CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

05 d rb Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Delfland 2026 definitief na commissie 13.1

Gemeenteraad 27 januari 2026, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 202621.579 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

zes weken na de beschikking naar het college. Het wordt gebruikt bij evaluatiemomenten, naast het evaluatieverslag. Met het zorgplan en de beschikking is de startsituatie van de inwoner duidelijk en kan de inwoner en het college evalueren of de resultaten worden behaald.

Het college verwacht dat een aanbieder intercultureel kan werken. Het college zet geen tolken in voor het vertalen naar andere talen.

Het college controleert de zorgplannen steekproefsgewijs. Hierdoor is duidelijk wat de inzet van de zorgaanbieder zal zijn.

De coördinerende aanbieder kan ook andere partijen (bijvoorbeeld welzijnswerk of andere aanbieders) inzetten om het resultaat te bereiken. Hierover dient de aanbieder het college zo spoedig mogelijk te informeren. Per resultaatgebied kunnen verschillende expertisegebieden van toepassing zijn.

Artikel 13. Regels voor het persoonsgebonden budget

Dit artikel geeft onder meer de voorwaarden die gelden voor het verkrijgen van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb.

Anders dan veel inwoners denken, kan een inwoner geen pgb aanvragen bij het college. De inwoner kan bij de gemeente melden dat deze ondersteuning nodig heeft bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Als een maatwerkvoorziening

benodigd is, kan de inwoner, als deze voldoet aan de voorwaarden, er voor kiezen om de

voorziening in de vorm van een pgb verleend te krijgen. Om in aanmerking te komen voor een pgb, dient de inwoner bij de aanvraag een budgetplan in te leveren.

Een pgb kan een geschikte vorm van ondersteuning zijn voor de inwoner om zelf

passende zorg op maat in te kopen. Het pgb is een verstrekkingsvorm die geschikt is

voor inwoners die zelf, dan wel met behulp van een pgb-vertegenwoordiger, in staat zijn een zorgovereenkomst af te sluiten met een aanbieder en daarbij in staat zijn de benodigde administratie bij te houden.

Het voldoen aan de eigen verantwoordelijkheden, vraagt van de budgethouder een zekere pgb-bekwaamheid. Bij de beoordeling van de pgb-bekwaamheid kan de inwoner de pgbtest van Per Saldo10 doen. De uitslag van de test alleen is geen reden om een pgb af te

wijzen, maar geeft een inwoner en het college inzicht in de vaardigheden van de inwoner, die noodzakelijk zijn voor het beheren van een pgb. De test is dus een hulpmiddel bij het gesprek dat het college voert met de inwoner over de keuze voor een pgb of Zorg in

Natura. In de Nadere regels kan het college dit verder duiden. Daar is ook een bijlage opgenomen met de 10 punten pgb-vaardigheid. Geen pgb

De opsomming van gronden om geen pgb te verstrekken is niet limitatief. Er kunnen

andere situaties denkbaar zijn waarin het verstrekken van een pgb niet gewenst is. Deze situaties vereisen altijd een individuele afweging. In deze situaties kan een pgb worden

geweigerd. Om een pgb af te wijzen op contra-indicaties, is het nodig dat het college dit feitelijke motiveert in het ondersteuningsplan en de beschikking.

Het college mag een lager tarief rekenen bij de inzet van een zelfstandig werkende

hulpverlener. Deze heeft lagere overheadkosten dan grote aanbieders met personeel. De voorwaarden voor een pgb voor informele zorg11

Het college kan een voorziening in de vorm van een pgb verstrekken voor een ondersteuner uit het sociale netwerk. Dat kan alleen als de ondersteuning de

gebruikelijke hulp overstijgt én het aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is. Ook de kwaliteitseisen gelden hier. De in te kopen diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen moeten veilig, doeltreffend en inwonergericht worden verstrekt. In de beleidsregels wanneer de zorgvraag de gebruikelijke hulp overstijgt. Duur van de toekenning

Het college kent de voorziening in de vorm van een pgb toe voor een periode die

afhankelijk is van de gebruikelijke levensduur van de voorziening. Het college beschrijft

deze termijn in de beschikking. Indien de situatie van de inwoner wijzigt is het nodig dat deze dit meldt bij het college. Het college past dan waar nodig de beschikking aan. Is gericht op materiele voorziening. Pgb buitenland

Er bestaat geen recht op pgb voor zover het is bestemd voor besteding in het buitenland. Het college kan wel toestemming geven. De inwoner dient tijdig om toestemming te

vragen en uiterlijk een maand voor vertrek. Indien nodig vraagt het college extern advies

over de wenselijkheid en noodzaak van het verblijf in het buitenland ten behoeve van het bevorderen van de participatie na terugkomst in Nederland.

De maximale termijn waarmee in het buitenland verbleven kan worden met een pgb

bedraagt 13 weken per kalender jaar. Voor palliatieve zorg is dit een jaar. De eisen die in

de wet, de verordening en de Nadere regels staan gelden ook voor besteding van het pgb in het buitenland.

Het college kan de hoogte van het pgb aanpassen voor verblijf in het buitenland en kan dit in de Nadere regels bepalen.

Bij verblijf in het buitenland zonder toestemming kan het college de maatwerkvoorziening beëindigen en terugvorderen. Het recht op een maatwerkvoorziening – ook in de vorm pgb - vervalt per definitie als de inwoner geen ingezetene meer is van de gemeente Midden-Delfland. Betaling pgb

Het college stelt het pgb voor een materiële voorziening betaalbaar als de inwoner de

aankoopofferte of nota aan het college verstrekt en het college deze heeft goedgekeurd.

Hiervoor is het pakket van eisen van belang. Het college betaalt het pgb uit na ontvangst van de definitieve factuur.

Trekkingsrecht PGB Portaal Westland (Externe link:www.mijnpgb.nl)

Budgethouders of gemachtigden gebruiken voor het voeren van de administratie en het declareren het PGB Portaal. Met behulp van het PGB Portaal kunnen inwoners de

zorgovereenkomsten met zorgverleners opstellen, opslaan, wijzigen en goedkeuren. Het college is verantwoordelijk voor de zorginhoudelijke controle van de

zorgovereenkomsten tussen budgethouder en zorgverlener. De arbeidsrechtelijke

controle van de zorgovereenkomst wordt uitgevoerd door de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

In het PGB Portaal worden ook declaraties verwerkt. Deze worden uitbetaald door de SVB. Het is belangrijk dat inwoners vooraf goed weten wat het pgb-beheer inhoudt en welke verantwoordelijkheden zij daarbij hebben. Het college geeft de budgethouder de

benodigde informatie tijdens het onderzoek. Daarnaast kunnen inwoners bij Per Saldo, de belangenbehartiger voor mensen met een pgb, en het servicecentrum pgb van de SVB, voorlichting en ondersteuning krijgen. Controle

Nadat de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb is toegekend, controleert het college de kwaliteit en de dienstverlening die uitgevoerd worden door middel van

heronderzoek van het pgb. Gedurende het jaar kan het college een steekproef houden bij de budgethouder door bijvoorbeeld een huisbezoek af te leggen. Hierbij wordt de inhoudelijke zorgverlening en ondersteuningsvraag met de inwoner en de pgb-

vertegenwoordiger besproken (doelmatigheid). Ook voert het college een administratieve

controle (rechtmatigheid) uit. Bij het beoordelen van de kwaliteit weegt het college mee of de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt.

Als onrechtmatig of ondoelmatig gebruik van het pgb wordt geconstateerd, kan het college besluiten om voorwaarden te stellen aan voortzetting van het pgb of de

verstrekking van het pgb te heroverwegen of eventueel in te trekken. Ook terugvorderen en opschorten van betalingen behoort tot de mogelijkheden, zie artikel 21. Artikel 14. De hoogte van een persoonsgebonden budget

Het artikel beschrijft de wijze waarop de hoogte van een pgb door het college wordt vastgesteld12.

Een op basis van deze berekeningswijze vastgesteld budget moet de inwoner in staat

stellen de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, zelf te kopen13. Het college kan een pgb weigeren voor

zover de kosten hiervan hoger zijn dan de kosten van de maatwerkvoorziening in natura14 tenzij de noodzaak voor een duurdere voorziening vaststaat.

Het college mag een lager tarief hanteren dan het gehanteerde tarief voor zorg in natura, mits dat tarief de inwoner in staat stelt om voldoende en goede maatschappelijke ondersteuning in te kopen.

Artikel 15. Kwaliteitseisen pgb

Wanneer een inwoner kiest voor een pgb, geeft het college tijdens het onderzoek een

pakket van eisen waaraan de voorziening moet voldoen. De inwoner kan op basis hiervan de voorziening aanschaffen. Als de inwoner een andere oplossing wil, kan deze daarvoor

kiezen als deze voorziening geen (andere) belemmeringen oproept. De voorziening die de inwoner aanschaft, moet wel de beperking op hetzelfde niveau compenseren zoals in het Pakket van Eisen wordt gesteld en niet slechts een deel van het probleem oplossen.

Artikel 16. Eigen bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen

Het college heft een wettelijke eigen bijdrage van een bedrag per maand voor

maatwerkvoorzieningen en pgb’s. Dit geldt ook het abonnementstarief van voor bij

verordening aangewezen voorzieningen De bijdrage wordt jaarlijks landelijk vastgesteld.

De inning gebeurt door het CAK. Alleen inwoners met een bruto-inkomen lager dan 120% van de voor hun situatie geldende bijstandsnorm hoeven geen eigen bijdrage te betalen. Hiermee houdt het CAK rekening bij de inning. Het college is niet op de hoogte van het verzamelinkomen van de inwoners.

De groepen waarvoor een eigen bijdrage verschuldigd is, zijn: •

eenpersoonshuishoudens met een inkomen van 120% of meer van het minimumloon

•

waarvan beide partners de AOW gerechtigde leeftijd hebben bereikt en een gezamenlijk inkomen hebben van 120% of meer van het minimumloon

Van een gezamenlijk huishouden is sprake als aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan: •

de inwoner verblijft met partner of huisgenoot het grootste deel van de tijd samen in een woning. Dat kan dus ook zijn als beiden wel een eigen woning hebben

•

de inwoner en partner of huisgenoot zorgen voor elkaar, financieel en/of medisch. Bijvoorbeeld bij ziekte; halen van de boodschappen of koken voor elkaar

•

inwoner en partner of /huisgenoot hebben een gezamenlijke bankrekening of zijn fiscale partners.

Inwonende volwassen kinderen en ouders tellen niet mee bij de vaststelling van een gezamenlijk huishouden.

De wet maakt een uitzondering voor de eigen bijdrage voor de kosten van (collectief) vervoer, zowel als algemene voorziening en als maatwerkvoorziening. Ook uitgezonderd van een eigen bijdrage zijn is de rolstoel.

Een te betalen eigen bijdrage wordt in de beschikking benoemd. In het geval van

voorzieningen wordt de kostprijs in de beschikking benoemd zodat inwoner zelf op de hoogte is tot welk bedrag deze de eigen bijdrage betaalt. In de verordening is bepaald (artikel 16, lid 7) hoe de kostprijs van een voorziening wordt bepaald. De wijze van

beschikbaar stellen van de voorziening speelt hierbij een rol (bruikleen/lease of koop. In het geval van diensten wordt de kostprijs niet benoemd aangezien de kostprijs altijd

hoger is dan de eigen bijdrage en geldt de eigen bijdrage zolang de inwoner gebruik maakt van de dienst.

Bij overname van een voorziening van een andere gemeente is voor het overnamebedrag een eigen bijdrage verschuldigd, voor zover de voorziening nog niet is afgeschreven.

Inwoners die gebruik maken van beschermd wonen en maatschappelijke opvang (zorg in natura betalen een inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Deze wordt geheven door de uitvoerende Centrumgemeente Delft.

Bij een verstrekking van een pgb mag de eigen bijdrage niet worden betaald uit het pgb. Bij een pgb wordt de eigen bijdrage betaald over de hoogte van de toekenning van het Pgb in het geval van materiele voorzieningen.

Voor een algemene voorziening waarbij geen sprake is van een duurzame

hulpverleningsrelatie mag het college de hoogte van de eigen bijdrage zelf bepalen tot

maximaal de kostprijs. Het college moet van iedere algemene voorziening waarvoor een eigen bijdrage wordt gevraagd de hoogte van deze eigen bijdrage in de verordening opnemen.

Vaststellen kostprijs

De wet verplicht tot het vaststellen van de kostprijs van een maatwerkvoorziening15 , een bij verordening aangewezen algemene voorziening en een algemene voorziening (artikel

2.1.4, zesde lid, van de wet). Dat kan op drie manieren en deze zijn vastgelegd in artikel 12, negende lid, onder a, en artikel 13, derde lid (door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder).

Het is van belang dat de eigen wettelijke bijdrage per maand de kostprijs van de

voorziening niet te boven mag gaan. Dit zal zeker bij de voorzieningen waar een dienst

wordt geleverd nooit het geval zijn. Het zou wel kunnen voorkomen bij een hulpmiddel of woningaanpassing. Wanneer deze in eigendom wordt verstrekt, kan er een moment

komen dat de kostprijs is betaald. Het CAK ziet toe op het niet overschrijden van de kostprijs.

De gemeente mag voor die voorziening dan geen eigen bijdrage meer heffen. Wanneer de voorziening in bruikleen of huur is verstrekt, kan de eigen bijdrage worden geheven zolang de inwoner van de voorziening gebruik maakt.

Artikel 17. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning in natura

De verordening bepaalt welke eisen het college stelt aan de kwaliteit van voorzieningen, zoals eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten16. Het college ziet toe op naleving van de kwaliteitseisen bij diensten door: • • • • •

periodieke overleggen met aanbieders; jaarlijks cliëntervaringsonderzoek; het uitvoeren van een schouw;

onderzoek uitvoeren naar behaald resultaat bij begeleiding;

zo nodig in overleg met de inwoner uitvoeren van aanvullende onderzoeken.

Artikel 18. Meldingsregeling calamiteiten en geweld

Het in dit artikel benoemde toezicht is door de gemeente regionaal geregeld via de GGD

Haaglanden.17 Het staat los van het in hoofdstuk 6 geregelde rechtmatigheidstoezicht ter voorkoming van oneigenlijk gebruik en misbruik van voorzieningen, al zijn er uiteraard wel raakvlakken en wordt er onderling samengewerkt.

Een zorgaanbieder moet direct een calamiteit melden als er iets gebeurt bij het aanbieden van hulp18. De toezichthoudend ambtenaar onderzoekt meldingen en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld.

Artikel 19. Wijzigingen, voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen

maatwerkvoorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Wmo 2015 Indien de situatie van een inwoner wijzigt, heeft deze de plicht het college hiervan

onmiddellijk op de hoogte te stellen, als de inwoner vermoedt dat dit invloed kan hebben op de verstrekte voorziening. Zo beëindigt bij overlijden het college de voorziening.

Nabestaanden zullen een overlijden ook zo snel mogelijk bij het college moeten melden.

De wet bepaalt19 dat in de verordening regels worden gesteld voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening of een pgb. Dit geldt ook voor misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet.

Een besluit, genomen op basis van deze Verordening Wet maatschappelijke

ondersteuning Midden-Delfland 2026, kan in bepaalde omstandigheden geheel of gedeeltelijk ingetrokken worden. In die situatie bestaat ook de mogelijkheid tot terugvordering, indien de voorziening zich daartoe leent Artikel 20. Opschorting betaling uit pgb

Opschorten van een pgb is een mildere variant dan beëindiging en invordering20.

Opschorting voor maximaal 13 weken21 kan ruimte geven voor herstelmaatregelen of nader onderzoek. Het college kan een dergelijk besluit alleen nemen of een dergelijk verzoek enkel doen als een ernstig vermoeden is gerezen dat: •

de inwoner onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid,

•

de inwoner niet voldoet aan de aan het persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden zoals omtrent het beheer van het pgb, of

•

de inwoner het persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruikt.

Artikel 21. Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en pgb’s

Geen toelichting Artikel 22. Rechtmatigheid en doelmatigheid

Dit artikel gaat over het bewaken van rechtmatigheid en doelmatigheid bij de uitvoering

van de Wmo, met speciale aandacht voor maatwerkvoorzieningen en pgb’s. Het doel is te

voorkomen dat voorzieningen onterecht of inefficiënt worden ingezet en om fraude tegen te gaan.

Het college neemt hiervoor verschillende maatregelen, zoals samenwerking met andere

organisaties, onderzoek bij zorgaanbieders, en het maken van duidelijke afspraken over verantwoording en controles. Ook worden indicaties regelmatig herzien en kan de

looptijd worden beperkt om beter te kunnen toetsen of de ondersteuning nog passend is.

Bij inwoners wordt actief gecontroleerd of de ondersteuning daadwerkelijk wordt geleverd en of de resultaten aansluiten bij de gestelde doelen. Voor het persoonsgebonden budget (pgb) geldt dat er vooraf extra zorgvuldig wordt gekeken naar de mogelijkheden van de

inwoner om het budget te beheren, de kwaliteit van het budgetplan en de deskundigheid van de in te zetten hulpverlener.

Artikel 23. Blijk van waardering mantelzorgers

Meerderjarige mantelzorgers van inwoners in de gemeente komen in aanmerking voor een jaarlijkse blijk van waardering, een financieel bedrag22. Welzijnsorganisaties organiseren voor minderjarige mantelzorgers jaarlijks activiteiten.

Een inwoner23 is een persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening,

maatwerkvoorziening of pgb, of door of namens wie een melding is gedaan. Het gaat dus ook om mantelzorgers van inwoners die een behoefte aan maatschappelijke

ondersteuning hebben aangemeld, ook al is daar geen voorziening op basis van deze wet uitgekomen. Voorts is de woonplaats van de inwoner bepalend, zodat het dus ook mantelzorgers kan betreffen die in andere gemeenten wonen.

De mantelzorgers kunnen als blijk van waardering ook naar de jaarlijkse viering van de week van de mantelzorg.

Artikel 23a. Tegemoetkoming meerkosten

Dit artikel bepaalt dat inwoners vanaf 18 jaar met een beperking of chronische

(psychische of psychosociale) problemen die extra kosten maken, een tegemoetkoming kunnen krijgen om hun zelfredzaamheid en participatie te ondersteunen. Een vast

onderdeel hiervan is de collectieve aanvullende zorgverzekering voor minima. Het college werkt jaarlijks in de nadere regels maatschappelijke ondersteuning uit welke

tegemoetkomingen worden aangeboden, onder welke voorwaarden en op welk moment deze verstrekt worden.

Artikel 24. Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden

Dit artikel geeft voorschriften voor de waarborging van kwaliteit bij het inschakelen van

zorgaanbieders, die namens het college ondersteuning en zorg geven. Dit betreft ook een goede prijs kwaliteit verhouding.24 De deskundigheid van de medewerkers maakt daar onderdeel van uit.25

Artikel 25. Klachtenregeling

Hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht geeft een uitvoerige regeling omtrent klachtbehandeling. Onderdeel daarvan is om na de afhandeling van de klacht de

bevoegde ombudsman te verzoeken een onderzoek in te stellen. De klachtenbepaling in de verordening is dan ook kort gehouden. Zorgaanbieders die namens het college zorg bieden, hebben een eigen klachtenregeling en procedure nodig.

De klachtenprocedure is onder meer bedoeld voor inwoners die een klacht hebben over de bejegening. Tegen de inhoud van een verleende beschikking kunnen inwoners bezwaar indienen.

Artikel 26. Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning

Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 2.1.3, tweede lid, onder e, van de wet. Het gaat om medezeggenschap van inwoners tegenover de aanbieder. In het verleden moest de

aanbieder voldoen aan de in de Wet klachtrecht inwoners en de Wet medezeggenschap

cliënten zorginstellingen (hierna: Wmcz) gestelde regels. Onder de Wmcz werd inspraak tegenover de aanbieder reeds verwezenlijkt via de cliëntenraad. Onder de Wmo 2015 is het stellen van regels geheel aan gemeenten overgelaten. In het eerste lid is dit

uitgewerkt door te bepalen dat aanbieders een regeling voor medezeggenschap dienen

vast te stellen. De aanbieder is ten aanzien van de hier in de verordening genoemde

voorzieningen verplicht een medezeggenschapsregeling op te stellen (artikel 3.2, eerste lid, onder b, van de wet).

In het tweede lid is een aantal instrumenten voor het college aangegeven om te zorgen dat de verplichting tot medezeggenschap door aanbieders goed wordt uitgevoerd. Artikel 27. Inwonerparticipatie

Dit artikel verwijst naar de inspraakverordening. Zo gelden dezelfde inspraakprocedures voor de verschillende beleidstermijnen. De inspraak geldt voor alle ingezetenen. Dit is

uitdrukkelijk de bedoeling van de wetgever, omdat iedereen op enig moment aangewezen kan raken op ondersteuning. De verordening laat het aan het college over om de exacte invulling van de medezeggenschap vorm te geven26. Artikel 28. Evaluatie

Het college evalueert het Wmo-beleid. Deze staat los van de landelijke evaluatie, die de lokaal verzamelde gegevens daarvoor kan benutten. Artikel 29. Hardheidsclausule

In de Wmo gaat het om maatwerk. Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de inwoner afwijken van de bepalingen van de verordening. Het is altijd van belang dat het college motiveert waarom in het specifieke geval toepassing van de verordening of

het beleid leidt tot gevolgen voor een inwoner die onevenredig zijn in verhouding tot de met de verordening en beleid te dienen doelen. Artikel 30. Nadere regels Geen toelichting

Artikel 31. Intrekking oude verordening en overgangsrecht Geen toelichting

Artikel 32. Inwerkingtreding en citeertitel Geen toelichting

1

CRvB 3-7-2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1362 2

Beleidsregel Beschermd wonen, Beschermd thuis (centrum)gemeente Delft, versie 23 april 2025 3

Externe link:maatwerkvoorzieningen-onder-de-wmo-of-de-wlz-overzicht-2025 (vng.nl) 4

artikel 2.3.3 Wmo 2015 5

artikel 2.3.2, negende lid, Wmo 2015

6

artikel 2.3.5, tweede lid, Wmo 2015 7

Externe link: http://www.databankinterventies.nl/interventies/interventieontmoetingscentra.html 8

Externe link:Argonaut Advies - OV-Begeleiderskaart 9

artikel 2.3.5, lid 2, Wmo 2015 10

Externe link:De PGB Test (pgb-test.nl) 11

artikel 2.3.6, vierde lid, Wmo 2015 12

zoals verplicht op grond van artikel 2.1.3, tweede lid, onder b, Wmo 2015 13

artikel 2.3.6, eerste lid, Wmo 2015 14

artikel 2.3.6, vijfde lid, aanhef en onder a, Wmo 2015 15

artikel 2.1.4a, zesde lid, Wmo 2015 16

artikel 2.1.3, tweede lid, onder c, Wmo 201517 17

Artikel 6.1, Wmo 2015 18

artikel 3.4, eerste lid, Wmo 2015 19

in artikel 2.1.3, vierde lid, Wmo 2015 20

Op grond van artikel 2.1.3, vierde lid, Wmo 2015, in combinatie met artikel 2, vierde lid, aanhef en onder e, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 21

Conform artikel 4:56 van de Awb en onder de Wlz. 22

artikel 2.1.6 van de Wmo 2015 23

artikel 1.1.1. Wmo 2015 24

Artikel 2.6.6., eerste lid Wmo 2015 25

Artikel 6.6, tweede lid, Wmo 2015 en artikel 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 26

artikel 2.1.3, derde lid, Wmo 2015

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=c8b38ff3-7685-4815-bc07-e24db01453b7