CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Begroting Midden-Delfland 2022-2025.pdf

Gemeenteraad 9 november 2021, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Behandeling begroting 2022-202539.106 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Begroting 2022-2025

1

Inhoudsopgave Begroting 2022 – 2025 ........................................................................................................ 4 Beleidsmatig meerjarenperspectief ........................................................................................ 6 Financieel meerjarenperspectief ........................................................................................... 10 2. Programma’s.................................................................................................................. 18 Programma 1 : Vitale dorpen in Midden-Delfland® 2025....................................................... 19 Programma 2 : Bestuur en veiligheid ................................................................................. 25 Programma 3 : Beheer, verkeer en milieu .......................................................................... 29 Programma 4 : Onderwijs ................................................................................................ 42 Programma 5 : Sociaal Domein en Welzijn ......................................................................... 44 Programma 6 : Economische en sociale zaken .................................................................... 50 Programma 7 : Ruimtelijke ordening, ontwikkeling en volkshuisvesting .................................

57 Overzicht van algemene dekkingsmiddelen ........................................................................ 64 Overzicht van de kosten Overhead .................................................................................... 68 3. Paragrafen ..................................................................................................................... 72 3. 1. Lokale heffingen ...................................................................................................... 73 3. 2. Verbonden partijen .................................................................................................. 81 3. 3. Grondbeleid ............................................................................................................ 95 3. 4. Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................... 98 3. 5. Bedrijfsvoering ...................................................................................................... 102 3. 6. Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................................ 107 3. 7. Financiering .......................................................................................................... 115 4. Recapitulatie ............................................................................................................... 121 5.

Financiële begroting (overzicht van baten en lasten) ........................................................ 124 6. Bijlagen ...................................................................................................................... 143 6. 1. Missie .................................................................................................................. 144 6. 2. Staat van reserves en voorzieningen........................................................................ 145 6. 3. Prognose verloop reserves en voorzieningen 2022 – 2025 .......................................... 151 6. 4. Meerjarig investeringsoverzicht 2022 – 2025 ............................................................ 154 6. 5. Begroting 2022 – 2025 op taakveld ......................................................................... 157 6. 6. Beleidsindicatoren ................................................................................................. 162

2

3

Begroting 2022 – 2025 Geachte raad, Hierbij bieden wij u onze begroting aan. Deze collegeperiode staat in het teken van flinke financiële en inhoudelijke opgaven. De coronacrisis en de anderhalve meter-samenleving hebben impact op iedereen en ieder beleidsterrein. De maatschappelijke vraagstukken op onder meer het gebied van Jeugd, de implementatie van de nieuwe omgevingswet, de woningbouwopgave voor vitaliteit in de dorpen en de uitvoering van het landelijk Klimaatakkoord, behoeven veel aandacht en inzet. En daarnaast is het simpelweg financieel ingewikkeld; we hebben te maken met ontwikkelingen die niet of slechts zeer beperkt lokaal beïnvloedbaar zijn, maar wél bepalend zijn voor wat wij kunnen realiseren.

Ons doel Onze basistaak is om te zorgen dat het goed wonen en werken is in Midden-Delfland; wij zijn er voor onze inwoners en ondernemers. Daarnaast blijven we invulling geven aan de kernopgave van onze gemeente, voor onze eigen inwoners en voor de regio. Tot slot willen we geen ‘losse eindjes’. Onze inzet met deze begroting is om de basis op orde te hebben, zodat de nieuwe raad en het nieuwe college een frisse start hebben vanuit een gezonde positie. Zo doen we dat Financieel doen we dat door realistisch om te gaan met onze ambities. Aanvullende grote bezuinigingen voeren we echter niet door. We zijn kritisch op lastenverhoging naar inwoners, en daarmee ook kritisch op onze eigen uitgaven. Op die manier houden we Midden-Delfland sterk. We investeren in sociale cohesie. Er is afstand ontstaan in de samenleving als gevolg van corona. Daarom is het belangrijk om weer meer op zoek te gaan naar contact en verbinding met en binnen onze gemeenschap. We zorgen ervoor dat onze uitvoering op orde is. Zo kunnen we met onze reguliere voorzieningen inwoners en ondernemers helpen als de landelijke corona-steunpakketten stoppen. We blijven werken aan het versterken van ons landschap. We zijn een bijzondere gemeente met een bijzondere opdracht; een waardevol landschap behouden en ontwikkelen. We investeren ook in de kwaliteit van de leefomgeving.

Dat doen we door meer uit te geven aan onderhoud van bijvoorbeeld wegen en groen. Daarmee voorkomen we ook dat we later grotere inhaal investeringen moeten doen. Daarnaast willen we ons niveau van dienstverlening op peil kunnen houden en verbeteren en daarom investeren we onder meer in ICT. Dit draagt eraan bij dat we efficiënter, duurzamer en makkelijker kunnen blijven werken. Tot slot staan we klaar om woningen te realiseren. We hebben een flinke impuls gegeven aan de woonopgave. Er is hard gewerkt om de planvorming af te hebben. Voor ruim 550 woningen hebben we ‘harde’ plannen, en zijn we dus gereed voor de realisatie daarvan. Voor de resterende 150 woningen hebben we ‘zachte’ plannen die we komend jaar verder uitwerken. Tot slot Het aanbieden van een sluitende begroting voor zowel 2022 als voor het eind van het meerjarenperspectief is een flinke opgave geweest. Met deze begroting werken wij verder aan de realisatie van de ambities die we aan het begin van deze coalitieperiode met elkaar hebben gesteld. Tegelijkertijd dragen we zorg voor onze andere grote wens; oog voor de toekomst door financieel duurzaam op orde te zijn. We kijken uit naar het bestuurlijk debat.

Het college van burgemeester en wethouders,

Martien Born Gemeentesecretaris

Arnoud Rodenburg Burgemeester

4

Leeswijzer In het hoofdstuk Beleidsmatig meerjarenperspectief vertellen we op welke wijze het collegewerkprogramma, de kaderbrief en deze begroting met elkaar verweven zijn. Inzicht in de maatregelen om tot een sluitende meerjarenbegroting te komen, oftewel het dekkingsplan, vindt u in het Financieel meerjarenperspectief. Direct daarna volgt een toelichting op de zeven programma’s en de paragrafen. Tenslotte geven de bijlagen u zicht op onze reserves, voorzieningen en investeringen.

Procedure begrotingsbehandeling

In oktober en november behandelen we de begroting 2022-2025. Dit is de planning: Maandag 11 oktober Woensdag 20 oktober Vrijdag 29 oktober Dinsdag 9 november

Beantwoording technische vragen in een plenaire bijeenkomst. De fracties leveren uiterlijk om 12 uur hun algemene beschouwingen in. Het college geeft zijn reactie op de algemene beschouwingen. De gemeenteraad bespreekt en beslist over de begroting tijdens een openbare raadsvergadering.

5

Beleidsmatig meerjarenperspectief Al met al – en ondanks het uitstellen van projecten en andere prioritering - hebben we geconstateerd dat veel zaken in het College WerkProgramma (CWP) op schema lopen. En daar gaan we mee verder. Dit hoofdstuk legt een link tussen het collegewerkprogramma, de Kaderbrief en deze begroting. We kijken naar wat we in 2022, het laatste (gedeeltelijke) jaar in deze bestuursperiode oppakken en afronden. Dat doen wij volgens de indeling van het collegewerkprogramma: 1. Landschap 2. Duurzaamheid 3. Inwoners 4. Ontwikkeling 5. Dienstverlening Meer informatie en concrete doelen leest u in de programma’s 1 tot en met 7 van deze begroting (zie hoofdstuk 2 Programma’s).

1. Landschap Binnen dit onderdeel van het collegewerkprogramma wordt het verbeterspoor III ‘Landschap lokaal dragen’ uitgewerkt: Met de oprichting van de gemeente Midden-Delfland hebben wij de bestuurlijke opdracht meegekregen het landschap van Midden-Delfland te versterken, gedreven door trots op het cultuurhistorische landschap, de kringlooplandbouw als drager van het gebied en onze authentieke dorpen. Vanuit de regionale opgaven van leefkwaliteit en economisch vestigingsklimaat versterken we de positie van het landschap als groen gebied tussen de steden en maken het toegankelijk voor recreatie ten behoeve van inwoners van binnen en buiten de gemeente.

Wat ziet u hiervan in 2022? -

-

-

-

-

-

De komende jaren wordt verder gewerkt aan klimaatadaptatie in het landelijk gebied. In het verleden heeft het hoogheemraadschap al de nodige investeringen gedaan, de Leidraad Bodemdaling is ontwikkeld. De komende jaren gaan we verder om de kans op wateroverlast, bodemdaling, gevolgen droogte, uitstoot broeikasgassen vanuit veenbodems te beperken. Dit doen we samen met het hoogheemraadschap en de betrokken boeren. Vanuit het Bijzonder Provinciaal Landschap van Midden-Delfland wordt de komende jaren verder gewerkt aan de concretisering van de ambities uit de visie, zoals Ruimtelijke Kwaliteit, Duurzaam Boer Blijven, Water en Klimaat, Biodiversiteit en Bekendheid en recreatie en Energie. Hiertoe wordt een uitvoeringsplan geschreven. Op verzoek van de landschapstafel Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland (BPL) en de Coöperatie Coöperatief beheer groengebieden Midden-Delfland (CBG) vindt een recreatieonderzoek plaats. Dit kan gebruikt worden in het kader van het op te stellen Uitvoeringsplan voor het BPL (de concretisering van de Visie), bij inrichtingsvraagstukken voor de CBG en bij het spreiden van de bezoekers naar de minder kwetsbare deelgebieden binnen Midden-Delfland.

Samen met de gemeenten binnen de MRDH wordt gewerkt aan een optimale fietsregio door het realiseren van regionale themaroutes voor de fiets (waaronder de door Hans Horlings geïnitieerde Napoleonroute tussen Hellevoetsluis en Leiden). Op initiatief van Maassluis vinden verkenningen naar samenwerking tussen de marketingorganisaties binnen het BPL plaats. Puuur Midden-Delfland blijft zich richten op de vergroting van de naamsbekendheid van Midden-Delfland en het versterken van het bestaansrecht van agrarische en recreatieondernemers. Corona heeft flink veel consequenties gehad voor de marketingactiviteiten. De verwachting is dat in 2022 een verdere versterking van het netwerk kan plaatsvinden. Minimaal 85 partners zijn lid eind 2022. Inzet wordt gepleegd op storytelling, blogs en vlogs. Een bijdrage vanuit toeristenbelasting zou een belangrijke basisvoorwaarde zijn voor de continuïteit van de marketingorganisatie. Op basis van het recreatieonderzoek kan een nulmeting van de activiteiten van PUUUR Midden-Delfland plaats vinden. Er wordt verder gewerkt aan de implementatie van de Omgevingswet en het Digitaal Stelsel Omgevingswet.

6

2. Duurzaamheid De duurzame ambitie van de gemeente wordt verder uitgewerkt op basis van wettelijke verplichtingen. Wij werken hierbij vanuit de kaders die zijn vastgesteld in het Duurzaamheidsprogramma fysiek domein Midden-Delfland 2020-2023, hierin staan de wettelijke taken voor de gemeente. Doordat de financiële ruimte gering is zijn in deze begroting niet alle voorstellen met financiële gevolgen uit dat programma verwerkt. Bijvoorbeeld de ambitie t.a.v. circulaire economie kunnen we daardoor nu niet invullen. Wel is binnen het rioleringsfonds vanaf 2021 financiële ruimte beschikbaar voor het (laten) uitvoeren van stresstesten, het opstellen van een uitvoeringsagenda en het voeren van een risicodialoog. Dat pakken we dus ook op. Veel zaken maken ook onderdeel uit van andere programma’s zoals Duurzaam Boer Blijven en de Emissieloze Kas 2027.

Wat ziet u hiervan in 2022? De opgaven die aan alle gemeenten is gesteld vanuit het Klimaatakkoord zullen in 2022 voor ons hun uitwerking vinden in onder meer de RES als de Transitievisie Warmte (TVW). Voor de RES wordt gewerkt aan een uitvoeringsagenda, die mede afhankelijk zal zijn van de samenstelling van het nieuw te vormen kabinet. Voor de TVW geldt dat deze (mits vastgesteld door de Raad december 2021) zijn uitwerking zal krijgen in de uitvoeringsstrategie. Hierin willen we maximaal inzetten op het activeren en faciliteren van inwoners op hun eigen (vrijwillige) route langs het zgn. spijtvrije pad (samenbrengen, verbinden en ondersteunen van kleinere bewonersinitiatieven). Naar verwachting zal in 2022 ook het definitieve investeringsbesluit worden genomen m.b.t. WarmtelinQ. Daarmee zal ook het tracé bekend worden en de (on-)mogelijkheden die deze leiding voor onze gemeente kan betekenen in onze duurzame ambities. Als aandeelhouder van Juva dragen wij bij aan het tot stand komen van het Warmte Netwerk Westland, waardoor het aardgasverbruik door tuinders substantieel wordt verminderd. Ook het gebruik van zonnepanelen op daken in Harnaschpolder levert een bijdrage aan duurzame energie (gelijk aan het verbruik van ca. 6000 huishoudens)

3. Inwoners Meedoen is belangrijk. Werk speelt daarbij een belangrijke rol, zeker nu de economie zo hard getroffen is door de corona pandemie. Na het beëindigen van de diverse steunpakketten, zijn inwoners in 2022 weer aangewezen op reguliere voorzieningen. Dit vraagt een sterke uitvoering van de gemeentelijke dienstverlening op het gebied van werk, schuldhulpverlening, inkomensondersteuning voor (gewezen) zelfstandigen en bijstand. Re-integratie naar werk blijft een speerpunt voor uw college. Goed onderwijs en activering zijn onontbeerlijk. Wij ondersteunen het onderwijs extra via ons lokaal onderwijsbeleid. Wij bieden ondersteuning en zorg voor wie daarop is aangewezen. Daarbij staat voorop dat we onze inwoners ondersteunen om zelf regie en verantwoordelijkheid te nemen. Waar nodig bieden we op de persoon gerichte zorg voor een veilig, gezond en waardig leven. Voor ouderen bieden we mogelijkheden langer zelfstandig thuis te blijven wonen, verkennen we de mogelijkheid voor een woon/zorg voorziening in Den Hoorn. De landelijke trend van kostenstijging in het sociaal domein, is ook in onze gemeente al enkele jaren een realiteit gebleken. Met de ingezette maatregelen (met name door versterking van het maatschappelijk team) krijgen we geleidelijk meer grip op deze problematiek. De financiële uitdaging blijft echter enorm.

De voorliggende meerjarenbegroting is met de kennis van nu gebaseerd op een reële raming van kosten in (jeugd)zorg en ondersteuning. We blijven scherp aan de wind zeilen want de middelen zijn beperkt, mede vanwege het vooralsnog uitblijven van helderheid over structurele extra rijksmiddelen jeugd. We koppelen kunst en cultuur aan het reguliere onderwijsprogramma. Zo bevorderen we de ontwikkeling van onze kinderen. Sportverenigingen blijven we ondersteunen. We starten in 2022 met de uitvoering van de nieuwe wet inburgering, en bereiden ons voor op de doordecentralisatie van het beschermd wonen. Opvang bereiden we voor in samenhang met reeds bestaande taken, zodat burgers integraal bediend kunnen worden. Wij vinden het belangrijk dat inwoners van Midden-Delfland zich veilig voelen, en spannen ons in om de veiligheid in onze gemeente te bewaken.

7

Wat ziet u hiervan in 2022? -

-

-

-

-

Zorg en Ondersteuning - Wij leveren adequate zorg en ondersteuning aan onze inwoners. Een blijvende uitdaging binnen dit taakveld vormen de tekorten in de Rijksfinanciering van het sociaal domein. Met de regiovisie jeugdzorg, het Beleidskader Jeugd en de uitvoering van het sportakkoord en het preventie-akkoord, richten wij ons op de kracht van preventie in het sociaal domein: als we de kosten aan dure geïndiceerde zorg willen terugbrengen, zullen we moeten inzetten op preventie: het benutten van de kracht van de lokale gemeenschap, het stimuleren en aanspreken van de eigen verantwoordelijkheid en het investeren in de poortfunctie. Wij merken dat het zicht op de uitgaven aanzienlijk beter onder controle is dan voorheen. De zorg blijft op een hoog niveau maar het sturen op de kosten is een zeer belangrijk speerpunt. Onderwijs - Wij handhaven het lokaal onderwijsbeleid. Met het lokaal onderwijsbeleid geven we kinderen, extra aandacht en begeleiding. Ook worden leerkrachten ondersteund. We vinden het belangrijk om ervoor te zorgen dat kinderen zich op school goed voelen en zichzelf optimaal kunnen ontwikkelen. Hoewel we als gemeente niet alle jeugdproblemen oplossen, kunnen we wel samen met scholen ervoor zorgen dat kinderen op school de begeleiding en aandacht krijgen die ze nodig hebben. Daar gaat een positieve werking vanuit.

Met het onderwijsveld maken wij afspraken over de lokale invulling van het nationaal programma onderwijs, voor herstel en ontwikkeling van onderwijs na de coronacrisis. Veiligheid en sociale veiligheid - Wij werken met het actieprogramma Veiligheid. Dit programma richt zich zowel op de ondersteuning van landelijke thema’s en projecten als op de aanpak van gemeentelijke onderwerpen met prioriteit. Maatschappelijke voorzieningen – we geven uitvoering aan de besluitvorming ten aanzien van de herontwikkeling van de locatie Hoornbloem, waarbij we verkennen hoe we woningen voor ouderen met een zorgbehoefte kunnen realiseren. In Schipluiden zetten we volgende stappen in een passend niveau van de huisvesting van scholen en maatschappelijke voorzieningen. Als uitwerking van het verbeterspoor I ‘Samenleving rendabel stimuleren’, wordt de noodzakelijke inhaalslag in de bedrijfsvoering en de ICT voor het sociaal domein afgerond. Hiermee krijgen we meer grip, inzicht en sturingsinformatie. Op een aantal onderdelen wordt de bedrijfsvoering gezien de toegenomen taken, werkdruk en financiële verantwoordelijkheden, structureel op een steviger niveau gebracht.

4. Ontwikkeling Wij gaan onverminderd door met het realiseren van woningbouwplannen. Wij willen de vitaliteit van ons dorp waarborgen. Daar is voldoende draagkracht nodig voor het in stand houden van onze voorzieningen zoals winkels, scholen en verenigingen. Daarom hebben wij ook de stevige ambitie om 700 woningen toe te voegen in ons collegewerkprogramma opgenomen. Uitgaande van onze andere kerntaken zoals het in stand houden van het landschap en zijn de mogelijkheden voor nieuwe woningbouwlocaties beperkt. Ook de dorpse uitstraling willen we behouden. In de realisatie zit voortgang. In de afgelopen jaren zijn bijna 200 woningen gerealiseerd. Voor bijna nog eens 200 woningen zijn belangrijke stappen doorlopen in de planvorming zoals het vaststellen van bestemmingsplannen en grondverwervingen. Denkt u hierbij aan De Kreek, Maaslandse Dam, Hof van Keenenburg, Keenburg V fase 2, Equestrum en de voormalige locatie de Magneet. Daarnaast zijn wij ook nog eens aan het werk aan de planvorming van nogmaals 250 woningen in de komende jaren. Hierbij doelen wij op: Centrumplan Maasland, Maaslandse Zoom, De Kreek fase 4 (nu statushouderslocatie), Scharnier/Woudselaan en Zuidrand Schipluiden. Bij deze plannen twijfelen wij er niet aan dat deze gerealiseerd worden. Daar houden wij niet op.

Ook in 2022 werken wij nog aan aanvullende woningbouwprojecten waarvoor wij gesprekken hebben opgestart en meestal nog een initiërende fase zitten. Het onderzoek naar de Hoornbloem hebben wij al met u gedeeld. Bij de aanvullende potentiele projecten zijn we afhankelijk van grondeigenaren, ondernemers en andere initiatiefnemers. Wij blijven in de relatie met deze partijen investeren. Wij werken aan een goed woon-werkklimaat in onze gemeente. Dat doen we door het stimuleren van een gevarieerd woningaanbod en het goed ondervangen van de toename van verkeer en parkeerdruk.

8

Waar mogelijk werken wij mee aan duurzame initiatieven van ondernemers. Zo ondersteunen we onze ondernemers onder meer bij de afzet en de promotie van hun streekproducten in korte ketens. Op regionaal niveau werken we in lijn met de Human Capital Agenda en dragen we bij aan Campus en fieldlabontwikkelingen.

Wat ziet u hiervan in 2022? -

-

Onverminderd werken we in 2022 aan het stimuleren en faciliteren van grondeigenaren, ondernemers en andere initiatiefnemers om woningbouw toe te voegen zodat we nog in deze collegeperiode tot een toename van 700 woningen kunnen komen. Kansrijke en concrete plannen kunnen daarbij op onze aandacht rekenen. We houden bij ontwikkelingen op passende wijze rekening met de bereikbaarheid behoefte in de kernen en het buitengebied. We blijven actief in gesprek met ondernemers om met hen mee te denken over initiatieven die ten goede komen aan het versterken van de identiteit van Midden-Delfland.

5. Dienstverlening Op basis van de waarden van Cittaslow zijn we een gastvrije gemeente met een open oriëntatie naar onze samenleving. De snelle ontwikkelingen in de maatschappij vragen van ons een goede, veilige en flexibele dienstverlening en informatievoorziening. Wij hebben een hoge kwaliteit van dienstverlening en sturen doorlopend op het vasthouden daarvan. We volgen dit onder meer via jaarlijkse clienttevredenheidsonderzoeken in bijvoorbeeld het sociaal domein (Wmo, jeugdhulp, participatiewet). De internationale Cittaslow prijs die de gemeente heeft gekregen voor ‘Thuis in Midden-Delfland’ is een blijk van waardering voor de wijze waarop medewerkers zich inzetten om de vraag van de klant voorop te stellen. Desalniettemin blijven wij alert op verbeterpunten. We investeren daarom ook in ICT, zodat we efficiënt, makkelijk en duurzaam kunnen (blijven) werken. De concrete doelen voor brede dienstverlening aan inwoners leest u onder ‘3.Inwoners’. Hieronder leest u waar en hoe we investeren in de bedrijfsvoering om de dienstverlening op peil te houden en te kunnen ontwikkelen.

Wat ziet u hiervan in 2022? -

-

-

-

-

Zaakgericht werken – in 2021 zijn we gestart met de implementatie van een zaaksysteem, in 2022 gaan we echt van start. Door het werken met een gemeentebreed zaaksysteem staat alle informatie die hoort bij een zaak bij elkaar. Dat maakt het eenvoudiger om samen te werken, om het proces van A-Z te zien en de opvolging te kunnen volgen. Dat zorgt voor betere, completere informatie aan de klant. En maakt het mogelijk om ook sneller en effectiever mee te kunnen denken met de klant. Plaatsonafhankelijk/hybride werken – De verwachting is dat het ‘oude normaal’ als het gaat om werken op kantoor niet meer volledig terugkomt. We kijken naar een nieuwe vorm van werken met elkaar: niet meer óf-óf (óf op kantoor óf vanuit huis) maar én-én. Dat betekent dat we inzetten op ontwikkeling van de digitale werkplekken, aandacht hebben voor de werkplekvoorzieningen die nodig zijn voor thuis en duidelijke afspraken maken over onder meer bereikbaarheid. P&C-cyclus – naast dat we investeren in de bedrijfsvoering van het sociaal domein (onder ‘3. Inwoners’ genoemd) zorgen we voor digitalisering van de P&C-cyclus. Hiermee maken we het werk logischer, overzichtelijker en beter. Ook willen we bereiken dat we steeds meer ‘real time’ financiële informatie beschikbaar hebben. Dat helpt ons bij het maken van de juiste inhoudelijke keuzes. Traineeprogramma – ons traineeprogramma is succesvol.

We hebben jonge talenten in dienst genomen die tijdens hun traineeship doorgroeien op reguliere functies in de gemeente. Samen met het Jong Midden-Delfland programma zorgen we voor een gezonde opbouw van onze organisatie, boeien en verbinden we nieuwe, jonge medewerkers. In de tweede helft van 2022 starten we weer een nieuw programma. Robuuste organisatie - Om goede dienstverlening te kunnen bieden, is een robuuste organisatie nodig. Een organisatie met (eigen) medewerkers die gemotiveerd en betrokken zijn, breed inzetbaar en flexibel in denken en handelen. Afgelopen jaren hebben we de kosten voor inhuur omlaag gebracht en hebben we besparingen doorgevoerd op personeelslasten (incidenteel en structureel). In 2022 ligt de focus op het beheersbaar maken van de werkdruk en te zorgen voor een personeelsbezetting die past bij de opgaven en taken die we hebben.

9

Financieel meerjarenperspectief In het Financieel meerjarenperspectief’ geven wij de uitgangspunten voor deze begroting. Onder de kop ‘Samenvattend financieel overzicht Begroting 2022-2025’ staan de financiële resultaten van deze begroting. Daarna geven wij in de eerste paragraaf (I Mutaties begroting) kort de mutaties weer die de grootste invloed hebben op het resultaat van de primitieve begroting. In de tweede paragraaf (II Dekkingsplan) beschrijven wij de gemaakte keuzes om te komen tot een sluitende begroting. Ten slotte is in dit hoofdstuk in de laatste paragraaf het financieel perspectief tot en met 2030 weergegeven. In de Financiële begroting (blz. 126 e.v.) gaan wij uitgebreid in op het resultaat van de primitieve begroting en de financiële structuur.

Uitgangspunten begroting Zoals verwoord in de Kaderbrief 2021 is ons algemene uitgangspunt een financieel gezonde gemeente. Nu en op de lange termijn. Dat wil zeggen een positief meerjarenperspectief met structureel evenwicht, een beperkte ontwikkeling van de lastendruk voor onze inwoners en een weerstandsvermogen met een ratio dat zich minimaal tussen de 1,0 en 1,4 bevindt. Hiervoor heeft u de volgende kaders vastgesteld: a. De Begroting 2022-2025 bevat in beginsel voortzetting van bestaand beleid. b. De bezuinigingen uit de Begroting 2021-2024 (deels afkomstig uit de Begroting 2020-2023) worden voortgezet in de Begroting 2022-2025. c. We zien af van het structureel inzetten van de algemene reserve voor een sluitende Begroting. d. De zeven verbetersporen uit de Kadernota 2020 zetten wij voort in de Begroting 2022-2025. Verder hebben wij in de Begroting 2022-2025 de volgende algemene uitgangspunten gehanteerd: -

Inwoner- en woningprognose: 2019 Bevolkingsprognose 19.391 Aantal woningen 7.883 Gem. bezetting 2,46 Toename woningen

2020 19.341 7.904 2,45 21

2021 19.414 7.996 2,43 92

2022 19.545 8.100 2,41 104

2023 19.622 8.160 2,40 60

2024 19.712 8.225 2,40 65

2025 20.122 8.442 2,38 217

-

Loonindexering personeelskosten Vooruitlopend op de nieuwe cao (zie hiervoor) rekenen wij voor de ontwikkeling van de werkgeverslasten met een structurele jaarlijkse stijging van 1%.

-

Prijsontwikkeling Voor de prijsontwikkeling hanteren wij, indien van toepassing, het Nationale consumentenprijsindex (cpi). Voor 2022 is deze geraamd op 1,5%, voor de jaren erna 1,7%.

-

Reserves en voorzieningen De provinciaal toezichthouder hanteert strikte regels ten aanzien van de inzet reserves. Dit om te voorkomen dat gemeenten in (te) hoge mate afhankelijk zijn van structurele bijdragen vanuit hun reserves om structureel en reëel evenwicht te realiseren. Conform de regels die hiervoor gelden, dekken wij in principe alleen incidentele lasten vanuit reserves. In dit kader dekken wij onderhoudslasten alleen vanuit een reserve voor zover deze incidenteel van aard zijn. Bijvoorbeeld in het kader van buitengewoon onderhoud of ten behoeve van de kwaliteitsimpuls openbare ruimte. Het reguliere onderhoud scharen wij tot de structurele lasten en dekken wij dan ook vanuit structurele baten. Voor de dekking van enkele investeringskredieten dekken wij de kapitaallasten vanuit een zogenaamde dekkingsreserve. Dit is toegestaan zolang de volledige boekwaarde in de dekkingsreserve aanwezig is. Aan deze voorwaarde voldoen wij. Het egaliseren van tarieven is alleen mogelijk middels voorzieningen. Voor de afvalstoffen- en rioolheffing volgen wij daarom deze lijn.

10

Samenvattend financieel overzicht begroting 2022 – 2025 Voor de Begroting 2022-2025 vormen de jaarschijven 2022-2024 uit de Begroting 2021-2024 (gecorrigeerd met tussentijdse begrotingswijzigingen) de basis. De tussentijdse begrotingswijzigingen betreffen de afzonderlijke raadsvoorstellen uit 2021 en de periodieke begrotingswijzigingen. Hierop zijn de ontwikkelingen verzameld onder ‘I Mutaties begroting’ gemuteerd. Dit zijn voornamelijk autonome en onafwendbare ontwikkelingen. Desondanks zetten we ook in op versterking van de ambtelijke organisatie en investeren in onderhoud kapitaalgoederen om later grotere inhaalinvesteringen te voorkomen. We onderzoeken welke intensivering op samenwerking mogelijk en wenselijk is en we maken keuzes om te investeren op ICT vlak, om juist efficiënter en duurzamer werken in de toekomst te bevorderen. Voor tijdelijke projecten komen we met separate voorstellen. Het resultaat is een tekort op de primitieve begroting. Door middel van diverse maatregelen en bezuinigingsvoorstellen zijn deze tekorten verminderd (2022-2024) of weggewerkt (2025). Om in aanmerking te komen voor repressief toezicht door de provincie moet de Begroting 2022 structureel en reëel in evenwicht zijn. Indien dit niet het geval is, dient in de meerjarenbegroting aannemelijk te worden gemaakt dat dit evenwicht alsnog tot stand wordt gebracht.

Minimaal het eerste en/of het laatste begrotingsjaar in de meerjarenbegroting dient structureel sluitend te zijn, hetgeen bij ons in 2025 het geval is. Zoals blijkt uit onderstaand overzicht sluiten de Begroting 2022 en de meerjarenramingen 2023 en 2024 slechts op € 0 door een onttrekking aan de algemene reserve. 2025 sluit met een positief saldo. 2022

2023

2024

€ -203.889

€ -43.022

€ -29.303

N.v.t.

I Mutaties begroting

-1.190.390

-1.335.476

-1.351.772

124.690

Saldo Begroting 2022-2025

-1.394.279

-1.378.498

-1.381.075

124.690

II Dekkingsplan (netto)

996.000

719.000

926.500

164.000

Algemene reserve

398.279

659.498

454.575

0

0

0

0

288.690

Saldo begroting 20222025 (incl. PBW 1 en 2)*

Resultaat Begr. 2022-2025

2025

Een positief bedrag betekent een voordelig resultaat. * Inclusief structurele doorwerking mutaties eerste en tweede periodieke begrotingswijziging 2021. In de paragrafen I en II informeren wij u op welke wijze de begroting 2022-2025 tot stand kwam en vertellen wij welke overwegingen daarbij leidend waren.

I. Mutaties begroting De ‘Mutaties begroting’ betreffen de mutaties ten opzichte van de gecorrigeerde begrotingsaldi 2022-2024. Dit zijn de saldi uit de Begroting 2021-2024 gecorrigeerd met begrotingswijzigingen, zoals de periodieke begrotingswijzigingen. De voornaamste oorzaken van de ‘Mutaties begroting’ in 2022 zijn: a. Doorwerking Algemene uitkering op basis van Meicirculaire 2021 b. Inzet tijdelijk personeel ten behoeve van RO en BWT c. Hogere personeelskosten (door premiestijging en loonontwikkeling) d. Kwaliteitsimpuls onderhoud openbare ruimte + beheerplannen O.W. e. Hogere kosten Sociaal Domein (Jeugdzorg, WMO) f. Hogere kosten sociale uitkeringen In de Financiële begroting is een nadere toelichting op de oorzaken van het saldo van de primitieve begroting 2022 opgenomen.

11

II. Dekkingsplan Algemeen Het resultaat van de primitieve begroting was voor alle jaren negatief. Door aanvullende maatregelen, aanpassingen van de ramingen en/ of de inzet van reserves ter dekking van incidentele uitgaven hebben wij het tekort voor 2025 om kunnen buigen. Voor 2022-2024 hebben we de tekorten terug kunnen dringen. In onderstaand overzicht staan alle aanvullende maatregelen, aanpassingen van de ramingen en/ of de inzet van reserves die leiden tot de verbeterde saldi. Totaal voorstellen 1 2 3 4 5 6 7

8 9 10 11

Reserve openbare ruimte Risicoreservering Jeugdzorg Maatschappelijk team Reserve BUIG Herijking gemeentefonds Anterieure overeenkomsten Middelen NPO Incidentele dekking via reserve: Onderhoud kapitaalgoederen Kosten BUIG Compensatieregeling oud papier Incidentele bijramingen

2022 € 75.000 € 100.000

€ 376.000 € 100.000

2023

2024

2025

€ 75.000

€ 100.000 € 305.000

€ 200.000 € 300.000 € 200.000

€ 200.000 € 75.000 € 70.000

€ 169.000 € 50.000 € 20.000

€ 161.500 € 25.000 € 40.000

€ 164.000

1. Reserve openbare ruimte In de Begroting 2021-2024 is een storting geraamd in de nieuw gevormde reserve onderhoud kapitaalgoederen van € 75.000 voor de jaren 2021-2023. Door de storting van € 1,7 mln. vanuit de dekkingsreserve (zie onder punt 8) kunnen de jaarlijkse stortingen van € 75.000 teruggedraaid worden. Ook is in de begroting extra ruimte voor areaaluitbreiding verwerkt 2. Risicoreservering Jeugdzorg Binnen het budget 2022 voor jeugdzorgkosten hebben wij een risicoreservering opgenomen van € 100.000. Op basis van de geactualiseerde ramingen voor 2022 kan deze risicoreservering vervallen. Ook omdat dit risico voor 2022 is te ondervangen vanuit het gemeentelijk weerstandsvermogen. Daarnaast verwachten wij nog aanvullende maatregelen vanuit het Rijk tot kostenbeheersing en/of rijksbijdragen voor Jeugdzorg. 3. Maatschappelijk team In de raming voor de jeugdzorgkosten hebben we voor de jaren 2022-2024 € 200.000 per jaar opgenomen voor preventieve inzet/zorg vanuit het maatschappelijk team. Door de onzekerheid ten aanzien van de rijksmiddelen voor dit doel stellen wij voor deze budgetten te beperken tot de jaren 2022 en 2023. Gedurende de periode tot 2024 zijn er voldoende momenten om te bezien of verlenging nodig is en of inmiddels duidelijkheid bestaat ten aanzien van de rijksmiddelen. 4.

Reserve BUIG In de Begroting 2021-2024 hebben wij een dotatie aan de Reserve BUIG opgenomen voor de jaren 2023 en 2024 van € 345.000 respectievelijk € 645.000. Met name de storting in 2024 legt een fors beslag op de beschikbare middelen, zodat we voorstellen deze storting te verlagen met € 300.000 tot € 345.000. Deze aangepaste reserveopbouw volstaat om de geraamde onttrekkingen aan de reserve op te vangen en past bij de voorwaarden waartegen de reserve vorig jaar in het leven is geroepen. Desondanks neemt de mogelijkheid om fluctuaties op te vangen wel af. Temeer omdat de budgetten voor de BUIG scherp geraamd zijn, is en blijft dit een punt van aandacht. 5. Herijking gemeentefonds In de Kadernota 2020 schreven wij al over de aangekondigde herijking van het gemeentefonds. Destijds was onze verwachting op basis van de criteria die bij deze herverdeling gehanteerd worden (grootte, ligging en eigen middelen) dat de uitkering aan Midden-Delfland lager zou worden. Op grond van deze verwachting namen wij in de Begroting

12

2021-2024 een korting op het gemeentefonds op van € 100.000 in 2023 en € 200.000 in 2024. De beheerders van het gemeentefonds stuurden 9 juli 2021 het aangepaste voorstel voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds naar de Tweede Kamer. Het verdeelvoorstel is nadien geactualiseerd (van 2017 naar 2019). Deze actualisatie gaf weliswaar geen aanleiding het verdeelvoorstel te herzien, maar leidde wel weer tot nieuwe uitkomsten voor de individuele gemeenten. De volgende stap in dit proces is een bestuurlijke consultatie door de fondsbeheerders van de voorstellen om tot een gedragen advies te komen. Gezien de wisselende uitkomsten van de actualisatie en de weerstand van de nadeelgemeenten tegen het voorstel is het nog ongewis waar de herijking toe gaat leiden en wat de uiteindelijke consequenties worden per de invoeringsdatum (voorzien voor 1 januari 2023). Provincie Zuid-Holland stelt ten aanzien van het verwerken van de uitkomsten van de herijking van het gemeentefonds dat het op dit moment zeer voorbarig is om te gaan anticiperen op deze herverdelingseffecten, zeker op de voordelen. Wij volgen deze lijn en hoewel de herijking ongetwijfeld financiële consequenties gaat hebben voor onze gemeente lopen we hier in deze begroting niet op vooruit. De korting zoals verwerkt in de Begroting 2021-2024 is in deze begroting daarom teruggedraaid. 6.

Anterieure overeenkomsten Deze begroting bevat een tijdelijke bijraming (2022 en 2023) van de kosten voor externe inzet op het gebied van Ruimtelijke Ordening. Zoals vermeld in de Paragraaf Grondbeleid verhalen wij in geval van faciliterend grondbeleid kosten in beginsel op de initiatiefnemers. Het uitgangspunt voor 2022 is dat we 80% van de kosten die we maken terugverdienen middels het kostenverhaal dat geregeld is via een anterieure overeenkomst (of exploitatieplan). 7. Middelen NPO Het Nationaal Programma Onderwijs (zie beleidsmatig meerjarenperspectief) is een investeringsprogramma van het kabinet voor de komende 2,5 jaar om de gevolgen van de coronacrisis voor leerlingen op te vangen. In totaal wordt hierbij € 8,5 miljard euro geïnvesteerd. Voor gemeenten is een totaalbedrag van € 346 miljoen opgenomen. Het aandeel voor gemeente Midden-Delfland bedraagt circa € 350.000. Aangezien wij al ingezet hebben op versterking van het Maatschappelijk team stellen wij voor vanuit dit bedrag € 100.000 in te zetten als tijdelijke dekking in 2022 van tijdelijke kosten. Het gaat daarbij om aanvullende interventies of extra beschikbaarheid van zorg op school naast de reguliere verantwoordelijkheden en inzet van de gemeenten voor de jeugd (vanuit de Jeugdwet). Voor de resterende € 250.000 ontwikkelen we dit najaar plannen voor de resterende looptijd van het programma. 8.

Onderhoud kapitaalgoederen Zie ook punt 1. Conform het voorstel in de Kaderbrief stellen wij voor een bedrag van € 1,7 mln te storten in de bestemmingsreserve Onderhoud Kapitaalgoederen. Vanuit deze reserve kan over een periode van tien jaar een kwaliteitsimpuls worden gegeven aan het beheer en onderhoud van de openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen. Voor 2022 stellen wij voor een bedrag van € 0,2 mln. vanuit deze reserve in te zetten ter dekking van kosten voor het actualiseren van meerjarige beheer- en onderhoudsplannen van de kapitaalgoederen. Daarnaast maken wij vanuit dit budget een eerste slag ten aanzien van de kwaliteitsimpuls van beheer en onderhoud op wegen en openbaar groen. Met het instellen van deze reserve zullen ook mogelijke overschotten in de jaarrekeningen op dit terrein kunnen worden gestort in de reserve en daarmee behouden blijven voor de beoogde doelstelling. Tegelijkertijd wordt een oplopend bedrag in de meerjarenbegroting opgenomen om het hogere onderhoudsniveau te kunnen continueren. 9. Kosten BUIG Zie ook punt 4. Genoemde bedragen onttrekken wij van 2022-2024 aan de reserve BUIG om fluctuaties op te vangen. Vooralsnog gaan we in de ramingen uit van een stabiel verloop van de geraamde uitgaven (geen stijging). 10.

Compensatieregeling oud papier Op basis van een compensatieregeling krijgen verenigingen een vergoeding voor het wegvallen van inkomsten vanuit papierinzameling na invoering van de zijbelading. In 2021 is het eerste deel van de compensatie uitgekeerd. In 2022, 2023 en 2024 keren wij vanuit de algemene reserve de laatste tranches van deze regeling uit.

13

11. Incidentele bijramingen Ter dekking van diverse incidentele bijramingen stellen wij dekking voor vanuit de algemene reserve. Het betreft hier onder meer kosten voor de Visie 2040 en de overdracht van archiefstukken naar de archiefbewaarplaats in Delft. Algemene reserve Met voorliggende voorstellen is de begroting 2025 sluitend. Voor 2022, 2023 en 2024 is er sprake van een tekort. Deze bedragen onttrekken wij aan de algemene reserve. Voor 2022 was in de Begroting 2021-2024 een onttrekking aan de algemene reserve voorzien van € 603.428. Als gevolg van de voorgestelde maatregelen kan deze onttrekking verlaagd worden tot € 398.279. Voor 2023 en 2024 bedragen de tekorten € 659.498 respectievelijk € 454.575. Deze bedragen leiden tot een additionele onttrekking aan de algemene reserve van € 1.114.073. Samen met de overige onttrekkingen aan de algemene reserve, bijvoorbeeld voor de Compensatieregeling oud papier en de dekking van incidentele bijramingen, wordt in deze begroting een bedrag van € 1.512.352 onttrokken aan de algemene reserve. Hierdoor sluit deze per eind 2025 op € 2.542.838. Hierbij plaatsen we wel enkele kanttekeningen: -

De toevoeging aan de algemene reserve van het positieve saldo van de 3e Periodieke Begrotingswijziging 2021 ad € 608.758 is nog niet in dit saldo verwerkt.

-

De totale onttrekking aan de algemene reserve ad € 1.512.352 heeft betrekking op de jaren 2022-2024, voor 2025 is geen onttrekking voorzien (zie ook onder III. Financieel perspectief tot en met 2030).

-

De onzekerheden ten aanzien van de structurele dekking van kosten voor onder meer jeugdzorg en de omgevingswet vangen wij (grotendeels) zelf op in deze begroting. Dit betekent dat wij de lasten zo reëel mogelijk ramen en slechts de baten opnemen voor zover dit is toegestaan (zie ook onder III. Financieel perspectief tot en met 2030).

-

De algemene reserve laten wij buiten beschouwing bij het bepalen van de ratio weerstandsvermogen (zie Paragraaf Weerstandsvermogen). Daarvoor zetten wij de reserve Weerstandsvermogen (saldo € 4 mln.) in. Fluctuaties in het vermogen hebben zodoende geen invloed op de ratio, die nog altijd de aanduiding ‘uitstekend’ heeft (ratio > 2,0).

-

Door inzet van incidentele middelen vanuit de reserve(s) zetten wij in op een kwaliteitsimpuls op het beheer en onderhoud voor onder meer wegen, openbaar groen en gemeentelijke gebouwen. Zoals voorgesteld in de Kaderbrief 2021 bevat de Begroting 2022-2025 naast deze incidentele ‘inzet’ een structurele en progressieve bijraming op de betreffende budgetten.

III. Financieel perspectief tot en met 2030 Deze meerjarenbegroting loopt tot en met 2025. De betrouwbaarheid van de ramingen neemt af naarmate het begrotingsjaar verder af ligt van het eerste jaar. Afname van het aantal variabele posten beperkt de mate van onzekerheid. Deze beperking van de onzekerheid is gevoed door: - een goede financiële structuur, zie de Financiële begroting; - verwerking van het verloop van de afschrijvingen; - verwerking van de verwachte ontwikkeling van de OZB-inkomsten. De informatie over het Gemeentefonds loopt tot 2025 en is gebaseerd op de meicirculaire 2021 en de meest actuele berekeningsmaatstaven. Voor de doorkijk tot 2030 gaan wij ervan uit dat de jaarlijkse correctie voor de prijzen en de salarissen gecompenseerd wordt door een verhoging van de uitkering uit het Gemeentefonds. In de ontwikkeling van het Gemeentefonds is zoals aangegeven ook nog geen/onvoldoende rekening gehouden met mogelijke effecten van de herverdeling, ontwikkeling van het accres en mogelijke rijksbezuinigingen. Ook is er op rijksniveau nog discussie over o.a. de opschalingskorting in het Gemeentefonds; mogelijk dat ook hierdoor nog wijziging (ten voordele) kan optreden. In het Financieel perspectief hebben we wel rekening gehouden met de kwaliteitsimpuls op het beheer en onderhoud voor onder meer wegen, openbaar groen en gemeentelijke gebouwen.

Het gaat hier om een structurele en progressieve bijraming op de betreffende budgetten. Voor de kosten in het kader van jeugdzorg en de omgevingswet hanteren we in het meerjarenperspectief vanaf 2026 een voortzetting van de jaarschijf 2025. Dit betekent dat ook in

14

de jaren erna wij rekenen met een onvolledige rijksvergoeding voor de kosten die wij maken. Het tekort komt daarmee voor eigen rekening. Ook is op de langere termijn sprake van het wegvallen van overige inkomsten (vooral opbrengsten uit langlopende leningen tegen relatief hoge rentepercentages). Daarnaast is op enig moment de reserve ter dekking van de kapitaallasten van het gemeentehuis uitgeput, waardoor ruimte voor nieuwe kapitaallastendekking nodig is. Onzekerheid bestaat ook bij de ontwikkeling van de dividendopbrengsten, waar nog geen rekening is gehouden is met terugloop. Met deze elementen is nog onvoldoende rekening gehouden in dit financieel meerjarenperspectief, omdat de gevolgen (deels) buiten de hier gepresenteerde scope valt. Op basis van deze uitgangspunten ziet het financieel perspectief (= resultaat begroting voor de betreffende jaren) tot en met 2030 er als volgt uit:

Financieel perspectief

500.000 400.000 300.000 200.000 100.000 0 -100.000

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

-200.000 -300.000 -400.000 -500.000 -600.000 -700.000 -800.000

Het verbeterde perspectief vanaf 2025, zoals dat blijkt uit bovenstaande grafiek, is grotendeels te verklaren door het wegvallen van incidentele lasten in de jaren 2022-2024. Het betreft hier onder meer de stortingen in de reserve BUIG en de tijdelijke maatregelen die zijn getroffen om de stijgende kosten in het sociaal domein in te dammen. Het verbeterde perspectief blijkt ook uit het feit dat voor de jaren 2022-2024 een onttrekking aan de algemene reserve is geraamd van € 1.512.352 om op € 0 te sluiten. Voor 2025 hoeft in het geheel geen beroep te worden gedaan op de algemene reserve. En hoewel de gemeente een stevige financiële buffer in de vorm van reserves heeft, is de inzet ervan punt van aandacht. Deze financiële buffer kan namelijk slechts beperkt worden ingezet voor het realiseren van een structureel sluitende exploitatie. Overeenkomstig de uitgangspunten is aanwending van algemene reserve slechts mogelijk voor de dekking van incidentele uitgaven. Dit is voor 2022-2024 toegepast.

15

Overzicht structureel/ incidenteel begrotingsaldo

2022

2023

2024

Saldo baten en lasten

-1.992.964

-1.620.882

-1.398.399

-802.408

Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Geraamd resultaat

1.992.964

1.620.882

1.398.399

1.091.098

0

0

0

288.690

Saldo incidentele baten en lasten

260.000

254.000

-122.000

-14.000

-260.000

-254.000

122.000

302.690

2022

2023

2024

2025

Structureel begrotingsaldo

2025

Overzicht begrotingsresultaat

Saldo lasten -/- baten per programma 1

532.456

535.832

539.267

542.760

2

3.254.754

3.267.617

3.111.476

3.104.430

3

4.606.875

4.793.039

4.969.352

5.085.769

4

1.605.269

1.560.712

1.447.165

1.455.112

5

12.280.713

12.236.162

12.069.546

12.045.838

6

2.129.078

1.663.909

1.766.672

1.672.474

7

105.183

256.345

617.957

622.407

Totaal van de programma's

24.514.328

24.313.617

24.521.434

24.528.790

Algemene dekkingsmiddelen Overzicht overhead

-30.832.656

-30.862.034

-31.406.179

-32.180.006

8.305.292 0

8.163.300 0

8.277.145 0

8.447.624 0

Bedrag voor onvoorzien

6.000

6.000

6.000

6.000

Subtotaal programma's (incl. alg. dekkingsmiddelen, overhead, Vpb en onvoorzien)

1.992.964

1.620.882

1.398.399

802.408

Onttrekkingen

3.791.525

2.018.414

1.795.510

1.142.803

Stortingen

1.798.561

397.531

397.121

51.705

1.992.964 0

1.620.882 0

1.398.399 0

1.091.098 288.690

Bedrag heffing Vpb

Reservemutaties:

Saldo reservemutaties

16

Conclusie

In de Kaderbrief 2021 schreven wij al bij het ‘Algemeen financieel beeld’ dat na financieel moeilijke jaren en met nog altijd onzekere vooruitzichten het scherp aan de wind zeilen blijft voor de gemeente Midden-Delfland (en overigens voor het grote merendeel van gemeenten). Weliswaar slaagden we er de afgelopen jaren in een sluitende begroting vast te laten stellen, maar dit was zeker geen sinecure. Voor de Begroting 2022-2025 gold dit eveneens, maar met de voorgestelde maatregelen alsmede de voorzichtige, terughoudende opstelling ten aanzien van de gemeentelijke financiën is er sprake van een voldoende solide financiële structuur (zie ook Financiële begroting). Zeker omdat de ramingen reëel zijn, we veel ‘pijn’ (storting in reserve BUIG, maatregelen jeugdzorg, etc.) in de eerste begrotingsjaren hebben genomen en er toch een positief meerjarenperspectief is. Desondanks moeten we waakzaam zijn en blijven, omdat onze financiële positie als gevolg van diverse ontwikkelingen onder druk blijft staan. De invoering van de omgevingswet, de uitvoering van het landelijk Klimaatakkoord, landelijke loonafspraken en de (nog altijd) ontoereikende budgetten vanuit het Rijk voor overgenomen zorgtaken zijn daarop van invloed. Het proces om te komen tot een sluitende begroting is niet makkelijk geweest, maar heeft wel geleid tot een sluitende begroting voor de jaren 2022-2025.

Hiervoor is voor 2022-2024 wel een incidentele aanwending van de algemene reserve nodig. Dit is bereikt door enerzijds uit te gaan van ervaringscijfers uit voorgaande jaren en reële ramingen voor het sociaal domein en anderzijds kritisch te zijn bij het ramen van de budgetten in combinatie met een pakket aan maatregelen. Door deze handelwijze zijn wij er in geslaagd een begroting te presenteren waarin: - de stijging van de OZB-opbrengsten (en dus lasten voor de burger) in 2022 beperkt worden tot 3% (met de oude systematiek had dit op kunnen lopen tot 10%); - de tarieven voor afvalstoffenheffing en rioolheffing verlaagd worden met 4% respectievelijk 8% - de voorzieningen in deze gemeente in stand blijven en we investeren in onze organisatie en het onderhoud van onze kapitaalgoederen; - de essentie van ons collegewerkprogramma overeind blijft; - we een solide financiële positie houden met onze solvabiliteit en ons weerstandsvermogen.

17

2. Programma’s

18

Programma 1 : Vitale dorpen in Midden-Delfland® 2025 Beleidsdoel Versterken en behouden van het open agrarisch cultuurlandschap van Midden-Delfland en de kwaliteit van de vitale dorpen en de buurtschappen in Midden-Delfland.

Wat willen we bereiken? Gewenst maatschappelijk effect Midden-Delfland is nu en in de toekomst een vitaal landschap, met een agrarisch en recreatief karakter. De ‘koe in de wei’ is en blijft het symbool voor een grondgebonden veehouderij. De ‘Grutto in de wei’ staat voor een natuurlijk landschap met kansen voor weidevogels. Uit meerdere studies, waaronder die van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) blijkt dat het Bijzonder Provinciaal Landschap van Midden-Delfland een belangrijke pijler is voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat van de regio en het leefklimaat van haar inwoners. Het landschap van Midden-Delfland draagt daarnaast haar steentje bij aan de regionale economie in de vorm van voedselproductie vanuit korte ketens, een steeds verder ontwikkelde sector van ‘hospitality’ en andere vormen van dienstverlening aan het stedelijk gebied. In de visie Midden-Delfland® 2025 zijn de centrale thema’s vastgelegd. Het inspelen op economische uitdagingen en de veranderende behoeften vanuit steden binnen de MRDH vraagt flexibiliteit van het gebied, haar ondernemers c.q. veehouders en ons bestuur. Het gebied Midden-Delfland is groter dan de gemeente.

De belangen van het gebied vragen een passende regionale positionering om goede invulling te kunnen geven aan de ruimtelijke inpassing van maatschappelijke vraagstukken (verstedelijking, biodiversiteit, vrije tijdseconomie, klimaat, energie en circulaire economie). Midden-Delfland werkt, onder meer met het geld dat is ontvangen ter compensatie van de aanleg van de A4, aan optimalisering van eigendommen in het buitengebied (grondruil), aan verbetering van landschapskwaliteit en aan bedrijfsmatige vernieuwing (innovatie) die inspeelt op de economische kansen voor Midden-Delfland. Samenwerking en draagvlak bij bestuurders in de regio en maatschappelijke organisaties zijn daarbij belangrijk. Vanuit de MRDH worden de mogelijkheden voor financiering ten behoeve van investeringen in onderhoud, exploitatie, toezicht en beheer van groene en blauwe gebieden in onder meer het Bijzonder Provinciaal Landschap onderzocht. In aanvulling hierop onderzoeken we of het invoeren van toeristenbelasting in Midden-Delfland een bijdrage kan leveren aan ons landschap, zowel wat de naamsbekendheid als de bovengenoemde investeringen. De inwoners van de dorpen Den Hoorn, Maasland, Schipluiden en de buurtschappen vormen met elkaar een gemeenschap waar persoonlijk contact centraal staat.

Een dynamische en gastvrije gemeenschap die levenskracht uitstraalt en waar ondernemers een belangrijke plek innemen en bezoekers van harte welkom zijn. De dorpen beschikken over basisvoorzieningen op de terreinen van wonen, zorg en welzijn. Midden-Delfland is lid van de internationale beweging Cittaslow die nadruk legt op de authentieke waarden van gemeenten, op aandacht voor de kwaliteit van leven en voor eerlijk en gezond voedsel. Lid zijn van Cittaslow betekent voor Midden-Delfland een bewuste oriëntatie op de lokale kracht van de samenleving, fijnschaligheid, duurzaamheid vanuit een optimaal evenwicht tussen economische, ecologische en sociale aspecten en de eigen authentieke waarden. De komende jaren wordt meer ingezet op de samenwerking met het Cittaslow-netwerk in onze gemeente en op de ‘branding’ van Midden-Delfland als een ‘slow’ en vooral ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’. In het kader van het versterken en behouden van de kwaliteiten van de vitale dorpen en buurtschappen in Midden-Delfland wordt de realisatie van 700 woningen en de ontwikkeling van de drie centrumplannen voortgezet. De centra van de dorpen blijven onze bijzondere aandacht houden. Zij bieden een mix van wonen en voorzieningen Dit houdt in: uitvoeren van het bestemmingsplan Den Hoorn en zorgen voor herinrichting van de openbare ruimte. Ook de

19

herontwikkeling van de Hoornbloem is daarbij een kans die we willen benutten. In Schipluiden voortgaan met de structuurvisie voor de centrumontwikkeling waaronder de bouw van woningen binnen het plan Hof van Keenenburg, woningen boven de Albert Heijn en het aanpakken van het openbaar gebied. In Maasland ontwikkelen van een plan voor de kantoorvleugel van het oude gemeentehuis en directe omgeving, Kerkplein en nabij Veldesteijn. Samen met de herbestemming van het oude gemeentehuis en Huize Barendrecht gaat dat leiden tot een impuls op de eerder benoemde kralensnoer van Maasland. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar de vermenging van die functies. Dat maakt keuzes noodzakelijk omdat de beschikbare ruimte beperkt blijft en de kwaliteit en uitstraling van de dorpscentra daar niet onder mag leiden. In programma 7 onder volkshuisvesting staat meer over de overige woningbouwprojecten.

Wat is de relatie tussen Cittaslow en dit beleidsveld? Midden-Delfland® 2025 en Behoud door ontwikkeling zijn het fundament van Cittaslow in MiddenDelfland. Beide visies sluiten naadloos aan op de filosofie van deze beweging. Deze filosofie refereert aan drie mondiaal bestaande factoren die de kwaliteit van leven negatief kunnen beïnvloeden, te weten armoede, de energiecrisis en voedselcrisis. Hiermee sluiten Cittaslow en de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties (Global Goals) nauw op elkaar aan.

Wat gaan we daarvoor doen? Operationeel doel om het beoogde maatschappelijk effect te bereiken De concrete doelen in dit programma zijn direct gerelateerd aan het behoud en versterken van het groene landschap van Midden-Delfland. In de Gebiedsvisie Midden-Delfland® 2025 zijn voor 2025 de volgende operationele doelen vastgelegd: 1. Het Landschapsontwikkelingsplan 2. Relatie stad-platteland 3. Identiteit 4. Instrumenten 5. Een blijvende bestuurlijke, juridische en financiële verankering. Concrete doelen/acties voor 2022 Basis voor de activiteiten in 2022 zijn de Gebiedsvisie Midden-Delfland®2025 en het uitvoeringsprogramma welke door de gemeenteraad zijn vastgesteld en de opdrachten die voortvloeien uit het gegeven dat het gebied Midden-Delfland een Bijzonder Provinciaal Landschap is. De vijf doelen van de Gebiedsvisie Midden-Delfland®2025 zijn vertaald in het uitvoeringsprogramma in vier opdrachten met bijbehorende actiepunten. Opdracht A: Kwaliteit, Landschap van Stand; Opdracht B: Betrokken en duurzaam beheer; Opdracht C: Ontmoeting tussen stad en land; Opdracht D: Het A-merk Midden-Delfland®2025. Ad A Kwaliteit, Landschap van Stand Versterking van de ruimtelijke kwaliteit is van belang voor de toekomst van Midden-Delfland. Dit geldt voor de veenweiden en cultuurhistorische (lint)bebouwing en -structuren. Het authentieke veenweidelandschap is kwetsbaar.

Ontwikkeling is nodig om dit landschap in stand te houden. Bij nieuwe ontwikkelingen staat borging van kwaliteit voorop. Centraal bij deze opdracht staan draagvlak en bestuurlijke bescherming. Deze opgave voeren we uit met de partners die vertegenwoordigd zijn in de Landschapsstafel Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland. De voorzitter is de burgemeester van Delft, mevrouw Van Bijsterveldt. Actiepunten opgave A: Implementatie visie voor het Bijzonder Provinciaal Landschap in het Omgevingsplan en andere (ruimtelijke) ontwikkelingen. Vanuit de Landschapstafel voor het Bijzonder Provinciaal Landschap werken aan de concretisering van de visie via een uitvoeringsplan. Aandachtspunten hierbij zijn, naast versterking en behoud van de landschappelijke

20

-

-

-

kwaliteit en economische vitaliteit, klimaatadaptatie en energietransitie, in relatie met de vastgestelde Omgevingsvisie en Warmtetransitievisie; Inzet van de Polderarchitect, kwaliteitsversterking landschap met focus op strategie door strategische advisering bouwinitiatieven, agrarisch gebruik, relatie met de steden. Blijvend optimaliseren van de kwaliteit van de leefomgeving Voor weidevogels door het Weidevogelpact, maatregelen, zoals het bevorderen van kruidenrijk grasland en de aanleg plasdras; Biodiversiteit vergroten door onder andere het toepassen van ecologisch bermbeheer, aanleg van natuurvriendelijke oevers en het realiseren van een bijenlandschap; In 2022 ronden we de sanering van twee glascomplexen af. Het betreft locaties aan de Kwakelweg en Burgerweg. Hiermee geven we invulling aan de kwaliteitsversterking van het landschap, waaronder voortgang problematiek saneren verspreid liggend glas en verplaatsen niet agrarisch gebonden bedrijfslocaties. Verantwoorde ruimtelijke en verkeerskundige in- en aanpassing van wegen en infrastructuur. Voor de N211 wordt de planologische procedure afgerond, De N223 is in uitvoering, Het (her)beplantingsplan valt in 2022.

Uitvoeren/laten voeren bij het doorzetten van de provinciale of Rijksplannen opteren wij voor een goede ruimtelijke inpassing en het benutten van koppelkansen om de recreatieve en groene structuur rondom het tracé te verbeteren, zoals bij de spoorwegverbreding tussen Rotterdam en Delft. De aanpassingen aan de N211 en N223 vinden in 2022 hun voltooiing; Stakeholders blijvend enthousiasmeren om de beleving en de kwaliteit van de Delflandse trekvaarten verder te versterken; Start plan regionale aanpak klimaatadaptatie, lokaal aan de slag met het hoogheemraadschap van Delfland en boeren.

Ad B Betrokken duurzaam Centraal in deze opdracht staat het vergroten van de betrokkenheid van ondernemers, agrarisch en niet-agrarisch, en gebruikers bij het beheer van het landschap. Het betrekken van lokale partijen bij beheer en onderhoud is het uitgangspunt. Actiepunten opgave B: Vaststellen en uitvoeren van een nieuwe (ecologische) beheervisie voor de gronden van het voormalig recreatieschap in samenhang met de gebieden in eigendom van gemeenten, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten; Verder uitvoering geven aan het project Grondinstrument (IODS), met de onderdelen ruilverkaveling, grondruilbank, kwalitatieve verplichtingen en innovatie. LTO Delflands Groen vervult hierin een cruciale rol; Uitvoering geven aan het Meerjarenprogramma IODS Groen Ondernemen, een nieuwe landbouw 2021-2024, waar het programma Duurzaam Boer Blijven in Midden-Delfland in is opgenomen. Het programma DBB kent drie onderdelen: Studieprogramma Kringlooplandbouw, het Jonge Boeren Netwerk en het innovatienetwerk Midden IN Delfland (MIND); Permanent werken aan het versterken van korte ketens naar de direct omliggende stedelijke omgeving. Hierbij spelen lokale en gebiedspartijen (o.a. ook via de Stichting PUUUR Midden-Delfland), Stichting Groenfonds Midden-Delfland en andere private partijen een belangrijke rol; Wij verwachten in 2022 besluitvorming over structurele financiering PUUUR.

Eventuele gevolgen voor de begroting hebben we nog niet meegenomen in de voorliggende begroting, Permanente aandacht voor mogelijkheden nieuwe en aanvullende financiering voor behoud en versterking van de kwaliteiten van het landschap Midden-Delfland; Permanente aandacht voor (nieuwe) kansen en mogelijkheden van bedrijfsopvolging, in het bijzonder door jongeren, en hier een handelingsperspectief aan koppelen; Permanente aandacht voor versterken van de biodiversiteit, in het bijzonder weidevogels en insectenlandschap

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=1d03177b-9c44-4866-9fcc-5e02f809b757