RGA Uitvoeringsagenda NOVEX
Tekst van het document
REGIONALE UITVOERINGSAGENDA NOVEX-Gebied
REGIO GRONINGEN-ASSEN MAAKT TEMPO
rsi Ve e2 .0
22 oktober 2025
Regio Groningen-Assen maakt tempo De Regio Groningen-Assen is aangewezen als een van de zestien NOVEX-gebieden in Nederland. De regio en het Rijk werken in het programma samen aan een gebiedsgerichte regie op ruimtelijke opgaven. De RGA pakt deze uitdaging voortvarend op. • • • •
In 2023 is het Ontwikkelperspectief opgeleverd. In 2024 werd de aanzet gegeven tot het opstellen van een Uitvoeringsagenda. In juni 2025 is de 1.0-versie van de Uitvoeringsagenda vastgesteld op het BO Leefomgeving. In het BO-MIRT najaar 2025 worden concrete uitvoerings- en investeringsafspraken gemaakt op basis van deze Uitvoeringsagenda (2.0-versie)
9 oktober 2025
Urhahn | Stedenbouw & Strategie Bureau PAU Estheticon CE Delft
Regionale Uitvoeringsagenda NOVEX-Gebied Regio Groningen-Assen Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Motor voor het Noorden 3. Het Ontwikkelperspectief 4. Stand van zaken hoofdopgaven 5. Bovenregionale opgaven 6. Regionale opgaven en afspraken 7. Uitvoeringsafspraken deelgebieden Deelgebied Assen Deelgebied Groningen Oostflank Deelgebied Groningen Westflank Deelgebied Hoogezand/Sappemeer Deelgebied Leek-Tolbert/Roden Deelgebied Landelijke Kernen Noord Deelgebied Landelijke Kernen Zuid 8. Contour Regionale Investeringsagenda
5 9 13 19 27 33 45
Bijlagen Bijlage 1. Afspraken die elders zijn belegd Bijlage 2. Afspraken voor de lange termijn Bijlage 3. Definities en afkortingen
81
73
4
1.
Inleiding
5
Aanleiding
Doel van de agenda
Betrokken partijen
Het Rijk herneemt de regie op de inrichting en ordening van de fysieke leefomgeving van Nederland. Om nationale belangen op het gebied van wonen, werken, bereikbaarheid, energie en groen te behartigen is deze regie noodzakelijk. De nationale belangen, ruimtelijke uitdagingen en beleidskeuzes zijn opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Deze visie wordt in 2026 uitgewerkt en vervangen door de Nota Ruimte, waarin de langetermijnvisie voor Nederland wordt vastgelegd. Parallel aan de NOVI is ook het programma NOVEX gestart.
Deze agenda geeft een overzicht van alle ruimtelijke opgaven die er spelen in de regio en beschrijft de bijbehorende uitvoerings- en investeringsafspraken die een bijdrage leveren aan het realiseren van de hoofdopgaven uit het Ontwikkelperspectief; het ontwikkelen van 36.000 woningen en 28.000 arbeidsplaatsen in 2040. Deze afspraken worden vastgelegd en bestendigd tijdens het BO-MIRT in het najaar van 2025. Daarbij gaat het om afspraken die betrekking hebben op opgaven op het regionale schaalniveau en nadrukkelijk niet om opgaven die om een nationale beleidsaanpak vragen. Deze afspraken worden aangeduid als nieuwe afspraak. De agenda bevat ook geen nieuw beleid: het bestaat parallel aan het beleid van provincies, gemeenten en waterschappen en heeft tot doel de regionale opgaven doeltreffend aan te pakken. De agenda is geen statisch document, maar wordt periodiek aangevuld of aangescherpt met nieuwe afspraken. Zo kan deze agenda in de toekomst blijven inspelen op actuele ontwikkelingen. Het is daarbij van belang om de langetermijnvisie niet uit het oog te verliezen. Deze agenda heeft als doel om te inspireren, partijen te enthousiasmeren, uitvoering te versnellen en om met passende initiatieven en investerings- en uitvoeringsafspraken te komen.
Bij de totstandkoming van deze eerste versie van de Uitvoeringsagenda zijn de volgende partijen betrokken: • De Regio Groningen-Assen: - De provincies Groningen en Drenthe - De gemeenten Assen, Groningen, Het Hogeland, Midden-Groningen, Noordenveld, Tynaarlo, en Westerkwartier • Het Rijk - Het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) - Het Ministerie van Economische Zaken (EZ) - Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) • De waterschappen Noorderzijlvest, Hunze en Aa’s
De Regio Groningen-Assen is aangewezen als NOVEX-gebied en is daarmee één van de zestien sleutelregio’s waarin Rijk en regio samenwerken aan integrale oplossingen voor urgente ruimtelijke opgaven. In de onlangs verschenen Ontwerp Nota Ruimte is de Regio Groningen-Assen aangewezen als initieerregio: een gebied, verder weg van het economisch kerngebied, met een potentie voor een schaalsprong in economie en bevolking. Met het Ontwikkelperspectief NOVEX Regio GroningenAssen is in 2023 een eerste formele stap gezet in de NOVEX-samenwerking tussen Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen binnen de Regio Groningen-Assen (RGA). Het Ontwikkelperspectief beschrijft de belangrijkste strategische opgaven en ontwikkelprincipes. Het Ontwikkelperspectief is vervolgens uitgewerkt in een Aanzet voor een Uitvoeringsagenda die is besproken in het BOMIRT 2024. Beide documenten vormen de basis voor deze Regionale Uitvoerings- en Investeringsagenda.
6
Relatie met andere programma’s en beleid De Regionale Uitvoerings- en Investeringsagenda staat niet op zichzelf. Zoals aangegeven bouwt deze agenda voort op de strategische opgaven en ontwikkelprincipes uit het Ontwikkelperspectief. Tegelijkertijd lopen er vele andere beleidstrajecten op zowel gemeentelijk, regionaal, provinciaal als nationaal niveau. De ambities, opgaven en beleidskeuzes die hierin worden opgenomen houden verband met de afspraken die in deze agenda worden beschreven.
Leeswijzer De Regionale Uitvoerings- en Investeringsagenda is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 beschrijft de potentie van de regio. Waarin onderscheidt dit NOVEX-gebied zich van andere gebieden en hoe kan het een bijdrage leveren aan de nationale ambities in het fysieke domein? In hoofdstuk 3 is samenvattend de inhoud van het Ontwikkelperspectief opgenomen, met de belangrijkste ambities op het gebied van wonen, werken, mobiliteit, energie en landschap. De strategische opgaven uit het Ontwikkelperspectief vormen hiervoor het vertrekpunt, maar zijn aangescherpt, aangevuld en geactualiseerd met ambities uit andere beleidstrajecten, op basis van literatuuronderzoek en middels ateliersessies met verschillende betrokken partijen.
Er zijn diverse opgaven die op regionaal schaalniveau spelen en die belangrijk, vaak randvoorwaardelijk, zijn voor het realiseren van de hoofdopgaven. Het zijn de opgaven die nadrukkelijk van invloed zijn over gemeente- en provinciegrenzen heen. Deze komen in hoofdstuk 6 aan bod, waarbij de koppeling wordt gelegd met regionale uitvoeringsafspraken. In hoofdstuk 7 beschrijven we per deelgebied welke opgaven en gebiedsontwikkelingen hier samenkomen, en welke uitvoeringsafspraken we per deelgebied willen maken.
Hoofdstuk 4 bevat een nadere uitwerking van de hoofdopgaven: ruimte voor wonen en werken. Voor wonen gaan we in op de voortgang in productie ten opzichte van de opgave uit de Woondeal en de geambieerde 36.000 woningen voor 2040. Ook geeft dit hoofdstuk een beeld van focusgebieden waarin een groot deel van de woningbouwopgave landt. Met betrekking tot werken bevat dit hoofdstuk een eerste indicatie van waar de 28.000 banen naar verwachting landen en hoe de plancapaciteit van kantoren en bedrijventerreinen zich verhoudt tot de verwachte vraag. In hoofdstuk 5 gaan we in op de bovenregionale opgaven. Dit zijn opgaven die niet alleen een grote impact hebben op de regio, maar ook op het landsdeel of zelfs op nationaal niveau. Afspraken die op deze opgaven betrekking hebben worden in principe opgenomen in beleid dat aansluit op andere NOVEX-gebieden of beleidstrajecten.
Tenslotte wordt in hoofdstuk 8 een toelichting gegeven op de contouren van de Regionale Investeringsagenda (RIA). In dit hoofdstuk wordt een prognose gegeven van de noodzakelijke publieke investeringen om de NOVEXRGA opgave voor wonen en werken mogelijk te maken, middels investeringen in deze hoofdopgaven en de structuuropgaven mobiliteit, energie en groen.
NATIONAAL NIVEAU • Nationale Omgevingsvisie (2020) • Nota Ruimte (2026) • Nationale programma’s in de fysieke leefomgeving PROVINCIAAL NIVEAU • Provinciale Omgevingsvisie Groningen • Provinciale Omgevingsvisie Drenthe • Provinciale Woonprogramma’s • Ruimtelijke Voorstellen • Ruimtelijke Arrangementen REGIONAAL NIVEAU • Ontwikkelperspectief NOVEX-Gebied Regio Groningen-Assen • Ontwikkelperspectief NOVEX-Gebied Lelylijn • Ontwikkelperspectief NOVEX-Gebied Groningen-Masterplan Zeehavens • Woondeals (Volkshuisvestingprogramma’s) WATERSCHAPPEN • Blauwe Omgevingsvisie Noorderzijlvest GEMEENTELIJK NIVEAU • Omgevingsvisie Groningen • Omgevingsvisie Assen • Omgevingsvisie Midden-Groningen • Omgevingsvisie Noordenveld • Omgevingsvisie Westerkwartier • Omgevingsvisie Tynaarlo • Omgevingsvisie Het Hogeland • Gemeentelijke Woonprogramma’s
Figuur 1. Overzicht van meest relevante beleidstrajecten. 7
8
2.
Motor voor het Noorden
9
Wat heeft de regio te bieden?
Investeren in het Noorden
Een regio die het anders doet
De Regio Groningen-Assen (RGA) doet ertoe. Onze steden en gemeenten vormen samen het belangrijkste kerngebied van het Noorden. We zijn ambitieus: we willen nog gezonder en sterker worden. De Regio Groningen-Assen kiest dan ook voor bevolkingsgroei en groei van de economie.
Investeren in de Regio Groningen-Assen draagt bij aan de verdere ontwikkeling van Noord-Nederland. Deze regio heeft bewezen uitvoeringskracht. De basiskwaliteit is op orde en we zijn ambitieus. De RGA is de trekker van het Noorden en we willen bijdragen aan nationale opgaven.
Wat is de RGA?
Slagkracht door samenwerking
Sociaal en economisch is de Regio Groningen-Assen een logisch samenhangend geheel van wonen, werken en goede voorzieningen. Het gebied telt 550.000 inwoners en 260.000 arbeidsplaatsen. Hiermee is het de belangrijkste economische motor van Noord-Nederland, mede dankzij de unieke combinatie van kennis, innovatie en bereikbaarheid. Er is sprake van een concentratie van diensten en voorzieningen: zorg, onderwijs, sport en leisure. Groningen is een jonge, bruisende stad met een sterk cultureel profiel. Assen is misschien wel de groenste stad van Nederland. Hier is het begrip ‘ontspannen stedelijkheid’ geboren, en dit gevoel wordt gekoesterd. De Regio Groningen-Assen strekt zich uit over een groot landelijk gebied met sterke dorpen en waardevolle, karakteristieke landschappen. De RGA heeft veel te bieden: ruimte, kwaliteit en de wil om te groeien op een manier die past bij onze identiteit. We gaan voortvarend aan de slag om onze ambities waar te maken, door nu concrete afspraken te maken over de randvoorwaarden en structuuropgaven die ontwikkeling mogelijk maken.
In de RGA worden uitdagingen grenzeloos, grensoverschrijdend en grensverleggend opgepakt.In het gebied is al dertig jaar sprake van een unieke bestuurlijke samenwerking. De provinciale overheden van Groningen en Drenthe werken succesvol samen met zeven gemeenten: Assen, Groningen, Het Hogeland, Midden-Groningen, Noordenveld, Tynaarlo en Westerkwartier. Samen maken we plannen, realiseren we projecten en hebben we doorzettingskracht. Bovendien kennen we als regio een lange traditie van samenwerking met het Rijk. Ook in deze samenwerking ligt de focus op de realisatie van de gezamenlijke ambities.
Onze regio is dus anders! Wij onderscheiden ons ook door consequent te kiezen voor kwaliteit. Dat geldt zeker voor de wijze waarop we willen groeien. Groei in onze regio is vooral nodig om voldoende huisvesting te bieden en voorzieningen overeind te houden en uit te breiden. We koesteren ons landschap en groen en zijn trots op onze identiteit. De RGA maakt de strategische keuze om te investeren in de bestaande steden - het principe van de compacte stad - met synergie naar de landelijke kernen en het platteland. Kernen krijgen hier de gelegenheid om autonoom te groeien. Verstedelijking moet passen bij onze schaal.
10
We bouwen grootschalig bij De Regio Groningen-Assen is een van de door de Rijksoverheid aangewezen NOVEX-gebieden. In dat kader zijn inmiddels afspraken gemaakt voor de bouw van 36.000 woningen tot 2040. Voor ons gebied is de impact daarvan fors. Het gaat concreet om het toevoegen van een stad als Assen, Bergen op Zoom of Zeist. Daarnaast wordt in dezelfde periode gestreefd naar 28.000 nieuwe banen. Ook dat vergt veel ruimte en inzet.
Ruimte maken voor werk
Woningbouw op onze wijze
Diverse belangen doen een beroep op de schaarse ruimte. Ruimte voor werk zal daarom steeds vaker gevonden moeten worden binnen de bebouwde omgeving. Op bestaande bedrijventerreinen, in centrumgebieden en in woonwijken. De inzet zal daarom de komende jaren met name gericht zijn op het toekomstbestendig maken, verdichten en herstructureren van bestaande bedrijventerreinen. En op functiemenging in centrumgebieden en woonwijken.
De RGA werkt op geheel eigen wijze aan het realiseren van de NOVEX-ambities. Naast de bovengenoemde plannen heeft de RGA nog verschillende ‘eigenwijze’ bouwplannen op stapel staan die daarvan getuigen, zoals in Roden en Leek-Tolbert. Daar wordt gewerkt aan een samenhangende ontwikkeling van bouwplannen, over de gemeente- en provinciegrens heen. Daarbij wordt de impact van deze plannen op bijvoorbeeld het mobiliteitssysteem integraal in beeld gebracht.
Voortvarende verstedelijking Alle kernen tellen mee Dat er in dit NOVEX-gebied voortvarend woningbouw mogelijk is, bewijzen we bijvoorbeeld aan de stadsranden van de stad Groningen. Zo is er onlangs een akkoord gesloten over de ontwikkeling van de `Westflank’. Hier komen 11.000 nieuwe woningen. Om dit mogelijk te maken, wordt gezamenlijk 175 miljoen euro geïnvesteerd in infrastructuur. Groningen krijgt goed ontsloten nieuwe woonwijken, dankzij een fijnmazig netwerk aan openbaar vervoer en fiets- en voetpaden. De auto staat ook niet langer meer centraal in de manier waarop Groningen de openbare ruimte inricht. Wij noemen dit het concept van ‘de doorwaadbare stad’. Ook in Assen worden forse stappen gezet qua verdere verstedelijking. Zo trekt Assen 122 miljoen euro uit voor de ontwikkeling van het Stadskwartier. Onderdeel hiervan is het Havenkwartier, een verouderd bedrijventerrein dat wordt omgezet in een aantrekkelijke woonwijk direct naast het station. Deze ontwikkelingen vragen forse investeringen in infrastructuur. Door deze en andere investeringen wordt de regionale agglomeratiekracht versterkt en krijgt de regionale woningbouwontwikkeling een impuls.
Ook de kleine en middelgrote dorpen spelen een cruciale rol om de ambities op het gebied van wonen, werken, mobiliteit, energie en landschap te kunnen verwezenlijken. Op regionaal schaalniveau leveren deze dorpen een grote bijdrage aan een gevarieerd aanbod aan woonmilieus en typen werkgelegenheid. Een kwaliteit die gekoesterd wordt bij de verdere groei van de regio. Ook kunnen lokale ingrepen in en rondom de dorpen in mobiliteits-, landschaps-, of energienetwerken grote impact hebben op de regio als geheel. Als regio erkennen wij deze verhoudingen, en door intensief samen te werken benutten wij de potentie van alle kernen.
11
12
3.
Het Ontwikkelperspectief
13
Voortbouwen op het Ontwikkelperspectief In het Ontwikkelperspectief is een koers uitgezet voor de ruimtelijke ontwikkeling van de regio tot 2040, waarbij belangrijke opgaven en ambities zijn bepaald. Het perspectief verbindt de grote thematische opgaven, zoals woningbouw, energietransitie, mobiliteit, economie en groen – tot één gezamenlijke ambitie: het realiseren van een complete, coöperatieve en complementaire regio - de kernwaarden voor de regio. Compleet betekent dat de regio inzet op een integrale aanpak waarin wonen, werken, mobiliteit, energie en groen met elkaar verbonden zijn. Coöperatief verwijst naar de hechte samenwerking tussen steden en dorpen, waarin ieders bijdrage telt en de hele regio – en zelfs heel NoordNederland – profiteert. Complementair houdt in dat verschillen in landschap, schaal en karakter juist benut worden om opgaven op maat en in samenhang aan te pakken. Hiernaast staan de ambities zoals benoemd in het Ontwikkelperspectief, aangevuld en aangescherpt met ambities uit andere beleidsdocumenten, waaronder de blauwe omgevingsvisies van waterschappen Noorderzijlvest en Hunze en Aa’s. Voor een uitgebreidere toelichting van de ambities kunt u het Ontwikkelperspectief raadplegen.
Ambities WONEN • • • • • •
• •
De juiste woning op de juiste plek: tijdig bouwen naar behoefte. Sleutelprojecten als aanjagers van een kwaliteitsimpuls. Kleine projecten als kwaliteitsimpuls voor bestaand stedelijk gebied. Potentie knooppuntontwikkeling benutten gericht op de mobiliteitstransitie. Vernieuwing naoorlogse woonwijken. Afmaken van uitleglocaties en aansluiten op en monitoren van de vraag naar ruim, suburbaan wonen. Natuur- en klimaatinclusieve en -adaptieve woningbouw. Een robuust water- en bodemsysteem als randvoorwaarde voor woningbouw. Het principe ‘Water en bodem sturend’ is leidend bij nieuwe gebiedsontwikkelingen.
14
Ambities WERKEN • • • • • • • •
Stedelijk gebied versterken als banenmotor. Gemengde woon-werkmilieus ontwikkelen. Toekomstbestendig maken van bedrijventerreinen. Intensiveren en beter benutten van bestaande bedrijventerreinen. Strategisch sturen op ruimte voor bedrijvigheid met grote kavels en/of hogere milieucontour. Uitbouwen van de polycentrische structuur als lokale sterkte. Ontwikkeling van een duurzaam stadslogistiek systeem met emissievrije stadscentra. Ruimte bieden aan bedrijven op nieuwe bedrijventerreinen (o.a. vervangende ruimte voor transformatielocaties).
Ambities WATER, BODEM EN GROEN • • • • • • •
De groene contramal met landschappelijke parels. Een robuust blauw raamwerk en het verbeteren van de biodiversiteit. Met nieuwe ecologische verbindingen bouwen aan samenhangend systeem. Landschappelijke verbindingen van stad en dorp naar natuur nabij & buitenpoorten. Duurzaam cultuurlandschap voor voedsel en drinkwater. Voldoen aan de NNN- en Natura 2000 opgaven en kaderrichtlijn water. Watermanagement: zuinig en efficiënt omgaan met water (huishoudens en bedrijven).
Ambities MOBILITEIT • • • • •
(Regionale) schaalsprong in het OV. Meer en verder fietsen en ruimte voor lopen. Inzetten op verschillende types hubs, keten- en deelmobiliteit en stadslogistiek. Hoofdstructuur op orde. Inzet op slimme mobiliteit.
Ambities ENERGIE • •
• •
15
Verstedelijking en verduurzaming combineren. Strategisch sturen op het netwerk en belangrijke knooppunten met het doel om de energiebeschikbaarheid te vergroten in het midden- en laagspanningsnet. Slimme keuzes energiesysteem op basis van ruimtelijke eigenschappen. Energie vroegtijdig meenemen in ruimtelijke plannen.
Hoofdopgaven
Structuuropgaven
•
•
•
Ruimte voor wonen: 36.000 nieuwe woningen tot 2040, waarvan 25.600 in de periode 2022-2030, zoals benoemd in de Woondeal. Ruimte voor werken: tussen 2020 en 2040 accommoderen van 28.000 banen.
•
•
Ruimte voor mobiliteit: het verstevigen van duurzame mobiliteit in combinatie met een goede bereikbaarheid van voorzieningen. Ruimte voor de energietransitie: de transitie naar een duurzame energievoorziening is randvoorwaardelijk voor verdere verstedelijking en mobiliteit. Dat vraagt om voldoende netcapaciteit, opslag en duurzame opwekking. Op alle fronten zijn grote stappen noodzakelijk om deze energietransitie waar te maken. Nu al is sprake van netcongestie en kan de verstedelijkingsambitie niet worden waargemaakt. Op de korte termijn zijn slimme maatregelen nodig om de periode tot de structurele ingrepen in netwerk en productie te overbruggen. Ruimte voor groen en water, en het verbeteren van de bodemkwaliteit, als integraal onderdeel van verstedelijking. De groei in de regio zorgt voor extra druk op natuurlijke systemen, zoals natuurgebieden en waterlopen. Het is van belang dat verdere verstedelijking gepaard gaat met de toename van groen, natuur, water en recreatiemogelijkheden om de leefomgeving gezond, aantrekkelijk en klimaatbestendig te houden. Extra aandacht dient hierbij uit te gaan naar het verbeteren van de biodiversiteit, ook in stedelijk gebied.
Deze opgaven worden verder toegelicht en beschreven in hoofdstuk 7. Regionale opgaven. Zeven ontwikkelprincipes vormen de inhoudelijke ruggengraat van het perspectief en sturen - in samenhang op ruimtelijke kwaliteit en maatschappelijke meerwaarde: 1. Versterken van het bestaand verstedelijkt gebied 2. Vergroten van de agglomeratiekracht van de regio
16
3. 4. 5. 6. 7.
Stimuleren van polycentrische ontwikkeling* Zorgen voor mobiliteit in balans Proportioneel en passend ontwikkelen Nieuwbouw als hefboom voor herstructurering Samenwerken aan een duurzame regio
Het ontwikkelperspectief is geen eindpunt, maar een startpunt. Het markeert het ‘waarom en wat’ van de ruimtelijke koers. Nu is het moment gekomen om samen invulling te geven aan het ‘hoe, wie en wanneer’. In dit vervolgdocument – de Regionale Uitvoerings- en Investeringsagenda – bouwen we voort op de ambities en ontwikkelprincipes uit het Ontwikkelperspectief. We identificeren de concrete opgaven die we in de regio willen en moeten aanpakken om de transities daadwerkelijk te realiseren. We brengen in beeld welke integrale opgaven in samenhang opgepakt moeten worden om de regio als geheel te versterken – sociaal, economisch en ecologisch. Daarbij gaat het niet alleen om richting geven, maar ook om heldere afspraken over uitvoering en investeringen. Welke projecten en programma’s zijn nodig? Wat is de volgorde en fasering? Wie doet wat, en met welke middelen? Hiermee wordt de stap gemaakt van visie naar praktijk. Zo werken Rijk en Regio samen aan een toekomstbestendige Regio Groningen-Assen, waarin brede welvaart voor iedereen het uitgangspunt is. Dit document bevat de thema’s waarop de regio afspraken wil maken voor het BO-MIRT in in het najaar van 2025.
*Polycentrische ontwikkeling is een ruimtelijk ontwikkelingsmodel waarbij meerdere steden of kernen binnen een regio zich samen ontwikkelen, in plaats van dat er één dominante stad (monocentrisch model) is. Het doel is om economische groei, voorzieningen en mobiliteit evenwichtiger te verdelen.
Figuur 2. Het Regiobeeld 2040 uit het Ontwikkelperspectief (2023). 17
18
4.
Stand van zaken hoofdopgaven 19
Hoofdopgave wonen In het Ontwikkelperspectief is de opgave benoemd van 36.000 extra woningen in de periode 2020-2040. In de Interprovinciale Woondeal RGA wordt deze opgave gespecificeerd als 25.600 extra woningen tussen 2022-2030. Op basis van het Ontwikkelperspectief, ABF lijsten en actuele beleidsstukken zijn de woningaantallen per deelgebied als opgave gedefinieerd voor de periode 2022-2040. In de periode 2022-2025 zijn ook al veel nieuwe woningen gerealiseerd (bron: CBS). Zodoende kan de resterende opgave in beeld worden gebracht. Dit is per deelgebied in kaart gebracht (zie figuur 3)
Verdeling opgave wonen per deelgebied Op basis van de woningbouwprogrammering (ABF), die jaarlijks geactualiseerd wordt, blijkt dat voor de periode 2025-2040 veel verschillende locaties in beeld zijn. Gezamenlijk kunnen deze locaties ca. 37.300 extra woningen opleveren. Dit zijn harde en zachte plannen samen. We sturen hiermee op dit moment op een robuuste capaciteit van ca. 140% van de huidige opgave voor 2025-2040. Landelijk is afgesproken dat we méér (minimaal 130%) programmeren dan de beoogde realisatie, om te anticiperen op planuitstel en -uitval. Tot 2030 realiseert de regio de kwantitatieve opgave uit de Woondeal. Voor de periode na 2030 kan worden geconcludeerd dat de regio voldoende locaties op het oog heeft om het beoogde aantal van 36.000 woningen te kunnen realiseren. Deze woningbouwontwikkelingen moeten kwalitatief aansluiten op de woonambities, zoals gedefinieerd in het Ontwikkelperspectief.
20
Figuur 3. Opgave wonen, geclusterd naar deelgebieden. Ook in bestaand stedelijk gebied liggen opgaven, zoals in Groningen, Assen en Hoogezand/Sappemeer, o.a. met betrekking tot leefbaarheid, sociaaleconomische problematiek en verdichting. Als blijkt dat de opgaven vragen om een aanpak die verder reikt dan van de gemeenten zelf, kunnen nog deelgebieden worden toegevoegd.
21
Hoofdopgave werken De werkgelegenheid kent een bijbehorende ruimtevraag die deels in bestaand stedelijk gebied terecht zal komen en deels op nieuw te ontwikkelen locaties zal moeten landen. Er zijn verschillende typen locaties te onderscheiden waar het leeuwendeel van de opgave een plek zal krijgen: nieuwe bedrijventerreinen, bestaande bedrijventerreinen, nieuwe locaties voor kantoren (ov-knooppunten, economische zones), dorps- en stadscentra, de luchthaven en het landelijk gebied. Type locaties Nieuwe en bestaande bedrijventerreinen Een deel van de beoogde 28.000 arbeidsplaatsen kan gerealiseerd worden op de bestaande en nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen (ca. 30-40%). Naar verwachting zal de resterende 60-70% van de werkgelegenheid gerealiseerd worden binnen bestaand stedelijk gebied. De regio stemt het aanbod af en monitort dit op basis van de beleidsarme behoefteraming (Marktanalyse kantoren en bedrijventerreinen Regio Groningen-Assen, STEC, 2023). De groei van het aantal banen vindt voor een belangrijk deel plaats in economische zones in de steden Groningen en Assen. In Groningen komen daar naast de bekende zones zoals de binnenstad, het stationsgebied, UMCG, Europapark en Zernikepark ook zones bij op de westflank (voorterrein Suikerzijde en station) en op de oostflank (Meerstad werklocaties en Kardinge).
Voor Assen komt er naast het Stadskwartier ook het gebied Zuidoost Assen bij (o.a. gebied tussen station en NAM-locatie) en wordt de vergroting van bestaande bedrijventerreinen verkend.
Herstructureren en toekomstbestendig maken van bestaande bedrijventerreinen is onderdeel van de opgave, net als het realiseren van frictievoorraad die nodig is voor transformatie. Locaties zijn grotendeels in beeld, maar de verdeling van economische activiteiten en de daarbij horende arbeidsplaatsen over nieuwe en bestaande bedrijventerreinen in de regio is nog onduidelijk. Locaties voor kantoren Voor kantoren geldt dat er voldoende voorraad is om de markt te bedienen. Er is wel sprake van een kwalitatieve mismatch en vernieuwing is noodzakelijk (Behoefteraming STEC, 2023). Locatievoorkeur is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Het zijn vooral de ov-knooppunten die interessant zijn voor kantoorlocaties. Dit vraagt om frictievoorraad en transformatie, met als gevolg extra ruimtebeslag en publieke investeringen. Functiemenging en werkgelegenheid in dorps- en stadscentra Ook de centrumgebieden van dorpen en steden leveren een belangrijke bijdrage aan de werkgelegenheid (en leefbaarheid). Retail wordt verder geconcentreerd in de centra van onze dorpen en steden, om deze vitaal en krachtig te houden en bezoekers te blijven trekken. Ook maken we het openbaar gebied in de centra toekomstbestendig en aantrekkelijk. Dit leidt tot een beter vestigingsklimaat voor nieuwe werknemers, meer ondernemerschap en verbeterde mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding.
Belangrijk aandachtspunt hierbij is het mengen of ontmengen van functies. Vooral bedrijven in milieucategorie 1-2 die nu op bedrijventerreinen zitten zouden deels in dorps- of stadscentra of in woonwijken gehuisvest kunnen 22
worden. Dat zorgt voor gemengde milieus in woongebieden en voor ruimte op bedrijventerreinen voor de bedrijven die daar ook echt moeten zitten. Binnenstedelijke werklocaties worden vaak als kansrijke herstructureringslocaties gezien waar nieuwe mengmilieus kunnen worden ontwikkeld. Het zijn echter uitdagende locaties vanwege versnipperd eigendom en benodigde financiële middelen en het tijdspad van de ontwikkeling (denk bijvoorbeeld aan lopende huurcontracten). Qua betaalbaarheid van bedrijfshuisvesting voor met name kleine MKB-bedrijven is de opzet van een bedrijfshuisvestingcorporatie denkbaar. Ook hiervoor geldt dat positionering en segmentering in de regio nog onderwerp is van nader onderzoek. Luchthaven Groningen Airport Eelde De luchthaven is een kwaliteit voor de regio. De positie van de luchthaven en mogelijke knelpunten in relatie tot nieuwe gebiedsontwikkelingen dienen te worden onderzocht en kunnen worden geagendeerd als een gezamenlijke opgave. Op de luchthaven wordt Businesspark Bravo ontwikkeld, waar luchthavengebonden bedrijvigheid een plek krijgt. Het Rijk investeert vanuit het Mobiliteitsfonds €6,5 miljoen in ontsluitende infrastructuur. Landelijk gebied Tenslotte kan een deel van de opgave voor werken ook in het landelijk gebied gerealiseerd worden, waarbij naast de landbouw en het water- en natuurbeheer gedacht moet worden aan de vrijetijdseconomie.
De inzet van vrijkomende agrarische gebouwen kan ook een bijdrage leveren aan ruimte voor werken.
Figuur 4. Opgave werken, geclusterd naar deelgebieden. Disclaimers • De volgende verdeling van de te faciliteren banen tussen 2022 tot 2040 is een indicatie en kan grofweg per deelgebied verwacht worden op basis van de beleidsarme behoefteramingen (bewerkte conceptcijfers stand Q1 2025). Mogelijk kunnen niet alle benodigde hectares in het betreffende deelgebied worden gevonden en is het nodig om deze in andere deelgebieden te realiseren. • Een deel van de banen zal in de bestaande binnensteden en dorpscentra een plek krijgen. Dit is nu geen aparte integrale gebiedsopgave, maar als uit onderzoek blijkt waar de banen geografisch terechtkomen, kan worden besloten om (een) extra deelgebied(en) toe te voegen. • Businesspark Ter Borch is programmatisch ondergebracht in het deelgebied Westflank Groningen maar maakt deel uit van de opgave van de gemeente Tynaarlo.
23
Voorzieningen en werkgelegenheid De groei van het aantal inwoners in de regio moet in de pas lopen met de groei van het voorzieningenniveau. In steden zijn vernieuwing en doorontwikkeling van (boven)regionale voorzieningen op het gebied van onderwijs, zorg, sport en cultuur wenselijk om de leefbaarheid en economische vitaliteit te kunnen waarborgen. Een deel van het gewenste aantal arbeidsplaatsen zal daarom ook nodig zijn om deze voorzieningen te realiseren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan docenten, verpleegkundigen of sociaal-maatschappelijke werkers.
Verdeling opgave werken per deelgebied De volgende verdeling van de te faciliteren banen tussen 2022-2040 kan grofweg per deelgebied verwacht worden (op basis van het Ontwikkelperspectief), maar zal nader onderzocht moetten worden. In de periode 2022-2024 heeft ook al groei van het aantal banen plaatsgevonden (bron: LISA 2023, 2024 nog niet verwerkt). De resterende opgave 2025-2040 is daarmee kleiner geworden.
Ten aanzien van het onderwijs is de campusontwikkeling in de regio van belang, waarbij sprake is van een integraal innovatie-ecosysteem. In nieuwe woongebieden is het lastig om maatschappelijke en commerciële voorzieningen gelijktijdig te ontwikkelen. Dit betreft met name de grootschalige gebiedsontwikkelingen. De vraag ontstaat pas na volledige gebiedsontwikkeling, waardoor de ‘pioniersfase’ een financieel risico vormt. Toch is het wenselijk om te onderzoeken hoe gelijktijdige ontwikkeling van wonen en voorzieningen mogelijk is.
24
Randvoorwaarden op orde Om tijdig voldoende woningen en arbeidsplaatsen te kunnen realiseren, is het van belang dat alle randvoorwaarden op orde zijn. Dit betreft veelal randvoorwaarden die raken aan structuuropgaven op het gebied van mobiliteit, energie en groen, water en bodem. Deze structuuropgaven kunnen worden beschouwd als het fundament voor nieuwe werklocaties en woningbouwontwikkelingen. Anders gezegd: een nieuwe woonwijk of werklocatie kan niet gerealiseerd worden zonder elektriciteit uit het stopcontact, (drink)water uit de kraan of een aansluiting op het mobiliteitsnetwerk. Rijk en Regio hebben elkaar hard nodig om deze structuuropgaven te realiseren. Samenwerking is essentieel en afspraken over investeringen en zeggenschap zijn hierbij van belang. In de volgende hoofdstukken wordt verder ingegaan op de belangrijkste structuuropgaven en bijbehorende uitvoeringsafspraken.
Figuur 5. De hoofdopgaven en structuuropgaven.
25
26
5.
Bovenregionale opgaven
27
Bovenregionale opgaven
Provinciaal en gemeentelijk beleid
Nationale ontwikkelingen (MIRT)
Buiten de scope van dit NOVEX-gebied zijn er diverse ontwikkelingen en investeringsprogramma’s die de ontwikkelkansen van de regio kunnen vergroten, maar die ook op andere manieren van invloed zijn op de ontwikkelmogelijkheden in de regio. Sommige van deze punten vragen om een aanpak op nationaal niveau, alvorens de regio hierop kan voortborduren. Zonder uitputtend te zijn, zijn de volgende ontwikkelingen en programma’s relevant.
•
•
•
De omgevingsvisies van de provincies en gemeenten zijn kaderstellend voor het Ontwikkelperspectief NOVEX-RGA en de Uitvoeringsagenda NOVEX -RGA. In de omgevingsvisies zijn de bovenregionale opgaven benoemd en wordt richting gegeven op welke wijze de opgaven worden uitgevoerd. In de omgevingsvisies zijn naast de kaders ook de programma’s en gebiedsopgaven benoemd die relevant zijn voor de uitwerking van deze ontwikkelagenda, denk bijvoorbeeld aan het Pmiek, of een programma energie, economie of volkshuisvesting.
•
•
28
De Lelylijn (NOVEX Lelylijn) kan een flinke economische impuls geven aan Noord-Nederland en levert een kortere reistijd op van en naar de Randstad. Nieuwe woonwijken, werklocaties en voorzieningen kunnen zich ontwikkelen rondom de stations. De Lelylijn valt onder NOVEX Lelylijn; besluitvorming raakt direct de ontwikkelmogelijkheden rondom Leek en Groningen. De Nedersaksenlijn kan een stimulans geven aan groei qua wonen en werken in en buiten de regio. De lijn levert een kortere reistijd op van en naar Zuidoost Drenthe en Twente. Realisatie komt dichterbij nadat het kabinet in de voorjaarsnota 2025 middelen heeft gereserveerd voor de Nedersaksenlijn. De eerste stappen in de uitvoering zijn en worden gezet, o.a. op het traject Veendam–Stadskanaal. Het gebruik van het spoor zal intensiveren met meer passerende treinen per uur, ook als gevolg van de Wunderline (Groningen - Leer/Bremen) die al in uitvoering is. Dit heeft vooral invloed op de ontwikkelmogelijkheden in Hoogezand/Sappemeer. Bij de bovenregionale structuuropgaven hoort ook de verbetering van het spoortraject Groningen-Zwolle en verhoging van de frequentie. Hier zijn het oplossen van de bottleneck bij Meppel en capaciteitsvergroting, het ongelijkvloers maken van spoorwegovergangen en versteviging van spoordijken nodig, zodat er meer treinen met hogere snelheid kunnen rijden.
Een verbetering van dit traject draagt bij aan de bereikbaarheid van een grotere regio dan de regio Groningen-Assen.
Overige samenwerkingen •
•
•
NOVEX-gebied Groningen en NOVEX-gebied RGA kennen enige overlap, zowel geografisch als in de hoofdopgaven, welke onderling zijn afgestemd. Het NOVEX-gebied Groningen heeft ook een sterke relatie met de structuuropgaven van NOVEX-RGA. Daarom wordt waar nodig samengewerkt en naar elkaar verwezen. Het NOVEX-gebied Groningen kent drie ontwikkellijnen. In de ontwikkellijn ‘aantrekkelijk en robuust landschap, met water als levensader’ wordt o.a. gewerkt aan de deelgebieden Duurswold, Wierdenlandschap, Kustzone en Wadden/Eemsdollard. De ontwikkellijn ‘sterke samenleving, dorpen en steden’ richt zich op de leefbaarheid, wonen, voorzieningen en kwaliteit van de kernen; en de ontwikkellijn ‘onderscheidende clusters en netwerken’ o.a. op de ontwikkeling van het energie/warmtesysteem, van de economische clusters van het NOVEX-gebied Groningen zijnde Eemshaven, havenzone Delfzijl, A7-N33 zone, Westpoort/Vierverlaten en aangejaagd door kennis, verbindingen en samenwerkingen. Groninger Zeehavens (maakt deel uit van NOVEXgebied Groningen): Ontwikkeling en een goede bereikbaarheid van de Groninger zeehavens (Eemshaven en Delfzijl) via N33 en N46 maken deel uit van NOVEX-gebied Groningen.
Investeringen daarin kunnen de aantrekkelijkheid van de RGA als woon- en werkomgeving vergroten en andersom is de nabijheid van de Regio Groningen-Assen een belangrijke vestigingsvoorwaarde voor bedrijven nabij de zeehavens. Diverse Energieprogramma’s: Het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) identificeert en versnelt energieinfrastructuurprojecten van nationaal belang, zoals hoogspanningsleidingen, waterstofnetwerken en
•
•
•
energieopslag en het Programma Energiehoofdstructuur biedt een ruimtelijk kader voor de toekomstige energie-infrastructuur, inclusief hoogspanningskabels, buisleidingen en opslaglocaties. Diverse landelijke Water en Natuur programma’s. Het Nationaal Water Programma 2022–2027 (NWP) richt zich op waterveiligheid, zoetwatervoorziening, waterkwaliteit en ecologie. Het programma benadrukt het belang van water en bodem als sturend principe bij ruimtelijke inrichting. Het Programma Natuur richt zich op herstel en versterking van kwetsbare natuurgebieden, met speciale aandacht voor stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Maatregelen omvatten het tegengaan van verdroging, verbeteren van waterkwaliteit en het realiseren van ecologische verbindingen. Nationaal Programma Groningen en ‘Nij Begun’. Deze programma’s richten zich op herstel van de gevolgen van aardgaswinning en op vooruitgang van de regio. Het doel is de brede welvaart van de regio naar het landelijk gemiddelde te brengen. Deze (langjarige) investeringsprogramma’s geven een extra stimulans boven op de autonome groei, ook in de RGA. Onderdeel van de economische en sociale agenda van Nij Begun is het Masterplan Regiocentra, ruimte voor bedrijvigheid en Masterplan Campussen. Voor deze plannen is geld gereserveerd. Voor Assen, die niet is aangesloten bij Nij Begun, zal een passende regeling worden gevonden.
Het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Dit richt zich in Groningen-Noord (de noordelijke wijken van de stad Groningen) op het verbeteren van leefomstandigheden in wijken met complexe problemen zoals armoede, onderwijsachterstanden en onveiligheid. Samen met bewoners, gemeenten, woningcorporaties en andere 29
•
•
•
partners wordt gewerkt aan een langjarige, integrale aanpak om kansenongelijkheid te verminderen en de leefbaarheid te vergroten. Het is goed gebruik vanuit de Rijksoverheid om rijksdiensten ook te verbinden met de regio’s en dit beleid is nog steeds actueel, zie het Programma ‘Elke regio telt!’ dat is opgegaan in het Nationaal Programma Vitale Regio’s. De RGA voorziet in een hoogopgeleide, groeiende en jonge bevolking en een aantrekkelijke leefomgeving. Op het gebied van Defensie zijn er actuele kansen en mogelijkheden. In het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie wordt een groeiende aanwezigheid van Defensie in de regio onderzocht, zoals in en rond Assen Voor de regio Groningen-Assen. Ook voor NOVEX-gebied Groningen, kan de (door) ontwikkeling van waardevolle landschappen, zoals Groeningen en in de stadsrand van Assen, waarmee meerdere doelen gediend kunnen worden (recreatie, doelgroepen wonen/werken, beheer, buffer-natuur etc.), bijdragen aan de leefbaarheid en werkgelegenheid in de geplande verstedelijking.
In deze regio lopen meerdere Regio Deals die zijn gericht op het versterken van brede welvaart; de Regio Deals zijn een aanvulling op de uitvoeringsagenda NOVEX Regio Groningen-Assen en versterken de aanpak van opgaven in specifieke gebieden. In Regio Deals werken partners uit de regio op het gebied van zorg, cultuur, welzijn, onderwijs, het bedrijfsleven en kennisinstellingen samen met de overheden aan de opgaven in de regio. • In de Regio Deal het Hogeland wordt gewerkt aan leefbaarheid in kernen, kansengelijkheid voor inwoners en preventie van (jeugd)criminaliteit.
Uitdagingen •
•
•
•
In de Regio Deal Groningen Noord II wordt, in aansluiting op het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, gewerkt aan het verbeteren van de kwaliteit van leven, wonen en werken in de noordelijke stadswijken van Groningen. De Regio Deal Regiocentra Groningen richt zich, als onderdeel van het Masterplan Regiocentra, op kernen met een centrumfunctie in het gebied een kwaliteitsimpuls om de gezondheid van inwoners te verbeteren, een groene, klimaatadaptieve en biodiverse leefomgeving te creëren en de lokale en regionale economie te versterken. Binnen de RGA richt deze Regio Deal zich op de kernen Bedum, Hoogezand/Sappemeer en Leek-Tolbert. De gemeenten Noordenveld, Tynaarlo en Aa en Hunze richten zich in de Regio Deal Noord-Drenthe op het verbeteren van het welzijn van inwoners (en het verminderen van zorggebruik), het versterken van de regionale economie, het verbeteren van bereikbaarheid en op het versterken van kernen met een centrumfunctie. Dit laatste wordt in aansluiting op het Masterplan Regiocentra gedaan. Buiten de Regio Groningen-Assen lopen de Regio Deals Eemsdelta, Oost-Groningen en Zuid- en Oost-Drenthe. Waar relevant wordt vanuit NOVEX-gebied Regio Groningen-Assen de aansluiting gezocht op Regio Deals en het Nationaal Programma Vitale Regio’s.
Naast de bovenregionale programma’s zijn er ook bovenregionale uitdagingen die om een oplossing vragen om gebiedsontwikkelingen in de regio daadwerkelijk gerealiseerd te krijgen. Hieronder staan de meest in het oog springende uitdagingen: • Woningbouwontwikkeling in het Drentse deel van de regio staat vrijwel op slot vanwege stikstof. In Groningen speelt dit in mindere mate. Het is noodzakelijk om tot een effectieve landelijke stikstofaanpak te komen en uitvoering te geven aan de wettelijke termijnen en doelstellingen. • Vrijwel alle plannen in de regio hebben te maken met netcongestie. Het Rijk zal met de regionale overheden en netbeheerders moeten investeren in meer uitvoeringskracht en snelheid en ook investeren in alternatieven zoals het mogelijk maken dat aanbieders en vragers makkelijker (rechtstreeks) energie kunnen uitwisselen en leveren. • De vervoerscapaciteit en de kwetsbaarheid van het spoor op het traject Groningen-Zwolle zijn van invloed op de groei in de regio. Rijk en regio moeten gaan investeren in dit tracé om een hogere snelheid en treinfrequentie mogelijk te maken. Dit sluit mogelijk ook aan bij de opgave voor versterking t.b.v. Defensie. Daarnaast zijn richtinggevende uitspraken van belang in het kader van de NOVEX Lelylijn.
Enerzijds hangt dit samen met de omvang en aard van de regionale opgaven voor wonen en werken maar ook met de ontwikkelingen van integrale gebiedsopgaven zoals die voor bijvoorbeeld Leek-Tolbert.
30
•
•
Het opwaarderen van de vaarwegen is een voorwaarde voor nieuwe werkgelegenheid in de regio. De vaarweg Lemmer-Delfzijl is voor een groot deel al uitgevoerd. Het oplossen van resterende knelpunten op deze route voor het overige verkeer moet prioriteit krijgen. Ook de maritieme maakindustrie in de regio is voor een groot deel afhankelijk van goed functionerende vaarwegen. ‘Water en bodem sturend’ is uitgangspunt voor nieuwe gebiedsontwikkelingen. Onze bodem en ons watersysteem vormen samen de basis voor onze leefomgeving. Alle andere functies zijn ervan afhankelijk en zijn afgestemd op de kwaliteit en condities van ons water en onze bodem. Het landgebruik volgt het natuurlijke watersysteem en niet andersom. Dat was al zo bij onze voorouders, en moet in de toekomst zo blijven. Dit betekent dat bij alle ruimtelijke opgaven onderzocht moet worden of de opgave vanuit water en bodem te realiseren is, dan wel welke maatregelen noodzakelijk zijn om de opgave zodanig te realiseren dat voldoende rekening gehouden wordt met water en bodem. Het vraagt om een nieuwe manier van planning.
Vertragende factoren Dan zijn er nog andere factoren die van invloed zijn op de voortgang in gebiedsontwikkelingen. Deze worden in projecten, programma’s en gebiedsontwikkelingen geagendeerd, maar mogen hier niet onbenoemd blijven. • Planologische procedures, vergunningen en participatie nemen veel tijd in beslag en kunnen ontwikkelingen aanzienlijk vertragen. Dit wordt ook aangegeven door de netbeheerder, die tijdige realisatie van energieprojecten hierdoor in de knel ziet komen. Participatietrajecten zijn echter ook noodzakelijk en gewenst om draagvlak te creëren, wat het risico verkleint op vertragingen gedurende de vergunningsprocedure. • Voor gebiedsgerichte opgaven in zijn algemeenheid geldt dat de publieke onrendabele top een belangrijk aandachtspunt is. Continuering van cofinanciering tussen Rijk en Regio is hierbij van belang; de opbrengsten van de top zijn lager, maar de kosten zijn gelijk. Rijksfinanciering is momenteel ad hoc en voor de korte termijn. Dit geeft onzekerheid en sluit niet aan bij de doorlooptijd van gebiedsontwikkelingen. Het is daarom wenselijk om na te denken over een investeringsstrategie die gericht is op programmatische toekenning, met minder administratieve lasten, bundelen van middelen en meerjarige zekerheid. Dit vraagstuk wordt opgepakt door het Interprovinciaal Overleg (IPO) en het wordt behandeld in de BO Woondeals.
•
Er is een tekort aan personeel om gebiedsontwikkelingen te starten en uit te voeren. Dit geldt zowel voor ambtelijk personeel als voor vakmensen in de bouwsector. De overheid dient in overleg met de markt en onderwijsinstellingen te onderzoeken hoe de inzetbare capaciteit van personeel vergroot kan worden en kennisuitwisseling tot stand kan worden gebracht. Dit is randvoorwaardelijk om zowel de hoofd- als structuuropgaven te kunnen realiseren. Dit vraagstuk wordt opgepakt door het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en wordt behandeld in de BO Woondeals.
31
32
6. Regionale opgaven en afspraken 33
Proces omdat ze grote samenhang vertonen met dit NOVEX-gebied en het realiseren van bijbehorende hoofdopgaven.
IE U W
SP
K
A
•N
IE U W E•
De uitvoeringsafspraken die in dit rapport zijn opgenomen zijn onderverdeeld in twee categorieën. 1. Nieuwe uitvoeringsafspraken die na vaststelling op het BO-MIRT in het najaar verder worden uitgewerkt 2. Uitvoeringsafspraken waarvan de besluitvorming elders is belegd; maar in dit rapport worden geagendeerd
AF
In dit hoofdstuk worden de majeure regionale opgaven geschetsten uitvoeringsafspraken gemaakt. De opgaven worden algeheel omarmd, maar hieraan kunnen geen rechten worden verleend tenzij er uitvoeringsafspraken over gemaakt zijn. Het is goed om te vermelden dat deze afspraken niet op zichzelf staan, maar aansluiten op bestaand beleid en/of eerder gemaakte afspraken. Met deze uitvoeringsafspraken willen betrokken partijen onderwerpen agenderen, nieuwe onderzoeken initiëren en samenwerking stimuleren, met als doel gebiedsontwikkelingen te kunnen versnellen.
RA
Uitvoeringsafspraak 1
Samenwerking uitvoering NOVEX-RGA
Rijk en regio spreken af om tot 2040 gezamenlijk zorg te dragen voor de uitvoering van het Ontwikkelperspectief NOVEX-RGA. In de voorliggende uitvoerings- en investeringsagenda is de omvang van de opgave en dat wat ervoor nodig is om deze te realiseren verkend. Partijen hebben hiervan kennisgenomen en werken consistent samen om de realisatie mogelijk te maken. Bijdrage hoofdopgaven: Bijdrage structuuropgaven: Type afspraak: Tijdvak: Betrokken partijen: Trekker:
wonen, werken energie, mobiliteit, groen-blauw proces- en samenwerking 0-15 jaar Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen Regio Groningen-Assen
34
K
AF
SP
A
•N
Om een volledig overzicht te bieden van alle uitvoeringsafspraken die tijdens dit traject zijn opgehaald is een bijlage opgenomen. In bijlage 1 zijn afspraken opgenomen die elders zijn belegd, en geen extra aandacht in de regio-verband behoeven. Bijlage 2 biedt een overzicht van mogelijke afspraken die pas op de lange termijn spelen.
E•
Om de hoofdopgaven te kunnen realiseren zijn uitvoeringsafspraken nodig. Nu al lopen regionale netwerken op het gebied van water, energie, mobiliteit en landschap op verschillende locaties tegen capaciteitsgrenzen aan. Soms kunnen eenvoudige en snelle ingrepen (kortstondig) verlichting bieden, maar er zullen ook forse en structurele maatregelen nodig zijn. Aangezien veel van deze netwerken een gemeente- en provinciegrensoverstijgende invloed hebben, is het wenselijk om daar op regionaal niveau afspraken over te maken. In veel gevallen raken deze opgaven aan grote nationale uitdagingen, bijvoorbeeld op het gebied van energie-infrastructuur, zoetwatercapaciteit en stikstof. Daarvoor heeft de RGA niet alle oplossingen paraat, maar wil wel graag constructief samenwerken met alle partijen om hier een oplossing voor te vinden.
RA
Uitvoeringsafspraak 2
Monitoring voortgang uitvoeringsafspraken
De voorliggende uitvoeringsagenda NOVEX-RGA wordt door Rijk en regio als een dynamisch document vastgesteld. Dat betekent dat dit document jaarlijks wordt geactualiseerd, en dat er per afspraak een stand van zaken wordt weergegeven. Dit kan aanleiding zijn om gemaakte afspraken te herzien of nieuwe afspraken toe te voegen. Onderdeel van deze actualisering is het monitoren van alle uitvoeringsplannen in de hele regio (zoals vermeld in de woondeal) en het in beeld brengen van de bijbehorende randvoorwaardelijke knelpunten (mobiliteit/energie/groen, water en bodem). Bijdrage hoofdopgaven: Bijdrage structuuropgaven: Type afspraak: Tijdvak: Betrokken partijen: Trekker:
wonen, werken energie, mobiliteit, groen, water en bodem proces- en samenwerking continu Rijk, provincies , gemeenten, waterschappen Regio Groningen-Assen
Hoofdopgave wonen In de Interprovinciale Woondeal, wat het gebied van de RGA beslaat, is afgesproken om 25.600 extra woningen te realiseren tussen 2022-2030. Rijk, provincie en gemeenten bewaken de uitvoering en uitvoerbaarheid van zowel de gemaakte afspraken uit deze Woondeal, als de afspraken die horen bij de grootschalige woningbouwlocaties, en bespreken de voortgang bij het BO Woondeal. Gebiedsontwikkeling voor woningbouw leidt in veel gevallen tot een publieke onrendabele top op de grondexploitaties en een gebrek aan dekking voor publieke investeringen in de bovenplanse structuuropgaven. Zoals beschreven in het vorige hoofdstuk speelt dit in meerdere regio’s. Een belangrijk deel van de publieke onrendabele top betreft de mobiliteitsopgaven. Voor de regio geldt dat de gemiddelde woningwaarde lager is dan in andere regio’s in Nederland, waarmee de onrendabele top hoger is dan gemiddeld (onderzoek Estheticon 2021, review Rebelgroup 2021). Ook de bouwkosten spelen hierin een rol. Rijk en regio werken nauw samen om de juiste beschikbare financiële instrumenten in te zetten om gebiedsontwikkelingen van de grond te krijgen. Voorbeelden hiervan zijn de Woningbouw Impulsregeling (WBI), de regeling Woningbouw op Korte Termijn (WoKT) en het gebiedsbudget grootschalige woningbouwgebieden.
Hierbij wordt ook gekeken wat voor kansen het ontschotten van rijkssubsidies biedt voor meer regionale en integrale gebiedsontwikkeling.
Hoofdopgave werken Vanuit de provincies Drenthe en Groningen en de RGA wordt momenteel gewerkt aan de opzet van de Herstructureringsmaatschappij Drenthe-Groningen (HMDG). Dit is een regionaal middel om bedrijventerrein efficiënt en doelgericht te kunnen herontwikkelen. Onderdeel hiervan is een verkenning naar kansrijke (nieuwe) financieringsinstrumenten die hier een bijdrage aan kunnen leveren. Dit betreft beide provincies en is breder dan de RGA. De HMDG heeft betrekking op een deel van de bedrijventerreinen. Daarnaast wordt een beroep gedaan op middelen vanuit onder meer Nij Begun en de RGA. Het fondskapitaal is bestemd voor investeringen in projecten en de organisatie zelf. Het is een vorm van ontschotten en verminderen van administratieve lasten. In RGA-verband willen we in samenwerking met het Rijk de mogelijkheden verkennen om van de regio een pilotregio te maken waar de HMDG kan starten. Daarnaast wordt momenteel vanuit het Rijk nagedacht over een grondinstrument voor strategische interventies. Ook hieraan kan de RGA als pilotregio een bijdrage leveren. De positionering en segmentering van nieuwe arbeidsplaatsen in de regio is een belangrijk vraagstuk. Blijvende inzet is nodig op het toevoegen van arbeidsplaatsen gekoppeld aan voorzieningen, rijksdiensten en defensie.
35
Uitvoeringsafspraak 3
Doorontwikkeling campussen Partijen spreken af om samen te werken aan de doorontwikkeling van diverse campussen in de regio, waaronder veiligheidscampus, zorg- en innovatiecluster (voorheen Techhub), de sport- en beweegcampus (alle drie in Assen), Zernikecampus, vitaliteitscampus Kardinge, Rodenburg, healthy ageing campus en binnenstad en duurzaamheidscampus Suikerzijde. Partijen zetten onder andere in op het verbeteren van de ruimtelijke en functionele kwaliteit van de campus, waaronder de bereikbaarheid, de ruimtereservering voor kennisintensieve bedrijvigheid, en de mogelijkheden voor studentenhuisvesting en werkgelegenheid. Bijdrage hoofdopgaven: Bijdrage structuuropgaven: Type afspraak: Tijdvak: Betrokken partijen: Trekker:
werken, wonen mobiliteit uitvoeringsafspraken gebiedsontwikkeling 0-5 jaar Rijk, provincies Groningen en Drenthe Gemeenten (afhankelijk van welke campus)
Bijdrage hoofdopgaven: Bijdrage structuuropgaven: Type afspraak: Tijdvak: Betrokken partijen: Trekker:
SP
K
Uitvoeringsafspraak 5
Integrale regionale mobiliteitsaanpak
A
K
A
Tijdens het BOL in het voorjaar van 2025 is besloten dat er een onderzoek wordt gestart naar de spreiding en kwalitatieve invulling van de gewenste 28.000 arbeidsplaatsen. Hierbij wordt bekeken welke economische sectoren men graag wil versterken, waar kwantitatief en kwalitatief behoefte aan is en waar fysieke ruimte beschikbaar is. De herontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen, maar ook de realisatie van nieuwe terreinen dient hierin te worden meegenomen, evenals het aandeel arbeidsplaatsen dat voortkomt uit de (wenselijke) groei van maatschappelijke voorzieningen (onderwijs, zorg, sport, recreatie), rijksdiensten en defensie. Tenslotte is het van belang om in dit onderzoek de koppeling te leggen met randvoorwaardelijke structuuropgaven en knelpunten die de realisatie mogelijk in de weg zitten. Denk hierbij aan wettelijke beperkingen, meervoudig en klimaatrobuust ruimtegebruik, energieopwekking en aansluiting op (nieuwe) energiesystemen. Dit onderzoek dient goed afgestemd te worden met alle betrokken partijen en lopende beleidstrajecten en ambities, waaronder het programma ‘Iedere regio telt’ en de opzet van Herstructureringsmaatschappij Drenthe-Groningen. Zo is het onder andere van belang om voldoende fysieke- en milieuruimte voor bedrijfsmatige activiteiten te waarborgen.
Partijen spreken af dat de uitkomsten van dit onderzoek worden meegenomen in (bestaand) beleid en in toekomstige versies van deze Uitvoerings- en Investeringsagenda.
IE U W E•
RA
Onderzoek naar spreiding en invulling van arbeidsplaatsen
Opgaveomschrijving: Schaalsprong van het mobiliteitsnetwerk Er is een regionale schaalsprong nodig in het mobiliteitsnetwerk om de gewenste groei van het aantal woningen en arbeidsplaatsen mogelijk te maken. Daarvoor zijn meerdere individuele mobiliteitsmaatregelen nodig die niet direct gekoppeld zijn aan lokale gebiedsontwikkelingen ten aanzien van wonen en werken. Er zijn verschillende beleidsstukken en -onderzoeken, waaronder de Routekaart OV Groningen 2025-2040 van de provincie en gemeente Groningen, waarin verschillende uitvoeringsafspraken en mobiliteitsmaatregelen worden benoemd die hier een bijdrage aan leveren. Vanuit deze Routekaart OV worden verschillende onderzoeken opgepakt, waaronder Schaalsprong (OV keer Twee), Toekomstbestendige centrumroute Groningen en OV-propositie voor lageinkomens.
AF
AF
SP
Uitvoeringsafspraak 4
•N
IE U W E•
•N
Structuuropgave mobiliteit
RA
Rijk en Regio spreken af om in Q1 2026 een gezamenlijke integrale mobiliteitsaanpak te starten. Deze aanpak richt zich op het verkrijgen van inzicht in de de aard en omvang van de mobiliteitsopgave voor de auto in combinatie met (medegebruik) Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV), Bus Rapid Transit (BRT) en regionale doorfietsroutes. Richting 2040 kent de regio een groeiopgave van 36.000 woningen en 28.000 arbeidsplaatsen. Binnen het multimodaal onderzoek zal de samenhang tussen de ruimtelijke ontwikkeling en de verschillende mobiliteitsnetwerken in beeld gebracht worden. Onderdeel van het onderzoek is het in beeld brengen van samenhangende maatregelen voor de korte en lange termijn. Hierbij wordt synergie gezocht met reeds lopende trajecten en mobiliteitsmaatregelen. Onderdeel van deze aanpak zijn in elk geval: • Het toekomstig functioneren van het hoofdwegennetwerk en het regionale wegennetwerk; • Hubs en P+R-voorzieningen; • Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) n.a.v. de OV-Routekaart; • Bus Rapid Transit (BRT) n.a.v. de BRT-Actieagenda; • Het regionale doorfietsroutenetwerk. Daarnaast wordt waar mogelijk expliciet aandacht besteed aan het verbeteren van leefbaarheid en brede welvaart in kleinere kernen.
Tijdens het BOL/BO-MIRT 2027 rapporteren Rijk en Regio gezamenlijk over de voortgang, worden de eerste resultaten besproken en kunnen eventueel nieuwe (investerings)afspraken worden gemaakt. Beide partijen committeren zich eraan de benodigde inspanningen te leveren om deze aanpak succesvol te realiseren.
Werken Mobiliteit, energie, groen-blauw Beleidsontwikkeling en -onderzoek 0-5 jaar Rijk, provincies en gemeenten Regio Groningen-Assen
Bijdrage hoofdopgaven: Bijdrage structuur opgaven: Type afspraak: Betrokken partijen: Trekker:
36
Wonen, werken Mobiliteit Beleidsontwikkeling en -onderzoek Rijk, provincies, gemeenten, OVbureau Groningen-Drenthe Regio Groningen-Assen
Opgaveomschrijving: Leefbaarheid van de kernen De regionale groei geeft druk op de centra van de grote kernen, waardoor de leefbaarheid onder druk kan komen te staan. Assen en Groningen kiezen ervoor om het stedelijk gebied autoluw in te richten om de leefkwaliteit te vergroten. En dat vraagt om beter openbaar vervoer, parkeeroplossingen, fietsverbindingen en hubs. Voor de emissievrije zones in deze steden zijn overslagpunten aan de invalswegen nodig. In met name Hoogezand/Sappemeer en Assen zijn er barrières van spoor- en autowegen die omwille van de fietser en voetganger beter oversteekbaar moeten worden. Bijvoorbeeld de Nedersaksenlijn zal druk zetten op de oversteekbaarheid van het spoor in Hoogezand/ Sappemeer. Ingrepen om de barrièrewerking te verkleinen zijn noodzakelijk voor de groeiopgave. De groei in de regio vraagt om meer stedelijk en regionaal groen dat toegankelijk is voor voetgangers en fietsers. Hiervoor zijn aanvullend onderzoek en investeringen nodig. Opgaveomschrijving: Autonetwerk Het hoofdwegennetwerk in de regio staat onder toenemende druk door groeiende verstedelijking. Op verschillende plekken dreigen knelpunten te ontstaan die de bereikbaarheid en leefbaarheid beïnvloeden. Op de A28 wordt verwacht dat een opwaardering tussen de op- en afrit N34 en Groningen nodig is om de vervoerscapaciteit te vergroten en ruimte te bieden voor een busbaan.
Dit vraagt om nader onderzoek. Ook rond Assen zijn maatregelen noodzakelijk. Door regelmatige terugslag op de A28 bij Assen West kan een extra aansluiting bij Messchenveld nodig zijn. Daarnaast zijn aanpassingen aan de westkant, waaronder de N371 en de aansluiting op de A28, belangrijk om toekomstige verkeersgroei op te vangen.
Op de A7 zijn meerdere aandachtspunten. Aan de Oostflank van Groningen wordt onderzocht hoe een extra aansluiting bij Meerstad kan bijdragen aan de bereikbaarheid van nieuwe woningbouw en extra hectares werklandschap. Verder dreigen de afslagen 40, 41 en 42 bij Hoogezand/ Sappemeer vast te lopen door verdere verstedelijking, wat kan leiden tot toenemend verkeer door omliggende wijken en een verslechtering van de leefbaarheid. In het gebied Leek-Roden zijn zowel een aanpassing van de aansluiting van de N372 op de A7 als een rondweg Leek-Tolbert met parallelstructuur belangrijk om te voorkomen dat de huidige aansluiting N372/A7 verder dichtslibt. Deze ingrepen zijn randvoorwaardelijk voor verdere verstedelijking in het gebied.
In andere delen van het gebied spelen vergelijkbare vraagstukken. Voor de N386 bij Tynaarlo is doorstroming en veiligheid bij de spoorkruising een belangrijk aandachtspunt voor de toekomst. De bereikbaarheid van Zuidlaren vanaf de N34 staat eveneens onder druk. Aan de Oostflank van Groningen is een extra extra ontsluiting richting Meerstad noodzakelijk, in samenhang met de mogelijke nieuwe A7aansluiting, en is duidelijkheid nodig over de toekomstige oeververbinding bij het Oosterhamrikzone. Aan de Westflank van Groningen blijft inzet nodig op de Westelijke ringweg en station Suikerzijde, terwijl op termijn ook maatregelen nodig zijn rond Hoogkerk voor een betere oversteekbaarheid van het spoor. Daarnaast is een belangrijk aandachtspunt de opwaardering van de N355 tussen Groningen en Zuidhorn.