CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

RB 12 1 Onderlegger bij rapport

Raadsvergadering 28 april 2022, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen / Lange Termijn Agenda raad / Toezeggingen51.802 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

Met dit laatste wordt aansluiting gezocht bij gedragscodes die inmiddels zijn opgesteld.166 De overheid ziet in dit verband – in lijn met de privatisering van de zorg voor draagvlak – de primaire verantwoordelijkheid niet voor zichzelf weggelegd, maar voor de windenergiesector. Het is in het belang van de transparantie en acceptatie dat tevoren duidelijkheid bestaat over de verdeling van de lusten en lasten. De gedragscodes waren echter niet

Onduidelijkheid over verdeling van lusten en lasten In 2011 en 2012 vinden de eerste voorlichtingsbijeenkomsten voor de bevolking plaats (van EZ en initiatiefnemers respectievelijk provincie en gemeenten). Al 164Bröring (2017), pagina 254. 165Bröring (2017), pagina 255. 162

Bröring en Tollenaar (2015), pagina 10.

163Bröring (2017), pagina 253.

166 De Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land van de Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA) en de Gedragscode Windenergie op Land van de Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines (NLVOW).

73

gereed voordat de besluitvorming in Drenthe van start ging, maar werden parallel aan deze besluitvorming ontwikkeld.

procedure over het rijksinpassingsplan de vele door bewoners ingebrachte standaardargumenten even standaard door EZ weggeschreven.”167

In een overkoepelende analyse van de inspraak in de casus concludeert Bröring dat de ‘inspraakwet’ van omgekeerd evenredige invloed zich heeft doen gelden: wanneer de beïnvloedingsmogelijkheden het grootst zijn (veel speelruimte), namelijk aan het begin van het gehele traject, doen maar weinig mensen mee; wanneer de beïnvloedingsmogelijkheden het kleinst zijn (weinig speelruimte), namelijk aan het eind van het traject, doen veel mensen mee.

In de casus speelt ook dat de verschillende beleidsdocumenten in een onlogische volgorde tot stand kwamen.

“De belangrijkste (initiële) beslissingen worden genomen in het kader van structuurvisies en gebiedsvisies: dáár moet je bij zijn. Maar in dat stadium zijn maar weinigen alert: die visiedocumenten zijn vooral een zaak van bestuurders, ambtenaren en lobbygroepen. In latere stadia staat al veel vast van waar mensen toch iets van vinden. Zij vinden bijvoorbeeld dat een windpark veel belastinggeld vergt en hoge maatschappelijke kosten heeft, dat een solarpark beter is, dat een windpark op zee beter is dan op land, dat in Nederland voor bewoners ongunstiger geluidsnormen gelden dan in andere landen, of dat de Veenkoloniën aan de Oostkant van het Drents plateau liggen en daarom niet de meest voor de hand liggende locatie zijn (tenzij extra hoge turbines worden geplaatst). Het kan best zo zijn, maar het doet er niet meer toe, want de beslissing is al genomen. Gevolg is dat voor veel argumenten wordt verwezen naar een in een eerder stadium genomen beslissing. Ook komt het voor dat vooruit wordt verwezen, naar een later te nemen beslissing, zoals die over nadeelcompensatie. Of dat naar opzij wordt verwezen, zoals bij de kwestie van het verdienmodel en de verdeling van de lusten en lasten in dat kader: dit punt wordt gebracht als een louter private aangelegenheid, en blijft dus geheel buiten beschouwing.

De laatste, formele inspraakprocedures in de reeks zijn in het algemeen een wassen neus. Zo worden in de

“In 2010 worden RCR-claims ingediend en worden Borger-Odoorn en Aa en Hunze door de provincie aangewezen. In 2012 wordt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. In 2013 maken Rijk en IPO afspraken over (de verdeling over de provincies van) windenergie op land, en sluiten overheid, werkgevers, vakbeweging, milieuorganisaties en financiële instellingen het Energieakkoord. In 2014 wordt de Structuurvisie Wind op Land vastgesteld. Het had meer voor de hand gelegen te beginnen met een maatschappelijk debat, resulterend in een Energieakkoord, (landelijke) structuurvisies en (landelijke) afspraken over de verdeling van de lusten en lasten, en pas daarna over te gaan tot (implementerende) besluitvorming op decentraal niveau. In de Drentse casus lopen de diverse trajecten door elkaar. Dat is gegeven de aanvangsfase van de energietransitie niet onbegrijpelijk. Maar het maakt de verwijzing in de ene procedure naar een andere er niet transparanter op en maakt bovendien twijfelachtig of per saldo sprake is geweest van een integrale belangenafweging.”168 Conclusies Volgens Bröring en Tollenaar is evident dat de gangbare doelen van inspraak, te weten beleidsverrijking en vergroting van het draagvlak, in het participatieen besluitvormingsproces niet zijn bereikt.

167Bröring (2017), pagina 256. 168Bröring (2017), pagina 257.

74

“De twee belangrijkste vragen voor de bevolking – ‘Waarom hier?’ en ‘Hoe zit het met de verdeling van de lusten en lasten?’ – krijgen geen adequaat antwoord. Transparantie en communicatie zijn beneden de maat, tot het eind toe.”169 De besluitvorming over het windpark in Oost-Drenthe is een splijtzwam gebleken tussen boeren en burgers, tussen burgers en overheden en tussen overheden onderling. “Gemeenten zijn overvallen, zo niet uitgesloten. Lokale bestuurders en raadsleden die zelf aanvankelijk helemaal niet tegen een windpark waren, zijn zó door Rijk (en provincie) in het harnas gejaagd, dat eerdere steun aan windenergieprojecten is komen te vervallen. Sommige beslissingen zijn geheel ondoorgrondelijk gebleven en er is een in de loop van de besluitvorming steeds scherpere tweedeling ontstaan tussen EZ en initiatiefnemers enerzijds en gemeenten en bewoners anderzijds. In de betrokken dorpen zijn spanningen tussen bewoners en initiatiefnemers ontstaan. Ook tussen overheden is het vertrouwen aangetast.”170 De casus laat zien dat een project dat juridisch goeddeels op orde is, door schending van beginselen van ‘good governance’ toch kan vastlopen.

en kruiken is. Daarmee is gekozen voor een participatievorm onderaan de participatieladder.”171 Hoe heeft het zover kunnen komen? Welke lessen zijn te trekken? Volgens onderzoeker Bröring is de vraag waarom met name de rijksoverheid, in de volle wetenschap dat deze aspecten zo belangrijk zijn, er onvoldoende aandacht voor heeft gehad. “Een Haags gebrek aan kennis van wat in de regio leeft – en van percepties van bewoners (die ook een werkelijkheid zijn) – zal een rol spelen. Er ontbreekt [echter ook] een politiek vertoog waarin tegenover de nadelen van het karakter van krimpgebied de kansen – voor alle bewoners – van de energietransitie worden geplaatst. Mensen die zorgen hebben over de kwaliteit van hun leefomgeving wordt tegengeworpen dat de aarde opwarmt en windenergie onvermijdelijk is en het nimby-verwijt gemaakt. Zo praat de overheid langs de burger heen. Ongetwijfeld speelt, naast een opvallend gebrek aan empathie, ook de onwil of het onvermogen van de minister om rekening te houden met gewijzigde omstandigheden en met – in de regio zelf ontwikkelde – alternatieven die zich in de loop van het besluitvormingsproces aandienen.”172

“Inderdaad is de besluitvorming in termen van transparantie en participatie uiterst teleurstellend. De belangrijke kwestie van de verdeling van de lusten en lasten is niet voluit bediscussieerd. Participatie is anders dan met dit begrip wordt bedoeld, vooral opgevat als (eenzijdige) uitleg over de plannen en het bieden van de mogelijkheid van financiële participatie als alles in kannen

Verder speelde een rol in de casus de al eerder genoemde ‘ongelukkige volgorde’ in het gehele besluitvormingstraject, waarbij landelijk beleid en landelijke afspraken (Energieakkoord; gedragscodes) pas in de loop van de besluitvorming over de Drentse casus tot stand kwamen; en verder was er sprake van dat de projectontwikkelaars over meer kennis ervaring beschikten in het proces dan de lokale/regionale overheden, waardoor sprake was van ongelijkheid/onevenwichtigheid in het proces.

169

171 Idem.

170Idem.

Bröring (2017), pagina 258.

172 Bröring (2017), pagina 259.

75

“Bij de provincie, die oorspronkelijk een centrale rol toekwam, ontbrak de ervaring om met dit soort precaire casus om te gaan. Voor de projectontwikkelaars geldt dat niet. Maar zij zijn winstgericht en lijken niet geïnteresseerd in sociale duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen.”173 Een belangrijke onderliggende verklaring lijkt het Haagse marktdenken te zijn, waarbij veel vertrouwen in initiatiefnemers bestaat. “De initiatiefnemers zorgen wel voor draagvlak; voor een eerlijke verdeling van de lusten en lasten; en voor transparantie.”174 Op grond van de bevindingen in de casus suggereert Bröring een aantal oplossingsrichtingen.175 z

z

Indachtig het criterium verantwoording is meer overheidsregie aangewezen. Wie formeel bevoegd is, moet zelf de verantwoordelijkheid nemen, ook die voor draagvlak, in plaats van deze af te schuiven naar op winst gerichte ondernemers. Het ministerie EZ kan goed met initiatiefnemers omgaan, maar zou vaardigheden in het omgaan met burgers moeten versterken.

4.4. Reconstructie sentimenten en dynamiek protest en maatschappelijke onrust Actiegroepen Het verzet van burgers tegen de komst van het windpark in de Drentse Veenkoloniën werd georganiseerd en gekanaliseerd door twee actiegroepen. In het deelgebied De Drentse Monden was dat Platform Storm (https://www. platformstorm.nl) en voor Oostermoer: WindNEE (http://www.windnee.nl/). Deze beide actiegroepen hebben net zoals Platform Tegenwind N33 een groot aantal activiteiten ondernomen om de komst van de windparken in de Drentse Monden en Oostermoer te voorkomen. Zichtbare acties, informatieavonden, juridische procedures. Een overzicht van de verzetsacties wordt gegeven op de websites van de beide actiegroepen. De toon vanuit de actiegroepen is fel. De bekende windmolenactivist Jan Nieboer is betrokken bij de protesten. Sentimenten richten zich tegen grondeigenaren (boeren), provincie, Rijk en exploitanten. In vergelijking met Groningen moesten bij de actiegroepen in Drenthe ook de gemeenten het ontgelden. Ook ondernemers stelden zich actief op en zijn gekomen met een voorstel voor de realisatie van een zonnepark. De ondernemersvereniging VVBK en de ondernemersvereniging Buinermond ontwikkelden een plan om 250 hectare aan zonnepanelen te ontwikkelen in de Drentse Veenkoloniën als alternatief voor de dreigende komst van 50 turbines in de gemeenten Aa en Hunze en Borger-Odoorn.

173 Bröring (2017), pagina 260. 174 Idem. 175 Verder adviseert Bröring een aantal landelijke oplossingen zoals het onderwerp (geheel) onder te brengen bij een ander ministerie dan EZ, of om een (los van de verantwoordelijke minister(s) staande) ombudsman het besluitvormingsproces op punten zoals transparantie, communicatie en aandacht voor sociale (en bestuurlijke) cohesie te laten bewaken. Ook zou gedacht kunnen worden aan het (wettelijk) van toepassing verklaren van een zogenoemd Social Impact Assessment (vergelijkbaar met en in aanvulling op een m.e.r.). Deze oplossingsrichtingen vallen echter buiten bestek van onze casusstudie die primair is bedoeld om handvatten te bieden voor het lokaal bestuur.

Burgemeester Seton van Borger-Odoorn omschrijft de actiegroepen als volgt. De actiegroepen hadden het gevoel dat hun bezwaren en procedures kans van slagen hadden. “Er ontstond in de loop van de tijd, naarmate de trein steeds verder doorging, steeds meer verzet. Er waren goed georganiseerde actiegroepen die het 76

verzet vorm gaven. Zij informeerden bewoners over de stand van zaken met een nieuwsbrief en informatieavonden. Informeren ging hand in hand met het voeren van verzet. Ook schakelden de actiegroepen de media in om hun standpunten naar voren te brengen. Zij gebruikten geen vormen die niet toegestaan zijn. De actiegroepen hadden het gevoel dat hun bezwaren en procedures kans van slagen hadden. Anders zouden ze niet in beroep zijn gegaan. Ze waren sterk overtuigd van hun standpunt, en ook dat het juridisch mogelijk zou zijn om hun gelijk te halen. En ze hadden advocaten die hen daarbij hielpen.”176 Het contact van de gemeente Borger-Odoorn met de actiegroepen was zakelijk. De zakelijke opstelling had volgens de burgemeester onder meer te maken met de felle houding van de actiegroepen in Drenthe. “Ze waren niet blij met de opstelling van de gemeente, maar we konden wel gewoon normaal met elkaar spreken. We hadden allebei andere focus: zij op het tegenhouden van de windmolens. En wij waren meer gericht op wat we wél kunnen doen. Zoals informeren over relevante aspecten en invulling gebiedsfonds. We hebben ook met de actievoerders meegedacht toen ze bezig waren met een bijeenkomst over planschade, ook hebben we contact gehad op dat punt met een advocaat.

Er was dus geen vijandige sfeer onderling, maar het was ook niet zo dat we bij elkaar veel over de vloer kwamen.“177 “Een betere samenwerking met activisten lukte niet omdat de actievoerders sterk gefocust waren op het verhinderen dat de windmolens er zouden komen. Die houding was hier behoorlijk fel. Maar de molens vielen niet tegen te houden, we kwamen niet op één lijn.” 178

176 Interview burgemeester Seton Borger-Odoorn.

Ontwikkeling van alternatieven voor het windpark Ook ondernemers komen in het geweer tegen de komst van het Windpark N33 en ontwikkelen een alternatief dat wel energie oplevert maar met minder overlast voor omwonenden, te weten een solarpark. De landelijke overheid wilde echter niet in gesprek over het alternatief. De onderstaande nieuwsberichten geven een inzichtelijke inkijk in de dynamiek rond het initiatief. Knoalster ondernemers gaan all-in op Solar Park (maart 2015)179 Ondernemers uit de Kanaalstreek en de Drentse Veenkoloniën willen er alles aan doen om een groot zonnepark te realiseren. Dat is volgens hen de enige manier om de komst van vijftig reusachtige windmolens tegen te houden. Woensdagavond presenteerden de initiatiefnemers hun plannen aan de achterban. Bij de ondernemersverenigingen zijn 250 bedrijven aangesloten. De meeste ondernemers zien de komst van de windmolens niet zitten. Datzelfde geldt voor veel burgers. Een onderzoek wees in 2014 uit, dat meer dan driekwart van de mensen tegen de komst van een windpark is. Het alternatief waar de Knoalsters voor gaan is het Solar Park Veenkoloniën. Een park van 250 hectare vol met zonnepanelen. Die kan de vereiste 150 megawatt aan energie opleveren. Het Solar Park is in alle opzichten een goed alternatief.

‘Het is goed toepasbaar op landbouwgrond en je krijgt geen claims en Raad van State-procedures die je bij de windmolens wel gaat krijgen. Hier is draagvlak voor. De windmolens gaan ons veel kosten. Zonne-energie gaat ons veel opleveren.’ De lokale en provinciale politiek is om, maar heeft vooralsnog niet veel te willen. De voorstanders van het zonnepark proberen hun ideeën nu kenbaar te maken in Den Haag. ‘Er zijn al gesprekken geweest met Kamerleden en zij zitten ook met die molens in hun maag.’

177 Interview burgemeester Seton Borger-Odoorn. 178 Interview burgemeester Seton Borger-Odoorn. 179Bron: https://www.rtvnoord.nl/nieuws/146346/Knoalster-ondernemers-gaan-all-in-op-Solar-Park

77

Kamp-ziet-niets-in-Veenkoloniaal-zonnepark-in-plaats-van-windmolens181

Brandbrief ondernemers over windpark Veenkoloniën180 Provincies en gemeenten moeten ‘maximaal weerstand’ bieden aan de druk van het Rijk om mee te werken aan de komst van de windparken in de Veenkoloniën. Dat schrijven de ondernemers in het gebied in een brandbrief aan de provincies Groningen en Drenthe en de gemeenten Stadskanaal, Borger-Odoorn en Aa en Hunze. De ondernemers willen dat de regionale overheden het kabinet en de Tweede Kamer overtuigen van het nut van zonneparken in plaats van windparken voor de opwekking van duurzame energie. Ze waarschuwen voor onrust en escalatie zoals bij het windpark bij Meeden wanneer de windplannen worden doorgezet. De ondernemersverenigingen van Stadskanaal en Nieuw-Buinen strijden sinds 2013 fel tegen de komst van de mega-windparken, met turbines van rond de tweehonderd meter hoog. Ze staan gepland in het Veenkoloniale Mondengebied tussen pakweg Musselkanaal en Gasselte. De ondernemers zien de komst van de windparken als een ramp voor het gebied. ‘Het park zal de Veenkoloniën op slot zetten’, stellen ze. Als alternatief willen ze een grootschalig Solar Park. Daarvoor is onder de bevolking veel meer draagvlak dan voor het windpark, waar tachtig procent van alle inwoners tegen is.

Minister Henk Kamp hoeft wat de ondernemers betreft niet op bezoek te komen in het gebied wanneer hij ‘een in beton gegoten standpunt’ inneemt over de inzet van windmolens op het land als middel om meer duurzame energie te produceren. Kamp kondigde vorige week aan te willen praten met omwonenden van het toekomstige windpark bij Meeden. Ook uit de inzet van een volgens de ondernemers ‘ondemocratisch machtsmiddel’ als de rijkscoördinatie Regeling blijkt dat de minister weinig bereid is van zijn ideeën af te wijken.

Minister Henk Kamp ziet niets in een grootschalig zonnepark als vervanging van de 45 geplande windmolens in de Veenkoloniën. Het druist volgens hem in tegen alle gemaakte afspraken en zou te veel vertraging opleveren, zo meldt RTV Drenthe.’ Het windpark is uitvloeisel van de gemaakte afspraken. Daar kunnen we niet zomaar van afstappen.’ De minister stelde ook dat hij er geen vertrouwen in heeft dat een groot zonnepark tijdig gerealiseerd kan worden om als alternatief te dienen. ‘We hebben afgesproken dat in 2020 veertien procent van onze energie duurzaam wordt opgewekt. Ik verwacht dat een zonnepark van ruim vierhonderd hectare niet binnen drie tot vier jaar gerealiseerd kan worden.’ Maatschappelijke onrust en incidenten Er zijn in de Drentse Veenkoloniën door sommige activisten actievormen toegepast die niet zijn toegestaan. Acties jegens boeren (door activisten ‘windboeren’ genoemd) en bedrijven die meewerken aan de komst van de windparken waren fel en intimiderend. “Er waren intimidaties en bedreigingen, er zijn allerlei nare dingen gebeurd. Er is door sommige activisten heel wat gedaan om de druk op de overheid zo maximaal mogelijk op te voeren. En ook op de bedrijven die meewerkten aan het bouwen van de windparken of aan het aanleggen van de wegen die nodig waren voor de windmolens.”182

181Bron: https://www.rtvnoord.nl/nieuws/173845/Kamp-ziet-niets-in-Veenkoloniaal-zonnepark-in-plaatsvan-windmolens 180 Bron: https://www.rtvnoord.nl/nieuws/150442/Brandbrief-ondernemers-over-windparkVeenkolonien

182

Interview burgemeester Seton Borger-Odoorn.

78

In de lokale media zijn artikelen verschenen waarin de gemeente BorgerOdoorn actievoerders oproept zich niet buiten de wet te begeven, en daarbij kritisch is over de rol van actiegroep Platform Storm.

Burgemeester Borger-Odoorn: Platform Storm moet achterban in toom houden183 Burgemeester Jan Seton van de gemeente Borger-Odoorn roept tegenstanders van het windpark in de Drentse Monden op te stoppen met dreigbrieven en andere acties. Ook wijst hij Platform Storm op haar verantwoordelijkheid haar achterban in toom te houden. Volgens Seton moet dit, om zo het gesprek tussen voor en tegenstanders van windmolens in het gebied weer mogelijk te maken. ‘De afgelopen periode heb ik onder meer gebruikt voor luistersessies, waarbij ik met name het verhaal van tegenstanders aanhoorde’, zegt Seton. ‘Na de zomer willen we het initiatief nemen om met voor- en tegenstanders in gesprek te gaan. Dat plan is concreet, na de zomer komen we daar mee naar buiten.’ Seton stelt ook de rol van de actiegroep Platform Storm ter discussie. Volgens hem zouden de actiegroep en voorman Jan Nieboer er meer aan kunnen doen om de manier van protest tegen de windmolens in te dammen. ‘De manier waarop de heer Nieboer reageert, door vaak in eerste instantie afstand te nemen van de acties, maar daarna wel olie op het vuur te gooien, daar houd ik niet van.’ Volgens Seton zouden Nieboer en de mensen van Platform Storm de tegenstanders moeten oproepen hun acties gericht tegen windboeren te stoppen. Jan Nieboer zegt dat hij zijn achterban probeert in toom te houden, maar dat hem dit

183https://www.rtvnoord.nl/nieuws/196971/Burgemeester-Borger-Odoorn-Tegenwind-Veenkolonienmoet-achterban-in-toom-houden

niet lukt. ‘Ik probeer de boel te sussen, te zeggen: ‘Doe dat nou niet.’ Maar dan krijg ik als reactie: ‘Jan, ze luisteren toch niet naar ons’.’ Volgens Nieboer zijn hij en Seton in het verleden vaker gebotst. ‘We hebben vaker contact gehad en ik heb hem op zijn verantwoordelijkheid gewezen. De heer Seton heeft zijn rol in dit dossier niet goed vervuld. Hij zou moeten opkomen voor de belangen van de inwoners, die niet op deze windmolens zitten te wachten. De mensen hier voelen zich compleet gepakt.’

Actievoerders in beeld Burgemeester Seton geeft aan dat het Openbaar Ministerie en de politie de harde kern die actie voert tegen de komst van windmolens in beeld had. Een klein deel van de actievoerders in de Drentse Monden is fanatiek tegenstander, maar zij verkondigen niet de mening van alle inwoners. Het is dus belangrijk om goed onderscheid te maken tussen actievoerders die via procedures of legale acties bezwaar maken, en activisten die over de schreef gaan. “Mensen die in beroep gaan is natuurlijk iets heel anders dan mensen die sabotage plegen. Dit moet gescheiden blijven.”184 In een interview met het Dagblad voor het Noorden licht de burgemeester dit nader toe, waarbij hij benadrukt dat het jammer is dat vanuit het Rijk er te weinig begrip is voor de machteloosheid waaruit extreme acties kunnen voortkomen. “Ik begrijp waar het verzet vandaan komt, maar ik heb geen begrip voor dreigementen. Maar als ik alleen maar zeg dat het niet kán - dreigbrieven sturen, asbest strooien - dan denken mensen dat je hun boosheid niet begrijpt.

184Interview burgemeester Seton Borger-Odoorn.

79

En dat ligt heel gevoelig. Als je in dit gebied woont en je zo machteloos voelt, dan word je daar heel boos van, dat snap ik. Wat lastig is, is dat vanuit het Rijk daar weinig begrip voor is. Er wordt daar veel sneller gezegd: het is nou eenmaal door de rechter zo besloten, dus je moet er over ophouden. Maar dat kan natuurlijk nooit. Mensen zijn nog steeds geraakt. En tegelijkertijd kan het nooit zo zijn dat mensen dreigbrieven gaan sturen. Maar je moet al die verschillende vormen van boosheid en protest niet over één kam scheren. ‘’ 185 Sabotage en intimidatie waren bedoeld om tot uitstel en misschien afstel van de windparken te kunnen komen. “De intimidaties richtten zich specifiek op personen en bedrijven die invloed hebben op de voortgang. Er werd bijvoorbeeld ingezoomd op mensen zoals een horeca eigenaar die ruimte wilde geven aan een informatieavond van de initiatiefnemers over de komst van de windmolens. De eigenaar van het restaurant is vervolgens bedreigd, dus is de avond niet doorgegaan. Er is toen een avond door tegenstanders georganiseerd, zo zie je hoe het ‘omklapt’.”186 De woede van actievoerders richtte zich (net zoals in Groningen) vooral op de provincie. De felheid van de acties is onder meer terug te voeren op frustraties dat procedures en gewone actiemethoden geen gehoor vinden, wat leidt tot oplopende woede.

In zo’n situatie gaan sommige mensen over tot verdergaande acties om te worden gehoord. Enkelen overschrijden daarbij de grenzen wat is toegestaan.

we niet gewend van mensen uit ons gebied. Langzamerhand werd een woede opgebouwd waardoor het bij sommigen zo ver kwam dat ze over de wettelijke grens heen gingen. Dat gebeurde niet als gevolg van een bepaalde bijeenkomst of gebeurtenis, hoewel die wel bijdragen aan de opbouw van de woede. Als je kijkt naar de incidenten dan zie je dat er sprake is van een soort opbouw. Er werden in het begin metalen voorwerpen in het veld van boeren gelegd, de loonbedrijven plaatsten dan een metaaldetector in de voertuigen waardoor het geen zin had. Daarna ging het steeds verder. Zoals bedreigingen naar gedeputeerden etc.”187 Ook de weinig meewerkende houding van de initiatiefnemers die de bewoners er niet bij wilden betrekken speelde een rol. Mogelijk dat protest en acties minder heftig zouden zijn geweest als zij zich constructiever naar bewoners hadden opgesteld. “Ik denk dat als de initiatiefnemers van begin af aan een iets andere houding hadden aangenomen, dat de felheid die in de loop van de jaren bij bewoners is ontstaan had kunnen worden verminderd of voorkomen. In plaats daarvan kwam hun standpunt over als “wij helpen als boeren / grondeigenaren het gebied doordat we economische waarde toevoegen, en bovendien is het legitiem.” De initiatiefnemers hebben te weinig een hand uitgestoken naar bewoners.

Inmiddels lijkt het besef wat meer in te dalen dat ze de omgeving hiervoor ook nodig hebben.”188

“Wanhoop zit er achter het verzet. Sommige dingen die gebeurd zijn kun je verklaren uit het feit dat ’n kat in het nauw rare sprongen maakt. Want dit zijn

185Bron: https://dvhn.nl/drenthe/Burgemeester-Jan-Seton-praat-met-voor-en-tegenstanders-van-hetDrentse-windpark-Kleine-stappen-op-een-smal-pad-25008686.html

187 Interview burgemeester Seton Borger-Odoorn.

186 Interview burgemeester Seton Borger-Odoorn.

188 Interview burgemeester Seton Borger-Odoorn.

80

4.5.

Strategieën vanuit lokaal bestuur naar tegenstanders van de windmolens

De gemeente Borger-Odoorn heeft diverse strategieën gehanteerd naar mensen die bezorgd of boos waren over de komst van de windmolens, waarbij is gekozen voor een persoonlijke en luisterende houding. De toegepaste strategieën waren: informatie geven, windloket, luistersessies met de burgemeester, windtafels (met provincie) en windavonden. De strategieën worden hieronder kort toegelicht. “Mensen voelde zich heel erg in de steek gelaten, want er was niemand die voor hen opkwam. Tegen het Rijk kun je niet op, waar moet je dan naartoe als inwoners die zonder enige inspraak de windmolens in de buurt krijgen en daarover allerlei vragen hebben. Wij sprongen als gemeente in dat gat. Bewoners kregen de nodige informatie van de gemeente. Dit doen we nog steeds via lokale media. Op een gegeven moment hebben we in de loop van het proces een ‘windloket’ opgericht waar mensen direct vragen kunnen stellen. Met vanuit ons een snelle reactie via telefoon of email, om het vertrouwen in gemeentelijke overheid terug te winnen. Hiernaast heb ik als burgemeester luistersessies gedaan met inwoners en me laten vertellen wat er speelt. Na eerst stoom afblazen ontstond er dan vaak een gesprek. Er is echt een groep mensen geweest die lange tijd aan hun lot is overgelaten. Aan het einde van de gesprekken was er vaak zelfs een klein applausje.

Dan heb je het zo kunnen doen dat mensen het misschien niet met je eens worden, maar wel beter begrijpen hoe de overheid er in staat en wat je kunt doen als overheid”.189 De luistersessies zijn in 2019 opgevolgd door zogenoemde windtafels, welke werden georganiseerd samen met de nieuwe Commissaris van de Koning Jetta Klijnsma van de provincie Drenthe. Dat waren bijeenkomsten in

horecagelegenheden in het gebied waarvoor voor- en tegenstanders werden uitgenodigd om de commissaris te voeden met wat op dat moment in het gebied speelde. “We stopten als het ware de thermometer er in, om erachter te komen wat het sentiment was. Dan kunnen we vervolgens als overheden beter bekijken hoe we er mee om kunnen gaan. Het heeft bruikbare dingen en ideeën opgeleverd voor wat we zouden kunnen met het gebied.”190 Eind 2019 zijn zogeheten ‘windavonden’ georganiseerd. Hierbij werd met bewoners gesproken over de zorgen en vragen waar zij mee zaten. “De laatste stap in de persoonlijke benadering waren de windavonden, informatiebijeenkomsten in november 2019, waarbij voor drie locaties in het gebied verteld werd hoe het ervoor stond. Zoals met het grondonderzoek, geluid, gezondheid etc. ‘We’ is de wethouder Duurzaamheid (techniek windmolens en gezondheid) en ik als mijn rol als burgervader. We wilden uitstralen ‘wij zijn er voor jullie’.”191 De windavond en luistersessies waren primair bedoeld om stoom af te laten blazen en aan bewoners een luisterend oor te bieden, informatie te geven, het vertrouwen in het lokaal bestuur te herstellen en begrip te krijgen voor de positie van de gemeente. De bijeenkomsten hadden niet als doel om draagvlak te creëren voor het besluit van de windmolens. “Draagvlak creëren voor het besluit van de windmolens was niet ons doel.

We hebben altijd gezegd dat het niet ons besluit is. Dan hoeven we ook geen draagvlak te creëren, want dat moet vanuit de initiatiefnemers en het

190 189Interview burgemeester Seton Borger-Odoorn.

Interview burgemeester Seton Borger-Odoorn.

191Interview burgemeester Seton Borger-Odoorn.

81

Rijk komen. Wat tot op de dag van vandaag niet erg gelukt is. Vooral stoom afblazen, vertrouwen herstellen en informatie verstrekken was het doel van de avonden. Zoals over wat gaat er gebeuren, hoeveel, wat en waar gebouwd. En wat kunnen en doen wij als gemeente om eventuele overlast voor bewoners te verminderen; en waar kunnen bewoners zich melden als ze ergens last van hebben. Hoe zit het met verkeer tijdens het bouwen, gaan onze wegen stuk, waar gaan de vrachtwagens rijden, bodemverontreiniging etc.”192 Compensatieregeling: gebiedsfonds In de casussen van de windmolenparken langs de N33 en in de Drentse Veenkoloniën is sprake van een compensatiefonds. Hier zijn echter verschillen tussen de provincies Drenthe en Groningen. In Groningen is onvrede bij bestuurders en bewoners dat de provincie geen cofinanciering biedt aan een fonds ter compensatie van omwonenden. De provincie Drenthe doet dit wel. Onderstaand gaan we nader in op de werkwijze bij het tot stand komen van het gebiedsfonds in Drenthe. Het gebiedsfonds is een jaarlijkse geldstroom waarmee omwonenden de leefbaarheid in het gebied kunnen verbeteren. Initiatiefnemers, de provincie Drenthe, het Rijk en de gemeenten Borger-Odoorn en Aa en Hunze storten de komende tien jaren jaarlijks tonnen in het zogeheten Gebiedsfonds. Nadien eindigt de bijdrage van de overheden.

De initiatiefnemers verlenen nog vijf jaar een jaarlijkse bijdrage van circa drie ton (afhankelijk van de energieproductie van de windturbines). Bewoners van de regio bepalen zelf hoe het Gebiedsfonds wordt verdeeld.

De verdeling van het geld dat erin wordt gestopt (totale bedragen, verdeeld over 10 jaar):193 • • • • •

Provincie Drenthe: 1,75 miljoen euro Het rijk: 2,1 miljoen euro Gemeente Borger-Odoorn: 565.500 euro Gemeente Aa en Hunze: 312.000 euro Windpark De Drentse Monden en Oostermoer: 4,5 miljoen euro (verdeeld over vijftien jaar)

De bestemmingen voor uitgaven in het gebiedsfonds aan doelen in het gebied worden door inwoners zelf uitgewerkt. Volgens burgemeester Seton: “Wij als overheid gaan dit niet besluiten zonder de bewoners, we gaan niet dezelfde fouten maken als destijds de initiatiefnemers, het moet uit inwoners zelf komen. Er is hiertoe een bewonersadviesgroep opgesteld met klankborden in elk dorp met een eigen gekozen voorzitter. Ze zijn nu zelf spelregels aan het opstellen en dan gaan we het geld uitkeren aan collectieve voorzieningen in het gebied. Daarnaast zijn er ‘burenregelingen’ denkbaar die op basis van een landelijk protocol beschikbaar moeten worden gesteld. Deze worden door de omgevingsadviesraad ingevuld met tegemoetkomingen voor mensen die dicht bij de windmolens wonen.”194 Meer informatie over de spelregels inzake het gebiedsfonds is te vinden op https://www.borger-odoorn.nl/actueel/actuele-themas/windpark/gebiedsfonds.html

193Bron: https://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/167716/Provincie-aan-de-slag-met-spelregels-gebiedsfondswindmolenpark 192

Interview burgemeester Seton Borger-Odoorn.

194Interview burgemeester Seton Borger-Odoorn.

82

Fricties over besteding gelden gebiedsfonds met windboeren Overigens zijn de spanningen rond de windparken nog niet volledig voorbij, wat onder meer blijkt uit recente fricties die zijn ontstaan tussen de betrokken gemeenten, provincie en bewonersgroeperingen enerzijds (OverlegAdviesRaad OAR) en de initiatiefnemers (boeren die windmolens op hun land hebben staan).195 Berichtgeving in lokale media maakt duidelijk dat de initiatiefnemers van het windpark in februari 2021 de gesprekken staakten over de besteding het geld in het gebiedsfonds. Daar stoppen overheden geld in, maar ook de windboeren. Zij willen zeggenschap over de besteding, terwijl het vertrekpunt was dat het gebied / de bewoners daarover zouden beslissen. Het ging dan met name om de burenregeling, waarmee inwoners een geldbedrag kunnen krijgen, afhankelijk van hoe ver ze van een windmolen wonen. De initiatiefnemers zijn het daar niet mee eens en mede daardoor liepen de gesprekken spaak, tot grote ergernis van de betrokken gemeenten en de provincie. “De boosheid zit er nog goed in, een dag na het nieuws dat het windpark het overleg met de Omgevingsadviesraad (OAR) staakt. In ieder geval bij gedeputeerde Tjisse Stelpstra, die de actie schandalig vindt tegenover de inwoners van het gebied. “Ik word er ontzettend moe van. Ik ben ook boos. Dit doe je niet. We weten al dat er een slechte sfeer is in het gebied.

Zo verziek je sfeer alleen maar meer”, zegt hij. “Houd toch eens op.” Volgens betrokken adviseur Rob Rietveld moet er een oplossing komen. ‘Het is een onhandige keuze van het windpark om het overleg te stoppen. Zeker naar de toekomst toe en hoe we met elkaar om willen gaan in het gebied. De komst van de 45 windmolens in de Veenkoloniën leidt al jarenlang tot spanningen en ruzies in het gebied. Bij andere windparken in het land waar ik dit soort gesprekken ook voer, is het nooit een probleem dat de besteding van de middelen door

195Zie ook zie ook de documentaire die dinsdag 12/10 is verschenen https://www.2doc.nl/documentaires/ series/2doc/2021/tegenwind.html en de reuring die de uitspraak van het Europese Hof en RvS gaf: https://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/171525/Uitspraak-RvS-over-windmolens-geeft-bezwaarmakerskans-bij-rechter

het gebied bepaald wordt. Daar zijn de windparken juist blij mee, want dan hebben ze niet de verantwoordelijkheid over de besteding van het geld. Dat komt bij de mensen zelf te liggen. Het gesteggel is dus uniek, maar dit park is op meerdere fronten uniek.”196

4.6.

Dwarsverbanden dynamiek windparken N33 en Drentse Monden / Oostermoer

Uit de casusbeschrijvingen komen duidelijk opvallende gelijkenissen naar voren als het gaat om de sentimenten die speelden bij de bevolking, beperkte inspraakprocessen, spanningen tussen bewoners en boeren en spanningen tussen bestuurslagen. Én de dwarsverbanden in de protesten tegen de komst van de windparken. In deze paragraaf staan we stil bij nog twee andere dwarsverbanden tussen de casussen: de grensoverschrijdende bestuurlijke driehoek en de boosheid over de vermelding van windmolen protesten als extremistisch in een Dreigingsbeeld van de NCTV. We hebben hierover gesproken met burgemeester Jan Seton van Borger-Odoorn (voorzitter van de driehoek) en Fred van Dijk (betrokken bij de driehoek namens politie Noord-Nederland). Grensoverschrijdende driehoek Toen de dreiging toenam ontstond bij de politie de behoefte aan meer bestuurlijke regie en aan informatie-uitwisseling over de maatschappelijke onrust en incidenten. “Waar we als politie last van hadden was dat er geen bestuurlijke regie was. We zagen dat op bestuurlijk niveau het heel erg gefragmenteerd was, iedere lokale burgemeester moest feitelijk zijn eigen problemen oplossen. Terwijl er

196 Bron: https://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/167269/Duidelijke-boodschap-aan-windboeren-Maakhet-geld-over-en-hou-op

83

veel overlap was. We vroegen ons af of gemeenten bereid waren om samen te werken. Dat zou ons ook helpen om overzicht te krijgen. In een gezamenlijke bijeenkomst van CdK’s van Drenthe en Groningen en de voorzitters van de Veiligheidsregio’s Drenthe en Groningen hebben wij aangedrongen op een gelegenheidsdriehoek. En dit is door de betrokken burgemeesters opgepakt.. Daarnaast zagen we dat ook de Commissarissen van de Koning van Groningen en Drenthe in beweging kwamen om partijen bijeen te brengen. Dit waren Kleinsma van Drenthe en Paas van Groningen. Dit heeft ons geholpen., daardoor kregen wij burgemeesters aan de lijn en zeiden dat ze met de politiechef wilden praten.”197 Ook vanuit de lokale overheden werd meer overleg gewenst. “In de aanloopfase hebben we als overheden toen gezegd en erkend dat we allemaal te maken hebben met windmolens, initiatiefnemers, en tegenstand in vormen die niet toegestaan zijn (zoals objecten storten op de velden, bedreigingen, intimidaties, brandstichting etc,). Wij hebben gezegd dat we meer overleg willen om met elkaar te spreken en de vinger aan de pols te houden om eventueel preventief maatregelen te kunnen nemen. Informatie uitwisseling is belangrijk.

Want als er op de ene plek iets gebeurt, dan kan dat zo doorgaan naar de andere plek.”198 Uiteindelijk is besloten om een informele gelegenheidsdriehoek te vormen om informatie te delen onder betrokken burgemeesters, OM en politie. Daarbij waren vijf gemeenten betrokken, over de provinciegrenzen heen vanwege de overlappende onrust tussen windparken N33 en Drentse Monden/Oostermoer. De betrokken gemeenten waren: Midden-Groningen, Veendam, Stadskanaal

(zelf geen windmolens, maar wel op 100m bij gemeentegrens), Borger-Odoorn en Aa en Hunze. 199 Meerwaarde grensoverschrijdende driehoek De grensoverschrijdende driehoek heeft volgens betrokkenen geholpen om informatie uit te wisselen en “over dezelfde foto en dezelfde verhalen” te beschikken. “Het heeft geholpen om informatie uit te wisselen. Iedere maand zaten we met elkaar om tafel en daarbij hebben we ook nog de veiligheidsregio gevraagd om te faciliteren en een informatiepoot te realiseren. Uiteindelijk konden we allen beschikken over dezelfde foto en dezelfde verhalen. Het heeft ons als politie een beter overzicht gegeven over het geheel. Het heeft zeker ook geholpen in de afstemming tussen de burgemeesters onderling die elkaar steeds meer opzochten en elkaar informeerden. En wat ze konden doen met de publieksavonden werd op elkaar afgestemd, wat leidde tot meer eenduidiger overheidsbeleid. De meerwaarde moet je ook in het licht zien van het chagrijn van bestuurders omdat ze buiten spel waren gezet bij de besluitvorming. Dit was ook een poging om bij elkaar te komen en meer invloed te hebben.”200 “De grensoverschrijdende driehoek was echt een driehoek (politie, gemeenten en OM), waarbij werd genotuleerd. Iedereen was er ook. Het ging ook over hoe we ons konden wapenen als er echt iets ernstigs zou gebeuren, hoe we dan met elkaar kunnen optreden.

En om te voorkomen dat je van elkaar niet weet wat je doet. Dat was heel nuttig, het heeft commitment aan elkaar opgeleverd.

197Interview politie Noord-Nederland.

199Het eerste ‘informele driehoeksoverleg’ dateert van eerder en was onder voorzitterschap van de (inmiddels overleden) burgemeester Pieter Smit. Dit overleg was op 28 november 2016. Deelnemers in dit overleg: Menterwolde, Oldambt, Veendam, Aa en Hunze, Borger-Odoorn, het Openbaar Ministerie en de politie. In de fase daarna was burgemeester Jan Seton voorzitter van dit overleg.

198Interview burgemeester Seton Borger-Odoorn.

200Interview politie Noord-Nederland.

84

Sinds driekwart jaar is de driehoek slapend, omdat er thans geen zaken meer voorkomen die dermate kritiek zijn dat ze op de agenda zouden moeten.”201 GRIP-discussie In de driehoek is ook discussie gevoerd over de “GRIP”. GRIP staat voor Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure. GRIP heeft betrekking op de organisatie van de rampenbestrijding en crisisbeheersing door de hulpverleningsdiensten van de veiligheidsregio. De GRIP structuur is in het leven geroepen om de opschaling van de hulpverleningsdiensten ordentelijk te organiseren. De opschalingsniveaus zijn: z z z z z

GRIP 1: Bronbestrijding GRIP 2: Bronbestrijding -en effectgebied GRIP 3: Bedreiging van welzijn van bevolking GRIP 4: Gemeenteoverschrijdend incident GRIP 5: Bovenregionaal incident

De vraag is besproken of in de GRIP moest worden opgeschaald. Hier is van afgezien vanwege de volgende redenen. In de eerste plaats wilde het lokale bestuur invloed houden op wat zou moeten gebeuren, en omdat de zorg was dat opschaling tot een crisisstructuur niet zou helpen om in verbinding te blijven met de omgeving. “We stelden ons de vraag of je dan niet in Grip Rijk terecht komt als aangewezen structuur om in de crisis te handelen en of we dat wel willen, gezien alle argwaan naar de landelijke/provinciale overheid. Het lokale bestuur wilde, na eerste gepasseerd te zijn nu vooral invloed kunnen hebben. De lokale

bestuurders (burgemeesters) hebben (mede) om die reden de handen in elkaar geslagen en gekozen voor een “gelegenheidsdriehoek” die de wet niet kent. De provinciale bestuurslaag werd niet direct betrokken bij de overleggen in de driehoek, hun aanwezigheid was volgens betrokken gemeenten niet noodzakelijk. De provinciale bestuurders werden op vlieghoogte gebracht, maar verder eigenlijk buiten dit hele spektakel gehouden.” 202 “Het vraagstuk voor ons als politie was eveneens: ga je deze maatschappelijke onrust nu als crisis aanvliegen of niet. Daarbij was een overweging dat een crisisstructuur leidt tot crisismaatregelen en crisisgedrag. We stelden ons de vraag of dat helpt in het in verbinding blijven met je omgeving. Het antwoord op deze vraag was ‘nee’. Wij hebben als politie daarom bewust ervoor gekozen om het binnen de bestaande “normale” politie aan te vliegen, met wel een crisisstructuur op de achtergrond maar ondersteunend aan het normale politieproces; en dus veel geïnvesteerd in contacten met de inwoners van het gebied. Dit kwam toen van pas, maar zal vooral in de toekomst helpen. “De aanpak van de politie bij crises (bijvoorbeeld handhaven – door ME – bij grote demonstraties) is wezenlijk anders dan de reguliere aanpak. Deze laatste houdt in dat we netwerken onderhouden, verbindingen leggen, een informatiepositie opbouwen/onderhouden en opsporingsonderzoeken doen.

Dat vraagt juist heel veel inzet.”203 Vermelding in dreigingsbeeld terrorisme In september 2018 kwam de NCTV met een halfjaarlijks Dreigingsbeeld waarin zorgen werden geuit over extremisme bij het verzet tegen de bouw van windmolens in Groningen en Drenthe.

202Interview politie Noord-Nederland. 201Interview politie Noord-Nederland.

203Interview politie Noord-Nederland.

85

10 september 2018: Zorgen over toenemend extremisme. Nationaal Coördinator204 Terrorismebestrijding en Veiligheid Dick Schoof maakt zich zorgen over extremisme bij het verzet tegen de bouw van windmolens in Groningen en Drenthe. Dat meldt hij in zijn halfjaarlijkse Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN). Volgens Schoof neemt het protest ‘in sommige gevallen’ buitenwettelijke vormen aan. Schoof benadrukt dat het geen vorm van terrorisme is. ‘En ook geen radicalisering zoals waar we over praten bij vormen van jihadisme. Maar we zien wel dat de mensen die bezwaren hebben tegen de windmolens buitenwettelijk gaan optreden. Ze plegen geen aanslagen, maar doen wel dingen als het vernielingen en intimidatie. Daarom vragen we hier aandacht voor’, licht Schoof toe. Jan Nieboer van actiegroepen Platform Storm en Tegenwind Veenkoloniën verbaast zich niet over het rapport. Het zou hem niet verrassen als de bom barst. ‘Het zijn nu nog papieren uitingen, maar ik ken meerdere mensen die zeggen: ‘Als ze niet om ons willen denken, dan gaan ze eraan’. Ik heb gehoord dat er mensen zijn die al handgranaten en andere explosieven hebben gekocht.’

Deze vermelding in het Dreigingsbeeld heeft bij bewoners en het lokaal bestuur in zowel Groningen als Drenthe tot onbegrip en verontwaardiging geleid. Het beeld zou zijn ontstaan dat tegenstanders van windmolens op één hoop worden gegooid en het etiket extremisme opgeplakt krijgen. Dit is niet behulpzaam voor het lokaal bestuur om in gesprek te blijven met tegenstanders en daarbij de gemoederen in de hand te houden. Men is hierover in gesprek gegaan met de NCTV. Onze geïnterviewden van de gemeente Midden-Groningen vertellen hierover het volgende.

“Het riep boosheid op bij bewoners in het gebied dat ze als extremisten worden neergezet. Er wordt hen onrecht aangedaan en daar reageren ze dan op. En dan worden ze door de landelijke overheid als extremisten aangeduid. Het sentiment van boosheid werd daardoor nog groter. We waren zelf ook boos over de duiding van de NCTV. Jetta Kleinsma (CdK in Drenthe) heeft de NCTV erop aangesproken dat dit niet helpt. De acties van tegenstanders worden door ons zelf eerder geduid als uitingen van frustratie en onmacht dan extremisme. We keuren het niet goed, maar we geven er geen lading aan”.205 “Jan Hendriks heeft veel sympathie bij een deel van de bewoners van Meeden. Als wij als gemeente de terminologie hadden overgenomen en mensen zoals Jan Hendriks als terrorist hadden beschouwd, dan had je echt oorlog gehad. Mensen vinden dat hij zijn nek uitsteekt voor hun belangen en nemen hem in bescherming.”206 “De vermelding door de NCTV kwam als een donderslag bij heldere hemel. Burgers worden politiek niet gehoord en aan de kant gezet en dan ga je ook nog als groot overheidsorgaan NCTV benoemen dat activisten extremistisch zijn of kunnen worden. Dat heeft het klimaat en het hele beeld niet geholpen, ook ons als politie niet. Het verhaal van de NCTV verraste ons ook.

In onze strafrechtelijke onderzoeken zijn we veel lokale mensen tegengekomen, waarvan enkelen daadwerkelijk het strafrechtelijke pad zijn opgegaan. Maar dat is iets heel anders dan hele organisaties met strategische verbanden.”207 In Drenthe waren de reacties vergelijkbaar met die in Groningen. In de woorden van de burgemeester van Borger-Odoorn:

205Interview burgemeester Hoogendoorn en ambtenaren gemeente Midden-Groningen. 206Interview burgemeester Hoogendoorn en ambtenaren gemeente Midden-Groningen. 204Bron: Dagblad van het Noorden.

207Interview burgemeester Hoogendoorn en ambtenaren gemeente Midden-Groningen.

86

“In de NCTV rapportage werden verschillende groepen tegenstanders over één kam geschoren en kregen het label extremist opgeplakt. Wij waren hier boos over. Er zijn namelijk veel mensen die weliswaar tegen windmolens zijn, maar daar niet te ver in gingen. Die worden zo op één hoop gegooid met mensen die wel grenzen overgingen. In het belang van die inwoners hebben wij ons publiekelijk verzet tegen deze typering. Ons was ook niets gevraagd door de NCTV. Wij waren niet benaderd en ineens krijg je als gebied zo’n titel in zo’n rapport. De NCTV had naar onze mening onvoldoende meegewogen wat zo’n betiteling doet voor mensen in het gebied. Dat vonden wij niet sjiek en hebben daarover een gesprek gehad. Een zorgvuldige benadering, vooral op dit onderwerp, is immers van belang”. 208

208Interview burgemeester Seton gemeente Borger-Odoorn.

87

5

Enkele aanvullende reflecties op de casussen Windpark N33 en Drentse Monden/Oostermoer

z

z

z

z

z

Tot slot gaan we in dit hoofdstuk in op een aantal overstijgende zaken in de casussen van Windpark N33 en Drentse Monden/Oostermoer waarop we een korte reflectie willen geven.

z

z z z z z z

5.1.

Sentimenten. Gehanteerde strategieën van overheid. Verschillen met maatschappelijke onrust tegen gaswinning. Wat betekent maatschappelijke onrust voor de lokale politie? Risico’s op nieuwe maatschappelijke onrust en hoe kunnen deze worden voorkomen.

Sentimenten

Allereerst een korte beschrijving van emoties en sentimenten welke we in de casussen hebben geïdentificeerd als onderliggend zijn aan de boosheid en maatschappelijke onrust. Deze kunnen worden samengevat tot de volgende categorieën:209

z

z

z

z

209De sentimentanalyse hebben we uitgevoerd op basis van berichtgeving over de casus in media / in openbare bronnen (internetanalyse) en op basis van de afgenomen interviews.

‘Groningen en Drenthe als wingewest’. Het Noorden als ‘stopcontact voor Nederland’. De landelijke overheid als ‘kolonisator’. Het niet gehoord worden van Groningers en Drenten door de landelijke overheid. Historisch sentiment: lange historie in het Noorden van protest en zich achtergesteld voelen. Het sentiment van burgers tegen landeigenaren (‘herenboeren’) die voordeel hebben bij komst van windmolens (spanningen binnen gemeenschappen). Ongelijke verdeling van lasten en lusten. De landelijke overheid is onbetrouwbaar, men houdt zich niet aan de eigen regels. Sentiment dat de cumulatie van energie- en delfstoffenwinning (gas, zon, wind, zout, zand) ‘te veel’ is geworden voor de bewoners van het Noorden. De ‘landelijke overheid (ministerie EZ)’ opereert technocratisch en communiceert vanuit de te realiseren doelstellingen. Maar daarbij weinig doet om ook draagvlak te verkrijgen in het Noorden en ook geen oor en oog heeft voor lokale gevolgen noch lokale ideeën. Sentiment vanuit ondernemers: de regio zou economisch geen voordeel hebben door de komst van windmolenparken maar er zijn slechts nadelen. De komst van de windparken zet het Noorden op slot, frustreert ondernemerschap en leidt tot krimp. Koppeling met sentiment ‘het Noorden als wingewest’. Het sentiment ‘we willen als noorden echt wel ons steentje bijdragen en komen met alternatieven (bv.

ontwikkeling zonneparken in plaats van windmolens) maar zelfs daar wil landelijke overheid niet naar kijken. Het sentiment ‘de lokale en regionale politiek willen het wel anders’ maar ook naar hen wordt niet geluisterd door de landelijke overheid. Het sentiment van ervaren overlast en schade (geluid, gezondheidsklachten, verpesten uitzicht, dalen huizenprijzen) doordat windmolens dicht bij woningen komen en dat deze klachten niet serieus worden genomen. Dit sentiment is niet typisch voor het Noorden maar draagt wel bij aan de frustratie/explosiviteit onder bewoners. 88

5.2.

Gehanteerde strategieën van lokale overheid

Terugkijkend op de casusbeschrijvingen van Windpark N33 en Drentse Monden/Oostermoer, welke strategieën heeft de lokale overheid toegepast om maatschappelijke onrust te voorkomen of te verminderen? Naast de burgers staan De gemeente Midden Groningen en voorganger Menterwolde (waar Meeden onder valt) heeft zich bewust naast de bewoners opgesteld om te laten zien dat men hen begrijpt. Ook zijn actievoerders ondersteund in de juridische strijd. Tegelijkertijd nam men duidelijk afstand van overschrijdende acties zoals de intimidatie van boeren.

op strafrechtelijke gebied komt dan ga je de lijn over en daar nemen we dan afstand van. Bij de andere gemeente was de positie wat lastiger omdat de activisten veel draagvlak hadden onder de lokale bevolking.” Persoonlijke en luisterende houding naar bewoners De gemeente Borger-Odoorn hanteerde diverse strategieën die zich richtten op een persoonlijke en luisterende houding het actief luisteren naar voor- en tegenstanders. De toegepaste strategieën waren: z z z z

De strategieën die door gemeenten werden toegepast verschilden onderling. Dit had volgens geïnterviewden te maken met een aantal factoren. “De gemeenten hadden allemaal hun eigen agenda en gebied. Die gebieden zijn ook echt anders. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de gemeente Aa en Hunze, de reactie van de bevolking was daar gematigd. En het is ook echt een ander slag mensen dat daar woont als je het vergelijkt met de Drentse Monden of Meeden. Makkelijker aanspreekbaar zeg maar.” “Je zag de verharding vooral in het Drentse Monden gebied en Meeden en omstreken. Je ziet dan ook dat burgemeesters een andere positie innemen. Midden Groningen stond voor haar burgers wat goed is, maar het was voor hun soms daardoor ook lastig om openlijk afstand te nemen van de meer radicale activisten. Ze waren aan het zoeken naar een balans hierin.” “Burgemeesters zaten in een dilemma. Aan de ene kant overheidsbeleid willen verdedigen en aan de andere kant de lijn goed houden met burgers. Bestuurders van de ene gemeente waren daar heel duidelijk in, wanneer je

z

Informatie geven Windloket Luistersessies met de burgemeester Windtafels (met provincie) Windavonden.

De strategieën (welke we hebben toegelicht in paragraaf 4.5) hadden als doel stoom afblazen (‘mensen kunnen hun verhaal kwijt’) en het terugwinnen van vertrouwen in de overheid door het serieus nemen van de bezorgdheid van bewoners.

5.3.

Verschillen met maatschappelijke onrust tegen gaswinning

De focus en vooral de heftigheid van de maatschappelijke onrust de komst van Windpark N33 zijn anders dan de bij de gaswinning. Waar zitten de verschillen? Hoe is volgens geïnterviewden het heftiger verzet tegen Windpark N33 te verklaren? De volgende verschillen en verklaringen worden genoemd. z

De komst van Windpark N33 is weliswaar geïnitieerd door zowel de provincie als het rijk, maar de provincie was kop van jut omdat deze de concrete plannen had opgesteld. De boosheid van tegenstanders van 89

z

z

z

z

Windpark N33 richtte zich daarom veeleer op de provincie, terwijl deze bij de aardgaswinning meer werd geuit richting het rijk. In de casus Meeden was ook van belang dat in de gemeenschap specifieke individuen aanwezig waren die bereid waren tot heftige acties. Hoewel in Meeden het draagvlak voor acties aanzienlijk was onder bevolking, werden door de gemeenschap de meest heftige acties afgekeurd. Windmolens zijn zichtbaar, komen letterlijk in de ‘achtertuin’ van mensen. Dit vergroot de kans op collectieve actie. Gevolgen van gaswinning zijn meer individueel. Bij de gaswinning waren burgers vooral individueel in gevecht met eerst de NAM en later met de overheid om tot schadevergoeding te komen (herstel en versterking). Een geïnterviewde verwoordt dit aldus: “Door de individuele strijd van burgers vanwege de schade die ze hadden door aardbevingen werd minder de collectiviteit beleefd. Bij de gaswinning was wel sprake van gedeelde frustraties en deze werd door sommige getroffenen goed en duidelijk verwoord. Maar er was niet echt een club activisten die heftige acties gaat ondernemen. Of burgers individueel in protest komen en in welke vorm, is afhankelijk van hoe individuen in elkaar steken. De ene persoon gaat door tot het gaatje, de ander wordt er depressief van.” De ‘tegenstander’ komt (ook) van binnenuit de gemeenschap en komt men dagelijks tegen.

En is dus in tegenstelling tot gaswinning geen verre of abstracte instantie. “Een verschil is dat in Meeden alles veel nabijer was. De boeren die grond beschikbaar stelden voor de windmolens komen de andere bewoners steeds tegen. Dus daarmee werd de dorpsgemeenschap gespleten. Terwijl bij de gaswinning was veel meer de ongrijpbare NAM en de ongrijpbare overheid de tegenstander, waar tegenstanders geen grip op hadden. Het is kortom een ander mechanisme.” Tot slot was er volgens geïnterviewden bij actievoerders het geloof dat er een mogelijkheid bestond om de windmolens tegen te houden. Dat verzet niet hopeloos zou zijn. De schaal / het belang is ook kleiner dan bij de gaswinning (‘daar is het hele land van afhankelijk, dat gaat altijd door’).

5.4.

Wat betekent maatschappelijke onrust voor de lokale politie

Individuele politiemensen kunnen persoonlijk te maken krijgen met de gevolgen van maatschappelijke onrust. Want politiemensen wonen ook in het gebied, en kunnen tegenover hun buren komen te staan. Kan de politie zorgen dat ze neutraal zijn en blijven (en zo ook gezien worden), dat ze geen positie nemen, maar ook niet krijgen? “De signalen die we als gemeente van de politie hierover kregen zijn dat er nauwelijks gevolgen voor individuele dienders zijn. Degenen die wonen in het gebied worden bewust niet op het dossier gezet. Ook om de reden dat de politie dan tegen hun persoonlijke belangen in zou moeten handelen. Daarvan weet ik een voorbeeld bij gaswinning. Er was een zitactie waarbij ze stevig moesten optreden. Dat was beroerd voor de politie, omdat ze zelf ook thuis gefrustreerd zaten met schade door de aardbevingen. Dan komt het heel dichtbij. Dan moet je ingrijpen bij mensen die ook voor jouw belangen opkomen. Dat was heel lastig, maar in dit dossier speelt het niet zo”.210 De geïnterviewde vanuit de politie wijst op de noodzaak om continu alert te blijven en ook om kennis in het veld op te halen. “Ik denk dat we er redelijk goed in geslaagd zijn om te voorkomen dat bevolking tegenover de politie kwam te staan. Maar dit is een kwetsbaar evenwicht.

Morgen hoeft er maar één wetenschappelijk artikel te komen over gezondheidsklachten door windmolens en dan kan de vlam weer in de pan vliegen. We kunnen dus als politie niet achterover leunen, het vraagt om continue aandacht om met deze thema’s in verbinding te blijven en goed te begrijpen wat er speelt bij de bevolking.”211

210

Interview burgemeester Hoogendoorn en ambtenaren gemeente Midden-Groningen.

211 Interview politie Noord Nederland.

90

“Vanuit onze ervaringen bij de gaswinning hebben we geleerd dat het belangrijk is om als politie tussen de bevolking te staan. We hebben bijvoorbeeld een avond met kennismobilisatie gedaan van allerlei mensen vanuit het veld, zoals welzijnsinstellingen uit het gebied, en hun bevraagd of ze tips hadden voor de politie. Was een hele boeiende bijeenkomst, omdat ze zelf ook belang hadden in het gebied en voelde dat ze erbij betrokken waren en onze oprechtheid voelden.“212 Vraagstuk van positionering (onafhankelijkheid bewaken) Ook voor de politie is de relatie met én begrip voor burgers belangrijk, ook bij incidenten. De geïnterviewde vanuit de politie legde uit dat boven de 3 politie-uitgangspunten ‘bestuurlijke regie/coördinatie, verbeterde informatieplatform en operationele preparatie’, voor de politie ook continu het vraagstuk speelde van positionering van de politie ten opzichte van de maatschappelijke onrust. Dit was een voortdurende worsteling waarin het streven van politie steeds was om niet als partijdig te worden gezien. “Hoe zorg je nu als politie dat je aan de ene kant niet alleen maar gezien wordt als de beschermer van de economische belangen en ga je windmolens bewaken en dus tegen de bezorgde burgers bent of anderzijds alles maar toestaat om de bezorgde burger te dienen. Dat was een constante worsteling en een afweging in vele momenten.

Zo hebben we bijvoorbeeld verzoeken van de energiemaatschappijen om de transporten van de windmolens onderdelen te begeleiden (beveiligen) niet gehonoreerd. Wij waren wel op de hoogte en hielden op afstand toezicht, maar geen transportbegeleiding. Rondom de windparken Meeden en Drentse Monden hebben we een operationeel overleg geïnitieerd om zoveel mogelijk info uit te wisselen. Bewust gekozen om deze overleggen door de gemeente (een AOV-er) te laten voorzitten.”

Hoewel politiemensen die wonen in het gebied bewust niet op het dossier worden gezet is niet helemaal te voorkomen dat politiemensen zich in privétijd uiten. “Wij kwamen een keer op een informatieavond iemand tegen die met rotte eieren naar binnen stapte. Toen bleek dat iemand van de politie te zijn in zijn privé tijd. Die plukten we er wel even tussenuit. Dat geeft wel aan wat voor dilemma het was. Heeft dus wel impact, ‘politiemensen zijn net mensen’.” Een belangrijke factor om ook in de toekomst effectief als politie te opereren bij het voorkomen van maatschappelijke onrust is het steeds maar weer de verbinding met veldpartijen en burgers opzoeken. De vraag naar politie is altijd groter dan de capaciteit en vraagt keuzes: dat is van alle tijden. “We moeten continu weer de verbinding opzoeken. Door de onrust rond Corona en andere zaken zitten onze mensen ieder weekend als ME’er in Den Haag of Amsterdam. Dus de capaciteit komt onder druk te staan door alles wat gaande is. Zo’n demonstratie zorgt ervoor dat uren daar naartoe gaan, dan heb je minder tijd voor lokale dingen. De reflex is maatschappelijke ongenoegen te handhaven, maar het grootste gevaar daarbij is dat de capaciteit niet ingezet kan worden voor de relaties in dorpen en wijken.

De contacten moet je onderhouden en organiseren in vredestijd, zodat wanneer het spannend wordt je elkaar makkelijker weet te vinden.” In deze keuzes liggen kortom risico’s van ‘korte-termijnkeuzes’ op de loer. Bijvoorbeeld de keuze voor inzet bij demonstraties (handhaven) ten koste van de inzet op lange termijn effecten: investeren in verbinding. Bij de windmolenproblematiek is heel duidelijk gekozen voor het bouwen aan relaties; dat heeft niet alleen positieve effecten voor dit veiligheidsprobleem, maar ook bij andere veiligheidsproblemen.

212Interview politie Noord Nederland.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13547522/1