05 B Begroting 2026-2029 (23-9-2025) Definitief
Tekst van het document
Begroting 2026-2029
Begroting 2026-2029
Inhoudsopgave Aanbiedingsnota ..................................................................................................................................... 3 Begroting 2026 - 2029......................................................................................................................... 4 Leeswijzer............................................................................................................................................ 5 Financieel meerjarenperspectief ........................................................................................................ 7 Programma's ......................................................................................................................................... 18 Programma 1..................................................................................................................................... 19 Programma 2..................................................................................................................................... 24 Programma 3..................................................................................................................................... 32 Programma 4.....................................................................................................................................
49 Programma 5..................................................................................................................................... 52 Programma 6..................................................................................................................................... 59 Programma 7..................................................................................................................................... 65 Overzicht algemene dekkingsmiddelen ............................................................................................ 75 Overzicht overhead ........................................................................................................................... 81 Paragrafen............................................................................................................................................. 85 Bedrijfsvoering .................................................................................................................................. 86 Financiering ....................................................................................................................................... 92 Grondbeleid ....................................................................................................................................
103 Lokale heffingen.............................................................................................................................. 106 Onderhoud kapitaalgoederen ......................................................................................................... 116 Verbonden partijen ......................................................................................................................... 122 Weerstandvermogen en risicobeheersing ...................................................................................... 144 Wet open overheid ......................................................................................................................... 152 Recapitulatie ....................................................................................................................................... 154 Financiële begroting............................................................................................................................ 157 Bijlagen................................................................................................................................................ 200 Missie ..............................................................................................................................................
201 Staat van reserves en voorzieningen .............................................................................................. 202 Prognose verloop reserves en voorzieningen................................................................................. 208 Meerjarig investeringsoverzicht ..................................................................................................... 213 Begroting 2026 - 2029 op taakveld ................................................................................................. 218 Beleidsindicatoren .......................................................................................................................... 235
2
Begroting 2026-2029
Aanbiedingsnota
3
Begroting 2026-2029
Begroting 2026 - 2029 Inleiding Voor u ligt de Begroting 2026-2029. Deze begroting geeft uitvoering aan de kaders die u in de Kadernota 2026-2029 hebt vastgesteld en vormt het vervolg op het gesprek dat u in juni en juli dit jaar voerde over de financiële koers van onze gemeente. Wij stellen de keuzes in deze begroting voor op basis van een gedeelde koers: de ambities uit het collegewerkprogramma en de Toekomstvisie Midden-Delfland 2050 geven ons richting en houvast. Ze helpen ons de juiste dingen te doen en de focus te houden. Zoals gebruikelijk was de Kadernota primair opgebouwd uit autonome ontwikkelingen en eerder door u genomen besluiten. Omdat werd verwacht dat de bijdrage uit het gemeentefonds onvoldoende zou zijn om de toen geraamde exploitatielasten te dekken, hebben wij u aanvullend een breed pakket aan bezuinigingsopties aangeboden. Het was een flinke opgave en daarmee ook een unieke Kadernota. De meicirculaire 2025 heeft het financiële beeld vervolgens fors verbeterd. U hebt daarop met amendementen bepaald welke bezuinigingsopties u niet doorvoert en ons met enkele moties richting meegegeven. Dat gaf ons helder inzicht in wat voor de raad belangrijk is. U heeft ons hiermee duidelijke kaders meegegeven. Uw en ons uitgangspunt was: een reëel sluitende begroting voor 2026-2029. Met deze begroting geven wij daar invulling aan.
Alle jaren in het meerjarenbeeld sluiten positief af. Dat is een belangrijke stap vooruit. Tegelijkertijd is dit resultaat alleen mogelijk door de gekozen (structurele) bezuinigingen; er blijft daarom weinig ruimte voor nieuwe of extra ambities. Binnen die randvoorwaarde blijven wij werken aan wat Midden-Delfland kenmerkt en sterk maakt. Concreet betekent dit dat wij: •
de stevige sociale cohesie ondersteunen en initiatieven faciliteren die de leefbaarheid vergroten; • ons blijven inzetten voor behoud en versterking van het Bijzonder Provinciaal Landschap; • een scherp oog voor veiligheid houden; • en ons blijven inspannen om het woningtekort terug te dringen. Onze gemeentelijke dienstverlening is en blijft daarbij het uitgangspunt. Wij hebben onverminderd oog voor inwoners en ondernemers en sluiten aan bij wat er nodig is. Gehoord worden en betrokkenheid zijn hiervoor belangrijke pijlers; we blijven investeren in gesprekken, informatie en transparantie over de voortgang op de door u gestelde doelen. De gekozen koers vraagt doordachte keuzes en scherpe monitoring. Binnen programma’s is weinig ruimte om tegenvallers op te vangen. Wij presenteren u een sluitende begroting met transparante voorbehouden over de onzekerheden en risico’s die wij onderkennen. We richten ons op duurzame oplossingen binnen onze eigen mogelijkheden. Gelukkig kunnen we steunen op solide buffers, een gezond weerstandsvermogen en een ruime algemene reserve.
4
Begroting 2026-2029
Leeswijzer Leeswijzer De programmabegroting bestaat uit drie onderdelen: • de beleidsbegroting – met het programmaplan en de paragrafen; • de financiële begroting; • de ramingen en realisatiecijfers, geclusterd naar taakvelden. Deze indeling volgt de wettelijke eisen uit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Opbouw We beginnen met de uitgangspunten voor deze begroting en een samenvattend financieel overzicht voor de periode 2026–2029, met een doorkijk naar 2034. Dit staat in het Financieel meerjarenperspectief. Daarna volgt een toelichting op de zeven programma’s en de paragrafen. Hierin hebben we speciale aandacht besteed aan de keuzes die nodig waren om de begroting reëel sluitend te maken, inclusief de gevolgen en de mogelijke risico’s. Inhoud van de programma’s In de programma’s leest u wat we willen bereiken en hoe we dat gaan doen: met energie, realisme en gericht op blijvende waarde voor onze inwoners. De programma’s bevatten alle kosten die direct samenhangen met de gemeentelijke taken en activiteiten: het primaire proces. De lasten en baten van de overhead (bijvoorbeeld huisvesting, ICT en personeelszaken) zijn niet per programma toegerekend, maar apart en centraal opgenomen in een overzicht overhead.
Programma's De begroting bestaat uit zeven programma’s en twee overzichten, de indeling is als volgt: • Programma 1: Vitale dorpen in Midden-Delfland® 2025 • Programma 2: Bestuur en dienstverlening • Programma 3: Beheer, verkeer en milieu • Programma 4: Onderwijs • Programma 5: Sociaal Domein en Welzijn • Programma 6: Economische en sociale zaken • Programma 7: Ruimtelijke ordening, ontwikkeling en volkshuisvesting • Overzicht Algemene dekkingsmiddelen • Overzicht Overhead Per programma leest u het maatschappelijk doel en de koppeling met de 3 W-vragen; 'Wat willen we bereiken?', 'Wat gaan we ervoor doen?' en 'Wat mag dat kosten?'. Ook benoemen we per programma de verbinding met Cittaslow. De indeling van de programma’s is als volgt: • • •
Beleidsdoel (het gewenste maatschappelijke effect waar het programma als geheel zich op richt) Wat willen we bereiken? (Speerpunten en doelen binnen het programma) Wat is de relatie tussen Cittaslow en het beleidsveld?
5
Begroting 2026-2029 • • •
Wat gaan we daarvoor doen? (Concrete activiteiten voor 2026 om het beoogde maatschappelijk effect te bereiken. Hierin staan ook de instrumenten en kader stellende documenten) Wat is de betrokkenheid van de verbonden partijen? Wat mag het kosten? Hier leest u de financiële vertaling per programma.
Paragrafen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op een aantal financiële en bedrijfsmatige zaken, die dwars door het beleid uit de programma’s heen lopen. Deze zaken zijn: • Lokale heffingen • Verbonden partijen • Grondbeleid • Onderhoud kapitaalgoederen • Bedrijfsvoering • Weerstandsvermogen en risicobeheersing • Financiering • Wet open overheid Met de genoemde onderwerpen is een groot (financieel) belang gediend. De paragrafen geven daardoor extra informatie voor de beoordeling van de financiële positie op de korte en langere termijn.
Financiële begroting Op grond van het BBV is de gemeente verplicht een overzicht van de financiële begroting (overzicht van baten en lasten) samen te stellen. De uiteenzetting van de financiële positie en het overzicht van baten en lasten vormen samen de financiële begroting. Verder wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de Financiële structuur. Aansluitend is een toelichting op het resultaat van de primitieve begroting opgenomen.
6
Begroting 2026-2029
Financieel meerjarenperspectief In het Financieel meerjarenperspectief geven wij de uitgangspunten voor deze begroting weer. Daarnaast staan onder de kop ‘Samenvattend financieel overzicht Begroting 2026-2029’ de financiële resultaten van deze begroting. Hierin geven wij onder meer kort de mutaties weer die de grootste invloed hebben op het resultaat van de primitieve begroting. De laatste paragraaf van dit hoofdstuk bevat het financieel perspectief tot en met 2034. In de Financiële begroting gaan wij uitgebreid in op het resultaat van de primitieve begroting en de financiële structuur.
Uitgangspunten begroting Zoals vermeld in het Coalitieakkoord op hoofdlijnen 2022-2026, streven wij naar een financieel duurzaam beleid met een begroting die op lange termijn in evenwicht is. We zorgen ervoor dat structurele uitgaven worden gedekt door structurele inkomsten. Hierbij staat het principe centraal dat de gemeente het geld beheert namens de samenleving. Daarom streven we ernaar om de belastingdruk voor onze inwoners, verenigingen en bedrijven beperkt te houden. Middelen die het weerstandsvermogen en de budgetbehoefte overstijgen kunnen ingezet worden voor de samenleving. We behouden daarbij het streven naar een weerstandsvermogen met een ratio dat zich minimaal tussen de 1,0 en 1,4 (dit kwalificeert als ‘voldoende’) bevindt. Deze begroting is de uitwerking van de Kadernota 2026-2029 die u op 1 juli 2025 heeft vastgesteld. De kadernota gaf u een doorkijk naar de Begroting 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2029 en bevat zowel de kaders voor het verder uitwerken van de begroting als een vooruitblik voor de komende jaren. De Kadernota liet voor de jaren 2026, 2028 en 2029 een negatief begrotingssaldo zien, waarbij het jaar 2026 een fors nadelig saldo had. Door een kritische beoordeling van de begrotingscijfers, rekening houdend met de realisatiecijfers van afgelopen jaren, zijn we erin geslaagd de negatieve saldi terug te dringen.
Maar de uitkomsten van de Meicirculaire 2025 vielen dusdanig positief uit voor onze gemeente, dat er financiële ruimte was om enkele voorgestelde bezuinigingen terug te draaien. Dit heeft geresulteerd in een aantal aangenomen amendementen in de gemeenteraadsvergadering van 1 juli jl. Daarnaast zijn er nog enkele mutaties vanuit de organisatie aangeleverd en verwerkt in de cijfers. Het eindresultaat is een beperkt positief saldo voor 2026 en ruim positieve saldi voor de jaren 2027-2029. De sluitende begroting voor de komende jaren maakt het (vooralsnog) mogelijk om onze dienstverlening te continueren en om de voorgestelde plannen uit de kadernota en het collegewerkprogramma te realiseren. Dit wordt echter geen sinecure, omdat de lucht uit veel budgetten is geperst en nog nadrukkelijker naar de planning van de investeringskredieten is gekeken. Veel investeringskredieten zijn daardoor doorgeschoven naar latere jaren. Het kan betekenen dat er in 2026, eerder dan voorheen, noodzaak is bepaalde budgetten bij te ramen. Uiteraard zal dit via de reguliere planning-en-controlcyclus verlopen. Op basis van de huidige saldi voor de jaren 2026-2029 rekeninghoudend met de significante kostenstijging op het gebied van Jeugd, resteert een onveranderd forse opgave.
Deze opgave kan nog groter worden door onzekerheden als de economische ontwikkelingen (zoals de inflatie) en het rijksbeleid (algemene uitkering). Begrotingsadvies 2026–2029 VNG
7
Begroting 2026-2029 Achtergrond en opbouw van het advies Tijdens de Algemene Ledenvergadering van 2023 is de resolutie ‘Naar een rechtvaardig, duurzaam en solide meerjarig financieel perspectief’ aangenomen. Vervolgens bracht de VNG – voor het eerst ooit – een begrotingsadvies uit voor de meerjarenbegroting 2024–2027. Op advies van de VNGcommissie Financiën heeft het bestuur besloten dit zó vorm te geven dat ze ook gemeenten ondersteunen bij de overgang naar 2026–2029. In 2025 accentueert dit advies zich opnieuw, met twee duidelijke fases: enerzijds de interpretatie van de Voorjaarsnota, anderzijds de noodzaak om vooruit te plannen voor jaren daarna. Actualisatie op basis van de Voorjaarsnota 2025 De Voorjaarsnota 2025 biedt gemeenten enige financiële verzachting, maar geen fundamentele oplossing voor de structurele disbalans tussen taken en middelen. Naast de structurele toevoeging van € 414 miljoen vanaf 2025 voor jeugdzorg is er een incidentele injectie van ongeveer € 1 miljard toegekend voor 2026 en 2027. Tegelijkertijd blijft de aangekondigde structurele korting vanaf 2026 grotendeels intact en vanaf 2028 zijn er opnieuw forse bezuinigingen ingeboekt. Daarom adviseert de VNG gemeenten nadrukkelijk: •
2026 en 2027: maak de begrotingen zo mogelijk sluitend en breng de effecten van de kortingen helder in beeld, zowel financieel als inhoudelijk. • 2028 en 2029: neem behoedzaam stelposten op in afwachting van het (vervroegde) tweede advies van de commissie-Van Ark over de jeugdzorg. Daardoor wordt gemeenten aangeraden om de de verwachte compensatie voor tekorten in de jeugdzorg 2023–2024 (circa € 728 miljoen) als stelpost aan de batenkant op te nemen. Deze kan zowel gebruikt worden om gaten in de begroting 2026–2027 te dichten als om bij te dragen aan structurele stelselverbetering. Tijdens de Algemene Ledenvergadering van 18 juni werd bovendien een nieuwe resolutie “Jeugd” besproken, als vervolg op eerdere afspraken met het kabinet. Deze richtte zich op het verbeteren van het jeugdstelsel en het versterken van preventie. De VNG-leden stemden tijdens de ALV unaniem in met de resolutie en motie Groningen, waarin vastgelegd is dat het kabinet verantwoordelijkheid moet nemen voor een goed werkend jeugdstelsel met duidelijke financiële afspraken — ook na 2027. Belangrijke punten vanuit de resolutie zijn: • •
Extra middelen van circa € 3 miljard beschikbaar voor 2025–2027; € 728 miljoen compensatie voor tekorten in 2023–2024, met juridische stappen bij uitblijven; • Afspraken over het financiële kader ná 2027 worden geëist en bewaakt door het VNG. Kabinet en compensatie – structurele context voor 2026–2029 Het kabinet heeft – zonder nauwe afstemming met de VNG – besloten tot het voortijdig invoeren van de nieuwe bbp-gerelateerde financieringssystematiek én het definitief schrappen van de opschalingskorting. De totale compensatie voor gemeenten over de jaren 2026–2029 bedraagt per saldo circa +€ 675 miljoen bruto. Daarnaast zijn er aanvullende middelen beschikbaar gesteld voor de oplopende uitgaven in de Wmo: vanaf 2026 € 75 miljoen, oplopend naar € 300 miljoen in 2029 (via de algemene uitkering). Interpretatie en richtinggevend model – “behoedzaam en transparant” Gemeenten worden aangespoord om vanuit een behoedzaam uitgangspunt te werken: bereid stevige ombuigingen voor, maak de financiële én inhoudelijke gevolgen zichtbaar, maar zet geen onomkeerbare stappen zolang de structurele onzekerheden voortduren. Hoewel de extra middelen voor jeugdzorg en Wmo enige verlichting bieden, is er geen structurele dekking voor de ingrijpende korting vanaf 2026. Het zogeheten financiële ravijn blijft daarmee een
8
Begroting 2026-2029 serieuze bedreiging. Gemeenten wordt gevraagd hun begrotingen transparant vorm te geven, zodat duidelijk zichtbaar wordt waar structureel taken en middelen uit balans zijn. Wij nemen de adviezen van de VNG in belangrijke mate over. Het advies om de effecten van kortingen transparant in beeld te brengen onderschrijven wij, al geldt dit voor onze gemeente als een vanzelfsprekend uitgangspunt. Financiële en inhoudelijke consequenties van budgetaanpassingen lichten wij vanuit dit uitgangspunt altijd al toe. De andere adviezen hebben we deels opgevolgd of terzijde geschoven. Zo hebben wij geen rekening gehouden met de toekomstige ontwikkelingen rondom het Btw Compensatiefonds (BCF) en de onzekerheid omtrent de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Jeugdzorg en het bredere sociaal domein. Althans, we houden uiteraard rekening met de ontwikkelingen, maar ramen op dit punt geen (mogelijke) baten (of lagere/hogere lasten). Dit strookt naar ons inzicht namelijk niet met onze kaders van realistisch en behoudend begroten. Financiële kaders Voor de Begroting 2026 en MJP 2027-2029 hanteren wij de kaders zoals voorgesteld in de Kadernota 2026-2029: a) De Begroting 2026 is materieel in evenwicht (ofwel: reëel sluitend); structurele lasten worden gedekt door structurele baten.
b) Wanneer de Begroting 2026 niet sluitend kan worden, is in elk geval het begrotingsjaar 2029 materieel in evenwicht. c) Hoewel ons dit tijdelijk, vanuit het Bestuurlijk Overleg Financiële Verhoudingen (BOFv), is toegestaan zien we in principe af van het structureel inzetten van reserves voor een sluitende begroting. d) Incidentele lasten kunnen gedekt worden door incidentele baten (veelal door onttrekking aan de algemene reserve). e) Wij baseren ons in de Begroting 2026 en MJP 2027-2029 op de prijsindex uit de meicirculaire *. f) De Begroting 2026 en MJP 2027-2029 bevat geen taakstellingen of stelposten**. g) De Begroting 2026 en MJP 2027-2029 bevat in beginsel voortzetting van bestaand beleid en projecten en werkzaamheden opgenomen in het collegewerkprogramma. h) Uitgangspunt voor de OZB is een structurele opbrengststijging van 3% per jaar. *** i) Voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing stijgen de tarieven niet meer dan voor kostendekkendheid noodzakelijk.**** j) Voor de toeristenbelasting blijven de tarieven van 2025 in 2026 gehandhaafd*****: • € 1,00 per overnachting per persoon in een kampeermiddel. • € 1,50 per overnachting per persoon voor een overnachting in een inrichting niet zijnde een kampeermiddel. * Voor de prijsontwikkeling hanteren wij, indien van toepassing, het Nationale consumentenprijsindex (cpi).
Voor de loonontwikkeling hanteren wij de vastgestelde CAO. Voor de jaren erna hanteren we de loonindex vanuit de meicirculaire.
9
Begroting 2026-2029 ** Wij hanteren geen stelposten tenzij deze uitdrukkelijk als mogelijkheid aangegeven worden door bijvoorbeeld de VNG. *** Tijdens de behandeling van de Kadernota en begroting 2025 heeft de raad gesproken over het handhaven van de structurele opbrengststijging van 3%. Dit is de bestendige lijn om evenwichtige lokale lastendruk en opbrengst te bereiken. **** Voor het tarief rioolheffing 2026 betekent dit een indexering van het tarief voor 2025. Voor de afvalstoffenheffing wordt een stijging van 8% voorgesteld. ***** De raad heeft bij de invoering van de toeristenbelasting’ (onder meer) besloten dat tarieven voor 2 jaar worden vastgesteld. Daarom stellen wij u geen wijziging voor 2026. Hiermee geeft u zekerheid aan de ondernemers die de toeristenbelasting moeten incasseren en afdragen. Voor 2027 stellen wij u volgend jaar een absolute tariefstijging voor en voor 2028 en verder een indexering van de tarieven.
Verder hebben wij in de Begroting 2026-2029 de volgende algemene uitgangspunten gehanteerd: Inwoner- en woningprognose:
Bevolkingsprognose Aantal woningen Gem. bezetting Toename woningen
2025 19.423 8.145 2,38 42
2026 19.393 8.179 2,37 34
2027 19.678 8.340 2,36 161
2028 19.853 8.458 2,35 118
2029 19.876 8.504 2.34 46
Loonindexering personeelskosten Per 1 april 2025 is de nieuwe CAO-Gemeenten gestart. Deze CAO loopt tot en met 31 maart 2027. In de CAO is een structurele salarisstijging van totaal 6,7% afgesproken plus 35 euro nominaal welke stapsgewijs zal worden toegekend. Deze afspraak is verwerkt in de salarisbegroting 2026 en verder. Prijsontwikkeling Voor de prijsontwikkeling hanteren wij, indien van toepassing, de Nationale consumentenprijsindex (CPI). In de Meicirculaire 2025 is de CPI geraamd op 2,6% voor 2026. Voor 2027, 2028 en 2029 is het respectievelijk 2,3%, 2,2% en 2,2%. Deze percentages passen wij (in basis) toe in de Begroting 20262029. Hierop zijn twee uitzonderingen: als op basis van individuele afspraken een andere (of geen) index wordt afgesproken, wordt die gevolgd. Daarnaast kan het zijn dat voor specifieke taakvelden door de aanhoudende inflatie hogere indexeringen verwacht worden. In dat geval zijn de ramingen daarop gebaseerd. Op deze manier proberen we zuinig, maar reële ramingen op te nemen. Algemene uitkering In de Kadernota 2026-2029 hebben we de gevolgen van de Meicirculaire gemeentefonds 2025 opgenomen. De voornaamste onderwerpen die geleid hebben tot de financiële bijraming geven we hieronder weer voor een volledig beeld. Accres Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten.
De jaarlijkse toe- en afname van het gemeentefonds wordt het accres genoemd. In deze circulaire is een nieuwe accresraming
10
Begroting 2026-2029 opgenomen voor de jaren 2026 en verder. Daarnaast is de definitieve afrekening van de accrestranche 2025 verwerkt. Tekorten voor rekening Rijk De deskundigencommissie Van Ark adviseert om het tekort in het budget voor jeugdzorg in gelijke delen te verdelen over Rijk en gemeente. De structurele kosten voor het Rijk zijn € 414 miljoen. Voor onze gemeente betekent dit structureel een extra bedrag van € 250.076. Extra middelen gemeenten en jeugd Voor 2025 tot en met 2027 komt circa € 3 miljard cumulatief voor gemeenten beschikbaar voor jeugdzorg en voor de terugval in 2026 in het gemeentefonds. Voor 2028 en verder worden de beheersmaatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd versterkt en worden aanvullende maatregelen uitgewerkt. Hieronder volgt de uitwerking van een aantal van de (financieel) grootste onderwerpen. Demping terugval gemeentefonds 2026 Er wordt structureel € 424 miljoen beschikbaar gesteld voor de terugval in het gemeentefonds. In 2026 is het een bedrag van € 400 miljoen en voor 2030 en verder een bedrag van € 424 miljoen. Voor onze gemeente gaat het structureel om een bedrag van € 241.969. Groeipad maatregelen Hervormingsagenda Het ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda wordt verzacht. Hiervoor is in 2026 € 498 miljoen en in 2027 een bedrag van € 447 miljoen beschikbaar.
De volledige besparing van de Hervormingsagenda wordt in 2028 gerealiseerd. Voor onze gemeente betekent dit een bedrag van € 301.57 voor 2026 en 2027. Reserves en voorzieningen De provinciaal toezichthouder hanteert strikte regels ten aanzien van de inzet reserves. Dit om te voorkomen dat gemeenten in (te) hoge mate afhankelijk zijn van structurele bijdragen vanuit hun reserves om structureel en reëel evenwicht te realiseren. Conform de regels die hiervoor gelden, dekken wij in principe alleen incidentele lasten vanuit reserves. In dit kader dekken wij onderhoudslasten alleen vanuit een reserve voor zover deze incidenteel van aard zijn. Voor de dekking van enkele investeringskredieten dekken wij de kapitaallasten vanuit een zogenaamde dekkingsreserve. Dit is toegestaan zolang de volledige boekwaarde in de dekkingsreserve aanwezig is. Aan deze voorwaarde voldoen wij. Het egaliseren van tarieven is alleen mogelijk via voorzieningen. Voor de afvalstoffen- en rioolheffing volgen wij daarom deze lijn.
Samenvattend financieel overzicht begroting 2026 – 2029 De Kadernota 2026-2029 en de raadsinformatiebrief Meicirculaire gemeentefonds 2025 vormen het financiële uitgangspunt voor de Begroting 2026-2029. De Kadernota 2026-2029 bevatte de mutaties op basis van besluiten met financiële consequenties die verwerkt moesten worden, alsmede te verwachten exogene (niet-beïnvloedbare) mutaties (zoals de structurele doorwerkingen van mutaties uit de jaarrekening 2024). Deze mutaties zijn opgenomen in de bijlage bij de Kadernota 2026-2029.
11
Begroting 2026-2029
I)
II)
III)
(bedragen x € 2026 2027 2028 2029 1.000) Beginstand 2.324 2.339 2.339 2.150 begroting 20262029 Mutaties Begroting -2.331 -3.103 -2.961 -4.075 2026-2027 (Reg. mut., Meicirculaire en bezuinigingsfiches') Resultaat begroting 20262029
-7
-764
-622
-1.925
Om in aanmerking te komen voor repressief toezicht door de provincie moet de Begroting 2026 structureel en reëel in evenwicht zijn. Als dit niet het geval is, dient in het meerjarenperspectief (2027-2029) aannemelijk te worden gemaakt dat dit evenwicht alsnog tot stand wordt gebracht. Na verwerking van de mutaties resulteert een (beperkt) positief begrotingssaldo voor 2026. Hiermee voldoen we aan de begrotingsvoorwaarden van de provincie. In de opvolgende jaren 2027 t/m 2029 sluit de begroting tot nog toe (ruim) positief.
II. Mutaties begroting De ‘Mutaties begroting’ betreffen voornamelijk: Mutatie (bedragen 2026 x € 1.000) 1 Kapitaallasten 307 2 Leges -489 bouwvergunningen 3 Inhuur VTH 400 4 Sociaal domein 328 5 Verlenging lening 100 6 Incidenteel 148 traineeship 7 Dividend -680 8 Meicirculaire 2025 -1.710 Een positief bedrag is negatief voor het saldo en vice versa.
2027
2028
2029
377 -582
381 -526
-220 -500
438 290 100 90
38 208 100 0
38 278 100 0
-680 -1.791
-680 -1.301
-680 -2.215
In de Financiële begroting is een nadere toelichting op de oorzaken van het saldo van de primitieve begroting 2026 opgenomen. De afzonderlijke mutaties zijn hieronder kort omschreven en worden nader toegelicht in de verschillende programma’s. 1. De mutatie op de kapitaallasten betreft voornamelijk de structurele doorwerking van het doorschuiven, af-/bijramen en afsluiten van investeringskredieten vanuit de Jaarrekening 2024, de 2e Periodieke Begrotingswijziging 2025 (beiden vastgesteld op 1 juli 2025) en vanuit de opdracht 'weg met planningsoptimisme' voor met name de openbare ruimte. 2. Herziene raming inkomsten uit leges bouwvergunningen.
12
Begroting 2026-2029 3. Betreft incidentele inhuur i.v.m. werkzaamheden voortvloeiend uit de Omgevingswet. Deze worden grotendeels gedekt door extra leges bouwvergunningen. 4. Betreft een bijraming van zorgkosten jeugd gebaseerd op de meest recente gegevens van het Servicebureau. 5. De looptijd van een lening in het kader van erfpacht met een negatieve rente is verstreken en moet verlengd worden. De rente is nu hoger. 6. Dit betreft een incidenteel traineeship. 7. Dividend inkomsten vanuit JUVA N.V. is gestegen naar ongeveer 13 miljoen. Ons aandeel hierin is 13.6%. 8. Uitkomst van de doorrekening van de meicirculaire 2025. Salariskosten/werkgeverslasten In het Begroting en Verantwoording (BBV) wordt een algemene definitie van overhead voorgeschreven: Alle bedrijfskosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Uitgangspunt van deze definitie is dat kosten, dus ook salariskosten, zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taken/activiteiten. Voor de verdeling van de salariskosten (ook wel werkgeverslasten genoemd) over alle takenvelden in de begroting hanteren wij een verdeelmethode op basis van uren schrijven. Aan de afdelingen wordt bij het opstellen van de begroting gevraagd voor welke taken de medewerkers hun uren zullen inzetten voor het komende jaar.
De totale kosten uit de salarisbegroting worden dan gedeeld door het aantal productieve uren. De salariskosten worden op deze manier verdeeld over alle taakvelden in de begroting. Per jaar kan deze verdeling verschillen doordat er bijvoorbeeld extra inzet gepleegd wordt op een taakveld. Dit is terug te zien in de toelichting als verschuiving van werkgeverslasten. Maar heeft dus per saldo geen budgettair effect. Algemene reserve Met ingang van de Begroting 2023-2026 presenteren we, conform het voorstel van de Commissie BBV, in de begroting de werkelijke begrotingssaldi. Dus de werkelijke saldi van lasten en baten. Deze saldi worden niet meer, zoals voor die tijd te doen gebruikelijk, geëgaliseerd naar € 0 door een storting in of onttrekking aan de algemene reserve. De mutaties op de algemene reserve blijven in deze begroting daarom beperkt tot incidentele uitgaven. Het geraamde saldo van de algemene reserve op 31-12-2026 bedraagt € 8,6 miljoen. Hierbij dient te worden aangetekend dat: •
• •
Zoals hierboven benoemd, wordt het begrotingssaldo 2025 niet tussentijds onttrokken/ toegevoegd aan de algemene reserve. Dit gebeurt pas in de Jaarrekening 2025. Het begrotingssaldo 2025 bedraagt na vaststelling van de 3e Periodieke Begrotingswijziging 2025 € 0,18 miljoen. De onzekerheden ten aanzien van de structurele dekking van kosten voor onder meer jeugdzorg en de omgevingswet vangen wij nog altijd (grotendeels) zelf op in deze begroting. De algemene reserve laten wij buiten beschouwing bij het bepalen van de ratio weerstandsvermogen (zie Paragraaf Weerstandsvermogen). Daarvoor zetten wij de reserve Weerstandsvermogen (saldo € 4 mln.) in. Fluctuaties in de algemene reserve hebben zodoende geen invloed op de ratio, die nog altijd de aanduiding ‘ruim voldoende’ heeft (ratio > 2,0).
13
Begroting 2026-2029
III. Financieel perspectief tot en met 2034 Deze meerjarenbegroting beslaat de periode tot en met 2029. Naarmate we verder verwijderd zijn van het eerste jaar van de begroting, neemt de betrouwbaarheid van de schattingen af. Het verminderen van het aantal variabele kostenposten beperkt de mate van onzekerheid. Deze onzekerheidsbeperking is gebaseerd op de volgende factoren: • een goede financiële structuur, zie de Financiële begroting; • verwerking van het verloop van de afschrijvingen; • verwerking van de verwachte ontwikkeling van de OZB-inkomsten. De informatie over het Gemeentefonds is beschikbaar tot 2029 en is gebaseerd op de meicirculaire 2025 en de meest recente berekeningsgrondslagen. Voor de periode tot 2034 zijn we ervan uitgegaan dat de jaarlijkse correcties voor prijsstijgingen en salarissen gecompenseerd zullen worden door een verhoging van de uitkering uit het Gemeentefonds. Daarnaast blijft het onzeker of het Rijk de daling in de algemene uitkering vanaf 2028 in het Gemeentefonds zal compenseren. Wat betreft de kosten met betrekking tot jeugdzorg en de omgevingswet, hanteren we in de meerjarige prognose vanaf 2029 een voortzetting van het niveau van 2028. Op de lange termijn is er ook sprake van het wegvallen van overige inkomsten, met name de opbrengsten uit langlopende leningen tegen relatief hoge rentetarieven.
Bovendien zal op een gegeven moment de reserve ter dekking van de kapitaallasten van het gemeentehuis uitgeput raken, wat de noodzaak voor nieuwe manieren van dekking van kapitaallasten met zich meebrengt. Gebaseerd op deze uitgangspunten en zonder rekening te houden met mogelijke beleidsuitbreidingen of nieuw beleid, ziet het financiële vooruitzicht (het begrotingsresultaat voor de komende jaren) er als volgt uit tot en met 2034:
14
Begroting 2026-2029
Het perspectief vanaf 2026, zoals dat blijkt uit bovenstaande grafiek, is grotendeels te verklaren door de verhoging van de algemene uitkering. Onze grootste inkomstenbron en daarmee voor een groot deel bepalend voor het meerjarig perspectief. Hoewel de gemeente een stevige financiële buffer in de vorm van reserves heeft, is de inzet ervan punt van aandacht. Deze financiële buffer kan namelijk niet worden ingezet voor het realiseren van een structureel sluitende exploitatie. Overeenkomstig de uitgangspunten is aanwending van algemene reserve slechts mogelijk voor de dekking van incidentele uitgaven. Dit is voor 2026-2029 toegepast.
Overzicht structureel/incidenteel begrotingssaldo Saldo baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Geraamd resultaat
2026
2027
2028
2029
1.225.693 -1.232.554
276.590 -1.040.100
328.259 -950.659
-1.143.348 -781.650
-6.861
-763.510
-622.400
-1.924.998
Saldo incidentele baten en lasten
0
0
0
0
15
Begroting 2026-2029 Overzicht 2026 structureel/incidenteel begrotingssaldo Structureel -6.861 begrotingssaldo
2027
2028
2029
-763.510
-622.400
-1.924.998
Overzicht begrotingsresultaat Saldo lasten -/baten per programma Programma 1 Programma 2 Programma 3 Programma 4 Programma 5 Programma 6 Programma 7 Totaal van de programma's
2026
2027
2028
2029
296.389 4.446.636 6.615.467 2.006.154 13.787.168 2.653.843 266.342 30.071.998
287.689 4.466.255 6.859.746 2.101.723 13.210.950 2.526.401 395.816 29.848.579
288.689 4.438.799 6.982.405 2.148.720 13.094.632 2.500.648 323.418 29.777.310
289.689 4.543.704 7.313.768 2.165.593 13.275.483 2.377.021 394.261 30.359.519
Algemene dekkingsmiddelen Overzicht overhead Bedrag heffing Vpb Bedrag voor onvoorzien Subtotaal programma's (Incl. algemene dekkingsmiddelen, Overhead, Vpb en onvoorzien)
-40.274.504
-41.404.170
-41.740.616
-43.340.865
11.428.200 0 0
11.832.181 0 0
12.291.565 0 0
11.837.999 0 0
1.225.693
276.590
328.259
-1.143.348
-1.423.086 190.532 -1.232.554
-1.228.220 188.120 -1.040.100
-1.138.848 188.189 -950.659
-970.261 188.611 -781.650
-763.510
-622.400
-1.924.998
Reservemutaties: Onttrekking Stortingen Saldo reservemutaties
Begrotingsresultaat -6.861
Conclusie Omdat het begrotingsjaar 2026 structureel en reëel in evenwicht is, komen wij voor dat jaar opnieuw in aanmerking voor repressief toezicht door de provincie. Dit bevestigt dat onze financiële
16
Begroting 2026-2029 huishouding voor het eerstvolgende jaar op orde is. Tegelijkertijd is het meerjarenbeeld aanzienlijk verbeterd ten opzichte van eerdere ramingen. De begrotingsjaren 2027, 2028 en 2029 laten een positiever financieel resultaat zien. Waar in de Kadernota 2026–2029 nog sprake was van noodzakelijke ingrepen om het meerjarenperspectief sluitend te krijgen, is het mede dankzij de hogere (tijdelijke) tegemoetkoming vanuit het Rijk gelukt om te komen tot een structureel sluitende meerjarenbegroting. De meerjarenbegroting 2026–2029 is opgebouwd op basis van lasten en baten die onontkoombaar zijn en/of redelijkerwijs te verwachten. Daarmee is de begroting zowel reëel als volledig, en zijn er geen stelposten opgenomen*. Dat neemt niet weg dat we, wanneer nodig, snel en doelgericht kunnen handelen. Regelingen zoals bijstand of kwijtschelding blijven buiten de reguliere budgettaire kaders vallen; het betreft zogeheten open-einderegelingen. Inwoners die hier recht op hebben, kunnen hier blijvend gebruik van maken. Daarnaast zetten we sterk in op vroeg signalering en schuldpreventie, zodat we ook in financieel kwetsbare situaties tijdig de juiste ondersteuning kunnen bieden. Aan de inkomstenkant hanteren we geen aannames, maar baseren we onze ramingen op reële, onderbouwde verwachtingen.
Dit alles zorgt ervoor dat we de komende jaren financieel koersvast blijven, met ruimte voor stabiliteit, maar ook waakzaamheid ten aanzien van de nog altijd onzekere structurele financiering vanuit het Rijk. -Al met al betekent deze Begroting 2026-2029: -Positief saldo voor 2026; -Tot nog toe geen stevige begrotingstekorten vanaf 2028; -Een beperkte opbrengststijging voor de OZB met 3%; -Tariefstijging van 8% voor afvalstoffenheffing; -Middelen om de voorzieningen in deze gemeente in stand te houden en te investeren in onze organisatie en het onderhoud van onze kapitaalgoederen; -Beperkt ruimte voor structureel nieuw of intensivering van beleid, wel incidenteel; -Een voldoende financiële positie met onze solvabiliteit en ons weerstandsvermogen. Toch moet worden opgemerkt dat het Rijk nog altijd geen duidelijkheid heeft geboden over een structurele oplossing voor de gemeentelijke financiën vanaf 2028. Dit blijft een bron van onzekerheid. Om te voorkomen dat een mogelijk structureel tekort vanaf dat jaar opnieuw oploopt, biedt deze begroting beperkt ruimte voor nieuw beleid of beleidsintensiveringen. Voor incidentele uitgaven is ruimte beschikbaar, afkomstig uit het begrotingssaldo van eerdere jaren of uit aanwezige reserves. * Wij hanteren geen stelposten tenzij deze uitdrukkelijk als mogelijkheid aangegeven worden door bijvoorbeeld de VNG.
17
Begroting 2026-2029
Programma's
18
Begroting 2026-2029
Programma 1 Beleidsdoel Versterken en behouden van de kwaliteit van het open agrarisch cultuurlandschap van MiddenDelfland en de vitale dorpen in Midden-Delfland.
Wat willen we bereiken? Hernieuwde focus en energie Midden-Delfland is een groene gemeente met een unieke positie als groen gebied in een stedelijke omgeving. In de afgelopen twintig jaar is gekoesterd en ontwikkeld wat Midden-Delfland uniek maakt. Het landschap, de fijnschaligheid en de prettige manier van leven. De bevestiging van het belang van deze eigenschappen vinden wij in het Cittaslow-lidmaatschap en de toekenning van de status 'Bijzonder Provinciaal Landschap'. De kwaliteiten komen ook terug in de speerpunten van de gebiedsvisie Midden-Delfland 2025 en de Toekomstvisie 2050. Onze insteek is om met hernieuwde focus en energie, én met oog voor toekomstige generaties, samen met onze inwoners, ondernemers en verenigingen ons in te zetten voor onze dorpen, en ook met onze regionale partners voor ons bijzonder provinciaal landschap Midden-Delfland. Behouden en versterken van het waardevolle agrarische cultuurlandschap Het landschap van Midden-Delfland speelt een belangrijk rol voor een gezonde en toekomstbestendige leefomgeving van onze eigen inwoners en ook voor de regio. Midden-Delfland heeft recreatiegebieden aan de randen van steden, natuurgebieden in het zuidelijke deel en een agrarisch kerngebied. Het behoud en versterking van de kwaliteiten die hiermee samenhangen vereisen een gevarieerde aanpak waarbij de gemeente en partners van de Landschapstafel samenwerken.
Er worden verschillende programma's, projecten en initiatieven ontwikkeld om de doelen te bereiken. Het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland blijft een levendig landschap waar mensen kunnen recreëren. Het benadrukt de waarde van het open cultuurlandschap en biedt kansen voor innovatieve combinaties van erfgoed, natuur en duurzame landbouwpraktijken.. Gebiedsmarketing wordt gebruikt om het landschap en de streekproducten bekend te maken en het voortbestaan van Midden-Delfland te bevorderen. Het duurzame economische verdienmodel voor de landbouw, voornamelijk melkveehouders, in het agrarisch kerngebied is erg belangrijk. Het programma Duurzaam Boer Blijven stimuleert kringlooplandbouw en betaalde landschapsdiensten om de landbouwsector duurzaam te maken en beter aan te laten sluiten bij de stedelijke omgeving. Financiële middelen en de groei van de productie en afzet van lokaal voedsel zijn essentieel om de boeren in staat te stellen goed voor het landschap te zorgen en er meerwaarde uit te halen. Wij dragen samen met onze partners van de Landschapstafel actief bij aan de NOVEX Zuidelijke Randstad en het ZH-PLG. Samen met het BPL streven we daarbij naar het beschermen en versterken van de ruimtelijke kwaliteit en het versterken van het Midden Delfland-gebied als groenblauwe oase met natuur, duurzame landbouw en recreatie.
Het toekomstperspectief van de landbouw speelt een belangrijke rol bij het realiseren van deze maatschappelijke uitdagingen. De gemeente heeft al veel bijdragen geleverd en zal dit ook in de komende jaren blijven doen.
19
Begroting 2026-2029 Vitale dorpen Midden-Delfland heeft levendige dorpen waar men zich jong kan voelen en oud kan worden. Als Cittaslow streven we ernaar dat onze dorpen bloeiende, veilige en sociale dorpen blijven om in te leven, wonen en werken. Ons doel is om de leefbaarheid van de dorpen te stimuleren door te zorgen voor een goede balans in voorzieningen en woningen enerzijds en het behoud van het karakter van het dorp anderzijds. Dit vereist maatwerk. Den Hoorn, Maasland en Schipluiden hebben een eigen identiteit en de inwoners voelen zich verbonden met hun dorp. De uitdaging is om de identiteit en het karakter van de dorpen in het landschap te behouden, en tegelijkertijd ruimte te bieden voor vernieuwing, diversiteit en veranderende woonbehoeften van een nieuwe generatie. De visie hierop zal voor elk dorp opgesteld worden samen met inwoners, ondernemers en organisaties die een betrokkenheid hebben bij een dorp. De dorpsvisies vormen bouwstenen voor de Omgevingsvisie 2.0 Een aantal randvoorwaarden is op voorhand al te noemen, mede dankzij het participatietraject van de Toekomstvisie 2050: Wonen; behoud van jongeren door voldoende woonruimte voor jongeren, en bouwen van woningen voor ouderen zodat betere doorstroming komt en meer passende woonruimte beschikbaar komt voor jongeren en gezinnen.
Er is behoefte aan meer appartementen, sociale huurwoningen, vrije sector huurwoningen en betaalbare koopwoningen, zoals ook blijkt uit de Woonvisie 2024-2030. Voorzieningen; behoud en versterken van voorzieningenniveau , waaronder onderwijs, zorg, sport, winkels en andere plekken voor ontmoeting en dagelijkse behoeften, als fundament voor een gezonde, sociale en toekomstbestendigewoonomgeving; Dorpse sfeer; de identiteit en verbondenheid met het dorp wordt gekoesterd. Dit wordt bekrachtigd door het karakter van elk afzonderlijk dorp te behouden, realisatie van meer ontmoetingsplekken en bevordering van sociale cohesie. Daarbij krijgen de inwoners meer ruimte om bij te dragen aan hun eigen leefomgeving. Bereikbaarheid; behoud van het karakter van elk dorp en ons landschap betekent dat niet elke functie in de betreffende kern behouden of gerealiseerd kan worden. We zorgen hierom voor goede onderlinge verbindingen tussen de dorpen en met de omliggende steden. Hiertoe stimuleren wij betere wandel- en fietsverbindingen en openbaar vervoerverbindingen. Duurzaamheid; bij herstructurering van bestaande buurten en bij nieuwbouw zijn duurzame en klimaatadaptieve maatregelen vanzelfsprekend.
Omgevingsvisie 2.0 Met de opstelling van de Omgevingsvisie 2.0 wordt de ruimtelijke vertaling gemaakt van de landschappelijke kwaliteiten in een actuele regionale context en in verbinding met onze drie dorpen. Voorafgaand aan dit proces worden de Dorpenvisies vastgesteld door de raad en deze worden meegenomen als bouwsteen voor de Omgevingsvisie 2.0. We doen dit samen met betrokkenen. Dat zijn primair de inwoners maar ook ondernemers, verenigingen, organisaties, buurgemeenten en partners. We hechten immers veel waarde aan een goede relatie en communicatie met hen. De Omgevingsvisie 2.0 zal na het participatietraject uiterlijk in 2026 worden vastgesteld.
Wat is de relatie tussen Cittaslow en dit beleidsveld? Midden-Delfland is lid van de internationale beweging Cittaslow die nadruk legt op de authentieke waarden van gemeenten, op aandacht voor de kwaliteit van leven en voor eerlijk en gezond voedsel.
20
Begroting 2026-2029 Lid zijn van Cittaslow betekent voor Midden-Delfland een bewuste oriëntatie op de lokale kracht van de samenleving, fijnschaligheid, duurzaamheid vanuit een optimaal evenwicht tussen economische, ecologische en sociale aspecten en de eigen authentieke waarden. De komende jaren wordt door samenwerking met het Cittaslow-netwerk ingezet op de ‘branding’ van Midden-Delfland als ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’ met vitale dorpen.
Wat gaan we daarvoor doen? Bijzonder Provinciaal Landschap We gaan door met de ingezette lijn zoals destijds omschreven in de Gebiedsvisie Midden-Delfland 2025, de visie voor het Bijzonder Provinciaals landschap en de Toekomstvisie 2050. 1. Duurzame Landbouw: We zetten maximaal in op verdere ontwikkeling van het duurzame economische verdienmodel voor de landbouw van Midden-Delfland als drager van het waardevolle agrarische cultuurlandschap. We stimuleren en belonen kringlooplandbouw op bedrijfsniveau, we investeren in de nieuw generatie jonge boeren, we bevorderen de toekomstbestendige verkaveling van het agrarisch kerngebied, we bouwen korte ketens van duurzaam lokaal voedsel verder uit, we bevorderen het opwekken van duurzame energie op boerenerven en versterken waterkwaliteit, bodemkwaliteit en biodiversiteit in relatie tot het agrarisch bedrijf. Dit doen wij door middel van het programma Duurzaam Boer Blijven en het Grondinstrument (IODS). Wij werken komend jaar samen met de gebiedspartners aan een nieuw concept meerjarenprogramma waarin wij ruimte willen geven aan ambitieuze doelen en opgaven voor het agrarisch kerngebied van het BPL Midden-Delfland. 2. Ruimtelijke kwaliteit: We beschermen en versterken de ruimtelijke kwaliteit van het open polderlandschap samen met betrokken partijen.
Bij ruimtelijke kwaliteit gaat het om het evenwicht tussen gebruiks-, belevings-, toekomst- en herkomstwaarde – waarbij we ook anticiperen op klimaatverandering. Wij betrekken deze doelstelling bij het opstellen van ruimtelijke plannen en bij de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. 3. Bekendheid en Recreatie: Samen met betrokken partijen zorgen we ervoor dat recreatie waarde toevoegt aan het landschap, de natuur en het cultureel erfgoed in Midden-Delfland. Gezamenlijk zetten deze partijen zich in voor voldoende beheer- en ontwikkelbudget, waarmee de kwaliteit van het landschap gegarandeerd kan worden. De bekendheid van Midden-Delfland verbetert door als gemeente bij te dragen aan gebiedsmarketing. Tevens werken we in 2026 beleid verder uit voor versterking van toerisme en recreatie in MiddenDelfland en het Bijzonder Provinciaal landschap. (zie ook Programma 6, beleidsveld Economie; en programma 7, beleidsveld Ruimtelijke Ordening). 4. Biodiversiteit: We zetten in op verbetering van de weidevogelstand, de insectenstand en versterking van kruidenrijkdom. Op verschillende manieren geven we hier vorm aan. Bijvoorbeeld door het programma Duurzaam Boer Blijven (kringlooplandbouw), de deelname aan de Stichting Groenfonds Midden-Delfland en door het uitvoeringsplan voor het Bijzonder Provinciaal Landschap (bijvoorbeeld Aanvalsplan Grutto). 5.
Water en Klimaat: We zetten in op waterkwaliteit en op water vasthouden in relatie tot droogte, bodemdaling (veenoxidatie) en wateroverlast. De instrumenten die hiervoor worden ingezet zijn onder andere het uitvoeringsplan Bijzonder Provinciaal Landschap en het programma Duurzaam Boer Blijven. Tevens wordt in beeld gebracht wat de impact is van de grondwaterstand in de veenweidegebieden. 6. Energie: Wij faciliteren naast het opwekken van duurzame energie op boerenerven ook het kleinschalig opwekken van zonne-energie voor eigen gebruik op de erven van burgerwoningen en niet-agrarische bedrijven in het buitengebied met opstellingen met
21
Begroting 2026-2029 zonnepanelen op het maaiveld, mits er geen of onvoldoende mogelijkheden zijn voor het plaatsen van zonnepanelen op daken van gebouwen en de opstelling ruimtelijk en landschappelijk goed kan worden ingepast. Vitale dorpen 1. Binnen deze begroting zijn er diverse maatregelen, projecten en initiatieven die bijdragen aan het versterken van vitale dorpen. Wij werken verder aan de centrumplannen en woningbouwprojecten om de dorpen vitaal te houden. Daarnaast dragen we bij aan een rijk verenigingsleven en goede sportvoorzieningen voor een gezond en vitaal Midden-Delfland. 2. Wij faciliteren ondernemers, organisaties en verenigingen die door hun activiteiten bijdragen aan de identiteit, het voorzieningenniveau, de onderlinge saamhorigheid, de levendigheid en de leefbaarheid van de dorpen. Onder met name programma 7 vertalen we deze ambitie naar concrete doelen. 3. We starten in 2026 samen met inwoners en ondernemers met het opstellen van dorpsvisies voor: Den Hoorn, Maasland en Schipluiden.
Wat is de betrokkenheid van de verbonden partijen? De Stichting Groenfonds Midden-Delfland ondersteunt de agrarische sector door te werken aan: • instandhouding van het open agrarisch cultuurlandschap; • verbetering van de relatie stad en platteland. Bij de Coöperatie Coöperatief beheer groengebieden Midden-Delfland U.A. (CBG) werken zes gemeentelijke overheden samen om te komen tot een goed beheer van groengebieden in het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland. Staatsbosbeheer is de uitvoeringsorganisatie.
Wat mag het kosten?
Beschikbar e middelen U MiddenDelfland en Vitale dorpen I MiddenDelfland en Vitale dorpen
Rekening 2024 € 1.685.431 € 1.685.431
2025
2026
2027
2028
2029
€ 1.717.656 € 1.717.656
€ 1.116.176 € 1.116.176
€ 1.107.876 € 1.107.876
€ 1.109.276 € 1.109.276
€ 1.110.676 € 1.110.676
-€ 1.418.901 -€ 1.418.901
- € 908.387
- € 819.787
- € 820.187
- € 820.587
- € 820.987
- € 908.387
- € 819.787
- € 820.187
- € 820.587
- € 820.987
€ 266.531
€ 809.269
€ 296.389
€ 287.689
€ 288.689
€ 289.689
Wijziging budget 2026 ten opzichte van 2025 Lasten Midden-Delfland en Vitale Dorpen (€ -601.480)
22
Begroting 2026-2029 De afname van de lasten op dit taakveld is met name het gevolg van in 2025 opgenomen lasten (zie ook baten) voor de Landschapstafel Bijzonder provinciaals landschap (€ -214.000) en dorpsvisies (€ 135.000) als ook van 2024 naar 2025 doorgeschoven budget voor Economisch beleid (€ -30.000), Gebiedsmarketing (€ -20.000), gebiedsbiografie (€ -30.000) sluipverkeer A4 (€ -84.000). Het restant is een verschuiving van werkgeverslasten (€ -88.480). Baten Midden-Delfland en Vitale Dorpen (€ -88.600) De afname van de baten op dit taakveld is het gevolg van enerzijds een per 2026 hogere doorbelasting van werkgeverslasten aan de IODS middelen € 155.000) en anderzijds de raming van baten (zie ook lasten) in 2025 voor de Landschapstafel Bijzonder provinciaals landschap (€ -214.000) en vergoeding ambtelijke ureninzet Hof van Delfland Groensubsidies (€ -30.000).
Mutaties reserve
Mutaties reserve U I Totaal
Rekening 2024 € 124.000 - € 152.000 - € 28.000
2025
2026
2027
2028
2029
€0 - € 134.000 - € 134.000
€0 €0 €0
€0 €0 €0
€0 €0 €0
€0 €0 €0
Wijzigingen reserve 2026 ten opzichte van 2025 Baten € -134.000 Uit de algemene reserve werden in 2025 de volgende incidentele onttrekkingen gedaan: - Doorschuiven vervolgopdracht gebiedsmarkering € 20.000 - Doorschuiven sluipverkeer A4 € 84.000 - Doorschuiven gebiedsbiografie € 30.000
23
Begroting 2026-2029
Programma 2 Beleidsveld bestuurlijke organisatie Beleidsdoel Het hebben van een herkenbaar, toegankelijk en weerbaar democratisch bestuur, dat aanspreekbaar is op de kwaliteit van dienstverlening aan onze inwoners.
Wat willen we bereiken? Ons doel is het hebben van een herkenbaar en toegankelijk bestuur, dat aanspreekbaar is op de kwaliteit van dienstverlening aan onze inwoners. Wij streven naar het versterken van de lokale democratie en een weerbaar en integraal bestuur dat transparant werkt, draagvlak creëert en bestand is tegen ondermijning. Onze belofte voor de dienstverlening is dat iedereen zich begrepen, geholpen, betrokken en thuis voelt. Dat bereiken we door belangstelling te tonen, deskundig en gedreven te werken en altijd naar de bedoeling te handelen. Deze belofte is de toetssteen van de manier waarop wij ons werk doen. We behandelen iedereen passend en met respect. Transparantie en duidelijkheid zijn daarbij essentieel, zodat we een gemeente zijn die staat en gaat voor haar inwoners, ondernemers en bezoekers. De gemeenteraad heeft bij deze doelen een belangrijke rol. Zij is de vertegenwoordiging vanuit onze samenleving. De gemeenteraad komt maandelijks in openbaarheid bij elkaar. Daar worden financiële en bestuurlijk kaderstellende onderwerpen besproken. Inwoners en ondernemers kunnen de collegeleden aanspreken. Het college luistert naar de belangen die onder de aandacht gebracht worden vanuit de samenleving en reageert daar adequaat op.
Ons doel hierbij is dat er effectieve aandacht is voor het behoud en de versterking van de identiteit van de gemeente Midden-Delfland, haar dorpen en gemeenschappen.
Wat is de relatie tussen Cittaslow en dit beleidsveld? Kenmerkende elementen die voortvloeien uit Cittaslow zijn kwaliteit, sociale cohesie, duurzaamheid, cultuurhistorie, gastvrijheid en ondernemerschap. Deze elementen passen bij onze identiteit. Hierbij werken wij in Cittaslow Nederland vanuit de vier kernwaarden Verbinding, Identiteit, Toekomstbestendigheid en Ambitie (VITA, Italiaans voor leven) aan het versterken van de kwaliteit van leven voor onze inwoners, ondernemers en bezoekers. Het werken vanuit de kernwaarden beïnvloedt het maken van kwalitatieve keuzes binnen de andere beleidsvelden van deze programmabegroting. De lokale samenleving vormt de identiteit van gemeenschappen. Het authentieke veenweidelandschap bepaalt de identiteit van de gemeente Midden-Delfland. Behouden en versterken van de kwaliteit van het landschap is voor ons een belangrijke taak. De identiteit van de dorpen is zeer waardevol. Onze gemeenschappen zijn Cittaslow, ook als dit niet dagelijks benoemd wordt. Doel van Cittaslow is het als bestuur en organisatie verbeteren van de kwaliteit van leven en voldoen aan de behoeften van de mensen en hun leefomgeving. Dit doen we met bewuste keuzes. In de praktijk geen projecten, maar fijnschalige maatregelen die van invloed zijn op de dagelijkse sociale en leefomgeving van onze inwoners.
24
Begroting 2026-2029 Bewuste gemeenschappen houdt voor de gemeente in dat we goed afwegen welke maatschappelijke uitdaging er is en wat de daarbij doeltreffendste verbeterrichting is. Bij de oplossingsrichting wordt gekeken naar de mogelijkheden van innovatie en participatie, waarbij gestreefd wordt naar een optimaal evenwicht tussen sociale en ecologische opgaven mede vanuit een economisch-financieel perspectief. Hierbij werkt de gemeente in gezamenlijkheid vanuit de identiteit van de gemeenschappen, die is ontstaan vanuit het landschap en (cultuur)historie. Het gaat om bewustzijn waar je vandaan komt, thuis voelen en het handelen niet alleen vanuit financiën benaderen maar ook baseren op (maatschappelijke) waarden en opbrengsten. Het lidmaatschap van Cittaslow is voor de gemeente het vaandel waarbinnen deze waarden richting geven aan ons eigen handelingsperspectief.
Wat gaan we daarvoor doen? Operationeel doel om het beoogde maatschappelijk effect te bereiken We zijn een aansprekende en aanspreekbare gemeente voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. We streven vanuit een herkenbare identiteit en continuïteit naar en een sterke positie voor onze gemeente op regionaal en ook landelijk niveau. Wij doen dit vanuit de regionale samenwerking (o.a. Landschapstafel Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland, MRDH), Cittaslow en samenwerking met de provincie Zuid-Holland. De relatie met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties gaan we in samenwerking met de gemeenteraad verstevigen vanuit een vernieuwend kader voor overheids- en inwonersparticipatie. De uitwerking van de Toekomstvisie Midden-Delfland 2050 en de invoering van de Wet versterking participatie op decentraal niveau zijn daarbij kaderstellend.
Concrete doelen/acties voor 2026 Dit doen we door aanspreekbaar te zijn: • Vroegtijdig betrekken inwoners bij projecten en beleid (inwonersparticipatie) • Uitwerken en ervaring opdoen met inwoners- en overheidsparticipatie • Vertegenwoordiging van de samenleving door de raad • We zijn zichtbaar en aanspreekbaar voor de inwoners in de gemeente • Mogelijkheid om afspraken te maken • Uitvoering van Dienstverleningsprogramma 2025-2029 op basis van de dienstverleningsvisie Dit doen we door duidelijk te zijn: • We geven invulling aan onze wettelijke taken • We werken op basis van vastgesteld beleid • We gaan in 2026 door met de extra inzet op de dienstverlening Specifiek inhoudelijke doelen voor de uitvoering van dit programma zijn opgenomen in de beleidsprogramma’s van deze begroting. Rode draad hierbij vanuit de bestuurlijke organisatie is de aanpak van maatschappelijke vraagstukken vanuit het belang van de inwoners in een regionale context. De komende periode is de inzet gericht op het versterken van onze regionale positie. Hierbij moet de regionale samenwerking een meerwaarde opleveren voor de aanpak van maatschappelijke doelen en lokale opgaven. Instrumenten • • •
Beleidskader participatie en Participatieverordening Klachtenverordening Reglement van orde voor de raadsvergaderingen (spreekrecht)
25
Begroting 2026-2029 • • • • • • •
Verordening op de commissies (spreekrecht) Beleidskader communicatie Social Media Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) Fonds Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering (GGU via VNG) Cittaslow (VITA=Verbinding, Identiteit, Toekomstbestendigheid en Ambitie) Verbonden partijen (paragraaf 3.2) en informele regionale afspraken (o.a. Landschapstafel Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland, Bestuurlijk overleg ruimte Haagse regio, Bestuurlijke Tafel Wonen en Regionale Regietafel Opvang Asielzoekers Haaglanden)
Wat is de betrokkenheid van de verbonden partijen? De Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) werkt met de 21 deelnemende gemeenten aan het verbeteren van de mobiliteit en het versterken van het economisch vestigingsklimaat van de regio Rotterdam Den Haag. Naast deze formele taken vervult de MRDH ook een regionale netwerkfunctie richting provincie en Rijk (o.a. betrokkenheid bij Bestuurlijk Overleg Leefomgeving (BOL) en BO MIRT, NOVEX ZR).
Wat mag het kosten?
Beschikbar e middelen U Bestuurlijke samenwerk ing Bestuurson dersteuning raad Bestuursor ganen Burgerzake n Raad en raadcommi ssie I Bestuurlijke samenwerk ing Bestuurson dersteuning raad Bestuursor ganen
26
Werkelijk 2024 € 2.925.324 € 201.419
2025
2026
2027
2028
2029
€ 2.565.447 € 339.409
€ 2.935.184 € 370.641
€ 3.021.020 € 375.577
€ 2.953.206 € 377.877
€ 2.894.806 € 380.177
€ 276.477
€ 264.928
€ 265.293
€ 268.058
€ 270.758
€ 273.458
€ 1.001.639
€ 656.558
€ 738.037
€ 806.020
€ 783.905
€ 780.795
€ 1.080.273
€ 947.475
€ 1.168.060
€ 1.195.512
€ 1.143.113
€ 1.081.123
€ 365.516
€ 357.077
€ 393.153
€ 375.853
€ 377.553
€ 379.253
- € 469.554 €0
- € 395.123 €0
- € 493.684 €0
- € 536.301 €0
- € 498.243 €0
- € 337.438 €0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
- € 1.859
€0
€0
€0