06 Ruimtelijke Onderbouwing-BP-623.113.00-TOTAAL-ON03
Tekst van het document
Gemeente Midden-Delfland
Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” ONTWERP
623.113.00 KUIPERCOMPAGNONS Datum: 29 november 2023
GEMEENTE MIDDEN-DELFLAND
BESTEMMINGSPLAN “Casa Molinos de Arnés”
TOELICHTING, REGELS, VERBEELDING
werknummer 620.113.00 datum 29 november 2023 bestand J:\623\113\00\3.projectresultaat\b.ontwerp
Procedureoverzicht Fase
Datum
Concept
23 juni 2023
Voorontwerp
-
Ontwerp
29 november 2023
Vaststelling
TOELICHTING
Inhoud 1
Inleiding .............................................................................................................................................3 1.1 Aanleiding en doelstelling .........................................................................................................3 1.2 Geldend bestemmingsplan .......................................................................................................4 1.3 Leeswijzer .................................................................................................................................6 2 Planbeschrijving ................................................................................................................................7 2.1 Ligging plangebied situatie .......................................................................................................7 2.2 Begrenzing plangebied .............................................................................................................8 2.3 Beeldkwaliteitsplan (BKP) ........................................................................................................8 2.4 Toekomstige ontwikkeling ......................................................................................................10 3 Beleidskader
....................................................................................................................................13 3.1 Nationaal beleid ......................................................................................................................13 3.2 Provinciaal en regionaal beleid...............................................................................................15 3.3 Gemeentelijk beleid ................................................................................................................19 4 Milieu ..........................................................................................................................................21 4.1 M.e.r.-beoordeling...................................................................................................................21 4.2 Archeologie .............................................................................................................................21 4.3 Bodem ....................................................................................................................................23 4.4 Flora en fauna.........................................................................................................................24 4.5 Geluid
.....................................................................................................................................28 4.6 Luchtkwaliteit ..........................................................................................................................30 4.7 Externe veiligheid ...................................................................................................................31 4.2 Bedrijven en milieuzonering ...................................................................................................33 4.9 Water ......................................................................................................................................35 4.11 Verkeer en parkeren ...............................................................................................................43 5 Juridische opzet ..............................................................................................................................45 5.1 Inleiding ..................................................................................................................................45 5.2 Toelichting op de regels .........................................................................................................45 5.2 Geometrische plaatsbepaling / verbeelding ...........................................................................47 6
Uitvoerbaarheid ...............................................................................................................................48 6.1 Economische uitvoerbaarheid ................................................................................................48 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..........................................................................................48
2
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7:
Beeldkwaliteitsplan Buurtschap Harnas Molen Midden-Delfland, BGSV 29 maart 2010 Ruimtelijke Structuur en Beeldregiekader Woudselaan, Den Hoorn, Ziegler | Branderhorst oktober 2017 Beeldkwaliteitsplan Woudselaan West, Architectenburo VB3 6 oktober 2023 ArcheoPro Archeologisch rapport, rapportnr. 21094, ArcheoPro november 2021 Verkennend milieukundig (asbest)bodemonderzoek aan de Woudselaan 43 te Den Hoorn, VanderHelm, 23 augustus 2021 Ecologische quickscan Woudselaan 29-43, Den Hoorn, Regelink Ecologie & Landschap, 2 mei 2023 Akoestisch Onderzoek Woudselaan (nabij nrs 29-43) Den Hoorn (ZH), Sain milieuadvies, 23 november 2023
Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Concept ontwerp – 29 juni 2023
3
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doelstelling De eigenaar van perceel H 3306 (fam Ammerlaan) en de eigenaar van perceel H 3947 (G.A.M. van Leeuwen Beheer B.V.), zijn voornemens de percelen, beide gelegen aan de Woudselaan te Den Hoorn (gemeente Midden-Delfland), te ontwikkelen tot uit te geven woonkavels. Perceel H 3306 (fam Ammerlaan) hierna te noemen Locatie A. Perceel H 3947 (G.A.M. van Leeuwen Beheer B.V.) hierna te noemen Locatie B.
In het te ontwikkelen gebied is reeds een bestemmingsplanregime (hierna: vigerend bestemmingsplan) van kracht waarbij voor de betreffende percelen een uit te werken woonbestemming geldt. De Harnaschpolder, waarbinnen het plangebied is gelegen, is gesitueerd tussen de bestaande wijken van Den Hoorn en Delft en de rijksweg A4. Het gebied wordt ontwikkeld als een woon- en werklandschap waarbij bestaande woonbebouwing langs de Woudselaan wordt uitgebreid met nieuwbouw. Het nieuwe gebied, “Buurtschap Harnas Molen” dat daarbij ontstaat, vormt een belangrijk element (“scharnier”) in de structuur van de Harnaschpolder en een landschappelijke verbinding tussen stad en land. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om de realisatie van deze woonkavels in juridischplanologisch opzicht mogelijk te maken.
Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
4
1.2
Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van voorliggend plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen. Naam
Vaststelling
IMRO
Bestemming
‘Harnaschpolder Noord’
25 juni 2013
NL.IMRO.1842.bp12HP01-va01
Wonen – Uit te werken 1
Harnaschpolder Zuid 2014
27 juni 2017
NL.IMRO.1842.bp15HP01-va02
Groen
Partiële herziening Harnaschpolder-Zuid
24 september 2019 19 mei 2022 (geconsolideerd)
NL.IMRO.1842.bp19HP01-va01
Groen
NL.IMRO.1842.bp21BG02Gec-va01
Verkeer - Rijksweg
Buitengebied Gras, geconsolideerd
Afbeelding 1.3 t/m 1.6 tonen de uitsnedes van de verbeeldingen van deze bestemmingsplannen met daarop de plangrens van voorliggend bestemmingsplan.
Afbeelding 1.3: uitsnede bestemmingsplan ‘Harnaschpolder Noord’ (voorliggend plangebied is rood omkaderd).
Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
5
Afbeelding 1.4: uitsnede bestemmingsplan ‘Harnaschpolder Zuid 2014’ (voorliggend plangebied is rood omkaderd).
Afbeelding 1.5: uitsnede bestemmingsplan ‘Partiële herziening Harnaschpolder Zuid 2014’ (voorliggend plangebied is rood omkaderd). Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
6
Afbeelding 1.6: uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Gras, geconsolideerd’ (voorliggend plangebied is rood omkaderd).
1.3
Leeswijzer Het bestemmingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en gaat vergezeld van deze toelichting. De toelichting is als volgt opgezet: Hoofdstuk 2 Planbeschrijving De bestaande situatie van het plangebied, de gewenste toekomstige situatie, de relatie met de uitwerkingsregels in het vigerende bestemmingsplan en de richtlijnen uit het beeldkwaliteitsplan; Hoofdstuk 3 Beleidskader Het relevante vigerende beleid op Rijks, Provinciaal en gemeenteniveau; Hoofdstuk 4 Milieu De omgevingsfactoren voor de ontwikkeling van het gebied; Hoofdstuk 5 Juridische opzet De juridische toelichting met betrekking tot de gekozen planopzet, en de uitgangspunten voor de bestemmingsregeling; Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid De maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan.
Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
7
2
Planbeschrijving
2.1
Ligging plangebied situatie Het plangebied is gelegen in de Harnaschpolder. Dit betreft het gebied tussen Delft, Den Hoorn en natuur- en recreatiegebied Woudsepolder. Deze omgeving werd in het verleden gekenmerkt door de aanwezigheid van glastuinbouwbedrijven en kleinschalige woningbouw. Door de uitplaatsing van de glastuinbouwbedrijven, is er ruimte ontstaan voor een gemengd gebied met grootschalige ontwikkelingslocaties met onder andere bedrijventerreinen en een overheersende woonfunctie in een groen-blauwe setting rond de Woudselaan. Het gebied rond de Woudselaan heeft drie deelgebieden; het deelgebied “Oost” is in de afgelopen jaren ontwikkeld en gerealiseerd onder de naam “Harnasmolen fase 1”. Het deelgebied “Midden” is in de afgelopen jaren ontwikkeld en gerealiseerd onder de naam “Harnasmolen fase 2”. Het deelgebied ”West” is nog in ontwikkeling door verschillende partijen. De twee locaties waar dit bestemmingsplan op toeziet, zijn gelegen in deelgebied “West”.
Afbeelding 2.1: kaart van de drie deelgebieden rondom de Woudselaan en de planlocatie (blauwomlijnd)
Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
8
2.2
Begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen tussen: in het noorden en oosten: de Woudselaan; in het zuiden: de Harnaschdreef; in het westen: de Woudselaan/Harnaskade en, verder gelegen, de rijksweg A4.
Afbeelding 2.2: Ligging van het plangebied.
2.3
Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteit Het voor dit gebied geldende bestemmingsplan Harnaschpolder Noord heeft een verbinding met het BKP Buurtschap Harnas Molen (zie bijlage 1) doordat het uitwerkingsplan Buurtschap Harnas Molen 2010 hierin is opgenomen. Omdat zowel het bestemmingsplan Harnaschpolder Noord als het BKP Harnas Molen een beperkte visie geven op de ontwikkeling van de deelgebieden Midden en West, is in 2017 door Ziegler | Branderhorst in samenwerking met de bewoners een structuurvisie opgesteld om de samenhang van alle ontwikkelingen te waarborgen en te sturen. De structuurvisie “Ruimtelijke Structuur en Beeldregiekader Woudselaan, Den Hoorn” (zie bijlage 2) is op 14 november 2017 door de Gemeenteraad vastgesteld.
Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
9
Afbeelding 2.4: Impressie van de woning typologieën
De belangrijkste stedenbouwkundige kaders uit de structuurvisie: 1. De ruimtelijke structuur volgt de historische lijnen (Woudselaan en Lookwatering). Lage bebouwingsdichtheid langs Woudselaan, hoger langs de randen. 2. De historische waterstructuur wordt versterkt en uitgebreid in samenhang met de ruimtelijke structuur. 3. De nieuwe verkaveling wordt gebaseerd op “erfprincipes”. Clusters van kavels worden via een gemeenschappelijk “erf” ontsloten. Het erf heeft een gemeenschappelijk adres aan één van de structuurlijnen (Woudselaan en Lookwatering). 4. De verhouding tussen kavel en kubieke meters woning wordt vastgelegd om het landelijke karakter van dit woonmilieu te borgen. De mogelijkheden om bijgebouwen bij te bouwen wordt beperkt. Maximaal laadvermogen van 1,2 (m3 bebouwing/m2 kaveloppervlak). 5. Overwegend kavels voor vrijstaande woningen.
Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
10 Dit deelplan is een uitwerking in de geest van bovengenoemde uitwerkingskaders. Om tot een haalbaar en kwalitatief plan te komen zijn een aantal uitwerkingskeuzes gemaakt. Het gaat hierbij om de volgende punten: De ontsluiting van het plangebied is aan de westzijde gekomen, aansluitend op de ontsluiting via het viaduct over de A4. De ontsluiting zorgt tevens voor een fietsverbinding tussen de Woudselaan en de Harnaschkade naar het zuiden De verhouding tussen kavel en kubieke meters woning was vastgelegd op 1,2 m3 bebouwing/m2 kaveloppervlak om het landelijke karakter van dit woonmilieu te borgen. Gebleken is dat dit erg beperkend was , terwijl de planologische regels in de omgeving reeds ruimer zijn. Daarom wordt deze regel aangepast overgenomen. De gezamenlijke inhoud van gebouwen en overkappingen, uitgezonderd ondergrondse ruimten, bedraagt per bouwperceel ten hoogste: o op een bouwperceel tot 500 m², maximaal 1,7 maal de perceelsoppervlakte; o op een bouwperceel van 501 tot 750 m², maximaal 1,6 maal de perceeloppervlakte. Dit resulteert alsnog in een passend en groen beeld, te meer omdat slechts enkele kavels direct aan de Woudselaan zijn gesitueerd en die kavels aanvullende kwaliteitseisen hebben aan het beeld naar de Woudselaan. Naast vrijstaande kavels worden wegens een wens ook een aantal twee onder een kap woningen mogelijk gemaakt.
Vanuit gemeentelijk woonbeleid is dit een wenselijke ontwikkeling, terwijl het geen onevenredige afbreuk doet aan het ruimtelijk beeld. Beeldkwaliteitsplan Woudselaan West In oktober 2023 is door VB3 architecten het beeldkwaliteitsplan Woudselaan West opgesteld. Dit BKP is onderdeel van het bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” en vormt een verdere verfijning van het beeldregiekader. Het BKP toont de uitgangspunten voor de ontwikkeling van de uit te geven woonkavels en te realiseren woningen, en dient als toetsingskader voor de welstandsbeoordeling, als aanvulling op de welstandsnota. Het BKP is opgenomen als bijlage bij deze toelichting.
2.4
Toekomstige ontwikkeling Het voorliggende plan beoogt om op beide locaties uit te geven woonkavels te ontwikkelen waarop woningen zijn te realiseren die opgaan in de karaktereigenschappen van het omliggende gebied. De kavels op locatie A direct gelegen aan de Woudselaan, en het meest westelijk gelegen kavel van locatie B, worden gekenmerkt met woonsfeer “Wonen aan de Woudselaan”. De overige kavels op locatie B met woonsfeer “Wonen met polderzicht”. Voor de geplande ontwikkelingen is in opdracht van beide initiatiefnemers het beeldkwaliteitsplan Woudselaan West opgesteld (zie bijlage 3). Dit is een nadere uitwerking van de hierboven besproken structuurvisie Ruimtelijke Structuur en Beeldregiekader Woudselaan, Den Hoorn. Door het vastleggen van de bovengenoemde eisen in dit bestemmingsplan wordt de samenhang in het toekomstige beeld aan de Woudselaan geborgd. Het beeldkwlaiteitsplan 'woudselaan deel west' biedt een uitwerking van de beeldkwaliteitsrichtlijnen zoals deze zijn opgesteld in het beeldregiekader en de vigerende welstandsnota 2018. De regels in dit stuk vormen na vaststelling een aanvulling op de welstandsnota en dient als kader voor de welstandstoetsing.
Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
11
Bestemmingsplan In het vigerende bestemmingsplan “Harnaschpolder Noord” is een uitwerkingsbevoegdheid opgenomen. Hieraan zijn enkele regels verbonden die direct van toepassing zijn op het voorliggende bestemmingsplan. Vastgelegd is dat nieuwe woningen binnen de bestemming “Wonen - uit te werken 1”, moet voldoen aan de voorwaarden zoals opgenomen in onderstaand kader
Artikel 18 Wonen - Uit te werken 1 18.1 Bestemmingsomschrijving De voor “Wonen - Uit te werken 1” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a) het wonen daaronder begrepen aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; b) groen- en speelvoorzieningen; c) watergangen; d) bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, tuinen, water, ontsluitingswegen, voet- en fietspaden. 18.2 Uitwerkingsregels Het college van burgemeester en wethouders werkt de in lid 18.1 genoemde bestemming nader uit, met inachtneming van de volgende uitwerkingsregels: a) het maximum bebouwingspercentage bedraagt ten hoogste 30% per bouwperceel; b) de woningen worden uitsluitend vrijstaand gebouwd; c) bij de uitwerking dient rekening te worden gehouden met inpassing van de bestaande woningen en een gemaal; deze zijn aangeduid met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - te handhaven bebouwing'; d) de goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 5,5 m; e) de bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 9,5 m; f) de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 2,3 m; g) per woning dienen ten minste 2 parkeerplaatsen te worden gereserveerd op eigen terrein; h) bij de uitwerking dient de woning zodanig op het perceel te worden gesitueerd, dat een doorgaande groene zone in het gebied
ontstaat; i) voor aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten gelden de volgende regels: 1. het aan-huis-gebonden beroep of de kleinschalige bedrijfsmatige activiteit wordt door de bewoner van het desbetreffende pand uitgeoefend; 2. de vloeroppervlakte ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten bedraagt ten hoogste 30% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning met een maximum van 50 m2; 3. ten behoeve van de aan-huis-gebonden beroepen en de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten wordt in voldoende parkeergelegenheid voorzien; 4. de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten hebben geen nadelige invloed op de normale afwikkeling van het verkeer en niet gepaard gaan met horeca en detailhandel, uitgezonderd beperkte verkoop die ondergeschikt is aan de uitoefening van de betrokken kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; 5. het gebruik ten behoeve van internetverkoop, geen webwinkel zijnde, is toegestaan; 6. het gebruik ten behoeve van seksuele dienstverlening is niet toegestaan. 18.3 Bouwregels Op deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd in overeenstemming met een in werking getreden uitwerkingsplan en met inachtneming van de in dat plan opgenomen regels.
18.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 18.3, indien de op te richten bebouwing naar zijn bestemming en gebruik, alsmede naar zijn afmetingen en zijn plaats binnen het plangebied in overeenstemming zal zijn met, dan wel op verantwoorde wijze kan worden ingepast in een reeds vastgesteld uitwerkingsplan of een daarvoor ter inzage gelegd ontwerp.
Het voorliggende woningbouwplan voldoet aan deze voorwaarden, maar het plangebied is groter dan de uit-te-werken bestemming. Daarom kan niet worden volstaan met een uitwerkingsplan. In ruimtelijk opzicht wijkt de ontwikkeling alleen qua situering af van de voorwaarden uit het moederplan. De reden voor de wijziging van de plangrenzen is een waterberging ten zuiden van het plangebied, die in de nadere uitwerking anders is aangelegd dan voorheen was voorzien. Naast uitsluitend vrijstaande woningen zijn ook twee twee-onder-een-kappers mogelijk gemaakt. Wegens de gemeentelijke woningbouwopgave is dit wenselijk. Deze wijziging heeft zeer beperkte invloed op het ruimtelijk beeld.
Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
12
Programma Binnen het plangebied vallen twee locaties te onderscheiden: 1. Locatie A is in gebruik geweest tbv de glastuinbouw, specifiek een bovengronds waterbassin, en is momenteel in gebruik als grasland. Er zullen op particulier initiatief 4 uit te geven woonkavels (kavels 9 t/m 12) worden gerealiseerd. 2. Locatie B is ook in gebruik geweest tbv de glastuinbouw, specifiek een kas, en is momenteel in gebruik als grasland. Er zullen op particulier initiatief 8 uit te geven woonkavels (kavels 1 t/m 8) worden gerealiseerd. Beide locaties zijn bereikbaar via een nieuw te bouwen brug over de Lots- of Harnaschwatering naar een gemeenschappelijk erf. Parkeren zal geschieden op eigen erf en het gemeenschappelijk erf. Daarnaast zal de gedeeltelijk gerealiseerde fietsverbinding langs de Harnaskade worden doorgetrokken door het plangebied waardoor er een doorgaande fietsroute ontstaat. In de planregels zullen bepalingen worden opgenomen om te waarborgen dat de woningen voldoen aan de uitwerkingsregels, zoals bepalingen omtrent bebouwingspercentage, bouwhoogte, goothoogte en parkeervoorzieningen. Door dit bestemmingsplan wordt de inrichting van de Woudselaan als ruim opgezet woongebied met voornamelijk vrijstaande woningen, zoals beoogd in het vigerende en toekomstige bestemmingsplan, mogelijk gemaakt. Langs de Woudselaan worden een zone van 8 meter als groene buffer aangeduid.
Afbeelding 2.5: stedenbouwkundige opzet
Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
13
3
Beleidskader
3.1
Nationaal beleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Het plangebied is binnen de nationale ruimtelijke hoofdstructuur als onderdeel van de Zuidvleugel Randstad aangewezen als stedelijk gebied met een concentratie van topsectoren. De Nederlandse open economie raakt steeds meer verweven met die van sterke concurrenten als Duitsland, China en India. De kansen in het internationale speelveld liggen vooral bij de zogenoemde topsectoren: logistiek, water, hightech, creatieve industrie, energie, chemie en voedsel en tuinbouw. Veel van die sectoren zijn geconcentreerd in de stedelijke regio's rond de mainports, brainport en greenports. De ambitie is dat Nederland in 2040 behoort tot de top 10 concurrerende landen van de wereld door een goede ruimtelijk-economische structuur voor een excellent vestigingsklimaat voor bedrijven en kenniswerkers.
Dit betekent onder andere een optimale internationale bereikbaarheid van stedelijke regio's in 2040 en uitstekende (logistieke) verbindingen van de mainports Rotterdam en Schiphol, de brainport Zuidoost Nederland en de greenports met Europa en de rest van de wereld. De meeste topsectoren concentreren zich in stedelijke regio's en dan vooral in de stedelijke regio's rond de mainports, brainport en greenports. Vanwege deze concentratie en de nationale baten die daarmee gemoeid zijn, wil het Rijk in deze regio's extra inzetten op versterking van de concurrentiekracht. Hiervoor wordt een gebiedsgerichte, programmatische urgentieaanpak ingezet waarin afspraken over de versterking van de ruimtelijk-economische structuur in brede zin worden gemaakt met de decentrale overheden. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
14
Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is op 11 september 2020 één rijksvisie op de leefomgeving vastgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. Dit toekomstperspectief voor Nederland is: - Een klimaatbestendige delta; - Duurzaam, concurrerend en circulair; - Kwaliteit van leven in stad en dorp; - Nabijheid en betrouwbare verbindingen; - Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten.
Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een duurzame en concurrerende economie; 2. Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; 3. Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; 4. Naar een waardevolle leefomgeving. Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Hierbij worden drie inrichtingsprincipes gehanteerd die helpen om in een specifieke casus of gebied bij botsende belangen een zorgvuldige weging tussen nationale belangen te maken. Die inrichtingsprincipes zijn: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen voorkomen. De komst van de Omgevingswet maakt het mogelijk om het beleid en aanpak rondom de gezonde leefomgeving steviger te verankeren, rekening houdend met de samenstelling van de wijk en de behoeften van inwoners. Gemeenten krijgen onder de Omgevingswet namelijk meer ruimte voor lokaal maatwerk doordat taken worden gedecentraliseerd.
Volgens het Rijk is een gezonde leefomgeving een omgeving waar inwoners zich prettig voelen, die uitnodigt tot gezond gedrag en zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid. Voor gemeenten is onder andere de 'Handreiking Gezonde Gemeente' door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opgesteld om te ondersteunen bij het sturen op een gezonde fysieke en sociale leefomgeving. De NOVI is zelfbindend voor het Rijk. De rijksoverheid zet er wel op in dat provincies en gemeenten bij het vaststellen van hun eigen omgevingsvisies rekening houden met wat er in de NOVI staat. Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
15
Voorliggend plangebied wordt niet specifiek in de NOVI benoemd. Wel wordt in meer algemene termen met de ontwikkeling een toekomstbestendige en bereikbare woonomgeving toegevoegd. Met behulp van het beeldkwaliteitsplan is aandacht besteed aan thema’s als ruimtelijke kwaliteit. Zodoende sluit de ontwikkeling aan bij het toekomstperspectief en de prioriteiten zoals benoemd in de NOVI. Ladder voor Duurzame Verstedelijking (3.1.6 Bro) Op 1 juli 2017 is de nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden. De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd, de drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid twee en drie) dienen plannen, waarin nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden, getoetst te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’.
Toetsing aan de Ladder houdt in dat een plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het plan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het onderhavig plan omvat 4 uit te geven kavels op locatie A en 8 uit te geven kavels op locatie B. Het geldende bestemmingsplan maakt woningbouw reeds mogelijk, waardoor de woningbouw binnen een reeds bestaand en vastgesteld planologisch kader past. Er is dan ook geen sprake van een “nieuwe stedelijke ontwikkeling”. De ladder hoeft niet te worden doorlopen. Het bestemmingsplan past binnen de kaders gesteld in het Rijksbeleid. 3.2
Provinciaal en regionaal beleid Omgevingsbeleid Zuid-Holland Oorspronkelijk op 20 februari 2019 heeft de provincie Zuid-Holland haar ‘Omgevingsbeleid’ vastgesteld. Het omgevingsbeleid omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving in Zuid-Holland. Het bestaat uit drie hoofdinstrumenten: de omgevingsvisie, het omgevingsprogramma en de omgevingsverordening. De omgevingsvisie schetst de beleidskaders; de strategische ambities, beleidsdoelen en -keuzes voor de toekomst van de fysieke leefomgeving van Zuid-Holland. In het omgevingsprogramma zijn deze nader uitgewerkt in maatregelen die de provincie treft. De omgevingsverordening stelt de juridische kaders; instructieregels voor andere overheden en direct werkende regels voor burgers en bedrijven. De provincie wijzigt de verschillende onderdelen wanneer daartoe aanleiding is; de laatste herziening is op 2 december 2022 geconsolideerd in werking getreden. Omgevingsvisie Zuid-Holland De omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid voor de gehele fysieke leefomgeving van de provincie Zuid-Holland.
Ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes Naast de algemene sturingsfilosofie en een analyse van de huidige situatie van Zuid-Holland, schetst de provincie in de omgevingsvisie haar toekomstgerichte beleid in zeven provinciale vernieuwingsambities: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
16
2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland. 5. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. Deze zeven vernieuwingsambities zijn geconcretiseerd in 18 beleidsdoelen, die omschrijven aan welke maatschappelijke opgaven de provincie werkt. De beleidsdoelen zijn vervolgens uitgewerkt in beleidskeuzes. Ruimtelijke hoofdstructuur De essentie en samenhang van de verschillende ruimtelijke keuzes uit de omgevingsvisie, is gevat in de ruimtelijke hoofdstructuur. Opgebouwd uit verschillende kaartbeelden, vormt de ruimtelijke hoofdstructuur een integraal kaartbeeld dat inzichtelijk maakt hoe de strategische beleidskeuzes van de provincie ruimtelijk samenkomen. Afbeelding 3.1 geeft de ruimtelijke hoofdstructuur van Zuid-Holland weer.
Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
17
Afbeelding 3.1: Omgevingsvisie Zuid-Holland – ruimtelijke hoofdstructuur.
Uitgangspunten en kaders voor de fysieke leefomgeving Bij het vormgeven en uitvoeren van de ambities hanteert de provincie de volgende uitgangspunten en kaders voor de fysieke leefomgeving: - Streven naar het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; - Gebruik van een kwaliteitskaart met richtpunten en gebiedsprofielen, waarin is beschreven welke kwaliteiten in welke gebieden de provincie nastreeft; - Handvatten voor passende ruimtelijke ontwikkeling, om te beoordelen of bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen wenselijk zijn. Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie Zuid-Holland geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. Uitgangspunt van het kwaliteitsbeleid is een ‘ja, mits’-beleid: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid van Zuid-Holland bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengebracht in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten, gebiedsprofielen en enkele bepalingen in de omgevingsverordening. Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
18
De kwaliteitskaart toont de kwaliteitsambities van de provincie. De belangrijke gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland zijn weergegeven in vier lagen: de laag van de ondergrond, laag van de cultuur- en natuurlandschappen, laag van de stedelijke occupatie en laag van de beleving. De integrale kwaliteitskaart vat de vier lagen in één kaartbeeld samen. Met behulp van de kwaliteitskaart houden betrokken partijen bij ruimtelijke ingrepen rekening met de gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde van een gebied. De kwaliteitskaart biedt randvoorwaarden voor het maken van integrale afwegingen, die nader zijn geconcretiseerd in richtpunten. De richtpunten beschrijven de bestaande kenmerken en waarden, en de wijze waarop ruimtelijke ontwikkelingen daarmee rekening kunnen houden. De kwaliteitskaart en bijbehorende richtpunten zijn regionaal vertaald in verschillende gebiedsprofielen. Deze gebiedsprofielen fungeren niet als toetsingskader maar als handreiking voor het gebiedsspecifiek omgaan met ruimtelijke kwaliteit. Omgevingsverordening Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van de provincie Zuid-Holland de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. Deze regels hebben een directe doorwerking in bestemmingsplannen. Voor dit bestemmingsplan zijn de volgende regels van belang.
Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit (lid 1): a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo tenminste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1.
een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. Daarbij zijn in de omgevingsverordening gebieden aangewezen met specifieke beschermingscategorieën, die hierop een uitzondering vormen. Het voorliggende plangebied ligt niet binnen een van de beschermingscategorieën. De ontwikkeling past binnen de gebiedsidentitet, waarbij reeds sprake is van een woongebied tussen de twee delen van bedrijventerrein Harnaschpolder (noord en zuid). Door de gewijzigde inpassing van de waterberging ten zuiden van de locatie wijkt het voorliggende plan beperkt af van de eerder vastgestelde bestemmingsplan. De nieuwe opzet past binnen de ruimtelijke hoofdstructuur. Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
19
Het onderhavig plan omvat 4 uit te geven kavels op locatie A en 8 uit te geven kavels op locatie B, en betreft een aanpassing van de mogelijkheden die reeds binnen een bestaand en vastgesteld planologisch kader zijn opgenomen. Er is dan ook geen sprake van een “nieuwe stedelijke ontwikkeling”. Op basis van bovenstaande vloeien er uit de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening geen aanvullende randvoorwaarden voort waar in het voorliggend plan rekening mee gehouden moet worden. Het bestemmingsplan past binnen de kaders gesteld in het Provinciaal beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie 1.0 Midden-Delfland De gemeenteraad van Midden-Delfland heeft op 26 oktober 2021 de Omgevingsvisie 1.0 MiddenDelfland vastgesteld. Deze omgevingsvisie biedt een vooruitblik op de fysieke leefomgeving tot het jaar 2040. De visie is opgesteld vanuit een integraal perspectief. Dat wil zeggen dat het niet alleen om ruimtelijke vraagstukken gaat, maar ook over sociale en economische vraagstukken en ontwikkelingen. Alle verschillende onderdelen zijn vertaald naar de fysieke leefomgeving van de toekomst. Met het opstellen van deze omgevingsvisie geeft de gemeente richting, inspireert en motiveert zij MiddenDelflanders, haar ondernemers en maatschappelijke organisaties. De gemeente ziet deze omgevingsvisie als een omgevingsvisie 1.0. Het is een volwaardige visie die gebaseerd is op bestaand beleid en bestaande beleidsvisies, aangevuld met een aantal grote ontwikkelingen die op ons afkomen en opgaven waar we voor staan. Daarbij valt te denken aan energietransitie, klimaatadaptatie, woningbouwplannen, ambities uit de visie Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland en infrastructurele projecten. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de Omgevingsvisie 1.0 als structuurvisie in de zin van de Wet ruimtelijke ordening. De omgevingsvisie vervangt de structuurvisie Midden-Delfland 2025 uit 2011.
Met de vaststelling van de omgevingsvisie is deze structuurvisie ingetrokken. Afzonderlijke kernkwaliteiten, trends, ontwikkelingen en opgaven leiden tot integrale ambities. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen algemene, abstractere ambities voor de hele gemeente (in de regio) en hoe die ambities concreter landen in afzonderlijke deelgebieden. De gemeentebrede ambities zijn onderverdeeld in vier thema’s: Omgevingskwaliteit en leefbaarheid, Duurzaamheid, Gebruikswaarde en Cultureel erfgoed. Daarnaast worden er drie deelgebieden onderscheiden: het buitengebied, onze dorpen en de Harnaschpolder. Planspecifiek In de Omgevingsvisie valt het plangebied binnen het Regionaal bedrijventerrein Harnaschpolder, en maakt onderdeel uit van de Groene buffer Woudselaan tussen het noorden en zuiden van het bedrijventerrein. De Groene buffer, met daarin de Woudselaan als historisch lint waaraan wordt gewoond, blijft behouden en vormt een belangrijke recreatieve stad-landverbinding tussen Delft/Rijswijk en Midden-Delfland. Ook de Harnaskade blijft behouden als een belangrijke groene schakel die cultuurhistorisch waardevol is, onderdeel uitmaakt van een robuust netwerk van wandel- en fietsverbindingen en voor een snelle verbinding tussen Schipluiden en Harnaschpolder zorgt.
Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
20
Onderhavig plan past met het realiseren van woningen aan de Woudselaan, het mogelijk maken van doorgaande groene zones en het doortrekken van de fietsverbinding langs de Harnaskade binnen de Omgevingsvisie 1.0 van de gemeente Midden-Delfland. Beleidsnotitie afkoop sociale woningbouw bij kleine projecten In de bij de Omgevingsvisie 1.0 behorende bijlage “Beleidsnotitie Afkoop sociale woningbouw bij kleine projecten” stelt de gemeente dat met het ondertekenen van de prestatieafspraak sociale woningbouw Haaglanden en het vaststellen van de Woonvisie Midden-Delfland 2010 wordt ingezet op 30% sociale woningbouw bij nieuwbouwprojecten. Om dit te realiseren is in de eigen ontwikkelingen van de gemeente rekening gehouden met een aandeel sociaal. Ook voor particuliere/private ontwikkelingen is het uitgangspunt dat 30% sociale woningen in hun planvorming wordt meegenomen. Wanneer in kleine bouwprojecten 30% sociale woningbouw niet haalbaar (mogelijk, wenselijk) is, dan moet de sociale woningbouw elders worden gecompenseerd. Door storting en onttrekking aan een fonds kunnen mogelijkheden worden gecreëerd om met sociale woningbouw tussen verschillende projecten te schuiven, en dus tussen verschillende ontwikkelende partijen. Planspecifiek Op de locaties ligt 30% sociale woningbouw, gezien het open karakter (vrijstaande woningen) en de geringe schaal van de ontwikkeling, niet voor de hand.
Aan deze ontwikkeling ligt een oud contract ten grondslag, het is onderdeel van de gehele ontwikkeling Look-West. Hier was al langere tijd woningbouw in hogere prijscategorien voorzien. Ruimtelijke Structuur en Beeldregiekader Woudselaan, Den Hoorn In 2010 is voor het plangebied “het Scharnier” een beeldkwaliteitsplan opgesteld met de naam “Buurtschap Harnas Molen”. Hierin is onder andere geregeld dat woningbouw moet voldoen aan een aantal eisen ten aanzien van hoogte, materiaalgebruik, dakvormen en architectuur. In 2017 is de structuurvisie “Ruimtelijke Structuur en Beeldregiekader Woudselaan, Den Hoorn” opgesteld als uitwerkingskader voor aanvulling/verdieping van het beeldkwaliteitsplan. Planspecifiek De uit te geven woonkavels op beide locaties zullen binnen deze kaders ontwikkeld worden. In hoofdstuk 2 is gemotiveerd hoe deze kaders zijn uitgewerkt in een stedenbouwkundig plan en het beeldkwaliteitsplan 'Woudselaan deel West'.
Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
21
4
Milieu
4.1
M.e.r.-beoordeling Op 1 april 2017 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage aangepast. Het besluit is aangepast omdat de Europese rechter heeft geoordeeld dat de drempelwaarden voor m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten onvoldoende recht deden aan de vraag of er sprake is van "aanzienlijke gevolgen voor het milieu". Het gewijzigde besluit is op 7 juli 2017 in werking getreden en de drempelwaarden van de projecten als genoemd op de C en D-lijst zijn nu indicatief. Dat betekent dat als een project (ruim) onder de drempelwaarden blijft er wel een toetsing moet worden gedaan. Het bevoegd gezag moet zich er van vergewissen dat er daadwerkelijk geen aanzienlijke gevolgen voor het milieu zijn. De voorgenomen ontwikkeling van 12 woningen kan in het kader worden aangemerkt als een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ zoals voorkomend in de eerste kolom van de D-lijst behorende bij het Besluit m.e.r. (categorie 11.2). Hoewel de ontwikkeling ruimschoots onder de drempelwaarden (100 hectare of 2.000 woningen) blijft, dient evenwel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden opgesteld. Dit kan niet uitsluitend in de vorm van een paragraaf in het ruimtelijk plan. Door de initiatiefnemer moet op grond van het Besluit m.e.r. een ‘aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling’ worden opgesteld.
Als hieruit blijkt dat er mogelijk belangrijke milieugevolgen zijn, is alsnog een uitgebreide (formele) m.e.r.beoordeling of MER nodig. Hierover dient door het bevoegd gezag expliciet een m.e.r.beoordelingsbesluit te worden genomen, waarin wordt aangegeven of er wel of niet een formele m.e.r.beoordeling of MER moet worden opgesteld. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit wordt opgenomen bij het ontwerpbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient rekening gehouden te worden met de criteria zoals die zijn opgenomen in bijlage III van de EU-richtlijn voor milieueffectbeoordeling van projecten (2011/92/EU). Deze criteria hebben betrekking op: kenmerken van het project; plaats van het project; kenmerken van het potentiële (milieu)effect. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, is zodoende een 'aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling' opgesteld. Deze is opgenomen in bijlage 2. Hieruit volgt dat als gevolg van de ontwikkeling hooguit in beperkte mate en geen significant nadelige milieueffecten optreden. Nadelige effecten die eventueel en in beperkte mate optreden zijn te compenseren, en er is mogelijk ook sprake van positieve effecten. Maatregelen zullen worden uitgevoerd om negatieve effecten te beperken en positieve effecten te stimuleren.
De geïnventariseerde effecten maken het opstellen van een MER of m.e.r.-beoordeling niet nodig.
4.2
Archeologie Kader Erfgoedwet In de Erfgoedwet d.d. 1 juli 2016 is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Overbodige regels zijn geschrapt en de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed ligt waar mogelijk bij het erfgoedveld zelf. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet die in 2019 van kracht wordt. Voor deze
Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
22
onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 2016-2019. Het gaat daarbij om de volgende zaken: Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie Bescherming van stads- en dorpsgezichten. Gemeentelijk archeologiebeleid De gemeente Midden-Delfland beschikt sinds 2010 over een vastgestelde archeologische beleidsnota. Een belangrijk onderdeel hiervan vormt de gemeentelijk archeologische beleidskaart, die wordt gebruikt als basis voor het bestemmingsplan. Onderzoek In oktober 2021 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) uitgevoerd voor beide locaties van het plangebied aan de Woudselaan te Den Hoorn in de gemeente Midden-Delfland. (zie bijlage 4). Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied een (zeer) hoge archeologische verwachting voor archeologische resten uit de Romeinse tijd en de late middeleeuwen. Het plangebied valt binnen een verkavelingsstructuur uit de Romeinse tijd en op het oostelijke deel van het plangebied liggen de resten van een huisterp uit de dertiende en de veertiende eeuw.
Uit talrijke eerder verrichte archeologische onderzoeken in de directe omgeving van het plangebied is gebleken dat verkennend en karterend booronderzoek onvoldoende duidelijkheid biedt omtrent de aanof afwezigheid van archeologische sporen. Hooguit kan booronderzoek in dit gebied dienen om grootschalige bodemverstoringen vast te stellen en hiermee zones in kaart brengen waarin geen reële kans meer bestaat op de aanwezigheid van behoudenswaardige archeologische sporen. De resultaten van het bureauonderzoek geven geen aanleiding om te verwachten dat dergelijke grootschalige bodemverstoring heeft plaatsgevonden. De bouw en de sloop van tuinbouwkassen binnen het plangebied heeft naar verwachting slechts tot zeer plaatselijke, kleine bodemverstoringen geleid en het ten noorden van de voormalige kassen gelegen waterbassin was bovengronds aangelegd. Conclusie In verband met de (zeer) hoge archeologische verwachting binnen het plangebied en de naar verwachting geringe mate van bodemverstoring die heeft plaatsgevonden, wordt aanbevolen om binnen de zones waarin toekomstige graafwerkzaamheden zijn gepland, een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Een dergelijk onderzoek dient te worden uitgevoerd conform een hiertoe op te stellen Programma van Eisen (PvE) dat voorafgaande aan de uitvoering van het onderzoek is goedgekeurd door het bevoegd gezag.
Indien bij de terreineigenaar gegevens bekend zijn waaruit blijkt dat de bodem binnen delen van het plangebied wellicht toch ingrijpend verstoord zijn, kunnen dergelijke delen eventueel eerst door booronderzoek worden onderzocht om daarmee de zones waarin proefsleuvenonderzoek benodigd is, zoveel mogelijk te beperken. In alle gevallen geldt dat indien archeologische materialen en/of sporen aangetroffen worden, deze gemeld dienen te worden bij de gemeente Midden-Delfland, conform artikel 5.10 e.v. van de Erfgoedwet.
Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
23
4.3
Bodem Kader Wet bodembescherming De Wet bodembescherming (Wbb) voorziet in maatregelen indien sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land- of water-) bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. Via de Wbb heeft de Rijksoverheid de mogelijkheid algemene regels te stellen voor de uitvoering van werken, het transport van stoffen en het toevoegen van stoffen aan de bodem. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij nieuwbouwactiviteiten dient de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een schone bodem dienen te worden gerealiseerd. Besluit bodemkwaliteit Het doel van het Besluit bodemkwaliteit (2008) is de bodem beter te beschermen en meer ruimte te bieden voor nieuwe bouwprojecten. Ook geeft het besluit gemeenten en provincies meer verantwoordelijkheid om de bodem te beheren. Het Bouwstoffenbesluit (Bsb) is opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit. Onderzoek Op beide locaties van het plangebied aan de Woudselaan te Den Hoorn is door VanderHelm Milieubeheer B.V. in opdracht van G.A.M. van Leeuwen Beheer B.V.
een verkennend milieukundig (asbest)bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 en NEN 5707. (zie bijlage 5). Onderstaand wordt, per deellocatie, een evaluatie weergegeven van de onderzoeksresultaten: Deellocatie A: perceel 3306 Ter hoogte van deellocatie A (perceel 3306, in het noordelijke gedeelte van de onderzoekslocatie) bestaat de bodem over het algemeen uit klei, waarbij de eerste halve meter onder het maaiveld tevens zwak puinhoudend is. Ter hoogte van boring/peilbuis A01 is tot een diepte van 1,0 m-mv sprake van een zwakke baksteenbijmenging. De grondlagen met puinbijmenging duiden op antropogene activiteiten en betreffen derhalve de meeste verdachte grondlagen. Uit de geanalyseerde grond(meng)monsters is gebleken dat de zwak puinhoudende bovengrond en zwak baksteenhoudende ondergrond, maximaal licht verontreinigd is met zink, PAK en OCB. Uit de toetsing aan het besluit bodemkwaliteit blijkt de bovengrond indicatief aan klasse Industrie te voldoen. De ondergrond is indicatief altijd toepasbaar. Het grondwater ter hoogte van peilbuis A01 is licht verontreinigd met zware metalen. Uit de analyses van asbestmonsters ASB01 en ASB02 is gebleken dat in de zwak puinhoudende bovengrond geen asbest is aangetoond. De onderzoekslocatie kan derhalve als onverdacht op asbest worden beschouwd.
Deellocatie B: perceel 2566 Ter hoogte van deellocatie B (perceel 2566, in het zuidelijke gedeelte van de onderzoekslocatie) bestaat de bodem over het algemeen uit klei, waarbij de eerste halve meter onder het maaiveld (plaatselijk) zwak puinhoudend is. Ter hoogte van boring B02 is in de ondergrond een zwakke aardewerk bijmenging aangetroffen. De ondergrond is verder zintuiglijk schoon. Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
24
Uit de analyse van grondmengmonsters B01 en B02 is gebleken dat de bovengrond niet tot licht verontreinigd is met zware metalen. De zintuiglijk schone klei- en zandlaag van grond(meng)monsters B03 en B04 zijn tevens niet tot licht verontreinigd met zware metalen. Bij toetsing aan het besluit bodemkwaliteit blijkt de boven- en ondergrond indicatief altijd toepasbaar. Het grondwater ter hoogte van peilbuis B01 is licht verontreinigd met zware metalen. Uit de analyses van asbestmonsters ASB03 en ASB04 is gebleken dat in de zwak puinhoudende bovengrond geen asbest is aangetoond. De onderzoekslocatie kan derhalve als onverdacht op asbest worden beschouwd. Algemeen Aangezien de bovengrond van beide deellocaties (over het algemeen) zwak puinhoudend is, is aan de gemaakte boorprofielen niet direct op te maken of er sprake is geweest van een ophoging van het noordelijk gelegen perceel, deellocatie A. Uit de uitgevoerde analyses is tevens gebleken dat er geen sprake is van een afwijkend milieuhygiënische kwaliteit van de grond. Het is daarom aannemelijk dat de ophoging van het noordelijk gelegen perceel is uitgevoerd met gebiedseigen grond. Met het uitgevoerde bodemonderzoek is tevens aandacht besteed aan de gedempte sloot door middel van het plaatsen van enkele (diepe) boringen.
Hierbij zijn geen afwijkende grondlagen aangetroffen en is het daarom aannemelijk dat ook de slootdemping is uitgevoerd met gebiedseigen grond. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er, milieuhygiënisch gezien, geen belemmeringen aanwezig zijn voor de voorgenomen bouw van woningen; Ter onderbouwing van bovenstaand wordt tevens geconcludeerd dat: de boven- en ondergrond ter hoogte van beide deellocaties maximaal licht verontreinigd is; het grondwater ter hoogte van beide deellocaties maximaal licht verontreinigd is; zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest is aangetoond. De onderzoekslocatie kan derhalve als onverdacht op asbest worden beschouwd; zowel de slootdemping als de ophoging ter plaatse van de onderzoekslocatie vermoedelijk met gebiedseigen grond is uitgevoerd; het uitvoeren van nader (asbest)bodemonderzoek en/of het nemen van sanerende maatregelen niet noodzakelijk is. 4.4
Flora en fauna Kader Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden, met wetgeving ten aanzien van soorten en Natura 2000-gebieden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Daarnaast hebben provincies eigen beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN; de voormalige Ecologische Hoofdstructuur of EHS) en overige natuurwaarden buiten het NNN.
Wnb: soorten Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
25
Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien dient voor de start van die werkzaamheden ontheffing te worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan dient duidelijk te zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. 1. Het beschermingsregime Vogelrichtlijn (Vrl), dat van toepassing is op van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vrl.
Met betrekking tot deze vogelsoorten geldt dat het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - verboden is vogels opzettelijk te storen, behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en dwingende redenen van groot openbaar belang zijn geen reden om ontheffing te verlenen. Ontheffing is uitsluitend toegestaan op basis van de ontheffingsgronden die in de Vrl zijn genoemd. Overigens is het, indien geen ontheffing nodig is, volgens de huidige interpretatie van de wet wel verplicht rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Voor sommige vogelsoorten met vaste verblijfplaatsen geldt dat deze vaste verblijfplaatsen en het essentiële leefgebied jaarrond beschermd zijn. 2. Het beschermingsregime Habitatrichtlijn (Hrl), dat van toepassing is op soorten van bijlage IV bij de Hrl, bijlage I en II bij het Verdrag van Bern en bijlage I bij het Verdrag van Bonn. Met betrekking tot deze soorten is het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - verboden dieren opzettelijk te verstoren.
Ontheffing wordt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling alleen verleend indien: er geen andere bevredigende oplossing is, en geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort, en sprake is van één van de volgende (bij ruimtelijke ontwikkeling relevante) belangen: de bescherming van wilde flora en fauna of natuurlijke habitats, of de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. 3. Het beschermingsregime Andere Soorten, dat van toepassing is op soorten van de bijlage behorende bij artikel 3.10 van de Wnb. Ontheffing is alleen mogelijk indien: er geen andere bevredigende oplossing is, en indien geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. Er is echter geen ontheffing nodig indien gewerkt wordt volgens een geldige gedragscode die van toepassing is op de betreffende soort(en). Vaak is daarnaast ecologische begeleiding en een ecologisch werkprotocol nodig bij de uitvoering van werkzaamheden. De provincies kunnen voor het beschermingsregime Andere Soorten een algemene vrijstelling verlenen voor onder meer ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. In de gemeente Midden-Delfland is de provincie Zuid-Holland het bevoegd gezag voor de Wnb.
De provincie Zuid-Holland handhaaft in haar Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland (die per 1 januari 2017 in werking is Bestemmingsplan “Casa Molinos de Arnés” Toelichting Ontwerp – 29 november 2023
26
getreden) de vrijstelling voor onder meer ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden voor de soorten die vielen onder de vrijstelling in de Flora- en faunawet voor algemeen voorkomende soorten (Ffwet - tabel 1 AMvB art. 75). Alleen voor de soorten molmuis, ondergrondse woelmuis en tweekleurige bosspitsmuis is deze vrijstelling komen te vervallen, omdat blijkt dat deze soorten niet of nauwelijks voorkomen in Zuid-Holland zodat een provinciale vrijstelling voor die soorten niet opportuun is. Indien nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van soorten niet (kunnen) worden ontzien, is ontheffing noodzakelijk. Ontheffing is niet benodigd indien de functionaliteit van de nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen gegarandeerd wordt (het beschadigen en vernielen wordt voorkomen door maatregelen of er zijn voldoende alternatieven). Ten slotte is altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de Wnb). Concreet betekent dit dat bij ruimtelijke ontwikkeling gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden en dat planten verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren.