nieuwe ontwikkeling. Daarom wordt verwezen naar het onderdeel externe veiligheid in het bestemmingsplan “Harnaschpolder Noord”. In en rondom het plangebied zijn een tweetal risicobronnen aanwezig, te weten een rijksweg (A4) en een aardgasleiding. Rijksweg A4 Uit de risicokaart blijkt dat de PR 10-6-contour niet buiten de weg is gelegen. Het invloedsgebied van de rijksweg A4 bedraagt respectievelijk 45 m (brandbare vloeistoffen), 325 m (brandbare gassen) en 880 m (giftige vloeistoffen). Uit het Basisnet Weg 1.0 blijkt dat er geen sprake is van een plasbrandaandachtsgebied en dat er geen overschrijding van de oriënterende waarde van het GR plaatsvindt. Gasleiding In de omgeving van het plangebied vindt ook vervoer van gevaarlijke stoffen plaats door een hogedruk aardgasleiding (W-509). Ook van deze leiding is de PR 10-6-contour niet buiten de leiding gelegen. Het invloedsgebied van de leiding is 140 m (diameter: 12 inch, maximale werkdruk: 40 bar). Het plangebied ligt dus deels binnen het invloedsgebied. Er vindt geen overschrijding van het GR plaats.
(afbeelding 4.1: plangebied (zuidelijk van de Woudselaan), 100% letaliteitscontour (oranje layover), 1% letaliteitscontour (grijze layover) behorend bij hoofd gastransportleiding A-517)
Groepsrisico (GR)
Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
33
Delen van het plangebied vallen binnen de invloedsgebieden van een risicovolle weg en leiding. Doordat het voorliggende plan geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de invloedsgebieden van risicobronnen die leiden tot een significante toename van de personendichtheid, leidt de vaststelling van het plan niet tot een toename van het groepsrisico. Hierdoor kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het GR, waarin aandacht wordt besteed aan zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid en bereikbaarheid voor hulpdiensten. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de veiligheidssituatie acceptabel wordt geacht. Over de aspecten; zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid hulpdiensten zal advies worden gevraagd aan de Veiligheidsregio Haaglanden. 4.2
Bedrijven en milieuzonering Kader Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure “Bedrijven en Milieuzonering” van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. In de VNG-publicatie worden twee omgevingstypen gehanteerd, namelijk het omgevingstype ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’ en het omgevingstype ‘gemengd gebied’. In het geval van het omgevingstype ‘gemengd gebied’ kunnen de richtafstanden met één afstandsstap verlaagd worden.
Tabel 4.1: Richtafstanden VNG-brochure.
Onderzoek Het ten noorden van het plangebied gelegen AWZI Harnaschpolder Noord ligt op een afstand van circa 750 meter. Op basis van de VNG-brochure geldt voor AWZI's met een i.e. (inwoner equivalent) tot 300.000 een richtafstand van 300 meter vanwege het aspect geur. De betreffende AWZI heeft weliswaar een grotere capaciteit (1.400.000 i.e.), maar vanwege de grote afstand van 750 meter en de gereduceerde richtafstand als gevolg van het gemengd gebied is het zeer aannemelijk dat aan een goed woon- en leefklimaat voldaan kan worden. Binnen de bestemmingsplannen “Harnaschpolder Noord” en “Harnaschpolder Zuid 2014” liggen meerdere bedrijventerreinen ten noorden en ten zuiden van het plangebied. Op deze bedrijventerreinen is bedrijvigheid van milieucategorie 2 tot 3.2 toegestaan, afhankelijk van
Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
34
de ligging. Omdat er sprake is van een gemengd gebied worden de richtafstanden gemengd gebied aangehouden. Dichtstbijzijnde bedrijvigheid tot milieucategorie 2 ligt op minimaal 30 m van het plangebied terwijl 10 m is toegestaan. Dichtstbijzijnde bedrijvigheid tot milieucategorie 3.1 ligt op minimaal 65 m van het plangebied terwijl 30 m is toegestaan. Dichtstbijzijnde bedrijvigheid tot milieucategorie 3.2 ligt op minimaal 70 m van het plangebied terwijl 50 m is toegestaan. Hierdoor kan worden voldaan aan een goed woon- en leefklimaat voor de geprojecteerde woningen en worden de (geprojecteerde) bedrijven niet belemmerd in hun functioneren. Conclusies De geprojecteerde woningen hebben een goed woon- en leefklimaat en zullen bovendien geen bedrijvigheid belemmeren in diens bedrijfsvoering.
Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
35
4.9
Water Kader Er is een groot aantal beleidsstukken dat betrekking heeft op de waterhuishouding. Hieronder wordt één en ander uiteengezet. Europees en rijksbeleid Nationaal Waterplan Het 2e Nationaal Waterplan (NWP2) beschrijft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de periode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het rijk streeft naar een duurzaam en klimaatbestendig waterbeheer en heeft de ambitie om de komende decennia te investeren in bescherming tegen overstromingen en in de zoetwatervoorziening. Het Nationaal Waterplan 20162021 is op 10 december 2015 door de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken vastgesteld. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van de waterkeringen, het oppervlaktewater en het grondwater, verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening en zorgt voor een eenduidige bestuurlijke procedure en daarbij behorende rechtsbescherming voor besluiten. De Waterwet dient als paraplu om de Kaderrichtlijn Water (KRW) te implementeren en geeft ruimte voor implementatie van toekomstige Europese richtlijnen. Nationaal Bestuursakkoord Water In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd.
De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen. In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van dit instrument is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet in beschouwing worden genomen als het gaat om waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Uitvoering van de watertoets betekent in feite dat de gemeente en het waterschap samenwerken bij het uitwerken van ruimtelijke plannen, zodat problemen (bijvoorbeeld wateroverlast of verdroging) in het gebied zelf en de omgeving worden voorkomen. De watertoets is sinds 2003 verankerd in de wetgeving en hiermee verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. Kaderrichtlijn water De Kaderrichtlijn Water is opgesteld om de waterkwaliteit in Europa te verbeteren. De richtlijn is sinds 2000 van kracht. In de richtlijn staan afspraken die ervoor moeten zorgen dat uiterlijk in 2027 het water in alle Europese landen voldoende schoon en gezond is.
Waterbeheer 21e eeuw (WB21) In september 2000 heeft de commissie Waterbeheer 21e eeuw advies uitgebracht over het toekomstig waterbeheer in Nederland. Belangrijk onderdeel van WB21 is het uitgangspunt van ruimte voor water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden. Berging moet binnen het stroomgebied plaatsvinden. Dit betekent onder andere het aanwijzen en in stand houden van waterbergingsgebieden. Daarnaast wordt verdroging bestreden en worden watertekorten verminderd. Provinciaal beleid Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
36
Regionaal Waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027 Provinciale Staten hebben het regionaal waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027 vastgesteld. In dit programma beschrijft de provincie Zuid-Holland haar waterbeleid. Hierin staat hoe de provincie samen met haar partners werken aan een regionaal watersysteem dat bijdraagt aan een gezond, veilig, aantrekkelijk, concurrerend en bereikbaar Zuid-Holland. Er zijn diverse Europese richtlijnen rondom water, zoals de Kaderrichtlijn Water, de Grondwaterrichtlijn, de Richtlijn Overstromingsrisico's en de Zwemwaterrichtlijn. In de Waterwet is bepaald wat de provincie moet doen om uitvoering te geven aan deze richtlijnen. Dit staat dus in het regionaal waterprogramma van de provincie. De provincie Zuid-Holland gaat in het regionaal waterprogramma - naast deze verplichte onderwerpen - ook in op onderwerpen zoals zoetwatervoorziening, waterrecreatie, vaarwegen en wateroverlast. Op deze manier komt al provinciaal beleid dat te maken heeft met water samen in 1 document. Dit geeft een helder beeld van de aanpak van de provincie en laat de samenhang tussen de verschillende onderwerpen duidelijk zien. Provinciale Staten waren onder de indruk hiervan en hebben het regionaal waterprogramma unaniem vastgesteld.
Bij de uitwerking van het regionaal waterprogramma is intensief samengewerkt met een groot aantal belanghebbende partijen, waaronder de 7 Zuid-Hollandse waterschappen, drinkwaterbedrijven, omgevingsdiensten en gemeenten. Daarnaast hebben 23 partijen een zienswijze ingediend op het ontwerp-regionaal waterprogramma. Het regionaal waterprogramma wordt iedere 6 jaar geactualiseerd en als het nodig is vaker. Beleid waterbeheerder Hoogheemraadschap van Delfland – Waterbeheerprogramma 2022-2027 In het Waterbeheerprogramma van Delfland 2022-2027 (WBP6) heeft Delfland met een brede blik naar de watertaken (waterveiligheid, waterbeheer en waterzuivering) van Delfland gekeken vanuit het perspectief van de leefomgeving. Delfland zet in op integraal waterbeheer in het sterk verstedelijkt deel van Nederland. Samen met de gemeenten en andere partners werkt Delfland aan klimaatadaptatie. Een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem is vertaald naar zelfvoorzienendheid door het sluiten van kringlopen van water, energie en grondstoffen. Om doelen te bereiken werkt Delfland samen met gebiedspartners. Delfland werkt ook aan het waterbewustzijn om de kosten van het waterbeheer waar mogelijk te verlagen en het draagvlak te vergroten voor het zelf nemen van maatregelen. In 2012 heeft het Hoogheemraadschap de Handreiking watertoets voor gemeenten vastgesteld en daarna regelmatig geactualiseerd.
De handreiking is specifiek geschreven voor ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau. Met deze handreiking wordt inzicht gegeven in de wijze waarop het Hoogheemraadschap van Delfland procedureel en inhoudelijk omgaat met de watertoets. De handreiking is gebaseerd op bestaand beleid van Delfland en sluit aan op de landelijke en provinciale regelgeving. Watertoets Met de watertoets wordt gestreefd naar een goede inpassing van water in ruimtelijke planvorming. Voorkomen moet worden, dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen negatieve effecten hebben op het watersysteem. Waar mogelijk moeten kansen worden benut om het watersysteem te verbeteren. De watertoets komt voort uit het advies van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw en het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW, 2003; NBW-actueel, 2008). De toets berust op twee uitgangspunten: Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
37
1.
‘Standstill’-beginsel - negatieve effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op het watersysteem worden voorkomen; 2. verbetering - in ruimtelijke ontwikkelingen worden de kansen die zich voordoen om bestaande knelpunten in het watersysteem te helpen oplossen, benut. Bij een bestemmingsplan en een omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing is de watertoets een wettelijke verplichting. In de volgende paragraaf worden de onderwerpen benoemd en de handreiking toegelicht. De actuele versie van de handreiking watertoets voor gemeenten is te vinden op de website van het Hoogheemraadschap van Delfland. ‘Standstill’-beginsel Conform het standstill-beginsel mag de kans op wateroverlast niet toenemen als gevolg van het ruimtelijke plan. De initiatiefnemer moet ervoor zorgen, dat de negatieve gevolgen van het ruimtelijke plan worden gecompenseerd. Compensatie moet worden gerealiseerd door middel van bergen óf in het onderdeel van de trits vasthouden-bergen-afvoeren, waarin de verslechtering optreedt. Ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt, of de vasthoudcapaciteit van een gebied op andere manieren wordt verkleind, zorgen voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater, doordat water niet langer in de bodem kan infiltreren maar oppervlakkig of via (hemelwater)riolering wordt afgevoerd.
Dit kan leiden tot wateroverlast, en past dus niet binnen het standstill-beginsel, tenzij ter compensatie extra waterberging wordt gerealiseerd. Keur en Legger Alle handelingen of werkzaamheden in de nabijheid van watergangen en waterschapswegen vallen onder de regels van de Keur. In deze verordening van het Hoogheemraadschap zijn gebods- en verbodsbepalingen opgenomen om de waterstaatsbelangen veilig te stellen. In de meeste gevallen zal een vergunning moeten worden verleend door het Hoogheemraadschap. De Legger Wateren is een register waarin functie, afmetingen en onderhoudsplichtigen van wateren (zoals sloten en vaarten), waterbergingen en natuurvriendelijke oevers vastgelegd zijn. Ook geeft de legger de ligging van wateren, waterbergingen en natuurvriendelijke oevers aan, zodat duidelijk is waarop de Keur van toepassing is. Gemeentelijk beleid Waterplan Midden-Delfland Het gemeentelijk waterbeleid is vastgelegd in het Waterplan Midden-Delfland, dat uit drie delen bestaat: de watervisie, het waterstructuurplan en het uitvoeringsplan. Het waterplan is gebiedsgericht waarin alle samenhangende thema's rond het waterbeheer aan bod komen. De watervisie is uitgewerkt in het waterstructuurplan, dat op zijn beurt op kaart en in beschrijving weergeeft wat de opgave in de polders van Midden-Delfland is.
Ook zijn in het structuurplan afspraken opgenomen over de wijze waarop de wateropgave wordt gerealiseerd. Concrete maatregelen en procesafspraken zijn gebundeld in het uitvoeringsprogramma. In de planperiode 2007-2011 werden de 'Wet gemeentelijke watertaken' en de Waterwet van kracht. Met deze wetten zijn de gemeentelijke watertaken verbreed en hebben gemeenten de zorgtaak gekregen voor het: ● ●
Doelmatig inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater (Wet milieubeheer, artikel 10.33); Inzamelen en verwerken van hemelwater dat redelijkerwijs niet op particulier terrein kan worden verwerkt (Waterwet, artikel 3.5); Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
38
●
Treffen van doelmatige maatregelen tegen structurele grondwateroverlast en verwerking van ingezameld grondwater (Waterwet, artikel 3.6).
De beleidsmatige invulling van deze (verbrede) gemeentelijke watertaken wordt vastgelegd in het wettelijke verplichte gemeentelijke rioleringsplan (Wet milieubeheer, artikel 4.22). Bij de gemeente Midden-Delfland is dit het "Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) Midden-Delfland" 20162020. In verband met bezuinigingen is de looptijd van het vGRP uitgesteld tot 2024. Bij nieuwe ontwikkelingen dient geen negatieve invloed te ontstaan op zowel de grondwaterstand als de grondwaterkwaliteit. In het vGRP zijn de volgende minimale ontwateringsdiepten vastgesteld om (grond)wateroverlast te voorkomen: ● ● ● ●
openbaar groen 0,50 m; secundaire wegen 0,70 m; woningen zonder kruipruimte 0,50 m. woningen met kruipruimte 0,70 m;
In het vGRP geeft de gemeente de volgende zaken aan: ● Bij nieuwbouw in de bebouwde kom wordt vrijverval rioolstelsel aangelegd, waarbij afvalwater gescheiden wordt afgevoerd van hemelwater. ● Bij nieuwbouw in buitengebied wordt afvalwater ingezameld via drukriolering en indien dit niet doelmatig is met een lokaal behandelingssysteem (IBA). ● De perceeleigenaar draagt de eerste verantwoordelijkheid om overtollig hemelwater te bergen op eigen perceel. De gemeente heeft vervolgens een inspanningsverplichting om, als dit niet mogelijk is, het overtollige hemelwater te ontvangen en af te voeren. Daarin kent de gemeente een zekere beleidsvrijheid. Dit houdt in dat, afhankelijk van de lokale situatie, de meest doelmatige oplossing zal worden gekozen voor de inzameling en verdere verwerking van het hemelwater. ● Conform de Waterwet hoeft de gemeente geen hemelwater te accepteren, tenzij er echt geen andere mogelijkheid is voor degene die er van af wil. ● De gemeente streeft bij nieuwbouw naar een volledig gescheiden inzameling en verwerking van afval- en hemelwater, zolang de lokale situatie dit toelaat. 1. Zoveel mogelijk verwerken hemelwater op eigen terrein; 2. Overtollig hemelwater gescheiden aanleveren van het vuilwater; 3. Hemelwater waar mogelijk terugbrengen in de bodem, in het watersysteem óf in de riolering.
● Bij rioleringsberekeningen van nieuwe stelsels en nieuwe gebieden wordt gerekend met intensievere neerslagsituaties om rekening te houden met de effecten van klimaatsverandering (bui 08, T = 2 jaar). Daarnaast toetst de gemeente op eventuele knelpunten aan de hand van zwaardere controlebuien (Bui 09 en Bui 10 conform de Leidraad Riolering). Bij een belasting met Bui 09 mag er niet langer dan 30 minuten water op straat staan. ● Het hemelwaterbeleid van Delfland gaat uit van het stand-still beginsel voor uitleggebieden. Dit betekent dat de kans op wateroverlast niet mag toenemen als gevolg van een ingreep in het watersysteem of een handeling die invloed heeft op het functioneren van het watersysteem, zoals versnelde hemelwaterafvoer ten gevolge van nieuwbouw. ● In gescheiden gerioleerde wijken en bij nieuwbouw zal de particulier het hemelwater gescheiden van het afvalwater moeten aanbieden. ● In drukrioleringsgebieden en bij gebruik van een IBA dient de particulier het hemelwater op zijn perceel zelf te verwerken. Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
39
●
● ● ●
Bij nieuwbouw zal, waar mogelijk, het hemelwater worden aangesloten op een regenwaterriolering, infiltreren in de bodem of afgevoerd worden naar het oppervlaktewater. Ook worden aspecten als droogte, veilige bouwhoogte en drooglegging beschouwd. Voorzieningen zijn aanwezig om grondwaterstanden te beïnvloeden waar te hoge grondwaterstanden in de openbare ruimte leiden tot structureel nadelige effecten. Perceeleigenaar is primair verantwoordelijk voor tegen gaan van grondwaterlast op eigen terrein. Dit geldt ook voor funderingsproblemen. De eigenaar moet zorgen dat voldaan wordt aan de bouwkundige regelgeving, o.a. zodat ondergrondse gebruiksruimtes van panden, zoals een kelder of een souterrain, volgens de bouwregelgeving vochtdicht zijn.
Planspecifiek Voor de gehele Harnaschpolder is reeds oppervlaktewater gecompenseerd bij het aanleggen van de nieuwe structuur van de Harnaschpolder. Het Hoogheemraadschap van Delfland geeft aan dat maximaal 50% van het plangebied als verhard oppervlak mag bestaan, omdat hier destijds rekening mee is gehouden. Bij een groter aandeel verhard oppervlak moet gecompenseerd worden door extra waterberging te realiseren. Huidige situatie Hoogteligging De hoogteligging van het plangebied verschilt per deellocatie. Ter plaatse van deellocatie A (perceel H 3306) varieert het maaiveldniveau over het algemeen tussen ca -0,58 m NAP en -0,85 m NAP, met een gemiddelde van ca -0,70 m NAP. Ter plaatse van deellocatie B (perceel H 3947) varieert het maaiveldniveau over het algemeen tussen ca -1,22 m NAP en -1,50 m NAP, met een gemiddelde van ca -1,35 m NAP. Zie ook tekening “2021-035-DO-BS-01” (CAH Infra, 15-02-2023) Bodemopbouw Tijdens het uitgevoerde bodemonderzoek1 zijn gegevens verzameld aangaande de bodemopbouw. Hieruit blijkt dat de toplaag tot ca 1,75-2,25 m -mv bestaat uit klei, met daaronder zand/veen. Op basis van de beschrijvingen van de boorprofielen is de doorlatendheid van dit pakket slecht. Veiligheid en waterkeringen Het westelijk deel van het plangebied overlapt met de regionale waterkering Lots- of Harnaschwatering.
Dit houdt in dat wijzigingen in de waterstaatszone vergunningplichtig zijn en in de beschermingszone is dit afhankelijk van de hoogteligging ten opzichte van het verticale leggerprofiel2. Oppervlaktewater en waterberging Naast de regionale waterkering Lots- of Harnaschwatering (code: NL15_140LH31B1000) ten westen, wordt het plangebied ten noorden begrensd door een primaire watergang (code: POL10901305) aan de Woudselaan, en ten noordoosten door een secundaire watergang (code: POL10903680). Ten zuiden ligt een waterberging. Peilgebieden Het plangebied ligt volledig in peilgebied GPG2014HAR 1, met een streefpeil van -1,8 m NAP. De regionale waterkering Lots- of Harnaschwatering ligt in het peilgebied GPG2019BZM 1 met een streefpeil van -0,43 m NAP. Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
40
Afvoer hemel- en afvalwater Hemelwater wordt geborgen in de watergangen langs het plangebied en de waterberging ten zuiden van het plangebied. Onder de Woudselaan ligt een persleiding waarop de woningen aan de Woudselaan afvalwater lozen. Grondwater Volgens de Bodemkaart van Nederland bestaat de bodem ter plaatse uit zeekleigrond. Er is sprake van grondwatertrap II. Dat wil zeggen dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand op minder dan 0,40 m beneden maaiveld ligt en dat de gemiddelde laagste grondwaterstand varieert tussen 0,50 en 0,80 m beneden maaiveld. Tijdens het uitgevoerde bodemonderzoek1 zijn gegevens verzameld aangaande de grondwatersituatie. Er zijn twee peilbuizen aanwezig in het plangebied. De freatische grondwaterstand tov het maaiveld op het moment van meten (14-07-2021): - Peilbuis A01: 0,85 m -mv (filterdiepte 3,00-4,00 m -mv) - Peilbuis B01: 0,52 m -mv (filterdiepte 2,00-3,00 m -mv) Waterkwaliteit en ecologie In en nabij het plangebied zijn geen KRW-wateren en grondwaterbeschermingsgebieden aanwezig. Tevens liggen geen groene ontwikkelzones of natuurgebieden in of nabij het plangebied. Het plangebied ligt ook niet in een oppervlaktewaterbeschermingszone. Toekomstige situatie Het gehele terrein wordt ingericht voor woningbouw. 12 Woonkavels, waarvan 4 twee-onder-éénkapwoningen op deellocatie A, en 8 vrijstaande woningen op deellocatie B.
Beide deellocaties worden ontsloten middels een nieuw aan te leggen gezamenlijk erf en een verkeersbrug over de Lots- of Harnaschwatering. In het plangebied zal geen oppervlaktewater worden gedempt en er wordt een nieuwe watergang gegraven conform het Geactualiseerd Waterhuishoudkundig plan3 en de Watersysteemanalyse4. Waterveiligheid Volgens LIWO https://basisinformatie-overstromingen.nl ligt het plangebied in een gebied wat een middelgrote kans (overschrijdingskans van eens in de honderd jaar) heeft tot overstroming met een maximale waterdiepte tussen 0,5-1,0 m. Het westelijk deel van het plangebied overlapt met de regionale waterkering Lots- of Harnaschwatering. Dit houdt in dat wijzigingen in de waterstaatszone vergunningplichtig zijn en in de beschermingszone is dit afhankelijk van de hoogteligging ten opzichte van het verticale leggerprofiel2. Verhard oppervlak Het verhard oppervlak in het plangebied van de bestaande situatie is vergeleken met die in het ontwerp. Hieruit is het verschil in verhard oppervlak afgeleid en opgedeeld in categorieën voor verharde en onverharde delen. Volgens de watersleutel dient voor tuinen als vuistregel 50 m2 per tuin gerekend te worden. Bij alle bestratingen en parkeerplaatsen is uitgegaan van volledig verhard. Uit de analyse blijkt dat het verharde oppervlak in de toekomstige situatie 3.518 m2 zal zijn.
Dit is een toename van 3.514 m2 ten opzichte van de huidige situatie.
Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
41
Bestaand (m2)
Nieuw (m2)
Onverharde oppervlakken Oppervlaktewater
355
(na aftrek dam) 771
8.204
4.014
0
260
8.559
5.045
Openbare bestrating
0
940
Gebouwen
4
(30% kaveloppervlak) 1978
Tuinen verhard deel
0
(50 m2 per tuin) 600
Totaal verhard
4
3.518
8.563
8.563
Tuinen onverhard deel Openbaar groen Totaal onverhard Verharde oppervlakken
Totaal plangebied Tabel 1 Oppervlakten bestaande en nieuwe situatie
Wateropgave In het algehele ontwerp van de Harnaschpolder is reeds oppervlaktewater gegraven om te voldoen aan de toekomstige wateropgave als gevolg van de toename aan verhard oppervlak. Dit is onderbouwd in het Geactualiseerd Waterhuishoudkundig plan3 en de Watersysteemanalyse4. Voor de verhardingsgraad is uitgegaan van 50% verharding voor stedelijk woongebied. Uit bovenstaande berekening blijkt 3.518 m2 verharding te worden aangebracht op een totaal oppervlak van het plangebied van 8.563 m2. Dit is 41% van het bruto plangebied en 45% van het netto plangebied (bruto plangebied minus oppervlaktewater) en ligt daarmee onder het uitgangspunt van 50%. Daardoor is geen aanvullende watercompensatie als gevolg van toename van verhard oppervlak benodigd. Wel is er in het Geactualiseerd Waterhuishoudkundigplan3 en de Watersysteemanalyse4 een nieuwe, te graven, watergang van 6 m breed voorzien, dwars door locaties A en B, met houten beschoeiing en een oever van 1:1. Deze is in het voorliggend plan opgenomen, onderbroken door een dam met twee duikers (rond, diameter 0,8 m). Met het graven van deze nieuwe watergang is al het te graven oppervlaktewater uit het Geactualiseerd Waterhuishoudkundigplan3 gerealiseerd.
Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
42
Te graven nieuwe watergang in rood. Hemelwaterafvoer Onder de straat komt een hemelwaterriool dat uitstroompunten heeft op het omliggende oppervlaktewater. Vuilwaterafvoer De vervuilingseenheden van het vuilwater in de nieuwe situatie bedraagt naar schatting 30 vervuilingseenheden. Voor alle 12 woningen geldt het uitgangspunt van 2,5 inwoners (vervuilingseenheden) per woning. Binnen het plangebied wordt het vuilwater vanuit de woningen aangesloten op het bestaande persriool via een nieuw aan te leggen vuilwaterriool. Dit zal in een volgende fase verder moeten worden onderzocht en bepaald in overleg met de gemeente. Aangetoond moet worden dat het bestaande persriool voldoende capaciteit heeft om het extra vuilwater te kunnen verwerken. Bodem en grondwater Het maatgevende peil bedraagt -1,80 m NAP. Het gemiddelde maaiveld zal worden verhoogd naar ca -0,60 m NAP. Het vloerpeil van de woningen komt te liggen op -0,40 m NAP. Hiermee wordt een voldoende veilige situatie gecreëerd. Waar mogelijk wordt op uitgeefbaar gebied een drainagestelsel aangelegd. Wanneer er ondergronds veel gebouwd wordt kan dit invloed hebben op de grondwaterstroming en droogligging. In het voorliggend plan is er hooguit sprake van kelders. Verder worden er geen ondergrondse constructies gebouwd. De invloed van de beoogde ontwikkelingen op de grondwaterstroming en droogligging is derhalve te verwaarlozen.
Infiltratie van hemelwater De infiltratiecapaciteit van de ondergrondse waterberging wordt bepaald door de bodemeigenschappen en de grondwaterstand. Uitgaande van een bodem bestaande uit klei is het infiltreren van hemelwater in het plangebied beperkt mogelijk. Regenwater wordt afgevoerd en geborgen in het oppervlaktewatersysteem. Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
43
Waterkwaliteit en ecologie In het ontwerp van het plan dient met een aantal zaken rekening te worden gehouden om de waterkwaliteit en ecologie niet negatief te beïnvloeden en waar dit mogelijk is te verbeteren. ● Wanneer regenwater oppervlakkig wordt afgevoerd dient rekening te worden gehouden met mogelijke vervuiling afkomstig van verharde oppervlakken die in de primaire watergang kunnen komen. ● Voor de nieuwbouw is een zorgvuldige materiaalkeuze van belang. Vermijd het toepassen van uitlogende (bouw)materialen (oa zink of koper). Bij gebruik van uitlogende materialen mag het dakwater niet direct op de sloten zijn aangesloten. Beheer en onderhoud Het onderhoud van de nieuwe, te graven, watergang is voor rekening van de toekomstige kaveleigenaren. Om varend onderhoud mogelijk te maken heeft de 6 m brede watergang een minimale diepte van 1 meter, en aan weerszijden onderhoudsstroken van 1 m. De nieuw te realiseren brug dient tbv varend onderhoud een doorvaarthoogte te hebben van minimaal 1 m over een breedte van minimaal 3,1 m. Conclusie De beoogde ontwikkeling omvat meerdere ruimtelijke aanpassingen in het plangebied, waaronder het realiseren van woningen en bestratingen. In het plangebied is sprake van een toename van verhard oppervlak, maar hiervoor is reeds gecompenseerd in het algehele ontwerp van de Harnaschpolder.
De verharding in de toekomstige situatie bedraagt 41% van het bruto plangebied en 45% van het netto plangebied (bruto plangebied minus oppervlaktewater) en ligt onder de verhardingsgraad van 50% voor stedelijk woongebied. Daarnaast zorgt de nieuwe, te graven, watergang voor een betere doorstroming/afvoer. Met het graven van deze nieuwe watergang is al het te graven oppervlaktewater uit het Geactualiseerd Waterhuishoudkundigplan3 gerealiseerd. Vanuit waterhuishoudkundige overwegingen bestaan er daarom geen bezwaren, en kan het plan overeenkomstig worden gerealiseerd. 1 “Verkennend Milieukundig (Asbest)Bodemonderzoek aan de Woudselaan 43 te Den Hoorn” (v/d Helm Milieubeheer, 23-082021) 2 “Leggerprofiel variant nr 3” (HHR Delfland, 07-08-2012) 3 “Geactualiseerd Waterhuishoudkundig Plan voor 2017 en verder” (Tauw, 19 februari 2018) 4 “Watersysteemanalyse Harnaschpolder Zuid te Delft, Knelpuntenanalyse en NBW-toetsing” (Tauw, 25 juli 2013)
4.11
Verkeer en parkeren Verkeer Ontsluiting De te realiseren woningen in het plangebied zullen worden ontsloten via een nieuw te bouwen brug over de Lots- of Harnaschwatering naar een gemeenschappelijk erf. Desgewenst is het mogelijk de kavels op Locatie A direct te ontsluiten via ten hoogste 2 dammen op de Woudselaan. Parkeren In het vigerende bestemmingsplan is opgenomen dat er 2,0 parkeerplaatsen per woning aanwezig dienen te zijn. In de planregels wordt vastgelegd dat voor iedere woning 2 parkeerplaatsen op eigen terrein moeten worden gerealiseerd en in stand gehouden. In de verkavelingsplannen is een uitwerking van de parkeeroplossingen aangegeven wat naast de in de planregels vastgelegde parkeerplaatsen voorziet in 4 aanvullende parkeerplaatsen voor bezoekers op het gemeenschappelijk erf. Hiervoor is Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
44
geen nader onderzoek noodzakelijk. Dit geldt eveneens voor onderzoek naar de verkeersintensiteit, omdat de ontwikkeling van 4 (Locatie A) + 8 (Locatie B) = 12 nieuwe woningen slechts in beperkte mate invloed zal hebben op de huidige verkeersintensiteit.
Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
45
5
Juridische opzet
5.1
Inleiding Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld conform de gemeentelijke standaard, met inachtneming van de bepalingen die zijn opgenomen in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro), zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012) en het coderingssysteem Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de regels en verbeelding van voorliggend plan zijn opgebouwd.
5.2
Toelichting op de regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: Inleidende regels (hoofdstuk 1) Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) Algemene regels (hoofdstuk 3) Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4) Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende artikelen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard, dat wordt gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "Wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Hierna volgt een toelichting per artikel. ‘Groen’ De bestemming ‘Groen’ is opgenomen voor de groenstrook aan de westzijde van het plangebied. De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor beplantingen, plantsoenen, speelvoorzieningen en voet- en fietspaden. ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ De bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ is opgenomen voor de ontsluitingsweg, het gemeenschappelijk erf en de gedeeltelijk gerealiseerde fietsverbinding langs de Harnaskade.
Deze gronden zijn bestemd voor wegen met een functie voor verblijf en verplaatsing, fiets- en voetpaden, parkeerplaatsen, en enkele bij deze functies horende voorzieningen. ‘Water’ Voor de bestaande watergangen langs de noordelijke rand en het midden van het plangebied is de bestemming ‘Water’ opgenomen, daar waar deze binnen het plangebied vallen. De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor water ten behoeve van de waterhuishouding, bruggen, natuurvriendelijke oevers en ondergeschikt groen. Gebouwen zijn niet toegestaan, overige bouwwerken zijn zeer beperkt en ten dienste van de bestemming mogelijk.
Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
46
‘Wonen’ De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen, met aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. Ook bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen en water worden als passend in de bestemming beschouwd. Op de verbeelding zijn twaalf bouwvlakken opgenomen waarbinnen de woningen mogen worden gebouwd. De maximale goot- en bouwhoogte van woningen zijn overgenomen uit de uitwerkingsregels van bestemmingsplan ‘Harnaschpolder-Noord’ en sluiten aan bij het Beeldkwaliteitsplan 'Buurtschap Harnas Molen'. Daarnaast is de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – doorgaande groene zone’ opgenomen. Voor deze gronden geldt uitsluitend een doorgaande groene zone. Ook bij deze functies behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen en water, zijn hier mogelijk. Deze gronden lopen langs de achterzijde van de woningen om de groenstructuren in het plangebied te waarborgen. Daarnaast sluit deze aanduiding aan op de bestemmingsregels van nabijgelegen bestemmingsplannen. Waarde – Archeologie 2 De voor 'Waarde – Archeologie 2' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden.
De dubbelbestemming komt te vervallen indien onderzoek is verricht waaruit blijkt dat geen waarden aanwezig zijn, of wanneer het terrein na opgravingen is vrijgegeven. Waterstaat - Waterkering Deze dubbelbestemming is toegekend aan de waterkeringen (kernzone inclusief beschermingszones) in het plangebied. Deze gronden hebben een waterkerende functie of zijn van invloed op de waterkering. Er is sprake van samenvallende bestemmingen, waarbij de met ‘Waterstaat – Waterkering’ samenvallende bestemmingen ondergeschikt zijn. Dit uitgangspunt is vertaald in de betreffende bouwregels. Langs de bestemming 'Waterstaat - Waterkering' zijn beschermingszones aanwezig waarop de Keur van het Hoogheemraadschap van Delfland van toepassing is. Hoofdstuk 3 Algemene regels In hoofdstuk 3 worden enkele algemene regels gegeven, zoals de anti-dubbeltelregel. Ook worden algemene gebruiksregels gegeven. Daarnaast worden enkele algemene afwijkings- en wijzigingsregels gegeven die de flexibiliteit van het plan vergroten. Tot slot zijn er enkele algemene aanduidingsregels opgenomen. Zo is hier een regeling voor de molenbiotoop uit het geldende bestemmingsplan opgenomen. De aanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop 400m’ valt aan de noordkant nog net binnen het plangebied.
Verder is op de verbeelding een zichtlijn aangeduid voor een zone midden door het plangebied van de westgrens tot aan de oostgrens – conform het gebiedspaspoort. Ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone – zichtlijn’ is het niet toegestaan bebouwing op te richten of opgaande beplanting hoger dan 1 meter toe te passen.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald. Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
47
5.2
Geometrische plaatsbepaling / verbeelding Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een BTG-ondergrond gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor onder meer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar. De gegevens zijn digitaal raadpleegbaar. Via de digitale portal waarop het plan wordt gepubliceerd kan, door te klikken op een bepaalde locatie, de bijbehorende bestemmingsregeling worden opgeroepen.
Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
48
6
Uitvoerbaarheid
6.1
Economische uitvoerbaarheid Aan de uitvoering van dit plan zijn voor de gemeente geen kosten verbonden. De kosten worden door de initiatiefnemer gedragen. Hiervoor zijn cq worden realisatieovereenkomsten tussen de initiatiefnemers en de gemeente gesloten. De kosten voor het in procedure brengen van dit bestemmingsplan worden gedragen door de leges op basis van de gemeentelijke legesverordening. Gezien het bovenstaande wordt de economische uitvoerbaarheid van het plan voldoende gewaarborgd geacht.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Artikel 3.1.1 van het Bro bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan de gemeente overleg moet plegen met de besturen van bij het plan betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Dit bestemmingsplan zal daarom worden voorgelegd aan de betrokken instanties. De resultaten van het vooroverleg zijn indien nodig verwerkt in bestemmingsplan. Omdat woningbouw op deze locatie grotendeels al is toegestaan op basis van het bestemmingsplan “Harnaschpolder Noord” en daarvoor al reeds een uitgebreide procedure heeft plaatsgevonden, is ervoor gekozen om dit plan niet vrij te geven voor inspraak. Gezien het bovenstaande wordt de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan voldoende gewaarborgd geacht.
Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
REGELS
2
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Hoofdstuk 4 Artikel 15 Artikel 16
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Groen Verkeer - Verblijfsgebied Water Wonen Waarde - Archeologie - 2 Waterstaat - Waterkering Algemene regels Antidubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
Casa Molinos de Arnés Ontwerp 29 november 2023
3 3 7 8 8 9 10 11 13 15 17 17 18 19 20 21 22 23 23 24
3
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1
Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan Casa Molinos de Arnés van de gemeente Midden-Delfland. 1.2 bestemmingsplan in het GML-bestand de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat NL.IMRO.1842.BPDH23CasaMolinos-ON01 met de bijbehorende regels. 1.3 aan- en uitbouw een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.4 aan-huis-gebonden beroep een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en voor zover deze beroepen een ruimtelijke uitstraling hebben die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.5 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waarvoor ingevolge dit bestemmingsplan regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.7 achtererf de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan. 1.8 afhankelijke woonruimte een bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit het oogpunt van mantelzorg gehuisvest is. 1.9 bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
1.10 bed & breakfast een overnachtingsaccommodatie gericht op het tegen betaling bieden van de mogelijkheid tot een kortdurend recreatief verblijf met het serveren van ontbijt, gevestigd in een hoofd- en/of bijgebouw en uitgeoefend door de bewoner(s) van de betreffende woning. 1.11 bedrijf een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren, inzamelen, verwerken, verhuren, opslaan en/of distribueren van goederen. Casa Molinos de Arnés Ontwerp 29 november 2023